CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Spreidingsplan Beschermd Wonen Beschermd Thuis Centraal Gelderland januari 2026 (1)

Commissie MO 10 februari 2026, gemeente DoesburgBij agendapunt: Beschermd Wonen Beschermd Thuis en Maatschappelijke Opvang januari 2026 (Informatienota)5.244 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

SPREIDINGSPLAN: VAN BESCHERMD WONEN NAAR BESCHERMD THUIS REGIO CENTRAAL GELDERLAND

AUTEUR(S) DATUM VERSIE

Werkgroep Wonen September 2025 Definitief

Inhoudsopgave Samenvatting

3

1

Aantal plekken en spreiding van het totaal aantal plekken

7

1.1

Vertrekpunt: huidige situatie

7

1.2

Eindbestemming: gewenste situatie

8

1.3

Transformatieopgave

8

1.4

Sturingsmogelijkheden

8

1.5

Randvoorwaarden

8

2

3

4

Aantal plekken en spreiding van Wmo-plekken

9

2.1

Vertrekpunt: huidige situatie

9

2.2

Eindbestemming: gewenste situatie

10

2.3

Transformatieopgave

11

2.4

Sturingsmogelijkheden

12

2.5

Randvoorwaarden

12

Aantal en aard van toewijzingen

13

3.1

Vertrekpunt: huidige situatie

13

3.2

Eindbestemming: gewenste situatie

13

3.3

Transformatieopgave

13

3.4

Sturingsmogelijkheden

14

3.5

Randvoorwaarden

14

Doelgroepen

15

4.1

Vertrekpunt: huidige situatie

15

4.2

Eindbestemming: gewenste situatie

16

4.3

Transformatieopgave

16

4.4

Sturingsmogelijkheden

16

4.5

Randvoorwaarden

16

2

Samenvatting Voor het opstellen van dit spreidingsplan brachten we op basis van de

De gewenste situatie is de eindbestemming. Deze eindbestemming willen

huidige situatie (ist) de gewenste situatie (soll) in kaart. De huidige situatie

we in 2035 bereiken. Tot die tijd monitoren we periodiek onze voortgang en

vormt ons vertrekpunt. Daarvoor hebben we het aantal plekken beschermd

stellen we onze doelen bij waar nodig.

wonen en beschermd thuis vanuit de Wmo en Wlz, en het aantal zorgtoewijzingen vanuit de Wmo in beeld gebracht. Opgave

Vertrekpunt

Aantal plekken en spreiding van het totaal aantal plekken

•

(hoofdstuk 1)

•

Aantal plekken en spreiding van Wmoplekken

•

•

•

Eindbestemming in 2035

Sturingsmogelijkheden

1618 plekken beschermd wonen en beschermd thuis (Wmo en Wlz) Onevenredige verdeling over de gemeenten Circa 467 bezette Wmo-plekken (totaal)

•

Afname van het totale aantal plekken

•

Samenwerken met het zorgkantoor

452 bezette Wmo-plekken vanuit onze regio Circa 60% beschermd wonen en 40% (zelfstandig) beschermd thuis

• •

Spreiding volgens een verdeelsleutel Afbouw van (intramuraal) beschermd wonen Opbouw van (geclusterd) beschermd thuis 30% beschermd wonen en 50% beschermd thuis (en 20% zelfstandig beschermd thuis)

•

Sturen op nieuwe locaties of herhuisvesting Tijdelijke woonruimten creëren of bestaand vastgoed ombouwen Afspraken maken met woningcorporaties Bestaande beschermd wonen locaties ombouwen

• •

(hoofdstuk 2)

• • •

• •

452 actieve toewijzingen 60% beschermd wonen en 40% (zelfstandig) beschermd thuis

• •

410-430 actieve toewijzingen 30% beschermd wonen en 70% (zelfstandig) beschermd thuis

• •

Uitvoeren van lokale plannen Sturen middels inkoop

Doelgroepen

•

•

Een dekkend zorglandschap

(hoofdstuk 4)

•

(Een combinatie van) diverse problematieken 49 personen op de wachtlijst

• • •

Ontbrekend aanbod signaleren Afspraken maken met aanbieders Samenwerken met andere regio’s

Aantal en aard van toewijzingen (hoofdstuk 3)

3

Inleiding Aanleiding en doel

Regionaal afsprakenkader Huisvesting van Aandachtsgroepen

De regio Centraal Gelderland1 is bezig met een omslag van beschermd

In de Groene Metropool Regio (GMR) wordt door zeventien gemeenten

wonen naar beschermd thuis. Dat wil zeggen dat we inwoners steeds meer

samengewerkt aan volkshuisvestelijke en ruimtelijke vraagstukken, waarbij

lokaal - nabij hun eigen omgeving - en zo zelfstandig mogelijk ondersteuning

het Regionaal afsprakenkader Huisvesting Aandachtsgroepen de basis

bieden. Voor hen die dit nodig hebben blijft (intramuraal) beschermd wonen

vormt voor het woonbeleid. Onderdeel van dit afsprakenkader zijn afspraken

als regionaal vangnet bestaan. Voorop staat dat inwoners passende zorg en

over het voorzien in de woonbehoefte van aandachtsgroepen en de

ondersteuning ontvangen.

Regionale Bemiddelingstafel – welke jaarlijks een deel van de vrijkomende sociale huurwoningen regionaal toewijst aan urgente aandachtsgroepen en

We werken in onze regio aan een aantal doelen: • • •

zorgt voor een zachte landing in de gemeente van herkomst.

Een gedeeltelijke afbouw van (intramuraal) beschermd wonen naar een regionaal vangnet;

De doelen uit dit Spreidingsplan sluiten aan bij het afsprakenkader. We

Opbouw van lokale beschermd thuis woonvormen, gespreid over de

werken dan ook nauw met elkaar samen. De opbouw van (beschermd thuis)

regio;

woonvormen en voldoende zelfstandig woonaanbod zijn onderdeel van de

Een transformatie in de geboden ondersteuning aan inwoners van

regionale woningbouwprogrammering die jaarlijks door de GMR wordt

beschermd wonen naar beschermd thuis, mits passend.

gemonitord. Inwoners die uitstromen uit een beschermd wonen of beschermd thuis voorziening horen bij de doelgroep van de Regionale

Kadernota Samen aan Zet

Bemiddelingstafel. Wij richten ons, aanvullend op de GMR, in dit Spreidingsplan op de spreiding van zorgplekken beschermd wonen en

De transformatie van beschermd wonen naar beschermd thuis hangt nauw

beschermd thuis en het realiseren van passend ondersteuningsaanbod.

samen met de beschikbaarheid van voldoende en diverse voorzieningen in

Samen is dit een goede doorlopende lijn die bijdraagt aan een passende

de regio die aansluiten op de behoeften van onze inwoners. Het vraagt ook

plek voor al onze inwoners, met en zonder zorg.

voldoende (passende) woningen en woonvormen voor mensen die uitstromen uit beschermd wonen. In de Kadernota Samen aan Zet beschrijven we onze ambities.

1

De regio Centraal Gelderland bestaat uit: Arnhem (centrumgemeente), Doesburg, Duiven, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort en Zevenaar.

4

Beschermd wonen en beschermd thuis in regio Centraal Gelderland

In onze regio zijn aanbieders niet gecontracteerd voor het beschikbaar stellen van een vast aantal plekken. Eén actieve Wmo-zorgtoewijzing staat

Beschermd wonen is een vorm van ondersteuning voor mensen met

daarom gelijk aan één (bezette) plek vanuit de Wmo. Wel kunnen ook

psychische of psychosociale problemen die niet (geheel) zelfstandig kunnen

inwoners van buiten onze regio gebruik maken van een Wmo plek in onze

wonen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor beschermd wonen vanuit de

regio.

Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) kan beschermd wonen worden ingezet voor mensen met een

Totstandkoming spreidingsplan

blijvende aandoening of beperking waarbij 24/7 toezicht of zorg in de nabijheid noodzakelijk is.

Voor het opstellen van dit spreidingsplan brachten we de huidige situatie (ist) en de gewenste situatie (soll) in kaart. De huidige situatie vormt ons

In de regio Centraal Gelderland onderscheiden we drie soorten

vertrekpunt. De gewenste situatie is de eindbestemming. Deze

ondersteuning met een beschermende component:

eindbestemming willen we in 2035 bereiken. Om daar te komen hebben we

a.

Zelfstandig beschermd thuis: de inwoner bezit of huurt zelf een

een aantal opgaven geformuleerd:

woonruimte en kan hier blijven wonen als de zorg stopt. Er is 24 uur

1.

Aantal plekken en spreiding totaal aantal plekken (Wmo en Wlz)

per dag ondersteuning beschikbaar, zowel gepland als ongepland.

2.

Aantal plekken en spreiding van Wmo-plekken

Beschermd thuis: de inwoner verblijft in een vorm van geclusterd of

3.

Aantal en aard van toewijzingen

kleinschalig groepswonen en huurt een (on)zelfstandige woonruimte.

4.

Doelgroepen

b.

Er is 24 uur per dag ondersteuning beschikbaar, gepland en c.

ongepland.

Voor ieder van deze opgaven maken we afspraken tussen de gemeenten

Beschermd wonen: de inwoner verblijft intramuraal in een regionale

en met onze lokale en regionale partners. Voorop staat te allen tijde dat

vangnetvoorziening en kan daar niet blijven wonen als de zorg stopt.

onze inwoners de zorg en ondersteuning krijgen die zij nodig hebben. Onze

Permanente nabijheid (24/7) van ondersteuning is noodzakelijk.

ambities en de afspraken die we met elkaar maken volgen daaruit, maar zijn nooit een doel op zich.

Het is van belang om onderscheid te maken tussen plekken en (zorg)toewijzingen. De beschikbare plekken2 in de regio worden gevuld vanuit de Wmo en Wlz (en andere wetten). Cliënten kunnen vanuit de Wmo gebruik maken van zo’n plek als zij van de gemeentelijke toegang (Wijkteams Arnhem) een zorgtoewijzing krijgen.

2

Onder een ‘plek’ verstaan we een kamer of woning, zelfstandig of onzelfstandig, waar een inwoner zorg kan ontvangen.

5

Samen met zorgaanbieders, woningcorporaties en gemeenten gaan we op

Leeswijzer

weg om stappen in de gewenste richting te zetten. De ondersteuningsbehoefte van inwoners is echter niet maakbaar. Bovendien:

We beschrijven de huidige en gewenste situatie in onze regio op drie

•

We hebben beperkt invloed op beschermd wonen in het kader van de

opgaven: het aantal plekken en de spreiding daarvan - voor het totaal aantal

Wlz. Het inkopen van minder beschermd wonen plekken vanuit de

plekken en het aantal Wmo-plekken, het aantal toewijzingen en

Wmo leidt niet per se tot afname van het totale aantal plekken,

doelgroepen (inclusief een beschouwing van de wachtlijst). We maken dus

aangezien Wmo en Wlz voor veel aanbieders communicerende vaten

onderscheid tussen twee perspectieven: het totaal aantal plekken in onze

zijn. We zijn hiervoor afhankelijk van (afstemming en samenwerking

regio - Wmo en Wlz - en het aantal Wmo-plekken. We weten dat Wmo en

met) aanbieders en het zorgkantoor;

Wlz in de praktijk communicerende vaten zijn.

•

•

We hebben beperkt invloed op bestaande locaties. Deze kunnen niet zomaar worden verplaatst of opgeheven - al worden hier in het kader

Per opgave geven we aan wat de transformatieopgave is die hieruit volgt en

van partnerschap met aanbieders wel gesprekken over gevoerd,

welke sturingsmogelijkheden onze regio en gemeenten hebben om hier

onder andere bij het aangaan van nieuwe contracten;

vorm aan te geven.

De (gedeeltelijke) afbouw van beschermd wonen en opbouw van beschermd thuis vraagt om uitbreiding van het woningaanbod, een stevige sociale basis, draagvlak in wijken en buurten en het benutten

Stap 4. Monitoren en bijstellen

van het sociaal netwerk van inwoners - in een tijd waarin veel gemeenten te maken krijgen met bezuinigingen. Daarom beogen we in dit spreidingsplan realistische ambities te formuleren, waarbij inwoners onverminderd kunnen rekenen op passende ondersteuning, maar we wel de gewenste beweging in gang zetten. We monitoren (het resultaat van) onze afspraken en stellen deze waar mogelijk

Stap 3. Uitvoering geven aan transformatie (regionaal en per gemeente)

Stap 2. Inkooptraject (plannen van aanbieders)

bij wanneer blijkt dat ambitieuzere afspraken mogelijk en passend zijn. In de toekomst zullen we, op basis van voortschrijdend inzicht en geleerde lessen, het spreidingsplan steeds aanpassen waar nodig. Stap 1. Huidige & gewenste situatie en transformatieopgave in beeld

6

1 Aantal plekken en spreiding van het totaal aantal plekken 1.1

Vertrekpunt: huidige situatie

Aanbieders die uitsluitend beschermd wonen in het kader van de Wlz of op basis van maatwerkovereenkomsten aanbieden, zijn in de uitvraag niet

Wij hebben een uitvraag gedaan onder gecontracteerde aanbieders van

meegenomen. Dit maakt dat het overzicht in tabel 1 mogelijk onvolledig is.

beschermd wonen (BW) en beschermd thuis (BT) in de regio Centraal Gelderland. Hiermee is een overzicht samengesteld van huidige locaties en plekken per gemeente3 (tabel 1).

Aantal plekken totaal

Aantal plekken BW

Aantal plekken BT

Aantal

Relatief

Aantal

Relatief

Aantal

Relatief

In het aantal beschermd wonen plekken maken de meeste aanbieders

Arnhem

828

51,2%

745

51,3%

83

49,7%

geen onderscheid tussen Wmo en Wlz. Voor hen zijn dit communicerende

Lingewaard

167

10,3%

166

11,4%

1

0,6%

vaten. In tabel 1 zijn Wmo- en Wlz- plekken dus samengevoegd. In totaal

Overbetuwe

139

8,6%

101

7,0%

38

22,8%

heeft onze regio op het moment van de uitvraag 1618 plekken beschermd

Renkum

158

9,8%

139

9,6%

19

11,4%

wonen en beschermd thuis (Wmo en Wlz). In de verdeling van plekken

Rheden

223

13,8%

208

14,3%

15

9,0%

over de regio zien we dat een aantal gemeenten relatief veel plekken

Westervoort

57

3,5%

57

3,9%

0

0,0%

hebben, ten opzichte van andere gemeenten. Er is dus sprake van een

Zevenaar

46

2,8%

35

2,4%

11

6,6%

onevenredige verdeling over de gemeenten.

Rozendaal

0

0,0%

0

0,0%

0

0,0%

Duiven

0

0,0%

0

0,0%

0

0,0%

Doesburg

0

0,0%

0

0,0%

0

0,0%

1618

1451

167

Tabel 1. Actueel aantal plekken BW en BT (december 2024) In het overzicht in tabel 2 is het onderscheid tussen Wmo en Wlz wel gemaakt. De categorie ‘overig en onbekend’ bevat met name bezetting van plekken waarbij niet duidelijk is of dit in het kader van Wmo of Wlz is. Een handjevol betreft bezetting vanuit het forensisch kader of de Jeugdwet. 3

Een kanttekening bij deze tabel is dat we rekening houden met een kleine foutmarge in de gepresenteerde aantallen, als gevolg van mogelijke invulfouten en interpretatieverschillen.

7

1.3

Transformatieopgave

Totale bezetting

BW Wlz

BW Wmo

BT

Overig/ onbekend

Aantal

1496

853

280

187

178

herhalen. Op basis daarvan kunnen we de ontwikkeling van het aantal

Relatief

100%

57%

19%

13%

12%

plekken in onze regio (Wmo én Wlz) monitoren. Wanneer we niet de

Inkoop SDCG gaat de uitvraag onder aanbieders (tabel 1) jaarlijks

Tabel 2. Actuele bezetting op het moment van de uitvraag (december 2024) De uitvraag geeft aan dat er 280 personen beschermd wonen vanuit de

gewenste afname van het aantal plekken zien, kunnen we hierop bijsturen. 1.4

Sturingsmogelijkheden

Wmo en 187 personen (zelfstandig) beschermd thuis wonen (samen 467 personen). Het is mogelijk dat de categorie ‘overig en onbekend’ ook nog

Sturingsmogelijkheden van gemeenten op Wlz plekken zijn beperkt. We

personen bevat met een beschermd wonen-/beschermd thuis indicatie

willen samenwerken met het zorgkantoor om te onderzoeken of en hoe

vanuit de Wmo. We gaan echter in deze nulmeting uit van circa 467

we op het totaal aantal plekken kunnen sturen.

bezette Wmo-plekken (totaal) (beschermd wonen en (zelfstandig) beschermd thuis). Dit kunnen ook inwoners van buiten onze regio zijn. 1.2

Eindbestemming: gewenste situatie

1.5

Randvoorwaarden Samenwerking met het zorgkantoor vraagt ambtelijke inzet én bereidheid en een gedeeld gevoel van prioriteit aan de zijde van het zorgkantoor.

Sturingsmogelijkheden van gemeenten op het aantal plekken in onze regio voor ‘andere wetten’ dan de Wmo (en Jeugdwet) zijn beperkt. Echter is het totaal aan plekken - inclusief Wlz - wel van invloed op de leefbaarheid in (kwetsbare) wijken en kernen in onze regio. We vinden het daarom belangrijk om ook aandacht te hebben voor Wlz plekken. Uit de uitvraag blijken op dit moment 1618 plekken in onze regio. Wij streven naar een afname van het totale aantal plekken (Wmo en Wlz), in samenwerking met het zorgkantoor en andere partners. Gezien de beperkte sturingsmogelijkheden stellen we voor deze afname geen harde targets, maar monitoren we en sturen we bij als we kansen zien, zonder daarbij de belangen van onze inwoners uit het oog te verliezen.

8

2 Aantal plekken en spreiding van Wmo-plekken 2.1

Vertrekpunt: huidige situatie

Huidig aantal plekken product B4

Huidig aantal plekken product C5

We gaan uit van 452 bezette Wmo-plekken vanuit onze regio, waarvan

Arnhem

75

164

circa 60% beschermd wonen en 40% (zelfstandig) beschermd thuis (zie

Lingewaard

1

24

tabel 3). In dit overzicht zijn tijdelijke producten (zoals logeren of

Overbetuwe

5

9

afwezigheidsdag) niet meegenomen.

Renkum

7

25

Rheden

17

59

Westervoort

1

4

Huidige verdeling A. Zelfstandig beschermd thuis

11%

86

Zevenaar

0

7

B. Beschermd Thuis

24%

108

Rozendaal

0

0

C. Beschermd Wonen

57%

258

Duiven

0

5

452

Doesburg

1

1

106

297

Totaal Tabel 3. Huidige aantal Wmo-plekken

Tabel 4. Huidig aantal Wmo-plekken per gemeente (juli 2021 t/m 2024) Om inzicht te krijgen in het aantal Wmo-plekken dat door inwoners van onze regio wordt benut, verdeeld over de regiogemeenten, kijken we naar een

De totale huidige aantallen in tabel 3 en tabel 4 komen niet geheel overeen.

gemiddelde over de afgelopen vier jaar (2021 t/m 2024). Daarbij kijken we

Dit heeft er mee te maken dat de aantallen in tabel 4 gemiddelden zijn. Ook

enkel naar het aantal plekken beschermd thuis (product B) en beschermd

is er sprake van verschillende meetmomenten. We gaan in het bepalen van

wonen (product C). Zelfstandig beschermd thuis wordt geboden aan

de gewenste situatie dan ook uit van de totale aantallen uit tabel 3.

inwoners in hun eigen thuissituatie.

4

Groepswonen met intensieve begeleiding (15B05; 15B06); Groepswonen laag, midden en hoog (15B17; 15B18; 15B21; 15B22; 15B23; 15B24); Geclusterd wonen met (intensieve) begeleiding (15B33; 15B34; 15B35; 15B36).

5

Intramuraal beschermd wonen basis (15B01; 15B02); Intramuraal beschermd wonen intensief (15B03; 15B04).

9

Eindbestemming: gewenste situatie

Aan de wijkteams van Arnhem is de vraag voorgelegd hoe de verdeling over de toekomstige producten beschermd wonen en (zelfstandig) beschermd

Onze primaire opgave in het sturen op het aantal en de spreiding van

thuis eruit zou kunnen zien, op basis van de ervaringen en kennis die zij nu

plekken ligt bij de Wmo-plekken. De Wmo-plekken in onze regio willen we

hebben met en van de huidige doelgroep (tabel 5).

verdeelsleutel, op basis van een combinatie van het objectief verdeelmodel en inwoneraantal. We zien dat uitgaan van een verdeling op basis van inwoneraantal geen recht doet aan de bestaande diversiteit tussen gemeenten. Anderzijds is van het objectief verdeelmodel niet volledig transparant welke gegevens hieraan ten grondslag liggen. Bovendien is het nog onzeker hoe landelijke ontwikkelingen ten aanzien van het verdeelmodel gaan uitpakken.

A. Zelfstandig beschermd thuis

11%

86

20%

90

+4

B. Beschermd Thuis

24%

108

50%

226

+118

C. Beschermd Wonen

57%

258

30%

136

-122

Totaal Om recht te doen aan gemeenten die de komende jaren veranderingen

Verschil

thuis. We kiezen voor een fair share spreiding volgens een

Mogelijke toekomstige verdeling

meer verspreiden over de regio - zowel beschermd wonen als beschermd

Huidige verdeling

2.2

452

452

Tabel 5. Huidige en mogelijke toekomstige verdeling van toewijzingen

willen realiseren ten aanzien van hun populatie (meer evenredige verdeling van kwetsbare en krachtige wijken/kernen/groepen), maar ook om niet

In de toekomst achten we het mogelijk en passend om een verdeling van

voorbij te gaan aan de onderlinge verschillen die er op dit moment wel

30% beschermd wonen en 50% beschermd thuis (en 20% zelfstandig

degelijk zijn, hanteren we een combinatie van beide indicatoren.

beschermd thuis) te hanteren (tabel 5). Streven is om daar in een geleidelijke beweging naar toe te groeien.

We streven daarnaast naar een (gedeeltelijke) afbouw van (intramuraal) beschermd wonen. Om deze afbouw te realiseren maken we afspraken

Op basis van de verdeelsleutel voor evenredige spreiding over de

over de opbouw van (geclusterd) beschermd thuis. We verwachten

gemeenten en de geschatte toekomstige verdeling over de producten uit

namelijk dat een deel van de inwoners die nu beschermd wonen, beter

tabel 5, formuleren we een voorlopige ideale verdeling van Wmo-plekken

gebaat zijn bij een vorm van beschermd thuis. De afbouw van intramuraal

per gemeente (tabel 6).

beschermd wonen gebeurt in samenhang met de opbouw van beschermd thuis.

10

Aandeel volgens verdeelmodel

Gewenst aantal plekken product B

Gewenst aantal plekken product C

Gewenst aantal product B

Gemiddeld aantal product B

Verschil

Arnhem

42%

95

57

Arnhem

95

75

+20

Lingewaard

9,15%

21

12

Lingewaard

21

1

+20

Overbetuwe

21

5

Overbetuwe

9,35%

21

13

+16

Renkum

8,4%

19

11

Renkum

19

7

+12

Rheden

9,55%

22

13

Rheden

22

17

+4

Westervoort

8

1

Westervoort

3,4%

8

+7

5

Zevenaar

9,55%

Zevenaar

22

0

+22

22

13

Rozendaal

Rozendaal

2

0

+2

0,75%

2

1

Duiven

12

0

+12

Duiven

5,1%

12

7

Doesburg

6

1

+5

Doesburg

2,75%

6

4

226

106

121

Totaal

100%

226

136

Tabel 7. Huidig en gewenst aantal Wmo-plekken per gemeente (product B)

Tabel 6. Gewenst aantal Wmo-plekken per gemeente 2.3

Gewenst aantal product C

Gemiddeld aantal product C

Verschil

Arnhem

57

164

-107

Als we de huidige en gewenste situatie tegen elkaar afzetten, leidt dit tot

Lingewaard

12

24

-11

een positief of negatief saldo per gemeente (totale aantallen kunnen +1 of -1

Overbetuwe

13

9

+4

verschillen vanwege afronden op hele getallen). Daaruit volgt per gemeente

Renkum

11

25

-13

een op- of afbouwopgave per product (tabel 7 en tabel 8). Aangezien het

Rheden

13

59

-46

exacte aantal inwoners per product per gemeente voortdurend veranderd,

Westervoort

5

4

+1

beschouwen we deze aantallen als een opgave op hoofdlijnen. Het kan ook

Zevenaar

13

7

+6

voorkomen dat gemeenten voorzieningen aanbieden die op dit moment nog

Rozendaal

1

0

+1

niet onder de genoemde producten vallen, maar hier in de toekomst wel toe

Duiven

7

5

+2

zullen behoren. Ook kan er nog uitruil plaatsvinden tussen gemeenten,

Doesburg

4

1

+2

136

297

-161

Transformatieopgave

vanwege schaalgrootte van voorzieningen en in relatie tot (huisvesting van) andere aandachtsgroepen. De exacte opgave per gemeente is daarom niet leidend, maar een punt om naartoe te bewegen.

Tabel 8. Huidig en gewenst aantal Wmo-plekken per gemeente (product C)

11

2.4

Sturingsmogelijkheden

2.5

Randvoorwaarden

Gemeenten hebben diverse sturingsmogelijkheden waarmee zij invloed

De genoemde sturingsmogelijkheden vragen in de basis geen extra

kunnen uitoefenen op het aantal (Wmo-)plekken in hun gemeente:

financiering. Het creëren van tijdelijke woonruimten of het ombouwen van

a.

Sturen op nieuwe locaties of herhuisvesting: gemeenten kunnen

bestaand vastgoed of beschermd wonen locaties vraagt soms financiering

sturen op de ontwikkeling van nieuwe locaties en het verplaatsen of

die niet vanuit de lopende exploitatie kan worden bekostigd. Soms kan

uitbreiden van bestaande locaties. Aanbieders dienen te voldoen aan

gebruik gemaakt worden van landelijke subsidies of wordt voor een

eis 33 uit het Programma van Eisen: “bij het ontwikkelen en betrekken

financiële bijdrage een beroep gedaan op de gemeenten.

van nieuwe geschikte locaties (mede)bestemd voor (toekomstige) Wmo gefinancierde zorg, is er schriftelijke toestemming vanuit de

Sturing op (her)huisvestingsinitiatieven, afspraken met woningcorporaties en

centrumgemeente Arnhem en de betrokken gemeente in de regio

aanbieders vragen personele inzet van de gemeenten (sociaal domein/zorg,

Centraal Gelderland nodig”. In regionaal verband wordt geadviseerd

wonen en/of ruimtelijke ordening), zicht op het netwerk en een aanjagende

over (her)huisvestings-initiatieven via de ‘procedure (her)huisvesting’.

houding. Dialoog en (regionale) samenwerking zijn essentieel.

Initiatieven worden getoetst aan de gewenste situatie zoals b.

c.

beschreven in dit document.

Daarnaast dienen we te monitoren of met de genoemde

Tijdelijke woonruimten creëren of bestaand vastgoed

sturingsmogelijkheden inderdaad de gewenste en gespreide opbouw van

ombouwen: om de gewenste beweging te versnellen, kunnen

beschermd thuis plekken wordt gerealiseerd. Hetzelfde geldt voor de

mogelijkheden onderzocht worden om tijdelijke (semi-)zelfstandige

afbouw van beschermd wonen plekken. Dit doen we door periodiek in kaart

woonunits, geclusterde woonvormen en andere woonruimten te

te brengen hoe Wmo-cliënten zijn verdeeld over de gemeenten en

realiseren. Ook kan bestaand (leegstaand) vastgoed mogelijk worden

producten (tabel 4). In de toekomst willen we inwoners zo veel mogelijk

omgebouwd naar locaties geschikt voor beschermd thuis.

opvangen in hun eigen gemeente. Op dit moment wordt de

Afspraken maken met woningcorporaties: gemeenten kunnen

herkomstgemeente van inwoners echter nog niet gemonitord.

afspraken maken met woningcorporaties over kamerverhuur en andere manieren om ruimte te creëren voor (zelfstandig) beschermd

Tot slot stellen we voor de verdeelsleutel over twee jaar (eerste kwartaal

thuis. Dit vereist niet alleen afspraken over het beschikbaar stellen

2027) te evalueren en indien nodig te herijken.

van woonruimte, maar ook aanvullende afspraken over begeleiding, escalatie en andere ondersteunende maatregelen. d.

Bestaande beschermd wonen locaties ombouwen: er kunnen ook afspraken worden gemaakt met aanbieders over het ombouwen van bestaande beschermd wonen locaties naar (geclusterde) beschermd thuis locaties. Het zal per aanbieder verschillen in hoeverre deze mogelijkheid er is en wat dit vraagt.

12

3 Aantal en aard van toewijzingen 3.1

Vertrekpunt: huidige situatie

Dit is geen doel op zich: het bieden van passende ondersteuning aan inwoners blijft altijd leidend. Een afname van het aantal actieve toewijzingen

In tabel 3 in het vorige hoofdstuk zagen we dat er op het moment van de

vraagt bovendien om een stevige lokale basis en voldoende aanwezigheid

nulmeting sprake is van 452 actieve toewijzingen vanuit de Wmo. De

van lokale voorzieningen ter preventie en laagdrempelige ondersteuning

verhouding tussen beide is ongeveer 60% beschermd wonen en 40%

van inwoners.

(zelfstandig) beschermd thuis. Op dit moment wordt de herkomstgemeente van cliënten nog niet geregistreerd. We weten dus niet

3.3

Transformatieopgave

hoe het zorggebruik is verdeeld over de gemeenten van herkomst. Het is belangrijk om hierbij aan te geven dat we vraaggestuurd 3.2

Eindbestemming: gewenste situatie

transformeren: de vraag van inwoners is leidend. Het aantal plekken wordt pas afgebouwd als het aantal toewijzingen afneemt. Voor nu gaan we

We achten het mogelijk om de komende jaren in te zetten op een lichte

daarom in hoofdstuk 2 uit van een gelijkblijvend aantal plekken.

daling van het aantal actieve beschermd wonen en (zelfstandig) beschermd thuis toewijzingen van minimaal 5% en bij voorkeur 10%, naar 410-430

We kunnen deze opgave (nog) niet specificeren per gemeente, aangezien

actieve toewijzingen. Dat wil zeggen dat mensen die hulp nodig hebben dit

op dit moment de herkomstgemeente van cliënten niet geregistreerd wordt.

op een andere passende wijze ontvangen, bijvoorbeeld in de vorm van

We zijn voornemens dit in de toekomst wel te gaan monitoren.

reguliere Wmo-begeleiding of voorliggende ondersteuning in de wijk. Niet omdat wij vinden dat dit moet, maar omdat zij daarmee beter geholpen zijn en niet onnodig (te) zware zorg ontvangen. Als mensen wel beschermd wonen nodig hebben, is dit zo licht en zelfstandig mogelijk. De gemeenten achten het passend om uit te gaan van een verdeling van 30% beschermd wonen en 70% (zelfstandig) beschermd thuis.

13

3.4

Sturingsmogelijkheden

3.5

Randvoorwaarden

In het sturen op het aantal toewijzingen en de aard van de toegewezen

Samenwerking met het voorliggend veld (o.a. welzijnswerk), aanbieders en

ondersteuning (meer beschermd thuis) zien we een rol voor alle gemeenten.

woningcorporaties is essentieel om de opbouw van (zelfstandig) beschermd

a.

Uitvoeren van lokale plannen: om te voorkomen dat inwoners

thuis te realiseren. We halen periodiek bij de toegang op in hoeverre zij

tussen wal en schip vallen, moet afbouw gepaard gaan met opbouw

sturingsruimte ervaren op de genoemde punten en waar zij in de praktijk

elders. Gemeenten hebben een taak in het creëren van een stevige

eventueel tegenaan lopen. Beleidsmedewerkers van de gemeenten spelen

lokale basis: laagdrempelige ondersteuning in wijken en kernen,

een belangrijke faciliterende en aanjagende rol ten aanzien van het

voorliggend aanbod en collectieve voorzieningen die ook toegankelijk

(versterken van het) voorveld en realiseren van voldoende passende

zijn voor de ggz-doelgroep, zoals welzijnswerk, inloopvoorzieningen

voorzieningen.

of herstelacademies. Deze basis maakt het mogelijk dat inwoners minder snel een beroep doen op beschermd wonen (producten A t/m

Sturen op afschalen en uitstromen vraagt bovendien om voldoende

C), omdat zij in hun omgeving kunnen terugvallen op een lokaal en

passende (zelfstandig) beschermd thuis voorzieningen en

laagdrempelig vangnet, eventueel in combinatie met reguliere Wmo-

uitstroommogelijkheden voor mensen die intramuraal hebben gewoond.

begeleiding of andere (lichte) ondersteuning. Gemeenten hebben

Hiervoor maken we - in samenwerking met de GMR - afspraken met

lokale plannen opgesteld waarin zij deze opgave concretiseren. De

woningcorporaties over de huisvesting van aandachtsgroepen.

invulling van en voortgang op deze plannen wordt regionaal b.

gemonitord.

We monitoren daarnaast regionaal in hoeverre er een afname van het

Sturen middels inkoop en contractmanagement: de inkoop van

aantal toewijzingen en verschuiving naar lichtere zorgvormen plaatsvindt.

bepaalde voorzieningen bepaalt welk ondersteuningsaanbod voor

Zodra we de herkomstgemeente van cliënten kunnen registreren, kunnen

inwoners beschikbaar is. Daarmee is inkoop een belangrijk

we bovendien de opgave meer toespitsen op gemeenteniveau.

sturingsinstrument voor de transformatie. Denk aan het inkopen van tijdelijke voorzieningen (kortdurend verblijf) waarmee escalatie van problematiek en daarmee instroom in een regionale vangnetvoorziening voor beschermd wonen mogelijk kan worden voorkomen. Dit geven we zo veel mogelijk samen met onze partners vorm. Contractmanagement speelt tijdens de contractperiode een rol in het, samen met onze aanbieders en gemeenten, sturen op de beoogde transformatie.

14

4 Doelgroepen 4.1

Vertrekpunt: huidige situatie

We schatten in dat er op dit moment een aantal ‘type voorzieningen’

De inwoners die op dit moment gebruikmaken van beschermd wonen en

ontbreekt in het huidige zorglandschap. Het huidige overzicht is niet

beschermd thuis zijn veelal (jong)volwassenen die moeite hebben om zich

limitatief en vraagt om nadere concretisering, zowel in aard van de

staande te houden in onze maatschappij. Zij hebben veelal te maken met

gewenste ondersteuning als in aantallen:

(een combinatie van) diverse problematieken6:

•

Reguliere geclusterde voorzieningen;

•

Psychiatrische of psychosociale problematiek;

•

Voorzieningen voor multiproblematiek, comorbide problematiek en/of

•

Autismespectrumstoornissen (ASS);

•

Licht verstandelijke beperking (lvb);

•

Ontwikkelingsstoornis;

•

Niet-aangeboren hersenletsel (NAH);

•

Safehouses;

•

Psychogeriatrische problematiek;

•

Voorzieningen voor niet- of moeilijk motiveerbare (jong)volwassenen;

•

Verslavingsproblematiek;

•

Voorzieningen waar leeftijdsspecifieke zorg wordt geboden aan

•

Forensische problematiek;

jongvolwassenen (18-23 jaar);

•

Een combinatie van psychische en somatische problematiek.

o

triple diagnostiek-cliënten; •

Voorzieningen voor cliënten met actief middelengebruik (gedoogvoorzieningen);

Zowel outreachend, hoogintensief als langdurige zorg voor jongvolwassenen, al dan niet met ASS-problematiek, in

Een inventarisatie van de huidige wachtlijsten over een periode van twee

combinatie met zelfdestructief en suïcidaal gedrag;

maanden laat zien dat er 49 personen op de wachtlijst staan7. De redenen

o

Jongvolwassenen met lvb- en ggz-problematiek;

hiervoor verschillen:

o

Jongvolwassenen (meiden/vrouwen) met eetstoornissen;

o

Acute opvang voor jongeren met stevige gedragsproblematiek.

•

In afwachting van een passende plek;

•

Behoefte aan een specifieke regio of doelgroep;

•

Wachtend vanuit de thuissituatie;

wachtlijsten - maanden tot jaren - met als gevolg dat deze doelgroep

•

Wachtend op een specifieke (specialistische) plek met een lange

te lang op een High Intensive Care (HIC) verblijft);

wachtlijst (circa één een jaar). We willen in de toekomst meer zicht krijgen op de omvang en aard van de

•

•

Crisisplekken;

•

Containerwoningen/Anders Wonen;

•

Een tussenvoorziening voor de overgang van beschermd naar

problematiek van inwoners op de wachtlijst. 6

Bron: verslag aanbiedersbijeenkomst 7 februari 2024; presentatie aanbiedersbijeenkomst 15 mei 2024.

Specialistische voorzieningen (huidige voorzieningen kennen lange

zelfstandig wonen. 7

Bron: inventarisatie Wijkteams Arnhem maart/april 2025.

15

4.2

Eindbestemming: gewenste situatie

b.

Afspraken maken met aanbieders: gemeenten kunnen samen met aanbieders bepalen welke voorzieningen ontwikkeld moeten worden

We streven naar een dekkend zorglandschap. Hoe een dekkend

en wat er nodig is om deze te realiseren, met dit Spreidingsplan als

zorglandschap er precies uitziet verandert voortdurend mee met de

onderlegger. Bijvoorbeeld door in periodieke ontwikkeltafels met

veranderingen in onze samenleving en fluctuerend vraag en aanbod van

meerdere aanbieders te analyseren waar tekorten of overschotten zijn

inwoners en aanbieders.

in bepaalde voorzieningen en hoe het aanbod hierop kan worden aangepast. Daarnaast maken we afspraken om met elkaar ook

4.3

Transformatieopgave

inwoners met een complexe zorgvraag goed te ondersteunen. c.

Samenwerken met andere regio’s: sommige voorzieningen vragen

Voor het realiseren van een dekkend zorglandschap hebben we in het

om schaalvoordelen en specialistische expertise die niet in elke regio

bijzonder aandacht voor (het ontwikkelen en/of behouden van) beschermd

afzonderlijk te organiseren zijn. Gemeenten kunnen bovenregionale

thuis voorzieningen, voorzieningen voor inwoners met multiproblematiek,

afspraken maken om deze voorzieningen gezamenlijk te ontwikkelen

Safehouses, voorzieningen voor jeugdigen/jongvolwassenen, crisis- of

en financieren, zoals de bovenregionale inkoop van Safehouses.

kortdurend verblijfplekken en Anders Wonen locaties. De exacte hoeveelheid en locaties van deze voorzieningen willen en kunnen we in dit

4.5

Randvoorwaarden

plan niet nader specificeren, aangezien dit constant verandert en afhankelijk is van de ontwikkelingsmogelijkheden en -bereidheid van aanbieders.

Afspraken maken met aanbieders en samenwerken met andere regio’s voor (hoog)specialistische voorzieningen vraagt beleidsinzet van de gemeenten.

In het inkoopproces geven we met aanbieders invulling aan het creëren van

Als er bovenregionaal voorzieningen worden ingekocht vraagt dit bovendien

een dekkend zorglandschap. Ook monitoren we dit met onze partners,

financiering.

waaronder Wijkteams Arnhem en aanbieders, en sturen we bij waar nodig. Het lijkt wenselijk en nodig om aanbieders, woningcorporaties of anderen te 4.4

Sturingsmogelijkheden

kunnen ondersteunen bij het ontwikkelen en realiseren van nieuwe, innovatieve voorzieningen of zorgvormen. Dit kan bijvoorbeeld door het

Sturen op een dekkend zorglandschap en het creëren van specifieke

inrichten van een transformatiefonds. Of dit haalbaar is en in welke vorm

voorzieningen kan op verschillende manieren:

wordt nader onderzocht.

a.

Ontbrekend aanbod signaleren: we bespreken periodiek met Wijkteams Arnhem en aanbieders in hoeverre het huidige

We gaan tot slot monitoren hoeveel cliënten gebruikmaken van bepaalde

zorglandschap voldoet aan de behoefte die zij signaleren bij

typen voorzieningen en voor welke duur. Ook willen we zicht krijgen op

inwoners. Ook benutten we hierbij wachtlijstinformatie. Als we merken

wachtlijsten, aangezien dit inzicht geeft in mogelijk ontbrekend aanbod.

dat er lacunes zijn, kunnen de gemeenten een rol spelen in het aanjagen van de ontwikkeling van specifieke voorzieningen.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=25737f1b-f41c-4867-9b1a-40403036e630