CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bijlage 3 Aanmeldingsnotitie.pdf

Gemeenteraad 27 januari 2022, gemeente DoesburgBij agendapunt: Bestemmingsplan Bedrijventerrein Verhuellweg4.438 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldingsnotitie Onderwerp: Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling bedrijventerrein Verhuellweg Doesburg Projectnummer: 364230 Datum: 21-01-2022

1

Inleiding

De bedrijven Rotra en Ubbink op het bedrijventerrein aan de Verhuellweg in Doesburg zijn voornemens om het bedrijventerrein te optimaliseren en te herstructureren. De laad- en loskade van Container Terminal Doesburg zal verlengd worden en de bestaande bebouwing wordt gedeeltelijk herontwikkeld en aangepast en gedeeltelijk is er sprake van sloopnieuwbouw. Met de beoogde ontwikkeling wordt ingezet op optimalisatie van de bestaande bedrijven en een efficiënter ruimtegebruik. De aanpassingen passen niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Het bestemmingsplan moet daarom worden gewijzigd. Om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming van het bestemmingsplan, moet worden getoetst of in het kader van deze ontwikkeling een milieueffectrapportage nodig is. Uit het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) volgt dat voor deze ontwikkeling een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. In deze aanmeldingsnotitie is de informatie opgenomen die nodig is voor de vormvrije m.e.r.beoordeling van de voorgenomen activiteit. Achtereenvolgens wordt ingegaan op het voornemen (hoofdstuk 2) de m.e.r.-procedure (hoofdstuk 3) en de potentiële effecten van de voorgenomen activiteit (hoofdstuk 4). Figuur 1-1 | Ligging plangebied

Doesburg

Beinum

Angerlo

Giesbeek

nl_notitie.docx 20161201

Sweco De Holle Bilt 22 3732 HM De Bilt Postbus 203 3730 AE De Bilt

T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V. De Bilt Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt

Mariska Everts Milieuplanologe T +31 88 811 62 55 M +31 6 20 46 10 30 Mariska.everts@sweco.nl 1 (13)

2

Voornemen

De herstructurering van het bedrijventerrein omvat de volgende wijzigingen: Laad- en loskade De huidige laad- en loskade wordt uitgebreid in zowel oostelijke richting als westelijke richting. In oostelijke richting wordt de kade verlengd met circa 83 meter en in westelijke richting wordt de kade verlengd met circa 47 meter. Daarmee wordt de lengte van de kade verdubbeld ten opzichte van de huidige situatie. De beoogde kade krijgt daarmee een totale lengte van ruim 260 meter. Bebouwing De meest westelijke bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en hiervoor in de plaats wordt een crossdock gerealiseerd ten behoeve van overslag van goederen. Hiermee komt het bedrijfsverzamelgebouw en de bouwmarkt te vervallen. De beoogde crossdock heeft een oppervlakte van circa 11.825 m² en krijgt een bouwhoogte van maximaal 15 meter. Aan de zuidzijde bovenop dit gebouw wordt een kantoor gerealiseerd van drie lagen met een bvo van circa 2.500 m². Het kantoor krijgt een maximale bouwhoogte van 22 meter. Hiermee wordt er een hoogteaccent gecreëerd. Het gebouw ten oosten van de beoogde nieuwe bedrijfsbebouwing blijft behouden. Het oostelijke gedeelte van dit gebouw (circa 12.100 m²) wordt opgehoogd naar 22 meter ten behoeve van opslag. De rest van de bebouwing behoudt de bouwhoogtes van 18 meter, 14 meter en 8 meter. De nieuwe bedrijfsbebouwing van Rotra wordt gas-loos.

Tussen beide gebouwen van Rotra is een parkeerplaats met parkeerdek beoogd met een oppervlakte circa 1.000 m². Ten behoeve van duurzame energievoorziening worden hier mogelijk zonnepanelen op geplaatst. De definitieve locatie en het definitieve ontwerp van het parkeerdek wordt in een later stadium nader uitgewerkt. Op het terrein van Ubbink blijft de bestaande hal grotendeels behouden. Aan de oostzijde wordt de bouwhoogte verhoogd naar 22 meter ten behoeve van opslag. Daarnaast worden er aan de zuidzijde enkele aanpassingen gedaan om een nieuw kantoor te realiseren van circa 1.500 m². Het kantoor krijgt een bouwhoogte van ca. 11,5 meter. Het overige deel van de hal behoudt de huidige hoogte van ca. 8 en 12 meter. Aan de oostzijde van het terrein is boven het bestaande parkeerterrein een extra parkeerdek beoogd met een oppervlakte van circa 1.000 m². Mogelijk wordt het dek voorzien van een dak welke gebruikt kan worden voor duurzame energieopwekking door toepassing van zonnepanelen. Het definitieve ontwerp van het parkeerdek wordt in een later stadium nader uitgewerkt. Zwaaikom Voor de zwaaikom ten noorden van het plangebied is een vergroting beoogd. In de huidige situatie is deze zwaaikom geschikt voor klasse IV schepen. Klasse V schepen kunnen momenteel wel binnenvaren maar dat kost enige moeite en nautische vaardigheid.

In de toekomst zal deze geschikt worden voor klasse V schepen. Deze ontwikkeling wordt door Rijkswaterstaat verder uitgewerkt en maakt geen onderdeel uit van onderhavig plan.

2 (13)

Figuur 2-1 | Panorama view huidige situatie bedrijventerrein en omgeving (bedrijventerrein: wit omcirkeld; bron: Doesburg2030.nl)

3 (13)

3

Toets aan het Besluit m.e.r.

3.1 Welke m.e.r.-procedure is van toepassing Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieu een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) geeft aan of voor een project een m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht van toepassing is. Voor de activiteiten die zijn opgenomen in de C-lijst van het Besluit m.e.r. geldt de zogenoemde m.e.r.-plicht. Deze activiteiten worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor de activiteiten die zijn opgenomen in de D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt de zogenoemde m.e.r.-beoordelingsplicht. Voor deze activiteiten geldt dat zij, afhankelijk van de omstandigheden, nadelige milieugevolgen kunnen hebben. De onderhavige ontwikkeling betreft activiteit 11.3 uit de D-lijst van het Besluit m.e.r. (zie tabel 3.1). Tabel 3-1 | Activiteit D11.3 uit het Besluit milieueffectrapportage (d.d. 20-02-2019) Kolom 1 Kolom 2 Kolom 3 Kolom 4 Activiteiten Gevallen Plannen Besluiten D 11.3 De aanleg, In gevallen waarin de De structuurvisie, De vaststelling van wijziging of activiteit betrekking heeft bedoeld in de het plan, bedoeld in uitbreiding van een op een oppervlakte van artikelen 2.1, 2.2 artikel 3.6, eerste industrieterrein. 75 hectare of meer.

en 2.3 van de Wet lid, onderdelen a en ruimtelijke b, van de Wet ordening, en het ruimtelijke ordening plan, bedoeld in dan wel bij het artikel 3.1, eerste ontbreken daarvan lid, van die wet. van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

Het Besluit m.e.r. geeft onder ‘gevallen’ per activiteit aan wat de relevante drempel is voor een m.e.r.-(beoordelings)plicht. Voor het bedrijventerrein geldt dat de (indicatieve) drempelwaarde uit het Besluit m.e.r. niet worden overschreden, aangezien het bestemmingsplan een plangrens heeft van 21 hectare en daarmee kleiner is dan de drempelwaarde van 75 hectare. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de ‘Europese richtlijn milieueffectbeoordeling’ te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten, een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.beoordeling'. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-plichtig. 3.2 Te volgen procedure Deze aanmeldingsnotitie geeft het bevoegd gezag (college van B&W van de gemeente Doesburg) de informatie die nodig is om te beoordelen of een m.e.r. nodig is voor de in paragraaf 3.1 genoemde activiteit. Op basis van deze aanmeldingsnotitie dient het bevoegd gezag een beslissing nemen of voor deze activiteit, omwille van belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen.

4 (13)

Het bevoegd gezag neemt uiterlijk zes weken na de datum van ontvangst van de aanmeldingsnotitie een m.e.r.-beoordelingsbeslissing1. Dit besluit moet in ieder geval zijn genomen voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan. Het besluit wordt niet gepubliceerd in de Staatscourant 2. Op dit besluit is geen bezwaar/beroep mogelijk. Eventuele bezwaren kunnen worden ingediend in de procedure van het bestemmingsplan. 3.3 Doel van de aanmeldingsnotitie De vormvrije m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te bepalen of er bij de voorgenomen activiteit mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. In het kader van een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt een aanmeldingsnotitie opgesteld. In een aanmeldingsnotitie wordt op objectieve wijze de informatie verzameld en gepresenteerd die voor deze afweging noodzakelijk is. Op basis van de informatie in de aanmeldingsnotitie besluit het bevoegd gezag of een uitgebreide m.e.r-procedure nodig is. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient het bevoegd gezag expliciet te beoordelen of zij het noodzakelijk acht om de m.e.r.-procedure te doorlopen.

Er kunnen twee uitkomsten zijn: • belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen niet uitgesloten worden → er dient een m.e.r.-procedure te worden doorlopen; • belangrijke nadelige milieugevolgen treden niet op → er wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r.-procedure wordt doorlopen. Het uitgangspunt bij deze beoordeling is: Nee, tenzij …. (zie hiervoor verder kader 3.1). Dit uitgangspunt betekent dat er geen nadere m.e.r. nodig is, tenzij er sprake is van mogelijke ‘belangrijke nadelige gevolgen’ voor het milieu op basis waarvan een dergelijke procedure wel noodzakelijk moet worden geacht. Deze ‘belangrijke nadelige gevolgen’ moeten worden beoordeeld op basis van het toetsingskader van Bijlage III EU richtlijn milieubeoordeling projecten. Het project dient te worden getoetst aan: 1. Kenmerken van de activiteit a: Omvang van het project b: Cumulatie met andere projecten c: Gebruik natuurlijke hulpbronnen d: Productie afvalstoffen e: Verontreiniging en hinder f: Risico op ongevallen 2. Plaats van de activiteit a: Bestaand grondgebruik b: Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied c: Opnamevermogen milieu met aandacht voor specifieke gevoelige gebieden 3.

Kenmerken van het potentiële effect a: Bereik van het effect b: Grensoverschrijdend karakter c: Orde van grootte en complexiteit effect d: Waarschijnlijkheid effect e: Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect

1 Indien het bevoegd gezag tevens initiatiefnemer is, neemt het in een zo vroeg mogelijk stadium de m.e.r.-

beoordelingsbeslissing. 2 Dit is bepaald in het Besluit m.e.r. in artikel 2.5 onder b.

5 (13)

In hoofdstuk 4 wordt de benodigde informatie voor de toetsing behandeld. Eerst wordt een beschrijving gegeven van de kenmerken van de activiteit en de plaats van de activiteit en de potentiële effecten die daaruit naar voren komen. Vervolgens wordt ingegaan op de kenmerken van de gevolgen van deze effecten. Hierbij wordt gekeken of er mogelijk (belangrijke) nadelige milieugevolgen ontstaan en of er verzachtende mitigerende maatregelen kunnen worden genomen om eventueel het milieueffect te verminderen of teniet te doen. KADER 3.1: UITLEG AANMELDINGSNOTITIE Zoals aangegeven is het uitgangspunt bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling het ‘nee, tenzij’ principe. Dit heeft gevolgen voor inhoud en diepgang van deze aanmeldingsnotitie. In dit kader wordt kort toegelicht hoe deze aanmeldingsnotitie is opgebouwd en op welke wijze naar de inhoud moet worden gekeken. Waarom Nee, tenzij? Dat het ‘nee, tenzij’ principe geldt, vloeit voort uit het feit dat het een activiteit betreft uit de D-lijst van het Besluit m.e.r., waarvoor tevens geldt dat de activiteit onder de drempelwaarde ligt zoals in deze D-lijst genoemd. In het Besluit m.e.r. zijn alle activiteiten die mogelijk gevolgen hebben op het milieu verdeeld over twee lijsten: de C en de D lijst. Activiteiten uit de C-lijst worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben.

Voor deze activiteiten geldt dan ook een directe m.e.r.-plicht. Voor activiteiten uit de D-lijst geldt dat deze afhankelijk van de omstandigheden nadelige milieugevolgen kunnen hebben. Wanneer de activiteit op de D-lijst staat én onder de drempelwaarde blijft zoals in die lijst opgenomen, is de verwachting dat deze activiteit waarschijnlijk geen belangrijk nadelige milieugevolgen oplevert. Op voorhand geldt voor deze activiteiten daarom ook geen m.e.r.-plicht. Dit moet echter wel worden getoetst middels de vormvrije m.e.r.-beoordeling. In bepaalde gevallen kan een activiteit met een kleinere omvang namelijk wel degelijk belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Dat kan bijvoorbeeld doordat die activiteit in of bij een kwetsbaar gebied is gepland. Inhoud aanmeldingsnotitie Voor een aanmeldingsnotitie die wordt opgesteld in het kader van de vormvrije m.e.r.beoordeling bestaan geen vereisten voor de diepgang van het onderzoek. In de meeste gevallen kan de vormvrije m.e.r.-beoordeling worden gebaseerd op ‘expert judgement’, zonder (model)berekening of (veld)onderzoek. Het uitgangspunt is dat de aanmeldingsnotitie kort en bondig is en alleen inzoomt op die kenmerken en gevolgen die mogelijk kunnen leiden tot nadelige gevolgen voor het milieu.

In veel gevallen zal snel helder zijn dat een activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft (vanwege grote afstand tot gevoelige gebieden, de locatie en de omgeving hebben geen bijzondere kenmerken waardoor er een verwaarloosbare kans is op belangrijke nadelige effecten, de activiteit leidt niet tot grote emissies, heeft een klein ruimtebeslag e.d.). Dan is ook geen uitgebreide motivering nodig: er wordt dan beknopt beschreven dat naar alle Europese criteria is gekeken

6 (13)

4

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

1. Kenmerken van het project

Omvang van het project (relatie met drempel D lijst)

Aanpassingen bedrijventerrein Verhuellweg, Doesburg Het project omvat de wijziging van een bedrijventerrein. De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt via een bestemmingsplan. Het betreft een project (kolom 4) in de zin van het besluit m.e.r.. Activiteit D 11.3 uit het Besluit m.e.r.. Drempelwaarden is: 1°. een oppervlakte van 75 hectare of meer. Dit initiatief omvat: 1°. Aanpassing bedrijventerrein van 13 hectare

Cumulatie met andere projecten

Gebruik natuurlijke hulpbronnen3

Productie afvalstoffen4

Conclusie: het totaal oppervlak van het plangebied bedraagt circa 21 hectare. Hierbij is tevens een deel van het water meegenomen, dat geen onderdeel uitmaakt van de beoogde herstructurering. De oppervlakte van het huidige bedrijventerrein bedraagt circa 9,2 hectare. Met de beoogde herstructurering wordt de oppervlakte van het bedrijventerrein circa 13 hectare. Het project blijft onder de drempelwaarden van D 11.3. Daarom is voor dit project geen ‘formele’ m.e.r.beoordeling maar een ‘vormvrije’ m.e.r.-beoordeling nodig. Ten noorden van het plangebied heeft Rijkswaterstaat een voornemen om de zwaaikom aan te passen, waardoor er grotere schepen in kunnen draaien. Dit voornemen is echter nog niet concreet en er is nog geen zicht op realiseerbaarheid van het voornemen. Om die reden is dit voornemen niet meegenomen in deze aanmeldingsnotitie. Andere cumulatieve projecten zijn niet bekend. Voor het project worden geen natuurlijke hulpbronnen gebruikt die uit of in de nabijheid van het plangebied worden onttrokken. Er zijn geen natuurlijke hulpbronnen in het gebied aanwezig die invloed ondervinden van de voorgenomen activiteit. Bij de aanleg van de gebouwen wordt gebruik gemaakt van hernieuwbare natuurlijke hulpbronnen zoals hout, glas, (bak)steen en grond. Deze hulpbronnen worden van buiten het plangebied aangevoerd.

Er is geen sprake van nieuwe of extra productie van (gevaarlijke) afvalstoffen met nadelige milieugevolgen. In de bedrijfsvoering van Rotra komen verschillende soorten afval vrij, waaronder klein chemisch afval, organisch verontreinigde vloeistof, zuren, oliehoudend afval, verontreinigde emballage en afgewerkte olie. De hoeveelheid of aard van deze stoffen verandert door de wijziging niet. Aanvoer, opslag, afvoer en

3 Toelichting: Van gebruik van natuurlijke hulpbronnen kan sprake zijn als een ontwikkeling gevolgen heeft voor op,

of in de nabijheid van, de locatie aanwezige natuurlijke hulpbronnen. Denk bijvoorbeeld aan de onttrekking van grondwater of het delven van grondstoffen zoals zand of klei. Ook het kappen van bos als leefomgeving voor dieren of recreatiegebied voor mensen valt hieronder. Dit criterium is vooral van belang bij industriële activiteiten. 4 Afvalstoffen zijn stoffen (preparaten of voorwerpen) waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen (artikel 1.1, lid 1 Wet milieubeheer). Nadelige milieugevolgen kunnen ontstaan bij het vrijkomen van gevaarlijke afvalstoffen.

7 (13)

Verontreiniging en hinder

behandeling van de stoffen gebeurt net als in de huidige situatie, conform de daarvoor geldende wet- en regelgeving. Verontreiniging: Ten aanzien van verontreinigende stoffen, zie ‘productie afvalstoffen’. Tijdens de aanlegfase kan door bouwverkeer mogelijk een tijdelijke verslechtering van de luchtkwaliteit optreden. Verkeersaantrekkende werking kan ook in de gebruiksfase leiden tot verslechtering van de luchtkwaliteit. Hierop wordt nader ingegaan onder ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’. In de gebruiksfase zullen de activiteiten niet wezenlijk veranderen in vergelijking met de huidige situatie. De gewijzigde situatie zal niet leiden tot andere of meer verontreiniging. Hinder: Tijdens de aanleg kan als gevolg van sloop- en bouwwerkzaamheden, het bouwverkeer en de aanlegwerkzaamheden verkeershinder en geluidhinder optreden.

Risico voor ongevallen

2. Plaats van de projecten Bestaande grondgebruik

In de gebruiksfase kan de ontwikkeling leiden tot een toename van verkeersbewegingen met als gevolg extra (geluid)hinder voor omwonenden. Op mogelijke effecten als gevolg van hinder wordt nader ingegaan onder ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’. Op het bedrijventerrein is een LNG-station (Liquified Natural Gas) aanwezig. De herstructurering en optimalisering van het bedrijventerrein heeft mogelijk gevolgen voor externe veiligheid van het LNG-station. Hier wordt nader op ingegaan onder ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’. Verder is op het bedrijventerrein geen sprake van een risicovolle inrichting. In de bestaande situatie is het plangebied in gebruik als bedrijventerrein. De bebouwing op het terrein bestaat uit drie grote bouwvolumes. De bouwhoogte van deze bedrijfsgebouwen varieert van 3 meter tot maximaal 18 meter. Het bedrijfsgebouw aan de westzijde van het plangebied wordt gebruikt als bedrijfsverzamelgebouw en er is een bouwmarkt in gevestigd. Het middelste bedrijfsgebouw is in gebruik door expeditiebedrijf Rotra en het oostelijke gebouw wordt gebruikt door kunststofverwerkingsbedrijf Ubbink. Langs de oever van Het Zwarte Schaar bevindt zich de kade van Container Terminal Doesburg die voorzien is van een laad- en loskade. Aan de westzijde van het plangebied is een LNG-tankstation aanwezig.

Het gedeelte van het bedrijventerrein dat onbebouwd is wordt grotendeels gebruikt ten behoeve van opslag en parkeren van vrachtwagens. Parkeren voor personenauto's vindt voornamelijk plaats direct langs de Verhuellweg en op een parkeerplaats aan de oostzijde van het plangebied.

8 (13)

Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied Opnamevermogen milieu met aandacht voor wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, H/V richtlijngebieden, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, landschappelijk historisch cultureel of archeologische gebieden van belang.

Het plangebied ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied. In het plangebied komen verder geen bijzondere natuurlijke hulpbronnen voor. Natuur Het plangebied ligt deels binnen de begrenzing van het Natura 2000-gebied Rijntakken en valt binnen het deelgebied Uiterwaarden IJssel. Het deel dat binnen Natura 2000-gebied valt betreft voornamelijk water (Het Zwarte Schaar) en een deel van de laad- en loskade. In de huidige situatie ligt de kade ook al gedeeltelijk binnen Natura 2000-gebied. Het deelgebied Uiterwaarden IJssel omvat het systeem van de rivier de IJssel, de aanliggende oeverwallen en de uiterwaarden. Het deel van het Natura 2000-gebied ter plaatse van het plangebied is alleen aangewezen in het kader van de Vogelrichtlijnen. Voor dit deel van het Natura 2000-gebied gelden derhalve alleen de instandhoudingsdoelstellingen die voor Vogelrichlijnsoorten zijn geformuleerd. Het plangebied grenst tevens aan de Groene ontwikkelingszone uit de Omgevingsverordening van de provincie Gelderland. In het plangebied komen enkele beschermde soorten voor. Op de gebieden kunnen mogelijk effecten optreden, hier wordt onder ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’ ingegaan. Landschappelijke en cultuurhistorische waarden Het plangebied zelf kent geen landschappelijke of cultuurhistorische waardevolle punt, lijn, of vlakelementen.

Aan de oostzijde van het plangebied ligt een deel van de oude vesting van Doesburg, dat onderdeel uitmaakt van ‘Cultuurhistorie - DNA-kaart, landgoederen’ (Hof te Dieren, als onderdeel van de Zuidelijke Veluwezoom). Het plangebied grenst aan de uiterwaarden van de IJssel en is van daaruit goed zichtbaar. Archeologie De oude kern van Doesburg is een terrein van hoge archeologische waarden. Een uitstulping van dit gebied ligt in het plangebied. Het betreft een klein vlak dat onder de huidige bebouwing in het plangebied ligt. Het gehele gebied ligt binnen een groter beschermingsgebied ’Provinciaal archeologische parels en diamanten’. Beschermd dorps- of stadsgezicht De oude kern van Doesburg is beschermd als beschermd dorps-/stadgezicht. De grens van dit gebied ligt aan de overzijde van de N317 en daarmee buiten het plangebied. Hier worden geen belangrijk nadelige effecten op verwacht.

9 (13)

Overige aandachtsgebieden Het bedrijventerrein ligt aan de rand van de kern van Doesburg, gescheiden door de N317. De voorgenomen activiteiten leiden mogelijk tot verandering van geluidhinder naar de omgeving. Overige waardevolle of kwetsbare gebieden liggen niet in of in de nabijheid van het plangebied. Op basis van (1.) de kenmerken en (2.) de plaats van het project zijn de volgende mogelijk belangrijk nadelige gevolgen naar voren gekomen: • Potentiële effecten op beschermde natuurgebieden; • Potentiële landschappelijke effecten door hoogbouw; • Aanwezigheid van archeologische verwachtingswaarde; • Verontreiniging en/of hinder als gevolg van bouwverkeer en verkeersaantrekkende werking; • Verplaatsen LNG-station binnen het plangebied. Op deze mogelijke gevolgen wordt bij ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’ ingegaan. Overige belangrijke nadelige gevolgen zijn niet te verwachten. 3. Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect (geografisch en In alle gevallen zullen potentiële effecten lokaal optreden, in of grootte getroffen bevolking) direct aangrenzend aan het plangebied. Grensoverschrijdend karakter Er zijn geen landsgrensoverschrijdende effecten. Orde van grootte en complexiteit effect Natuur Gebiedsbescherming Natura 2000-gebied en Groene ontwikkelingszone Het plangebied ligt deels binnen beschermd natuurgebied.

In dit deel vinden beperkte werkzaamheden plaats ten behoeve van de verlengde kade. Gezien het huidige plan betrekking heeft op het gebied van het bestaande bedrijventerrein, zijn op voorhand geen significante effecten te verwachten. Omdat externe effecten als gevolg van stikstofdepositie niet op voorhand kunnen worden uitgesloten is er een AERIUSberekening uitgevoerd. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er geen toenamen van stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden zijn. Significante effecten op de instanhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden zijn daarmee uitgesloten. Hinder en verontreiniging (Geluid en luchtkwaliteit) Verontreiniging/hinder als gevolg van aanlegfase: Tijdens de aanlegfase kan er geluidhinder ondervonden worden van de sloop- en bouwwerkzaamheden. Deze werkzaamheden kunnen lokaal tijdelijk leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit door uitstoot van stikstofdioxide en (fijn)stof. Omdat de achtergrondconcentraties van stikstofdioxide en fijnstof in dit gebied onder de grenswaarden liggen zal dit niet leiden tot overschrijding van de grenswaarden en daardoor tot belangrijk nadelige gevolgen. Verontreiniging/hinder in de gebruiksfase:

10 (13)

De verkeersaantrekkende werking van de herontwikkeling is ten opzichte van de huidige verkeersaantallen relatief beperkt en extra geluidemissie zal wegvallen tegen de huidige geluidemissie als gevolg van het autoverkeer op de N317. Risico op ongevallen Op het terrein bevindt zich een LNG-station. Gezien de beoogde herstructurering en splitsing van de activiteiten van Rotra over Kuehne Nagel en CTD verandert de externe veiligheid. De PR 10-6/jaar ligt op 43 meter vanuit het LNG-tankstation. Conform de Circulaire dient een minimale afstand van 50 meter gehanteerd te worden naar (beperkt) kwetsbare objecten. Binnen de afstand van 50 meter bevindt zich het kantoor van CTD, waarin circa 8 tot 10 personen per dag aanwezig zijn. In het kantoor van CTD bevinden zich maximaal 10 personen per dag, gedurende 6:00 uur tot 22:00 uur. Verder kunnen per dag gemiddeld 10 chauffeurs aanwezig zijn voor laad- en losactiviteiten. De activiteiten van CTD en het gebouw waarin CTD zich bevindt zijn reeds bestaande activiteiten en is een bestaand gebouw. Door de splitsing zijn er geen wijzigingen in activiteiten of aanpassingen aan gebouwen. De risico’s wijzigen daarentegen ook niet ten opzichte van de huidige situatie (vóór de splitsing). Doordat er geen wijzigingen plaatsvinden aan de gebouwen, zijn de bestaande vluchtroutes nog steeds valide.

Er vindt alléén een juridische wijziging plaatst door de splitsing, waardoor er twee bedrijven ontstaan. Daarom dient de externe veiligheidssituatie opnieuw bekeken te worden. De medewerkers van CTD zijn bekend met de processen van Kuehne Nagel en de risico’s van de LNG-tankstation. Zij weten hoe ze moeten handelen in geval van een calamiteit bij Kuehne Nagel. Zij zijn voldoende zelfredzaam en er zijn voldoende vluchtroutes van de LNG-tankinstallatie af. Nieuwe medewerkers worden geïnformeerd over de risico’s van de LNG-installatie en worden geïnstrueerd hoe ze moeten handelen bij een calamiteit. Dit proces is schriftelijk vastgelegd in procedures en instructies. Daarnaast is het verplaatsen van het kantoor van CTD buiten de plaatsgebonden risicocontour 10-6 per jaar niet mogelijk, omdat er op het terrein van CTD geen ruimte beschikbaar is voor een nieuw gebouw. De verwachting is dat het groepsrisico mimimaal zal stijgen door de extra personen van CTD. Het huidige groepsrisico ligt 0,22 maal onder de oriëntatiewaarde. In de toekomstige situatie zal het groepsrisico een marginale stijging laten zien. Aanvullende maatregelen om het groepsrisico te verlagen is hier niet aan de orde. Omdat op termijn het LNG-station verplaatst zal worden naar de noordoostelijke zijde van de kade is ook onderzocht wat het

11 (13)

risico is op de nieuwe locatie. Voor het plaatsgebonden risico wordt zowel de grenswaarde als de richtwaarde niet overschreden. Het groepsrisico blijft onder de oriëntatiewaarden de normwaarde bedraagt maximaal 0,04. Vóór de realisatie van het LNG-station wordt het groepsrisico verantwoord. Landschap In het plangebied komen hogere gebouwen dan in de huidige situatie het geval is. In het nieuwe plan is een crossdock (bedrijfshal voor over- en opslag) van 15 meter hoog voorzien en een opslaggebouw en kantoorgebouw van 22 meter hoogte. De huidige bouwhoogte op het terrein gaat tot maximaal 18 meter, maar is in het algemeen circa 12 meter. Dit zal ervoor zorgen dat de gebouwen vanuit de omgeving en dan met name vanuit de open uiterwaarden beter zichtbaar zullen zijn. Ook nu is het bedrijventerrein (met o.a. een hoge hijskraan) goed zichtbaar vanuit de uiterwaarden en vanaf de brug over de IJssel. Om die reden is de landschappelijke verandering niet als belangrijk nadelig te beschouwen. Archeologie Het gehele plangebied is reeds bebouwd. De ondergrond zal daarbij reeds geroerd zijn. De verwachting is dan ook dat er geen archeologische waarden in de bodem aanwezig zijn en dat er geen belangrijk nadelige effecten zullen optreden bij de herstructurering van het terrein. Waarschijnlijkheid effect

De effecten in de realisatiefase als gevolg van de werkzaamheden zullen optreden. In de gebruiksfase worden geen belangrijk nadelige effecten verwacht. Duur, frequentie en omkeerbaarheid De effecten in de aanlegfase zijn tijdelijk (gedurende circa twee effect jaar). Effecten in de gebruiksfase treden dagelijks op en zijn moeilijk omkeerbaar. De landschappelijke effecten zijn het gevolg van de gebouwen, deze zijn niet makkelijk weg te nemen. Gezien de omvang van de activiteiten in relatie tot de drempelwaarden en te verwachten effecten in vergelijking tot de huidige situatie, zijn belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, die vragen om een nadere uitwerking in een MER uit te sluiten. Nader onderzoek in een MER is dan ook niet noodzakelijk.

12 (13)

Verantwoording

Titel

Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling bedrijventerrein Verhuellweg Doesburg

Projectnummer

364230

Datum

21-01-2022

Auteur

Matthijs Vrij Peerdeman

E-mailadres

Matthijs.vrijpeerdeman@sweco.nl

Gecontroleerd door

Claudia Swart

Goedgekeurd door

Lourens Hogenbirk

13 (13)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=621aeb5c-8dcc-4188-800c-c5667dc1d376