Reactie op Toekomstvisie
Tekst van het document
Toekomstvisie gemeente Doesburg Geachte raadsleden, In het najaar van 2019 werden inwoners en maatschappelijk organisaties opgeroepen om mee te denken over en input te leveren voor een toekomstvisie op Doesburg in 2040. Daar heb ik graag en met enthousiasme op alle momenten dat dat kon aan bijgedragen. Lang heb ik uitgekeken naar het resultaat. Want wij wonen met veel plezier in deze mooie stad en zetten ons daar ook met hart en ziel voor in. Het resultaat van wat met trompetgeschal werd aangekondigd blijkt nu als een dief in de nacht op de agenda te staan van de Commissie BO van 10 juni 2021. Nooit heb ik kunnen bevroeden dat de inhoud zo teleurstellend kon zijn. Een toekomstvisie zonder visie maar wel met een aantal ‘hoofdkeuzes’ en nader uit te werken actielijnen waarin echter met geen woord wordt gerept over het belangrijkste thema dat de komende 20 jaar volledig zal beheersen: de gevolgen van de vergrijzing voor alle terreinen van lokaal beleid.
“Doe het niet, het heeft toch geen zin”, werd mij gezegd, maar als je bij de start wordt gevraagd om mee te denken en dat ook naar vermogen hebt gedaan, is het dan niet gewoon normaal en terecht dat je een mening geeft over het resultaat? Een struisvogelei De Raad van Doesburg staat op het punt om een struisvogelei te leggen dat bij nadere uitwerking niets anders kan opleveren dan een struisvogel, waarvan bekend is dat deze het liefst de kop in het zand steekt als juist aanpakken nodig is. Na ruim anderhalf jaar, veel geld, een duur adviesbureau en veel tijd en energie van burgers en maatschappelijke organisaties ligt er niet meer dan een “visie op hoofdlijnen”. Zelfs de tijdshorizon 2040 is vervallen; een visie met eeuwigheidswaarde dus? Die hoofdlijnen behoeven nadere uitwerking staat er. Daar begint mijn argwaan. Het is een bekend patroon. Voorbeeld: dit college begon met een zeldzaam dun collegeakkoord op hoofdlijnen dat zou worden uitgewerkt in een collegeprogramma dat er nooit is gekomen. Achteraf was het een stuk goedkoper geweest, had het veel geïnteresseerde Doesburgers en Doesburgse organisaties veel tijd en energie bespaard - en een grote teleurstelling - als niet Berenschot was ingehuurd voor een interactief proces maar de Raad een spandoek had laten maken met de tekst: “Doesburg mot blieve!”.
En de vraag blijft: als de provincie Gelderland recent niet had besloten om Scherpenzeel op te hangen aan haar eigen toekomstvisie, had Doesburg dan wel een echt inhoudelijke toekomstvisie gekregen die recht doet aan de maatschappelijke ontwikkelingen en daaruit voortvloeiende meest pregnante maatschappelijke vraagstukken? Het beeld doemt op van een konijn dat verlamd van angst blijft staren in het licht van de koplampen van een aanstormend gevaar. Last voor de toekomst Wat is de betekenis van de visie voor de nabije toekomst? In de oorspronkelijk opzet zou de visie niet alleen een gezamenlijk product zijn van bestuur en samenleving, maar ook toetssteen voor beleid in de komende jaren. Geen van beide doelstellingen lijkt meer van toepassing op voorliggende visie.
Maar wat is de status van deze visie dan wel? Is de visie slechts bedoeld als huiswerk dat moet worden ingeleverd bij de meester (Jan Markink)? En is de inschatting dan dat de meester de visie een voldoende zal geven? En is de verwachting dat deze visie mogelijke twijfels bij de meester kan wegnemen over het behoud van zelfstandigheid? Wat betekent vaststelling van deze visie 8 maanden voor de komende gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022? Zijn partijen in Doesburg daaraan gebonden bij het schrijven van hun verkiezingsprogramma’s? Als partijen volledig vrij zijn (en wie kan ze tegenhouden?) om in hun verkiezingsprogramma’s een andere, eigen visie te geven op de grootste vraagstukken waar de Doesburgse samenleving voor staat en andere “hoofdkeuzes” te maken waarmee ze de harten (en stemmen) van Doesburgers denken te kunnen winnen, wat is dan de waarde van de visie? Als deze visie partijen wel min of meer bindt, wordt daarmee dan voorgesorteerd op een volgende coalitie en een volgend collegeakkoord? In dat geval zou de visie inzet van de verkiezingen moeten zijn en de mening van de kiezer daarover gevraagd moeten worden. Maar willen alle partijen dat? Het lijkt erop dat de visie mogelijk meer last dan lust zal opleveren.
Enorm hiaat In de visie wordt slechts zijdelings gerept over een ontwikkeling die de hele Nederlandse samenleving de komende 20 jaar in z’n greep houdt en bepalend is voor de financiële beleidsruimte van vrijwel alle beleidsterreinen: de vergrijzing en de gevolgen daarvan waaronder een enorme toename van vraag naar zorgvoorzieningen. Des te opmerkelijker, omdat de vergrijzing van de Doesburgse bevolking anno nu al opmerkelijk veel groter is dan in de rest van Nederland. Het zou een prestatie van wereldformaat zijn als “via extra inzet op preventie en vroegsignalering een duurzame inzet van zorg gerealiseerd“ (pag. 4) zou kunnen worden die ook nog eens 20-25 jaar houdbaar is. Ik heb daar forse twijfels bij. Ter toelichting een paar feiten en meningen van deskundigen: . De ‘grijze druk’ in Doesburg is momenteel 47% (landelijk 33%) en loopt tot 2040 op naar 62%. De verhouding tussen het aantal 65-plussers en de groep 20-64 jarigen (werkenden) is al scheef en wordt nog veel schever. In 2040 staat tegenover 1 gepensioneerde nog slechts 1 potentiële werkende. . In Doesburg is al ruim 26% van de bevolking ouder dan 65 (landelijk 19%) en zal het aantal 75-plussers (de leeftijdsgroep die in toenemende mate te maken heeft met beperkingen en vaak een meervoudig beroep doet op zorg- en welzijnsvoorzieningen) de komende jaren verdubbelen en dat geldt ook voor het aantal dementerenden. .
Doesburg scoort anno 2020 het slechtst van alle Liemerse gemeenten op de dimensies van ‘positieve gezondheid’: op één na slechtst op ‘lichaamsfuncties’ en ‘meedoen’, het slechtst op ‘mentaal welbevinden’ en ‘kwaliteit van leven’ en gemiddeld op ‘dagelijks functioneren’. . De kosten van zorg en welzijn vormen al zo’n 60% van de gemeentelijke begroting. Toenemende vraag naar zorg zorgt voor een verdere opwaartse druk. De VNG heeft al veel en vaak de stormbal gehesen: zo kan het niet doorgaan, het moet echt anders. De visie noemt als oplossingsrichting een ‘doeltreffende en effectieve inzet van WMO- en jeugdvoorzieningen’ in aanvulling op preventie en vroegsignalering. Dat lijkt niets anders dan ouderwets bezuinigen i.p.v. zoeken naar innovatieve vormen van voorzieningen en het maximale halen uit samenwerking. . Wopke Hoekstra en Hugo de Jonge waarschuwen voor de ontwikkeling van de zorgvraag. Zonder ingrijpende wijzigingen zal deze “alle budgetten leegvreten”. Om toch een zorgzame samenleving te kunnen waarborgen waar ouderen en kwetsbaren de zorg krijgen die ze nodig hebben, zal juist ook lokaal op een heel andere manier invulling gegeven moeten worden aan voorzieningen van zorg, welzijn, wonen en woonomgeving. Alleen dan blijft er ook ruimte over voor beleid op andere terreinen. En alleen dan kan hopelijk een (solidariteits-)conflict tussen generaties worden voorkomen.
Dat vergt lokaal visie en samenwerking van gemeente, zorg- en welzijnsorganisaties, woningcorporatie en vrijwilligers(organisaties) in buurten en wijken. . Recent richtte Henk Kamp (oud-minister op vele posten) zich als huidige voorzitter van de branchevereniging van zorgorganisaties tot de kabinetsinformateur. Hij verbaast zich erover dat zo’n belangrijk maatschappelijk thema als vergrijzing over het hoofd wordt gezien en schrijft: “daarom deze hartenkreet: zeer geachte Kamerleden, het onderwerp ‘de toekomst van de zorg voor ouderen’ mag niet ontbreken in het nieuwe coalitieakkoord.” Het aantal 75-plussers verdubbelt tot 2040 en het aantal 90-plussers verdrievoudigt. In de zorg zou het aantal banen moeten verdubbelen, maar dat lijkt onmogelijk. Nederland staat voor fundamentele vragen. Doesburg staat naar mijn mening voor diezelfde vragen en misschien nog wel indringender dan elders! De visie rept er nauwelijks over, maar ook een nieuwe coalitie in 2022 kan er niet omheen. Vervreemding in plaats van verbinding Van een visietraject wordt vaak gezegd dat het proces, de weg naar de visie, haast belangrijker is dan de inhoud van de visie.
Dat proces draagt bij aan de totstandkoming van verbindingen tussen mensen en organisaties, aan een gemeenschappelijk gedragen idee, aan inzicht en respect voor de positie en belangen van deelnemers en legt de basis voor een vruchtbare bodem voor de realisering ervan. De intentie van de toekomstvisie was een gezamenlijk document van gemeente en samenleving. Met anderhalf jaar radiostilte en déze “visie op hoofdlijnen” bereikt de gemeente Doesburg naar mijn mening het tegenoverstelde: vervreemding, verwijdering tussen overheid en samenleving, versterking van het wantrouwen jegens de overheid en demotivatie. Persoonlijk doet me dat pijn, omdat ik me verbonden voel met Doesburg. Het doet een zwaar beroep op mijn motivatie om me in te blijven zetten voor de Doesburgse samenleving als “mijn” gemeentebestuur als eerste (en kennelijk belangrijkste?) beleidsprioriteit heeft: “zelfstandig blieve”. Dat raakt aan de centrale vraag: wie hoort er voor wie te zijn? Is de gemeente er voor haar burgers of andersom? De gekozen strategie is me ook volstrekt onduidelijk. Een veel houdbaarder strategie dan de strategie van een struisvogel lijkt mij een werkelijk door samenleving en politiek gedragen gezamenlijk toekomstvisie, een faciliterende overheid die niet alles zelf wil doen maar in staat en bereid is uit de samenleving te halen wat erin zit.
Een visie die eerlijk de grote maatschappelijk vraagstukken benoemt en waarin ambitieuze oplossingsrichtingen worden geschetst die motiveren om er gezamenlijk de schouders onder te zetten. Een visie die verbindt. Een aanpak waarin juist de kwetsbaarheid van een
kleine gemeente wordt omgezet in een kracht: nergens kan de lokale overheid zo nabij en benaderbaar zijn. Ik geloof oprecht dat veel Doesburgers hechten aan eigenheid en zelfstandigheid en behoud van een nabij bestuur. Daarin schuilt kracht die benut kan worden. Dat vraagt om het erkennen van kwetsbaarheden, het oprecht benoemen van de grootste maatschappelijke uitdagingen en elkaar als overheid en samenleving de hand reiken en samen aan de slag te gaan om een gezamenlijk toekomstperspectief te realiseren. Ondersteunende mechanismen Deze ‘ondersteunende mechanismen’ zijn volgens de visie veelal noodzakelijk om v.w.b. de drie hoofdkeuzes stappen voorwaarts te kunnen maken. Ik ben blij dat een ‘samenhangende wijkgerichte aanpak’ en het ‘benutten van kracht van de gemeenschap’ worden beschouwd als noodzakelijke voorwaarden om verder te komen. Wat opvalt is echter dat er geen enkele uitwerking – of opdracht daartoe - aan wordt gegeven. Doesburgse wijken zijn nauwelijks georganiseerd. En de laatste jaren is de structurele aandacht voor wijkgericht werken volledig wegbezuinigd. Ook is nooit sprake geweest van bijvoorbeeld overdracht – of van een voornemen daartoe - van enige verantwoordelijkheid naar wijken met een daarbij horend budget.
Ontwikkeling van mensen begint met het organiseren van mensen is een bekend uitgangspunt in ontwikkelingswerk en dat lijkt ook in Doesburg van toepassing. Gemeenteraadsverkiezingen 2022 Gelet op het voorgaande is mijn hoop dat de partijen in de Doesburgse Raad tegen deze toekomstvisie stemmen of zich van stemming onthouden. En over de hoofden van de raadsleden heen is mijn hoop gevestigd op de partijen die zij vertegenwoordigen. Ik hoop dat zij het heft in eigen hand nemen en in de eigen verkiezingsprogramma’s een duidelijke visie geven op de grote thema’s voor de komende jaren en aangeven hoe zij denken dat Doesburg niet alleen zelfstandig kan blijven maar voor alle Doesburgers vooral een zorgzame en duurzame samenleving kan zijn/worden. En laat dan de kiezer zijn keuze maken.
Een goede vergadering gewenst. Vriendelijke groet, Ben Kruk, een betrokken en belangstellende inwoner van Doesburg 8 juni 2021 NB De stichting Doesburgerinitiatief is graag bereid – bij voorkeur in samenwerking met de griffie – om in het najaar een raadsconferentie te organiseren met vertegenwoordigers van in Doesburg werkzame zorg- en welzijnsorganisaties, de woningcorporatie en externe deskundigen waar zonder de druk van besluitvorming van gedachten kan worden gewisseld over de verwachte gevolgen van de vergrijzing en samen nagedacht kan worden over oplossingsrichtingen.