CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

03.2 Re To Bijl BP Hertelerweg_3_-_2022.pdf

beeldvormende raad 16 januari 2025, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 3: Herstelbesluit bestemmingsplan Hertelerweg 3-202219.827 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

59

6 Economische uitvoerbaarheid Het voorliggende bestemmingsplan 'Hertelerweg 3 - 2022' legt het bedrijfsmatige gebruik van de buitenruimte rondom de loods vast alsook de landschappelijke inpassing op het terrein achter het bedrijf. Zie ook en . Er is dus al sprake van bestaande activiteiten zoals het voorliggende bestemmingsplan gaat vastleggen. Dus het is reëel te verwachten dat de gronden dus ook daadwerkelijk als zodanig gebruikt zullen gaan worden. Daarmee is sprake van een economisch uitvoerbaar plan. Bij het opstellen van het bestemmingsplan is rekening gehouden met de risico van planschade. Er is ingeschat dat er geen risico is. Op basis daarvan is met de eigenaar van de grond een overeenkomst planschade gesloten.

60

7 Procedure 7.1 Algemeen Dit bestemmingsplan doorloopt de procedure als bedoeld in afdeling 3.2 van de Wet ruimtelijke ordening. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. Voor start van deze procedure zal het plan voor vooroverleg op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening voorgelegd worden aan de bestuurlijke partners. In dit hoofdstuk zullen de resultaten van dit vooroverleg worden behandeld. De resultaten van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan worden niet toegevoegd aan dit hoofdstuk. Deze maken onderdeel uit van het raadsvoorstel en -besluit omtrent de vaststelling, niet van het bestemmingsplan zelf.

7.2 Overleg Het plan is op basis van artikel 3.1.1. Bro overlegd met de volgende instanties: • Provincie Gelderland; • Waterschap Rijn en IJssel. Het Waterschap Rijn en IJssel heeft op 20 januari 2022 gereageerd op het plan. Zij hebben geen op- of aanmerkingen. De provincie Gelderland heeft op 3 februari 2022 gereageerd op het plan. Deze reactie luidt als volgt: Inhoud van het voorontwerp Op het adres Hertelerweg 3 in Gaancieren is een agrarisch loonwerk- en grondverzetbedrijf gevestigd. Op de locatie staat een bedrljfsloods en is het buitenterrein verhard. Aan de oostzijde is een wasplaats voor het bedrijfsmaterieel gelegen. De loods heeft in de (op moment van vooroverleg geldende) beheersverordening ‘Landelijk gebied - 2020’ een bedrijfsbestemming, het buitenterrein echter niet. Het voorliggende bestemmingsplan regelt het vastleggen van de bestaande situatie van de loods met wasplaats en buitenterrein en maakt de opslag van materiaal in verzamelvakken mogelijk. Provinciaal belangIn het voorontwerp spelen provinciale belangen een rol. Het voorliggende bestemmingsplan regelt de uitbreiding van de bedrijfsbestemming ten behoeve van het buitenterrein bij een bestaand bedrijf. Uw conclusie dat het daarom gaat om uitbreiding en geen nieuwvestiging van een solitair bedrijf is juist.

Voor de uitbreiding van solitaire bedrijvigheid gelden regels voor de maximale uitbreiding van bebouwing (artikel 2.12 van de Omgevingsverordening). Het bestemmingsplan regelt uitbreiding van de bebouwing (waarvan een deel reeds bestaand is) met een totaal oppervlakte van 170 m2. Daarmee blijft de uitbreiding ruim binnen de marges zoals die zijn gesteld in lid 3 van artikel 2.12 van de Omgevingsverordening. U heeft onze belangen goed meegewogen in uw plan. Als het plan niet wijzigt, hoeft u het ons niet toe te sturen. Omgevingsverordening In paragraaf 3.3.1 verwijst u naar de actualisatie van de Omgevingsverordening van maart 2021. Per 1 februari 2022 treedt de geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland (februari 2022) in werking. Wij adviseren u de genoemde paragraaf te actualiseren. Overigens zijn de artikelen oversolitaire bedrijvigheid in het buitengebied niet gewijzigd. Stikstof en Natura 2000 U heeft voor dit plan een AERIUS-berekening uitgevoerd. Hieruit blijkt dat er geen toename van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol ha/jr. is berekend. Hieruit wordt geconcludeerd dat negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden door stikstofdepositie op voorhand zijn uitgesloten. Wij adviseren u de regelgeving over stikstof en Natura 2000 te blijven volgen.

Meer informatie over Stikstof en Natura 2000 vindt u via de website van biji2.nl en de website aanpakstikstof.nl. Gevolgen reactie provincie voor het plan Het provinciaal belang is goed verwerkt en hierop is het plan niet aangepast. Wel is het plan gecorrigeerd voor wat

61

betreft het onderdeel Omgevingsverordening. Daar wordt nu naar de laatst geldende verordening verwezen. En is paragraaf 3.3.1 Omgevingsverordening Gelderland aangevuld met de regels voor klimaatadaptatie. De AERIUS-berekening die bij het plan gevoegd was die voor het vooroverleg gebruikt is, is bij de afronding van het ontwerpbestemmingsplan nog geactualiseerd. Deze berekening is nu gebaseerd op de laatste versie van de AERIUScalculator.

62

BIJLAGEN BIJ TOELICHTING

63

Bijlage 1 Bodemonderzoek Bijlage 1 Bodemonderzoek

64

Bijlage 2 Quickscan natuurtoets Bijlage 2 Quickscan natuurtoets

65

Bijlage 3 Stikstof berekening Bijlage 3 Stikstof berekening

66

Bijlage 4 Categoriseringsplan gemeente Doetinchem Bijlage 4 Categoriseringsplan gemeente Doetinchem

67

Bijlage 5 Toelichting bij de Staat van bedrijfsactiviteiten 1. Richtafstandenlijsten De tabellen zijn een selectie uit de lijsten zoals deze door het VNG is opgenomen in 'Bedrijven en milieuzonering, Handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk, editie 2009'. De lijst is gescreend op ruimtelijke wenselijkheid voor de specifieke bestemming waaraan de lijst gekoppeld is. 2. Hoofdindeling Lijst 1 (aanwezig bij dit bestemmingsplan) gaat uit van bedrijfsactiviteiten, gerangschikt naar SBI-codes van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Voor elke activiteit zijn milieuaspecten en richtafstanden vermeld, rekening houdend met de normaliter bij deze bedrijven voorkomende opslagen en installaties. Bij activiteiten kunnen daarnaast specifieke opslagen en installaties voorkomen. Lijst 2 (niet aanwezig bij dit bestemmingsplan), te vinden in 'Bedrijven en milieuzonering', bevat milieuaspecten en richtafstanden voor deze opslagen en installaties. 3. Richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar De lijsten vermelden richtafstanden voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningsvrij bouwen mogelijk is.

De richtafstanden zijn weergegeven in afstandsklassen (zie hierna). De richtafstanden voor de onderscheiden bedrijfstypen zijn afgeleid van: • in Nederland aanvaarde normen voor de emissies door milieubelastende activiteiten; • in Nederland voorgeschreven of aanvaarde grens- en richtwaarden voor de immissies bij woningen en andere milieugevoelige bestemmingen; • ervaringen en waarnemingen met betrekking tot de omvang en schadelijkheid van emissies door activiteiten. De activiteiten zijn zodanig gedefinieerd en geclusterd dat er in het licht van de soorten milieubelasting (geur, stof, geluid, gevaar) sprake is van een zekere uniformiteit. In de praktijk zal binnen een activiteit variatie in de milieubelasting voorkomen. In de tabel is de grootste afstand voor geur, stof, geluid en gevaar vermeld. Deze grootste afstand is bepalend voor de indeling in de milieucategorie. De volgende tabel geeft inzicht in het verband tussen de afstand en de milieucategorie: milieucategorie richtafstand 1

10 m

2

30 m

3.1

50 m

3.2

100 m

4.1

200 m

4.2

300 m

5.1

500 m

5.2

700 m

5.3

1.000 m

6

1.500 m

Mocht een bedrijf meerdere SBI-codes kennen, dan moet voor elk aspect de grootste afstand worden genomen. Dat geldt ook voor de gebruikte installaties en opslagen. Opgemerkt dient te worden dat de methodiek in de eerste plaats is ontwikkeld om in nieuwe situaties een vestigingsplaats voor een bedrijf vast te stellen en niet voor toetsing van bestaande situaties. Daarom wordt bij bestaande situaties uitgegaan van de maatregelen, die voor een nieuwe vestiging van een dergelijk bedrijfs-/activiteitstype redelijkerwijs kunnen worden verwacht. Verder gelden de afstanden alleen in relatie tot rustige woonwijken gelegen in zuivere woongebieden, dus niet voor woningen die in gebieden liggen met een andere bestemming of kwalificatie.

68

Voor de toepassing van deze methodiek op bestaande situaties is het zeker niet zo dat elk bedrijf, dat is gevestigd op kortere afstand tot aaneengesloten woonbebouwing dan de wenselijke, zonder meer onaanvaardbaar is. Wel geeft de gewenste afstand een maat voor de potentiële hinder, gevaar of schade. 4. Geluid: continu (C) en zonering (Z) Bij bepaalde activiteiten is na de afstand voor geluid de letter C van 'continu' aangegeven. Hiermee is aangegeven dat bij de betreffende milieubelastende activiteiten de voor geluid bepalende activiteiten meestal continu (dag en nacht) in bedrijf zijn. Voorts is bij bepaalde activiteiten na de afstand voor geluid de letter Z van 'zonering' opgenomen. Het gaat hierbij om inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken in de zin van de Wet geluidhinder (vroeger ook wel A-inrichtingen genoemd) en die als zodanig zijn aangewezen in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningen besluit milieubeheer. Indien dergelijke bedrijven in het bestemmingsplan voorkomen of in het bestemmingsplan zijn toegestaan, moet in dat plan een geluidzone worden opgenomen. 5. Gevaar: risico (R) en vuurwerk (V) In de kolom 'gevaar' is een richtafstand aangegeven, die bij een gemiddelde activiteit van dat type aangehouden kan worden. Het betreft alle gevaarsaspecten, inclusief brandgevaar en stofexplosies.

Als de letter R van 'risico' is aangegeven, kunnen activiteiten onder de werking van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) vallen of gaan vallen. Voor deze activiteiten dit altijd te worden nagegaan of het Bevi van toepassing is. Voor activiteiten waarop het Vuurwerkbesluit van toepassing is, is de letter V van 'vuurwerk' opgenomen. Voor deze activiteiten dient altijd te worden getoetst aan de veiligheidsafstanden uit het Vuurwerkbesluit. 6. Milieucategorie: divers (D) Bij de bepaling van de richtafstanden voor de onderscheiden bedrijfstypen is uitgegaan van een 'gemiddeld' moderne activiteit met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen. Bij alle activiteiten dient daarom rekening te worden gehouden me teen zekere variatie. Voor activiteiten met een grote variatie in productieprocessen is de letter D van 'divers' opgenomen. Deze activiteiten kunnen een groter variatie in milieubelasting vertonen. Dit dient per geval nader te worden bezien. 7. Index voor verkeersaantrekkende werking: goederenvervoer (G) en personenvervoer (P) Naast de genoemde milieuaspecten kan ook de verkeersaantrekkende werking van belang zijn voor de toelaatbaarheid van de activiteit op een bepaalde locatie.

Dit aspect kan niet worden vertaald naar afstanden, maar is weergegeven met een kwalitatieve index die loopt van 1 tot en met 3, met de volgende betekenis: 1 : potentieel geringe verkeersaantrekkende werking; 2 : potentieel aanzienlijke verkeersaantrekkende werking; 3 : potentieel zeer grote verkeersaantrekkende werking. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen goederenvervoer (G) en personenvervoer (P) De index voor verkeersaantrekkende werking is van belang in combinatie met de verkeersontsluiting van en naar de inrichting. Het kan een indicator zijn voor eventuele verkeers- en parkeerhinder in de omgeving. 8. Overige aandachtspunten: visuele hinder, bodemverontreiniging (B) en luchtverontreiniging (L) Het aspect visueel hinder is een indicator voor de visuele inpasbaarheid van activiteiten. Zo hebben hoge omvangrijke bedrijfsbouwwerken index 3 en kleine(re) kantoorgebouwen index 1. De bepaling van de index is subjectief en niet eenduidig. Het betreft alleen een signaalfunctie. De index voor bodemverontreiniging (B) kan een hulpmiddel zijn bij de selectie van toelaatbare inrichtingen op gevoelige gronden, zoals bodembeschermingsgebieden. Deze index is opgenomen als een activiteit een verhoogde kans op bodemverontreiniging geeft, bijvoorbeeld door calamiteiten, incidenten of 'sluimerende' lekkages.

De uitstoot van schadelijke stoffen naar de lucht is niet te vertalen in een richtafstand die bij voorkeur tot woningen (of andere gevoelige locaties) in acht genomen zou moeten worden. Toch kan de uitstoot van schadelijke stoffen naar de lucht in planologisch opzicht relevant zijn. Denk aan neerslag van geëmitteerde schadelijke stoffen op gevoelige bodems, gewassen en flora; bijvoorbeeld verzurende stoffen op natuurgebieden en zware metalen op groentes. Bij het gebruik van ontsmettings- en bestrijdingsmiddelen in de land- en tuinbouw doen zich in de praktijk regelmatig

69

problemen voor met de afstand tot woningen. Bij activiteiten waar dit mogelijk relevant is, is de letter L van 'luchtverontreiniging' opgenomen. 9. Gebruikte afkortingen De volgende afkortingen worden in de lijsten gebruikt, in aanvulling op de hiervoor genoemde en verklaarde afkortingen: niet van toepassing

-

:

<

: kleiner dan

>

: groter

=

: gelijk aan

of niet relevant

cat. : categorie e.d.

: en dergelijke

kl.

: klasse

n.e.g. : niet elders genoemd o.c. : opslagcapaciteit p.c. : productiecapaciteit p.o.

: productieoppervlak

b.o.

: bedrijfsoppervlak

v.c.

: verwerkingscapaciteit

u

: uur

d

: dag

w

: week

j

: jaar

70

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8194/documents/48840