CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2022-2025

Gemeenteraad 4 november 2021, gemeente DoesburgBij agendapunt: Programmabegroting 2022-2025 gemeente Doesburg28.728 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Daarnaast is in de primaire begroting 2022 het effect van de meicirculaire verwerkt. In de meicirculaire zijn extra middelen verkregen van circa 1.3 mln. Deze middelen zijn extra toegevoegd en geoormerkt voor de uitvoerig van de voogdij (woonplaatsbeginsel / 18+).

Beleidsindicatoren Voor het toelichten van de maatschappelijke effecten in de begroting zijn gemeenten verplicht om de effecten van beleid toe te lichten aan de hand van een op Rijksniveau vastgestelde set aan beleidsindicatoren. In dit boekwerk zijn deze verplichte indicatoren opgenomen in de Bijlage van het boekwerk. Door de indicatoren (en daarmee de ontwikkeling ervan) op deze wijze te presenteren, ontstaat er een overzichtelijk beeld van de cijfers. Het doel van deze indicatoren is dat de beleidsresultaten van de gemeenten onderling vergelijkbaarder worden.

Pagina 38 van 128

Verbonden partijen In de paragraaf Verbonden partijen vindt u een totaallijst met partijen waarmee Doesburg banden is aangegaan ter behartiging van bepaalde publieke belangen. De verbonden partijen die bijdragen aan de doelstellingen van het programma Zorg in Doesburg worden hieronder toegelicht. Veiligheid- en Gezondheidsregio Gelderland Midden Het publieke belang Veiligheid- en Gezondheidsregio Gelderland Midden is in 2002 ontstaan door een fusie van Hulpverlening Arnhem en omstreken en de Regionale brandweer en de GGD West-Veluwe/Vallei. De gemeenschappelijke regeling verzorgt voor 16 gemeenten in de regio Midden Gelderland de regionale brandweer, ambulancezorg en volksgezondheid/GGD. Veranderingen gedurende begrotingsjaar Er worden geen veranderingen verwacht gedurende het begrotingsjaar 2022. Beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij Het bestaande beleid voortzetten. Ontwikkelingen en risico's in 2021 heeft het AB van de VGGM gekozen voor een nieuwe verdeelsleutel. Voor gemeente Doesburg betekent dit dat wij op basis hiervan een lagere bijdrage leveren voor het onderdeel brandweer. De financiele effecten zijn reeds verwerkt in de kadernota en hiermee in de begroting 2022-2025. De uitkomst van de verdeelsleutel heeft niet geleid tot een negatieve bijstelling van onze begroting. Verder zijn er geen concrete risico's van toepassing.

er is een regionaal controllersoverleg actief dat regelmatig overleg met de VGGM over de financiele positie. Dat heeft in het verleden al geleid tot forse besparingen en beleidsarme begrotingen. Hierdoor zijn financiële risico's vrijwel niet van toepassing geweest de laatste jaren. De VGGM is ook verantwoord bij programma 1, in verband met de regionale brandweer. In beide programma’s zijn dezelfde gegevens opgenomen. Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem/Nijmegen / DRAN Het openbaar belang De vervoersorganisatie is ingesteld ter gemeenschappelijke behartiging van de belangen van de deelnemers met betrekking tot het tot stand brengen, ontwikkelen en in stand houden van een kwalitatief hoogwaardig, herkenbaar, efficiënt en eenvoudig te gebruiken doelgroepenvervoer. Hierbij wordt rekening gehouden met de mogelijkh4eden van reizigers en hun sociale netwerk en wordt erop toegezien dat het aanvullend vervoer ook in het buitengebied en de kleine kernen voldoende gewaarborgd is en dat het vervoer optimale aansluiting heeft op het openbaar/vervoer/netwerk. Veranderingen gedurende begrotingsjaar Geen. Beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij Het bestaande beleid voortzetten. Ontwikkelingen en risico's

Pagina 39 van 128

Het risico voor onze gemeente is van financiële aard, als de beoogde efficiencyvoordelen niet worden behaald of als meerdere gemeenten uit deze regio vervoersstromen gaan onttrekken aan deze regeling.

Het bestaande MGR Sociaal domein Centraal-Gelderland Het openbaar belang De MGR (Modulaire Gemeenschappelijke Regeling) biedt een algemeen kader voor samenwerking op het gebied van het sociaal domein binnen de regio Centraal-Gelderland en voorziet in samenwerkingsmodules. Er wordt deelgenomen aan de modules: Inkoop, Werkgevers Service Punt (WSP) en Werkgeverschap Sociale Werkvoorziening (WgSW) Veranderingen gedurende begrotingsjaar Geen. Beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij Het bestaande beleid voortzetten. Ontwikkelingen risico's De MGR begint steeds duidelijker vorm te krijgen. In een dienstverleningsovereenkomst zijn afspraken gemaakt over de uitvoering en aansturing van taken door de MGR. De MGR beschikt over verschillende bestemmingsreserves om de risico's binnen de modules op te vangen. Met de MGR is een open einde systematiek afgesproken. In de regeling is opgenomen dat in de jaarrekening de kosten per module na aftrek van de inkomsten, worden verdeeld over de deelnemende gemeenten volgens de geldende kostenverdeelsleutel. Alle voordelen maar ook nadelen komen ten gunste/ ten laste van de deelnemende gemeenten. Tot op heden zijn er alleen positieve exploitatieresultaten behaald, derhalve is het risico voor onze gemeente beperkt.

Bijdrage 2022

Percentage deelneming

Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden

€ 1.043.000

1,7%

Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem-Nijmegen (DRAN)

€ 592.305

MGR Sociaal Domein Centraal-Gelderland

€ 1.820.173

Programma 5 Algemene dienst en financiën Korte beschrijving Dit programma bevat onder andere personeel en organisatie, bedrijfsvoering en financiën.

Pagina 40 van 128

Wat willen we bereiken? 5.01 Een gezonde financiële positie. Onze gemeente staat er financieel goed voor en dat willen we ook zo houden. De begroting is in evenwicht en onze reservepositie is gezond. Én we zijn schuldenvrij. De omvang van de algemene reserve is bij de start van de zittingsperiode van het huidige college ongeveer 8 miljoen euro. De omvang van de algemene reserve moet eind 2022 ten minste gelijk zijn aan dit bedrag. We willen een degelijke begroting. Dit betekent dat de begrote structurele uitgaven ten minste goedgemaakt moeten kunnen worden met structurele inkomsten.

Wat gaan we daarvoor doen?

De omvang van de algemene reserve is aan het eind van de zittingsperiode van het huidige college minimaal 8 miljoen euro. Startdatum: 01-06-2018 Einddatum: 31-12-2022

We zorgen er voor dat de begroting jaarlijks materieel sluitend is. Startdatum: 01-06-2018 Einddatum: 31-12-2022

Wat willen we bereiken? 5.02 Een lage belastingdruk. We willen de lastendruk voor onze Doesburgers en bedrijven zo beperkt mogelijk houden. We willen dat dan doen vanuit de pakketgedachte. Dat wil zeggen dat we de totale lastendruk voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffingen en de OZB niet meer willen laten stijgen dan de reguliere inflatiecorrectie. Waar mogelijk willen we lasten verlichten. Dit geldt met name voor de afvalstoffenheffing.

Wat gaan we daarvoor doen?

De totale lastendruk voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffingen en de OZB mag jaarlijks niet meer stijgen dan de reguliere inflatiecorrectie. Startdatum: 01-06-2018 Einddatum: 31-12-2022

Wat willen we bereiken? 5.03 Optimalisatie van de gemeentelijke dienstverlening en bedrijfsvoering. We willen zo weinig mogelijk bureaucratie. We maken onze klantprocessen zo eenvoudig en toegankelijk mogelijk en we schrappen overbodige regels. In het programma Digitaal Werken en Dienstverlenen wordt de komende 2 jaar intensief gewerkt aan het verbeteren van onze dienstverlening en bedrijfsvoering. Dit programma kent 3 projecten, het project Digitaal Dienstverlenen, het project Digitaal Samenwerken en het project Sociaal Domein.

Pagina 41 van 128

Wat gaan we daarvoor doen?

Betere afhandeling van binnenkomende post c.q. klantvragen. Startdatum: 01-01-2019 Einddatum: 31-12-2022

Ontwikkelen van nieuw dienstverleningsconcept (hierbij geven we aan welke klantvragen we via welk kanalen (persoonlijke dienstverlening, digitale afhandeling et cetera afhandelen en maken we keuzes in de openingstijden van onze fysieke loketten). Startdatum: 01-07-2019 Einddatum: 31-10-2019

Realiseren projecten van het programma Digitaal Werken en Dienstverlenen. Startdatum: 01-06-2018 Einddatum: 01-06-2020

Samen met onze klanten gaan we de klantprocessen herinrichten door overbodige processtappen te schrappen. Startdatum: 01-07-2018 Einddatum: 31-12-2020

We verleggen de openingstijden van onze publieksbalies meer naar de avonduren. Startdatum: 01-07-2019 Einddatum: 31-12-2019

Wat willen we bereiken? 5.04 Toekomstbestendige invulling van huisvesting fysieke loketten gemeentelijke dienstverlening en ambtelijke organisatie en bestuur. We willen een toekomstbestendige huisvesting realiseren voor wat betreft de fysieke loketten waar gemeentelijke dienstverlening wordt verzorgd en de ambtelijke organisatie en bestuur. We stellen in dit kader een strategisch plan huisvesting op die aan de raad wordt voorgelegd en de uitkomsten hiervan zullen verder worden uitgewerkt en gerealiseerd.

Wat gaan we daarvoor doen?

We zorgen voor huisvesting waarbij het streven is de dienstverlening aan inwoners & ondernemers te verbeteren, de arbeidsomstandigheden voor medewerkers te verbeteren en gemeentelijk vastgoed te verduurzamen. Startdatum: 01-04-2021 Einddatum: 31-12-2022

Pagina 42 van 128

Wat willen we bereiken? 5.05 We willen ons gemeentelijk vastgoed op een efficiënte wijze beheren en onderhouden. Doesburg heeft derien gebouwen in eigendom en beheer. Voor het reguliere onderhoud wordt gewerkt met een meerjarig onderhoudsprogramma (MJOP). Op de lange termijn zullen keuzes gemaakt moeten worden over het beheer en onderhoud van deze panden. Het opstellen van een gemeentelijk vastgoedbeheerplan is de eerste stap. Hierin komen organisatiestructuur, werkprocessen, verantwoordelijkheden en bevoegdheden, planning en control als onderwerpen terug. Het structureel programmatisch onderhouden van het gemeentelijk vastgoed volgens het vastgesteld meerjaren onderhoudsplan (MJOP) hebben we daarmee beter geborgd. We houden hierbij rekening met het strategisch huisvestingsplan en verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed.

Wat gaan we daarvoor doen?

Vaststellen gemeentelijk vastgoedbeheerplan. Startdatum: 01-01-2018 Einddatum: 31-12-2021

Wat mag het kosten? Exploitatie

Realisatie 2020

BGR 2021 na wijziging

Primaire begroting 2022

Primaire begroting 2023

Primaire begroting 2024

Primaire begroting 2025

Lasten 0.4 Overhead

5.725.928

5.373.917

5.371.392

5.354.944

5.320.135

5.343.272

0.5 Treasury

0

3.359

3.398

3.398

3.398

3.398

5.725.928

5.377.276

5.374.790

5.358.342

5.323.533

5.346.670

0.4 Overhead

240.730

683

692

692

692

692

0.5 Treasury

211.359

335.432

304.366

299.435

294.473

294.473

Totaal Baten

452.090

336.115

305.058

300.127

295.165

295.165

-5.273.838

-5.041.161

-5.069.732

-5.058.215

-5.028.368

-5.051.505

Totaal Lasten Baten

Resultaat

Toelichting op budgetafwijkingen -

Beleidsindicatoren Voor het toelichten van de maatschappelijke effecten in de begroting zijn gemeenten verplicht om de effecten van beleid toe te lichten aan de hand van een op Rijksniveau vastgestelde set aan beleidsindicatoren. In dit boekwerk zijn deze verplichte indicatoren opgenomen in de Bijlage van het boekwerk. Door de indicatoren (en daarmee de ontwikkeling ervan) op deze wijze te presenteren,

Pagina 43 van 128

ontstaat er een overzichtelijk beeld van de cijfers. Het doel van deze indicatoren is dat de beleidsresultaten van de gemeenten onderling vergelijkbaarder worden. Verbonden partijen In de paragraaf Verbonden partijen vindt u een totaallijst met partijen waarmee Doesburg banden is aangegaan ter behartiging van bepaalde publieke belangen. De verbonden partijen die bijdragen aan de doelstellingen van het programma Algemene dienst en Financiën worden hieronder toegelicht. BNG bank Het openbaar belang BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. Gelet op de wijze waarop BNG Bank het openbaar belang behartigt wordt het aandelenbezit gezien als een duurzame belegging. Veranderingen gedurende begrotingsjaar Er worden geen veranderingen verwacht gedurende het begrotingsjaar 2022. Beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij Het bestaande beleid voortzetten. Ontwikkelingen en risico's Doordat de BNG als sectorbank actief is binnen de publieke sector loopt zij minder risico dan commerciële banken. Daarnaast is het financiële risico beperkt tot het ingelegde bedrag. Alliander N.V. Het publieke belang Alliander N.V. is de holding van een netwerkbedrijf.

De dochterbedrijven zijn netbeheerders voor het transport van (duurzame) energie. De Wet Onafhankelijk Netbeheer (WON) uit 2007 verplicht energiebedrijven tot een volledige splitsing. In 2009 is het productie- en leveringsbedrijf Nuon Energy afgesplitst en verkocht aan het Zweedse Vattenfall. De naam N.V. Nuon is gewijzigd in Alliander N.V. Bij de verkoop van de aandelen Nuon zijn wij eigenaar geworden van een aantal aandelen Alliander N.V., dat gelijk is aan het verkochte aantal aandelen N.V. Nuon. Veranderingen gedurende begrotingsjaar Er worden geen veranderingen verwacht gedurende het begrotingsjaar 2022. Beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij Het bestaande beleid voortzetten. Ontwikkelingen en risico's Het financiële risico beperkt tot het ingelegde bedrag. Vitens Het publieke belang

Pagina 44 van 128

Onze gemeente is samen met nog 70 andere gemeenten, de provincies Gelderland en Overijssel en de N.V. Nuon aandeelhouder van Vitens. Vitens is het waterbedrijf voor ruim 4 miljoen mensen en bedrijven in Friesland, Overijssel, Flevoland, Gelderland en Utrecht. Veranderingen gedurende begrotingsjaar Er worden geen veranderingen verwacht gedurende het begrotingsjaar 2022. Beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij Het bestaande beleid voortzetten. Ontwikkelingen en risico's Het drinkwaterbedrijf Vitens zal naar verwachting geen dividend uitkeren vanwege de noodzaak van grote investeringen in de komende jaren. Ook hier beperkt het risico zich tot het ingelegde bedrag. Aantal aandelen 2020

Percentage deelneming

Eigen vermogen

Vreemd vermogen

Exploitatie resultaat

Verslagjaar

BNG bank

27.612

0,05%

€5.097 mln.

€155.262 mln.

€221 mln.

2020

Alliander N.V.

172.952

0,13%

€4.328 mln.

€5.094 mln.

€ 224.000

2020

Vitens

17.843

0,24%

€557 mln.

€1.340 mln.

€23.9 mln.

2020

273

3,27%

€15.2 mln.

€21.6 mln.

€1.2 mln.

2020

Deelneming

Circulus Berkel

Overzicht algemene dekkingsmiddelen Overzicht algemene dekkingsmiddelen Op basis van artikel 8 van het besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) wordt hieronder een overzicht gegeven van de kosten van overhead en het bedrag dat is opgenomen voor de vennootschapsbelasting dat in de primaire begroting is opgenomen. Omschrijving

Kosten overhead (saldo uitgaven en inkomsten)

Bedrag heffing voor de vennootschapsbelasting

R 2020

B 2022

B 2023

B 2024

B 2025

5.485

5.375

5.359

5.325

5.343

0

0

0

0

(bedragen x €1.000)

Pagina 45 van 128

Algemene dekkingsmiddelen Exploitatie

Realisatie 2020

BGR 2021 na wijziging

Primaire Primaire Primaire Primaire begroting 2022 begroting 2023 begroting 2024 begroting 2025

Lasten 0.10 Mutaties reserves

6.652.158

796.848

501.550

519.309

585.491

585.491

0.61 OZB woningen

139.050

165.426

167.023

167.023

167.023

167.023

0.62 OZB niet-woningen

5.719

5.475

5.475

5.475

5.475

5.475

0.64 Belastingen overig

135.883

101.467

76.560

76.560

76.560

76.560

0.8 Overige baten en lasten

17.138

-221.840

-690.797

-590.645

-592.669

-614.748

0.9 Vennootschapsbelasting (VpB)

13.712

0

0

0

0

0

6.963.660

847.376

59.811

177.722

241.880

219.801

0.10 Mutaties reserves

9.011.197

1.920.113

1.096.788

817.539

816.017

816.017

0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten

402.133

0

0

0

0

0

0.61 OZB woningen

1.673.039

1.673.679

1.763.086

1.763.086

1.763.086

1.763.086

0.62 OZB niet-woningen

462.788

453.000

458.889

458.889

458.889

458.889

0.64 Belastingen overig

639.515

645.231

169.445

169.445

169.445

169.445

0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds

20.851.816

20.879.941

22.894.891

22.777.198

22.735.191

22.837.580

86

1.307

0

0

0

0

Totaal Baten

33.040.573

25.573.271

26.383.099

25.986.157

25.942.628

26.045.017

Resultaat

26.076.913

24.725.895

26.323.288

25.808.435

25.700.748

25.825.216

Totaal Lasten Baten

0.8 Overige baten en lasten

Toelichting op budgetafwijkingen Taakveld 0.10 Mutaties reserves: Lasten -€295.000 (Daling), Baten -€823.000 (Daling) De ramingen van de reguliere stortingen (zijn hier lasten) in en de reguliere onttrekkingen (zijn hier baten) aan de reserves zijn opgenomen in de primaire begroting van 2022. In de gewijzigde begroting van 2021 zijn ook de éénmalige stortingen en onttrekkingen opgenomen. Deze éénmalige stortingen en onttrekkingen hebben bijv. betrekking op (investerings)projecten en op inhuur ten laste van daarvoor ingestelde bestemmingsreserves. Met name deze éénmalige reservemutaties zorgen op dit taakveld voor afwijkingen in de lasten en baten van de primaire raming 2022 ten opzichte van de lasten en baten van de gewijzigde begroting 2021. Ook hebben de extra afschrijvingen van de kapitaallasten bij de jaarrekening 2020 een effect gehad op de begrote bedragen. Taakveld 0.64 Belasting overig: Lasten -€470.000 (Daling) Deze daling van de lasten in de primaire begroting 2022 ten opzichte van de gewijzigde begroting 2021 wordt met name veroorzaakt doordat Precariobelasting voor ondergrondse kabels en leidingen vanaf 2022 niet meer geheven mag worden. Derhalve is de begroting in 2022 op aangepast.

Pagina 46 van 128

Taakveld 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds: Baten +€2.000.000 (Stijging) De raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds is gebaseerd op de meicirculaire 2022. De loon- en prijsontwikkelingen zijn aan de lastenkant in deze primaire begroting 2022 meegenomen door indexering. Dit conform de kadernota 2022. De raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds is nu ook opgesteld op grond van het loon- en prijspeil voor 2022. Dit leidt op dit taakveld tot een voordeel aan de batenkant. De hogere lasten door indexering zijn in de primaire begroting 2022 verwerkt de ramingen van de diverse programma's. Naast deze stijging zijn ook de opbrengsten voor jeugd gealloceerd. Zie hiervoor de toelichting bij taakveld 6.72 bij het programma 4.

Taakveld 0.8 Overige baten en lasten: Lasten -€470.000 (Daling) Op dit taakveld wordt het verwachte meerjarenperspectief (formeel saldo, primaire uitkomst) van deze programmabegroting geraamd. De afwijkingen in de lasten hebben dan ook hoofdzakelijk betrekking op de ontwikkeling in het formeel saldo over de jaren heen. Daarnaast is de Algemene bezuinigingstaakstelling / inkomstenverhoging uit de kadernota 2022 hier geraamd. Deze is in het onderdeel toelichting eerste wijziging begroting 2022-2025 voor een groot deel terug gedraaid.

Paragrafen Paragraaf A - Lokale heffingen Paragraaf A | Lokale heffingen leiding Deze paragraaf is gebaseerd op het beleid tot en met de kadernota 2022 en bevat informatie over de gemeentelijke belastingen. De gemeentelijke belastingen zijn te onderscheiden in drie typen belastingen. De algemene belastingen, de bestemmingsheffingen en retributies. Na de algemene uitkering uit het gemeentefonds zijn dit de belangrijkste inkomstenbronnen van de gemeente. De opbrengsten van de algemene belastingen komen ten goede aan de algemene middelen van de gemeente. Dit betekent dat de opbrengsten van deze belastingen niet gelabeld zijn maar voor alle gemeentelijke taken en voorzieningen kunnen worden ingezet. De onroerende-zaakbelastingen (verder OZB), hondenbelasting en de parkeerbelasting behoren tot deze categorie. Bestemmingsheffingen zijn belastingen waarvan de opbrengsten zijn bestemd voor specifieke voorzieningen met een duidelijk algemeen belang. Onder deze categorie vallen de afvalstoffen- en de rioolheffing. Retributies worden geheven als de gemeente een specifieke dienst verleent. De leges vormen de belangrijkste retributies in de gemeente Doesburg. Voor bestemmingsheffingen en retributies geldt dat er geen winst gemaakt mag worden. De opbrengst mag daarom niet hoger zijn dan de kosten die gemaakt moeten worden om de dienst te verlenen.

De opbrengsten van de gemeentelijke belastingen en leges Voor de belangrijkste gemeentelijke belastingen zien de primaire ramingen voor 2022 in vergelijking met 2021 (inclusief begrotingswijzigingen 2021) er als volgt uit:

Pagina 47 van 128

Belastingsoort

2021

2022

1.671.882

1.761.266

Eigenaar niet woningen

275.000

278.575

Gebruiker niet woningen

178.000

180.314

Afvalstoffenheffing

1.512.852

1.532.519

Rioolheffing

1.130.468

1.178.121

Hondenbelasting

53.432

54.127

Parkeerheffingen

577.854

616.439

Toeristenbelasting

378.091

383.006

Algemene dienstverlening

226.130

258.575

Omgevingsvergunning

330.048

334.339

Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn

19.728

19.984

OZB Eigenaar woningen

Leges

De ontwikkeling van de tarieven in 2022 De inwoners van de gemeente krijgen jaarlijks een aanslag gemeentelijke belastingen. Voor de beoordeling van de lastendruk zijn de tarieven dan ook van groot belang. Naast volumeontwikkelingen (bijvoorbeeld toename aantal woningen) en kostenontwikkelingen (bijvoorbeeld inzameling- en verwerkingsprijzen afval) is uitgegaan van een indexering van de tarieven 2021 met 2,25%. Samengevat hanteren we de volgende uitgangspunten voor de belastingen: Pagina 48 van 128

de tarieven stijgen in principe met 1,3%;

volumeontwikkelingen worden meegenomen;

afvalstoffenheffing en rioolheffing worden kostendekkend geraamd.

De belangrijkste tarieven voor 2022 (in vergelijking met het tarief 2021) zien er als volgt uit:

Belastingsoort

Tarief 2021

Tarief 2022

Percentage

0,1435%

0,1454%

1,3%

OZB voor woningen:

-

tarief eigenaar per WOZ-waarde

OZB voor niet-woningen:

-

tarief eigenaar per WOZ-waarde

0,2182%

0,2210%

1,3%

-

tarief gebruiker per WOZ-waarde

0,1592%

0,1613%

1,3%

€ 226,00

€ 229,00

1,3%

Afvalstoffenheffing vastrecht:

-

vastrechtbedrag per jaar

Afvalstoffenheffing per aanbieding:

-

een 240 liter container voor restafval

€ 10,85

€ 11,00

1,3%

-

een 240 liter container voor GFT

€ 4,90

€ 4,95

1,3%

Pagina 49 van 128

Belastingsoort

Tarief 2021

Tarief 2022

Percentage

-

een 140 liter container voor restafval

€ 6,35

€ 6,45

1,3%

-

een 140 liter container voor GFT

€ 2,85

€ 2,90

1,3%

-

een ondergrondse container 30 liter restafval

€ 1,35

€ 1,35

1,3%

-

een ondergrondse container 60 liter restafval

€ 2,70

€ 2,70

1,3%

€ 0,00

€ 0,00

0,00%

€ 2,25

€2,31

2,8%

een container voor plastic-, metaal- en drankenverpakkingen (PMD)

Rioolheffing: -

per m3 waterverbruik

Hondenbelasting:

-

1e hond

€ 49,35

€50,00

1,3%

-

2e hond

€ 73,65

€ 74,60

1,3%

-

iedere volgende hond

€ 110,80

€ 112,25

1,3%

Pagina 50 van 128

Belastingsoort

-

hondenkennel

Tarief 2021

Tarief 2022

Percentage

€ 246,60

€ 249,80

1,3%

1,3%

Toeristenbelasting:

-

algemeen tarief

€ 1,60

€1,60

-

hotel / bed & breakfast of airbnb

€ 2,50

€2,55

1,3%

Beschrijving van de beleidsvoornemens per belasting Algemeen We kennen een gesloten belastingstelsel. Dit betekent dat een gemeente een belasting alleen kan heffen als de wet daar nadrukkelijk de bevoegdheid toe geeft. Het beleid betreffende de gemeentelijke belastingen is o.a. opgenomen in de volgende documenten: 

Landelijke wet- en regelgeving;

Diverse belastingverordeningen;

Watertakenplan Olburgen (WTPO 2018-2022).

Onroerende-zaakbelastingen Onder de naam ‘onroerende-zaakbelastingen’ worden een gebruikers- en eigenarenbelasting geheven. Voor woningen wordt alleen een eigenarenbelasting geheven. Op basis van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) wordt ieder jaar van elk object de waarde vastgesteld. De waarde vormt de grondslag voor de berekening van de OZB aanslagen. Ontwikkelingen in de waarde als gevolg van de jaarlijkse herwaardering worden gecompenseerd via het tarief. De tarieven OZB voor 2022 zijn voorlopig vastgesteld zonder rekening te houden met de marktontwikkeling in Doesburg. Dit betekent dat de tarieven 2021 uitsluitend met de inflatiecorrectie van 1,3% zijn verhoogd. De definitieve OZB tarieven worden bepaald op basis van de daadwerkelijke waardeontwikkeling in Doesburg. Deze waardeontwikkeling is later dit jaar bekend. Dan kunnen de definitieve tarieven OZB 2022 berekend worden. Deze tarieven worden vastgesteld in de raadsvergadering van december 2021. Afvalstoffenheffing

Pagina 51 van 128

De afvalstoffenheffing wordt geheven om de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval te dekken. Deze heffing mag maximaal kostendekkend zijn. In Doesburg is de afvalstoffenheffing gebaseerd op Diftar (gedifferentieerde tarieven). Huishoudens betalen een vast deel en een variabel deel. Het vaste deel is voor alle huishoudens gelijk en moet de vaste kosten dekken. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten voor (ondergrondse) containers, het recycleplein en inzamelen verwerkingskosten. Het variabele deel bestaat uit het aantal keren dat de groene container aan de weg wordt gezet of de afvalzak in de ondergrondse restafvalcontainer wordt gedeponeerd. Vanaf 1 januari 2019 wordt het restafval in een ondergrondse container aangeboden. Dit wordt ook wel 'gespiegeld inzamelen' genoemd. Standaard zijn de ondergrondse restafvalcontainers uitgevoerd met een trommel voor 60 liter afvalzakken. Op 16 locaties verspreid door de stad zijn deze containers uitgevoerd met een trommel voor zowel 60 liter als 30 liter afvalzakken. De oude grijze minicontainer voor restafval kan gebruikt worden om het oud papier (gratis) aan te bieden. Alleen huishoudens in het buitengebied houden de grijze mini-container voor het aanbieden van restafval omdat in het buitengebied geen ondergrondse restafvalcontainers zijn geplaatst.

De tarieven voor de grijze minicontainers voor restafval blijven daarom in de belastingverordening staan. Huishoudens in de binnenstad of van hoogbouw kunnen ook een groene minicontainer krijgen voor het GFT (Groente-, Fruit- en Tuinafval). Voorwaarde is dat deze container op eigen terrein wordt geplaatst. Voor GFT kunnen huishoudens uit 2 containerformaten kiezen: 140 liter of 240 liter. Huishoudens kunnen daarnaast ook gebruik maken van een oranje minicontainer voor PDM (Plastic-, Metaal- en Drankenverpakkingen). Ook deze minicontainer moet op eigen terrein worden geplaatst. Het aanbieden van deze container is gratis. Op het recycleplein aan de Parallelweg Den Helder kan grof huishoudelijk afval tegen betaling worden aangeboden, zoals kapot en/of versleten meubilair, bouw- en sloopafval, gips en hout. Maar liefst 18 afvalstromen kunnen er gratis worden gebracht, zoals snoeiafval tot 500kg, bakolie en frituurvet, harde kunststoffen en piepschuim. Voor begrotingsjaar 2022 is besloten om de tarieven met de inflatiecorrectie van 1,3% te verhogen zodat 100% kostendekking bereikt kan worden. Bij de bepaling van de tarieven voor 2022 is uitsluitend rekening gehouden met de inflatiecorrectie van 1,3%. Uitgangspunt voor deze paragraaf is de primaire begroting 2022.

Rioolheffing De gemeente kan naast de zorg voor het riool ook voorzieningen bekostigen die het mogelijk maken in te spelen op de zorg voor het hemel- en grondwater binnen de gemeente. Op 22 februari 2018 is het Watertakenplan Olburgen 2018–2022 door de gemeenteraad vastgesteld. Er is daarbij gekozen voor de financieringsvariant dotaties midden. Dat wil zeggen dat de rioleringsvoorzieningen op middellange termijn worden gebruikt om de tarieven geleidelijk te laten stijgen. Uitgangspunt voor de bepaling van het tarief voor de rioolheffing is 100% kostendekking op grond van het vastgestelde watertakenplan. Hiermee komt het tarief voor de rioolheffing voor 2022 op €2,31 per m3 (afval)water. Dit is een stijging van 2,8% ten opzichte van het tarief 2021 (€2,25 per m3). Hondenbelasting

Pagina 52 van 128

De tarieven voor de hondenbelasting worden jaarlijks uitsluitend met de inflatiecorrectie verhoogd. Voor 2022 bedraagt deze algemene verhoging 1,3%. We kiezen voor een oplopend tarief per hond om ongebreidelde aanschaf van honden te ontmoedigen. Parkeerbelastingen De tarieven voor de parkeerbelastingen worden jaarlijks verhoogd met de inflatiecorrectie. Voor 2022 bedraagt deze algemene verhoging 1,3%. Dit jaar zijn de parkeertarieven in de parkeerautomaten niet meegenomen omdat een beperkte procentuele verhoging van de tarieven nu eenmaal lastig is door te voeren in de parkeerautomaten. Uitgangspunt voor deze paragraaf is de primaire begroting 2022. Toeristenbelasting De tarieven voor de toeristenbelasting worden jaarlijks doorgerekend met de inflatiecorrectie maar pas verhoogd wanneer het bedrag van de verhoging €0,05 of meer bedraagt. Bij de doorrekening van de inflatiecorrectie van 1,3% blijft het niet afgeronde algemene tarief voor 2022 binnen de marge van € 0,05. Dit tarief wordt dus niet gewijzigd en blijft op het niveau van 2021. Daarentegen stijgt het tarief voor de hotels, B & B's of Airbnb's met €0,05 van €2,50 in 2021 naar €2,55 in 2022. Uitgangspunt voor deze paragraaf is de primaire begroting 2022. Leges De leges zijn belastingen die de gemeente kan heffen voor het verstrekken van diensten. Er mag geen winst worden gemaakt.

Kruissubsidiëring in de legesverordening is wel toegestaan. Onder kruissubsidiëring wordt verstaan: het hoger vaststellen van tarieven van leges voor sommige diensten om daarmee de tarieven voor andere diensten laag te kunnen houden. Uit de hieronder ingevoegde tabel onder leges blijkt dat er inderdaad geen winst wordt gemaakt op de leges. Uitgangspunt voor deze paragraaf is de primaire begroting 2022. Precariobelasting voor ondergrondse kabels en leidingen Deze belasting is met ingang van 1 januari 2016 in Doesburg ingevoerd en kon nog geheven worden tot en met 2021. Deze opbrengst komt dus met ingang van 1 januari 2022 te vervallen en komt dus niet meer voor de primaire begroting.

Lasten- en baten overzicht van de kostendekkende tarieven Hieronder is inzichtelijk gemaakt hoe bij de berekening van de tarieven wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. Dit hebben we gedaan voor de tarieven van belastingen die hoogstens kostendekkend mogen zijn. Dit overzicht van kostendekkende tarieven ziet er voor 2022 als volgt uit:

Pagina 53 van 128

Toe te Dekking Leges / Titel Onderwerp

Taakveld

rekenen

Toe te rekenen baten in %

lasten*

Titel 1

Algemene dienstverlening

Basisregistratie personen (BRP)

0.2 Burgerzaken

127.759

4.760

4%

Naturalisatie en optie

0.2 Burgerzaken

9.738

3.451

35%

Reisdocument en rijbewijzen

0.2 Burgerzaken

128.078

89.404

68%

Burgerlijke stand

0.2 Burgerzaken

48.145

21.062

44%

Overige burgerzaken

0.2 Burgerzaken

150.854

2.744

2%

Verklaring Omtrent Gedrag (COVOG)

0.2 Burgerzaken

6.459

9.055

140%

Gehandicaptenkaart

0.2 Burgerzaken

3.801

6.422

169%

474.834

136.898

29%

308.371

333.595

108%

308.371

333.595

108%

Totaal titel 1:

Titel 2

Omgevingsvergunning

8.3 Wonen en Bouwen

Totaal titel 2:

Titel 3

Dienstverlening (vallend onder de Europese dienstenrichtlijn)

Pagina 54 van 128

Toe te Dekking Leges / Titel Onderwerp

Taakveld

rekenen

Toe te rekenen baten in %

lasten*

Uitvoering bijzondere wetten

1.2 Openbare orde en veiligheid

72.016

2.803

4%

Algemene plaatselijke verordening

1.2 Openbare orde en veiligheid

118.855

6.689

6%

Totaal titel 3:

190.871

9.492

5%

TOTAAL (titels 1, 2 en 3):

974.076

479.985

49%

Lijkbezorgingsrechten

7.5 Begraafplaatsen

0.4 Overhead

137.012

6.070

Totale kosten

Opbrengst belastingen

Overige opbrengsten

Totale opbrengsten

Dekking

143.082

67.247

0

67.247

47%

Pagina 55 van 128

Afvalstoffenheffing

7.3 Afval

1.234.233

0.4 Overhead inclusief btw en rente

319.914

2.1 Straatreiniging

162.519

6.3 Kwijtschelding

67.155

Totale kosten

1.783.821

7.3 Opbrengst belastingen

1.532.519

7.3 Overige opbrengsten

251.302

Totale opbrengsten

1.783.821

Dekking

100%

Marktgeld

3.1 Economische ontwikkeling

12.372

0.4 Overhead

9.004

Totale kosten

Opbrengst marktgelden

Totale opbrengsten

Dekking

21.376

7.828

7.828

37%

Pagina 56 van 128

Rioolheffing

7.2 Riolering

659.382

0.4 Overhead inclusief btw en rente

288.490

2.1 Straatreiniging

163.497

6.3 Kwijtschelding

68.297

Totale kosten

1.178.524

Opbrengst heffingen

1.178.121

Overige opbrengsten

644

Totale opbrengsten

1.178.765

Dekking

99%

Lokale lastendruk Het onderstaande overzicht geeft de berekende belastingdruk voor Doesburg 2022. Het gaat hierbij om de onroerende-zaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Deze worden gerekend tot de zogenaamde gemeentelijke woonlasten. De volgende uitgangspunten gelden bij de vergelijking van de belastingdruk van 2022 met die van 2021: 

onderscheid tussen huur en koop bij meerpersoonshuishoudens;

de gemiddelde WOZ-waarde in 2021 definitief: €228.000 x 0,1435% (tarief woningen 2021) = €327 ( gemiddelde OZB bedrag per huishouden);

de gemiddelde WOZ-waarde in 2022 voorlopig: €247.000 (gemiddelde waarde 2021 + 8,5%);

gemiddeld voorlopig tarief bij 8,5% waardestijging: 0,1340% ( 0,1454 / 1,085);

waterverbruik 125 m3 en 16 aanbiedingen 60 liter trommel ondergrondse container en 8 aanbiedingen 140 liter GFT container.

De belastingdruk voor de bewoners ziet er in 2022 ten opzichte van 2021 dan als volgt uit:

Pagina 57 van 128

Jaar

Meerpersoonshuishouden

OZB

Afval

Riool

Totaal

2021

in een huurhuis

-

292

281

573

2021

in een koophuis

327

292

281

900

2022

in een huurhuis

-

295

289

584

2022

in een koophuis

331

295

289

915

De lastendruk voor beide huishoudens stijgt gemiddeld met 1,8%. Weliswaar is de stijging van de belastingdruk bij de koopwoningen iets minder (0,2%) maar dat heeft te maken met een afrondingsverschil. De stijging is iets meer dan de inflatiecorrectie van 1,3%. Dit komt omdat het tarief rioolheffing in 2022 met 2,8% stijgt ten opzichte van 2021 om 100% kostendekking te bereiken. Daarnaast blijft het tarief per aanbieding voor een ondergrondse container gelijk ten opzichte van 2021. Dat heeft te maken met de geringe inflatiecorrectie waardoor niet is afgerond. Dit compenseert weer voor een deel de stijging van de rioolheffing.

Het kwijtscheldingsbeleid In de belastingverordeningen is geregeld dat kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen alleen verleend kan worden voor de afvalstoffenheffing, het onderhoudsrecht van graven, de rioolheffing en de OZB. Kwijtschelding wordt verleend op basis van de rijksnormen. De kwijtscheldingsnorm is 100% van de bijstandsnorm. In de begroting 2022 is een budget van €134.000 (exclusief uitvoeringskosten) opgenomen om uitvoering te kunnen geven aan het beleid.

Paragraaf B - Weerstandsvermogen en risicobeheersing Paragraaf B | Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen is gebaseerd op de primaire begroting 2022-2025 tenzij anders is vermeld in deze paragraaf. Het weerstandsvermogen is toereikend als er voldoende mogelijkheden zijn om financiële tegenvallers op te kunnen vangen. Hiervan is dus sprake als het saldo tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s positief is.

Pagina 58 van 128

Inventarisatie van de weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te kunnen afdekken. Er wordt onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Onder incidentele weerstandscapaciteit wordt verstaan de capaciteit die de gemeente heeft om éénmalige financiële tegenvallers op te vangen. Onder structurele weerstandscapaciteit worden de middelen begrepen die permanent inzetbaar zijn om tegenvallers op te vangen.

De weerstandscapaciteit van onze gemeente is: Onderdeel

Bedrag

Structurele weerstandscapaciteit

Onbenutte belastingcapaciteit

833.720

Totaal structurele weerstandscapaciteit

833.720

Incidentele weerstandscapaciteit

Algemene reserve

3.867.000

Bestemmingsreserve decentralisaties

0

Stille reserves materiële bezittingen (tellen niet mee)

0

Stille reserves financiële bezittingen (tellen niet mee)

0

Onvoorzien

Totaal incidentele weerstandscapaciteit

15.000

3.882.000

Onbenutte belastingcapaciteit

Pagina 59 van 128

De onbenutte belastingcapaciteit is voor onze gemeente berekend op afgerond €833.000 (ca. €76 per inwoner, uitgaande van 10.970 inwoners in 2021).

Afvalstoffenheffingen: De opbrengst van de afvalstoffenheffing is gebaseerd op 100% kostendekking . Conform de regelgeving in het kader van het BBV moeten opbrengsten die hiervoor worden geheven, daar ook voor bestemd blijven. Er is daarom bij dit onderdeel geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit.

Rioolheffingen: De opbrengst voor de rioolheffing is gebaseerd op 100% kostendekking op grond van het in 2018 vastgestelde watertakenplan. Conform de regelgeving in het kader van het BBV moeten opbrengsten die hiervoor worden geheven, daar ook voor bestemd blijven. Daarom is er ook bij deze heffing geen sprake is van onbenutte belastingcapaciteit.

Onroerende zaakbelasting: Op basis van de gemiddelde OZB belastingdruk in Gelderland (2020: €270 per inwoner) en de OZB belastingdruk in de gemeente Doesburg (2021: €194) is er sprake van een onbenutte belastingcapaciteit van ca. €76 per inwoner. Dit geeft een totale OZB capaciteit van afgerond €833.000.

Algemene reserve De totale beschikbare algemene reserve bedraagt eind 2022 €3.867.000 Daarbij is rekening is gehouden met de door de raad besloten mutaties.

Stille reserves Onder een stille reserve wordt verstaan het (positieve) verschil tussen de actuele waarde en de boekwaarde van een niet-bedrijfsgebonden vaste activa. Een niet-bedrijfsgebonden actief zou kunnen worden afgestoten zonder dat het functioneren van de organisatie van de gemeente Doesburg in het gedrang komt. Bij verkoop van dergelijke bezittingen ontstaan dus boekwinsten, die eenmalig vrij inzetbaar zijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen stille reserves in materiële bezittingen en stille reserves in financiële bezittingen.

Stille reserves in materiële bezittingen: Op dit moment beschikt onze gemeente over de navolgende stille reserves in materiële bezittingen: Objectnr. Activanr. Omschrijving

1128

144

Clubhuis harmonie Burgemeester,Nahuyssingel 2

Boekwaarde

Actuele waarde

Saldo

€ 25.490

€ 93.000

€ 67.510

Pagina 60 van 128

Objectnr. Activanr. Omschrijving

Boekwaarde

Actuele waarde

Saldo

1275

-

Parkeerplaats de Bleek, Burg. Flugi van Aspermontlaan

0

€ 583.000

€ 583.000

2126

98

Sporthal / sportzaal Armgardstraat 2a

0

€ 215.000

€ 215.000

3929

417

Sportterrein Looiersweg 2

€ 34.577

€ 1.015.000*

€ 980.423

4227 / 4489

-

Sportzaal Wilgenstraat 2 en peuterspeelzaal

0

€ 301.000

€ 301.000

4490

249

Sporthal Beumerskamp Breedestraat 39

0

€ 946.000

€ 946.000

5832

Clubhuis speeltuinvereniging Kindervreugd Marijkelaan 1

0

€ 230.000

€ 230.000

8675

Oranjesingel 22 grond

0

€ 62.000

€ 62.000

Oranjesingel 22 grond 2

0

€ 201.000

€ 201.000

€ 60.067

€ 3.646.000

€ 3.585.933

8676

418

Totaal

Het stadhuis, het stadsarchief, de brandweerkazerne, de stadswerf en alle onderwijsgebouwen zijn buiten beschouwing gelaten omdat deze bezittingen wel tot de bedrijfsgebonden vaste activa worden gerekend. Deze activa zijn namelijk voor het goed functioneren van de organisatie van belang. De genoemde actuele waarden zijn gebaseerd op WOZ-waarden (waardepeildatum 1-1-2020). In het overzicht zijn uitsluitend de objecten meegenomen waarvan de WOZ-waarde minimaal € 45.000 hoger ligt dan de boekwaarde. Omdat de mogelijkheden tot het feitelijk te gelde maken van deze stille reserves beperkt worden geacht, wordt in de berekening van de weerstandscapaciteit geen rekening meer gehouden met de berekende stille reserve in materiële bezittingen. Stille reserves in financiële bezittingen: Onder de financiële bezittingen worden de deelnemingen in bedrijven verstaan. Als er sprake is van een aanmerkelijk voordelig verschil tussen de boekwaarde van de deelnemingen en de potentiële verkoopwaarde van de deelnemingen, dan is sprake van een stille reserve in financiële bezittingen. Op dit moment beschikt onze gemeente over de navolgende stille reserves in financiële bezittingen:

Omschrijving

Boekwaarde

Opbrengstwaarde

Saldo

Aandelen BNG

69.030

€ 2.476.500

€ 2.407.470

Aandelen Alliander

8.168

€ 4.791.800

€ 4.783.632

Pagina 61 van 128

Omschrijving

Boekwaarde

Opbrengstwaarde

Saldo

Aandelen Vitens

1.997

€ 1.281.600

1.279.603

Aandelen Circulus-Berkel B.V.

22.235

€ 181.000

€ 158. 765

Totaal

101.430

€ 8.730.900

€ 8.629.470

De opbrengstwaarde is gebaseerd op eigen vermogen van de betreffende ondernemingen en het procentuele aandeel van onze gemeente in het aandelenkapitaal. EV * Deelnemingspercentage

Omschrijving

Boekwaarde Deelnemingspercentage

BNG

5.097.000.000

0,05%

2.548.500

Alliander

4.328.000.000

0,13%

5.626.400

Vitens

557.000.000

0,24%

1.336.800

Circulus-Berkel B.V.

15.200.000

2,90%

440.800

Omdat de verhandelbaarheid van de genoemde aandelen zeer beperkt is, wordt in de berekening van de weerstandscapaciteit daarom geen rekening gehouden met deze berekende stille reserve.

Onvoorzien De post onvoorzien is vastgesteld op een bedrag van €15.000.

Inventarisatie van de risico’s

Een risico is een kans op het optreden van een gebeurtenis met een nadelig financieel gevolg. De risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen zijn die risico’s die niet op een andere manier zijn ondervangen (bijvoorbeeld via verzekeringen of via gevormde voorzieningen). Doen deze risico’s zich voor dan moeten de nadelige financiële effecten hiervan ondervangen worden via het weerstandsvermogen. Risico wordt vaak als volgt gedefinieerd: Risico = Kans x Gevolg Een risico is groter wanneer de kans van optreden en de gevolgen van optreden groter zijn. Een groot gevolg gecombineerd met een minimale kans wordt in het algemeen als niet belangrijk beschouwd, net als een grote kans met een minimaal gevolg. Afhankelijk van de kans en het gevolg kan een risico op vier manieren worden aangepakt:

Pagina 62 van 128

Voorkomen: één of beide van de factoren kans en gevolg wegnemen;

Verminderen: één of beide van de factoren kans en gevolg afzwakken;

Uitbesteden: risico's onderbrengen bij verzekeraars;

Accepteren: alleen bij zeer kleine kans en/ of zeer kleine gevolgen

Structurele risico’s

Inkomensdeel WWB (BUIG): Het maximale risico is met ingang van de begroting 2014 niet meer volledig afgedekt. Dit betekent dat het gevolg afgerond €325.000 bedraagt, gebaseerd op 7,5% van het inkomensdeel. Het inkomensdeel voor de primaire begroting 2022-2025 is gebaseerd op de realisatie over 2020. Daarbij is er rekening gehouden met een afdekking van €100.000 door middel van een storting in de bestemmingsreserve BUIG. We houden rekening met 25% van het gevolg, te weten €81.250. Fluctuaties gemeentefonds: De algemene uitkering van het gemeentefonds maakt 60% uit van de gemeentelijke inkomstenbronnen. Dit betekent dat de financiële positie van de gemeente in sterke mate afhankelijk is van de ontwikkelingen binnen het gemeentefonds. Nadelige gemeentefondsontwikkelingen kunnen de financiële positie van de gemeente behoorlijk onder druk zetten. De algemene uitkering uit het gemeentefonds is in de primaire begroting 2022 geraamd op € 22,9 miljoen. Het maximale risico wordt geschat op 3% van dit bedrag, te weten €687.000. Er kunnen immers fluctuaties optreden door de onderuitputting op rijksuitgaven, die via het principe van trap-op-trap-af ook gevolgen hebben voor het gemeentefonds.

Incidentele risico’s Verleende gemeentegaranties en aan derden verstrekte geldleningen: De gemeente Doesburg heeft een aantal waarborgen verstrekt voor nog uitstaande geldleningen van derden, waaronder: Restantbedrag Geldnemer

Risicoprofiel

Kwalificatie

31-12-2020 Zorggroep Attent

€ 241.197

Middel

Gestichten van Weldadigheid

€ 2.160.000

Laag

Totaal

€ 2.401.197

10%

€ 240.120

Aan derden verstrekte geldleningen Daarnaast heeft onze gemeente een aantal leningen verstrekt aan derden. Aan de terug ontvangst van deze leningen zijn bepaalde risico’s verbonden. Dit betreft met name de navolgende leningen:

Pagina 63 van 128

Restantbedrag Geldnemer

Risicoprofiel

Kwalificatie

31-12-2020 Woonservice IJsselland

€ 1.216.714

Laag

Zwembad Den Helder*

€ 744.307

Laag

Tennisvereniging TVD 2002**

€ 372.731

Middel

Vitens

€ 47.740

Laag

Totaal

€ 2.381.492

5%

€ 119.075

*) deels verstrekt met hypothecaire zekerheid. **) formeel in 2019 getransporteerd; voor de volledigheid hier wel meegenomen. Het risico op deze waarborgen wordt ingeschat op 5%. Dit komt neer op een bedrag van € 119.075

De kwalificatie van de aan het zwembad verstrekte geldleningen wordt laag ingeschat vanwege de onderstaande calculatie: Zwembad Den Helder

Bedrag

Totale restantschuld per 31 december 2020

744.307

Executiewaarde zwembad (80% van de WOZ waarde €1.556.000, per peildatum 1-1-2020)

1.244.800

Maximaal risico

0

Verbonden partijen: Onze gemeente neemt deel aan diverse verbonden partijen. Een overzicht hiervan is terug te vinden in de paragraaf “Verbonden partijen”. De deelname aan deze partijen brengt bepaalde risico’s met zich mee. Rekening wordt gehouden met een maximaal risico van € 500.000 en een kans van 10%.

Algemene risico’s bouwgrondexploitatie: Bij het opstellen van grondexploitaties wordt ingespeeld op mogelijke risico’s. Gedurende de uitvoering van het project kunnen echter risico’s manifest worden die vooraf niet of niet juist zijn ingeschat. Dit kan met name het geval zijn bij exploitaties die zich over een langere periode van meerdere jaren uitstrekken. De risico’s kunnen worden onderverdeeld in gebied gerelateerde risico’s (bodem, archeologie e.d.) en marktrisico’s (economische ontwikkelingen, maatschappelijke ontwikkelingen e.d.). Het risicobedrag wordt grofweg ingeschat op 20% van de boekwaarde per 31 december 2020. Binnen Doesburg hebben we op dit moment te maken met 2 grexen. Beiden bevinden zich in de eindfase, gevolg hierbij is dat we een negatieve boekwaarde hebben (meer opbrengsten dan lasten). Voor de verwachte negatieve eindresultaat hebben wij reeds een voorziening getroffen. Het is niet gebruikelijk om een negatieve risico op te nemen van 20% van de huidige boekwaarde (totaal €-96.929). Derhalve nemen we voor de Grexen geen risico mee in de kwantificering.

Pagina 64 van 128

In de navolgende tabel worden de hiervoor genoemde risico’s van een financiële kwalificatie voorzien: Kans

Maximale risico

Kans x financieel gevolg

Fluctuaties gemeentefonds

3%

€ 22.000.000

€ 660.000

Open einde regelingen sociaal domein

50%

€ 750.000

€ 375.000

€ 22.750.000

€ 1.035.000

Structurele risico’s

Totaal

Incidentele risico’s

Kans

Gevolg

Risico

Verleende gemeentegaranties

10%

€ 2.401.197

€ 240.120

Verleende geldleningen

5%

€ 2.381.492

€ 119.075

Verbonden partijen

10%

500.000

50.000

Algemene risico’s bouwgrondexploitatie

20%

0

0

€ 5.282.689

€ 409.195

Totaal

Berekening weerstandsvermogen

Weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen. Bij weerstandsvermogen gaat het om de mate waarin de gemeente in staat is om middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder haar hele beleid om te hoeven gooien. Weerstandsvermogen bestaat uit een dynamische en een statische component. Het dynamische weerstandsvermogen kan worden berekend door de structurele risico’s in mindering te brengen op de structurele weerstandscapaciteit. Het statische weerstandsvermogen kan worden berekend door de incidentele risico’s af te trekken van de incidentele weerstandcapaciteit. Als de uitkomst positief is dan is er sprake van voldoende weerstandsvermogen.

Dynamisch weerstandsvermogen:

Bedrag

Structurele weerstandscapaciteit:

833.000

Structurele risico’s:

1.035.000

Saldo (tekort):

-/-202.000

Pagina 65 van 128

Statisch weerstandsvermogen:

Bedrag

Incidentele weerstandscapaciteit:

3.882.000

Af: Incidentele risico’s:

409.195

Saldo (overschot):

3.472.805

Op basis van de huidige inzichten kan dus geconcludeerd worden dat de structurele weerstandscapaciteit niet toereikend is. De incidentele weerstandscapaciteit is ruim toereikend. Indien de maximale omvang van de incidentele risico’s (meest negatieve scenario) worden afgezet tegen de incidentele weerstandscapaciteit dan is de uitkomst als volgt: Maximale incidentele risico’s t.o.v. de incidentele weerstandscapaciteit:

Bedrag

Incidentele weerstandscapaciteit:

3.882.000

Af: Incidentele gevolgen (maximale incidentele risico's):

5.282.689

Saldo (tekort):

-/- 1.400.689

Kengetallen

De onderstaande kengetallen zijn ingevolge artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording (BBV) opgenomen. De kengetallen maken het de leden van de gemeenteraad gemakkelijker inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente Doesburg. Onder de tabel vindt u een korte toelichting en duiding van de kengetallen. Op de volgende pagina staat een schematische weergave met een uitleg per kengetal opgesteld door het ministerie van Binnenlandse zaken en Koningsrelaties. Verloop van de kengetallen op grond van de primaire begroting 2022-2025: Kengetallen

W2020

netto schuldquote

-0,96%

netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-13,57%

solvabiliteitsratio

67,39%

grondexploitatie

-0,27%

structurele exploitatieruimte

-7,92%

belastingcapaciteit

107,20%

Pagina 66 van 128

Op het kengetal structurele belastingcapaciteit scoort de gemeente Doesburg 'gemiddeld' bij de provincie Gelderland als toezichthouder. Alle andere kengetallen kwalificeren als 'goed'. De gemeente Doesburg heeft namelijk veel eigen vermogen en geen schulden. Daarnaast hebben we een lage grondpositie waardoor we weinig risico lopen met grondexploitaties. Ons materieel begrotingssaldo is positief. Dit houdt in dat de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten. Daarnaast is er nog voldoende belastingcapaciteit.

Paragraaf C - Onderhoud kapitaalgoederen Paragraaf C | Onderhoud kapitaalgoederen In deze paragraaf wordt voor de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen, gebouwen, openbare verlichting en speelgelegenheden achtereenvolgens aandacht geschonken aan: 

het beleidskader

het beheer

actuele ontwikkelingen

kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties

C.1 Wegen

1.1 Het beleidskader De gemeente heeft de plicht een openbare weg te onderhouden (art. 15 Wegenwet), met uitzondering van rijkswegen en provinciale wegen. Verder kan de gemeente, als wegbeheerder, aansprakelijk worden gesteld op basis van het Burgerlijk Wetboek. Er zijn daarvoor twee mogelijke vormen: risicoaansprakelijkheid (art. 6:174 BW) en schuldaansprakelijkheid (art. 6:162 BW). Bij schuldaansprakelijkheid moet het slachtoffer bewijzen dat de wegbeheerder een fout heeft gemaakt.

Pagina 67 van 128

Er moet sprake zijn van een gebrek aan de weg. Bij risicoaansprakelijkheid hoeft dit bewijs niet te worden geleverd. Vanwege zowel de onderhoudsplicht als de mogelijke aansprakelijkheidstelling is het voor de gemeente van belang haar wegen goed te onderhouden. Leidraad voor onderhoud wegen is de systematiek voor rationeel wegbeheer (publicatie 147) van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW). Dit is het nationaal kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Als de gemeente werkt volgens deze richtlijnen, kan zij aantonen dat wegen naar behoren wordt onderhouden. In 2017 is het Beleidsplan Wegen vastgesteld, waarin wet- en regelgeving, lokale ambities en dergelijke zijn vertaald in kaders. Zo is er onder andere vastgesteld dat Doesburg werkt met beeldkwaliteiten, conform de Nota Ruimtelijke Kwaliteit (NRK).

1.2 Het beheer In 2017 is het beheerplan Wegen vastgesteld. In dit beheerplan wordt de (gewenste) werkwijze beschreven ten aanzien van beheer en onderhoud. Het wegenareaal wordt bijgehouden in een geautomatiseerd (beheer)systeem. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen zaken als het materiaal, de functie en de (beeld)kwaliteit. Door middel van een inspectie wordt frequent de huidige staat van het areaal in beeld gebracht. Op basis van een maatregelpakket wordt een planning voor de korte termijn door de beheersoftware gegeneerd; met een maatregeltoets worden de feitelijke werkzaamheden vorm gegeven in een onderhoudsplan. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar groot onderhoud en klein onderhoud. Groot onderhoud betreft voorziene werkzaamheden, voorvloeiend uit de inspectie. Bij klein onderhoud is er een budget van een bepaalde omvang vastgesteld. Dit omdat de ervaring leert dat een beperkt deel van de werkzaamheden zich moeilijk laten voorspellen. Daarnaast wordt gekeken of werkzaamheden integraal opgepakt kunnen worden. Dit wil zeggen dat samen met andere producten (bijvoorbeeld riolering) projecten worden gevormd of dat ze met andere voorgenomen projecten kunnen meeliften. In 2019 moet gewerkt gaan worden aan een budget voor de lange termijn, zodat in de begroting rekening gehouden kan worden met toekomstige pieken.

Voor dit budget moeten voor de beheersoftware nog de onderhoudscycli met de bijbehorende maatregel en bedragen worden geformuleerd. Hetzelfde geldt voor de rehabilitaties. Dit betreft investeringen voor het in z’n geheel vervangeng van een weg, inclusief de fundering.

1.3 Actuele ontwikkelingen Bij het beleidsplan en het beheerplan is vastgesteld dat de kwaliteit van de beheergegevens moet worden verbeterd. In 2019 zal hieraan verder worden gewerkt. Enerzijds betreft dit uitdetaillering areaalinformatie, anderzijds betreft dit onderhoudscycli en rehabilitaties. Een eerste, theoretische versie van het rehabilitatieplan voor wegen is in 2019 opgeleverd. Op basis hiervan wordt vanaf 2020 een structurele kapitaallast gereserveerd voor rehabilitaties. In 2022 zal een schouw van het wegenareaal uitgevoerd worden, waarmee tot een realistisch plan van rehabilitaties van de wegen gekomen kan worden.

Pagina 68 van 128

De wegenlegger is inmiddels opgeleverd. De gemeente os verplicht deze te hebben, conform art. 27 Wegenwet. In het kader van duurzaamheid zal er gekeken moeten worden naar energie- en materiaalgebruik. Voor wegen zou in het kader hiervan gekeken kunnen worden of asfalt met een bepaalde mate van wegdekreflectie toegepast kan worden, bijvoorbeeld op kruisingen; dit ter vervanging van openbare verlichting.

1.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren De omvang van het gemeentelijke wegennet bedraagt ongeveer 351.000 m2 verharding. Hiervan is ca. 134.000 m2 asfalt (hoofdzakelijk rijwegen en fietspaden) en ca. 217.000 m2 elementenverharding (hoofdzakelijk woonstraten en voet- en fietspaden).

C.2 Riolering

2.1 Het beleidskader De Wet Milieubeheer biedt het wettelijke kader voor de gemeentelijke rioleringstaak. Hierin wordt de gemeente verplicht een plan op te stellen waarin wordt aangegeven op welke wijze de gemeente haar watertaken wil uitvoering en bekostigen. Daarnaast zijn in het door de gemeenteraad vastgestelde Watertakenplan Olburgen 2018-2022 (WTPO) een aantal (nieuwe) watertaken en doelen vastgelegd. Dit watertakenplan is samen met de gemeenten Rheden, Bronckhorst en het Waterschap Rijn en IJssel opgesteld. Er is een gezamenlijke visie opgesteld in dit plan voor de riolering en zuivering. In het WTPO is het beleid en de (investerings)planning opgenomen voor de periode 2018 t/m 2022. De belangrijkste doelen zijn: 

Een effectieve en efficiënte inzameling, transporteren van afval-hemel en grondwater voor een bijdrage aan een goede volksgezondheid.

Een effectieve en efficiënte (afval)waterketen door samenwerken met (buur)gemeenten, waterschap en andere partijen.

Het leveren van een bijdrage aan een meer circulaire economie door samen met bedrijven en andere partners te werken aan het terugwinnen van energie en grondstoffen uit afvalwater.

Het voorkomen van wateroverlast;

Het beperken van nadelige gevolgen voor het milieu;

Een goede dienstverlening aan burgers en bedrijven op het gebied van water en riolering.

Het beleid is gericht op: 

zo min mogelijk maatschappelijke kosten voor burgers en bedrijven, ofwel doelmatigheid;

zo min mogelijk overlast voor de omgeving;

waar mogelijk toepassen van duurzame oplossingen en technieken.

Pagina 69 van 128

2.2 Het beheer Het beheer en onderhoud zijn afgestemd op genoemde doelen die in het WTPO zijn opgenomen en vinden met behulp van een geautomatiseerd rioolbeheersysteem plaats. Het dagelijkse beheer en onderhoud van de rioolgemalen en het gangbaar houden van het rioleringssysteem door middel van reiniging en inspectie is daarmee een belangrijk element. Daarnaast is een belangrijk hulpmiddel het regionaal meetsysteem. Hierin werken negen gemeenten (Bronckhorst, Lochem, Montferland, Zutphen, Oude IJsselstreek, Oost Gelre, Aalten, Doesburg en Arnhem) samen met Waterschap Rijn en IJssel. Er wordt gemeten maar ook geanalyseerd waardoor meer/beter inzicht wordt verkregen in het functioneren van het rioleringsstelsel. Samenwerken is belangrijk, (afval)water houdt zich niet aan gemeentegrenzen. Het regionaal meetsysteem past naadloos in de gemeentelijke opgave die in het bestuursakkoord water (BAW 2011) is opgenomen. Hierin is vastgelegd dat de meerkosten van het product riolering minder mogen stijgen (€380 miljoen in 2020 t.o.v. 2010). De drie K’s (Kosten,Kwaliteit en Kwetsbaarheid) zijn daarbij leidend. Steekwoorden zijn daarbij: kennisuitwisseling, toekomstbestendigheid, klimaatontwikkelingen. Aspecten waar gemeenten en waterschap mee worden geconfronteerd. Het regionaal meetsysteem helpt ons daarbij met behoud van de eigen autonomie.

Ons eigen RTC (Real Time Control), maakt deel uit van het regionale meetsysteem. Met het RTC kan het afvalwater bij hevige regenval worden gestuurd. Dit vindt plaats door middel van drie beweegbare schuiven waardoor het rioolstelsel in verschillende compartimenten worden verdeeld. Hiermee wordt optimaal gebruikt gemaakt van de berging van het rioolstelsel en worden water op straatsituaties en het aantal rioolwater-overstorten (op het oppervlaktewater bij hevige regenval) beperkt. De rioolgemalen Molengaarde en Broekhuizen hadden een leeftijd bereikt dat renovatie noodzakelijk was. Beide rioolgemalen zijn recent gerenoveerd.

2.3 Actuele ontwikkelingen In 2011 is het bestuursakkoord Water (BAW) ondertekend. Een belangrijk element van het akkoord is het intensiveren van de samenwerken binnen de waterketen. De waterketen betreft de infrastructuur voor het winnen, de productie en de distributie van drinkwater en vervolgens het transport, de zuivering en de lozing van gezuiverd afvalwater op het oppervlaktewater. Uitgangspunt is dat de verschillende onderdelen (waterwinning, transport en zuivering rioolwater en het oppervlaktewater) beter op elkaar worden afgestemd en meer gaan samenwerken. Beter samenwerken in de waterketen moet tevens leiden tot lagere kosten. De doelstelling is drieledig: 

het realiseren van een landelijke kostenbesparing van structureel in 2020 van 380 miljoen op de jaarlijkse kosten;

het verminderen van de kwetsbaarheid;

het vergroten van de kwaliteit van dienstverlening, beleidskeuzes en innovatievermogen

Doesburg maakt deel uit van het in 2014 opgerichte AWT Olburgen (Afvalwaterteam). In het AWTO werken de gemeenten Rheden, Bronckhorst en Doesburg gezamenlijk met het waterschap Rijn en IJssel aan de doelstelling van het BAW. Daarnaast werken wij in dezelfde samenstelling in de OAS Pagina 70 van 128

Olburgen (Optimalisatie Afvalwater Systeem). Omdat problematiek breder is dat alleen afvalwater is recent de naam gewijzigd in Waterteam Olburgen (WTO). Samen met onze partners van het Waterteam Olburgen geven we vorm aan de intenties van het BAW en de opgestelde visie van het afvalwaterteam Olburgen. Het WatertakenPlan Olburgen (WTPO) is in februari 2018 vastgesteld door de gemeenteraad. Doesburg heeft in 2016 en in de zomer van 2018 hinder gehad van Wateroverlast door hevige regenval. De klachten zijn geïnventariseerd en er hebben een aantal bewonersavonden plaatsgevonden om met bewoners te praten over de situatie bij hun in de straat. Er heeft een quickscan plaats gevonden om te onderzoeken of er op korte termijn mogelijkheden zijn om de wateroverlast in de toekomst te verminderen. Als vervolg op de quick-scan is er in het eerste kwartaal van 2018 een hemelwaterstructuurplan (HWSP) opgesteld voor de oude binnenstad. In het HWSP is het stelsel hydraulisch doorgerekend en zijn een aantal concrete maatregelen aangegeven om de wateroverlast in de binnenstad te beperken. In 2018 is gestart met de uitvoering van maatregelen die die wateroverlast moet beperken. Gestart is met het afkoppelen van het regenwater in de Meipoortwal, vervangen van het riool en aanleggen van een regenwaterriool in de Windmolenstraat.

Tevens is en een regenwaterriool in de Hogestraat, Koepoortstraat, Bergstraat, een deel van de Meipoortstraat en de Gasthuisstraat aangelegd en zijn ook deels de bestaande riolen vervangen. In het kernwinkelgebied (Kerkstraat, Ooipoortstraat en Meipoortstraat) zullen - gelijktijdig met de revitalisatie van dit gebied - maatregelen worden uitgevoerd in de vorm van het afkoppelen van regenwater. In 2021 is er een systeemanalyse stedelijk water uitgevoerd ( voormalig Basisrioleringsplan). In de analyse is gekeken naar de robuustheid van ons rioleringssysteem in combinatie met het oppervlaktewater. Uit de analyse is gebleken dat er op enkele plaatsen in Doesburg kans is op water op straat bij hevige toekomstige buien. In het nieuw op te stellen watertakenplan, waarmee dit jaar gestart zal worden zullen deze risico in plannen omgezet gaan worden. Dus nog meer regenwater afkoppelen van het rioleringsstelsel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=fe48f437-3946-4879-b690-bdf91e043269