Jaarstukken 2021 (gecorrigeerd)
Tekst van het document
Voor de toren van de Martinikerk wordt in 2022 een nieuwe aanvraag gedaan voor de periode 2023-2028. Voor de overige gebouwen loopt de SIM-subsidie nog een jaar langer door. In het kader van duurzaamheid wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed. 5.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren Het gemeentelijk vastgoed betreft de navolgende objecten: Kwaliteit Gebouw
Adres
Bouwjaar
b.v.o m² niveau
Stadhuis
Philippus Gastelaarsstraat 2
1475
3433
2
Sporthal
Breedestraat 39
1980
2719
4
Gymzaal
Wilgenstraat 2
1973
491
4
Gymzaal
Armgardstraat 22a
1976
491
4
Mauritskazerne
Halve Maanweg 3
1994
1090
2
Stads- en streekarchief
Nieuwstraat 2-4
1907
943
2
Jongerencentrum
De Linie 2
2006
505
2
De Harmonie
Burgemeester Nahuyssingel 2a
1970
338
4
Martinitoren
Markt 2
1960
504
2
Poortgebouw
Meipoortwal 3
1815
61
2
Baarhuisje
Meipoortwal 3
1873
20
2
Stadswerf
Parallelweg Den Helder 2
2017
832
2
De Linie 4 (huur)
De Linie 4
2006
1279
2
Grafmonument
Meipoortwal 3
nb.
4/5
C. 6 Openbare verlichting 6.1 Het beleidskader De openbare verlichting draag bij aan een sociaal veilige, verkeersveilige en leefbare situatie tijdens de duisternis (circa 4.100 uur per jaar = 47% van het jaar). Medio 2015 is het beleidsplan openbare verlichting vastgesteld en eind 2016 het beheerplan. De looptijd van beide plannen is tot 2024. In het vastgestelde beleid is onder andere besloten dat er zal worden gewerkt met beeldkwaliteiten, er speciale verlichting in de binnenstad wordt aangebracht en dat er zal worden gewerkt aan energiebesparing. In het beheerplan is beschreven hoe het beheer wordt vorm gegeven. Het betreft de exploitatielasten (met name energiekosten), publieke taak (o.a. beleidsontwikkeling), kort cyclisch onderhoud (dagelijks beheer en onderhoud) en lang cyclisch onderhoud (met name vervangingen). 6.2 Het beheer Het beheer en onderhoud zijn afgestemd op het genoemde beleidskader. De gemeente is als wegbeheerder aansprakelijk voor schade aan de openbare verlichting, als deze niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen. Wettelijk is niet vastgelegd aan welke kwaliteit de openbare verlichting moet voldoen. Daarom is de “Richtlijn voor Openbare Verlichting ROVL 2011” van de NSVV (Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde) richtinggevend. Afwijken kan, mits gemotiveerd.
In het beleidsplan is vastgesteld dat de gemeente t.a.v. de lichtsterkte afwijkt van de ROVL. Uitgangspunt is namelijk dat er wordt verlicht tot max. 70% van de norm, dit in het kader van duurzaamheid (minder energieverbruik/minder CO2 uitstoot). Elke vier jaar besteed de gemeente het onderhoud aan de openbare verlichting aan, samen met andere gemeenten in de Achterhoek. Het raambestek omvat een periodieke controle op basis van klachtenregistratie, aan de hand waarvan kapotte lampen worden vervangen en andere kleine gebreken worden hersteld. Daarnaast zorgt dit bedrijf voor de noodzakelijke uitbreidingen en de instandhouding op de langere termijn.
Pagina 69 van 133
6.3 Actuele ontwikkelingen In 2017 is een vervangingsplan aan het bestuur voorgelegd, met als bijlage een uitvoeringsplan. De uitvoering is ook in 2017 gestart, in buurt De Ooi. Deze vervanging is in 2018 afgerond behoudens de PéGé-woningen. Ook is de verlichting langs de hoofdwegen in Doesburg inmiddels vervangen. In de komende jaren zullen ook op andere locaties masten en/of armaturen worden vervangen (door LED-verlichting). In 2021 is besloten dat de verlichting in de binnenstad zal worden omgevormd naar klassieke verlichting, voor zover dat nog niet het geval is. Ook dit is onderdeel van eerder genoemd vervangingsplan. De netbeheerder is verantwoordelijk voor het ondergronds netwerk, het zogenaamde gereguleerde domein. Hier hebben zich diverse malen storingen voor gedaan. De netbeheerder is hierop al eerder aangesproken, in Achterhoeks verband. In 2021 hebben zich enkele problemen voorgedaan. Landelijk wordt gewerkt aan een nieuwe richtlijn ten aanzien van de openbare verlichting. Deze zal vermoedelijk invloed hebben op de inrichting van de openbare verlichting. Deze ontwikkeling zal nauwlettend worden gevolgd. 6.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren De omvang van het openbare verlichtingsnet binnen de gemeente bedraagt ongeveer 2.500 lichtmasten. In Doesburg staan een kleine 300 masten langs achterpaden, deze zijn eigendom van Woonservice IJsselland.
Circa 4% van het geheel bestaat uit klassieke verlichting. Deze staan in de binnenstad. Het moment van in- en uitschakelen van de openbare verlichting wordt extern centraal geregeld. Dit betekent in de praktijk dat, wanneer de situatie daarom vraagt, de OV zal aan- dan wel uitgaan. Via de OV-kabel wordt een signaal meegezonden die zorgt voor de aan- en uitschakeling van de gehele openbare verlichting in Doesburg. De verlichting, wordt in de nachtelijke uren (van 19:00 tot 06:00 uur) gedimd. Het energieverbruik is gedaald, ondanks dat het aantal lichtmasten de laatste jaren is toegenomen. Dit is met name toe te schrijven aan het toenemende gebruik van energiezuinige armaturen. Dit resulteert in een afname van het gemiddelde energieverbruik per lichtpunt. C. 7 Speelgelegenheid 7.1 Het beleidskader Tot op heden wordt gewerkt met de door de gemeenteraad vastgestelde beheervisie (2007-2009), waarin onder andere verschillende onderhoudsniveaus zijn vastgesteld. In 2017 heeft een evaluatie van het speelbeleid plaatsgevonden. De output is gebruikt voor het in 2018 vastgestelde beleidsplan. Met het vaststellen van het beleidsplan is ook besloten eerst een pilot uit te voeren met dit beleid. Na aanleiding van de pilot zal waar nodig het beleidsplan aangepast worden en vervolgens zal het beheerplan worden opgesteld.
Het WAS (Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen) is in 1997 inwerking getreden en stelt eisen aan de producent en beheerder van speeltoestellen. De hoofdeis voor de beheerder luidt: de beheerder van een speeltoestel dient er voor te zorgen dat het toestel zodanig is geïnstalleerd, gemonteerd en zodanig is beproefd, geïnspecteerd en onderhouden en zodanig van opschriften is voorzien, dat er bij gebruik geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid van personen bestaat.
7.2 Het beheer Het beheer en onderhoud dient te voldoen aan de door de gemeenteraad vastgestelde beleidskaders, waaronder genoemde wet- en regelgeving. Om daaraan te voldoen is het beheer als volgt vorm gegeven: •
Publieke taak, bestaande uit onder andere: - Beleidsontwikkeling, advisering en procesmanagement;
•
Dagelijks onderhoud, onder andere bestaande uit: - Controleren op zichtbare gevaren, herstel van vernielingen en kleine gebreken, bijhouden ondergronden en bijhouden van gegevens in beheersoftware;
•
Kort cyclisch onderhoud, onder andere bestaande uit: - Verven van toestellen en vervangen zand van in zandbakken, frequente inspecties van speeltoestellen, -aanleidingen en ondergronden (met vastlegging van de resultaten in de beheersoftware), uitvoeren van hieruit voortvloeiende reparaties indien dit noodzakelijk is:
•
Lang cyclisch onderhoud, bestaande uit: vervangen van (grote onderdelen van) speeltoestellen, -aanleidingen en ondergronden.
7.3 Actuele ontwikkelingen In 2021 hebben de speeltoestellen de jaarlijkse inspectie ondergaan. Waar nodig zijn reparaties met betrekking tot veiligheidsrisico’s uitgevoerd. In 2018 is een nieuw beleidsplan opgesteld. Met het vaststellen van het beleidsplan is ook besloten eerst een pilot uit te voeren met dit beleid. Na aanleiding van de pilot zal waar nodig het beleidsplan aangepast worden en vervolgens zal het beheerplan worden opgesteld. Het beleidskader is een vertaling van de geldende wet- en regelgeving onderdeel. De belangrijkste zijn: •
Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS), voorheen Besluit Veiligheid Attractie- en Speeltoestellen (BVAS);
•
NEN-EN 1176;
•
NEN-EN 1177.
7.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren
Pagina 70 van 133
De gemeente verzorgt van 45 speelgelegenheden het beheer, onderhoud en vervanging. Het aantal toestellen op die speelgelegenheden bedraagt op dit moment 364 stuks.
Paragraaf D | Financiering Paragraaf D | Financiering Bij financiering gaat het om de vraag hoe de gemeente regelt dat ze steeds voldoende geld heeft om alle rekeningen te kunnen betalen. Dreigt ze tijdelijk te weinig ‘in kas’ te hebben, dan moet ze lenen. Heeft de gemeente tijdelijk teveel ‘in kas’, dan is ze verplicht dit geld uit te zetten bij de Staat middels schatkistbankieren. Al deze activiteiten leiden ertoe dat de gemeente een financieringsportefeuille heeft. Die moet worden beheerd om de kosten en risico’s te beperken. De kaders voor de uitoefening van de treasuryfunctie zijn door de raad bepaald in de financiële verordening 2020. Deze kaders zijn door het college verder uitgewerkt in een treasurystatuut dat februari 2019 is geactualiseerd. De uitoefening van de treasuryfunctie die is opgedragen aan het college van B&W behelst op hoofdlijnen de navolgende activiteiten: o
het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de Raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren;
o
het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s (indien van toepassing);
o
het zo veel mogelijk beperken van de kosten van eventuele leningen en het bereiken van een voldoende rendement op de uitzettingen;
o
het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.
Beleidsvoornemens t.a.v. risicobeheer In het kader van risicobeheer worden de navolgende uitgangspunten gehanteerd: Kasgeldlimiet: De kasgeldlimiet geeft het bedrag aan dat van overheidswege maximaal gefinancierd mag worden met kort geld. Aan de hand van de kasgeldlimiet en het begrote financieringssaldo kan vervolgens de kasgeldlimietruimte berekend worden. 2021 € 34.596.000
Begrotingstotaal lasten primitief Percentage regeling
8,50%
Kasgeldlimiet
2.940.660
Financieringssaldo -€ 9.258.236
+ = overschot -/- = tekort
-€ 6.317.376
Kasgeldlimietruimte
Met de instelling van een kasgeldlimiet wordt het renterisico op de korte financiering beperkt. Voor de korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn. Fluctuaties in de korte rente hebben immers direct invloed op de rentelasten. De gemiddelde kasgeldlimiet is in 2021 niet overschreden. Renterisiconorm: Ter beperking van het gevaar van ongewenste renteschommelingen is in het kader van de wet Fido/Ruddo een zogenaamde renterisiconorm van toepassing: 2021
2022
2023
2024
(1)
Renteherzieningen
€0
€0
€0
€0
(2)
Aflossingen
€0
€0
€0
€0
(3)
Renterisico (1+2)
€0
€0
€0
€0
(4)
Renterisiconorm
€ 7.072.954
€ 6.982.598
€ 6.920.861
€ 6.933.348
(5a) =(4>3)
Ruimte onder de renterisiconorm
€ 7.072.954
€ 6.982.598
€ 6.920.861
€ 6.933.348
(5b) =(3>4)
Ruimte boven de renterisiconorm
€ 35.364.768
€ 34.912.990
€ 34.604.307
€ 34.666.739
20%
20%
20%
20%
Berekening renterisiconorm:
(4a)
Begrotingstotaal primitief
(4b)
Percentage regeling
Pagina 71 van 133
(4)= (4a x 4b/100)
Renterisiconorm
€ 7.072.954
€ 6.982.598
€ 6.920.861
€ 6.933.348
Uit het bovenstaande overzicht blijkt dat onze gemeente in 2021 en ook in meerjarig kader ruimschoots aan de renterisiconorm voldoet. Verstrekken van leningen en garanties Bij het verstrekken van leningen op grond van de publieke taak worden zo mogelijk zekerheden of garanties geëist. In het treasurystatuut van de gemeente Doesburg is bepaald dat leningen of garanties op grond van de publieke taak kunnen worden verstrekt aan door het college / gemeenteraad goedgekeurde derde partijen. Ter beperking van financiële risico’s wordt een aantal criteria gehanteerd, waaraan verzoeken tot het verstrekken van geldleningen en het verlenen van garanties minimaal moeten voldoen: •
een aanvraag dient vergezeld te gaan van de meest recent vastgestelde begroting en jaarrekening;
•
de current ratio (verhouding vlottende activa: vlottende passiva) moet minimaal 1 zijn (liquiditeitspositie);
•
de verhouding vaste activa: vaste passiva moet minimaal 100% zijn (solvabiliteitspositie);
•
de begroting moet minimaal vier jaar aansluitend materieel in evenwicht zijn. Dit betekent dat geen incidentele baten mogen worden gebruikt voor de dekking van structurele lasten;
•
de investeringslasten waarvoor de financiering wordt gevraagd moet in meerjarenperspectief binnen de exploitatie kunnen worden opgevangen.
Het uitzetten van overtollige kasmiddelen Door het Rijk is bepaald dat het uitzetten van overtollige geldmiddelen uitsluitend mag geschieden bij het Rijk zelf, het zogenaamde Schatkistbankieren. Valutarisicobeheer Valutarisico’s worden uitgesloten door uitsluitende leningen te verstekken, aan te gaan of te garanderen in euro's. Koersrisicobeheer De gemeente maakte bij uitzettingen uitsluitend gebruik van rekening courant, spaarrekening, daggeld, deposito's, obligaties en garantieproducten. Op dit moment is dit niet meer aan de orde vanwege de verplichting tot schatkistbankieren. Ontwikkeling financieringsstructuur De ontwikkeling van de financieringsstructuur was in 2021 als volgt: 01-01-2021
31-12-2021
Vaste activa
€ 26.161.401
€ 27.954.804
Eigen vermogen
€ 23.449.798
€ 25.609.304
Voorzieningen
€ 2.882.164
€ 1.689.234
€0
€0
Langlopende leningen
Rentekosten verbonden aan de financieringsfunctie In de jaarrekening 2021 zijn de navolgende rentekosten verwerkt, die zijn verbonden aan de financieringsfunctie: Rente kortlopende leningen incl. boetes
€0
Rente opgenomen langlopende leningen
€0
Rente eigen financieringsmiddelen (bespaarde rente)
€0
Totaal
€0
Deze rentelasten worden in principe door middel van de rente-omslagmethode toegerekend aan de verschillende programma’s.
Paragraaf E | Bedrijfsvoering Paragraaf E | Bedrijfsvoering Doesburg en haar bedrijfsvoering In 2021 hebben we vanuit bedrijfsvoering, zo goed en zo kwaad als het kon in coronatijden, gewerkt aan het verder op orde krijgen van de basis om de uitvoering van de primaire processen zo goed te ondersteunen en versterken. Resultaatsturing, planning & control, financiën In 2021 is verder gewerkt aan het verbeteren van de planning en control cyclus. Het proces is verder gestroomlijnd. In 2020 waren in dit traject al een aantal stappen doorlopen. Het in 2019 gestarte project ‘grip op het traject’ en ‘van inkoop tot factuur’ is verder vertraagd. De door leveranciers geboden oplossingen voldeden onvoldoende aan de vraag. Begin 2022 starten we in ieder geval met het onderdeel verplichtingenadministratie. Informatisering & automatisering
Pagina 72 van 133
In 2021 zijn we verdergegaan met de uitrol van MS365 voor de kantoorautomatisering in onze organisatie. In 2020 was hier versneld een start mee gemaakt. Dit heeft ons erg geholpen om in de Corona-tijd toch gewoon door te kunnen werken en op afstand te kunnen vergaderen. Het gemeentebreed in gebruik nemen van deze online werkomgeving vroeg om een zorgvuldige overstap en scholing van medewerkers. Het gaat hierbij om een andere manier van organiseren van je dagelijkse werk en hoe om te gaan met digitale documenten. Deze overstap is projectmatig begeleid en uitgerold. MS365 is een product dat continu in ontwikkeling is en nieuwe mogelijkheden en functionaliteiten aanbiedt. Dit zal ook de komende tijd en aandacht van I&A vragen. We zijn in 2021 gestart met de vervanging van onze applicaties voor Salarisadministratie en de Belastingen. Reden hiervoor was dat de leverancier de huidige applicaties aan het uitfaseren is en deze niet langer meer onderhoudt. Deze nieuwe (volgende generatie) applicaties worden als een dienst vanuit de Cloud aangeboden. Steeds meer leveranciers zetten deze beweging in en ook in ons vastgestelde informatiebeleid streven we dit na. Op de lange termijn moet dit leiden tot uitfasering van het lokaal georganiseerde technisch beheer van applicaties.
Tegelijkertijd leidt dit op korte termijn (door een hybride overgangsfase, waarin we ons de komende jaren zullen bevinden) tot een fikse stijging in de ICT kosten. Ook op de lange termijn zullen de licentiekosten van de online applicaties naar verwachting hoger uitvallen dan de kosten voor de huidige softwarelicenties en de kosten voor het huidige technische beheer bij elkaar. Het Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg (SALD) heeft laten onderzoeken wat er gedaan moet worden om digitale archiefbescheiden over te kunnen brengen naar een digitaal archief (e-depot). De uitkomst zou in 2021 worden verwerkt in een implementatieplan voor de komende jaren. Dit is helaas vertraagd en wordt nu in Q2 van 2022 opgepakt. In Doesburg zijn we wel verder gegaan met het verminderen van onze papierstromen. We hebben onder andere het zogenaamde Vervangingsbesluit 2021 genomen, dat ertoe leidt dat papieren informatie na digitalisering mag worden vernietigd en we de archiefbescheiden digitaal archiveren Informatiebeveiliging & privacy Informatiebeveiliging is tegenwoordig iedere dag een issue als we de berichten in de media volgen. Voor Doesburg kwam dit in december 2021 ook erg dichtbij in de vorm van een lek in de wereldwijd veel gebruikte Apache Log4J software.
In deze situatie ontstond een reële dreiging waarbij ook de gemeente Doesburg, maar ook de privacy van en dienstverlening aan onze inwoner flink getroffen hadden kunnen worden. Samen met onze ICT-serviceorganisatie, de nationale Informatiebeveiligingsdienst (IBD), externe deskundigen en onze eigen medewerkers, is er hard aan gewerkt om onze systemen te analyseren, waar nodig van updates te voorzien en veilig te houden. In deze situatie hebben we versneld een externe partner ingezet, die in staat is om 24/7 onze ICT-omgeving te scannen op digitale bedreigingen en verdachte activiteiten. Een dreiging als Log4J versterkt de noodzaak om voor onze kritische processen, zoals uitbetalingen van uitkeringen en het verstrekken van paspoorten, de continuïteit goed te borgen. Wat moeten we doen als onze digitale systemen niet werken als gevolg van bijvoorbeeld een cyberaanval? In 2021 zijn we gestart met een onderzoeksopzet ‘kritische bedrijfsprocessen’. In 2022 ronden we dit af met aanbevelingen aan de organisatie. In 2021 hebben we regelmatig intern aandacht besteed aan onderwerpen die met informatieveiligheid en privacy te maken hebben. Zo zijn er acties geweest in de vorm van het versturen van ‘nep’ phishing mails om te kijken hoe medewerkers hierop reageerden. De resultaten van deze acties zijn besproken in de organisatie en opgevolgd met een gerichte training voor de medewerkers.
We zullen de komende jaren zeker doorgaan met dergelijke acties op het gebied van informatieveiligheid. Dit jaar werden er in onze organisatie 7 veiligheidsincidenten en 11 datalekken geregistreerd. De aard van de datalekken was niet ernstig en hoefden niet te worden gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens. De datalekken en incidenten zijn, waar nodig, opgevolgd door bewustwordingsacties of procesaanpassingen. Communicatie & participatie In 2021 is bij alle (nieuwe) projecten aandacht geweest voor inwonerparticipatie, bijvoorbeeld bij Naar Buiten in Beinum, de start van centrumplan Beinum, de Vitale Binnenstad, en Duurzaamheid. Er waren inwoners of betrokken partners die zitting namen in de projectgroep of werkgroep of er werd op een andere manier gekeken naar hoe inwoners het beste betrokken konden worden. Er was nog veel communicatie nodig voor de coronamaatregelen in het afgelopen jaar. In 2022 zal er meer aandacht komen voor strategische communicatie bij projecten. Personeel & Organisatie Na de besluitvorming over de Toekomstvisie van Doesburg is er een onderzoek gedaan naar de kwetsbaarheid van de ambtelijke organisatie. Deze wordt veelal veroorzaakt doordat veel medewerkers een éénpitter functie vervullen en veel soorten ballen tegelijk in de lucht houden. Dit is inherent aan een kleine organisatie.
De rollen en taken van de gemeente zijn echter steeds veelomvattender en complexer geworden en vragen steeds meer van onze medewerkers. In 2022 gaan we daarom verder onderzoeken hoe onze organisatie solide en wendbaar kunnen inrichten passend bij de gewenste bestuurlijke zelfstandigheid en de opgaven vanuit Toekomstvisie. Ook onderzoeken we hoe we onze kwetsbaarheid kunnen reduceren door op zoek te gaan naar samenwerkingspartner volgens het gastheermodel in de Groene Metropool regio. Integriteit Jaarlijks ontvangt de gemeentesecretaris van de externe vertrouwenspersonen een jaarverslag Integriteit en dit deelt dit met de Portefeuillehouder P&O. In ons Personeelshandboek en onze gedragscode geven we aan hoe we verwachten dat bestuurders en medewerkers zich gedragen. Het zijn slechts hulpmiddelen. Integriteit is een kwestie van bewustwording, mentaliteit en de juiste houding. Daarom is ook in 2020 in de leerlijn voor nieuwe medewerkers (de digitale onboarding) een basistraining opgenomen over dit thema. In deze training leert een medewerker alles over ambtelijke integriteit en hoe je dat in de praktijk brengt. Dit met als doel het integriteitsbewustzijn te bevorderen. Want integer handelen moet de basishouding zijn van iedere medewerker. Integriteit is een belangrijk onderwerp in onze gemeente.
Onze medewerkers dienen op de hoogte zijn van de manier waarop we in Doesburg om gaan met integriteit. Integriteit gaat over houding en gedrag. Leren, innoveren en samenwerken staan centraal in ons werken. Ook op het gebied van integriteit zijn deze waarden belangrijk. De relatie met onze inwoners, ondernemers en gasten is gebaseerd op vertrouwen en dit moeten wij verdienen. Dit doen wij onder andere door het goede gesprek met elkaar aan te gaan. Voor zittende medewerkers maakt dit thema deel uit van de gesprekscyclus. Juridische Zaken In 2021 is het juridisch kwaliteitsplan afgerond. Door tijdelijke onderbezetting kunnen we dit pas in 2022 ten uitvoer gaan brengen. Inkoop In 2021 lag het accent op het vroegtijdig betrekken van inkoopadvies in trajecten. Dit is in ruime mate gebeurd.
Pagina 73 van 133
Vastgoed In 2021 is gestart met het uitwerken van de zogenaamde lijn 1 (huisvesting dienstverlening en ambtelijk apparaat). In 2022 volgt de besluitvorming over deze uitwerking en vervolgens het meerjarenonderhoudsplan (MJOP). We zijn doorgegaan met het op orde brengen van het vastgoedbeheer en de vastgoedadministratie. Ook hebben we gewerkt aan de uitbesteding van het professionele vastgoedbeheer. Vanaf maart 2022 zal het beheer van ons gemeentelijke vastgoed worden verzorgd door een externe partij die zijn taken en rollen uiteraard in nauw overleg met ons en onze huurders gaat uitvoeren. Hiervoor is in 2021 een inkooptraject doorlopen.
Paragraaf F | Verbonden partijen Paragraaf F | Verbonden partijen In deze paragraaf vindt u een lijst met partijen waarmee de gemeente Doesburg banden is aangegaan ter behartiging van bepaalde publieke belangen. Het gaat hierbij om privaatrechtelijke dan wel publiekrechtelijke organisaties, waarin Doesburg een financieel en een bestuurlijk belang heeft. Van een bestuurlijk belang is sprake indien er zeggenschap bestaat uit hoofde van stemrecht dan wel vertegenwoordiging in het bestuur van de organisatie. Van een financieel belang is sprake als een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat. Ook als er financiële aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt, is er sprake van een financieel belang. De toelichting op de verbonden partijen vindt u in desbetreffende programma’s.
Lijst met verbonden partijen: Hieronder volgt een lijst met de partijen verbonden aan de gemeente Doesburg verdeeld naar gemeenschappelijke regelingen, stichtingen/verenigingen en coöperaties/vennootschappen.
Gemeenschappelijke regelingen
•
Groene Metropool regio Arnhem - Nijmegen
•
Veiligheid- en Gezondheidsregio Gelderland Midden
•
Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg
•
Presikhaaf Bedrijven (in liquidatie)
•
Omgevingsdienst Regio Arnhem
•
Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem- Nijmegen (DRAN)
•
Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Centraal Gelderland ( MGR)
•
Euregio Rijn Waal
Stichtingen/Verenigingen
Coöperaties/Vennootschappen
•
BNG bank
Pagina 74 van 133
•
Alliander
•
Vitens
•
Circulus-Berkel B.V.
Voor nadere inhoudelijke informatie over de verbonden partijen wordt u verwezen naar de verschillende programma's. Hierin wordt onder ander stil gestaan bij de visie, beleidsvoornemens en wordt de financiële positie van de verbonden partijen nader uiteengezet.
Paragraaf G | Grondbeleid Paragraaf G | Grondbeleid 1. Samenvatting Teruggeblikt wordt op de verschillende in gang gezette ontwikkelingen, de gemeentelijke grondposities, en in hoeverre de gemeentelijke investeringen in lijn zijn met de verwachtingen. De particuliere woningbouw in Beinum West is nagenoeg gerealiseerd. Twee bouwkavels zijn nog onbebouwd. Verwachting is dat dit grondbedrijfproject in 2023 kan worden afgesloten. Het verwachte eindresultaat van de GREX Beinum West sluit waarschijnlijk i.t.t. eerdere prognoses licht positief en dit is een direct gevolg van een in het verslagjaar gehouden gunstige aanbesteding van het WRM-bestek voor De Strijp en De Kilder. Over het andere grondbedrijfproject: Koppelweg 20-22 valt te vermelden dat in 2021 met de beoogde ontwikkelaar overeenstemming is bereikt over de bouw van 13 woningen in het duurdere koopsegment en dat hiervoor in het najaar een omgevingsvergunning is verleend. Komend jaar wordt de locatie bouwrijp gemaakt, waarna de ontwikkelaar mogelijk nog in 2022 start met de bouw. De stand van zaken van deze twee projecten wordt naast acht andere projecten besproken in hoofdstuk 5. Omdat op het merendeel van de ontwikkelingslocaties woningbouw wordt gerealiseerd, wordt in hoofdstuk 4 kort het woonbeleid aangestipt en worden de afspraken die hierover met de markt zijn gemaakt kort toegelicht.
De schaarste aan woningen vraagt van gemeenten -waar mogelijk- woningbouw te versnellen. De bijdrage van Doesburg zal bescheiden zijn en naar inschatting voor de komende jaren maximaal enkele honderden woningen omvatten. 2. Inleiding In deze paragraaf wordt primair verantwoording afgelegd van de gemeentelijke gronden over 2021, en secundair over de stand van zaken met betrekking tot herontwikkeling en herinrichting op gronden, waarvan de gemeente niet eigenaar is. We hebben het dan over initiatieven van derden, die door de gemeente worden gefaciliteerd. Op die locaties waar we als gemeente een grondpositie hebben, gaat de gemeentelijke inbreng verder dan het louter faciliteren van de ontwikkeling middels het stellen van randvoorwaarden en het verlenen van de nodige vergunningen. Op gronden in eigendom staat de gemeente zelf ‘aan de lat’ voor het bouw- en woonrijpmaken. De wijze waarop hier verder uitvoering aan wordt gegeven kan variëren van een actieve grondexploitatie tot het sluiten van zogenaamde anterieure overeenkomsten met potentiële bouwers en ontwikkelaars. In al deze gevallen gaat het om de gemeente die acteert als ondernemer, waarvoor de spelregels zijn vastgelegd in de BBV en in gemeentelijk grondbeleid. Daarnaast dienen ontwikkelingen te voldoen aan wettelijke bepalingen zoals vastgelegd in bestemmingsplan en de Wet ruimtelijke ordening (Wro).
Voor het gemeentelijk grondbeleid wordt verwezen naar de Nota Grondbeleid 2008. Zie hiervoor: https://www.doesburg.nl/grondbeleid Het merendeel van de ontwikkelingen in voorbereiding en in uitvoering is terug te voeren op het gemeentelijk woonbeleid, zoals vastgelegd in de Woonvisie 2017-2022. Zie hiervoor: https://www.doesburg.nl/woonvisie-doesburg-2017-2022/. Hoewel het woonbeleid strikt genomen buiten de reikwijdte valt van wat in deze paragraaf verantwoord dient te worden, besteden we hier wel aandacht aan. Dit om reden dat het woonbeleid niet los kan worden gezien van het grondbeleid, waar het betreft het toevoegen van nieuwe woningen, waarvoor gronden moeten verworven. De verschillende ontwikkelingslocaties zijn onderverdeeld in zogenaamde grondbedrijf-projecten en niet grondbedrijf-projecten. Voorwaarde voor grondbedrijfprojecten is dat de gemeente zelf eigenaar is van de grond en zij de geprognosticeerde kosten en opbrengsten moet verantwoorden in financiële grondexploitaties (GREX’en). Waar het vroeger gangbaar was dat gemeenten gronden aankochten voor woningbouw om daarmee volledige ‘grip ’te houden op wat wordt gebouwd is dat met de huidige Wro niet meer aan de orde. De Wro biedt gemeenten mogelijkheden om grondeigenaren, bouwers en ontwikkelaars woningen te laten bouwen volgens een vastgesteld gemeentelijk woningbouw-programma.
Afspraken over het bouwprogramma en over de kwaliteit van de aan te leggen openbare voorzieningen worden in een zo vroeg mogelijk stadium schriftelijk vastgelegd in een intentie- of realisatieovereenkomst.
3.
Stand van zaken met betrekking tot de verschillende ontwikkelingen
3.1
Resultaatverwachting grondbedrijf projecten (2):
Bijgestelde resultaatverwachting Beinum West vermoedelijk jaar van realisatie 2023 Bedragen x 1.000
2021
2020
Kosten
€ 7.520
€ 7.663
€ 143
uiteindelijke kosten worden lager ingeschat
Opbrengsten
€ 7.567
€ 7.582
€ -15
uiteindelijke opbrengsten worden lager ingeschat
€ 47
€ -35
€ 82
het eerder geprognosticeerde nadeel lijkt zich niet voor te doen
Saldo
verschil
duiding
Pagina 75 van 133
Gerealiseerd K
96%
89%
5%
resterende kosten betreffen met name het woonrijp maken van De Strijp
Gerealiseerd O
98%
93%
3%
In 2021 zijn 5 bouwkavels verkocht
•
De lagere kosten laten zich verklaren door een gunstige aanbesteding van het bestek voor het woonrijp maken van de Strijp-De Kilder
•
De lagere grondopbrengst laat zich verklaren doordat nog méér kopers dan vooraf ingeschat hun woning energieneutraal bouwen, en hiervoor volgens afspraak een korting op de bouwkavel ontvangen van € 20 per m2 inclusief BTW.
•
Het vorig jaar nog verwachte nadeel (het uiteindelijke bedrijfsresultaat) wordt door genoemde gunstige aanbesteding waarschijnlijk positief. Vooralsnog wordt uitgegaan van een resultaat van afgerond € 47.000. Terzijde wordt opgemerkt dat tijdens de financiële crisis er nog vanuit werd gegaan dat Beinum-West zou afsluiten met een negatief resultaat van € -900.000, om later met de verkoop van bouwkavels aan De Strijp – De Kilder terug te worden gebracht naar € -100.000 (zoals verantwoord in de GREX, 5de wijziging van juni 2018).
Bijgestelde resultaatverwachting Koppelweg 20-22 vermoedelijk jaar van realisatie 2024
Bedragen x
2021
1.000
€ 710
Kosten
Opbrengsten
verschil
€ 624
duiding
€ -86
Uiteindelijke kosten worden hoger ingeschat
€ 800
€ 449
Uiteindelijke grondopbrengsten worden hoger ingeschat
€ 539
€ 176
€ 363
42%
15%
0%
0%
0%
0%
€ 1.249
Saldo
Gerealiseerd K
Gerealiseerd O
3.2
2020
gerealiseerde kosten betreffen gemaakte planvoorbereidingskosten en financieel administratieve afboeking van de resterende boekwaarde van de op locatie gesloopte bedrijfsgebouwen
Opbrengst uit verkoop bouwgrond wordt ontvangen na overdracht van de woonkavels (dit gebeurt nadat de bouwkavels bouwrijp zijn gemaakt, en dit is naar verwachting in de 2de helft van 2022)
Financiële stand van zaken van de niet-grondbedrijf-projecten
Niet – grondbedrijf-projecten (bedragen x € 1.000) nr
projectnaam
d.d.
krediet
saldo
duiding
3
Koppelweg 8-14
27-62018
€ 23
€ 46
In 2021 kon een extra grondopbrengst worden bijgeschreven van afgerond €47.000, waardoor het project financieel kan worden afgesloten met een positief bedrijfsresultaat van €46.000.
4
Centrum Beinum
€ 60
€ 40
5
Halve Maanweg
31-102019
€ 50
€ 27
6
Bloemenbuurt (PeGe)
19-122019
€ 1.660
€ 1.144
30-112017
€ 163
€ 86
19-12-
€
€
€ 3.650 wordt gedekt uit programmabegroting 2020-2023; € 500 uit WTPO; € 150 uit
2019
4.400
2.938
grondopbrengsten en € 100 uit KAN-versnellingsgelden
7
31-102019
Voorbereidingsbudget uit Programmabegroting 2020-2023. In de IBB van 2020 is het budget overgeheveld naar 2021, restant wordt overgeheveld naar 2022.
Uitvoeringsbudget uit Programmabegroting 2020-2023. In de IBB van 2020 is het budget overgeheveld naar 2021, restant wordt overgeheveld naar 2022.
Afhankelijk van de hoogte van de totale uitvoeringskosten betaalt de corporatie maximaal € 400.000 In dit saldo is een eerste bijdrage in de kosten van de corporatie verdisconteerd.
Schoollocatie De Ooi
8
Turfhaven
9
Vitale Binnenstad
Pagina 76 van 133
10
Project Flora 23
3.3
De financiële risico’s
Algemeen risico: Met betrekking tot de financiële risico’s van de twee genoemde grondbedrijf-projecten houden we in de berekening van het weerstandsvermogen rekening met een algemeen risico van 20% van de boekwaarde van de grexen. Zie tevens onderstaand kader. Projectspecifieke risico’s: Ten aanzien van de projectspecifieke risico’s worden in de grexen afzonderlijk rekening gehouden met stelposten dit om mogelijke tegenvallers binnen de grex op te kunnen vangen. Zo wordt er een post onvoorzien opgenomen, die aan het begin van het ontwikkelingsproces hoog is en naar mate meer kosten zijn gerealiseerd qua bedrag afneemt. Algemene risico’s bouwgrondexploitaties en weerstandsvermogen: Bij het opstellen van grondexploitaties wordt ingespeeld op mogelijke risico’s. Gedurende de uitvoering van het project kunnen echter risico’s manifest worden die vooraf niet of niet juist zijn ingeschat. Dit kan met name het geval zijn bij exploitaties die zich over een langere periode van meerdere jaren uitstrekt. De risico’s kunnen worden onderverdeeld in gebied gerelateerde risico’s (bodem, archeologie e.d.) en marktrisico’s (economische ontwikkelingen, maatschappelijke ontwikkelingen e.d.). Het risicobedrag wordt grofweg ingeschat op 20% van de boekwaarde van de diverse complexen per enig jaar. 4.
De woningbouwontwikkelingen
4.1 Het woningbouwprogramma Het merendeel van de hierboven genoemde ontwikkelingen heeft betrekking op woningbouw. In hoofdstuk 5 wordt op de te onderscheiden ontwikkelingen nader ingegaan. Woningbouwinitiatieven worden getoetst aan de in 2018 vastgestelde Woonvisie 2017-2022 en aan de meest recente cijfers over de bevolkings- en huishoudensamenstelling. Bedoeling is om in 2022 de woonvisie te actualiseren op basis van 1) de nieuwste woningbouwprognoses en 2) de ambitie om te komen tot een (meer) evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat volgens de vastgestelde Toekomstvisie Doesburg 2040. 4.2
Verstedelijkingsstrategie Groene Metropool
Stadsregio Arnhem Nijmegen en regio Food Valley werken eendrachtig aan de Verstedelijkings-strategie Groene Metropool. De strategie draait om het faciliteren van de groei in de regio, én het tegelijkertijd versterken van de leefkwaliteit. Voor de (middel)lange termijn beschrijft de strategie welke voorwaarden en principes er zijn om te komen tot groei van wonen en werken. Deze groei moet bijdragen aan het versterken van mobiliteit, leefbaarheid en landschap. Daarbij is het voortdurend zoeken naar de juiste balans tussen enerzijds stedelijke ontwikkeling (er moeten tot 2040 circa 100.000 woningen worden bijgebouwd), en anderzijds een ontspannen leefkwaliteit, dit onder het motto: “Meer landschap, meer stad”. In 2022 hebben de gemeenteraden van alle regiogemeenten het verstedelijkingsconcept als basis voor de verdere samenwerking met rijk, regio’s en provincies op het gebied van verstedelijking, economie, bereikbaarheid, groen en leefbaarheid vastgesteld. Op Liemers niveau krijgt dit een vervolg in een zogenaamde gebiedsuitwerking die naar verwachting in de loop van 2022 wordt vastgesteld. De rol van Doesburg in het bouwen van extra woningen is vanwege zijn ligging en zijn beperkte uitbreidingsmogelijkheden bescheiden. Tot 2030 gaat het naar verwachting om enkele honderden toe te voegen woningen.
4.3 De woonagenda In 2020 is een nieuwe Liemerse Woonagenda vastgesteld met een looptijd tot 2030. In de geactua-liseerde agenda wordt de samenwerking op verschillende werkterreinen benadrukt. Naast het toevoegen van voldoende (betaalbare) woningen, liggen er uitdagingen op het gebied van het verduurzamen, en het meer levensloopbestendig maken van de woningvoorraad. In 2021 heeft in opdracht van de Liemerse gemeenten een verkenning plaatsgevonden naar de huidige en toekomstige behoeften van wonen met zorg. De uitkomsten ervan worden gebruikt om op lokaal en sub-regionaal niveau noodzakelijke woon-zorgarrangementen te realiseren. De gegevens uit de rapportage zullen een vertaalslag krijgen in de nieuwe woonvisie. 4.4 Huisvestingsverordening Doesburg 2020 Vanaf 1-1-2020 is een nieuwe huisvestingsverordening in werking getreden. Al sinds 2007 worden in de woningmarktregio Arnhem-Nijmegen alle vrijkomende woningen van de woningcorporaties op dezelfde manier verdeeld. De regels hiervoor zijn opgenomen in een regionale huisvestings-verordening. Deze verordening mag alleen worden ingezet wanneer sprake is van een tekort aan sociale huurwoningen, en dit is nog altijd het geval. Met de verordening wordt op regionale schaal schaarse woonruimte op een rechtvaardige, uniforme en transparante wijze verdeeld.
4.5 Prestatieafspraken Wonen In de jaarlijks met Stichting Woonservice IJsselland te maken Prestatieafspraken Wonen komt meer en meer de nadruk te liggen op het conditioneren van de bestaande woningvoorraad. In het verslagjaar zijn 34 woningen in Beinum (De Pol en Smitsweide) energiezuiniger gemaakt door na-isolatie en het aanbrengen van zonnepanelen, waardoor de woningen zijn opgewaardeerd van energieklasse C naar A+; zijn de vier groepswoningen aan de Hessengracht energieneutraal gemaakt, en zijn 25 woningen verspreid door Doesburg alvorens opnieuw te verhuren verduurzaamd. Eind 2021 heeft ruim de helft van het woningbezit van de corporatie label B of beter. Het woningenbestand van de corporatie bedraagt per 31-12-2021 2.041, waarvan 79 woningen worden verhuurd boven de huurtoeslaggrens. In het verslagjaar is de derde en laatste fase van totaal 95 te vervangen PeGe-woningen voltooid (zie tevens 5.6). Gestart is met de bouw van 24 huurappartementen op locatie Halve Maanweg (5.5). Daarnaast is de corporatie met inbreng van bewoners gestart met de planvoorbereidingen voor de sloop en vervanging van nog eens 59 PeGe-woningen in wijk De Ooi (5.10). 5.
De projecten
5.1 Beinum West In het verslagjaar zijn 5 vrije sectorkavels verkocht, en 9 woningen daadwerkelijk gerealiseerd. Nog 1 particuliere bouwkavel moet nog worden verkocht en op een resterende incourante bouwstrook van circa 500 m2 is een koopovereenkomst gesloten met een ontwikkelaar die op deze strook 4 starters-woningen gaat bouwen. In het najaar van 2021 is gestart met het woonrijp maken van De Strijp – De Kilder. In het voorjaar van 2022 zullen straten, parkeerplaatsen en groen worden opgeleverd. 5.1.1 Overzicht van de bouwkavels Beinum West Aantal onverkochte
Aantal onverkochte
Aantal nog niet opgeleverde
Aantal nog niet opgeleverde
Pagina 77 van 133
kavels op1-1-2021
kavels per 31-12-2021
woningen op kavels op 1-1-2021
woningen op kavels op 31-12-2021
Fase 1 excl. Het Erf
02 van 29
00 van 29
04 van 29
01 van 29
Het Erf
01 van 02
01 van 02
01 van 02
01 van 02
04 van 23
01 van 23
10 van 23
04 van 23
07 van 54
02 van 54
15 van 54
06 van 54
Fase 2 (De Strijp, De Kilder
Totalen
5.2 -5.3 Koppelweg e.o. Op de voormalige bedrijfslocatie Dremefa aan de Koppelweg worden 55 koopwoningen gerealiseerd, waarvan de oplevering ervan is voorzien medio 2022 (eengezinswoningen) en in 2023 (apparte-menten). Dit project staat bekend onder de naam “De Sluyswachter” Iets verderop aan de Koppelweg, op de voormalige locatie van de Stadswerf, is in het verslagjaar een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van 13 meer-generatiewoningen. Voor de openbare ruimte (straten, groenperkjes) is een inrichtingsplan opgesteld. In het voorjaar van 2022 wordt dit werk aanbesteed. Nadat in opdracht van de gemeente het bouwterrein bouwrijp is gemaakt zal de ontwikkelaar starten met de bouw. Verwachting is dat deze woningen rond de jaarwisseling 2023-2024 worden opgeleverd. In het kielzog van de nieuwbouw wordt de Koppelweg aangepakt. Hier zal naast vervanging van wegdek en wegfundering een vrij liggend voetpad worden gerealiseerd. Voor dit woningbouwplan – project Havenmeester- is in 2018 een overeenkomst gesloten met de beoogde ontwikkelaar met daarin opgenomen een bodemprijs voor de beschikbaar te stellen bouwgrond. Met het inzicht van nu is er aanleiding om de GREX als gevolg van hogere kosten en opbrengsten aan te passen.
Streven is om voor het zomerreces een 1e wijziging van de GREX ter vaststelling aan de gemeenteraad aan te bieden (zie hiervoor 3.1) 5.4 Centrumplan Beinum Het opnieuw ontwikkelen van het centrum van Beinum wordt genoemd als één van te realiseren projecten in de Ruimtelijke Structuurvisie Doesburg 2030. De wens leeft om op deze locatie de nu aanwezige centrumfuncties te optimaliseren en een nader te bepalen aantal woningen toe te voegen. In 2021 zijn de voorbereidingen gestart. De omwonenden en andere belanghebbenden zullen nadrukkelijk bij het proces van initiatief tot realisatie worden betrokken.
5.5 Halve Maanweg Medio 2021 is de woningcorporatie gestart met de bouw van een op locatie Halve Maanweg te verrijzen appartementencomplex bestaande uit 24 huurappartementen, waarvan 3 in de vrije huursector. Rondom de nieuwbouw worden 30 gratis bezoekersparkeerplaatsen aangelegd, met daarnaast 2 x 10 parkeerplaatsen op de nabijgelegen locaties Mauritsveld en De Linie. Met deze vijftig extra parkeerplaatsen wordt door de corporatie een toezegging uit 2003 ingelost. De extra parkeerplaatsen dragen bij aan de ambitie om de binnenstad autoluw te maken (zie hiervoor 5.9; Project Vitale Binnenstad). Verwachting is dat de appartementen rond de jaarwisseling 2022-2023 worden opgeleverd. 5.6 Herstructurering Bloemenbuurt (Vervanging PeGe-woningen) Stichting Woonservice IJsselland heeft afgelopen najaar de laatste 23 woningen aan de Vuurdoorn-straat in wijk De Ooi opgeleverd. Deze 23 woningen maken onderdeel uit van het plan om in de periode van 2019-2021 fasegewijs 95 gedateerde woningen uit de jaren ’60 te vervangen. De 95 eengezinswoningen zijn “ingewisseld” voor 71 toekomstbestendige woningen en 22 eengezinswoningen. Deze toekomstbestendige woningen zijn uitermate geschikt voor 1-2 persoonshuishoudens. Met het toevoegen van kleinere woningen wordt ingespeeld op de marktvraag.
Rondom deze nieuwe woningen wordt in opdracht van de gemeente de openbare ruimte aangepakt, onder gelijktijdige renovatie/vervanging van de riolering. Verwachting is dat in het voorjaar van 2022 deze werkzaamheden worden afgerond. 5.7 Schoollocatie Horizon De Ooi Met ingang van het schooljaar 2019-2020 is basisschool Horizon De Ooi opgeheven. Om verpaupering van het leegstaande gebouw te voorkomen is een vastgoedbeschermer gecontracteerd. Hij laat de lokalen tijdelijk bewonen en verricht de nodige (nood)reparaties. School en aangrenzend schoolplein gelegen in het hart van de wijk- lenen zich bij uitstek voor woningbouw, al dan niet gecombineerd met maatschappelijke functies. De verschillende kansen die de locatie biedt hebben afgelopen jaar de revue gepasseerd. Verwachting is om in 2022 tot een breed gedragen bouw-programma te komen en hiervoor een geschikte ontwikkelaar te contracteren. 5.8 Turfhaven De eigenaren van de GTW-loods in de Turfhaven transformeren deze loods in fasen tot een toeristisch recreatieve verblijfsplaats. De haven en camperplaatsen blijven voorlopig geëxploiteerd worden door de gemeente. In het verslagjaar is het helaas wederom niet gelukt om afscheid te nemen van de drijvende voorziening, en hiervoor in de plaats een modern sanitair gebouw op de kade te exploiteren. Corona en de daarmee gepaard gaande onzekerheden waren hier mede debet aan.
We houden er hoop op dat de ondernemers van de loods komend jaar wel voldoende vertrouwen hebben in de economie en zij het komende jaar samen met de gemeente op z’n minst komen tot een uitvoerings-plan. De gemeente is ‘aan zet’ voor de realisatie van een trap tegen de fietsdijk. De uitvoering ervan, waarvoor middelen zijn gereserveerd, worden aansluitend aan de verbouwing van de loods uitgevoerd. 5.9 Vitale binnenstad De binnenstad is een belangrijke economische motor. Met het project Vitale Binnenstad waarvoor een investeringskrediet beschikbaar is gesteld, hebben we als doel gesteld de aantrekkelijkheid van de binnenstad te behouden en te versterken voor zowel bezoekers als bewoners. De hiervoor te treffen maatregelen en voorzieningen zijn besproken met ondernemers en bewoners. Het gaat dan in grote lijnen om het opwaarderen van het kernwinkelgebied, het opnieuw inrichten van aangrenzende parkeerplaats Kloostertuin. In het verslagjaar is de Kloostertuin grotendeels opnieuw ingericht. Wat resteert is de openbare ruimte grenzend aan de supermarkt van AH. Dit zal worden opgepakt nadat de supermarkt is uitgebreid, waarvan de start is voorzien in 2022. In het najaar van 2021 is gestart met de herinrichting van de winkelstraten. De uitvoering verloopt in overleg met de ondernemers in meerdere fasen om het winkelend publiek zo weinig mogelijk te hinderen. Pagina 78 van 133
De herinrichting is aangegrepen om de binnenstad autoluw(er) te maken door al het verkeer dat zich niet in de binnenstad behoeft te begeven te dirigeren naar openbare parkeerplaatsen gelegen buiten de singels. Dit vraagt om uitbreiding van de parkeercapaciteit rondom de binnenstad. Met de door de corporatie toe te voegen parkeerplaatsen op locatie Halve Maanweg, en de op handen zijnde uitbreiding van parkeerplaats De Bleek (uitvoering staat gepland voor het voorjaar van 2022) worden belangrijke stappen gezet in de uitbreiding van het parkeer-areaal. 5.10
Project Flora 23
Stichting Woonservice IJsselland is in 2021 gestart met voorbereidingen voor de vervanging van 59 gedateerde PéGé-woningen in wijk De Ooi Deze woningen bevinden zich aan de Betulastraat, Notenstraat en op locatie Ribesstraat-Prunusstraat-Van Tuijlplein. Over slopen en nieuwbouw heeft de corporatie overeenstemming bereikt met de zittende bewoners en de Bewonersraad. Voor de nieuw te bouwen woningen is daarop in opdracht van de corporatie een stedenbouwkundige visie ontwikkeld, die na vaststelling ervan door de gemeenteraad (voorzien in het voorjaar van 2022), de basis vormt voor de nieuwbouw. De nieuw te bouwen woningen worden met het oog op de gewenste variatie in woningtypes anders op locatie gepositioneerd, en dit vraagt van de gemeente niet alleen planologische medewerking, maar ook tot het aanpassen van de openbare ruimte. Deze dient opnieuw en idealiter duurzaam klimaatadaptief te worden ingericht waarbij gelijktijdig de riolering, daterend uit de jaren ’60 (deels) wordt vervangen en er een apart riool voor de afvoer van regenwater wordt aangelegd. De corporatie is voornemens om in 2023 te starten met de eerste fase.
Jaarrekening 2021 Balans Activa en Passiva
Pagina 79 van 133
ACTIVA
31-12-2021
31-12-2020
22.816.498
21.477.704
Vaste activa
Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut:
11.716.442
10.664.072
Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven
8.556.657
8.404.082
Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
2.543.399
2.409.550
Financiële vaste activa
5.138.307
4.683.697
Kapitaalverstrekkingen aan: - overige verbonden partijen
836.275
101.430
1.140.210
1.216.715
Leningen aan: - woningbouwcorporaties - overige verbonden partijen Overige langlopende leningen u/g
689.691
810.435
2.472.131
2.555.118
TOTAAL VASTE ACTIVA
27.954.804
26.161.401
150.027
-177.992
VLOTTENDE ACTIVA
Voorraden Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie
150.027
-177.992
Gereed product en handelsgoederen
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
5.928.619
4.207.989
Vorderingen op openbare lichamen
2.544.995
54.324
Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
2.649.248
3.419.911
734.376
733.754
Overige vorderingen
Liquide middelen Kas- en banksaldi
485.328 485.328
Overlopende activa
432.638 432.638,00
2.902.255
4.175.660
De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel uitgesplitst naar de nog te ontvangen bedragen van : - overige Nederlandse overheidslichamen Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
151.838
179.871
0
2.750.417
3.995.789
0
TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA
9.466.228
8.638.295
TOTAAL-GENERAAL
37.421.032
34.799.696
Recht op verliescompensatie krachtens de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
PASSIVA
31-12-2021
31-12-2020
VASTE PASSIVA
Eigen vermogen
25.609.324
23.449.798
Algemene reserve
3.574.087
5.199.719
Bestemmingsreserves
18.351.680
18.652.212
Gerealiseerde resultaat
3.683.557
-402.133
Voorzieningen Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s Voorzieningen ter egalisering van kosten Voorzieningen voor bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven
1.689.234 83.269
2.882.164 628.402
458.037
861.097
1.147.928
1.392.665
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen van: - binnenlandse pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen - binnenlandse banken en overige financiële instellingen Waarborgsommen
TOTAAL VASTE PASSIVA
27.298.558
26.331.962
VLOTTENDE PASSIVA
Pagina 80 van 133
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
4.213.134
3.230.480
Banksaldi Overige schulden
4.213.134
Overlopende passiva
3.230.480
5.909.340
5.237.253
Verpichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergeljkbaar volume De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren uitgesplitst naar de bedragen van: - het Rijk
4.383.804
3.999.407
- Overige Nederlandse overheidslichamen
828.033
681.389
Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
697.503
556.457
TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA
10.122.474
TOTAAL-GENERAAL
37.421.032
Gewaarborgde geldleningen / garantstellingen
2.211.872
34.799.696
2.401.197
Overzicht van baten en lasten Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten per programma
Pagina 81 van 133
JAARREKENING 2021 (GEREALISEERDE TOTAAL VAN BATEN EN LASTEN)
Raming voor wijziging
Raming na wijziging
Realisatie
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Bestuur en veiligheid in Doesburg
157.509
2.265.373
-2.107.864
147.509
2.283.692
-2.136.183
756.940
2.271.192
-1.514.252
Leefbaar en duurzaam Doesburg
3.882.435
6.662.263
-2.779.828
4.307.351
6.803.262
-2.495.911
5.080.196
6.857.020
-1.776.824
749.830
1.540.537
-790.707
743.530
1.340.215
-596.685
1.856.368
2.206.011
-349.643
Programma
Wonen, werken en recreëren in Doesburg Zorg in Doesburg
5.161.834 18.396.902 -13.235.068
Algemene dienst en financiën
336.115
5.365.653
-5.029.538
5.527.999 19.743.406 -14.215.406 248.115
5.460.622
-5.212.507
5.528.769 19.160.424 -13.631.654 396.360
5.475.520
-5.079.161
10.287.723 34.230.728 -23.943.005 10.974.504 35.631.197 -24.656.692 13.618.633 35.970.167 -22.351.534
Algemene dekkingsmiddelen Lokale heffingen
2.796.910
274.945
Algemene uitkeringen
2.521.965
2.811.910
272.368
2.539.542
2.835.330
299.475
2.535.855
20.862.941
0
20.862.941 22.298.687
0
22.298.687 22.024.185
0
22.024.185
Dividend
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Saldo financieringsfunctie
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Bespaarde rente
0
0
0
0
0
0
0
0
0
1.307
75.303
-73.996
1.307
107.983
-106.676
285.180
293.328
-8.148
0
0
0
0
0
40.831
-40.831
23.310.910 25.111.904
380.351
24.731.553 25.144.694
633.634
24.511.061
Overige algemene dekkingsmiddelen Calculatieverschil/Vennootschapbelasting Algemene dekkingsmiddelen
0
0
23.661.158
350.248
0
15.000
-15.000
0
12.087
-12.087
0
0
0
0
15.000
-15.000
0
12.087
-12.087
0
0
0
62.774 38.763.327 36.603.801
2.159.527
Onvoorzien
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
33.948.881 34.595.976
-647.095 36.086.408 36.023.635
Raming voor wijziging Baten
Lasten
Saldo
Raming na wijziging Baten
Lasten
Saldo
Realisatie Baten
Lasten
Saldo
Reserves: Toevoeging en onttrekking Bestuur en veiligheid in Doesburg
0
Leefbaar en duurzaam Doesburg
100.541
400.954
Wonen, werken en recreëren in Doesburg
-300.413
0 100.541
575.870
0
Zorg in Doesburg
0
131.933
-131.933
Algemene dekkingsmiddelen
1.362.846
89.045
Subtotaal
1.463.387
621.932
841.455
Algemene dienst en financiën
35.412.268 35.217.908
100.541
266.039
-165.498
0 0
31.933
0
451.726
705.000
1.273.801
2.366.839
533.045
2.919.106
1.845.848
1.073.258
0 Gerealiseerd resultaat
-475.329
0
194.360 39.005.514 37.869.482
-31.933
0 0
31.933
-31.933
-253.274
451.726
705.000
-253.274
1.833.794
2.238.695
263.961
1.974.734
2.790.962
1.266.933
1.524.029
0
0
1.136.032 41.554.289 37.870.734
3.683.556
Waarderingsgrondslagen Waarderingsgrondslagen Inleiding
De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) daarvoor geeft.
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeid gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin de uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar.
Indien sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijv. bij reorganisaties) dient wel een voorziening te worden gevormd mits aan de voorwaarden daartoe wordt voldaan. Pagina 82 van 133
Tenzij anders aangegeven zijn alle bedragen vermeld in euro’s.
Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs, verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. De kosten van onderzoek en ontwikkeling mogen in maximaal 5 jaar worden afgeschreven. De afschrijving van de geactiveerde kosten van onderzoek en ontwikkeling vangt aan na afsluiting van het geïnvesteerde bedrag. Afsluitkosten van opgenomen geldleningen mogen worden afgeschreven in de looptijd van de betrokken geldlening. Immateriële vaste activa mogen in maximaal 5 jaar worden afgeschreven. (De gemeente Doesburg heeft geen immateriële vaste activa op de balans geactiveerd.)
Materiële vaste activa Artikel 35 BBV beschrijft het onderscheid tussen: 1) Investeringen met (beperkt) economisch nut; 2) Investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; 3) Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut. Ad 1) Investeringen met (beperkt) economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijging– of vervaardigingprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden conform artikel 62 lid 2 BBV op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt over het saldo afgeschreven. Ad 2) Investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijging– of vervaardigingprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden conform artikel 62 lid 2 BBV op de desbetreffende investering in mindering gebracht. Conform artikel 62 lid 3 wordt de voorzieningen vervangingsinvesteringen riolering (ex. artikel 44 lid 1 sub d) eveneens in mindering gebracht op de betreffende investeringen; in dergelijke gevallen wordt over het saldo afgeschreven. Ad 3) Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijging– of vervaardigingprijs.
Specifieke investeringsbijdragen van derden worden conform artikel 62 lid 2 BBV op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt het saldo afgeschreven. Het afschrijvingsbeleid wordt toegepast conform de door de raad vastgestelde financiële verordening 2020. In deze verordening is in artikel 9 - en de daarbij behorende bijlage - de waardering & afschrijving van vaste activa opgenomen.
Financiële vaste activa Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en leningen u/g zijn opgenomen tegen nominale waarde. Indien nodig is hierop een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht. Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen onverhoopt mocht dalen tot onder de verkrijgingprijs zal afwaardering plaatsvinden. (De actuele waarde ligt in de gemeente Doesburg ruim boven de verkrijgingprijs.)
Vlottende activa Voorraden De als onderhanden werken opgenomen bouwgronden in exploitatie zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingprijs. De vervaardigingprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijpmaken), alsmede een redelijk te achten aandeel in de rentekosten en administratie- en beheerskosten. Winsten uit de grondexploitaties worden slechts genomen indien en voor zover deze met voldoende mate van betrouwbaarheid als gerealiseerd kunnen worden aangemerkt. Daarbij wordt de voorgeschreven percentage of completion-methode toegepast. Verliezen in de grondexploitaties worden genomen middels het vormen van een voorziening op het moment dat het verlies zich aandient.
Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor de verwachte oninbaarheid is hierop een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt bepaald op basis van geschatte kans op inning. Voor wat betreft belastingdebiteuren is een percentage bepaald (gebaseerd op in het verleden gerealiseerde cijfers alsmede een individuele inschatting van debiteuren) op 0,75% .
Liquide middelen Deze activa worden tegen de nominale waarde opgenomen.
Pagina 83 van 133
Recht op verliescompensatie VpB Het recht op verliescompensatie per einde boekjaar krachtens de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 wordt (buiten de tellingen) opgenomen onder de activa-kant van de balans.
Vaste Passiva
Reserves De (bestemmings)reserves zijn gevormd c.q. ingesteld op basis van daartoe door de raad genomen besluiten. De vermeerderingen en de verminderingen die ten gunste respectievelijk ten laste van deze (bestemmings)reserves zijn verantwoord, zijn eveneens gebaseerd op daartoe strekkende raadsbesluiten (veelal vastgelegd in oorspronkelijke begroting en/of begrotingswijzigingen).
Voorzieningen De voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. Op basis van relevante notities van de commissie BBV dient aan ingestelde voorzieningen, die strekken ter egalisering van lasten over een aantal begrotingsjaren, een door de raad vastgesteld actueel beheerplan ten grondslag te liggen.
Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente-typische looptijd van één jaar of langer.
Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. De vlottende schulden hebben in principe een rente-typische looptijd van korter dan één jaar.
Borg- en garantstellingen Voor zover leningen door de gemeente Doesburg zijn gewaarborgd, is onder de passiva-kant van de balans (buiten de telling) het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen. Dit wordt toegelicht bij de niet uit de balans blijkende verplichtingen.