CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken ODRA 2021

Gecombineerde commissie 15 juni 2022, gemeente DoesburgBij agendapunt: (VROM) Ontwerpbegroting ODRA 2023 en jaarstukken ODRA 2021 (Raadsvoorstel)27.317 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Directeur

Advies en toetsing Bouw en Leefomgeving

Dashboards

Programma’s, Projecten Innova e

Grootste veranderingen

Staureau • Direc esecretaris • Controller • Adviseur kwaliteit • Organisa ejurist • Informa e manager

Managementteam Aan het hoofd van de interne organisatie staat de directeur. Hij is bevoegd voor het nemen van operationele besluiten en deelt deze verantwoordelijkheid met twee managers, uitvoering en bedrijfsvoering. Zij hebben mandaat voor aangaan van verplichtingen tot € 100.000. Daarboven ligt het mandaat bij het Dagelijks Bestuur (DB). Het AB benoemt leden van het DB. Het DB komt zo vaak als nodig bijeen. In 2021 is dit vijf keer, waarvan één keer schriftelijk, één keer fysiek en drie keer online. Het DB is bevoegd en verantwoordelijk voor bedrijfsvoering en operationele besluitvorming en hebben de eigenaarsrol. De voorzitter is voorzitter van AB en DB. Het AB is in 2021 ook vijf keer bij elkaar geweest, waarvan één keer schriftelijk en vier keer online. In februari 2021 heeft mevrouw M. Albricht van de gemeente Rozendaal haar taken als algemeen bestuurder van ODRA neergelegd. De heer S. Warmerdam van de gemeente Rozendaal is per 9 februari 2021 geïnstalleerd als lid van het algemeen bestuur van ODRA. Het dagelijks- en algemeen bestuur zijn in twee themasessies 1 juli 2021 en 8 juli 2021 bij elkaar geweest om te spreken over het rapport ‘Om de leefomgeving’ van de Commissie van Aartsen. Regeling Besluit begroting verantwoording (BBV) In het BBV is een aantal, voor het jaarverslag verplichte onderdelen benoemd, waarover een toelichting moet worden opgenomen.

Dit betreft: • Verbonden partijen, ODRA kent geen verbonden partijen; • Lidmaatschappen, ODRA is lid van de werkgeversvereniging WSGO en lid van ODNL; • Grondbeleid, ODRA heeft geen grond in bezit of pacht, dit hoort niet bij het takenpakket; • Vennootschapsbelasting, ODRA is vrijgesteld van deze belasting na afspraak met Belastingdienst; • Lokale heffingen, ODRA heft geen leges of heeft geen andere inkomsten uit hoofde van vergunningverlening dan wel handhaving. ODRA levert wel informatie aan partners ter berekening van de leges.

Omgevingsdienst Regio Arnhem

H

SOCIAAL JAARVERSLAG Sociaal beleid ODRA is een professionele, ambitieuze werkgever met een actieve werksfeer. Ruime ontwikkel- en opleidingsmogelijkheden zijn voor onze medewerkers voorhanden en hebben we geconcretiseerd in een opleidingsplan. We willen een goede werkgever zijn en streven tegelijkertijd naar realiseren van de organisatiedoelen alsmede realiseren van doelen van onze mede­ werkers. Medewerkers worden uitgenodigd het initiatief voor eigen ontwikkeling te nemen. De maatschappij is daarbij onze inspiratiebron.

025 Het is een continu proces van aanpassen aan de dynamiek op de arbeidsmarkt en de vraag van de partners naar expertises en kwaliteits­ verbetering. Professionaliseren en ontwikkelen, flexibiliteit en samenwerken zijn voor alle medewerkers, naast duurzame inzetbaarheid, vereiste competenties en randvoorwaarden. We werken flexibel in tijd en plaats en willen medio 2022 een ICT-infrastructuur te hebben die volledig locatie-onafhankelijk werken faciliteert. De huidige krappe arbeidsmarkt stelt ons voor grote uitdagingen, daarom werken we aan vroegtijdig binden van potentiële nieuwe medewerkers door onder meer de banden met scholen te verstevigen. Daarnaast biedt ODRA moderne faciliteiten in arbeidsvoorwaarden als (aanvullend) geboorteverlof, de gelegenheid om te sporten en zijn we actief als het gaat over duurzame mobiliteit. In het kader van strategische personeelsplanning kijken we verder vooruit. We willen klaar zijn voor morgen. Zo zijn we gestart met trainees, werken we aan ons imago als werkgever, is personeels- en capaciteitsplanning onderdeel van de teamplannen en zetten we bewust en resultaatgericht competentiemanagement in bij onze ontwikkeling, zoals coaching on the job, werving en functiewaardering. In 2021 hebben we met de omgevingsdiensten in Gelderland een begin gemaakt met een gezamenlijke arbeidsmarktcampagne.

Lerende Organisatie De wereld verandert snel en dat vraagt van ons wendbaarheid, snel inspelen op veranderingen en medewerkers aansporen zich constant te blijven ontwikkelen. ODRA wil een lerende organisatie zijn. In 2021 zijn stappen gezet op weg naar de ideale lerende organisatie. Onze kernwaarden samen, verantwoordelijkheid, vakmanschap en vertrouwen geven richting aan ons handelen. Wij stellen de klant centraal, leveren kwalitatief hoogwaardige producten en diensten, onze medewerkers zijn taakvolwassen (dé professional) en werken met plezier bij ODRA. In 2020 is ‘Het goede gesprek’ geïntroduceerd waarin we de nadruk leggen op persoonlijke ontwikkeling in plaats van beoordeling. In 2021 heeft dat vorm gekregen. Medewerkers nemen meer en meer zelf de regie over hun eigen ontwikkeling.

Duurzame inzetbaarheid Wat heeft een positieve invloed op het vergroten van onze inzetbaarheid, en daarmee op een verlaging van het verzuim? Hoe houden we rekening met de gevolgen van vergrijzing? Hoe stimuleren we elkaar om in sterkere mate de eigen verantwoordelijkheid te pakken voor inzetbaarheid en gezondheid? Het zijn deze thema’s waar we in 2021 en volgende jaren aan werken. We willen graag dat medewerkers werken in een omgeving die ze energie geeft en hen in de gelegenheid stelt om die energie gedurende hun loopbaan vast te houden. Het doel van ODRA is dat collega’s hun werk goed kunnen blijven doen, breed inzetbaar blijven en langer fit en met plezier kunnen doorweken. ODRA zet zich in voor een breed draagvlak om met duurzame inzetbaarheid bezig te zijn, we investeren in een positief werkklimaat, we investeren in de stijl van leidinggeven en leidinggevenden voeren gesprekken met hun medewerkers over inzetbaarheid en vitaliteit.

Verzuim Bij ODRA is het gemiddelde ziekteverzuimpercentage over alle teams in 2021 4,8%. Dat is een stijging ten opzichte van de twee voorgaande jaren, waarin het percentage 4,5% is. Van de 4,8% zien we dat het grootste deel voortkomt uit verzuim dat langer duurt dan 42 dagen. Het verzuim heeft geen direct verband met covid-19. We denken dat de mogelijkheden om thuis te kunnen werken een positieve invloed gaan hebben op het aantal ziekmeldingen, vooral voor het kortdurend verzuim.

Totaal verzuim 4,8% verdeeld naar:

0,7% 0,5% 0,3% 3,4%

Extra lang > 1 jaar Lang 6-52 weken Middel 1-6 weken Kort < 1 week Ten opzichte van het gemiddelde verzuim bij de gemeentelijke organisaes, doen we het niet zo slecht: 2019 is dat 5,8%, in 2020 is dat 5,5%.

Bedrijfsgezondheid Sinds 2020 werken we samen met de arbodienst Care-to- work. Waar nodig schakelen we aanvullende specialistische diensten in. De bedrijfsadviseur van dit bedrijf is beschikbaar voor preventiegesprekken over vitaliteit en gezondheid in relatie tot het werk. Medewerkers komen in geval van een ziekmelding in contact met de bedrijfsadviseur en de bedrijfsarts. Care-to-work adviseert het management van ODRA over samenwerken aan een voorspoedig herstel.

Ons voornemen is om ziekteverzuimbeleid te integreren met een breder kader van duurzame inzetbaarheid. Waar mogelijk streven we naar uitwisselen van ervaringen met de omgevingsdiensten in Gelderland of vergelijkbare organisaties. We integreren de aandacht voor het ziekteverzuim in een breder kader van organisatiecultuur, werksituatie, loopbaan en vitaliteit.

De bezoeken in aantallen in 2021 Bedrijfsgezondheid Spreekuur bedrijfsarts Spreekuur bedrijfsadviseur Prevenef bedrijfsadviseur Prevenef bedrijfsarts

15 bezoeken 66 bezoeken 4 bezoeken 1 bezoek

Sociale inzetbaarheid

2021

2020

Aantal stagaires WW-uitekringen Ouderschapsverlof Zorgverlof

6 1 12 2

6 3 12 7

Omgevingsdienst Regio Arnhem

026

027

Medewerkers met een (tijdelijke) aanstelling die ziek uit dienst gaan, ontvangen een ziektewetuitkering die door ons wordt betaald. We dragen het eigen risico voor uitkeringen in het kader van de Werkloosheidswet (WW).

Inclusie bij ODRA Iedereen doet mee bij ODRA. De maatschappij is onze klant én inspiratiebron. We werken met 108 mannen (67,5%) en 52 vrouwen (32,5%), dat zijn in totaal 160 collega’s, aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving.

passende werkzaamheden en behoud van vakkennis voor de hele organisatie. De groep mannelijke collega’s van 56 jaar en ouder, een kleine 17% van het totale ODRA-bestand, zal binnen 10-15 jaar van­ wege pensioen uitstromen. Dat vraagt de komende jaren onze aandacht.

In-, door- en uitstroom Groeien in een dynamische omgeving is de titel van dit jaarverslag. Dat blijkt onder meer uit het feit dat 39 nieuwe collega’s zijn aangenomen in de loop van 2021. We zijn tevreden over koppelen aan ervaren collega’s, bij wijze van buddy, aan nieuwe collega’s. Dat geldt ook voor stagiaires. Zes stagiaires hebben hun opleiding een impuls kunnen geven met de praktijkervaring die zij bij ODRA hebben opgedaan. We willen externe inhuur gaan beperken en vaste medewerkers blijvend binden. We hebben legio mogelijkheden om medewerkers te laten doorstromen naar een nieuwe uitdagende functie.

In -uit en doorstroom 50

Bij ODRA zet de dalende lijn van de gemiddelde leeftijd door. Is de gemiddelde leeftijd voorgaande jaren nog boven de 46, nu is die 45,8 jaar. De meeste mannen zijn in de leeftijd van 36-55 jaar. Vrouwelijk collega’s zijn inde leeftijd van 46 tot 55 jaar. Binnen de teams van Handhaving en Advies zijn vooral mannen werkzaam, vrouwen vooral bedrijfsvoering en staf.

40 30 20 10

ODRA streeft naar een samenstelling van het personeelsbestand dat een afspiegeling is van de samenleving. De thema’s waarmee we ons bezig houden zijn aantrekkelijk voor huidige generaties. Krapte op de arbeidsmarkt gooit roet in het eten. Nieuwe collega’s zijn schaars. Onze vacatures worden zorgvuldig opgesteld om nieuwe collega’s aan te spreken.

0

2014

2015

doorstroom

2016

2017 instroom

2018

2019

2020

uitstroom

We zien over heel 2021 dat van 32 medewerkers afscheid is genomen. De grootste uitstroom hee zich voorgedaan bij de teams Advies Bouw en Leefomgeving en Juridische Handhaving & Advisering. We zijn geslaagd om weer volledig op sterkte te zijn.

Inclusie en diversiteit is ons streven. Voor de inzetbaarheid van de vitale oudere medewerker maken we maatwerkafspraken over Leeijdsopbouw per dec ‘21

20

46-55 > 56 jaar

“

HEBBEN MEER TAKEN

GEKREGEN VOOR DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

NB: In de bijlagen katern 2 is een verdere verdieping van de VTH KC 2.2 Kritieke Massa opgenomen. De jaarrekening van ODRA is opgenomen in katern 2.

14%

Generiek

64%

20%

2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021

Gender 2021

33% Ruimtelijke ordening

Juridisch 80%

67%

12%

59

41%

110

Milieu

man

47%

vrouw Conform norm Katern 1 | Jaarverslag 2021

GEMEENTEN EN PROVINCIES

23%

47

45 36-45

Door in-, door-, en uitstroom van medewerkers is het voldoen aan de gestelde normen een fluctuerend gegeven. Kwaliteitsbewustzijn en ontwikkeling van medewerkers is een constant punt van aandacht. Het digitale E-portfolio helpt daarbij. In 2021 is 55% van de reguliere opleidingskosten besteed aan VTH-criteria. Dit is 22% meer dan in 2020. ODRA is goed op weg om volledig robuust te zijn en te blijven op de VTH KC 2.2.

48

46

10 26-35

Net zoals voorgaand jaar, rapporteren we alleen over de kritieke massa. De stand van zaken met betrekking tot de procescriteria is namelijk niet veranderd. Daarentegen zijn de normen voor de kritieke massa wel veranderd. Per 1 juli 2019 zijn nieuwe kwaliteitscriteria vastgesteld. In de praktijk betekent dit niet dat we direct en volledig moeten voldoen aan de nieuwe criteria, maar dat we daar wel naartoe moeten werken. 2020 stond in het teken van inzicht en overzicht en 2021 in het teken van organisatierobuustheid. Voor 2022 is het streven dat het opleidingsplan in lijn is met de ontwikkelbehoefte van organisatie en medewerkers.

49 in jaren

jaren

vrouw

30

0 < 26 jaar

De samenleving verwacht van ons professionele kwaliteit in de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Gemeenten en provincies hebben meer taken gekregen voor de fysieke leefomgeving. Zij zijn volop bezig met grote opgaven zoals de energie­ transitie, (woning)bouwopgave en de omgevingswet. Om al deze taken goed uit te kunnen voeren, is het noodzakelijk dat de kwaliteit van onze organisatie op orde is. VTH-kwaliteitscriteria dragen bij aan borgen en bevorderen van de kwaliteit van de dienstverlening.

Gemiddelde leeijd man

40

2021

VTH Kwaliteitscriteria

“

We zijn als organisatie verantwoordelijk voor de re-integratie van een zieke medewerker (eerste spoor binnen eigen organisatie). In het tweede jaar van ziekte moeten we het tweede spoor (passende functie buiten de organisatie) door ons ingezet worden. Dat doen we in samenwerking met Care-to-work. Indien noodzakelijk worden gespecialiseerde partners ingeschakeld, bijvoorbeeld voor de Arbo-technische beoordeling van een werkplek.

Buiten de norm

nvt (taken voeren we niet uit) Omgevingsdienst Regio Arnhem

029

“

“

WE WILLEN EEN

GEZONDE, VEILIGE EN DUURZAME LEEF-

OMGEVING, DAAROVER IS GEEN TWIJFEL

Groeien in een dynamische omgeving onze prestaties op een rij!

Katern 2

Omgevingsdienst Regio Arnhem

VERANTWOORDING EN TOELICHTING FINANCIËLE CIJFERS De grondslagen en uitgangspunten voor de jaarrekening 2021, die voor ODRA gelden, worden in hoofdzaak bepaald door de richt­ lijnen uit het Besluit Begroting en Verant­ woording provincies en gemeenten (BBV). Daarnaast zijn met de omgevingsdiensten in Gelderland en onze partners afspraken gemaakt over de programma– en taakveld indeling. We hanteren de volgende indeling: de programma’s vergunningen, toezicht en handhaving, advies, projecten en stelsel­ taken en de taakvelden milieu en bouw.

In dit katern, naast de verantwoording over de programma’s en taakvelden, geven we een categoriale verantwoording: de zogenoemde staat van ‘baten en lasten’. De analyse en de toelichtingen zijn in dit katern toegespitst op de categoriale staat van baten en lasten. De toelichting op de resultaten per programma en taakveld zijn in katern 1 vermeld.

Grondslagen en uitgangspunten Voor de jaarrekening 2021 gelden de volgende grondslagen en uitgangspunten: • Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten • Financiële verordening Omgevingsdienst Regio Arnhem 2012 • Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) • Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop de dienst en/of product betrekking heeft: o Baten betreffen de bijdragen van partners, omgevingsdiensten in Gelderland, derden, Provinciale programma’s (‘Complexe hand­ having’ (PCH) en ‘Aandachtsbedrijven’ (PAB) en overige inkomsten (waaronder subsidies) o Voor nog niet afgeronde producten (onderhandenwerk) wordt op basis van de reeds verstreken doorlooptijd in relatie tot de gemiddelde doorlooptijd per product, een percentage berekend. Dat percentage x het tarief van betreffende product is de waarde die is opgenomen o Lasten zijn de personeelskosten (eigen medewerkers en inhuur), huisvesting, facilitair, bovenregionale kosten, advieskosten en materiële kosten voor projecten

“

“

I

031

DE COVID-19 PANDEMIE

HEEFT OP ONDERDELEN VAN DE BEDRIJFSVOERING VAN

van Bestemmingsreserves. Mocht na verrekenen van het exploitatie­ resultaat 2021 met de Algemene Reserve en/of bestemmingsreserves nog een saldo resteren, dan kan dit, op basis van de bepalingen in de gemeenschappelijke regeling, via de sleutel ‘stemverhouding’ worden afgerekend • Met betrekking tot de continuïteit van ODRA: Er zijn geen meerjarige toezeggingen van klanten aan ODRA over de meerjarige begroting. Elk jaar wordt op basis van de geaccordeerde begroting een werkprogramma afgesproken. De bijdragen zijn voor een deel van structurele aard, ODRA voert de wettelijke taken voor milieu­ vergunningen en toezicht uit.

Covid-19 pandemie De covid-19 pandemie heeft op onderdelen van de bedrijfsvoering van ODRA effect gehad. Bijvoorbeeld een verminderde vraag omdat ­evenementen en vuurwerkcontroles niet zijn doorgegaan. Regulier werk, waaronder controles en bouwvergunningen, heeft minder tot geen invloed ondervonden van covid-19 pandemie. We zien bij bedrijfs­ voering vooral effecten op de reiskosten en opname van verlof. Het tweede jaar van de pandemie waren we voldoende voorbereid om de effecten op te vangen, door sturing op de baten in relatie tot de kosten. Wij zijn daarom van mening dat de in de jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling g ebaseerd dienen te worden op bovenstaande geformuleerde grondslag over de continuïteit van de onderneming. Het boekjaar 2021 van ODRA is met een positief exploitatieresultaat van € 64.300 (na fondsmutaties en voor bestemming) afgesloten.

ODRA EFFECT GEHAD

• Directe kosten en overhead onderscheiden we in: o Directe kosten, betreffen personeelskosten en kosten die volledig gerelateerd kunnen worden aan het primaire proces. Deze kosten worden toegerekend aan de programma’s op basis van de ver­ houding van de tijdsbesteding van de medewerkers o Overheadkosten (indirect) zijn de loonkosten van de medewerkers bedrijfsvoering, staf en management/teamleiding, huisvesting, ICT en facilitair voor zover deze niet worden gemaakt voor projecten en specifieke opdrachten en activiteiten in het primaire proces • Voorzieningen worden berekend op basis van het financiële risico, toekomstige kosten voor zover deze tijdens het opstellen van de jaarrekening (februari 2022) konden worden vastgesteld • Exploitatieresultaat is het verschil van baten, lasten en dotatie/ onttrekking aan voorzieningen. Het exploitatieresultaat wordt na afsluiten van het boekjaar gemuteerd op de Algemene reserve en Bestemmingsreserves, tenzij anders wordt besloten door het Algemeen Bestuur • Algemene reserve is maximaal 5% van de jaarlijkse exploitatielasten (max € 500.000). Het Algemeen Bestuur kan besluiten tot instellen

Omgevingsdienst Regio Arnhem

J

BATEN EN LASTEN VOOR PROGRAMMAINDELING Wij hanteren in de jaarrekening een indeling die we met de omgevingsdiensten in Gelderland hebben afgesproken, programma’s en taakvelden. De kosten en baten die we niet specifiek hebben gelabeld of een algemeen karakter hebben, zijn ondergebracht in het taakveld ‘algemeen’ als subcategorie onder milieu. Kosten en baten gefinancierd uit bestemmings- en balansfondsen zijn niet gecategoriseerd op programmaniveau. (Deze zijn opgenomen en toegelicht in de categoriale exploitatie rekening).

033 Drie klantcategorieën We hebben enkel publiekrechtelijke organisaties als klant. We maken in de staat van baten en lasten onderscheid tussen drie klantcategorieën: • partners • omgevingsdiensten in Gelderland • derden Toelichting - De begroting 2021 is op 9 april 2020 via een schriftelijke ronde met ons Algemeen Bestuur (AB) besproken en vastgesteld, 9 juli 2020 is door het AB de begroting 2021, inclusief de zienswijzen, definitief vastgesteld. De begrotingswijziging 2021 is 8 juli 2021 besproken en vastgesteld door het AB. 9 december 2021 is de

gewijzigde begroting 2021, inclusief de zienswijzen, definitief vastgesteld door het AB. In de begrotingswijzigingen zijn de volgende de effecten meegenomen: • Programma ‘Aandachtsbedrijven’ • Actualisatie programma ‘Complexe handhaving’ • Uitbreiding dienstenpakket Westervoort en Duiven • Voorstel bestemming batig saldo uit 2020 De totale omvang van de initiële begroting bedroeg € 18,3 miljoen. De geactualiseerde begroting gaat uit van € 20,9 miljoen.

Staat van baten en lasten Staat van baten en lasten Programma’s x € 1.000 Vergunningen (+ % v/d kosten) • directe kosten • toegerekende overhead • baten partners • baten OD’s en derden Saldo vergunningen

Realisae 2021 bouw

3.127 3.127

Toezicht en handhaving (+ % v/d kosten) • directe kosten • toegerekende overhead 2.215 • baten partners • baten OD’s en derden 2.215 Saldo handhaving Advies (+ % v/d kosten) • directe kosten • toegerekende overhead • baten partners • baten OD’s en derden Saldo advies

0 0

Stelseltaken (+ % v/d kosten) • directe kosten • toegerekende overhead • baten partners • baten OD’s en PCH Saldo stelseltaken Projecten (+ % v/d kosten) • directe kosten • toegerekende overhead • baten partners • baten OD’s en derden Saldo algemeen

8.312 361 8.673

1.426 127 1.599

33

2.144 388 2.532 107

6.941 2.864

1.283 530 -1.813 339 140 -479 2.072 855 -2.927 89

9% 1.283 530 1.426 172 -214 2% 339 140 33 0 -445 15% 2.072 855 2.037 388 -502

27%

bouw

kosten

totaal

3.234 1.264

21% 3.234 1.264 4.575

milieu

-4.498

77

2.505

7.263

7.194 2.810

48% 7.194 2.810 9.768

2.505

7.263 -10.004

-236

1.269 496

8% 1.269 469 1.722

-1.765

-43

280 110

2% 280 110 359

-390

-31

2.734 1.200

20% 2.734 1.200 4.167

-3.934

233

339

0

3.112

1.463

3.112

1.463

1.722 0

1.722

359 0

359

471

3.696

471

3.696

89 107

19.515 19.515 5.343 14.361 19.597 5.343 14.361 -19.515 82,1

339

20.930 20.930 6.088 14.842 20.930 6.088 14.842 -20.930 0

17,8 64,3 0,0

Ontrekkking algemene reserve Exploitae saldo (bestemming MBA’s) Resultaat na bestemming % baten per taakveld

23% 3.116 1.286 4.447 98 143

50% 6.941 2.864 10.528 361 -9.805 1.083

0

0

3.116 1.286

totaal

-4.402

33

0

kosten

1.320 98 1.418

0

Kosten gefinancieerd uit balans Baten ontrokken uit balans Totaal • kosten • baten Saldo

milieu

Geactualiseerde begrong 2021

73%

Realisae 2020 bouw

3.072 114 3.186

4.418 71 4.489

0 0 0

0 0 0

594 0 594

milieu

1.386 1 1.387

3.057 298 3.355

1.311 144 1.455

6 3.127 3.133

1.386 174 1.560

kosten 3.072 1.200 -4.273 4.953 1.935 -6.888 883 345 -1.228 2.972 1.161 -4.133 1.772 693 -2.465

29%

22% 3.072 1.200 4.458 115 301 35% 4.953 1.935 7.475 369 956 6% 883 345 1.311 144 227 21% 2.972 1.161 6 3.127 -1.000 13% 1.772 693 1.980 174 -311

tot. 0 0 18.988 18.988 8.269 10.889 0 19.158 8.269 10.889 -18.988 170

8.269 10.889 -18.988 29%

totaal

43%

157,3 -12,4

57%

* In 2020 werd het programma complexe handhaving nog bij stelsel verantwoord. In 2021 bij Toezicht & Handhaving. Omgevingsdienst Regio Arnhem

034

035

TOEREKENING KOSTEN EN BATEN IN DE PROGRAMMA BEGROTING EN REALISATIE Wij werken met een producten diensten catalogus (PDC) waarin elk van de circa 80 producten en diensten zijn beschreven op inhoud, kwaliteitsniveau en prijs. We hebben elke dienst en product gekop­ peld aan een programma en taakveld. De realisatie van de baten komt geheel vanuit deze koppeling voort. De realisatie van de programma/ taakveld-kosten baseren we op de verhouding van de tijdsbesteding op de producten x gemiddeld tarief.

“

Output (financiering) op hoofdlijnen

Specificatie overhead

2021 is het tweede jaar dat wij output financiering toepassen. We hanteren vijf categorieën die elk hun eigen bekostigingsmethodiek kennen: • Producten worden in rekening gebracht op basis van vaste productprijs x aantal geleverde producten • Diensten op basis van een uniform uurtarief (€92) • Gezamenlijke diensten op basis van fixed price • Materiele kosten op basis van nacalculatie werkelijke kosten • Provinciale programma’s worden op basis van uren (€92) afgerekend

Aan de programma’s rekenen we over 2021 een bedrag van afgerond € 5,6 miljoen toe aan kosten voor overhead. Hieronder (tabel 3) is de opbouw van de overhead weergegeven. De totale overhead bedraagt 29,2% (begroot is 28,1%). Ten opzichte van 2020 is het percentage (toen 28,1%) gestegen. De oorzaak is de toerekening van teamleiding volledig aan de overhead. In 2020 werkten zij ten dele productief en was dit deels onderdeel van het primaire proces.

“

Het systeem van outputfinanciering is door de indeling in vijf categorieën administratief complexer geworden dan bij aanvang is aangenomen. Ondanks dat gegeven wordt naast de tijdsbesteding per product of dienst, nadrukkelijker gestuurd op de productrealisatie (proces, aantallen en kengetal).

NA AFLOOP VAN ELK JAAR MAKEN WE EEN

In tabel 2 is aangegeven welke producten en diensten zijn gerealiseerd.

DIEPGAANDE ANALYSE VAN

Toelichting - Het aantal geleverde producten is 5% lager dan begroot, maar inclusief onderhanden werk 1% hoger. Het aantal geleverde diensten is veel lager dan begroot, vooral bij het programma ‘Complexe handhaving’. In katern 1 is dit op programmaniveau toegelicht.

DEZE KENGETALLEN

We zien dat de saldi van kosten en baten per programma relatief kleine verschillen vertonen. Waar deze optreden betreft dit onder meer het verschil tussen urenrealisatie en de afgerekende productprijzen (ken­ getallen). Na afloop van elk jaar maken we een diepgaande analyse van deze kengetallen. Als gevolg van deze analyse over 2020 hebben we op enkele onderdelen de PDC voor 2022 – 2023 aangepast. In die aan­ passing is tevens de overgang naar de Omgevingswet al mee­genomen. De analyse over 2021 is nog niet gereed. We nemen de effecten uit deze analyse mee in de volgende begrotingscyclus.

Geactualiseerde bg 2021 aantal gemid. €

Omzet groepen producten (incl. ohw) Diensten (incl. AvO) Gezamenlijke diensten Materiële kosten Programma PC (dnst) programma PAB/sam.st Balans vrijval/overige ink.

12.589 43.758 100% 100% 36.922 11.095

€ 791 € 92 € 1.600 € 586 € 92 € 92

€ 9.962 € 4.026 € 1.600 € 586 € 3.397 € 1.021 € 339

11.921 41.102 100% 100% 32.895 8.676 87

787 uur

Totaal baten

91.775 uur

uur prod

€ 20.930 x € 1.000

82.760

uur uur

Aandeel bouw Aandeel milieu

8.695 83.080

4.979 7.610

€ 6.088 € 14.361

7.695 75.065

Katern 2 | Jaarverslag 2021

Begroot 2021

Real. overhead 2021

Directe kosten

Totaal

Overhead 2020

Personele overhead

3.274

3.448,5

12.967,2

16.415,6

2.791,4

Materiële overhead • huisvesng & facilitair • ict • stelselkosten • advies • onvoorzien en overig • projecten

819 1070 296 306 116

868,1 842,0 208,4 270,4 36,4

139,8 39,9 9,5 595,1

868,1 842,0 348,2 310,3 45,9 595,1

813,7 1.230,1 225,2 274,7

Subtotaal mat. overhead

2.607

2.225,4

784,4

3.009,8

2.543,7

Totaal

5.881

5.673,8

13.751,5

19.425,4

5.335,1

Kosten gefinancieerd uit balans % van de totale kosten

28,1%

29,1%

89,4 70,9%

89,4 19.514,8

28,1%

0,0

In onderstaande tabellen hebben we conform vereisten uit BBV respectievelijk aangegeven:

Kerntabel produce x € 1.000

29% 69%

Overhead specificae (indirecte kosten) x € 1.000

Financiering ODRA cf BBV indeling

Tabel 2: Realisae %

Tabel 3: Specificae overhead

aantal

Realisae 2021 OHW gem.

uur uur uur

baten

% begr.

€ 9.681 € 3.787 € 1.599 € 523 € 3.031 € 853 € 123

97% 94% 100% 89% 89% 84% 36%

prod.

€ 19.597 x € 1.000

94%

5.418 6.503

€ 5.343 € 14.361

27% 73%

€ 758,9 € 92 € 1.599 € 523 € 92 € 92

• Overzicht van dekkingsmiddelen (tabel 4) We kennen drie financieringsstromen die gerekend worden tot de algemene dekkingsmiddelen: baten van partners, baten via de omgevingsdiensten in Gelderland en baten van derden. We hebben geen rente betaald voor leningen. We hebben wel een klein bedrag aan rente betaald, vanwege kortstondig rood staan. We hebben geen beleggingen uitstaan en dus geen dividend uitgekeerd. We innen geen lokale heffingen en ontvangen geen uitkeringen uit algemene fondsen.

Tabel 4 Overzicht van dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen x € 1.000

Actuele begrong 2021 baten lasten saldo

Realisae 2021 baten lasten saldo

Realisae 2020 baten lasten saldo 19.157

Exploitae 20.951 Overzicht van dekkingsmiddelen • lokale heffingen • algemene uitkeringen • dividend • saldo financiëringsfunce 339 • reserves (na resultaat bestemming

20.591

0

19.490

19.425

64

339

0

107

89

18 64

Saldo

20.930

0

19.597

19.515

0

20.930

18.988

170

170 19.157

18.988

0

Omgevingsdienst Regio Arnhem

K

036 • Overzicht financiering uit reserves (tabel 5) We hebben het positieve saldo van boekjaar 2020, na een bestuurs­ besluit in december 2021, kunnen toevoegen aan een nieuw bestemmingsfonds ‘Innovatie’. Uit dit fonds worden voortrajecten en verkenningen bekostigd die mogelijk uitmonden in projecten. In 2021 spreken we over het onderzoek naar ‘Rijker verantwoorden’. Het bestemmingsfonds ‘Opleidingen Omgevingswet’ is voor een deel aangewend in 2021. Door uitstel van de ingangsdatum van de Omgevingswet tot 1 januari 2023, zullen de resterende gelden uit het fonds in 2022 aangewend worden. Het bestemmingsfonds ‘Milieumetingen’ wordt gebruikt om een aantal grote investeringen in meetapparatuur te bekostigen. Dat doen we op basis van afschrijving. In 2021 leidt dit tot een afboeking van € 9.600. Wij stellen voor dat het positieve saldo 2021 ad € 64.300 wordt toege­ voegd aan een nieuw bestemmingsfonds ‘Milieubelastende activiteiten MBA’. We hebben veel werk aan omzetten van inrichting naar milieu­ belastende activiteit, een verplichting die voortkomt uit de Omgevings­ wet. Deze post is niet opgenomen in de begroting 2022. Tabel 5 Overzicht financiering uit reserves Algemene dekkingsmiddelen x € 1.000

Actuele begrong 2021 toev. onr. saldo

Algemene reserve BR Provincietaken BR bur. mil. me­ngen BR RVMK BR Innova­e BR opleidingen omgevingswet Resultaat • onverdeeld resultaat 2021

470 92 201 0 49 0 0 12

Saldo

107

107

-57 -157

-214

Realisae 2021 toev. onr. saldo 0 0 0

0 0 -10

120

-26 -54

0

812

120

-89

Realisae 2020 begin mut. saldo

470 92 191 0 93 104 0 64

442 92 201 4

28 0 0 -4

24

157 -24 12

470 92 201 0 0 157 0 12

950

763

170

932

037

STAAT VAN BATEN EN LASTEN VOOR CATEGORIALE INDELING De begroting 2021 is in twee ronden tot stand gekomen. De initiële begroting is vastgesteld 9 april 2020 en de bijgestelde begroting is vastgesteld 9 december 2021. In deze laatste ronde is de omvang van de

• Overzicht incidentele kosten en baten (tabel 6) De afspraken die we met onze partners hebben gemaakt over de milieutaken, zijn te beschouwen als structurele taken. Voor de meeste taken geldt dat deze (verplicht) zijn belegd bij ODRA.

begroting vastgesteld op € 20,9 miljoen.

Voor onze bouwtaken geldt dat niet, maar zijn feitelijk toch te zien als structureel. Ook Wabo en Meten en advies zijn voor ons structurele activiteiten. Onze partners hebben de verantwoordelijkheid om de benodigde capaciteit en kwaliteit die wij moeten aanwenden in stand te houden, dan wel verantwoord af te bouwen bij majeure verandering van taken. Incidenteel zijn onze opdrachten voor derden en aanvullende opdrachten bij partners en ‘gesubsidieerde’ projecten (Theseus – Circulaire economie). Voor de provincie programma’s geldt dat deze in eerste instantie zijn belegd bij ODRA voor drie jaar; in 2022 wordt geëvalueerd en besloten over de continuering. Tabel 6 Overzicht incidentele kosten en baten Overzicht incidentele baten en lasten x € 1.000

Actuele begro ng 2021 baten lasten saldo

Realisa e 2021 baten lasten saldo

Realisa e 2020 baten lasten saldo

• opdrachten derden* • Projecten en subsidies

0 1.025

460 627

107 95

743

0 282

595

460 32

723

107 -627

* De kosten van derden zijn niet berekend in de begro ng Katern 2 | Jaarverslag 2021

Omgevingsdienst Regio Arnhem

038

039 Tabel 7 Staat van baten en lasten

Tabel 8: Formae bezeng en personele kengetallen

Inieel bg 2021

Bijgestelde bg 2021

Realisae 2021

% v/d begrong

Partners Omgevingsdiensten Derden en projecten Provinciale programma’s

13.669 568 217 2.527

14.457,5 497,0 346,1 4.604,8

14.118,3 459,9 540,1 3.744,6

98% 93% 133% 83%

14.736,2 510,4 106,7 3.141,9

Baten dienstverlening

16.981

19.905,4

18.862,9

95%

18.495,2

685,9

41,3 585,5

85%

566,9 95,5

Overige inkomsten Doorbelaste materiële kosten Subsidies & overig

1.365

Totaal baten regulier

18.347

20.591,3

19.489,7

95%

Vrijval fondsen en balans

338,7

107,2

32%

Baten na balans muta e

20.930

19.596,9

Kosten

Inieel bg 2021

Actuele begrong 2021

Realisae 2021

Personeel • medewerkers ODRA • inhuur capaciteit • inhuur ondersteuning

11.353 1.660

12.906.0 1.269,4 300,0

Loonkosten capaciteit Overige inhuur

13.013 335

Loonkosten in- & extern • opleidingen • alg. personeelskosten • voormalig personeel • harmonisa‚e bijdrage

Realisae 2020

19.157,5

% v/d begrong

Realisae 2020

11.859,6 2.032,1 415,6

92% 160% 139%

11.170,5 1.954,5 402,4

14.475,3 1.840,3

14.307,4 1.383,1

99% 75%

13.527,5 1.239,2

13.347 258 516 100 -100

16.315,7 444,9 699,5 100,0 -100,0

15.690,5 224,2 594,1 16,7 -109,8

96% 50% 85% 17% 110%

14.766,7 148,4 517,2 277,6 -103,1

Totaal personeel

14.121

17.460,1

16.415,6

94%

15.606,9

Huisves‚ng en facilitair ICT Stelselkosten Advieskosten Overige kosten Onvoorzien

975 1.113 378 306 51 38

819,3 1.069,5 416,2 305,7 75,0 41,2

868,1 84,02 348,2 310,3 82,9 -37,0

106% 79% 84% 102% 111% -90%

813,7 1.230,1 339,8 238,1 36,6

Totaal kosten

18.347

20.930,0

19.425,4

93%

18.987,8

89,4

Kosten gedekt vanuit fondsen Kosten na balansmuta‚es Saldo voor muta‚es fondsen Muta‚es fondsen en balans Voorstel bestemming ‘MBA’s Saldo na bestemming

0

20.930,0 -0,0

0

Uitgangspunten voor de exploitatie begroting De begroting van ODRA is opgebouwd vanuit een aantal uitgangs­ punten en kengetallen. De belangrijkste zijn die betrekking hebben op onze capaciteit. (tabel 9). Hiervoor geldt: • Formatie is 163,2 fte • 124,5 productieve fte • 38,7 FTE (31%) staf, bedrijfsvoering, management en teamleiding. • Gerealiseerd 150,3 fte

Katern 2 | Jaarverslag 2021

0,0

19.514,8 82,1 17,8 64,3

169,7 -157,3

0,0

12,5

Formae bezeng en personele kengetallen Formae bezeng • lijn afdelingen • bedrijfsv./staf/man. Reguliere capaciteit • provincie programma • uitbesteed werk Totaal capaciteit

Actuele begrong 2021 intern extern totaal 124,5 38,7 163,2 163,2

%

12,5 10,0 3,8 26,3

137,0 38,7 175,7 10,0 3,8 189,5

72% 20%

€ 1.269 € 300

€ 12.906 € 1.269 € 300

79% 8% 2%

12,5

5% 2%

Realisae 2021 extern totaal

intern 115,9 34,3 150,3 150,3

20,0 4,9 24,9 7,2 2,9 35,0

%

Realisae 2020 intern extern

136,0 73% 39,2 21% 175,2 4% 7,2 2% 2,9 185,3 100%

118,3 28,7 147,0

76% 13% 3%

€ 11.170

16,2 4,2 20,4

totaal

%

134,5 32,9 167,4

80% 20%

niet apart geregistreerd 147,0

20,4

167,4

100%

€ 1.955

€ 11.170 € 1.955

83% 14% 0%

Loonkosten • loonkosten (intern)) • inhuur capaciteit • inhuur ondersteuning

€ 12.906

Kosten capaciteit

€ 12.906

€ 1.569

€ 14.475

€ 11.860

€ 2.448 € 14.307

€ 11.170

€ 1.955 € 13.125

Gemiddelde kosten/e

€ 79.081

€ 125.551

€ 82.387

€ 78.927

€ 98.131 € 81.661

€ 75.974

€ 95.977 € 78.407

Uitbesteed inhuur pool prov.-prog. Inhuur

€-

€ 368 € 1.473 € 1.840

Loonkosten x € 1.000

€ 79.081

€ 129.647

Sjging

€ 11.860

2% € 368 9% € 1.473 € 1.840 100% € 86.099

€-

€ 2.032 € 416

€ 258 € 1.125 € 1.383

€ 11.860 € 2.032 € 416

2% € 258 7% € 1.125 € 1.383 100%

€ 78.927 € 109.439 € 84.692 -0,2%

Toelichting • Voor 163 fte interne medewerkers is de gemiddelde loonsom in de begroting €79.081 per fte. De realisatie komt afgerond € 154 lager uit. Afgelopen jaar was het prognosticeren van de loonkosten een onzekere zaak; van invloed is de cao die pas laat in 2021 is vastgesteld. In de cao is een eenmalige uitkering opgenomen in plaats van structurele verhoging over het hele jaar. Deze wordt pas in 2022 uitbetaald. De eenmalige uitkering hebben we opgenomen als nog te betalen algemene personeelskosten. • De externe inhuur kent een aantal groepen. Begroot is 21% van de totale loonkosten. De realisatie is uitgekomen op 24%. Bij elkaar is 26,3 fte externe inhuur gepland met een gemiddeld tarief van €129.650 per fte. De realisatie is 35 fte, maar tegen veel lagere inhuurkosten per fte. Voor de inhuur van de Pool voor de provinciale programma’s geldt dat deze tegen het eigen tarief van de OD’s worden afgerekend. Voor vrijwel alle OD’s geldt dat dit tarief hoger is dan bij ODRA. • Het uurtarief diensten is voor de partners €92. Dit tarief is niet gewijzigd.

Overige uitgangspunten • Voor producten gelden verschillende productprijzen, die gebaseerd zijn op de vastgestelde kengetallen in de product dienst catalogus (PDC). Het gemiddelde begrote tarief is 8,6 uur (€791) per product. De realisatie is (exclusief onderhanden werk) €759 per product (kengetal 8,3). Structurele verschillen zullen in een volgende P&C cyclus worden meegenomen in de tariefstelling. • De collectieve diensten zijn fixed price vastgesteld op €1,6 miljoen, afgerond €145.000 enkel voor de omgevingsdiensten. De realisatie is uitgekomen op €1,55 miljoen. Het verschil bestaat uit kosten voor de RVMK (regionale verkeer- en milieu kaart) en zal worden gerestitueerd. • Opleiding staat voor 2% van de loonsom in de begroting. Realisaties 1,9%. Daarnaast is er een eenmalig budget van € 157.000 voor

-15,6%

€-

0%

€ 402

€ 402

€ 402

€ 402

3% 0% 100%

€ 75.974 € 115.738 € 80.812

-1,6%

opleidingen in het kader van de Omgevingswet. Deze zijn beschikbaar in een bestemmingsfonds. Hieruit is € 53.700 onttrokken. • Huisvesting, facilitair en ICT lopen respectievelijk via contracten met de gemeente Arnhem en De Connectie op basis van 2002 vierkante meters en 102 werkplekken. • Aantal productieve (declarabele uren) per interne fte is begroot op 1.395. Voor externen geldt 1.600 uur. Totaal beschikbare uren voor diensten en producten is begroot op 216.000 uur. De realisatie is 205.500 uur. Vanwege de achterblijvende vraag (zie katern 1) is er uiteindelijk minder capaciteit nodig geweest.

“

“

Staat van baten en lasten (categoriaal) x € 1.000

AANTAL PRODUCTIEVE (DECLARABELE UREN) PER INTERNE FTE IS BEGROOT OP 1.395

Omgevingsdienst Regio Arnhem

L

SPECIFIEKE TOELICHTING OP DE STAAT VAN BATEN EN LASTEN We verstaan onder loonkosten de salaris­ kosten van vaste medewerkers en inhuur van externe capaciteit. Vanwege het afwijkende karakter van de posten ‘uitbesteed werk’ en ‘inhuur pool’ worden deze hieronder apart toegelicht.

041 Baten De baten hebben we toegelicht bij de staat van baten en lasten per programma. In de bijlagen hebben we de baten per klant gespecificeerd. De inkomsten van programma’s en projecten zijn bij de toelichting op de staat van baten en lasten en bij de specificatie van de stelseltaken en projecten toegelicht. Er is een bate van € 107,3 door vrijval uit de balans. Deze bestaat uit middelen die in 2020 niet zijn besteed. Het Algemeen bestuur heeft (niet unaniem) op 9 december besloten dat ODRA dit kan toevoegen aan het fonds ‘innovatie’.

Loonkosten intern en inhuur externe capaciteit De loonkosten (interne medewerkers) zijn €1,2 miljoen lager dan begroot. Het verschil is ontstaan door een lagere interne bezetting van 13 fte. De gemiddelde loonsom van internen was nagenoeg conform begroting. Daarentegen zijn de gemiddelde kosten van de inhuur hoger dan begroot. We hebben 9 fte meer aan flexibele, externe krachten inge­ huurd. Oorzaak is de onzekerheden in het werkaanbod (vraag-gestuurd werk) en de krapte op de arbeidsmarkt. Het blijft lastig om de juiste personen op specialistische functies aan ODRA te verbinden. Ondanks een hogere inhuur en de krapte op de arbeidsmarkt, hebben we lagere gemiddelde kosten kunnen realiseren. Dat is deels gerelateerd aan het beleid om jonge mensen en trainees in te zetten, die eventueel kunnen doorgroeien naar een vast contract binnen ODRA. Maar ook een scherp inkoopbeleid heeft ons geholpen om de gemiddelde externe tarieven acceptabel te houden.

Algemene personeelskosten + dotatie personeelsvoorziening Het budget (€700.000) voor de algemene personeelskosten is onder besteed. De belangrijkste verklaring zijn lagere reiskosten woon-werk. Door thuiswerken is dit deelbudget (€170.000) voor 75% besteed. Daarentegen zijn de niet begrote kosten, afgesproken in de cao, voor eenmalige uitkeringen (afgerond €215.000) hier opgenomen. De begrote dotatie ter dekking van toekomstige kosten in het kader van mobiliteit van onze medewerkers (€100.000) wordt voor 10% gebruikt. De middelen die reeds in voorziening zitten, zijn daarmee voldoende voor de lopende trajecten.

Wet normering topinkomens (WNT) Ons bestuur bestaat uit vertegenwoordigers van onze partners. Bestuurders krijgen geen vergoeding voor hun bestuurstaak. De kosten die onze bestuursleden maken, worden door de desbetreffende gemeenten of provincie vergoed. In 2021 is één wisseling geweest in ons Algemeen Bestuur. Het inkomen van de directeur van ODRA is getoetst aan de WNT. Dhr. Ruben Vlaander is in oktober 2019 aangesteld als directeur. Het inkomen en de vergoedingen in 2021 zijn samen onder de norm van de WNT gebleven. Het bezoldigingsmaximum in 2021 is € 209.000 op fulltime basis. Verder hebben we geen andere functionarissen met een dienstbetrekking die in 2021 een bezoldiging boven het individueel toepasselijk drempelbedrag hebben ontvangen.

Salariskosten (IKB en Harmonisatie vergoeding) Vanaf 1 januari 2017 hebben onze medewerkers naast het vaste salaris ook recht op een vrij besteedbaar Individueel Keuze Budget (IKB). Het IKB is als vast element in onze salarislasten opgenomen. Medewerkers die met de oprichting van ODRA zijn overgekomen van provincie Gelderland, gemeenten Arnhem, Lingewaard en Renkum, krijgen hun harmonisatietoelagen vergoed. Voor de oud-provincie­ medewerkers worden deze kosten bekostigd uit de gevormde voor­ ziening, die voor de gemeenten op basis van nacalculatie.

Bijzonder inhuur Een deel van het werk, met name controles, besteden we op product­ basis uit. Daarnaast is voor de provinciale programma’s capaciteit inge­ leend (pool PCH) bij andere omgevingsdiensten in Gelderland op basis van het tarief van de omgevingsdiensten. Dit wordt 1 op 1 doorbelast (inclusief tariefverschillen) aan de provincie Gelderland.

Opleidingskosten Het totale budget voor opleidingskosten bedroeg in 2021 €445.000. Hiervan is 2% regulier (€288.000) en €157.000 incidenteel in het kader van de Omgevingswet opleidingen. Vanwege de covid-19 pandemie is de besteding lager in het reguliere budget. Het aanvullende budget voor de Omgevingswet is voor €57.000 besteed. Dit is ten laste gebracht van het bestemmingsfonds. Regulier is €224.000 aan opleidingskosten uitgegeven (1,9% van de realisatie loonkosten, de norm is 2%). 55% van de kosten had betrekking op opleidingen voor de VTH-criteria.

Tabel 9: Bezoldiging directeur Bedragen x € 1 Funce gegevens Aanvang en einde func evervuiling in 2021 Omvang dienstverband (deel jdfactor in e) Gewezen topfunc onaris? Dienstbetrekking? Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn

Dhr. R. Vlaander Directeur 01-01 t/m 31-12 1,0 Nee Ja € 103.188 € 19.157

Individueel toepasselijke bezoldingsmaximum -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

€ 209.000

Totale bezoldiging 2020

€ 122.345

n.v.t.

Reden: overschrijding wel/niet is toegestaan Toelich ng op onverschudigde betaling

n.v.t. n.v.t.

Gegevens 2020 Aanvang en einde func evervulling in 2020 Omvang dienstverband (deel jdfactor in e) Dienstbetrekking

01-01 t/m 31-12 1,0 Ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn

€ 98.902 € 17.496

Individueel toepasselijke bezoldingsmaximum

€ 201.000

Totale bezoldiging 2020

€ 116.398

Omgevingsdienst Regio Arnhem

042

043 ICT-kosten

Tabel 10: Samenstelling Algemeen Bestuur Naam topfunconaris

Funce

Partner

Periode

Dhr. J. Maouche Mw. C. Bouwkamp Dhr. T. Spaargaren Dhr. T. Janssen Dhr. P. Kerris Dhr. P. Bollen Dhr. D. Horsthuis - Tangelder Dhr. D. Klomberg Mw. M. Albricht Dhr. S. Warmerdam Dhr. H. Breunissen Mw. C. Koers

Voorzier (DB & AB) Bestuurslid (DB & AB) Bestuurslid (DB & AB) Bestuurslid (DB & AB) Bestuurslid (DB & AB) Bestuurslid (AB) Bestuurslid (AB) Bestuurslid (AB) Bestuurslid (AB) Bestuurslid (AB) Bestuurslid (AB) Bestuurslid (AB)

Renkum Arnhem Duiven Lingewaard Prov. Gelderland Doesburg Overbetuwe Rheden Rozendaal Rozendaal Westervoort Zevenaar

01-01-2021 t/m 31-12-2021 01-01-2021 t/m 31-12-2021 01-01-2021 t/m 31-12-2021 01-01-2021 t/m 31-12-2021 01-01-2021 t/m 31-12-2021 01-01-2021 t/m 31-12-2021 01-01-2021 t/m 31-12-2021 01-01-2021 t/m 31-12-2021 01-01-2021 t/m 09-02-2021 09-02-2021 t/m 31-12-2021 01-01-2021 t/m 31-12-2021 01-01-2021 t/m 31-12-2021

Huisvesting, ICT- en facilitaire kosten Eind december 2021 hebben we de huur en de dienstverlening met respectievelijk de gemeente Arnhem en de Connectie opgezegd. De opzegging gaat gefaseerd tussen 1 juli 2022 en 1 september 2022 in. Daarna wordt de bedrijfsvoering geheel zelfstandig in eigen beheer vormgegeven. Er is een ‘letter of intent’ (voorlopig huurcontract) afgesloten met NL-asset management. ODRA verhuist in de zomer 2022 naar de Airborne Tower. Eveneens aan de Eusebiusbuitensingel, op de etages 9-10-11 en 13.

Begroot 2021

Werkplek kosten Licenekosten Hardware Funconeel en applicaebeheer Afschrijosten Overig

110,0 450,0 131,8 200,0 50,0 126,7

Totaal

1.069,5

• ICT kosten per ­e

€ 5.644

Real. 2021

%

Real. 2020

115,5 448,2 164,6 67,7 46,1 0,0

444,6 555,5 107,1 98,7 24,1

842,0 -32% € 4.545

1.230,1 € 7.349,0

Specificatie programma’s en projecten Begroot 2021

Real. 2021

Huur in stadskantoor Service kosten (energie/beveil./enz.) Facilitair hv (meubilair en services) Overige huurkosten (markt) Kosten parkeren/fietsen/wagenpark

237,0 152,1 269,0 0,0 79,2

241,7 172,5 237,0 9,8 100,7

Huisvesngskosten

764,3

761,7

€ 4.033

€ 4.112

Facilitaire kosten

55,0

106,4

• fac. diensten per ­e

€ 290

€ 574

Totaal

819,3

868,1

Thuiswerken Het afgelopen jaar hebben we de adviezen van het Rijk voor thuis­ werken (50-50) opgevolgd. Dat betekent een grote onderbezetting van de kantoorruimte. We hebben bij de verhuurder geen aanpassingen meer gevraagd sinds november 2020. Voor de nieuwe huisvesting van ODRA gaan we uit dat veel meer dan voorheen thuis of op locatie wordt gewerkt. Bij de inrichting van het nieuwe kantoor gaan we uit van 0,6 werkplek per fte (nu nog 0,7).

Katern 2 | Jaarverslag 2021

ICT-kosten x € 1.000

Naast de inhuur van capaciteit voor het primaire proces maken we gebruik van adviseurs voor specialistische taken en onderzoeken. In 2021 zijn onderzoeken gedaan naar de archief-functie, optimalisatie van de bedrijfsvoering, het project ‘Rijker verantwoorden’ en ver­ betering van onze systemen SAP en Open Wave. Afgerond is in 2021 €310.000 uitgegeven aan inhuur van advies. Er is €306.000 begroot.

Tabel 11: Huisvesng en facilitair

• huisvesngskosten per ­e

Tabel 12: Kosten voor ICT

Inhuur adviesdiensten

De kosten 2021 voor onze huisvesting (bij de gemeente Arnhem) zijn samen conform begroting. Facilitaire kosten zijn hoger dan begroot. Heeft met een betere specificatie te maken van de kosten van De Connectie. Die kosten zijn lager: vooral op ict-gebied.

Huisvesng & facilitair x € 1.000

In de nieuwe huisvesting wordt vanaf medio 2022 anders gewerkt. Medewerkers worden gefaciliteerd met ‘mobiel en plaats onafhankelijk werken’. Eind 2021 zijn hiervoor de eerste aanbestedingen geplaatst. De kosten voor ICT als geheel zijn ruim €0,2 miljoen lager dan begroot. Dit is grotendeels het gevolg van het beleid om meer in ‘the cloud’ te werken met applicaties in eigen beheer.

%

Real. 2020

524,4 119,1 18%

644,5 € 3.850

-37%

7%

169,2

813,7

Wij voeren ook in 2021 projecten en programma’s uit voor onze partners. In tabel 4 zijn deze gespecificeerd. Tabel 13: Specificae programma’s en projecten Projectkosten x € 1.000

Begroot 2021

Wabo Arnhem Wabo Lingewaard Meetdienst Vergunning milieu odrn Prov. programma’s Piket (schoonmaak) Aanvullende opdracht Rijker verantwoorden Projecten 2020 Divers 2021

28,8 96,1 213,8 59,8 85,0

Totaal

581,5

101,0

Kosten en in rekening gebracht 29,4 55,0 210,4 41,4 143,9 6,2 77,1 22,0

2021 25,9 108,9 195,3 61,8 74,4

9,7

136,1 99,1

595,1

701,5

Toelich ng

In 2020 verdisconteerd in WP w.o. theseus en opdrachten derden ten laste van innovaefonds Loopt in ‘21 via de gez. diensten

Toelichting • Wabo, de kosten zijn lager dan begroot, met name voor Lingewaard. Dat komt omdat leveranciers de facturen nog niet hebben ingediend over de laatste maanden 2021. Die kosten worden meegenomen in de afrekening 2022. • Milieu metingen (ten behoeve van de provincie Gelderland), budget is nagenoeg in zijn geheel besteed. Het saldo is verrekend met de provincie via het werkpakket.

Omgevingsdienst Regio Arnhem

M

044 • Piket (schoonmaakkosten), deze worden vanwege het onvoorspelbare karakter niet begroot. De kosten worden direct aan de betreffende partner doorbelast. Ten opzichte van vorig jaar zijn er (gelukkig) veel minder kosten geweest voor opruimen en schoonmaken. • Binnen de provinciale programma’s zijn diverse ‘out of pocketkosten’ doorbelast. Tevens vindt in overleg met de provincie een afrekening plaatst naar aanleiding van de tariefverschillen tussen de Gelderse omgevingsdiensten voor de inzet van medewerkers in de pool. • In de aanvullende opdrachten zitten materiele kosten voor met name de meetdienst onderzoeken voor derden en kosten voor het project Theseus.

Overige inkomsten • Doorberekening projectkosten, de belangrijkste betreffen de kosten voor Wabo en team meten & advies. Deze zijn bij de projectkosten toegelicht. • Kosten van omgevingsdiensten die op verzoek van de provincie via onze begroting lopen. Ook de tariefverschillen die ontstaan door de detacheringen vanuit de andere omgevingsdiensten worden hier meegenomen. • Overige inkomsten, betreft de verkoop van oude voertuigen, vergoedingen voor de WAZO en subsidies. Kosten gefinancierd met middelen uit de balans • Vanuit het fonds ‘opleidingen omgevingswet is €53.000 onttrokken. Er was €157.000 begroot. Door het uitstel van de omgevingswet zal het restant in 2022 worden besteed. • Vanuit het fonds voor de meetdienst is € 9.600 onttrokken. Betreft de afschrijvingen van vervangingsinvesteringen die destijds bij de ODRA vanuit de provincie zijn overgekomen. • Er is € 26.000 besteed aan het traject ‘rijker verantwoorden. Ten laste van het innovatiefonds. In afwachting op de definitieve besluitvorming over het innovatiefonds is niet hele budget besteed.

Katern 2 | Jaarverslag 2021

“

BALANS PER 31 DECEMBER 2021

Onze jaarrekening 2021 is opgesteld met

“

Niet in de tabel • Geluidsanering (zie ook balans vooruitbetaalde kosten). In 2021 zijn de subsidiabele kosten van Sisa (en verantwoording) geheel overgeheveld naar gemeente Arnhem. • RVMK loopt in 2021 geheel via de gezamenlijke diensten. We hebben een positief saldo, dat beschikbaar is voor restitutie aan de partners. Ten behoeve van de Regionale Verkeer Milieu Kaart (RVMK) voeren wij werkzaamheden uit bij alle partners, exclusief provincie Gelderland, en extra bij gemeente Montferland. • ORM, hiervoor voert ODRA de administratie namens de partners. Kosten van werkgroep en partner-overleggen belasten wij via de verdeelsleutel aan partners door. • Externe veiligheid (GUOV), tot 2020 stelt de provincie subsidie beschikbaar. In 2021 loopt dit geheel via de reguliere werkpakketten.

045

HET AFGELOPEN JAAR

HEBBEN WE DE ADVIEZEN VAN HET RIJK VOOR

inachtneming van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de Financiële verordening Omgevingsdienst Regio Arnhem 2016. De grondslagen hieruit zijn:

THUISWERKEN (50-50) OPGEVOLGD

Omgevingsdienst Regio Arnhem

046

047

GRONDSLAGEN BALANS

Vaste passiva

Vaste activa • Immateriële vaste activa, bij ODRA niet aanwezig. • Materiële vaste activa, de materiële vaste activa met economisch nut zijn geactiveerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met de ontvangen subsidies, die direct gerelateerd zijn aan het actief, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen worden onafhankelijk van het resultaat in aanmerking genomen. Deze worden lineair afgeschreven op basis van de economische levensduur. De investeringen in de inrichting van de ICT-systemen behoren tot de (im)materiële activa. • Financiële vaste activa, bij ODRA niet aanwezig.

• Eigen Vermogen, onder Eigen Vermogen zijn opgenomen de Algemene Reserve, de Bestemmingsreserves en het saldo van de rekening van baten en lasten (resultaat). • Voorzieningen. ODRA kent drie type voorzieningen namelijk de harmonisatie- en personeelsvoorzieningen. De eerste is gevormd bij de oprichting van ODRA in 2013 ter dekking van toekomstige kosten van werknemers die door ODRA van de betreffende gemeenten en provincie zijn overgenomen. De tweede betreft voorzieningen voor kosten van voormalige medewerkers. De derde betreft de voorziening voor bovenmatig verlof dat als gevolg van de covid-19 pandemie niet door werknemers kon worden opgenomen en naar verwachting vanaf 2022 wel wordt opgenomen. Alle drie zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

Vlottende activa

Vlottende Passiva

• Voorraden, niet van toepassing bij ODRA. •U  itzettingen met rentelooptijd korter dan een jaar - hieronder vallen onderhanden werk en dat is gewaardeerd op basis van de gerealiseerde doorlooptijd van het product in relatie tot de gemiddelde doorlooptijd van het betreffende product. Onderhanden werk is gefactureerd aan de klanten, maar apart in de balans zichtbaar gemaakt. • Liquide middelen, betreft de BNG rekening, worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. De rekening ‘rijksschatkist’ is opgenomen onder de uitzettingen minder dan een jaar.

• Hier vallen de passiva, met rentelooptijd korter dan een jaar onder, zoals de vooruit ontvangen betalingen en hebben betrekking op programma’s /projecten die in het boekjaar nog niet volledig zijn afgerond. Deze zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde na aftrek van de gemaakte kosten. De overige schulden en de overlopende passiva; deze zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

BALANS

Toelichting - Materiële activa Wagenpark. In 2021 zijn geen nieuwe auto’s gekocht. Wel is één oude bestelbus (diesel) verkocht. Hiervoor in de plaats is een nieuwe elektrische bus in bedrijf genomen. Deze bus is geleased, evenals een aantal andere voertuigen. Van de 10 auto’s zijn 5 auto’s geactiveerd. Dit betreffen twee bussen en de gekochte personenauto’s. De personenauto’s zijn in het verleden niet geactiveerd. Machines en apparatuur. Geactiveerd is de apparatuur in bussen van team meten en advies. Deze worden als volgt afgeschreven: • Apparaten 10 jaar • Hardware 4 jaar • Inventaris 5 jaar • Software 5 jaar

Tabel 17: Liquide middelen Liquide middelen x € 1.000

Stand 31-12-2021

Stand 31-12-2020

BNG betaalrekening

205,7

246,6

Liquide middelen

205,7

246,6

Toelichting – ODRA maakt gebruik van twee bankrekeningen: BNG en een rekeningcourant bij het Rijk (schatkistbankieren SKB). Voor de liquiditeitspositie wordt de BNG rekening weergegeven. De schatkist is opgenomen bij de ‘uitzettingen’.

In juli 2019 is de eerste fase van de implementatie van het bedrijfsvoeringsysteem (SAP-by Design) afgerond. Begin 2020 is ook de tweede fase (HRM) operationeel geworden. De projectkosten voor de implementatie (inrichting software) zijn geactiveerd en hebben we in 5 jaar afgeschreven. Het nieuwe VTH systeem (OpenWave) is 6 januari 2021 live gegaan. Ook voor deze implementatie geldt dat de inrichtingskosten door ons worden geactiveerd. We hebben in 2021 investeringen gedaan in meetapparatuur, het zaaksysteem OpenWave (laatste termijn van implementatie) en ontwikkeling BI-systeem (SAC). Tabel 16: Uitzengen korter dan een jaar

Tabel 14: Vaste en vloende ac va Acva x € 1.000

Boekwaarde 31-12-2021

Boekwaarde 31-12-2020

Vaste acva • materiële vaste ac va • financiële vaste ac va

283,2

Vloende acva • voorraden/ohw • liquide middelen • uitzengen met rentetypische loop jd <1 jaar

0,0 205,7 6.971,6

246,6 5.270,2

Totale acva

7.460,5

5.770,9

254,0

Passiva x € 1.000

Boekwaarde 31-12-2021

Boekwaarde 31-12-2020

Eigen vermogen • algemene reserve 470,2 • bestemmingsreserves 480,0 • onverdeeld geraliseerd resultaat 64,3 Voorzieningen 661,3 Totaal vaste passiva 1.675,8

470,2 292,5 169,7 823,2 1.755,6

Vloende passiva • neo vloende schulden • overige schulden • overlopende passiva Totaal vloende passiva

5.383,1 391,6 10,0 5.784,7

3.569,2 446,9 -0,9 4.015,3

Totale passiva

7.460,5

5.770,9

Boekwaarde 31-12-2021

Investeringen in openbare ruimte met economisch nut Vervoermiddelen Machines/installaes ICT apparatuur (laptops e.d.) Immateriële acva (soware) • implementae SAP • implementae VTH

15,9 121,7 4,9 0 65,5 75,1

(Im)Materiële vaste acva

283,2

Katern 1 | Jaarverslag 2020

Investe -ringen

77,0

Desinvesteringen

-1,5

30,4 107,4

Afschrijvingen

-2,7 -24,5 -3,6

Bijdragen van derden

Afwaarderingen

-3,5

-73,2

Boekwaarde 01-01-2021

23,6 69,3 8,5

-14,8 -27,7 -1,5

80,3 72,3 -3,5

Stand 31-12-2021

Voorziening oninbaarheid

Uitzengen in ‘s Rijks schatkist met een rentetypische loopjd < 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen OHW

5.599,4

3.746,5

612,2 760 pm*

970,3 394,0 159,4

Totaal uitzengen

6.971,3

0,0

Stand 31-12-2020

5.270,2

* Ohw ‘21; is € 640; is gefactureerd en onderdeel van omzet en crediteuren.

Tabel 15: Materiële vaste acva (Im)Materiële vaste acva x € 1.000

Uitzengen met een rentetypische loop jd < jaar x € 1.000

0,0

Toelichting – In de tabel hebben we onderscheid gemaakt tussen de ‘uitzettingen korter dan een jaar’ en de vorderingen. De uitzettingen betreffen de middelen die zijn ondergebracht in de rijksschatkist. Er is een saldo van €5,6 miljoen beschikbaar op 31 december 2021. De nog te betalen kosten zijn op balans datum eveneens hoog, zoals crediteuren en belastingen (btw). Met ingang van 2020 is de bekostigingsmethode veranderd naar een ‘beheerste’ vorm van outputfinanciering. Dit houdt in dat onze producten worden afgerekend met een vaste productprijs nadat ze zijn afgerond. Voor producten die nog niet gereed zijn, geldt dat deze door ons zijn gefactureerd aan de klanten, waarbij tevens de producten die uit 2020 onderhanden waren, zijn verdisconteerd. Het betreft een bedrag van €640.000 met aftrek van de €157.400 van vorig jaar. In 2022 zal dezelfde werkwijze worden gevolgd. Door de overgang naar OpenWave in 2021 en de werkprocessen daaromtrent, was het aantal niet afgeronde producten veel hoger dan in 2020.

254,0

Omgevingsdienst Regio Arnhem

048

049 Tabel 18: Benung drempelbedrag

Project MBA

Berekening benung drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1.000): Verslagjaar 2021 1e kw 2e kw

3e kw

4e kw

(1)

Afgesproken Drempelbedrag*

(2)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten ‘s Rijks schatkist aangehouden middelen

(3a) =

Ruimte onder het drempelbedrag

(3b) =

Overschrijding van het drempelbedrag

1.750

1.750

1.750

1.750

291

1.070

523

564

1.459

680

1.227

1.186

(1) Berekening drempelbedrag

Verslagjaar 2021

(4a)

Begro„ngstotaal 2021

20.930

(4b)

Het deel van het begro„ngstotaal dat kleiner of gelijk is aan €500 miljoen

20.930

(4c)

Het deel van het begro„ngstotaal dat de €500 miljoen te boven gaat

(4d)

Drempelbedrag ODRA (richtlijn)

1.750 (250)

1.750 (250)

1.750 (1.000)

1.750 (1.000)

(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen

1e kw

2e kw

3e kw

4e kw

Omzetten van inrichting naar milieubelastende activiteit is een direct gevolg van de Omgevingswet. In de Omgevingswet kiest de wetgever namelijk een nieuw uitgangspunt voor de milieuregulering. Het begrip ‘inrichting’ vervalt en daar komt ‘milieubelastende activiteit’ voor in de plaats. Een deel van de mba’s is vergunning plichtig op grond van Rijksregels, een deel op grond van regels van gemeente of provincie. Voor die mba-vergunningen kunnen de bevoegde gezagen leges gaan heffen. De opgave die hieruit voort komt is dat het inrichtingenbestand van gemeenten moet worden omgezet naar mba’s. We gaan met onze opdrachtgevers in 2022 gezamenlijk bepalen hoe we hier mee om kunnen gaan. De kosten voor de totale omzetting naar mba worden geraamd op €100.000. Deze kosten zijn niet in de begroting 2022 voorzien. Door het resultaat van 2021 te bestemmen voor dit project, wordt de financiële last voor partners beperkt.

0

(5a)

Som van per dag buiten ‘s Rijks schatkist aangehouden middelen (nega„eve bedragen tellen als nihil)

(5b)

Dagen in het kwartaal

90

91

92

92

(2) - (5a) / (5b)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen

291

1.070

523

564

Bestemmingen van de fondsen • Bestemmingsreserve provincie taken is in 2013 voor een aantal werkzaamheden voor provincie Gelderland niet uitgevoerd. Het Algemeen Bestuur heeft destijds besloten tot het instellen van deze bestemmingsreserve. In overleg met de provincie Gelderland waren bestedingen vastgesteld, te weten voor onvoorziene kosten binnen de provinciale programma’s. Gezien de lagere realisatie in 2021 heb­ ben we aanwending van dit fonds niet nodig. Komend jaar kan een nieuwe invulling worden gegeven aan de besteding van deze reserve. • Bestemmingsreserve Bureau milieumetingen is geregeld ten behoeve van de dekking van toekomstige kosten voor Bureau milieumetingen (nu: team meten & advies). Het Algemeen Bestuur heeft in 2014 besloten om deze bestemmingsreserve in te stellen. In 2021 zijn de eerste investeringen (op afschrijfbasis) ten laste van dit fonds gebracht.

51.921

4d = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van € 1000.000 als het begrongstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrongstotaal groter dan € 500 mln. is is het drempelbedrag gelijk aan €10 mln., vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrongstotaal dan de € 500 mln. te boven gaat. Toelichting – Voor de eerste helft van 2021 gold, cf de richtlijnen, een drempelbedrag van €250.000. Per 1 juli is dat bedrag verhoogd naar €1,0 miljoen. Er is echter een specifieke afspraak (25-9-2013) gemaakt met het Ministerie van Financiën. Daarin is vastgelegd dat de limiet op €1,75 miljoen is vastgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=b935ec65-d2f5-4fac-8180-6243fbf27f82