Rapport Omgevingswet rekenkamer Doesburg.docx
Tekst van het document
VERKENNING IMPLEMENTATIE OMGEVINGSWET GEMEENTE DOESBURG Redactie: Proparte Advies
INHOUD Verkenning implementatie Omgevingswet gemeente doesburg.............................................1 1.
Inleiding ................................................................................................................4 1.1
Inleiding ............................................................................................................4
1.2
Aan welke onderwerpen besteden we aandacht? ..................................................4
Algemene kennis Omgevingswet ...............................................................................................4 Ambitieniveau voor de Omgevingswet .......................................................................................4 Omgevingsvisie........................................................................................................................4 Omgevingsplan ........................................................................................................................4 Programma en omgevingswaarden............................................................................................4 Participatie ..............................................................................................................................4 Begroting en verantwoordingscyclus..........................................................................................5
2.
1.3
Hoe hebben we dit onderzoek gedaan? ................................................................5
1.4
Leeswijzer..........................................................................................................5 Inhoud en implementatie van de omgevingswet .......................................................6
2.1 Waarom een nieuwe wet? ........................................................................................6 2.2 Verbeterdoelen van de Omgevingswet.......................................................................6 2.3 Wat verandert er voor de gemeente? ........................................................................6 2.4 Wat verandert er voor de raad? ................................................................................7 2.5 De ambitie van de implementatie voor Doesburg........................................................7 3.
Instrumenten van de omgevingswet ........................................................................8 3.1 Omgevingsvisie........................................................................................................8 Kenmerken van de Omgevingsvisie ...........................................................................................8 Stand van zaken omgevingsvisie in Doesburg.............................................................................9
3.2 Omgevingsplan ........................................................................................................9 Kenmerken van het omgevingsplan ...........................................................................................9 Stand van zaken omgevingsplannen in Doesburg .......................................................................9
3.3 Programma en omgevingswaarden..........................................................................10 Kenmerken van een programma..............................................................................................10 Stand van zaken programma en omgevingswaarden in Doesburg ..............................................10
3.4 Participatie ............................................................................................................10 Kenmerken van participatie in de Omgevingswet ......................................................................10
3.5 Begroting- en verantwoordingscyclus.......................................................................11 4.
2
De sturingsmogelijkheden vanuit de raad ...............................................................12
4.1
Sturingsmogelijkheden algemeen ...................................................................................12
4.2
Sturingsmogelijkheden voor de omgevingsvisie ...............................................................12
4.2 Sturingsmogelijkheden voor het omgevingsplan ..................................................................12 4.3 Sturingsmogelijkheden voor programma en omgevingswaarden...........................................12 4.4 Sturingsmogelijkheden voor participatie .............................................................................13 4.5 Sturingsmogelijkheden voor de begroting en verantwoordingscyclus ....................................13
5.
3
Adviezen van de rekenkamer.................................................................................14
1. INLEIDING
1.1 Inleiding Op 1 januari 2022 treedt de Omgevingswet in werking. Een nieuwe wet, die moet leiden tot een zo goed mogelijk gebruik en beheer van de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet heeft uiteenlopende consequenties voor de lokale overheid. De Rekenkamer voor Duiven, Doesburg en Westervoort heeft een verkenning uitgevoerd naar de wijze waarop door de gemeente invulling wordt gegeven aan de invoering. En wat de rol van de raad hierin is.
1.2 Aan welke onderwerpen besteden we aandacht? In deze verkenning wordt in gegaan op de volgende onderwerpen. Algemene kennis Omgevingswet Onderzocht wordt in hoeverre de raad op de hoogte is van de achtergronden en doelstellingen van de nieuwe Omgevingswet, wat de consequenties van deze wet zijn voor de gemeente en wat de veranderingen in de rol van de gemeenteraad zijn. In deze verkenning wordt hierop ingegaan door middel van een beknopte algemene inleiding over de Omgevingswet. Ambitieniveau voor de Omgevingswet Daarnaast is onderzocht op welke wijze de Omgevingswet wordt geïmplementeerd, welk ambitieniveau er voor de invoering van de Omgevingswet is vastgesteld en hoe dit kan worden gerealiseerd. Ook is gekeken naar de rol van de raad hierin. Omgevingsvisie De doelstellingen en uitgangspunten voor het instrument omgevingsvisie worden uitgelegd en er wordt ingegaan op de stand van de zaken van de omgevingsvisie in Doesburg. Ook wordt aandacht besteed aan de sturingsmogelijkheden en de rol van de raad bij het opstellen van de omgevingsvisie. Omgevingsplan Eerst volgt een korte uitleg wat het instrument omgevingsplan inhoudt en wat de stand van zaken is in Doesburg voor het omgevingsplan.
Vervolgens komen onderwerpen als het adviesrecht van de raad, de nieuwe rol van de raad bij het opstellen van het omgevingsplan en de sturingsmogelijkheden van de raad bij het omgevingsplan aan de orde. Programma en omgevingswaarden In dit rapport gaan we kort in op het nieuwe instrument programma en omgevingswaarden. Uitgelegd wordt wat omgevingswaarden en programma’s zijn, wat de stand van zaken met dit instrument is in Doesburg en wat de raad kan doen bij het invullen van die omgevingswaarden. Participatie In de Omgevingswet geldt een participatieplicht. In dit rapport worden de belangrijkste kenmerken van participatie toegelicht. Tevens wordt ingegaan op de rol van de raad en het adviesrecht van de raad in relatie tot de participatieplicht.
4
Begroting en verantwoordingscyclus Tenslotte is de begroting en verantwoordingscyclus opgenomen als onderwerp in dit rapport. Hierbij wordt ingegaan op de financiële consequenties van de kosten van de Omgevingswet en de voortgang en stand van zaken in de begrotingscyclus.
1.3 Hoe hebben we dit onderzoek gedaan? Vanaf december 2019 is een onderzoek gedaan naar alle bestaande documenten over de Omgevingswet. In januari 2020 heeft een interview met de verantwoordelijke portefeuillehouders plaats gevonden: wethouder van Veldhuizen en burgemeester van der Meijs. De bespreking van deze resultaten zijn aan de hand van een online presentatie gedeeld met de raad.
1.4 Leeswijzer In dit rapport wordt ingegaan op de verschillende onderwerpen. In hoofdstuk 2 vindt u een algemene inleiding over de Omgevingswet en wat u hierover moet weten. Ook wordt ingegaan op de wijze waarop de Omgevingswet wordt geïmplementeerd. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de verschillende instrumenten van de Omgevingswet en de stand van zaken van deze instrumenten binnen de gemeente Doesburg. In hoofdstuk 4 vindt u een overzicht van de sturingsmogelijkheden van de raad. In hoofdstuk 5 staan de adviezen en aanbevelingen van de Rekenkamer die voortvloeien uit dit onderzoek.
5
2. INHOUD EN IMPLEMENTATIE VAN DE OMGEVINGSWET
2.1 Waarom een nieuwe wet? Elke initiatiefnemer in de gemeente Doesburg ziet zich bij een vergunningaanvraag geconfronteerd worden met een doolhof aan regels. Het huidige omgevingsrecht is een optelsom van heel veel wetten en verschillende bevoegdheden. De wetten sluiten ook vaak niet helemaal goed op elkaar aan. Het geheel aan wet- en regelgeving is zo complex, dat besloten is de wetgeving voor het omgevingsrecht eenvoudiger te maken: de Omgevingswet.
2.2 Verbeterdoelen van de Omgevingswet De Omgevingswet heeft een aantal verbeterdoelen:
Vergroten van de afwegingsruimte: Op dit moment moet een vergunningaanvraag voor een initiatief voldoen aan vaste regels. Met de Omgevingswet wordt het mogelijk om met maatwerk af te wijken van wettelijke normen. Hiermee wordt de afwegingsruimte vergroot en kan beter worden gestuurd op ontwikkelingen die passen bij de lokale doelen. Het is dan mogelijk om onder voorwaarden mee te werken aan een plan dat past binnen lokale doelen en ambities.
Inzicht in wat wel en wat niet kan: Voor alle betrokkenen en belanghebbenden moet beter en duidelijker te zien zijn wat er nu wel en niet mag. Door regels op één plek terug te brengen en beter digitaal te ontsluiten ontstaat er voor iedereen veel meer inzicht.
Snellere besluitvorming: Sommige procedures duren ontzettend lang. Initiatiefnemers moeten dan lang wachten op duidelijkheid of hun initiatief mag doorgaan. Versnelling van besluitvorming wordt in de Omgevingswet mogelijk door participatievereisten aan de voorkant van een planontwikkeling op te nemen en door meer bevoegdheden (die nu nog bij de raad liggen) bij het college te leggen.
Integrale benadering van de leefomgeving: Er wordt geen sectoraal beleid meer opgesteld, maar alle omgevingsbeleid wordt gebundeld en integraal afgewogen in één visie. Ook de besluitvorming gaat integraal plaats vinden.
2.3 Wat verandert er voor de gemeente? De Omgevingswet heeft een aantal consequenties voor de gemeenten:
Elke gemeente moet een omgevingsvisie vaststellen. Deze moet voor 1 januari 2024 vastgesteld zijn door de raad.
Het instrument programma wordt opgenomen in de wet. Dit is een facultatief instrument waarmee de gemeente kan sturen op omgevingswaarden en doelen.
Alle regels voor de leefomgeving die nu nog in verordeningen en bestemmingsplannen staan, worden opgenomen in één omgevingsplan.
Er komt een landelijk digitaal systeem (Digitaal Stelsel Omgevingswet) waar elke gemeente op aan moet sluiten en waar alle regels die gelden door iedereen geraadpleegd kunnen worden.
De proceduretijd van omgevingsvergunningen wordt korter en er komt een participatieplicht bij (complexe) vergunningverlening. Hierdoor is gemeentelijk participatiebeleid nodig.
6
2.4 Wat verandert er voor de raad? Met de invoering van de Omgevingswet verandert ook de rol van de raad:
De raad krijgt meer mogelijkheid om te gaan sturen op hoofdlijnen. De raad bepaalt de kaders en het college voert het beleid binnen deze kaders uit.
Er zijn voor de raad (in beginsel) minder sturingsmogelijkheden bij individuele vergunningaanvragen doordat bevoegdheden hiervoor bij het college terecht komen.
De raad moet participatiebeleid gaan vaststellen. In dit beleid wordt aangegeven hoe de gemeente participatie gaat toepassen, maar ook hoe initiatiefnemers en inwoners zelf participatie moeten gaan toepassen bij de initiatieven die er spelen.
2.5 De ambitie van de implementatie voor Doesburg Inmiddels is uw raad op verschillende momenten bijgepraat over de nieuwe Omgevingswet. Dit heeft ertoe geleid dat in 2016 het Plan van Aanpak voor de implementatie van de wet is vastgesteld en in 2017 een uitgangspuntennotitie, waarin de koers voor de implementatie van de Omgevingswet werd bepaald. In 2018 heeft uw raad besloten dat de implementatie van de wet op een andere wijze ingevuld gaat worden. Namelijk door concreet te gaan oefenen en door te gaan leren van ervaringen en van daaruit de verschillende verplichte instrumenten te gaan opbouwen. Inmiddels worden er concrete ervaringen opgedaan aan de hand van het omgevingsplan Beinum. De komende periode wordt hier verder op uitgebouwd.
7
3. INSTRUMENTEN VAN DE OMGEVINGSWET
3.1 Omgevingsvisie Kenmerken van de Omgevingsvisie Een nieuw instrument onder de Omgevingswet is de Omgevingsvisie die de Raad vaststelt. Deze is misschien nog het best te vergelijken met de Structuurvisie, maar er zijn op wezenlijke onderdelen verschillen. De belangrijkste kenmerken van een Omgevingsvisie:
In de omgevingsvisie vindt een integrale afweging van keuzes van de ontwikkelingsrichting plaats en is er samenhang tussen alle beleid aanwezig.
De omgevingsvisie heeft een cyclisch karakter: de Structuurvisie gold voor 10 jaar. De omgevingsvisie wordt integraal onderdeel van de beleidscyclus. De Raad legt de ambities en de beleidsdoelen vast in de visie en op basis daarvan worden de instrumenten (omgevingsplan, vergunningen en -programma’s) ingericht. Het vormt de basis voor toezicht en handhaving en voor monitoring en evaluatie. De visie en de geformuleerde doelen en ambities worden steeds tussentijds geëvalueerd en aan de hand daarvan worden de instrumenten tussentijds bijgesteld.
Participatie: inspraak en vooroverleg is erg belangrijk en inwoners worden al vanaf het begin van het proces betrokken in de keuze welke ambities en zorgen meegenomen moeten worden in de planvorming.
De omgevingsvisie moet vastgesteld zijn voor 1 januari 2024.
Figuur 1 Beleidscyclus Omgevingsvisie
8
Stand van zaken omgevingsvisie in Doesburg Tijdens de raadsbijeenkomst van 3 oktober 2019 is door uw raad gevraagd om te helpen bij het opstellen en inzichtelijk maken van kaders voor de omgevingsvisie. Naar aanleiding hiervan wordt nu eerst voor de wijk Beinum vanuit bestaand beleid een omgevingsvisie opgesteld. Hierbij zullen de aspecten uit de zogeheten omgevingscyclus inzichtelijk worden gemaakt. De veranderingen die de Omgevingswet met zich meebrengt komen dan in beeld. De behandeling van de omgevingsvisie Beinum vindt op een later moment plaats (in relatie tot de (on)mogelijkheden als gevolg van de corona-voorschriften). De ervaringen die zijn opgedaan bij het opstellen van de Omgevingsvisie Beinum zullen worden meegenomen bij het opstellen van de gemeentebrede Omgevingsvisie. Deze Omgevingsvisie kan voortbouwen op de toekomstvisie waar de raad van Doesburg nu mee bezig is. Deze toekomstvisie biedt mogelijk inhoudelijke aanknopingspunten voor de omgevingsvisie.
3.2 Omgevingsplan Kenmerken van het omgevingsplan Het omgevingsplan is eveneens een nieuw instrument in de Omgevingswet. Belangrijke kenmerken voor het omgevingsplan:
Alle regels die de gemeente stelt voor de fysieke leefomgeving komen straks op één plek, in het omgevingsplan.
Deze regels moeten digitaal raadpleegbaar zijn. Met “één druk op de knop” moet direct duidelijk zijn welke regels allemaal voor een perceel gelden.
Het opstellen van de omgevingsplannen mag stapsgewijs, maar uiterlijk 1 januari 2029 moet er een omgevingsplan voor het gehele grondgebied aanwezig zijn.
De vergunningverlening op basis van de regels verandert al wel direct met de invoering van de wet per 1 januari 2022.
Stand van zaken omgevingsplannen in Doesburg Op dit moment worden alle bestaande regels en ambities voor de wijken Molenveld en De Ooi geinventariseerd, vereenvoudigd en samengevoegd. Deze worden, net zoals voor eerder al voor Beinum is gedaan, samengevat tot een document “bestaande Bouwstenen”. De vervolgfase betreft een uitgebreide fase waarbij alle experimenteer-onderwerpen aan bod zullen komen. Het vervolg is mede afhankelijk van de mogelijkheden tot participatie (in relatie tot de (on)mogelijkheden als gevolg van de corona-voorschriften). Dit jaar wordt gestart met het opstellen van een integraal omgevingsplan voor de deelgebieden
“landelijk gebied”, “binnenstad” en “bedrijventerreinen”. Hiervoor worden alle bestemmingsplannen en verordeningen binnen deze drie deelgebieden vervangen door één integraal omgevingsplan. In eerste instantie worden alle bestaande regels geïntegreerd, waardoor er geen uitgebreid participatietraject nodig is. Bij deze ervaring kan worden geoefend met de nieuwe rol van de raad. Bij een vergunningaanvraag die niet in de regels past heeft de raad nu nog een bevoegdheid (toestemming verlenen). Deze bevoegdheid ligt met de nieuwe Omgevingswet bij het college. De raad heeft dan een adviesrecht, maar dat moet dan binnen de formele termijn van acht weken proceduretijd.
9
Een aantal voorbeelden uit de afgelopen periode van procedures waar de raad nu nog een bevoegdheid heeft om te beslissen en waarbij straks de bevoegdheid bij het college ligt:
de wijziging van kantoorbestemming naar een woonbestemming met kantoor (Oranjestraat 24-6-8),
de verbetering van de verkeerskundige inrichting (Zomerweg – Eektstraat – Nieuwe Eektstraat)
de realisatie van een tweede bedrijfswoning bij een agrarisch bedrijf met monumentale status (Eektstraat 16-16a).
Dit zijn allen voorbeelden van initiatieven die niet binnen de huidige bestemmingsplanregels konden worden gerealiseerd. Om ze toch doorgang te kunnen laten vinden is -onder de huidige wetgeving- een positief besluit van de gemeenteraad noodzakelijk. Dat is straks -in beginsel- niet meer zo. Het verlenen van een vergunning wordt dan de bevoegdheid van het college. De raad heeft -en alleen in bepaalde gevallen- nog een adviesrecht. De ervaringen in Beinum, Molenveld en De Ooi kunnen gebruikt worden om concreet te maken hoe de betrokkenheid van de gemeenteraad bij dit type ontwikkelingen eruit komt te zien. Daarbij is het de kunst om enerzijds als raad betrokken te blijven bij initiatieven en vergunningaanvragen die substantieel van invloed zijn op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en anderzijds te vertrouwen op inhoudelijke kaders en het college (binnen deze kaders) de ruimte te geven om snel en adequaat te besluiten over initiatieven.
3.3 Programma en omgevingswaarden Kenmerken van een programma Het sturen op omgevingswaarden met een programma is een nieuw onderdeel van de Omgevingswet.
Omgevingswaarden als nieuw wettelijk instrument helpen om het beleid doelgerichter te maken.
Er zijn verplichte omgevingswaarden ten aanzien van milieunormen zoals stikstof.
De spelregels worden in het Omgevingsplan bepaald, met als doel om de omgevingswaarden te halen.
Een programma is niet verplicht.
Stand van zaken programma en omgevingswaarden in Doesburg Gaandeweg zal duidelijk moeten worden of en hoe het college programma’s gaat invullen. Dan moet ook duidelijk worden wat hierin werkt of niet en of uw raad verplichte en/of niet-verplichte omgevingswaarden wil gaan instellen.
3.4 Participatie Kenmerken van participatie in de Omgevingswet Participatie vormt een belangrijke rode draad in de Omgevingswet en is van belang om invulling te kunnen geven aan een aantal verbeterdoelen van de wet. De volgende aspecten zijn hierbij van belang:
Participatie is verplicht voor initiatiefnemers van complexe initiatieven. De initiatiefnemer wordt verplicht om eerst met omwonenden te gaan overleggen. In een aanvraag bij de gemeente moet de initiatiefnemer laten zien wat hij heeft gedaan om de omwonenden te betrekken in de planvorming.
10
Participatie vanuit de overheid is al bekend, maar wordt nu wettelijk verankerd.
De gemeente moet beleid gaan ontwikkelen over de participatieplicht.
Ook hiervoor geldt dat op in Doesburg op dit moment ervaringen worden opgedaan aan de hand van de omgevingsvisie en het omgevingsplan voor Beinum.
3.5 Begroting- en verantwoordingscyclus De invoering van de omgevingswet heeft financiële consequenties. In een VNG-handreiking over de financiële consequenties worden 3 soorten consequenties onderscheiden. De invoeringskosten; dit zijn alle kosten die nodig zijn om de wet te implementeren. Daarbij kan het gaan om kosten om nieuwe producten op te stellen zoals een omgevingsvisie of het omgevingsplan, kosten voor ICT om de aansluiting op het landelijke Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) te realiseren en ook de ambtelijke capaciteit die nodig is voor al deze activiteiten. Deze invoeringskosten zullen zich ook na de invoeringsdatum nog voordoen. De structurele effecten; dit is de balans tussen kosten en baten als gevolg van de andere werkwijze na invoering van de wet. Denk aan kosten voor het onderhouden van de ICT-voorzieningen, extra capaciteit die nodig is voor begeleiden van plannen, vooroverleg etc. Maar wellicht zijn ook besparingen mogelijk doordat plannen en regels inzichtelijk zijn geworden. Frictiekosten; daarbij kan het gaan om kosten voor documenten of voorzieningen die als gevolg van de invoering versneld moeten worden afgeschreven of vervangen. Het kan ook gaan om personeelskosten doordat als gevolg van de veranderde werkwijze medewerkers moeilijker inzetbaar zijn. Het is lastig het geheel aan kosten al voor de invoeringsdatum scherp te hebben.
Toch is het goed om als raad een eerste beeld te hebben van de te verwachte kosten, zodat het mogelijk is hier op te sturen. Het past bij de rol en verantwoordelijkheid van de raad om op dit punt kaderstellend te kunnen sturen.
11
4. DE STURINGSMOGELIJKHEDEN VANUIT DE RAAD De invoering van de Omgevingswet is een omvangrijke operatie. Het is voor een gemeenteraad niet doenlijk op alle aspecten van deze operatie zicht te hebben. Maar er zijn genoeg onderdelen waarop de raad kan sturen. In dit hoofdstuk zetten we die op een rij. 4.1 Sturingsmogelijkheden algemeen
Zorg als raad voor het ontwikkelen van een ambitie voor de invoering van de Omgevingswet. Hoe wil je met de Omgevingswet omgaan? Welke rollen pak je hierin? Waar wil je beter in worden? Wil je beter worden in participatie? Wil je initiatieven beter faciliteren? Wil je de regels beter en eenvoudiger maken?
Oefen met concrete ervaringen zoals nu in Beinum, Molenveld en de Ooi. En til dit op naar een ambitieniveau voor heel Doesburg als geheel. Waar willen we de Omgevingswet voor gebruiken om het als gemeente beter in te gaan doen?
Maak afspraken hoe het college uw raad tussentijds over de voortgang van de wet en de instrumenten gaat informeren zodat er tussentijds bijgestuurd kan worden.
Als raad kun je sturen op de implementatie van de Omgevingswet door het college te vragen om u op de hoogte te houden van de voortgang van de implementatie.
4.2 Sturingsmogelijkheden voor de omgevingsvisie
Hoe helpt de omgevingsvisie bij de kaderstellende rol van de raad? Kijk bij het oefenen met concrete voorbeelden als Beinum. Zijn we als raad geholpen om onze kaderstellende rol beter te vervullen? En is duidelijk welke ambities en doelen we als raad aan het college meegeven bij de uitvoering van het beleid? Oftewel: Zorg dat de omgevingsvisie voldoende houvast biedt voor de raad om op te sturen.
Geef in de omgevingsvisie kaders mee aan het college om erop te kunnen vertrouwen dat zij de uitvoering van het beleid goed doen.
Formuleer de doelen in de omgevingsvisie duidelijk en concreet en maak afspraken met het college hoe deze doelen worden geëvalueerd en teruggelegd bij de raad. Hoe gaat de monitoring van deze beleidsdoelen plaatsvinden?
Betrek de toekomstvisie bij het opstellen van de omgevingsvisie.
4.2 Sturingsmogelijkheden voor het omgevingsplan
Maak afspraken hoe het college de raad gaat betrekken bij afwijkingen van het omgevingsplan.
Maak concreet hoe uw raad straks invulling gaat geven aan het adviesrecht bij vergunningverlening.
Bekijk in welke gevallen uw raad een rol in de besluitvorming wil hebben en wanneer niet. Ga hierover in gesprek en probeer hierin een lijn aan te brengen.
4.3 Sturingsmogelijkheden voor programma en omgevingswaarden
Als het college er niet in slaagt om aan omgevingswaarden in een omgevingsplan te voldoen, dan kan de raad het college verplichten om de doelen te halen in de vorm van een programma. Maak afspraken met het college over de voortgang hierover en zorg dat u geïnformeerd blijft.
12
4.4 Sturingsmogelijkheden voor participatie
Ga ervaring met participatie op doen in de plannen voor Beinum, Molenveld en De Ooi en bekijk hoe daar het beste invulling kan worden gegeven aan de participatieplicht.
Zorg dat er een participatiebeleid komt waarin helder is wat je als gemeente meegeeft aan burgers, maar ook wat je als gemeente zelf gaat doen aan participatie bij planontwikkelingen.
En koppel dit participatiebeleid aan het adviesrecht van de raad. De plannen die maatschappelijk de meeste impact hebben zou de raad het beste kunnen benutten hiervoor.
4.5 Sturingsmogelijkheden voor de begroting en verantwoordingscyclus
Vraag als raad om inzicht in het geheel aan kosten dat gemoeid is met de invoering van de Omgevingswet. Vraag daarbij niet alleen naar de invoeringskosten, maar ook de structurele kosten en eventuele frictiekosten. En vraag deze informatie niet alleen voor het eerstkomende begrotingsjaar, maar meerjarig.
13
5. ADVIEZEN VAN DE REKENKAMER
Deze verkenning heeft vooral als doel om de raad een overzicht te bieden van de consequenties als gevolg van de invoering van de Omgevingswet. Met deze verkenning hebben we als Rekenkamer niet beoogd de werkwijze van het college diepgaand te evalueren. Het college heeft de wijze van invoering – mede op verzoek van de raad- in de loop der tijd veranderd. Aan de hand van concrete en praktische ervaringen (beginnend in Beinum) worden de veranderingen inzichtelijk gemaakt. Dit lijkt een goede manier om constructief te werken aan de invoering en als raad stapsgewijs te worden meegenomen. In dit proces willen we de gemeenteraad van Doesburg een aantal aandachtspunten meegeven:
Zorg voor een evaluatiemoment zodra de resultaten voor zowel Beinum, Molenveld als De Ooi concreet zijn. Gebruik dit evaluatiemoment om algehele lessen te trekken en ambities te formuleren voor de invoering van de wet.
De Omgevingsvisie wordt een belangrijk instrument voor de raad. Niet alleen op het moment dat het wordt vastgesteld, maar ook voor de tussentijdse sturing. Via het project in Beinum kan praktische ervaring worden opgedaan met dit instrument. Het ligt voor de hand om aansluitend op de gemeentelijke Toekomstvisie aan de slag te gaan met de gemeentebrede Omgevingsvisie. Vraag daarbij expliciet naar de wijze van monitoring op de beleidsdoelen uit de Omgevingsvisie. Hoe gaan we de voortgang meten? Hoe wordt u als raad over die voortgang geïnformeerd? Wat gebeurt er als de ontwikkelingen niet in de pas lopen met de oorspronkelijke doelen en ambities?
Gebruik de ervaringen in Beinum, Molenveld en De Ooi om concreet te maken hoe en wanneer de raad gebruik gaat maken van haar adviesrecht bij individuele vergunningaanvragen.
Vraag als raad om een meerjarig overzicht van de kosten die gemoeid zijn met de implementatie van de omgevingswet. Vraag daarbij niet alleen om de invoeringskosten, maar ook de consequenties van eventiele structurele en frictie-kosten.
Wat kunnen Duiven, Doesburg en Westervoort van elkaar leren? Als rekenkamer hebben we de verkenning over de implementatie van de Omgevingswet voor alle drie de gemeenteraden uitgevoerd. Voor Duiven en Westervoort geldt -vanuit 1stroom- een gezamenlijke aanpak. De onderlinge leereffecten zijn vanuit die aanpak geborgd. De wijze van implementatie tussen deze beiden gemeenten (Duiven en Westervoort) aan de ene kant en Doesburg aan de andere kant laten een aantal verschillen zien. Doesburg kiest nadrukkelijk voor een “bottom-up” benadering, waarbij aan de hand van concrete ervaringen op kleine schaal ervaring wordt opgedaan met het functioneren van het systeem van de omgevingswet. Dit maakt de veranderingen en consequenties voor de rol van de raad helder en zichtbaar. Ook voor wat de door de raad te maken keuzes betreft. Het kan de raden van Duiven en Westervoort helpen hier kennis van te nemen. In zowel Duiven als Westervoort is op inspirerende wijze gestart met het proces om tot een gemeentelijke Omgevingsvisie te komen. De opgestelde startdocumenten bieden een goed inzicht in wat het ontwikkelen van een Omgevingsvisie aan inhoud en dilemma’s op kan leveren. In Doesburg
14
moet het proces om tot een gemeentebrede Omgevingsvisie te komen nog gestart worden. Het kan de raad van Doesburg helpen kennis te nemen van de Omgevingsvisie-producten en -ervaringen in Duiven en Westervoort.
15