CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Gemeenteraad 30 september 2021, gemeente DoesburgBij agendapunt: Bedrijventerrein Verhuellweg - vaststelling bestemmingsplan20.450 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bedrijventerrein Verhuellweg Plantype

bestemmingsplan

Betreft

Bedrijventerrein Verhuellweg

Status

definitief

Datum

16-08-2021

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 Werkwijze en opzet van de toelichting

4 4 6 7 10

Hoofdstuk2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

11 11 12

Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

15 15 18 20 21

Hoofdstuk4 Uitvoerbaarheid 4.1 Milieueffectrapportage 4.2 Bodem 4.3 Lucht 4.4 Geluid 4.5 Bedrijven en milieuzonering 4.6 Externe veiligheid 4.7 Explosieven 4.8 Water 4.9 Nautische veiligheid 4.10 Hydraulica 4.11 Ecologie 4.12 Verkeer en parkeren 4.13 Cultuurhistorie 4.14 Archeologie 4.15 Economische uitvoerbaarheid

23 23 24 24 25 26 28 33 33 35 36 37 42 43 45 45

Hoofdstuk5 Juridische planopzet 5.1 Algemeen 5.2 Wijze van bestemmen

47 47 47

Hoofdstuk6 Procedure 6.1 Algemeen 6.2 Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro 6.3 Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro 6.4 Verslag zienswijzen

49 49 49 49 49

Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 2 van 49

Toelichting

Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 3 van 49

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

De twee Doesburgse bedrijven Koninklijke Rotra (logistiek dienstverlener) en Ubbink (producent van onder andere systemen voor rookgasafvoer, ventilatie en dakramen) gevestigd op een bestaand bedrijventerrein aan de Verhuellweg in Doesburg maken een gestage groei door. Om ook op langere termijn te kunnen voorzien in de ruimtebehoefte van beide bedrijven dient het bestaande bedrijventerrein te worden geoptimaliseerd en geherstructureerd. Hiermee is straks sprake van een efficiënter ruimtegebruik op het terrein. Voorliggend bestemmingsplan volgt op een lang voortraject van een grotere uitbreiding (richting de Fraterwaard) waarvan in 2018 is besloten dit traject niet te vervolgen, vanwege het feit dat dit niet betaalbaar en tijd-technisch niet haalbaar bleek voor beide bedrijven (investeringen versus opbrengsten). Hieronder wordt kort het doorlopen voortraject geschetst. Voortraject In het eerdere traject is, om ook op langere termijn te kunnen voorzien in de ruimtebehoefte van beide bedrijven, onderzocht hoe het bestaande bedrijventerrein aan de Verhuellweg in Doesburg kon worden uitgebreid en doorontwikkeld als logistiek watergebonden bedrijventerrein; het Logistiek Ecopark IJsselvallei Doesburg (LEID).

Er was reeds sprake van een bestaande containerterminal ten noorden van Doesburg waarvoor de wens bestond om deze door te ontwikkelen naar een logistieke Hotspot zoals ook beleidsmatig is vastgelegd door zowel de gemeente als de provincie. De vergroting van het bedrijventerrein waardoor de bestaande industriële bedrijvigheid en logistieke dienstverlening in Doesburg en de regio Liemers en Achterhoek de mogelijkheid kreeg om te groeien en verder uit te breiden, was aanleiding voor de provincie om van het bedrijventerrein Verhuellweg een knooppunt te maken van de logistieke Hotspot Liemers - Achterhoek. In dit voortraject is door een zevental samenwerkende partners (zowel overheden als beide bedrijven) nader onderzoek gedaan naar de gewenste uitbreiding, zijn diverse ontwerpen besproken en is onderzocht welke verschillende mogelijkheden er waren om de gewenste uitbreiding nader vorm te geven. Dit is gedaan door middel van het vaststellen van een NRD (= Notitie Reikwijdte en Detailniveau), waarin verschillende alternatieven zijn geformuleerd. Op basis van de NRD zijn alle alternatieven en varianten nader onderzocht. Zowel op milieuaspecten als financiële en tijd-technische haalbaarheid. De initiatiefnemers hadden een substantiële uitbreidingsbehoefte (onder andere extra op- en overslagcapaciteit) op deze locatie.

De ontwikkeling van het LEID paste in het beleid van de provincie en de gemeente Doesburg om de groeiambities voor watergebonden logistieke bedrijvigheid in Doesburg te faciliteren en in de regio Liemer Achterhoek een logistieke hotspot te realiseren. Koninklijke Rotra en Ubbink zijn niet enkel gerenommeerde bedrijven die de Gelderse economie stimuleren en voorzien in een belangrijk deel van de werkgelegenheid voor Doesburg en omgeving, het zijn ook bedrijven die al tientallen jaren nauw verbonden zijn met Doesburg. Rotra is inmiddels al bijna 110 jaar gevestigd in Doesburg, Ubbink zelfs meer dan 120 jaar. Het voornemen was dan ook om de bedrijven de mogelijkheid te geven door te ontwikkelen op de huidige locatie in Doesburg. Met de doorontwikkeling van het LEID kon nader invulling worden gegeven aan de ambitie om een logistieke hotspot voor de regio Liemer Achterhoek te realiseren. In eerste instantie zijn voor de geconstateerde ruimtebehoefte ook verschillende andere locaties in de regio onderzocht. Deze andere locaties bleken niet geschikt. Daarom is begin 2016 een verkenning uitgevoerd naar de mogelijkheden voor een uitbreiding ter plaatse van de bestaande locatie. Rotra heeft in 2017 de kade in gebruik genomen waarmee een begin is gemaakt met de

Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 4 van 49

ontwikkeling van de locatie Verhuellweg tot logistiek knooppunt. Dit knooppunt maakt onderdeel uit van de logistieke Hotspot Liemers – Achterhoek en vervult een belangrijke rol in het transport over water met onder meer een rechtstreekse verbinding naar Rotterdam en Twente. Op basis hiervan waren de volgende projectdoelstellingen geformuleerd: uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein Verhuellweg (thans circa 15 ha groot) met tenminste 10 en bij voorkeur 20 ha bruto, één en ander afhankelijk van het draagvermogen van het gebied; optimalisatie van het ruimtegebruik (herstructurering) op het bestaande bedrijventerrein Verhuellweg; vergroting van de laad- en loscapaciteit door verdubbeling van de kadelengte (130 m extra) van de containerterminal dan wel intensiever gebruik van de bestaande kade; verruiming van de zwaaikom zodat deze geschikt wordt voor schepen tot CEMT categorie Va (110 m lengte), de scheepvaartklasse die ook is toegestaan op de IJssel. Zoals hierboven al omschreven, is de gewenste grote uitbreiding niet doorgegaan maar is wel gekeken naar een zogenaamde terugvaloptie om toch, zoveel als mogelijk, tegemoet te kunnen komen aan de geformuleerde uitbreidingsbehoefte van beide bedrijven. In dit geval nu binnen de grenzen van het huidige bedrijventerrein.

Om op langere termijn te kunnen voorzien in de ruimtebehoefte en doorontwikkeling van Doesburg als knooppunt van de logistieke Hotspot Liemers - Achterhoek, is er behoefte aan herstructurering van het bedrijventerrein Verhuellweg. Het initiatief om de bestaande containerterminal door te ontwikkelen naar een logistieke Hotspot is gebaseerd op de wens om de huidige activiteiten op het bedrijventerrein efficiënter te maken. Het concentreren van activiteiten op één locatie maakt het mogelijk dat logistieke stromen van de bedrijven zelf en bedrijven uit de regio (optimaal) worden gebundeld en gegroepeerd. In het kader van optimalisering van de interne bedrijfsvoering en bedrijfsprocessen is scheiding en versnippering ongewenst. Naar aanleiding van het hiervoor geschetste voortraject om tot de ontwikkeling van Logistiek Ecopark IJsselvallei Doesburg (LEID) te komen was, zoals al gezegd, de ontwikkeling niet betaalbaar voor beide bedrijven. Op basis van die constatering is gekozen voor een optimalisatie en herstructurering voor beide bedrijven. Deze investering is van groot belang. Dit omdat de bedrijven een belangrijke functie hebben in de regio en ontwikkeling van deze bedrijven van groot belang is voor duurzame en innovatieve oplossingen en de positie van de regio in deze markt.

Met de beoogde optimalisatie en herstructurering zal de ten noorden gelegen Fraterwaard niet worden aangetast. Bovendien wordt er ingezet op het optimaal benutten van het bestaande watergebonden bedrijventerrein waarbij het gebruik van vervoer over water wordt versterkt. De eerdere doelstelling van de optimalisatie van de interne en onderlinge bedrijfsvoering en bedrijfsprocessen wordt door voorliggende bestemmingsplan nog steeds ondersteund. Hiermee wordt de doorontwikkeling van de bedrijven Rotra en Ubbink die jaren geleden al in gang is gezet, formeel juridisch geregeld. Ook nu de ontwikkeling van LEID niet mogelijk blijkt hebben de partijen uitgesproken elkaar te steunen in het vervolgtraject. Met de optimalisatie en een efficiënter ruimtegebruik worden tevens kansen benut op het gebied van het verduurzamen van het bedrijventerrein. Als laatste valt nog de ontwikkeling te melden van verkoop van het wegtransport en de logistieke dienstverlening van Rotra aan Kuehne&Nagel. Hiermee wordt weliswaar een splitsing van wegtransport (Kuehne&Nagel) en transport via scheep- en luchtvaart (onder andere CTD BV) voorzien maar is geen sprake van een gewijzigde opzet van het bestemmingsplan. Los van deze bestemmingsplanprocedure wordt de splitsing (op milieugebied) tussen de bedrijven op dit moment, in overleg met de gemeente en de ODRA (Omgevingsdienst Regio Arnhem), voorbereid.

De laad- en loskade van Container Terminal Doesburg zal verlengd worden en de bestaande bebouwing op het bedrijventerrein wordt gedeeltelijk geoptimaliseerd en aangepast. Gedeeltelijk is er sprake van sloop-nieuwbouw en het moderniseren en verduurzamen van het bestaande bedrijventerrein om klaar te zijn voor de toekomst. De beoogde optimalisatie van het bedrijventerrein past niet geheel binnen het vigerende Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 5 van 49

bestemmingsplan. De herstructurering van de gebouwen en gedeeltelijk sloop-nieuwbouw past niet volledig binnen de grenzen van het bouwvlak en de maximale bouwhoogte van 12 meter wordt overschreden. Daarnaast moet het plan worden aangepast op de beoogde verlenging van de laaden loskade, het verplaatsen van het LNG-station en de realisatie van extra parkeervoorzieningen. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een eenduidig juridisch-planologisch kader geboden, waarmee de beoogde optimalisatie mogelijk wordt gemaakt. Tevens wordt er rekening gehouden met mogelijkheden voor doorontwikkeling in de toekomst. De gemeente Doesburg heeft in een principebesluit (18 januari 2019) laten weten in principe medewerking te willen verlenen aan de herziening van het bestemmingsplan om het bedrijventerrein verder te kunnen ontwikkelen en toekomstbestendig te maken.

1.2

Ligging en begrenzing

Het plangebied is gelegen aan de Verhuellweg aan de noordzijde van Doesburg. Aan de noordzijde van het plangebied ligt Het Zwarte Schaar, een oude meander van de IJssel. Het gebied ten noorden van Het Zwarte Schaar betreft een poldergebied. De IJssel ligt ten westen van het plangebied en ten zuiden van het plangebied ligt watergang De Fles. De Verhuellweg ligt parallel langs de Provinciale Weg (N317) en zorgt voor de verbinding naar het bedrijventerrein. Aan de oostzijde van het plangebied buigt de Verhuellweg af naar het noorden, over de dam in Het Zwarte Schaar. Het plangebied wordt grotendeels begrensd door de plangrenzen van het vigerende bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Verhuellweg' en heeft een oppervlakte van circa 21 hectare. Navolgende afbeeldingen tonen de globale ligging en begrenzing van het plangebied.

Figuur 1.1 Globale ligging plangebied (wit omcirkeld, bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 6 van 49

Figuur 1.2 Globale begrenzing plangebied (wit omkaderd, bron: Google Maps)

Voor de exacte begrenzing van het plangebied dient de digitale verbeelding behorend bij dit bestemmingsplan te worden geraadpleegd.

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Verhuellweg'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 28 september 2017. Daarnaast ligt een klein gedeelte van het plangebied binnen de grenzen van bestemmingsplan 'Buitengebied Doesburg', vastgesteld op 22 juli 2010. Het plangebied is grotendeels voorzien van de bestemming 'Bedrijventerrein'. De gronden die zijn aangewezen voor 'Bedrijventerrein' zijn hoofdzakelijk bestemd voor een haven en buitenopslag binnen het bouwvlak. Binnen de bestemming 'Bedrijventerrein Verhuellweg' zijn daarnaast nog enkele functieaanduidingen opgenomen voor specifieke bestemmingen. Aan de noordzijde zijn de gronden voorzien van de bestemming 'Water - Rivier'. Deze gronden zijn bestemd voor water en voorzieningen ten behoeve van scheep- en recreatievaart, waterstaatkundige doeleinden, voorzieningen ten behoeve van (semi-)overheidsdiensten, waterstaatkundig beheer en onderhoud, groen- en oevervoorzieningen en verkeersvoorzieningen. Aan de zuidzijde hebben de gronden de bestemming 'Water'. Deze gronden zijn bestemd voor waterberging, waterpartijen en waterlopen, bruggen, vijvers, groenvoorzieningen en bescherming en instandhouding van ecologische voorzieningen en natuurwaarden. Daarnaast beschikt het plangebied over de bestemming 'Verkeer'.

De gronden met deze bestemming zijn onder andere bestemd voor wegen, voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen. Aan de oostzijde van het bedrijventerrein is in de huidige situatie een parkeerterrein aanwezig. Deze locatie en de gronden ten zuiden van de nutsvoorziening, grenzend aan de zuidzijde van het parkeerterrein, lijken geschikte locaties voor de uitbreiding van de parkeervoorziening of voor de realisatie van een parkeerdek. Indien deze ontwikkeling in de toekomst daadwerkelijk gewenst is zal te zijner tijd worden onderzocht of dit mogelijk is. Deze gronden vallen buiten de grenzen van Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 7 van 49

het vigerende bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Verhuellweg' en maken onderdeel uit van het bestemmingsplan 'Buitengebied Doesburg'. De gronden beschikken over de bestemming 'Agrarisch'. Omdat de uitbreiding van een parkeervoorziening of de ontwikkeling van een parkeerdek niet binnen deze bestemming past, maken deze gronden ook onderdeel uit van het plangebied. Navolgende afbeelding toont een uitsnede van de vigerende bestemmingsplannen ter plaatse van het plangebied.

Figuur 1.3 Uitsnede vigerende bestemmingsplannen (plangebied rood omkaderd; bron: ruimtelijke plannen.nl) Naast de enkelbestemmingen zijn er ook dubbelbestemmingen opgenomen. De noordelijke strook van het plangebied beschikt over de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterstaatkundige functie'. Deze gronden zijn aangewezen voor de berging en afvoer van hoog oppervlaktewater, sediment en ijs; de waterhuishouding; de aanleg, het onderhoud en de verbetering van de waterkering en het vergroten van de afvoercapaciteit. Daarnaast beschikt een deel van de gronden ook over de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. Deze gronden zijn mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en of bescherming van de waterkering. In het westen van het plangebied ligt een gasleiding, in het vigerende bestemmingsplan is daarvoor de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' opgenomen.

Archeologie Naast de genoemde bestemmingsplannen is er voor de gronden van Doesburg ook een bestemmingsplan voor archeologische waarden opgenomen, 'Archeologie Doesburg 2009'. Op navolgende afbeelding is per gebiedsaanduiding een uitsnede van het bestemmingsplan 'Archeologie Doesburg 2009' te zien.

Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 8 van 49

Figuur 1.4 Uitsnede bestemmingsplan 'Archeologie Doesburg 2009'

Het gehele plangebied is voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. Deze gronden zijn, behalve de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de archeologische verwachting en de archeologische waarden. Indien er geen aanduiding is opgenomen geldt dat het verboden is om een bodemingreep uit te voeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een aanlegvergunning van burgemeester en wethouders voor bodemingrepen groter dan 10.000 m² en dieper dan 0,5, ongeacht het bepaalde in de regels bij andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen. Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 9 van 49

Voor het plangebied geldt echter dat nagenoeg het gehele gebied voorzien is van een aanduiding. Zoals in figuur 1.4 te zien is, is een groot gedeelte van het plangebied voorzien van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - archeologische verwachtingswaarde historische ijssellopen'. Hiervoor geldt dat het verboden is om bodemingrepen uit te voeren of te laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een aanlegvergunning van burgemeester en wethouders, wanneer het bodemingrepen betreft groter dan 1.000 m² en dieper dan 7,5 m + NAP. Op de middelste uitsnede in figuur 1.4 is het gebied weergegeven dat is aangeduid met 'specifieke vorm van waarde - archeologische verwachtingswaarde middelhoog'. De drempelwaarde voor bodemingrepen ligt hier op 500 m² en een diepte van 0,5 m. Op de onderste uitsnede in figuur 1.4 is het gebied aangegeven met de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - bekende archeologische waarden binnenstad hoog'. Hiervoor geldt dat zonder of in afwijking van een aanlegvergunning van burgemeester en wethouders geen bodemingrepen zijn toegestaan groter dan 25 m² en dieper dan 0,3 m. De beoogde ontwikkeling in relatie tot het aspect archeologie wordt nader onderbouwd in paragraaf 4.14 Archeologie. Het bestemmingsplan 'Archeologie Doesburg 2009' blijft ongewijzigd van toepassing voor de gronden van het plangebied.

Parkeren Tot slot ligt er op de gronden van het plangebied een bestemmingsplan 'Parapluplan parkeren'. Via dit bestemmingsplan is de juridische borging van het gemeentelijk parkeerbeleid geregeld. Het plangebied valt binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - rest bebouwde kom'. De parkeernormen die zijn opgenomen in bijlage 1 van 'Parapluplan parkeren' zijn van toepassing.

1.4

Werkwijze en opzet van de toelichting

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het initiatief beschreven. In hoofdstuk 3 wordt een overzicht gegeven van het ruimtelijke beleidskader van de verschillende overheden. Hoofdstuk 4 bevat de uitvoerbaarheidsaspecten. Tot slot bevat de toelichting hoofdstukken over de opbouw, verantwoording en uitleg van de planregels (hoofdstuk 5) en de procedure van het plan (hoofdstuk 6).

Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 10 van 49

Hoofdstuk 2

2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

Het plangebied ligt aan de Verhuellweg in het noorden van Doesburg. Het plangebied wordt in het zuiden begrensd door de Provinciale Weg (N317), in het westen door de IJssel, Het Zwarte Schaar in het noorden en de agrarische gronden en vestingwerken in het oosten. Door de verhoogde ligging van de Provinciale Weg tussen het plangebied en de binnenstad van Doesburg, ligt het bedrijventerrein redelijk gescheiden van de rest van het stedelijke gebied. Deze verhoging dient tevens als geluidswal. Het plangebied is vroeger deel van de vestingwerken van Doesburg geweest. Sinds de jaren '50 is het plangebied bestemd als bedrijventerrein. In de jaren '60 zijn hier twee grote bedrijven gevestigd: expeditiebedrijf Rotra en kunststofverwerkingsbedrijf Ubbink. Deze bedrijven zijn nog steeds aanwezig op het bedrijventerrein. Beide bedrijven hebben een bovenregionale en/of landelijke uitstraling en beslaan samen circa tweederde van het bedrijventerrein. De bedrijven hebben een sterke positie in de markt en zijn gericht op duurzame innovatieve oplossingen waardoor zij een constante groei doormaken. Daarnaast zijn het bedrijfsverzamelgebouw De Blikvanger en een bouwmarkt aanwezig op het bedrijventerrein.

De containerterminal is inmiddels een belangrijke schakel voor de regio Liemers en de Achterhoek en knooppunt EMZ (Emmerich-Montferland-Zevenaar aan de A12) en de daar gevestigde verladers binnen de maakindustrie. De terminal is een belangrijke rechtstreekse verbinding naar de regio Twente. Tevens verzorgt de containerterminal containertransport naar de havens van Rotterdam en Antwerpen en staat in directe verbinding met het Europese achterland. De structureel groeiende vraag van klanten uit de markt maakt dat stilstand kan leiden tot verslechtering van de concurrentiepositie. Er wordt dan ook al jaren ingezet op het doorontwikkelen van deze locatie. Zo is in 2014 medewerking verleend aan de bouw van een LNG-station voor zowel vrachtwagens als binnenvaartschepen, een elektrisch aangedreven portaalkraan en een toename van de opslagcapaciteit van 8 naar 12 meter waardoor meer containers opgeslagen kunnen worden. Navolgende afbeelding geeft een panorama view van het bedrijventerrein en de omgeving.

Figuur 2.1 Panorama view huidige situatie bedrijventerrein en omgeving (bedrijventerrein: wit omcirkeld; bron: Doesburg2030.nl)

Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 11 van 49

Bebouwing De bebouwing op het terrein bestaat uit drie grote bouwvolumes. De bouwhoogte van deze bedrijfsgebouwen varieert van 3 meter tot maximaal 18 meter. Verder zijn er aan de westkant van het plangebied een nutsvoorziening en een aantal gebouwen aanwezig van Rijkswaterstaat. Het betreft een kantoorruimte en werkplaats van één bouwlaag met een kap en verschillende stallingsruimten met één bouwlaag en een plat dak.

Water en groen Het plangebied beslaat een deel van het water van de IJssel en Het Zwarte Schaar. Ten noorden van de bedrijfsgebouwen bevindt zich een bandijk en aan de zuidzijde ligt de watergang De Fles met daarlangs een groenstrook met opgaande beplanting. Ook aan de westzijde langs de IJssel en aan de oostelijke grens van het plangebied is opgaande beplanting aanwezig.

Ontsluiting Het bedrijventerrein wordt ontsloten via de Verhuellweg welke in het zuidwesten aansluit op de Koepoortdijk en de Provinciale Weg N317. In het oosten van het plangebied loopt de Verhuellweg richting het noorden door naar het poldergebied. In het zuidoosten van het plangebied sluit de Verhuellweg aan op de Panovenweg, die richting de woonwijken van Doesburg leidt.

Bedrijvigheid Het bedrijfsgebouw aan de westzijde van het plangebied bestaat grotendeels uit warehouse ruimte en kantoorruimte voor Rotra. Daarnaast wordt een klein deel van dit gebouw gebruikt als bedrijfsverzamelgebouw met onder andere een bouwmarkt. Het middelste bedrijfsgebouw is in gebruik door expeditiebedrijf Rotra en het oostelijke gebouw wordt gebruikt door kunststofverwerkingsbedrijf Ubbink. Langs de oever van Het Zwarte Schaar bevindt zich de kade van Container Terminal Doesburg die voorzien is van een laad- en loskade. Aan de westzijde van het plangebied is een LNG-tankstation aanwezig. Het gedeelte van het bedrijventerrein dat onbebouwd is wordt grotendeels gebruikt ten behoeve van opslag en parkeren van vrachtwagens. Parkeren voor personenauto's vindt voornamelijk plaats op eigen parkeerterreinen direct langs de Verhuellweg en op een parkeerplaats aan de oostzijde van het plangebied.

2.2

Toekomstige situatie

Met de beoogde optimalisatie en efficiënter ruimtegebruik van het bedrijventerrein aan de Verhuellweg blijft de hoofdstructuur van het terrein en de infrastructuur behouden. De huidige laad- en loskade wordt uitgebreid in zowel oostelijke richting als westelijke richting. In oostelijke richting wordt de kade verlengt met circa 83 meter en in westelijke richting wordt de kade verlengt met circa 47 meter. Daarmee wordt de lengte van de kade verdubbeld ten opzichte van de huidige situatie. De beoogde kade krijgt daarmee een totale lengte van ruim 260 meter. Mogelijk wordt er met de verlenging van de kade ook een tweede kraan geplaatst met een hoogte van 30 meter. Navolgende afbeelding toont de beoogde situatie van het plangebied.

Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 12 van 49

Figuur 2.2 Situatietekening bedrijventerrein aan de Verhuellweg (bron: Jan Bruyn)

In de beoogde situatie wordt het aantal afvaarten opgeschaald naar 10 afvaarten per week. Bebouwing De meest westelijke bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en hiervoor in de plaats wordt een crossdock gerealiseerd ten behoeve van overslag van goederen. Hiermee zal op termijn ook het bedrijfsverzamelgebouw en de bouwmarkt komen te vervallen. De beoogde crossdock heeft een oppervlakte van circa 11.825 m² en krijgt een bouwhoogte van maximaal 15 meter. Aan de zuidzijde bovenop dit gebouw wordt een kantoor gerealiseerd van drie lagen met een bvo van circa 2.500 m². Het kantoor krijgt een maximale bouwhoogte van 22 meter. Hiermee wordt er een hoogteaccent gecreëerd. Het gebouw ten oosten van de beoogde nieuwe bedrijfsbebouwing blijft behouden. Het oostelijke gedeelte van dit gebouw (circa 12.100 m²) wordt opgehoogd naar 22 meter ten behoeve van opslag. De rest van de bebouwing behoudt de bouwhoogtes van 18 meter, 14 meter en 8 meter. Tussen beide gebouwen van Rotra is een parkeerdek beoogd met een oppervlakte circa 1.000 m². Zowel op maaiveld als op het parkeerdek kan geparkeerd worden. Het parkeerdek zal voorzien worden van een dak. Ten behoeve van duurzame energievoorziening worden hier zonnepanelen op geplaatst. Op het terrein van Ubbink blijft de bestaande hal behouden. Aan de oostzijde wordt de bouwhoogte circa 22 meter ten behoeve van opslag.

Daarnaast worden er aan de zuidzijde enkele aanpassingen gedaan om een nieuw kantoor te kunnen realiseren van circa 1.500 m². Dit kantoor krijgt een bouwhoogte van circa 16 meter. Het overige deel van de hal krijgt een maximale bouwhoogte van 14 meter. Aan de oostzijde van het terrein is in de huidige situatie een parkeerterrein aanwezig. Dit lijkt een goede locatie voor eventuele uitbreiding van parkeervoorzieningen. Dit geldt tevens voor het terrein dat iets ten zuiden van dit parkeerterrein ligt. Indien uitbreiding van parkeervoorzieningen in de toekomst daadwerkelijk gewenst is zal te zijner tijd de haalbaarheid hiervan nader worden onderzocht. In het bestemmingsplan is op voorhand hiervoor al ruimte gereserveerd.

Zwaaikom Voor de zwaaikom ten noorden van het plangebied is een vergroting beoogd. In de huidige situatie is deze zwaaikom geschikt voor klasse IV-schepen. Klasse V schepen kunnen momenteel wel binnenvaren maar dat kost enige moeite en nautische vaardigheid. In de toekomst zal deze Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 13 van 49

geschikt worden voor klasse V-schepen, waardoor grotere schepen gebruik kunnen maken van de laad- en loskade. Deze aanpassing heeft meerdere voordelen. De IJssel is een drukke vaarweg, die steeds belangrijker wordt voor transport. Wanneer het vaarverkeer kan intensiveren en grotere schepen aan kunnen meren, scheelt dat veel vrachtwagens op de weg. Daarnaast zorgt de vergroting van de zwaaikom ook voor meer veiligheid doordat grote schepen hier gemakkelijker kunnen draaien en niet hoeven te steken. Deze ontwikkeling wordt door Rijkswaterstaat verder uitgewerkt en maakt geen onderdeel uit van onderhavig plan.

Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 14 van 49

Hoofdstuk 3

3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur & Ruimte en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 in werking getreden. In de visie benoemt het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. De structuurvisie gaat uit van 'decentraal, tenzij'. Het rijk kiest in het SVIR voor een selectieve inzet van rijksbeleid op 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. Voorts betreft het enkele specifieke gebieden zoals de mainportontwikkeling van Rotterdam en Schiphol. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) heeft het Rijk voor deze onderwerpen regels opgesteld waarmee de SVIR juridisch verankerd is richting lagere overheden. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend vastgelegd.

In de SVIR worden, naast de onderwerpen van nationaal belang, accenten geplaatst op het gebied van bestuurlijke verantwoordelijkheden. Het beleid betekent een decentralisatie van rijkstaken en bevoegdheden. Het Rijk gaat zo min mogelijk op de stoel van provincies en gemeenten zitten en lagere overheden, burgers en bedrijven krijgen, zolang het nationaal belang niet in het geding is, de ruimte om oplossingen te creëren.

Planspecifiek Het plangebied ligt in de besluitsubvlakken rivierbed en stroomvoerend deel rivierbed, in het kader van de waterveiligheid rond de grote rivieren. Ter plaatse van het besluitsubvlak rivierbed gelden algemene rivierkundige voorwaarden waaraan toe te laten (bouw)activiteiten in het rivierbed, ongeacht de aard en de omvang daarvan, altijd moeten voldoen. In de paragraaf 4.10 Hydraulica wordt hier nader op ingegaan. Voor het besluitsubvlak stroomvoerend deel rivierbed zijn een aantal activiteiten omschreven waarvan op voorhand duidelijk is dat deze niet buiten het rivierbed gelokaliseerd kunnen worden. Daarom wordt hiervoor in het kader van de Waterwet een vergunning verleend, mits wordt voldaan aan enkele specifieke voorwaarden. Het Barro en de SVIR zijn verder niet specifiek van toepassing op het plangebied. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling aansluit bij het Barro en de SVIR. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van het nut en de noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, leden 2 - 4 Bro als volgt omschreven: Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 15 van 49

De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Planspecifiek Het nieuwe bestemmingsplan maakt de beoogde herstructurering en optimalisering van Bedrijventerrein Verhuellweg mogelijk. Er is sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 Bro (ruimtelijke ontwikkeling van bedrijventerrein of zeehaventerrein, of kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen). Met het nieuwe bestemmingsplan worden de bouwmogelijkheden ten opzichte van de huidige situatie niet vergroot. In de huidige situatie is reeds een groot bouwvlak aanwezig welke niet volledig is bebouwd. Wel wordt met het nieuwe bestemmingsplan de bouwhoogte op enkele plaatsen binnen het bouwvlak vergroot. Dit heeft echter geen consequenties voor het grondgebonden ruimtebeslag. Volgens jurisprudentie (ABRvS 10 januari 2018; ECLI:NL:RVS:2018:52) is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling wanneer het bestemmingsplan voorziet in een uitbreiding van een bedrijfsterrein van ongeveer 2.000 m². Met onderhavig plan is dit niet het geval. Er is derhalve geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Tevens heeft het bestemmingsplan betrekking op bestaand stedelijk gebied. Alleen voor wat betreft de verlenging van de kade is sprake van een uitbreiding buiten de grenzen van het vigerende bestemmingsplan. Voor de onderbouwing van de verlenging van de kade is door Stec een behoeftetoets uitgevoerd (Bijlage 2).

Hieruit blijkt dat er zowel een kwantitatieve als kwalitatieve behoefte aan te tonen is voor de verlenging van de kade. Geconcludeerd wordt dat met het planvoornemen voldaan wordt aan de ladder voor duurzame verstedelijking, zowel voor het binnenstedelijke deel als voor de verlenging van de kade die als uitbreiding gezien kan worden. Hieronder wordt de behoefte aan doorontwikkeling van het bedrijventerrein beknopt onderbouwd op basis van ontwikkelingen in de logistieke sector. De logistieke sector is sterk in beweging. Er is enerzijds kwantitatief sprake van een relatief constante vraag naar nieuwe, marktconform locaties voor logistieke bedrijven, maar daarnaast verandert de ruimtevraag vanuit de sector ook kwalitatief als resultaat van marktontwikkelingen, bijvoorbeeld door de opkomst van nieuwe technieken en innovaties. Een aantal van deze marktontwikkelingen zorgt voor veranderende locatiewensen en -eisen bij logistieke bedrijven. Concreet: als gevolg van de huidige kwantitatieve en kwalitatieve marktontwikkelingen zien we onder andere de vraag naar bedrijfspercelen voor zeer grootschalige logistiek (>5 ha, XXL) stijgen, terwijl het aantal locaties waar deze bedrijvigheid kan uitbreiden of zich naartoe kan verplaatsen schaars is.

Bovendien is sprake van clustering van enerzijds logistieke bedrijven (op enkele toplocaties met alle beoogde locatiekwaliteiten) en anderzijds de concentratie van meerdere warehouses op één locatie vanuit efficiency en effectiviteit. De belangrijkste marktontwikkelingen die de behoefte aan doorontwikkeling in de logistieke sector onderbouwen zijn: groei van logistieke activiteiten en ruimtevraag toenemende schaalvergroting van logistieke bedrijven clustering op één locatie toename ambities op en gebruik van multimodale faciliteiten groeiende opkomst van e-commerce en behoefte aan 24-uurslevering samenwerking in de keten wordt belangrijker. Los van deze algemene ontwikkelingen in de logistieke sector wordt de specifieke behoefte van het planvoornemen op de planlocatie nader onderbouwd aan de hand van het provinciaal beleid, regionaal beleid, en gemeentelijk beleid in de navolgende paragrafen. Voorts worden de conclusies van de behoeftetoets voor de verlenging van de kade beschreven. Conclusie kwalitatieve behoeftetoets Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 16 van 49

Het voorliggende plan beantwoordt aan de belangrijkste marktontwikkelingen en trends voor de containervaart en voorziet daarmee in een kwalitatieve behoefte. Dat lichten we toe aan de hand van twee relevante marktontwikkelingen: Al over een langere periode in het verleden, en ook komende jaren, is er sprake van een schaalvergroting in de binnenvaart. In de binnenvaart worden 'grote' en 'bovenmaatse' schepen, met een scheepslengte van minimaal 110 à 135 meter (vaarklasse Va of Vb) steeds meer de norm bij het transporteren van containers. Deze schaalvergroting in de binnenvaart gaat ten koste van de kleinere (kortere) schepen: het aandeel 'kleine' en 'middelgrote' schepen neemt de komende jaren steeds verder af. Vaarwegen en haveninfrastructuur moeten in staat zijn deze grotere schepen te kunnen faciliteren, onder meer door voldoende kadelengte te realiseren. Indien een kade geëquipeerd moet zijn om meer dan één 'groot' schip tegelijkertijd aan te meren, bijvoorbeeld vanwege de omvang van de totale goederenstroom en/of vanuit efficiëntieoverwegingen, ligt een verdubbeling van de kadelengte dan ook voor de hand. Door in Doesburg de kade te verlengen van 130 naar 260 meter wordt de mogelijkheid geboden om twee 'grote' schepen tegelijkertijd aan te meren. Daarmee is de CTD goed geëquipeerd voor de binnenvaartvloot van de komende jaren.

De komende jaren wordt door regionale, nationale en Europese overheden en marktpartijen vanuit duurzaamheidsoverwegingen een stimulerend beleid gevoerd om vervoer over water te stimuleren, ten faveure van vervoer over de weg. Tegelijkertijd ontstaan er ook marktprikkels die vervoer over water stimuleren. We verwachten bijvoorbeeld dat het vervoer van goederen over de weg de komende jaren relatief duurder zal worden door onder andere de invoering van het Europese 'Mobility Pack'. Deze maatregelen zullen zorgen voor een hoger aandeel van de binnenvaart in de totale 'modal split' van de goederenstromen. Om deze groei te kunnen faciliteren is voldoende capaciteit in containerhavens noodzakelijk. Naar verwachting neemt het aantal vaarbewegingen op de Nederlandse waterwegen toe om meer containervolume te kunnen vervoeren. De verlenging van de kade van de CTD is een ontwikkeling die aansluit op deze verwachte ontwikkeling, leidt ertoe dat ook de bedrijven op bedrijventerrein Verhuellweg deze 'modal shift' kunnen volgen en daarmee een toekomstbestendige propositie hebben. Conclusie kwantitatieve behoeftetoets Het voorliggende plan voorziet in het vergroten van de afhandeling- en terminalcapaciteit van de CTD en voorziet daarmee in de kwantitatieve behoefte.

Dat lichten we: Naar verwachting neemt de overslag op de CTD in 2040 toe tot circa 36.500 tot 41.500 TEU, afhankelijk van het groeiscenario. Op basis van relevante trends, ontwikkelingen en beleidsambities omtrent het stimuleren van multimodaal vervoer lijkt het hoge groeiscenario het meest realistisch. Het toenemende transport van containers via de binnenvaart zorgt voor een toename van het aantal containerschepen dat zal moeten worden afgehandeld op de CTD. De huidige terminal is uitgerust om maximaal één klasse Va schip te kunnen afhandelen. Dat is voldoende om de in het huidige bestemmingsplan vastgelegde twee schepen per week te kunnen faciliteren. Indien door toekomstige toename van de containeroverslag op de CTD echter meer dan twee schepen per week de terminal aan zullen doen, verwachten we dat vaker twee schepen tegelijkertijd aan moeten meren (en afgehandeld moeten/kunnen worden). Op basis van de groeiverwachtingen beantwoordt de verlenging van de kade van de terminal om twee klasse Va schepen te kunnen faciliteren dan ook aan de te verwachte behoefte. De bestaande capaciteit van de CTD (circa 30.000 tot 36.000 TEU per jaar) is voldoende om in de huidige vraag naar op- en overslag te kunnen voorzien.

Op basis van de groeiprognose verwachten we dat de capaciteit op de huidige terminal in 2040 niet voldoende is om in de toekomstige overslag te kunnen voorzien, in het bijzonder op piekmomenten. Verdubbeling van de kadelengte (van 130 naar 260 meter) zorgt ook voor een verdubbeling van de stackruimte onder de portalkranen. Hiermee wordt de op- en overslagcapaciteit van de terminal verhoogd om te kunnen voorzien in de verwachte groei.

Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 17 van 49

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsverordening en Omgevingsvisie Gelderland

De Omgevingsverordening is geactualiseerd en in werking getreden op 1 januari 2018. De Omgevingsverordening bevat algemene regels en specifieke aanwijzingen waaraan gemeenten moeten voldoen om daarmee de provinciale belangen veilig te stellen. De gemeentelijke bestemmingsplannen moeten met de Omgevingsverordening in overeenstemming worden gebracht. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is vastgesteld op 19 december 2018. Het vertrekpunt bij het maken van de Omgevingsvisie is de maatschappelijke opgaven die in gesprekken met overheden, organisaties en particulieren zijn benoemd. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat centraal in de Omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland'. Met behulp van de volgende ambities wordt er richting gegeven aan energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en woon- en leefklimaat: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Energietransitie: van fossiel naar duurzaam Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer Circulaire economie: sluiten van kringlopen Biodiversiteit: werken met de natuur Bereikbaarheid: duurzaam verbonden Vestigingsklimaat: een krachtige duurzame topregio Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam

Planspecifiek Voor onderhavige ontwikkeling zijn met name de ambities voor energietransitie en vestigingsklimaat van toepassingen. De provincie streeft naar een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten. Met de optimalisatie van het bedrijventerrein aan de Verhuellweg wordt een bijdrage geleverd aan de ambities voor energietransitie. Dit wordt gedaan door een deel van de bedrijfsgebouwen gas-loos te maken en op de bedrijfsbebouwing zonnepanelen te plaatsen. Daarnaast streeft de provincie naar een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat. In 2050 wil Gelderland alle werklocaties duurzaam hebben ingericht qua energie, klimaatbestendigheid en logistieke productiestromen. Met de optimalisatie en een efficiënter ruimtegebruik van de kade en de bedrijven Rotra en Ubbink wordt er bijgedragen aan een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat. Vanuit de omgevingsverordening en omgevingsvisie zijn de Groene ontwikkelingszone en Natura 2000-gebieden van belang. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Gelders natuurnetwerk. Het plangebied maakt gedeeltelijk onderdeel uit van de Groene ontwikkelingszone, Natura 2000-gebied en rustgebieden voor winterganzen.

Dit is te zien op de navolgende afbeelding.

Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 18 van 49

Figuur 3.1 Uitsnede themakaart Natuur- en landschapsbeleid (Plangebied: zwart omkaderd; bron: Omgevingsvisie Gaaf Gelderland)

Op onderhavige ontwikkeling is artikel 2.53 van de omgevingsverordening van toepassing. In Artikel 2.53 is het volgende opgenomen: 1. Een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de Groene ontwikkelingszone kan uitbreiding van bestaande functies met meer dan 30 procent mogelijk maken, als: a. in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat de kernkwaliteiten Groene ontwikkelingszone van het betreffende gebied, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo substantieel worden versterkt; b. deze versterking is verankerd in hetzelfde of een gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan. 2. In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan de uitbreiding van bestaande grondgebonden landbouwbedrijven en van extensieve openluchtrecreatie met meer dan 30 procent mogelijk maken, als: a. in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat de uitbreiding zodanig wordt ingepast in het betreffende landschapstype dat de kernkwaliteiten, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo niet significant worden aangetast; b. deze inpassing planologisch is verankerd in hetzelfde of in een gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan. 3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de uitbreiding van landgoederen in de zin van de Natuurschoonwet, voor zover het daarbij opstallen betreft als bedoeld in het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928. 4.

Een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de Groene ontwikkelingszone kan uitbreiding van bestaande functies met ten hoogste 30 procent mogelijk maken, als: a. in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat de uitbreiding zodanig wordt ingepast in het betreffende landschapstype dat de kernkwaliteiten, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo niet significant worden aangetast; b. deze inpassing planologisch is verankerd in hetzelfde of een gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan. Een deel van het plangebied aan de noordzijde in het Zwarte Schaar is aangewezen als Groene Ontwikkelingszone. Voor de Groene ontwikkelingszone, dat ook is aangewezen als rustgebied voor winterganzen, is vooral een conserverend beleid van kracht, gericht op het behoud van openheid. Voor het rustgebied van winterganzen geldt dat vanwege de bestaande activiteiten ter plaatse nu al geen ganzen rusten. Met het planvoornemen is er derhalve geen sprake van aantasting van het rustgebied. De provincie geeft aan dat de uitbreiding van de kade vindt plaats in een havengebied en dat er feitelijk geen kernkwaliteiten van de Groene ontwikkelingszone ter plaatse meer aanwezig zijn. Met de voorgenomen ontwikkelingen is geen groencompensatie

Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 19 van 49

vereist omdat de voorgenomen ontwikkelingen grotendeels binnen de huidige contouren van het bedrijventerrein plaats vinden. De Fraterwaard valt immers buiten het plangebied, hier vindt geen terreinverlies of bebouwing plaats. Mede gezien de beperkte oppervlakte van de uitbreiding van de kade, zijn hierdoor geen negatieve gevolgen voor Groene ontwikkelingszone ter plaatse te verwachten. In paragraaf 4.11 Ecologie wordt nader ingegaan op de effecten van de beoogde optimalisatie van het bedrijventerrein op beschermde gebieden en beschermde soorten. 3.2.2

Programma Logistiek als Gelderse Motor

Dit is het actieprogramma van de provincie Gelderland om de logistieke sector te stimuleren en te faciliteren. Ingezet wordt op een goed multimodaal vervoersnetwerk en een economisch gezonde en sterke logistieke sector met een aantrekkelijk vestigingsklimaat. De ambitie is om meer toegevoegde waarde en meer werkgelegenheid te leveren in de logistieke keten. Door de geografische ligging van de provincie Gelderland is internationale vervoercorridors komen goederenstromen door Gelderland. Twee van de negen Europese corridors lopen door Gelderland: de Rhine-Alphine Corridor en de North Sea - Baltic Corridor. Deze stromen moeten gekanaliseerd worden door versterking van de multimodale infrastructuur (weg, water en spoor). Daarnaast wil de provincie het accent leggen op het versterken van het vestigingsklimaat om de economische kracht van de logistieke sector optimaal te benutten en meer werkgelegenheid te creëren. Planspecifiek In de provincie Gelderland liggen de logistieke hotspots Rivierenland, regio Arnhem- Nijmegen en Liemers. Doesburg valt binnen de logistieke hotspot Liemers. Doesburg vormt hierbij de logistieke schakel met de Achterhoek.

Het planvoornemen voor de optimalisatie van het bedrijventerrein aan de Verhuellweg past in het streven van de provincie Gelderland om op deze locatie een logistieke hotspot te realiseren en de logistieke sector - een belangrijke pijler van de van de regionale economische structuur - te stimuleren. Bovendien maakt de locatie onderdeel uit van de Gelders Corridor North Sea - Baltic. De doelen voor deze corridor zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

meer betrouwbaar en robuust synchromodaal netwerk verminderen ecologische footprint concurrentiepositie sterker maken door samenwerking voldoende ruimte logistieke bedrijven meer personeel voor logistieke bedrijven (inter)nationale acquisitie en groei (agro)logistieke bedrijven

Met het planvoornemen wordt er meer ruimte geboden voor logistieke bedrijven waarmee er tevens kan worden bijgedragen aan een meer betrouwbaar en robuust synchromodaal netwerk. Het planvoornemen sluit daarmee ook goed aan bij de gebiedsopgave voor de Gelderse Corridor.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionaal programma werklocaties

Het Regionaal Programma Werklocaties (RPW) 'Ruimte voor economische ontwikkeling' is vastgesteld door het college van Gedeputeerde Staten op 6 februari 2018. In dit regionale programma hebben de gemeenten in de regio Arnhem - Nijmegen afspraken gemaakt over bedrijventerreinen, kantoren en perifere detailhandel. Het doel van dit programma is om het overaanbod aan werklocaties in de regio terug te dringen. In het RPW zijn de volgende doelstellingen opgenomen: 1. Zorgen voor nieuwe economische ontwikkeling op de juiste locatie in de regio met maximaal rendement voor de werkgelegenheid. Dit geldt zowel voor bedrijventerreinen, kantoren als perifere detailhandel. 2. Ruimte geven aan uitbreiding van lokale bedrijvigheid. Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 20 van 49

3. In een realistisch tijdspad toewerken naar een economisch evenwicht in vraag en aanbod. 4. De economische marktontwikkelingen nauwlettend volgen en optimaal benutten. Er is een reële kans dat de komende jaren de huidige marktontwikkelingen doorzetten en de uitgifte/verkoop van gronden boven verwachting uitpakt. Planspecifiek In het regionale programma worden onder andere gewenste ontwikkelingen in de periode 2018-2021 genoemd. Ondanks algeheel regionaal bedrijventerreinoverschot moet de uitbreiding van bestaande bedrijven op bestaande bedrijventerreinen inclusief watergebonden bedrijven op bepaalde locaties wel door kunnen gaan. Als voor dergelijke uitbreidingen aangetoond kan worden dat deze niet kunnen verplaatsen naar een andere locatie dan kunnen deze bedrijven in principe uitbreiden op de huidige locatie als daar geen ruimtelijk-planologische bezwaren tegen zijn. De uitbreiding moet direct geheel in beslag genomen worden door het bedrijf zelf zodat er geen nieuw aanbod bedrijventerrein op de markt komt. Voor onderhavig plan geldt dat Rotra gebonden is aan de ligging aan de kade. De uitbreiding van Rotra wordt in het regionaal programma dan ook specifiek benoemd als gewenste ontwikkeling. Met de beoogde optimalisatie en efficiënter ruimtegebruik van het bestaande bedrijventerrein komt er geen nieuw aanbod bedrijventerrein op de markt.

Onderhavig plan sluit daarmee aan bij het regionale programma. De ontwikkeling van dit bedrijventerrein wordt gezien als een belangrijke investering voor de regionale economie.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Ruimtelijke Structuurvisie Doesburg

De ruimtelijke hoofdstructuren binnen de gemeente Doesburg zijn reeds uitgekristalliseerd. Hierin zullen tot 2030 geen grote wijzigingen plaatsvinden. Binnen de hoofdstructuur liggen echter nog diverse mogelijkheden en opgaven voor verbetering en verduurzaming. Kern van de structuurvisie is dan ook het verbeteren en verduurzamen van locaties in en om de stad Doesburg rond de thema's wonen, werken, voorzieningen en recreëren. De structuurvisie richt zich voornamelijk op een tiental specifieke locaties. Voor deze locaties worden specifieke doelen benoemd.

Planspecifiek Het bedrijventerrein aan de Verhuellweg is een van de twee bedrijventerreinen in de stad. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een van de 10 locaties waarvoor specifieke doelen benoemd zijn. Herstructurering van het bedrijventerrein Verhuellweg is wel aangegeven als lopend/afgerond project: "Revitalisering en verduurzaming van zowel bedrijfskavels, -bebouwing als de openbare ruimte. Uitbreiding watergebonden logistieke hotspot met laad- en loswal." Dit heeft betrekking op reeds uitgevoerde herstructureringsaspecten. Het gebied wordt nu verder ontwikkeld in lijn met de genoemde revitalisering en verduurzaming. Het gebied ten noorden van het plangebied is wel aangewezen als een locatie met specifieke doelen. De locatie is aangewezen als landelijk gebied en betreft hier de Fraterwaard. Alle ontwikkelingen voor deze locatie dienen samen te gaan met een hoogwaardige inpassing en kwaliteitsverbetering van het landschap. In de Fraterwaard ligt het accent op agrarische functies en natuur. De gronden van de Fraterwaard maken geen onderdeel uit van onderhavig plan. Met de herontwikkeling van het bedrijventerrein aan de Verhuellweg wordt er geen afbreuk gedaan aan het landschap van de Fraterwaard. Er kan geconcludeerd worden dat de beoogde optimalisatie van het bedrijventerrein past binnen de Ruimtelijke Structuurvisie Doesburg.

Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 21 van 49

Het plan is daarmee in lijn met de Ruimtelijke Structuurvisie Doesburg 2030. 3.4.2

Economisch beleidsplan

In het economisch beleidsplan Doesburg is de koers uiteengezet waar de economie van de gemeente Doesburg nu staat en wat de ambities zijn. In het plan zijn de economische doelstellingen voor de komende jaren benoemd, waaronder het vergroten van de kansen voor bewoners van Doesburg. Als speerpunten in het economische beleid zijn benoemd: Versterking van het ondernemersklimaat; Promotie van Doesburg en stimuleren toerisme; Een aantrekkelijke binnenstad. Planspecifiek De werkgelegenheid in Doesburg is voor een groot deel afhankelijk van een paar grote bedrijven. Voor de toekomst van Doesburg is het van belang om deze grote werkgevers voor Doesburg te behouden. Rotra wordt benoemd als een belangrijke internationale transportonderneming. Ubbink en Rotra staan in de top 5 van de 20 grootste werkgevers binnen de gemeente Doesburg. Voor de ontwikkeling van deze bedrijven is onderhavig plan voor het bedrijventerrein van groot belang. In het beleidsplan wordt tevens benoemd dat de kwaliteit van de bedrijventerreinen in de toekomst aandacht verdienen; zeker in de wetenschap dat de provincie Gelderland hiervoor geen middelen meer beschikbaar heeft. Naast het economisch beleidsplan is een uitvoeringsprogramma opgesteld waarin concrete maatregelen zijn benoemd om het beleidsplan te realiseren. Voor het plangebied zijn geen specifieke maatregelen benoemd.

Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 22 van 49

Hoofdstuk 4

4.1

Uitvoerbaarheid

Milieueffectrapportage

De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Naast de Wet milieubeheer is het Besluit m.e.r. belangrijk om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: a. het plan of besluit is direct m.e.r.- plichtig; b. het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.- beoordelingsplichtig. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht; c.

het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; d. de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.- (beoordelings)plicht. Sinds 16 mei 2017 geldt er een directe werking van het Europees recht. Daarom is per 7 juli 2017 het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, moet: Door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld; Het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden; De initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r.

genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. De voorgenomen ontwikkeling valt onder categorie D 11.3 (de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein) van het Besluit milieueffectrapportage. De drempelwaarde uit het Besluit m.e.r. van 75 hectare wordt niet overschreden. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de 'Europese richtlijn milieueffectbeoordeling' te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten, een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.- beoordeling'. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-plichtig. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling is een separate aanmeldingsnotitie opgesteld. De aanmeldingsnotitie is als bijlage bijgevoegd (Bijlage 3). Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat significante effecten voor het milieu zijn uit te sluiten en er derhalve geen m.e.r-plicht ontstaat.

Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 23 van 49

4.2

Bodem

In het kader van een ruimtelijk plan dient aangetoond te worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Indien sprake is van een functiewijziging zal er soms een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd in het plangebied. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem waarop deze ontwikkelingen plaatsvinden geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij een bestemmingswijziging is een bodemonderzoek slechts noodzakelijk, indien de bestemmingswijziging tevens een wijziging naar een strenger bodemgebruik inhoudt. Bij een bestemmingswijziging die een gelijkblijvend of minder streng bodemgebruik oplevert, is de bodemkwaliteit in het kader van de bestemmingswijziging niet relevant en is bodemonderzoek niet noodzakelijk.

Planspecifiek Met de gewijzigde herontwikkeling van het bedrijventerrein is er voor het overgrote deel geen sprake van een wijziging naar een strenger bodemgebruik. De huidige bedrijfsfuncties blijven met de beoogde optimalisatie en herstructurering bestaan. Er is geen directe aanleiding om een bodemonderzoek uit te voeren in het kader van de bestemmingsplanwijziging. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de beoogde bestemmingsplanwijziging.

4.3

Lucht

In de Wet Milieubeheer gaat paragraaf 5.2 over luchtkwaliteit en staat ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’. De Wet luchtkwaliteit introduceert het onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat hierbij vooral om de voertuigaantrekkende werking. Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in een de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM). Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten die jaarlijks meer dan 3 % bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) (1,2 µg/m³) een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 % bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing. Deze kwantitatieve vertaling naar verschillende functies is neergelegd in de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen'.

Planspecifiek Met betrekking tot de planontwikkeling op het bedrijventerrein Verhuellweg is er onderzoek uitgevoerd naar de effecten van het plan op de luchtkwaliteit (Bijlage 4). Hierbij is gerekend met een maximale toename van 10 afvaarten per week. Voor het bepalen van de luchtkwaliteit zijn op basis van de emissies van luchtverontreinigende stoffen, ten gevolge van het plan, de concentratietoenamen in de directe omgeving bepaald. Hiervoor is gebruik gemaakt van modelberekeningen. De concentratietoenamen zijn bepaald ten opzichte van de huidige feitelijke situatie. De berekende concentratietoenamen zijn vervolgens getoetst aan de NIBM-norm. Het gewijzigde plan geeft geen extra ruimte voor de vestiging van nieuwe bedrijven. De enige relevante wijziging van het plan voor het aspect luchtkwaliteit bestaat uit de verlenging van de laad- en loskade waarbij een toename plaatsvindt van het aantal afvaarten. Uit de resultaten van de berekeningen blijkt dat in de directe omgeving van het plangebied de Bedrijventerrein Verhuellweg Pagina 24 van 49

concentratietoenamen NO2 en PM10 ten gevolge van het plan niet meer bedragen dan 1,2 µg/m³. Hiermee is het aannemelijk dat de realisatie van het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Hiermee voldoet het plan, ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit, aan de milieukwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer en staat het aspect luchtkwaliteit niet in de weg van een positief besluit op het plan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=eace4959-791b-4062-bf6d-fec91d175e5c