MGR Jaarstukken 2020 en begroting 2021 e.v. Bijlage 5: Meerjarenbegroting 2022-2025
Tekst van het document
➢ ➢ ➢
Bezetting t.b.v. uitvoering van de taken van de module zelf = 0,8 fte SW groep (inclusief begeleid werken naar verwachting in totaal 1580 fte) Groep boventalligen vervalt in 2022. Eind 2021 zijn alle arbeidsovereenkomsten beëindigd. Vanaf 2022 kunnen nog boven- en na-wettelijke uitbetalingen worden gedaan.
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
Begroting module – programmakosten en overhead Lasten en baten Programma WgSW Euro x 1.000 Personeelskosten SW Uitvoeringskosten Programmalasten Deelnemende gemeenten Bijdrage buitengemeenten Overige baten Baten Saldo Onttrekking aan reserve Dotatie aan reserve Resultaat Programma WgSW Overheadlasten Resultaat
28
A B C Primaire Gewijzigde Primaire begroting begroting begroting 2020 2021 2021 2022
Realisatie
55.531 5.079 60.610 55.047 1.493 4.222 60.763 153 26
55.502 2.043 57.545 56.125 1.414 189 57.728 183
53.739 2.117 55.856 54.176 1.445 379 55.999 144 37
51.826 2.163 53.989 52.382 1.416 347 54.144 155 26
179 179 0
183 183 0
180 180 0
181 181 0
B-A C-B Verschil Verschil 2021 2022-2021
-1.763 74 -1.689 -1.949 31 190 -1.729 -39 37 -3 -3 0
-1.913 46 -1.866 -1.794 -29 -32 -1.855 11 -11 0 0 0
Toelichting 1. In 2021 vervallen de eenmalige baten en lasten voor het opnemen van de voorzieningen voor m.b.t. Presikhaaf Bedrijven (3.470k). Dit is in 2020 ook gecompenseerd door de betaling van hetzelfde bedrag door Presikhaaf bedrijven bij de overdracht (Overige baten en uitvoeringskosten). Alle kosten voor de boventalligen vallen ten laste van de voorziening. De hoogte van de voorziening wordt ieder jaar opnieuw vastgesteld. Een eventuele vrijval vanuit de voorziening komt ten bate van het resultaat. 2. Ontwikkeling van de personeelskosten wordt hieronder apart toegelicht. 3. Uitvoeringskosten stijgen een verwachte stijging in het aantal nieuwe contracten in begeleid werken. Dit wordt gecompenseerd door lagere personeelskosten en is daarmee kostenneutraal. 4. 2021: Overige baten stijgen ten opzichte van de primaire begroting 2021 doordat de MGR door Scalabor wordt gecompenseerd voor salariscomponenten zoals overwerk, extra reiskosten en uitbetaling vakantiedagen.
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
Verschillenanalyse Personeelskosten SW Euro x 1.000 Salarissen Transitievergoeding LIV Reiskosten Overige personeelskosten Totaal Personeelskosten SW Indicatoren Dienstverbanden SW (Fte) Personeelkosten/Fte CAO stijging Sociale lasten/Fte
2020 Realisatie
2021 Primaire Begroting
2021 Gewijzigde Begroting
2022 Primaire begroting
Verschil %Verschil vs. vs. begroting Begroting
55.061 93 -754 748 384 55.531
55.032 82 -662 690 360 55.502
53.258 82 -680 713 366 53.739
51.354 78 -646 688 353 51.826
-1.774 -19 23 6 -1.763
-3,2% 0,0% 2,8% 3,4% 1,7% -3,2%
1.717 32.338 2,8% 4.630
1.651 33.612 2,9%
1.614 33.292 2,9% 4.764
1.533 33.797 1,5% 4.836
-37 -320
-2,2% -1,0%
Verschil vs. 2020
-103 954 134
%Verschil vs. 2020
-6,0% 3,0% 2,9% 2,9%
Verschil %Verschil 2022 vs. 2022 -1.904 -4 34 -25 -13 -1.913
-3,6% -5,0% -5,0% -3,6% -3,6% -3,6%
-81 505
-5,0% 1,5% 1,5% 1,5%
71
In bovenstaande tabel komen de belangrijkste uitgangspunten naar voren: 1. 2021: Daling van € 1,8 miljoen in salariskosten ten opzichte van begroting (-3,2%). Dit wordt veroorzaakt door 2,2% minder dienstverbanden en 1% lagere personeelskosten per fte. De verwachte uitstroom door pensionering, langdurig ziekte etc. is 6% ten opzichte van 2020. De personeelskosten stijgen met 3,0%. De verwachting is dat het loonniveau van januari vanaf juli 2021 met 1% CAO stijging zal worden verhoogd. 2. 2022: door de verhoging van de pensioenleeftijd vanaf 1 januari 2022 met drie maanden is de verwachte uitstroom in 2022 5% (81 fte). De verwachte CAO stijging is 1,5%. Daarmee is de netto daling van de salarissen 3,6% ten opzicht van 2021 (impact: 1,9 miljoen). 3. Lagere bijdrage LIV door nieuwe tarieven (ook als gevolg pensioen akkoord), uitstroom en stijging van de loonkosten boven het drempelbedrag. 4. De stijging in de reiskosten ten opzichte van de begroting wordt gecompenseerd door extra baten (Scalabor).
29
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
3.1.5 MGR beheerorganisatie a.
30
Met welke ontwikkelingen houden we rekening
Voor de MGR in het algemeen houden we bij het uitvoeringsprogramma/programmaplan rekening met: • Covid-19 Covid-19 vraagt van de MGR als werkgever een andere invulling van haar verantwoordelijkheid voor medewerkers om gezond en veilig te kunnen werken en fysiek en mentaal fit te blijven. We sluiten daarbij zoveel mogelijk aan op landelijke afspraken en ondersteuning en sorteren voor op de situatie dat er weer meer vanaf kantoor gewerkt kan worden. • Financiële druk gemeenten Naast lean en mean en kostenbewust ons werk doen, denken we met gemeenten mee welke rol de MGR kan spelen in de efficiënte uitvoering in het sociaal domein. Gemeenten zijn daar leidend in de opdrachten die in dit kader aan de MGR worden gegeven. • Wijzigingen Wet Gemeenschappelijke Regeling De MGR zal de wijzigingen in de Wet Gemeenschappelijke Regeling die voorzien is in 2021 doorvoeren. • Wijziging BBV of andere regelgeving We verwachten in 2021 regelgeving waarin het Dagelijks Bestuur het orgaan wordt om een rechtmatigheidsverklaring af te geven. Dit is in 2020 al voorbereid. • Overige wet- en regelgeving: We blijven regelgeving over transparantie van informatievoorziening, privacy, informatieveiligheid en archiefverplichtingen nadrukkelijk volgen om hier adequaat op te kunnen reageren in afstemming met deelnemende gemeenten.
• Gemeenteraadsverkiezingen We bereiden ons in 2021 voor op de verkiezingen in 2022, zodat we colleges en raadsleden tijdig informeren over de MGR.
b.
Wat willen we bereiken?
De MGR beheerorganisatie is verantwoordelijk voor de bestuurlijke inbedding en randvoorwaarden voor de modules, zodat zij hun werk kunnen doen. Daarbij beogen we: ➢ het faciliteren van het bestuurlijke proces en het verminderen van de bestuurlijke druk voor bestuurders en de afstemming met de 11 gemeenten. ➢ het faciliteren van de modules om hun werk op een goede manier uit te kunnen voeren. Daarvoor is er passend HR-beleid zodat medewerkers hun talenten kunnen benutten en zich verder ontwikkelen en zich houden aan de gedragswijzer op het vlak van privacy beleid en informatie(veiligheid)beleid. De bedrijfsvoering is gericht op een goede interne financiële beheersing en controle. Dit laatste is mede nodig omdat het Dagelijks Bestuur vanaf 2021 verantwoordelijk is voor de rechtmatigheidsverklaring van uitgaven. ➢ het versterken van de integraliteit van de werkzaamheden en het bereiken van synergie binnen de MGR en kruisbestuiving tussen de modules en de deelnemende gemeenten zodat de toegevoegde waarde van de MGR verder toeneemt.
c.
Wat gaan we daarvoor doen?
De MGR beheerorganisatie blijft ‘lean & mean’ in haar samenstelling. De focus ligt op het organiseren van het bestuurlijke proces en adequate bedrijfsvoering waarmee de werkzaamheden van de modules gefaciliteerd worden. Hiermee wordt integraliteit en synergie gerealiseerd. Integraliteit en kruisbestuiving De MGR als geheel biedt gemeenten in de regio centraal Gelderland de mogelijkheid om samen te werken op diverse terreinen in het sociaal domein. Dit biedt hen de mogelijkheid hun eigen doelstellingen beter te realiseren. Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
➢
➢
➢
De MGR denkt met gemeenten mee of nieuwe activiteiten binnen modules, van nieuwe modules of door activiteiten over de modules heen kunnen leiden tot kwalitatief betere dienstverlening tegen lagere kosten. Het MT stimuleert de kruisbestuiving tussen de modules en zoekt in samenwerking met medewerkers en deelnemende gemeenten naar meerwaarde over de grenzen van de modules heen, zodat de toegevoegde waarde van de MGR als geheel verder toeneemt. In onze modules wordt data analyse steeds belangrijker. Gemeenten willen graag duiding van ontwikkelingen in het sociaal domein. Wij kunnen daarbij een informerende en signalerende rol hebben en bekijken de ontwikkelingen zo integraal mogelijk.
Bestuurlijk ➢ We bekijken wat de wijzigingen van de Wet gemeenschappelijke Regeling voor de MGR betekent en zullen tijdig benodigde wijzigingen bestuurlijk voorleggen. ➢ In het voorjaar van 2022 maken we een overdrachtsdossier ten behoeve van nieuwe colleges en bereiden ons voor op de nieuwe samenstelling van algemeen bestuur, dagelijks bestuur en bestuurscommissies en bereiden een informatiebijeenkomst voor raadsleden voor. Verantwoording afleggen en communicatie ➢ In 2021 onderzoeken we wat de wijziging van de Wet Gemeenschappelijke Regeling voor kaders biedt aan de MGR om de informatievoorziening en betrokkenheid en sturing van colleges en raden verder te vergroten. ➢ We betrekken raden aan de voorkant bij de planvorming via raadsbijeenkomsten, een kaderbrief voor 1 april bij de aangeleverde stukken en digitale nieuwsbrieven. ➢ Modules gaan incidenteel op bezoek bij raden om in gesprek te gaan en hen actief te informeren.
31
HR-zaken ➢ In 2021 gaat MGR verder met het project talent- en opgavegericht werken Time4Talent waardoor dit in 2022 een vaste manier van werken is geworden en een plek heeft in de ontwikkelcyclus van de MGR. Daarmee blijven medewerkers zich professionaliseren en dynamisch meebewegen met de uitdagingen in het sociaal domein en kunnen ze hun talenten hiervoor inzetten en verder ontwikkelen. Bedrijfsvoering De MGR benut kennis en expertise van deelnemende gemeenten en GR-en op het terrein van ICT, HR en financiële dienstverlening. Daarnaast heeft zij een basisbezetting om de bedrijfsvoering adequaat uit te voeren. Ook de MGR heeft te maken met wet- en regelgeving en vraagstukken op terrein van privacy, informatieveiligheid, digitale toegankelijkheid en archivering. In overleg met de deelnemende gemeenten en GR-en wordt gekeken wat de MGR zelf minimaal in huis moet hebben aan expertise. Vanaf 2022 zal er naast expertise op privacy en informatieveiligheid, informatiebeleid en archivering ook expertise en uitvoeringsuren moeten zijn op vlak van DIV in verband met de gemandateerde taken. Het onderzoek hiernaar wordt in 2021 uitgevoerd. Op basis daarvan worden in 2021 afspraken gemaakt met de deelnemende gemeenten in de DVO. We nemen in de begroting voor 2022 een inschatting mee wat dit betekent qua formatie en evt. extra externe inhuur.
d.
Wat gaat het kosten?
Personele bezetting De bezetting bij de MGR beheer bestaat uit 3,1 fte. Daarin zit een extra 0,5 formatie voor werkzaamheden op het terrein van DIV en uitvoering archiefwerkzaamheden.
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
A B C Realisatie Primaire Gewijzigde Primaire begroting begroting begroting 2020 2021 2021 2022
Lasten en baten Beheer(overhead)
B-A C-B Verschil Verschil 2021 2022-2021
Euro x 1.000 Beheer Onvoorzien Overheadlasten Deelnemende gemeenten Overige baten Baten Saldo Onttrekking aan reserve Dotatie aan reserve Resultaat Beheer(overhead)
296 12 307 329 10 339 31 -31 0
346 32 378 378 378 0
352 32 384 384 384 0
0
0
2022: De begroting 2022 is in lijn met begroting 2021.
32
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
0
0
6 0 6 6
0 -
6 0
0 -
Toelichting 1.
346 32 378 378 378 0
0
0
3.2 Het overzicht van de kosten van overhead Conform de uitgangspunten is de MGR 'lean en mean' ingericht. De meeste ondersteunende functies worden afgenomen bij externe dienstverleners. Het gaat om de volgende ondersteunende taken bij 1Stroom.8: • Financiële administratie; • Salaris- en personeelsadministratie; • Een deel van de P&O advisering; We hebben onderzocht hoe we de P&O advisering voor de medewerkers van de MGR en de advisering aan de manager werkgeverschap SW het beste kunnen organiseren. We blijven dit via 1 stroom doen en bouwen de externe inhuur voor de SW expertise in 2021 af. Andere ondersteunende taken op het terrein van ICT worden afgenomen door de RID (Inkoop, WSP, WG SW en beheer) of De Connectie (Onderwijszaken). De MGR kent een Privacy Officer met ondersteunende taken op het brede terrein van privacy, informatiebeleid en archief en informatiebeveiliging voor de MGR en haar modules. Vanaf begin 2021 gaan we met gemeenten bepalen welke rol de MGR kan spelen in de archiefwerkzaamheden voor de modules en wat dit voor extra werk oplevert. We gaan in 2022 bepalen of deze taken door één functionaris kunnen worden uitgevoerd of op andere wijze georganiseerd moet worden. Het totale pakket aan werkzaamheden op terrein van privacy, informatiebeheer, informatieveiligheid en archiefwerkzaamheden leidt tot een uitbreiding van de benodigde formatie.
Dit is in de begroting van 2022 verwerkt. De Functionaris Gegevens bescherming is ingehuurd via de gemeente Arnhem. Op het terrein van CISO vindt ondersteuning plaats via de RID. Andere expertise op deze terreinen wordt zo nodig ingehuurd. 33
De MGR wil zelf als werkgever invulling blijven geven aan de banenafspraak. De invulling hiervan wordt gezamenlijk opgepakt en met name gericht op module overstijgende werkzaamheden. Huisvesting en duurzaamheid De MGR is met haar vier modules gehuisvest op 3 locaties, te weten: ➢
➢
➢
Gemeentehuis Westervoort – Modules inkoop, WgSw en beheer – in 2020 energielabel D met verwarming via stadsverwarming, ledverlichting, stroom via Groene Stroomfabriek, mede afkomstig van zonnepanelen dat gemeentehuis en bibliotheek. Stadskantoor Arnhem – module onderwijszaken – in 2020 energielabel A. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een warmtepomp die kan koelen en verwarmen. Voor verwarmen in koude periodes is de warmtepomp aangesloten op het warmtenet. Ook daar wordt groene stroom van de Groene stroomfabriek gebruikt. Bedrijfsverzamelgebouw Gelderse Poort – module WSP – Het pand heeft energielabel A, is goed geïsoleerd en heeft goede klimaatbeheersing.
Op de locaties is sprake van gescheiden afvalverwerking voor papier en overige. De mate van scheiden verschilt per locatie. Er wordt door medewerkers gebruik gemaakt van elektrische fietsen voor dienstreizen. Met mobiliteitsregeling wordt fietsen en gebruik OV gestimuleerd, o.a. via gebruik businesscard voor OV, leenauto en leenfietsen. Dat geldt ook voor de IKB regeling met uitruil voor de fiets. Het bedrag voor de uitruil van de fiets is per 2021 verhoogd. Op het gebied van duurzame inzetbaarheid van medewerkers wordt ingezet op het inzetten van de eigen talenten en vergroten van ontwikkelmogelijkheden, verlagen van werkdruk, opnemen van 8
1Stroom is een gemeenschappelijke regeling waarin de ambtelijke organisaties van de gemeente Westervoort en de gemeente Duiven zijn gefuseerd.
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
verlof, inzet preventiemedewerkers, aandacht voor goede werkhouding ter verhoging van het werkplezier en beperken van verzuim. We gaan ook kijken naar de situatie na Covid-19 kijken als het gaat om de balans tussen op kantoor werken en thuiswerken om te zien wat bijdraagt aan de duurzame inzetbaarheid van medewerkers. De overheadkosten worden in de onderstaande tabel zowel per kostengroep als per module gepresenteerd. Het bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting De overheadkosten worden in de onderstaande tabel zowel per kostengroep als per module gepresenteerd. Overhead Euro x 1.000 Personeelskosten Huisvestingskosten ICT kosten P&O & FA kosten Overige kosten Overhead Inkoop Onderwijs WSP WgSW Beheer Totaal
Realisatie 2020 973 221 241 327 216 1.977 324 648 519 179 307 1.977
Primaire Begroting 2021 1.060 239 253 319 193 2.064 310 687 506 183 378 2.064
Gewijzigde begroting 2021 1.049 216 209 329 251 2.054 322 668 506 180 378 2.054
Begroting Verschil 2021 Verschil 2022 2022 1.050 220 211 364 236 2.080 321 666 528 181 384 2.080
-11 -23 -44 10 58 -10 12 -19 0 -3 0 -10
1 3 2 34 -15 26 0 -2 22 0 6 26
Toelichting 34
1. De totale overheadkosten zijn in lijn met begroting. In 2022 is stijging zeer beperkt met 0,5%. 2. 2021: Er zijn wel wat verschuivingen tussen kostensoorten met lagere huisvestingskosten (huur stadskantoor) en de correctie van de facilitaire kosten als overige kosten in plaats van ICT kosten. Daarnaast zijn extra incidentele projecten die naar verwachting binnen begroting kunnen worden uitgevoerd. 3. De ICT kosten voor de module Inkoop zijn hoger door extra licentiekosten en de huisvestingskosten voor de module Onderwijs zijn lager.
3.3 Het bedrag voor onvoorzien. Er is een bedrag opgenomen van € 32.000 voor onvoorziene uitgaven in de overhead (module Beheer).
3.4 Het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen n.v.t. voor de MGR.
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
3.5 De beleidsindicatoren bestuur en organisatie De beleidsindicatoren voor bestuur en organisatie geven een beeld van de ontwikkeling van de formatie en de verhouding tussen vaste bezetting en externe inhuur. De ontwikkeling van de kengetallen over meer jaren geeft een goed inzicht in verbetering van de structuur van de organisatie. Het aantal SW dienstverbanden is in onderstaande tabel niet opgenomen. Deze zijn apart benoemd bij de module WgSW. Formatie & indicatoren Bestuur en organisatie 1. Formatie (fte) (formatieplan)
Totale formatie 2. Bezette formatie (fte vast)
2020 Realisatie Beheer Inkoop Onderwijs WSP WgSW Beheer Inkoop Onderwijs WSP WgSW
Totaal bezette formatie 3. Indicatoren Externe inhuur % Overhead % Appartaatskosten per inwoner € Formatie Fte per 1.000 inwoners Bezette vaste formatie fte per 1.000 inwoners
2021 2021 2022 Primaire Gewijzigde Begroting Begroting Begroting 2,1 3,1 3,1 3,1 12,8 12,8 12,8 12,8 30,1 29,2 30,3 30,3 17,9 16,9 16,9 16,2 1,2 1,2 1,2 1,2 64,1 63,2 64,3 63,6 2,3 2,1 2,1 2,1 11,4 10,6 11,9 11,9 27,4 26,5 28,6 28,6 17,1 16,7 16,7 16,1 0,3 0,2 0,2 0,2 58,5 56,0 59,5 58,8 11% 9% 9% 7% 3% 3% 3% 3% 13,34 € 13,96 € 14,57 € 14,23 0,14 0,14 0,14 0,14 0,13 0,12 0,13 0,13
De aanpassingen in de formatie van WSP zijn gelieerd aan de extra opdrachten. In 2021 en 2022 daalt de externe inhuur respectievelijk tot 9% en 7% van de totale loonsom. Dit leidt tot een geplande stabiele organisatie met een werkbare flexibele schil. 35
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
4 De paragrafen Deze verplichten onderdelen van de begroting zijn voor de MGR niet allemaal van toepassing.
4.1
Lokale heffingen
Dit is voor de MGR niet van toepassing.
4.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover MGR beschikt om niet begrote kosten te dekken en alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre de MGR in staat is om financiële en budgettaire tegenvallers op te vangen.
a.
Beschikbare weerstandscapaciteit
De MGR beschikt niet over algemene reserves die kunnen worden ingezet ter dekking van risico’s.
36
In 2019 is er voor de module WgSW een specifieke bestemmingsreserve opgenomen voor het opvangen van negatieve fluctuaties in de personeelslasten van SW dienstverbanden. Voor de overige modules is er een mogelijkheid om een beperkte bestemmingsreserve op te bouwen bij een positief resultaat van maximaal € 50.000. In totaal zijn er eind 2020 5 bestemmingsreserves met in totaal € 724.000 (zie paragraaf 5.4). De bestemmingsreserves mogen alleen voor de specifieke module worden ingezet. De module beheer beschikt over een begrotingspost voor onvoorziene uitgaven van € 32.000. Dit is slechts 0,05% van de totale begroting. Voor de MGR is een ‘open einde’ systematiek afgesproken. In de regeling is opgenomen dat in de jaarrekening de kosten per module na aftrek van de inkomsten, worden verdeeld over de deelnemende gemeenten volgens de in de regeling vastgestelde kostenverdeelsleutel. Alle resterende risico’s vallen daarmee ten laste van de deelnemende gemeenten.
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
b.
Inventarisatie van de risico’s
Als onderdeel van het risicomanagement zijn de volgende belangrijkste risico’s geïnventariseerd en beheersmaatregelen vastgesteld: Risico
Kans
Reputatie/ maatsch. Impact
1
Incident/hack ICT beveiliging/ AVG / ICT systeem niet beschikbaar
Laag
Hoog
2
Loonkosten stijging SW > Begroting
40%
3
Onrechtmatigheid of fraude
Laag
4
Specifieke uitvoeringsrisico’s bij Medium modules leiden er toe dat maatschappelijke doelstellingen niet worden gehaald.
5
Uittreden van gemeenten bij Laag submodule, module of MGR, waardoor deel van financiering wegvalt. Organisatie heeft hoge vaste kosten in de vorm van vaste dienstverbanden en heeft lage flexibiliteit bij veranderende opdrachten. Geen passend personeel met Medium expertise kunnen vinden voor het uitvoeren van de opdrachten
37
6
c.
Financiële impact 200k of 20k per dag
600k (1%)
Hoog
<50k
Medium/ Hoog
Indirect
500k (10% structuur)
medium
50k
Beheersmaatregelen DVO's RID De Liemers & De Connectie; Informatiebeveiliging beleid en beveiligde mobiele telefoons. Bestemmingsreserve & additionele rijksbijdrage voor gemeenten op basis van LPO Intern controle plan; betalingen door 4 mensen goedgekeurd. Planning & control cyclus: actualiseren van uitvoeringsprogramma, periodiek overleg ambtelijke & bestuurlijke overleggen en prestatieverantwoording. Inzet op kwaliteit en motivatie van medewerkers. Goede lange termijnplanning. Bescherming in regeling waarbij reorganisatiekosten bij uittreders worden gelegd.
1. Een betrouwbare, zorgvuldige en interessante werkgever zijn waar mensen graag willen werken. 2. Goede contacten onderhouden met bureaus om snel mensen in te kunnen huren. Kosten worden dan wel hoger.
het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's
In de Planning & Control cyclus wordt er aan het Dagelijks Bestuur op kwartaalbasis gerapporteerd m.b.t. de gerealiseerde en geprognotiseerde uitgaven tot jaareinde. De bestuurscommissies van de modules krijgen twee keer per jaar een financiële rapportage. Het algemeen bestuur krijgt 2 keer per jaar een geconsolideerde financiële rapportage met adviezen van de bestuurscommissie en het DB hoe er bij eventuele overschrijdingen gehandeld kan worden. De bovengenoemde beheersmaatregelen in samenhang met de bestemmingsreserves voor de grootste risico’s (loonkosten SW en overschrijdingen modules) leidt tot een beheerste situatie.
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
d. Kengetallen Met de bestemmingsreserves is er een beperkt eigen vermogen. Dit is beperkt ten opzichte van de totale baten. De voorfinanciering door gemeenten leidt tot een negatieve schuldquote. Er zijn geen externe leningen.
Financiële kengetallen
A B
e.
Euro x 1.000 Eigen vermogen Balanstotaal Netto schuldquote Solvabiliteitsratio (A/B) Structurele exploitatieruimte
2020 Realisatie 724 8.012 -4,1% 0,09
2021 Gewijzigde Begroting 674 4.562 -3,0% 0,15
2022 Begroting 636 3.932 -2,2% 0,16
De beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.
De solvabiliteitsratio is goed door het toegenomen eigen vermogen en stijgt door het stapsgewijs verlagen van het balanstotaal: terugbetaling van 2,5 miljoen positief saldo 2020. De structurele exploitatieruimte blijft daarmee op nul staan doordat er geen sprake is vrij besteedbare middelen vanuit algemene reserves. Structurele lasten en baten zijn meerjarig in evenwicht. Er wordt immers jaarlijks afgerekend zoals hierboven is aangegeven. Er is dus sprake van een stabiele ontwikkeling zonder opbouw van structurele exploitatieruimte bij de MGR.
38
Er is nadrukkelijk niet gekozen om een algemene reserve aan te houden. De weerstandscapaciteit, gevormd door de module specifieke bestemmingsreserves. Hiermee kan een groot deel van de risico’s in eerste instantie worden opgevangen. Het weerstandsvermogen daarmee is op korte termijn redelijk in balans. Daarnaast wordt er sterk ingezet op de beheersmaatregelen inclusief de tijdige rapportage in de P&C-cyclus.
4.3 Onderhoud Kapitaalgoederen Dit is voor de MGR niet van toepasing.
4.4
Financiering
De financiering van de activiteiten van de MGR gebeurt door voorfinanciering op kwartaalbasis door de deelnemende gemeenten gebaseerd de begroting. De financiering van de verloning van de SW medewerkers gebeurt maandelijks voor de 15e kalendermaand. De verlegde BTW wordt per halfjaar achteraf verrekend. Op basis van deze begrotingscijfers met gezonde solvabiliteit is er geen externe financiering voor werkkapitaal nodig.
Omzetbelasting De MGR kan de btw op de kosten van de beheersorganisatie en de modules doorschuiven naar de deelnemende gemeenten, zodat deze btw door de deelnemende gemeenten kan worden gecompenseerd. Dit betekent dat de begroting van de MGR voor de beheerstaken en de respectievelijke modules exclusief btw wordt opgesteld. Na afloop van het jaar wordt een opgave van de btw aan iedere deelnemer verstrekt. Gemeenten kunnen de verschuldigde btw bij het btwcompensatiefonds declareren. Alleen de administratieve activiteiten met betrekking tot de verloning van SW dienstverbanden is BTW plichtig. Dit wordt apart doorbelast.
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
Vennootschapsbelasting Het kabinet heeft eind 2014 wetgeving vastgesteld, die erop is gericht dat overheidsbedrijven, die economische activiteiten uitoefenen, op dezelfde wijze als private bedrijven aan vennootschapsbelasting zullen worden onderworpen. Deze wetswijziging is per 1 januari 2016 in werking getreden. Aangezien de MGR geen winstoogmerk heeft en in de GR is bepaald dat positieve rekeningresultaten aan de deelnemers worden terugbetaald is MGR geen vennootschapsbelasting verschuldigd.
4.5
Bedrijfsvoering
Bedrijfsvoering betreft de sturing en beheersing van de primaire en ondersteunende processen om het voorgenomen beleid en de daarmee samenhangende doelstellingen van de MGR te realiseren. In 2020 is de financiële administratie en die interne controle zodanig ingericht dat het Dagelijks Bestuur vanaf 2021 de rechtmatigheidstoets kan uitvoeren. Het is nog niet duidelijk wanneer de wetgeving hiervoor afgerond is. De planning & control cyclus start met de begroting en uitvoeringsprogramma waarin de afspraken over het te voeren beleid per module worden vastgelegd. Aan de partners wordt per module gerapporteerd. De rapportages worden halfjaarlijks opgesteld. Het jaar wordt afgesloten met de jaarrekening waarin verantwoording, per module, wordt afgelegd over het afgesloten jaar.
39
De administratieve organisatie is zodanig opgesteld dat de dagelijkse gang van zaken erop ingericht is dat de financiële verordening, de controleverordening en het mandaat van de treasury nageleefd worden. Daarbij moet er opgemerkt worden dat MGR de financiële en personeelsadministratie uitbesteed heeft een externe dienstverlener: 1Stroom. De salarisadministratie voor de verloning van de SW dienstverbanden en de administratie van SW gerelateerde betaling is bij Scalabor belegd.
4.6
Verbonden partijen
De MGR heeft geen verbonden partijen.
4.7
Grondbeleid
Dit is voor de MGR niet van toepassing.
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
DEEL 3
DE FINANCIËLE BEGROTING
5 Het overzicht van baten en lasten en de toelichting In het overzicht van baten en lasten worden de verschillende onderdelen van het programmaplan (hoofdstuk 3) samengevoegd.
5.1
Het overzicht baten en lasten
De baten van de programma’s zijn bestemd voor de dekking van de directe programmakosten en de overheadkosten van de module. Hierdoor ontstaat er in eerste instantie een positief saldo voor de programma’s. De dekking voor MGR beheer leidt tot directe baten voor de overheadstructuur. Overzicht baten en lasten Programma Inkoop
Onderwijs
40
WSP
WgSW
A Overhead
B Eindresultaat Totaal
Eindresultaat
Euro x 1.000 Lasten Baten Saldo Dotatie bestemmingsreserve Resultaat programma Inkoop Lasten Baten Saldo Dotatie bestemmingsreserve Resultaat programma Onderwijs Lasten Baten Saldo Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat programma WSP Lasten Baten Saldo Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat programma WgSW Resultaat Programma's Lasten Baten Saldo Dotatie bestemmingsreserve Resultaat Overhead A+B Lasten Baten Saldo Dotatie bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve
2020 Realisatie 1.112 1.486 374 -50 324 1.958 2.656 698 -50 648 1.187 1.669 482 37 520 60.610 60.763 153 26 179 1.670 1.977 339 -1.639 -31 -1.670 0 66.845 66.913 68 -131 63 0
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
2021 Primaire Begroting 1.261 1.571 310 310 2.030 2.717 687 687 1.117 1.610 493 13 506 57.545 57.728 183 183 1.686 2.064 378 -1.686 -1.686 0 64.017 64.004 -13 13 0
2021 Gewijzigde Begroting 1.249 1.571 322 322 2.177 2.845 668 668 1.328 1.822 493 13 506 55.856 55.999 144 37 180 1.676 2.054 378 -1.676 -1.676 0 62.664 62.615 -49 49 0
2022 Primaire Begroting 1.273 1.595 321 321 2.197 2.862 666 666 1.101 1.616 515 13 528 53.989 54.144 155 26 181 1.696 2.080 384 -1.696 -1.696 0 60.640 60.602 -39 39 0
5.2
De toelichting op het overzicht van baten en lasten
De belangrijkste afwijkingen in de ontwikkelingen in de baten en lasten door nieuw beleid wordt hier toegelicht. De uitgangspunten van de ramingen voor bestaand beleid zijn reeds toegelicht in paragraaf 2.2. Per programma zijn de cijfers toegelicht in hoofdstuk 3. De impact van incidentele baten en lasten wordt in een aparte tabel aan het einde van deze paragraaf toegelicht. Overzicht baten en lasten Programma Inkoop
Onderwijs
WSP
WgSW
A Overhead
41 B Eindresultaat
Euro x 1.000 Lasten Baten Saldo Dotatie bestemmingsreserve Resultaat programma Inkoop Lasten Baten Saldo Dotatie bestemmingsreserve Resultaat programma Onderwijs Lasten Baten Saldo Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat programma WSP Lasten Baten Saldo Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat programma WgSW Resultaat Programma's Lasten Baten Saldo Dotatie bestemmingsreserve Resultaat Overhead A+B
A 2020 Realisatie 1.112 1.486 374 -50 324 1.958 2.656 698 -50 648 1.187 1.669 482 37 520 60.610 60.763 153 26 179 1.670 1.977 339 -1.639 -31 -1.670 0
B 2021 Primaire Begroting 1.261 1.571 310 310 2.030 2.717 687 687 1.117 1.610 493 13 506 57.545 57.728 183 183 1.686 2.064 378 -1.686 -1.686 0
C 2021 Gewijzigde Begroting 1.249 1.571 322 322 2.177 2.845 668 668 1.328 1.822 493 13 506 55.856 55.999 144 37 180 1.676 2.054 378 -1.676 -1.676 0
D 2022 Primaire Begroting 1.273 1.595 321 321 2.197 2.862 666 666 1.101 1.616 515 13 528 53.989 54.144 155 26 181 1.696 2.080 384 -1.696 -1.696 0
Verschil C-B
Verschil D-C
-12 12 12 147 128 -19 -19 211 212 0 -0 -0 -1.689 -1.729 -39 37 -3 -10 -10 10 10 0
24 24 -0 -0 20 17 -2 -2 -227 -205 22 0 22 -1.866 -1.855 11 -11 0 20 26 6 -20 -20 0
Toelichting 1. Inkoop: geen begrotingswijziging in 2021, beperkte verschuiving met lagere programmalasten en hogere overheadlasten (ICT). 2. Onderwijs: De deelname van de gemeente Lingewaard leidt voor de submodule leerplicht tot extra bijdrage van gemeente Lingewaard(€ 146.000) en daardoor een synergie-effect van € 48.000 voor de andere deelnemende gemeenten. 3. WSP voert extra activiteiten uit voor het regionale programma: deze zijn als incidentele lasten en baten (€ 212.000 vanuit regionale middelen) opgenomen in de begroting 2021. Voor 2022 zijn geen extra activiteiten opgenomen. 4. WgSW: de lasten zijn € 1,7 miljoen lager dan de primaire begroting 2021. In 2022 dalen de lasten met € 1,9 miljoen als gevolg van 5% uitstroom en 1,5% loonkostenstijging. 5. Voor zowel 2021 als 2022 zijn de baten en lasten in evenwicht.
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
Het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten Incidentele Lasten en Baten Programma Inkoop
42
Euro x 1.000 Lasten Baten Saldo Dotatie bestemmingsreserve Resultaat programma Inkoop Onderwijs Lasten Baten Saldo Dotatie bestemmingsreserve Resultaat programma Onderwijs WSP Lasten Baten Saldo Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat programma WSP WgSW Lasten Baten Saldo Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat programma WgSW A Resultaat Programma's Overhead Lasten Baten Saldo Dotatie bestemmingsreserve B Resultaat Overhead Eindresultaat A+B Totaal Lasten Baten Saldo Dotatie bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve Saldo na bestemmingsreserves
2020 Realisatie -110 0 110 -50 60 -69 42 110 -50 60 135 135 0 37 37 2.974 3.813 839 26 865 1.023 35 41 6 -31 -26 997 2.966 4.032 1.065 -131 63 997
2021 Primaire Begroting 30 30 13 43 43 32 32 43 32 62 30 13 43
2021 Gewijzigde Begroting 68 68 254 241 -13 13 -37 -37 37 32 32 354 304 -49 49 -
2022 Primaire Begroting 43 43 25 12 -13 13 -26 -26 26 32 32 100 62 -39 39 -
Toelichting •
•
In 2020 hebben de incidentele effecten geleid tot € 1 miljoen voordelig resultaat. Voor 2021 en 2022 zijn de incidentele lasten en baten in evenwicht en zijn gerelateerd aan extra activiteiten met extra dekking (WSP & Onderwijs) alsmede de geplande onttrekkingen aan de bestemmingsreserve WSP en WgSW. De post onvoorziene incidentele lasten € 32.000 en de gerelateerde baten is opgenomen onder overhead.
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
5.3
De uiteenzetting van de financiële positie
De jaarlijkse lasten bestaan grotendeels uit personeelskosten. Deze zijn relatief stabiel, met een incidentele stijging in 2021 voor extra opdrachten. De kosten van de SW dienstverbanden neemt stapsgewijs af. Er zijn beperkte bestemmingsreserves voor het opvangen van risico’s zoals toegelicht in paragraaf 4.2. De voorzieningen voor boventalligen wordt afgebouwd totdat de voormalig medewerkers van Presikhaaf Bedrijven de pensioengerechtigde leeftijd bereiken. De waardering van niet opgenomen vakantiedagen en niet uitbetaald vakantiegeld SW dienstverbanden is niet op de balans opgenomen. Deze posten nemen af met de afname van het aantal SW dienstverbanden.
5.4
Financiële gevolgen van het bestaande en nieuw beleid
In het volgende overzicht is een raming van de financiële gevolgen van het bestaande en nieuw beleid opgenomen. Ontwikkeling financiële positie Omschrijving Euro x 1.000
43
Jaarlijkse lasten A1 A2 A3 Eindstand per B balansdatum C D1 D2 D3 D4 D5 E1 E2 F1 F2 F3
Loonsom (vast) Externe inhuur SW dienstverbanden Investeringen ICT Externe financiering Bestemmingreserve WgSW Bestemmingsreserve WSP Bestemmingreserve Inkoop Bestemmingsreserve Onderwijs Bestemmingreserve Beheer Voorziening boventalligen Voorziening latente verplichtingen PHB Niet opgenomen vakantiedagen ambtelijk Niet opgenomen vakantiedagen SW dienstverbanden Niet uitbetaald vakantiegeld SW dienstverbanden
2020 Realisatie 4.408 590 55.531 51 555 38 50 50 31 1.852 203 150 4.400 2.100
2021 2021 2022 Primaire Gewijzigde Primaire Begroting begroting Begroting 4.539 474 55.502 0 0 581 5
1.785 133 3.975 2.054
4.793 525 53.739 0 0 518 25 50 50 31 1.110 103 150 4.260 2.033
4.876 381 51.826 0 0 492
12 50 50 31 700 0 150 4.108 1.961
Toelichting A. De jaarlijks terugkerende arbeidskosten kunnen worden verdeeld in de loonsom voor vaste dienstverbanden, externe inhuur en de loonkosten voor SW dienstverbanden. Er is een duidelijke verschuiving naar meer vaste dienstverbanden in 2021. B. Na de ICT investeringen in 2020 voor de WSP module, zijn er geen nieuwe investeringen (€ 25.000) gepland. C. Er is geen behoefte aan externe financiering doordat er wordt gewerkt met voorschotfacturen aan gemeente. Ook is er vanaf 2020 een financiële buffer met de opgebouwde bestemmingsreserves en de overgenomen voorziening Presikhaaf Bedrijven. D. Er zijn geen onttrekkingen voorzien aan de bestemmingsreserve WgSW. Dit gebeurt als de personeelskosten SW hoger uitvallen dan begroot. E. Ieder jaar wordt de individuele verplichtingen voor de boventalligen opnieuw vastgesteld. Doordat de maximale verplichting is opgenomen in de overdracht van de voorziening van Presikhaaf naar MGR, kan er door individuele ontwikkelingen met boventalligen, een positief saldo ontstaan dat ten bate komt aan de module WgSW. F. De beoogde ontwikkeling verplichting op balansdatum voor niet opgenomen vakantiedagen en niet uitbetaald vakantiegeld laat een langzame daling zien door het gecombineerde effect van de uitstroom SW dienstverbanden en de begrote salarisstijgingen in 2002 en 2021.
De uitbetaalde vakantiedagen bij uitdiensttreding worden deels vergoed door Scalabor die verantwoordelijk is voor de tijdig afbouw van dit saldo.
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
5.5
De geprognotiseerde eindbalans 2021 en 2022
Het balanstotaal is in 2020 gestegen tot € 8 miljoen door het incidentele positieve resultaat van € 2,5 miljoen dat in 2021 wordt gecrediteerd aan gemeenten. Ook zijn de twee voorzieningen voor latente verplichtingen van Presikhaaf bedrijven overgedragen aan de MGR. ACTIVA (Euro x1.000) Vaste activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut Vlottende activa Uitzettingen (looptijd<1 jaar) Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist Overige vorderingen Totaal uitzettingen Liquide middelen (kas- en banksaldi) Overlopende activa Nog te ontvangen bijdragen van overige Nederlandse overheidslichamen Overige overlopende activa Totaal overlopende activa Totaal Activa
5.6
31-12-2020 31-12-2021 31-12-2022 39
27
14
PASSIVA
31-12-2020 31-12-2021 31-12-2022
Vaste passiva Eigen vermogen Bestemmingsreserves
2.779
1.888
1.335
724
674
636
39
27
14
7.973
4.535
3.919 724
674
636
911
900
900
Voorzieningen
2.055
1.213
700
5.134
2.385
1.819
Vaste schulden
-
-
-
551
100
100
5.233
2.674
2.597
6.596
3.385
2.819
Vlottende passiva Netto-vlottende schulden (looptijd <1 jaar)
-
-
-
Overige schulden
3.283
842
842
70
12
-
1.880 1.950
1.820 1.833
1.755 1.755
8.012
4.562
3.932
Totaal eigen vermogen
1.241
1.050
1.000
136 1.377
100 1.150
100 1.100
8.012
4.562
3.932
Overlopende passiva Voorschotten van overige Nederlandse overheidslichamen Overige Overlopende passiva Totaal Overlopende passiva Totaal Passiva
De ontwikkeling van het EMU saldo
Het EMU-saldo of vorderingensaldo is het financieringssaldo waarin het exploitatie resultaat wordt gecorrigeerd voor baten en lasten die geen financiële uitgaven of inkomsten zijn. 44
Berekening EMU-saldo Omschrijving Euro x 1.000 1 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves 2 Mutatie (im)materiële vaste activa 3 Mutatie voorzieningen (dotatie - onttrekkingen) 4 Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) 5 Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa Berekend EMU-saldo
2020 Realisatie
2021 2021 2022 Primaire Gewijzigde Primaire Begroting begroting Begroting
68 39 2.055
-13 -13 -757
-49 -13 -842
-39 -13 -510
2.163
-783
-904
-562
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
5.7
Het overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld
Conform de BBV worden de baten en lasten verdeeld over de taakvelden. Voor de baten is dit grotendeels in lijn met de verdeling per module (Onderwijs, WgSW en WSP). De lasten zijn verdeeld tussen programmataakvelden en overhead taakvelden zoals opgenomen in het programmaplan (hoofdstuk 3). Voor de modules beheer en Inkoop zijn zowel de baten als de lasten onder overhead geclassificeerd. Overzicht Taakvelden Taakveld Euro x 1.000 Lasten 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken 6.4 Begeleide participatie 6.5 Arbeidsparticipatie 0.4 Overhead 0.8 Overige baten en lasten 0.10 Mutaties reserves Totaal Lasten Baten 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken 6.4 Begeleide participatie 6.5 Arbeidsparticipatie 0.4 Overhead 0.8 Overige baten en lasten 0.10 Mutaties reserves Totaal Baten
2020 Realisatie 1.958 60.610 1.187 3.078 12 131 66.976 2.656 60.763 1.669 1.793 31 63 66.976
2021 Primaire Begroting 2.030 57.545 1.117 3.293 32 0 64.017 2.717 57.728 1.610 1.917 32 13 64.017
2021 Gewijzigde begroting 2.177 55.856 1.328 3.272 32 0 62.664 2.845 55.999 1.822 1.917 32 49 62.664
2022 Primaire Begroting 2.197 53.989 1.101 3.321 32 0 60.640 2.862 54.144 1.616 1.946 32 39 60.640
Een korte toelichting voor de administratieve verwerking:
45
“Bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen moeten als directe lasten op de taakvelden worden geboekt. De bijdragen worden aan de lastenkant bij gemeenten en batenkant bij gemeenschappelijke regelingen verwerkt zonder afsplitsing van de overhead naar het taakveld Overhead. Aan de lastenkant bij de gemeenschappelijke regelingen vindt de afsplitsing van de overhead op het taakveld Overhead wel plaats.” “Wanneer de gemeenschappelijke regeling overheadtaken van de gemeente uitvoert, dan wordt de bijdrage voor deze gemeentelijke overheadtaken aan de lastenkant bij gemeenten en batenkant bij gemeenschappelijke regelingen wel op het taakveld Overhead begroot en verantwoord.”
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
DEEL 4
DE MEERJARENRAMING
De meerjarenraming bevat voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar een geprognosticeerde begin- en eindbalans en een raming van de financiële gevolgen, waaronder de baten en de lasten van het bestaande en het nieuwe beleid dat in de programma's is opgenomen.
6 De meerjarenraming 2023-2025 6.1
De geprognotiseerde balans
De geprognotiseerde balans laat een geleidelijke daling zien als gevolg van een daling in de voorziening (boventalligen). De impact van het teruglopen van het SW personeelsbestand komt terug in lagere overlopende activa en overlopende passiva. ACTIVA (Euro x1.000)
31-12-2022 31-12-2023 31-12-2024 31-12-2025
Vaste activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut Vlottende activa Uitzettingen (looptijd<1 jaar) Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist Overige vorderingen Totaal uitzettingen
46
Liquide middelen (kas- en banksaldi) Overlopende activa Nog te ontvangen bijdragen van overige Nederlandse overheidslichamen Overige overlopende activa Totaal overlopende activa Totaal Activa
6.2
14
1
-
-
14
1
-
-
3.919
3.507
3.233
2.997
900
900
900
900
1.819
1.507
1.333
1.197
100
100
100
100
2.819
2.507
2.333
2.197
-
-
-
-
1.000
900
800
700
100 1.100
100 1.000
100 900
100 800
3.932
3.508
3.233
2.997
PASSIVA
31-12-2022 31-12-2023 31-12-2024 31-12-2025
Vaste passiva Eigen vermogen
1.335
1.016
841
698
Bestemmingsreserves
636
594
566
540
Totaal eigen vermogen
636
594
566
540
Voorzieningen
700
422
275
157
-
-
-
-
Vlottende passiva Netto-vlottende schulden (looptijd <1 jaar)
Vaste schulden
2.597
2.491
2.392
2.299
Overige schulden
842
842
842
842
-
-
-
-
1.755 1.755
1.650 1.650
1.551 1.551
1.458 1.458
3.932
3.508
3.233
2.997
Overlopende passiva Voorschotten van overige Nederlandse overheidslichamen Overige Overlopende passiva Totaal Overlopende passiva Totaal Passiva
De uiteenzetting van de financiële positie
De begrote baten en lasten vanaf 2023 zijn zonder indexatie berekend. De financiële positie wijzigt wel door minder SW dienstverbanden en afname van de voorziening boventalligen en niet uit de balans blijkende verplichtingen zoals niet opgenomen vakantie dagen en niet uitbetaald vakantiegeld van SW medewerkers. Er is geen externe financieringsbehoefte en er zijn geen investeringen gepland. Ontwikkeling financiële positie Omschrijving Euro x 1.000 Jaarlijkse lasten A1 A2 A3 Eindstand per B balansdatum C D1 D2 D3 D4 D5 E1 E2 F1 F2 F3
6.3
Loonsom (vast) Externe inhuur SW dienstverbanden Investeringen ICT Externe financiering Bestemmingreserve WgSW Bestemmingsreserve WSP Bestemmingreserve Inkoop Bestemmingsreserve Onderwijs Bestemmingreserve Beheer Voorziening boventalligen Voorziening latente verplichtingen PHB Niet opgenomen vakantiedagen ambtelijk Niet opgenomen vakantiedagen SW dienstverbanden Niet uitbetaald vakantiegeld SW dienstverbanden
2022 2023 2024 2025 Primaire Meerjaren Meerjaren Meerjaren Begroting raming raming raming 4.876 381 51.826 0 0
4.876
4.876
4.876
381 48.717 0 0
381 45.794 0 0
381 43.046 0 0
492
463
435
409
12 50 50 31 700 0 150 4.108 1.961
0 50 50 31 422 0 150 3.861 1.843
0 50 50 31 275 0 150 3.630 1.732
0 50 50 31 157 0 150 3.412 1.628
De baten en lasten van het bestaande en nieuwe beleid
In de module WgSW dalen de totale lasten met € 3,2 miljoen in 2023, met € 3,0 miljoen in 2024 en met € 2,9 miljoen in 2025. Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
Overzicht baten en lasten Programma Inkoop
Onderwijs
WSP
WgSW
A Overhead
47
B Eindresultaat Totaal
Eindresultaat
Euro x 1.000 Lasten Baten Saldo Dotatie bestemmingsreserve Resultaat programma Inkoop Lasten Baten Saldo Dotatie bestemmingsreserve Resultaat programma Onderwijs Lasten Baten Saldo Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat programma WSP Lasten Baten Saldo Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat programma WgSW Resultaat Programma's Lasten Baten Saldo Dotatie bestemmingsreserve Resultaat Overhead A+B Lasten Baten Saldo Dotatie bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve
2022 Primaire Begroting 1.273 1.595 321 321 2.197 2.862 666 666 1.101 1.616 515 13 528 53.989 54.144 155 26 181 1.696 2.080 384 -1.696 -1.696 0 60.640 60.602 -39 39 0
2023 Meerjaren raming 1.273 1.595 321 321 2.197 2.862 666 666 1.101 1.629 528 528 50.750 50.931 181
2024 Meerjaren raming 1.273 1.595 321 321 2.197 2.862 666 666 1.101 1.629 528 528 47.705 47.886 181
2025 Meerjaren raming 1.273 1.595 321 321 2.197 2.862 666 666 1.101 1.629 528 528 44.843 45.023 181
181 1.696 2.080 384 -1.696 -1.696 0 57.401 57.401 0
181 1.696 2.080 384 -1.696 -1.696 0 54.356 54.356 0
181 1.696 2.080 384 -1.696 -1.696 0 51.494 51.494 0
Toelichting De belangrijkste uitgangspunten voor de meerjarenraming zijn: a. b.
c. d.
Er is geen indexatie in de meerjarenraming meegenomen zodat de ontwikkeling in lasten enkel de verwachte wijzigingen in de hoeveelheid mensen en middelen weergeeft. De jaarlijkse verlaging van het aantal SW dienstverbanden (6% per jaar) leidt tot lagere salariskosten en tot lagere uitvoeringskosten voor de Module WgSW. Bij de andere modules zijn er geen wijzigingen in de bezetting opgenomen. Er zijn geen incidentele baten en lasten geraamd voor deze periode. Er wordt in principe jaarlijks afgerekend met de deelnemende gemeenten. Hierdoor is er geen sprake van structurele toevoegingen of onttrekkingen aan de reserves.
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
De geprognotiseerde meerjaren ontwikkeling van het EMU-saldo is als volgt: Berekening EMU-saldo Omschrijving Euro x 1.000 1 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves 2 Mutatie (im)materiële vaste activa 3 Mutatie voorzieningen (dotatie - onttrekkingen) 4 Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) 5 Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa Berekend EMU-saldo
2022 2023 2024 2025 Primaire Meerjaren Meerjaren Meerjaren Begroting raming raming raming
48
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
-39 -13 -510
-30 -13 -278
-28 -1
-26 0
-147
-117
-562
-320
-176
-143
BIJLAGE
BIJDRAGEN PER GEMEENTE
Module Inkoop Het verdeelmodel is vanaf 2021 aangepast op basis van deelname aan zorgvormen. Gemeentelijke bijdrage Programma Inkoop Euro x 1 Deelnemende gemeenten Gemeente Arnhem Gemeente Doesburg Gemeente Duiven Gemeente Lingewaard Gemeente Overbetuwe Gemeente Renkum Gemeente Rheden Gemeente Rozendaal Gemeente Wageningen Gemeente Westervoort Gemeente Zevenaar Totaal Deelnemende gemeenten
2020 Realisatie
2021 Primaire Begroting
548.339 34.584 89.517 124.997 144.562 110.518 118.023 4.084 105.476 52.816 152.403 1.485.319
567.861 39.748 90.321 131.714 149.989 111.608 155.599 5.897 109.923 53.283 155.057 1.571.000
2020 Realisatie
2021 Primaire Begroting
2021 Gewijzigde Verschil 2021 begroting
567.861 39.748 90.321 131.714 149.989 111.608 155.599 5.897 109.923 53.283 155.057 1.571.000
-
2022 Primaire begroting
Verschil 2022
579.326 39.773 90.216 132.996 152.182 112.812 157.127 6.117 113.211 53.753 157.087 1.594.600
11.465 25 -105 1.282 2.193 1.204 1.528 220 3.288 470 2.030 23.600
2022 Primaire begroting
Verschil 2022
Module Onderwijs 49
Gemeentelijke bijdrage Programma Onderwijs Euro x 1 Deelnemende gemeenten Gemeente Arnhem Gemeente Doesburg Gemeente Duiven Gemeente Lingewaard Gemeente Overbetuwe Gemeente Renkum Gemeente Rheden Gemeente Rozendaal Gemeente Wageningen Gemeente Westervoort Gemeente Zevenaar Totaal Leerplicht VSV Gemeente Arnhem Totaal Deelnemende gemeenten Regionale bijdrage RMC Kwalificatieplicht RMC VSV Programma Schakelpunt Programma Sluitende Keten Programma Verzuim 18+ Totaal regionale bijdrage
2021 Gewijzigde Verschil 2021 begroting
Nieuwe verdeling +Lingewaard 731.396 756.600 721.700 84.014 80.000 83.400 145.700 146.087 171.700 167.400 83.004 102.400 91.100 135.982 154.500 150.500 2.406 3.900 4.900 63.227 52.200 54.900 140.601 135.800 134.800 1.386.717 1.457.100 1.554.400 149.500 149.500 149.500 1.536.217 1.606.600 1.703.900 382.000 324.236 180.000 32.000 160.000 1.078.236
382.000 332.500 191.000 20.000 160.000 1.085.500
382.000 332.500 191.000 20.000 160.000 1.085.500
-34.900 3.400 145.700 -4.300 -11.300 -4.000 1.000 2.700 -1.000 97.300 97.300 -
728.000 84.100 147.000 168.800 91.900 151.800 4.900 55.400 136.000 1.567.800 149.500 1.717.300 387.800 337.600 193.900 20.300 162.400 1.102.000
6.300 700 1.300 1.400 800 1.300 500 1.200 13.400 13.400 5.800 5.100 2.900 300 2.400 16.500
De gemeentelijke bijdrage voor de deelnemende gemeenten aan de submodule leerplicht daalt in 2021 door toetreding van gemeente Lingewaard. De verdeling is berekend op basis van de leerlingenaantallen en Vsvcijfers van de afgelopen drie jaar.
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
Module WSP Gemeentelijke bijdrage Programma WSP Euro x 1 Deelnemende gemeenten Gemeente Arnhem Gemeente Doesburg Gemeente Duiven Gemeente Lingewaard Gemeente Overbetuwe Gemeente Renkum Gemeente Rheden Gemeente Rozendaal Gemeente Wageningen Gemeente Westervoort Gemeente Zevenaar Totaal Deelnemende gemeenten
2020 Realisatie
2021 Primaire Begroting
2021 Gewijzigde Verschil 2021 begroting
611.600 44.600 100.200 182.700 187.100
639.600 44.800 101.700 186.600 190.900
639.600 44.800 101.700 186.600 190.900
171.300 6.200
175.300 6.600
175.300 6.600
59.200 171.000 1.533.900
60.000 174.700 1.580.200
60.000 174.700 1.580.200
-
2022 Primaire begroting
Verschil 2022
653.300 44.800 101.700 188.600 193.900 177.100 6.900 60.600 177.100 1.604.000
13.700 2.000 3.000 1.800 300 600 2.400 23.800
Module WgSW De verdeling van de gemeentelijke bijdrage is conform de regeling aangepast voor de gewijzigde begroting op basis van het aantal arbeidsjaren per gemeente op 30/10/2020. Voor 2021 wordt gerekend met dezelfde verdeling op basis van een gelijkmatige uitstroom van 6% voor alle gemeenten. De bijdrage van medewerkers woonachtig in buitengemeenten verloopt via gemeente Arnhem. 50
Gemeentelijke bijdrage Programma WgSW Euro x 1 Deelnemende gemeenten Gemeente Arnhem Gemeente Doesburg Gemeente Duiven Gemeente Lingewaard Gemeente Overbetuwe Gemeente Renkum Gemeente Rheden Gemeente Rozendaal Gemeente Wageningen Gemeente Westervoort Gemeente Zevenaar Totaal Deelnemende gemeenten Buitengemeenten
2020 Realisatie
2021 Primaire Begroting
2021 Gewijzigde Verschil 2021 begroting
2022 Primaire begroting
Verschil 2022
28.707.021 1.796.569 1.834.836 4.637.011 3.945.987
29.268.700 1.832.600 1.870.200 4.727.200 4.022.400
6.521.816 49.969
6.650.700 50.100
2.558.182 4.995.711 55.047.102 -1.493.448
2.609.500 5.093.700 56.125.100 1.414.000
28.281.000 1.785.600 1.921.100 4.525.700 3.808.400 6.434.500 52.300 2.570.700 4.796.600 54.175.900 1.444.600
27.344.600 1.726.500 1.857.500 4.375.800 3.682.200 6.221.400 50.600 2.485.600 4.637.800 52.382.000 1.415.700
-936.400 -59.100 -63.600 -149.900 -126.200 -213.100 -1.700 -85.100 -158.800 -1.793.900 -28.900
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
-987.700 -47.000 50.900 -201.500 -214.000 -216.200 2.200 -38.800 -297.100 -1.949.200 30.600
Module Beheer Gemeentelijke bijdrage Beheer
2020 Realisatie
Euro x 1 Deelnemende gemeenten Gemeente Arnhem Gemeente Doesburg Gemeente Duiven Gemeente Lingewaard Gemeente Overbetuwe Gemeente Renkum Gemeente Rheden Gemeente Rozendaal Gemeente Wageningen Gemeente Westervoort Gemeente Zevenaar Totaal deelnemende gemeenten
111.200 8.100 18.200 33.200 34.000 22.400 31.100 1.100 27.500 10.800 31.100 328.700
2021 Primaire Begroting
2021 Gewijzigde Verschil 2021 begroting
129.800 9.100 20.700 37.900 38.800 25.500 35.600 1.300 31.600 12.200 35.500 378.000
129.800 9.100 20.700 37.900 38.800 25.500 35.600 1.300 31.600 12.200 35.500 378.000
-
2022 Primaire begroting
Verschil 2022
132.600 9.100 20.600 38.300 39.400 25.800 36.000 1.400 32.600 12.300 35.900 384.000
2.800 -100 400 600 300 400 100 1.000 100 400 6.000
Meerjarenraming 2022-2024 In de meerjarenraming is geen indexatie meegenomen. Daarom blijven de gemeentelijke bijdragen gelijk aan die van 2022. Voor de module is WgSW is er een reductie van 6% per jaar geraamd (zonder indexatie).
51
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022