CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

04_01_06_Bijlage 5 onderbouwing - Rapportage BO en IVO fase 2.pdf

gemeenteraad 24 oktober 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 5.2: Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2024 - 1G12.076 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

25 van 45

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Broekhuizerstraat 10a, fase 2 te Wehl : DWS/HAMA/KWW/234271

Afbeelding 11 Impressie van het westelijke deel van het plangebied ter hoogte van boring 3. De foto is genomen vanuit zuidoostelijke richting

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

26 van 45

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Broekhuizerstraat 10a, fase 2 te Wehl : DWS/HAMA/KWW/234271

Afbeelding 12 Impressie van het noordoostelijke deel van het plangebied ten tijde van het onderzoek. De foto is genomen vanuit noordelijke richting.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

27 van 45

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Broekhuizerstraat 10a, fase 2 te Wehl : DWS/HAMA/KWW/234271

Afbeelding 13 Impressie van het zuidelijke deel van het plangebied. De foto is genomen vanuit oostelijke richting

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

28 van 45

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Broekhuizerstraat 10a, fase 2 te Wehl : DWS/HAMA/KWW/234271

Afbeelding 14 Boorprofiel van boring 3 met van boven naar onder en v.l.n.r. de bouwvoor, de eerdlaag, het bruine plaggendek, de lichtgrijze stuiflaag, de begraven bodem en het grijze dekzand.

Afbeelding 15 Boorprofiel van boring 6 met van boven naar onder en v.l.n.r. de aangetroffen subrecente ophooglagen.

Afbeelding 16 Boorprofiel van boring 1 met v.l.n.r. de subrecente ophoging, de eerdlaag, het plaggendek en de verspoelde en daaronder intacte zandige leem (hoogvloedleem) van het Laagpakket van Wijchen

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

29 van 45

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Broekhuizerstraat 10a, fase 2 te Wehl : DWS/HAMA/KWW/234271

Beantwoording onderzoeksvragen

Op basis van de onderzoeksresultaten kunnen de onderzoeksvragen uit het Plan van Aanpak als volgt beantwoord worden: 1. Wat is de bodemopbouw binnen het plangebied? De bodemopbouw bestaat uit een subrecente bouwvoor met een dikte variërend van 25 cm in boring 3 tot 60 cm in boring 5. In boring 2 is tot 150 cm-mv een dikke subrecente ophooglaag aangetroffen met grind. In boring 6 is de bodem tot een diepte van 220 cm-mv verstoord en bestaat de bodemopbouw uit subrecente ophogingen met o.a. grind en brokken beton en asfalt. Onder de subrecente bouwvoor en ophooglaag bevindt zich in alle boringen m.u.v. boring 2 en 6 een intacte eerdlaag van bruingrijs fijn siltig zand. In enkele boringen is vondstmateriaal in de eerdlaag aangetroffen (boring 3 en 8). Onder de eerdlaag is in boring 1, 3, 7 en 8 beginnend tussen 60 cm-mv (boring 1) en 80 cm-mv (boring 7) en op een maximale diepte van 95 cm-mv (boring 7) en 130 cm-mv (boring 3) een ouder plaggendek aangetroffen van lichtbruin homogeen fijn siltig zand met soms wat grindjes en vondstmateriaal (boring 1). In boring 2 is de bovenlaag tot 150 cm-mv verstoord. Daaronder is nog een restant van de eerdlaag aangetroffen waarvan nog 30 cm resteert. De overgang van de eerdlaag naar het dekzand is geleidelijk.

In alle boringen, op twee na, bestaat de basis van het bodemprofiel uit fijn dekzand van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. In boring 1 bestaat de basis uit hoogvloedleem met roestvlekken uit het Laagpakket van Wijchen van de Formatie van Kreftenheye. De top van deze laag is aangetroffen op een diepte van 150 cm-mv. In de overige boringen bevindt de top van het dekzand zich op dieptes variërend van 90 cm-mv in boring 4 tot 180 cm-mv in boring 234. 2. Wat is de intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied? In het hele plangebied met uitzondering van boring 2 en 6 is de bodemopbouw op de subrecente bouwvoor na intact. 3. Zijn, daar waar de bodem intact is, archeologische indicatoren aangetroffen die kunnen wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het onderzoeksgebied? Zo ja, wat is de aard en diepteligging ervan? Tijdens het booronderzoek zijn bij het uitzeven van de oorspronkelijke eerdlaag een aantal archeologische indicatoren aangetroffen (zie Tabel 6 en Afbeelding 17). In boring 3 betreft het een fragmentje metaalslak waarvan de datering niet nader gespecificeerd kan worden. In boring 1 en 8 betreffen de vondsten fragmenten aardewerk. Het fragment aardewerk uit boring 1 betreft een wandfragment reducerend gebakken aardewerk met een datering in de Late Middeleeuwen of de vroege Nieuwe tijd.

Het fragment aardewerk uit boring 8 betreft een wandfragmentje handgevormd aardewerk met potgruis en zandmagering met een globale datering in de periode van de IJzertijd tot en met de Late Middeleeuwen. Tabel 6 overzicht van het vondstmateriaal uit de boorkernen plangebied Broekhuizerstraat 10a Vondstnr. Boring Diepte in cm -mv

Omschrijving

Datering

1

3

25 - 75

Fragmentje metaalslak

Onbekend

2

1

30 - 60

Fragmentje reducerend gebakken aardewerk

LME - NT

3

8

40 - 75

Fragmentje handgevormd aardewerk met potgruis en zandmagering

IJT - LME

34

Deze laatste boring is niet representatief voor de bodemopbouw in het gebied omdat de bodem ter hoogte van boring 2 verstoord is door recente aanleg van kabels en leidingen.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

30 van 45

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Broekhuizerstraat 10a, fase 2 te Wehl : DWS/HAMA/KWW/234271

Afbeelding 17 Overzicht van de in de boorkernen aangetroffen archeologische indicatoren per vondstnummer.

4. Zijn er archeologische lagen aangetroffen (cultuur- en afvallagen c.q. ophogingslagen)? Zo ja, wat is de aard, diepteligging en minimale en maximale dikte ervan? Ja, tijdens het booronderzoek zijn relevante archeologische lagen aangetroffen in de vorm van een intacte eerdlaag, een plaggendek en een begraven met dekzand overstoven bodem (cultuurlaag/akkerlaag) en een intacte top van het onderliggende dekzandpakket. In twee boringen is vondstmateriaal aangetroffen in de eerdlaag en in één boring is vondstmateriaal aangetroffen in het plaggendek. De top van de eerdlaag is aanwezig vanaf 25 cm-mv in boring 3 tot 60 cm in boring 5 en de basis van deze eerdlaag komt voor tot een maximale diepte van 180 cm-mv in boring 1. 5. In welke mate stemmen de resultaten overeen met de verwachtingen? Het plangebied is zoals verwacht gelegen op een relatief hoge dekzandrug. Enkel in het noordwesten van het plangebied bestaat de ondergrond uit rivierafzettingen in de vorm van een pakket hoogvloedleem (Laagpakket van Wijchen) waarvan de top verspoeld (geërodeerd) is als gevolg van activiteiten van de rivier. Boven de natuurlijke dekzandafzettingen is zoals verwacht sprake van een meer dan 50 cm dikke afdekkende laag (landbouwdek) bestaande uit een ouder plaggendek en een jongere hoge bruine enkeerd.

In het plaggendek en de eerdlaag zijn archeologische indicatoren aanwezig met een datering in de periode van de IJzertijd tot en met de vroege Nieuwe Tijd. Het landbouwdek heeft onderliggende archeologische sporen naar verwachting beschermd tegen bodemingrepen als ploegen en egaliseren. De hoge archeologische verwachting voor alle perioden voor het plangebied is bevestigd met het onderzoek. 6. Is er vervolgonderzoek noodzakelijk? Zo ja, welke methode is hiervoor het meest geschikt? Vervolgonderzoek is noodzakelijk indien in het plangebied nieuwe bodemingrepen plaatsvinden die dieper reiken dan de subrecente bouwvoor. Ter plaatse van de te slopen stal is de bodem diep verstoord als gevolg van de aanleg van een mestkelder (verstoring tot minimaal 220 cm-mv) en wordt vervolgonderzoek niet zinvol geacht. Ter plaatse van de huidige werktuigberging is de verstoring beperkt tot een diepte van 50 cm-mv. Daarom adviseren wij om voor de nieuwe werktuigberging vervolgonderzoek te laten uitvoeren door

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

31 van 45

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Broekhuizerstraat 10a, fase 2 te Wehl : DWS/HAMA/KWW/234271

middel van een proefsleuf indien de bodemverstoring ter plaatse van de te slopen werktuigenberging dieper reikt dan 50 cm-mv (zie paarse kader in Bijlage 3). Voor het overige deel van het plangebied adviseren wij om toekomstige bodemingrepen te beperken tot 30 cm-mv, met uitzondering van de locaties van boring 2, waar bodemingrepen toegestaan zijn tot 120 cm-mv (150 cm-mv + een bufferzone van 30 cm). Indien diepere bodemingrepen voorzien zijn, dan adviseren wij om een karterend en waarderend onderzoek door middel van proefsleuven uit te voeren. Voorafgaand aan gravend onderzoek dient een Programma van Eisen opgesteld te worden dat getoetst wordt door het bevoegd gezag.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

32 van 45

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Broekhuizerstraat 10a, fase 2 te Wehl : DWS/HAMA/KWW/234271

4

Conclusie en aanbeveling

4.1

Conclusie Bureauonderzoek Op grond van de bekende geologische, landschappelijke, aardkundige, archeologische en historische gegevens in en rond het plangebied kan de archeologische verwachting worden bepaald. Het plangebied is gelegen in de fysisch geografische regio van de hogere zandgronden in een overgangsgebied van een relatief hoge dekzandrug zuidoosten van het plangebied en een vlakte van verspoeld dekzanden in het noordwestelijke deel. Boven de natuurlijke dekzandafzettingen is waarschijnlijk sprake van een meer dan 50 centimeter dik landbouwdek bestaande uit een plaggendek en een hoge bruine enkeerdgrond, die geleidelijk ontstaan is als gevolg van plaggenbemesting vanaf de Late Middeleeuwen. De archeologische verwachting van het plangebied is afhankelijk van de landschappelijke ligging. Indien (delen van) het plangebied gelegen zijn op (de flank van) een relatief hoge, droge dekzandrug in de nabijheid van water, dan is het plangebied een gunstige vestigingslocatie voor zowel rondtrekkende jagers-verzamelaars vanaf het Laat-Paleolithicum als voor landbouwsamenlevingen vanaf het Neolithicum en geldt een hoge archeologische verwachting.

Als het plangebied daarentegen een lagere ligging heeft gekend in een vlakte met verspoelde dekzand en relatief natte bodemomstandigheden, dan is het plangebied minder aantrekkelijk als vestigingslocatie en is de archeologische verwachting lager. Door de verwachte aanwezigheid van een meer dan 50 centimeter dik eerddek kunnen eventuele archeologische resten in het plangebied goed geconserveerd zijn gebleven. Met name in- en rond AMK-terrein 4726 ten zuiden van het plangebied worden op de dekzandrug resten van bewoning uit de Middeleeuwen verwacht, op basis van de resultaten van eerder uitgevoerd onderzoek. Ten zuiden van het plangebied is op de dekzandrug een nederzettingsterrein uit de Late IJzertijd – Romeinse Tijd aangetroffen. Verder zijn in de omgeving van het plangebied meerdere vondsten bekend uit het Neolithicum tot en met de Late Middeleeuwen. Op grond van het uitgevoerde cartografisch onderzoek blijkt dat het plangebied in 1811-1832 onbebouwd is en gebruikt wordt als landbouwgrond. Door het zuidelijk deel van het plangebied loopt een weg, die nog lange tijd als doorgangsweg blijft bestaan. Vanaf 1930 staat er in het zuidelijk deel van het plangebied bebouwing. In de periode 1930-2015 wordt deze bebouwing steeds verder in noordelijke richting uitgebreid. Ter plaatse van de huidige nieuwbouwlocatie dateert de bestaande bebouwing uit 1990 en 2008.

Hoewel historisch kaartmateriaal geen aanwijzingen geeft voor historische erflocaties uit de Nieuwe Tijd, kunnen oudere resten van bewoning uit de (Late) Middeleeuwen vanwege de aanwezigheid van meerdere nederzettingsterreinen en vindplaatsen niet uitgesloten worden. Booronderzoek De bodemopbouw bestaat uit een subrecente bouwvoor met een dikte variërend van 25 cm in boring 3 tot 60 cm in boring 5. In boring 2 is tot 150 cm-mv een dikke subrecente ophooglaag aangetroffen met grind. In boring 6 is de bodem tot een diepte van 220 cm-mv verstoord en bestaat de bodemopbouw uit subrecente ophogingen met o.a. grind en brokken beton en asfalt. Onder de subrecente bouwvoor en ophooglaag bevindt zich in alle boringen m.u.v. boring 2 en 6 een intacte eerdlaag van bruingrijs fijn siltig zand. In enkele boringen is vondstmateriaal in de eerdlaag aangetroffen (boring 3 en 8). Onder de eerdlaag is in boring 1, 3, 7 en 8 beginnend tussen 60 cm-mv (boring 1) en 80 cm-mv (boring 7) en op een maximale diepte van 95 cm-mv (boring 7) en 130 cm-mv (boring 3) een ouder plaggendek aangetroffen van lichtbruin homogeen fijn siltig zand met soms wat grindjes en vondstmateriaal (boring 1). In boring 2 is de bovenlaag tot 150 cm-mv verstoord. Daaronder is nog een restant van de eerdlaag aangetroffen waarvan nog 30 cm resteert. De overgang van de eerdlaag naar het

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

33 van 45

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Broekhuizerstraat 10a, fase 2 te Wehl : DWS/HAMA/KWW/234271

dekzand is geleidelijk. In alle boringen, op twee na, bestaat de basis van het bodemprofiel uit fijn dekzand van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. In boring 1 bestaat de basis van het bodemprofiel uit iets zandige leem met roestvlekken uit het Laagpakket van Wijchen van de Formatie van Kreftenheye. De top van deze laag is aangetroffen op een diepte van 150 cm-mv. In de overige boringen bevindt de top van het dekzand zich op dieptes variërend van 90 cm-mv in boring 4 tot 180 cm-mv in boring 235.

4.2

Selectieadvies Vervolgonderzoek is noodzakelijk indien in het plangebied nieuwe bodemingrepen plaatsvinden die dieper reiken dan de subrecente bouwvoor. Ter plaatse van de te slopen stal is de bodem diep verstoord als gevolg van de aanleg van een mestkelder (verstoring tot minimaal 220 cm-mv) en wordt vervolgonderzoek niet zinvol geacht. Ter plaatse van de huidige werktuigberging is de verstoring beperkt tot een diepte van 50 cm-mv. Daarom adviseren wij om voor de nieuwe werktuigberging vervolgonderzoek te laten uitvoeren door middel van een proefsleuf indien de bodemverstoring ter plaatse van de te slopen werktuigenberging dieper reikt dan 50 cm-mv (zie paarse kader in Bijlage 3). Voor het overige deel van het plangebied adviseren wij om toekomstige bodemingrepen te beperken tot 30 cm-mv, met uitzondering van de locaties van boring 2, waar bodemingrepen toegestaan zijn tot 120 cm-mv (150 cm-mv + een bufferzone van 30 cm). Indien diepere bodemingrepen voorzien zijn, dan adviseren wij om een karterend en waarderend onderzoek door middel van proefsleuven uit te voeren. Voorafgaand aan gravend onderzoek dient een Programma van Eisen opgesteld te worden dat getoetst wordt door het bevoegd gezag.

4.3

Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Wij wijzen erop dat het selectiebesluit van het bevoegd gezag af kan wijken van het selectieadvies van Hamaland Advies. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de RCE te Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Doetinchem (mw. G. Dutman) en diens adviseur (de Regioarcheologen van de ODA) hiervan per direct in kennis te stellen.

35

Deze laatste boring is niet representatief voor de bodemopbouw in het gebied omdat de bodem ter hoogte van boring 2 verstoord is door recente aanleg van kabels en leidingen.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

34 van 45

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Broekhuizerstraat 10a, fase 2 te Wehl : DWS/HAMA/KWW/234271

Gebruikte literatuur Rapporten Bakker, H. de & Schelling J., 1989. Systeem van bodemclassificatie voor Nederland: de hogere niveaus. Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2005. Landschappelijk Nederland: De fysisch-geografische regio’s. Assen Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land: inleiding in de geologie en de geomorfologie. Assen. Bouma, N et al. 2009. Een nederzetting uit de Romeinse tijd aan de Norman Belvealstraat in Wehl, een archeologische opgraving, ADC-rapport 3477, Amersfoort Krol, T.N. en E. van der Kuijl, 2012. Archeologisch booronderzoek plangebied Didamseweg 30 te Wehl, gemeente Doetinchem (GE). MUG-rapport 2012-62. Kubistal, P.S. et al., 2022; Evaluatierapport proefsleuvenonderzoek Fokkenkamp te Wehl. BAAC rapport. Projectnummer: A-22.0293. ’s-Hertogenbosch. Kuijl, E.E.A. van der en P.S. Kubistal, 2022; Programma van Eisen Proefsleuvenonderzoek Fokkenkamp te Wehl. BAAC. ’s-Hertogenbosch. Kuijl, E.E.A. van der, et al. 2013. Bureauonderzoek en karterend booronderzoek (IVO-K) plangebied Broekhuizerstraat 10a, Wehl, Hamaland Advies projectnummer 20130472, Zelhem. Kuijl, E.E.A. van der, R. de Graaf & J.F.M. Rohling, 2021. Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Fokkenkamp te Wehl, gemeente Doetinchem. Hamaland Advies projectnummer 213252, Zelhem Stiekema, M. 2008. Wehl-Didamseweg 28a.

Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. ADC-rapport 1355. Versfelt, H.J., 2003. De Hottinger-atlas van Noord- en Oost-Nederland, 1773-1794. Heveskes Uitgevers, Groningen. Vosselman, J., 2011. Persleidingtracé Weemstraat-Keppelseweg te Wehl, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek. RAAP-Notitie 3732, Weesp. Willemse. N.W., L.J. Keunen, R.S. Kok, J.A.T. Wijnen & S. van der Veen, 2019. Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden en Verwachtingskaart. RAAP-rapport 2877 (tweede herziene versie), Weesp.

Geraadpleegde websites http://zoeken.cultureelerfgoed.nl; Archis3 voor informatie over archeologische monumenten, vondsten en onderzoeken https://archis.cultureelerfgoed.nl/#/ voor doen van melding https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/ voor kadastrale kaart 1811-1832 en OATs https://www.topotijdreis.nl/ voor informatie historische kaarten vanaf 1845 https://archaeology.datastations.nl/ voor onderzoeksrapporten https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ voor detail hoogtekaart https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens voor informatie over geologische boringen https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen voor informatie over geologie, geomorfologie, bodemkaart en grondwater www.bodemloket.nl voor bodemkwaliteitsgegevens https://www.gelderland.nl/Kaartenencijfers voor kaarten provincie Gelderland https://www.ikme.nl voor informatie over WOII https://library.wur.nl/WebQuery/geoportal/raf voor luchtfoto WOII https://www.ruimtelijkeplannen.nl/ voor bestemmingsplannen

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

35 van 45

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Broekhuizerstraat 10a, fase 2 te Wehl : DWS/HAMA/KWW/234271

BIJLAGEN

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

36 van 45

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Broekhuizerstraat 10a, fase 2 te Wehl : DWS/HAMA/KWW/234271

Bijlage 1: Plangebied (bron: opdrachtgever)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Broekhuizerstraat 10a, fase 2 te Wehl : DWS/HAMA/KWW/234271

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Broekhuizerstraat 10a, fase 2 te Wehl : DWS/HAMA/KWW/234271

Bijlage 2: Overzicht van geologische en archeologische perioden

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Broekhuizerstraat 10a, fase 2 te Wehl : DWS/HAMA/KWW/234271

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Broekhuizerstraat 10a, fase 2 te Wehl : DWS/HAMA/KWW/234271

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Broekhuizerstraat 10a, fase 2 te Wehl : DWS/HAMA/KWW/234271

Bijlage 3: Boorpuntenkaart en tabel met x-, y- en z-coördinaten van de boorpunten

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Broekhuizerstraat 10a, fase 2 te Wehl : DWS/HAMA/KWW/234271

N.B.: Paarse kader; advies vervolgonderzoek indien bodemingrepen plaatsvinden dieper dan 50 cm-mv

Boring 1 2 3 4 5 6 7 8

X 211235 211257 211272 211302 211323 211340 211353 211356

Y 442354 442304 442275 442332 442285 442279 442394 442352

Z 13,00 12,69 12,93 12,88 12,80 12,77 12,28 12,56

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Broekhuizerstraat 10a, fase 2 te Wehl : DWS/HAMA/KWW/234271

Bijlage 4: Boorlegenda en Boorstaten (separaat bijgevoegd)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Broekhuizerstraat 10a, fase 2 te Wehl : DWS/HAMA/KWW/234271

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8094/documents/48127