Motivering bijlage 7 Archeologisch onderzoek TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Eekstraat 5
Tekst van het document
Transect-rapport 5431
Doesburg
,
Eekstraat 5
Gemeente Doesburg (GD) Archeologisch bureauonderzoek (BO) en inventariserend Veldonderzoek (IVO) , verkennende fase
archeologie, erfgoed, ruimte
transect:
(geanonimiseerd)
T:
030-7620705
3433 PH
E:
informatie@transect.nl
Nieuwegein
Auteur
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) BN Prospector)
Versie
Versie definitief
Projectcode
24050039
Datum
04-03-2025
Opdrachtgever
Buro SRO
Uitvoerder
Transect b.v.
b.v.
Overijsselhaven 3433
PH
(<A
127
Nieuwegein
(geanonimiseerd) Onderzoeksmelding Bevoegde Adviseur
(<A
(geanonimiseerd) BN Prospector)
Veldonderzoek
5621840100
overheid
bevoegde
overheid
Gemeente
Doesburg
Gemeente
Doesburg (vertegenwoordigd door van de gemeente Zutphen, dr. | (geanonimise rd)
de adviseur
(geanonimiseerd) Beoordeeld
Status
door gemeente
Doesburg (21-02-
2025) Beheer documentatie
Transect, Nieuwegein
Voorblad
Foto
van
het
veldonderzoek
plangebied ten tijde van (11-07-2024)
het
Autorisatie Naam Drs.
(geanonimiseerd)
(Senior
Paraaf
Datum 04-03-2025
(geanonimise rd)
Prospector)
KNA
ISSN: 2211-7067
© Transect, Niets
Nieuwegein
uit deze
op welke
uitgave dan
wijze
mag
Transect aanvaardt geen adviezen of het
me
gebruik
vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers.
worden
ook zonder
aansprakelijkheid van
de resultaten
archeologie, erfgoed, ruime
voor van
eventuele schade
dit onderzoek.
van
druk, fotokopie of
voortvloeiend uit de toepassing
van
de
Samenvatting In opdracht van Buro SRO b. v. heeft Transect b. v. in juli 2024 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Eekstraat 5 in Doesburg (gemeente Doesburg). Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend veldonderzoek (IVO). De vraagstelling van deze onderzoeken richt zich op het vaststellen en toetsen van de archeologische verwachting en de bepaling in hoeverre de voorgenomen ingrepen in het kader van de planvorming effect hebben op eventuele archeologische resten in het gebied. •
Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied een hoge archeologische verwachting heeft voor de periode Laat-Paleolithicum-Vroege Middeleeuwen en een middelhoge archeologische verwachting voor de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd. Het plangebied ligt in het rivierengebied op een terrasrest-rug bedekt met een laag dekzand. Van Bronstijd tot en met de Nieuwe Tijd (1550 v. Chr. – 1550 na Chr. ) lag het plangebied op de Oude IJssel stroomgordel. Vanwege de hogere ligging van het plangebied is het sinds het Laat-Paleolithicum een gunstige bewoningslocatie geweest. Er kunnen daardoor archeologische resten uit de periode LaatPaleolithicum-Vroege Middeleeuwen in de top van het dekzand aanwezig zijn. De verwachting hierop is hoog. Indien aanwezig worden de archeologische resten uit de periode LaatPaleolithicum-Vroege Middeleeuwen in de top van het dekzand verwacht vanaf een diepte van 30 tot 55 cm -Mv. Stroomontginningen waren vanaf de Late Middeleeuwen begonnen in het gebied. Op basis van historische kaarten was het plangebied gedurende de Nieuwe Tijd in gebruik als bouwland en lag langs een historische weg met bebouwingen. Hierdoor kunnen archeologische resten in de vorm van landbouwsporen aanwezig zijn. Er geldt een middelhoge archeologische verwachting voor het aantreffen van resten uit de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd.
Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is de hoge verwachting op resten uit de periode Laat-Paleolithicum – Vroege Middeleeuwen en de verwachting op sporen van landgebruik als de Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd bevestigd. Het plangebied ligt op terrasafzettingen. Boven de terrasafzettingen ligt een rivierduin. Archeologische resten worden op en in de top van de rivierduin verwacht. Deze afzettingen zijn aangetroffen vanaf 80-105 cm -Mv (958-924 m +NAP). Boven de natuurlijke afzettingen ligt een humeus bouwlanddek. Het bouwlanddek is omgewerkt. ,
,
•
,
,
Advies Voor het plangebied bestaat het voornemen een omgevingsvergunning aan te vragen voor de bouw 2 van een woning (120 m)2 en een bijgebouw (24 m). Voor het plangebied geldt een hoge verwachting op archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum – Vroege Middeleeuwen en een middelhoge verwachting op resten van landgebruik en terreininrichting uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd. De top van de natuurlijke afzettingen het rivierduin vormt het relevante archeologisch niveau. Deze afzettingen zijn aangetroffen vanaf 80-105 cm -Mv (958-924 m +NAP). Bij vlak-dekkende graafwerkzaamheden dieper dan 60 cm -Mv (978 m +NAP) adviseren wij een vervolgonderzoek uit te voeren (karterende en eventueel waarderende fase). Dit kan het beste plaatsvinden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Voor een dergelijk onderzoek zal een Programma van Eisen moeten worden opgesteld die op voorhand door de bevoegde overheid moet worden goedgekeurd. ,
,
,
,
,
Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de bevoegde overheid (de gemeente Doesburg) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.
Inhoud 1.
Aanleiding
1
2.
Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek
2
3.
Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied
3
4.
Planvorming en consequenties toekomstig gebruik
5
5.
Beleidskader
6
6.
Landschap geomorfologie en bodem
7
7.
Beschrijving bekende archeologische kenmerken
9
8.
Historische situatie huidig gebruik en bodemverstoringen
15
9.
Gespecificeerde archeologische verwachting
23
10.
Resultaten veldonderzoek
25
11.
Beantwoording onderzoeksvragen
27
12.
Conclusie en Advies
28
13.
Geraadpleegde bronnen
29
,
,
Bijlage 1: Archeologische periode-indeling voor Nederland
32
Bijlage 2: Plantekening
33
Bijlage 3: Archeologische beleidskaart van de gemeente Doesburg
34
Bijlage 4: Geomorfologie
36
Bijlage 5: Stroomruggenkaart
37
Bijlage 6: Hoogtekaart
38
Bijlage 7: Bodemkaart
40
Bijlage 8: Archeologische informatie
41
Bijlage 9: Boorpuntenkaart
42
Bijlage 10: Foto’s van boringen
43
Bijlage 11: Boorbeschrijvingen
44
1.
In
Aanleiding opdracht van
uitgevoerd van
in
plangebied
het onderzoek vormt
voor
een
In het
nieuwe woning
Omgevingsplan
uitgewerkt
in de
van
de gemeente
omgevingsvergunning
een
bijgebouw
een
in het
Doesburg
omgevingsplan.
Daarom een
is de
staan
De
de
—
archeologische
Archeologie
beleid
Gemeente
heeft. Vanwege
reiken. Dit betekent dat gezien de omvang
(1800 m?
met
bodemingrepen dieper dan
50
van cm
de voorgenomen
van
-Mv) een archeologisch
Het onderzoek
is uitgevoerd in overeenstemming met de eisen van de versie 4.2 en het Plan van Aanpak (geanonimiseerd) 2024). (KNA), Archeologie
de
vermeld
is echter nog niet
Doesburg (2010) deze
archeologisch onderzoek verplicht bij bodemingrepen, die groter zijn dan 50 m? Mv
de realisatie
van
juridische-planologische vereisten
Bestemmingsplan
Waarde
behoeve
ten
gebied.
binnen de gemeente.
toepassing waarin het plangebied
vooronderzoek
(geanonimiseerd) in | (geanonimiseerd) (gemeente Doesburg). De aanleiding |
de aanvraag
met
van
de
aan
ruimtelijke ontwikkelingen
voor
b.v.* in juli 2024 een archeologisch
Buro SRO b.v. heeft Transect
een
en
van
aanduiding is een dieper dan
50
cm
-
toekomstige ontwikkeling
vooronderzoek
Kwaliteitsnorm
nodig
is.
Nederlandse
|}
1
aan de eisen zoals gesteld in de kwaliteitsnorm ‘BRL SIKB 4000’, versie 4.1, en is gecertificeerd door procescertificaat. Transect b.v. is certificaathouder van de volgende protocollen: ‘KNA Protocol 4001 Programma van Eisen’, ‘KNA Protocol 4002 Bureauonderzoek’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Overig’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven’ en ‘Protocol 4004 Opgraven’, en staat geregistreerd bij het RCE en
Transect
middel
van
b.v. voldoet een
de SIKB.
transect:
archeologie, erfgoed, ruimte
2. Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek te weten een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) verkennende fase. ,
,
Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie cultuurhistorie geomorfologie bodemkunde en grondgebruik bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Hiervoor is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK) is opgenomen. Aanvullende (cultuur)historische informatie is verkregen uit historische kaarten. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbare geologische en geomorfologische kaarten geraadpleegd. ,
,
,
,
,
,
Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied. Hiermee ontstaat inzicht in de landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden geschikt was voor de mens. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek (IVO-O). De toegepaste methodiek in het veld wordt beschreven bij de beschrijving van de veldresultaten (Hoofdstuk 10). ,
,
,
Het onderzoek probeert hiermee aan de hand van feitelijke informatie antwoord te geven op de volgende vragen: • Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? •
Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante bodemniveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze?
•
In hoeverre zijn de archeologisch relevante bodemniveaus nog intact (verstoring erosie afdekkend substraat)?
•
Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag middelhoog en hoog?
,
,
,
Het resultaat van het archeologisch vooronderzoek is dit rapport met een conclusie omtrent het risico dat eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden verstoord als gevolg van de voorgenomen plannen. Op basis van dit rapport neemt het bevoegde overheid een beslissing in het kader van de vergunningverlening of planprocedure. Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de – verwachte – aan- of afwezigheid aard omvang ouderdom gaafheid conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4002 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 4. 2 (KNA 4. 2). Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4003 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 4. 2 (KNA 4. 2). ,
,
,
,
,
,
2
3.
Afbakening
het
van
plan- en onderzoeksgebied
Gemeente
Doesburg
Plaats
Doesburg
Toponiem
Eekstraat 5
Kaartblad
40E
Centrumcoördinaat
208.341
Binnen
het
archeologisch
onderzoeksgebied. plaatsvinden. gebied
en
Het
wordt
Het
geval Het
straal
plangebied
Sectie D
van
bodemkundige
circa 500 meter
plangebied
t‚
de
is weergegeven
begrenzingen
van
is circa
gebied het
plangebied
betrokken
en
1142 het
en
gemaakt
waarin de
het onderzoek
bij
nummers
is onderscheid
omvat
plangebied ligt aan
plangebied
is het
onderzoeksgebied
(cultuur)historische een
bureauonderzoek
om
tot
situatie in het
rond het
een
/ 448.154
in het
plangebied
geplande bodemingrepen en
deel
een
van
het direct
beter inzicht te komen
plangebied.
Het
in de
en
het
zullen
omringende archeologische,
onderzoeksgebied
beslaat in dit
plangebied.
(geanonimiseerd) in | (geanonimiseerd) (gemeente Doesburg). De ligging van het | in figuur 1. Kadastraal
gezien
1143. Ten oosten
het
plangebied
1800 m? groot.
archeologie, erfgoed, ruimte
worden
van
gevormd
omvat
plangebied
het
plangebied
de
percelen
bevindt zich de Eekstraat.
door de grenzen
van
de
aanliggende
DBGO2 De overige
kavels.
Het
Figuur 1: Ligging van het plangebied (met rode lijnen aangegeven , bron: www. pdok. nl).
4
4. Planvorming en consequenties toekomstig gebruik Kader
Aanvraag BOPA
Oppervlakte plangebied
1800 m 2
Planvorming
Nieuwbouw woning
Omvang verstoringen
120 m 2 woning 2 24 mbijgebouw
Bodemverstorende werkzaamheden
Graafwerkzaamheden
Diepte verstoring
> cm) Onbekend (50
Het voornemen bestaat om in het plangebied een nieuwe woning te realiseren. De omvang van de toekomstige woning is 120 m 2 met een bijgebouw van 24 m.2 De plantekening is te zien in bijlage 1. Om de bebouwing mogelijk te maken is een BOPA nodig. De bodemingrepen zullen naar verwachting het bodemarchief en daarmee eventuele aanwezige archeologische waarden aantasten. Hoe diep de ingrepen zullen reiken is echter nog niet bekend aangezien de technische tekeningen voor de bebouwing nog worden opgesteld. ,
Er zijn geen effecten op het grondwaterpeil voorzien.
5
5. Beleidskader Onderzoekskader
Aanvraag omgevingsvergunning
Beleidskader
Bestemmingsplan Gemeente Doesburg (2010)
Onderzoeksgrens
50 m 2 en dieper dan 50 cm –Mv
In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend; ook wel het Verdrag van Malta of Valletta genoemd naar het eiland en de plaats waar het is ondertekend. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988 de Wet Milieubeheer de Ontgrondingenwet en de Woningwet op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Sinds juli 2016 is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door Erfgoedwet die de Monumentenwet 1988 vervangt. Het deel van het erfgoedbeheer dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving is sinds 1 januari 2024 opgenomen in de Omgevingswet. Hierin is bepaald dat gemeentes rekening moeten houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed bij het vaststellen van het omgevingsplan. Hieronder vallen dus ook bekende en/of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Dit is vastgesteld in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) artikel 5.130 lid 1.
In het belang van de archeologische monumentenzorg kan een gemeente vanuit het Omgevingsplan lokale regels stellen door monumenten (concreet) in de bodem te beschermen of ze juist vakkundig op te laten graven (lid 3 4 en 5). Ook kunnen ze vanuit het Omgevingsplan eisen stellen aan het onderzoek waaronder het onderzoeksthema en de onderzoeksvorm. Gemeentes hebben tot 2031 om tot een Omgevingsplan op te stellen. Tot die tijd geldt een Tijdelijk Omgevingsplan. ,
,
,
,
,
,
,
,
In het tijdelijk Omgevingsplan ‘Bestemmingsplan Gemeente Doesburg (2010)’ van de gemeente Doesburg staat dat het plangebied een Waarde – Archeologie heeft (bron: omgevingswet. overheid. nl). Deze regels zijn gebaseerd op de gemeentelijke beleidskaart waarop aan het plangebied een hoge waarde is toegekend (gemeente Doesburg; bijlage 3). Bij bouwwerken en/of bodemingrepen die groter zijn dan 50 m 2 én dieper reiken dan 50 cm -Mv is daarom archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk. Gezien het grotere verstoringsoppervlakte en -diepte betekent dat in dit geval er in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning een archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk is (zie hoofdstuk 4). ,
,
In het kader van de omgevingsvergunning dient de aanvrager een rapport aan de gemeente te overleggen waarin de archeologische waarde van het plangebied naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Afhankelijk van de uitkomsten van het archeologisch (voor-)onderzoek dat hiervoor nodig is kunnen aan de ontwikkeling regels worden verbonden ter behoud van belangrijke archeologische waarden. Deze kunnen bestaan uit technische aanpassingen of een veiligstellende opgraving. Het archeologisch vooronderzoek kan hiertoe worden uitgebreid met een al dan niet gecombineerd karterend en waarderend onderzoek zodat op basis van de KNAwaarderingssystematiek een waardestelling kan worden opgemaakt. ,
,
,
6
6.
Landschap, geomorfologie
bodem
en
Archeoregio
Rivierengebied
Geomorfologie
Terrasrest-rug
Maaiveld
9,5
Bodem
Ooivaaggronden
Grondwater
GWT-VI
10,5
tot
+NAP
m
Landschapsgenese Het
plangebied ligt in het oostelijke deel
dit gebied is grotendeels Het
landijs
geleden, lag één 2015).
gevormd
in de laatste
bereikte Nederland toen
De andere
Ten noorden
de twee
van
van
TT}
rivierengebied (geanonimiseerd) 2005).
het
van
ijstijd,
het Weichselien
niet. In het eerste deel
hoofdstromen de Rijn
de Rijn
van
oostelijk
van
Montferland
splitste de rivier zich in tweeën.
(Niersdal Rijn) lag ten zuiden Eén tak
noordelijke richting (de zogenaamde IJsseldal-Rijn) Rond-Montferland-Rijn).
IJsseldal-Rijn.
rivierloop
van
ten
oosten
zeespiegelbewegingen, zogenaamde restanten
van
grof zand
Hierbij
belangrijk.
uit
Volgens
de terrassenkaart
als terrassen
geleden).
en
Vanuit de vaak
droge fase
met
de
gevormd langs periode
jonger
een
geheel
terras
dat is gevormd
heeft tevens
het
aan
begin
de Rijn het Oude wel als
van
het dal
van
de Oude
van
vormen
van
rivierduinen
fungeerde Chr.
als overloop
(ongeveer 9700
Tijdens perioden
de
uit
(12.900
in het
rivierduinen
Boxtel, Laagpakket
archeologie, erfgoed, ruimte
jaar
(een zijn
van
Delwijnen.
plaatsgevonden (Formatie van
Chr.) en
in het
begin
van
Doesburg
het
het Boreaal heeft
van
hoge Rijnwaterstanden fungeerde gedurende
er
voor
gebied van van
de
lokale
de Oude
tot de
circa
7000 jaar
afwatering.
nauwelijks
van
nog
Pas vanaf 1800
IJssel, als gevolg
Rijn. Het dal
het nog
Laag van Wijchen
de Oude
Rijn, die bij hoogwater actief werd. Dit was het geval et
een
10.000
—
tot
van
een
IJssel circa 1500
al., 2012). De sedimenten die hierbij zijn afgezet,
beddingafzettingen (zand), oeverafzettingen (zandige/siltige klei) en komafzettingen
(zware klei).
t‚
bevindt zich
is dit ook in de omgeving
voor
van
overstromingsfrequentie
en
voor
afgezet
(Bronstijd-Late-Middeleeuwen; (geanonimiseerd) |
bestaan
De
aantrekkelijke vestigingsplaatsen.
Vanaf het Boreaal stroomde
sedimenten
toenemende sedimentlast
van
dekzand
vrij dikke laag rivierklei is afgezet, behorend
een
Kreftenheye).
plangebied,
in het Laat Glaciaal
de Formatie
tot
grootschalige afzettingen
IJsseldal verlaten.
weer
landschap.
IJssel, bovenop het reeds gevormde
Rijnwater door het dal van de Oude IJssel, dat enkel zorgde Chr. werden
De
achter in het
droogliggende bedding activiteit) verstuivingen optreden, waardoor
het Holoceen
van
overloop, waarbij
(Formatie
afzettingen.
kon in het Jonge Dryas
Wierden). Volgens | (geanonimise rd) et al. (2018)
geval. Archeologisch gezien
het
van
of gedeeltelijk
sterke eolische
van
de Rijn
(geanonimiseerd) et al. (2012) ligt het plangebied op een terras dat is gevormd |
van
noordoostzijde
Boxtel, Laagpakket
opheffing vormde
et al, 2015). De rivierterrassen landschap (geanonimiseerd) |
in het
Laagterras. Deze rivierduinafzettingen behoren In deze
werd de
en
van
sneed de rivier zich telkens in zijn eigen, oudere
het
terrasrand. Hier bevindt zich
voor
tektonische
en
(de
jaar geleden brak de
combinatie
een
22.000-12.900 jaar geleden, het Laagterras. Ten zuiden
tussen
Direct
Door
40.000
hoogst grind (Formatie van Kreftenheye).
bestaan
zeer
minder
rivierafzettingen blijven hierbij
liggen
boog
Rond
het IJsseldal in
af naar het westen
Rijk van Nijmegen (Gelderse-Poort-Rijn)
het
en
wisselende sedimentaanvoer
deze oudere
volgde
jaar
Rijk van Nijmegen.
Montferland
Montferland
een
het
geleden).
40.000
de
rivierterrassen.
oudste rivierterrassen
de andere tak
van
in
et al, (geanonimiseerd) |
plangebied ligt aan
Het
tussen
landschap
9700 jaar
Montferland
van
en
Rijn door de stuwwal
Het
het Weichselien tot zo’n
van
hoofdstroom
(115.000
—
na
Geologie Uit de
boring
(9,5 m +NAP) 24
zand
(13,5
-Mv
m
van
TNO
(40 m ten oosten
afkomstig van
de Formatie
van
Boxtel, Laagpakket
zand
de Formatie
van
Kreftenheye. Vervolgens
zand
van
-NAP)
m
geboorde diepte Twello
uit het Dinoloket
B40E0268
27
van
van
(16,5
-Mv
m
-NAP)
m
het
van
de Formatie
plangebied)
Delwijnen.
van
is tot
is tot 1
Daaronder is tot de maximale
aan
Kreftenheye, Laagpakket
van
-Mv
m
van
(bron: www.dinoloket.nl).
Geomorfologie Volgens
de
geomorfologische
4; bron:
www.pdok.nl). Op
de Oude
IJssel stroomrug
Nieuwe
Tijd; bijlage 5; | (geanonimiseerd)
interessante locaties,
kaart
de
relatief
Actueel
Op
het AHN
et
Vanuit
landschap.
op 11,0
+NAP.
Bodem
en
grondwatertrap
Volgens
de bodemkaart
en
er
delen
van
het
De
hoogteverschil
van
het
1800
v.
van
de
humeuze bruin
in het
na
plangebied
kan
(Bronstijd-
Chr.
na
40
is van relatief
grondwaterstand.
Er bestaat de
zijn. De grondwaterstand heeft
lange tijd
oevers
plangebied tussen 9,5 tot 10,5 is te zien dat de
en
Chr.
is VI 80
van
kleur
het
van
de stroomrug
komen
De bodem voor
(geanonimiseerd) 1989). |
en
sedimenten
ligt
(kaartcode Rd10C;
rivierkleigebieden.
(geanonimiseerd) |
afgezette
kaart is het
van
de Oude
in de
is
hogere
De aanwezige IJssel in het
(Bronstijd-Late Middeleeuwen). (op de bodemkaart).
cm
-Mv
droge gronden, verwachting naar
De top
te verwachten voor
+NAP
m
plangebied hoger ligt in
geomorfologische
stroomrug.
een
het
bovengrond. Ooivaaggronden
met
dat
Dit houdt in dat de
kan komen.
voor
dan
120
cm
maar
er
is wel
organische
verwachting weinig
juist goed geconserveerd
archeologie, erfgoed, ruimte
blijven de
aantrekkelijk voor bewoning.
met
ligging op
daarentegen dieper
algemeen sprake
verwachting
diep
gerelateerd worden
Chr. tot 1500
grondwaterstand (GLG)
on
gevolg
zijn vaak
grondwaterstand (GHG) tussen
naar
daarmee
in combinatie
dunne
een en
kunnen
grondwatertrap
deze
en
zijn in het plangebied ooivaaggronden
landschap
ooivaaggronden gebied
landschap
de rivier
van
www.pdok.nl). Ooivaaggronden zijn typerend
is sprake
tussen
het inactief worden
na
bijlage 6). Volgens het AHN
versie 5;
m
gerijpt
Chr. tot 1550
v.
(AHN)
Nederland
hoogteverschil waarschijnlijk
bijlage
Ook
deel in het
Gezien het
7; bron:
1550
een
valt af te leiden dat het maaiveld in het
ligt (bron: www.ahn.nl; het
(geanonimiseerd) et al. (2012) ligt het plangebied op |
gedurende
terrasrest-rug (kaartcode 3B43; bijlage
al., 2012). archeologische oogpunt zijn stroomruggen aangezien deze stroomruggen aantrekkelijke vestigingsplaatsen waren voor
hoger gelegen
van
een
van
die actief is geweest
Hoogtebestand
basis
op
kaart
geomorfologische
(pre)-historische samenlevingen. een
ligt het plangebied
zullen
-Mv
De
liggen. Dit betekent
sprake
resten
invloed
gemiddeld hoogste
gemiddeld laagste van
zijn gebleven.
op
over
het
enige variatie in de
nagenoeg
gehad
dat
volledig gedegradeerd
anorganische resten,
zodat
7.
Beschrijving bekende archeologische kenmerken Wettelijk
beschermd
Nee
monument
AMK terrein
Nee
Verwachting gemeentelijke kaart
Hoog
Archeologische waarden en/of
Nee
Wettelijk Het
beschermde
plangebied
voor
heeft
het Cultureel
informatie
status
volgens het centraal archeologisch informatiesysteem (Archis)
Erfgoed (RCE)
geen
Archeologische
Monumentenkaart
Het
is niet opgenomen
plangebied
beschermde
archeologisch wettelijk
de
van
Rijksdienst
status.
(AMK) op de
Archeologische
MonumentenKaart
(AMK).
Archeologische verwachting Op de gemeentelijke beleidskaart heeft het plangebied
verwachting is gebaseerd op daaronder Bekende Het
de verwachte
terrasrest-rug dat
een
ligging van
het
maakt
(geanonimiseerd) 2019). |
bewoningsmogelijkheden
onderdeel
Hieruit
booronderzoek wijst dat
uit
blijkt dat een
van
een
in 2019
voor
het
gebied
groot gedeelte
ook eventuele
gegeven
Informatie
het
van
plangebied
vondstmeldingen
IJssel stroomrug
met
geboden.
in de omgeving
informatie uit overige bronnen reeds
uitgevoerde
plangebied waarschijnlijk terrasafzettingen oeverafzettingen
verdwenen
diepe
het
is. Het
is, waarmee vermoedelijk
sporen zoals waterputten,
(bijlage 8). van
In tabel
1 is een
overzicht
plangebied,
in tabel
2 zijn de
podzolbodem.
Midden-Late
cm
In de top
het rivierduin
Tijd
bestaat uit twee
Tijd
crematiegraf.
-Mv. Uit de resultaten
vastgesteld
Romeinse
van
vanaf
Binnen
een
van
diepte
straal
(vondstrijke)
van
Tijd gevonden.
archeologie, erfgoed, ruimte
500
m
van
een
dun
af te leiden dat ter
laag dekzand
terrasafzettingen de
waren
het
zich tussen
een
uitgevoerde boor-, proefsleuvenonderzoeken nederzettingen aangetroffen
30 tot 55
cm
-Mv.
vondstmateriaal. De
kuilen, meerdere
rond het
plaatse van bovenop
met
bevinden
het rivierduin intact is vanwege de
van
mogelijke spiekers en
bestaat uit diverse
Neolithicum-Nieuwe
een
met
zijn. De
dat de top
was
verkregen.
onderzoeken
bedekt
de IJssel te verwachten
van
90 tot 200
opgravingen
Romeinse
(geanonimiseerd) en |
booronderzoek
weergegeven.
Archeologisch gezien valt uit de
on
Oude
uit overige bronnen
Er is geen aanvullende
van
van
is wel informatie bekend
de verschillende onderzoeken
van
verschillende
IJzertijd
de
lage archeologische verwachting
het dekzand
van
met
In de omgeving
een
had
uitgevoerd een
archeologische sporen, uitzondering afvalkuilen, en greppels, verloren zijn gegaan.
en
plangebied
Deze
archeologische waarden
plangebied
diepte
hoge archeologische verwachting.
een
plangebied
De
aanwezigheid uit de
en
uit de
uit de Midden-Late
gebouwplattegronden waren
IJzertijd
aangetroffen vindplaats
vindplaats
van
diverse vondsten
en
een
uit de
periode
Tabel
1: Overzicht van
2432505100
4737912100
de
archeologische
onderzoeken
rondom
het
plangebied (<500 m).
Toponiem
Afstand-windrichting
Grietstraat 14
345
Zomerweg, Eekstraat, Nieuwe
m
ten noorden
0m
Type onderzoek
Bevindingen
Bron
Booronderzoek
Rapport niet beschikbaar in Archis3/Datastation Archaeology.
(geanonimiseerd) |
Het
(geanonimiseerd) Nen (geanonimiseerd) PE (209)
Booronderzoek
plangebied
is gelegen in
een
kronkelwaardsysteem, waardoor
en
Eekstraat
(2014)
in het
er
plangebied diverse soorten afzettingen aanwezig zijn. De basis van de aangetroffen bodemprofielen bestaan deels uit komklei, dekzand. Een grote deel
verdwenen,
waarmee
archeologische
grotendeels
uit
het dekzand
is
en
van
vermoedelijk ook eventuele uitzondering
sporen, met
sporen zoals waterputten,
diepe
van
afvalkuilen, en greppels,
verloren zijn gegaan. 4587203100
Zomerweg
5
150
m
ten zuiden
Booronderzoek
In 2018 is een booronderzoek 5.
Zomerweg verkennend
uitgevoerd
Op basis van de resultaten booronderzoek is sprake
afzettingen op de Laag
van
een
Pleniglaciaal
rivierterras. In de top van de
afzettingen
is een Bw-horizont
Mv is vondstmateriaal
uit de
aanwezig.
uit de
en
In de
40 tot 110 cm
periode
Bronstijd-IJzertijd aangetroffen
het
van
Wijchen op
geroerde top vanaf een diepte van
(geanonimiseerd) 2012)
de
aan van
-
Late-
vondstmateriaal
periode Middeleeuwen-Nieuwe Tijd. Op
basis van dit vondstmateriaal worden vindplaatsen in of rond
het plangebied verwacht uit de periode
Late-Bronstijd-IJzertijd
en
Middeleeuwen. Uit de
10
t
archeologie, erfgoed,
ruimte
Nieuwe
Tijd worden
met name sporen
van
agrarisch landgebruik verwacht. 2389666100
Zomerweg
5
200
m
ten zuiden
Booronderzoek
In 2012 is
booronderzoek uitgevoerd
een
plangebied kent
5. Het
Zomerweg bodemopbouw.
De diepere ondergrond bestaat grindig, grof zand behorend tot pleistocene
terrasafzetting. Hierboven (tussen bevindt zich uit
2 en
matig fijn zand.
bodemvorming
waargenomen.
IJssel, bestaande uit kleibodemverstoringen
Pastoor
400
Blaisseweg 4
noordoosten
m
ten
Booronderzoek
Deze
zandlaag
en
de
van
zandlagen.
Er zijn geen
anders dan de bouwvoor
aangetroffen.
In geen
aanwijzingen
voor
van
de boringen zijn
de aanwezigheid
van
aangetroffen.
resten
In 2022 is een booronderzoek Pastoor
-Mv)
m
In de top hiervan is geen
wordt afgedekt door oeverafzettingen
5284962100
1,5
uit
dunne laag dekzand, bestaande
een
archeologische
(geanonimiseerd) (2013) BE
de
aan
uniforme
een
uitgevoerd
Blaisseweg 4. Tijdens het veldonderzoek
vastgesteld dat in de ondergrond
van
(geanonimiseerd) (2022) TR
de
aan
is
het
plangebied terrasafzettingen aanwezig zijn, de top zich bevindt op 90 tot 155
waarvan
(8,65
—
9,5
m
afgedekt door
+NAP). een
De
-Mv
cm
terrasafdekkingen worden
rivierduin. In de top van het
rivierduin heeft bodemvorming plaatsgevonden,
getuige de aanwezigheid van inspoelingshorizont, ook
een
en
een
in sommige
oude akkerlaag aanwezig.
gevallen
is er
De top hiervan
bevindt zich onder de bouwvoor op 30 tot 55 cm
+NAP). Op grond hiervan is een hoge verwachting vastgesteld voor het plangebied Mv
(9,5
-
—
9,85
m
11
Pi
archeologie, erfgoed,
ruimte
vanaf het Laat-Paleolithicum-Late Middeleeuwen.
Archeologische en
resten uit het Laat-Paleolithicum
Mesolithicum bevinden zich hoog in de
bodemprofiel. en
Gezien de
diepte van de bouwvoor
de scherpe overgang met de top van het
rivierduin, heeft hier enige
mate
van
verstoring
binnen het bodemprofiel opgetreden. Zodoende is de archeologische verwachting
voor de periode bij laag. Voor wat betreft de periode
te stellen naar
Neolithicum-Late Middeleeuwen
verwachting van
2286609100
Pastoor
400
Blaisseweg
m
ten oosten
Proefsleuvenonderzoek
blijft de archeologische resten hoog, de top
op
het rivierduin is intact.
In 2015 is
proefsleuvenonderzoek uitgevoerd
een
aan
de Pastoor Blaisseweg. Tijdens de opgraving is
een
klein deel van
IJzertijd
en
een
nederzettingen
gedeelte
een
van
uit de Midden-Laat
blootgelegd.
De
uit de
De meeste
een
aangetroffen
Het betreft diverse vier verschillende
en
4°
eeuw.
Tijd bestaat
Tijd
en
de Germaanse
Romeinse
Tijd.
(vondstrijke) kuilen, delen van gebouwplattegronden
De nadruk
van
en
een
datering ligt op de 3°
Het vondstmateriaal uit
sporen
van
uit de Midden-Laat
crematiegraf.
Romeinse
mogelijk twee
en
vondsten echter zijn afkomstig
nederzetting
uit de
aangetroffen nederzettingsresten
IJzertijd betreffen
spiekers.
(2015)
Germaanse
een
nederzetting
(geanonimiseerd) en Norde B
uit de Romeinse
handgevormd lokaal aardewerk
en
importmateriaal.
12
Pi
archeologie, erfgoed,
ruimte
RN
5
(geanonimiseerd)
13
t‚
archeologie, erfgoed, ruimte
Tabel 2: Overzicht van de vondstmeldingen rondom het plangebied (500 < m).
Zaak-ID
Toponiem
Afstandwindrichting
Datering
Type onderzoek
Omschrijving vondstmelding
2261782100
Pastoor Blaisseweg Veldweg
450 m ten
Neolithicum-Nieuwe Tijd
Archeologisch: boring
Aardewerk keramiek bekers en baksteen waren hier aangetroffen uit de periode Neolithicum-Nieuwe Tijd.
Archeologisch: opgraving
Handgevormd aardewerk was hier gevonden uit de periode Midden IJzertijd. Daarnaast waren glas gedraaid aardewerk en pijpen aangetroffen uit de periode Nieuwe Tijd.
Archeologisch: boring
Baksteen aardewerk en pijpen waren hier aangetroffen uit de periode Vroege Middeleeuwen-Nieuwe Tijd.
5461614100
4587203100
,
oosten
Pastoor Blaisseweg 4
420 m ten noordoosten
IJzertijd-Nieuwe Tijd
Zomerweg 5
170 m ten zuiden
Middeleeuwen-Nieuwe Tijd
,
,
,
,
14
8. Historische
situatie, huidig gebruik
Landschapstype
Rivierengebied
Cultuurhistorische Aard historisch
elementen
Nee
landgebruik
Bouwland
Historische
bebouwing aanwezig
Bebouwing
van
grondgebruik,
de
ondergrond
dat
hebben
Nee
in het
plangebied
geven in de
boerenplaatsen
oorspronkelijke
archeologische resten).
wegen),
en
bodem
heeft
gehad (en
omwoeling, egalisatie, ontgraving
sanering,
geleid
en
verstikking van
Historische Het
achtergronden
plangebied
van
is onderdeel
cultuurlandschap Achter-Drempt
rivierterassengebied
een
de
ook in de negatieve effecten,
omwerking
op
ophoging
die
de bodem
door
die kunnen
hebben
van
ontwatering
en
-situatie
en
ligt in het buitengebied
en
Gelderland
waar
anderzijds
daarmee op eventueel aanwezige
de bodem.
het
van
kan zijn sporen in
oude kaarten informatie omtrent
gedoeld
ook
maar
het
van
de Cultuurhistorische Waardenkaart het zich in
maar
Met dit laatste wordt niet alleen
verkleuring, verdroging
plaatsgevonden,
aanwezigheid van archeologische vindplaatsen
en
tot
heeft
achtergelaten. Enerzijds herbergen die inzicht kan
historische op de
de jaren heen
over
voormalig landgebruik landgebruik
Nee
cultuurhistorische waarde
Het
(bijvoorbeeld
bodemverstoringen
en
(CWH;
bron:
geoportaal.gelderland.nl)
oude ontginning hebben
stroomrugontginningen
waarvan
vanaf de Middeleeuwen
begonnen (geanonimiseerd) 2015). |
Doesburg. Volgens
van
plaatsgevonden.
bevindt
Dit betreffen
hoofdstructuurlijnen nog aanwezig zijn. Ontginningen
waren
Op de oudst geraadpleegde kaart, de Hottingerkaart uit 1780, is te zien dat het plangebied onbebouwd
(figuur 2). Op
is
de Kadastrale Minuut
beeldbank.cultureelerfgoed.nl), weg
ten
noorden
oosten.
en
landschap, namelijk gebleven het
tot
plangebied
is een
historische weg
een
De eekstraat in het
weg
plangebied aanwezig tot 1975
gedeelte was
dat het
De oude weg
de Eekstraat.
1940 toen
het
het
plangebied.
gebouw
verdwenen
van
bijgebouw Militair
was
door
een
toen
de weg
en
grote
in 2000 kwam storm
was
ook
in
gebruik
bron:
is als bouwland
met
is tot heden aanwezig
en
oude
een
in het
in 1900 verhard. Deze situatie is hetzelfde
was
westelijk gedeelte
In 1975 kwam
(figuur 3;
uit 1811-1832
is te zien
van
het
plangebied
kwam.
uitgebreid
en
ligt daarna
direct naast
een
bebouwing
in het
plangebied
Deze weg het
liggen.
te
bijgebouw in het plangebied. ingestort (figuren 4-13; bron: topotijdreis.nl). er een
nieuwe
was
in
westelijk In 1984
De
Erfgoed
Op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) is het plangebied aangeduid als aandachtsgebied.
plangebied
bevindt zich in een
IJsselstellung de Westwall
is
te houden
tegen
verwachtingen
op
stelling die in 1944/1945
Duitse
een
militaire
Het
linie, namelijk de IJsselstellung linie uit de Tweede Wereldoorlog. De de Geallieerden
van
objecten, raketinslagen
is aangelegd om een omtrekkende beweging (bron: www.ikme.nl). Er zijn geen andere of
de
aan
van
Wereldoorlogen gerelateerde
verschijnselen (bronnen: www.vergeltungswaffen.nl, www.bunkerinfo.nl; www.tracesofwar.com, www.explosievenopsporing.nl). Huidig gebruik Het
en
bodemverstoringen
plangebied ligt ten tijde van
bijgebouw gebouwd ingestort
en
in het midden
tijde
niet
archeologie, erfgoed,
ruimte
staat
ten
het onderzoek het
plangebied.
in het
plangebied.
van
meer
begroeid
met
De
gras
en
bomen.
In 2000
bijgebouw was door
een
was
grote
er
een
storm
15
on
Er zijn geen andere aanwijzingen voor bodemverstoringen in het plangebied (figuur 13; bronnen: bagviewe. kadaster. nl; www. bodemloket. nl).
16
Figuur 3: Het plangebied (rood omlijnd) op de Hottingerkaart uit 1780 (geanonimiseerd) 2003). (bron: |
208000
208250
Figuur 2: Het plangebied (rood omlijnd) op het Kadastrale Minuutplan 1811-1832 (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl).
uit
17
ft
archeologie, erfgoed,
ruimte
Figuur 4: Uitsnede van een topografische kaart uit 1880 (bron: www. topotijdreis. nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
Figuur 5: Uitsnede van een topografische kaart uit 1900 (bron: www. topotijdreis. nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
18
Figuur 6: Uitsnede van een topografische kaart uit 1925 (bron: www. topotijdreis. nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
Figuur 7: Uitsnede van een topografische kaart uit 1940 (bron: www. topotijdreis. nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
19
Figuur 8: Uitsnede van een topografische kaart uit 1955 (bron: www. topotijdreis. nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
Figuur 9: Uitsnede van een topografische kaart uit 1962 (bron: www. topotijdreis. nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
20
Figuur 10: Uitsnede van een topografische kaart uit 1975 (bron: www. topotijdreis. nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
Figuur 11: Uitsnede van een topografische kaart uit 1984 (bron: www. topotijdreis. nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
21
Figuur 12: Uitsnede van een topografische kaart uit 1995 (bron: www. topotijdreis. nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
Figuur 13: Uitsnede van een luchtfoto uit 2019. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven (bron: www. pdok. nl).
22
9.
Gespecificeerde archeologische verwachting
Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied een hoge archeologische verwachting heeft voor de periode Laat-Paleolithicum-Vroege Middeleeuwen en een middelhoge archeologische verwachting voor de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd. Het plangebied ligt in het rivierengebied op een terrasrest-rug bedekt met een laag dekzand. Van Bronstijd tot en met de Nieuwe Tijd (1550 v. Chr. – 1550 na Chr. ) lag het plangebied op de Oude IJssel stroomgordel. Vanwege de hogere ligging van het plangebied is het sinds het Laat-Paleolithicum een gunstige bewoningslocatie geweest. Er kunnen daardoor archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum-Vroege Middeleeuwen in de top van het dekzand aanwezig zijn. De verwachting hierop is hoog. Indien aanwezig worden de archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum-Vroege Middeleeuwen in de top van het dekzand verwacht vanaf een diepte van 30 tot 55 cm -Mv. Stroomontginningen waren vanaf de Late Middeleeuwen begonnen in het gebied. Op basis van historische kaarten was het plangebied gedurende de Nieuwe Tijd in gebruik als bouwland en lag langs een historische weg met bebouwingen. Hierdoor kunnen archeologische resten in de vorm van landbouwsporen aanwezig zijn. Er geldt een middelhoge archeologische verwachting voor het aantreffen van resten uit de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd. ,
,
Stratigrafische positie Archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum-Vroege Middeleeuwen worden in de top van het dekzand verwacht. Indien aanwezig worden de archeologische resten vanaf een diepte van 30 tot 55 cm -Mv verwacht. Archeologische resten uit de Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd worden vanaf maaiveld verwacht. ,
Complextypen In het plangebied kunnen grondsporen en diepere sporen in de vorm van waterputten afvalkuilen en greppels aanwezig zijn uit de periode Neolithicum-Middeleeuwen. Daarnaast kunnen nederzettingssporen aangetroffen worden in de vorm van huisplaatsen (boerderijen). Sporen van landgebruik uit de Nieuwe Tijd kunnen ook aangetroffen worden. De omvang van de vindplaatsen kan variëren maar de verwachting is dat deze tussen de 100 en 2000 m 2 ligt. ,
,
,
Wat betreft huisplaatsen kenmerken deze zich naar verwachting door de aanwezigheid van een cultuurlaag in de top van het zand. Hierin zijn afvalresten aanwezig in de vorm van aardewerk al dan niet verbrand bot en baksteenresten. Ook zullen in deze lagen grondsporen aanwezig zijn als onderdeel van palen van structuren (huizen bijgebouwen) en afval- en beerkuilen en waterputten. Sporen van landgebruik en/of begraving kenmerken zich met name door de aanwezigheid van grondsporen. ,
,
De gespecificeerde archeologische verwachting is nader weergegeven in onderstaande tabel 3. Prospectiekenmerken , zoekstrategie en advies Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verworven resultaten is het in eerste instantie de vraag in hoeverre in het plangebied nog archeologisch relevante niveaus aanwezig zijn. Om dit te kunnen toetsen dient de lithologische opbouw van de ondergrond en de mate van intactheid van de bodem te worden vastgelegd. Dit kan plaatsvinden door middel van een verkennend booronderzoek. Op grond van dit onderzoek kan dan een uitspraak worden gedaan of en in hoeverre archeologische resten te verwachten zijn. ,
23
Tabel 3: Gespecificeerde archeologische verwachtingstabel.
1
Archeologische verwachting Datering
2 3 4 5
Complextype Omvang Diepteligging Gaafheid en conservering
6 7
Locatie Uiterlijke kenmerken (artefacten en type indicatoren) Mogelijke verstoringen
8
Reden Het plangebied ligt op een terrasrest-rug dat hoger ligt in het plangebied. Daarnaast was het plangebied onder direct invloed van de Oude IJssel stroomgordel gedurende de Bronstijd-Nieuwe Tijd. Vanwege de hogere ligging heeft het plangebied bewoningsmogelijkheden geboden vanaf de LaatPaleolithicum. Hierdoor geldt er een hoge archeologische verwachting voor het aantreffen van resten uit de LaatPaleolithicum-Vroege Middeleeuwen. Middelhoog MiddeleeuwenVanaf de Late Middeleeuwen was het plangebied ontgonnen Late en was daarna in gebruik als bouwland. Vanaf de 18 e eeuw Nieuwe tijd lag het plangebied langs een historische weg met bebouwingen. Het plangebied zelf was in gebruik als bouwland. Hierdoor geldt er een middelhoog archeologische verwachting voor het aantreffen van resten uit de Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd. Nederzettingen (jachtkamp) huisplaatsen sporen van landgebruik 2 100-1000 m 2 (omvang jachtkamp); 500-2000 m(omvang huisplaats algemeen) Indien aanwezig; top van de terrasafzettingen. -/+ Door de lage grondwaterstanden en droge omstandigheden worden er geen onverbrande organisch resten meer verwacht. Anorganisch resten (bijvoorbeeld aardewerk en vuursteen) of verkoold organisch materiaal zijn naar verwachting en indien aanwezig wel goed geconserveerd. Op dit moment het hele plangebied. Vindplaatsen kenmerken zich naar verwachting door vondsten of cultuurlagen.
Hoog
Laat-PaleolithicumVroege Middeleeuwen
,
,
,
Er zijn geen verstoringen bekend behalve een bijgebouw dat ingestort en weggehaald was. ,
24
10.
Resultaten veldonderzoek
Onderzoeksmethodiek In
opdracht van
verkennende
Buro SRO heeft Transect b.v. in
fase, door
middel
omgevingsvergunning
uitgevoerd van
de
conform
boringen
zelf te
hebben
Edelmanboor
doorgezet.
bepalen.
de realisatie
diepte tot maximaal
een
met
diameter
een
boringen zijn
De
boringen zijn gelijkmatig
van
beschreven SIKB
in het
7
van
2008).
in het
cm
de
(geanonimiseerd) in | van
woning in het gebied
een en
is
het booronderzoek is het toetsen
van
plangebied,
-Mv
van
zoals deze is opgesteld intactheid
in
de bodem
van
zijn handmatig gezet
en
boringen
De
volgens
nieuwe
een
Het doel
aan
de aanvraag
als de
plangebied vijf boringen gezet (boring 1-5).
200
cm.
plangebied
een
zowel de mate
om
In totaal zijn in het
Boorbeschrijvingsmethode (ASB; De
van
Aanpak (Lacle, 2024).
van
boringen zijn daarbij gebruikt
9. De
bodemopbouw
een
behoeve
ten
het Plan
aanleiding
in
het onderzoek vormt
voor
gespecificeerde archeologische verwachting
Hoofdstuk
De
De
inventariserend veldonderzoek,
een
boringen uitgevoerd
van
(geanonimiseerd) (gemeente Doesburg). |
juli 2024
zijn minstens 30
de NEN5104
en
de
cm
met
in de
Archeologische
plangebied uitgezet.
ligging van
De
de
boringen
terrasafzettingen
Standaard
beschrijvingen zijn terug te vinden
Deze
behulp van
in
bijlage 11.
is opgenomen
in
bijlage 9. De coördinaten van de boorpunten zijn bepaald met een meetlint aan de hand van de bestaande topografie en de hoogte is aan de hand van het AHN bepaald (bron: www.ahn.nl). Veldwaarnemingen Ten is
tijde van
een
het veldonderzoek
deel met
opvallend figuur 14. van
Figuur
beton verhard reliëf. Foto’s
14: Foto's van
het
van
lag het plangebied
met
daarop opslag
het
plangebied
plangebied
ten
tijde van
braak
van
en
is begroeid
materieel.
ten
tijde van
het
veldonderzoek
met
gras. Alleen in het oosten
Het maaiveld is vlak:
er
is geen
het veldonderzoek zijn weergegeven
sprake in
(11-07-2024).
25
me
archeologie, erfgoed,
ruime
Bodemopbouw en lithologie Onderin de boringen vanaf 95-135 cm -Mv (942-894 m +NAP) is matig grof zwak tot matig siltig lichtbruingrijs zand met enkele roestvlekken aangetroffen. Door de mediane korrelgrootte is het zand geïnterpreteerd als beddingafzettingen van de Formatie van Kreftenheye. Hierboven ligt ter plaatse van boring 2 3 en 4 kleiig tot sterk siltig matig stevig zand vanaf 80-105 cm -Mv (958-924 m +NAP). Het zand is geïnterpreteerd rivierduinafzettingen van de Formatie van Boxtel. Hierboven ter plaatse van boring 2 3 en 4 en boven de beddingafzettingen ter plaatse van boring 1 is vanaf het maaiveld zwak tot matig humeus matig siltig matig fijn zand met houtskool bouwpuin en grindjes aangetroffen. Het zand is geïnterpreteerd als een opgebrachte humeuze laag. Deze laag is omgewerkt en hierin is zodoende de bouwvoor gevormd. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Boring 5 moest op 50 cm -Mv (964 m +NAP) worden gestaakt door een ondoordringbare puinlaag. ,
Archeologische indicatoren De grondmonsters zijn te velde onderzocht naar archeologische indicatoren. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Interpretatie Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is de hoge verwachting op resten uit de periode Laat-Paleolithicum – Vroege Middeleeuwen en de verwachting op sporen van landgebruik als de Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd bevestigd. Het plangebied ligt op terrasafzettingen. Boven de terrasafzettingen ligt een rivierduin. Archeologische resten worden op en in de top van de rivierduin verwacht. Deze afzettingen zijn aangetroffen vanaf 80-105 cm -Mv (958-924 m +NAP). Boven de natuurlijke afzettingen ligt een humeus bouwlanddek. Het bouwlanddek is omgewerkt. ,
,
26
11. Beantwoording onderzoeksvragen 1.
Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? Het plangebied ligt op terrasafzettingen van de Formatie van Kreftenheye. Hierboven liggen kleiige zandafzettingen. Deze afzettingen zijn geïnterpreteerd als rivierduinafzetinngen (Formatie van Boxtel). De natuurlijke afzettingen worden afgedekt door een humeus omgewerkt bouwlanddek. ,
2.
Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante niveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? Het archeologische niveau wordt gevormd door de top van de rivierduinafzettingen. Deze afzettingen zijn aangetroffen vanaf 80-105 cm -Mv (958-924 m +NAP). ,
,
3.
In hoeverre zijn de archeologisch relevante niveaus nog intact (verstoring , erosie , afdekkend substraat)? Het archeologische niveau wordt afgedekt door een omgewerkt bouwlanddek.
4.
Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag , middelhoog en hoog? In het plangebied geldt op basis van het veldonderzoek een hoge verwachting op resten uit de periode Laat-Paleolithicum – Vroege Middeleeuwen en een middelhoge verwachting op archeologische resten uit de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd.
27
12. Conclusie en Advies Conclusie • Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied een hoge archeologische verwachting heeft voor de periode Laat-Paleolithicum-Vroege Middeleeuwen en een middelhoge archeologische verwachting voor de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd. Het plangebied ligt in het rivierengebied op een terrasrest-rug bedekt met een laag dekzand. Van Bronstijd tot en met de Nieuwe Tijd (1550 v. Chr. – 1550 na Chr. ) lag het plangebied op de Oude IJssel stroomgordel. Vanwege de hogere ligging van het plangebied is het sinds het Laat-Paleolithicum een gunstige bewoningslocatie geweest. Er kunnen daardoor archeologische resten uit de periode LaatPaleolithicum-Vroege Middeleeuwen in de top van het dekzand aanwezig zijn. De verwachting hierop is hoog. Indien aanwezig worden de archeologische resten uit de periode LaatPaleolithicum-Vroege Middeleeuwen in de top van het dekzand verwacht vanaf een diepte van 30 tot 55 cm -Mv. Stroomontginningen waren vanaf de Late Middeleeuwen begonnen in het gebied. Op basis van historische kaarten was het plangebied gedurende de Nieuwe Tijd in gebruik als bouwland en lag langs een historische weg met bebouwingen. Hierdoor kunnen archeologische resten in de vorm van landbouwsporen aanwezig zijn. Er geldt een middelhoge archeologische verwachting voor het aantreffen van resten uit de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd.
• Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is de hoge verwachting op resten uit de periode Laat-Paleolithicum – Vroege Middeleeuwen en de verwachting op sporen van landgebruik als de Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd bevestigd. Het plangebied ligt op terrasafzettingen. Boven de terrasafzettingen ligt een rivierduin. Archeologische resten worden op en in de top van de rivierduin verwacht. Deze afzettingen zijn aangetroffen vanaf 80-105 cm -Mv (958-924 m +NAP). Boven de natuurlijke afzettingen ligt een humeus bouwlanddek. Het bouwlanddek is omgewerkt. ,
,
,
,
Advies Voor het plangebied bestaat het voornemen een omgevingsvergunning aan te vragen voor de bouw 2 van een woning (120 m)2 en een bijgebouw (24 m). Voor het plangebied geldt een hoge verwachting op archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum – Vroege Middeleeuwen en een middelhoge verwachting op resten van landgebruik en terreininrichting uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd. De top van de natuurlijke afzettingen het rivierduin vormt het relevante archeologisch niveau. Deze afzettingen zijn aangetroffen vanaf 80-105 cm -Mv (958-924 m +NAP). Bij vlak-dekkende graafwerkzaamheden dieper dan 60 cm -Mv (978 m +NAP) adviseren wij een vervolgonderzoek uit te voeren (karterende en eventueel waarderende fase). Dit kan het beste plaatsvinden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Voor een dergelijk onderzoek zal een Programma van Eisen moeten worden opgesteld die op voorhand door de bevoegde overheid moet worden goedgekeurd. ,
,
,
,
,
Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de bevoegde overheid (de gemeente Doesburg) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied
28
13.
Geraadpleegde bronnen
Archeologische e
kaarten
Archeologische
databestanden:
en
Monumenten
(AMK), Rijksdienst
Kaart
voor
Cultureel
erfgoed (RCE), Amersfoort,
2007. e
Archeologisch Amersfoort,
Informatie Systeem
III (Archis3),
Rijksdienst
voor
Cultureel
erfgoed (RCE),
2016.
e
_www.ruimtelijkeplannen.nl
e
_archis.cultureelerfgoed.nl
e
_www.kadastralekaart.com
e
_www.archieven.nl
e
_www.pdok.nl
e
_www.ahn.nl
e
Bodemkaart
Nederland
van
e
kaart
Geomorfologische
e
_www.bodemloket.nl
e
_bagviewer.kadaster.nl
e
_www.kadaster.nl
e
_www.dinoloket.nl
van
1:50.000
(Stiboka)
Nederland
e
beeldbank.cultureelerfgoed.nl
e
_www.topotijdreis.nl
e
_www.ikme.nl
e
_www.tracesofwar.com
e
_www.euroradar.nl/explosieven-opsporing/ruimingskaart/
e
https://omgevingswet.overheid.nl
Lijst met afbeeldingen Figuur 1: Ligging
van
plangebied (met rode lijnen aangegeven, bron: www.pdok.nl). plangebied (rood omlijnd) op de Hottingerkaart uit 1780 (bron: | (geanonimiseerd) 2003).
het
Figuur 2: Figuur 9: Het
Figuur 3: Het plangebied (rood omlijnd) op het Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832 (bron:
beeldbank.cultureelerfgoed.nl). Figuur 4: Uitsnede met
plangebied
is
van
kaart
uit 1900
(bron: www.topotijdreis.nl).
Het
plangebied
is
topografische kaart
uit 1925
(bron: www.topotijdreis.nl).
Het
plangebied
is
kaart
uit 1940
(bron: www.topotijdreis.nl).
Het
plangebied
is
topografische kaart
uit 1955
(bron: www.topotijdreis.nl).
Het
plangebied
is
uit 1962
(bron: www.topotijdreis.nl).
Het
plangebied
is
topografische
een
van
een
van
een
topografische
van
een
rode lijnen weergegeven.
Figuur 9: Uitsnede met
Het
rode lijnen weergegeven.
Figuur 8: Uitsnede met
(bron: www.topotijdreis.nl).
rode lijnen weergegeven.
Figuur 7: Uitsnede met
uit 1880
rode lijnen weergegeven.
Figuur 6: Uitsnede met
kaart
topografische
een
rode lijnen weergegeven.
Figuur 5: Uitsnede met
van
van
een
topografische
kaart
rode lijnen weergegeven.
Figuur
10: Uitsnede
is met rode
een
topografische
kaart uit 1975
(bron: www.topotijdreis.nl).
Het
plangebied
kaart uit 1984
(bron: www.topotijdreis.nl).
Het
plangebied
kaart uit 1995
(bron: www.topotijdreis.nl).
Het
plangebied
lijnen weergegeven.
Figuur 11: Uitsnede is met rode
van
van
een
topografische
lijnen weergegeven.
Figuur 12: Uitsnede
van
een
topografische
29
on
archeologie, erfgoed,
ruimte
is met rode
lijnen weergegeven.
Figuur 13: Uitsnede
van
luchtfoto uit 2019. Het
een
plangebied
is met rode
lijnen weergegeven (bron:
www.pdok.nl). Figuur 14: Foto's van het plangebied
ten
tijde van
het veldonderzoek
(11-07-2024).
Literatuur
(geanonimiseerd) | (geanonimiseerd) en | (geanonimiseerd) 1989. Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. De hogere | niveaus.
Wageningen.
(geanonimiseerd) H.J.A., 2005. Landschappelijk Nederland. Assen (Fysische Geografie van Nederland). Derde, | geheel
herziene druk.
2012. pigiteel Besisbestand Paleogeografie van de (geanonimiseerd) en, NO, (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) EN, A,
Rijn-Maas Delta. Dept. Fysische Geografie. Universiteit Utrecht. Digitale Dataset.
(geanonimiseerd) B, 2010. De Loddero en het Hooge Molenveld. Archeologische riooltracébeleiding MolenveldVE, Noord
in
Doesburg.
Gemeente
Doesburg. Doesburgse Archeologische
Publicaties 7.
B, 2015. Het meester (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) B MN Archeologisch proefsleuvenonderzoek door het 17e eeuws te (geanonimiseerd) Gemeente Doesburg. Doesburgse Archeologische Publicaties bastion aan (geanonimiseerd) | | -
13: te (geanonimiseerd) Archeologisch (geanonimiseerd) TE, B. 2024. (geanonimiseerd) | MN
Publicaties 30,
Doesburgse Archeologische
onderzoek onder
protocol
4004.
Zutphen.
(geanonimiseerd) £. 2013. Plangebied GN (geanonimiseerd) te B, (geanonimiseerd) gemeente Doesburg; archeologisch TN, vooronderzoek:
een
bureau-
en
inventariserend veldonderzoek
(karterende fase). RAAP-rapport 4384,
Weesp.
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) gemeente Doesburg (GD). Archeologisch NO, bureauonderzoek
(BO)
inventariserend Veldonderzoek
en
(IVO), verkennende
fase. Transect-rapport
4258, Nieuwegein.
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) 2019. Rapportage Verkennend | |
Booronderzoek
Zomerweg, Eekstraat
Advies 182087, Zelhem.
Nieuwe
en
Eekstraat te
Doesburg.
|}
Hamaland
Plangebied
TT}
Maas, G. J., (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) 2019. Toelichting bij de legenda |
Geomorfologische
kaart
van
Wageningen
Environmental
(geanonimiseerd) DE
cc
Nederland,
Nederland
1:50 000.
http://legendageomorfologie.wur.nl/. Wageningen,
Research.
(geanonimiseerd) ME, (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) NN
(geanonimiseerd) 200 NN
oe
ondergrond
van
Groningen.
(geanonimiseerd) E.C., E. H. L. D. Norde. 2015. Wonen en begraven in de IJzertijd en Romeinse Tijd langs de | Pastoor
Blaisseweg; aardgastransportleidingtrace Esveld-Angerlo (A-662),
gemeente Doesburg; archeologisch
onderzoek:
proefsleuven, opgraving
en
catalofusnummer
21;
begeleiding. RAAP-rapport
2339, Weesp. M (red) 2015. Vier eeuwen (geanonimiseerd) | sporen voor
van
boerderijen
het Cultureel
en
erven
Erfgoed,
boeren.
1250-1650.
Synthese Oogst voor Malta
Nederlandse
onderzoek:
archeologisch
Archeologische Rapporten 49, Rijksdienst
Amersfoort.
30
me
archeologie, erfgoed,
ruime
(geanonimiseerd) G. W.J. 2018. Rapportage archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek. | (geanonimiseerd) Ecensuitancy rapport 6138.001, Doetinchem. (geanonimiseerd) te B EN (geanonimiseerd) E., |} (geanonimiseerd) | (geanonimiseerd) 2015. De vorming |} van
Nederland). Achtste, geheel
van
het Land. Utrecht
(Fysische geografie
herziene druk.
TNO, 2020. Geologische Overzichtskaart
van
Nederland, schaal 1:600 000.
(geanonimise rd) P.C., 2015. Origin of the Dutch coastal landscape. Longterm landscape evolution of the | Netherlands
during
palaeogeographical
the Holocene, series.
map
described and visualized in national,
PhD dissertation,
regional
and local
Utrecht University, Barkhuis Groningen.
(geanonimis erd) (geanonimiseerd) EN (geanonimiseerd) en , (geanonimiseerd) 2018, Atlas van Nederland in het Holoceen. Ee EN, Landschap
bewoning
en
vanaf de laatste
ijstijd tot nu, Amsterdam (Prometheus).
31
me
archeologie, erfgoed,
ruime
Bijlage 1: Archeologische periode-indeling voor Nederland Periode
Deel-/subperiode
Recent
Van
Tot
1945 na Chr.
2050 na Chr.
Nieuwe Tijd
Late-Nieuwe tijd Midden-Nieuwe tijd Vroege-Nieuwe tijd
1850 na Chr. 1650 na Chr. 1500 na Chr.
1945 na Chr. 1850 na Chr. 1650 na Chr.
Middeleeuwen
Late-Middeleeuwen B Late-Middeleeuwen A Vroege-Middeleeuwen D Vroege-Middeleeuwen C Vroege-Middeleeuwen B Vroege-Middeleeuwen A
1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr. 450 na Chr.
1500 na Chr. 1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr.
Romeinse Tijd
Laat-Romeinse tijd B Laat-Romeinse tijd A Midden-Romeinse tijd B Midden-Romeinse tijd A Vroeg-Romeinse tijd B Vroeg-Romeinse tijd A
350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr. 12 voor Chr.
450 na Chr. 350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr.
IJzertijd
Late-IJzertijd Midden-IJzertijd Vroege-IJzertijd
250 voor Chr. 500 voor Chr. 800 voor Chr.
12 voor Chr. 250 voor Chr. 500 voor Chr.
Bronstijd
Late-Bronstijd Midden-Bronstijd B Midden-Bronstijd A Vroege-Bronstijd
1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr. 2000 voor Chr.
800 voor Chr. 1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr.
Neolithicum
Laat-Neolithicum B Laat-Neolithicum A Midden-Neolithicum B Midden-Neolithicum A Vroeg-Neolithicum B Vroeg-Neolithicum A
2450 voor Chr. 2850 voor Chr. 3400 voor Chr. 4200 voor Chr. 4900 voor Chr. 5300 voor Chr.
2000 voor Chr. 2450 voor Chr. 2850 voor Chr. 3400 voor Chr. 4200 voor Chr. 4900 voor Chr.
Mesolithicum
Laat-Mesolithicum Midden-Mesolithicum Vroeg-Mesolithicum
6450 voor Chr. 7100 voor Chr. 8800 voor Chr.
4900 voor Chr. 6450 voor Chr. 7100 voor Chr.
Paleolithicum
Laat-Paleolithicum B Laat-Paleolithicum A Midden-Paleolithicum Vroeg-Paleolithicum
18. 000 BP 35. 000 BP 300. 000 BP
8. 800 voor Chr. 18. 000 BP 35. 000 BP 300. 000 BP
-
32
Bijlage 2: Plantekening
33
Bijlage 3: Archeologische beleidskaart van de gemeente Doesburg
34
35
Bijlage 4: Geomorfologie
36
Bijlage 5: Stroomruggenkaart
37
Bijlage 6: Hoogtekaart
38
39
Bijlage 7: Bodemkaart
40
Bijlage 8: Archeologische informatie
41
Bijlage 9: Boorpuntenkaart
42
Bijlage 10: Foto’s van boringen Hieronder volgen enkele foto’s van boring 1 en 4. De boorkernen op onderstaande foto’s zijn van rechts naar links uitgelegd , waarbij de onderkanten van de boringen naar boven wijzen (per 50 cm). De guts is naar links (het diepste punt) uitgelegd.
Foto's van boring 1 (boven) 0-150 cm en 4 (onder) 0-120 cm.
43
Bijlage 11: Boorbeschrijvingen
44