CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

01_Vast te stellen wijzigingsbesluit omgevingsplan 2024-1G.pdf

beeldvormende raad 10 oktober 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 2: Wijzigingsbesluit omgevingsplan Doetinchem31.531 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Subparagraaf 9.2.1.2.2 Lozen van grondwater op of in de bodem

43

Artikel 9.9 Wanneer gelden deze regels? Subparagraaf 9.2.1.2.2 is van toepassing op het lozen van grondwater op of in de bodem, afkomstig van het graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in artikel 3.48f van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 9.10 Lozen van grondwater bij graven in verontreinigde bodem Op het lozen van grondwater op of in de bodem, afkomstig van een activiteit als genoemd in artikel 9.9 zijn de artikelen 22.138, eerste en tweede lid, en 22.139, tweede lid, van dit omgevingsplan van overeenkomstige toepassing. J Artikel 22.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.3 Overgangsrecht: rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten De artikelen 22.28, derde lid, en 22.38, aanhef en onder b, zijn van overeenkomstige toepassing op een activiteit als bedoeldgenoemd in die artikelonderdelen die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeldgenoemd in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in dit omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven. K Artikel 22.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.12 Aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater

44

1.

Met het oog op het beschermen van de gezondheid ligt een ondergrondse doorvoer van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater door een uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk zoveel mogelijk haaks op de scheidingsconstructie.

2.

De gebouwaansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater op de op het eigen erf of terrein gelegen riolering of een andere voorziening voor afvoer van afvalwater is zodanig dat bij zetting de dichtheid van de aansluiting en de afvoer gehandhaafd blijft.

3.

Een terreinleiding waardoor huishoudelijk afvalwater wordt geleid: a. heeft geen vernauwing in de stroomrichting; b. heeft een vloeiend beloop; c. is waterdicht; d. heeft een voldoende inwendige middellijn; en e. bevat geen beer- of rottingput.

4.

Bij maatwerkvoorschrift als bedoeldgenoemd in artikel 22.4 kan in ieder geval worden bepaald: a. als voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een ander passend systeem als bedoeldgenoemd in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet aanwezig is waarop kan worden aangesloten: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater op dat riool of systeem noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; b. als voor de afvoer van hemelwater een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool aanwezig is waarop kan worden aangesloten, en hemelwater op dat stelsel of riool mag worden gebracht: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van hemelwater op dat stelsel of riool noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; en c. of, en zo ja welke voorzieningen in de afvoervoorziening of de op het erf of terrein gelegen riolering moeten worden aangebracht om het functioneren van de afvoervoorzieningen,

naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te waarborgen. L Artikel 22.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.13 Bluswatervoorziening 1.

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid heeft een bouwwerk een toereikende bluswatervoorziening, tenzij de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat niet vereist.

2.

De afstand tussen de bluswatervoorziening en een brandweeringang als bedoeldgenoemd in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.

3.

De bluswatervoorziening is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden.

M Artikel 22.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.15 Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen 1.

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid zijn bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing: a. op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; b. op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; c. op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; of d. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen opstelplaatsen vereist.

3.

De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang als bedoeldgenoemd in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.

4.

Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is over de hoogte en breedte, bedoeld in artikel 22.14, derde lid, vrijgehouden voor brandweervoertuigen.

5.

Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.

N Artikel 22.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.19 Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken

45

1.

Op een open erf of terrein nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als bedoeldgenoemd in tabel 22.2.1 aanwezig.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als: a. de in tabel 22.2.1 aangegeven toegestane hoeveelheid per stof niet wordt overschreden, waarbij de totale toegestane hoeveelheid stoffen 100 kilogram of liter is; b. de stof deugdelijk is verpakt, waarbij: 1. de verpakking tegen normale behandeling bestand is;

c.

2. de verpakking is voorzien van een adequate gevaarsaanduiding; en 3. geen inhoud onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen; en de stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de verpakking aangegeven gevaarsaanduidingen.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op: a. brandstof in het reservoir van een verbrandingsmotor; b. brandstof in een verlichtings-, verwarmings- of ander warmteontwikkelend toestel; c. voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken; d. gasflessen tot een totale waterinhoud van 115 liter; e. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61 °C en 100 °C tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter; en f. brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving of een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is toegestaan.

4.

Bij het berekenen van de toegestane hoeveelheid, bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt een aangebroken verpakking als een volle meegerekend.

5.

In afwijking van het derde lid, aanhef en onder e, is de aanwezigheid van meer dan 1.000 liter van een oliesoort als bedoeldgenoemd in dat onderdeel toegestaan als die oliesoort op zodanige wijze wordt opgeslagen en gebruikt dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand voldoende worden voorkomen. Tabel 22.2.1 Brandgevaarlijke stoffen ADR-klasse1

Omschrijving

Verpakkingsgroep

Toegestane maximum hoeveelheid

2 UN 1950 spuitbussen & UN 2037 houders, klein, gas

Gassen zoals propaan, zuurstof, acetyleen, aerosolen (spuitbussen)

n.v.t.

50 kg

3

Brandbare vloeistoffen zoals bepaalde oplosmiddelen en aceton

II

25 liter

3 excl. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen 61°C en 100°C

Brandbare vloeistoffen zoals terpentine en bepaalde inkten

III

50 liter

4.1, 4.2, 4.3

4.1: brandbare vaste stoffen, zelfontledende vaste stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet-explosieve toestand zoals wrijvingslucifers, zwavel en metaalpoeders 4.2: voor zelfontbranding vatbare stoffen zoals fosfor (wit of geel) en diethylzink 4.3: stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen zoals magnesiumpoeder, natrium en calciumcarbide

II en III

50 kg

5.1

Brandbevorderende stoffen zoals waterstofperoxide

II en III

50 liter

5.2

Organische peroxiden zoals dicumyl peroxide en di-propionyl peroxide

n.v.t.

1 liter

1

Classificatie volgens de Europese overeenkomst van 30 september 1957 betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171). O Artikel 22.23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.23 Algemene afbakeningseisen 1.

46

De artikelen 22.27 en 22.36 zijn niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan, op of bij een bouwwerk dat is gebouwd of in stand wordt gehouden of wordt gebruikt zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning.

2.

Bij de toepassing van de artikelen 22.27 en 22.36 blijft het aantal woningen gelijk, tenzij het bij een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan als bedoeldgenoemd in artikel 22.27, onder a, of 22.36, onder a, of een bestaand bouwwerk als bedoeldgenoemd in artikel 22.36, onder c, gaat om huisvesting in verband met mantelzorg.

P Artikel 22.27 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.27 Uitzonderingen op vergunningplicht artikel 22.26 – omgevingsplan onverminderd van toepassing Het verbod, bedoeld in artikel 22.26, geldt niet voor de activiteiten, bedoeld in dat artikel, als die betrekking hebben op een van de volgende bouwwerken: a. een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. op de grond staand; 2. gelegen in achtererfgebied; 3. op een afstand van meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied; 4. niet hoger dan 5 m; 5. de ligging van een verblijfsgebied, bij meer dan een bouwlaag, alleen op de eerste bouwlaag; en 6. niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte; b. een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. op de grond staand; 2. niet hoger dan 5 m; en 3. de oppervlakte niet meer dan 70 m2; c. een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. gelegen in een gebied dat of een bouwwerk dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is aangewezen als gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn; 2. voorzien van een plat dak; 3. gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m; 4.

onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet; 5. bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok; en 6. zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak; d. een sport- of speeltoestel anders dan voor alleen particulier gebruik, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. niet hoger dan 4 m; en 2. alleen functionerend met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens; e. een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening of een vijver op het gebouwerf bij een woning of woongebouw, als deze niet van een overkapping is voorzien; f. een erf- of perceelafscheiding, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. hoger dan 1 m maar niet hoger dan 2 m; 2. op een erf of perceel waarop al een gebouw staat waarmee de afscheiding in functionele relatie staat; en 3. achter de lijn die langs de voorkant van dat gebouw evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied; g. een bouwwerk, geen gebouw zijnde, in achtererfgebied voor agrarische bedrijfsvoering, voor zover het gaat om: 1. een silo; of 2. een ander bouwwerk niet hoger dan 2 m; h. een buisleiding anders dan een buisleiding waarop artikel 2.29, onder p, aanhef en onder 4°, van het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing is; of i. een te veranderen bouwwerk, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte; 2.

geen uitbreiding van het bouwvolume; en 3. geen bouwwerk als bedoeldgenoemd in artikel 2.29, onder b tot en met r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving dat niet voldoet aan de voor dat bouwwerk in die onderdelen gestelde eisen. Q

47

Artikel 22.28 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.28 Inperkingen artikel 22.27 vanwege cultureel erfgoed 1.

Op een activiteit die wordt verricht in, aan of op een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument is artikel 22.27 niet van toepassing.

2.

Op een activiteit die wordt verricht bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument is alleen artikel 22.27, aanhef en onder d tot en met i, van toepassing.

3.

Op een activiteit die wordt verricht op een locatie waaraan in dit omgevingsplan de functieaanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven, is artikel 22.27 alleen van toepassing voor zover het gaat om: a. inpandige wijzigingen; b. een wijziging van een achtergevel of achterdakvlak, als die gevel of dat dakvlak niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; c. een bouwwerk op een gebouwerf aan de achterkant van een hoofdgebouw, als dat gebouwerf niet ook deel uitmaakt van het gebouwerf aan de zijkant van dat gebouw en niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; of d. een bouwwerk op een locatie die onderdeel is van openbaar toegankelijk gebied.

4.

Artikel 22.27, aanhef en onder a en b, is ook niet van toepassing als in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, voor de locatie waarop de bouwactiviteit wordt verricht, regels zijn gesteld als bedoeldgenoemd in artikel 22.22 over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, tenzij: a. het bouwwerk waarop de activiteit betrekking heeft een oppervlakte heeft van minder dan 50 m2; of b. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een verbod bevat om grondwerkzaamheden die nodig zijn voor het verrichten van de bouwactiviteit zonder omgevingsvergunning te verrichten waarop regels als bedoeldgenoemd in artikel 22.22 over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, van toepassing zijn.

R Artikel 22.31 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.31 Voorschrift omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie: na einde activiteit Aan een omgevingsvergunning voor een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie die is verleend met toepassing van artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder c, onder 2, wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat het gebouw, of een gedeelte daarvan, alleen in gebruik wordt genomen nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop er een of meer sanerende of andere beschermende maatregelen zijn getroffen als bedoeldgenoemd in artikel 22.29. S Artikel 22.33 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.33 Specifieke beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht 1.

48

In afwijking van artikel 22.29 wordt de omgevingsvergunning geweigerd, als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft van kracht is:

a.

b.

2.

49

een voorbereidingsbesluit als bedoeldgenoemd in artikel 4.103 of 4.104 van de Invoeringswet Omgevingswet, een als voorbereidingsbesluit geldend tracébesluit als bedoeldgenoemd in artikel 4.49 van de Invoeringswet Omgevingswet of een als voorbereidingsbesluit geldend besluit krachtens de Wet luchtvaart als bedoeldgenoemd in artikel 4.104a van de Invoeringswet Omgevingswet; of een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeldgenoemd in artikel 4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet waarvoor het omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht nog niet in werking is getreden.

In afwijking van het eerste lid kan de omgevingsvergunning toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht.

T Na het lichaam wordt een bijlage ingevoegd, luidende:

Bijlage I Overzicht Informatieobjecten agrarisch bedrijf

/join/id/regdata/gm0222/2024/7b06cca8ee314455be8cd9543556b91f/nld@202409-03;11170692

algemene regels

/join/id/regdata/gm0222/2024/13a23352cd7d418c9e7f735cea3c9b5b/nld@202409-03;11170692

archeologische verwachtingswaarde 2

/join/id/regdata/gm0222/2024/240ccd9e72ef43f2899bed5af00ba2fe/nld@202409-03;11170692

archeologische verwachtingswaarde 3

/join/id/regdata/gm0222/2024/50e70cdc1b184f4f94008b2fe621cf47/nld@202409-03;11170692

archeologische verwachtingswaarde 4

/join/id/regdata/gm0222/2024/1b0c6aae620a4c23bb7f586f45fd8525/nld@202409-03;11170692

archeologische verwachtingswaarde 5

/join/id/regdata/gm0222/2024/973108c41e294d59846fa4335f8f6784/nld@202409-03;11170692

archeologische verwachtingswaarde 6

/join/id/regdata/gm0222/2024/305c39235e104708acf12cf1c9dc06fb/nld@202409-03;11170692

archeologische waarde

/join/id/regdata/gm0222/2024/61af27533f054c0e9706573b3ccce7cf/nld@2024-09-03;11170692

Besluitgebied - Terborgseweg naast 119 /join/id/regdaDoetinchem ta/gm0222/2024/0641559504974868822fc1c245044b06/nld@202409-03;11170692

50

bijzondere boom

/join/id/regdata/gm0222/2024/9c5d7f8ae8f14fb088f15cd2dce841dc/nld@202409-03;11170692

bouwvlak

/join/id/regdata/gm0222/2024/83aeb96d43ba4b9aa97a0cc0ed2da418/nld@202409-03;11170692

Broekhuizerstraat 10 - gebod landschappelijke inpassing

/join/id/regdata/gm0222/2024/4dbd1fc1ef634d40abdaa63333b7ca1b/nld@2024-09-03;11170692

Broekhuizerstraat 10 - geur emissiepunten verboden

/join/id/regdata/gm0222/2024/b93bb62945e34089ad4289db2626cfa2/nld@202409-03;11170692

groen

/join/id/regdata/gm0222/2024/48770db69dc74f1bbf5b2cba41aaf867/nld@202409-03;11170692

groen

/join/id/regdata/gm0222/2024/030fa972cfcc4b02b39211d8faf9241c/nld@202409-03;11170692

groene ontwikkelingszone

/join/id/regdata/gm0222/2024/1b5e09b62ab14da38924bdc3503c557e/nld@202409-03;11170692

IJzevoordseweg 7 - gebod landschappelijke inpassing

/join/id/regdata/gm0222/2024/40ab322a76414415841c3269ae194a3c/nld@202409-03;11170692

landelijk gebied

/join/id/regdata/gm0222/2024/59c84b36a52c47c7be209f6d7ba19898/nld@202409-03;11170692

maximum aantal woningen

/join/id/regdata/gm0222/2024/aababaca58704e5ea57b701cfd83dd31/nld@2024-09-03;11170692

maximum bouwhoogte bouwwerk geen /join/id/regdagebouwen zijnde ta/gm0222/2024/edec3d0cd96a41daa8de9b30642c24dd/nld@202409-03;11170692 maximum bouwhoogte hoofdgebouw

/join/id/regdata/gm0222/2024/fd57bcc41fa44431aa2fddf1e58bbbbb/nld@2024-09-03;11170692

maximum goothoogte hoofdgebouw

/join/id/regdata/gm0222/2024/bfb7d40d5e13416ba6d2892782476b52/nld@202409-03;11170692

maximum inhoud woning en bedrijfswoning

/join/id/regdata/gm0222/2024/62386f0016f0492493a860dd6622a89b/nld@202409-03;11170692

minimum percentage sociale koopwoning (betaalbaar categorie 1)

/join/id/regdata/gm0222/2024/ba398f394863403fbafbfa70c77599ec/nld@2024-09-03;11170692

minimum percentage middenhuurwoning

/join/id/regdata/gm0222/2024/8e63277737254156b1f5c74eb961f72c/nld@202409-03;11170692

minimum percentage sociale huurwoning

/join/id/regdata/gm0222/2024/e0ae6d49d4004acaa5f8a60d58559f97/nld@202409-03;11170692

minimum percentage sociale koopwoning (betaalbaar categorie 1)

/join/id/regdata/gm0222/2024/f28d2a2ff7a94390b710534e430ec150/nld@202409-03;11170692

minimum percentage sociale koopwoning (betaalbaar categorie 2)

/join/id/regdata/gm0222/2024/0219bce3711d4767b13a175a335fb85d/nld@202409-03;11170692

nieuwe risicobronnen uitgesloten

/join/id/regdata/gm0222/2024/cd5e059c8332432aab7dbeccdd395a6d/nld@2024-09-03;11170692

stedelijk gebied

/join/id/regdata/gm0222/2024/85fe2a7d161c4ff98fd9c7cde3d76d72/nld@202409-03;11170692

Terborgseweg naast 119 - gebod bergingscapaciteit hemelwater

/join/id/regdata/gm0222/2024/095fcc996fa94201963ba8a394254dd3/nld@202409-03;11170692

Terborgseweg naast 119 - gebod landschappelijk inpassing

/join/id/regdata/gm0222/2024/15d868a062a84573bf097467a94fdd5e/nld@202409-03;11170692

Terborgseweg naast 119 - gedeeltelijk verdiepte parkeergarage

/join/id/regdata/gm0222/2024/1ba7ffd9fcd64701b6b00fb9cacab186/nld@2024-09-03;11170692

Terborgseweg naast 119 - regels afwijken /join/id/regdastandaardwaarde geluid wegverkeer ta/gm0222/2024/be0a8fe825d94cba840dd1a718d0df64/nld@202409-03;11170692 Terborgseweg naast 119 - uitsluitend gedeeltelijk verdiepte parkeergarage

51

/join/id/regdata/gm0222/2024/c745ed2919b3426996e46f39e02b39be/nld@202409-03;11170692

verkeer

/join/id/regdata/gm0222/2024/a798a8055d4d4a8c95c98607a5369e43/nld@202409-03;11170692

voorrangsregel - ruimtelijke plan tijdelijke /join/id/regdadeel omgevingsplan ta/gm0222/2024/9b002f395e054dc6982951c410398835/nld@202409-03;11170692

52

wonen

/join/id/regdata/gm0222/2024/10089824b15947f6856d56f55a10f8e1/nld@202409-03;11170692

woningdifferentiatie

/join/id/regdata/gm0222/2024/e7187558249e476da0c157c11c38af03/nld@202409-03;11170692

woningtype

/join/id/regdata/gm0222/2024/b64103cb0cf7450d8f63bbc59b737ce3/nld@202409-03;11170692

U Na bijlage II worden twee bijlagen ingevoegd, luidende:

Bijlage III Begrippen

53

aandachtsgebied

gebied rondom een object (een bedrijf, buisleiding of weg), waarbinnen in geval van een calamiteit de bevolking ongewenste risico's loopt in de zin van doden en gewonden;

agrarisch bedrijf

een bedrijf dat geheel of overwegend is gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van agrarische producten, zoals het telen van gewassen, het fokken en/of houden van dieren, waaronder productiegerichte paardenhouderijen;

agrarische bedrijvigheid

bedrijvigheid, geheel of overwegend gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van agrarische producten, zoals het telen van gewassen, het fokken en/of houden van dieren, waaronder productiegerichte paardenhouderijen;

archeologisch deskundig

de regionaal (beleids)archeoloog of een andere door het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg;

archeologisch onderzoek

een onderzoek gericht op het opsporen, waarderen en/of behouden van archeologische resten, al dan niet ex-situ, conform de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg. Het onderzoek moet worden verricht door een dienst, bedrijf of instelling, gecertificeerd conform artikel 5.1 van de Erfgoedwet en werkend volgens de geldende kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie;

archeologische verwachting

Een gebied met een daaraan toegekende hoge, middelmatige of lage archeologische verwachting in verband met de kennis en wetenschap van de in dat gebied te verwachten overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden;

archeologische waarde

een gebied met een daaraan toegekende archeologische waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden;

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

bebouwingspercentage

het in procenten uitgedrukte deel van een bouwwerkperceel dat ten hoogste mag worden bebouwd;

bed and breakfast

het bieden van de ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben. Hieronder wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid of permanente kamerverhuur;

bedrijfsvloeroppervlakte

de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een (dienstverlenend) bedrijf of instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke;

bedrijfswoning

een woning in of bij een gebouw of op een terrein slechts bedoeld voor het huishouden van een persoon wiens huisvesting daar gelet op de functie van het gebouw of het terrein noodzakelijk is;

54

belemmeringenstrook

een strook grond ter plaatse van en aan weerszijden van de hoogspanningslijn of -kabel die dient om de veiligheid en het ongestoord functioneren van de leiding te kunnen garanderen;

beroep of bedrijf aan huis

beroeps- of bedrijfsactiviteit waarvan de activiteiten niet specifiek publiekgericht zijn (zie bijlage Algemeen - Lijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven en dat op kleine schaal in een woning en of in het bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend;

bestaand

op het moment van inwerkingtreding van het omgevingsplan legaal aanwezig of op grond van een vergunning toegestaan;

bestaande (bedrijfs)woning

(bedrijfs)woning(en) zoals dat is gerealiseerd of kan worden gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning, dan wel in geval een oorspronkelijk bouwwerk geamoveerd is, de in de voorgaande toepasselijke regeling rechtens was toegestaan;

bestaande bouwhoogte

de bouwhoogte van een bouwwerk zoals dat is gerealiseerd of kan worden gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning, dan wel in geval een oorspronkelijk bouwwerk geamoveerd is, de in de voorgaande toepasselijke regeling rechtens toegestane bouwhoogte;

bestaande goothoogte

de goothoogte van een gebouw zoals dat is gerealiseerd of kan worden gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning, dan wel in geval een oorspronkelijk gebouw geamoveerd is, de in de voorgaande toepasselijke regeling rechtens toegestane goothoogte;

bestaande stikstofdepositie

de stikstofdepositie ten gevolge van het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren in de omvang zoals op 7 juli 2022 is toegestaan, het tijdstip van vaststelling van de beheersverordening, Landelijk gebied - 2020, reparatie 2022, overeenkomstig: • een onherroepelijke vergunning als bedoeld in artikel 19d Natuurbeschermingswet 1998 respectievelijk artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming en waarvoor een passende beoordeling is gemaakt, zoals opgenomen in bijlage Algemeen Lijst vergunningen Wet natuurbescherming of • (indien geen sprake is van een onherroepelijke vergunning als onder a bedoeld) de bestaande stik-

stofdepositie ten gevolge van het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren in de omvang zoals feitelijk aanwezig en planologisch legaal in de periode van 1 jaar voorafgaand aan de vaststelling van de beheersverordening, Landelijk gebied 2020, reparatie 2022, zoals is vastgesteld op 7 juli 2022. bijzondere boom

houtopstand die vermeld wordt op de lijst met bijzondere bomen zoals opgenomen in de bomenverordening van de gemeente Doetinchem.

boeiboord

opstaande kant van een dakgoot of dakrand, meestal uitgevoerd in hout of plaatmateriaal;

bos

oppervlak begroeid met een dusdanig aantal bomen dat de kruinen een min of meer gesloten geheel vormen of na volgroeiing van de bomen zullen vormen;

bosgebied

met bos begroeid gebied;

bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

bronmaatregel

maatregel om de oorzaak van het probleem weg te nemen;

detailhandel in dagelijkse boodschappen het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen zijnde drank, etenswaren, verzorgingsproducten en goederen in aard en omvang daaraan gelijk te stellen, aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

55

detailhandel in volumineuze goederen

detailhandel die vanwege de omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling zoals verkoop van auto`s, boten, caravans, tuininrichting artikelen, grove bouwmaterialen, keukens, meubels en woninginrichting en sanitair;

druiplijn

onderste horizontale lijn van een dakvlak dat geen goot heeft, bijvoorbeeld een rieten dak;

56

ecologische voorzieningen

voorzieningen ten behoeve van diverse fauna nabij (Rijks)infrastructuur met als doel het opheffen van de barrièrewerking van genoemde infrastructuur;

erf

al dan niet bebouwd perceel of een gedeelte daarvan dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, waarbij het omgevingsplan die inrichting niet verbiedt;

escortbedrijf

de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;

garagebedrijf

een bedrijf dat uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor verkoop, onderhoud en reparatie van motorvoertuigen, niet zijnde een carrosseriebedrijf en/of verfspuitinrichting, al dan niet met een verkooppunt voor motorbrandstoffen;

gebouw

bouwwerk als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl);

gelders Natuurnetwerk

gebied met een samenhangend netwerk van binnen de provincie Gelderland bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang dat strekt tot de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten, zoals het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone (Provinciale omgevingsverordening);

geluidruimte

de verdeling van de beschikbare geluidruimte per kavel passend binnen de geluidzonegrens, zoals vastgelegd op de verkavelingskaart behorend bij het zonebeheerplan (geluidruimte per m2);

geluidzonegrens

een op grond van de Wet geluidhinder in het omgevingsplan vastgelegd gebied rond een industrieterrein waarbuiten de geluidbelasting ten gevolge van dat industrieterrein niet meer mag bedragen dan 50 dB(A);

gestapelde woning

een woning in een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat, al dan niet met de daarbij behorende bergingen;

gevellijn

de als zodanig aangeduide lijn, waar de voorgevel van een hoofdgebouw op moet zijn georiënteerd;

gevoelige hoofdfuncties

woningen met bijbehorende erven alsmede scholen, crèches en kinderopvangplaatsen met bijbehorende buitenspeelruimten, conform het voorzorgsbeleid hoogspanningsleidingen;

groene ontwikkelingszone

gebied met een andere functie dan natuur dat ruimtelijk is vervlochten met het Gelders Natuurnetwerk;

groepsaccomodatie

een zelfstandige verblijfsaccommodatie die naar afmetingen en inrichting specifiek bedoeld is voor een grotere groep van personen, tot uitdrukking komend in o.a. gezamenlijke faciliteiten voor logies, dagverblijf en maaltijdbereiding;

grondgebonden agrarisch bedrijf

een agrarisch bedrijf waarbij de bedrijfsvoering geheel of nagenoeg geheel afhankelijk is van de grond als agrarisch productiemiddel, waaronder een grondgebonden veehouderijbedrijf;

grondwaterbeschermingsgebied

beschermingsgebied grondwater waar het grondwater binnen 25 jaar bij een pompput voor de openbare drink-

watervoorziening kan zijn en waar geen afdoende beschermende kleilaag aanwezig is; hoofdfunctie

Het belangrijkste gebruik binnen een gebied;

hoogspanningsverbinding

een ondergrondse of bovengrondse verbinding met een spanningsniveau hoger dan 110 kV;

huishouden

persoon of groep personen die een huishouden voert waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen;

intrekgebied

beschermingsgebied grondwater waar het grondwater binnen duizend jaar bij een pompput voor de openbare drinkwatervoorziening kan zijn;

kantoorgebouw

gebouw of gedeelte daarvan met alleen een of meer kantoorfuncties en nevengebruiksfuncties daarvan;

kunstobject

een object dat als kunst gezien wordt en een bepaalde schoonheid heeft, niet door de natuur gemaakt;

landbouwhuisdieren met geuremissiefactor

Landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën: a; varkens, kippen, schapen of geiten; en b; als deze worden gehouden voor de vleesproductie: 1°; rundvee tot 24 maanden; 2°; kalkoenen; 3°; eenden; of 4°; parelhoenders;

landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor

Landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren;

logiesfunctie

gebruiksfunctie voor het bieden van recreatief verblijf of tijdelijk onderdak (tot 4 maanden) aan personen;

logiesgebouw

gebouw of gedeelte van een gebouw met alleen logiesfuncties of nevengebruiksfuncties daarvan, waarin meer dan een logiesverblijf ligt, dat is aangewezen op een gezamenlijke verkeersroute;

logiesverblijf

voor een enkel persoon of een afzonderlijke groep personen bestemd gedeelte van een logiesfunctie;

luifel

een afdak met een diepte van meer dan 0,75 m, bevestigd aan de gevel van een gebouw zonder directe verbinding met de grond;

maatschappelijke voorzieningen

educatieve, sociale, medische en levensbeschouwelijke voorzieningen evenals voorzieningen voor openbare dienstverlening, of een combinatie daarvan, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen;

middenhuurwoning

huurwoning als bedoeld in artikel 5.161c, eerste lid, onder c van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

molenbiotoop

gebied rondom een historische of monumentale windmolen met een straal van 400 m gerekend vanaf het middelpunt van de molen, gericht op een onbelemmerde windvang;

naar de weg gekeerde bouwgrens (voorgevelrooilijn)

een lijn van een bouwvlak, gekeerd naar de weg, die niet door gebouwen mag worden overschreden, behoudens krachtens deze regels toegelaten;

natuurspeelpark

een park waar het spelen in de natuur, het ontdekken van de natuur en natuureducatie centraal staan;

niet-grondgebonden veehouderijbedrijf agrarisch bedrijf dat hoofdzakelijk is gericht op veehouderij waarvan het voer voor de landbouwhuisdieren voor het

57

grootste gedeelte niet geteeld wordt op de gronden die in de nabijheid van het agrarisch bouwvlak zijn gelegen en waarop de veehouderij rechten heeft; nutsvoorziening

voorziening ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorziening ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie;

overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde voorzien van een gesloten dak;

paardrijbak

een door middel van een afscheiding afgezonderd stuk terrein met een ondergrond, kennelijk ingericht voor het africhten en/of trainen en berijden van paarden en pony's en/of het anderszins beoefenen van de paardensport, met of zonder de daarbij behorende voorzieningen;

perifere detailhandel

detailhandel, niet zijnde kringloopwinkels, in de volgende categorieën: a. b. c. d. e.

plaatsgebonden risicocontour 10-6

plaatsgebonden risicocontour waarbinnen de kans 1 op de 1.000.000 per jaar is dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is;

praktijkruimte

een beroeps- of bedrijfsmatige werkruimte, gelegen in of aansluitend aan een woning en behorend bij die woning, voor de uitoefening van medische, paramedische en andere vrije beroepen en/of administratieve of daarmee gelijk te stellen beroepen;

reclamezuil

een rechtopstaand bouwwerk geen gebouw zijnde dat aanmerkelijk hoger is dan breed voor de uiting van reclame;

recreatiewoning

een gebouw, uitsluitend bestemd om te dienen voor recreatief verblijf door een persoon, gezin of andere groep van personen, die zijn/hun vaste woon- of verblijfplaats elders heeft/hebben;

risicobron

Activiteit met externe veiligheidsrisico's als bedoeld in bijlage VII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

ruimtelijke plan tijdelijk deel omgevingsplan

ruimtelijk besluit of ruimtelijke besluiten, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, die bij wijze van overgangsrecht als tijdelijk deel onderdeel zijn van dit omgevingsplan, totdat deze bij wijzigingsbesluit voor een locatie zijn komen te vervallen.

silo

een bouwwerk ten behoeve van opslagdoeleinden;

sociale huurwoning

een huurwoning zoals bedoeld in artikel 5.161c, eerste lid, onder a van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

sociale koopwoning

58

keukens, badkamers, sanitair en tegels; tuinmeubelen; woninginrichtingsartikelen (zoals meubelen, woontextiel en slaapkamerinrichting); woningstoffering (zoals gordijnen, parket, laminaat en houtvloeren); bouwmarkten, tuincentra, meubel- annex woontextielzaken en/of woonwarenhuizen

een sociale koopwoning, volgens de Doelgroepenverordening betaalbare woningen gemeente Doetinchem 2023 (vastgesteld op 30 november 2023), bestaat uit de volgende categorieën: a. goedkope koopwoning met een koopprijs vrij op naam van maximaal 225.000 euro; b. betaalbare koopwoning categorie 1 met een koopprijs vrij op naam van maximaal 280.000 euro; c. betaalbare koopwoning categorie 2 met een koopprijs vrij op naam van maximaal 355.000 euro; met dien verstande dat als de gemeentelijke verordening wijzigt met gevolgen voor de maximale kooprijs vrij op naam, rekening wordt gehouden met de wijziging; specifieke magneetveldzone

de strook grond die zich aan beide zijden langs de hoogspanningslijn uitstrekt en waarbinnen het magneetveld gemiddeld over een jaar hoger dan 0,4 microtesla is of in de toekomst kan worden, berekend overeenkomstig de handreiking;

speelautomaat

een toestel, als bedoeld in artikel 30, onder a, van de Wet op de kansspelen;

speelautomatenhal

een inrichting, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid onder b van de Wet op de kansspelen;

peil a.

b.

c.

d.

59

voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang vermeerderd met 30 centimeter; voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: het hoogste punt van het aansluitende afwerkte bouwperceel (incidentele verhogingen niet meegerekend); voor een bouwwerk dat in of op het water wordt gebouwd geldt het gemiddelde waterpeil ter plaatste ;

thuisprostitutie

een vorm van prostitutie, waarbij de seksuele dienstverlening plaatsvindt op het woonadres van de prostituee en waarbij ook alleen door deze prostituee op dit adres wordt gewerkt als prostituee;

tijdelijke woonunit

een demontabel en/of relatief eenvoudig verwijderbaar gebouw voor huisvesting voor mantelzorg onder welke benaming ook aangeduid, doch in het spraakgebruik als woonunit wordt aangemerkt, bestaande uit één bouwlaag, geschikt en ingericht ten dienste van woon-, dag- en/of nachtverblijf;

toegangspartij

een toegangspartij of een uitgebouwde toegang is een uitbreiding van de toegangsruimte (hal) van een gebouw, die buiten de gevel uitsteekt en al dan niet in open verbinding staat met die ruimte;

twee-aaneen

een woning die deel uitmaakt van een blok van maximaal twee aaneengebouwde woningen;

uitwerking fysieke leefomgeving

de aard, de omvang, de intensiteit, maar ook de uitstraling van het gebruik en/of de functie van gronden en/of bouwwerken, bekeken vanuit de fysieke leefomgeving in zijn geheel;

vliering

bergruimte onder het dak en niet voor bewoning geschikt;

voorgevel

de naar de openbare weg gekeerde gevel van een gebouw, of als het een gebouw betreft met meer dan één naar de

weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt; voormalige bedrijfswoning

een woning die voorheen een functionele binding had met een bedrijf. Een voormalige bedrijfswoning kan een woning zijn bij een agrarisch bedrijf, een horecabedrijf of een bedrijf gelegen op een bedrijventerrein;

vrij beroep

een professionele dienstverlening, voornamelijk bestaande uit hoofdarbeid, waarbij gebruik wordt gemaakt van verworvenheden verkregen door een academische of een hogere beroepsopleiding;

waterwingebied

beschermingsgebied grondwater waar het grondwater binnen één jaar bij een pompput voor de openbare drinkwatervoorziening kan zijn;

woning

een ruimte of complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;

woonwagenstandplaats

een kavel, waarop nutsvoorzieningen aanwezig zijn, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen;

zolder

ruimte in een gebouw dat geheel is afgedekt een dak en die in functioneel opzicht deel uitmaakt van de daaronder gelegen bouwlaag of bouwlagen;

zonnepark

gebied waar zonne-energie opgewekt of omgezet wordt;

zorgwoning

een gebouw, of zelfstandig gedeelte van een gebouw dat bedoeld is voor de huisvesting van personen die niet zelfstandig kunnen wonen en die geestelijke en of lichamelijke verzorging behoeven. De verzorging kan voortdurend of nagenoeg voortdurend plaatsvinden en in het gebouw kan een afzonderlijke ruimte ten behoeve van de verzorging aanwezig zijn;

Bijlage IV Overzicht Documentenbijlagen Algemeen - Landschapstypen

/join/id/regdata/gm0222/2024/0f4eba31baf34372b40bc6b4559740cd/nld@202409-03;11170692

Algemeen - Leidraad Toetsingskader Landschapselementen

/join/id/regdata/gm0222/2024/cd6f6c1a0e5446b480a10f89c367de21/nld@202409-03;11170692

Algemeen - Lijst vergunningen Wet natuurbescherming

/join/id/regdata/gm0222/2024/7f080e2702494309aa3fca0fc941cca4/nld@202409-03;11170692

Broekhuizerstraat 10, 10a, 10b Wehl Landschappelijk inpassingsplan

/join/id/regdata/gm0222/2024/ca983aec140643afb1ccfea0aa26b672/nld@2024-09-03;11170692

IJzevoordseweg 7 Doetinchem Versterkingsplan

/join/id/regdata/gm0222/2024/17056081414e4bfa853c6eb3c5787719/nld@202409-03;11170692

Terborgseweg naast 119 Doetinchem /join/id/regdaAkoestisch onderzoek wegverkeerslawaai ta/gm0222/2024/b29159f9ae7c4a48bd2d392128d7fa2f/nld@202409-03;11170692

60

Terborgseweg naast 119 Doetinchem Hemelwaterberging

/join/id/regdata/gm0222/2024/a0932e1f910f411ea769a3d1b9545b25/nld@202409-03;11170692

Terborgseweg naast 119 Doetinchem Inrichtingsschets

/join/id/regdata/gm0222/2024/628b47aa604341d4b139de47229728f6/nld@202409-03;11170692

Algemeen - Lijst van vrije beroepen

/join/id/regdata/gm0222/2024/7557ff7ab8f247f4984cd164f993fd83/nld@202409-03;11170692

Algemeen - Lijst van aan huis gebonden /join/id/regdaberoepen en/of bedrijven ta/gm0222/2024/bcf9736e28a2489a87b7aeb0238f87d9/nld@202409-03;11170692 Algemeen - Gebiedstypen

/join/id/regdata/gm0222/2024/91614e56de60489688de03048970d342/nld@202409-03;11170692

Algemeen - Richtlijn 'Verrekening bij landschappelijke inpassing'

/join/id/regdata/gm0222/2024/ec9e04e2bc0e48bf823107aa61a569ee/nld@202409-03;11170692

Algemeen - Lijst van neven- en hergebruiksactiviteiten

/join/id/regdata/gm0222/2024/76a1f1aa286745ccb58c4ddd2b6c9029/nld@202409-03;11170692

V Het opschrift van toelichting 'Toelichting' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting W Voor artikelgewijzetoelichting 'Artikelsgewijze Toelichting' wordt een algemenetoelichting ingevoegd, luidende:

Algemene toelichting 1 Inleiding 1.1 De algemene toelichting De toelichting op het omgevingsplan bestaat uit twee onderdelen. Een algemeen deel en een artikelsgewijs deel. In het algemene deel van de toelichting wordt inzicht gegeven in de juridische aard en opbouw van het omgevingsplan. In het artikelsgewijs deel kan per artikel worden uitgelegd wat de concrete strekking ervan is, en met het oog op welke specifieke doelen de regels in het artikel zijn gesteld. U leest nu de algemene toelichting van het omgevingsplan gemeente Doetinchem. In deze algemene toelichting wordt ingegaan op: • Het omgevingsplan als instrument op basis van de Omgevingswet met bijbehorende juridische aspecten en relatie met andere instrumenten en wet- en regelgeving; • De opbouw van het omgevingsplan van de gemeente Doetinchem; • De wijzigingen van het omgevingsplan van de gemeente Doetinchem

2 Het omgevingsplan als instrument 2.1 Het (juridisch) karakter van het omgevingsplan Artikel 2.4 van de Omgevingswet schrijft voor dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. De regels in het omgevingsplan gaan altijd over activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Een voorbeeld is het bouwen van een woonwijk, waardoor de ruimtelijke inrichting van een gebied verandert. Of het kappen van bomen, waardoor de omgeving minder groen wordt. Het omgevingsplan is daarmee juridisch primair bepalend voor de vraag welke activiteiten op welke locatie, en onder welke voorwaarden kunnen plaatsvinden. Die regels samen moeten er zorg voor dragen dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het omgevingsplan doet daarmee wat voorheen in bestemmingsplannen werd geregeld. Het omgevingsplan heeft echter een bredere reikwijdte dan het bestemmingsplan. Het omgevingsplan

61

kent niet de begrenzing van ‘een goede ruimtelijke ordening’. Het kan namelijk regels bevatten die over heel de fysieke leefomgeving gaan. Ook regels die we kennen uit een gemeentelijke verordening, zoals de bomenverordening. Het omgevingsplan beperkt zich dus niet tot planologische aspecten. Maar is wel altijd gericht op regels over activiteiten met mogelijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving. Met de aard en inhoud is het omgevingsplan het instrument waarmee ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in regels worden uitgewerkt. En zodoende in juridisch bindende regels tot uitvoering worden gebracht. Het omgevingsplan (en een wijziging daarvan) bestaat juridisch uit twee onderdelen: de regeling en het besluit.

De regeling

Het onderdeel 'regeling' bestaat uit het volgende: • De regels van het omgevingsplan – juridisch bindend • De geografische informatieobjecten - juridisch bindend • Bijlagen bij de regels van de regeling - juridisch bindend • Een algemene toelichting - niet-juridisch bindend • Een artikelsgewijze toelichting (niet verplicht) - niet-juridisch binden

Het besluit

Het onderdeel 'besluit' bestaat uit het volgende: • Besluit en wijzigbijlage (document met inhoud van de (wijziging van de) regeling) • Toelichting op het besluit • Motivering (inhoudelijke onderbouwing van het besluit) • Bijlagen bij besluit

2.2 Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties Een belangrijk onderdeel van de zorg voor de fysieke leefomgeving betreft het verenigen van het gebruik en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving met het belang van een goede kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Bij het vinden van een balans tussen ‘beschermen en benutten’ van de fysieke leefomgeving speelt een evenwichtige toedeling van functies aan locaties een cruciale rol. De Omgevingswet stelt dat het daarvoor nodig is dat het omgevingsplan in elk geval de regels bevat die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het evenwichtig toedelen van functies aan locaties is het basisvereiste dat in de wet wordt gesteld aan het omgevingsplan. Dit wordt volgens de wetgever bereikt door activiteiten onderling evenwichtig over locaties te reguleren. Regels die bepalen waar wonen is toegestaan, of een kantoor, of onder welke voorwaarden een café mag worden geëxploiteerd, regels die bepalen waar bebouwing mag komen en hoe hoog die mag worden, regels die een gemeentelijk monument of archeologische of natuurwaarden moeten beschermen, regels over milieubelastende activiteiten of regels over het kappen van bomen; ze dragen allemaal bij aan de evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

De gemeente hoeft niet alle regels die bijdragen aan het bereiken van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan op te nemen. Regels van het Rijk, de provincies en de waterschappen dragen ook bij aan een evenwichtige regulering van activiteiten. Bij het vaststellen van het omgevingsplan moet de gemeente hier rekening mee houden. Dat geldt ook voor de regels die een gemeente in andere verordeningen heeft gesteld. Het is niet nodig – en soms ook niet mogelijk – om regels te stellen in het omgevingsplan die ergens anders al zijn gesteld. Zie 2.4. Al die regels samen dragen bij aan het tot stand te brengen evenwicht.

2.3 De relatie met andere instrumenten Omgevingsvisie

in de omgevingsvisie legt de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast. Daaruit blijkt hoe de gemeente de fysieke leefomgeving wil ‘beschermen

62

en benutten’. De gemeente stelt één omgevingsvisie voor het hele grondgebied vast. De ambities en beleidsdoelen zoals opgenomen in de omgevingsvisie, worden in het omgevingsplan verder uitgewerkt in (juridisch bindende) regels voor de fysieke leefomgeving. De gemeenteraad van de gemeente Doetinchem heeft een omgevingsvisie vastgesteld. Deze is te raadplegen via het omgevingsloket en via https://www.doetinchem.nl/omgevingsvisie.

Programma

Via een vrijwillig programma kan de gemeente (het college van burgemeester en wethouders) beleid uit de omgevingsvisie concreter invullen voor specifieke gebieden, sectoren of onderwerpen. Het programma is zelfbindend. Dit betekent dat het alleen de gemeente zelf bindt. In een programma kunnen maatregelen zitten die vertaald moeten worden in regels in een omgevingsplan. De gemeente Doetinchem heeft (op dit moment) geen vrijwillige programma’s die van invloed zijn op de inhoud van het omgevingsplan. In het omgevingsplan kunnen zogenaamde omgevingswaarden opgenomen zijn. Met een omgevingswaarde kan, om uitvoering te geven aan de omgevingsvisie, de gewenste kwaliteit voor de fysieke leefomgeving worden vastgelegd. Het gaat dan bijvoorbeeld om waarden voor de luchtkwaliteit of de waterkwaliteit. Bij een (dreigende) overschrijding van een omgevingswaarde moet verplicht een programma worden opgesteld met maatregelen. Om te gaan en blijven voldoen aan de omgevingswaarde. In het omgevingsplan zijn (op dit moment) geen omgevingswaarden opgenomen.

Omgevingsvergunning

Wanneer de gevolgen van een activiteit voor de fysieke leefomgeving groot kunnen zijn, en de specifieke situatie van het geval bij de beoordeling van die gevolgen een rol speelt, is een voorafgaande beoordeling door een bestuursorgaan soms echter noodzakelijk. Dat kan worden geborgd in de vorm van een vergunningplicht. Met een omgevingsvergunning kunnen burgers, bedrijven en overheden toestemming vragen om activiteiten in de leefomgeving uit te voeren. In het omgevingsplan is opgenomen wanneer sprake is van een vergunningplicht en op basis van welke beoordelingsregels een aanvraag omgevingsvergunning wordt beoordeeld. Daarnaast kunnen ook vergunningsplichten zijn opgenomen in de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening. Ook in de Omgevingswet zelf, het Besluitactiviteiten leefomgeving (Bal) en Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) kunnen vergunningsplichten zijn opgenomen.

2.4 Regels in en naast het omgevingsplan Hoewel inzichtelijkheid, voorspelbaarheid en gebruiksgemak belangrijke doelen van de Omgevingswet zijn, komen niet alle voor een burger relevante regels in het omgevingsplan terecht. Welke regels verplicht in het omgevingsplan opgenomen moeten worden, opgenomen mogen worden of juist niet opgenomen mogen worden, is geregeld in het Omgevingsbesluit.

Verplicht opnemen in het omgevingsplan

Voor regels over activiteiten die onderdelen van de fysieke leefomgeving wijzigen geldt dat deze alleen in het omgevingsplan mogen worden opgenomen (artikel 2.1, eerste lid Omgevingsbesluit). Bij het wijzigen van onderdelen van de fysieke leefomgeving gaat het om directe fysieke ingrepen door de mens in de tastbare leefomgeving, zowel boven- als ondergronds. Gedacht kan worden aan activiteiten als bouwen en slopen, kappen van bomen, ontsieren van een monument, aanleggen van een (uit)weg, aanleggen van buisleidingen, aanbrengen van zichtbare reclame of plaatsen van een hekwerk, het plaatsen van een ondergrondse afvalcontainer en het opspuiten van zand. De woorden 'wijzigen van onderdelen van de fysieke leefomgeving' impliceren dat het gaat om activi-

63

teiten die een blijvende en tastbare verandering van de fysieke leefomgeving teweegbrengen. Het plaatsen van een bouwwerk moet altijd worden gezien als een wijziging van de fysieke leefomgeving, ook als het om een tijdelijk bouwwerk gaat. Dit omdat elk bouwwerk op grond van artikel 1.2, tweede lid, van de Omgevingswet tot de fysieke leefomgeving behoort.

Opnemen in het omgevingsplan niet noodzakelijk

Regels over gebruik van de fysieke leefomgeving zonder dat dat gebruik de fysieke leefomgeving wijzigt, vallen buiten de verplichte opname. Dergelijke regels mogen wel in het omgevingsplan worden opgenomen, maar het is niet noodzakelijk.

Opnemen in omgevingsplan niet mogelijk

Sommige regels over onderwerpen of activiteiten die 'aanleunen' tegen de fysieke leegomgeving mogen niet in het omgevingsplan worden opgenomen. Het gaat in hoofdlijnen om regels op het gebied van openbare orde en veiligheid en belastingmaatregelen. Bovendien zullen er naast het omgevingsplan ook andere gemeentelijke verordeningen van toepassing blijven.

Regels van Rijk, provincie en waterschap

Naast het omgevingsplan (en wijzigingen daarvan) blijven er ook regelingen van Rijk, provincie en waterschappen die rechtstreeks bindende regels bevatten.

3 Het omgevingsplan van rechtswege 3.1 Introductie Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 heeft iedere gemeente, en dus ook de gemeente Doetinchem, een omgevingsplan van rechtswege. Dit omgevingsplan van rechtswege bestaat uit een tijdelijk en nieuw deel.

3.2 Het tijdelijk deel Het tijdelijk deel bestaat van het omgevingsplan van rechtswege bestaat uit: • De bruidsschat. Dit zijn rijksregels voor activiteiten die met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn overgedragen aan gemeenten. Omdat deze regels op dat moment ook automatisch onderdeel zijn geworden van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, hebben ze hun werking behouden. De bruidsschat bestaat uit begripsbepalingen in hoofdstuk 1 en regels voor activiteiten in hoofdstuk 22 van het omgevingsplan gemeente Doetinchem, te raadplegen via het omgevingsloket (https://omgevingswet.overheid.nl/home). Het is aan gemeenten om deze voormalige rijksregels naar eigen behoefte wel of niet aan te passen en te verwerken in het nieuwe deel van het omgevingsplan. De gemeenteraad van de gemeente Doetinchem heeft op 26 oktober 2023 besloten de bruidsschat niet direct te gaan aanpassen. Alleen waar dat nodig is om strijdigheden tussen wet- en regelgeving op te lossen. • Bestaande ruimtelijke regels. Dit zijn bestemmingsplannen, wijzigingsplannen, uitwerkingsplannen, beheerverordeningen, voorbereidingsbesluiten inclusief tracébesluiten die als voorbereidingsbesluit gelden, inpassingsplannen en exploitatieplannen.

Concreet betekent dit dat bijvoorbeeld het bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied – 2021’ en de beheersverordening ‘Landelijk gebied – 2020, reparatie 2022’ onderdeel is van het tijdelijk deel van het omgevingsplan (van rechtswege). Maar ook bestemmingsplannen die voor specifieke locaties zijn opgesteld. Bestemmingsplannen die vóór 1 januari 2024 als ontwerp in procedure zijn gebracht, kunnen na 1 januari 2024 worden afgerond op basis van wet- en regelgeving die gold voor

64

•

•

de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Deze plannen worden ook onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. De bestaande ruimtelijk regels staan gepubliceerd op en zijn te vinden via het omgevingsloket (https://omgevingswet.overheid.nl/home). De gemeentelijke erfgoedverordening, geurverordening en verordening afvoer regen- en grondwater. De gemeente Doetinchem heeft geen van deze verordeningen. Daarom bestaat het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Doetinchem niet uit de genoemde verordeningen. Naast bovengenoemde zaken bestaat het omgevingsplan van rechtswege van de gemeente Doetinchem ook uit een ‘Besluit over gebied of categorieën bouwwerken waar geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn (artikel12 lid 2 Woningwet), hogere waarde besluiten (artikel 110a Wet geluidshinder) en vastgestelde veiligheidscontouren (artikel 14 Besluit externe veiligheid inrichtingen). Deze zijn niet via het omgevingsloket of via de landelijke voorziening ruimtelijkeplannen.nl te raadplegen.

3.3 Het nieuwe deel Op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet was het nieuwe deel in feite leeg. Met uitzondering van eventuele voorbereidingsbesluiten op basis van het overgangsrecht. De regels in het nieuwe deel komen deels tot stand door bestaande regels uit het tijdelijk deel om te zetten naar het nieuwe deel. Daarnaast worden in het nieuwe deel nieuwe regels opgenomen voor concrete ruimtelijke ontwikkelingen, gemeentelijke verordeningen en beleid.

3.4 Overgangsfase tot 2032 Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het tijdelijke deel van het omgevingsplan en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. Dit wordt ook wel de transitiefase genoemd. Het opnemen van regels in het nieuwe deel van het omgevingsplan gebeurt met een wijzigingsbesluit. De regels in zo'n besluit moeten voldoen aan de eisen van de Omgevingswet. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden direct opgenomen in het nieuwe deel van het omgevingsplan. Deze regels moeten direct voldoen aan de eisen van de Omgevingswet.

4 Het omgevingsplan gemeente Doetinchem 4.1 De structuur van het omgevingsplan Het omgevingsplan gemeente Doetinchem is in algemene zin opgebouwd vanuit de wetenschap dat iedereen via het Omgevingsloket de regels kan raadplegen die gelden op een locatie. En daarvoor niet het omgevingsplan als omgevingsdocument in het geheel hoeft te raadplegen. Dit betekent allereerst dat het omgevingsplan van de gemeente Doetinchem als omgevingsdocument is opgebouwd met het oog op de beheersbaarheid door planmakers. Daarnaast betekent dit ook dat de opbouw van het omgevingsplan qua volgordelijkheid is afgeleid van de manier waarop regels in het Omgevingsloket worden getoond. Tot slot betekent bovenstaande dat aan de regels van het omgevingsplan zo veel als mogelijk werkingsgebieden zijn verbonden en voorzien zijn van kenmerken. Om zo voor burgers, bedrijven, maatschappelijke organisatie én ook plantoetsers (via het omgevingsloket) duidelijkheid te bieden welke regels op een locatie gelden en voor welke activiteiten en werkzaamheden gelden. Tegelijkertijd is dit een blijvende doorontwikkeling van het omgevingsplan.

Hoofdstuk1: ALGEMENE BEPALINGEN

Dit hoofdstuk bevat artikelen ter verwijzing naar geldende bijlagen met begrippen en meet- en rekenbepalingen voor uitlegbaarheid en interpretatie van in het omgevingsplan opgenomen regels. Ook is vanuit het oogpunt van rechtszekerheid overgangsrecht opgenomen i.r.t. legaal gebruik en legale bouwwerken.

Hoofdstuk 2: DOELEN REGELS OMGEVINGSPLAN

65

Dit hoofdstuk bevat in algemene zin de doelen waarvoor in het omgevingsplan zijn of kunnen zijn opgenomen. Dit betekent dat alle regels in ieder geval als doel hebben een evenwichtige toedeling van functies aan locatie te bereiken. Daarnaast kunnen regels ook in het omgevingsplan zijn opgenomen met het oog op het bredere maatschappelijke doel van de Omgevingswet. Dit betekent dat regels in het omgevingsplan niet per definitie moeten bijdragen aan allee doelen die genoemd zijn in relatie tot het maatschappelijke doel van de Omgevingswet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8101/documents/48036