Verkenning Energietransitie Doesburg rekenkamer
Tekst van het document
1. Inleiding De zorg over klimaatverandering en de noodzaak tot een meer duurzame manier van samenleven vragen steeds meer de aandacht van de overheid. Recente ontwikkelingen (overstromingen, droogte, gestegen energieprijzen, het onlangs verschenen IPPC rapport) hebben het besef van de impact en urgentie van deze opgave versterkt. Ook voor de gemeentelijke overheid vergen de ambities op het gebied van duurzaamheid een steeds meer aandacht, capaciteit en middelen. Reden om hier doelmatig, efficiënt en effectief mee bezig te zijn. De Rekenkamer voor Doesburg, Duiven en Westervoort heeft daarom een verkenning uitgevoerd naar de wijze waarop deze gemeenten de afgelopen periode invulling hebben gegeven aan het beleid met betrekking tot duurzaamheid. De focus ligt daarbij op de energietransitie. Voor elke gemeente wordt
VERKENNING DUURZAAMHEID: ENERGIETRANSITIE
afzonderlijk gerapporteerd. In deze brief doen wij verslag van onze bevindingen voor de gemeente Doesburg
GEMEENTE DOESBURG 2. Opzet en onderzoeksvragen Inhoud
Gelet op de omvang van het onderwerp duurzaamheid is een aantal focuspunten aangebracht: •
1. Inleiding
Onderwerpen als biodiversiteit, afvalbeleid en klimaatadaptatie blijven bijvoorbeeld buiten
2. Opzet en onderzoeksvragen
beschouwing. De inspanningen met betrekking tot warmtevisies (werken aan een aardgasvrije
3. Beleidsontwikkeling energietransitie
gebouwde omgeving) maken wel onderdeel uit van het onderzoek.
4. Ambities van de gemeente Doesburg
•
5. Bevindingen Rekenkamer
We richten ons op een analyse van de beleidscyclus (opgave-doelen-strategie-uitvoering) en de rol van de raad
6. Conclusies en aanbevelingen
•
7. Gezamenlijke lessen uit de verkenningen voor Doesburg, Duiven en Westervoort Bijlage: voorbeelden ter inspiratie: energietransitie in Soest en Zoeterwoude
We richten ons op de energietransitie en niet op de duurzaamheidsdoelstellingen in de breedte.
We hebben bijzondere aandacht voor het aspect burgerparticipatie.
De centrale onderzoeksvraag luidt: Slagen de gemeenten Duiven, Doesburg en Westervoort er in om hun ambities en doelen m.b.t. de energietransitie te realiseren? Deelvragen: -In welke mate zijn doelen en ambities geconcretiseerd en gerealiseerd -In welke mate zijn de doelen aangepast aan landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen. -Op welke wijze wordt ingespeeld op (handhaven op) de wettelijke plicht van bedrijven om energiemaatregelen te nemen? -Hoe wordt de aanpak georganiseerd? -In welke mate heeft de “sturingsfilosofie” (samenwerking met partijen uit de samenleving, aanjagen, voorbeeldrol gemeente) tot resultaten (zowel in termen van draagvlak als concrete resultaten) geleid? -Hoe vult de raad zijn kaderstellende en controlerende rol in?
2
-Hoe worden inwoners en belanghebbenden betrokken? De verkenning is uitgevoerd aan de hand van de volgende activiteiten • • •
Analyse van de drie coalitieakkoorden en actuele beleidsstukken van gemeenten, provincie en rijk Verkenning van aanpak bij vergelijkbare gemeenten Gesprek met de betrokken wethouders en trekkers duurzaamheid van Doesburg, Duiven en Westervoort
Gemeenten hebben in de uitvoering van deze ambities een grote rol, omdat veel lokaal bepaald en geregeld moet worden, samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. De VNG heeft in het kader daarvan een aantal opgaven en taken voor gemeenten geïnventariseerd: • Particuliere woningeigenaren stimuleren om energiebesparende maatregelen te nemen • Daarbij speciale verduurzamingsfondsen vrijmaken waarmee ook particuliere huishoudens met een smalle beurs in hun woning kunnen verduurzamen • Prestatieafspraken maken met de eigen woningbouwcorporaties voor de verduurzaming van de sociale huurvoorraad • Zorgen voor een verduurzaming van de energievoorziening in het maatschappelijk vastgoed, denk bijvoorbeeld aan het eigen gemeentehuis, scholen, buurthuizen en bibliotheken • Energiebesparing bij bedrijven stimuleren en handhaven op basis van de Wet milieubeheer • Lokale duurzame energieopwekking faciliteren en stimuleren • Alternatieve warmtebronnen faciliteren voor een gasvrije nieuwbouw • Schonere mobiliteit, zoals fietsen, te stimuleren door bijvoorbeeld extra fietspaden • Elektrisch en duurzaam personenvervoer faciliteren, bijvoorbeeld door het instellen van een milieuzone of emissievrije binnenstad, aparte parkeertarieven of -vergunningen voor elektrische auto’s en het aanbrengen van deelauto- en laadvoorzieningen bij nieuwbouw • De opgave in regionaal verband
oppakken in een gezamenlijke energiestrategie
De Rekenkamer heeft dit onderzoek in eigen beheer uitgevoerd. Ten behoeve van specifieke inhoudelijke en redactionele ondersteuning is een beroep gedaan op de expertise van dr. B.P. van Geleuken van Beleid op Maat.
3. Beleidsontwikkeling energietransitie
In 2015 tekende Nederland met 194 andere landen het Klimaatverdrag van Parijs. Het doel van dit akkoord is de opwarming van de temperatuur op aarde beperken tot 2 graden Celsius, maar liever nog tot 1,5 graad. Om dit te bereiken moeten alle deelnemende landen actie ondernemen. Het verdrag eiste van lidstaten dat zij nationale klimaatplannen op zouden stellen die ambitieus waren en waarvan het ambitieniveau bij ieder nieuw plan moet stijgen. Inmiddels heeft Nederland een eigen Klimaatwet. Deze wet stelt dat we in 2030 onze CO2-uitstoot met 49 procent moeten hebben verlaagd en in 2050 met 95 procent, ten opzichte van het jaar 1990.
4. Ambities van de gemeente Doesburg
Tegelijkertijd stijgt het aandeel duurzame energie naar 100 procent in 2050. Ook moet er energie worden bespaard. Elk kabinet is aan deze wet gebonden. (In het recente regeerakkoord van het
De doelstellingen voor Doesburg zijn vastgelegd in de “Routekaart Energieneutraal Doesburg 2050”. Op
kabinet Rutte IV zijn deze ambities zelfs nog iets aangescherpt).
20 februari 2020 heeft de raad van Doesburg het Meerjaren uitvoeringsprogramma Doesburg
Nederland heeft zich de afgelopen jaren met succes ingezet voor een hogere Europese klimaatambitie.
Energieneutraal 2050 vastgesteld.
Dit heeft geresulteerd in een Europese Klimaatwet waarin de doelen van ten minste 55% reductie in
In dit programma wordt een zestal lijnen onderscheiden waarlangs invulling en uitvoering wordt
2030 en klimaatneutraliteit in 2050 zijn vastgelegd. Afgelopen zomer presenteerde de Europese
gegeven aan de energietransitie.
Commissie het Fit for 55%-pakket, een breed pakket met voorstellen waarmee de EU invulling geeft
1. Nieuw bewustzijn en eigenaarschap: hierbij gaat het om campagnes met betrekking tot
aan deze ambitieuzere doelen. De onderhandelingen over dit pakket zijn medio 2021 begonnen en
bewustzijn en draagvlak. Zowel binnen de Doesburgse gemeenschap als binnen de
zullen minstens een jaar in beslag nemen. Hoewel de exacte uitwerking voor Nederland nog niet
gemeentelijke organisatie. Ook het ondersteunen van maatschappelijke initiatieven valt hier
bekend is, zullen de voorstellen uit het Fit for 55%-pakket naar verwachting tot een aanvullende CO2-
onder.
reductieopgave leiden.
2. Energiebesparing: hieronder vallen de werkzaamheden met betrekking tot het energieloket,
Het Gelders Energie Akkoord, gaat uit van 55% minder broeikasgassen (waaronder CO2) in 2030 en
subsidieregelingen en maatregelen gericht op particuliere woningeigenaren en (specifiek)
energiebesparing van 1,5% per jaar. De Gelderse doelen voor 2030 stemmen overeen met de
eigenaren van monumentale panden. Ook maatregelen gericht op het bedrijfsleven (handhavingsplicht) en het eigen gemeentelijk vastgoed vallen hier onder.
aanscherping van ambities van de Europese Unie die Nederland inmiddels ook heeft onderschreven
3. Energieopwekking: hier wordt invulling aan gegeven middels de deelname in de Regionale
wanneer andere landen deze ook willen gaan opnemen in hun beleid.
EnergieStrategie (RES), het ontwikkelen van een afwegingskader voor grootschalige zon- en windenergie, het stimuleren van zonnepanelen op daken en faciliteren van het proces tot plaatsing van een waterkrachtcentrale.
3
4
4. Duurzame warmte: hieronder valt de gemeentelijke transitievisie warmte en de uitwerking van het eerste (proef-) gebied de Ooi. 5. Duurzame mobiliteit: hiertoe is een gemeentelijke visie op laadinfrastructuur opgesteld. Ook het stimuleren van autodelen, fietsgebruik en vervoersmanagement bij bedrijven valt hieronder. Door capaciteitsgebrek is daar nog geen invulling aan gegeven. 6. Regionale samenwerking: hieronder valt ambtelijke en bestuurlijke deelname in onder meer het Klimaatberaad, RES en de Groene Metropoolregio. Voor elk van deze lijnen zijn in het Meerjaren uitvoeringsprogramma de beoogde resultaten beschreven. Ook is aangegeven met welke activiteiten deze resultaten bereikt kunnen worden. Op 31 augustus 2021 heeft het college een informatienota aan de raad gezonden met een weergave van de stand van zaken. Samengevat stelt de informatienota het volgende: “We denken dat we de afgelopen anderhalf jaar een
mooie start hebben gemaakt met de uitvoering van de energietransitie. Kaders zijn of worden nog dit jaar vastgesteld waarmee we het één en ander zogezegd in de grondverf hebben gezet. Een aantal projecten hebben we al uitgevoerd en gaan we ook de komende tijd nog uitvoeren. We hebben niet voldoende ambtelijke capaciteit om alle activiteiten uit te voeren. Die zullen we naar achteren moeten schuiven en op een later moment op moeten pakken.”
5. Bevindingen Rekenkamer Als we de aanpak en de voortgang in Doesburg beschouwen aan de hand van de onderzoeksvragen leidt dat tot het volgende beeld:
-In welke mate zijn doelen en ambities voor het onderwerp energie geconcretiseerd en gerealiseerd? De hoofddoelstelling is vastgelegd in het Coalitieakkoord 2018-2022: Doesburg is conform het landelijk beleid energieneutraal in het jaar 2050. De term energieneutraal is daarbij als volgt verwoord: “de nog resterende energievraag wordt in 2050 geleverd door duurzaam opgewekte energie.” (sheet 8 (PDF presentatie ‘Doesburg Energieneutraal 2050; meerjarenuitvoeringsprogramma 2018-2022) Deze doelstelling is conform het Coalitieakkoord uitgewerkt in een ‘Routekaart energieneutraal Doesburg 2050’ en in een meerjaren uitvoeringsprogramma. Daaruit blijken de volgende (kwantitatieve) doelstellingen.
(PDF presentatie ‘Doesburg Energieneutraal 2050; meerjarenuitvoeringsprogramma 2018-2022)
Deze doelen zijn vertaald in het uitvoeringsprogramma 2020-2023 naar resultaten en activiteiten. Waar nodig en mogelijk is ook aangegeven wat de consequenties zijn voor capaciteit en middelen.
5
6
Op het niveau van resultaten en activiteiten is in de voortgangsnota gerapporteerd over de voortgang. Deze laten een beeld zien waarin er vooral geïnvesteerd is in kaders en beleid. Er zijn relatief nog weinig overige “zichtbare” resultaten. Over de mate van voortgang met betrekking tot de te realiseren doelstelling is niet gerapporteerd. De uitgevoerde activiteiten (beleidsinspanningen) zijn wel goed en overzichtelijk in beeld gebracht voor de raad. De mate waarin deze inspanningen bijdragen aan de kwantitatieve doelstellingen (zie bovenstaande figuren) is echter niet of nauwelijks duidelijk. Uit de tabel ‘Cijfers nieuwe energiemix’ blijkt overigens dat tussen 2017 en 2020 de ambities nog zeer bescheiden zijn. Er is alleen voorzien in een lichte energiebesparing en in het ‘transitiegereed’ (op weg naar aardgasvrij) maken van 34 woningen. Voor het jaar 2025 is er echter sprake van vaak een verdubbeling of nog (veel) meer van de resultaten in 2020. De kans op realisatie van doelen in de komende Jaren tot 2025 zijn ook onduidelijk. Is het bijvoorbeeld aannemelijk dat de voorgenomen plaatsing van windturbines en zonnepanelen en de beoogde
(website Gelders Energieakoord)
energiebesparing gerealiseerd wordt? Blijkens de tabel zal duurzame energie in tien jaar (2020-2030) met een factor 25 toenemen in Doesburg. En is het realistisch dat in 2025 meer dan dubbel zoveel gebouwen zonnepanelen hebben dan nu (zie tabel hierboven)? Het antwoord op dergelijke vragen maakt ook duidelijk voor de raad of bijsturing of intensivering van de beleidsinspanningen nodig is. Tenslotte is naast de effectiviteit (mate van doelbereiking) ook de efficiëntie (doelbereiking tegen de laagste kosten) van het beleid weinig inzichtelijk. Is de aanpak en uitvoering kosteneffectief? Hier mist een procesevaluatie van het tot nu toe gevoerde beleid: wat zijn de succes- en faalfactoren en welke lessen zijn er tot nu toe getrokken? Juist deze informatie geeft de raad de informatie en de mogelijkheid om bij te sturen.
-In welke mate zijn de doelen aangepast aan landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen?
-Op welke wijze wordt ingespeeld op (handhaven op) de wettelijke plicht van bedrijven om energiemaatregelen te nemen? Deze gemeentelijke taak wordt uitgevoerd door de Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA). De ODRA rapporteert hier niet afzonderlijk over maar neemt dit mee in haar algemene maand- en jaarrapportages. In de begroting van het ODRA is hierover in algemene zin opgenomen (ODRA p.9 begroting 2021):
CO2
“Vanuit het Rijk en binnen de Provincie Gelderland (Gelders Energieakkoord – GEA) wordt richting gegeven aan de energietransitie. In Gelderland wordt met het GEA ingezet op ‘klimaatneutraal zijn’ in 2050. Voor de doelgroep ‘bedrijfsleven’ is de doelstelling geformuleerd dat per jaar 1,5% energiebesparing met een totale energiebesparing van 7,5% in 2020 gerealiseerd moet zijn. ODRA heeft de voorbij jaren met haar partners aan de uitvoering van het GEA gewerkt. Voor 2021 is er nog geen projectbegroting gemaakt. We gaan uit van kleine verlaging van het aantal uren als in 2020, omdat een aantal partners vooralsnog niet meer participeert in het project energie.”
De doelen van Doesburg lijken niet volledig in lijn en minder ambitieus dan het Gelders
De resultaten worden -per gemeente uitgesplitst- weergegeven in de jaarrapportage. Deze informatie
De meest relevante doelen, eisen en ontwikkelingen hebben een plek gekregen in de geformuleerde aanpak. Doelen zijn in lijn met de landelijke doelen uit de Klimaatwet: 2050 energieneutraal, 2030 49% reductie
EnergieAkooord, dat uitgaat van 55% minder broeikasgassen (waaronder CO2) in 2030 en energiebesparing van 1,5% per jaar. De Gelderse doelen voor 2030 stemmen overeen met de aanscherping van ambities van de Europese Unie die Nederland inmiddels ook heeft onderschreven
is nog niet ter beschikking gesteld aan de raad. Er is op dit punt nog geen sprake van een sturend en taakstellend opdrachtgeverschap vanuit de gemeente.
wanneer andere landen deze ook willen gaan opnemen in hun beleid.
-Hoe wordt de aanpak georganiseerd? Er wordt gewerkt aan de hand van een routekaart Duurzaam Doesburg 2050. Het geheel wordt aangestuurd door de verantwoordelijk portefeuillehouder en een integraal projectleider. Binnen deze aanpak worden zes werklijnen onderscheiden met elk een eigen ambtelijk trekker. Een ambtelijk opdrachtgever lijkt er niet te zijn, danwel geen expliciete rol te hebben. De beschikbaarheid
7
8
van capaciteit en middelen lijkt een beperkende factor. De raad heeft in 2019 incidenteel budget (€
Een systeem van structurele monitoring op outcome-niveau (concrete resultaten) ontbreekt. Ook in de
950.000) beschikbaar gesteld voor de jaren 2020, 2021 en 2022. Voor de jaren erna zal budget door
P&C cyclus wordt niet vast gerapporteerd over de mate waarin de doelen worden bereikt.
de raad beschikbaar moeten worden gesteld.
Bij de behandeling van de “stand van zaken uitvoering energietransitie 2021” in de commissie
In de voortgangsrapportage wordt melding gemaakt van het achterwege blijven van voortgang (op
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu op 15 september 2021 komen dan ook vanuit
specifieke onderdelen) als gevolg van beperkte capaciteit.
verschillende fracties signalen als: “lastig om een overzicht over het geheel te krijgen”, “beeld over de
De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) heeft recent een studie uitgebracht naar de verwachte
voortgang is niet duidelijk”, ”liggen we op koers?”.
uitvoeringskosten van het klimaatakkoord. Voor kleine gemeenten wordt deze geraamd op 8-9 extra fte
Expliciete keuzevraagstukken worden niet aan de raad voorgelegd. Zo wordt de raad niet meegenomen
aan capaciteit en aan gemiddelde kosten oplopend van 350.000 tot 550.000 jaarlijks. De geplande inzet
de afweging die ten grondslag lag aan de keuze om vanwege capaciteitsproblemen een aantal
(zowel in menskracht als middelen) in Doesburg lijkt hiermee op dit moment niet in de pas te lopen. Op
activiteiten binnen de werklijn mobiliteit niet uit te voeren.
basis van de resultaten van die studie moet er voor na 2022 rekening worden gehouden met een nog groter beslag op gemeentelijke capaciteit en middelen. De externe samenwerking vindt vooral plaats binnen de kaders van de onderscheiden werklijnen. Er is echter geen externe samenwerking georganiseerd op het niveau van de gezamenlijke integrale opgave.
-Hoe worden inwoners en belanghebbenden betrokken? Draagvlakvorming en participatie is nadrukkelijk onderdeel van de gemeentelijke aanpak. Zo is er bijvoorbeeld bewust voor gekozen de tijd te nemen voor het opstellen van een kansenkaart voor zonnevelden. Dit om recht te doen aan de gewenste betrokkenheid en participatie en betrokkenen (inwoners, belanghebbenden, etc.) hun inbreng te kunnen laten leveren.
-In welke mate heeft de “sturingsfilosofie” (samenwerking met partijen uit de samenleving aanjagen, voorbeeldrol gemeente) tot resultaten (zowel in termen van draagvlak als concrete resultaten) geleid?
Er is met betrekking tot de participatie geen afzonderlijk beleid of document opgesteld waaruit de
Er is op verschillende onderdelen betrokkenheid van uiteenlopende partners. In het stand van zaken
partijen uit de samenleving, zoals bedrijvenverenigingen, woningcorporaties, scholen en
document wordt hierover gerapporteerd. Dit lijkt zich te vertalen in een behoorlijk draagvlak voor de
sportverenigingen; hierover is de raad tenslotte ook niet concreet geïnformeerd.
“Doesburgse” aanpak en ambities te herleiden zijn. In hoeverre er sprake is van een gezamenlijke uitvoering of uitvoering van energiemaatregelen door
ontwikkelde kaders en beleid. De keerzijde hiervan is dat dit een investering in tijd met zich meebrengt, waardoor er nog weinig concrete resultaten behaald zijn. 6. Conclusies en aanbevelingen
De beoogde voorbeeldrol van de gemeente wordt vooral ingevuld via de werklijn “Energiebesparing gemeentelijk vastgoed”. Daarbij wordt ingezet op verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed, het ontwikkelen van een energiemonitoringsdashboard en het toepassen van led-verlichting in de buitenruimte.
Conclusies: •
Met betrekking tot gemeentelijk vastgoed is een strategisch koersdocument opgesteld. Er is echter nog
Er is sprake van een brede en integrale aanpak. Veel van de onderdelen die door de VNG zijn benoemd als terreinen van gemeentelijke verantwoordelijkheid zijn (beleidsmatig) benoemd.
geen concreet plan van aanpak. Daadwerkelijke (fysieke) resultaten lijken nog niet gekwantificeerd of
Dat ondanks de omvang van de gereserveerde capaciteit en middelen voor deze opgave. Die
gerealiseerd. Dat geldt wel voor de plaatsing van circa 1.000 led-armaturen in de openbare ruimte.
blijft achter bij hetgeen op basis van landelijke studies wordt geraamd. Dat lijkt nu al te knellen
Op andere onderdelen waar de gemeente een voorbeeldrol kan invullen (bij voorbeeld duurzaam
bij de aanpak. De gevraagde inzet zal de komende raadsperiode alleen maar groter worden.
vervoer in de eigen organisatie, duurzame inkoop (MVI)) wordt in het kader van de energietransitie
•
kennelijk niet ingezet.
Er is de afgelopen periode vooral geïnvesteerd in kaders en beleid. Dat heeft tijd gevergd. Mede daardoor zijn er nog weinig tastbare/zichtbare resultaten in relatie tot de kwantitatieve beleidsdoelen voor CO2-reductie en energiebesparing.
-Hoe vult de raad haar kaderstellende en controlerende rol in?
•
Monitoring op outcomeniveau ontbreekt. Er wordt vooral gerapporteerd op het niveau van
De raad wordt op alle onderdelen geïnformeerd en betrokken. Zowel in informele en informerende zin,
beleidsinspanningen, producten en activiteiten. De (verwachte) meetbare effecten zoals CO2-
als op de momenten waar formele behandeling en besluitvorming aan de orde is.
reductie, energiebesparing of opwekking van duurzame energie maken nog geen structureel onderdeel uit van de monitoring.
In september is de raad over de volledige breedte van de uitvoering van de energietransitie
•
geïnformeerd. Deze informatie had vooral betrekking op de voortgang met betrekking tot beoogde
daar mee omgegaan wordt) is het voor de raad moeilijk (of eigenlijk niet) te beoordelen of
resultaten, de uitgevoerde activiteiten en betrokken partners.
9
Daardoor en omdat een procesevaluatie nog ontbreekt (knelpunten in de uitvoering en hoe capaciteit en middelen op een efficiënte en effectieve manier worden ingezet.
10
•
Aanpak en ambtelijke inbedding zijn beperkt. De organisatorische aandacht (betrokkenheid management, vrijgemaakte capaciteit, organisatorische inbedding) lijkt niet in overeenstemming met de omvang van de opgave. Zeker gelet op de te verwachten urgentiestijging de komende jaren.
•
Draagvlak en samenwerking nemen een belangrijke en herkenbare plaats in bij de (voorgestelde) aanpak. Daar wordt vooral aan gewerkt aan de hand van de verschillende werklijnen. Dit leidt tot input van maatschappelijke partners op alle relevante onderwerpen
7. Gezamenlijke lessen uit de verkenningen voor Doesburg, Duiven en Westervoort Als rekenkamer hebben we de verkenning over duurzaamheid voor alle drie de gemeenteraden uitgevoerd. Voor Duiven en Westervoort geldt -vanuit 1Stroom- een gezamenlijke aanpak. De onderlinge leereffecten zijn vanuit die aanpak geborgd. De wijze van implementatie tussen deze beiden gemeenten (Duiven en Westervoort) aan de ene kant en Doesburg aan de andere kant laten een aantal verschillen zien.
waarop de gemeente initiatief neemt. Er wordt echter maar beperkt ingezet op een brede
In alledrie de gemeenten wordt vormgegeven aan de energietransitie op een wijze waarbij participatie
maatschappelijke beweging die als partner en aanjager voor de hele operatie kan fungeren.
van de samenleving een belangrijke rol speelt. Dat acht de Rekenkamer een goede zaak. In Duiven en
•
De handhavende taak richting bedrijven wordt nog niet actief ingevuld.
Westervoort is deze participatie voor de energietransitie van een afzonderlijk beleidsmatig kader
•
De beoogde voorbeeldrol van de gemeente wordt beperkt ingevuld. Daarbij wordt ingezet op
voorzien in de vorm van een participatievisie. Deze zou ook voor de gemeente Doesburg goede
verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed, het ontwikkelen van een
handvatten kunnen bieden.
energiemonitoringsdashboard en het toepassen van led-verlichting in de buitenruimte. Met betrekking tot gemeentelijk vastgoed lijken nog geen tastbare resultaten gerealiseerd. Dat geldt wel voor de plaatsing van led-armaturen. Op andere onderdelen waar de gemeente een voorbeeldrol kan invullen (bij voorbeeld duurzaam vervoer in de eigen organisatie, duurzame inkoop (MVI)) wordt in het kader van de energietransitie kennelijk niet ingezet.
In alle drie de gemeenten vraagt het onderkennen van het meerjarig beslag op capaciteit en middelen de aandacht. De energietransitie heeft een grote meerjarige impact. In Duiven en Westervoort is met het opstellen van zo’n meerjarige raming, bij aanvang van de programmatische aanpak enkele jaren geleden, al een eerste aanzet toe gedaan. Deze zou voor de gemeente Doesburg als inspiratie kunnen dienen bij het zetten van de eerstvolgende stappen op dit punt. De gemeente Doesburg informeert de raad periodiek aan de hand van een voortgangsrapportage.
Aanbevelingen: Ga door op de ingeslagen weg. De gemeente Doesburg pakt haar verantwoordelijkheid in de energietransitie voortvarend en in de volle breedte op. Dit proces vergt een lange adem, voortzetting en uitvoering van het in gang gezette beleid vraagt de komende jaren nog de nodige inspanningen. Dit
Hierin wordt integraal, over de volle breedte van het programma informatie gegeven over de stand van zaken bij de verschillende onderdelen. Een dergelijke rapportagevorm zou voor de gemeenten Duiven en Westervoort als voorbeeld kunnen dienen tot het in onderlinge samenhang bieden van inzicht aan de gemeenteraad.
vraagt ook om een goede en organisatiebrede inbedding van de ambities. Breng de consequenties voor capaciteit en middelen zo volledig mogelijk in beeld. Niet alleen van jaarschijf tot jaarschijf maar over de hele aankomende raadsperiode, en de perioden daarna. Maak daarbij een koppeling tussen inzet van middelen en het (potentieel) te bereiken effect in termen van reductie van CO2 uitstoot. In het verlengde daarvan bevelen we aan de monitoring van het beleid te verbeteren. Niet alleen op output-niveau (concrete resultaten van de inspanningen van de gemeente), maar ook op outcomeniveau (het daadwerkelijk bereikte effect met betrekking tot CO2-uitstaat). Dit maakt het voor de raad beter mogelijk aan effectsturing te doen: met welke inzet van capaciteit en middelen bereiken we welk resultaat. Zoek naar mogelijkheden tot een andere rolneming voor de gemeente. Veel van de noodzakelijke stappen op weg naar de energietransitie beginnen en eindigen nu bij het gemeentebestuur. Terwijl er ook verantwoordelijkheid (en creativiteit en oplossend vermogen) in de samenleving aanwezig is. Het zo effectief mogelijk aanboren hiervan vraagt om een grondige bezinning op de gewenste rolneming van de gemeente. Uitvoeringsconcepten als “maatschappelijk aanbesteden” en “right to challenge” kunnen helpen om hier invulling aan te geven.
11
12
Bijlage: voorbeelden ter inspiratie: energietransitie in Soest en Zoeterwoude
Soest en Zoeterwoude (resp. circa 45.000 en 9.000 inwoners) zijn actieve gemeenten waar het gaat om de energietransitie. In beide gemeenten vinden raad en college duurzaamheid en energie een prioriteit. Het Programma Energietransitie Soest 2020 – 2025 is bijvoorbeeld niet een beleidsdocument van de wethouder duurzaamheid, maar van het voltallige college. En in Zoeterwoude geeft de nieuwe burgemeester in een interview blijk van het belang dat hij hecht aan het tegengaan van de klimaatverandering. De ambtelijke staf geeft in beide gemeenten enthousiast gestalte aan de uitvoering. Hieronder staan als inspiratie enkele voorbeelden uit deze gemeenten die aansluiten bij de
-Op welke wijze wordt ingespeeld op (handhaven op) de wettelijke plicht van bedrijven om energiemaatregelen te nemen?
Gratis energiescans voor ondernemers In samenwerking met de Omgevingsdiensten bieden gemeenten Zoeterwoude en Soest energiescans aan voor ondernemers. De scans geven inzicht in energiemaatregelen en de ‘terugverdientijd’ daarvan. Daarbij wordt ook een relatie gelegd met wettelijk verplicht ten nemen maatregelen. In Soest zijn de scans de eerste stap op weg naar ondertekening van een energieconvenant met afspraken over energiebesparing en duurzame opwekking van energie. Bij het convenant zijn diverse bedrijvenverenigingen, de gemeente en inmiddels dertig bedrijven aangesloten.
onderzoeksvragen van de Rekenkamer.
-In welke mate zijn doelen en ambities voor het onderwerp energie geconcretiseerd en gerealiseerd?
Soest: concrete doelen Gemeente Soest heeft in 2019 voor vijf deelonderwerpen van de energietransitie kwantitatieve doelen gesteld voor het jaar 2025. Voor de ‘gemeente als voorbeeld’ is inmiddels een routekaart vastgesteld.
-Hoe wordt de aanpak georganiseerd?
‘Governance’ in Soest Soest laat in een duidelijk schema met toelichting zien hoe de interne en externe samenwerking en opdrachtgever- en opdrachtnemerschap zijn georganiseerd.
(Programma Energietransitie Soest 2020 – 2025, p.34) Zoeterwoude: realisatie en monitoring In Zoeterwoude besteedt het ‘Duurzaamheidsprogramma Zoeterwoude 2019-2022’ veel aandacht aan de uitvoering. Het programma begint met een terugblik op het gevoerde beleid en de resultaten daarvan. Daarnaast is bij de beleidsvoornemens per duurzaamheidsthema (waaronder energietransitie) de stand van zaken van de uitvoering beschreven. Ook worden indicatoren voor monitoring van beleidsvoornemens genoemd. (Duurzaamheidsprogramma Zoeterwoude 2019-2022)
(Programma Energietransitie Soest 2020 – 2025, bijlage 4)
13
14
-In welke mate heeft de “sturingsfilosofie” (samenwerking met partijen uit de samenleving aanjagen, voorbeeldrol gemeente) tot resultaten (zowel in termen van draagvlak als concrete resultaten) geleid?
Energie Actief Soest
(Duurzaamheidsprogramma Zoeterwoude 2019-2022, p.30)
-Hoe worden inwoners en belanghebbenden betrokken?
Stichting Energie Actief Soest is een initiatief van inwoners van Soest die op vrijwillige basis medeinwoners willen helpen hun woning energiezuinig te maken en het gebruik van duurzame energie te bevorderen. De gemeente ondersteunt dit initiatief. Er zijn diverse werkgroepen actief waarin inwoners acties uitvoeren: • De Werkgroep Energiecoaches heeft een training energiecoach gevolgd en geeft advies aan inwoners • In de Werkgroep Warmtescans spoort met een warmtecamera energielekken in woningen op. • De Wijkwerkgroep organiseert ieder jaar een actie in een wijk in de gemeente Soest. • In de Werkgroep Duurzame Warmte houdt zich bezig met de lokale productie van duurzame energie. • De Werkgroep Science Lab biedt samen met Balans, Kinderboerderij De Veenweiden energieproefjes aan aan leerlingen. • De Cultuurwerkgroep organiseert ieder jaar met de filmwerkgroep van Artischock een film rondom het klimaatvraagstuk.
Zoeterwoude gaat goed De website Goed Zoeterwoude (zoeterwoudegaatgoed.nl) geeft veel informatie en inspiratie voor bewoners en ondernemers. Niet alleen voor het onderwerp energie, maar ook voor bijvoorbeeld natuur en afval. Veel aandacht krijgt de landelijke proeftuin aardgasvrij Rijndijk. De gemeente heeft subsidie gegeven voor een coöperatie, die zich vanuit de samenleving gaat inzetten voor energieprojecten (opwek duurzame energie, warmtenet en elektrisch vervoer).
(Over ons - Energie Actief Soest)
-Hoe vult de raad zijn kaderstellende en controlerende rol in?
In het hoofdstuk ‘monitoring’ van het Duurzaamheidsprogramma Zoeterwoude is aangeven wanneer college en raad geïnformeerd worden over de voortgang van de uitvoering.
15
(www.zoeterwoudegaatgoed.nl)
16
17