CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2023

Gemeenteraad 30 juni 2022, gemeente DoesburgBij agendapunt: Kadernota 2023 gemeente Doesburg7.975 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kadernota 2023

Pagina 1 van 17

Inhoudsopgave Inhoudsopgave .................................................................................................................................................................................................................................. 2 Inleiding ............................................................................................................................................................................................................................................. 3 Beslispunten ...................................................................................................................................................................................................................................... 3 Overzicht begrotingsvoorstellen 2023-2026 ...................................................................................................................................................................................... 4 Financieel perspectief ......................................................................................................................................................................................................................

10 Algemene reserve ........................................................................................................................................................................................................................... 11 Algemene technische uitgangspunten ............................................................................................................................................................................................ 12 Maatstaven algemene uitkering gemeentefonds............................................................................................................................................................................. 14 Programma indeling vanaf 2023...................................................................................................................................................................................................... 16

Pagina 2 van 17

Inleiding Inleiding Algemeen Op grond van artikel 4 van de door uw raad vastgestelde vigerende financiële verordening dient het college uw raad jaarlijks voor 15 juni een kadernota aan te bieden met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. Thans ligt de kadernota 2023 voor. In deze nota treft u een uiteenzetting aan van: •

de in de komende begroting op te nemen begrotingsvoorstellen (uitkomsten integrale afweging)

•

ons actuele financiële perspectief

•

de actuele stand van de algemene reserve

•

de te hanteren algemene technische uitgangspunten voor de begroting 2023-2026 en algemene uitkering uit het gemeentefonds

Gelet op de demissionaire status van het huidige college, de komst van een “nieuw” college en een “nieuw” collegeprogramma voor de periode 2022-2026 zijn uitsluitend begrotingsvoorstellen opgenomen met een onvermijdelijk en onuitstelbaar karakter.

Beslispunten Beslispunten kadernota 2022 De beslispunten voor de raad zijn: De kadernota 2023 vast te stellen en daarmee: •

Kennis te nemen van het actuele financiële perspectief 2023-2026 en de actuele stand van de algemene reserve

•

De algemene technische uitgangspunten voor de begroting 2023-2026 conform vast te stellen

•

De begrotingsvoorstellen 2023-2026 van het college te accorderen (deze worden dan conform uitgewerkt in de komende primitieve begroting 20232026)

•

De programma's vanaf de begroting 2023 in te delen op basis van de lijnen uit de toekomstvisie

Pagina 3 van 17

Overzicht begrotingsvoorstellen 2023-2026 Overzicht begrotingsvoorstellen 2023-2026 Hieronder treft u een overzicht aan van de begrotingsvoorstellen 2023-2026 vanuit de integrale afweging van het college. Begrotingsvoorstellen integrale afweging KN 2023-2026 Nr. Onderwerp

Prg Team Pfh n/b

Bruto Bijdragen investering

Netto investering AT Uitvoering i/s

2023

2024

2025

2026

A. BUDGETVRAGENDE BEGROTINGSVOORSTELLEN A.1 Monumentenzorg

2

SBP

AB

b

0

s

-10.000

-10.000

-10.000

-10.000

A.2 ICT

5

BV

LvdM b

0

s

-70.000

-70.000

-70.000

-70.000

A.3 Wet Open Overheid

5

BV

LvdM n

0

s

-88.000

-98.000 -108.000 -118.000

A.4 Beschermd thuis

4

Z&O BvV

n

0

s

-260.494 -260.494 -260.494 -260.494

A.5 Jeugdgezondheidszorg maatwerkdeel

4

SBP BvV

b

0

s

-13.500

-13.500

-13.500

-13.500

A.6 Bezwaar en beroep

5

BV

LvdM b

0

s

-12.000

-12.000

-12.000

-12.000

A.7 VNG Fonds Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering

5

BV

LvdM b

0

s

-3.500

-3.500

-3.500

-3.500

A.8 Groene Metropool

1

BV

LvdM b

0

s

-32.500

-32.500

-32.500

-32.500

A.9 Versterking gemeentelijke dienstverlening n.a.v. de parlementaire ondervragingscommissie kinderopvangtoeslag (POK)

4

SBP BvV

n

0

s

-48.000

-48.000

-48.000

-48.000

A.10 WMO huishoudelijke hulp

4

Z&O BvV

b

0

s

-120.000 -120.000 -120.000 -120.000

A.11 Scalabor

4

W&I

AB

b

0

s

-23.000

A.12 Routegebonden doelgroepenvervoer

4

Z&O BvV

b

0

s

-52.521 -132.073 -226.117 -283.719

A.13 WMO vervoer

4

Z&O BvV

b

0

s

-18.097

-33.720

-48.306

A.14 Algemene uitkering gemeentefonds

90

BV

BvV

b

0

s

-284.014 -206.173 -188.371

-72.509

A.15 Rente lang geld

5

BV

BvV

b

0

s

-20.000

-15.000

-10.000

-5.000

A.16 Halve Fte wethouder

1

BV

LvdM n

0

s

-45.000

-45.000

-45.000

-45.000

-87.400

-29.700

-46.700

0 TOTAAL BUDGETVRAGENDE BEGROTINGSVOORSTELLEN

0

0

0

-1.082.529

1.171.737 1.210.902 1.189.228

B. BUDGETVERRUIMENDE BEGROTINGSVOORSTELLEN B.1 Ambulantiseringsmiddelen

4

Z&O BvV

n

s

260.494

260.494

260.494

260.494

B.2 Taakstelling budgetverruimende maatregelen

5

Staf

n

s

800.000

800.000

800.000

800.000

BvV

TOTAAL BUDGETVERRUIMENDE BEGROTINGSVOORSTELLEN

Saldo

1.060.494 1.060.494 1.060.494 1.060.494

0

0

0

-22.035 -111.243 -150.408 -128.734

i incidenteel s structureel

Formeel saldo 2023-2026 tot KN 2023

29.833

-16.691

-37.770

150.840

Alle begrotingsvoorstellen KN

-22.035 -111.243 -150.408 -128.734

Saldo

7.798 -127.934 -188.178

22.106

Materieel saldo 2023-2026 tot KN 2023

77.333

165.840

Structurele begrotingsvoorstellen KN

-22.035 -111.243 -150.408 -128.734

Saldo

55.298 -112.934 -173.178

-1.691

-22.770

37.106

Toelichting begrotingsvoorstellen 2023-2026 A. BUDGET VRAGENDE BEGROTINGSVOORSTELLEN: A.1 Monumentenzorg Bij de integrale afweging 2021-2024 is een besparing doorgevoerd op deskundigenkosten van € 4.822. Vanwege een dreigend te kort op deze post is bij de Integrale begroting bijstelling 2021 (IBB) het bedrag incidenteel met € 10.000 verhoogd. Op grond van de lopende verplichtingen en het feit dat de loonkosten voor deze deskundigen zijn gestegen is een structurele verhoging van € 10.000 vereist. De kosten voor de subsidie coördinator komen voor zover betrekking op monumentenzorg ook ten laste van deze post. De lopende verplichtingen hebben te maken met de samenwerking met de gemeente Zutphen met betrekking tot de Archeologie.

Pagina 4 van 17

A.2 ICT De kosten voor de ICT samenwerking zien we jaarlijks stijgen. Dit heeft in zijn algemeenheid te maken met de toegenomen digitalisering van al ons werk, het hybride werken waardoor er meer hardware nodig is en de sterk toegenomen eisen op het gebied van veiligheid en privacy. Vooral veiligheid en privacy vergen aandacht, investeringen en menskracht. Wereldwijs is het risico op cyberaanvallen sterk toegenomen risico’s en de huidige oorlog en Oekraïne maakt dit er niet beter op. Dagelijks worden er ook inbraakpogingen gedaan in ons gemeentelijke netwerk. Dit maakt dat er dan ook onvermijdelijk hogere kosten worden gemaakt voor veiligheid. De toegenomen kosten veiligheid bedragen € 20.000 structureel. Verdeelsystematiek Versaasing Tot voor kort werd de meeste software lokaal geïnstalleerd en gedraaid bij onze ICT samenwerking (on-premise). Dit wordt steeds meer veranderd in een ‘software as a service’ situatie (SaaS oplossingen). Deels is dat een eigen keuze. Maar steeds meer wordt dit afgedwongen door de leveranciers. De verSaaSing leidt tot een andere kostenverdeelsystematiek binnen de ICT samenwerking. Zolang Doesburg nog voornamelijk gebruikt maakt van onpremise oplossingen, moeten wij naar verhouding meer betalen aan de ICT Samenwerking voor technisch ICT beheer dan organisaties die al meer SaaSoplossingen hebben.

Omdat Doesburg nog voornamelijk on premise werkt, stijgen de jaarlijkse kosten aan ICT samen met € 50.000 per jaar. VerSaasing in de nabije toekomst Een verdere verSaasing leidt uiteindelijk (na een hybride situatie) tot wat lagere kosten aan de ICT samenwerking voor ict beheer, maar de kosten verschuiven. Deze ict beheer kosten moeten wij namelijk betalen aan de leverancier, die naast de applicatie ook het technisch beheer verzorgt. Deze leverancier vraagt hiervoor een commercieel tarief. Daarnaast moeten we aan de gemeentelijke kant sterker inzetten op accountmanagement en contractbeheer, waardoor de personele kosten uiteindelijk ook aan gemeentelijke zijde stijgen. Uiteindelijk betekent dit een forse stijging van de kosten op het gebied van ICT. Totaal: structurele toename kosten ICT-Samen € 70.000 A.3 Wet open overheid De Wet Open Overheid gaat per 1 mei 2022 in. We moeten voldoen aan de wettelijke eisen van de wet: •

Een transparante overheid die informatie actief goed toegankelijk, uitwisselbaar en traceerbaar maakt en houdt voor burgers en instellingen en informatie beheert die goed te archiveren is.

•

Het goed en tijdig (termijn verkort van 6 weken naar 4 weken) afhandelen van verzoeken om informatie van burgers, instellingen en bedrijven.

•

Een overheid waar het informatiebeheer op orde is en blijvend op orde wordt gehouden.

•

Ambtenaren en bestuurders zijn zich ervan bewust dat informatie actief openbaar is en actief openbaar wordt gemaakt onder andere door het geven van opleidingen (vergroten bewustzijn) en het aanpassen van werkprocessen.

•

Het borgen van de uitvoering van de WOO in goede werkprocessen met een goede regie waarover verantwoording moet worden afgelegd.

•

Techniek (ICT) en menskracht structureel regelen die nodig zijn om aan de wettelijke plichten te voldoen.

•

Aansluiting op verplichte landelijk platform (PLOOI) en onderhoud ervan en koppelingen. Hierbij komt ook de mogelijkheid om op PLOOI te publiceren door het afsluiten van abonnementen. Deze aansluitingen zijn verplicht en komen vooralsnog bovenop al bestaande verplichte publicatieplatforms.

Voor de invoering van de WOO heeft de overheid in de meicirculaire 2021 een gedeeltelijke tegemoetkoming gegeven aan de lokale overheden. Zo ook aan Doesburg. Deze is abusievelijk niet gealloceerd in de begroting. De gedeeltelijke tegemoetkoming in de meicirculaire bedroeg: Incidentele middelen (tot en met 2026) 2022: € 48.000 (via IBB) 2023: € 48.000 2024: € 48.000 2025: € 48.000 2026: € 48.000 Structurele middelen 2022: € 40.000 (via IBB) 2023: € 50.000 2024: € 60.000 2025: € 70.000 2026 en verder € 70.000 De allocatie vindt nu alsnog plaats. A.4 Beschermd thuis Vanaf 2021 worden de voorbereidingen getroffen en afspraken gemaakt voor de verdere doordecentralisatie en transformatie van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis. Per 1 januari 2022 wordt met deze doordecentralisatie gestart. Pas op zijn vroegst vanaf 1 januari 2023 komt er een nieuwe financiële verdeling over gemeenten. Op 1 januari 2022 is gestart met de doordecentralisatie van beschermd wonen. Dat betekent dat niet alleen de 43 centrumgemeenten (gemeente Arnhem voor de regio Centraal Gelderland), maar alle gemeenten zich gaan inzetten voor inwoners die in aanmerking komen voor beschermd wonen en daartoe eerste regionale samenwerkingsafspraken hebben gemaakt. De beoogde inwerkingtreding van een nieuwe financiële verdeling over gemeenten en een zogeheten woonplaatsbeginsel was 1 januari 2023.

De staatssecretaris liet onlangs weten dat invoering van een woonplaatsbeginsel en het daarmee samenhangend nieuw verdeelmodel beschermd wonen per 1 januari 2023 niet langer haalbaar is. De regionale en lokale voorbereidingen gaan echter door. We hebben een bestuurlijk akkoord en een kadernota ‘samen aan zet’ vastgesteld. De komende tijd moet elke gemeente zijn bijdrage leveren en daarbij werken aan de lokale basis. Als lokale gemeente moeten wij werk maken van onze lokale basisinfrastructuur zodat personen met psychische problemen (weer) zelfstandig kunnen wonen en het regionaal vangnet zo min mogelijk nodig is (voorkomen van in260494stroom). We dienen de lokale infrastructuur zo in te richten dat ondersteuning dicht bij de inwoner en integraal wordt georganiseerd. Als gemeente ontvangen we beperkte middelen om de lokale basisinfrastructuur t.b.v. de beweging van beschermd wonen naar beschermd thuis op orde te brengen, in 2021 € 38.644. Voor 2022 ontvangen we deze ambulantiseringsmiddelen wederom, voor 2022 is dit een bedrag van € 221.850,-. Het is de bedoeling dat we deze gelden structureel inzetten ten behoeve Pagina 5 van 17

van de ambulantisering van beschermd wonen. Als gemeente ontvangen we vanuit de regio beperkte middelen om de lokale basisinfrastructuur t.b.v. de beweging van beschermd wonen naar beschermd thuis op orde te brengen, in 2021 was dit € 38.644. Dit is eind 2021 geboekt op grootboeknummer 1334, maar nog niet besteed aan het doel waarvoor we het hebben ontvangen. Voor 2022 ontvangen we deze ambulantiseringsmiddelen wederom, voor 2022 is dit een bedrag van € 221.850. In totaal dus een bedrag van € 260.494. Regionaal is afgesproken dat iedere gemeente op zijn minst (lokaal) kan voorzien in een zogenaamde basisinfrastructuur beschermd thuis. Dit zijn voorzieningen en ondersteuningsmogelijkheden die bijdragen aan het mogelijk maken dat inwoners zelfstandig kunnen blijven wonen en dat inwoners die beschermd hebben gewoond voldoende steun krijgen om weer zelfstandig te gaan wonen. Regionaal is hiervoor een basisset aan voorzieningen vastgesteld, bestaande uit: • Professionele ambulante begeleiding die flexibel kan worden op- en afgeschaald, dit kan al of niet in samenloop met behandeling (ggz/zorgverzekeringswet) zijn; • •

Integrale benadering vanuit sociaal domein (inkomen, participatie, ondersteuning, betrekken eigen netwerk en welzijn); Aandacht voor financiële zelfredzaamheid en schuldhulpverlening;

•

Vroegsignalering en expertise in de wijk om problematiek te herkennen;

• •

Waakvlam begeleiding (nazorg bij uitstroom uit beschermd thuis); Bemoeizorg om zorgmijders te bereiken;

• •

Inloopvoorzieningen in de wijk voor ontmoeting en daginvulling; Ondersteuning bij integratie in de wijk;

• •

Inzet van ervaringsdeskundigen, lotgenotencontact en psycho-educatie; Participatie, werk en inkomen: versterken herstel en (arbeids)participatie.

Dit betekent dat de gemeente Doesburg ervoor moet zorgen dat er een lokaal uitvoeringsplan komt om deze basisset aan voorzieningen te realiseren. Maar daarnaast ook om ervoor te zorgen dat de gemeente lokaal klaar is voor de uitvoering van deze wettelijke taak. De volgende inzet is in 2022 en 2023 in ieder geval nodig: •

Inzet adviseur zorg en veiligheid

• •

Kosten regionale inrichting, bemensing en inbedding nieuwe structuur, regionaal en lokaal (extra) Ambtelijke capaciteit in regionale werkgroep en projectgroep

• •

(extra) Ambtelijke inzet administratie en applicatiebeheer Aanpassen en uitbreiden lokale systemen (ZorgLokaal en MensCentraal)

•

Impuls voor regionale samenwerking en innovatie

A.5 Jeugdgezondheidszorg maatwerkdeel Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) (0-18 jaar). In december 2021 heeft de Eerste Kamer een wijziging van de Wet publieke gezondheid aangenomen. Hierin staat dat alle gemeenten een prenataal huisbezoek door de JGZ aan zwangere vrouwen en/of hun gezinnen in een kwetsbare situatie moeten aanbieden. Voor het prenatale huisbezoek door de JGZ wordt jaarlijks een budget van 5,3 miljoen euro in het gemeentefonds gestort. Daarmee krijgt de JGZ de opdracht om bij ongeveer 16,5% van de zwangeren een prenataal huisbezoek te brengen. Om de samenhang met de uitvoering van de JGZ te waarborgen, vereist de wet dat gemeenten de uitvoering van het prenatale huisbezoek door dezelfde organisatie die het basispakket van de JGZ uitvoert, dit te laten uitvoeren. In ons geval is dit de VGGM (GGD). Het doel hiervan is om zoveel mogelijk continuïteit van zorg aan deze doelgroep te bewerkstelligen. Geboortezorg-professionals en andere betrokkenen in de zwangerschap hebben een signalerende en toeleidende rol; de JGZ heeft de uitvoerende rol. Om het prenataal onderzoek effectief te laten zijn, is samenwerking essentieel. Gelukkig zijn wij in 2019 al gestart met Kansrijke Start en wordt er nauw samengewerkt op het gebied van de geboortezorg.

Huidige situatie Wij nemen vanuit het lokaal maatwerk (tot 1 juli 2022) in beperkte mate prenatale huisbezoeken af (ongeveer 2 á 3 % van de zwangeren). In het begin werden de aanvragen voor een prenataal huisbezoek door de JGZ met name gedaan door de partners vanuit de geboortezorg. Met het programma Kansrijke Start en de vorming van onze lokale coalitie hebben we gemerkt dat we een intensivering hebben gecreëerd in de samenwerking met het sociaal- en medische domein. Hierdoor weten de disciplines elkaar rond kwetsbare zwangeren sneller te vinden. Dit heeft als gevolg dat er vaker prenatale huisbezoeken ingezet worden maar ook interventies zoals Samen Starten en Voorzorg. Wet prenataal huisbezoek, Kansrijke Start ontwikkelingen en Nu Niet Zwanger Door de wetswijziging (prenataal huisbezoek) is het van belang dat er door de partners met elkaar wordt afgestemd hoe we zo goed mogelijk de kwetsbare zwangeren in gemeenten in beeld krijgen. De subsidiebeschikking voor 2022 bedroeg € 47.295,50. Dit was al hoger dan het begrote bedrag van € 41.500. Door Kansrijke Start heeft de JGZ een veel grotere rol gekregen. Er zijn afspraken gemaakt over de prenatale voorlichtingen met de verloskundigen maar er zijn ook samenwerkingsafspraken over het in beeld krijgen van kwetsbare zwangeren. Daar komt bij dat de verpleegkundige meer uren kwijt is aan overleggen e.d..

Wij hebben hier in 2022 onze Kansrijke Start middelen voor ingezet maar er is nog geen duidelijkheid of wij deze middelen ook in 2023 gaan ontvangen. Daar komt bij dat de subsidieaanvraag voor 2022 nu is ingericht op 2% aan prenatale huisbezoeken voor een bedrag van € 418,20. Voor 2023 wordt dit dus wettelijk verplicht naar ongeveer 16,5 %: € 2.788. Dit betekent dat wij hier dus hogere kosten zullen krijgen. Daar komt bij dat het regionale programma Nu Niet Zwanger vanaf 2023 ook verwerkt zal worden in de lokale aanvraag voor de JGZ (ongeveer € 5.000). Financiering Tot en met juni 2022 zijn de kosten voor de prenatale huisbezoeken voor ongeveer 2 á 3 % opgenomen in de lokale beschikkingen. Vanaf 1 juli 2022 krijgen gemeenten de verplichting om voor kwetsbare zwangeren (16,5 % van het totaal aantal zwangeren) in hun gemeente een prenataal huisbezoek uit te laten voeren. In de regio is afgesproken dat de Rijksmiddelen ad € 4.360 die wij ontvangen voor prenatale huisbezoek door gemeenten aan de VGGM beschikbaar worden gesteld. Voor de implementatie en borging is het noodzakelijk dit budget te besteden aan inrichting, scholing en afstemming met geboortezorg en het Sociaal Domein. De middelen worden vanaf 2023 opgenomen in de inwonersbijdrage. Voor de tweede helft van 2022 vindt dit plaats via facturatie.

Pagina 6 van 17

De Rijksmiddelen á € 4.360 worden voor 2022 geboekt op het budget lokaal maatwerk JGZ (1236), maar moeten voor 2023 geboekt worden op het budget Jeugdgezondheidszorg uniform deel (1238). De middelen worden namelijk vanaf 2023 opgenomen in de inwonerbijdrage. Het budget Jeugdgezondheidszorg maatwerkdeel dient opgehoogd te worden naar € 55.000 om te kunnen voldoen aan de Wet prenataal huisbezoek en de aanvragen voor preventieve interventies via Kansrijke Start en het programma Nu Niet Zwanger. A.6 Bezwaar en beroep Deze kostensoort wordt gebruikt voor het betalen van griffiekosten, proceskosten, dwangsommen en overige juridische uitbestedingen. In 2019 was er een te kort van € 7.907,57 In 2020 was er een te kort van € 2.272,54 In 2021 was er een te kort van € 25.728,30 Gemiddeld over deze drie jaren is dit een te kort van ca. € 12.000. De griffiekosten, proceskosten en eventuele dwangsommen blijven structureel bestaan in de bezwaarprocedure, beroepsprocedure en hoge beroepsprocedure. A.7 VNG Fonds Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering Er is sprake van een structurele tekort i.v.m. indexering abonnementsgelden. Tekort in 2019: € 2.611,83 Tekort in 2020: € 2.256,85 Tekort in 2021: € 2.476,43 Gevraagd wordt het werkelijk bedrag te begroten en de indexering van het lidmaatschap mee te nemen.

A.8 Groene Metropool Peildatum inwonersaantal: 2021: 11.064 Bijdrage Groene Metropoolregio € 2,50 per inwoner = € 27.660 The Economic Board € 1,00 per inwoner = € 11.064 Verbonden regio € ,30 per inwoner = € 14.383 Productieve regio € 0,31 per inwoner = € 3.429 Circulaire regio € 0,81 per inwoner = € 8.961 Ontspannen regio € 0,57 per inwoner = € 6.306 Groene groeiregio € 0,82 per inwoner = € 9.072 Totaal: € 80.877 In dit bedrag is niet meegenomen eventuele verhogingen, activiteiten, bijeenkomsten, externe vergaderingen en andere overige kosten. Groene Metropool is de vervanging van het oude budget Regiobudget Arnhem Nijmegen. De hoogte van dit toenmalige budget plus een aanvulling zijn gebruikt om de abonnementsgelden voor de Groene Metropool van te bekostigen. Uit dit voormalige budget werden echter tal van andere kosten betaald. Deze kosten moeten nog steeds worden betaald maar hiervoor is het budget dus nu verdwenen. Dus het basisbedrag abonnementsgelden is te laag en we missen budget voor bestaande kosten zoals: -

Woningmarktmonitor Inhuur onderzoek woningmarkt

-

Deelname woonagenda Deelname Liemerse woonagenda

-

Deelname Mobiliteitsfonds ( jaargeld 2021 € 14.500)

Deze kosten bedragen zo’n € 21.000 € 21.000 (bestaande kosten) + € 4.000 (aanvulling abonnement) = totaal € 25.000 Daarnaast zal er altijd handgeld nodig zijn om mee te doen aan activiteiten binnen de groene metropool die niet voor te reserveren. Totaal extra gevraagd: € 32.500. A.9 Versterking gemeentelijke dienstverlening n.a.v. de parlementaire ondervragingscommissie kinderopvangtoeslag (POK) Doel: terugbrengen van de stapeling van problematiek in Doesburg aan de hand van de cijfers van onze backoffice, en samen met de inwoner zorgen voor effectieve oplossingen door meer integraal en oplossingsgericht te werken. De zorgkosten in Doesburg lopen ieder jaar op. Zowel het college als de gemeenteraad zijn positief over de Nieuwe Koers in het sociaal domein (beleidsdocument Koers Verleggen) waarin een integrale aanpak zoals de omgekeerde toets of de doorbraakmethode wordt voorgesteld om de stapeling van zorgkosten in gezinnen structureel te verminderen. Dit sluit aan bij de ambitie van het Rijk en de middelen die het Rijk daarvoor ter beschikking zijn gesteld. De rijksoverheid geeft aan dat naast de hersteloperatie voor getroffen ouders en kinderen, er ook maatregelen nodig zijn die structureel tot brede verbeteringen in beleid en uitvoering moeten leiden. Onderdeel hiervan is het versterken van de dienstverlening bij alle onderdelen van de overheid, waaronder de gemeenten.

Het kabinet heeft besloten voor het versterken van de dienstverlening bij gemeenten en het extra ondersteunen van mensen in kwetsbare posities voor de periode tot en met 2027 € 150 miljoen per jaar beschikbaar te stellen via diverse geldstromen. Vanaf 2021 is de compensatie in het gemeentefonds € 109 miljoen. Dit bedrag bestaat uit de volgende onderdelen: - Robuust rechtsbeschermingssysteem; - Systeemleren; - Versterking ondersteuning wijkteams; - Impuls integraal werken. Net als in andere gemeenten komt in Doesburg veelvuldig stapeling van voorzieningen in het sociale domein voor. We hebben daar onlangs een eerste onderzoek naar gedaan en daaruit komt naar voren dat van de 5199 adressen in Doesburg er 1328 adressen zijn waar één of meerdere voorzieningen van het sociaal domein (Wmo, Jeugdwet en Participatiewet) worden ingezet. Een combinatie van inzet van een Wmo-voorziening en een tegemoetkoming voor chronisch zieken komt het meest voor: op 137 adressen. Op 40 adressen komt een combinatie van 5 verschillende voorzieningen voor, en er is één adres

Pagina 7 van 17

waar 13 verschillende voorzieningen zijn ingezet. Middels een pilot willen we met behulp van de Doorbraakmethode actie ondernemen t.a.v. de stapeling van voorzieningen. Het is een manier van werken die de leefwereld van de inwoner als uitgangspunt neemt en waarbij door middel van maatwerk de oplossing van de problematiek centraal wordt gesteld, en niet de regels of procedures. Onderdeel van de methode is het kunnen maken van uitzonderingen waarbij tegelijkertijd wordt gekeken wat de kosten en baten van het ‘doorbraakscenario’ zijn. Ook zullen er verbindingen met voorzieningen in de wijk moeten worden gelegd, zodat er een samenspel ontstaat tussen individuele hulpverlening en de sociale basis, en oplossingen structureel geborgd worden. A.10. WMO huishoudelijke hulp De gemeente heeft de verantwoordelijkheid om uitvoering te geven aan de Wet maatschappelijke ondersteuning. Vanuit deze wet moet de gemeente er zorg voor dragen dat mensen die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn de ondersteuning ontvangen die zij nodig hebben. Dit kan bijvoorbeeld door de inzet van huishoudelijke ondersteuning. Per 1 januari 2020 is het abonnementstarief van kracht gegaan. Dit is een vast tarief voor de eigen bijdragen aan Wmo-voorzieningen.

Dit betekent dat de burger ongeacht welke zorg hij vanuit de Wmo ontvangt en wat zijn of haar inkomsten zijn een maximum eigen bijdrage van € 19,- per maand moet betalen. De invoering van het abonnementstarief leidt aantoonbaar tot een aanzuigende werking op Wmo-ondersteuning, vooral huishoudelijke ondersteuning. Het kabinet heeft in zijn regeerakkoord aangekondigd met een eerlijkere eigen bijdrageregeling te komen voor de huishoudelijke zorg. Echter willen zij die nieuwe regeling pas vanaf 2025 laten ingaan. Als gemeente zijn wij verplicht reële tarieven te bieden. Omdat verschillende grote aanbieders van Huishoudelijke Ondersteuning hebben aangegeven niet uit te kunnen met de toen geldende tarieven, zijn per februari 2022 regionaal de tarieven HO verhoogd. Deze tariefsverhoging leidt naar schatting in 2022 voor Doesburg tot een nadelig effect van €110.000 (€10.000 per maand). De gevolgen van de invoering van het abonnementstarief en de oplopende tarieven zijn terug te zien op het budget van FCL 1221 Wmo huishoudelijke hulp. De geschatte kosten voor 2022 zijn €1.764.000,-. De verwachting is dat deze tendens zich doorzet en dat de kosten hoger blijven. Er zal daarom ingezet worden op ombuigingsmaatregelen, hierbij kan gedacht worden aan een ander indicatieprotocol en het op een andere wijze aanbieden van de was- en strijkservice.

De extra kosten veroorzaakt door de tariefswijziging zijn echter onoverkomelijk en zal daarom een structurele ophoging van het budget vereisen. A.11 Scalabor Scalabor voert de SW-regeling uit voor de gemeente Doesburg. De SW-medewerkers worden ouder (er is geen nieuwe instroom). Dit leidt tot minder productiviteit en een hoger ziekteverzuim, waardoor de medewerkers meer aangewezen zijn op relatief duurdere werksoorten. Ook Scalabor ondervindt gevolgen van hiervan. Scalabor heeft daarom aangegeven de SW-taken niet meer volgens de huidige afspraken te kunnen uitvoeren en ziet zich genoodzaakt om vanaf 2023 een bijdrage te vragen aan gemeenten voor de begeleiding en ontwikkeling van SW-medewerkers. Het college heeft reeds ingestemd met een nieuwe set van financiële afspraken welke verwerkt zijn in de ‘Regeling uitvoering Wsw door Scalabor B.V. 2023-2025’. Deze leiden tot hogere kosten voor de uitvoering van de SW. Zonder het beschikbaar stellen van extra budgetten is Scalabor niet in staat om de SW-taken uit te voeren. De andere gemeenten uit de regio zijn ook akkoord met de verhoging van de bijdrage aan Scalabor. 2023

2024

2025

Bijdrage SW rekening houdend met 5% uitstroom

€ 79.948,77

€ 105.867,85

€ 126.095,08

Begrotingsruimte MGR

€ 19.925,00

€ 18.534,00

€ 96.443,00

Coronagelden 2021

€ 37.438,00

Per saldo bij te ramen

€ 22.985,77

€ 87.333,85

€ 29.661,08

In de Regeling Uitvoering WSW door Scalabor zijn de prognoses van de kosten voor de jaren 2023 tot en met 2025 opgenomen. Voor 2026 kan worden uitgegaan van een gemiddelde van de 2023, 2024 en 2025: € 46.648,23. A.12 Routegebonden doelgroepenvervoer Dit budget bestaat uit verschillende kostensoorten (2022):

Budget 2022

34105 Kosten vervoer leerlingen

€ 336.549

34106 Jeugdwet vervoer

€ 57.918

34107 Wmo vervoer dagbesteding 34108 BVO vervoer routegebonden

€ 68.535 € 10.263

34205 eigen bijdrage en verhaal sociale uitkeringen 38109 administratie leerlingenvervoer

€ -5.000 €0

Voorheen werden de aanvragen voor leerlingenvervoer behandeld door een interne medewerker. Deze medewerker is echter andere taken gaan doen en daarom is er tijdelijk iemand ingehuurd om de leerlingenvervoeraanvragen af te handelen. Sinds mei 2021 is de behandeling en administratie van leerlingenvervoeraanvragen buiten de deur gezet. Kosten hiervoor worden op het budget Routegebonden Doelgroepenvervoer geboekt, onder kostensoort 38109 administratie leerlingenvervoer, echter is hier nooit budget voor toegekend.

Pagina 8 van 17

De ontwerp meerjarenprogrammabegroting 2023-2026 van de BVO DRAN laat, a.d.h.v. geschatte jaarlijkse tariefindexaties en toenames in de vervoersbewegingen, een stijging zien. Voor Doesburg zijn de benodigde bedragen daardoor als volgt: 2023

2024

2025

2026

34105 Kosten vervoer leerlingen 34106 Jeugdwet vervoer

€ 343.057 € 67.938

€ 392.881 € 86.085

€ 452.524 € 107.499

€ 484.654 € 126.096

34107 Wmo vervoer dagbesteding 34108 BVO vervoer routegebonden

€ 73.400 € 10.190

€ 84.159 € 11.012

€ 96.821 € 11.337

€ 103.696 € 11.337

34205 eigen bijdrage en verhaal sociale uitkeringen

-€ 5.000

-€ 5.000

-€ 5.000

-€ 5.000

38109 administratie leerlingenvervoer

€ 31.000

€ 31.000

€ 31.000

€ 31.000

Voor 2023 is een totaal bedrag van €520.585,- nodig. Dit is €52.521,- meer dan begroot. Dit is grotendeels te wijten aan het feit dat er geen budget beschikbaar is gesteld voor de administratie van het leerlingenvervoer, terwijl hier nu intern geen personele uren meer aan besteed worden. Voor de jaren daarna: 2024: €132.073 2025: €226.117 2026: €283.719 A.13 WMO vervoer Dit budget bestaat uit verschillende kostensoorten: 34104 Sociale verstrekkingen in natura aan personen 38045 Overige uitbestedingen

€ 83.473 € 14.354

Op 34104 worden de kosten die betaald worden aan de BVO DRAN voor de uitvoering van het Wmo vraagafhankelijk vervoer geboekt, op 38045 worden de kosten die aan de Plusbus worden betaald voor het uitvoeren van dagbestedingsvervoer geboekt. De ontwerp meerjarenprogrammabegroting 2023-2026 van de BVO DRAN laat, a.d.h.v. geschatte indexaties en toenames in de vervoersbewegingen, een stijging zien. Voor 2023 e.v. zijn de benodigde bedragen als volgt: 2023

2024

2025

2026

34104 Sociale verstrekkingen in natura aan personen

€ 89.434

€ 107.924

€ 123.547

€ 138.133

38045 Overige uitbestedingen

€ 8.000

€ 8.000

€ 8.000

€ 8.000

Dit geeft de volgende bijstellingen: 2023: € 0 2024: € 18.097 2025: € 33.720 2026: € 48.306 A.14 Algemene uitkering gemeentefonds De effecten van de september- en decembercirculaire nopen op basis van de meest recente maatstaven tot een nadelige bijstelling van de huidige ramingen. A.15 Rente lang geld Gelet op onze liquiditeitspositie hebben we onlangs een langlopende lening aangetrokken van € 3 miljoen met een looptijd van 5 jaar en een rente van 0,795%. De rentelasten van deze lening moeten nog in de begroting worden verwerkt. A.16 Halve Fte wethouder In de begroting 2023 en volgende jaren is rekening gehouden met 2 Fte wethouders. Vanuit de coalitieonderhandelingen en het coalitieakkoord dient echter rekening te worden gehouden met 2,5 Fte. B. BUDGET VERRUIMENDE BEGROTINGSVOORSTELLEN: B.1 Ambulantiseringsmiddelen Zie A8. B.2 Taakstelling budgetverruimende maatregelen. Het actuele financiële perspectief noopt op basis van de huidige inzichten tot budgetverruimende maatregelen met een minimale omvang van 800k structureel. Dit bedrag komt dan bovenop de reeds bestaande taakstelling van € 250k. In totaliteit ligt er derhalve een opgave van € 1.050.000.

Pagina 9 van 17

Financieel perspectief Financieel perspectief Onderstaand treft u op basis van de huidige inzichten een overzicht aan van het formele en materiële begrotingsperspectief 2023-2026 met daarin verwerkt de financiële consequenties van de begrotingsvoorstellen 2023-2026: Financieel perspectief:

2023

2024

2025

2026

Formeel saldo tot de kadernota 2023

29.833

-16.691

-37.770

150.840

Begrotingsvoorstellen 2023-2026 (incidenteel en structureel)

-22.035

-111.243

-150.408

-128.734

7.798

-127.934

-188.178

22.106

Post onvoorzien (de post onvoorzien wordt tot de incidentele lasten gerekend)

15.000

15.000

15.000

15.000

Professioneel vastgoedbeheer (IA 2021-2024)

30.000

NME (amendement IA 2021-2024

2.500

-112.934

-173.178

37.106

Formeel saldo tot en met de kadernota 2023 Geraamde incidentele baten en lasten tot de kadernota 2023:

Geraamde incidentele baten en lasten in de kadernota 2023 / begrotingsvoorstellen 2023-2026: Geen Materieel saldo tot en met de kadernota 2023

55.298

Toelichting Het materiële saldo bevat uitsluitend de structurele baten en lasten. In het formele saldo zijn naast de structurele baten en lasten ook de incidentele baten en lasten meegerekend. Het materiële saldo geeft aan in hoeverre de gemeente in staat is om de structurele lasten te dekken met structurele baten. Een sluitend c.q. positief materieel saldo is voor de provincie Gelderland een belangrijke voorwaarde om in aanmerking te komen voor repressief toezicht. Repressief toezicht houdt in dat de begroting en begrotingswijzigingen direct uitgevoerd kunnen worden (rechtskracht krijgen), zonder afhankelijk te zijn van een voorafgaande goedkeuring van het college van Gedeputeerde Staten. Ingeval van preventief toezicht is die voorafgaande goedkeuring wel nodig. Er is altijd sprake van repressief toezicht als aan de volgende voorwaarden is voldaan: De begroting is structureel en reëel in evenwicht. De structurele baten dekken ieder jaar de structurele lasten en de ramingen zijn realistisch. Als de begroting niet structureel en reëel in evenwicht is, dan moet aannemelijk zijn dat dit evenwicht uiterlijk in het laatste jaar van de meerjarenraming tot stand wordt gebracht. De jaarrekening en begroting zijn op tijd ingezonden. De jaarrekening vóór 15 juli van het jaar volgend op het verslagjaar en de begroting vóór 15 november van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar.

Meerjarenperspectief is inclusief een ingeboekte algemene taakstelling voor budget verruimende maatregelen sluitend Het materiële saldo van de kadernota 2023 is in meerjarenperspectief "positief". Om dit te bereiken, en zoals ook toegelicht in het onderdeel begrotingsvoorstellen 2023-2026, hebben we wel een "nieuwe" taakstelling voor budget verruimende maatregelen ingeboekt met een minimale omvang van 800k. Dit bedrag komt dan bovenop de reeds bestaande taakstelling van 250k. In totaliteit gaat het dus om 1.050k om de begroting op basis van bestaand beleid sluitend te kunnen krijgen. De komende periode gaan wij gebruiken om deze taakstelling te vertalen naar concrete maatregelen, zodat deze uiterlijk bij de aanstaande begroting 2023-2026 ter besluitvorming aan uw raad kunnen worden voorgelegd. Effecten mei circulaire niet verwerkt Op het moment van het opstellen van de kadernota 2023 was de mei circulaire gemeentefonds 2022 nog niet verschenen. Uiteraard worden de financiële effecten van de mei circulaire 2022 conform de algemene technische uitgangspunten wel in de komende begroting 2023-2026 verwerkt. Indien blijkt dat de effecten van de mei circulaire van significante betekenis zijn voor ons financieel perspectief 2023-2026, zoals uiteengezet in deze kadernota, zullen we uw raad daarover tijdig informeren.

Pagina 10 van 17

Algemene reserve Algemene reserve De algemene reserve heeft een bufferfunctie en is primair ingesteld om (onvoorziene) incidentele tegenvallers op te vangen die niet binnen de lopende begroting c.q. exploitatie kunnen worden opgevangen. De meerjarige begrote stand van onze algemene reserve met daarin verwerkt de mutaties vanuit de desbetreffende daartoe strekkende raadsbesluiten en de nu in beeld zijnde formele begrotingssaldi is als volgt: Stand algemene reserve

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Beginstand 1-1 (de stand per 1-1-2022 conform concept jaarstukken 2021 (stand d.d. 18 mei 2022)

3.574.087 5.549.011 5.670.219 5.678.017 5.550.083 5.361.905

Resultaat jaarrekening 2021 voor bestemming (stand d.d. 18 mei 2022)

2.369.924

Lopende verplichtingen: Doesburg energie neutraal (1e wijziging 2020)

-275.000

Herontwikkeling centrum Beinum (3e wijziging 2022)

-120.000

Formele begrotingssaldi 2022-2026 tot en met de kadernota 2023 (worden in t+1 bestemd) Eindstand 31-12

Per inwoner

121.208

7.798 -127.934 -188.178

22.106

5.549.011 5.670.219 5.678.017 5.550.083 5.361.905 5.384.011

466

476

477

466

451

452

De gemiddelde hoogte van de algemene reserve van de gemeenten in de provincie Gelderland (referentiewaarde) bedraagt € 366 per inwoner (bron FTG begrotingen 2021).

Pagina 11 van 17

Algemene technische uitgangspunten Algemene technische uitgangspunten Voorgesteld wordt bij de samenstelling van de programmabegroting 2023-2026 behoudens relevante specifieke begrotingsvoorstellen 2023-2026 in principe de navolgende algemene uitgangspunten te hanteren: > IJkpunt De programmabegroting 2023-2026 wordt opgesteld op basis van het tot en met de kadernota 2023 vastgestelde beleid en dus inclusief de bij de kadernota 2023 gehonoreerde begrotingsvoorstellen 2023-2026. > Materieel sluitende begroting Het uitgangspunt is een structureel sluitende meerjarenbegroting. > Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) De programmabegroting 2023-2026 wordt opgesteld conform de wet- en regelgeving van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). > Onvoorzien De post onvoorzien wordt evenals voorgaande jaren gesteld op een vast bedrag van € 15.000. > Rentepercentages In de begroting 2023 worden mede op basis van de actuele rentetarieven van de BNG (mei 2022) de navolgende rentepercentages gehanteerd: •

Financieringstekort (rentelast kasgeld 1 maand) 2,45%

•

Financieringsoverschot (rentebaat deposito 1 maand) 0%

•

Rente eigen financieringsmiddelen (bespaarde rente) 0%

•

Rente lang geld (lineair 25 jaar) 1,89%

> Algemene uitkering uit het gemeentefonds De algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt in de begroting 2023-2026 geraamd op basis van de mei circulaire 2022 en de aantallen maatstaven, zoals hierna opgenomen onder het hoofdstuk "Maatstaven algemene uitkering gemeentefonds". > Algemene prijsstijgingen Ten aanzien van de in de begroting 2023 op te nemen ramingen wordt ten opzichte van de actuele ramingen 2022 op basis van het Centraal Economisch Plan (CEV) van het Centraal Plan Bureau (CBP) uitgegaan van een algemene prijsstijging van 5%. Dit percentage is inclusief een inhaalcorrectie over 2022 van 4,1% (nieuwe raming CEP) minus 1,4% (nullijn maatregel 2022) = 2,7%. > Verbonden partijen De bijdragen aan verbonden partijen worden gebaseerd op de meest actueel beschikbare begrotingen van deze partijen. > Salarislasten eigen personeel De huidige CAO loopt op 1 januari 2023 af. Op basis van het CEV van het CPB wordt ten opzichte van de ramingen in de begroting 2022 rekening gehouden met 6,9%. Dit is inclusief een inhaalcorrectie 2022 van 4,8% (nieuwe raming CEP) minus 1,2% (meegenomen in de begroting 2022) = 3,6%. > Belastingopbrengsten Bij de raming van de opbrengst van de gemeentelijke heffingen wordt, m.u.v. de rioolheffing en de precario op ondergrondse kabels en leidingen, rekening gehouden met een algemene stijging van 5,95%%.

Dit is een gewogen gemiddelde van de prijsstijgingen (gewicht 50%) en de salarisstijgingen (gewicht 50%). Ook de opbrengst van de toeristenbelasting en de parkeerheffing wordt op dit percentage gebaseerd. De opbrengst van de rioolrechten wordt gebaseerd op het Watertakenplan. > Constante prijzen De meerjarenramingen 2023-2026 worden gebaseerd op basis van het prijspeil per 1 januari 2023 en opgesteld in constante prijzen. > Kapitaallasten nieuwe investeringen Bij de berekening van de kapitaallasten van nieuwe investeringen wordt voor wat betreft de rentecomponent uitgegaan van de begrote marktrente van lang geld te weten ??%. De afschrijvingslast wordt op basis van artikel 9 van de financiële verordening 2020 bepaald en begroot met ingang van het dienstjaar volgend op het jaar waarin de investering gerealiseerd wordt. > Subsidies en inkomensoverdrachten In het BBV wordt nader onderscheid gemaakt tussen subsidies en inkomensoverdrachten. De subsidies en inkomensoverdrachten voor 2023 worden geraamd op basis van het niveau van 2022, vermeerderd met het inflatiepercentage. > Stortingen in voorzieningen De stortingen in de voorzieningen worden gebaseerd op de meest actuele beheerplannen.

Pagina 12 van 17

> Saldering reserves De dotatie en onttrekking van enkele bestemmingsreserves gebeurt op begrotingsbasis budgettair neutraal (dotatie gelijk aan onttrekking) of op basis van een realistische planning (bestemmingsreserve kapitaallasten). Op rekeningbasis wordt op basis van het werkelijke saldo gedoteerd, dan wel onttrokken. Het gaat hierbij om de volgende bestemmingsreserves: •

bestemmingsreserve kapitaallasten.

•

bestemmingsreserve rehabilitatie wegen.

•

bestemmingsreserve groot onderhoud kapitaalgoederen.

> Toerekening apparaatslasten en urenverdeling Apparaatslasten worden toegekend aan taakvelden en aan te activeren investeringen. De verdeling van salariskosten zal in de begroting 2023-2026 worden verwerkt op basis van de meest actuele gegevens. > Dividend Het dividend wordt geraamd op basis van het gemiddelde gerealiseerde dividend over de afgelopen jaren.

Pagina 13 van 17

Maatstaven algemene uitkering gemeentefonds Maatstaven AU Aantallen Maatstaven algemene uitkering

Begroot 2022

2023

2024

2025

2026

1c Waarde niet-woningen eigenaren

987.945,00

987.945,00

987.945,00

987.945,00

987.945,00

1f Waarde niet-woningen gebruikers (onder aftrek amendement De Pater)

928.683,00

928.683,00

928.683,00

928.683,00

928.683,00

10.797.712,00

10.797.712,00

10.797.712,00

10.797.712,00

10.797.712,00

1e OZB waarde niet-woningen

95,93

95,93

95,93

95,93

95,93

8a Bijstandsontvangers (vanaf UJR 2016)

281,33

298,67

316,67

319,33

320,67

422

424

426

427

429

2 Inwoners

10.970,00

10.890,00

10.836,00

10.786,00

10.786,00

5 Inwoners: ouderen boven 64 jaar

2.945,00

2.989,00

3.011,00

3.046,00

3.046,00

5a Inwoners: ouderen 75 t/m 84 jaar

1.017,00

1.080,00

1.129,00

1.170,00

1.204,00

7 Lage inkomens

1.949,00

1.961,00

1.973,00

1.984,00

1.996,00

7c-2 Lage inkomens (drempel) (vanaf UJR 2016, miv septembercirc. 2016)

1.412,50

1.420,80

1.428,90

1.436,00

1.444,10

941

953

967

981

988

11a Uitkeringsontvangers (vanaf UJR 2016)

1.115,33

1.132,67

1.150,67

1.153,33

1.154,67

3b Huishoudens

5.381,00

5.384,00

5.394,00

5.406,00

5.406,00

3c Eenpersoonshuishoudens

1.950,00

1.973,00

1.995,00

2.018,00

2.041,00

18

18

18

18

18

1.715,00

1.707,00

1.704,00

1.705,00

1.710,00

303,56

302,14

301,61

301,79

302,67

Inkomensmaatstaven

1a Waarde woningen eigenaren

Uitgavenmaatstaven waarop de uitkeringfsfactor van toepassing is

3a Eén-ouder-huishoudens

12 Minderheden

8b Loonkostensubsidie 4a Inwoners: jongeren jonger dan 18 jaar (vanaf uitkeringsjaar 2019) 7g-2 Jeugdigen in gezinnen met armoederisico 7h-2 Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen huishoudens

3.162,60

3.164,40

3.170,40

3.177,60

3.177,60

7i-2 Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen huishoudens met kinderen

569,16

569,16

569,16

569,16

569,16

3h Ouders met (langdurig) psychisch medicijngebruik

98,74

98,28

98,11

98,17

98,45

150

151

151

152

152

8c-2 Bijstandshuishoudens met minderjarige kinderen

64,33

64,67

64,67

65,67

66,67

8d Bijstandsontvangers eenouderhuishoudens

62,67

63,67

64,67

65,67

67,33

834

834

834

834

834

3g Eenouderhuishoudens met 2 of meer kinderen

11b-2 Uitkeringsontvangers minus bijstandsontvangers 11c-2 Wajong (wajongeren)

228

228

228

228

228

2.504,54

2.507,11

2.515,37

2.523,36

2.542,92

0,73

0,73

0,73

0,73

0,73

4b Inwoners jonger dan 65 jaar

8.025,00

7.901,00

7.825,00

7.740,00

7.740,00

5b Inwoners: ouderen 65 t/m 74 jaar

3i-2 Medicijngebruik met drempel 8e Re-integratie klassiek

1.790,00

1.788,00

1.800,00

1.823,00

1.849,00

5c Inwoners: ouderen 85 jaar en ouder

251

257

267

276

287

3d Eenpersoonshuishoudens 65 t/m 74 jaar

450

454

462

472

484

3e Eenpersoonshuishoudens 75 t/m 84 jaar

381

402

419

435

449

3f Eenpersoonshuishoudens 85 jaar en ouder

152

145

149

154

159

7d-2 Huishoudens met laag inkomen 65 t/m 74 jaar

300,93

300,62

300,17

299,52

299,08

7e-2 Huishoudens met laag inkomen 75 t/m 84 jaar

180,08

179,9

179,63

179,24

178,98

7f-2 Huishoudens met laag inkomen 85 jaar en ouder

49,23

49,18

49,11

49

48,93

7j-2 Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (65 t/m 74 jaar)

616,31

616,31

616,31

616,31

616,31

7k-2 Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (75 t/m 84 jaar)

368,81

368,81

368,81

368,81

368,81

7l-2 Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (85 jaar en ouder)

100,83

100,83

100,83

100,83

100,83

3j Bedden

6.205,00

6.205,00

6.205,00

6.205,00

6.205,00

13 Klantenpotentieel lokaal

10.933,00

10.999,00

11.067,00

11.133,00

11.198,00

14 Klantenpotentieel regionaal

4.488,00

4.515,00

4.543,00

4.570,00

4.596,00

15j Basisonderwijsleerlingen met leerlingengewicht 0,3

59

59

59

59

59

15k Basisonderwijsleerlingen met leerlingengewicht 1,2

33

33

33

33

33

38 Bedrijfsvestigingen

1.131,00

1.182,00

1.235,00

1.287,00

1.344,00

30 Historische woningen in bewoonde kernen

1.178,00

1.178,00

1.178,00

1.178,00

1.178,00

29 Historische woningen in bewoonde oorden 1930

1.178,00

1.178,00

1.178,00

1.178,00

1.178,00

27a Oppervlak historische kernen basisbedrag

18

18

18

18

18

7.400,00

7.400,00

7.400,00

7.400,00

7.400,00

31a ISV (a) stadsvernieuwing

0

0

0

0

0

31b ISV (b) herstructurering

0

0

0

0

0

36 Kernen

1

1

1

1

1

37 Kernen * bodemfactor buitengebied

1

1

1

1

1

36a Kernen met 500 of meer adressen

1

1

1

1

1

34 Oeverlengte * bodemfactor gemeente

605

605

605

605

605

35a Oeverlengte * bodemfactor gemeente * dichtheidsfactor

5.124,98

5.087,61

5.062,38

5.039,02

5.039,02

32b-2 Omgevingsadressendichtheid (vanaf UJR 2016, miv septembercirc. 2016)

4.630,00

4.661,93

4.695,58

4.729,24

4.762,90

23 Oppervlakte bebouwing buitengebied * bodemfactor buitengebied

11

11

11

11

11

22 Oppervlakte bebouwing woonkernen * bodemfactor woonkernen

51

52

52

53

53

21 Oppervlakte bebouwing

62

63

63

64

64

28 Historische waterweg

Pagina 14 van 17

Aantallen Maatstaven algemene uitkering

Begroot 2022

2023

2024

2025

2026

23a Oppervlakte bebouwing buitengebied

11

11

11

11

11

22a Oppervlakte bebouwing woonkern

51

52

52

53

53

19 Oppervlakte binnenwater

137

137

137

137

137

16 Oppervlakte land

1.158,00

1.158,00

1.158,00

1.158,00

1.158,00

18 Oppervlakte land * bodemfactor gemeente

1.158,00

1.158,00

1.158,00

1.158,00

1.158,00

24b-2 Woonruimten (vanaf UJR 2016, miv septembercirc. 2016)

5.365,00

5.402,00

5.441,00

5.480,00

5.519,00

25b-2 Woonruimten (vanaf UJR 2016, miv septembercirc. 2016) * bodemfactor woonkernen

5.365,00

5.402,00

5.441,00

5.480,00

5.519,00

1

1

1

1

1

39 Vast bedrag

Pagina 15 van 17

Programma indeling vanaf 2023 Nieuwe indeling Op grond van artikel 2 van de financiële verordening dient de raad bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast te stellen. Wij stellen voor de “nieuwe” programma indeling aan te laten sluiten op de lijnen uit de toekomstvisie. Dit geeft dan de navolgende programma indeling: 1.

Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat

2. 3.

Verbindende en versterkende sociale aanpak Kwaliteitstoerisme en toegankelijke natuurrecreatie

4. Bestuur en organisatie 90. Algemene dekkingsmiddelen In de onderstaande tabel is deze indeling verder uitgewerkt met de bijbehorende taakvelden. Tabel met taakvelden Programma

Taakvelden

1. Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat

0.2 Burgerzaken

1. Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat

0.63 Parkeerbelasting

1. Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat

1.1 Crisisbeheersing en brandweer

1. Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat

1.2 Openbare orde en veiligheid

1. Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat

2.1 Verkeer en vervoer

1. Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat

2.2 Parkeren

1. Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat

2.4 Economische havens en waterwegen

1. Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat

2.5 Openbaar vervoer

1. Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat

5.1 Sportbeleid en activering

1. Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat

5.2 Sportaccommodaties

1. Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat

5.6 Media

1. Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat

5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie

1. Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat

7.2 Riolering

1. Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat

7.3 Afval

1. Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat

7.4 Milieubeheer

1. Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat

7.5 Begraafplaatsen en crematoria

1. Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat

8.1 Ruimtelijke ordening

1. Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat

8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)

1. Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat

8.3 Wonen en bouwen

2. Verbindende en versterkende sociale aanpak

4.1 Openbaar basisonderwijs

2. Verbindende en versterkende sociale aanpak

4.2 Onderwijshuisvesting

2. Verbindende en versterkende sociale aanpak

4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken

2. Verbindende en versterkende sociale aanpak

6.1 Samenkracht en burgerparticipatie

2. Verbindende en versterkende sociale aanpak

6.2 Wijkteams

2. Verbindende en versterkende sociale aanpak

6.3 Inkomensregelingen

2. Verbindende en versterkende sociale aanpak

6.4 Begeleide participatie

2. Verbindende en versterkende sociale aanpak

6.5 Arbeidsparticipatie

2. Verbindende en versterkende sociale aanpak

6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO)

2. Verbindende en versterkende sociale aanpak

6.71 Maatwerkdienstverlening 18+

2. Verbindende en versterkende sociale aanpak

6.72 Maatwerkdienstverlening 18-

2. Verbindende en versterkende sociale aanpak

6.81 Geëscaleerde zorg 18+

2. Verbindende en versterkende sociale aanpak

6.82 Geëscaleerde zorg 18-

2. Verbindende en versterkende sociale aanpak

7.1 Volksgezondheid

3. Kwaliteitstoerisme en toegankelijke natuurrecreatie

2.3 Recreatieve havens

3. Kwaliteitstoerisme en toegankelijke natuurrecreatie

3.1 Economische ontwikkeling

3. Kwaliteitstoerisme en toegankelijke natuurrecreatie

3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen

3. Kwaliteitstoerisme en toegankelijke natuurrecreatie

3.4 Economische promotie

3. Kwaliteitstoerisme en toegankelijke natuurrecreatie

5.3 Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie

3. Kwaliteitstoerisme en toegankelijke natuurrecreatie

5.4 Musea

3. Kwaliteitstoerisme en toegankelijke natuurrecreatie

5.5 Cultureel erfgoed

4. Bestuur en organisatie

0.1 Bestuur

4. Bestuur en organisatie

0.10 Mutaties reserves

4. Bestuur en organisatie

0.4 Overhead

4. Bestuur en organisatie

0.5 Treasury

90 Algemene dekkingsmiddelen

0.61 OZB woningen

90 Algemene dekkingsmiddelen

0.62 OZB niet-woningen

90 Algemene dekkingsmiddelen

0.64 Belastingen Overig

90 Algemene dekkingsmiddelen

0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds

90 Algemene dekkingsmiddelen

0.9 Vennootschapsbelasting (VpB)

90 Algemene dekkingsmiddelen

0.8 Overige baten en lasten

Pagina 16 van 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=c606dc94-7556-4b10-9c6c-b7e8ed7bafd9