Toelichting.pdf
Tekst van het document
Omdat dit bedrijf in onderhavig plan behouden blijft en buiten het plangebied valt zijn er geen nadelige gevolgen voor deze soorten. De rosse vleermuis heeft een paarverblijfplaats langs het Zwarte Schaar buiten het plangebied en het plangebied is tevens geen essentieel foerageergebied. Voor vleermuizen die hun foerageergebied en/of aanvliegroutes langs het Zwarte Schaar hebben worden geen substantiële nadelige effecten verwacht. De aanlegfase is verdeeld over meerdere jaren waardoor geluid- en lichthinder beperkt wordt tijdens de werkzaamheden. Met de herstructurering van het bedrijventerrein wordt er in de gebruiksfase geen extra overlast verwacht door geluid of licht. Door Ravon is in 2018 een onderzoek gedaan naar de kwabaal (Bijlage 15). Het onderzoek van Ravon gaat uit van uitbreiding richting Het Zwarte Schaar waarbij sprake is van demping. De plannen zijn sindsdien veranderd. Met het nieuwe bestemmingsplan wordt een uitbreiding van de loskade in Het Zwarte Schaar mogelijk gemaakt, waarbij deze verdubbeld ten opzichte van de huidige situatie. In oostelijke richting wordt de kade verlengt met circa 87 meter en in westelijke richting wordt de kade verlengt met circa 47 meter. Dit leidt tot een gering verlies aan areaal van Het Zwarte Schaar. De kwabaal komt in de IJssel voor, en daarmee ook sporadisch in Het Zwarte Schaar.
Ravon heeft met electrovisserij een DNA-onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van de soort, maar deze niet vastgesteld. Op basis van hun onderzoek concluderen zij dat Het Zwarte Schaar bij het bedrijventerrein (maar ook ten oosten daarvan) geen onderdeel uitmaakt van de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen voor deze soort, en dat de voorgenomen activiteiten niet leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Daaraan is toe te voegen dat het huidige plan qua omvang veel kleiner is dan het plan waaraan Ravon getoetst heeft. Dit leidt tot een veel geringer effect op Het Zwarte Schaar als leefgebied. Het intrillen van buispalen en damwanden leidt tot trillingen, waarvoor kwabaal gevoelig is. De soort komt momenteel echter niet voor in Het Zwarte Schaar. Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming voor kwabaal niet aan de orde is, en dat dit punt de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg staat. In redelijkheid kan hier geconcludeerd worden dat op voorhand niet blijkt dat het Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 41 van 50
soortenbeschermingsregime van de Wet natuurbescherming in de weg staat aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Bij de daadwerkelijke bouwplannen zullen maatregelen genomen worden om eventuele gevolgen voor soorten te mitigeren. Hierbij kan gedacht worden aan natuurinclusief bouwen. Daarnaast zal er invulling worden gegeven aan de Zorgplicht. Stikstofdepositie Omdat de ontwikkeling gepaard gaat met de uitstoot van stikstof in de bouw- en de gebruiksfase moet er in beeld worden gebracht wat de mogelijke effecten van de ontwikkeling zijn op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. De stikstofdepositie van de sloop-/bouwfase en de gebruiksfase is derhalve in kaart gebracht door middel van een AERIUS-berekening. De notitie en berekeningen zijn op basis van de meeste recente AERIUS-Calculator opnieuw uitgevoerd (Bijlage 16). Voor de gebruiksfase is uitgegaan van 10 afvaarten per week in de beoogde situatie. In onderstaande tabel zijn de maximale waarden van de depositie op de stikstofgevoelige habitattypen weergegeven voor de gebruiksfase. De berekeningen zijn uitgevoerd voor het jaar 2022.
Maximale toename stikstofdepositie (mol/ha/jaar) gebruiksfase
Conclusie In de gebruiksfase zijn er geen toenamen van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen en stikstofgevoelige leefgebieden van soorten in de Natura 2000-gebieden. Aangezien er geen toenamen zijn berekend zijn er voor wat betreft het aspect stikstofdepositie geen belemmeringen om het plan vast te stellen. Omdat er uit de berekening met een eerdere versie van de AERIUS-Calculator wel toenamen van stikstofdepositie berekend werden is destijds in een ecologische beoordeling is nader onderzocht of met de berekende toename significante negatieve effecten optreden op de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende Natura 2000-gebieden (Bijlage 17). Dit rapport is nog wel bijgevoegd maar op basis van de nieuwste stikstofberekening niet meer aan de orde. De conclusie van het rapport luidt: Het voorgenomen plan leidt niet tot een zodanige toename aan stikstofdepositie dat hierdoor sprake is van significante gevolgen voor de kwaliteit en oppervlakte van kwalificerende habitattypen en/of leefgebieden van soorten waarvoor Natura 2000-gebieden zijn aangewezen. Voor een deel van de habitattypen en/of leefgebieden van soorten geldt dat de KDW niet wordt overschreden door de achtergronddepositie.
Voor een ander deel van de habitattypen en/of leefgebieden van soorten geldt dat uit de meest recente gebiedsanalyses blijkt dat de kwaliteit van de betreffende habitattypen en/of leefgebieden van soorten goed is, ondanks een overschrijding van de KDW. Stikstofdepositie vormt daardoor geen knelpunt voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen. Voor een aantal habitattypen en leefgebieden geldt dat de KDW wordt overschreden, de kwaliteit momenteel niet goed is en stikstofdepositie in beginsel een knelpunt vormt voor de kwaliteit van het betreffende habitattype en/of leefgebied. Ten aanzien Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 42 van 50
van deze habitattypen en leefgebieden is gekeken of het berekende projecteffect zodanig groot is dat hierdoor merkbare significante gevolgen voor de kwaliteit van het betreffende habitattype of kwalificerende soort(en) binnen een leefgebied kan hebben. Uit de ecologische analyse blijkt dat dit niet het geval is. Het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende habitattypen en leefgebieden van soorten wordt, ondanks de verwaarloosbare toename aan stikstofdepositie, nog steeds mogelijk geacht. Geconcludeerd wordt dat het voorgenomen plan, ook in combinatie met andere projecten, niet zal leiden tot significante gevolgen voor de kwaliteit van habitattypen en/of kwalificerende soorten van leefgebieden binnen de betreffende Natura 2000-gebieden.
4.12
Verkeer en parkeren
4.12.1 Verkeer Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer dat wordt gegenereerd bij ruimtelijke ontwikkelingen, zijn kencijfers verkeersgeneratie ontwikkeld. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (exclusief openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de beoogde ontwikkeling toe rijdt en hiervan weg rijdt. Planspecifiek In het kader van de MER is in 2017 een verkeerskundig onderzoek gedaan en is er een beoordeling gedaan op basis van inrichtingsalternatieven gebaseerd op de ontwikkeling van LEID. Op basis van de aangepaste ontwikkeling voor de optimalisatie van het bestaande bedrijventerrein is het verkeerskundig onderzoek geactualiseerd d.d. 28 juli 2021 (Bijlage 18). Op basis van het onderzoek wordt het volgende geconcludeerd: Beïnvloeding van de verkeersstructuur De uitbreiding van het bedrijventerrein heeft in beginsel geen invloed op de verkeersstructuur in Doesburg en omgeving. De ontwikkeling vindt plaats op de huidige locatie en de Verhuellweg blijft intact. Beïnvloeding van de verkeersintensiteiten en verkeersafwikkeling De uitbreiding van het bedrijventerrein heeft tot gevolg dat de verkeersintensiteit op de toeleidende wegen toeneemt. Op enkele wegvakken is sprake van een relatief vrij grote groei van verkeer, maar in absolute aantallen is deze groei niet problematisch.
De toename van verkeersstromen op de kruispunten heeft geen relevante gevolgen voor de verkeersafwikkeling. Beïnvloeding van de verkeersveiligheid en gevolgen langzaam verkeer Uit de analyse van de verkeersafwikkeling is gebleken dat op de kruispunten geen significante veranderingen worden verwacht als gevolg van de planontwikkeling. Een aantal aandachtspunten met betrekking tot de verkeersveiligheid (ligging en lengte afrit N317, linksaf verbod N317 naar Verhuellweg) blijft echter onverminderd van belang. De ontwikkeling van de verkeersintensiteiten hebben voor langzaam verkeer geen grootschalige gevolgen. De Verhuellweg blijft op basis van de verwachte verkeersintensiteiten met de huidige inrichting geschikt voor het verwerken van het verkeer. De Koepoortdijk is al voorzien van vrijliggende fietspaden waardoor de toename van de verkeersintensiteit geen probleem vormt voor fietsverkeer. Uit bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen herstructurering en optimalisatie van het bedrijventerrein Verhuellweg geen significante effecten heeft op de verkeersstructuur, verkeersintensiteiten, verkeerafwikkeling en de verkeersveiligheid en gevolgen voor langzaam verkeer. Conclusie Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 43 van 50
Het aspect verkeer vormt geen belemmering voor de beoogde optimalisatie en herstructurering van het bedrijventerrein aan de Verhuellweg in Doesburg. 4.12.2 Parkeren Het benodigde of gewenste aantal parkeerplaatsen bij ruimtelijke ontwikkelingen kan worden bepaald op basis van parkeerkencijfers of op basis van parkeernormen. Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers van de verwachte parkeerbehoefte. Parkeernormen staan voor het aantal vereiste parkeerplaatsen per type bestemming. Op basis van deze parkeernormen wordt parkeerbeleid veelal vormgegeven. Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) geeft in publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' richtlijnen voor parkeernormen. In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen, bedrijf, etc.) en op basis van de locatiekenmerken. Zodoende kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden verkregen of voorzien wordt in voldoende (auto)parkeerplaatsen. Voorts voorziet de publicatie in minimale voorwaarden voor parkeervoorzieningen.
Planspecifiek Voor de gronden van het plangebied geldt het 'Parapluplan Parkeren'. Hierin heeft de gemeente Doesburg regels opgenomen omtrent parkeren. Het plangebied is aangewezen als 'Overige zone rest bebouwde kom'. Daarnaast dient het terrein te voorzien in voldoende ruimte voor het laden en lossen van goederen met bijbehorende voorzieningen. De ruimte voor het laden en lossen die in de huidige situatie aanwezig is blijft behouden. Bovendien neemt de oppervlakte van de bebouwing af waardoor er meer ruimte vrijkomt voor het laden en lossen van goederen. In de huidige situatie is er voorzien in parkeergelegenheid voor de bestaande bedrijven en kantoren. Met de optimalisatie van het bedrijventerrein is er niet direct sprake van uitbreiding, derhalve is uitbreiding van parkeervoorzieningen niet aan de orde. In het kader van efficiënter ruimtegebruik is er een parkeerdek beoogd op het terrein van Rotra. Voor meer parkeervoorzieningen of mogelijke uitbreiding in de toekomst lijkt de locatie ten oosten van het bedrijventerrein een geschikte locatie voor extra parkeervoorzieningen. Dit zal te zijner tijd nader worden onderzocht. In het voorliggende bestemmingsplan is hiermee al rekening gehouden door binnen het gehele bouwvlak parkeervoorzieningen toe te staan.
4.13
Cultuurhistorie
In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Kadernota Cultuurhistorie Gemeente Doesburg In de Kadernota Cultuurhistorie gemeente Doesburg is het gemeentelijke cultuurhistorisch beleid verwoord. Doel van de Kadernota is om de cultuurhistorische kwaliteiten van Doesburg te behouden en verder te ontwikkelen. In de gemeente zijn de afgelopen jaren al veel
Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 44 van 50
cultuurhistorische waarden gerestaureerd. Daarnaast zijn in bestemmingsplannen, beeldkwaliteitsplannen en structuurvisies de cultuurhistorische waarden een belangrijk uitgangspunt geweest. Op basis van een analyse van de bestaande sterkten en zwakten wil de gemeente een selectie maken van gebieden of elementen de moeite waard zijn om te beschermen. Relevant voor het plangebied zijn de volgende uitgangspunten: Behoud en versterking van het contrast tussen binnenstad en buitengebied met de vesting als markering; Er dient minimaal ingegrepen te worden in historisch waardevolle objecten en structuren; Ruimtelijke ingrepen moeten worden onderbouwd met bouwhistorisch, landschappelijk en archeologisch onderzoek; Bij sloop hecht de gemeente aan goede bouwhistorische documentatie. Planspecifiek Het plangebied zelf kent nauwelijks cultuurhistorische waarden. Een enkel gebouw dateert nog uit de beginjaren van het complex, zoals de zgn. Blikvanger. Dit gebouw, ooit onderdeel van de blikfabriek van Thomassen & Drijver, heeft nog enige architectonische betekenis en verwijst naar haar industrieel verleden. Een zekere waarde ontleent het gebouw ook aan haar positie; vanuit de binnenstad komend vormt het gebouw de eerste aanblik op de bedrijvenzone aan de Verhuellweg. Het heeft daarmee de betekenis van een landmark.
Door allerlei reclame-uitingen, kleurstelling en de verschillende aan- en bijgebouwen staat de cultuurhistorische waarde van het industrieel erfgoed onder druk. Het handhaven van het gebouw zonder een omvattend pakket van herstelmaatregelen, rehabilitatieplan en/of hergebruik is, gezien de huidige toestand dan ook weinig zinvol. Hoewel behoud en inpassing in een nieuwe situatie, zowel ruimtelijk als ook functioneel, zorgvuldig zijn overwogen, bleek dit een te grote belemmering voor de meest gewenste ontwikkeling.
Figuur 4.1 De 'Blikvanger vormt a.h.w. de aankondiging van het bedrijventerrein Verhuellweg In Bijlage 1 is een uitgebreide omschrijving gegeven van de cultuurhistorische situatie. Er kan geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkeling van het bedrijventerrein Verhuellweg geen negatieve gevolgen heeft voor cultuurhistorische waarden.
Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 45 van 50
4.14
Archeologie
De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden. Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van de Wamz zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken.
Planspecifiek In het kader van de MER is er in 2017 een bureauonderzoek uitgevoerd naar archeologische waarden (Bijlage 19) voor het plangebied van het destijds LEID. De relevante conclusie voor de nieuwe herstructurering zullen navolgend worden beschreven. Op basis van de ontstaansgeschiedenis en oude kaarten wordt de kans op het aantreffen van bewoningsresten zeer klein geacht. Een uitzondering hierop vormt het deel dat in het bestemmingsplan 'Archeologie Doesburg 2009' is aangeduid met 'specifieke vorm van waarde bekende archeologische waarden binnenstad hoog'. Wel kunnen in het gehele plangebied archeologische waarden worden aangetroffen die verband houden met de IJssel. Er heeft eerder archeologisch onderzoek naar een deel van de waterbodem plaats gevonden waarbij enkele objecten zijn aangetroffen die geen archeologische waarde hebben. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek wordt voor een deel van het plangebied geadviseerd geofysisch onderzoek uit te voeren. Dit heeft betrekking op de Fraterwaard dat geen onderdeel uitmaakt van het huidige plangebied. Daarnaast wordt met de beoogde optimalisatie van het bedrijventerrein Het Zwarte Schaar niet gedempt, daarmee blijven de aardkundige waarde van de oude riviermeander bewaard.
Gezien de beoogde ontwikkeling plaatsvindt op reeds geroerde gronden en er grotendeels gebruik zal worden gemaakt van bestaande funderingen vormt het aspect archeologie geen belemmering voor de voorgenomen werkzaamheden. Wanneer er tijdens de werkzaamheden sprake is van (toevals)vondsten, waarvan redelijkerwijs vermoed wordt dat het een archeologische vondst betreft, wordt dit zo spoedig mogelijk gemeld.
4.15
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 46 van 50
het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek Het uitvoeren van het project heeft geen financiële gevolgen voor de gemeente. De financiële verantwoordelijkheid voor het project en het daarbij behorende risico wordt volledig gedragen door de initiatiefnemer. De gemeente zal voor vaststelling van het bestemmingsplan een planschadeovereenkomst met de initiatiefnemers afsluiten. De economische uitvoerbaarheid van het plan is daarmee verzekerd.
Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 47 van 50
Hoofdstuk 5
5.1
Juridische planopzet
Algemeen
Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).
Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1: Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten; Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik. Hoofdstuk 3: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotbepalingen.
5.2
Wijze van bestemmen
Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen:
Enkelbestemmingen Bedrijventerrein Binnen deze bestemming is de functie bedrijventerrein toegestaan. Door middel van aanduidingen is aangegeven welke bedrijven zijn toegestaan. Aan de kade is een aanduiding opgenomen voor bedrijven tot en met categorie 4.2. Voor Ubbink geldt categorie 4.1. Voor zowel categorie 4.1 als Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 48 van 50
4.2 is alleen het huidige gebruik opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten. Voor de overige gronden zijn bedrijven tot en met categorie 3.2 toegestaan.
Verkeer De gronden binnen deze bestemming zijn hoofdzakelijk bestemd voor wegen, voet- en fietspaden en parkeervoorzieningen.
Water De gronden van de watergang De Fles zijn voorzien van deze bestemming. Hiermee is de functie waterhuishoudkundige doeleinden toegewezen.
Water - Rivier Met de bestemming is de functie waterstaatkundige doeleinden neergelegd op de IJssel, Het Zwarte Schaar en het westelijk deel van het plangebied, waarbinnen de gebouwen van Rijkswaterstaat gesitueerd zijn.
Dubbelbestemmingen Leiding - Gas Met deze dubbelbestemming zijn de gronden mede bestemd voor een gastransportleiding.
Waterstaat - Waterkering De gronden op de grens van de watergang en de kade zijn voorzien van de dubbelbestemming 'waterstaat - Waterkering. Deze gronden zijn mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en/of bescherming van de waterkering.
Waterstaat - Waterstaatkundige functie Een deel van de watergang en een deel van de kade is bestemd voor de berging en afvoer van hoog oppervlaktewater, sediment en ijs; de waterhuishouding; de aanleg, het onderhoud en de verbetering van de waterkering; het vergroten van de afvoercapaciteit.
Daarnaast is de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - bevi' opgenomen, waarmee de plaatsgebonden risicocontour van zowel het huidige LNG-station als de beoogde locatie van het LNG-station is vastgelegd. De gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie' is opgenomen ten behoeve van de geluidzone van het bedrijventerrein.
Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 49 van 50
Hoofdstuk 6
6.1
Procedure
Algemeen
Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor eenieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.
Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld.
6.2
Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
Dit bestemmingsplan is in het kader van het wettelijk vooroverleg toegezonden aan de volgende vooroverleg partners: Omgevingsdienst Regio Arnhem, Provincie Gelderland, Rijkswaterstaat, Waterschap Rijn en IJssel en Veiligheidsregio Gelderland-Midden. De reacties van de vooroverleg partners zijn ontvangen. Op basis van deze reacties heeft, waar nodig, nader overleg plaatsgevonden en zijn onderzoeken aangevuld en uitgevoerd. De reacties zijn verwerkt in voorliggend plan.
6.3
Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro
Het voorontwerpbestemmingsplan heeft niet ter inzage gelegen.
6.4
Verslag zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan is op 23 december 2020 gepubliceerd en heeft met ingang van 24 december gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn 58 zienswijzen binnengekomen. In Bijlage 20 is de “Nota van antwoord zienswijzen" opgenomen waarin de zienswijzen zijn beschreven, een reactie op de ingediende zienswijzen is gegeven en, als laatste, is aangegeven of de ingediende zienswijzen aanleiding hebben gegeven het plan aan te passen. In de nota die als bijlage is bijgevoegd worden die aanpassingen die aan het bestemmingsplan zijn gedaan en ambtshalve wijzigingen weergegeven.
Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 50 van 50