CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2021 (gecorrigeerd)

Gemeenteraad 30 juni 2022, gemeente DoesburgBij agendapunt: Jaarstukken 2021 gemeente Doesburg40.107 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

9 alinea's met “jaarstukken”: 1 12 16 80 83 85 90 91 1639

12,5%

Overhead % van de totale lasten

14,4%

Pagina 53 van 133

Verbonden partijen In de paragraaf Verbonden partijen vindt u een totaallijst met partijen waarmee Doesburg banden is aangegaan ter behartiging van bepaalde publieke belangen. De verbonden partijen die bijdragen aan de doelstellingen van het programma Algemene dienst en Financiën worden hieronder toegelicht.

BNG bank Het openbaar belang Doesburg is aandeelhouder van de BNG. De BNG is de bank voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. Met gespecialiseerde dienstverlening draagt de BNG bij aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. Veranderingen gedurende verslagjaar Geen. Beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij Het bestaande beleid voortzetten.

Alliander N.V. Het publieke belang Alliander N.V. is de holding van een netwerkbedrijf. De dochterbedrijven zijn netbeheerders voor het transport van (duurzame) energie. De Wet Onafhankelijk Netbeheer (WON) uit 2007 verplicht energiebedrijven tot een volledige splitsing. In 2009 is het productie- en leveringsbedrijf Nuon Energy afgesplitst en verkocht aan het Zweedse Vattenfall. De naam N.V. Nuon is gewijzigd in Alliander N.V. Bij de verkoop van de aandelen Nuon zijn wij eigenaar geworden van een aantal aandelen Alliander N.V., dat gelijk is aan het verkochte aantal aandelen N.V. Nuon. Veranderingen gedurende verslagjaar Geen. Beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij Het bestaande beleid voortzetten.

Vitens Het publieke belang Onze gemeente is samen met nog 70 andere gemeenten, de provincies Gelderland en Overijssel en de N.V. Nuon aandeelhouder van Vitens. Vitens is het waterbedrijf voor ruim 4 miljoen mensen en bedrijven in Friesland, Overijssel, Flevoland, Gelderland en Utrecht. Veranderingen gedurende verslagjaar Geen. Beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij Het bestaande beleid voortzetten.

P Vennootschappen

Aantal aandelen

% deelneming

Eigen vermogen per 31-12

Vreemd vermogen per 31-12 Exploitatieresultaat

Verslagjaar

BNG bank

5

27.612

0,05 %

€ 5.097.000

€ 155.262

€ 221.000

2020

Alliander N.V.

5

172.952

0,13 %

€ 4.328.000

€ 5.094.000

€ 224.000

2020

Vitens

5

17.843

0,24 %

€ 600.300.000

€ 1.387.800.000

€ 19.400.000

2020

Circulus-Berkel B.V.

2

273

3,27 %

€14.600.000

€ 4.000.000

€ 1.300.000

2019

Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Algemene dekkingsmiddelen Bedragen x €1.000

Pagina 54 van 133

Exploitatie

Realisatie 2020

Primitieve begroting 2021

BGR 2021 na wijziging

Realisatie 2021

Saldo 2021

Lasten 0.10 Mutaties reserves

6.652

622

1.846

1.267

579

0.61 OZB woningen

139

166

165

188

-22

0.62 OZB niet-woningen

6

6

5

15

-10

0.64 Belastingen overig

136

103

101

97

5

0.8 Overige baten en lasten

17

285

-796

293

-1.090

0.9 Vennootschapsbelasting (VpB) Totaal Lasten

14

0

0

41

-41

6.964

1.182

1.322

1.901

-579

9.011

1.463

2.919

2.791

128

Baten 0.10 Mutaties reserves 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten

402

0

0

0

0

1.673

1.684

1.724

1.751

-28

0.62 OZB niet-woningen

463

468

453

452

1

0.64 Belastingen overig

640

645

635

632

3

20.852

20.863

22.299

22.024

275

0

1

-2.051

285

-2.336

Totaal Baten

33.041

25.125

25.979

27.936

-1.957

Resultaat

26.077

23.943

24.657

26.035

-1.378

0.61 OZB woningen

0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds 0.8 Overige baten en lasten

Budgetbijstellingen in meerjarenperspectief Toelichting op de budgetafwijkingen Taakveld 0.10 Mutaties reserves: Voordeel lasten € 579.000 / Nadeel baten €128.000 Het saldo op het taakveld Mutaties reserves is € 451.000 voordelig. Daarnaast is de gerealiseerde bate uit de reserve kapitaallasten € 262.000 lager dan begroot. Het verschil in de lasten wordt veroorzaakt doordat een storting in de reserve kapitaallasten was begroot van €174.500 en deze niet gerealiseerd is omdat de investering nog niet is afgerond. De rest wordt veroorzaakt door kleinere verschillen.

Taakveld 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds: Nadeel baten € 275.000 In 2021 is in totaliteit € 275.000 minder algemene uitkering uit het gemeentefonds ontvangen dan geraamd. Dit heeft voor het grootste deel betrekking op de aanpassing van de aantallen door het CBS. Deze aantallen hebben hun doorwerking in de verdeelmaatstaven. Daarmee heeft dit een negatief effect op de hoogte van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Taakveld 0.8 Overige baten en lasten: nadeel lasten €1.090.000 / voordeel baten €2.292.000 Lasten De begroting inclusief integrale afweging en amendementen kwam uit op nadelig €341.910. Daarnaast zijn er via de IBB2021 voor 574.000 lasten overgeboekt naar 2022. Hiermee komt het saldo op nadelig 916.000 afgerond. Op deze post zit ook een nadeel van suppletie BCF 97.000 Nadeel oninbare vorderingen 116.000. De post Onvoorziene uitgaven van €12.000 is nauwelijks aangewend en levert hier een voordeel op van €12.000. Voor het overige bestaat het verschil uit diverse kleinere verschillen. Baten Het voordelige begrotingsresultaat voor 2021 (uit de IBB 2021) wordt in eerste instantie boekhoudkundig geraamd bij de exploitatiebaten, van totaal €2.052.442. Het werkelijke rekeningresultaat 2021 wijkt hier vanaf. De raad beslist bij de behandeling van de jaarstukken 2021 over het storten in de algemene reserve van dit benoemde voordeel.

Dit is nog niet boekhoudkundig verwerkt. In 2021 is een incidenteel voordeel behaald, als gevolg van het periodiek BTW onderzoek . Het totaal voordeel bedroeg hierbij €292.000.

Paragrafen Paragraaf A | Lokale heffingen Paragraaf A | Lokale heffingen

Inleiding

De lokale heffingen maken een belangrijk deel uit van de inkomsten van de gemeente. Jaarlijks is zo’n 16% van de inkomsten afkomstig van de lokale heffingen. Deze paragraaf geeft op hoofdlijnen een overzicht van de diverse lokale heffingen. Hiermee ontstaat inzicht in de lokale belastingdruk, wat van belang is voor de integrale afweging tussen enerzijds beleid en anderzijds inkomsten. Ook wordt weergegeven welk beleid de gemeente Doesburg in boekjaar 2021 heeft gevoerd ten aanzien van de lokale heffingen en de kwijtschelding hiervan.

Overzicht lokale heffingen en geraamde inkomsten

De lokale heffingen bestaan uit belastingen en rechten. De belastingen dienen ter dekking van de algemene uitgaven van de gemeente en zijn in principe vrij besteedbaar. De rechten dienen ter dekking van de kosten die de gemeente maakt voor individuele dienstverlening aan de burger en zijn dus niet vrij Pagina 55 van 133

besteedbaar. In de realisatie 2021 zijn de navolgende werkelijke bedragen opgenomen voor de diverse gemeentelijke heffingen die in onze gemeente van toepassing zijn. Ter vergelijking zijn ook de cijfers vermeld uit de jaarrekening 2020 en de begroting 2021 (na wijziging).

Realisatie 2020 Omschrijving

Realisatie 2021

Raming 2021 na wijziging

Leges (excl. leges omgevingsvergunning)

€ 255.602

€ 235.858

€ 291.346

Parkeerheffingen (excl. secretarieleges)

€ 280.674

€ 372.836

€ 359.206

Lig-, haven- en kadegelden

€ 59.567

€ 50.009

€ 54.659

Marktgeld

€ 3.420

€ 6.473

€ 2.977

Afvalstoffenheffing

€ 1.630.899

€ 1.607.852

€ 1.744.151

Rioolheffing

€ 1.140.255

€ 1.180.468

€ 1.095.155

Lijkbezorgingsrechten

€ 86.458

€ 66.384

€ 74.978

Leges omgevingsvergunning

€ 254.351

€ 330.048

€ 390.153

Onroerendezaakbelastingen

€ 2.132.517

€ 2.174.882

€ 2.200.261

Hondenbelasting

€ 50.281

€ 53.432

€ 52.315

Precariobelasting

€ 521.101

€ 502.543

€ 510.501

Toeristenbelasting

€ 254.466

€ 378.091

€ 422.019

Roerende-zaakbelastingen

€ 3.385

€ 1.797

€ 3.169

Reclamebelasting

€ 52.089

€ 50.070

€ 50.765

€ 6.722.995

€ 7.710.743

€ 7.251.656

TOTAAL

Lasten- en batenoverzicht van de kostendekkende tarieven Onderaan de paragraaf wordt inzichtelijk gemaakt wat de opbrengsten en lasten zijn geweest, voor de belastingen die hoogstens kostendekkend mogen zijn.

De lokale lastendruk Om een indruk te geven wat een gemiddeld huishouden uit Doesburg in 2021 aan gemeentelijke heffingen heeft betaald wordt navolgend overzicht gegeven:

Meerpersoonshuishouden in een koophuis Situatie 2020

Situatie 2021

- OZB (op basis van gemiddelde WOZ-waarde)

€ 316,00

€ 327,00

- Afvalstoffenheffing (gemiddeld aanslagbedrag)

€ 292,00

€ 292,00

- Rioolheffing (bij een gemiddeld gebruik van 125 m3)

€ 273,00

€ 281,00

Totaal meerpersoonshuishoudens in een koophuis

€ 881,00

€ 900,00

Meerpersoonshuishouden in een huurhuis Situatie 2020

Situatie 2021

- Afvalstoffenheffing (gemiddeld aanslagbedrag)

€ 292,00

€ 292,00

- Rioolheffing (bij een gemiddeld verbruik van 125 m3)

€ 273,00

€ 281,00

Totaal meerpersoonshuishouden in een huurhuis

€ 565,00

€ 573,00

Ten opzichte van 2020 is het tarief rioolheffing met 3,2% gestegen, zijn de tarieven OZB uitsluitend met de inflatiecorrectie van 2,25% verhoogd en zijn de tarieven afvalstoffenheffing gelijk gebleven. Het gemiddeld belastingbedrag stijgt voor huishoudens met een koopwoning 2,1% en voor huishoudens met een huurwoning 1,4%. Pagina 56 van 133

De lokale lastendruk vergeleken In de nota gemeentefinanciën 2021 van de provincie Gelderland is een overzicht opgenomen van de belastingdruk per inwoner per Gelderse gemeente. Om een indruk te geven van de lokale belastingdruk van de gemeente Doesburg in regionaal verband wordt het onderstaande, aan betreffende nota ontleende, overzicht gegeven (de tussen haakjes vermelde bedragen betreffen de cijfers 2020):

Gemeente

Belastingdruk per inwoner

Rheden

€ 398 (€ 402)

Westervoort

€ 422 (€ 380)

Montferland

€ 427 (€ 401)

Doesburg

€ 441 (€ 433)

Zevenaar

€ 448 (€ 430)

Duiven

€ 449 (€ 419)

Doetinchem

€ 464 (€ 426)

Bronckhorst

€ 477 (€ 443)

Gemiddelde Gelderland

€ 463 (€ 441)

De belastingdruk per inwoner in de gemeente Doesburg ligt nog steeds onder het gemiddelde van Gelderland.

Kwijtscheldingsbeleid In de gemeente Doesburg is het kwijtscheldingsbeleid van toepassing op de afvalstoffenheffing, het onderhoudsrecht graven, de onroerendezaakbelastingen en de rioolheffing. Het kwijtscheldingsbeleid wordt uitgevoerd op basis van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Deze regeling bevat een drietal toetsen die het mogelijk maken de financiële situatie van de belastingschuldige te beoordelen: de inkomenstoets, de vermogenstoets en de schuldentoets. Gemeenten hebben de beleidsvrijheid om tussen drie verschillende kwijtscheldingsnormen te kiezen: de 90%-, de 95%- of de 100%-norm. Voor wat betreft de gemeente Doesburg is in de raadsvergadering van 14 december 2000 besloten om het meest ruime kwijtscheldingsbeleid toe te passen. In dat geval wordt in afwijking van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan vastgesteld op 100 procent. Dit betekent dat, uitzonderingen daargelaten, de meeste mensen die een uitkering op bijstandsniveau hebben in aanmerking komen voor kwijtschelding. In de jaarrekening 2021 is ten laste van Programma 4 Zorg in Doesburg, voor kwijtscheldingen van gemeentelijke heffingen een realisatiebedrag inclusief perceptiekosten opgenomen van €124.975 (de raming na wijziging bedroeg €149.064).

Pagina 57 van 133

Titel hfdstuk

Onderwerp

Titel 1

Algemene dienstverlening

Taakveld

Aan leges toe te rekenen lasten Toe te rekenen baten Dekking in %

Basisregistratie personen (BRP)

0.2 Burgerzaken

140.372

3.661

3%

Naturalisatie en optie

0.2 Burgerzaken

15.320

9.127

60%

Reisdocumenten

0.2 Burgerzaken

13.718

27.173

198%

Rijbewijzen

0.2 Burgerzaken

155.321

54.453

35%

Burgerlijke stand

0.2 Burgerzaken

44.513

11.803

27%

Overige burgerzaken

0.2 Burgerzaken

122.114

1.011

1%

Verklaring Omtrent Gedrag (COVOG)

0.2 Burgerzaken

1.963

2.646

135%

Gehandicaptenkaart en parkeren

0.2 Burgerzaken

Totaal titel 1:

Titel 2

Omgevingsvergunning

Titel 3

Dienstverlening (vallend onder de Europese dienstenrichtlijn)

8.3 Wonen en Bouwen

21.607

88.786

411%

514.929

198.661

39%

410.886

253.249

62%

Uitvoering bijzondere wetten

1.2 Openbare orde en veiligheid

2.975

1.719

58%

Algemene plaatselijke verordening

1.2 Openbare orde en veiligheid

94.126

2.637

3%

97.101

4.356

4%

1.022.916

456.267

45%

Totaal titel 3: TOTAAL (titels 1,2 en 3)

Lijkbezorgingsrechten

Lasten

7.5 Begraafplaatsen

Baten 109.411

0.4 Overhead

6.070

Totale lasten

115.481

Opbrengsten belastingen

86.458

Overige opbrengsten Totale baten

86.458

Dekking

Afvalstoffenheffing

75%

Lasten

7.3 Afval

Baten 1.206.536

0.4 Overhead incl btw en rente

347.861

2.1 Straatreiniging

136.314

6.3 Kwijtschelding

93.974

Totale lasten

1.784.684

7.3 Opbrengst belastingen

1.532.209

7.3 Overige opbrengsten

295.649

Totale baten

1.827.858

Dekking

Marktgeld

102%

Lasten

3.1 Economische ontwikkeling

Baten 12.674

0.4 Overhead

8.491

Totale lasten

21.165

Opbrengst marktgelden

3.974

Totale baten

3.974

Dekking

19%

Rioolheffing

Lasten

Baten

7.2 Riolering

642.970

0.4 Overhead incl btw en rente

302.635

2.1 Straatreiniging

136.314

6.3 Kwijtschelding

97.889

Totale lasten 7.2 Opbrengst heffingen 7.2 Overige opbrengsten Totale baten Dekking

1.179.808 1.140.255 13.991 1.154.246 98%

Paragraaf B | Weerstandsvermogen en risicobeheersing Paragraaf B | Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen. Daarbij worden de risico's meegenomen die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen is - tenzij anders vermeld in deze paragraaf - gebaseerd op de situatie eind 2021. Het weerstandsvermogen is toereikend wanneer er voldoende mogelijkheden zijn om financiële tegenvallers op te kunnen vangen. Hiervan is dus sprake als het saldo tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s positief is.

Pagina 58 van 133

Inventarisatie van de weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten - die onverwachts en substantieel zijn - te kunnen afdekken. Er wordt onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Onder de incidentele weerstandscapaciteit wordt de capaciteit verstaan die de gemeente heeft om eenmalige financiële tegenvallers op te vangen. Onder de structurele weerstandscapaciteit worden die middelen begrepen die permanent inzetbaar zijn om tegenvallers op te vangen. De weerstandscapaciteit van de gemeente Doesburg is: Onderdeel

Bedrag

Structurele weerstandscapaciteit

Onbenutte belastingcapaciteit

€ 500.000

Totaal structurele weerstandscapaciteit

€ 500.000

Incidentele weerstandscapaciteit

€ 3.179.087

Algemene reserve

Stille reserves materiële bezittingen

€ pm

Stille reserves financiële bezittingen

€ pm

€ 15.000

Onvoorzien

€ 3.194.087

Totaal incidentele weerstandscapaciteit

Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit is voor de gemeente Doesburg is op grond van gegevens van de provincie Gelderland afgerond € 500.000. Deze is opgebouwd uit de onderstaande posten: Afvalstoffenheffingen: De afvalstoffenheffing is op basis van de huidige wijze van kostentoerekening structureel kostendekkend. Er is daarom bij dit onderdeel geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit. Rioolheffingen: De rioolheffing is op basis van de huidige wijze van kostentoerekening eveneens structureel kostendekkend. Er is daarom bij dit onderdeel ook geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit. Onroerend zaakbelasting (OZB): Op basis van de gemiddelde OZB belastingdruk in de provincie Gelderland (FTG 2022) is er sprake van een onbenutte belastingcapaciteit van afgerond € 45 per inwoner. Dit geeft een totale onbenutte OZB capaciteit van afgerond € 500.000. Algemene reserve De algemene reserve bedraagt per 31-12-2021 € 3.574.087. De raad heeft voor een bedrag van € 395.000 lopende verplichtingen dekking bestemd ten laste van de algemene reserve (275k Doesburg energieneutraal via de 1e wijziging 2020 en 120k herontwikkeling centrum Beinum via de 3e wijziging 2022). Rekening houdend met deze mutaties resteert voor de incidentele weerstandscapaciteit een bedrag van € 3.179.087.

Stille reserves materiële bezittingen en financiële bezittingen Onder een stille reserve wordt verstaan het (positieve) verschil tussen de actuele waarde en de boekwaarde van een niet-bedrijfsgebonden vaste activa. Een niet-bedrijfsgebonden actief zou kunnen worden afgestoten zonder dat het functioneren van de organisatie van de gemeente Doesburg in het gedrang komt. Bij verkoop van dergelijke bezittingen ontstaan dus boekwinsten, die eenmalig vrij inzetbaar zijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen stille reserves in materiële bezittingen en stille reserves in financiële bezittingen. Stille reserves in materiële bezittingen: Op dit moment beschikt onze gemeente over de navolgende stille reserves in materiële bezittingen: Objectnr.

1128

Activanr. Omschrijving

144

Clubhuis harmonie Burgemeester Nahuyssingel 2

Boekwaarde

Actuele waarde (WOZ waarde 1-12021)

Saldo

€ 25.490

€ 98.000

€75.510

Pagina 59 van 133

1275

-

Parkeerplaats de Bleek Burg. Flugi van Aspermontlaan

€0

€ 583.000

€ 583.000

2126

98

Sporthal/sportzaal Armgardstraat 2a

€0

€ 187.000

€187.000

3929

417

Sportterrein Looiersweg 2

€ 34.577

€1.005 .000

€ 970.423

4227 / 4489

-

Sportzaal Wilgenstraat 2 en peuterspeelzaal

€0

€ 317.000

€ 317.000

4490

249

Sporthal Beumerskamp Breedestraat 39

€0

€ 945.000

€ 945.000

5832

-

Clubhuis speeltuinvereniging Kindervreugd Marijkelaan 1

€0

€ 233.000

€ 233.000

8675

-

Oranjesingel 22 grond

€0

€ 81.000

€ 81.000

8676

418

Oranjesingel 22 grond 2

€0

€ 336.000

€ 336.000

€ 60.067

€ 3.785.000

€ 3.724.933

Totaal

Het stadhuis, het stadsarchief, de brandweerkazerne, de stadswerf en alle onderwijsgebouwen zijn buiten beschouwing gelaten omdat deze bezittingen wel tot de bedrijfsgebonden vaste activa worden gerekend. Deze activa zijn namelijk voor het goed functioneren van de organisatie van belang. De genoemde actuele waarden zijn gebaseerd op WOZ-waarden (waardepeildatum 1-1-2021). In het overzicht zijn uitsluitend de objecten meegenomen waarvan de WOZwaarde minimaal € 45.000 hoger ligt dan de boekwaarde. Omdat de mogelijkheden tot het feitelijk te gelde maken van deze stille reserves beperkt worden geacht, wordt in de berekening van de weerstandscapaciteit geen rekening meer gehouden met de berekende stille reserve in materiële bezittingen. Stille reserves in financiële bezittingen: Onder de financiële bezittingen worden de deelnemingen in bedrijven verstaan. Als er sprake is van een aanmerkelijk voordelig verschil tussen de boekwaarde van de deelnemingen en de potentiële verkoopwaarde van de deelnemingen, dan is sprake van een stille reserve in financiële bezittingen. Op dit moment beschikt onze gemeente over de navolgende stille reserves in financiële bezittingen: Omschrijving

Boekwaarde

Opbrengstwaarde

Saldo

Aandelen BNG

€ 69.030

€ 2.548.500

€ 2.479.470

Aandelen Alliander

€ 8.168

€ 5.626.400

€ 5.618.232

Aandelen Vitens

€ 1.997

€ 1.440.720

€ 1.438.723

Aandelen Circulus-Berkel B.V.

€ 22.235

€ 477.420

€ 455.185

Totaal

€ 101.430

€ 10.093.040

€ 9.991.610

De opbrengstwaarde (c.q. intrinsieke waarde) is gebaseerd op het eigen vermogen van de betreffende ondernemingen en het procentuele aandeel van de gemeente Doesburg daarin. Omdat de verhandelbaarheid van de genoemde aandelen zeer beperkt is, wordt bij de berekening van de weerstandscapaciteit ook geen rekening gehouden met deze berekende stille reserve.

Onvoorzien De post onvoorzien is voor de gemeente Doesburg begroot op een bedrag van €15.000. Inventarisatie van de risico’s

Een risico is een kans op het optreden van een gebeurtenis met een nadelig financieel gevolg. De risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen zijn die risico’s die niet op een andere manier zijn ondervangen (bijvoorbeeld via verzekeringen of via gevormde voorzieningen). Doen deze risico’s zich voor dan moeten de nadelige financiële effecten hiervan ondervangen worden via het weerstandsvermogen. Risico wordt vaak als volgt gedefinieerd: Risico = Kans x Gevolg Een risico is groter wanneer de kans van optreden en de gevolgen van optreden groter zijn. Een groot gevolg gecombineerd met een minimale kans wordt in het algemeen als niet belangrijk beschouwd, net als een grote kans met een minimaal gevolg. Afhankelijk van de kans en het gevolg kan een risico op 4 manieren worden aangepakt: •

Voorkomen: één of beide van de factoren kans en gevolg wegnemen;

•

Verminderen: één of beide van de factoren kans en gevolg afzwakken;

•

Uitbesteden: risico's onderbrengen bij verzekeraars;

Pagina 60 van 133

•

Accepteren: alleen bij zeer kleine kans en/ of zeer kleine gevolgen.

Structurele risico’s Fluctuaties gemeentefonds De algemene uitkering van het gemeentefonds maakt zo'n 60% deel uit van de gemeentelijke inkomstenbronnen. Dit betekent dat de financiële positie van de gemeente in sterke mate afhankelijk is van de ontwikkelingen binnen het gemeentefonds en dat nadelige gemeentefondsontwikkelingen derhalve de financiële positie van de gemeente behoorlijk onder druk kunnen zetten. De algemene uitkering uit het gemeentefonds heeft een omvang van rond de 22 miljoen euro. Het risico wordt geschat op 3% van dit bedrag te weten € 660.000. Dit is inclusief de effecten van de herijking van het gemeentefonds. Vanaf 2023 is een nieuwe verdeling van toepassing voor het gemeentefonds. Deze nieuwe verdeling pakt op basis van de tot nu toe verkregen informatie nadelig uit voor de gemeente Doesburg. In de begroting 2022 is reeds rekening gehouden met een nadelig effect van € 9 per inwoner. De definitieve herverdeeleffecten worden bij de meicirculaire 2022 bekend gemaakt. Mogelijk pakt de nieuw verdeling nadeliger uit voor Doesburg. Er is overigens een ingroeipad voorzien vanaf 2023 tot en met 2026, zowel bij voordeel- als nadeelgemeenten met een negatieve respectievelijk positieve suppletie. Open einde regelingen sociaal domein Het sociaal domein bevat een aantal open einde regelingen. Dit betreft dan met name de Participatiewet, de Jeugdzorg en de Wmo.

De laatste jaren zijn de Jeugdzorg en Wmo budgetten niet toereikend gebleken. Dit risico blijft zich voordoen en wordt ingeschat op € 750.000 met een kans van 50%. Hogere energieprijzen De oorlog in de Oekraïne heeft ernstige gevolgen voor de energiemarkt. De prijzen zijn momenteel hoog en flotiel. Daarnaast zijn er ook zorgen over de financiële continuïteit van energieleveranciers. Rekening wordt gehouden met een risico van € 150.000 en een kans van 75%. Incidentele risico’s Verleende gemeentegaranties De gemeente Doesburg heeft een aantal waarborgen verstrekt voor nog uitstaande geldleningen van derden, waaronder: Geldnemer

Restantbedrag

Risicoprofiel

Kwalificatie

31-12-2020

€ 241.197

Middel

Gestichten van Weldadigheid

€ 2.160.000

Laag

Totaal

€2.401.197

Zorggroep Attent

€ 240.120

Het risico op deze waarborgen wordt ingeschat op 10%, te weten € 240.120 (afgerond). Aan derden verstrekte geldleningen Daarnaast heeft onze gemeente een aantal leningen verstrekt aan derden. Aan de terug ontvangst van deze leningen zijn bepaalde risico’s verbonden. Dit betreft met name de navolgende leningen: Geldnemer

Restantbedrag 31-12-2021

Risicoprofiel

Woonservice IJsselland

€ 1.140.210

Laag

Zwembad Den Helder*

€ 689.690

Laag

Tennisvereniging TVD 2002

€ 294.900

Middel

Totaal

€ 2.124.800

Kwalificatie

€106.240

*) deels verstrekt met hypothecaire zekerheid. Het risico op de verstrekte geldleningen wordt ingeschat op 5%. Dit komt neer op een bedrag van € 106.240. De kwalificatie van de aan het zwembad verstrekte leningen wordt laag ingeschat vanwege de onderstaande calculatie: Bedrag

Totale restantschuld per 31 december 2021

Executiewaarde zwembad (80% van de WOZ waarde € 1.556.000 per peildatum 1-1-2020)

€ 689.690

€ 1.244.800

€0

Maximaal risico

Verbonden partijen Onze gemeente neemt deel aan diverse verbonden partijen. Een overzicht hiervan is terug te vinden in de paragraaf “Verbonden partijen”. De deelname aan deze partijen brengt bepaalde risico’s met zich mee. Dit geldt met name voor de BVO DRAN. Ten behoeve van het vervoer, het callcenter en de regie is de

Pagina 61 van 133

'open einde' systematiek van toepassing, waarbij bij een tekort de deelnemers bij moeten betalen en bij een overschot geld terug krijgen. Het risico hiervoor ligt dus volledig bij de deelnemende gemeenten. Rekening wordt gehouden met een maximaal risico van € 500.000 en een kans van 10%. Algemene risico’s bouwgrondexploitatie Bij het opstellen van grondexploitaties wordt ingespeeld op mogelijke risico’s. Gedurende de uitvoering van het project kunnen echter risico’s manifest worden die vooraf niet of niet juist zijn ingeschat. Dit kan met name het geval zijn bij exploitaties die zich over een langere periode van meerdere jaren uitstrekken. De risico’s kunnen worden onderverdeeld in gebied gerelateerde risico’s (bodem, archeologie e.d.) en marktrisico’s (economische ontwikkelingen, maatschappelijke ontwikkelingen e.d.). Het risicobedrag wordt grofweg ingeschat op 20% van de boekwaarde per 31 december 2021 ad € 150.026 ergo afgerond € 30.000.

In de navolgende tabel worden de hiervoor genoemde risico’s van een financiële kwalificatie voorzien: Structurele risico’s

Kans

Maximale risico

Kans x financieel gevolg

Fluctuaties gemeentefonds

3%

€ 22.000.000

€ 660.000

Open einde regelingen sociaal domein

50%

€ 750.000

€ 375.000

Hogere energieprijzen

75%

150.000

112.500

€ 22.900.000

€ 1.147.500

Totaal

Incidentele risico’s

Kans

Maximale risico

Kans x financieel gevolg

Verleende gemeentegaranties

10%

€ 2.401.197

€ 240.120

Verleende geldleningen

5%

€ 2.124.800

€ 106.240

Verbonden partijen

10%

€ 500.000

€ 50.000

Algemene risico’s bouwgrondexploitatie

20%

150.000

30.000

€ 5.175.997

€ 426.360

Totaal

Berekening weerstandsvermogen

Weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen. Bij weerstandsvermogen gaat het om de mate waarin de gemeente in staat is om middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder haar hele beleid om te hoeven gooien. Weerstandsvermogen bestaat uit een dynamische en een statische component. Het dynamische weerstandsvermogen kan worden berekend door de structurele risico’s in mindering te brengen op de structurele weerstandscapaciteit. Het statische weerstandsvermogen kan worden berekend door de incidentele risico’s af te trekken van de incidentele weerstandcapaciteit. Als de uitkomst positief is dan is er sprake van voldoende weerstandsvermogen.

Dynamisch weerstandsvermogen Structurele weerstandscapaciteit

Bedrag € 500.000

Structurele risico’s

€ 1.147.500

Saldo (tekort):

€ 647.500

Statisch weerstandsvermogen

Bedrag

Incidentele weerstandscapaciteit

€ 3,194.087

Incidentele risico’s

€ 426.360

Saldo (overschot)

€ 2.767.727

Op basis van de huidige inzichten kan dus geconcludeerd worden dat de structurele weerstandscapaciteit niet toereikend is. De incidentele weerstandscapaciteit is ruim toereikend.

Kengetallen

Pagina 62 van 133

De onderstaande kengetallen zijn ingevolge artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) opgenomen. De kengetallen maken het voor de raad gemakkelijker inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente Doesburg. Onder de tabel vindt u een korte toelichting en duiding van de kengetallen.

Jaarrekening 2021

Verloop van de kengetallen

Werkelijk 2019

Werkelijk 2020

Raming 2021

Werkelijk 2021

Netto schuldquote

-/- 11,24%

-/-0,96%

29,02%

-0,1%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-/- 25,76% -/-13,57%

16,85%

-/-11,1%

Kengetallen:

Solvabiliteitsratio

77,81%

67,39%

71,57%

68,4%

Grondexploitatie

1,24%

-/-0,27%

4,24%

0,38%

Structurele exploitatieruimte

0,58%

-/-7,92%

3,20%

5,20%

101,84%

107,20%

Belastingcapaciteit

102,59% 110,97%

Gemeente Doesburg heeft veel eigen vermogen en geen langlopende schulden. Daarnaast hebben we een lage grondpositie waardoor we een beperkt risico lopen met grondexploitaties. Onze structurele exploitatieruimte laat zien dat baten vrijwel gelijk zijn aan lasten.

Paragraaf C | Onderhoud kapitaalgoederen Paragraaf C | Onderhoud kapitaalgoederen In deze paragraaf wordt voor de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen, gebouwen, openbare verlichting en speelgelegenheden achtereenvolgens aandacht geschonken aan: •

het beleidskader

•

het beheer

•

actuele ontwikkelingen

•

kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

C.1 Wegen 1.1 Het beleidskader De gemeente heeft de plicht een openbare weg te onderhouden (art. 15 Wegenwet), met uitzondering van Rijks en provinciale wegen. Verder kan de gemeente, als wegbeheerder, aansprakelijk worden gesteld op basis van het Burgerlijk Wetboek. Er zijn daarvoor twee mogelijke vormen: risico- (art. 6:174) en schuldaansprakelijkheid (art. 6:162). Bij schuldaansprakelijkheid moet het slachtoffer bewijzen dat de wegbeheerder een fout heeft gemaakt, er moet sprake zijn van een gebrek aan de weg. Bij risicoaansprakelijkheid hoeft dit bewijs niet te worden geleverd. Vanwege zowel de onderhoudsplicht als de mogelijke aansprakelijkheidstelling is het voor de gemeente van belang haar wegen goed te onderhouden. Leidraad voor onderhoud wegen is de systematiek voor Rationeel wegbeheer (CROW-publicatie 147) van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW), een nationaal kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Als de gemeente werkt volgens deze richtlijnen kan zij aantonen dat er naar behoren wordt onderhouden. In 2017 is het Beleidsplan Wegen vastgesteld, waarin wet- en regelgeving, lokale ambities, etc. zijn vertaald in kaders. Zo is er onder andere vastgesteld dat we werken met beeldkwaliteiten, conform de Nota Ruimtelijke Kwaliteit (NRK).

In genoemd beleidsplan is onder andere vastgesteld dat zal worden gewerkt aan een wegenlegger en een rehabilitatieplan. 1.2 Het beheer In 2017 is het Beheerplan Wegen vastgesteld. In dit beheerplan wordt de (gewenste) werkwijze beschreven ten aanzien van beheer en onderhoud. Het wegenareaal wordt bijgehouden in beheersoftware, daarin worden diverse zaken vastgelegd die van belang zijn voor het juiste beheer. Door middel van een inspectie wordt frequent de huidige staat van het areaal in beeld gebracht. Op basis daarvan wordt voor de korte termijn een planning door de beheersoftware gegenereerd; met een maatregeltoets worden de feitelijke werkzaamheden vorm gegeven in een onderhoudsplan. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar rehabilitatie, groot- en klein onderhoud. Rehabilitatie betreft het volledig vervangen van de weg, incl. fundatie. Groot onderhoud betreft voorziene werkzaamheden, voorvloeiend uit de inspectie. Bij klein onderhoud is er een budget van een bepaalde omvang vastgesteld, voor het dagelijks onderhoud dat zich moeilijk laten voorspellen. Bij het onderhoud wordt gekeken wordt gekeken of werkzaamheden integraal opgepakt kunnen worden, dat wil zeggen dat samen met andere producten (bijv. riolering) projecten worden gevormd of dat ze met andere voorgenomen projecten kunnen meeliften.

Bij voortduring wordt gewerkt aan een budget voor de lange termijn, zodat in de begroting rekening gehouden kan worden met toekomstige pieken. Voor dit budget moeten voor de beheersoftware nog de onderhoudscycli met de bijbehorende maatregel en bedragen worden geformuleerd. Hetzelfde geldt voor de rehabilitatiekosten, de kosten voor het in z’n geheel vervanging van de weg, inclusief fundering. 1.3 Actuele ontwikkelingen Bij de vaststelling van het beleidsplan en het beheerplan is vastgesteld dat de kwaliteit van de beheergegevens moet worden verbeterd. Hieraan zal blijven verder worden gewerkt. Enerzijds betreft dit uitdetaillering areaalinformatie, anderzijds betreft dit onderhoudscycli en rehabilitatiekosten.

Pagina 63 van 133

In 2019 is opdracht verleend aan een extern bureau om een wegenlegger op te stellen. De wegenlegger is een wettelijk verplicht plan (artikel 27 Wegenwet) en regelt de openbaarheid en onderhoudsplicht van de wegen buiten de bebouwde kom. De wegenlegger is gereed en vastgesteld door het bevoegde gezag, namelijk de Gedeputeerde Staten van Provincie Gelderland. Hiervoor was het nodig om eerst de bebouwde komgrenzen (in het kader van de Wegenverkeerswet) te actualiseren. De vaststelling hiervan, door de Raad, heeft in 2021 plaatsgevonden. In het kader van duurzaamheid zal er gekeken moeten worden naar energie- en materiaalgebruik. Voor wegen zou in het kader hiervan gekeken kunnen worden of asfalt met een bepaalde mate van wegdekreflectie toegepast kan worden op bijv. kruisingen, ter vervanging van openbare verlichting. 1.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren In 2021 is in de beheersoftware veel gemuteerd, met name in het kader van de Basisregistratie Grootschalige Topografie. De huidige omvang van het gemeentelijke wegennet bedraagt ongeveer 630.000 m2 verharding, waarvan 187.000 m2 asfalt (hoofdzakelijk rijwegen en fietspaden), 13.300 m2 cementbeton (voornamelijk fietspaden) en 431.000 m2 elementenverharding (hoofdzakelijk woonstraten en voet- en fietspaden).

C.2 Riolering 2.1 Het (wettelijk) beleidskader Gemeenten hebben op grond van de Wet milieubeheer (Wm) een zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater, en op grond van de Waterwet een zorgplicht voor hemelwater en een zorgplicht voor grondwater. Waterschappen hebben op grond van de Waterschapswet, in samenhang met de Waterwet, een zorgplicht voor de zuivering van stedelijk afvalwater. In de wet milieubeheer is een voorkeursvolgorde voor afvalwater vastgelegd. In de wet wordt gesproken van “stedelijk afvalwater”. Daarnaast zijn er nog twee aparte zorgplichten, de hemelwaterzorgplicht en de zorgplicht voor grondwater. Deze laatste zijn verankerd in de Waterwet. De zorgplicht voor stedelijk afvalwater wordt ingevuld door de aanleg en beheer van een openbaar vuilwaterriool. Met de zorgplicht wordt invulling gegeven aan de implementatie van de EU-richtlijn stedelijk afvalwater. De zorgplicht voor het hemelwater bestaat uit een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater. De eigenaar van particulier terrein waarop het hemelwater valt is primair verantwoordelijk voor de afvoer van het hemelwater. De gemeenten zijn verplicht de zorg voor het hemelwater uit te werken in een plan.

De zorgplicht voor het grondwater bestaat uit een aantal elementen die tezamen bepalen of de gemeente verantwoordelijk kan worden gehouden om nadelige grondwaterstandgevolgen te voorkomen. Het betreft o.a. om de zorgplicht in openbaar gebied en om structureel nadelige gevolgen voor de grondwaterstand. Klimatologische omstandigheden (waaronder calamiteiten zoals extreme neerslag en overstroming door rivieren) die kunnen leiden tot een tijdelijk hogere grondwaterstand vallen daar niet onder. Ook valt de zorg voor particuliere terreinen niet onder de wettelijke zorgplicht voor het grondwater. Indien voldaan wordt aan alle elementen van de grondwaterzorgplicht tezamen, dan is de gemeente gehouden maatregelen te treffen om de grondwateroverlast te voorkomen of te beperken. De zorgplicht voor het grondwater heeft het karakter van een inspanningsverplichting omdat het grondwaterpeil geen eenvoudig te sturen beheergebied is. Er is dan ook een zekere mate van beleidsvrijheid voor de aanpak die rekening houdt met lokale omstandigheden. In februari 2018 heeft de gemeenteraad het Watertakenplan Olburgen 2018 – 2022 (WTPO) vastgesteld. De gemeenten Bronckhorst, Rheden en Doesburg en het waterschap Rijn en IJssel hebben gezamenlijke een visie opgesteld en uitgewerkt in dit plan voor de riolering en zuivering.

De rioleringen van deze gemeenten brengen het afvalwater naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) Olburgen van Waterschap Rijn en IJssel. De rioolstelsels en RWZI vormen samen één afvalwatersysteem. Door samen te werken en de inspanningen op elkaar af te stemmen kunnen we van elkaar leren met als gevolg effectiever en efficiënter te werken. In het WTPO zijn de watertaken (visie, doelen, programma etc.) vastgelegd. Onderdeel van dit plan is een kostendekkingsplan waarin wordt aangegeven op welke wijze de gemeente haar watertaken wil uitvoering en bekostigen. Belangrijke aspecten uit het WTPO zijn onder andere: •

Het blijven bijdragen aan een goede volksgezondheid, door het inzamelen, transporten en/of verwerken van afval-, hemel- en grondwater;

•

Het voorkomen van wateroverlast;

•

Het beperken van nadelige gevolgen voor het milieu;

•

Een goede dienstverlening aan burgers en bedrijven op het gebied van water en riolering.

Het beleid is gericht op: •

Zo min mogelijk maatschappelijke kosten voor burgers en bedrijven, ofwel doelmatigheid;

•

Zo min mogelijk overlast voor de omgeving;

•

Waar mogelijk toepassen van duurzame oplossingen en technieken.

2.2 Het beheer Het beheer en onderhoud zijn afgestemd op genoemde doelen die in het WTPO zijn opgenomen en vindt met behulp van een geautomatiseerd rioolbeheersysteem plaats. Het dagelijkse beheer en onderhoud van de rioolgemalen en het gangbaar houden van het rioleringssysteem door middel van reiniging en inspectie is daarvan een belangrijk element. In Beinum zorgen drie rioolgemalen voor de afvoer van het afvalwater. Twee van deze gemalen (RG Broekhuizen en RG Molengaarde) zijn recent gerenoveerd. RG Hermaat is al in een eerder stadium gerenoveerd.

Pagina 64 van 133

Een belangrijk hulpmiddel voor het beheer en onderhoud is het regionaal meetsysteem. Hierin werken negen gemeenten (Brockhorst, Lochem, Montferland, Zutphen, Oude IJsselstreek, Oost Gelre, Aalten, Doesburg en Arnhem) samen met het waterschap Rijn en IJssel. Er wordt gemeten maar ook geanalyseerd waardoor meer/beter inzicht wordt verkregen in het functioneren van het rioleringsstelsel. Samenwerken is belangrijk, (afval)water houdt zich niet aan gemeentegrenzen. Het regionaal meetsysteem past naadloos in de gemeentelijke opgave die in het Bestuursakkoord Water (BAW 2011) is opgenomen. Hierin is vastgelegd dat de meerkosten van het product riolering minder mogen stijgen (€ 380 miljoen in 2020 t.o.v. 2010). De drie K’s (Kosten, Kwaliteit en Kwetsbaarheid) zijn daarbij leidend. Steekwoorden zijn daarbij: kennisuitwisseling, toekomstbestendigheid, klimaatontwikkelingen. Aspecten waar gemeenten en waterschap mee worden geconfronteerd. Het regionaal meetsysteem gaat ons daar bij helpen met behoud van de eigen autonomie. Daarnaast werken wij met het zogenaamde RTC (Real Time Control). Met het RTC kan het afvalwater bij hevige regenval worden gestuurd. Dit gebeurt door middel van beweegbare schuiven waardoor het rioolstelsel in verschillende compartimenten worden verdeeld. Hiermee wordt optimaal gebruikt gemaakt van de berging van het rioolstelsel.

Water op straatsituaties en rioolwater overstorten op oppervlaktewater worden hiermee teruggebracht. Wij hebben ons aangesloten bij Operatie Steenbreek (OS). Met de deelname aan dit project wordt beoogd om zowel de openbare als de particuliere ruimte te vergroenen en de trend van verstening te keren. Waarom vergroenen? 1. Verstening geeft een versnelde afvoer van regenwater, die tot overbelasting van de riolering kunnen leiden; 2. Verstening versterkt hitte-stress; 3. Verstening vermindert de ruimte voor biodiversiteit; 4. Verstening zorgt voor perioden van droogte dat er minder water beschikbaar is; 5. Verstening heeft een negatief effect op de luchtkwaliteit; 6. Een groene leefomgeving werkt stress verminderend en heeft een algemeen positief effect op de gezondheid en het welzijn van de mens. Daar waar het watersysteem deel uit maakt van (verbeterd) gescheiden rioolstelsel vragen “foutieve” aansluitingen speciale aandacht. Het gaat hier om het stelsel in Beinum en Campstede. "Foutieve" aansluiting zijn vuilwater huisaansluitleidingen aangesloten op het regenwatersysteem dan wel regenwaterleidingen die zijn aangesloten op het vuilwatersysteem. De eerste kunnen de waterkwaliteit in negatieve zin aantasten. De laatste zorgen er voor dat er te veel schoonwater naar de rioolwaterzuivering wordt afgevoerd.

Met behulp van nieuwe technieken is in dit jaar het onderzoek naar "foutieve" aansluitingen gestart. Meer hierover in Paragraaf C - Onderhoud kapitaalgoederen - C.3 Water.

2.3 Actuele ontwikkelingen In 2011 is het Bestuursakkoord Water (BAW 2011) ondertekend. Een belangrijk element van het akkoord is het intensiveren van de samenwerken binnen de waterketen. De waterketen betreft de infrastructuur voor het winnen, de productie en de distributie van drinkwater en vervolgens het transport, de zuivering en de lozing van gezuiverd afvalwater op het oppervlaktewater. Uitgangspunt is dat de verschillende onderdelen (waterwinning, transport en zuivering rioolwater en het oppervlaktewater) beter op elkaar worden afgestemd en meer gaan samenwerken. Beter samenwerken in de waterketen moet tevens leiden tot lagere kosten. Doelstelling is drieledig: o

het realiseren van een landelijke kostenbesparing van structureel in 2020 van €380 miljoen op de jaarlijkse kosten;

o

het verminderen van de kwetsbaarheid;

o

het vergroten van de kwaliteit van dienstverlening, beleidskeuzes en innovatievermogen.

Op de RWZI (RioolWaterZuivering Installatie) Olburgen wordt het afvalwater van de gemeente Doesburg, een deel van de gemeente Bronckhorst en een deel van de gemeente Rheden gezuiverd. Daarnaast gaat het afvalwater van het dorp Angerlo (gemeente Zevenaar) via het stelsel van Doesburg ook naar de RWZI in Olburgen. Dit is dan ook de reden dat Doesburg heeft gekozen voor een intensievere samenwerking binnen het in 2014 opgerichte AWT Olburgen (Afvalwaterteam). In het AWTO werken de gemeenten Rheden, Bronckhorst en Doesburg gezamenlijk met het waterschap Rijn en IJssel aan de doelstelling van het BAW 2011. Doesburg heeft in 2016 Wateroverlast gehad door hevige regenval. Dit is aanleiding geweest om samen met de bewoners de klachten te inventariseren. Naar aanleiding van een quick scan, die is uitgevoerd om te kijken naar de mogelijkheden om wateroverlast in de toekomst terug te dringen, is het rioolstelsel doorgerekend en is een hemelwaterstructuurplan voor de binnenstad opgesteld. Aan de hand van de berekeningen en de hoogteligging van straten is in dit plan aangegeven hoe om te gaan met het regenwater. Afvoeren kan soms bovengronds via goten. In een andere situatie zal er een extra hemelwaterriool worden aangelegd. In de meeste gevallen wordt gestreefd naar het separaat inzamelen van de verschillende waterstromen.

Pagina 65 van 133

Rood is een hoog liggend gebied en geel een lager gelegen gebied Naar aanleiding van het hemelwaterstructuurplan zijn dit jaar een aantal projecten afgerond om de wateroverlast terug te brengen. Het betreft: • Het vervangen van het vuilwaterriool en aanleggen van regenwaterriool in de Windmolenstraat; •

Het vervangen van het vuilwaterriool en aanleggen van regenwaterriool in de Hogestraat;

• •

Het aanleggen van een regenwaterriool in de Koepoortstraat; Het maken van een bodempassage in het Theo Colenbranderplantsoen.

Tevens is er een regenwaterriool aangelegd in de Bergstraat, Gasthuisstraat en een gedeelte van de Meipoortstraat. Er is een start gemaakt met het aanleggen van een nieuw regenwaterriool en het vervangen van het vuilwaterriool in het Kerwinkelgebied (Ooipoortstraat, Kerkstraat en de Meipoortstraat). Ook zijn er rondom de PG woningen diverse aanpassingen van rioleringstelsel geweest om ervoor te zorgen dat het vuilwater en het regenwater van elkaar zijn afgekoppeld. 2.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren De kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren met betrekking tot riolering zijn verwerkt in het WTPO. C.3 Water 3.1 Het beleidskader Water en ruimtelijke ordening zijn steeds meer met elkaar verweven. In het verleden werd water vooral geplooid naar de wensen van inrichters en gebruikers. Steeds vaker verschijnt waterproblematiek in de actualiteit. De hoogwatersituaties van de afgelopen jaren, maar ook verdrogingsverschijnselen, hebben aangetoond dat water een belangrijk aspect is bij ruimtelijke ordening. Daarom wordt water beter ingebed in ruimtelijke plannen. Ook vraagt klimaatverandering om ruimtelijke aanpassingen. Denk hierbij aan zeespiegelstijging, hogere afvoeren van rivieren en hevige regenbuien en perioden van droogte. Het wateraspect moet men zo vroeg mogelijk betrekken bij ruimtelijke planvorming. Hiervoor is in 2003 de watertoets in het leven geroepen.

Het is een wettelijke verplichting bij bestemmingsplan procedures. Het wettelijke kader is vastgelegd in het Besluit Ruimtelijke Ordening (BRO) van 2008. De watertoets is ook verplicht voor een omgevingsvergunning van een afwijkend bestemmingsplan. De watertoets omvat het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen. Het gaat hierbij om zowel grond- als oppervlaktewater. De mogelijke gevolgen van een nieuwe ontwikkeling (veiligheid en wateroverlast, waterkwaliteit, verdroging, e.d.) moeten in beeld worden gebracht. Met de komst van de Omgevingswet is de waterwet uit 2009 nagenoeg geheel opgenomen in het stelsel van de nieuwe Omgevingswet. Water zal daardoor meer integreren met andere aspecten van de fysieke leefomgeving. Daarbij vinden tal van aanpassingen plaats. Zo wordt de watervergunning een omgevingsvergunning en veranderen de regels voor lozingen. Voor projecten komt er een projectbesluit in plaats van het projectplan. Ook de ruimtelijke ordening gaat er anders uitzien. Zo worden bestemmingsplannen opgevolgd door het omgevingsplan en veranderen de procedures bij de omgevingsvergunning. Waterbeheer was al geen zaak meer van één partij, maar wordt door de komst van de nieuwe omgevingswet een hecht samenspel van de verschillende disciplines.

In toenemende mate zal de samenwerking met waterbeheerders als Rijkswaterstaat en het waterschap Rijn en IJssel intensiever worden. De “stedelijke wateropgaaf” vraagt in de toekomst nog meer onze aandacht. Water houdt zich immers niet aan gemeente- en nationale grenzen. Aandachtspunten zijn (en blijven) extra ruimte voor waterberging en het apart inzamelen van regenwater. De capaciteit van het rioleringsstelsel dient hierop afgestemd te worden zodat de veiligheid van onze burgers voor de toekomst is gewaarborgd. Met ingang van 2015 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht. Deze richtlijn schrijft de waterkwaliteit voor van Europese wateren. Hiermee wordt de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater in Europa gewaarborgd en beschermd. Voor het bereiken hiervan is in Nederland een organisatie opgezet afgestemd op de stroomgebieden. Oost-Gelderland valt daarbij onder het stroomgebied Rijn-Oost wat loopt van Zuid Drenthe tot Arnhem. Ook Niedersachsen en Nordrhein-Westfalen behoren tot het stroomgebied Rijn-Oost. Voor Doesburg zijn geen fysieke maatregelen nodig voor de KRW, omdat de vuilemissie vanuit de riolering al is aangepakt en er geen specifieke waterkwaliteitsdoelen gelden. Bronnen die nog wel aandacht vragen (m.b.t. de KRW) zijn het beleid voor bouwmaterialen, de wijze van onkruidbestrijding en het opsporen van "foutieve" aansluitingen (zie ook bij 3.3.

Actuele ontwikkelingen) in de gescheiden rioolstelsels.

3.2 Het beheer Het oppervlaktewater in de binnenstad (stadsgrachten), de Molenvelden en De Ooi is al geruime tijd in beheer bij het Waterschap Rijn en IJssel. Al deze wateren zijn in de periode 2005-2008 gebaggerd. Onder de Koepoortdijk is in 2010 een nieuwe (grotere) duiker aangebracht. De oude duiker was voor een deel ingestort en functioneerde niet meer. Om de doorstroming te verbeteren en kroosvorming terug te dringen heeft de beheerder, waterschap Rijn en IJssel, Pagina 66 van 133

in 2012 een aantal maatregelen getroffen. Onder de B. Ubbinkweg is een nieuwe duiker aangelegd en is een verdeelwerk gemaakt die voor een betere waterverdeling van de stadsgrachten zorgt. In het Noordelijk Molenveld is op één locatie een zogenaamde kroosslurper aangebracht. De waterpartijen in Beinum zijn in 2007 in beheer bij het waterschap Rijn en IJssel gekomen. In dit jaar is de doorstroming van de stadgrachten aanmerkelijk verbeterd door het aanleggen van vijf nieuwe duikers. Het betreft duikers die de stadsgrachten met elkaar verbinden. De nieuwe duikers zijn zodanig aangelegd dat in de toekomst kroosvorming zal afnemen. Door een grotere diameter kan het beheer efficiënter (minder verstoppingen) plaatsvinden. Hiermee is een een belangrijke stap gezet in de verbetering van de doorstroming en het terugdringen van kroosvorming van het watersysteem in de binnenstad.

3.3 Actuele ontwikkelingen Daar waar het watersysteem deel uit maakt van (verbeterd) gescheiden rioolstelsel vragen “foutieve” aansluitingen een speciale aandacht. Het gaat hier om het stelsel in Beinum en Campstede. "Foutieve" aansluiting zijn vuilwater huisaansluitleidingen aangesloten op het regenwatersysteem dan wel regenwaterleidingen die zijn aangesloten op het vuilwatersysteem. De eerste kunnen de waterkwaliteit in negatieve zin aantasten. De laatste zorgen er voor dat er te veel schoonwater naar de rioolwaterzuivering wordt afgevoerd. Door het herstellen van "foutieve" aansluitingen op het regenwatersysteem komt er minder vuilwater in de vijvers. Daardoor zal de waterkwaliteit van het watersysteem verbeteren. Een onderzoek naar de "foutieve" aansluitingen voor het gebied Molengaarde en Leigraafseweg heeft in 2008 en 2009 plaatsgevonden. De primaire aanleiding was toen de overbelasting van het vuilwaterstelsel. De gevonden "foutieve" aansluitingen zijn hersteld. In het kader van het verbeteren van de doorstroming en waterkwaliteit van de vijvers in Beinum is dit jaar het onderzoek naar foutieve aansluitingen verder uitgebreid. Met behulp van nieuwe technieken wordt dit onderzoek momenteel opgepakt. Waterschap en gemeente willen de komende jaren de doorstroming en de waterkwaliteit van de vijvers in Beinum verbeteren.

Opheffen van foutieve rioolaansluitingen is hier een onderdeel van. Daarnaast is samen met het waterschap en de bewoners het project “Beinum gaat naar buiten” opgestart. Met dit project wordt beoogd om het watersysteem en de groene ruimten in Beinum aan te passen en waar nodig te verbeteren. Deltaprogramma Het gaat hier om een nationaal programma wat jaarlijks wordt geactualiseerd. Rijksoverheid, provincies, waterschappen en gemeenten werken erin samen. Ook maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en organisaties met veel kennis over water zijn erbij betrokken. De kern van het programma is ons land in de toekomst beschermen tegen hoogwater en de zoetwatervoorziening op orde houden. Er is een deltacommissie en een deltacommissaris die verantwoordelijk is voor het opstellen en uitvoeren van het deltaprogramma. In het deltaprogramma wordt o.a. een nieuwe normering voor waterveiligheid ontwikkeld en uitgewerkt. De huidige overschrijdingskansnorm voor dijken wordt vervangen door een overstromingskansnorm op basis van een risicobenadering, waarbij de kans op een overstroming en het gevolg van een overstroming beide in beeld komen. Voor de toekomst kan dat betekenen dat dijkverhoging achterwege blijft maar dat er ruimtelijke maatregelen moeten worden genomen of dat de maatregelen rond een overstroming worden verbeterd waardoor de gevolgschade kan worden teruggebracht.

Deltaprogramma en Doesburg Doesburg heeft samen met IJsselgemeenten uit de regio, de provincie en RWS gewerkt aan de zogenaamde voorkeurstrategie IJssel (VKS). Dit is een langetermijnperspectief, waarin op hoofdlijnen is aangegeven op welke wijze de regio wil anticiperen op de opgave van de hoogwaterveiligheid. De VKS IJssel is geen blauwdruk, maar meer een bouwsteen voor het Deltaprogramma Rivieren en het Nationaal Waterplan. Daarnaast geeft de voorkeursstrategie inzicht in de wijze waarop de regio denkt te anticiperen op de hoogwaterveiligheid. Door maatregelen per tijdspad te duiden, zijn maatregelen op de korte termijn toekomstbestendig, en worden maatregelen op de lange termijn niet onmogelijk gemaakt. De voorkeursstrategie is een dynamisch document en bestaat uit een mix van maatregelen. Dijken op orde brengen, piping aanpakken (lekkende dijken) het beschermingsniveau actualiseren i.p.v. kans benadering en de gevolgen van klimaatverandering opvangen.

3.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren Onze 1.286 ha. grote gemeente bestaat voor ongeveer 107 ha. (8,3%) uit oppervlaktewater. Hiervan bestaat ongeveer 87% uit rivieren en kanalen en is in beheer bij derden (RWS en waterschap). De overige 13% bestaat uit stedelijk water (stadsgrachten etc.) wat in beheer is bij het waterschap Rijn en IJssel. De zorg voor kwaliteit van het oppervlaktewater ligt primair bij de beheerder, het Waterschap Rijn en IJssel. Maar ook de gemeente speelt hier echter een rol in. Het betreft dan aspecten op het gebied van ruimtelijke ordening en doorstroming. C.4 Groen 4.1 Het beleidskader Het Groenstructuurplan 2013 en het Bomenbeleidsplan 2014 vormen het gemeentelijk beleidskader ten aanzien van het stedelijk groen en geven richting aan het na te streven eindbeeld. De gemeente Doesburg wenst via het Groenstructuurplan en Bomenbeleidsplan haar beleid aangaande het stedelijk groen nader te structureren in met name te ontwikkelen bebouwingslocaties. Beide beleidsplannen dienen een stelselmatige inrichting en doelgericht beheer van de Openbare Ruimte.

4.2 Het beheer De visie voor het beheer van het openbaar groen moet zijn vastgelegd in een beleidsdocument waarin de structuur en kwaliteit zijn omschreven en een beheerplan waarin de uitvoering en de kosten worden verantwoord. Een hulpmiddel hierbij is het gemeentelijke groenbeheersysteem. T.b.v. de uitvoering ”buiten“ zijn onderhoudsbestekken gemaakt die uitgaan van het beheer op “beeldkwaliteit”. Ingaande 1 januari 2016 is het beheer van het openbaar groen ondergebracht bij Circulus Berkel en maakt dit werk onderdeel uit van de overeenkomst die de gemeente heeft met Circulus Berkel. Het toezicht op de uitvoering van het werk en de kwaliteit hiervan ligt bij team Leefomgeving. De uitvoeringsprogramma?s van het onderhoud hebben een belangrijke rol in het beheer van de openbare ruimte. De hoofdgroepen in het beheer kunnen als volgt worden omschreven: Pagina 67 van 133

•

groenbeheer door gemeente en Circulus Berkel middels een samenwerkingsovereenkomst.

•

het beheer van gazons, bermen door Circulus Berkel middels een samenwerkingsovereenkomst en sportvelden door aannemer middels uitbesteding

•

boombeheer door gemeente en groenaannemer middels uitbesteding.

4.3 Actuele ontwikkelingen Via een samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Doesburg en Circulus Berkel wordt momenteel het openbaar groen binnen de gemeente beheerd. De huidige populatie SW-medewerkers blijven werkzaam in Doesburg en er wordt fors uitvoering gegeven aan het begrip Social Return. Het voorliggende beheerplan voorziet in een kwaliteitsslag in het centrum en de centra in de wijken. Hiervoor is in 2018 begonnen met het opstellen van een groenrenovatieplan voor alle wijken in de gemeente Doesburg. Vervolgens kan dit plan gefaseerd uitgevoerd gaan worden waarbij rekening gehouden wordt met het omvormen van groen, waar dit gewenst is, naar gazon dan wel vaste planten. In 2019 is besloten om het renovatieplan voor groen, alleen uit te voeren in de wijk Beinum. Hierdoor blijft het groen dat niet wordt gerenoveerd in de overige wijken een verhoogde onderhoudslast kennen. De weg zoals deze nu is ingezet, wordt in 2022 doorgezet. Bomen vormen een belangrijk onderdeel van onze groenstructuur. De gemeente heeft voor dit onderdeel een wettelijke zorgplicht. De achterstand in de onderhoudstoestand is in 2021 verder aangepakt door boomonderhoud in de wijk Beinum. De inhaalslag wordt gecontinueerd om het bomenbestand naar het gewenste en vereiste kwaliteitsniveau te brengen. Wel is een groot gedeelte van de boomsoort essen aangetast door de essentaksterfte.

Dat heeft vooral grote consequenties voor de essenlanen in het buitengebied. Momenteel is geen budget voorzien om de essenlanen te vervangen, wat tot hogere onderhoudslasten leidt.

4.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren Het openbaar groen omvat ca. 55 hectare. Hiervan hoort ongeveer 2 hectare bij de voetbalvelden aan de Oranjesingel, waarvan één natuurgrasveld (dat wordt onderhouden door Gemeente Doesburg) en één kunstgrasveld (dat wordt onderhouden door Sportclub Doesburg). Daarnaast wordt momenteel ongeveer 2 hectare omgevormd naar tennisbanen. Effectief heeft de Gemeente Doesburg ongeveer 51 hectare openbaar groen in beheer. Het totale bomenbestand dat de gemeente in beheer heeft, beslaat afgerond 5.330 stuks.

C.5 Gebouwen 5.1 Het beleidskader De verordening voorziening onderwijshuisvesting vormt het beleidskader voor het beheer van onze schoolgebouwen. In Doesburg zijn 3 gebouwen in gebruik met een onderwijsbestemming. In 2019 werd het schoolgebouw aan de Begoniastraat 42b (locatie Ooi) niet meer gebruikt voor het onderwijs. De juridisch eigendom van het pand is inmiddels aan de gemeente overgedragen. De schoolbesturen zijn als bevoegd gezag verantwoordelijk voor de uitvoering van het binnen- en buitenonderhoud aan de basisscholen. Zij ontvangen hiervoor rechtstreeks een rijksvergoeding. Op schoolgebouwen wordt onderstaand dan ook niet verder ingegaan. In november 2020 is, na instemming van 2 amendementen, de strategische koers voor het gemeentelijk vastgoed vastgesteld. Deze strategische koers, biedt een duidelijk kader voor de vraag waarom Doesburg vastgoed in haar bezit heeft. De gemeente Doesburg heeft vastgoed in bezit: •

Omdat het bijdraagt in het bereiken van beleidsdoelen. Bijvoorbeeld door huisvesting te bieden aan maatschappelijke activiteiten en organisaties;

•

Voor het verlenen van excellente dienstverlening aan onze burgers die bovendien laagdrempelig en goed toegankelijk is. We werken vanuit het principe één-loket voor alle vragen. Daar hoort bij één balie en ook goede werkplekken voor onze medewerkers en faciliteiten voor medewerkers van andere hulporganisaties;

•

Om de historische waarden van de monumenten in eigendom te behouden, zowel op het gebied van de collectieve kwaliteit en aantrekkingskracht van de binnenstad als op het gebied van individuele monumentale gebouwen.

De strategische koers is kader stellend, waardoor raad en college zicht hebben en houden op het lange termijn perspectief als zij keuzes maken over gebouwen. Ook investeringsbesluiten worden daardoor minder ad hoc genomen. Het meerjarig onderhoudsplan (MJOP) gemeentelijke gebouwen bevat het kader voor het beheer van het gemeentelijk vastgoed. In het onderhoudsbeheerplan wordt hoofdzakelijk uitgegaan van een kwaliteitsniveau 2. Dit kwaliteitsniveau staat gelijk aan goed onderhoud. Uitzondering hierop zijn de sportaccommodaties en het gebouw van de Harmonie hiervoor geldt momenteel kwaliteitsniveau 4, matige conditie. Het verouderingsproces heeft het element duidelijk in zijn greep. De functievervulling van elementen is incidenteel in gevaar. Het gebouw kan nog wel veilig en gezond in gebruikt worden genomen. Reden hiervoor is de strategische koers gemeentelijk vastgoed en de keuze die gemaakt wordt voor de sportaccommodaties. Het MJOP is in 2016 vastgestelde, het huidige onderhoudsplan dateert uit 2017, het MJOP wordt jaarlijks bijgewerkt en om de 4 jaar geactualiseerd. In 2021 zou de eerst volgende actualisatie hebben moeten plaatsvinden, dat is echter niet gelukt. Eerst zal een keuze gemaakt moeten worden in de uitwerking Lijn-1 van de strategische koers (huisvestingsvraagstuk). De actualisatie staat nu gepland voor eind 2022 en beslaat dan de periode 2023-2032.

Dan is ook de gewenste dotatie aan de voorziening bekend die samen met het MJOP 2023-2032 ter vaststelling wordt aangeboden aan de Raad. 5.2 Het beheer Voor het beheer en technisch onderhoud van de gemeentelijke gebouwen wordt gebruik gemaakt van het eerder genoemde MJOP. Dat is ondergebracht in een geautomatiseerd systeem. Dit dynamisch beheerprogramma geeft voor elk object afzonderlijk de beheersmatige informatie weer. Een MJOP is in de basis ook altijd een dynamisch document, dat jaarlijks op basis van de status van het object en het uitgevoerd onderhoud wordt bijgesteld. Naast het planmatig onderhoud wordt uitvoering gegeven aan contractonderhoud, meldingen storingen en klachten. Hiervoor is vanaf 2019 in het kader van het professionaliseren van het gebouwenbeheer externe deskundigheid ingehuurd. In 2022 onderzoeken wij op welke wijze wij het gebouwenbeheer structureel professioneel kunnen borgen. 5.3 Actuele ontwikkelingen

Pagina 68 van 133

Er wordt gewerkt aan een uitvoeringsagenda op basis van de vastgestelde strategische koers gemeentelijk vastgoed. Zodra deze agenda is vastgesteld zal een nieuw MJOP ter vaststelling worden aangeboden aan de gemeenteraad. Waarschijnlijk tweede helft 2022. Er loopt een onderzoek naar de herstructurering van de binnensportaccommodaties. Gevolg is dat er een keuze is gemaakt in de wijze van beheer van de huidige accommodaties. De sportaccommodaties worden om die reden beheerd op kwaliteitsniveau 4. Het stadhuis, met name het monumentale gedeelte, zou vanaf 2021 worden gerestaureerd en verduurzaamd. De vochtproblematiek aan de buiten muren zou worden opgelost. Hiervoor is een provinciale subsidie beschikbaar gesteld. De uitvoering moet uiterlijk oktober 2022 gereed zijn. De gemeentelijke investeringsbijdrage moet hiervoor nog beschikbaar gesteld worden. Vooralsnog wordt hier geen uitvoering aan gegeven, de gelden zijn niet beschikbaar gesteld. Gevolg kan zijn dat de provinciale subsidie (deels) moet worden terugbetaald. Ook het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed loopt hierdoor vertraging op. Voor het instandhouden van de rijksmonumenten in eigendom van de gemeente is rijkssubsidie verkregen vanuit de stimuleringsregeling instandhouding monumenten (SIM). Deze SIM wordt om de 6 jaar geactualiseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=648c13c2-b84b-4f55-8440-9c90cf07c0d7