CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Visie Schoolaanwezigheid regio Zutphen 2024

Commissie MO 4 februari 2025, gemeente DoesburgBij agendapunt: Visie op Schoolaanwezigheid regio Zutphen (Informatienota)2.152 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Visie op schoolaanwezigheid

Defini'eve versie, 2 oktober 2024 Na bespreking met: Beleidsoverleg gemeenten d.d. 11 juni Schoolleidersoverleg d.d. 12 juni Bestuurders onderwijs en gemeenten d.d. 25 september

2

Inhoudsopgave 1. Inleiding ..............................................................................................................................................................4 2. Visie ....................................................................................................................................................................4 3. Oorzaken en gevolgen van schoolafwezigheid ...................................................................................................5 4. Gebruik maken van data (het Response to IntervenDon model voor schoolverzuim).........................................5 5. Indeling op basis van typologie ..........................................................................................................................6 6. Conclusie ............................................................................................................................................................7

3

1. Inleiding Dit document is een eerste aanzet tot een overkoepelende visie op schoolaanwezigheid ten behoeve van een regionale verzuimaanpak, voor de regio Zutphen. Het thema staat op de agenda van de LEA-VO en mbo van de gemeente Zutphen en bij de samenwerkingsverbanden PO en VO in deze regio. De insteek bij het formuleren van deze visie is dat in de ‘sectoren’ primair onderwijs (PO), voortgezet (speciaal) onderwijs (V(S)O) en het middelbaar beroepsonderwijs (MBO) op eenzelfde manier naar verzuim gekeken wordt, ten einde een doorgaande lijn tussen de sectoren te kunnen bewerkstelligen. Verzuimproblemen bij jongeren beperken zich namelijk niet tot één sector maar kunnen voortduren of verergeren na de overgang naar een ander schooltype. Uit onderzoek blijkt duidelijk dat bij ongeveer 1 op de 3 jongeren met verzuimproblemen in het VO al verzuimproblemen op het PO aanwezig waren. Ook zijn verzuimproblemen in het ene schooljaar vaak een goede voorspeller voor verzuimproblemen in het volgende schooljaar. Tevens is de overgang naar een andere school of schooltype een risicofactor voor het ontstaan van schoolverzuim. Op basis van deze eerste aanzet voor een overkoepelende visie, kunnen per sector meer specifieke uitgangspunten en groeigebieden geformuleerd worden. Dit is passend, aangezien elke sector zijn unieke kenmerken en uitdagingen m.b.t. schoolverzuim heeZ.

De visie zal op deze manier binnen de sectoren geconcre'seerd, uitgetest en aangescherpt worden en uiteindelijk resulteren in regionaal beleid.

2. Visie Het is belangrijk dat leerlingen met veel plezier naar school gaan en zich veilig voelen. Een leerling die passend onderwijs volgt, krijgt de kans om zich op'maal te ontwikkelen en zich voor te bereiden op zijn toekomst. We streven voor alle leerlingen naar 100% aanwezigheid in het onderwijs. Door te focussen op en inzichtelijk te maken van schoolaanwezigheid voorkomen we verzuim en schooluitval. Toelich'ng In 2016 werd het Thuiszi]erspact ondertekend door de PO-Raad, VO-raad, ministeries van OCW, VWS en Jus''e en Veiligheid en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Doel was om in 2020 geen enkel kind meer thuis zonder passend onderwijs- en/of zorgaanbod te hebben. Ingrado, Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ), Nederlands Jeugdins'tuut (NJi), Gedragswerk en Steunpunt Passend Onderwijs dachten en ontwikkelden mee. Veel samenwerkingsverbanden commi]eerden zich aan de doelstelling. In de afgelopen jaren is er in Nederland meer en meer aandacht gekomen voor schoolverzuim in rela'e tot de zogenaamde “thuiszi]ers”1. Er is een grote roep om cura'eve maatwerkoplossingen voor deze doelgroep en aanpassingen in de wet- en regelgeving.

Maar hoe en door wie wordt bepaald welk maatwerk er nodig is? Zijn alle thuiszi]ers wel echt in beeld? En hoe kan voorkomen worden dat jongeren thuis komen te zi]en? Deze en andere vragen rondom schoolaanwezigheid spelen in de regio en vanuit de verschillende disciplines wil men dat er meer methodisch en preven'ef gewerkt gaat worden in het gezamenlijk voorkomen van verzuim en versterken van aanwezigheid. 1

Met thuiszi+ers worden bedoeld: jongeren zonder vrijstelling die niet ingeschreven staan op een school en jongeren die wel ingeschreven staan op een school, maar 4 weken of langer ongeoorloofd afwezig zijn van school

4

De focus van het Thuiszi]erspact was ‘de thuiszi]er’. Hoewel het onderwerp thuiszi]ers de afgelopen jaren prominent op de poli'eke agenda stond, lukte het niet om de ambi'e van het thuiszi]erspact waar te maken. Als gevolg hiervan kondigde minister Wiersma in zijn kamerbrief over de verzuimcijfers van 2021-2022 een nieuwe verzuimaanpak aan. In juli 2022 volgde een kamerbrief met de uitleg over deze verzuimaanpak. Hierin is te lezen dat het beleid zich meer gaat richten op het voorkomen van verzuim en zich meer gaat focussen op aanwezigheid.

3. Oorzaken en gevolgen van schoolafwezigheid De oorzaken van schoolafwezigheid zijn divers en liggen op verschillende niveaus. Er kunnen risicofactoren onderscheiden worden op het niveau van de jongere zelf (o.a. het hebben van angstklachten of depressieve gevoelens), maar ook op het niveau van de ouders (o.a. psychische problemen bij ouders), de familie (o.a. financiële problemen), leeZijdgenoten (o.a. gepest worden en in contact zijn met delinquente jongeren), de school (o.a. het voeren van een slechte verzuimregistra'e en het hebben van een onveilig schoolklimaat) en de bredere gemeenschap (o.a. het ervaren van interraciale spanningen)2. Vaak is er sprake van een wisselwerking tussen meerdere risicofactoren. De gevolgen van schoolverzuim kunnen ook op verschillende niveaus zichtbaar worden. Op het niveau van de jongere kan het schoolverzuim een nega'ef effect hebben op het presteren op school. Tevens kan schoolverzuim bijdragen aan sociaal-emo'onele problemen bij jongeren, zoals weinig zelfvertrouwen, gedragsproblemen en moeilijkheden in het maken van vrienden, waarbij hoger verzuim wordt geassocieerd met meer sociaal-emo'onele moeilijkheden. Door het schoolverzuim kunnen binnen de familie conflicten ontstaan en op school moeten docenten extra inspanning plegen om jongeren die verzuimen te ondersteunen.

Wanneer jongeren niet op school zijn, kunnen ze elders onrust veroorzaken, wat een nega'eve invloed kan hebben op de gemeenschap als geheel. Schoolverzuim verhoogt tevens het risico op schooluitval, waarbij schooluitval op de langere termijn geassocieerd wordt met werkloosheid, deten'e, slechte gezondheid en systemische problema'ek.

4. Gebruik maken van data (het Response to IntervenCon model voor schoolverzuim) Om de poten'ële nega'eve effecten van schoolverzuim zoveel mogelijk te voorkomen is het van belang om schoolverzuim zo vroeg mogelijk te signaleren en erop te reageren in plaats van te wachten tot er sprake is van problema'sch schoolverzuim3. De huidige richtlijnen in Nederland s'muleren dit onvoldoende. Op het moment dat ongeoorloofd schoolverzuim bij 16 uur in 4 weken via DUO wordt gemeld is er reeds sprake van problema'sch schoolverzuim. Daarnaast moedigt de huidige wet- en regelgeving scholen te weinig aan om voldoende aandacht aan het geoorloofde ziekteverzuim te besteden. Tegelijker'jd is het aandeel van het geoorloofde ziekteverzuim in het totale verzuim wel aanzienlijk en wordt afwezigheid door ziekte ook geassocieerd met nega'eve gevolgen zoals mindere leerresultaten. Tevens zijn mogelijk 2 Kearney, C. A. (2008). An interdisciplinary model of school absenteeism in youth to inform professional pracIce and public policy.

EducaIonal Psychology Review, 3 Volgens de veel gebruikte definiIe van Kearney (2008) [5] is er sprake van problemaIsch schoolverzuim bij: (a) het missen van tenminste 25% van de schoolIjd in 2 weken; en/of (b) veel moeilijkheden met het aanwezig zijn op school en deelnemen aan de lessen gedurende tenminste twee weken, waarbij dit een duidelijke invloed heeV op het dagelijkse leven van de jongeren en/of het gezin; en/of (c) afwezigheid van tenminste 10 dagen in 15 weken

5

niet alle ziek gemelde jongeren echt ziek en kan het een signaal zijn van onderliggende problema'ek. Het ministerie van OCW stelt een verzuimaanpak voor die is gebaseerd op een wetenschappelijk onderbouwde aanwezigheidsvisie die in de Verenigde Staten ontwikkeld is. Chris Kearney en Patricia Graczyk (2014) ontwierpen een raamwerk waarbij de focus ligt op de aanwezigheid van leerlingen, in plaats van dat er gekeken wordt naar welke leerlingen afwezig zijn. De focus verschuiZ hiermee van verzuim naar aanwezigheid. En dat niet alleen, het raamwerk richt zich met een schoolbrede aanpak op álle leerlingen en niet alleen de leerlingen waar zorgen over zijn. De kern van het raamwerk is het zo vroeg mogelijk signaleren, waarmee langdurig verzuim wordt voorkomen. Het raamwerk is in 2020 doorontwikkeld tot het Mul'-Dimensional Mul'-Tiered System of Support (MD-MTSS) raamwerk en blijkt succesvol. Scholen die het MD-MTSS raamwerk implementeerden zagen hun verzuimcijfers dalen4. Het model kent drie niveaus. Het onderste niveau gaat over een schoolbrede strategie om alle leerlingen te s'muleren naar school te gaan en focust op het snel signaleren van problemen. In het tweede niveau richt de school zich samen met ouder(s)/verzorger(s) en leerling op het inze]en van steun en het wegnemen van de oorzaken van het verzuim. Alle ac'es zijn gericht op het terugdringen van dit schoolverzuim.

Niveau drie, de kleine toplaag, betreZ de intensieve aanpak voor leerlingen met langdurig verzuim en complexere problemen. Om te bepalen in welke Tier een jongere zich bevindt, wordt er gekeken naar de totale afwezigheid/aanwezigheid van die jongere over een bepaalde periode (in ieder geval voor de duur van 1 schooljaar). Een goed te gebruiken richtlijn voor de prak'jk is dat alle jongeren die zich in Tier 1 bevinden tussen de 100% en 95% aanwezig zijn op school. Zij laten een goede schoolaanwezigheid zien. Tier 2 bevat de jongeren die minder dan 95% en meer dan 90% aanwezig zijn en Tier 3 de jongeren die minder dan 90% aanwezig zijn.

5. Indeling op basis van typologie De manier waarop het schoolverzuim “eruit ziet” en de oorzaken zijn divers. Om jongeren met schoolverzuim adequaat te ondersteunen is het van belang om de verschillende soorten schoolverzuim van elkaar te onderscheiden, waarbij er een genuanceerder beeld dient te ontstaan dan slechts het onderscheid in geoorloofd en ongeoorloofd schoolverzuim. Een veel gebruikte classifica'e is de differen'a'e in vier typen; schoolweigering, spijbelen, schoolonthouding en schooluitslui'ng5. Schoolweigering wordt gekenmerkt door: (a) verzet of weigeren om naar school te gaan i.c.m. 'jdelijke (o.a. onverklaarde lichamelijke klachten) of chronische (o.a. depressie) emo'onele stress, vaak leidend tot schoolverzuim; en 4

Graczyk, 2022, 15:13

5

Heyne, D., Gren-Landell, M., Melvin, G., & Gentle-Geni+y, C. (2019). DifferenIaIon between school a+endance problems: Why and how? CogniIve and Behavioral PracIce

6

(b) de jongere probeert het schoolverzuim niet te verbergen voor ouders; en (c) afwezigheid van an'sociaal gedrag (met uitzondering van het verzet rich'ng ouders gerelateerd aan het naar school gaan); en (d) ouders hebben op een moment ac'ef geprobeerd hun kind naar school te krijgen en/of geven een duidelijke inten'e aan om hun kind naar school te krijgen. Van spijbelen is sprake als: (a) de jongere afwezig is van school voor een hele dag of gedeelte van de schooldag, of binnen school niet op de juiste plek aanwezig is; en (b) er door school geen goedkeuring gegeven is voor de afwezigheid; en (c) de jongere het schoolverzuim voor ouders verbergt. Er wordt gesproken over schoolonthouding als: (a) de jongere het schoolverzuim niet voorouders verbergt; en (b) ouders inspanning verrichten om de jongere thuis te houden (o.a. thuis helpen) of weinig tot geen inspanning verrichten om de jongere naar school te laten gaan. Bij schooluitslui'ng is een jongere afwezig van school of mist hij school ac'viteiten, wat te wijten is aan school. Te denken valt aan: (a) de school sluit de leerling uit door ongepaste disciplinering (o.a.

onweqge verwijdering); (b) de school is niet in staat of wil niet voorzien in de fysieke, sociaalemo'onele, gedragsma'ge of academische behoeZen van de jongeren; (c) of de school ontmoedigt de jongere om naar school te komen, voorbij de grens van we]elijk aanvaardbaar schoolbeleid. Bovenstaande indeling in vier typen wordt voor deze visie gecompleteerd met de categorie ziekteverzuim. Met ziekteverzuim wordt het soma'sch ziek zijn bedoeld, zoals buikgriep hebben en een chronische ziekte hebben. We zien een landelijke trend van een groter wordende groep verzuimers op basis van psychosoma'sche klachten zonder medische onderbouwing. Deze trend is ook een aanleiding om het geoorloofd en ongeoorloofd verzuim we]elijk te gaan samenvoegen.

6. Conclusie Het MD-MTSS model wordt als vertrekpunt voor de uitwerkingen binnen de sectoren gehanteerd, waarbij wordt ingestoken op preven'e en vroegsignalering in plaats van “slechts” cura'ef te handelen bij de thuiszi]ers. Dit laatste blijZ echter zeker zorg en aandacht houden en heeZ ook een plek in het model. De basis hierbij is data gedreven werken en het beginnen met een scan van de aanwezigheid door het maken van een pyramide per school. Om gedifferen'eerd binnen de Tiers te kunnen werken wordt de beschreven indeling in 5 typen gehanteerd. Het classificeren van typen is daarbij geen doel op zich, maar is bedoeld om te komen tot het voeren van een gemeenschappelijk taal, een betere analyse van het schoolverzuim bij individuele jongeren en het nadenken over welke (maatwerk)aanpakken helpend zijn voor wie. Er zal getracht worden minder in termen van geoorloofd en ongeoorloofd schoolverzuim te denken en werken, maar meer in totale schoolaanwezigheid van jongeren. De we]elijke kaders waarin dit onderscheid wel gemaakt wordt dienen echter wel hun plek

7

te krijgen binnen de uitwerkingen. En meer in het algemeen, zullen al bestaande succesvolle werkwijzen meegenomen worden in de nieuw uit te werken aanpakken.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=aed14896-401d-44f1-b2e4-57b01665583e