CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Z/24/044828 - D/24/144820 - Dekkingsplan brandweer

Gemeenteraad 4 juli 2024, gemeente DoesburgBij agendapunt: Beleidsplannen VGGM13.352 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

www.brandweergm.nl

concept Dekkingsplan 2024 Integrale brandweerzorg op basis van de landelijke handreiking december 2023

Voorwoord

3

Management samenvatting

4

1.

Inleiding

6

1.1

Historie en aanleiding

6

1.2

Definities

7

1.3

Uitgangspunten

8

1.4

Proces en betrokkenen

9

2.

3.

4.

5.

6.

Dekking bijstellen: huidige brandweerzorg (processtap 1)

10

2.1

Interne ontwikkelingen

10

2.2

Externe ontwikkelingen

12

Beschrijving dekking (processtap 2)

15

3.1

Snelheid (Prognose opkomsttijd)

15

3.2

Capaciteit: slagkracht en grootschalige en langdurige inzetten

17

3.3

Paraatheid

20

3.4

Werkdruk op basis van alarmeringsfrequentie

21

Beoordeling dekking (processtap 3)

22

4.1

Beoordeling snelheid

22

4.2

Beoordeling capaciteit

27

4.3

Beoordeling paraatheid

29

4.4

Beoordeling aandachtsobjecten

30

4.5

Beoordeling werkdruk op basis van alarmeringsfrequentie

31

4.6

Totaalbeoordeling Gelderland-Midden

31

Overige specialismen (Ondersteuningseenheden)

32

5.1

Natuurbranden

32

5.2

Redvoertuigen

33

5.3

Hulpverleningsvoertuigen (grootschalige hulpverlening)

34

5.4

(Grootschalig) Watertransport

35

5.5

First Responder brandweer

36

5.6

Waterongevallenbestrijding

36

5.7

Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen (IBGS)

37

5.8

Grof en Extreem Geweld (Terrorismegevolgbestrijding (TGB)

39

5.9

Rietenkapbrandbestrijding

39

5.10 Veeredtakel

39

5.11 Arbeidshygiëne

39

5.12 Verzorgingsgroep

40

5.13 Betuweroute

40

Conclusies en aanbevelingen

41

6.1

Conclusies

41

6.2

Aanbevelingen

41

Versie: december 2023

Pagina

2

Voorwoord Beste lezer,

Met genoegen presenteer ik dit dekkingsplan, een document dat voortkomt uit nauwgezette analyses, samenwerking en richtlijnen van de nieuwe landelijke handreiking Gebiedsgerichte Opkomsttijden (GGO). Dit document vormt de ruggengraat van onze strategie op het gebied van dekking en risicobeheer voor de brandweer in de regio Gelderland-Midden. In dit dekkingsplan zijn de wijzigingen en bestuurlijke afspraken die gemaakt zijn sinds de vaststelling van het vorige dekkingsplan verwerkt, naar de toekomst toe is dit dekkingsplan beleidsarm. Het is een weerspiegeling van mijn professionele opvatting dat de repressieve brandweerzorg in onze regio op een adequaat niveau georganiseerd is. Dit plan biedt ook een leidraad voor verdere verbeteringen en ontwikkelingen in onze aanpak.

Dit dekkingsplan is niet slechts een statisch document; toekomstige ontwikkelingen kunnen van invloed zijn op het hier gepresenteerde dekkingsbeeld. De systematiek biedt houvast voor ons beleid waarin we continu streven naar verbetering, veerkracht en effectiviteit.

Een van de essentiële pijlers van dit dekkingsplan is het fijnmazige netwerk van brandweerposten. Dit netwerk vormt een cruciale randvoorwaarde voor een adequate dekking, vooral in situaties met grote en/of langdurige inzetten. Het biedt niet alleen de nodige slagkracht, maar zorgt ook voor een betrouwbare restdekking in ons verzorgingsgebied.

Een andere relevante pijler is dat onze organisatie 24/7 paraat staat met beroeps- en vrijwillige brandweermensen. Daarom is het ook belangrijk om aandacht te blijven besteden aan goed werkgeverschap, met name in het binden en boeien van vrijwilligers.

Ik wil mijn oprechte dank uitspreken aan allen die hebben bijgedragen aan dit plan, met name aan degenen die de landelijke handreiking hebben vertaald naar praktische toepassingen voor onze regio. De toewijding en expertise van de bestuurlijke klankbordgroep hebben een uiterst constructieve rol gespeeld. De ambtelijk/bestuurlijke samenwerking waarin vakinhoud en bestuurlijke aspecten samen worden gebracht, hebben dit document verrijkt en versterkt. Deze inspanningen leggen een solide basis voor onze toekomstige opgaven.

Met vriendelijke groet,

Anton Slofstra, directeur Brandweer

Versie: december 2023

Pagina

3

Management samenvatting Alle relevante bestuurlijke besluiten en maatschappelijke en organisatorische ontwikkelingen die van invloed zijn op de brandweerdekking, worden in dit nieuwe dekkingsplan geïntegreerd. Waar het dekkingsplan 2015 voor het beoordelen van de dekking alleen uitging van objectgerichte harde opkomsttijden, worden in het nieuwe dekkingsplan gebiedsgerichte opkomsttijden in bandbreedten gebruikt in de classificaties Goed [groen], Voldoende [blauw] en Onvoldoende [rood]. Nieuw is ook het beschrijven en beoordelen van de “Capaciteit”, de “Paraatheid” en de “Werkdruk”. Conform de landelijke handreiking zijn de opkomsttijden berekend voor een prio-1 gebouwbrand. Dit dekkingsplan beschrijft en beoordeelt de dekking van de veiligheidsregio Gelderland-Midden conform de nieuwe uniforme landelijke systematiek. Het voldoet daarmee aan de wens van de minister, uit haar brief van 19 december 2022, om elke regio voor eind 2023 een dergelijk plan te laten opstellen.

Huidige brandweerzorg – processtap 1 Gelderland-Midden kent posten met een vrijwilligers- en een 24-uursberoepsbezetting. Voor de berekeningen zijn de gerealiseerde statustijden en theoretische opkomsttijden in de dagsituatie gebruikt. Op alle posten is ten minste één basiseenheid beschikbaar. Het risicoprofiel voor de veiligheidsregio is niet gewijzigd, net zo min als het vervoersnetwerk.

Beschrijving dekking – processtap 2 Snelheid beschrijft de theoretische tijd waarop een basiseenheid ter plaatse is. Deze opkomsttijd is input voor specialistische software die vervolgens de opkomsttijd berekend. Capaciteit wordt bepaald door de slagkracht (de opkomsttijd is van de derde basiseenheid), en het vermogen tot grootschalige en langdurige inzetten. De vrijwillige en beroepsposten kunnen maximaal vier pelotons formeren. Er blijven voldoende basiseenheden over om de restdekking te waarborgen. Gelderland-Midden levert interregionaal een specialistisch IBGS-team en brandweerduikers. Paraatheid is voor de vrijwillige posten georganiseerd op basis van het vrije instroom model. Bij een onderbezetting zijn technologische maatregelen getroffen om snel een buurpost te alarmeren. Werkdruk wordt op drukkere posten verdeeld met een ploegensysteem.

Beoordeling dekking – processtap 3 Omdat gewerkt wordt met vrije instroom, zijn drie scenario’s uitgewerkt: basisscenario, realistisch scenario en tegenslag scenario. Het algemene dekkingsbeeld van de veiligheidsregio is goed. In het realistische scenario zijn er weliswaar buurten die waar de opkomsttijd onvoldoende is. In deze buurten komt een samengestelde eenheid, maar de eerste eenheid voldoet aan de norm. Er zijn in de regio ook een aantal aandachtsobjecten, waarbij de opkomsttijd langer dan de bovengrens van categorie I (max. 10 minuten). Hiervoor is aandacht vanuit de afdeling Risicobeheersing. Door te werken met beroepsposten en voor drukke vrijwilligersposten met een meer ploegen systeem is de werkdruk aanvaardbaar.

Specialismen Alle posten voeren het levensreddende specialisme First Responder brandweer uit. Andere specialismen zijn over de regio verdeeld. Natuurbrandbestrijding is de belangrijkste, vanwege het toenemende risico op een onbeheersbare brand. Verder zijn er posten met red-, hulpverleningsvoertuigen, eenheden voor grootschalig watertransport of brandweervaartuigen. Een klein aantal posten verzorgt redding van vee, rietkapbrandbestrijding, bovenregionale IBGS, inzet op de Betuweroute, brandweerduikers, of de arbeidshygiëne na een inzet.

Versie: december 2023

Pagina

4

Leeswijzer Bij het tot stand komen van het dekkingsplan zijn de processtappen vanuit de handreiking doorlopen. En is de beoordeling gedaan op basis van de beschikbare beoordelingskaders uit de handreiking, die voor gebiedsgerichte opkomsttijden en voor Grootschalig Brandweeroptreden (GBO). Allereerst wordt beschreven wat de aanleiding voor het ontwikkelen van een nieuw dekkingsplan is. In het volgende hoofdstuk wordt de dekking beschreven op basis van de verplichte factoren snelheid en capaciteit. En worden daarnaast ook de factoren paraatheid en werkdruk beschreven. Vervolgens wordt beschreven op welke wijze het verzorgingsgebied wordt ingedeeld in de drie categorieën zoals beschreven in box 18 (van het project RemBrand). Daarnaast wordt er beschreven in welke mate er onder de huidige omstandigheden kan worden voldaan aan het vastgestelde normeringskader. De laatste hoofdstukken hebben betrekking op de wijze waarop het opgestelde dekkingsplan bestuurlijk wordt vastgesteld, hoe het wordt geïmplementeerd en uitgevoerd en welke gegevens worden geregistreerd om uiteindelijk de dekking cyclisch te kunnen monitoren. Tot slot zijn er bijlagen ter onderbouwing van de verschillende onderdelen van dit rapport.

Wat hoort er wel en niet bij (opdracht omschrijving) Met dit dekkingsplan worden alle tussenliggende bestuurlijke besluiten en organisatorische aanpassingen die van invloed zijn op de brandweerdekking verwerkt en beschreven volgens de nieuwe landelijke handreiking. Daarmee wordt de huidige situatie helder beschreven en kan daarmee dienen als basis voor het in beeld brengen van de effecten van (voorgenomen) wijzigingen en het toetsen van deze theoretische waarden aan de resultaten in de praktijk. Het dekkingsplan is onderdeel van het meerjarig brandweerbeleidsplan, dat weer onderdeel is van het VGGM meerjarig beleidsplan. Het ligt in de bedoeling om het geheel in 2024 bestuurlijk vast te stellen.

Versie: december 2023

Pagina

5

1. Inleiding 1.1

Historie en aanleiding

Het voorgaande dekkingsplan is vastgesteld in 2015 en tussentijdse aanpassingen zijn elk separaat aan het bestuur voorgelegd. In dit nieuwe dekkingsplan 2024 worden alle voor de dekking relevante voorgaande besluiten en maatschappelijke-, organisatorische- en technische ontwikkelingen geïntegreerd. Er wordt geen nieuw beleid voorgesteld of opgenomen. Het is daarmee een beleidsarm document. Op grond van artikel 14 van de Wet Veiligheidsregio’s dient het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio vierjaarlijks, of wanneer de situatie binnen de veiligheidsregio significant is gewijzigd, een regionaal beleidsplan vast te stellen. Lid 2.f van ditzelfde artikel schrijft voor dat een dekkingsplan deel uitmaakt van het regionale beleidsplan. Met dit nieuwe dekkingsplan 2024 worden de objectgerichte opkomsttijden, die we voorheen gebruikten, losgelaten. Ze worden vervangen, mede op aangeven van de minister in haar brief dd 19 december 2022, door een landelijk uniforme systematiek gebaseerd op gebiedsgerichte opkomsttijden (GGO). De eerste contouren om te komen tot een andere werkwijze werden reeds zichtbaar in het inspectierapport Ter Plaatse (2012) waarin werd geconstateerd dat de genoemde opkomsttijden slechts marginaal werden behaald. Dit gegeven werd vervolgens meegenomen in het landelijke rapport ‘RemBrand: Brandveiligheid is coproductie’ uit 2015.

De conclusie van het rapport is dat brandveiligheid uiteindelijk altijd een ketenresultaat is. Daardoor is het belangrijk om binnen alle onderdelen van de veiligheidsketen verbeteringen door te voeren, passend bij de huidige en toekomstige risico’s. Binnen het onderdeel preparatie zijn de opkomsttijden van de brandweer en het hierbij behorende dekkingsplan tegen het licht gehouden. De wens vanuit het project RemBrand is om de opkomsttijden van de brandweer te koppelen aan het brandrisicoprofiel van een bepaald gebied. Hieruit volgend is in 2019 een (concept) ‘Handreiking Landelijke uniforme systematiek voor dekkingsplannen’, ook wel ‘handreiking Gebiedsgerichte opkomsttijden’, opgesteld. Hiermee wordt een dekkingsbeeld geschetst wat meer recht doet aan de praktijk. Ons nieuwe dekkingsplan is tot stand gekomen op basis van deze nieuwe, landelijke systematiek. We maken zogezegd een nieuwe kleurenfoto van alle huidige (bestuurlijke) afspraken die invloed hebben op de repressieve brandweerdekking. Omdat dit de eerste keer is dat deze nieuwe landelijke methodiek is toegepast voor Gelderland-Midden, kan dit plan gezien worden als een nulmeting. In dit dekkingsplan wordt het niveau van de basisbrandweerzorg en het grootschalig optreden in onze regio beschreven.

Bij veranderingen in de feitelijke situatie of in de afspraken en besluiten die van invloed zijn op het dekkingsbeeld, kan de nieuwe situatie het niveau steeds worden vergeleken met deze nulmeting.

Versie: december 2023

Pagina

6

1.2

Definities

Tabel 1 Definities

Definitie

Beschrijving

TS6 (basiseenheid)

Standaard TS met een bezetting van zes personen bestaande uit: 1 chauffeur, 1 bevelvoerder en vier manschappen. TS6 is de basisbrandweereenheid zoals in het Besluit Veiligheidsregio’s is omschreven

TS4

Standaard tankautospuit (TS) met een bezetting van vier personen bestaande uit: 1 chauffeur, 1 bevelvoerder en minimaal twee manschappen

Samengestelde brandweereenheden

Samenstelling van twee TS-en die op de plaats van het incident worden samengesteld tot één basis brandweer eenheid. Iedere TS heeft een minimale bezetting van: een chauffeur, een bevelvoerder en twee manschappen

Opkomsttijd

De totale tijd nadat de melder de brand heeft gemeld bij de 112-alarmcentrale tot en met het moment dat er ten minste een basis brandweereenheid of een complete samengestelde eenheid ter plaatse is. Meer informatie in Hoofdstuk 3

Status(tijden)

Het geregistreerde tijdstip waarop de eenheid is uitgerukt, ter plaatse of weer inzetbaar is. De statustijden worden nu handmatig geregistreerd door de bevelvoerder via een sneltoets op de porto- of mobilofoon

Dagsituatie

Het tijdvak tussen 08:00 en 18:00 op werkdagen.

Meldkamertijd

Tijd tussen aanname van een brandweercentralist en alarmering van een basiseenheid

Uitruktijd

Tijd tussen alarmering en vertrek uit de post van een basiseenheid (opkomsttijd brandweermensen).

Rijtijd

Tijd tussen uitruk en ter plaatse bij het incident. De tijd waarin een basiseenheid onderweg is.

Onderbezetting

Er zijn onvoldoend brandweermensen opgekomen om als TS4 of basiseenheid uit te rukken.

Versie: december 2023

Pagina

7

1.3

Uitgangspunten

Het dekkingsplan is opgesteld met in achtneming van de volgende uitgangspunten: •

Het plan is opgesteld op basis van de Landelijke uniforme systematiek voor Dekkingsplannen.

•

Het plan is opgesteld met in achtneming van de Wet Veiligheidsregio’s, met dien verstande dat het, in afwachting van de gewijzigde wet, al uitgaat van de nieuwe methode met de daarbij horende aangepaste normen voor opkomsttijden. Het Ministerie van J&V maakt voor de pilotregio’s3 een uitzondering waar het gaat om het voldoen aan de wettelijk vastgestelde normtijden.

•

Het plan is opgesteld met als uitgangspunt een bezetting van zes personen per tankautospuit (basiseenheid). Ten gevolge van de invoering van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA, 2020), kan vrijwilligers niet verplicht worden beschikbaar te zijn. Een 100% garantie dat na alarmering een brandweereenheid kan uitrukken is voor onze 38 vrijwillige posten dus niet te geven. In praktische zin wordt door het toepassen van 300% personeelsbezetting van de post, het risico van niet kunnen uitrukken zo klein mogelijk gehouden. Als alternatief bij onvoldoende opkomst van personeel is het uitrukken als samengestelde eenheid: TS4. Daarbij wordt aanvullend een eenheid uit een buurpost gealarmeerd, zodat er minimaal 6 brandweercollega’s ter plaatse komen. In de TS4-situatie wordt de tijd aangehouden waarmee het tweede voertuig ter plaatse komt.

•

Voor de berekeningen van de opkomsttijden is uitgegaan van een gebouwbrand.

•

Operationele grenzen zijn in het gehele verzorgingsgebied, toegepast. Dit betekent dat bij elk incident die eenheid wordt gealarmeerd die de snelste brandweerzorg aan de burger kan leveren. Dit kan dus ook een eenheid uit een andere regio zijn en omgekeerd.

•

Het dekkingsplan is gekoppeld aan het brandrisicoprofiel.

•

Uitruktijden worden bepaald d.m.v. het (automatisch) statussen van de voertuigen. Deze tijden vormen de basis voor de rapportages over de opkomsttijden.

•

De daadwerkelijk behaalde opkomsttijden worden getoetst aan de theoretische normtijden van het dekkingsplan en gerapporteerd aan het MT-brandweer. Significante wijzigingen worden gerapporteerd aan het Dagelijks en Algemeen Bestuur. Werkelijk behaalde opkomsttijden vormen de basis voor het periodiek herzien van het dekkingsplan, indien dat noodzakelijk is.

•

De operationele leiding is geregeld volgens het operationeel plan.

Landelijke methodiek en bestaande lijn voor specialismen Dit dekkingsplan is gebaseerd op de herziene handreiking landelijke uniforme systematiek versie 3.0. Deze handreiking richt zich op alle repressieve taken van de brandweer en het normenkader richt zich op de kerntaak brand met als maatgevend scenario het incidenttype gebouwbrand en beschrijft een generieke methode voor het bepalen van de opkomsttijden van basisbrandweereenheden. Aangezien er op dit moment alleen een normering bestaat voor een tankautospuit (TS6) wordt die gebruikt. De systematiek is zowel uitgewerkt voor de factoren snelheid en capaciteit als voor paraatheid en werkdruk. Transparantie is een belangrijk uitgangspunt bij deze methodiek. De overwegingen, onderbouwingen en keuzes worden gedocumenteerd, zodat zij voor het bestuur, gemeenten, medezeggenschapsorganen en medewerkers te volgen is. De landelijk uniforme toepassing van deze handreiking leidt tot dekkingsplannen, die zich onderling goed laten vergelijken. Gebiedsgerichte opkomsttijd (GGO) gaat over de snelheid waarmee de brandweer bij een incident ter plaatse kan zijn. Voor de repressieve dekking is het niet realistisch als de nadruk alleen op de factor snelheid ligt en alle andere factoren buiten beschouwing blijven.

Versie: december 2023

Pagina

8

Voor een zorgvuldig en genuanceerd inzicht in de repressieve dekking moet de brandweer - naast de factor snelheid - ook aandacht besteden aan de factoren capaciteit, paraatheid en werkdruk. Deze factoren zijn opgenomen in de handreiking. De factoren snelheid en capaciteit zijn uitgewerkt volgens de methodiek die in de handreiking is beschreven en ondanks het feit dat er geen voorgeschreven methode bestaat, worden de factoren paraatheid en werkdruk wel beschreven. Het is aan de regio zelf deze laatste twee factoren te wegen en te duiden.

Visie uitruk op maat 2015 In 2015 is binnen het project Doorontwikkeling Repressieve Organisatie (DRO) de visie “Uitruk op maat” opgesteld. Hierbij geldt een tankautospuit, geschikt voor minimaal 6 personen, als basiseenheid. De daadwerkelijke bezetting bij een uitruk wordt echter afgestemd op de klus. Afhankelijk van de melding is het binnen de visie “uitruk op maat” een uitruk mogelijk met minder dan 6 personen, de zogeheten TS4. In dit dekkingsplan wordt bij 2 scenario’s voor de vrijwillig bezette bluseenheden/posten gerekend met de opkomsttijd voor een samengestelde eenheid van 2 x TS4. Hiermee wordt recht gedaan aan het vrije opkomst profiel, waarbij er geen 100% garantie gegeven kan worden dat de vrijwillige bezetting op elk moment compleet is. De opkomsttijd van de 2e TS6/TS4 ter plaatste telt dan als opkomsttijd van de samengestelde eenheid.

1.4

Proces en betrokkenen

Het opstellen van het dekkingsplan is een theoretische exercitie. Het projectteam heeft op basis van inen externe databestanden, de tussenliggende bestuurlijke besluiten en interne organisatiewijzigingen en input van de postcommandanten, de voorgeschreven landelijke systematiek gevolgd om te komen tot het voorliggende dekkingsplan. Intern is afgestemd met de deskundigen uit de diverse afdelingen en met de OR. Vanuit het AB heeft een klankbordgroep vanuit het bestuurlijk perspectief de totstandkoming van het dekkingsplan en de procesgang tot vaststelling begeleid.

Versie: december 2023

Pagina

9

2. Dekking bijstellen: huidige brandweerzorg (processtap 1) De bestaande situatie is het vertrekpunt. De verschillende interne en externe ontwikkelingen kunnen hierbij maatgevend zijn. Op sommige van deze ontwikkelingen heeft de veiligheidsregio geen invloed, maar moet wel worden omgegaan met de consequenties. In dit hoofdstuk worden alle relevante ontwikkelingen beschreven. Daarbij vormen de huidige organisatie en vigerende bestuurlijke besluiten de basis om met de nieuwe landelijke methodiek de regionale repressieve brandweerdekking in beeld te brengen en daarmee als referentiepunt voor toekomstige aanpassingen vast te leggen (nulmeting).

2.1

Interne ontwikkelingen

Het dekkingsplanproces start met de bijstelling van de huidige dekking. Dat wil zeggen dat hetgeen er ligt als uitgangspunt en referentiekader wordt genomen. Hierbij wordt inzichtelijk gemaakt of er intern ontstane of voorgenomen wijzigingen van invloed zijn op de regionale dekking en zo ja, in welke mate.

Repressieve inrichting Gelderland-Midden kent nu 41 brandweerposten bestaande uit 3 beroepsposten met 24-uursbezetting en 38 posten met vrijwillige bezetting. Conform bestuurlijke afspraak wordt de post Ede-Stadspoort op uiterlijk 1 januari 2027 gesloten. In dit dekkingsplan wordt uitgegaan van de dagsituatie, dan staat deze post buiten dienst en is in de berekeningen daarom ook niet meer meegenomen. Op de posten met vrijwillige bezetting wordt gewerkt volgens het vrije opkomstprofiel. Dit betekent dat er nooit 100% gegarandeerd kan worden dat een post daadwerkelijk operationeel is en bij een melding altijd een tankautospuit kan uitrukken. Alleen hierom al is het van belang dat posten relatief dicht bij elkaar liggen, zodat ze indien er onverhoopt onderbezetting is bij alarmering, elkaar kunnen ‘vervangen’. Op alle posten is minimaal een basis tankautospuit (TS) beschikbaar, vaak aangevuld met voertuigen voor ondersteunende of specialistische taken. Gewijzigde repressieve inrichting Ten opzichte van het dekkingsplan 2015 zijn voor de repressieve inrichting de volgende zaken significant gewijzigd: -

Veranderingen en verschuivingen in materieel o

Natuurbrand voertuigen: tot 2030 worden alle bestaande terreinvaardige niet combi voertuigen vervangen worden door combivoertuigen (8 stuks) en zijn de huidige basistankautospuiten van de gemeente Renkum (Doorwerth, Renkum-Heelsum, Oosterbeek en Wolfheze) ook vervangen door combivoertuigen. Ons totale regionale combivoertuigen bestand is hiermee dan gegroeid van 16 naar 26 stuks zodat we naast het afdekken van ons regionale risico ook beter in staat zijn interregionaal bijstand te leveren met behoud van voldoende eigen slagkracht tijdens perioden met verhoogd natuurbrandrisico.

o

Hulpverleningsvoertuigen: Op 1 december 2021 heeft het AB besloten op basis van de visie op specialistische hulpverlening het aantal hulpverleningsvoertuigen terug te brengen van 7 naar 3. Ook de opkomsttijd van deze specialistische voertuigen is gewijzigd van 15 naar 20-30 minuten. Daarnaast beschikt elke basiseenheid (TS) over hulpverleningsmaterialen met een opkomsttijd van maximaal 15 minuten.

o

Redvoertuigen (RV): conform de uitgangspunten RV binnen het project Doorontwikkeling Repressieve Organisatie geven 7 RV’en een voldoende dekking. Binnen de AB besluitvorming in 2015 is afgesproken 9 RV'en te behouden.

Versie: december 2023

Pagina

10

o

Oppervlaktewater reddingsteams/brandweervaartuigen: Op 7 vrijwillige posten is een specialistisch OR team met brandweervaartuig gestationeerd, in Arnhem tevens het (beroeps) duikteam.

-

In het kader van de Wet Nieuwe Rechtspositie Ambtenaren (WNRA): o

Invoering beroepsdienst in Ede: de organisatievorm in Ede is gewijzigd in een volledige 24-uurs bezetting met 8 personen voor de post Ede-centrum (een TS6 en een ondersteunend voertuig.

o

Afschaffen piketten Doorwerth, Barneveld en Nijkerk met verplichte opkomst die onder de nieuwe wetgeving niet meer met vrijwilligers ingevuld mogen worden. De wet staat alleen toepassing van het vrije instroomprofiel toe. Daarmee is de uitruk in deze posten niet meer 100% van alle meldingen te garanderen.

-

Personele ontwikkelingen: o

Snellere doorlooptijd. Een gemiddelde vrijwilliger is steeds korter deel van de organisatie. Dit betekent meer opleidingskosten en ook minder ervaring.

o

Beperkte beschikbaarheid. Vrijwilligers zijn beperkter beschikbaar voor brandweeractiviteiten. Het meer thuiswerken vormt hierbij een positieve invloed op de beschikbaarheid overdag en dus de opkomsttijd, maar het thuiswerken lijkt 2 jaar na de corona-periode wat af te nemen.

-

Interne repressieve afspraken: o

Vrijwilligers mogen alleen worden ingezet onder een vrij instroomprofiel. Dat wil zeggen dat zij niet verplicht kunnen worden om bij alarm naar de kazerne te komen. Om real-time de beschikbaarheid van postleden te monitoren en daarmee de uitruk zoveel mogelijk te garanderen zijn in 2019 alle posten overgestapt op het gebruik van PreCom-pagers. Deze pagers geven aan of een vrijwilliger beschikbaar (kan) zijn voor opkomst bij alarm, op basis van een rooster en/of de afstand tot de kazerne. Dit gebeurt zowel continue als direct na een alarmering. Als bij alarmering blijkt dat het eerste voertuig niet bezet kan worden, wordt na 1 minuut het dichtstbijzijnde volgende voertuig gealarmeerd. Voorheen kon pas na constatering van onvoldoende bezetting na 6 minuten worden door gealarmeerd.

o

Door het gebruik van deze systemen hebben de posten beter inzicht in de beschikbaarheid van hun postleden en kan daar indien nodig op worden geanticipeerd. Dit vergroot de operationaliteit van de posten.

-

Hulpmiddelen op voertuigen: o

Er zijn sinds 2015 een nieuwe technische systemen in gebruik genomen, die ervoor zorgen dat de rijtijd naar het incidentadres zo kort mogelijk is en ook meer informatie over dat adres beschikbaar is in de uitrukkende voertuigen. In de berekeningen van de opkomsttijden is het lastig hier op voorhand rekening mee te houden, maar in de praktijk zullen voertuigen hierdoor sneller ter plaatse kunnen zijn dan theoretisch is berekend en door de extra informatie zal ook de verkenning kunnen worden bekort.

-

Meldkamer Oost Nederland (MKON): o Dinsdag 21 maart 2023 zijn de meldkamers in Arnhem, Hengelo en Apeldoorn succesvol gemigreerd naar de nieuwe Meldkamer Oost-Nederland. Alle 112telefoontjes worden vanaf nu behandeld door centralisten van ambulance, brandweer en politie op de meldkamer in Apeldoorn. De verwachting is dat dit geen of een licht positieve invloed zal hebben op de verwerkingstijd van de binnenkomende meldingen.

Versie: december 2023

Pagina

11

2.2

Externe ontwikkelingen

Het verzorgingsgebied van de Veiligheids- en gezondheidsregio Gelderland-Midden is de afgelopen jaren sterk ontwikkeld. In deze paragraaf staat beschreven wat de belangrijkste externe ontwikkelingen zijn.

Geografie Veiligheidsregio Gelderland-Midden dekt samen met Veiligheidsregio Gelderland-Zuid en de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland de provincie Gelderland af. Veiligheidsregio GelderlandMidden bestaat uit 15 gemeenten: Arnhem, Barneveld, Doesburg, Duiven, Ede, Lingewaard, Nijkerk, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Scherpenzeel, Wageningen, Westervoort en Zevenaar. Gelderland-Midden grenst aan Duitsland en vier andere veiligheidsregio’s: Flevoland, Utrecht, Gelderland-Zuid en Noord- en Oost-Gelderland. Het werkgebied van Veiligheidsregio Gelderland-Midden wordt gekenmerkt door de rivieren de IJssel, de Rijn en de Waal. De A1, A12, A15, A30, A50 lopen als grote verkeersaders dwars door onze regio. Het landschap is divers: van de polders en het randmeer het noorden, de bosrijke omgeving in het oosten, de Food-Valley in het westen en de Betuwe in het zuiden. Van grote steden tot platteland. Er zijn sinds 2015 in Gelderland-Midden in de meeste gemeenten nieuwe woonwijken gebouwd of bestaande industrieterreinen uitgebreid. Deze uitbreidingen liggen over het algemeen verder van kazernes af. Bij stap 2 en 3 wordt de dekking bekeken in deze nieuwe buurten.

Demografie In het werkgebied van Veiligheidsregio Gelderland-Midden wonen ruim 701.000 inwoners. Dit is een stijging van bijna 41600 inwoners ten opzichte van 2015. Relatief gezien heeft de grootste groei plaatsgevonden in de gemeente Barneveld met bijna 10%.

Figuur 1 Gemeenten met gegroeid of gekrompen inwoneraantal sinds 2015 (peiljaar 2021)

Versie: december 2023

Pagina

12

De risico’s in de regio Volgens de WvR (artikel 15) wordt voorgeschreven dat het algemeen bestuur van de veiligheidsregio verplicht is om (eens per vier jaar als basis voor het beleidsplan) een regionaal risicoprofiel vast te stellen, waarin de maatgevende/relevante risico’s voor de veiligheidsregio worden beschreven. In dit rapport beperken we ons tot het maatgevende risico gebouwbrand.

Figuur 2 Overzicht risico's (waarschijnlijkheid x impact) regionaal risicoprofiel VGGM 2020-2023

Figuur 3 Spreiding crisistypen over de gemeenten regionaal risicoprofiel VGGM 2020-2023

Dit profiel is niet gewijzigd ten opzichte van het dekkingsplan 2015. Het spoorwegen- en snelwegennetwerk heeft sinds dien ook geen relevante wijzigingen ondergaan.

Versie: december 2023

Pagina

13

Relatie met het brandrisicoprofiel Het dekkingsplan hangt samen met het brandrisicoprofiel. Het dekkingsplan is gebiedsgericht, maar zoomt ook in op kwetsbare objecten, zoals gebouwen waar niet zelfredzame personen overnachten. Denk hierbij aan verpleeghuizen. Bij die objecten waar de opkomsttijd wordt overschreden, wordt bekeken welke (extra) risico beheersende of repressieve maatregelen genomen kunnen worden. De categorie 1-objecten uit het dekkingsplan scoren ook hoog in het brandrisicoprofiel. Deze en andere objecten hebben daarom prioriteit in het programma Toezicht & Handhaving. Hier worden dan ook geen separate activiteiten voor opgestart in het kader van dit dekkingsplan. Wel worden de aandachtsobjecten naar voren gehaald in de planning. Vanuit het dekkingsplan komen er geen objecten naar voren die nog niet in beeld waren vanuit het brandrisicoprofiel.

Wet Nieuwe Rechtspositie Ambtenaren - Taakdifferentiatie Na invoering van de WNRA kan er niet meer gewerkt wordt met gekazerneerde en geconsigneerde vrijwilligers (bouwsteen 1). De piket-regelingen voor vrijwilligers zijn inmiddels afgeschaft, waarmee alle vrijwillige posten volgens het vrije instroomprofiel werken. Aanvullend differentiëren in taken tussen beroeps en vrijwilligers (basis/specialisme) lijkt niet noodzakelijk. Landelijk wordt bouwsteen 1 verder uitgewerkt in een implementatieplan. Ook regionaal onderzoeken we al wat dit betekent voor onze organisatie en hoe het huidige niveau van brandveiligheid in Gelderland-Midden voor de burger wordt gewaarborgd en waar mogelijk verbeterd.

Energietransitie De ontwikkelingen op het gebied van energietransitie gaan razendsnel, het speelveld is enorm en veiligheid is een aandachtspunt dat continue moet worden benadrukt. Het veiligheids- en gezondheidsaspect is in de energietransitie onvoldoende in beeld en wordt daardoor onvoldoende belicht in keuzes en ontwikkelrichtingen. Soms komt dat simpelweg omdat deze aspecten nog niet bekend zijn. o o

Veel ontwikkelingen vinden lokaal plaats met beperkte sturing vanuit Rijk. Nieuwe risico’s in de omgeving zonder wettelijke veiligheidsgrondslag.

De VGGM wordt als organisatie zelf ook geconfronteerd met deze ontwikkelingen, met nieuwe producten en diensten die werken op andere energiebronnen. Bijvoorbeeld bij het blussen van een zogenaamde nul-op-de-meter woningbrand met zonnepanelen of bij het verlenen van hulp bij ongevallen met alternatief aangedreven voertuigen. Deze ontwikkelingen zullen van invloed worden bij de beoordeling van het dekkingsplan. Daarom gaan we die ontwikkelingen ook goed volgen in de komende beleidsperiode en zo daar aanleiding voor is het bestuur infomeren en voorstellen ter verbetering voorleggen.

Versie: december 2023

Pagina

14

3. Beschrijving dekking (processtap 2) In dit hoofdstuk wordt de verwachte dekking in het verzorgingsgebied beschreven. Hiermee maken we inzichtelijk waar we repressief toe in staat zijn onder de gegeven omstandigheden (uit processtap 1). Dit doen we door te kijken naar vier factoren: snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk.

3.1

Snelheid (Prognose opkomsttijd)

Snelheid beschrijft de best geschatte tijd waarmee de eerste basiseenheid (tankautospuit met zes personen) ter plaatse kan zijn. Het gebied waar een basisbrandweereenheid van een post het snelst kan zijn ten opzichte van andere basisbrandweereenheden wordt het verzorgingsgebied van die eenheid of post genoemd. Indien er met een andere bezetting wordt gewerkt, moet het samenstel van eenheden een vergelijkbare slagkracht hebben als die van een TS6 (tankautospuit bezet met zes personen).

Beschrijving hoe we zijn gekomen tot opkomsttijd De opkomsttijd wordt berekend door de meldkamertijd, de uitruktijd en de rijtijd bij elkaar op te tellen.

Figuur 4 Opbouw van de opkomsttijd: van aanname melding op de meldkamer totdat de eerste eenheid ter plaatse is

De meldkamertijd en uitruktijd per post zijn bepaald conform de rekenvoorschriften uit de landelijke handreiking. De aanname van de melding is de start van het uitrukproces van de brandweereenheid. Meldingen kunnen op twee manieren op de meldkamer binnenkomen, als telefonische melding via de 112-centrale (112-melding) of als automatische melding via het Openbaar MeldSysteem (OMS). Bij een OMSmelding ziet de centralist direct waarvan de melding afkomstig is en kan de alarmering van de brandweer snel plaatsvinden. Omdat verreweg de meeste automatische brandmeldingen loze meldingen betreffen, wordt er sinds enige tijd in veel gevallen eerst door de centralist een telefonische verificatie gedaan. Hierbij heeft de centralist contact met iemand in het betreffende pand om zo vast te stellen of het een daadwerkelijke brand betreft. Deze verificatie kan tot maximaal vijf minuten duren. Bij 112-meldingen moet de centralist de melder ‘uitvragen’ om vast te kunnen stellen waar de brand is, wat er brandt en of spoedeisend optreden van de brandweer is vereist. De meldkamertijd voor het bepalen van het dekkingsplan is berekend op 62 seconden waar 60 seconden de wens is. Daarbij zijn alle soorten Prio 1-meldingen meegenomen in de berekening (inclusief OMS-meldingen).

Versie: december 2023

Pagina

15

De tijd tussen alarmering van de medewerkers en de daadwerkelijk uitruk van de basiseenheid heet de uitruktijd. De uitruktijden (mediaan) zijn per post berekend en worden ook gebruikt bij de berekening van de kazernevolgorde tabellen. Voor dit plan is er geen onderscheid gemaakt tussen de dagsituatie en de situatie avond, nacht en weekend. De gebruikte gegevens zijn afkomstig uit de meldkamerapplicatie GMS en via een specifieke applicatie, Veiligheidspaspoort, kan de bevelvoerder van de inzet gegevens aanvullen en controleren. Het laatste tijdselement, de rijtijd, wordt berekend met behulp van speciale software (Care). Hiervoor is het standaard rijtijdenmodel gebruikt waarbij wordt uitgegaan van een rijsnelheid van 85% van de snelheid die op dat wegvak geldt. Het wegenbestand is op enkele punten verrijkt door het schrappen of toevoegen van calamiteitenopritten bij enkele (snel)wegen en doorsteken ten behoeve van de hulpdiensten.

Snelheid: dekkingskaart en -grafiek snelheid

Figuur 5 Opkomsttijd van de 1e tankautospuit in minuten

Versie: december 2023

Pagina

16

Figuur 6 Dekkingsgrafiek snelheid geeft aan welk percentage van de locaties in de regio wordt bereikt in een bepaalde opkomsttijd. Bijvoorbeeld: ca 95% van de objecten wordt binnen 10 minuten bereikt.

3.2

Capaciteit: slagkracht en grootschalige en langdurige inzetten

Capaciteit bestaat uit slagkracht en grootschalige en langdurige inzetten. Slagkracht is het vermogen om bij opschaling snel meerdere eenheden tot een maximum van drie tankautospuiten (basisbrandweerzorg) ter plaatse te krijgen. Bij het grootschalig optreden gaat het om een inzet vanaf vier tankautospuiten en meerdere pelotons.

Slagkracht Onderstaande afbeeldingen geven inzicht in wat de slagkracht in de regio is. Hierbij is uitgegaan van het paraat zijn van alle eenheden met de sterkte van een basisbrandweereenheid (6 personen).

Versie: december 2023

Pagina

17

Figuur 7 Slagkracht: aantal tankautospuiten binnen 15 minuten, hoe lichter de kleur, hoe meer tankautospuiten binnen 15 minuten ter plaatse kunnen zijn.

Figuur 8 S-curve slagkracht: cumulatieve verdeling van opkomsttijden voor opvolgende eenheden. Van links naar rechts het 1e, 2e en 3e voertuig. Bijv: in 95% van de gevallen zijn er binnen 15 minuten drie eenheden ter plaatse.

Versie: december 2023

Pagina

18

Grootschalig brandweeroptreden (GBO) Grootschalig brandweeroptreden betreft het optreden waarbij vier of meer basiseenheden (tankautospuiten) worden ingezet. Er wordt gewerkt met een pelotonsstructuur, die landelijk voorgeschreven is. Voor het grootschalig brandweeroptreden kan de brandweer in Gelderland-Midden de volgende dekking leveren: •

•

Basispelotons (vier tankautospuiten) o

Peloton 100 binnen 30 minuten inzetbaar op de incidentlocatie.

o

Peloton 200 binnen 45 minuten inzetbaar op een uitgangsstelling (UGS).

o

Peloton 300 binnen 60 minuten inzetbaar op een uitgangsstelling (UGS).

o

Peloton 400 binnen 60 minuten inzetbaar op een uitgangsstelling (UGS).

Grootschalige Watervoorziening (watervoerende voertuigen) o

Peloton 500 binnen 30 minuten inzetbaar.

o

Peloton 600 binnen 60 minuten inzetbaar.

•

Peloton 800: Specialistische Blussing, binnen 60 minuten inzetbaar.

•

Peloton 900: Logistiek, ter plaatse binnen 60 minuten.

•

Peloton Natuurbrandbestrijding o

Peloton 100 inzetbaar binnen 30 minuten op de incidentlocatie voor verdere opschaling wordt samengewerkt met buurregio VNOG.

Over de interregionale inzet van deze pelotons zijn landelijk afspraken gemaakt. Voor externe bijstand stelt Brandweer Gelderland-Midden de volgende pelotons beschikbaar: •

2x Basispeloton.

•

Peloton Grootschalige Watervoorziening.

•

Peloton Specialistische Blussing.

•

Peloton Logistiek.

Specialistisch optreden (SO) Naast het grootschalig basisoptreden is binnen Brandweer Nederland het specialistisch optreden (SO) bovenregionaal georganiseerd.

Incidentbestrijding gevaarlijke stoffen (IBGS) De IBGS-teams (eenheid van vier gaspakdragers, een inzetleider en een plotter/chauffeur) zijn georganiseerd vanuit een samenwerkingsverband tussen de Oost-5 regio’s (IJsselland, Gelderland-Zuid, Gelderland-Midden, VNOG en Twente) waarbij Ede een IBGS-team levert. Het eerste IBGS-team is binnen een uur inzetbaar.

Waterongevallen Ieder waterongeval waarbij onder water geopereerd moet worden bij een diepte vanaf 1,5 meter worden duikteams ingezet. Daarbij geldt dat de eerste vijf minuten cruciaal zijn bij de overlevingskans van het verdrinkingsslachtoffer. Bij het brandweerduiken wordt over het algemeen het gouden uur gehanteerd. Binnen dit uur heeft het slachtoffer mogelijk kans op overleven bij adequate medische zorg. Veiligheidsregio Gelderland-Midden beschikt over een duikteam (Arnhem). Naast ons eigen team, maken we ook gebruik van duikteams uit andere regio's, afhankelijk van de locatie. Daarnaast zijn er zeven brandweervaartuigen gestationeerd gecombineerd met een oppervlaktereddingsteam en 2 losse oppervlaktereddingsteams op diverse posten in de regio voor oppervlaktewater redding.

Versie: december 2023

Pagina

19

3.3

Paraatheid

Op de drie beroepsposten na, is bij brandweer Gelderland-Midden de paraatheid georganiseerd op basis van het vrije instroomprofiel, oftewel hopen dat er voldoende vrijwilligers opkomen bij alarm. Om de paraatheid en dus de hulp aan de burger beter te kunnen organiseren maken we gebruik van Uitruk Op Maat. Afhankelijk van de melding is het binnen het concept van uitruk op maat mogelijk om uit te rukken met minder dan 6 man, de zogeheten TS4. Tegelijkertijd is het ook mogelijk om meer mensen te laten komen om met de beschikbare middelen van de TS een taak te verrichten. Het is aan de directeur brandweer om de paraatheid te organiseren.

Beschikbaarheid Beschikbaarheid is de mate waarin de brandweer voldoende (gekwalificeerd) personeel en werkend materieel beschikbaar heeft om daadwerkelijk naar een incident uit te rukken en deze te bestrijden. Bij de beroepsposten is beschikbaarheid gegarandeerd door kazernering van een volledige ploeg. Bij de vrijwillige posten worden indien nodig maatregelen genomen om de beschikbaarheid te waarborgen en binnen 1 minuut een volgende post te alarmeren bij onverhoopt onvoldoende opkomende vrijwilligers. Potentiële knelpunten in beschikbaarheid worden inzichtelijk gemaakt met beschikbaarheidssysteem (PreCom). Feit blijft natuurlijk dat we in Gelderland-Midden grotendeels te maken hebben met vrije opkomst en beschikbaarheid dus nooit 100% gegarandeerd is. Dat is inherent aan het vrije instroommodel. Voor het gepland buiten dienst zetten van posten zijn afspraken opgesteld. Bij onderhoud aan materieel (eerste tankautospuit van een post) wordt altijd een vervangend voertuig ingezet. We hebben de gerealiseerde beschikbaarheid (vermogen daadwerkelijk uit te rukken na alarmering) van de afgelopen 5 jaar op basis van de registraties in VP in beeld (cijfermatige onderbouwing van dit dekkingsplan).

Gelijktijdigheid Gelijktijdigheid beschrijft de gevolgen voor de dekking indien meerdere incidenten op hetzelfde moment een beroep doen op hetzelfde beschikbare brandweermaterieel en -personeel. De mate van gelijktijdigheid is op dit moment nog niet in concrete cijfers uit te drukken. Uit ervaring weten we echter dat er in Gelderland-Midden weinig sprake is van gelijktijdigheid van incidenten. De posten waar de kans hierop het grootst is (Arnhem-Noord, Arnhem-Zuid en Ede) worden bij langdurigere incidenten binnen 1 uur herbezet. Bij een alarm rukken zij dan uit met de herbezettingstankautospuit die operationeel beschikbaar is op die posten.

Continuïteitsplan Binnen Gelderland-Midden houden we op basis van de data van de afgelopen 5 jaar geen rekening met gelijktijdigheid. We monitoren wel de ontwikkelingen. Vooralsnog maken we geen gebruik van de aanwezigheid van onze vrijwilligers in ons beschikbaarheidssysteem PreCom (GeoFence) anders dan een signaal naar de ploegcommandant dat er onderbezetting is, waarmee er geen real-time paraatheidsbeeld beschikbaar is (buiten Ede/Arnhem). Dit alles is beschreven in de visie paraatheid en de visie basis brandweerzorg uit 2015.

Restdekking In Gelderland-Midden kunnen maximaal vier basispelotons (zestien tankautospuiten) uit eigen regio worden ingezet bij één grootschalig incident. Daarmee blijven nog ruim voldoende (meer dan twintig) basiseenheden over die, indien nodig, door het brandweeractiecentrum opnieuw over de regio worden verdeeld, om ook bij volgende incidenten de snelst mogelijke brandweerzorg te blijven leveren.

Versie: december 2023

Pagina

20

Met omliggende regio’s zijn afspraken gemaakt over het leveren van de snelste brandweerzorg voor de basisbrandweerzorg. Daardoor kan de bezetting van het 1e peloton bij inzetten aan de rand van de regio al grotendeels van buitenaf komen. Hierdoor blijven meer eigen eenheden beschikbaar voor gelijktijdige incidenten. Onderstaande afspraken zijn in het kader van restdekking gemaakt.

Afspraken restdekking bij grotere incidenten Bij grotere incidenten geldt een werkwijze die ervoor zorgt dat de operationele dekking weer optimaal wordt, zodat ook voor een volgend incident de snelste eenheid weer wordt gealarmeerd. Hiervoor wordt een post indien noodzakelijk herbezet/gekazerneerd. Herbezetting/kazernering wordt altijd per incident beoordeeld en is afhankelijk van incidentlocatie, inzetduur en risicoprofiel. De 24 uurskazernes Arnhem en Ede hebben de hoogste prioriteit en worden binnen 1 uur herbezet indien noodzakelijk. Het organiseren van restdekking is een verantwoordelijkheid van de hoogst leidinggevende en wordt veelal uitgevoerd door het brandweeractiecentrum. Herbezetting vindt plaats op basis van het vrije instroomprofiel en is dus niet gegarandeerd. Kazernering houdt in dat de eenheid inclusief bemensing van een andere kazerne gebruikt wordt om een leeg gebied van kazernes weer te voorzien van operationele dekking.

3.4

Werkdruk op basis van alarmeringsfrequentie

Volgens de site van de Arbeidsinspectie: “Om goed te functioneren, moet er een goede balans zijn tussen de werklast en de belastbaarheid van de werknemer. Is die balans verdwenen, dan wordt de werkdruk te hoog.” De handreiking geeft voor het beschrijven van de werkdruk in het dekkingsplan geen voorgeschreven aanpak en ook geen normering. Het simpel opsommen van aantallen uitrukken per post geeft ook weinig zicht op “werkdruk”. Door het werken met meer-ploegen systemen bij de beroepsposten en de vrijwillige posten met veel uitrukken, blijft het aantal daadwerkelijk meegemaakte uitrukken per persoon beperkt. Voor uitrukken met een emotionele belasting, kan worden teruggevallen op collegiale- en zo nodig ook professionele ondersteuning en begeleiding.

Versie: december 2023

Pagina

21

4. Beoordeling dekking (processtap 3) In dit hoofdstuk worden de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk separaat beoordeeld. Dit vindt onder andere plaats door het overheersende karakter van de objecten in het gebied te beschrijven en in te delen in de uiteindelijke categorie van het gebied. Tot slot volgt er een totaaloordeel per gemeente én voor de gehele regio.

4.1

Beoordeling snelheid

Om de factor snelheid te kunnen beoordelen, is het nodig dat elke CBS-buurt in één van de drie categorieën worden ingedeeld. Per CBS-buurt wordt vervolgens de theoretisch behaalde snelheid vergeleken met de toegestane bandbreedte uit het beoordelingskader.

Indeling gebieden Conform het beoordelingskader gebiedsgerichte opkomsttijden krijgen alle buurten een categorie toegewezen, op basis van het overheersend karakter van het gebied:

Figuur 9 Indeling CBS-buurten in categorieën conform de handreiking.

Versie: december 2023

Pagina

22

Buurtcategoriën Op basis van de handreiking zijn de buurten in Gelderland-Midden op de onderstaande afbeelding ingedeeld. Dit leidt tot de volgende indeling voor de buurten:

Figuur 10 De indeling van Gelderland-Midden in CBS-buurten met de daarbij behorende categorie (donker oranje = categorie I, oranje is categorie II en licht oranje is categorie III).

Gebiedsgerichte Opkomsttijden (GGO) Per ingedeelde buurt is berekend wat de theoretische opkomsttijd in dat gebied is. Die tijd is vervolgens vergeleken met de referentiewaarde en de bandbreedte in minuten die bij die buurtcategorie hoort.

Dit leidt tot een oordeel per buurt: goed/groen (sneller dan referentiewaarde), voldoende/blauw (tussen referentiewaarde en einde bandbreedte) of onvoldoende/rood (buiten bandbreedte).

Versie: december 2023

Pagina

23

Basis situatie: alle posten TS6 In de basissituatie gaan we bij de bepaling van de dekking ervan uit dat in elke post bij alarmering voldoende personeel opkomt om een TS6 te bemensen en daarmee uit te rukken. Dit is een “best-case” scenario. Omdat we bij vrijwillige posten gehouden zijn om te werken met een vrij instroom profiel, is nooit 100% te garanderen dat dit ook daadwerkelijk lukt bij elke alarmering gedurende het jaar.

Figuur 11 Dekkingsbeeld ervan uitgaande dat alle posten een TS6 leveren na alarmering

We zien een overwegend groen (Goed) beeld met een enkele buurt in blauw (Voldoende). Er is in deze basissituatie nergens sprake van een onvoldoende (Rood). Dat betekent concreet dat de brandweerzorg voor gebouwbranden binnen de normen van de GebiedsGebonden Opkomsttijden (GGO) vallen. Dit is mede te danken aan de fijnmazig verdeelde brandweerposten in onze regio. Behalve de 3 beroeps-bezette posten Arnhem Noord, Arnhem Zuid en Ede Centrum, worden alle overige posten bezet met vrijwillige collega’s. Ondanks alle inspanningen die onze vrijwillige collega’s doen om de paraatheid van de post te garanderen, komt het in de praktijk voor dat er momenten zijn waarop er onvoldoende vrijwilligers beschikbaar zijn voor een (volledige) uitruk. Om gevoel te krijgen bij de situatie waarin we geen 100% opkomst hebben, worden hierna ook 2 andere dekkingsscenario’s uitgewerkt: de reële situatie en de tegenslag situatie. Hierbij wordt er voor de vrijwillige posten van uitgegaan dat zij: - Uitrukken als samengestelde eenheid, dat wil zeggen de eigen eenheid rukt met 4 personen uit (in plaats van 6) en er komt ondersteuning van een eenheid uit een buurpost. De tijd van die laatste (tweede) eenheid geldt dan als maatgevend voor het bepalen van de uitruktijd. - De eigen eenheid kan niet uitrukken (onvoldoende personeel) en de uitruk wordt verzorgd door een eenheid uit een buurpost.

Ook hier geldt (dezelfde) uitruktijd van deze eenheid voor de bepaling van dekking.

Versie: december 2023

Pagina

24

Reële situatie: Beroeps- en meer-ploegen posten TS6, overige posten TS4 Om een meer reëel beeld te geven van de dekking kiezen we bij deze variant voor een TS6 bezetting vanuit de beroepsposten (100% garantie) en ook TS6 vanuit de vrijwillige posten met meerdere ploegen (nagenoeg 100%), dus de posten Nijkerk, Barneveld, Wageningen en Zevenaar. Alle overige posten houden we op TS4, waarbij de tijd dat de tweede eenheid ter plaatse is, geldt als opkomsttijd.

Figuur 12 Dekkingsbeeld met samengestelde vrijwillige eenheden (2x TS4) en TS6 voor beroepsposten en de vrijwillige posten met meer-ploegen (Nijkerk, Barneveld, Wageningen en Zevenaar). De getallen geven de overschrijding van de maximale opkomsttijd voor de categorie van die CBS-buurt in procenten, dus max 17%.

Een aantal buurten scoort nu onvoldoende. Dit zijn vanuit het

Tijd eerste TS4 ter plaatse bij "onvoldoende" 30

verleden bekende knelpunten, waarbij de beschikbare infrastructuur de bottleneck vormt om tijdig ter plaatse te komen met een eerste (samengestelde) bluseenheid. Dan wel betreft het losse gebouwen ver in landelijk of

27

natuurgebied. De maximale overschrijding van opkomsttijd is

25

in één buurt ca 17 %.

20

Omdat we in alle buurten met score “onvoldoende” te maken

15

hebben met een samengestelde eenheid (dus 2 x TS4), geldt voor de bepaling van de dekking, de tijd dat de tweede TS4

10

ter plaatse is. In de praktijk kan ook de eerst aankomende

5

1

TS4 al starten met een verkenning, het treffen van voorbereidingen en zelfs (beperkte) hulpverlening. Om dit

0 Goed

Voldoende

mee te kunnen wegen hebben we ook berekend hoe snel de eerste eenheid van de samengestelde eenheid ter plaatse is.

Figuur 13 Opkomst 1e TS samengestelde eenheid bij “onvoldoende” dekkingsscore

Die blijkt altijd binnen de bandbreedte van de categorie ter plaatse te kunnen zijn, zelfs vrijwel altijd binnen de referentie.

Versie: december 2023

Pagina

25

Tegenslag situatie: Beroepsposten TS6, alle vrijwillige posten TS4 Omdat niet uit te sluiten is dat vrijwillige posten altijd een TS6 kunnen leveren, geeft de tegenslag situatie een beeld van de dekking als alle vrijwillige posten voor de dekking een samengestelde eenheid nodig hebben (2 x TS4).

Figuur 14 dekking met samengestelde vrijwillige eenheden (2x TS4) en TS6 voor beroepsposten, de getallen geven de overschrijding van de maximale opkomsttijd voor de categorie van die CBS-buurt in procenten, dus max 17,1%.

Ook hier scoort een aantal buurten nu onvoldoende en ook

Tijd eerste TS4 ter plaatse bij "onvoldoende" 50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0

hier zijn dit vanuit het verleden bekende knelpunten, dan wel betreft het losse gebouwen ver in landelijk of natuurgebied. Ook in deze situatie blijkt de eerste eenheid altijd binnen de bandbreedte van de categorie ter plaatse te kunnen zijn, ook

46

hier vrijwel altijd binnen de referentie (92% score “goed”).

4 Goed

Voldoende

Figuur 15 Opkomstscore 1e TS uit een

Figuur 16 Overschrijding van de tweede eenheid bij "onvoldoende".

samengestelde eenheid bij “onvoldoende”.

In 65% van de gevallen is deze overschrijding maximaal 10%.

Nota bene: 95% van alle gebouwen in Gelderland-Midden wordt binnen 15 minuten bereikt met 3 blusvoertuigen).

Versie: december 2023

Pagina

26

Ongeacht de opkomsttijd van de brandweer is het van het grootste belang dat bewoners tijdig gealarmeerd worden als er brand uitbreekt in hun woning, vooral ‘s nachts. Met name de rook die bij een brand vrijkomt is dermate snel dodelijk, dat bewoners zichzelf in veiligheid moeten kunnen brengen. Het hebben van goedwerkende rookmelders is hierbij letterlijk van levensbelang. We zetten in op het vergroten van de bewustwording hiervan in bovengenoemde gebieden en in de rest van de regio. De wettelijke verplichting op het hebben van rookmelders (per 1 juli 2022) helpt hierbij.

4.2

Beoordeling capaciteit

Voor de beoordeling van capaciteit wordt gekeken naar slagkracht en grootschalig optreden. Voor de beoordeling van slagkracht is geen landelijk beoordelingskader beschikbaar. Er wordt daarom een beschrijvende beoordeling gegeven. Voor grootschalig optreden is wel een beoordelingskader in de handreiking opgenomen. De beoordeling is daarop gebaseerd.

Beoordeling slagkracht In Gelderland-Midden zijn er in de meeste CBS-buurten binnen 15 minuten drie tankautospuiten beschikbaar. In de (binnen) steden vaak nog eerder. Daar zullen ze ook het snelst nodig zijn. Met een snelle inzet van meerdere voertuigen kan immers voorkomen worden dat de brand zich uitbreidt. In de buitengebieden zal dit minder snel gebeuren. De verdeling van de slagkracht over de regio is daarmee passend bij de risico’s Zie ook figuur 17 en figuur 18.

Opkomst derde tankautospuit De slagkracht kan daarnaast ook nog bekeken worden aan de hand van de tijd die nodig is om drie gelijktijdig gealarmeerde eenheden op elke locatie in de regio beschikbaar te hebben. Deze opzet is voorgeschreven in de landelijke handreiking. De onderstaande kaart geeft daarmee een visuele indruk , waarbij de uitruktijd van de derde eenheid dan maatgevend is voor de kleurcodering. De kleurintensiteit geeft de opkomsttijd in minuten weer, hoe lichter de kleur hoe korter de opkomsttijd is. Overigens is dit een vrij theoretische berekening, in de praktijk komt het nauwelijks voor dat er drie eenheden tegelijkertijd gealarmeerd worden. Vaak wordt gestart met het alarmeren van een eerste eenheid en op basis van de melding(en) daarna pas verder door-gealarmeerd als de melding(en) of nader berichten van de eerste eenheid daar aanleiding toe geven.

Versie: december 2023

Pagina

27

Figuur 19 Opkomsttijd van de derde TS6, hoe lichter hoe sneller een derde TS ter plaatse is.

Figuur 20 S-curve opkomsttijd derde TS6.In ruim 95% van de locaties is een derde TS binnen 15 minuten ter plaatse.

Versie: december 2023

Pagina

28

4.3

Beoordeling paraatheid

Paraatheid bestaat uit beschikbaarheid, gelijktijdigheid en restdekking. Hiervoor zijn in de handreiking geen beoordelingskaders opgenomen. Er wordt daarom een beschrijvende beoordeling gegeven.

Beschikbaarheid De beschikbaarheid van posten is grotendeels op orde. Op een aantal posten worden knelpunten op dit vlak ervaren of worden deze voorzien voor de nabije toekomst. Verschillende technische hulpmiddelen dragen eraan bij dat er beter inzicht ontstaat in de beschikbaarheid van functionarissen voor de bezetting van de voertuigen. Daar waar knelpunten dreigen te ontstaan, kan snel worden ingegrepen. Dit betekent niet dat er altijd 100% beschikbaarheid is. Er wordt immers, op de drie 24-uurs kazernes na, in de hele regio gewerkt met het vrije instroomprofiel.

Gelijktijdigheid Het komt in Gelderland-Midden bij de vrijwillige posten weinig voor dat er gelijktijdige incidenten zijn, waarvoor het nodig is om een buurpost te alarmeren. Dit onderbouwd de huidige keuze dat we voor vrijwillige posten geen rekening houden met gelijktijdigheid. Voor de beroepsposten geldt een herbezettingsregeling die in werking treed na 1 uur inzet.

Restdekking Met name bij grootschalige inzetten is het van belang restdekking te organiseren. Dit doen we door het herbezetten van beroepsposten. En indien nodig, door ook een verdeling te maken met het herbezetten van vrijwillige posten vanuit andere vrijwillige posten (verplaatsing voertuigen en personeel). Daarmee wordt, ook tijdens een grootschalig incident, snelle inzet bij overige alarmeringen zoveel mogelijk gegarandeerd. Dit is ook een belangrijke onderbouwing voor het behouden van ons fijnmazig netwerk van vrijwillige posten. Ter illustratie de impact op de dekking bij een grootschalige inzet bij een natuurbrand op de Hoge Veluwe, inclusief de interregionale ondersteuning vanuit VNOG.

Figuur 21 Dekkingsbeeld tijdens het eerste uur bij een grote natuurbrand op de Hoge Veluwe.

Versie: december 2023

Pagina

29

4.4

Beoordeling aandachtsobjecten

Aandachtobjecten zijn objecten die zijn ingedeeld als categorie 1, maar zich bevinden in een CBS-buurt van categorie 2 of 3 en waarbij de opkomsttijd langer is dan 10 minuten (bovengrens categorie 1). Het betreft objecten met een bouwjaar van voor 1900 en/of gezondheidszorgfunctie, portiekflats en woongebouwen met een verblijfsgebied boven 20 meter.

Gebouwen met een gezondheidzorgfunctie De aandachtobjecten met een gezondheidszorgfunctie worden in het regulier werkproces van de afdeling Risicobeheersing beoordeeld. Met de eigenaar/gebruiker worden nadere afspraken gemaakt over het verbeteren van de brandveiligheid, gegeven het feit dat de brandweer op die locatie niet binnen de norm aanwezig kan zijn. Met deze gezamenlijke inzet van brandweer en eigenaar/gebruiker wordt de brandveiligheid in voldoende mate geborgd. In onze regio betreft dat de objecten aan de Koningsweg in Arnhem van Siza ’s Kooningsjaght, objecten aan de Apeldoornseweg in Ede van ’s Heeren Loo (Hartenberg) en een object aan de Bronbeeklaan in Arnhem.

Portiekwoningen Op basis van de opkomsttijden en het aanwezige brandveiligheidsniveau kunnen we de woningen onderverdelen in twee risicotypes. Portiekwoningen met een hoogste vloer tot en met 6 meter en portiekwoningen tot 13 meter. In het Onderzoeksrapport Brandveiligheid Portiekwoningen wordt aangegeven dat deze laatste variant te lastig is voor mensen om zelfstandig te kunnen vluchten. Dit moet meegenomen worden in de advisering op deze bouwwerken, al is het juridisch gezien niet mogelijk om zo maar deze vorm van portieken te weigeren. Bij portieksituaties met woonfunctie boven de 6 meter en tot 13 meter is bij een ontwikkelde brand een redvoertuig essentieel om een redding te kunnen uitvoeren. Brandweer Gelderland-Midden beschikt over 9 redvoertuigen.

Woongebouw met een verblijfsvloer boven de 20 meter Deze woongebouwen kenmerken zicht vooral door inpandige gangen, grote parkeergarages en voorzieningen ten behoeve voor de interventie van de brandweer zoals: brandweerlift en droge blusleidingen . Tot 70 meter vloerhoogte zijn er geen extra eisen gesteld en mag ook brandbare isolatie gebruikt of toegepast worden. In de bestaande woongebouwen zijn rookmelders inmiddels verplicht en maar toegangsdeuren niet zelfsluitend uitgevoerd. De woongebouwen worden niet gecontroleerd in ons uitvoeringsplan en daarmee is niet duidelijk of voorzieningen betrouwbaar en of onderhouden zijn of worden. Defecten worden niet gemeld en vaak is er geen sprake extra bescherming bij bouwwerken rooksluizen voor trappenhuizen bij bouwwerken voor 2003. De kans op langdurige opvang van bewoners en de plaatselijke maatschappelijke ontwrichting is groot. Daarnaast durven niet alle bewoners meer terug te keren na een brand in een bouwwerk. “Als je in een flatgebouw woont met 100 appartementen word je gemiddeld één keer per 25 jaar met een serieuze brand in een van de appartementen geconfronteerd. Als je je hele leven in zo’n gebouw woont gaat dat bij een gemiddelde levensverwachting van 82 jaar dus gemiddeld meer dan 3 keer gebeuren. Die kans lijkt gelet op recente statistieken te groeien, onder andere door de aanwezigheid van de vele opladers en accu’s.

Bij brand is het de bedoeling dat deze zich beperkt tot één appartement (brand in een gebouw) en dat de brandweer in staat wordt gesteld om branduitbreiding naar buurappartementen (gebouw in brand) te voorkomen. Overigens hebben de buren rondom en de aangrenzende gangen, portalen, trappenhuizen, vrijwel altijd te maken met ernstige rookontwikkeling, worden ze geëvacueerd en beleven ze serieuze angstmomenten. Zeker voor minder mobiele senioren is dat ook buiten het in brand staande appartement, een aanmerkelijk risico.” Bron: Jos Lichtenberg Em. Hoogleraar TU Eindhoven.

Versie: december 2023

Pagina

30

4.5

Beoordeling werkdruk op basis van alarmeringsfrequentie

Door de inrichting van de beroepsorganisatie met een 4-ploegensysteem en ook voor de vrijwillige posten met veel alarmeringen een meer-ploegensysteem aan te houden, is de werkdruk in onze regio aanvaardbaar.

4.6

Totaalbeoordeling Gelderland-Midden

Het algemene dekkingsbeeld van brandweer Gelderland-Midden is goed. In de situatie waarin we uitgaan dat alle posten een TS6 kunnen leveren, is er geen buurt met een opkomstoverschrijding. Omdat we gehouden zijn met vrijwilligers te werken met het vrije instroom-profiel, kunnen we deze dekking echter niet 100% van de tijd garanderen. Gaan we uit van een meer reële situatie waarin er vanuit de vrijwillige posten wordt gewerkt met samengestelde eenheden (2 x TS4) zien we wel enkele buurten waar de dekking onvoldoende is. Dit zijn allemaal buurten waar een samengestelde eenheid ter plaatse moet komen, dus waarbij de opkomsttijd van de 2e eenheid bepalend is. Nadere beschouwing leert dat de eerste eenheid altijd binnen de normtijd ter plaatse is en er dus dan ook al (beperkt) hulp kan worden verleend. Daarnaast toont een reëel scenario van een grote natuurbrand of een brand in de binnenstad van Arnhem aan dat de fijnmazige verdeling van brandweerposten er dan voor zorgt dat de aflossing en restdekking kan worden georganiseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=7103e335-ec7e-49f6-b66f-be0e6f27df22