CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

MGR Gewijzigde begroting 2023 en Meerjarenbegroting 2024-2027

Gemeenteraad 25 mei 2023, gemeente DoesburgBij agendapunt: Jaarstukken 2022, begroting 2023 e.v. MGR Sociaal domein16.336 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Modulair Gemeenschappelijke Regeling sociaal domein Centraal Gelderland

Zorg

Participatie

Onderwijs

BEGROTING 2024 Incl. gewijzigde begroting 2023 - actualisatie programmaplan 2023 programmaplan 2024 en meerjarenbegroting 2024 - 2027

‘Wij staan voor een krachtige en samenhangende aanpak van regionale vraagstukken in het sociaal domein’

INHOUD

Voorwoord

Voorwoord

2

Deel 1: Hoofdlijnen van beleid

3

▪ Algemene ontwikkelingen 2023 en 2024 ▪ Uitgangspunten voor de begrotingsramingen ▪ Ontwikkelingen 2023 en 2024 in cijfers ▪ Impact autonome ontwikkelingen ▪ Impact uitvoeringsbeleid 2023 ▪ Impact uitvoeringsbeleid 2024

Deel 2: Beleidsbegroting

▪ Programmaplan 2024 ▪ Programmaplannen – Thema Zorg – Thema Onderwijs – Thema Participatie – MGR Beheerorganisatie ▪ Overzicht kosten van overhead ▪ Het bedrag van onvoorzien ▪ Overzicht algemene dekkingsmiddelen ▪ Beleidsindicatoren bestuur en organisatie ▪ De Paragrafen

Deel 3: De Financiële begroting

8

41

Deel 4: De meerjarenraming

48

Deel 5: Bijlagen

52

▪ Bijdragen per gemeente

We realiseren ons dat we een flinke actualisatieslag hebben gemaakt voor het programmaplan 2023 met een bijbehorende begrotingswijziging gebaseerd op de loonontwikkeling en overige indexaties en voor bepaalde modules extra taken en/of uitbreiding van de benodigde formatie. We hopen en gaan er vanuit dat de onderbouwing voor deze wijzingen duidelijk zijn. We lichten het natuurlijk ook graag toe in de twee geplande raadsinformatiebijeenkomsten op 22 en 25 mei 2023.

▪ Overzicht baten en lasten ▪ Toelichting overzicht baten en lasten ▪ Overzicht geraamde incidentele baten en lasten ▪ Uiteenzetting van de financiële positie ▪ Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid ▪ Geprognotiseerde eindbalans 2023 en 2024 ▪ Ontwikkeling van het EMU saldo ▪ Overzicht geraamde baten en lasten per taakveld

▪ Meerjarenraming 2024 - 2027 ▪ De geprognotiseerde balans ▪ De uiteenzetting van de financiële positie ▪ Baten en lasten van het bestaande en nieuwe beleid

Voor u ligt het de actualisatie van het programmaplan 2023 en de begrotingswijziging 2023 en het programmaplan 2024 met de meerjarenbegroting 2024 t/m 2027 van de Modulaire gemeenschappelijke Regeling sociaal domein Centraal Gelderland (MGR SDCG).

Tijdens deze raadsinformatiebijeenkomsten bespreken we met u ook de wijzigingen van de regeling die mede zijn ingegeven door de wijzigingen in de Wet Gemeenschappelijke Regeling. We streven ernaar onze regeling voor 1 januari 2024 te wijzigen. Vanaf 2024 voorzien we een aantal nieuwe taken voor de MGR. Dit betreft het steunpunt SROI en de optie voor het faciliteren van het regionale overleg. In de plannen informeren we u hierover. Voor de komende jaren voorzien we een extra uitdaging in de arbeidsmarkt voor alle sectoren waar we werkzaam zijn. Dit betreft de zorg, het onderwijs, gemeenten en voor ons als MGR. We hopen dat het lukt in deze regio om op alle betreffende werkvelden voldoende gekwalificeerd personeel te werven en te behouden. De grote vraag op de arbeidsmarkt biedt ook kansen voor inwoners die zijn aangewezen op de participatiewet of andere uitkering en/of die momenteel geen betaald werk hebben. We hopen dan ook dat we de kansen voor hen, via de inzet van het WSP en het Schakelpunt van het RBL, kunnen verzilveren. We nodigen u uit kennis te nemen van de plannen en begroting voor de MGR en een zienswijze te geven op de plannen voor 2023 en 2024 met de bijbehorende begrotingen. J. Goossen Voorzitter

H.H. Wiselius Directeur

2

1. HOOFDLIJNEN VAN BELEID » » » » » »

Algemene ontwikkelingen 2023 en 2024 Uitgangspunten voor de begrotingsramingen Ontwikkelingen 2023 en 2024 in cijfers Impact autonome ontwikkelingen Impact uitvoeringsbeleid 2023 Impact uitvoeringsbeleid 2024

3

Algemene ontwikkelingen 2023 en 2024 Inkoop Zorg De regio wil een nieuwe inkoop Zorg gaan voorbereiden en er liggen extra verzoeken om taken uit te voeren binnen de module Inkoop. Daarmee start de module Inkoop in 2023 en dit proces zal doorlopen in 2024. Dit vraagt om uitbreiding van de formatie in 2023 en 2024. RBL Binnen de module RBL houden we rekening met aanpassingen in de formatie als gevolg van de nieuwe formatierichtlijn van branchevereniging Ingrado voor leerplichttaken, waaronder kwalificatieplicht MBO. We voeren dit stapsgewijs in gedurende 2023 en evalueren in 2023 wat er extra nodig is voor 2024. WSP Aan de module WSP wordt per 2023 de submodule Steunpunt SROI toegevoegd. Voor 2023 worden de kosten nog een jaar gefinancierd vanuit regionale middelen. Vanaf 2024 betalen de deelnemende gemeenten de bijdrage. Daarnaast liggen er extra regionale opdrachten, waaronder de Harrietrainingen. Dit wordt in 2023 uitgevoerd. WgSW Binnen de module WgSW is sprake van een herverdeling van de gemeentelijke baten op basis van het aantal arbeidsjaren per oktober 2022. Beheer Voor de beheerorganisatie worden voor de periode vanaf 2024 de mogelijkheid geboden om overige taken onder te brengen in het kader van het faciliteren van het regionale overleg en beleidsondersteuning. Vooralsnog wordt er in deze begroting nog geen financiële invulling gegeven aan deze mogelijkheid.

Wanneer een Regionaal Portefeuillehoudersoverleg overige taken bij de MGR wil onderbrengen, zullen zij de bijbehorende begroting hiervoor overhevelen naar de MGR. Als dit aan de orde is, wordt dit opgenomen in een begrotingswijziging 2024.

Uitgangspunten voor de begrotingsramingen Tijdens de vergadering van het Algemeen Bestuur d.d. 8 december 2022 zijn de kaders voor de begrotingswijziging 2023 en begroting 2024 vastgesteld. De begroting 2024 wordt berekend op basis van de prognose 2023 en de onderstaande kaders voor bestaand beleid. Het AB heeft besloten uit te gaan van reële kosten voor loonkosten en overige indexeringen. Op 21 februari 2023 is er een principeakkoord gesloten tussen werkgevers en vakbonden voor een eenjarige CAO SGO. We hebben de beschikbare informatie gebruikt bij het opstellen van de begrotingswijziging 2023. Aangezien het principeakkoord een loonontwikkeling per schaal en periodiek behelst, verschillen de directe loonindexatiepercentages per module licht. Voor de reguliere indexatie van personeelskosten gaan we uit van het gewogen gemiddelde voor de MGR (7,7%). Als gevolg van de lopende onderhandelingen over de loonkosten van het SW-personeel is er ten tijde van het opstellen van zowel kaders voor de begroting als de begroting zelf geen feitelijke indexering beschikbaar. Het DB heeft daarom besloten voor de begrotingswijziging 2023 voorlopig uit te gaan van een aanname en heeft aan de bestuurscommissie Participatie een aantal scenario’s ter advisering voorgelegd. Het advies van de bestuurscommissie Participatie is overgenomen bij het opstellen van de begroting.

4

Voor de begroting 2024 wordt aangesloten bij de septembercirculaire 2022. 1. Op basis hiervan zijn de volgende indexeringen van toepassing voor de komende jaren: 2023

2024 2025 - 2027

Loonvoet (CAO SGO + inschaling)

7,7%

4,2%

Geen

Index Materieel Overheidsconsumptie

12%

2,4%

Geen

Voor 2025 en verder wordt er in de meerjarenraming zonder indexatie gerekend. 2. Personeelskosten: • De personeelskosten zijn geraamd op basis van de inschaling van de benodigde bezetting en de verwachte kosten van de flexibele schil. De personeelskosten worden begroot op werkelijke loonkosten van de bezetting , conform het principeakkoord van 21 februari jl. Dat betekent dat er geen ruimte is begroot voor hogere inschaling bij werving en selectie en/of inhuur, tenzij dit nadrukkelijk is aangegeven. • De CAO ontwikkeling van het SW-personeel is bij het opstellen van de begroting nog niet bekend. We gaan derhalve voor de CAO SW uit van 7% voor het hele jaar. Bij de CAO SW zijn de onderste schalen per 1 januari 2023 met 10,15% omhoog gegaan ten gevolge van de verhoging van het minimumloon en is er per 1 juli ook een verhoging voorzien. Er wordt ook rekening gehouden met eventuele andere wijzigingen in de betreffende CAO. 3. We gaan voor het uitstroompercentage SW op basis van pensionering, langdurige ziekte, ondergrens etc. uit van 5% voor zowel 2023 als voor de jaren 2024-2027. 4. De indexatie van materiële kosten verschilt per kostensoort. Afspraak is dat we uit gaan van de reële kosten ontwikkeling die aan de MGR mag worden opgelegd op basis van afspraken met aanbieders.

▪ Huisvesting: 14,5% ▪ ICT: deels 10% (Connectie) en deels 18% (RID, deels een inhaalslag van de afgelopen jaren) ▪ Software: 12% ▪ Overige: 12% 5. De MGR bestaat ruim 5 jaar en de afschrijftermijn van hardware is 4 jaar. De module Inkoop en beheer gaat in 2023 haar hardware vervangen. Voor WSP is dit in 2024 aan de orde. De bekostiging van hardware komt terug in de begrotingswijziging 2023 van de module Inkoop en beheer en begroting 2024 van WSP. Bij de module RBL zijn de werkplekken via de dienstverlening van de Connectie voorzien van de benodigde ICT voorziening en is investering derhalve niet aan de orde. 6. Op verzoek van het RPO Participatie wordt in 2024 de submodule Steunpunt SROI toegevoegd aan de samenwerkingsmodule WSP. In 2023 wordt het Steunpunt reeds opgenomen in de begroting, maar wordt gefinancierd uit regionale middelen. 7. Voor uitvoering van de Wet Open Overheid voegen we € 15.000 toe aan de begroting van de overhead. 8. We moeten voor de optie van verlofsparen een voorziening opnemen. Deze wordt in vanaf 2023 opgebouwd en is gerelateerd aan 10% van het saldo van bovenwettelijke uren uit 2023 en eerdere jaren.

5

Ontwikkelingen 2023 en 2024 in cijfers

Impact autonome ontwikkelingen In 2023 zien we ons geconfronteerd met onzekere loonkostenontwikkelingen en hoge indexaties. De autonome ontwikkelingen gelden voor de gehele MGR. We geven een overzicht van de impact ten opzichte van de primaire begroting 2023: 1. De loonkostenontwikkeling wordt begroot op 7,7% (was: 2,3%) voor ambtelijk en 7% voor SW- personeel met andere wijzigingen en de optie voor een eenmalige uitkering. Het financieel effect is: Ambtelijk SW

€ 400.000 € 2.690.000

2. De huisvesting wordt geïndexeerd met 14,5% (was: 1,5%). Het financieel effect is € 30.000. 3. ICT lasten worden geïndexeerd met 10% en 18%, afhankelijk van de leverancier. Het financieel effect is € 80.000. 4. Softwarelasten worden geïndexeerd met 12% (was 1,5%). Het financieel effect is € 20.000. 5. Nieuw in 2023 is de voorziening verlofsparen. Het financieel effect is € 40.000. In de begroting van de modules geven we expliciet aan of de ontwikkeling van de kosten autonome kostenontwikkeling betreffen of te maken hebben met incidentele of structurele kostenontwikkeling ten gevolge van het uitvoeringsbeleid van de betreffende modules of de beheerorganisatie.

6

Impact uitvoeringsbeleid 2023 Naast autonome ontwikkelingen zijn er tevens een aantal ontwikkelingen in uitvoeringsbeleid die van grote invloed zijn op de financiële begroting. De grootste impact ten opzichte van de primaire begroting 2023 wordt veroorzaakt door: 1. Inkoop zorg: Als gevolg van incidentele ziektevervanging van essentiële functies die niet onderling vervangen kunnen worden, wordt er voor 2023 extra inhuur begroot. Financieel effect: Incidenteel € 150.000. 2. Inkoop zorg: Voor verdere doorontwikkeling van de regionale uitgangspunten voor de inkoop zorg wordt rekening gehouden met een projectleider. Financieel effect: Incidenteel € 100.000. 3. Inkoop zorg: Voor verdere doorontwikkeling van de regionale uitgangspunten voor de inkoop zorg wordt rekening gehouden met een kostprijsonderzoek. Financieel effect: Incidenteel €50.000. 4. RBL: Als gevolg van de aangepaste formatierichtlijn breiden we in 2023 de eerste stap in de formatie voor leerplicht en bijbehorend management uit. Een deel hiervan vangen we op door het budget voor inhuur structureel voor vaste formatie in te zetten. In 2023 is het financieel effect € 450.000. Dit wordt vanaf 2024 structureel. 5. WSP: Vanaf 2023 wordt het Steunpunt SROI toegevoegd aan de module WSP. Financieel effect structureel € 170.000. In 2023 worden deze lasten gedekt vanuit regionale middelen.

In 2024 komen deze lasten voor rekening van deelnemende gemeenten. 6. WSP: In 2023 worden verschillende regionale opdrachten uitgevoerd, waaronder de Harrie-trainingen en inzet voor het RMT. Financieel effect incidenteel is € 150.000. Hier staan regionale middelen tegenover. Voor 2024 zijn deze nog niet begroot. 7. Overhead: Voor de module Inkoop zorg en de beheerorganisatie wordt in 2023 geïnvesteerd in hardware. Financieel effect is structureel € 15.000. 8. Overhead: In 2023 kunnen we dienstverlening voor een Functionaris Gegevensbescherming niet langer afnemen van de gemeente Arnhem. Hiervoor zoeken we een structurele oplossing. Daarnaast worden taken voor de Wet Open Overheid en CISO opgenomen in de begroting. Financieel effect is structureel € 50.000. Deze meerkosten worden toegerekend aan de verschillende modules en de beheerorganisatie.

Impact uitvoeringsbeleid 2024 Voor de primaire begroting 2024 is op dit moment onvoldoende in te schatten welke extra regionale opdrachten er bij de MGR worden ondergebracht. Voor het RBL wordt in 2023 een evaluatie gehouden om de voorziene tweede stap in de formatie-uitbreiding leerplicht voor 2024 te bepalen. Dit is niet opgenomen in de begroting 2024. We houden in de begroting 2024 rekening met de volgende ontwikkelingen: 1. WSP: Het Steunpunt SROI wordt structureel bekostigd met bijdragen van gemeenten. Financieel effect € 170.000. 2. Overhead: In verband met de toevoeging van extra opdrachten verwachten we een ontwikkeling in HR-advies. Financieel effect structureel € 35.000.

7

2. BELEIDSBEGROTING » Programmaplan 2024 » Programmaplannen

» » » » »

–

Thema Zorg

–

Thema Onderwijs

–

Thema Participatie

–

MGR Beheerorganisatie

–

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

–

Financiering

–

Bedrijfsvoering

–

Openbaarheid van informatie

Overzicht kosten van overhead Het bedrag van onvoorzien Overzicht algemene dekkingsmiddelen Beleidsindicatoren bestuur en organisatie De Paragrafen

3

De beleidsbegroting bestaat uit het programmaplan en de verplichte paragrafen volgens het Besluit Begroting & Verantwoording (BBV).

Programmaplan 2024 Het programmaplan bestaat voornamelijk uit een overzicht van de te realiseren programma’s en een overzicht van de kosten van de overhead. Het programmaplan is opgebouwd uit: a. De belangrijkste ontwikkelingen die betrekking hebben op de uitvoering van de dienstverlening: met welke ontwikkelingen houden we rekening? b. de doelstelling, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten, ten minste toegelicht aan de hand van de bij ministeriële regeling vast te stellen beleidsindicatoren: wat willen we bereiken? c. de wijze waarop ernaar gestreefd zal worden die effecten te bereiken, en de betrokkenheid hierbij van verbonden partijen: wat gaan we daarvoor doen? d. de raming van baten en lasten: wat gaat het kosten?

Programmaplan thema Zorg Omgeving

Wat zijn de verwachte ontwikkelingen?

Dit jaar continueren we wat is opgebouwd voor het sturen op kwaliteit, ontwikkeling en effect. De pilot rond het centraal opvragen en analyseren van de jaarverantwoording- en accountantsverklaringen wordt voor een tweede jaar door inkoop SDCG uitgevoerd. Ten opzichte van 2022 zijn een aantal verbeteringen doorgevoerd en we gaan evalueren of het proces met deze verbeteringen bijdraagt aan efficiënter organiseren van uitvoeringstaken. Bij een positieve evaluatie zal worden bekeken op welke wijze we deze werkzaamheden structureel kunnen faciliteren voor de regiogemeenten, mits gemeenten dit willen. Daarnaast zal worden gekeken of er meer uitvoeringstaken die nu bij de gemeenten liggen, efficiënter regionaal georganiseerd kunnen worden. In 2023 wordt de inkoop van de zorgvorm Verblijf Jeugd uitgevoerd en wordt voor Beschermd Wonen een nieuw segment toegevoegd om de beweging van beschermd wonen naar beschermd thuis te ondersteunen. Gemeenten hebben gevraagd om vooruitlopend op diverse (landelijke) ontwikkelingen alvast te kijken naar de impact hiervan op zowel inkoop (contractueel) als op de inkoopmodule (uitvoering). Zo worden onder andere de landelijke contractstandaarden Jeugd in nieuwe inkoop meegenomen en we werken mee aan de ontwikkeling van de landelijke standaarden voor Wmo.

Binnen de regiogemeenten hebben de bestuurders opdracht gegeven om uitgangspunten binnen de regiovisie concreet te maken. Mogelijk leidt dit tot bestuurlijke keuzes en richtinggevende uitspraken die wijziging van de inkoopopdracht tot gevolg hebben. Eventuele gevolgen voor het ingekocht aanbod moeten vervolgens inzichtelijk gemaakt worden. Als er sprake is van nieuwe inkoop dienen we rekening te houden met een doorlooptijd van circa 1,5 jaar inclusief implementatie. Hiervoor moet voldoende menskracht worden vrijgemaakt zowel vanuit Inkoop SDCG als vanuit regiogemeenten. Er zijn een aantal op elkaar ingrijpende ontwikkelingen gaande. Het is van belang dat we binnen deze ontwikkelingen prioriteiten en kaders stellen, zodat we binnen inkoop SDCG een realistische vraag c.q. opdracht van de regiogemeenten hebben die past bij de beschikbare bemensing.

9

Regiogemeenten zijn voor ons een belangrijke partner. Zij geven richting en bepalen beleidsmatige doelstellingen. Inkoop SDCG kan met inkopen als een belangrijk instrument bijdragen aan het realiseren van de beoogde doelstellingen. Inkoop SDCG kan als gesprekspartner tevens een verbinder zijn tussen gemeenten en de aanbieders die daadwerkelijke hulp leveren aan kwetsbare inwoners. We zien het als uitdaging om binnen de regio de verbinding tussen de maatschappelijke opgaven waar gemeenten voor staan en het belang van de zorgaanbieders bij elkaar te brengen op alle niveaus. Van dagelijkse uitvoering op cliëntniveau tot strategische stip op de horizon op bestuurlijk niveau.

Inkoop Zorg

Wie zijn onze partners en hoe betrekken we onze partners bij het bereiken van onze doelstellingen?

Naast het voorbereiden en begeleiden van het inkoopproces binnen het sociaal domein, sluiten wij voor de regiogemeenten (raam)overeenkomsten af met zorgaanbieders. Indien nodig worden ook tussentijdse inkoopmomenten georganiseerd. Hiervoor is het noodzakelijk om continu in gesprek te blijven met gemeenten en aanbieders. In het proces wordt rekening gehouden met lokale en regionale wensen. Kwaliteit Kwaliteit is binnen de regio een belangrijk speerpunt. We sturen gedurende de gehele looptijd van de overeenkomsten pro-actief op kwaliteit en rechtmatigheid. Een belangrijk instrument hiervoor is ons Meldpunt signalen zorg waar iedereen laagdrempelig en eenvoudig signalen kan melden. Bij dit alles hebben we oog voor het perspectief van de inwoner en gaan we onderzoeken op welke wijze we dit passend kunnen meenemen.

Activiteiten

Wat willen we bereiken?

Inkoop zorg wil de regiogemeenten ondersteunen en faciliteren in het effectief inzetten van inkoop als instrument om beleidsdoelstellingen te realiseren. Advisering en vroegtijdig aangehaakt zijn op ontwikkelingen zijn daarbij belangrijk. De jaarlijkse evaluatie Inkoop vervangen we dit jaar door een meer uitgebreide toets op de houdbaarheid en wenselijkheid van het nu ingekochte aanbod. Reden is dat de huidige overeenkomsten (in beginsel) in de loop van volgend jaar aflopen. De toetsing heeft als doel om te bepalen welke overeenkomsten verlengd/voorgezet kunnen worden en welke inkoop beter opnieuw in de markt gezet kan worden. Handhaving kwaliteit en rechtmatigheid De uitrol van het ontwikkelde handhavingskader zal gaan plaatsvinden. Indien gemeenten dat wenselijk vinden kan Inkoop SDCG een coördinerende rol vervullen hierin. Belangrijk is dat de lokale gemeenten het toezicht op orde brengen zodat we handhaving ook maximaal en optimaal kunnen benutten. Het uitvoeren van een coördinerende rol kunnen we in 2023 als onderdeel van het uitrollen van het handhavingskader binnen de bestaande formatie uitvoeren. Voorgesteld wordt om na de uitrol (uiterlijk maart 2024) inzichtelijk te maken wat het structurele effect is van deze extra taak. De mogelijkheden voor het verder uitbreiden van de data-analyse en het proactief kwaliteitsmanagement zal verder onderzocht en uitgewerkt worden.

De gemeenten ontvangen eind 2023 een voorstel waarin de mogelijkheden en de gevolgen in scenario’s worden geschetst. Hiermee kunnen de regiogemeenten voor 2024 bepalen of, en zo ja, welke eventuele uitbereiding wenselijk is.

10

Wat gaan we daar voor doen?

Inkoop Zorg

Continuïteit van dienstverlening Helaas hebben we momenteel te maken met enkele langdurig zieken. Om de dienstverlening van inkoop SDCG uit te blijven voeren en de continuïteit te waarborgen, is het noodzakelijk deze mensen tijdelijk/interim te vervangen. Op verzoek van de bestuurders nemen we de geraamde extra kosten mee in de begrotingswijziging 2023.

Met de meer uitgebreide toets op de houdbaarheid en wenselijkheid van het nu ingekochte aanbod willen we inspelen op de ontwikkelingen van het lokale en regionale beleid en de uitvoering bij zorgaanbieders. Uitgangspunten voor de toetsing die we vanuit Inkoop SDCG hanteren zijn: – Behouden en voorzetten van dat wat goed is en goed gaat; – Aanpassen, versterken en verbeteren van die elementen waar dat nodig is. Een belangrijke factor die meespeelt is de AmvB reële tarieven en jurisprudentie. Handhaven van het huidige tarief(model) moet beoordeeld worden bezien worden vanuit haalbaarheid & houdbaarheid. De ontwikkelingen zoals arbeidskrapte, sterk fluctuerende energieprijzen en de loonontwikkelingen in de nieuwe zorg CAO’s zijn reden om de onderbouwing van het huidig tariefmodel grondig tegen het licht te houden. Hiervoor zullen we voor zover nodig benchmarks en onderzoek laten uitvoeren. De uitkomsten van de toetsing worden meegenomen in de voorbereiding en uiteindelijke nieuwe inkoop 2025. Het is van belang om de voorbereiding op de nieuwe inkoop tijdig te starten. Hoewel bestuurders een opdracht hebben geformuleerd voor de regiogemeenten in het concretiseren van uitgangspunten zien we vanuit Inkoop SDCG nog niet dat binnen de diverse regionale gremia hierop stappen worden gezet.

Omdat deze uitgangpunten mogelijk effect hebben op de inkoop is het wenselijk dat dit wel enige voortgang heeft. Het is wellicht aan te bevelen hier regionaal een projectleider op te zetten. Indien gewenst kan Inkoop SDCG hierin faciliteren mits gemeenten bereidt zijn hier budget voor beschikbaar te maken. Afgelopen jaren hebben we diverse nieuwe systemen in gebruik genomen. In 2023 moeten we zorgvuldig afwegen welke systemen we structureel willen behouden, dit moet dan tevens structureel ingekocht worden. Voor systemen die niet voldoende aansluiten bij de verwachtingen moeten we onderzoeken in hoeverre deze verbetermogelijkheden bevatten of dat er andere systemen in de markt zijn die meer passen bij onze behoeften.

Wat gaat het kosten?

Autonome kostenontwikkeling De module Inkoop zorg heeft te maken met de volgende autonome prijsontwikkelingen 2023 – Loonkosten 7,7% – Huisvestingskosten 14,5% – ICT kosten 18%, waaronder een inhaalslag over de afgelopen jaren. – Softwarekosten 12% Overige Incidentele wijzigingen – In 2023 begroten we langdurig ziekteverzuim. – Op verzoek van de regio houden we rekening met inhuur voor projectleiding en coördinatie van een nieuwe inkoop. – We houden rekening met een kostprijsonderzoek voor verschillende zorgproducten.

11

Baten – De kosten voor de module Inkoop zorg worden bekostigd door de 11 deelnemende gemeenten op basis van het inwoneraantal en deelname aan de zorgvormen. Deze vindt u terug in de bijlage (pag. 52).

Personeelskosten nemen in 2023 € 374.000 toe ten opzichte van de primaire begroting 2023: ▪ Autonoom: Het effect van indexering is in 2023 circa € 90.000. Voor 2024 houden we rekening met € 55.000. ▪ Incidenteel: In 2023 wordt incidenteel vervanging van langdurig ziek personeel begroot op essentiële niet onderling te vervangen functies (€ 150.000) ▪ Incidenteel: Aanvullende inhuur voor een projectleider en/of coördinatie nieuwe inkoop € 100.000 ▪ Structureel: Invulling van de banenafspraak in 2022 heeft niet geleid tot realisatie van de begrootte loonkostensubsidie. ▪ Structureel: We breiden de formatie in 2023 structureel uit. Dit wordt gedekt uit het projectbudget en is daardoor budgetneutraal. ▪ Structureel: We houden rekening met beperkte kosten voor verlofsparen. Uitvoeringskosten nemen ten opzichte van de primaire begroting € 78.000 toe: ▪ Structureel: De begrootte korting op de kosten van ZorgLokaal vervalt in 2023, waardoor softwarekosten toenemen met € 20.000. We belasten de kosten door aan gemeenten, die zelf geen licentie hoeven aan te schaffen. ▪ Autonoom: Het effect van indexering op is € 8.000 ▪ Incidenteel: Voor het kostprijsonderzoek begroten we € 50.000 Overheadlasten nemen ten opzichte van de primaire begroting € 91.000 toe: ▪ Autonoom: De kosten voor ICT nemen toe met € 35.000 wegens indexatie en een inhaalslag van de afgelopen jaren.

▪ Structureel: Voor bekostiging van hardware begroten we € 13.000 ▪ Autonoom/incidenteel: Kosten voor huisvesting nemen toe met € 20.000, bestaande uit indexatie (€ 13.000) en incidenteel voor aanschaf van belcellen (€ 7.000). ▪ Structureel: Kosten voor informatiebeveiliging nemen met € 14.000 toe in verband met noodzakelijke invulling van verschillende functies. Baten van de deelnemende gemeenten stijgen met € 543.000. Een verdeling vindt u terug in de bijlage (pag. 52).

Inkoop Zorg

Overige structurele wijzigingen – Vanaf 2023 begroten we de bekostiging van hardware voor 18 werkplekken.

12

Omgeving

Wat zijn de verwachte ontwikkelingen?

Toename verzuimmeldingen en voortijdig schoolverlaten en verzwaring van de problematiek We verwachten dat de stijgende trend in het aantal verzuimmeldingen nog wat verder doorzet, doordat scholen steeds beter melden en ook zien we dat het aantal meldingen van voortijdig schoolverlaten weer toeneemt. Naast deze toename ervaren de consulenten ook een verzwaring en grotere complexiteit van de problematiek bij jeugdigen. Door deze ontwikkelingen wordt in vergelijking met voorgaande jaren meer tijd en inzet gevraagd worden van de consulenten.

Onderwijs

Programmaplan thema Onderwijs

Toename migratiestroom De verwachting is dat de migratiestroom blijft toenemen. Dit is een ontwikkeling die naar verwachting effect heeft op de dienstverlening van het RBL en vraagt om flexibiliteit. Deze doelgroep vraagt o.a. maatwerk, extra voorlichting, inzet van tolken en extra inzet van consulenten. Verandering van denken over het onderwijs Er is een maatschappelijke verandering gaande in het denken over het onderwijs. Dit is merkbaar in de politiek, binnen het onderwijs en bij ouders en jeugdigen. Onder andere in de vormgeving van het onderwijs (fysiek/online) en de ruimte die gezocht wordt in maatwerk. Maar ook de verandering in denken van ouders over fysiek onderwijs op school (meer luxeverzuim en vrijstellingsaanvragen voor een school in het buitenland), de nadruk die gelegd wordt op schoolaanwezigheid in plaats van afwezigheid en de wetswijziging m.b.t. vrijstellingen. Deze ontwikkelingen kunnen van invloed zijn op de dienstverlening van het RBL. Aandacht voor jongeren tussen de 16 en 27 jaar De overheid heeft steeds meer aandacht voor de overgang van jeugd naar volwassenheid, omdat blijkt dat het juist in deze fase moeilijk blijkt om hulp en ondersteuning zo in te richten dat deze aansluit bij en ook werkt voor jongeren. Vooruitlopend op o.a.

de verandering van de leeftijd van de RMC doelgroep van 23 naar 27 jaar, participeert het RBL al in verschillende pilots en werkgroepen. Dit vraagt nu al de nodige aandacht van ons.

Wie zijn onze partners en hoe betrekken we onze partners bij het bereiken van onze doelstellingen?

Gesprekspartner op verschillende niveaus Er wordt steeds vaker een beroep gedaan op de creativiteit van professionals om leerlingen een passende ondersteuning en ontwikkelingskansen te bieden. Om dit te regelen is de samenwerking tussen gemeenten, onderwijs, de sociale teams en andere partners in het sociaal en justitieel domein belangrijk. Het RBL is hierin vaak de verbindende schakel tussen de verschillende niveaus. Daarom zijn we ook op beleidsniveau gesprekspartner op het snijvlak onderwijs, zorg en participatie. De Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS) is m.b.t. verzuim in de regio de gezamenlijke basis. Met onze samenwerkingspartners willen we (meer) in dialoog om de MAS in de regio verder door te ontwikkelen.

13

Wat willen we bereiken?

Met de uitvoering van (wettelijke) taken heeft het RBL de ambitie dat zoveel mogelijk jeugdigen een route volgen naar een startkwalificatie¹. Deze startkwalificatie geeft hen een betere uitgangspositie op de arbeidsmarkt. Jeugdigen die ongeoorloofd verzuimen of (dreigen) uit te vallen, begeleidt het RBL terug naar school of naar een andere passende route in zorg of arbeid en jongeren in een kwetsbare positie houden we in beeld.

Onderwijs

Activiteiten

Beleidsindicatoren taakveld Onderwijs² Beleidsindicatoren Absoluut verzuim (per 1.000 leerplichtigen)

Landelijk gemiddelde (2021)

Schooljaar 2020-2021

Schooljaar 2021-2022

Prognose schooljaar 2022-2023

Prognose schooljaar 2023-2024

2,7³

1,7

1,3

1,3

1,3

98

71

71⁴

71⁴

27,5

32

34

35

1595

1776

1.882⁴

1938⁴

1,98%

bekend maart 2023

2%

2,2%

Absoluut verzuim (aantal leerplichtigen) Relatief verzuim (per 1.000 leerplichtigen)

20³

Relatief verzuim (aantal leerplichtigen) VSV percentage regio Arnhem (12-23 jaar)

1,88%⁴

Toelichting • De werkwijze om jeugdigen zonder schoolinschrijving snel in beeld te hebben rond de zomervakantie, is de afgelopen 3 jaar doorontwikkeld en zal in de huidige vorm worden voortgezet. De verwachting is dan ook dat de daling van het aantal leerplichtigen met absoluut verzuim niet (veel) verder doorzet. • We verwachten dat de stijgende trend in het aantal verzuimmeldingen nog wat verder doorzet, doordat scholen steeds beter melden. • We verwachten dat het VSV-percentage, na een tijdelijke daling vanwege de coronapandemie, verder zal stijgen. We zien namelijk een toename van het aantal uitschrijvingen in de eerste maanden van het nieuwe schooljaar. Daarnaast hebben leerlingen door het onderwijs op afstand minder binding met hun school, wat een bewezen risicofactor is voor voortijdig schoolverlaten, en gaan leerlingen zich ook weer meer heroriënteren op een opleiding. Een andere reden voor jongeren om niet terug naar school te gaan, is de krappe arbeidsmarkt. Dit maakt het makkelijker voor jeugdigen om werk te vinden. Hierbij blijft de vraag hoe duurzaam dit is. De ervaring leert namelijk dat bij een veranderende arbeidsmarkt zij vaak als eerste weer hun baan verliezen en vervolgens weer moeilijker werk vinden vanwege het ontbreken van een startkwalificatie. 1. 2. 3. 4.

Een startkwalificatie is een diploma op ten minste mbo-2, havo of vwo-niveau. Op de 18e verjaardag vervalt de kwalificatieplicht. In de regeling ‘beleidsindicatoren gemeenten’ zijn drie beleidsindicatoren vastgesteld die door gemeenten in de programmaverantwoording opgenomen moeten worden: absoluut verzuim, relatief verzuim en het vsv percentage. De cijfers zijn gebaseerd op de artikel 25 rapportage en de definitieve vsv cijfers van november 2021 van het ministerie OCW. Bron: DUO/Ingrado 2021 van website ‘Waarstaatjegemeente.nl’ Op basis van 55.379 leerplichtige leerlingen (5-18 jaar) schooljaar 2021-2022 (bron: Duo art25 rapportage)

14

Onderwijs

Wat gaan we daar voor doen?

Het RBL voert de wettelijke en preventieve taken uit op het gebied van leerplicht, kwalificatieplicht en RMC⁵ voor de jeugdigen in de leeftijd van 5 tot 23 jaar. Daarnaast participeert het RBL in het regionaal vsv-programma in verschillende teams. We voeren we de taken van verzuim 18+ uit, zijn opdrachtnemer voor het Schakelpunt en we leveren de programmaleider voor de Sluitende Keten en de coördinator van Team Overstap. Voor gemeente Arnhem geeft het RBL loopbaanadvies aan jongeren tot 27 jaar die een uitkering ontvangen en de scholingsplicht opgelegd hebben gekregen. Project Wel in Ontwikkeling RBL gaat samen met het samenwerkingsverband PassendWijs en De Verbinding deelnemen aan het project Wel in Ontwikkeling van Gedragswerk. Doel is om alle thuiszitters binnen de regio in beeld te krijgen bij zowel het RBL, het samenwerkingsverband als de gemeenten en dat alle thuiszitters binnen 3 maanden een passend onderwijs- of zorgaanbod hebben. Regionaal plan van aanpak jeugdwerkeloosheid Vanuit het RBL voeren wij mede de projecten ‘Jongeren zijn en blijven in beeld’ en ‘Pilot transitiecoach’ uit, met als doel het terugdringen van de jeugdwerkeloosheid. Jongeren in kwetsbare positie De doelgroep ‘jongeren in kwetsbare positie’ is een complexe doelgroep waar diverse partijen bij betrokken zijn en een verantwoordelijkheid hebben. Het RBL monitort deze doelgroep.

Binnen het RBL is een trainee gestart om deze doelgroep nader in beeld brengen en onderzoeken welke ondersteuning het RBL kan bieden Duurzaamheid werk Jeugdigen kunnen op dit moment relatief makkelijk werk vinden, maar de vraag is in hoeverre dit duurzaam is. Het Schakelpunt gaat daarom op gezette tijden de jeugdigen benaderen die op dat moment geen werk hebben, om te kijken of zij ondersteuning nodig hebben bij het zoeken naar een nieuwe baan. Daarnaast wil het Schakelpunt het praktijkleren meer onder de aandacht brengen bij de RMC consulenten en de scholen in de regio. Dit is een mooie kans voor jeugdigen voor wie het niet (meteen) lukt om een volledig diploma te halen om in de praktijk hun vaardigheden verder te ontwikkelen.

Wat gaat het kosten?

Autonome kostenontwikkeling De module RBL heeft te maken met de volgende autonome prijsontwikkelingen 2023: – Loonkosten 7,7% – Huisvestingskosten 14,5% – ICT kosten 10%. – Softwarekosten 12% Overige Incidentele wijzigingen – We houden rekening met een organisatieonderzoek in verband met de grote span of control. Deze wordt in 2023 gedekt uit de formatie-uitbreiding bij overhead. Deze formatie zal pas na, en op basis van, het onderzoek worden ingevuld. – In 2023 evalueren we de eerste stappen van de formatie-uitbreiding. Afgaande op de nieuwe formatierichtlijn, huidige ontwikkelingen en trends zal er in 2024 een tweede stap nodig zijn in de formatie-uitbreiding leerplicht. Op basis van de evaluatie in 2023 wordt bepaald wat nodig is. We houden in de begroting 2024 nog geen rekening met een extra formatie-uitbreiding in 2024. 5.

RMC staat voor Regionaal Meld- en Coördinatiepunt en is bedoeld om jongeren van 18 - 23 jaar die nog geen startkwalificatie hebben, in beeld te krijgen en te begeleiden richting een opleiding of een leerwerktraject.

15

Baten – De module RBL wordt bekostigd door de 9 deelnemende gemeenten op basis van het aantal leerplichtige jongeren. De verdeling van de kosten staat in de bijlage (pag. 52).

Personeelslasten vallen in 2023 ten opzichte van de primaire begroting 2023 € 577.000 hoger uit: ▪ Structureel: In 2022 is de bezetting verder toegegroeid naar de formatie volgens de vorige normering. Financieel effect € 150.000. ▪ Autonoom: Het effect van indexatie ten opzichte van de primaire begroting 2023 is € 200.000. In 2024 houden we rekening met € 120.000. ▪ Structureel: Per 1-1-2023 wordt een formatie-uitbreiding van 2 fte gerealiseerd (€ 170.000). Deze uitbreiding van de formatie wordt deels gedekt uit het inhuurbudget. ▪ Structureel: Per 1-9-2023 wordt aanvullende formatie-uitbreiding van 2 fte gerealiseerd (€ 60.000). ▪ Incidenteel: In het schooljaar 2022-2023 begroten we vooruitlopend op werving van vaste medewerkers een inhuur van € 75.000. ▪ Incidenteel: Begin 2023 is er sprake van tijdelijke uitbreiding van contracturen van bestaande medewerkers om werkdruk ontstaan door ziekte en verloop op te vangen (€ 50.000). ▪ Incidenteel: Voor het project jeugdwerkloosheid wordt in 2023 inhuur begroot (€ 40.000). Hier staat regionaal budget tegenover. ▪ Structureel: In 2023 en volgende jaren houden we rekening met een beperkt budget voor verlofsparen. ▪ Structureel: We begroten jaarlijks de verplichte BOA opleidingen bij het RBL, en niet centraal bij beheer voor € 10.000.

▪ Structureel: We begroten jaarlijks de bijdrage van gemeenten aan de regiosecretaris Onderwijs voor € 30.000.

6.

In deze begroting bedoelen we met de formatie of formatieuitbreiding specifiek de formatie bedoeld voor de leerplichttaken, waaronder ook kwalificatieplicht MBO.

Onderwijs

Overige structurele wijzigingen – Eind 2022 is er door branchevereniging Ingrado een nieuwe formatierichtlijn gepubliceerd. De analyse hiervan leidt ertoe dat voorgesteld wordt de formatie⁶ voor leerplichttaken, waaronder ook kwalificatieplicht MBO, te laten toenemen. Voor 2023 hanteren we een groeimodel voor het ophogen van de formatie en bijbehorende kosten.

16

Onderwijs

Uitvoeringskosten vallen in 2023 ten opzichte van de primaire begroting 2023 € 46.000 lager uit. Dit is het resultaat van: ▪ Incidenteel: Kosten voor het project jeugdwerkloosheid worden in 2023 als inhuurkosten begroot (-€ 60.000). ▪ Autonoom: Kosten voor software vallen als gevolg van indexatie € 4.000 hoger uit ▪ Structureel: We begroten kosten voor het uitvoeren van de WPG-audit en het actueel houden van de software (€ 10.000). Overheadlasten vallen in 2023 € 211.000 hoger uit ten opzichte van de primaire begroting: ▪ Structureel: In verband met de formatie-uitbreiding van het team en de bijbehorende span of control begroten we 0,9 fte formatie overhead. In 2023 bedraagt dit een half jaar (€ 55.000) en vanaf 2024 het gehele jaar (€ 105.000). ▪ Incidenteel: In 2023 begroten we een organisatieonderzoek ten behoeve van de span of control € 50.000). ▪ Autonoom: Het effect van indexatie is € 60.000 (€ 20.000 loonkosten en € 40.000 huisvesting en ICT) ▪ Structureel: De communicatieadviseur is heel 2023 in dienst. Dit wordt deels gedekt uit communicatiekosten (€ 5.000). ▪ Structureel: Kosten voor informatiebeveiliging nemen met € 14.000 toe in verband met noodzakelijke invulling van verschillende functies. Baten vallen in 2023 hoger uit dan de primaire begroting, als gevolg van de hogere lasten.

▪ Structureel: Gemeentelijke bijdragen vallen € 617.000 hoger uit in 2023, en per 2024 € 250.000 hoger. De verdeling van de gemeentelijke baten is weergegeven in de bijlage. ▪ Incidenteel: Overige baten vallen in 2023 € 8.000 hoger uit dan begroot. Hier ligt een directe relatie met de indexatie van loonkosten. Voor 2024 zijn nog geen overige baten bekend. ▪ Incidenteel: De regionale bijdrage voor het project jeugdwerkloosheid valt in 2023 lager uit dan begroot in verband met een lagere inzet € -20.000). ▪ Autonoom: De regionale bijdrage voor RMC-kwalificatieplicht en RMC-VSV vallen hoger uit door indexatie (€ 36.000) en een aanvullende bijdrage voor VSV (€ 100.000). De bijbehorende aanvullende bijdrage van de gemeente Arnhem wordt niet geïndexeerd. ▪ Autonoom: De regionale bijdrage voor het Regionaal Programma VSV wordt sinds 2021 niet geïndexeerd.

17

Per 1 maart 2023 start de nieuwe manager WSP/Participatie. Met de komst van de nieuwe manager wordt de aansturing van het programma Participatie vanuit één managementpositie binnen de MGR geëffectueerd.

Module WSP

Algemeen Met de bestuurscommissie is de afspraak gemaakt dat het programmaplan voor het daaropvolgende jaar (in dit geval 2024) in het voorjaar beperkt blijft tot de financiële kaders van de begroting. In het najaar, de vergadering van de bestuurscommissie van november, wordt het jaarplan 2024 met de daarin te verwezenlijken activiteiten voorgelegd. Hierdoor sluit het jaarplan beter aan op de actuele arbeidsmarktsituatie.

Participatie - WSP

Programmaplan thema Participatie

Omgeving

Wat zijn de verwachte ontwikkelingen?

Bijgesteld 2023 • Met ingang van 1 januari 2023 is voor de samenwerking tussen UWV en MGR (de negen gemeenten in de arbeidsmarktregio vertegenwoordigend) een nieuwe samenwerkingsovereenkomst afgesloten. Daarin zijn nadere afspraken beschreven over hoe UWV en MGR, in overeenstemming met de nieuwe inzichten die hierover zijn ontstaan, met elkaar samenwerken. • Samen met gemeenten wordt gezocht naar mogelijkheden om de uitstroom uit de bestanden te optimaliseren. In de afspraken met de deelnemende gemeenten is begin 2022 een accentverschuiving in de dienstverlening doorgevoerd waardoor steeds meer gewerkt wordt met de insteek dat werkgevers benaderd worden vanuit de mogelijkheden en competenties van de werkzoekende. Met het formaliseren van de twee teams binnen het WSP is er voor WSP-gemeenten ruimte gekomen om de focus meer te richten op de behoeften van de gemeenten. Om een goed beeld te hebben van die werkzoekende/de klanten uit de bestanden van de gemeenten, is het WSP dichter bij gemeenten georganiseerd. • Om tot optimalisatie in het werkproces te kunnen komen, worden met gemeenten afspraken gemaakt om samen met andere partners/partijen van gemeenten tot een totaaltraject te komen waardoor het bemiddelingsproces van intake tot en met de match bij een werkgever als een aaneengesloten traject verloopt.

Hierdoor ontstaat een proces waarin de expertise van alle partijen optimaal benut kan worden en er geen dubbeling in de dienstverlening ontstaan. Deze manier van werken sluit aan bij de landelijke ontwikkeling van Regionale Werkcentra. • In 2023 wordt onderzocht of WSP-gemeenten eerder bij de kandidaat betrokken kan worden. Bijvoorbeeld op het moment dat de kandidaat bij de gemeente in het intakeproces terecht komt. Hiermee kan worden bereikt dat er vanaf het moment dat een werkzoekende bij de gemeente een uitkering aanvraagt, al een focus op (het vinden van) werk ontstaat. • Transparantie van de arbeidsmarkt in brede zin is belangrijk voor het vinden van en matchen en bemiddelen tussen werkzoekenden en werkgevers die op zoek zijn naar arbeidskrachten. In onze arbeidsmarktregio hebben wij daarvoor afspraken vastgelegd tussen WSP, gemeenten en UWV. In het Besluit SUWI is deze transparantie ook benoemd als een belangrijk item om in te investeren. Uiteindelijk doel is zorgdragen voor dusdanige transparantie/arbeidsmarktinformatie dat vraag (van werkgevers) en aanbod (van werkzoekenden) ook zonder tussenkomst van (publieke) partijen mogelijk is. Deze transparantie wordt op dit moment deels georganiseerd vanuit de applicaties Sonar (werkzoekenden) en WBS (werkgevers) van UWV. Beide applicaties worden door UWV uitgefaseerd en zullen vanaf 1 januari 2026 niet meer in gebruik zijn.

Voor de regio (gemeenten én WSP) betekent de uitfasering van Sonar en WBS dat gezocht moet worden naar de aansluiting op de gegevensuitwisseling, zoals deze vanuit het programma Verbetering Uitwisseling Matchingsgegevens (VUM) landelijk wordt ontwikkeld. Voor de arbeidsmarktregio is het van belang

18

Participatie - WSP

•

om goed aansluiting te krijgen bij deze ontwikkelingen. Effect kan zijn dat gemeenten, evenals WSP-gemeenten, overgaan naar de aanschaf van andere applicaties. Het ligt in de bedoeling om dit proces (aansluiten bij VUM, ontwikkelen van arbeidsmarktinformatie, transparantie tot het niveau van werkgever/werkzoekende) regionaal vorm te geven. Op verzoek van de deelnemende gemeenten is het Steunpunt SROI ondergebracht bij het WSP. In 2022 zijn hiervoor de voorbereidingen gestart waarbij met de gemeenten de afspraak is vastgelegd dat het steunpunt voor 2023 vanuit regionale middelen gefinancierd zal worden om in principe vanaf 2024 structureel, als submodule van het WSP, in de reguliere financieringsstromen wordt opgenomen. Voor het laatste dient de regeling van de MGR te worden gewijzigd conform de daarvoor geldende procedures. De gemeente Doesburg sluit niet bij deze activiteiten/submodule aan.

2024-2027 Vanaf 2023 wordt vanuit de regio gewerkt aan het mede ontwikkelen van de landelijke kaders en de regionale implementatie van de nieuw te vormen Regionale Werkcentra. De verwachting is dat eind 2024/begin 2025 de contouren hiervan bekend zijn en onderzocht kan gaan worden welke werkvorm het best passend is voor onze arbeidsmarktregio. Voor het WSP zal deze zich enerzijds toespitsen op het behouden en uitbreiden van werkgeverscontacten; met name bij werkgevers die inclusie hoog in het vaandel dragen. Daarbij zal de nadruk steeds meer komen te liggen op: • het faciliteren van de ontmoeting tussen werkgevers en werkzoekenden • het acteren als adviseur van werkgevers bij het vinden van de juiste oplossingen voor HR-problemen in brede zin en • het ondersteunen van werkgevers bij de inzet van instrumenten, voorzieningen en subsidies. Anderzijds zal hierbij de samenwerking met de gemeenten en de zichtbaarheid bij gemeenten en onze belangrijkste partners van belang blijven. Deze samenwerking en zichtbaarheid wordt nu in de vorm van subregionale dienstverlening al vormgegeven, maar zal zich verder intensiveren.

In het kader van het landelijk programma ten behoeve van het verbeteren van de uitwisseling van (matchings)gegevens, dient ook in onze regio gewerkt te worden aan de optimalisering van systemen die de verbinding tussen werkzoekenden en vacatures bij werkgevers organiseren. Het streven is dat werkgevers uiteindelijk zelf inzicht krijgen in de gegevens van werkzoekenden, en mogelijk ook vice versa. De verwachting is dat eind 2024/begin 2025 voor de regiogemeenten en WSP-gemeenten duidelijk is hoe deze gegevensverwerking georganiseerd kan worden, welke investeringen daarvoor gedaan moeten worden en hoe het implementatieproces vorm moet krijgen. Dit is dan op tijd voor de uitfasering van de UWV-applicaties (Sonar en WBS) waarvan in de regio gebruik wordt gemaakt. In hetzelfde kader is het streven om verder vorm te geven aan informatiemanagement. De wens is dat hiervoor structureel een regionale informatiemanager ingezet wordt. Gelijk aan 2022/2023 zal het WSP bijdragen aan regionale ontwikkelingen en projecten/samenwerkingen die in het kader van de regionale strategische agenda worden opgezet. Belangrijke thema’s hierbij zijn het verkleinen van de afstand van jongeren naar werk en het vergroten van het netwerk van inclusieve werkgevers.

Steunpunt SROI Als gemeenten in 2023 instemmen met de aanpassing van de Regeling dan zal vanaf 2024 de uitvoering van de taken voor het Steunpunt SROI (Social Return on Investment) worden overgedragen aan het WSP (structureel). In 2023 is hiermee al een start gemaakt op basis van incidentele regionale financiering.

19

•

• •

•

• • •

Uitgangspunt in de relatie met de negen deelnemende gemeenten is dat gemeenten en WSP directe samenwerkingspartners zijn die gezamenlijk met andere partijen/partners van gemeenten verantwoordelijk zijn voor het uitstroomresultaat binnen de gemeente. Voor 2023 wordt hier ook de registratiemethodiek op aangepast. Met UWV is de relatie tweeledig: Het team WSP-UWV is onderdeel van de WSP-organisatie. De werkzoekendendienstverlening van UWV is, gelijk aan onze gemeentelijke partners, de partij waar bemiddelbare kandidaten vandaan komen. Ook Scalabor is een belangrijke partner van het WSP. Nagenoeg alle kandidaten van de gemeente Arnhem starten het traject naar werk via Scalabor. Bemiddeling van werkfitte kandidaten wordt in afstemming met Scalabor door beide partijen uitgevoerd. Ook voor andere opdrachtgevers verzorgt Scalabor ontwikkeltrajecten. Samen met de bemiddelaars van Scalabor en andere re-integratiepartners wordt voor deze kandidaten gezocht naar de best passende werkplek. Op regionaal niveau zijn er nauwe banden met het Netwerkteam van waaruit de uitvoering van projecten in het kader van de regionale strategische agenda worden opgestart. Te denken valt hierbij ook aan de contacten met het Regionaal Mobiliteitsteam en de aanpak van werkloze jongeren en vroegtijdig schoolverlaters waarvoor het WSP onder meer de Matchingstafel organiseert.

Om de doelgroep jongeren te ondersteunen in het proces naar betaald werk zijn er contacten met het Regionaal Bureau Leerlingzaken (RBL) en daarbinnen het Schakelpunt, De Onderwijsspecialisten en onderwijsinstellingen als ROC, HAN en VSO-Pro scholen. Werkgeverscontacten worden onder meer onderhouden via de ondernemersverenigingen die in de negen gemeenten bestaan en via VNO-NCW. Met de Stichting Inclusief Midden-Gelderland zijn nauwe banden om het netwerk van inclusieve werkgevers in de arbeidsmarktregio te vergroten.

Activiteiten

Wat willen we bereiken? •

•

•

Het WSP heeft aandacht voor de banenafspraak en het uitbouwen van het netwerk van inclusieve werkgevers. Bij deze inclusieve werkgevers worden structureel meer mogelijkheden gerealiseerd voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt c.q. een grotere begeleidingsbehoefte. Daarbij merken wij dat deze begeleidingsbehoefte zich niet meer beperkt tot mensen uit het Doelgroepregister. Steeds meer mensen uit de bestanden van gemeenten hebben een grote tot zeer grote afstand tot werk en daarmee een begeleidingsbehoefte die aansluit bij de aanbodgerichte werkwijze (functiecreatie) die voor personen uit het Doelgroepregister van toepassing is. De accountmanagers van het WSP introduceren deze kandidaten bij werkgevers, ook zonder dat daar een directe vacature aan ten grondslag ligt. Vaak worden bij inclusieve werkgevers toch kansen gezien en geboden waardoor kandidaten aan het werk kunnen. In de tweede helft van 2022 heeft het inzetten van Praktijkleren derde leerweg in onze regio steeds meer aandacht gekregen. Door SBB en ROC is hiervoor een aanvraag ingediend om middelen beschikbaar te krijgen waarmee de kennis over en implementatie van praktijkleren in 2023 opgestart is. Dit met het streven om deze methodiek daarna structureel ingebed te krijgen in de regio.

WSP heeft in dit proces een informerende en adviserende rol richting werkgevers en werkt mee aan de introductie van praktijkleren bij de partners in de regio. Idee is dat het aanbod aan potentieel voor werkgevers vele malen groter wordt op het moment dat de werkgever (als erkend leerbedrijf) ook werknemers in dienst neemt die nog niet voldoen aan de gevraagde (vakgerichte) vaardigheden. De inschatting is dat werkgevers in 2023 en daarop volgende jaren grote moeite blijven houden om voldoende mensen te vinden om vacatures op te vullen. Voor het WSP ligt hier een taak om werkgevers en werkzoekenden uit de bestanden van gemeenten en UWV met elkaar in contact te brengen. Hiervoor worden regelmatig activiteiten georganiseerd waardoor beide groepen elkaar

Participatie - WSP

Wie zijn onze partners en hoe betrekken we onze partners bij het bereiken van onze doelstellingen?

20

Participatie - WSP

•

kunnen ontmoeten. De banenmarkt is hiervoor een veelbeproefd recept. Voor 2023 willen we met andere concepten (open hiring, “omgekeerd solliciteren”, VR-brillen, enz.) proberen werkzoekenden nog meer te prikkelen om bij werkgevers aan de slag te gaan. Samen met het team WSP-UWV wordt een activiteitenjaarkalender opgesteld waarin alle events worden opgenomen. De intentie is om dit in samenwerking en overleg met andere partijen uit de regio vorm te geven zodat werkgevers en werkzoekenden vanuit een zo breed mogelijk aanbod met elkaar het gesprek aan kunnen gaan. Binnen het WSP is veel expertise over wet- en regelgeving en de voorzieningen die voor werkgevers (en werkzoekenden) ingezet kunnen worden. In de afgelopen jaren zijn de belangrijkste voorzieningen voor werkgevers voor onze regio geharmoniseerd en opgenomen in de instrumentengids Dennis. Met behulp van deze applicatie kunnen accountmanagers van WSP, maar ook klantmanagers van gemeenten werkgevers eenvoudig informeren over voorzieningen en hen voorzien van de noodzakelijke, uniforme, documenten en formulieren. Feitelijk ontstaat hierdoor een “instrumentenkoffer” die WSP-medewerkers kunnen gebruiken om werkgevers te faciliteren als zij een kandidaat op een vacature/werkplek willen plaatsen. Idealiter wordt deze “koffer” verder gevuld met andere instrumenten die voor werkgevers (en werkzoekenden) ingezet kunnen worden.

Denk daarbij bijvoorbeeld aan praktijkleren en specialistische ondersteuning die andere partijen kunnen bieden. In die situaties is WSP de verbinder tussen de werkgever en de voorziening die ingezet kan worden.

Wat gaan we daar voor doen?

•

•

•

• •

We zijn met gemeenten in gesprek om, op basis de eerder ingezette accentverschuiving in de dienstverlening naar gemeenten, werkgevers- en werkzoekendendienstverlening dichter bij elkaar te brengen. Hierdoor kunnen meer maatwerkoplossingen voor gemeenten én hun inwoners gerealiseerd worden. Bij gemeenten is een uitvraag gedaan naar hun ambities voor 2023 zodat we op basis daarvan (taakstellende) afspraken met elkaar kunnen maken. Naast het plaatsen van kandidaten (regulier en banenafspraak) van gemeenten op vacatures, valt hierbij te denken aan specifieke aandacht voor bepaalde doelgroepen, het bevorderen van inzichten over het arbeidsmarktperspectief bij klantmanagers en het verstevigen van de relatie/het partnerschap met andere gemeentelijke partijen. Maar ook het in het traject opnemen van kandidaten met een grote afstand tot de arbeidsmarkt (trede 4 participatieladder) en aandacht voor het stimuleren van het plaatsen van inwoners vanuit activerend werk bij werkgevers. Hoewel we al met veel werkgevers contacten onderhouden en relaties opbouwen, blijkt (ook uit landelijke gegevens) dat het merendeel van de werkgevers WSP niet kent en dus ook niet weet hoe een WSP hen kan faciliteren bij het vinden van kandidaten voor vacatures. Meer aandacht voor naamsbekendheid en de specifieke kennis en expertise die WSP heeft en kan inzetten voor de werkgever, is daarom van belang.

Door middel van gerichte communicatie en speciale acties willen we in 2023 de naamsbekendheid en het “merk” WSP vergroten. We verwachten dat de eerder genoemde activiteitenjaarkalender hieraan ook een bijdrage kan leveren. Het WSP levert een actieve bijdrage aan de uitvoering van lokale en regionale projecten enerzijds door als kartrekker van projecten te fungeren (Matchingstafel, verbetering gegevensverwerking, harmonisatie uitvoeringsregels voor werkgevers), anderzijds door deelname aan projecten (RMT-projecten zoals het Werkcentrum Overbetuwe, Praktijkleren derde leerweg, regionale aanpak jeugdwerkloosheid). Een activiteit die in aanmerking komt voor structurele financiering is de HARRIE-training van CNV-Jongeren, die al sinds jaar en dag via het WSP voor onze regio georganiseerd wordt. Huisvesting: De huurovereenkomst voor WSP-gemeenten is verlengd tot april 2024. In 2023 zal, onder meer op basis van de perspectieven van zowel de samenwerking met UWV als in de regio gezocht gaan worden naar nieuwe huisvesting voor dit WSP-team. Ambities en taakstelling en prestatie-indicatoren: WSP heeft gemeenten gevraagd om de ambities ten aanzien van de uitstroom van uitkeringsgerechtigden trede 4 en 5 (participatieladder) door te geven. Dat is immers de basis voor het uitvoeren van opdracht van WSP. In het eerste kwartaal van 2023 zullen deze ambities worden vastgesteld.

21

De ambities van gemeenten (kwalitatief en kwantitatief), de intentie om prestaties te realiseren in samenwerking met andere partijen/partners en de inzichten in het potentieel van kandidaten van gemeenten en UWV tezamen, kunnen de prestatie-indicatoren voor 2023 beïnvloeden. Vooralsnog zijn voor gemeenten prestatie-indicatoren bepaald op de volgende thema’s: » Vervullingsquote: Dit is het aantal vervulde vacatures ten opzichte van het totaal aantal ingediende/geregistreerde vacatures. Voor 2023 wordt ervan uitgegaan dat 40% van de door WSP geregistreerde vacatures wordt vervuld. » Werkgeverstevredenheid: In het kader van de SUWI-afspraken is een landelijke monitor ontwikkeld om de werkgeverstevredenheid te meten en hier benchmarkgegevens uit te kunnen halen. Voor 2022 is deze monitor in het najaar uitgezet. Evenals voor 2022 wordt voor 2023 gestreefd naar een werkgeverstevredenheid van 7,5. » Vacaturevervulling: Zoals hiervoor is beschreven, willen we tot een andere benadering van de taakstelling op vacaturevervulling komen. De prestaties op deze KPI zijn daarnaast ook afhankelijk van het aantal werkfitte kandidaten/werkzoekenden dat door ketenpartners wordt aangemerkt en in beeld is gebracht. In het eerste kwartaal 2023 zal dit nader gespecificeerd worden.

Participatie - WSP

•

Wat gaat het kosten?

Autonome kostenontwikkeling De module WSP heeft te maken met de volgende autonome prijsontwikkelingen 2023: – Loonkosten 7,7% – Huisvestingskosten 14,5% – ICT kosten 18%, waaronder een inhaalslag over de afgelopen jaren – Softwarekosten 12% Overige Incidentele wijzigingen – In 2023 voert het WSP de volgende regionale opdrachten uit: » Het faciliteren van Harrie-trainingen » De matchingtafel » Het organiseren van evenementen voor banenmarkten » Het RMT project voor statushouders. Deze regionale opdrachten worden incidenteel gefinancierd met regionale middelen. Voor 2024 begroten we deze regionale opdrachten niet omdat daarover nu nog geen duidelijkheid bestaat. We zullen dit meenemen bij een begrotingswijziging 2024 ervan uitgaande dat er dan ook regionale middelen tegenover staan. – In 2023 is er in het eerste kwartaal nog sprake van een interim invulling van de managementfunctie. Vanaf 1 maart gaat de nieuwe manager van start. – Een deel van de werving en selectiekosten van de manager participatie vallen in 2023. Overige structurele wijzigingen – Per 2023 wordt de submodule Steunpunt SROI toegevoegd aan de module WSP, waarvoor in 2023 de kosten vanuit regionale middelen wordt gedragen en vanaf 2024 door de deelnemende gemeenten. – Vanaf 2023 worden management en beleid ingezet voor het gehele programma Participatie. Er vind een verdeling van kostenplaats over WSP en WgSW.

– Vanaf 2024 begroten we de bekostiging van hardware voor 20 werkplekken. Baten – De module WSP wordt bekostigd door de 9 deelnemende gemeenten op basis van het aantal inwoners. De verdeling van de kosten staat in de bijlage (pag. 52).

22

Participatie - WSP Personeelskosten vallen in 2023 ten opzichte van de primaire begroting 2023 € 304.000 hoger uit: ▪ Autonoom: Het effect van indexatie is € 80.000 ▪ Structureel: Personeelskosten voor de nieuwe submodule Steunpunt SROI bedragen € 156.000 ▪ Incidenteel: Voor regionale projecten wordt voor inhuur € 70.000 begroot. Uitvoeringskosten vallen in 2023 ten opzichte van de primaire begroting 2023 € 69.000 hoger uit. In 2024 nemen de kosten ten opzichte van 2023 licht af, omdat incidentele projecten aflopen. De effecten zijn: ▪ Incidenteel: In 2023 is het effect voor Harrie trainingen € 40.000 ▪ Incidenteel: In 2023 is het effect voor evenementen € 28.500 ▪ Structureel: Vanaf 2024 is het effect van Steunpunt SROI € 20.000 Overheadlasten vallen in 2023 € 65.000 hoger uit ten opzichte van de primaire begroting. In 2024 zien we een aanvullende stijging: ▪ Incidenteel: In 2023 is in het eerste kwartaal sprake van inhuur van een interim manager, en houden we rekening met een deel van de werving en selectiekosten (€ 8.000). ▪ Autonoom: Kosten voor ICT nemen in 2023 toe met € 30.000 wegens indexatie en een inhaalslag van afgelopen jaren. ▪ Autonoom: Kosten voor huisvesting nemen als gevolg van indexering in 2023 toe met € 12.000. ▪ Structureel: Kosten voor informatiebeveiliging nemen vanaf 2023 met € 14.000 toe in verband met duurdere invulling van verschillende functies.

▪ Structureel: Door combinaties van functies binnen het programma Participatie is er een verdeling van overhead tussen WSP en WgSW. ▪ Structureel: Vanaf 2024 begroten we € 15.000 voor bekostiging van hardware. Baten van de deelnemende gemeenten stijgen in 2023 met € 136.000. Regionale bijdragen zijn in 2023 € 303.000 en bestaan uit: » Matchingtafel € 37.500 » Evenementen € 28.500 » Harrie trainingen € 40.000 » RMT € 40.000 » SROI € 156.000 In 2024 stijgen de gemeentelijke bijdragen met € 260.000. Naast de hierboven genoemde structurele en incidentele lasten in 2024 wordt deze stijging veroorzaakt omdat de gemeenten vanaf dit jaar het Steunpunt SROI financieren.

23

Omgeving

Wat zijn de verwachte ontwikkelingen?

Bijgesteld 2023 • Inmiddels is bekend dat er een CAO-akkoord voor CAO gemeenten/CAO SGO is bereikt tussen vakbonden en VNG. Onderdeel van het akkoord is een structurele loonsverhoging van € 240,per maand. Daarbij komt een verhoging van 2 procent. Gemiddeld lijkt de loonsverhoging voor gemeente-ambtenaren uit te komen op 9% (met terugwerkende kracht tot 2 januari 2023). • De vakbonden voeren momenteel ook actie om de lopende CAO-afspraken voor SW-personeel te herzien om zo de arbeidsvoorwaarden voor SW-personeel te verbeteren. De inzet van de vakbonden is een loonsverhoging met terugwerkende kracht tot 1-1-2023 van 10% en verhoging van de reiskostenvergoeding van 10 naar 21 cent per km. • Het minimumloon is inmiddels met 10% verhoogd. Dat heeft een opwaarts effect op de lonen die net boven het minimumloon liggen. • In de primaire begroting voor de SW 2023 is uitgegaan van een CAO-stijging van 2,4%. De hiervoor genoemde ontwikkelingen nopen het DB van de MGR om de begrote salarislasten (en daarmee de bijdragen van de gemeenten) voor 2023 bij te stellen. • Normaliter worden in de decembervergadering van het AB de begrotingskaders vastgesteld waarmee verder uitvoering gegeven wordt aan de (meerjaren)begroting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=1f5e39cc-fed8-427d-8e12-0f9fc187e3f2