CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bijlage 9 Vooronderzoek conventionele explosieven.pdf

Gemeenteraad 27 januari 2022, gemeente DoesburgBij agendapunt: Bestemmingsplan Bedrijventerrein Verhuellweg27.567 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Een aantal van de geselecteerde foto’s heeft de overlapping en kwaliteit om het stereoscopisch interpreteren (creëren van diepte voor dimensionaal inzicht door middel van het gebruik beeldparen) mogelijk te maken. Vervolgens worden middels georeferentie en georectificatie (door middel van ArcGIS, versie 10.3) de luchtfoto's zo exact mogelijk gepositioneerd op een recente ondergrond om de analyseresultaten te transponeren naar de hedendaagse situatie.20 2.10.3 GRENZEN EN MOGELIJKHEDEN VAN LUCHTFOTO INTERPRETATIE Het hanteren van luchtfoto’s bij explosievenonderzoek wordt sterk beïnvloed door een aantal kwaliteits- en randvoorwaarden: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Beschikbaarheid van luchtfoto’s van het gebied; Opnamedata; Beeldkwaliteit; Opnamehoogte en (brandpunt van) de gehanteerde lens (schaal); Beschikbare neveninformatie (bijv. bombardements- en aanvalsdata); Ondersteunende technische mogelijkheden (bijv. analoge of digitale interpretatie-systemen); Ervaring van het uitvoerende personeel met interpreteren/analyseren.

20 Afhankelijk van de fotohoek (verticals - split verticals e.d.), vlieghoogte, de schaal, de gehanteerde fotolens, de

beeldkwaliteit, de stabiliteit tijdens de vlucht van het fotograferende vliegtuig, de beschikbare georeferentiepunten, hoogteverschillen in het landschap en de georectificatie, treden er tijdens de georeferentie van de verschillende foto’s afwijkingen (toleranties) van 5 meter tot maximaal 10 meter op. In dit onderzoek wordt een tolerantie van 5 meter gehanteerd.

165-017-VO-02

Pagina 28 van 100

Daarnaast blijft een luchtfoto een momentopname van een situatie die bijvoorbeeld een week, een maand of een jaar later totaal anders zou kunnen zijn. Het is mogelijk dat een bomkrater of een loopgraaf op de ene foto wel, maar op een eerdere of latere luchtfoto niet (meer) zichtbaar is. Tussentijdse herstel- en/of dempwerkzaamheden en camouflage kunnen een vertekend/onvolledig beeld geven. Bovendien kunnen bijvoorbeeld: jaargetijden, bebouwing, schaduwwerking, wolken, puin, begroeiing en water een belemmerend effect hebben op het ontlenen van gegevens aan luchtfotografie. 2.10.4 INVENTARISATIE, SELECTIE EN INTERPRETATIE VAN HET GEHANTEERDE BEELDMATERIAAL Voor dit onderzoek is er door ECG in samenwerking met de Luftbilddatenbank Dr. Carls GmbH een inventarisatie uitgevoerd van beschikbare luchtopnamen in de luchtfotocollecties van Wageningen University (WUR), de Topografische Dienst te Zwolle (TOPO), National Collection of Aerial Photography (NCAP) - The Aerial Reconnaissance Archives (TARA) te Edinburgh (Schotland). Van de in deze archieven beschikbare luchtfoto’s van het onderzoeksgebied zijn er in totaal 51 luchtfoto’s uit de periode 1943-1945 geïnterpreteerd op indicaties van oorlogshandelingen.

In het overzicht opgenomen in Bijlage 6 zijn de opnamen beschreven welke voor de luchtfoto interpretatie zijn gebruikt.21 De waargenomen indicaties zijn opgenomen in de overzichtstabel van Paragraaf 2.11.

21 Bij de selectie van luchtfoto’s is rekening gehouden met: opnamedatum in relatie tot oorlogshandelingen, kwaliteit van

het fotobeeld en de schaal.

165-017-VO-02

Pagina 29 van 100

2.11 OVERZICHTSTABEL OORLOGSHANDELINGEN UIT LITERATUUR, ARCHIEFMATERIAAL EN LUCHTFOTO’S In navolgend overzicht zijn de gegevens opgenomen welke zijn achterhaald uit hiervoor opgesomde geraadpleegde literatuur, archieven en luchtopnamen. In de tabel worden de locatie beschrijvingen nader getoetst op verificatie, herleidbaarheid en relevantie tot het onderzoeksgebied DATUM: 10-05-1940

LITERATUUR:

NATIONALE ARCHIEVEN e

‘(…) op de 10 mei 1940 [was] de voorhoede van de Duitse 207. Infanteriedivision al voor zeven uur ’s morgens in de stad. Enkele uren daarvoor hadden Nederlandse militairen de uitdrijver (het beweegbare deel) van de Schipbrug in de vaargeul tot zinken gebracht, zodat de rivierovergang onbruikbaar was geworden. (…) De gedeeltelijk vernielde schipburg bij Doesburg kon een regiment van de 207. Infanteriedivision echter spoedig herstellen: enkele pontons werden te water gelaten en in het open gedeelte van de schipbrug gevaren. Om 11.30 uur was de divisie daar over de rivier.’22 ‘Op de Contre-Escarpe schoten de Duitschers uit de huizen op de stellingen en konden zoo, van heel dichtbij kazematten en geschutsopstellingen onder vuur nemen. Ook boven uit den Watertoren werd er duchtig geschoten. Het was duidelijk, dat onze jongens tegenover deze overmacht aan materieel en manschappen niet bestand waren. De eene kazemat na de andere gaf zich over en toen de Duitschers bovendien nog artillerie in den strijd gingen gooien, was het weldra heelemaal gebeurd.’23

Voorjaar 1943

‘De Stadsweide tegenover Doesburg op de andere IJsseloever, werd vanaf het voorjaar 1943 door de Duitse luchtmacht als een mogelijk uitwijkterrein voor vliegtuigen aangewezen. Vliegtuigen die doorgebrek aan brandstof of anderszins in moeilijkheden waren geraakt, moesten naar een landingsterrein(tje) kunnen uitwijken. Deze landingsterreinen werden dan meestal in de nabijheid van grotere vliegvelden aangelegd. De Stadsweide van Doesburg leek daartoe een geschikte locatie. Boeren en arbeiders uit Doesburg, maar ook van elders, werden in de loop van 1943 opgetrommeld om daar werk te verrichten. (…) De werkzaamheden bestonden voornamelijk uit het egaliseren van het beoogde landingsterrein en waren naar verhouding van beperkte omvang. Het lijkt niet aannemelijk dat van het landingsterrein veelvuldig gebruik werd gemaakt. (…) Burgemeeste Nahuys vreesde waarschijnlijk dat deze ‘Aufweichflughaven’ wel eens

INTERNATIONALE ARCHIEVEN

Burgemeester Nahuys van Doesburg schrijft: ‘dat de Schipbrug over den IJsel door maatregelen van de zijde der Nederlandsche Militairen in den morgen van 10 mei 1940 ernstig gehavend is, terwijl de uitdrijver dezer brug tot zinken werd gebracht.’24 Gemeentewerken schrijft het volgende aan B&W Doesburg: ‘Door de rijkspolitie is ons op 27 februari jl. medegedeeld dat zich in de bunker aan de dode IJssel zoals aangegeven op de bijgaande tekening munitie bevindt, die mogelijk gevaarlijk kan zijn voor de spelende jeugd, die zich bij deze bunker ophoudt.’25 De aangehaalde tekening is na de tabel weergegeven (figuur 7). De gemeente meldt het volgende aan de EOCKL te Culemborg: ‘uit een recent onderzoek is gebleken dat in de bunker aan de dode arm van de IJssel aan het einde van de Tweede Wereldoorlog ongebruikte munitie tot springen is gebracht. Het is dan ook onwaarschijnlijk dat in deze bunker gevaarlijke munitie aanwezig is. Voor alle zekerheid zal de holle ruimte van deze bunker van gemeentewege volgestort worden met beton, zodat deze bunker in ieder geval niet meer toegankelijk is.’26 Burgemeester waarschuwt het WehrmachtKommandantur te Arnhem het volgende met betrekking tot de ingebruikname van de Stadsweide als ‘uitwijkvliegveld’: ‘Neulich vernahm ich dass die Wehrmacht die Absicht hat eine Wiese in meine Gemeinde für eventuelle Notlandungen von Flugzeuge zu benützen.

(…) Ich meine Ihnen darauf aufmekrsam machen zu müssen, dass bei hohen Wasserstand des Yssels die Wiesen unter Wasser laufen (es sind sogenannt “Uiterwaarden”) und bei ziemlich hohen Wasserstand de Boden sehr sumpfig ist und deshalb sehr gefährlich für Flugzeuge. Es werd als mormal gerechnet dass die Wiese jedes Jahr überströmt werden.’ 29

HERLEIDBAARHEID & RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED: Op 10 mei 1940 hebben er nabij het onderzoeksgebied gevechtshandelingen plaatsgevonden. Uit de voorhanden gegevens blijken deze schermutselingen voornamelijk bij de Schipbrug te hebben plaatsgevonden. Binnen het onderzoeksgebied hebben er wel Hollandse kazematten gestaan, behorende bij de IJssellinie. Na de oorlog is gebleken dat er in de betonnen kazemat B70 munitie tot ontploffing is gebracht. De kazemat is door de gemeente volgestort met beton.

Het uitwijkvliegveld is herleidbaar tot de Groote Stadsweide en daarmee tot met name het westelijk deel van het onderzoeksgebied. Uit de voorhanden gegevens blijkt dat het veld enkel sporadisch in gebruik is genomen. De aard van de indicatie zorgt ervoor dat deze niet direct relevant is voor het huidige onderzoek.

22 H. Pleiter, Van vijanden omringd: Doesburg tijdens crisis en oorlog, 1930-1945 (Dieren 2008) 75. 23 W.P. Nederkoorn en G.J.B. Stork (red.), Er op of er onder : hoe Achterhoek en Lijmers de Duitsche bezetting doorstonden en ervan werden bevrijd : gegevens over den bezettingstijd, het verzet en de bevrijding (Arnhem 1977) 332. 24 Brief betreffende oorlogsschade, Doesburg 31 mei 1940, Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg (SALD), 276 Secretariearchief gemeente Doesburg, 1936-1990, inv. nr. 80-9. 25 Bericht betreffende opruimen munitie, Doesburg, 5 maart 1980, SALD, 276 Secretariearchief gemeente Doesburg, 1936-1990, inv. nr. 322-5. 26 Brief betreffende Bunker aan dode arm van de IJssel, Doesburg, 11 augustus 1988, SALD, 276 Secretariearchief gemeente Doesburg, 1936-1990, inv. nr. 322-5. 29 Brief betreffende Stadsweide, Doesburg 10 märz 1940, SALD, 276 Secretariearchief gemeente Doesburg, 1936-1990, inv. nr. 158-11.

165-017-VO-02

Pagina 30 van 100

DATUM:

LITERATUUR:

NATIONALE ARCHIEVEN

INTERNATIONALE ARCHIEVEN

HERLEIDBAARHEID & RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED:

narigheid voor de inwoners van Doesburg zou kunnen opleveren, zoals bombardementen en beschietingen.’ 27

19-11-1943

Van dit uitwijkvliegveld werd door het Nederlandse verzet een schets gemaakt en doorgestuurd naar Londen. De schets is na de tabel opgenomen in figuur 6.28 ‘Op 19 november 1943 ontsnapte Doesburg aan een ramp. In de onmiddellijke omgeving van de stad werd even na het middaguur door vliegtuigen een groot aantal bommen afgeworpen. Agent H. de Bar maakte de volgende aantekening in het politiedagrapport van die dag: “Hedenmiddag omstreeks 12.45 uur vlogen een groot aantal vliegtuigen op zeer groote hoogte over en in de omgeving van de stad. Luchtalarm werd gemaakt en even daarna vielen in de omgeving vele bommen. Op de Stadswei 42 bommen. Persoonlijke ongelukken kwamen niet voor.” Er bleek nogal wat materiële schade te zijn. Woningen aan de Dierensedijk, boerderijen buiten de stad, maar ook woningen in de binnenstad meldden veel glasschade. Doesburg had die dag veel geluk.’30 ‘(…) ook op andere willekeurige plaatsen in de directe omgeving van Doesburg [werden] bommen afgeworpen, ondermeer in de Torenallee te Hummelo. Vermoedelijk waren enkele bommenwerpers in moeilijkheden geraakt en hadden zij hun bommenlast afgeworpen.’31 ‘Op dezen dag, juist tegen het middageten, werd de geheele stad opgeschrikt door hevige explosies, welke de huizen op hun grondvesten deden trillen. (…) Het bleek, dat er tientallen bommen terecht waren gekomen op de Stadsweide, vlak bij de Schipbrug.

Als door een wonder kwamen geen persoonlijke ongelukken voor, hoewel de bommen slechts een tiental meters van de woningen over de Schipbrug terecht kwamen. De bewoners van deze huizen doorleefden een angstig ogenblik, met een serie vernielde ruiten en pannen kwamen zij er van af.’32 ‘Op 19 november 1943 viel er een groot aantal bommen op de stadsweide. (…) Een groot aantal schadeopgaven was het gevolg. Woningen aan de Dierensedijk, boerderijen, alsook woningen in de binnenstad meldden vooral glasschade. Bomgaten moesten gedicht worden. Dit gebeurde volgens Organisation Todt-mensen niet juist en moest opnieuw gebeuren en de grond moest aangestampt worden. 33

De Nederlandsche Heidemaatschappij schrijft in een advies het volgende aan de burgemeester van Doesburg: ‘Naar aanleiding van Uw verzoek tot het opmaken van een advies met begrooting van kosten betreffende het dichten van een aantal bomgaten in de stadsweiden van Uwe gemeente, berichten wij U het volgende. Ligging en grootte: De gaten zijn gelegen links en rechts van den rijksweg Dieren-Doesburg in perceelen kadastraal bekend sectie A nos. 2, 3, 5, 7, 16, 6, 17, 61, 67, 68, 78, 81 en 84. Tegenwoordige toestand: Door de explosie zijn in de perceelen gaten geslagen, waardoor ca. 3 ha voor cultuur ongeschikt is geworden. Plan van herstelling: Het is noodig, dat de gaten met den weggeslagen grond weer worden aangevuld. Het tekort aan grond kan worden aangevuld door verlaging van een terreingedeelte nabij deze gaten. Bij verlaging van het terrein en ook bij de te dichten gaten dient gezorgd te worden, dat de bovengrond zooveel mogelijk weer op de juiste plaats worden teruggezet. Spoedige uitvoering van dit werk is in verband met de in het voorjaar voorkomende hooge waterstanden van den IJssel noodzakelijk om tijdelijke stoplegging te voorkomen. (…)’34 Middels de kadastrale kaart uit de oorlogsjaren kunnen de voorgenoemde percelen worden achterhaald.35 Op de overzichtskaart met kenmerk 165-017-TE-04, opgenomen in Bijlage 10, zijn de getroffen percelen aangegeven.

Hieruit blijkt dat alle percelen ten noorden van de IJssel binnen het onderzoeksgebied zijn getroffen.

Op 19 november 1943 blijken er een groot aantal bommen te zijn gevallen in de Stadsweiden te Doesburg aan zowel de oost- als westzijde van de weg DoesburgDieren. De bommen zijn van een grote hoogte gevallen. Uit de voorhanden gegevens is het niet te achterhalen hoeveel vliegtuigen hun bommenlast hebben afgeworpen en wat het type en kaliber van de neergekomen afwerpmunitie is geweest. Gezien het tijdstip van de gebeurtenis, kan er worden gesteld dat het om Amerikaanse bommenwerpers gaat. Uit archiefgegevens omtrent het dichten van de bomkraters zijn de getroffen kadastrale percelen te achterhalen. Hieruit blijkt dat er op alle binnen het onderzoeksgebied gelegen percelen en op de percelen hier direct ten oosten en westen van bomkraters zijn gedicht.

De gemeente Doesburg schrijft aan de Nederlandse Heidemaatschappij: ‘In 1944 is door Uwe Maatschappij het dichten van bomgaten in de groote stadsweide alhier, welke tengevolge van een bombardement zijn ontstaan, verricht.’36 De gemeente Doesburg doet de volgende aangifte van schade aan onroerende goederen aan het Ministerie van Financiën: ‘Plaatselijke ligging van het beschadigde

27 Pleiter, Van vijanden omringd, 102. 28 z.a., Over leven in de Tweede Wereldoorlog in Angerlo, Doesburg, Hummelo en Keppel (Doesburg 1995) 71. 30 Pleiter, Van vijanden omringd, 103. 31 Ibidem, 102. 32 Nederkoorn, Er op of er onder, 337; zelfde strekking in: J. Kleberg, Doesburg 1940-1945 (z.p. z.j.) 16. 33 z.a., Over leven in de Tweede Wereldoorlog in Angerlo, Doesburg, Hummelo en Keppel (Doesburg 1995) 75. 34 Brief Nederlandse Heidemaatschappij betreffende begrooting van kosten, aanvraagformulier, Arnhem, 18 februari 1944, SALD, 276 Secretariearchief gemeente Doesburg, 1936-1990, inv. nr. 203-8. 35 Brief betreffende mijnopruiming, Doesburg 19 mei 1945, Gelders Archief (GA), 1037 Militair Gezag in Gelderland, 1941-1948, inv. nr. 285. 36 Brief betreffende Stasdweiden, Doesburg 29 december 1945, SALD, 276 Secretariearchief gemeente Doesburg, 1936-1990, inv. nr. 203-8.

165-017-VO-02

Pagina 31 van 100

DATUM:

LITERATUUR:

NATIONALE ARCHIEVEN

INTERNATIONALE ARCHIEVEN

HERLEIDBAARHEID & RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED:

object: Stadsweiden aan de Dierenschedijk in de gemeente Doesburg (…) Datum en oorzaak der schade: neervallen van een 100-tal bommen op 19 november 1943.’37

September 1944

DATUM: 16-09-1944

‘(…) de Doesburgers kregen te maken met dwangarbeid voor de Organisation Todt. Vanaf begin september had een afdeling van deze organisatie zich in Doesburg gevestigd. (…) Van hier uit werden de verdedigingswerken in de omgeving van Doesburg en Zevenaar ter hand genomen. Duizenden mannen uit het gehele land werden gedwongen voor deze organisatie graafwerkzaamheden te verrichten.’39 ‘Sinds het najaar van 1944 was Doesburg, als belangrijk deel van de IJssellinie, in een vesting veranderd. In de straten waren loopgraven en andere stellingen aangelegd en duizenden 'spitters' uit Apeldoorn en Amersfoort, later versterkt met tweeduizend Leeuwardenaren, werden hier ingezet.’40 SORTIE NR.: 106G-2930

In een naoorlogse schadeopgave staat het volgende: ‘Omschrijving van het eigendom: De Stadsweiden gelegen ter weerszijden van den Dierenschedijk. Oorzaak en aard der geleden schade, alsmede datum waarop deze is toegebracht: Op 19 november 1943 is een groot aantal bommen op de Stadsweide neergekomen waardoor een 60 trechters in de weide zijn ontstaan.’38 ‘De Commissie van de landerijen heeft de eer U het volgende mede te deelen: Door de Duitschers zijn zoowel in de groote als in de kleine stadsweide gaten gegraven voor afweergeschut enz. Zelfs is getracht door de kleine stadsweide een trambaan aan te leggen. De gaten hierdoor ontstaan zijn weliswaar voorloopig gedicht maar, door nazakking enz, zijn weer groote oneffenheden ontstaan. De Commissie adviseert uw College deze gedeelten van de weilanden in eigen beheer te doen egaliseeren.’41

SCHAAL (1:X): 8.000

Uit de bronnen blijkt dat Doesburg na het najaar van 1944 werd voorzien van loopgraven en stellingen. Uit navolgende luchtopnamen blijkt dat er zich tevens loopgraven etc. binnen het onderzoeksgebied bevonden. Tevens wordt er gemeld dat er gaten zijn gegraven in de Stadsweiden ten behoeve van Duits afweergeschut. Ook deze opstellingen zijn op navolgende luchtopnamen waargenomen.

BEELDNUMMER(S): 3072; 3073

BESCHRIJVING: Op de luchtfoto’s zijn in de Fraterwaard ten noorden van de IJssel diverse bomkraters waarneembaar afkomstig van het bombardement van 19 november 1943. Zoals reeds uit archiefstukken bleek werden vele gaten al gedicht ten tijde van de oorlog, met name ten behoeve van het ‘uitwijkvliegveld’. Ook hier zijn sporen van waarneembaar. In het onderzoeksgebied zijn donkere vlekken te zien met eenzelfde grootte als de waargenomen bomkraters. Op tekening 165-017-TE-05, opgenomen in Bijlage 10, zijn de op de luchtfoto waargenomen kraters en gedichte kraters van afwerpmunitie aangegeven. In combinatie met het huidige hoogtereliëf afkomstig van het AHN zijn op de locaties waar de vlekken zijn waargenomen kratervormige putten te zien. Deze plekken duiden op inslaglocaties van afwerpmunitie die later zijn gedicht met afwijkende gronden/puin. Tekening 165-017-TE-06, opgenomen in Bijlage 10, toont een

37 Aangifte van schade aan onroerende goederen, Doesburg, 15 juni 1950, SALD, 276 Secretariearchief gemeente Doesburg, 1936-1990, inv. nr. 203-8. 38 Gespecificeerde opgave van de door oorlogsgeweld beschadigde gemeentelijke eigendommen, gemeente Doesburg, SALD, 276 Secretariearchief gemeente Doesburg, 1936-1990, inv. nr. 201-8. 39 Pleiter, Van vijanden omringd, 100. 40 H. Bollen en P. Vroeme, Canadezen in actie: Nederland najaar ’44 – voorjaar ’46 (Warnsveld 1994) 119. 41 Brief Commissie van de landerijen, Doesburg 28 november 1946, SALD, 276 Secretariearchief gemeente Doesburg, 1936-1990, inv. nr. 203-8.

165-017-VO-02

Pagina 32 van 100

DATUM:

LITERATUUR:

NATIONALE ARCHIEVEN

INTERNATIONALE ARCHIEVEN

HERLEIDBAARHEID & RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED: vergelijking van de kraterlocaties en het huidige hoogtereliëf van het AHN.

17-09-1944

‘Op zondag 17 september 1944, de eerste dag van de luchtlandingen bij Arnhem, werd de schipbrug door geallieerde vliegtuigen aangevallen en met raketten bestookt. Vier pontons werden zwaar beschadigd.’42

Aan de westzijde van de Stadsweide is het geëgaliseerde terrein te zien dat in gebruik was als Duits uitwijkvliegveld. Aan de noord- en westzijde zijn Nederlandse kazematten die in 1940 deel uitmaakte van de IJssellinie waarneembaar. De Schipbrug is te herleiden tot de nabijheid van het onderzoeksgebied. Uit de achterhaalde gegevens blijkt deze brug op 17 september 1944 te zijn beschoten door geallieerde jachtvliegtuigen.

De gemeente-architect van Doesburg stelt het volgende schaderapport: ‘Schipbrug over de IJsel. Bij bombardementen op 17 september 1944 en 6-8 februari 1945 werd [dit] object verwoest. De brug was niet verzekerd.’44

Een dagboekfragment van een inwoner: ‘’s Middags enkele Britse jagers boven de stad, die de schipbrug begonnen te beschieten. Na afloop gingen we een kijkje nemen en bleek, dat 4 brugschepen zinkende waren, bovendien stond één gashouder in brand.’43 17-10-1944

21-10-1944

‘Op 17.10.’44 te 14.15 uur hebben enige geallieerde vliegtuigen 5 brisantbommen afgeworpen nabij de Stadsweiden te Doesburg. Geen schade. Geen persoonlijke ongevallen. Tevens werd terzelfder tijd de gashouder van de Gasfabriek in brand geschoten. Gemeente brandweer uit Doesburg was ter blussching aanwezig. 6 schepen behoorende tot de schipbrug over de IJssel zijn gevolge van mitrailleurvuur uit vliegtuigen.’45

Uit de bron blijken brisantbommen op de Stadsweiden te zijn neergekomen. Er zijn echter geen gegevens voorhanden waaruit blijkt dat de Stadsweiden binnen het onderzoeksgebied zijn getroffen. Tevens zijn er binnen het onderzoeksgebied geen sporen van deze aanval waarneembaar op navolgende luchtopnamen.

DATUM: 19-11-1944

‘(…) Duitse pontonniers [maakten] een begin met de bouw van een vaste brug over de rivier. De schipbrug verkeerde in een zodanig slechte conditie dat het militaire verkeer alleen met moeite de brug kon passeren. De ‘noodbrug’ was echter geen lang leven beschoren.’46 SORTIE NR.: 4-1295

Ca. 190 meter ten zuiden van de Schipbrug werd een nieuwe burg aangelegd.

SCHAAL (1:X): 7.600

BEELDNUMMER(S): 3040; 3041; 3042; 4041; 4042; 4043

26-11-1944

106G-3636

7.600

4096

BESCHRIJVING: Op de westzijde van de Stadsweide net buiten het onderzoeksgebied zijn diverse luchtafweerstellingen te zien, zowel aan de IJssel als richting de weg door de Fraterwaard. Op het terrein van de Duitse betonfabriek in het zuiden van het onderzoeksgebied zijn ook luchtafweerstellingen te zien. De zuidzijde van het onderzoeksgebied is geheel voorzien van loopgraven. Om de paar meter zijn er wapenopstellingen ingericht. De loopgraven volgen voornamelijk de IJssel en de oude stadswallen van Doesburg. Delen van het onderzoeksgebied staan door het hoge waterpeil onder water (zie 165-017-TE-07 opgenomen in Bijlage 10). Op de luchtopname is te zien dat het water nog hoger is komen te staan.

42 Pleiter, Van vijanden omringd, 17. 43 z.a., Over leven in de Tweede Wereldoorlog in Angerlo, Doesburg, Hummelo en Keppel (Doesburg 1995) 59. 44 Schaderapport No. 44, Doesburg 7 februari 1946, SALD, 276 Secretariearchief gemeente Doesburg, 1936-1990, inv. nr. 203-6. 45 Melding aan Hoofdinspectie Luchtbescherming, 17 october 1944, Doesburg, NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidenstudies (NIOD), 216k Departement van Justitie (1935) 1940-1945 (1950) inv. nr. 186. 46 Pleiter, Van vijanden omringd, 17.

165-017-VO-02

Pagina 33 van 100

DATUM:

LITERATUUR:

NATIONALE ARCHIEVEN

INTERNATIONALE ARCHIEVEN

HERLEIDBAARHEID & RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED:

29-11-1944

4-1331

7.600

3233; 3234; 4143; 4144

24-12-1944

4-1465

7.600

4004; 4005

06-02-1945

‘[De noodbrug] werd op 6 februari 1945 door geallieerde vliegtuigen met raketten aangevallen en vernield. Bij de noodbrug en in de onmiddellijke omgeving lieten die dag een aantal Doesburgers (…) het leven.

De gemeente-architect van Doesburg stelt het volgende schaderapport: ‘Schipbrug over de IJsel. Bij bombardementen op 17 september 1944 en 6-8 februari 1945 werd [dit] object verwoest. De brug was niet verzekerd.’48

‘12 Spitfires; Squadron 74; Wing 145; Up: 0855; Down: 1014; 12x 500 [lbs bombs] and 22x 250 [lbs bombs] on Emergency Bridges at E.897812. 1 D/H [Direct Hit]. Concentration of bombs on Bridge approaches.’49

De gehele Stadsweiden en uiterwaarden om de vesting van Doesburg staan onder water (zie 165-017-TE-08 opgenomen in Bijlage 10). Hier had de burgemeester van Doesburg reeds voor gewaarschuwd (zie rij: voorjaar 1943). De uiterwaarden zijn weer drooggevallen en laten veel sporen zien van de voorgaande periode van hoog water. De loopgraven etc. zijn weer hersteld. Uit de bronnen blijkt de nieuwe brug ten zuiden van de Schipbrug te zijn gebombardeerd op 6 februari door Spitfires. Op 8 februari werd deze brug met raketten beschoten door Typhoons. Op navolgende luchtopnamen zijn sporen van deze aanvallen waarneembaar op een zodanige afstand van het huidige onderzoeksgebied, dat deze indicaties geen gevolgen hebben voor het huidige onderzoek.

‘(…) bij de nieuwe brug. In de morgenuren van den 6den Februari verscheen een 8-tal bommenwerpers boven deze brug en deze begonnen, zonder dat iemand er ook maar eenigzins op verdacht was, haar te bombardeeren.’ 47

08-02-1945

‘Op 8 Februari verschenen de jagers weer boven de stad en werd de brug weer, nu met raket-projectielen, beschoten.’51

De gemeente-architect van Doesburg stelt het volgende schaderapport: ‘Schipbrug over de IJsel. Bij bombardementen op 17 september 1944 en 6-8 februari 1945 werd [dit] object verwoest. De brug was niet verzekerd.’52

In het Operation Record Book van het 74ste Squadron wordt de aanval als volgt beschreven: ‘At 0900 hrs. The Squadron (…) took off to attack a pontoon bridge at Doesburg. At least one hit was observed on the bridge itself with several more on the Eastern approaches.’50 ‘8 Typhoons; Squadron 164; Wing 123; Up: 0820; Down: 0939; 63 R/P [Rocket projectiles] at Emergency bridge DOESBURG – 3 hits on Gasometer N[orth] of bridge, set on fire.’53

DATUM: 15-03-1945

SORTIE NR.: 4-1961

SCHAAL (1:X): 7.600

In het Operation Record Book van het 164ste Squadron wordt de aanval als volgt beschreven: ‘8 aircraft attacked emergency bridge at Doesburg. 3 direct hits scored. Gasometers to N. of bridge on E. side of river hit by R/P and left burning furiously.’54 BEELDNUMMER(S): 4067; 4068

21-03-1945

4-2064

7.600

3057; 3058; 4177; 4178; 4179

BESCHRIJVING: De luchtopnamen dekken het uiterste oosten van het onderzoeksgebied. Op de luchtopnamen zijn de van loopgraven en wapenopstellingen voorziene vestingwallen te zien. De luchtopnamen dekken vrijwel het gehele onderzoeksgebied. De donkere vlekken die op de luchtopnamen van september 1944 zijn waargenomen, zijn na de overstromingen uit het landschap verdwenen. Aan de westzijde van het onderzoeksgebied zijn diepe

47 Nederkoorn, Er op of er onder, 347; zelfde strekking in: Kleberg, Doesburg 1940-1945, 29. 48 Schaderapport No. 44, Doesburg 7 februari 1946, SALD, 276 Secretariearchief gemeente Doesburg, 1936-1990, inv. nr. 203-6. 49 2ND TACTICAL AIR FORCE: Daily log: Jan.- Feb. 1945, Sheet No. 2505, The National Archives (TNA), AIR 37 Air Ministry: Allied Expeditionary Air Force, later Supreme Headquarters Allied Expeditionary Force (Air), and 2nd Tactical Air Force: Registered Files and Reports, inv. nr. 717. 50 No 74 Squadron: Operations Record Book, 1945, TNA, AIR 27 Air Ministry and successors: Operations Record Books, Squadrons, inv. nr. 643. 51 Nederkoorn, Er op of er onder, 348; zelfde strekking in: Kleberg, Doesburg 1940-1945, 29. 52 Schaderapport No. 44, Doesburg 7 februari 1946, SALD, 276 Secretariearchief gemeente Doesburg, 1936-1990, inv. nr. 203-6. 53 2ND TACTICAL AIR FORCE: Daily log: Jan.- Feb. 1945, Sheet No. 2518, TNA, AIR 37 Air Ministry: Allied Expeditionary Air Force, later Supreme Headquarters Allied Expeditionary Force (Air), and 2nd Tactical Air Force: Registered Files and Reports, inv. nr. 717. 54 No 164 Squadron: Operations Record Book., 1942 Apr. - 1946 Aug., TNA, AIR 27 Air Ministry and successors: Operations Record Books, Squadrons, inv. nr. 1085.

165-017-VO-02

Pagina 34 van 100

DATUM:

LITERATUUR:

NATIONALE ARCHIEVEN

INTERNATIONALE ARCHIEVEN

24-03-1945

4-2136

7.600

3147; 3148; 3149; 4015; 4016; 4017

28-03-1945

4-2145

7.600

3026; 3027; 3028; 3029; 4025

April 1945: Bevrijdingsperiode

‘Kort voor de bevrijding werden in de Stadsweide, om de 20 meter, diepe geulen geploegd om het landen van vliegtuigen te voorkomen.’55

Gemeentewerken Doesburg heeft naoorlogs lijsten opgesteld met beschadigde woningen te Doesburg in april 1945. De 38 pagina’s tellende lijst beslaat vrijwel elk pand te Doesburg en de schade varieert van totaal vernielde panden tot (het merendeel) panden met pannen en glasschade. De totale aantal schadegevallen per categorie zijn als volgt:

De opmars van de Achterhoek verliep vrij vlot. Nadat de Canadezen bij Laag Keppel de Oude IJssel hadden gepasseerd, waren zij op 5 april aan de IJssel Bij Olburgen en Rha op grote tegenstand gestuit. Derhalve werd Doesburg gelaten voor wat het was in de Canadese opmars. Hierdoor vormde de IJssel van 5 tot 16 april de frontlinie tussen de strijdende partijen. Doesburg, Rha en Olburgen vormden een soort Duits bruggenhoofd aan de oostelijke oever van de IJssel. Dit leidde overdag en ’s nachts tot artillerievuur over en weer. 56 ‘Beide oorlogvoerende partijen veroorzaakten veel materiële schade in de stad. Door de geallieerde beschietingen werden veel panden ernstig beschadigd en een aantal, waaronder de Mauritskazerne, brandde geheel uit. De schade die de Duitse bezettingstroepen aanrichtten ontstond voornamelijk tengevolge van het opblazen van de toegangswegen, bruggen en schepen. Hierbij maakte de vernieling van de Martinitoren, de korenmolen en de watertoren, op de laatste dag van de bezetting, op de inwoners van Doesburg nog de meeste indruk.’57

HERLEIDBAARHEID & RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED: geulen te zien ter voorkoming van het landen van geallieerde vliegtuigen. Tevens zijn er nieuwe luchtafweerstellingen aangelegd. Op het terrein van de betonfabriek zijn nieuwe loopgraven verschenen en aan de IJsselrand zijn schuttersputten gegraven. De overige stellingen zijn gelijk gebleven. Er zijn geen nieuwe indicaties binnen het onderzoeksgebied waargenomen. Ten zuidwesten van het onderzoeksgebied is de vernielde Schipbrug en de even hiervan ten zuiden gebombardeerde Nieuwe Brug te zien. Aan de westelijke oever en brugopgang zijn bomkraters te zien. Aan de oostzijde van de Nieuwe Brug is een vernield huis waarneembaar. Deze waarnemingen zijn het gevolg van de bombardementen en aanvallen uitgevoerd door Geallieerde jachtbommenwerpers op 6 en 8 februari 1945 (zie voorgaande rijen). Er zijn geen nieuwe indicaties binnen het onderzoeksgebied waargenomen Uit de voorgenoemde gegevens blijkt dat Doesburg in april 1945 enkele dagen frontgebied is geweest. De stad heeft enkele dagen onder Canadees granaatvuur gelegen, met wisselende intensiteit. Aan de hand van navolgende luchtopnamen dient te worden vastgesteld of het onderzoeksgebied ook getroffen is door het Geallieerde artillerievuur.

Totaal vernielde panden: 24 Zwaar beschadigde panden, die niet herstelbaar zijn: 16 Zwaar beschadigde panden, die wel herstelbaar zijn: 152 Lichter beschadigde panden: 396 Panden met pannen en glasschade: 66760

‘Met de verovering van Zutphen was geheel Oost- Gelderland bevrijd, op Doesburg en enkele IJsseldorpen na. Veertien dagen lang werd Doesburg door de Canadezen 'belegerd' in die zin, dat de stad op enige afstand was ingesloten, dat kanonnen en mortieren haar onder vuur namen, maar er werden geen serieuze pogingen ondernomen Doesburg 55 z.a., Over leven, 76. 56 Pleiter, Van vijanden omringd, 169. 57 Ibidem, 179. 60 Beschadigde woningen Doesburg in April 1945, SALD, 52 Archief Dienst Gemeentewerken, 1911-1972, inv. nr. 108.

165-017-VO-02

Pagina 35 van 100

DATUM:

LITERATUUR:

NATIONALE ARCHIEVEN

INTERNATIONALE ARCHIEVEN

HERLEIDBAARHEID & RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED:

metterdaad te bevrijden. (…) 2 April is geboekstaafd als de dag waarop het beleg van Doesburg begon. Op die dag drongen verscheidene Canadese eenheden door tot Drempt ten oosten van de stad. Zó sterk was die strijdmacht, dat het toen zonder veel problemen al mogelijk moet zijn geweest met succes een aanval op Doesburg te ondernemen. Men oordele: in Drempt waren samengetrokken een eskadron tanks van de Royal Canadian Dragoons, een eenheid van de 52e Antitank batterij van het 6e Regiment RCA, onderdelen van het Sherbrooke Regiment, het 7e Recce Regiment en eenheden van de Chaudières. Op die 2e april begon de beschieting van Doesburg. Tanks van de Sherbrookes bedolven de stad toen onder negenhonderd granaten. (…) In de nacht van 3 op 4 april werd Doesburg zes uur lang beschoten en 's middags volgde een nieuwe, drie uur durende kanonnade. Daarbij werd de Martinitoren waarin een Duitse observatiepost was gevestigd met 105 mm granaten doorzeefd en op verscheidene plaatsen braken branden uit. De Duitsers bliezen op dezelfde dag de noodbrug bij de watertoren op en ’s nachts schoot de Canadese artillerie de Mauritskazeme in brand. (…) Diezelfde dag wendde huisarts J.J. Pieterse zich per telefoon tot de Canadezen in Laag-Keppel. Hij protesteerde tegen de onophoudelijke beschietingen van de stad.

Hem werd toegezegd dat daaraan een eind zou komen; voortaan zouden alleen militaire doelen onder vuur worden genomen. Door het verzet werd daarna de positie van een aantal Duitse stellingen doorgegeven met het verzoek deze uit te schakelen. Ook dat werd toegezegd, maar van geen van beide beloftes kwam iets terecht. (…) 6 april (…) Die dag werd de Martinitoren weer onder vuur genomen; er vielen slachtoffers en er braken branden uit. (…) Een feit is dat de Canadezen op 11 april uit Angerlo een kleine aanval richting Doesburg ondernamen. Het Duitse garnizoen werd de volgende dag afgelost door een groep Kaukasiërs van 803. Ost Bataillon, die eind 1941 door de Duitsers gedwongen waren dienst in de Wehrmacht te nemen. Zij stonden onder bevel van lt. Sauerbrei. Op 14 april maakte een Canadees rapport (Intelligence Summary 269) gewag van het overlopen van Kaukasiërs. De mannen vertelden dat hun gehele compagnie wilde deserteren. Zij werden teruggestuurd met de boodschap dat hun kameraden zich dan moesten overgeven. 'Voor het daglicht was de oogst binnen, negentig man gaven zich over' aan het Perth Regiment, dat sinds 11 april deelnam aan het 'beleg' van Doesburg.

'Na donker zwom een officier van de Kaukasiërs de rivier over en vertelde dat hij order had gekregen om 2100 uur alle rivierovergangen te vernietigen en dat hij daarna posities langs de spoorlijn moest innemen.' Op 15 april werd Doesburg opnieuw beschoten; tijdens de anderhalf uur durende kanonnade werd de Martinitoren weer getroffen. De volgende dag blies de vijand de toren op; de spits viel in de Torensteeg. De rest van de toren zakte in elkaar. Ook de windmolen en de watertoren werden opgeblazen. Deze explosies waren de voorboden van het vertrek van de vijand. Op de avond van de 15e april 165-017-VO-02

Pagina 36 van 100

DATUM:

LITERATUUR:

NATIONALE ARCHIEVEN

INTERNATIONALE ARCHIEVEN

HERLEIDBAARHEID & RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED:

SCHAAL (1:X): 7.600 7.600 7.600

BEELDNUMMER(S): 3165; 3166 3048; 3049; 3050; 4066; 4067; 4068 3043; 3044; 4064; 4065; 4066; 4067; 4084; 4085; 4086

WAARGENOMEN: De luchtopnamen tonen het onderzoeksgebied ten tijde van de bevrijdingsperiode. Uit het literatuur- en archiefonderzoek bleek reeds dat Doesburg meerdere dagen onder Geallieerd artillerievuur heeft gelegen. Op de luchtopnamen zijn enkele granaatinslagen waarneembaar in en direct nabij het zuiden van het onderzoeksgebied. Even ten zuiden buiten het onderzoeksgebied. Zijn een aantal uitgebrande panden te zien. Aan de noordzijde van de IJssel zijn in de stadsweide wapenopstellingen gegraven (zie 165-017TE-09 opgenomen in Bijlage 10). In de bron wordt er vermeld dat er mogelijk mijnen in de Stadsweiden kunnen liggen. Dit betreft dus tevens het noordelijke gedeelte van het onderzoeksgebied. Er zijn echter geen gegevens voorhanden die deze vermoedens bevestigen. Daarnaast blijkt uit het mijnenveldregister

verdween Sauerbrei met een aantal Kaukasiërs naar Dieren. Onderofficier Schwartz vertelde de volgende dag aan Van Wijngaarden dat het restant van het garnizoen zich aan de Canadezen wilde overgeven. Schwartz stelde voor dat enkele burgers met een witte vlag naar de Canadezen zouden gaan om dit bericht over te brengen. Van Wijngaarden nam contact op met het verzet en het resultaat was, dat Lubbers en Vermeulen in de vroege ochtend van maandag 16 april naar de Canadezen in Drempt gingen en Hartemink en Ter Steeg naar Angerlo. Onderweg stuitten zij op een aantal Kaukasische soldaten, die hen niet wilden doorlaten. Niettemin ging G. Vermeulen door naar Drempt waar hij bij de Canadezen zijn stadgenoot Slotboom ontmoette die de vorige avond al naar de Canadezen was gegaan. Het groepje Kaukasiërs werd daarna snel ontwapend. Een handvol bevrijders -er waren ook Britse kanonniers van het 65e Medium Regiment bijvergezelde vervolgens de Doesburgers naar de stad. Een groep van dertig Kaukasiërs gaf zich zonder slag of stoot over en weldra waren de Doesburgers op de been. In de Koepoortstraat was sprake van enige blijdschap; (…) Om half 8 gingen de vlaggen uit.’58 ‘Ondertussen steeg in Doesburg de spanning tot het toppunt. Een inwoner doet hiervan zijn verhaal: “De nacht van 3 op 4 april was wel de ergste van de geheele belegering.

Om 1 uur begon de beschieting die eerst om 7 uur afgeloopen was. Voor velen was dit een zware nacht. De Duitsers hadden slechts enkele granaatwerpers ter beschikking, doch zij sleepten die van de ene hoek van de stad naar de andere. Zo leek het dat er veel geschut in de stad stond. Toen het bombardement op zijn hevigst was telde men 20 ontploffende granaten per minuut.”’59 DATUM: 07-04-1945 08-04-1945 10-04-1945

SORTIE NR.: 4-2156 4-2196 4-2243

19-05-1945

De gemeentearchitect meldt aan het Militair Gezag te Doetinchem: ‘In antwoord op uw brief (…) doe ik U toekomen een teekening van Doesburg met omgeving waarop rood omrand de terreinen zijn aangegeven waarvan vermoed wordt dat daar landmijnen gelegen

58 Bollen en P. Vroemen, Canadezen in actie, 119-122. 59 C. Peters, Gelderland bevrijd (Hulst 1994) 176; Nederkoorn, Er op of er onder, 351; ; zelfde strekking in: Kleberg, Doesburg 1940-1945, 36.

165-017-VO-02

Pagina 37 van 100

DATUM:

DATUM: 09-07-1945

LITERATUUR:

NATIONALE ARCHIEVEN

SORTIE NR.: 3G-TUD-S089

zijn. (…) Van de groote stadsweide kan niet met zekerheid gezegd worden dat daar mijnen liggen maar het wordt vermoed omdat dit terrein direct aan de rivier is gelegen. Van de Vestingwallen wordt de aanwezigheid van landmijnen veronderstelt omdat deze wallen door de Duitschers in volledige staat van verdediging zijn gesteld.’61 De bijgevoegde tekening is na de tabel opgenomen in figuur 8. Op basis van deze tekening zijn tevens de kadastrale percelen uit rij ’19-11-1943’ achterhaald. SCHAAL (1:X): 40.000

INTERNATIONALE ARCHIEVEN

HERLEIDBAARHEID & RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED: dat er geen geregistreerde mijnenvelden binnen de stadsweide hebben gelegen of zijn geruimd (zie paragraaf 2.9.3).

BEELDNUMMER(S): 5152

BESCHRIJVING: Er zijn geen nieuwe indicaties binnen het onderzoeksgebied waargenomen

Tabel 5: Overzichtstabel oorlogshandelingen/indicaties met verwijzingen naar (de omgeving van) het onderzoeksgebied.

61 Brief betreffende mijnopruiming, Doesburg 19 mei 1945, GA, 1037 Militair Gezag in Gelderland, 1941-1948, inv. nr. 285.

165-017-VO-02

Pagina 38 van 100

Figuur 6: Schets van het ‘uitwijkvliegveld’ te Doesburg in de Stadsweiden, opgemaakt door het Nederlandse verzet. Bron: z.a., Over leven in de Tweede Wereldoorlog in Angerlo, Doesburg, Hummelo en Keppel (Doesburg 1995) 71.

165-017-VO-02

Pagina 39 van 100

Figuur 7: Plattegrond van de Hollandse kazemat waar nog munitie in zou liggen. De bunker werd volgestort met beton. Bron: Bericht betreffende opruimen munitie, Doesburg, 5 maart 1980, SALD, 276 Secretariearchief gemeente Doesburg, 1936-1990, inv. Nr. 322-5.

165-017-VO-02

Pagina 40 van 100

Figuur 8: Tekening met kadastrale percelen waar met rood omlijnd gebieden zijn aangegeven waar vermoed wordt dat er mijnen zijn gelegen. Bron: Brief betreffende mijnopruiming, Doesburg 19 mei 1945, Gelders Archief, 1037 Militair Gezag in Gelderland, 1941-1948, inv. nr. 285.

165-017-VO-02

Pagina 41 van 100

2.12 ANALYSE INDICATIES UIT INDICATIE ONDERZOEK Conform paragraaf 6.5.2 van het WSCS-OCE wordt hieronder per achterhaalde indicatie getracht aan de hand van tenminste twee onafhankelijk en verifieerbare bronnen tot de conclusie te komen of er voldoende aanwijzingen zijn om gebieden als verdacht of onverdacht aan te merken. Daarnaast hanteert ECG met betrekking tot indicaties welke zijn achterhaald op basis van luchtfotointerpretatie het uitgangspunt dat deze in veel gevallen voldoende feitelijk zijn om zonder verificatie van een tweede bron als uitgangspunt bij het trekken van een onderbouwde conclusie te dienen. De navolgende achterhaalde indicaties acht ECG voldoende feitelijk onderbouwd en tevens voldoende herleidbaar naar een locatie om tot een conclusie te komen: - Uit literatuur-, archief- en luchtfoto-onderzoek blijken er aan de noordelijke zijde van de IJssel binnen en nabij het onderzoeksgebied Nederlandse kazematten te hebben gestaan die deel uitmaakten van de IJssellinie. - Uit archiefgegevens blijkt betonnen kazemat B70 binnen het onderzoeksgebied te zijn gebruikt om munitie in te laten springen. De kazemat is volgestort met beton om risico’s te voorkomen.

- Uit literatuur-, archief- en luchtfoto-onderzoek blijken de Stadsweiden te Doesburg, nu bekend als de Fraterwaard, binnen en nabij het onderzoeksgebied te zijn getroffen door een bombardement op 19 november 1943 midden op de dag. De hiervan afkomstige kraters zijn in 1944 gedeeltelijk gedicht. Op luchtopnamen zijn enkele kraters en een groot aantal gedempte kraters waargenomen binnen het onderzoeksgebied. - Uit literatuur-, archief- en luchtfoto-onderzoek blijken er aan de zuidzijde van het onderzoeksgebied een groot aantal loopgraven, schuttersputten, wapenopstellingen, schuilmangaten en geschutsopstellingen te zijn aangelegd. Aan de noordzijde van het onderzoeksgebied zijn diverse Duitse luchtafweerstellingen waargenomen. In de laatste oorlogsmaanden zijn hier tevens wapenopstellingen aangelegd. - Uit literatuur-, archief- en luchtfoto-onderzoek blijkt Doesburg in april 1945 enkele malen onder Geallieerd artillerievuur te hebben gelegen. Op luchtopnamen zijn enkele kraters van geschutsmunitie waargenomen in het zuiden van het onderzoeksgebied.

De volgende indicaties kunnen onvoldoende feitelijk worden onderbouwd, vallen buiten het onderzoeksgebied of kunnen niet naar een exacte locatie worden herleid en zullen derhalve in het vervolg van deze bureaustudie niet worden meegenomen: - Op basis van literatuur- en archiefonderzoek blijkt de Schipbrug te Doesburg op 17 september 1944 te zijn beschoten door Geallieerde vliegtuigen. De Schipbrug ligt op een dergelijke afstand van het onderzoeksgebied dat deze indicatie geen gevolgen heeft voor het huidige onderzoeksgebied. Daarnaast zijn er op luchtopnamen geen sporen binnen het onderzoeksgebied waargenomen die tot de vliegtuigaanval zijn te herleiden. - Uit een archiefmelding blijken er op 17 oktober 1944 brisantbommen te zijn neergekomen in de Stadsweiden te Doesburg, nu bekend als de Fraterwaard. Er zijn echter geen gegevens voorhanden waaruit blijkt dat de Fraterwaard binnen het onderzoeksgebied zijn getroffen. Tevens 165-017-VO-02

Pagina 42 van 100

zijn er binnen het onderzoeksgebied geen sporen van deze aanval waarneembaar op navolgende luchtopnamen. - Uit literatuur-, archief- en luchtfoto-onderzoek blijkt de nieuwe brug ten zuiden van de Schipbrug te zijn gebombardeerd op 6 februari 1945 door Spitfires. Op 8 februari 1945 werd deze brug met raketten beschoten door Typhoons. Deze brug ligt op circa 300 meter afstand van het onderzoeksgebied Op luchtopnamen zijn sporen van deze aanvallen waarneembaar op een zodanige afstand van het huidige onderzoeksgebied, dat deze indicaties geen gevolgen hebben voor het huidige onderzoek. - In een archiefmelding wordt er vermeld dat er mogelijk mijnen in de Stadsweiden kunnen liggen, nu bekend als de Fraterwaard. Er zijn echter geen gegevens voorhanden die de uitgesproken vermoedens bevestigen. Daarnaast blijkt uit het mijnenveldregister dat er geen geregistreerde mijnenvelden binnen de Fraterwaard hebben gelegen of zijn geruimd (zie paragraaf 2.9.3). Het bovenstaande resulteert in het navolgende schematische overzicht van mogelijke oorzaken voor de aanwezigheid van conventionele explosieven binnen het onderzoeksgebied en de in Bijlage 11 opgenomen ´historische resultatenkaart´ (165-017-TE-10): MOGELIJKE OORZAKEN VOOR DE AANWEZIGHEID VAN ACHTERGEBLEVEN CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN

LUCHTAANVALLEN

Bombardement

Beschieting met boordwapens

Beschieting met raketten

Vliegtuigcrash/ Inslag V-wapen

GRONDGEVECHTEN (SECUNDAIRE GEVOLGEN)

Blindgangers (bijv. artillerie beschieting)

In stellingen achtergelaten, gedumpt of bedolven

MUNITIE VERNIETIGING

MILITAIR GEBRUIK

MUNITIE OPSLAG

Springputten en dergelijke

Militair oefenterrein

Munitie fabricage en/of opslag

Munitiedump of stort

Stationering militairen

Munitie inrichtingen

Munitiedump in water

Vliegveld

Incident munitieopslag

(afzinking)

Mijnenveld(en)

(explosie)

Vernielingsactiviteiten

Figuur 9: Schema met achterhaalde oorzaken/scenario’s voor indicaties betreffende de vermoedelijke aanwezigheid van CE.

165-017-VO-02

Pagina 43 van 100

3 HET CONTRA-INDICATIE ONDERZOEK In het onderzoeksgebied kunnen na de oorlog activiteiten hebben plaatsgevonden die de kans op de aanwezigheid van Conventionele Explosieven kunnen beïnvloeden. Dit betreft bijvoorbeeld grondroerende werkzaamheden (zoals ontgravingen, de aanleg van wegen en watergangen, agrarische activiteiten, bouw van opstallen etc.) waarbij veronderstelt mag worden dat bij deze werkzaamheden eventuele aangetroffen CE zijn gemeld en geruimd. Er kunnen activiteiten hebben plaatsgevonden waarbij grond is aangevoerd welke mogelijk CE bevatten (redepositie). Onder contra-indicaties worden ook opsporingswerkzaamheden door zowel de EOD (en haar voorgangers) en civiele opsporingsbedrijven verstaan.

3.1

BEELDVERGELIJKING TEN BEHOEVE CONTRA-INDICATIE ONDERZOEK

Het vaststellen van grondroerende activiteiten gebeurt conform het gestelde in het WSCS-OCE, deels aan de hand van beeldvergelijking van satellietbeelden met luchtfoto's uit het tijdvak 1939-1945. Tekening 165-017-TE-11, opgenomen in Bijlage 12, toont de beeldvergelijking tussen huidige satellietbeelden en luchtopnamen van 10 april 1945. De beeldvergelijking toont diverse naoorlogse veranderingen. Allereerst springt de bochtafsnijding van de IJssel in het oog. De IJssel is verlegd vanaf Doesburg richting het noorden. Daarmee wordt de Fraterwaard geheel afgesneden. De oude IJssel is afgedamd. Ten zuiden van het onderzoeksgebied is de nieuwe vaste brug over de IJssel richting Dieren te zien. In het verlengde van de brug is de N317 aangelegd, die langs de zuidrand van het onderzoeksgebied loopt. Hier direct ten noorden van is een nieuwe watergang verwezenlijkt, De Fles. Tussen de afgedamde IJssel en N317 is het industrieterrein van Koninklijke Rotra en Ubbink en de Verhuellweg aangelegd. De oude vestingvorm van Doesburg is hiermee uit het huidige landschap verdwenen. Het industrieterrein kent een drietal gebouwen en is geheeld verhard. Tevens is er een containerkade aangelegd. Ten noorden van de Oude IJssel is de Fraterwaard voornamelijk gelijk gebleven. Direct na de afdamming is een agrarisch bedrijf gevestigd. Aan de oostzijde van de Fraterwaard is de perceelindeling veranderd.

Tot slot zijn de Hollandse kazematten, inclusief de met beton volgestorte kazemat B70, naoorlogs verwijderd.

3.2

REEDS UITGEVOERDE OPSPORINGSWERKZAAMHEDEN

Door de opdrachtgever is een Proces-Verbaal van oplevering aangeleverd aangaande een detectieen benaderingsonderzoek uitgevoerd door AVG ter plaatse van het Rotra Terrein Doesburg, te weten: ▪ AVG Explosieven Opsporing Nederland, Proces-Verbaal van Oplevering, Rotra terrein Doesburg, Documentcode 1456068-PVO-01, Definitief (Heijen 10-08-2015).

165-017-VO-02

Pagina 44 van 100

Deze opsporing is in opdracht van GMB Civiel BV uitgevoerd naar aanleiding van het door AVG uitgevoerde vooronderzoek 1462013-VO-02 (zie paragraaf 2.4). De navolgende uitgevoerde werkzaamheden en aangetroffen CE worden in het PvO beschreven: ‘Het door de opdrachtgever aangeven opsporingsgebied bestond uit een saneringslocatie t.b.v. een nieuw aan te leggen laad- en loskade voor het Rotraterrein te Doesburg. Met behulp van een beveiligde graafmachine is het opsporingsgebied laagsgewijs gecontroleerd ontgraven vanwege veel bodemverontreinigingen als puin en asbest. Een beveiligde graafmachine heeft de gedetecteerde grond in lagen afgegraven waarbij na iedere ontgraven laag een nieuwe detectieslag werd uitgevoerd. Het onderzoeksgebied bleek grotendeels een stortlocatie te zijn van beton, verf, blik en asbest waardoor het te verstoord was om op reguliere wijze te kunnen detecteren. Delen van het opsporingsgebied waren te verstoord om te kunnen detecteren. Hier is door middel van gecontroleerd ontgraven en met visuele controle de bodem op een veilige wijze afgegraven. De ontgraving heeft plaatsgevonden tot een door de opdrachtgever aangegeven diepte. Hierbij zijn een aantal vermoedelijke betonnen schuttersputten ontgraven en verwijderd uit het opsporingsgebied. (…) Tijdens de werkzaamheden van AVG zijn een aantal omhulsels van mijnen aangetroffen.

Deze omhulsels bevatten geen explosieve inhoud en worden te zijner tijd overgedragen aan de EOD.’62 De volgende eindconclusie en vrijgave zijn in het PvO uiteengezet: ‘Het opsporingsgebied, zoals weergegeven in de overzichtstekening (…) is onderzocht op de aanwezigheid van conventionele explosieven tot een diepte zoals vermeld op de vrijgavetekening. Het gebied is afgezocht om de in de toekomst geplande werkzaamheden veilig uit te kunnen voeren. De aangetroffen verstoringen zijn geïdentificeerd en verwijderd. AVG Explosieven Opsporing Nederland verklaart dat met de gebruikte onderzoeksmethode, verder geen verdachte objecten zijn gesignaleerd in het onderzochte gebied. Derhalve wordt het onderzochte gebied, volgens overzichtstekening (…) vrijgegeven in munitietechnische zin voor het uitvoeren van vervolgwerkzaamheden. AVG Explosieven Opsporing Nederland kan niet garanderen dat na afronding van dit onderzoek door eventueel grondverzet c.q. ontwikkelingen nog conventionele explosieven in het gevrijwaarde gebied terecht komen.’63 De overzichtstekening, waarnaar in voorgaande passage wordt verwezen, is opgenomen onder Bijlage 13. Aangezien er geen coördinaten van het gedetecteerde en vrijgegeven gebied bij ECG bekend zijn, kunnen de resultaten niet in het huidige kaartmateriaal worden opgenomen en kan enkel het aangeleverde kaartmateriaal worden gehanteerd.

62

AVG Explosieven Opsporing Nederland, Proces-Verbaal van Oplevering, Rotra terrein Doesburg, Documentcode 1456068-PVO-01, Definitief (Heijen 10-08-2015) 5. 63 AVG, 1456068-PVO-01, 6. 165-017-VO-02

Pagina 45 van 100

3.3 SAMENVATTING NAOORLOGSE WERKZAAMHEDEN Ter plaatse van het onderzoeksgebied zijn (visueel waarneembaar) een aantal contra-indicatieve werkzaamheden/activiteiten achterhaald. Deze betreffen: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Naoorlogse realisatie bebouwing en industrieterrein Naoorlogse realisatie wegen Naoorlogse afdamming en bochtafsnijding IJssel Naoorlogse realisatie sloten Naoorlogse opsporingswerkzaamheden

In het navolgende contra-indicatie schema (figuur 10) en overzichtskaart 165-017-TE-12, opgenomen in Bijlage 14, zijn diverse achterhaalde contra-indicatieve aspecten weergegeven: MOGELIJKE OORZAKEN VOOR CONTRA-INDICATIES VOOR DE AANWEZIGHEID VAN CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN

GRONDROERENDE WERKZAAMHEDEN

Ontgravingen

Gronddepositie

BAGGERWERKZAAMHEDEN

OPSPORINGSWERKZAAMHEDEN

EOD en voorgangers

Civiele opsporingsbedrijven

Figuur 10: Schema met voorbeelden van oorzaken/scenario’s voor contra-indicaties betreffende de aan/afwezigheid van CE.

165-017-VO-02

Pagina 46 van 100

4 AFBAKENING VERDACHT GEBIED Op basis van bronstudie is feitelijk vast komen te staan dat er indicaties voor de mogelijke aanwezigheid van conventionele explosieven binnen en tot de directe omgeving van het onderzoeksgebied zijn te herleiden. Tevens zijn er binnen en in de omgeving van het onderzoeksgebied contra-indicaties achterhaald waardoor het mogelijke risico op het aantreffen van conventionele explosieven wordt verminderd.

4.1

HORIZONTALE AFBAKENING

Het verdachte gebied zal in deze paragraaf, indien mogelijk, horizontaal worden afgebakend aan de hand van bijlage 3 van het WSCS-OCE (zie bijlage 1). Van de richtlijnen uit de afbakeningstabel mag gemotiveerd worden afgeweken. De achterhaalde indicaties zijn (waar plausibel) gehanteerd bij de horizontale afbakening van verdacht gebied. Vanuit veiligheids- en risicoperspectief worden de indicaties (waar mogelijk) voorzien van zogenaamde risicobuffers waarin zich theoretisch achtergebleven munitieartikelen en/of blindgangers zouden kunnen bevinden. De bijlage uit het WSCS-OCE en de daarin geschetste indicaties zijn niet te beschouwen als volledig dekkend voor ieder achterhaalbaar scenario. Het gevolg hiervan is dat achterhaalde oorlogshandelingen in sommige gevallen geïndiceerd worden naar de meest in de lijn van de gebeurtenis liggende omschrijving of een gemotiveerde afgeleide hiervan. - Wapenopstelling Middels luchtfoto-interpretatie is gebleken dat er binnen en nabij het onderzoeksgebied wapenopstellingen hebben gestaan. In het WSCS-OCE is met betrekking tot deze indicatie het volgende uitgangspunt opgenomen: Opstelling van handvuurwapen, machinegeweer of andere (semi)automatisch wapen, niet zijnde onderdeel van een verdedigingswerk. De locatie van de wapenopstelling is verdacht.

Alle waargenomen wapenopstellingen en kazematten worden aangemerkt als ‘verdacht op gedumpte CE’ in de niet-naoorlogs geroerde bodem en voorzien van een tolerantie van 5 meter voor de afwijkende georeferentie. Uit de achterhaalde bronnen blijkt dat er in de Hollandse betonnen kazemat B.70, naoorlogs munitie tot ontploffing is gebracht. De kazemat is door de gemeente Doesburg in de jaren tachtig volgestort met beton. De kazemat is hierna echter geheel verwijderd. Aangezien er CE binnen de kazemat is gesprongen en deze naoorlogs is verwijderd, wordt de indicatie niet afgebakend op mogelijk achtergebleven gesprongen CE.

165-017-VO-02

Pagina 47 van 100

- Geschutsopstelling Middels archiefonderzoek en luchtfoto-interpretatie is gebleken dat er in en nabij het onderzoeksgebied geschutsopstellingen hebben gestaan. In het WSCS-OCE is met betrekking tot deze indicatie het volgende uitgangspunt opgenomen: Locatie van geschut, niet zijnde onderdeel van een verdedigingswerk. Het uitgangspunt voor afbakening van deze indicatie is verdacht, waarbij 25 meter rondom het hart van de geschutsopstelling wordt geplaatst, maar niet verder dan een eventueel aangrenzende watergang. Alle waargenomen geschutsopstellingen worden als ‘verdacht op gedumpte CE’ aangemerkt in de niet-naoorlogs geroerde bodem en voorzien van een risicobuffer van 25 meter en een tolerantie van 5 meter voor de afwijkende georeferentie. De indicaties worden derhalve voorzien van een risicobuffer van 30 meter. - Schuttersput Middels luchtfoto-interpretatie is vast komen te staan dat er in en nabij het onderzoeksgebied een groot aantal schuttersputten zijn aangelegd. Met betrekking tot deze indicatie is in het WSCSOCE geen uitgangspunt opgenomen. In navolging van de gelijkende indicatie ‘Wapenopstelling’ (een opstelling van handvuurwapen, machinegeweer of ander wapen) worden de schuttersputten middels het overeenkomstige uitgangspunt afgebakend.

Derhalve worden de schuttersputten als ‘verdacht op gedumpte CE’ in de niet-naoorlogs geroerde bodem aangemerkt met een tolerantie van 5 meter voor de afwijkende georeferentie. - Loopgraaf Middels luchtfoto-interpretatie is gebleken dat er nabij het onderzoeksgebied loopgraven zijn aangelegd. In het WSCS-OCE is met betrekking tot deze indicatie het volgende uitgangspunt opgenomen: Het gebied binnen de contouren van de loopgraaf is verdacht, bij voorkeur bepaald aan de hand van georefereerde luchtfoto’s. Alle waargenomen wapenopstellingen worden aangemerkt als ‘verdacht op gedumpte CE’ in de niet-naoorlogs geroerde bodem en voorzien van een tolerantie van 5 meter voor de afwijkende georeferentie. - Militair Object Ook voor deze indicatie is geen passende afbakeningsmethode voorgeschreven in het WSCS-OCE. Gezien nabije ligging van geschutsopstellingen en schuttersputten, kan niet worden uitgesloten dat er op deze locaties CE is achtergebleven. Derhalve worden deze indicaties als verdacht aangemerkt binnen de grenzen van de constructies zoals waargenomen op luchtopnamen. Hierbij wordt een buffer van 5 meter opgenomen voor de afwijkende georeferentie. Het gebied wordt als ‘verdacht op gedumpte CE’ aangeduid in de niet-naoorlogs geroerde bodem. 165-017-VO-02

Pagina 48 van 100

- Mangat Middels luchtfoto-interpretatie is vast komen te staan dat in en nabij het onderzoeksgebied mangaten zijn aangelegd. In het WSCS-OCE is met betrekking tot deze indicatie het volgende uitgangspunt opgenomen: Gat in grond met schuilfunctie, niet in gebruik genomen als schuttersput. Het uitgangspunt voor afbakening voor deze indicatie is onverdacht. De indicaties hoeven derhalve niet afgebakend te worden. - Artillerie-, mortier- of raketbeschieting Middels archief- en literatuuronderzoek en luchtfoto-interpretatie is vastgesteld dat het onderzoeksgebied door artillerie is beschoten. In het WSCS-OCE is met betrekking tot deze indicatie de volgende omschrijving opgenomen: Gebied dat is beschoten door mobiel of vast geschut, mortieren of grondgebonden (meervoudig) raketwerpersysteem. Het uitgangspunt voor afbakening van deze indicatie is ‘verdacht’, waarbij de afbakening van het verdacht gebied situationeel is te bepalen. Voor deze bureaustudie geschiedt de afbakening aan de hand van de geraadpleegde luchtopnamen. Het verdachte gebied wordt bepaald door aan de hand van waargenomen inslagkraters en door granaten vernielde/beschadigde bebouwing een inslagengebied vast te stellen. Op basis van eerdere ervaringen met soortgelijke situaties hanteert ECG een risicobuffer van 50 meter om het vastgestelde inslagengebied.

Dit gebied wordt als ‘verdacht op verschoten CE’ aangemerkt in de niet-naoorlogs geroerde bodem. - Afwerpmunitie Middels literatuur-, archiefonderzoek en luchtfoto-interpretatie is vast komen te staan dat er op 19 november 1943 een groot aantal bommen zijn neergekomen in de Stadsweiden te Doesburg, nu bekend als de Fraterwaard. Met betrekking tot de indicatie van afwerpmunitie worden er in het WSCS-OCE verschillende afbakeningsmethodes gehanteerd. De gehanteerde afbakeningsmethodes komen allen niet overeen met deze indicatie. Derhalve dient de indicatie situationeel te worden bepaald. Op luchtopnamen van 16 september 1944, zo’n tien maanden na het bombardement, zijn enkele kraters waarneembaar. Tevens zijn er vlekken waarneembaar, middels achterhaald bronnen te herleiden tot gedichte kraters. De locaties van de al dan niet gedichte kraters kunnen op basis van luchtopnamen niet volledig worden achterhaald. De literatuur- en archiefbronnen beschrijven het aantal neergekomen bommen wisselend tussen de veertig en honderd stuks. De bommen zijn afgeworpen vanaf een zeer grote hoogte. Het is niet duidelijk of de bommen door een of meerdere vliegtuigen zijn afgeworpen. Uit de archiefbron betreffende het dichten van kraters en de kadastrale kaart uit 1945 blijken alle percelen binnen en ten oosten en westen van het onderzoeksgebied te zijn getroffen bij het bombardement. 165-017-VO-02

Pagina 49 van 100

Op basis van de voorhanden gegevens worden de getroffen percelen, zoals in de archiefbron betreffende het dichten van kraters aangegeven, als verdacht op afgeworpen CE aangemerkt in de niet-naoorlogs geroerde bodem. Aangezien er inslagen nabij de IJssel zijn waargenomen, het bombardement van zeer grote hoogte heeft plaatsgevonden en er in het wateroppervlak geen indicaties waarneembaar zijn, is het niet uit te sluiten dat er bij het bombardement afwerpmunitie in het water is neergekomen. Derhalve dient ook de IJssel ter hoogte van de getroffen percelen ten tijde van de oorlog te worden aangeduid als verdacht op afgeworpen CE in de niet-naoorlogs geroerde bodem. De gebieden die naar aanleiding van de horizontale afbakening als ‘verdacht in de niet naoorlogs geroerde en/of onderzochte’ bodem op het aantreffen van Conventionele Explosieven dienen te worden aangemerkt, zijn opgenomen op de CE-bodembelastingskaart (zie tekening 165-017-TE-13 opgenomen onder Bijlage 15).

4.2

MOGELIJK AAN TE TREFFEN CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN

Op basis van de resultaten uit de bronnenstudie kan worden aangenomen dat de volgende typen en kalibers Conventionele Explosieven of restanten hiervan mogelijk aangetroffen kunnen worden in de als verdacht aangemerkte gebieden. Omdat er geen compleet sluitende gegevens met betrekking tot de ingezette munitieartikelen zijn aangetroffen, zijn de verwachte Conventionele Explosieven deels gebaseerd op de ruimingen van de EOD, de ingezette wapensystemen en eerdere ervaringen met vergelijkbare indicaties. INDICATIE:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=048bef8b-b006-495b-9596-dcc66f06c0f4