Raadsinformatienota Regionaal Mobiliteitsprogramma 2030 (RMP)
Tekst van het document
Informatienota raad – openbaar Onderwerp
Regionaal Mobiliteitsprogramma 2030 (RMP)
Zaakdossier
Z/25/054071 - D/25/176407
Portefeuillehouder
Wethouder B. van Veldhuizen
Raadsprogramma
1. Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en leefklimaat
Datum collegebesluit
1 april 2025
Opsteller
Kim Lavalaye-Borkes
Team
Leefomgeving
kim.lavalayeborkes@doesburg.nl Telefoonnummer (0313) 48 14 27
Kennis nemen van Het Koersdocument Regionaal Mobiliteitsprogramma 2030 en de daarbij horende Agenda Regionaal Mobiliteitsprogramma 2030. Inleiding De afgelopen periode is door de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (GMR), in samenwerking met de gemeenten binnen de GMR en de provincie Gelderland, gewerkt aan het Regionaal Mobiliteitsprogramma 2030 (RMP). Dit programma geeft weer wat de regionale mobiliteitsvisie en inzet op mobiliteit voor de komende jaren tot en met 2030 is. In navolging van het Rijk is daarbij het mobiliteitsperspectief verbreedt en zet de GMR in op mobiliteitsinvesteringen die bijdragen aan onze brede welvaart, lees: duurzaamheid, verkeersveiligheid, toegang voor iedereen, bereikbaarheid en meer actieve mobiliteit en een fijnere leefomgeving. Het college van B&W heeft het Koersdocument Regionaal Mobiliteitsprogramma 2030 vastgesteld en de Agenda Regionaal Mobiliteitsprogramma 2030 ter kennisgeving aangenomen met de intentie deze in 2025 uit te werken tot een concreet Uitvoeringsprogramma. Samenvatting Het Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP) geeft weer wat de regionale Mobiliteitsvisie en inzet op mobiliteit voor de komende jaren tot en met 2030 is. Dit regionale mobiliteitsprogramma begint niet bij nul. Het programma bouwt voort op reeds bestaande provinciale, regionale en gemeentelijke visies en programma’s.
Het RMP maakt aansluiting met de extra investeringen die Gelderland wil doen in de brede opgave van mobiliteit. De basis van de extra investeringen komen voort uit de ‘Beleidskader bereikbaarheid’ en het ‘Programma bereikbaarheid’. Deze vormen een actualisatie van de ‘Visie voor een bereikbaar Gelderland’. Een deel van het maatregelenpakket bestaat uit lopende maatregelen waar al budget voor beschikbaar is gesteld.
Pagina 1 van 2
Om de ambities en doelstellingen waar te maken wordt ingezet op een brede mobiliteitsaanpak. Omdat er op dit moment nog geen concreet uitvoeringsprogramma ligt, is ervoor gekozen om te spreken van een Agenda, met het totale maatregelenpakket, verdeeld over de drie pijlers: 1. Schone mobiliteit en gedragsaanpak; 2. Lokale en regionale mobiliteitsnetwerken; 3. Nationale en internationale corridors. De geformuleerde ambities en doelstellingen in het Koersdocument Regionaal Mobiliteitsprogramma sluiten goed aan op ons vastgestelde ‘Mobiliteitsplan Doesburg’. In ons vastgestelde mobiliteitsplan gaan we uit van drie pijlers: Doesburg als verkeersveilige en leefbare stad, Doesburg als duurzame stad en Doesburg als bereikbare stad. Bij het ordenen van de thema’s gaan we uit van het STOMP-principe. Het STOMP-principe bestaat uit de volgorde: Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, MaaS (Mobility as a Service), en de Privéauto. Door deze volgorde te hanteren bij inrichtingskeuzes geven we prioriteit aan meer duurzame vormen van mobiliteit (lopen, fietsen en openbaar vervoer). De actieve vervoerswijzen dragen daarnaast bij aan de gezondheid van mensen, zowel mentaal als fysiek. Bovendien zijn dit schone en ruimteefficiënte vervoerswijzen. Hiermee dragen we bij aan bereikbare en leefbare buurten.
De Groene Metropoolregio werkt in 2025 deze Agenda samen met de betrokken gemeenten en andere partners uit tot een concreet Uitvoeringsprogramma, waarin ze prioriteiten stellen, budgetten ter beschikking stellen en per project een rolverdeling aangeven. Consequenties Het vaststellen van het Regionaal Mobiliteitsprogramma door het college heeft geen (financiële) gevolgen. Communicatie n.v.t. Bijlage(n) ➢ Bijlage 1: Koersdocument Regionaal Mobiliteitsprogramma 2030 ➢ Bijlage 2: Agenda Regionaal Mobiliteitsprogramma 2030 ➢ Bijlage 3: Onderzoek CE Delft effecten
Pagina 2 van 2