CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Grondstoffenplan 2025-2028

Gemeenteraad 30 januari 2025, gemeente DoesburgBij agendapunt: Grondstoffenplan 2025-20288.910 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Grondstoffenplan 2025-2028 Doesburg

Doesburg, december 2024 definitief concept Auteurs: Nienke Hekster & Mario Groot Kormelink – gemeente Doesburg

Inhoudsopgave 1

Bestuurlijke samenvatting

4

1.1 Focus op schonere grondstoffen

4

1.2 Resultaten planperiode 2020 – 2024

5

1.3 Ambitie 2025-2028

6

1.3.1 Ambitie 2025-2028 2

3

4

5

6

6

Evaluatie 2020 – 2024

7

2.1 Hoe presteerde Doesburg in de periode 2020-2024

7

2.2 Milieu

7

2.3 Kosten

8

2.4 Dienstverlening

8

2.5 Vergelijking met andere gemeenten

11

Toetsingskader nieuw beleid

13

3.1 Waarom een toetsingskader

13

Uitdagingen voor het nieuwe grondstoffenbeleid

14

4.1 Stijgende heffing vanwege autonome ontwikkelingen

15

4.2 Zuiverheid van grondstofstromen

15

4.3 Ontwijkgedrag

16

4.4 Circulariteit (hoger op de R ladder)

16

4.5 Prioritaire stromen

16

Opgave en ambitie 2025 - 2028

17

5.1 Milieudoelstellingen

17

5.2 Service

17

5.3 Kostenbeheersing

17

5.4 Sociaal

17

Maatregelen en beoogde effecten

18

6.1 Schone Stromen

18

6.2 Aanpak bijplaatsen en dumpen

18

6.3 Nut en noodzaak afval scheiden

19

6.4 Onderzoek grofvuil

19

6.5 Ondersteuning kwetsbare groepen

19

6.6 Duurzame evenementen

19

6.7 Gescheiden afval in de openbare ruimte

20

6.8 Aanpak retourlogistiek in binnenstad

20

7

8

6.9 Optimaal gebruik maken van capaciteit recycleplein

20

6.10 Mobiel brengpunt grof afval

20

6.11 Circulair Ambachtcentrum

21

Welke aanpak

22

7.1 Samen met inwoners

22

7.1.1 Communicatie

22

7.1.2 Participatie: samenspel

23

7.1.3 Educatie 7.2 Voorzieningen

23 23

7.3 Dienstverlening

23

Evaluatie openbare afvalbakken 2021-2025

24

8.1 Inleiding

24

8.1.1 Plaatsingscriteria

24

8.1.2 Kaders en beleid

25

8.1.3 Evaluatie

25

Bijlage I Toelichting toetsingskader

27

Bijlage II Communicatie instrumenten

35

3

1 Bestuurlijke samenvatting 1.1 Focus op schonere grondstoffen In de komende beleidsperiode 2025 – 2028 leggen we de focus op communicatie en het bestendigen van de dienstverlening. Daarmee gaan we door op de weg die wie in de vorige beleidsperiode 2020 – 2024 zijn ingeslagen. Omdat we de infrastructuur in vorige perioden al op orde hebben gebracht en daarmee toekomstbestendig, staan grote veranderingen voor de inwoners niet op stapel. De afgelopen beleidsperiode hebben we geïnvesteerd in: •

Het verbeteren van de gescheiden inzameling van organisch keukenafval bij appartementen en hoogbouw door het plaatsen van GF-zuilen;

•

Het optimaliseren van de openingstijden van recycleplein;

•

Het vergroten van de bewustwording over nut en noodzaak van afvalscheiding en zuivere grondstoffen. Dit hebben we gedaan door de inwoners hierover te informeren via de gemeentepagina in de Regiobode, de gemeentelijke website, de website van Circulus en via social media, maar ook door het aanbieden van lessen over afvalscheiding, hergebruik en recycling aan de basisscholieren;

•

Het vergroten van de bekendheid van de App met digitale afvalkalender;

•

Het behoud van de tevredenheid van de bewoners over de dienstverlening met een 7 of hoger;

•

Het beperkt houden van de afvalbeheerkosten;

Omdat we in de afgelopen periode een aantal milieudoelstellingen niet behaald hebben, willen we in de komende periode blijven streven naar een scheidingspercentage van 85% en een hoeveelheid restafval van maximaal 70 kg per persoon per jaar. Daarnaast streven we naar een hoger percentage (her)bruikbare grondstoffen, namelijk 70%. Daarvoor focussen we op de zuiverheid van de ingezamelde grondstoffen. Alleen zuivere grondstoffen kunnen beter worden hergebruikt. Daarnaast blijven we aandacht hebben voor het ‘fine tunen’ van de dienstverlening. Dit ‘fine tunen’ doen we in overleg met de bewoners. We blijven de komende jaren inzetten op communicatie. Daarbij hebben we een aantal belangrijke aandachtvelden die evenals afgelopen jaren nog steeds actueel zijn: •

Het belang van schone en zuivere grondstoffenstromen. Alleen van schone grondstoffenstromen kunnen we weer hoogwaardige producten maken. Het is belangrijk dat bewoners de stromen zo schoon mogelijk aanbieden. Dus geen restafval bij het PMD of GFT;

•

Schone omgeving en het op de juiste wijze aanbieden van afval en grondstoffen. Het dumpen van afval en huisraad leidt tot veel irritatie bij bewoners en leidt tot een vervuilde woonomgeving;

•

Nut en noodzaak van afvalscheiding. Met aansprekende voorbeelden duidelijk maken waarom afval scheiden belangrijk is. Het moet voor iedereen logisch zijn dat afval scheiden de norm is.

Vanzelfsprekend doen we er ook in deze periode alles aan om de kosten zoveel mogelijk te beperken. 1.2 Resultaten planperiode 2020 – 2024 Met de hierboven beschreven investeringen in dienstverlening en kostenbeheersing hebben we goede resultaten behaald. Ondanks deze inspanningen hebben we de milieudoelstellingen helaas ten dele gehaald. De milieuambitie was maximaal 70 kg restafval (fijn en grof) per inwoner en een scheidingpercentage van 85%. Het resultaat is 114 kg restafval per inwoner in 2024 en een scheidingspercentage van 75% (op basis van de prognose 2024). In 2019 was de hoeveelheid restafval 84 kg per inwoner bij een scheidingspercentage van 78%. De inwoners van Doesburg voldoen daarmee niet meer aan de doelstelling uit het Landelijk Afvalbeheer Plan (LAP) voor wat betreft de hoeveelheid restafval per inwoner, maar nog wel aan het scheidingspercentage van 75%. Volgens de Benchmark Huishoudelijk Afval van 2023 zitten we nog wel in de kopgroep van onze stedelijkheidsklasse (gemeenten met 20-29% aan hoogbouw). In deze stedelijkheidklasse wordt gemiddeld 151 kg restafval per persoon verzameld met een scheidingpercentage van 68%. De kwaliteit van het ingezamelde PMD is in de afgelopen periode teruggelopen en heeft de nodige aandacht gevraagd. Zowel de toename van de hoeveelheid restafval als de afname van de kwaliteit van het PMD is een landelijke trend.

De gemiddelde afvalstoffenheffing is in deze periode gestegen van € 289 in 2020 tot € 307 in 2024 (prognose op basis van aantal aanbiedingen januari tot en met september). Dat is over de hele periode een stijging van 6% en gemiddeld van 1,2% per jaar.

5

1.3 Ambitie 2025-2028 In het Grondstoffenplan 2025 – 2028 gaan we door met de ambities uit het voorgaande Grondstoffenplan. Die zijn nog steeds relevant. We stimuleren het hergebruik en het recyclen van waardevolle stromen uit het huishoudelijk afval. Daarmee verminderen we in de komende planperiode de hoeveelheid restafval. We bestendigen de dienstverlening en beheersen de afvalbeheerkosten. 1.3.1 Ambitie 2025-2028 Milieu De hoeveelheid restafval (fijn en grof) is in 2028 maximaal 70 kg per inwoner per jaar; Het scheidingspercentage bedraagt in 2028 ten minste 85%; Het recyclingpercentage bedraagt ten minste 70%; De ingezamelde gescheiden grondstoffen zijn schoon. De kwaliteit van het ingezamelde materiaal wordt vastgesteld door een externe partij door middel van sorteeranalyses; We onderzoeken de mogelijkheden van een (regionaal) circulair ambachtscentrum en implementeren circulaire activiteiten waar mogelijk.

Kosten De kosten voor het afvalbeheer worden zo veel als mogelijk beperkt. We streven ernaar om deze niet meer te laten stijgen dan de indexering; We blijven zoeken naar mogelijkheden om de capaciteit van het recycleplein nog beter te benutten waarmee we de exploitatielasten kunnen verlagen.

Dienstverlening We continueren goede toegankelijkheid van het recycleplein; We blijven inwoners informeren over nut en noodzaak van afvalscheiding en zuivere grondstoffen. Dit doen we via de gemeentepagina in de Regiobode, de gemeentelijke website, de website van Circulus en via social media. Maar ook door het aanbieden van lessen over afvalscheiding, hergebruik en recycling aan de basisscholen; We bieden maatwerk als dat nodig is; We blijven de App met digitale afvalkalender onder de aandacht brengen; De tevredenheid van de inwoners over de dienstverlening moet een 7 of hoger blijven. Sociaal Bij de uitvoering van dit Grondstoffenplan streven we ernaar om zoveel mogelijk mensen een mogelijkheid te bieden (weer) te participeren op de arbeidsmarkt.

2 Evaluatie 2020 – 2024 Het vorige Grondstoffenplan 2020-2024 heeft de raad op 25 juni 2020 vastgesteld. De doelstellingen in dat plan waren ingestoken vanuit de perspectieven milieu, kosten, dienstverlening en sociaal. In dit hoofdstuk bespreken we de resultaten die we in Doesburg in de afgelopen planperiode hebben bereikt. Ook vergelijken we onze prestaties met die van andere gemeenten in dezelfde stedelijkheidsklasse (Doesburg zit in stedelijkheidsklasse C, met tussen 20-29% hoogbouw). Daarvoor hebben we deelgenomen aan de ‘Benchmark Huishoudelijk Afval 2023’. Op die manier wordt inzichtelijk hoe onze prestaties zich verhouden tot die van andere, vergelijkbare, gemeenten. 2.1 Hoe presteerde Doesburg in de periode 2020-2024 Oktober 2024 is de ‘Benchmark Huishoudelijk Afval 2023’ gepubliceerd. Met de Benchmark worden de afvalbeheerprestaties van Doesburg vergeleken met andere gemeenten uit dezelfde stedelijkheidsklasse. Daarnaast maken we gebruik van de prognose van Circulus voor 2024 voor wat betreft hoeveelheden en scheidingspercentages van de verschillende grondstoffenstromen. De prognose is gebaseerd op de gegevens over de eerste drie kwartalen uit 2024. 2.2 Milieu Doelstelling milieu

Gehaald

Toelichting

ja/nee Maximaal 70 kg restafval per

Nee

inwoner per jaar.

Uitgekomen op 114 kg per inwoner. Een stijging van 30 kilo! t.o.v. 2019. Daarmee voldoen we niet meer aan de landelijke doelstelling van 100 kg per inwoner. Toename van restafval is overigens een landelijke trend de afgelopen jaren.

Scheidingspercentage 85% of

Nee

hoger

Op basis van de prognose wordt het scheidingspercentage in 2024 75%. Daarmee voldoen we nog aan de landelijke norm van 75%. In 2019 was dit nog 78%.

Schone grondstoffen

Nee

Voornamelijk bij het PMD zien we in toenemende mate vervuiling waardoor ingezamelde partijen worden afgekeurd en verbrand moeten worden. Dat heeft voor

7

een deel ook te maken met de gewijzigde wijze waarop Verpact de vervuiling beoordeeld. Gemeenten zijn daarom opnieuw met Verpact in gesprek over een nieuwe overeenkomst. Op overige stromen (glas. GFT en papier) hebben we geen afkeur. 2.3 Kosten Kosten

Gehaald

Toelichting

ja/nee De kosten voor het

ja

De tarieven voor de afvalstoffenheffing zijn

afvalbeheer worden zo veel

in 2020, 2021 en 2022 niet geïndexeerd. In

als mogelijk beperkt

2023 zijn de tarieven met 6% gestegen. De tarieven voor 2024 zijn niet geïndexeerd. De gemiddelde jaarlijkse indexering over de afgelopen 5 jaar bedraagt dan 1,2%. De gemiddelde afvalstoffenheffing is gestegen van € 289 in 2020 naar € 307 in 2024. Ook dat is een gemiddelde jaarlijkse stijging van 1,2%.

2.4 Dienstverlening Diensterveling

Gehaald ja/nee

Toelichting

Betere toegankelijkheid van

Ja

In 2020 zijn de

het recycleplein door

openingstijden verruimd

verruiming van de

vanwege het gebruik van

openingstijden

inwoners van Rheden en in 2024 nog een keer geoptimaliseerd.

Verbeteren van de

Ja

We hebben 28 GFE zuilen

inzameling van GFE bij

geplaatst waarmee bewoners

appartementen en hoogbouw

van appartementen en hoogbouw hun organisch keukenafval gescheiden aan kunnen bieden.

Bewustwording vergroten

Ja/nee

We hebben met enige

over nut en noodzaak van

regelmaat gepubliceerd om

afvalscheiding en zuivere

scheiding onder de aandacht

grondstoffen

te brengen. Aan basisscholen hebben we het programma Cruise2Reduce (de rijdende recyclefabriek) aangeboden waarin aanschouwelijk wordt gemaakt dat je nieuwe producten van plastic kunt maken. In de toename van de hoeveelheid (rest)afval zien we de bewustwording niet direct terug.

De tevredenheid van de

Ja

Algemene tevredenheid

bewoners over de

dienstverlening Circulus was

dienstverlening moet een 7 of

2023- 2024 een 7,71

hoger zijn

1 Bron: Klanttevredenheidonderzoek Circulus 2023/2024 Gemeente Doesburg (Right

marktonderzoek)

9

Circulus laat door een onderzoeksbureau de klanttevredenheid over hun dienstverlening in haar werkgebied onderzoeken. Ze onderzoeken dat continue en per gemeente. De laatste resultaten dateren uit 2024. Hieronder vindt u de schematische weergave van de resultaten.

Daarnaast hebben we in 2024 Schoon Puin en B-hout overgeheveld naar het gratis tarief. Inwoners hoeven er niet meer voor te betalen als ze het aanbieden. Het zijn twee stromen die relatief veel worden aangeboden en die steeds beter kunnen worden hergebruikt of gerecycled.

2.5 Vergelijking met andere gemeenten

Bron: Benchmark huishoudelijk afval 2023, NVRD

11

Bron: Benchmark huishoudelijk afval 2023, NVRD

3 Toetsingskader nieuw beleid 3.1 Waarom een toetsingskader Met een uniform toetsingskader wordt expliciet gemaakt waaraan het nieuwe grondstoffenbeleid wordt getoetst en hoe alternatieve beleidsmaatregelen onderling vergeleken en gewogen kunnen worden. Het toetsingskader heeft vier aandachtsvelden; Milieu, Kosten, Service en Sociaal. In bijlage I worden de meest relevante ontwikkelingen en indicatoren voor die vier aandachtsgebieden van dat toetsingskader toegelicht. Gezamenlijk vormen ze het toetsingskader waarmee de voorgestelde beleidsmaatregelen worden gewogen.

Minder restafval én meer kwaliteit grondstoffen Maatwerk/ondersteuning

Circulaire economie is

kwetsbare groepen

meer dan recycling

Participatie

Reikwijdte ruimer dan in

SROI

en om de woning

Educatie

CO2 effecten

Sociaal

Milieu

Service

Kosten

Resultaten

Stijgende

Klanttevredenheids-

verwerkingstarieven

onderzoeken

Verbrandingsbelasting en CO2 heffing Dalende vergoeding PMD en nieuwe Raamovereenkomst Beweeglijke grondstofprijzen Producentenverantwoord elijkheid (UPV) Effect statiegeld

13

4 Uitdagingen voor het nieuwe grondstoffenbeleid

Ondanks een terugval in de milieuprestaties doet Doesburg het landelijk gezien en binnen de eigen stedelijkheidsklasse goed. Er is echter voldoende aanleiding om het komende jaren beter te gaan doen. Dat heeft buiten de milieuprestaties ook invloed op de beheersbaarheid van de kosten. We zien de volgende uitdagingen voor de komende jaren in willekeurige volgorde: 4.1 Circulaire economie De overgang van een lineaire economie naar de circulaire economie is in volle gang. Steeds meer grondstoffen zamelen we apart in. Toch moet en kan dit beter om tot nog meer circulariteit te komen. Daarnaast besteden we ook aandacht aan het verminderen van de hoeveelheid afval (preventie). Immers hoe minder afval je maakt hoe minder je hoeft in te zamelen en te verwerken. Dit nieuwe grondstoffenplan bevat de mogelijke maatregelen om de ontwikkeling naar de circulaire economie verder te ondersteunen. Het heeft de focus op preventie, schone grondstoffen en het minimaliseren van de hoeveelheid te verbranden restafval, tegen maatschappelijk verantwoorde kosten.

4.1 Grof vuil De hoeveelheid grof huishoudelijk afval dat de inwoners van Doesburg op het recycleplein aanbieden is ruim twee keer zo hoog als dat van de andere Circulus-gemeenten. De prognose voor 2024 bedraagt maar liefst 40 kg per persoon terwijl het gemiddelde van de Circulusgemeenten ongeveer 19 kg bedraagt. We gaan onderzoeken waarom Doesburgers zoveel grof afval aanbieden en hoe we deze hoeveelheid kunnen verminderen. Als we de hoeveelheid tot het gemiddelde van de regio kunnen terugbrengen zitten we alweer onder de VANGdoelstelling van 100 kg per persoon. 4.1 Stijgende heffing vanwege autonome ontwikkelingen De kosten voor het be- en verwerken van de ingezamelde grondstoffen nemen toe. De belangrijkste oorzaken daarvan zijn stijgende lonen, toegenomen aanbod van grondstoffen waardoor de verwerkingscapaciteit onder druk komt te staan met als gevolg prijsopdrijving, de belasting op het verbranden van restafval en de komende CO2-heffing. Afvalverbrandingsinstallaties waren tot nu toe vrijgesteld van deze heffing. Vanaf 2025 wordt deze ingevoerd. Deze ontwikkelingen zullen zich de komende jaren naar verwachting doorzetten en zullen de hoogte van de afvalbeheerkosten verder opdrijven. 4.2 Zuiverheid van grondstofstromen Signalen van verwerkers en analyses van het aangeleverde materiaal tonen aan dat de zuiverheid van de grondstofstromen terugloopt, met name PMD.

De (on)zuiverheid van de grondstofstromen is van invloed op de afzet en verwerking van het materiaal en de kosten en opbrengsten die er mee gepaard gaan. De enige reden waarom we afval scheiden is dat we de grondstoffen kwalitatief zo hoog mogelijk willen hergebruiken. We moeten ze daarom ook zo zuiver mogelijk inzamelen. De focus in het VANG2 beleid op de reductie van het restafval van huishoudens veronderstelt dat die gepaard gaat met een toename van de daaruit gescheiden potentiële grondstoffen. Een stijgend scheidingspercentage (grondstoffen/totaal rest en grondstoffen) en een dalende hoeveelheid restafval zijn samen de belangrijkste milieu-indicatoren. In de landelijke discussie over het grondstoffenbeleid wordt steeds meer de vraag opgeworpen of de hoeveelheid restafval en het scheidingspercentage wel voldoende indicatoren zijn voor de beoogde transitie naar een meer circulaire economie. In de kern gaat het namelijk niet om de vermindering van het restafval en het scheidingspercentage, maar om zoveel mogelijk waardevolle grondstoffen opnieuw te gebruiken of te recyclen. Het verminderen van het restafval is daarvan het resultaat.

2 Van Afval Naar Grondstof, programma om gemeenten te ondersteunen bij de transitie naar

een circulaire economie.

15

De aandacht voor de kwaliteit van de gescheiden grondstoffen behoort daarom meer prioriteit te krijgen in het meten van de milieueffecten van het grondstoffenbeleid. Ook voor de beheersing van de afvalkosten is de kwaliteit van de grondstoffen belangrijk. Afgekeurde grondstoffen worden niet verwerkt en worden afgevoerd als restafval. We ontvangen hiervoor geen vergoeding, maar moeten betalen voor de verwerking als restafval. 4.3 Ontwijkgedrag Bij elk type beleid is er sprake van ontwijkgedrag, dit is van alle tijden en alle gemeenten worstelen ermee. Onder ontwijkgedrag verstaan we onder andere bijplaatsen van afval, afvaldump en moedwillig vervuilen van grondstoffen. Omwonenden irriteren zich sterk aan deze dumpingen en bijplaatsingen en ze tasten ook de kwaliteit van de leefomgeving aan. Het vereist blijvende aandacht in de komende beleidsperiode. 4.4 Circulariteit (hoger op de R ladder) Recycling is de op één na laagste trede op de R ladder. De hogere treden die de levensduur van materialen en producten verlengen hebben een veel positiever effect op het milieu. Denk daarbij aan reparatie van producten en hergebruik van onderdelen of materialen. Als we de levensduur verlengen hoeven we deze producten en materialen pas veel later te laten verwerken en stellen de verwerkingskosten daarmee uit.

4.5 Prioritaire stromen Het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023- 2030 is een uitvoeringsagenda om uiteindelijk in 2050 tot een volledig circulaire economie te komen. Hierin zijn vijf transitieagenda’s uitgewerkt waaronder die voor consumptiegoederen. In de groep consumptiegoederen zijn de volgende prioritaire stromen benoemt: elektrische - en elektronische apparaten, meubels, textiel en verpakkingen en wegwerpproducten. De keuze voor deze stromen komt onder andere voort uit de grote milieudruk die deze stromen hebben. We willen ons in de voorliggende beleidsperiode meer richten op de inzameling en goede en hoogwaardige verwerking van deze stromen. We sluiten hierbij nadrukkelijk aan bij de initiatieven die Circulus in de regio neemt.

5 Opgave en ambitie 2025 - 2028

We hebben ons beleid en de infrastructuur goed op orde. Dat wil niet zeggen dat er geen mogelijkheden meer zijn om zaken te verbeteren. Hieronder benoemen we de ambities voor de komende planperiode: 5.1 Milieudoelstellingen Het percentage afvalscheiding is in 2028 85%; De hoeveelheid restafval (fijn en grof) is in 2028 maximaal 70 kg per persoon per jaar; Het recycling percentage bedraagt ten minste 70%; De ingezamelde gescheiden grondstoffen zijn schoon. De kwaliteit van het ingezamelde materiaal wordt vastgesteld door een externe partij door middel van sorteeranalyses. Ambitie is dat er geen afkeur van ingezamelde stromen is; Activiteiten die hoger op de R ladder staan zijn gestart. Bij voorkeur regionaal en binnen het concept van het (regionaal) Circulair Ambachtscentrum. 5.2 Service Tot en met 2028 blijft de tevredenheid van de inwoners over de dienstverlening een 7 of hoger. We bieden maatwerk als dat nodig is; Het serviceniveau houden we de komende periode in ieder geval op het peil uit het meest recente klanttevredenheidsonderzoek. Door middel van het ‘fine tunen’ van maatregelen verbeteren we de service op onderdelen. In het volgende hoofdstuk stellen we mogelijke maatregelen voor. Onze ambitie is dat de invoering van maatregelen leidt tot een verhoging van de tevredenheid bij (een deel van) de inwoners of dat deze minimaal gelijk blijft.

5.3 Kostenbeheersing Uitgangspunt is dat de afvalbeheerkosten 100% kostendekkend zijn uit de afvalstoffenheffing. Het streven is om de afvalstoffenheffing alleen met het indexeringspercentage te laten stijgen. Uitdrukkelijk vermelden we hier wel bij dat de afval- / grondstoffenmarkt sterk in beweging is. Door allerlei ontwikkelingen (tot mondiale ontwikkelingen toe) kunnen inzamel-, maar vooral verwerkingskosten sterk stijgen. Ook verwerkingsbelastingen en milieuheffingen kunnen van invloed zijn op de beheerkosten en afvalstoffenheffing. 5.4 Sociaal Bij alle maatregelen streven we ernaar om een zo groot mogelijk sociaal rendement te krijgen, specifiek op de in het toetsingskader genoemde onderdelen.

17

6 Maatregelen en beoogde effecten

Hieronder benoemen we de mogelijke maatregelen en effecten. Deze zijn mede gericht op specifieke doelgroepen, het komt nu immers aan op het ‘fine tunen’ van de maatregelen. In overleg met inwoners en andere betrokken kunnen we per onderdeel bepalen wat de behoefte is en welke maatregelen passend zijn. Uitgangspunt bij de inzameling van afval en grondstoffen is bronscheiding. Scheiding van grondstoffen aan de bron biedt gemeenten meer en betere mogelijkheden om de afvalscheiding door inwoners te stimuleren. Door onderscheid te maken tussen gewenste grondstoffen en ongewenst restafval, kunnen we communicatie, service- en prijsprikkels effectiever inzetten. Serviceprikkels kunnen grondstofscheiding makkelijker maken terwijl het aanbod van restafval wordt ontmoedigd. Met een prijsprikkel (diftar) wordt het scheiden van grondstoffen beloond: des te minder restafval, des te lager de aanslag afvalstoffenheffing. Bovendien laat de ervaring in de afgelopen 10 jaar zien dat er onder onze inwoners een zeer grote bereidheid is om de grondstoffen aan de bron te scheiden. Nascheiding is vooral zinvol voor grote gemeenten met veel hoogbouw en appartementen. Bewoners van dergelijke woningen hebben geen ruimte om minicontainers te plaatsen en het afval zelf te scheiden. Nascheiding is dan alleen van toepassing op PMD.

Een effect bij nascheiding is dat andere stromen zoals GFT en papier minder goed worden gescheiden en daarmee een groter percentage van het restafval vormen. Deze stromen kun je niet nascheiden. 6.1 Schone Stromen In 2024 zijn we gestart met het project ‘Schone Stromen’. PMD bakken werden gecontroleerd door afvalcoaches en de inwoners kregen of een compliment of een instructie hoe ze het PMD beter kunnen scheiden. De resultaten waren zeer succesvol. We willen het project ‘Schone Stromen’ daarom voortzetten. Het project moet bijdragen aan minder afkeur en beter en schoner PMD. 6.2 Aanpak bijplaatsen en dumpen Een schone en prettige leefomgeving is van belang. Het dumpen van afval naast de verzamelcontainer of lukraak in de openbare ruimte is voor veel mensen een grote ergernis. Helaas is dit gedrag van alle tijden, maar dat wil niet zeggen dat we het voor lief moeten nemen. Door een gecombineerde aanpak van communicatie, participatie, handhaving en reiniging blijven we werken aan het beperken van de overlast. Samen met inwoners blijven we in overleg om bij te sturen op ongewenst gedrag, te informeren waar nodig en te handhaven als dat moet. Alleen in samenwerking met de inwoners houden we onze leefomgeving schoon.

6.3 Nut en noodzaak afval scheiden We vragen best veel inspanning van onze inwoners om afval te scheiden. Dat doen we niet zonder reden, we zijn ervan overtuigd dat de gezamenlijke inspanningen nodig zijn voor een duurzame samenleving tegen redelijke kosten. Daarom blijft het ook noodzakelijk om nut en noodzaak van afvalscheiding toe te lichten. Ook willen we zorgen dat afvalscheiding ook buitenshuis normaal is, bv bij de sportclub of in de openbare ruimte. Samen met inwoners en betrokken organisaties blijven we werken aan het informeren over nut en noodzaak van afvalscheiding. Op basis van hun feedback passen we aan en sturen we bij. Jong geleerd is oud gedaan. Dat geldt ook voor het scheiden van afval. Daarom bieden we onze jongste inwoners leuke en leerzame lessen over afvalscheiding aan op de basisscholen en wat ze met de gescheiden materialen allemaal kunnen doen. Cruise2Reduce (de rijdende recyclefabriek) is een programma waarbij kinderen van bijvoorbeeld ingezamelde plastic doppen allerlei voorwerpen kunnen maken zoals maskers, frisbee’s. knikkertegels of een skateboard Ook bieden we onze nieuwe inwoners instructiefilmpjes aan waarin we in diverse talen uitleggen hoe we in Doesburg afval scheiden. 6.4 Onderzoek grofvuil De hoeveelheid grof huishoudelijk afval is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Van 27 kg per persoon in 2020 naar verwachting 42 kg in 2024.

Een stijging van 56%! Een éénduidige verklaring hebben we nog niet gevonden. We gaan onderzoeken hoe deze stijging van de laatste jaren is te verklaren en welke maatregelen we kunnen nemen om deze hoeveelheid te verminderen. De gemiddelde hoeveelheid grof huishoudelijk afval in de Circulus-gemeenten bedraagt 19 kg per persoon per jaar. 6.5 Ondersteuning kwetsbare groepen Onze inwoners wonen steeds langer thuis. Ouderen en mensen met een handicap wonen niet in instellingen maar hebben een eigen huishouding. Daarom ondersteunen we bijvoorbeeld inwoners die echt niet in de positie zijn om hun afval (gescheiden) aan te bieden. Zij komen voor de service in aanmerking op WMO-indicatie. Op dit moment maken zeven inwoners gebruik van deze service. Het restafval wordt bij deze inwoners om de twee weken opgehaald. Zij betalen daarvoor het reguliere tarief voor 60 liter.

6.6

Duurzame evenementen

Gemeente Doesburg kent jaarlijks een aantal grote evenementen. Daar komen veel mensen op af. Dat geeft begrijpelijkerwijs veel afval in de openbare ruimte. Reiniging rondom evenementen

19

wordt in Doesburg al een aantal jaren serieus opgepakt door de stadswerf en Circulus. Door tijdens en na evenementen goed te reinigen, afvalscheiding te faciliteren en waar mogelijk duurzame alternatieven toe te passen kunnen we ook hier grondstoffen besparen. Communicatie hierover tijdens evenementen vergroot de bekendheid dat afvalscheiding de norm is. In overleg met evenementen organisatoren onderzoeken we hoe we verduurzaming kunnen stimuleren. 6.7 Gescheiden afval in de openbare ruimte Doesburg is een toeristische stad met jaarlijks meer dan een miljoen bezoekers. Een belangrijk winstpunt is het invoeren van afvalscheiding in de openbare ruimte van de binnenstad. Hierdoor profileren we ons niet alleen als een stad die aandacht voor afvalscheiding heeft, maar laten we onze bezoekers ook zien dat afvalscheiding de norm is. In het vastgestelde beleidsplan openbare afvalbakken hebben we al aangegeven waar we de mogelijkheid van afvalscheiding gaan toepassen. 6.8 Aanpak retourlogistiek in binnenstad De Doesburgse binnenstad wordt intensief gebruikt. Er wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Die functies zijn niet altijd makkelijk te verenigen. Een van de zaken die lastig kan zijn is het goed afvoeren van vrijkomende afvalstromen bij ondernemers. Ondernemers moeten dit zelf regelen en kiezen hun eigen afvalverwerker.

Daardoor ontstaan heel veel vervoersbewegingen van vaak grote voertuigen. Door het slim bundelen van de afvalstromen kunnen de vervoersbewegingen beperkt worden. Samen met ondernemers gaan we onderzoeken of daar behoefte aan is. 6.9 Optimaal gebruik maken van capaciteit recycleplein Vanaf 1 juni 2020 maken ook de inwoners van de gemeente Rheden gebruik van het Recycleplein in Doesburg. We ontvangen daarvoor een vergoeding van de gemeente Rheden. Met het gebruik benutten we de capaciteit van het recycleplein beter en kunnen we de exploitatielasten van het recycleplein verlagen. We gaan de komende periode onderzoeken of we de resterende capaciteit ook nog kunnen benutten en daarmee de exploitatielasten nog verder kunnen verlagen. 6.10 Mobiel brengpunt grof afval Een mobiel brengpunt voor grof afval kan een laagdrempelige methode zijn voor het inleveren van een aantal stromen voor inwoners die niet altijd de mogelijkheid hebben om deze naar het recycleplein te brengen. Te denken valt aan allerlei soorten meubilair dat mogelijk nog een tweede leven kan krijgen. Het is vooral een servicemiddel. We onderzoeken met de andere Circulus-gemeenten de behoefte hiervoor en in welke vorm we deze kunnen aanbieden.

6.11 Circulair Ambachtcentrum Een Circulair Ambachtscentrum is een concept om de levensduur van waardevolle producten en materialen te verlengen of om productdelen en materialen hoogwaardig her te gebruiken. We voorkomen daarmee dat we onnodig producten en materialen verbranden. In een Circulair Ambachtscentrum worden de functies van een recycleplein, kringloopwinkel, reparatiewerkplaats, educatie en arbeidsparticipatie gecombineerd. Het kan zowel lokaal als regionaal als een netwerk worden ontwikkeld. We willen samen met Circulus en de andere Circulus-gemeenten onderzoeken hoe we een dergelijk centrum (regionaal) kunnen realiseren en welke functies we in Doesburg kunnen ontwikkelen.

21

7 Welke aanpak Voor de komende planperiode zijn er 3 ‘knoppen’ waar we aan kunnen draaien: de samenwerking met inwoners, de voorzieningen en de dienstverlening. 7.1 Samen met inwoners De betrokkenheid en inzet van inwoners is van groot belang. Ten eerste omdat inwoners het beste kunnen aangeven waar de verbeterpunten zitten; wat moeten we nog aanpakken. Ten tweede omdat we inwoners vervolgens ook nodig hebben om de resultaten te bereiken. Deze samenwerking loopt langs 3 lijnen, communicatie, participatie en educatie. 7.1.1 Communicatie We willen voortgaan op de wijze waarop de communicatie in de vorige beleidsperiode hebben ingestoken. We richten ons op positieve gedragsbeïnvloeding. De communicatie moet onze inwoners stimuleren hun afval beter te scheiden en ertoe leiden dat producten en grondstoffen op de hogere treden van de R-ladder worden verwerkt. Hoe kunnen wij inwoners hierbij helpen? Daar past communicatie bij die de dienstverlening begrijpelijk en aantrekkelijk presenteert, goed ‘geframed’ is, servicegericht, uitnodigend, positief, aanzet tot bewustwording, gericht op zelfreflectie en een duidelijk handelingsperspectief. Zie bijlage III voor een overzicht van de beschikbare communicatiemiddelen.

Daarbij gaan we uit van de belangrijkste drijfveren om goed te scheiden: het moet gemakkelijk zijn, het moet aantoonbaar nut hebben, het moet een goede gewoonte zijn of worden. Gemak kan hier vertaald worden naar: goed georganiseerd, zonder gedoe, goed gecommuniceerd. Nut kan hier vertaald worden naar: goede feedback, goede achtergrondinformatie, goede verantwoording van het bestede geld en extra moeite die scheiden kost. Gewoonte kan hier vertaald worden naar: aanleren gewenst gedrag binnen schoolverband, thuissituatie, in verenigingsverband en bij evenementen. Een belangrijk inzicht daarbij is ook dat het thema afval & grondstoffen niet alleen het eigen huishouden bestrijkt maar ook de directe leefomgeving, school, werkomgeving en evenementen.

7.1.2 Participatie: samenspel In dit plan worden verschillende maatregelen voorgesteld die uitgewerkt en ingevoerd kunnen worden. Dat doen we door samenwerking te zoeken met groepen inwoners, verenigingen, maatschappelijke organisaties, actiegroepen en dergelijke. Doel is actief aan de slag te gaan door middel van samenspel. We onderzoeken of we een afvalcoach kunnen inzetten. Deze persoon kan erop toezien dat afval op de juiste wijze wordt aangeboden (voorkomen van dumpingen en zwerfafval), maar kan bewoners ook ter dienste zijn bij allerlei vragen over het aanbieden en scheiden van afval/grondstoffen. De verenigingen in Doesburg kunnen ondersteuning krijgen bij hun duurzame ambities. Zij kunnen gebruik maken van de gemeentelijke dienstverlening voor de inzameling van PMD (en indien gewenst, papier). 7.1.3 Educatie Gemeente Doesburg ondersteunt educatie op het gebied van duurzaamheid. Alle basisscholen in Doesburg doen mee aan het programma ‘Cruise2Reduce’. Dit is een rijdende recyclefabriek van Circulus. Scholen kunnen deze bus gratis boeken. Hiermee leren leerlingen op een inspirerende en enthousiaste manier dat afvalscheiding en recycling belangrijk is, en dat afval voorkomen (reductie) nog slimmer is. 7.2 Voorzieningen De infrastructuur in Doesburg is op orde en toekomstbestendig. Toch kan het wenselijk zijn om nog wat beperkte wijzigingen aan te brengen (fine tunen).

7.3 Dienstverlening Naar aanleiding van de inventarisatie van de verbeterpunten, het overleg met inwoners en de verwachte effecten kan het wenselijk zijn de dienstverlening te wijzigen. Daarnaast kunnen ook uit het klanttevredenheidsonderzoek, dat continu wordt uitgevoerd, ideeën en behoeftes naar voren komen die het wenselijk maken om de dienstverlening daar op aan te passen.

23

8 Evaluatie openbare afvalbakken 2021-2025 8.1 Inleiding In 2021 is het Beheer- en uitvoeringsplan openbare afvalbakken opgesteld. Het vertrekpunt voor dit plan was het op 26 november 2020 door de raad vastgestelde Beleidsplan openbare afvalbakken. Doelstelling van het beleidsplan was de verbetering van de infrastructuur voor afvalbakken in de openbare ruimte van Doesburg. De gemeente Doesburg had op dat moment ca. 265 afvalbakken in eigendom en beheer. Dat waren er twee keer zoveel als in vergelijkbare gemeenten. De afbakken droegen niet in alle gevallen bij aan een schone leefomgeving. Doesburg had nog geen beleidskaders voor openbare afvalbakken. Bij het ontbreken van beleidskaders waren er ook geen richtlijnen om verzoeken van inwoners of ondernemers voor een nieuwe afvalbak aan te toetsen. Hierdoor was er in zekere mate een wildgroei aan afvalbakken en typen bakken ontstaan. Het Beleidsplan openbare afvalbakken en het daaruit voortkomende Beheer- en uitvoeringsplan openbare afvalbakken moesten tot een gestructureerde en betere en efficiëntere aanpak van het plaatsen en beheren van de afvalbakken leiden. In deze evaluatie blikken we terug op het uitvoeringsproces van het Beheer- en uitvoeringsplan en brengen we de effecten hiervan zo goed mogelijk in kaart.

Door beperkte financiële middelen en capaciteit is de evaluatie vooral gebaseerd op visuele waarnemingen en praktijkbeleving. 8.1.1 Plaatsingscriteria De onderstaande plaatsingscriteria zijn vastgesteld. Plaatsen waar in ieder geval afvalbakken moeten staan: •

Hondenloslooproutes/-uitlaatroutes;

•

Bij recreatieve voorziening of ingang park;

•

Kernwinkelgebied binnenstad;

•

Bij speelgelegenheid (incl. hangplekken/ trapveldjes);

•

Bushaltes;

•

In-/uitgangen bezoekersparkeerplaatsen;

Plaatsen waar geen afvalbakken moeten staan: •

In woonwijken;

•

Afvalbak in winkelgebied in wijk;

•

Bij ondergrondse containers;

•

Afvalbak bij bankje / rustpunt buiten bebouwde kom;

•

Afvalbak naast eetgelegenheid;

•

Langs fietspaden.

Uitzondering hierop zijn adoptiebakken. Indien inwoners bereid zijn afvalbakken te adopteren, dan kan na overleg besloten worden toch op deze plaatsen afvalbakken te zetten dan wel te handhaven. Inwoners die de afvalbak adopteren zijn dan zelf verantwoordelijk voor het legen en schoonhouden van de bak en het schoonhouden van de directe omgeving van de afvalbak. De plaatsingscriteria zijn vastgesteld om hiermee willekeur en een wildgroei aan afvalbakken in onze openbare ruimte te voorkomen. Door de afvalbakken die niet aan de plaatsingscriteria voldoen weg te halen, wordt het aantal afvalbakken in onze gemeente beperkt. 8.1.2 Kaders en beleid In het Beheer- en uitvoeringsplan Openbare afvalbakken zijn plaatsingscriteria voor de openbare afvalbakken vastgesteld. Deze plaatsingscriteria komen voort uit het Beleidsplan openbare afvalbakken. Het uitgangspunt is dat afvalbakken alleen op locaties geplaatst worden als die bijdragen aan een schone leefomgeving. Verzoeken van inwoners of ondernemers voor een nieuwe afvalbak worden aan de vastgestelde plaatsingscriteria getoetst. Als een verzoek niet aan de plaatsingscriteria voldoet, wordt dit niet gehonoreerd. Een inwoner kan voor de betreffende locatie wel een afvalbak adopteren en daar zelf zorg voor dragen.

8.1.3 Evaluatie In juni-juli 2022 is het uitvoeringsplan uitgerold en zijn de openbare afvalbakken verwijderd, geplaats of herplaatst volgens de in het beheerplan beschreven richtlijnen en criteria. Op dit moment hebben we in Doesburg 130 openbare afvalbakken, waarvan 7 afvalbakken die door inwoners zijn geadopteerd. De grote variatie aan type afvalbakken en kleurstellingen hebben we vervangen door één enkel type afvalbak met het Doesburgse Hanzelogo in twee kleurstellingen. Antraciet voor de binnenstad en groen voor de overige wijken. Hiermee vergroten we de herkenbaarheid van de afvalbakken. Alle afvalbakken hebben een kleine ronde opening om te voorkomen dat inwoners er hun huishoudelijk afval in proppen. Het verwijderen en herplaatsen van de afvalbaken vroeg enige gewenning van de inwoners. Vooral op de speelplaatsen. Hier stonden bakken op het terrein die naar een locatie buiten het terrein zijn verplaatst. Ook bij de bankjes vroeg het om gewenning omdat niet meer bij ieder bankje een afvalbak staat maar op een centrale locatie tussen de bankjes. Na (her)plaatsing hebben we visueel gemonitord. De beheerder van de bakken heeft over een aantal maanden 2-3 x per week de aanwezigheid van zwerfafval gemonitord. In de eerste twee maanden is er een duidelijke toename van het aantal bijzettingen van huisvuil geconstateerd op locaties waar afvalbakken zijn verwijderd.

Mogelijk als reactie op het nieuwe beleid. Na enkele maanden nam dit weer duidelijk af. Uiteindelijk constateren we nu een vermindering van de

25

hoeveelheid zwerfafval in de openbare ruimte ten opzichte van vorige situatie waarin we nog 265 afvalbakken hadden. We zagen dat inwoners op hondenuitlaatroutes nog moesten wennen aan de nieuwe locaties van de bakken. Hondenpoepzakjes werden op de oude locatie van de afvalbakken of bij bankjes gedropt. Na enige tijd hebben de inwoners hun route aangepast en werden de beschikbare bakken weer gevonden en benut. Ondanks de kleine opening van de afvalbakken probeerden in het begin op enkele locaties sommige inwoners hun huisvuil er alsnog in te proppen. Daardoor raakte de opening verstopt en deponeerden de hondenbezitters de hondenpoepzakjes naast de bak. Na verloop van tijd is dit probleem afgenomen en komt dit nu nog sporadisch op sommige locaties voor. Het algemene beeld is dat de hoeveelheid zwerfafval is afgenomen en er weinig zwerfvuil in de stad is. Ook langs de fietsroutes treffen we weinig zwerfafval aan. Er zijn enkele concentratiepunten waar we wel zwerfvuil blijven aantreffen en die onze aandacht blijven vragen. Dit zijn de op- en afritten van de invalswegen en de invalswegen naar de buurten toe (Beinum en centrum). Op deze locaties komen geen voetgangers. Afvalbakken helpen hier dan ook niet. Het algemene beeld is ontstaan op basis van de visuele waarnemingen van de collega's van de buitendienst en van de leden van de zwerfafvalbrigade.

De invoering van statiegeld op blikjes en plastic flesjes heeft ook substantieel bijgedragen aan de vermindering van de hoeveelheid zwerfafval. Het fenomeen dat afvalbakken worden doorzocht op blikjes en/of flesjes wat leidt tot rotzooi rondom de afvalbakken kennen we in Doesburg niet. Zowel in het huidige Grondstoffenplan als in het Afvalbakkenbeleidsplan is de plaatsing van dubbele afvalbakken in de binnenstad opgenomen. Dit om ons te profileren als een duurzame gemeente waar afvalscheiding de norm is, ook in de openbare ruimte. Deze plaatsing zal het komende jaar uitgevoerd worden. We blijven de locaties van de afvalbakken monitoren op hun optimale bijdrage aan de schone leefomgeving. Als blijkt dat een afvalbak op een bepaalde locatie slechts weinig wordt gebruikt kunnen we overwegen deze te verwijderen of te verplaatsen. Aandachtslocaties zoals het Burgemeester Keiserplein behoren niet tot de scoop van deze evaluatie. Het gaat op deze locatie niet om zwerfafval maar om het dumpen van huishoudelijk afval. Dat wil overigens niet zeggen dat we er geen aandacht voor hebben. Dat hebben we nadrukkelijk wel maar een eventuele oplossing van dit hardnekkige probleem kunnen we niet zoeken in het plaatsen van afvalbakken.

Bijlage I Toelichting toetsingskader

Waarom een toetsingskader? Met een uniform toetsingskader wordt expliciet gemaakt waaraan nieuw grondstoffenbeleid moet worden getoetst en hoe alternatieve beleidsmaatregelen onderling vergeleken en gewogen kunnen worden. In deze uitgangspuntennotitie heeft het toetsingskader vier aandachtsvelden. Deze zijn: Milieu, Kosten, Service en Sociaal. Hierna worden de meest relevante ontwikkelingen en indicatoren voor die vier aandachtsgebieden van dat toetsingskader toegelicht. Gezamenlijk vormen ze het toetsingskader waarmee de voorgestelde beleidsmaatregelen worden gewogen. •

• • •

• • •

Maatwerk/ondersteuning kwetsbare groepen Participatie Ondersteuning maatschappelijke initiatieven Educatie SROI

•

Resultaten Klanttevredenheids onderzoeken

•

• •

Sociaal

Milieu

Service

Kosten

•

• • •

• • •

Minder restafval én meer kwaliteit grondstoffen Circulaire economie is meer dan recycling Reikwijdte ruimer dan in en om de woning CO2 effecten

Stijgende verwerkingstarieven Verbrandingsbelasting en CO2-heffing Dalende vergoeding PMD en nieuwe Raamovereenkomst Beweeglijke grondstofprijzen Producentenverantwoor delijkheid Effect statiegeld

27

Milieu (Inter) nationale doelstelling De afgelopen decennia is het afvalbeleid van de Nederlandse overheid met name gericht geweest op het stimuleren van gemeenten om meer afvalscheiding te bewerkstelligen. Eind vorige en begin deze eeuw hebben de Rijksprogramma’s GIHA (1995) en STAP (2001-2005) gezorgd voor landelijke richtlijnen rondom het scheiden van de verschillende grondstoffen als GFT, oud papier, glas en textiel. Vanaf 2008 is, door de introductie van de producentenverantwoordelijkheid op kunststof verpakkingen, opnieuw een grote transitie ingezet. Het eerste landelijke programma Van Afval Naar Grondstof (VANG, 2016-2020) heeft gemeenten aangezet de hoeveelheid restafval verder te verminderen richting maximaal 100 kilo per inwoner per jaar. Deze doelstelling is door bijna alle gemeenten overgenomen en er zijn grote stappen gezet. Zo ook in Deventer, waar deze doelstelling al sinds 2016 wordt gehaald. Tegelijkertijd zien we dat er ook internationaal steeds meer aandacht is gekomen voor de transitie naar een circulaire economie waarbij de focus naast de reductie van restafval, steeds meer op de kwaliteit van gescheiden grondstoffen is komen te liggen. Nederland Circulair in 2050 De Nederlandse overheid wil in 2050 een volledig circulaire economie hebben.

Omdat de (inter)nationale vraag naar grondstoffen steeds verder toeneemt, moeten we zuiniger omgaan met onze grondstoffen. De focus van Den Haag ligt hierbij de komende jaren op het verminderen van het gebruik van grondstoffen, vervangen van fossiele door hernieuwbare grondstoffen, verlengen van de levensduur van producten en hoogwaardige recycling. Concrete maatregelen om deze doelstellingen te verwezenlijken zijn opgenomen in het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) 2023-2030, waar ook het VANG-programma onderdeel van uitmaakt. Daarnaast is er vanaf 1 juli 2020 een wettelijke verplichting om GFT, papier, metalen, kunststof, glas en elektrische apparatuur gescheiden in te zamelen. Vanaf 1 januari 2025 komen textiel en gevaarlijk afval hierbij. Bovendien zorgt een stijgende (Nederlandse) verbrandingsbelasting ervoor dat het ook financieel aantrekkelijker wordt voor gemeenten om minder ongescheiden restafval te produceren. Dit alles maakt dat gemeenten meer en meer gestuurd worden in het meer én beter scheiden van hun huishoudelijke grondstoffen. Concreet resultaat van de verschoven focus is dat er nieuwe Europese doelstellingen zijn geformuleerd die niet langer de hoeveelheid restafval centraal stellen, maar zich richten op het aandeel daadwerkelijke recycling van huishoudelijk afval.

Dit betekent concreet dat afkeur, vervuiling en sorteerresidue niet meetellen bij het meten van de recyclingdoelstellingen. De EU heeft als doel gesteld dat in 2030 minimaal 60% van het huishoudelijk afval daadwerkelijk gerecycled moet worden (en in 2035 zelfs 65%). Deze doelstellingen zijn ook door het VANGprogramma overgenomen, waarmee gemeenten de komende jaren worden ondersteund om de stap te zetten naar meer, hoogwaardig gescheiden grondstoffen en minder restafval.

Waar deze doelstellingen nu nog zijn opgenomen en uitgewerkt in het LAP (landelijk afvalbeheerplan), zullen deze vanaf 2025 een plek krijgen in het nieuw te ontwikkelen Circulair Materialenplan (CMP). Dit CMP moet het LAP gaan vervangen en de aandacht -geheel in lijn met de nieuwe Europese en landelijke doelstellingen- gaan verleggen naar het optimaliseren van de gehele keten in plaats van enkel de afvalfase van producten. Minder restafval en meer kwaliteit grondstoffen De focus in het VANG beleid op de reductie van het restafval van huishoudens veronderstelt dat die gepaard gaat met een toename van de daaruit gescheiden potentiële grondstoffen. Een stijgend scheidingspercentage (grondstoffen/totaal rest en grondstoffen) en een dalende restafval hoeveelheid zijn samen de belangrijkste milieu-indicatoren. Steeds meer wordt in de landelijke discussie over het grondstoffenbeleid de vraag opgeworpen of restafval hoeveelheid en scheidingspercentage wel voldoende indicatoren zijn voor de beoogde transitie naar een meer circulaire economie. Er zijn indicaties dat bij de sterk afgenomen restafval hoeveelheid ook sprake is van een toename van de vervuiling met restafval van de gescheiden ingezamelde grondstoffen. Sorteeranalyses van bijvoorbeeld het ingezamelde PMD in Doesburg tonen te hoge vervuilingspercentages.

Ook bij andere stromen zoals gft, papier en textiel is er zorg over oplopende vervuiling. In dat geval leidt een lagere restafval hoeveelheid tot kwalitatief slechtere grondstoffen, die slecht of tegen te hoge kosten gerecycled kunnen worden. De aandacht voor de kwaliteit van de gescheiden grondstoffen behoort daarom meer prioriteit te krijgen in het meten van de milieueffecten van het grondstoffenbeleid. Meer grondstoffen leidt immers tot minder restafval, maar minder rest afval leidt niet per definitie tot meer grondstoffen. Circulaire economie is meer dan recycling Met het scheiden van grondstoffen zoals gft, papier, glas, PMD etc. uit het restafval beoogt het grondstoffenbeleid de recycling van deze gescheiden stromen mogelijk te maken en te stimuleren. Daarmee ligt het accent in het beleid en de indicatoren daarvoor op het hergebruik van materialen die vrijkomen bij huishoudens.

29

Voorafgaand aan de fase van recycling geldt evenwel dat preventie (refuse), hergebruik van het product (reuse), reparatie en revisie allen ook bijdragen aan een meer circulaire economie waarin het beroep op en de afhankelijkheid van virgin (nieuwe) grondstoffen af kan nemen. De milieuwinst zal daarvan juist door minder te hoeven recyclen eerder groter dan kleiner zijn3. In een gemeentelijk grondstoffenbeleid dat tot doel heeft de (regionale) circulaire economie te stimuleren past het dan ook deze r’s voorafgaand aan de recycling ook mee te nemen in de milieu-indicator. Door preventiebeleid dat bijvoorbeeld voedselverspilling of gedrukte folders terugdringt kan het scheidingspercentage zelfs dalen, tenzij deze stromen nu nog in het restafval zitten. Dat geldt ook voor het stimuleren van het hergebruik van (onderdelen) van elektrische apparaten of andere activiteiten van kringloopbedrijven. In gedachtenvorming over hoe een (regionale) circulaire economie moet worden gestimuleerd is het dus zaak ook in het gemeentelijk beleid aandacht te hebben voor deze treden binnen de circulaire r-ladder.4 3

Mogelijke uitzondering hierop nieuwe producten die milieutechnisch beschouwd in het gebruik aanzienlijk gunstiger presteren dan die waarvan de levensduur wordt verlengd. 4 Zie ook https://www.pbl.nl/onderwerpen/circulaire-economie

Reikwijdte ruimer dan in en om de woning De milieu effectiviteit van het gedrag van huishoudens in en om de woning lijkt er gebaat bij dat dezelfde gedragsprincipes ook op jonge leeftijd, op school of tijdens vrije tijd gestimuleerd worden. Educatie op basisscholen is daar een voorbeeld van zoals in het programma Cleanwise 5. In combinatie met dit educatieprogramma worden scholen gefaciliteerd bij de gescheiden inzameling van PMD. Inmiddels doen meer dan 100 scholen in onze regio mee. Reiniging rondom evenementen wordt in Doesburg serieus aangepakt. Door tijdens en na evenementen goed te reinigen, afvalscheiding te faciliteren en waar mogelijk duurzame alternatieven toe te passen worden evenementen zo duurzaam mogelijk. Circulus-Berkel onderzoekt samen met al haar gemeenten hoe evenementen nog beter gefaciliteerd kunnen worden. Met bovenstaande acties wordt de reikwijdte van het beleid verruimd buiten de woning van het huishouden. Voor de milieu-indicator van het beleid zullen dan ook de omvang en effecten daarvan moeten worden meegewogen. CO2 effecten Als we deze grondstoffen gaan scheiden, besparen we veel nieuwe grondstoffen en CO2 om nieuwe grondstoffen te maken. Hergebruik kost namelijk velen malen minder energie. Denk verder aan minder restafval verbranding, maar ook minder kilometers van inzamelvoertuigen en transport naar verwerkers.

Kosten Hogere verbrandingsbelasting en CO2-heffing De landelijke overheid heeft ook financieel instrumentarium ingezet om gemeenten te verleiden meer en beter grondstoffen te gaan scheiden. Zo is in 2015 de afvalstoffenbelasting (ook wel verbrandingsbelasting genoemd) geïntroduceerd van € 13,00 per ton (1000 kilogram). Deze belasting, die inwoners moet stimuleren minder restafval te produceren, betekent dat voor elke ton restafval die wordt verbrand, een bedrag boven op het poorttarief van de verwerker moet worden betaald. In 2024 bedraagt deze belasting al € 39,23 per ton. Het is momenteel niet duidelijk tot welk bedrag dit gaat oplopen. Daarnaast is er internationaal een CO2-heffing in het leven geroepen, waarmee gemeenten vanaf 2025 (jaarlijks oplopend tot 2030) worden geconfronteerd, die het verbranden van restafval financieel nog onaantrekkelijker maakt. De exacte hoogte hiervan wordt bepaald wordt door de hoeveelheid fossiele materialen in het restafval.

5 Zie www.circulus-berkel.nl/clean-wise-start/

31

Productenverantwoordelijkheid Regelingen rondom uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) krijgen een steeds belangrijkere rol in het beheer van huishoudelijke afval- en grondstoffen. Waar tot eind jaren negentig de gemeente de enige verantwoordelijke was voor de inzameling en verwerking van alle huishoudelijke afvalstromen, is deze verantwoordelijkheid sinds het begin van deze eeuw (onder het mom van ‘de vervuiler betaalt’) voor een aantal belangrijke grondstofstromen deels verschoven naar de producenten (en importeurs) ervan. Toegenomen aandacht voor kwaliteit en recyclebaarheid van secundaire grondstoffen heeft de (inter)nationale roep om meer producentenverantwoordelijkheid gesterkt. Uitgangspunt van UPV is namelijk het idee dat wanneer producenten de taak krijgen om hun eigen producten weer te recyclen, dit de kwaliteit van producten en materialen die worden gebruikt ten goede komt. Bovendien moet deze verantwoordelijkheid bij producenten ook bijdragen aan het verkleinen van de afvalberg. Waar de UPV voor verpakkingen, AEEA en batterijen de afgelopen 20 jaar is ingericht, zien we de laatste paar jaar een uitbreiding naar andere grondstofstromen: zo is de UPV voor matrassen in 2022 geïmplementeerd en geldt sinds 1 juli 2023 ook producentenverantwoordelijkheid voor textiel.

De verwachting is bovendien dat producenten en importeurs per 2026 ook voor de (inzameling en) recycling van luiers verantwoordelijk gaan zijn, en is wellicht ook een UPV voor meubels in de maak. Voor gemeenten betekent dit dat de financiering van de inzameling en recycling van deze afvalstromen niet langer (geheel) via de gemeentekas (afvalstoffenheffing) loopt, maar door de producent moet worden georganiseerd en betaald. Gemeentelijke regie onder druk? Hoewel het verwachtte effect op de afvalhoeveelheden en -samenstelling dus waarschijnlijk gering is, kan de uitbreiding van UPV in de toekomst wellicht wel gevolgen hebben voor de rol die de gemeente speelt in het beheer van huishoudelijke afval- en grondstoffen. Onder het mom van ‘wie betaalt, bepaalt’ kan het namelijk zo zijn dat de regie over de inzameling en recycling van de verschillende grondstoffen die onder UPV (gaan) vallen, in de toekomst (deels?) verschuift van de gemeente naar de producenten.

Rondom verpakkingen speelt de discussie de laatste tijd al volop: heb je als gemeente straks nog wel alle vrijheid om in te zamelen hoe je zelf wilt, of gaan producenten de regie hierover naar zich toe trekken? Gaan producenten in de toekomst verplichte inzamelmethodes voorschrijven om voor vergoeding in aanmerking te komen, of de inzameling zelfs geheel zelf organiseren? Om de inzameling en recycling van huishoudelijk afval toekomstbestendig te houden, is het in ieder geval zaak om bij elke (grote) interventie rekening te houden met een scenario waarbij de regie op grondstoffen die onder een UPV (gaan) vallen, (deels) wordt overgedragen aan de verantwoordelijke producent(en). De staatssecretaris gaf in oktober 2023 aan de komende tijd meer duidelijkheid te willen gaan verschaffen in de rolverdeling tussen producenten en gemeenten in bestaande en nieuwe UPV’s. Het is nog onduidelijk wanneer de resultaten hiervan verschijnen.

Het effect dat de uitbreiding van UPV op matrassen, textiel en luiers op de afvalhoeveelheden in Deventer heeft, zal naar verwachting in eerste instantie gering zijn. Om de systematiek van

UPV echt effect te laten hebben op de keten, en daarmee op de afvalproductie, is een transitie van de keten noodzakelijk die jaren kan duren. Op den duur zullen gemeenten wel degelijk verschillen in massabalansen gaan opmerken, maar voor de korte termijn valt nauwelijks tot geen effect te verwachten op de hoeveelheid grondstoffen die onder gemeentelijke regie moeten worden ingezameld en verwerkt. Nieuwe afspraken over verpakkingen Toenemende onenigheid tussen gemeenten en Verpact over de uitvoering van de UPV voor verpakkingen, heeft ertoe geleid dat de VNG (na een aangenomen motie hiertoe, ingediend door Losser) in 2023 heeft besloten de samenwerkingsovereenkomst na 2024 niet te verlengen. Dit betekent dat er nieuwe onderhandelingen moeten worden gevoerd over de rolverdeling tussen gemeenten en producenten bij het inzamelen en recyclen van verpakkingen. Doesburg heeft evenals vele andere gemeenten daarop de Deelnemersovereenkomst met Verpact opgezegd.

Beweeglijke grondstofprijzen Voor vrijwel alle grondstofsoorten geldt dat de marktprijs erg beweeglijk is. Door verschillende oorzaken zijn de prijzen in meerdere grondstofmarkten onder zware druk gekomen. Zo heeft de extra toevloed op de Europese markt van geweigerde plastics in Azië (bedrijfsstromen uit bijvoorbeeld VS en UK) de afzetprijzen en recycle kosten voor huishoudelijke plastics aanzienlijk verslechterd. Soortgelijke ontwikkelingen zijn momenteel waarneembaar voor papier, hout, textiel en GFT. Naarmate het aandeel af te zetten grondstoffen uit de huishoudelijke afvalstomen toeneemt, zal die beweeglijkheid ook zijn effect hebben op de kosten van het afvalbeheer. Effecten uitbreiding statiegeld Het succes van het statiegeldsysteem voor grote PET-flessen en glazen flessen (waarbij 95% van de flessen wordt ingeleverd en zodoende zeer hoogwaardig kan worden gerecycled) heeft er (mede) voor gezorgd dat deze systematiek de afgelopen jaren is uitgebreid. Per 1 juli 2021 wordt ook statiegeld geheven op kleine PET-flesjes, en per 1 april 2023 ook op blikjes. Na een jaar statiegeld werden 80% van de kleine flesjes weer ingeleverd. Onderzoek laat verder zien dat de hoeveelheid blikjes die op straat wordt aangetroffen begin 2024 met 82% is afgenomen ten opzichte van 2022. De doelstelling van 90% wordt hiermee echter voor beide stromen nog niet gehaald.

Het verpakkend bedrijfsleven is door de overheid gemaand om het inzamelsysteem uit te breiden. De uitbreiding van het statiegeldsysteem heeft niet alleen effect op het zwerfafval, maar ook op de samenstelling van het PMD dat we gescheiden inzamelen. Onderzoek laat zien dat kleine flesjes (2,5%) en blikjes (5%) samen zo’n 7,5% van het PMD uitmaken. Dit betekent niet dat de hoeveelheid gescheiden PMD daalt door de uitbreiding van statiegeld. De afname van de (schone en hoogwaardige) flesjes en blikjes in het PMD zorgt bovendien voor een dalende kwaliteit van deze grondstofstroom door een relatieve toename van laagwaardiger PMD en

33

vervuiling. Toch is het lastig om dit effect te onderscheiden van andere ontwikkelingen die invloed hebben op de hoeveelheid en kwaliteit van het PMD, zoals veranderende acceptatieprotocollen en scheidingsgedrag. Service Resultaten klant tevredenheid onderzoeken Circulus laat door een extern bureau continue de tevredenheid van de inwoners van Doesburg, en de inwoners van de andere Circulus-gemeenten, onderzoeken. Ze onderzoeken de tevredenheid over de aspecten brengpunten, huis-aan-huis inzameling, aanbiedmogelijkheden, recycleplein en contact. Sociaal Maatwerk/ondersteuning kwetsbare groepen Zo lang mogelijk thuis blijven wonen, dat is steeds meer de insteek in de samenleving. Dat vraagt ruimte voor maatwerk en meedenken. Daarnaast moet er aandacht zijn voor (financiële) compensatie, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van erg veel (medisch) afval of mensen niet in staat zijn gebruik te maken van de voorzieningen. Ondersteuning maatschappelijke initiatieven Minder restafval produceren, afval scheiden en verantwoord omgaan met grondstoffen wordt voor steeds meer mensen vanzelfsprekend. Meestal in situaties die niet naadloos aansluiten bij het vastgestelde beleid. Denk aan het afvoeren van afval na een zwerfvuilactie, het faciliteren van een repair-cafe of het gescheiden afvoeren van de niet verkochte spullen na een rommelmarkt.

Vaak georganiseerd door betrokken burgers zijn deze initiatieven van grote waarde voor de samenleving. SROI Circulus-Berkel zet zich in voor sociale werkgelegenheid bij de uitvoering van haar dienstverlening. Bij het (door)ontwikkelen van beleid wordt ook gekeken naar de mogelijkheden voor het realiseren van werk voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Bijlage II Communicatie instrumenten

In samenwerking met de aandeelhoudende gemeenten en diverse partnerorganisaties werkt Circulus voortdurend aan een passend pakket communicatiemiddelen. Onderstaand een overzicht van de op dit moment in gebruik zijnde en/of beschikbare middelen. Om de (mogelijke) onbekendheid met deze middelen te verkleinen, stellen wij voor deze via de website en andere communicatiekanalen van de gemeente te promoten. Een aantal onderdelen (website, app, seizoenspagina, folder) kunnen goed ingezet worden om de veranderingen te introduceren. Afvalvrij App met basisinfo: kalender, wat-hoort-waar, spelregels, openingstijden, afvalwijzer Website met uitgebreide info: nieuws, kalender, wat-hoort-waar-tool, hoe is inzameling geregeld, wat gebeurt met uw afval, waar staan containers (kaart) Seizoenspagina in krant 4x per jaar met nieuws en tips Banner voor gemeentepagina’s en gemeentewebsite Folder Waar laat ik mijn afval? Overzicht voor nieuwkomers. Contactkaartje: waar kan ik terecht? Afvalfilmpjes over afvalscheiding voor nieuwkomers in diverse talen Social Media (facebook en Linkedin)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=c80a89c6-4a8c-447f-8339-96f48b76544b