CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

01_Vast te stellen wijzigingsbesluit omgevingsplan 2024-1G.pdf

gemeenteraad 24 oktober 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 5.2: Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2024 - 1G31.531 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Hoofdstuk 3: GERESERVEERD

Hoofdstuk 4: REGELS OVER BIJZONDERE GEBIEDEN In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen die verbonden zijn aan waardegebieden, beperkingengebieden en aandachtsgebieden. De paragraaf waardengebieden bevat regels die bepaalde waarden dan wel kwaliteiten in de fysieke leefomgeving moeten borgen. Het gaat bijvoorbeeld over archeologie, het Gelders Natuurnetwerk en cultuurhistorie. De paragraaf beperkingenbieden bevat regels die het gebruik van gronden en bouwen van bouwwerken kunnen beperken. Het gaat bijvoorbeeld om regels die verbonden zijn aan de aanwezigheid van leidingen, riolering en risicobronnen. In de paragraaf aandachtsgebieden kunnen gebieden met bijbehorende regels worden opgenomen die, in relatie tot externe veiligheid, een veilige leefomgeving moeten waarborgen. Daarnaast kan het gaan om gebieden waarbinnen het geluid op geluidgevoelige gebouwen ondanks aanwezigheid van verkeerswegen, spoorwegen en/of industriegebieden aanvaardbaar moet zijn.

Hoofdstuk 5: ALGEMENE REGELS OVER GEBRUIK EN/OF BOUWEN Dit hoofdstuk bevat allereerst regels over indieningsvereisten en beoordelingsregels. In hoofdstuk 22 staan indieningsvereisten c.q. aanvraagvereisten en beoordelingsregels voor bepaalde activiteiten die vanuit voormalige regelingen van het Rijk zijn overgedragen aan gemeenten. Deze worden met regels in dit hoofdstuk onverkort van toepassing verklaart voor dat wat, voor zover relevant, in de overige hoofdstukken is geregeld over activiteiten. Tegelijkertijd kunnen voor het indienen en beoordelen van een omgevingsplanactiviteit ook andere c.q. aanvullende gemeentelijke indieningsvereisten en beoordelingsregels van toepassing zijn. Met regels in dit hoofdstuk wordt de verhouding tussen indieningsvereisten c.q. aanvraagvereisten en beoordelingsregels in hoofdstuk 22 en overige hoofdstukken van het omgevingsplan geregeld. Op termijn worden de regels uit hoofdstuk 22 geintergreerd in andere hoofdstukken van het omgevingsplan. Daarnaast bevat het hoofdstuk algemene bouw- en gebruiksregels. Dit zijn dus regels die in algemene zin voor een ieder/voor elke situatie geldt.

Hoofstuk 6: FUNCTIEGERELATEERDE REGELS OVER GEBRUIK VAN GRONDEN EN BOUWWERKEN In dit hoofdstuk staan per functie (bijvoorbeeld Wonen, Groen, Verkeer, Detailhandel) regels over het algemeen toegestane gebruik van gronden en bouwwerken. Ook is opgenomen in welke gevallen met een omgevingsvergunning als binnenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden afgeweken van regels. Om inzicht te geven in hoe een verzoek daarvoor wordt beoordeeld, zijn bij iedere omgevingsplanactiviteit beoordelingsregels opgenomen. Ook is opgenomen of bepaalde gegevens en bescheiden worden verwacht om tot een beoordeling te kunnen komen. Dit zijn de indieningsvereisten.

Hoofdstuk 7: REGELS OVER BOUWEN, INSTANDHOUDEN EN GEBRUIKEN VAN BOUWWERKEN In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen die gaan over het bouwen, instandhouden en gebruiken van bouwwerken. Binnen dit hoofdstuk zijn algemene regels opgenomen en regels die gelden voor specifieke locaties. Ook is opgenomen in welke gevallen met een omgevingsvergunning als binnenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden afgeweken van regels. Om inzicht te geven in hoe een verzoek daarvoor wordt beoordeeld, zijn bij iedere omgevingsplanactiviteit beoordelingsregels

66

opgenomen. Ook is opgenomen of bepaalde gegevens en bescheiden worden verwacht om tot een beoordeling te kunnen komen. Dit zijn de indieningsvereisten.

Hoofdstuk 8: REGELS OVER HET UITVOEREN VAN WERKEN, NIET ZIJNDE EEN BOUWWERK, OF VAN WERKZAAMHEDEN In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen die gaan over het uitvoeren van werken en werkzaamheden, bijvoorbeeld het aanleggen verhardingen en beplantingen.

Hoofdstuk 9: REGELS OVER MILIEU In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen die gaan over onderwerpen die gaan over milieu, zoals geur en geluid. Daarmee wordt mede met dit hoofdstuk het thema milieu geintergreerd in het omgevingsplan. Dit hoofdstuk zal gedurende de periode tot 2032 verder vulling krijgen met regels die gaan over milieu(belastende activiteiten).

Hoofdstuk 10 tot en met 21: Gereserveerd Deze hoofdstukken zijn gereserveerd voor toekomstige invulling.

Hoofdstuk 22: ACTIVITEITEN (de Bruidsschat) Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een groot aantal rijksregels overgedragen aan gemeenten. Die overdracht vond plaats met de zogenaamde bruidsschat. Deze bruidsschat is van rechtswege toegevoegd aan het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Op 25 maart 2023 heeft de gemeente Doetinchem deze voormalige rijksregels technisch in beheer genomen (juridisch geldend vanaf 27 maart 2023).

Hoofstuk 23: Slotbepalingen De slotbepalingen bevat de citeertitel van het omgevingsplan van de gemeente Doetinchem.

Bijlage I Overzicht informatieobjecten Dit onderdeel van het omgevingsplan bevat een overzicht van locaties die het werkingsgebied van een juridische regel of tekst vastlegt. Door in de tekst van het omgevingsplan naar het informatieobject te verwijzen krijgt het informatieobject juridische status en is het dus juridisch bindend.

Bijlage II BIJ ARTIKEL 1.1, TWEEDE LID, VAN DIT OMGEVINGSPLAN, BEGRIPSBEPALINGEN Dit onderdeel van het omgevingsplan bevat de definitie van begrippen die voorkomen in regels in hoofdstuk 22 in het omgevingsplan. Dit draagt bij aan de uitlegbaarheid en interpretatie van regels.

Bijlage III Begrippen Dit onderdeel van het omgevingsplan bevat de definitie van begrippen die worden gebruikt in de regels die zijn opgenomen in het omgevingsplan. Dit draagt bij aan de uitlegbaarheid en interpretatie van regels.

67

Bijlage IV Overzicht Documentenbijlagen Dit onderdeel van het omgevingsplan bevat bijlagen die verbonden zijn aan regels in het omgevingsplan. Door in regels van het omgevingsplan naar de bijlage te verwijzen krijgt het de bijlage juridische status en is het dus juridisch bindend.

Toelichting (algemeen en artikelsgewijs) De toelichting op het omgevingsplan bestaat uit twee onderdelen. Een algemeen deel en een artikelsgewijs deel. In het artikelsgewijs deel kan per artikel worden uitgelegd wat de concrete strekking ervan is, en met het oog op welke specifieke doelen de regels in het artikel zijn gesteld. In sommige gevallen bevat die artikelsgewijze uitleg ook een juridische of beleidsmatige onderbouwing. De algemene en artikelsgewijze toelichting op het omgevingsplan zijn niet juridisch bindend.

4.2 Soorten regels in het omgevingsplan In de hoofdstukken waar regels over activiteiten worden gesteld, kan een onderscheid worden gemaakt tussen regels die gaan over: • Het toestaan met een omgevingsvergunning (omgevingsplanactiviteit); • Het toestaan zonder omgevingsvergunning (algemene regel); • Wat verboden is; • Waar op basis van een gebod aan voldaan moet worden; • het verstrekken van informatie aan het bestuursorgaan voorafgaand aan of tijdens het uitvoeren van activiteiten; • het doen van een melding bij het bestuursorgaan voorafgaand aan het uitvoeren van activiteiten, zodat het bestuursorgaan nog acties kan verrichten.

4.3 Kenmerken die horen bij regels Aan de juridische regels kunnen extra kenmerken worden gekoppeld. Dit wordt annoteren genoemd. Door juridische regels te annoteren wordt voor iedereen duidelijk op welke locatie een regel geldt. Daarnaast kan door het annoteren aan een juridische regel een activiteit gekoppeld en of sprake is van een verbod, gebod, vergunningplicht, meldingsplicht, informatieplicht of dat sprake is van een toestemmingsvrije activiteit. Vervolgens kan in het Omgevingsloket aan de hand van een begrijpelijke vragenboom worden nagegaan wat nodig is aan toestemmingen of meldingen om een werkzaamheid uit te mogen voeren. Daarmee wordt van een juridische regel een toepasbare regel gemaakt. Voor het annoteren van de juridische regels wordt gebruik gemaakt van de landelijke stelselcatalogus en bijbehorende IMOW-waardelijsten.

5 Wijzigen van het omgevingsplan gemeente Doetinchem 5.1 Introductie Het omgevingsplan gemeente Doetinchem kan om verschillende redenen (voor een specifieke locatie) worden gewijzigd. Bijvoorbeeld om een bepaalde ontwikkeling op een locatie mogelijk te maken of om beleid te verwerken. Om het omgevingsplan te wijzigen wordt een apart wijzigingsbesluit genomen.

5.2 Het wijzigingsbesluit Een wijzigingsbesluit heeft rechtsgevolgen. Die rechtsgevolgen moeten zowel bestuurlijk als juridisch worden gemotiveerd. Dat gebeurt in de motivering bij het wijzigingsbesluit. Deze motivering moet zorgdragen voor een deugdelijke motivering van het te nemen besluit. Voor die motivering maakt de gemeente Doetinchem van een onderbouwing. In die onderbouwing wordt door initiatiefnemer (ook gemeente) onderbouwd hoe een wijziging zich verhoudt tot beleid van het Rijk, provincie, waterschap en gemeente. En ook tot relevante omgevingsaspecten. Uit de onderbouwing moet blijken dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor deze motivering kan gebruik worden gemaakt van uitgevoerde onderzoeken. Zoals een akoestisch onderzoek, arche-

68

ologisch onderzoek of natuuronderzoek. In de motivering van het wijzigingsbesluit wordt samengevat ingegaan op de uitgevoerde onderbouwingen. Daarbij wordt met een permalink verwezen naar een gemeentelijke website. Daar zijn de onderbouwingen en bijbehorende onderzoeken, als op het besluit betrekking hebbende stukken, te raadplegen. Deze blijven raadpleegbaar totdat de ruimtelijke procedure is afgerond (onherroepelijk wijzigingsbesluit). Ook in de mededeling van een ontwerp wijzigingsbesluit of bekendmaking van een vastgesteld wijzigingsbesluit (digitale Gemeenteblad) staat vermeld via welke permalink deze stukken, de bijlagen bij de motivering, zijn in te zien.

5.3 Wijzigen op basis van een veegplan De gemeente Doetinchem wijzigt het omgevingsplan in principe op twee momenten per jaar. Voor meerdere locaties en/of onderwerpen wordt dan tegelijkertijd in één procedure en met één wijzigingsbesluit het omgevingsplan gewijzigd. Dit noemen we ook wel een veegplan. Op deze manier kan de onderlinge samenhang beter worden geborgd en kan met risico’s op samenloop beter worden omgegaan. Meer informatie hierover is te vinden via https://www.doetinchem.nl/omgevingsplan-wijzigen.

5.4 Gemeenteraad beslist, tenzijds gedelegeerd De gemeenteraad neemt in principe altijd het besluit over de vaststelling van een wijziging van het omgevingsplan. De gemeenteraad kan bepalen in welke gevallen de vaststelling door het college van burgemeester en wethouders kan plaatsvinden. Het (delegatie)besluit dat hierover door de gemeenteraad van de gemeente Doetinchem is genomen, is te vinden via https://www.officielebekendmakingen.nl/. Of over een wijziging van het omgevingsplan is besloten door de gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders, is zichtbaar in het opschrift van het besluit. Deze is voorzien van de letter ‘G’ als de gemeenteraad besluit en van de letter ‘C’ als het college van burgemeester en wethouders besluit. Bijvoorbeeld Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2024-1G.

5.5 Wijzigingen besloten door de gemeenteraad In deze paragraaf zijn de wijzigingen van het omgevingsplan gemeente Doetinchem opgenomen waarover door de gemeenteraad een besluit is genomen. Alle door de gemeenteraad vastgestelde wijzigingen zijn te raadplegen via www.officielebekendmakingen.nl en www.omgevingswet.overheid.nl.

Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2024-1G

Met dit wijzigingsbesluit zijn voor de volgende locaties de regels in het omgevingsplan gewijzigd: Planonderdelen Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2024-1G

69

Locatie

Inhoud

Terborgseweg naast 119 Doetinchem

Realisatie van 54 woningen

IJzevoordseweg 7 Doetinchem

Realisatie van 1 woning in combinatie met sloop van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen

Broekhuizerstraat 10, 10a, 10b Wehl

Vormverandering en vergroting agrarische bouwvlak waarvan een deel wordt uitgesloten van het houden van landbouwhuisdieren en andere activiteiten die geur veroorzaken

Gehele grondgebied

Verwerking instructieregels grondwaterkwaliteit provincie Gelderland

5.6 Wijzigingen besloten door het college van burgemeester en wethouders In deze paragraaf zijn de wijzigingen van het omgevingsplan gemeente Doetinchem opgenomen waarover door het college van burgemeester en wethouders een besluit is genomen. Alle door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde wijzigingen zijn te raadplegen via www.officielebekendmakingen.nl en www.omgevingswet.overheid.nl. <<gereserveerd>> X Na sectie ' Begripsbepalingen' worden vijftien secties ingevoegd, luidende:

Artikel 1.2 lid 2 De pons is een technische toepassing om besluiten zoals genoemd in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m Invoeringswet Omgevingswet te verwijderen. Op dit moment is het software technisch nog niet mogelijk om de pons toe te passen. Daarom wordt er in lid 2 een regel opgenomen om de besluiten zoals genoemd in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m Invoeringswet Omgevingswet niet van toepassing te verklaren.

Artikel 4.4 Nieuwe risicobronnen Dit verbod geldt met het oog op het uitsluiten van nieuwe activiteiten met een externe veiligheidsrisico en daarmee het beschermen van (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties en zeer kwetsbare gebouwen.

Artikel 5.10 lid 4 Dit lid maakt een uitzondering op de algemene regel van lid 1 met betrekking tot de maatvoering van bestaande bouwwerken. Voor bestaande woningen en bedrijfswoningen in het buitengebied geldt een maximale toegestane inhoud van 750 kubieke meter (m3). Dit betekent dat, ongeacht de afwijkingen van de bouwregels in het omgevingsplan, deze woningen of bedrijfswoningen niet groter mag zijn dan de vastgestelde 750 m³. Als een bestaande woning of bedrijfswoning nog niet de maximale inhoud van 750 m³ heeft bereikt, is uitbreiding tot deze grens toegestaan. Dit biedt eigenaren de flexibiliteit om hun woning of bedrijfswoning aan te passen of uit te breiden, zolang de uiteindelijke inhoud de 750 m³ niet overschrijdt.

Artikel 5.10 lid 5 Dit lid biedt een specifieke uitzondering op de bouwregels die zijn vastgelegd in lid 1, met betrekking tot de hoogte van woningen en bedrijfswoningen in het buitengebied. In het lid is bepaald dat, ondanks de bestaande maatvoering van een bouwwerk, een woning of bedrijfswoning in het buitengebied een maximale goothoogte van 4,5 meter en een maximale bouwhoogte van 10 meter mag hebben. Als een bestaande woning of bedrijfswoning nog niet de maximale hoogte heeft bereikt, is uitbreiding tot deze grens toegestaan. Dit biedt eigenaren de flexibiliteit om hun woning of bedrijfswoning aan te passen of uit te breiden, zolang de uiteindelijke hoogte de aangegeven grenzen niet overschrijdt.

Artikel 6.13 Geur - emissiepunten en emissiebronnen verboden Het doel van dit artikel is om te voldoen aan de minimale afstand die geldt tussen specifieke geurveroorzakende activiteiten en geurgevoelige gebouwen. Met het in acht nemen van deze minimale afstand wordt geur op geurgevoelige gebouwen afkomstig van de Broekhuizerstraat 10 aanvaardbaar geacht. Dit draagt bij aan het voorkomen van geurhinder en daarmee aan een betere leefomgeving.

70

Artikel 6.34 Parkeren Terborgseweg naast 119 Doetinchem Dit artikel heeft betrekking op de parkeervoorzieningen binnen het gebied Besluitgebied - Terborgseweg naast 119 in Doetinchem. Het doel van dit artikel is om specifieke parkeernormen en -voorwaarden vast te stellen, die afwijken van de algemene bepalingen in dit omgevingsplan. Deze afwijkingen zijn bedoeld om aan de parkeerbehoeften van het gebied te voldoen en een functionele en efficiënte parkeeroplossing te bieden.

Subparagraaf 6.4.5.1 Bergingscapaciteit hemelwater De artikelen binnen deze subparagraaf zijn gericht op het waarborgen van voldoende bergingscapaciteit voor hemelwater. Deze artikelen stellen eisen aan de waterberging en -infiltratie om wateroverlast te voorkomen en het regenwater duurzaam te beheren. Dit draagt bij aan de klimaatbestendigheid van het gebied en voorkomt mogelijke schade door hevige regenval.

Subparagraaf 6.4.5.2 Landschappelijke inpassing Deze subparagraaf is gericht op de landschappelijke inpassing van bouwwerken en gronden. Het doel is om ervoor te zorgen dat nieuwe ontwikkelingen harmonisch worden geïntegreerd in het bestaande landschap, waardoor de ruimtelijke kwaliteit en esthetiek van het gebied worden behouden of verbeterd.

Artikel 9.3 Terborgseweg naast 119 Doetinchem Afwijken standaardwaarde geluid In het omgevingsplan worden nieuwe geluidgevoelige gebouwen toegelaten waarbij het geluid op de gevels van de gebouwen hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in tabel 5.78t Bkl. Het gezamenlijke geluid op de gevel van de geluidgevoelige gebouwen is bepaald (zie akoestisch onderzoek) en in het omgevingsplan vastgelegd. Geluidbeperkende maatregelen Een overschrijding van de standaardwaarde voor geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen wordt toegelaten, omdat er geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen. Het geluid op de gevel van de geluidgevoelige gebouwen is niet hoger dan de grenswaarde, bedoeld in tabel 5.78u Bkl. Er worden geen (aanvullende) geluidreducerende maatregelen aan de bron of in de overdracht toegepast om de overschrijding van de standaardwaarde voor geluid te verlagen of teniet te doen. Het toepassen van een geluidreducerend wegdektype is voor dit plan niet financieel doelmatig en stuit ook tegen bezwaren van civieltechnische aard. Een geluidreducerend wegdektype wordt uit civieltechnisch oogpunt namelijk niet toegepast nabij kruispunten van wegen vanwege wringend verkeer. Daarbij gaat het om een relatief kort stuk weg waardoor de kosten niet opwegen tegen de baten.

Het terugbrengen van de geldende maximale verkeerssnelheid om het geluid op de gevel terug te dringen ligt niet voor de hand gezien het karakter van de weg. Daarbij ligt het bouwplan al nabij een kruispunt waardoor de verkeerssnelheid al overwegend lager ligt dan de geldende maximum snelheid. Het realiseren van geluidscherm of grondwal als geluidreducerende overdrachtsmaatregel in dit binnenstedelijke plan stuit op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige aard. Het vergroten van de afstand van de gevels van nieuwe geluidgevoelige gebouwen tot de wegen zal slechts een geringe geluidreductie opleveren. Bovendien is het vergroten van de afstand om aan de standaardwaarde te voldoen niet mogelijk gezien de beschikbare ruimte. Geluidwering gevels Vanwege het gezamenlijke geluid op de gevels van de nieuwe geluidgevoelige gebouwen gelden aanvullende eisen aan de geluidwering conform artikel 4.103 Bbl. De benodigde geluidwering van de gevel kan bij de aanvraag van de omgevingsvergunning bouwactiviteit opnieuw worden bepaald. Door veranderde omstandigheden kan er een lagere of juist een hogere geluidwering nodig zijn.

71

Geluidluwe gevel Een geluidluwe gevel is een gevel die ten opzichte van de andere gevels van een geluidgevoelig gebouw relatief weinig wordt belast door geluid. Dit is het belang van het beschermen van de gezondheid. Er worden maatregelen getroffen aan de gebouwen, zodat alle woningen in het bezit zijn van een geluidluwe gevel. Aanvaardbaarheid gecumuleerd geluid Het bouwplan ligt in de oksel van de Terborgseweg en de Oostelijke Randweg. Dit zijn relatief drukke wegen in binnenstedelijk gebied. Vanwege wegverkeerslawaai ligt het toestaan van een woonfunctie minder voor de hand, maar er is een groot maatschappelijk belang naar de komst van nieuwe woningen. Het gecumuleerde geluid op de gevels van de geluidgevoelige gebouwen is aanvaardbaar. Op de gevels van de gebouwen die grenzen aan de Terborgseweg en Oostelijke Randweg is de geluidbelasting weliswaar hoog, maar door het ontwerp en het toepassen van bouwkundige maatregelen zijn er ook geluidluwe gevels. Hierdoor is het akoestische klimaat en daarmee het woon- en leefklimaat op veel punten in het bouwplan te kwalificeren als goed tot redelijk goed.

Artikel 9.5 Waarom gelden deze regels? Voor het bereiken van de grondwatergerelateerde doelen uit de Europese kaderrichtlijn water en de grondwaterrichtlijn is het nodig om de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen te beschermen en te verbeteren. Gelet op dat oogmerk is het dan nodig om onder de Omgevingswet extra regels te stellen voor rechtstreeks lozen in het grondwater en lozen van grondwater bij graven in verontreinigde bodem.

Artikel 9.6 Wanneer gelden deze regels? Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van water op of in de bodem waarbij er verontreinigende stoffen zonder doorsijpeling door de bodem of ondergrond in het grondwater komen. Een rechtstreekse lozing naar het grondwater waarbij er geen sprake is van doorsijpeling in de bodem zal veelal geschieden door het lozen via een pijp die de bodem boven het grondwaterpeil als het ware omzeild. Deze paragraaf is van toepassing op alle lozingen, ongeacht van welke activiteit het water afkomstig is of waar de activiteit al dan niet gereguleerd is.Lozen van water wordt in juridische zin als begrip gebruikt indien men zich van dat water wil ontdoen en er geen ander (rechtstreeks daaraan verbonden) doel mee dient. Deze regels zijn dus niet van toepassing op grondwateronttrekkingen waarbij water in de bodem gebracht wordt ter aanvulling van het grondwater (in samenhang met het onttrekken). Deze zogenaamde infiltraties hebben als doel om de grondwatervoorraad aan te vullen met als oogmerk om het ingebrachte water later weer te onttrekken. Het onttrekken van grondwater en de infiltratie van water valt onder de wateronttrekkingsactiviteiten en kent de provincie of de waterbeheerder als bevoegd gezag. Er zijn aparte regels die ervoor zorgen dat een dergelijke infiltratie niet leidt tot verontreiniging van het grondwater

Artikel 9.7 Verbod op rechtstreeks lozen in het grondwater De kaderrichtlijn water verplicht, in artikel 11, onder j, de lidstaten er zorg voor te dragen dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd worden in het grondwater. Voor inwerkingtreding van de Omgevingswet zorgde artikel 2.2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, artikel 2.2 van het Besluit lozen buiten inrichtingen en artikel 3 van het Besluit lozen huishoudelijk afvalwater ervoor dat bij een lozing op of in de bodem niet rechtstreeks in het grondwater geloosd werd. Met inwerkingtreding van de Omgevingswet zorgt dit artikel voor het benodigde verbod op rechtstreekse lozing van verontreinigende stoffen in het grondwater.

Artikel 9.8 Maatwerkvoorschrift In de kaderrichtlijn water zijn in artikel 11, onder j, een aantal situaties benoemd waar onder voorwaarden alsnog een rechtstreekse lozing in het grondwater kan worden toegestaan, mits de milieudoelstelling voor het grondwaterlichaam niet bedreigd wordt. Daarom is er een mogelijkheid geboden

72

om een rechtstreekse lozing in het grondwater alsnog toe te staan met een maatwerkvoorschrift als wordt voldaan aan de voorwaarden van de kaderrichtlijn water

Artikel 9.9 Wanneer gelden deze regels? Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van grondwater afkomstig van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit als bedoeld in artikel 3.48f van het Besluit activiteiten leefomgeving. Derhalve gaat het alleen om situaties waarbij het bodemvolume waarin gegraven wordt meer is dan 25 m³.

Artikel 9.10 Lozen van grondwater bij graven in verontreinigde bodem Dit artikel zorgt ervoor dat de regels voor het lozen van grondwater op of in de bodem afkomstig van saneren, als bedoeld in artikel 22.139 van dit omgevingsplan, van overeenkomstige toepassing zijn op het lozen van afvalwater dat afkomstig is van het graven in verontreinigende bodem. De kans is immers groot dat het grondwater dat daarbij vrijkomt verontreinigende stoffen bevat, net als het grondwater dat vrijkomt bij het saneren van een verontreiniging. Onder de Wet bodembescherming diende door de initiatiefnemer bij het graven in verontreinigde bodem een melding gedaan te worden en kwam die initiatiefnemer automatisch in het saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van grondwater afkomstig van een sanering van toepassing waren.Onder de Omgevingswet bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de bodem geloosd wordt. Deze regels zorgen ervoor dat er voor grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.

73

Toelichting 1 Argumenten wijzigen omgevingsplan De onderbouwing waarom het omgevingsplan wordt gewijzigd voor de locaties en/of onderwerpen die genoemd zijn in de aanhef, is opgenomen inhet document 'Toelichting planonderdelen wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2024-1G'. Dit document is te raadplegen via https://www.doetinchem.nl/wijziging-2024-1G. Daarnaast wordt verwezen naar het raadsvoorstel en 'Nota van aanpassingen'. Deze zijn als bijlagen aan dit besluit toegevoegd.

74

Motivering 1 Raadplegen op besluit betrekking hebbende stukken De stukken die betrekking hebben op het 'wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 20241G' en dienen ter onderbouwing van het besluit zijn tijdens de procedure, tot het wijzigingsbesluit onherroepelijk is, te raadplegen via https://www.doetinchem.nl/wijziging-2024-1G.

2 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Voor de onderdelen van het 'wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2024-1G' zijn, voor zover nodig, onderbouwingen opgesteld. Hierin is onderbouwd hoe de wijziging van het omgevingsplan zich verhoudt tot beleid van het Rijk, provincie, waterschap en gemeente. Dit geldt ook voor instructieregels van Rijk en/of provincie. Daarnaast zijn in de onderbouwingen relevante omgevingsaspecten beschreven en zijn uitkomsten van eventueel onderzoek opgenomen. Op basis van de opgestelde onderbouwingen en bijbehorende bijlagen is geconcludeerd dat wordt voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De opgestelde onderbouwingen en, voor zover van toepassing, bijbehorende onderzoeken zijn op het besluit betrekking hebbende stukken.

Broekhuizerstraat 10, 10a, 10b Wehl

Voor de Broekhuizerstraat 10, 10a, 10b in Wehl zijn er geen regels opgenomen voor geluid van activiteiten op geluidgevoelige gebouwen of voor geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. De Bruidsschat is ook voor dit specifieke plan van toepassing. Voor dit specifieke plan voldoen de regels uit de Bruidsschat over geluid en geur namelijk aan de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving. Met de regels voor geluid uit de Bruidsschat is het basisbeschermingsniveau bij geluidgevoelige gebouwen voldoende gegarandeerd. De waarden voor geluid op een geluidgevoelig gebouw door een agrarische activiteit uit artikel 22.65 van de Bruidsschat gelden. Omdat hiermee wordt afgeweken van de standaardwaarden voor geluid uit artikel 5.65 van het Besluit kwaliteit leefomgeving moet aangetoond worden dat voldaan wordt aan de grenswaarden voor geluid door activiteiten uit artikel 5.66 lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving voor geluid in geluidgevoelige ruimten in geluidgevoelige gebouwen. De hoogst toegestane geluidbelasting op de gevel is cf. artikel 22.65 van de Bruidsschat 70 dB(A) in de dagperiode (6.00-19.00 uur). De grenswaarde voor het geluid in geluidgevoelige ruimten binnen geluidgevoelige gebouwen is cf. artikel 5.65 (ook voor deze tijdsperiode) ten hoogste 55 dB(A).

Een vuistregel voor geluidwering van een gevel voor (bedrijfsmatige) activiteiten is 20 dB voor een goed onderhouden gebouw. Dit is ook in jurisprudentie bekrachtigd. Bij een geluidsbelasting van 70 dB(A) op een gevel is het geluidniveau in geluidgevoelige ruimten (het binnenniveau) 50 dB(A). Hiermee kan dus worden voldaan aan de in het Besluit kwaliteit leefomgeving vereiste grenswaarde van 55 (dB(A) voor geluid in geluidgevoelige ruimten binnen geluidgevoelige gebouwen. Met de regels voor geur uit de Bruidsschat is het basisbeschermingsniveau bij geurgevoelige objecten voldoende gegarandeerd. Er wordt afdoende rekening gehouden met geur door activiteiten (houden van landbouwhuisdieren en van andere agrarische activiteiten) en de vaste afstanden voor geur door deze activiteiten op geurgevoelige objecten worden in acht genomen.

Terborgseweg naast 119 Doetinchem

Voor de Terborgseweg naast 119 wordt afgeweken van de standaardwaarde voor geluid door wegverkeer op gevels van geluidgevoelige gebouwen. Voor de afwijking en bijbehorende motivatie wordt verwezen naar (de artikelsgewijze toelichting van) het betreffende artikel in het omgevingsplan.

3 Betrokkenheid bestuursorganen Artikel 10.2 van het Omgevingsbesluit bepaalt dat bij de vaststelling van een omgevingsplan gemotiveerd moet worden hoe bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken. En wat de resultaten daarvan zijn. Daarom heeft over het ontwerp 'wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2024-1G' afstemming plaatsgevonden de provincie Gelderland , het waterschap Rijn en IJssel en ProRail. De afstemming heeft plaatsgevonden op basis van de opgestelde onderbouwingen. De uitkomsten van de

75

afstemming zijn te raadplegen in het document 'Toelichting planonderdelen wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2024-1G' via https://www.doetinchem.nl/wijziging-2024-1G.

4 Beoordeling milieueffect Plan-mer-beoordeling

Het 'wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2024-1G' vormt het kader voor de bouw van één woning aan de IJzevoordseweg 7 in Doetinchem en de bouw van twee woningen en 52 appartementen aan de Terborgseweg naast 119 in Doetinchem. Daarnaast wordt het agrarische bouwvlak aan de Broekhuizerstraat 10, 10a en 10b in Wehl van vorm gewijzigd, vergroot en in een deel van het bouwvlak worden activiteiten die geur veroorzaken uitgesloten. Tot slot worden de provinciale regels over grondwaterkwaliteit verwerkt, zodat de provincie deze regels in het ‘tijdelijk regelingsdeel’ in kan trekken. Het 'wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2024-1G' heeft als plan betrekking op een klein gebied op lokaal/gemeentelijk niveau. Daarnaast is de gemeente het bevoegd gezag voor het plan. Daarmee is sprake van een plan-mer-beoordeling.

Geen aanzienlijke milieueffecten

De milieueffecten van bovenstaande ruimtelijke ontwikkelingen zijn beschreven in de opgestelde onderbouwingen. Hieruit blijkt dat de ontwikkelingen individueel van elkaar geen aanzienlijke effecten op het milieu hebben. Op basis van deze informatie wordt ook geconcludeerd dat het wijzigingsbesluit als plan (de ruimtelijke ontwikkelingen gezamenlijk) geen aanzienlijke effecten op het milieu hebben. Het plan zorgt niet voor significante wijzigingen op het gebied van geluid, lucht(kwaliteit), geur of verkeersintensiteiten. Ook beïnvloedt het plan geen andere plannen in of buiten de gemeente Doetinchem. Op basis van voorgaande is geen plan-mer nodig.

76

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8094/documents/48118