Bijlage - Akte van statutenwijzigiging bestuurstichting IJsselgraaf-Spelenderwijs
Tekst van het document
Concept d.d. 05-03-2026
2025.2172/AOO/ste/1.
-1-
STATUTENWIJZIGING Bestuurstichting IJsselgraaf-SpelenderWijs (na wijziging: Bestuursstichting IJsselgraaf Kinderopvang en Onderwijs) Vandaag, @, verscheen voor mij, @mr. JEROEN FRANCISCUS MARIA SCHOOT, notaris te Doetinchem: de heer Gerardus Maarten BUITING, geboren te Zevenaar op tien juli negentienhonderd vijfenzeventig, van wie de identiteit, door mij, notaris, werd vastgesteld aan de hand van een identiteitsdocument als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht, te dezer akte woonplaats kiezende te Keppelseweg 56, 6999 AR Hummelo, die hierbij handelde als enig zelfstandig vertegenwoordigingsbevoegd bestuurder van de stichting: Bestuurstichting IJsselgraaf-SpelenderWijs, statutair gevestigd te Hummelo, gemeente Bronckhorst, kantoorhoudende te Keppelseweg 56, 6999 AR Hummelo, handelsregisternummer: 81267487, hierna: de stichting, en in die hoedanigheid bevoegd op grond van artikel 15 lid 3 van de statuten van de stichting om de statutenwijziging bij notariële akte vast te leggen. De verschenen persoon verklaarde: INLEIDING a.
Bij akte op tweeëntwintig december tweeduizend twintig voor mr. K.A. Breuker, destijds notaris te Leeuwarden, verleden is de stichting opgericht.
b.
Sinds de oprichting van de stichting hebben geen wijzigingen in de statuten plaatsgevonden noch is een besluit tot statutenwijziging genomen.
c.
@Vandaag heeft het bestuur van de stichting besloten om de statuten van de stichting te wijzigen. Dit besluit is schriftelijk vastgelegd in een onderhandse akte die aan deze akte zal worden gehecht (Bijlage 1). Aan alle formele vereisten betreffende de bijeenroeping voor en de totstandkoming van het besluit is voldaan.
d.
De sub c. gemelde besluitvorming tot statutenwijziging heeft de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht van de stichting, waarvan blijkt uit een onderhandse akte die aan deze akte zal worden gehecht (Bijlage 2).
e.
De sub c. gemelde besluitvorming tot statutenwijziging heeft de voorafgaande instemming van de respectievelijke raden van de gemeenten Doetinchem, Bronckhorst en Doesburg, waarvan blijkt uit drie (3) onderhandse akten die aan deze akte zullen worden gehecht (Bijlage 3).
Concept d.d. 05-03-2026
-2STATUTENWIJZIGING De verschenen persoon verklaarde ter uitvoering van dit besluit de statuten van de stichting bij dezen gedeeltelijk te wijzigen. De statuten worden gewijzigd in die zin dat de hierna gemelde artikelen voortaan zullen luiden als volgt: Artikel 1 lid 1 zal voortaan luiden als volgt: Artikel 1 - Naam en zetel 1.
De stichting draagt de naam: Bestuursstichting IJsselgraaf Kinderopvang en Onderwijs.
Artikel 2 lid 2 zal voortaan luiden als volgt: Artikel 2 - Doel Enzovoorts. 2.
De stichting tracht haar doel in het bijzonder te verwezenlijken door het binnen het in lid 1 omschreven kader doen bieden van kinderopvang als bedoeld in de Wet kinderopvang, verder ook aan te duiden als: "WKO", alsmede door het doen geven van openbaar primair onderwijs als bedoeld in de wet op het primair onderwijs, verder ook aan te duiden als: "WPO", en het daartoe voeren van bestuur over en het bevorderen van de bestuurlijke samenwerking tussen de navolgende stichtingen, te weten: a.
Stichting IJsselgraaf Onderwijs, statutair gevestigd te Hummelo, gemeente Bronckhorst, ingeschreven in het handelsregister onder nummer 09132117, hierna in deze statuten ook aan te duiden als: IJsselgraaf Onderwijs;
b. Stichting IJsselgraaf Kinderopvang, statutair gevestigd te Hummelo, gemeente Bronckhorst, ingeschreven in het handelsregister onder nummer 61142522, hierna in deze statuten ook aan te duiden als: IJsselgraaf Kinderopvang; alsmede al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin. Artikel 8 zal voortaan luiden als volgt: Artikel 8 - Vertegenwoordiging 1.
Het College van Bestuur vertegenwoordigt de stichting, voor zover uit de wet of uit deze statuten niet anders voortvloeit. De bevoegdheid tot vertegenwoordiging komt mede toe aan elk lid van het College van Bestuur afzonderlijk.
2.
De bevoegdheid tot vertegenwoordiging die aan het College van Bestuur of aan een lid van het College van Bestuur toekomt, is onbeperkt en
Concept d.d. 05-03-2026
-3onvoorwaardelijk, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit. Een wettelijk toegelaten of voorgeschreven beperking van of voorwaarde voor de bevoegdheid tot vertegenwoordiging kan slechts door de stichting worden ingeroepen. De aanhef van artikel 18 zal voortaan luiden als volgt: Artikel 18 - Slotbepalingen Enzovoorts. Artikel 19 zal komen te vervallen. Voor het overige blijven de statuten ongewijzigd van kracht. Na de onderhavige wijzigingen luidt de doorlopende tekst van de statuten in zijn geheel als volgt: STATUTEN Artikel 1 - Naam en zetel 1.
De stichting draagt de naam: Bestuursstichting IJsselgraaf Kinderopvang en Onderwijs.
2.
Zij heeft haar zetel te Hummelo, gemeente Bronckhorst.
Artikel 2 - Doel 1.
De stichting heeft ten doel het bevorderen van de verzorging, opvoeding en ontwikkeling alsmede de educatie van kinderen totdat voor hen het voortgezet onderwijs begint. zulks ten behoeve van hun optimale ontwikkeling volgens doorlopende ontwikkelingslijnen, zulks alles met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden en op voor alle kinderen, zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing, toegankelijke wijze, alsmede al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin.
2.
De stichting tracht haar doel in het bijzonder te verwezenlijken door het binnen het in lid 1 omschreven kader doen bieden van kinderopvang als bedoeld in de Wet kinderopvang, verder ook aan te duiden als: "WKO", alsmede door het doen geven van openbaar primair onderwijs als bedoeld in de wet op het primair onderwijs, verder ook aan te duiden als: "WPO", en het daartoe voeren van bestuur over en het bevorderen van de bestuurlijke samenwerking tussen de navolgende stichtingen, te weten: a.
Stichting IJsselgraaf Onderwijs, statutair gevestigd te Hummelo, gemeente Bronckhorst, ingeschreven in het handelsregister onder nummer 09132117, hierna in deze statuten ook aan te duiden als:
Concept d.d. 05-03-2026
-4IJsselgraaf Onderwijs; b.
Stichting IJsselgraaf Kinderopvang, statutair gevestigd te Hummelo, gemeente Bronckhorst, ingeschreven in het handelsregister onder nummer 61142522, hierna in deze statuten ook aan te duiden als: IJsselgraaf Kinderopvang;
alsmede al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin. 3.
Bij de verwezenlijking van haar doelstelling neemt de stichting in acht de regels als volgens toepasselijke wet- en regelgeving, daaronder in het bijzonder mede begrepen de WKO, de WPO en de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sectoren, verder ook aan te duiden als: "WNT”, en wel op een wijze als ware zij zelve houder van een of meer kindercentra, respectievelijk bevoegd gezag van een of meer scholen in de zin van die wetgeving, alsmede de regels als volgens haar eigen statuten en de statuten van de door haar bestuurde rechtspersonen, en voorts de regels volgens de breed gedragen, algemene opvattingen over goed bestuur in de sectoren kinderopvang en onderwijs, zoals deze van tijd tot tijd zullen luiden.
4.
De stichting waarborgt op de door haar te bepalen wijze dat allen die in haar statutaire organisatie een functie vervullen, in het bijzonder daaronder begrepen de leden van het College van Bestuur en van de Raad van Toezicht, zich ook persoonlijk gedragen naar de in het vorige lid bedoelde wet- en regelgeving op een wijze als past bij hun onderscheidenlijke functies in de stichting, zulks mede in het licht van haar in de voorgaande leden geformuleerde doelstelling en wijze van verwezenlijking daarvan, en is bevoegd zulks van deze functionarissen te verlangen.
5.
Het in lid 3 en 4 bepaalde geldt mede voor wat betreft voorzieningen, respectievelijk aanwijzingen welke op grond van de WKO, respectievelijk de WPO worden getroffen, respectievelijk gegeven, alsmede overige, daaraan soortgelijke op dergelijke wetgeving gebaseerde verplichtingen
6.
De stichting beoogt niet het maken van winst.
Artikel 3 - Geldmiddelen en vermogen 1.
Het vermogen en de inkomsten van de stichting worden gevormd door: a.
vergoedingen, subsidies en overige bijdragen;
b.
de inkomsten en opbrengsten uit de activiteiten van de stichting;
c.
het eigen vermogen van de stichting en de daaruit voortvloeiende inkomsten;
Concept d.d. 05-03-2026
-5-
2.
d.
schenkingen, erfstellingen en legaten;
e.
al hetgeen verder op wettige wijze wordt verkregen.
De stichting is gehouden in acht te nemen dat krachtens de WPO verkregen bekostiging, respectievelijk voorziening in de huisvesting, slechts met inachtneming van de daaraan volgens de WPO gestelde voorschriften kunnen worden besteed, respectievelijk gebruikt, zulks zowel voor zich als in het kader van haar op grond van artikel 2 lid 2 gevoerde bestuur. De stichting is voorts gehouden wegens het in de vorige volzin bepaalde de nodige waarborgen te treffen en aan te houden.
3.
Erfstellingen kunnen door de stichting slechts onder het voorrecht van boedelbeschrijving worden aanvaard.
Artikel 4 — Organen, gemeenschappelijk medezeggenschapsoverleg en gemeenten 1.
2.
De stichting kent als organen: a.
het College van Bestuur;
b.
de Raad van Toezicht.
De stichting kent een gemeenschappelijk medezeggenschapsoverleg, verder ook aan te duiden als: "het GMO", hetwelk op de door het College van Bestuur, gehoord de medezeggenschapsorganen als met inachtneming van de Wet medezeggenschap op scholen, verder ook aan te duiden als: “WMS", en de WKO verbonden aan de door haar bestuurde rechtspersonen en met goedkeuring van de Raad van Toezicht vast te stellen wijze, wordt gevormd door gemelde medezeggenschapsorganen, dan wel vertegenwoordigers daaruit, en welk GMO de taken en bevoegdheden heeft als volgens deze statuten en overigens zoals op voormelde wijze vast te stellen.
3.
De raad van de gemeente Bronckhorst, verder ook aan te duiden als: de Gemeenteraad Bronckhorst, de raad van de gemeente Doesburg, verder ook aan te duiden als: de Gemeenteraad Doesburg, en de raad van de gemeente Doetinchem, verder ook aan te duiden als: de Gemeenteraad Doetinchem, verder gezamenlijk ook aan te duiden als: de Gemeenteraden, hebben de taken en bevoegdheden als in deze statuten bepaald, zulks onverminderd de taken en bevoegdheden die zij elk voor zich respectievelijk hebben in de door de stichting bestuurde rechtspersonen krachtens de WPO. Behoudens indien deze statuten uitdrukkelijk anders bepalen oefenen de Gemeenteraden de hen volgens deze statuten toekomende bevoegdheden niet gezamenlijk uit, maar elk voor zich en mitsdien afzonderlijk. Daar waar de uitoefening van deze bevoegdheden door de Gemeenteraden de
Concept d.d. 05-03-2026
-6eensluidendheid van hun besluitvorming veronderstelt, is dat in de statuten uitdrukkelijk bepaald. Artikel 5 - College van Bestuur 1.
Het College van Bestuur van de stichting bestaat uit een door de Raad van Toezicht te bepalen aantal van ten hoogste twee (2) leden, ook aangeduid als "lid van het College van Bestuur".
2.
De leden van het College van Bestuur worden benoemd door de Raad van Toezicht. Benoeming heeft plaats op basis van vooraf openbaar gemaakte profielen en voor de duur als bij de benoeming bepaald. Een voormalig lid van de Raad van Toezicht is gedurende een periode van vier jaar na het einde van zijn lidmaatschap van de Raad van Toezicht niet benoembaar tot lid van het College van Bestuur. Het GMO wordt in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over deze profielen en over de voorgenomen benoeming van een lid van het College van Bestuur. De benoeming van een lid van het College van Bestuur wordt voorbereid door een sollicitatiecommissie. In deze sollicitatiecommissie hebben in elk geval zitting twee leden van het GMO en twee leden van de Raad van Toezicht. De werkwijze van de sollicitatiecommissie wordt nader vastgesteld in een door de Raad van Toezicht gehoord het GMO, vastgesteld reglement.
3.
De Raad van Toezicht benoemt uit de leden van het College van Bestuur de voorzitter van het College van Bestuur en voorziet in zijn plaatsvervanging. Rekening houdend met het in de vorige volzin bepaalde, stelt het College van Bestuur een taakverdeling vast, welke taakverdeling de goedkeuring van Raad van Toezicht behoeft.
4.
De Raad van Toezicht is tevens bevoegd een lid van het College van Bestuur te schorsen of te ontslaan. Een schorsing die niet binnen zes (6) maanden wordt gevolgd door een besluit tot opheffing of verlenging door de Raad van Toezicht, dan wel door een besluit tot ontslag, vervalt. Verlenging van een schorsing kan ten hoogste plaatsvinden voor een periode van drie (3) maanden. Het GMO wordt in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over het voorgenomen ontslag van een lid van het College van Bestuur.
5.
Bij ontstentenis of belet van een lid van het College van Bestuur, zal het andere lid tijdelijk met het bestuur zijn belast en aldus een bevoegd College van Bestuur zijn. Bij ontstentenis of belet van alle leden van het College van Bestuur, is de Raad van Toezicht bevoegd een of meer derden tijdelijk met het bestuur te belasten.
Concept d.d. 05-03-2026
-76.
De Raad van Toezicht regelt de beloning en de overige arbeidsvoorwaarden van ieder lid van het College van Bestuur.
Artikel 6 - Vergadering en besluitvorming College van Bestuur 1.
Bestuursvergaderingen worden gehouden, indien de voorzitter zulks nodig acht, ofwel indien het andere lid van het College van Bestuur zulks nodig acht en daartoe aan de voorzitter het verzoek richt. Ook de Raad van Toezicht kan de voorzitter verzoeken een bestuursvergadering te doen houden, indien de Raad van Toezicht zulks in de alsdan bestaande omstandigheden nodig acht. De voorzitter is tot oproeping bevoegd. Indien de voorzitter aan een verzoek als bedoeld in de eerste en tweede volzin van dit lid geen gevolg geeft op zodanige wijze, dat de vergadering kan worden gehouden binnen een week na het verzoek, is de verzoeker bevoegd zelf een vergadering op te roepen.
2.
De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het College van Bestuur en bij diens afwezigheid door degene die daartoe door de vergadering wordt aangewezen.
3.
Alle besluiten van het College van Bestuur worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Ieder lid van het College van Bestuur heeft het recht tot het uitbrengen van één stem. Staken de stemmen omtrent een voorstel, dan geldt het als verworpen maar wordt het, indien een van de leden van het College van Bestuur zulks gemotiveerd nodig acht, geagendeerd voor een binnen twee weken daarna te houden bestuursvergadering. Staken de stemmen alsdan opnieuw, dan wordt de Raad van Toezicht daarvan door de voorzitter in kennis gesteld.
4.
Een lid van het College van Bestuur neemt niet deel aan de beraadslagingen en de besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk tegenstrijdig belang heeft. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen omdat het bepaalde in de vorige volzin op alle leden van het College van Bestuur van toepassing is, wordt het besluit met voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht genomen door het College van Bestuur, tenzij volgens de alsdan vigerende wet de Raad van Toezicht in de gegeven omstandigheden bevoegd is te besluiten, in welk geval de Raad van Toezicht ter zake besluit.
5.
In alle geschillen omtrent stemmingen, niet bij de statuten of een reglement voorzien en niet zijnde het uitbrengen van stem zelve, beslist de voorzitter der vergadering.
6.
Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden.
Concept d.d. 05-03-2026
-8De notulen worden vastgesteld en getekend door degene, die in de vergadering als voorzitter heeft gefungeerd. 7.
Het College van Bestuur kan zijn wijze van vergaderen en besluitvorming nader regelen bij reglement, welk reglement de goedkeuring van de Raad van Toezicht behoeft.
8.
Het College van Bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits met schriftelijk uitgebrachte stemmen van alle leden van het College van Bestuur. Voor de toepassing van het in de vorige volzin bepaalde wordt onder een schriftelijk uitgebrachte stem verstaan een stem welke is uitgebracht door middel van een in geschrift weergegeven elektronisch bericht.
9.
Indien en voor zolang het College van Bestuur wordt gevormd door een lid geldt in afwijking van het in de voorgaande leden bepaalde, doch onverminderd het bepaalde in de leden 7 en 8 daarvan, dat besluitvorming van het College van Bestuur schriftelijk wordt vastgelegd.
Artikel 7 - Bestuursvoering en goedkeuring besluiten door Raad van Toezicht 1.
De stichting wordt bestuurd door het College van Bestuur, zulks onder toezicht van de Raad van Toezicht.
2.
Elk lid van het College van Bestuur is tegenover de stichting gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak en zich daarbij te richten naar het belang van de stichting en de aan haar verbonden organisatie.
3.
Het College van Bestuur neemt bij de uitoefening van zijn taak in acht: a.
het strategisch meerjarenplan; en
b.
de begroting;
welk strategisch meerjarenplan en welke begroting met voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht door het College van Bestuur worden vastgesteld. 4.
Het College van Bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van onroerende zaken en andere registergoederen, alsmede tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt, zulks alles met inachtneming van het bepaalde in lid 5 sub j.
5.
Onverminderd het elders in deze statuten bepaalde, behoeft het College van Bestuur de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht voor besluiten omtrent:
Concept d.d. 05-03-2026
-9a.
het vaststellen en wijzigen van het door de stichting gehanteerde sociaal statuut;
b.
het vaststellen en wijzigen van het door de stichting gehanteerde treasury statuut;
c.
het aangaan of beëindigen van duurzame samenwerking van de stichting met een andere rechtspersoon of organisatie, daaronder mede begrepen het nemen van een deelneming of het optreden als volledig aansprakelijk vennote in een commanditaire vennootschap of vennootschap onder firma, indien deze samenwerking of beëindiging van ingrijpende betekenis is;
d.
uitgifte van schuldbewijzen ten laste van de stichting of ten laste van een commanditaire vennootschap of vennootschap onder firma, waarvan de stichting volledig aansprakelijk vennote is;
e.
investeringen welke een bedrag gelijk aan ten minste een vierde gedeelte van het eigen vermogen van de stichting volgens haar laatstelijk vastgestelde balans vereisen, dan wel investeringen welke ten minste een in geld uitgedrukte waarde of belang hebben van vijfhonderd duizend euro (€ 500.000,00,=) of meer;
f.
aangifte tot faillissement en aanvraag van surséance van betaling;
g.
gelijktijdige beëindiging, of beëindiging binnen een kort tijdsbestek van de arbeidsovereenkomst van een aanmerkelijk aantal werknemers van de stichting of van een dochtermaatschappij van de stichting;
h.
ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers van de stichting of van een dochtermaatschappij van de stichting; het wijzigen, verplaatsen of opheffen van een of meer plaatsen van vestiging van de stichting;
j.
het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van onroerende zaken en andere registergoederen, alsmede tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt;
k.
het verrichten van een rechtshandeling waarbij een of meer leden van het College van Bestuur een tegenstrijdig belang hebben met de stichting.
6.
Op het ontbreken van de goedkeuring van de Raad van Toezicht voor de in de leden 3, 4 en 5 genoemde besluiten van het College van Bestuur kan door de stichting jegens derden geen beroep worden gedaan.
Concept d.d. 05-03-2026
- 10 7.
Ten minste een keer per boekjaar stelt het College van Bestuur schriftelijk de Raad van Toezicht op de hoogte van de hoofdlijnen van het strategisch beleid, van de algemene en financiële risico's en van de gebruikte beheers- en controlesystemen.
8.
Het College van Bestuur verschaft de Raad van Toezicht tijdig de voor diens taak noodzakelijke gegevens.
9.
Hetgeen in de vorige leden is bepaald ten aanzien van bestuursvoering en de betrokkenheid van de Raad van Toezicht bij besluiten van het College van Bestuur, is van overeenkomstige toepassing op het bestuur en op de besluitvorming, hetwelk, respectievelijk welke door de stichting als bestuurder van andere rechtspersonen wordt gevoerd, respectievelijk genomen, waarbij voor de toepassing daarvan voor het begrip "stichting" in de voorgaande leden dient te worden gelezen de door de stichting bestuurde rechtspersoon.
10. Goedkeuring van de Raad van Toezicht behoeft tevens: a.
een besluit tot benoeming van een bestuurder van een andere, al dan niet in artikel 2 lid 2 genoemde rechtspersoon, dan wel tot aanvaarding van het bestuur over-, respectievelijk de functie van bestuurder van een andere dan een in artikel 2 lid 2 genoemde rechtspersoon;
b.
een besluit omtrent het vaststellen van een reglement met betrekking tot het al dan niet openbare karakter van de vergaderingen van de stichting als enig bestuurder van een stichting welke openbaar onderwijs aanbiedt, indien en voor zover hun respectievelijke statuten de vaststelling van een dergelijk reglement voorschrijven;
c.
een besluit van het College van Bestuur tot vaststelling van de vergoeding, respectievelijk bezoldiging, welke door de stichting wordt genoten als bestuurder van een andere rechtspersoon;
d.
het uitoefenen van bevoegdheden tot benoeming, schorsing of ontslag van leden van een bestuur of intern toezichthoudend orgaan in een andere stichting, welke bevoegdheden de stichting volgens de statuten van die andere stichting toekomen, alsmede vaststelling van de vergoeding welke door voormelde leden van een bestuur of intern toezichthoudend orgaan als zodanig worden genoten;
e.
een besluit tot keuze van de door de door een andere, door de stichting bestuurde rechtspersoon gehanteerde governance code alsmede enig besluit tot gehele of gedeeltelijke afwijking van die code door de andere, door de stichting bestuurde rechtspersoon;
Concept d.d. 05-03-2026
- 11 f.
een besluit tot het verplaatsen, samenvoegen, opheffen of overdragen van een school, dan wel van een locatie voor kinderopvang door een door de stichting bestuurde, andere rechtspersoon;
g.
een besluit tot gehele of gedeeltelijke statutenwijziging, juridische fusie of splitsing, dan wel ontbinding en vereffening met betrekking tot een door de stichting bestuurde, andere rechtspersoon;
h.
een besluit tot vaststelling van een jaarbegroting en een meerjarenbegroting met betrekking tot een door de stichting bestuurde andere rechtspersoon;
i.
een besluit tot vaststelling van het jaarverslag, respectievelijk bestuursverslag en de jaarrekening van een door de stichting bestuurde, andere rechtspersoon; en
j.
een besluit waarbij sprake is van een direct of indirect persoonlijk tegenstrijdig belang tussen een door de stichting bestuurde, andere rechtspersoon en haar bestuur terzake waarvan de stichting niettemin vergader- en stemrecht toekomt;
zulks alles ongeacht of het betreffende besluit door de stichting wordt genomen vanuit haar betrokkenheid als bestuurder, aandeelhouder of lid van de andere rechtspersoon. 11. Ter zake van de bestuursvoering kan het College van Bestuur bij reglement nadere regels vaststellen. Deze vaststelling behoeft de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht. 12. Geschillen tussen het College van Bestuur en de Raad van Toezicht, niet zijnde een arbeidsgeschil met een of meer leden van het College van Bestuur, kunnen van een regeling worden voorzien in een door de Raad van Toezicht, gehoord het College van Bestuur, vast te stellen reglement. Artikel 8 - Vertegenwoordiging 1.
Het College van Bestuur vertegenwoordigt de stichting, voor zover uit de wet of uit deze statuten niet anders voortvloeit. De bevoegdheid tot vertegenwoordiging komt mede toe aan elk lid van het College van Bestuur afzonderlijk.
2.
De bevoegdheid tot vertegenwoordiging die aan het College van Bestuur of aan een lid van het College van Bestuur toekomt, is onbeperkt en onvoorwaardelijk, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit. Een wettelijk toegelaten of voorgeschreven beperking van of voorwaarde voor de bevoegdheid tot vertegenwoordiging kan slechts door de stichting worden ingeroepen.
Concept d.d. 05-03-2026
- 12 Artikel 9 - Raad van Toezicht 1.
De Raad van Toezicht van de stichting bestaat uit ten minste vijf en ten hoogste zeven leden. Het aantal leden van de Raad van Toezicht wordt, met inachtneming van het in de vorige volzin bepaalde, vastgesteld door de Raad van Toezicht.
2.
De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd met inachtneming van een openbaar gemaakte profielschets ten aanzien van de samenstelling van de Raad van Toezicht en de specifieke deskundigheden, vaardigheden en achtergronden van zijn leden en waarin de aard van het doel en de activiteiten van de stichting in die zin tot uitdrukking komen, dat kinderopvang en onderwijs zich daarin op een gelijkwaardige wijze vertegenwoordigd kunnen voelen. De profielschets wordt vastgesteld, periodiek geëvalueerd en op grond van deze evaluatie zo nodig gewijzigd vastgesteld door de Raad van Toezicht, met inachtneming van het in lid 4 bepaalde. Het College van Bestuur en het GMO worden vooraf in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen ten aanzien van vaststelling en gewijzigde vaststelling van de profielschets.
3.
De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd door de Gemeenteraden bij hun eensluidende besluitvorming, zulks met dien verstande dat: a.
de grootst mogelijke minderheid van het aantal leden van de Raad van Toezicht wordt benoemd op bindende voordracht van het GMO, zulks met inachtneming van het in de volgende volzin bepaalde;
b.
de overige leden worden benoemd op voordracht van de Raad van Toezicht, welke voordracht niet bindend is:
zulks alles voorts met dien verstande dat een voordracht, ook als deze bindend is, geldt als niet te zijn gesteld, indien daarbij niet het elders In dit artikel, met name het in de leden 2 en 4 gestelde, in acht is genomen. De hiervoor sub a. bedoelde bindende voordrachten worden voorbereid door een benoemingsadviescommissie. In deze benoemingsadviescommissie hebben in elk geval zitting twee leden van het GMO en twee leden van de Raad van Toezicht. De werkwijze van de benoemingsadviescommissie wordt nader vastgesteld in een door de Raad van Toezicht, gehoord het GMO, vastgesteld reglement. 4.
Een ingevolge lid 3 gedane voordracht, al dan niet bindend, wordt gemotiveerd en voorts worden daarbij van de kandidaat meegedeeld zijn
Concept d.d. 05-03-2026
- 13 beroep, de betrekking die hij bekleedt of heeft bekleed voor zover die van belang zijn in verband met de vervulling van de taak van lid van de Raad van Toezicht; tevens wordt vermeld aan welke rechtspersonen hij reeds als lid van een raad van commissarissen of raad van toezicht is verbonden; indien zich daaronder rechtspersonen bevinden dis tot eenzelfde groep behoren, kan met de aanduiding van de groep worden volstaan. 5.
De Raad van Toezicht is zodanig samengesteld, dat de leden ten opzichte van elkaar, het College van Bestuur en welk deelbelang dan ook onafhankelijk en kritisch kunnen opereren en dat de Raad van Toezicht een deugdelijk en onafhankelijk toezicht kan uitoefenen, hetgeen in ieder geval inhoudt dat tot lid van de Raad van Toezicht niet kunnen worden benoemd personen en hun echtgenoot, geregistreerd partner of een andere levensgezel, alsmede hun pleegkind en bloed- en aanverwanten tot de tweede graad die: a.
in een periode van vier jaar voorafgaande aan de benoeming dan wel gedurende de periode van lidmaatschap van de Raad van Toezicht werknemer of lid van het College van Bestuur van de stichting of een door haar bestuurde- dan wel met haar verbonden instelling of rechtspersoon zijn geweest, respectievelijk zijn;
b.
een persoonlijke financiële vergoeding van de stichting of een door haar bestuurde- dan wel met haar verbonden instelling of rechtspersoon ontvangen, anders dan een vergoeding die voor de als lid van de Raad van Toezicht verrichte werkzaamheden wordt ontvangen en voor zover zij niet past in de normale uitoefening van een bedrijf;
c.
in de vier jaar voorafgaande aan de benoeming dan wel gedurende de periode van lidmaatschap van de Raad van Toezicht een belangrijke zakelijke relatie met de stichting of een door haar bestuurde- dan wel met haar verbonden instelling of rechtspersoon hebben gehad, respectievelijk hebben;
d.
bestuurslid zijn van een rechtspersoon waarin een lid van het College van Bestuur van de stichting of een door haar bestuurde- dan wel met haar verbonden instelling of rechtspersoon lid van het toezichthoudend orgaan is;
e.
gedurende een periode van vier jaar voorafgaande aan de benoeming tijdelijk hebben voorzien in het bestuur van de stichting of een door haar bestuurde- dan wel met haar verbonden instelling of rechtspersoon bij belet of ontstentenis van leden van het College van Bestuur, respectievelijk bestuur;
Concept d.d. 05-03-2026
- 14 f.
lid zijn van het GMO, dan wel lid zijn van een oudercommissie of een gemeenschappelijke oudercommissie, dan wel een medezeggenschapsraad of een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad welke is verbonden aan een door de stichting bestuurde-, dan wel met haar verbonden instelling of rechtspersoon.
In de in lid 2 bedoelde profielschets kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de samenstelling van de Raad van Toezicht. 6.
Leden van de Raad van Toezicht worden benoemd voor een zittingsperiode van ten hoogste vier jaren en zijn na afloop van een zittingsperiode herbenoembaar, met dien verstande dat de maximale zittingsduur van een lid van de Raad van Toezicht acht jaar bedraagt. De leden van de Raad van Toezicht treden af volgens een door de Raad van Toezicht vast te stellen rooster van aftreden.
7.
De Raad van Toezicht is bevoegd een lid van de Raad van Toezicht te schorsen of te ontslaan, het laatste met inachtneming van het bepaalde in artikel 11 sub f. Op een schorsing is het bepaalde in artikel 11, aanhef en sub f. van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat een schorsing een gewone meerderheid van stemmen van de aldaar bedoelde leden van de Raad van Toezicht behoeft en dat tot schorsing mede kan worden besloten op de grond dat een redelijk vermoeden bestaat van de in artikel 11, aanhef en sub f. bedoelde gronden. Een schorsing dia niet binnen zes (6) maanden wordt gevolgd door een besluit tot opheffing of verlenging door de Raad van Toezicht, dan wel door een besluit tot ontslag als bedoeld in artikel 11, vervalt, Verlenging van een schorsing kan ten hoogste plaatsvinden voor een periode van drie (3) maanden.
8.
Met inachtneming van de profielschets kiest de Raad van Toezicht uit zijn midden een voorzitter, kan de Raad van Toezicht uit zijn midden een vicevoorzitter en een secretaris kiezen en kan de Raad van Toezicht voorts besluiten tot een onderlinge verdeling van taken en bevoegdheden. Een dergelijke verdeling laat de collectieve verantwoordelijkheid van de leden van de Raad van Toezicht onverlet.
9.
De Raad van Toezicht kan uit zijn midden een of meer commissies instellen welke door hem worden belast met deelgebieden van zijn taak, zulks alles onder verantwoordelijkheid van de Raad van Toezicht. Een commissie kan
Concept d.d. 05-03-2026
- 15 door de Raad van Toezicht steeds worden opgeheven. De Raad van Toezicht kan voorts ten aanzien van een commissie bij reglement nadere regels stellen. 10. Mochten in de Raad van Toezicht om welke reden dan ook één of meer leden ontbreken, dan vormen de overblijvende leden, of vormt het enige overblijvende lid niettemin een bevoegde Raad van Toezicht, onverminderd de verplichting om zo spoedig mogelijk met inachtneming van deze statuten door benoeming in de vacatures ta voorzien. Belet van een of meer leden van de Raad van Toezicht leidt niet tot onbevoegdheid van de andere leden, respectievelijk het andere lid van de Raad van Toezicht. 11. Indien te eniger tijd alle leden van de Raad van Toezicht ontbreken, dan wel sprake is van belet van alle leden van de Raad van Toezicht, dan is het meest gerede, voormalige lid van de Raad van Toezicht bevoegd, in overleg met het College van Bestuur en zo redelijkerwijs mogelijk na overleg met het GMO, ten hoogste twee waarnemende leden van de Raad van Toezicht te benoemen, zulks mede met in achtneming van het belet van zittende leden van de Raad van Toezicht en onverminderd de verplichting voor het College van Bestuur om onverwijld met inachtneming van het in de voorgaande leden bepaalde in de benoeming van een of meer leden van de Raad van Toezicht te doen voorzien. 12.
De leden van de Raad van Toezicht genieten voor hun werkzaamheden een niet bovenmatige, door de Raad van Toezicht vast te stellen bezoldiging, terwijl de door hen in het kader van hun werkzaamheden verrichte onkosten worden vergoed. De bezoldiging is niet afhankelijk van de resultaten van de stichting en is passend bij de maatschappelijke positie van de stichting. Artikel 10 - Taken en taakuitoefening Raad van Toezicht 1.
Onverminderd de elders in deze statuten toegekende taken en bevoegdheden, heeft de Raad van Toezicht tot taak het houden van toezicht op het College van Bestuur en op zijn beleid, voorts op de algemene gang van zaken in de stichting en de aan haar verbonden organisatie. De Raad van Toezicht is daarnaast bevoegd gevraagd of ongevraagd advies te verlenen aan het College van Bestuur.
2.
Tot de taak van de Raad van Toezicht behoort meer in het bijzonder: a.
het toezicht op de naleving van de door de Raad van Toezicht daartoe gekozen code voor goed bestuur in de kinderopvang, zowel in verband met het in artikel 2 bepaalde, door de stichting, als in relatie tot de kinderopvang als aangeboden door de stichting bestuurde-, dan wel met de stichting verbonden instellingen en rechtspersonen;
Concept d.d. 05-03-2026
- 16 b.
het toezicht op de naleving van de code voor goed bestuur, bedoeld in artikel 171 van de WPO, zowel, in verband met het in artikel 2 bepaalde, door de stichting, als in relatie tot de scholen van de door de stichting bestuurde-, dan wel met de stichting verbonden instellingen en rechtspersonen;
c.
het toezicht op de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de stichting en van de scholen van de door de stichting bestuurde-, dan wel met de stichting verbonden instellingen en rechtspersonen, zoals op grond van de WPO verkregen; en
d.
het jaarlijks afleggen van verantwoording over de uitvoering van zijn taken en de uitoefening van zijn hiervoor in dit lid bedoelde bevoegdheden, alsmede over zijn in artikel 7 lid 3, aanhef en sub a. en b. bedoelde bevoegdheden en omtrent zijn bevoegdheid tot benoeming van de in artikel 14 bedoelde accountant.
3.
De leden van de Raad van Toezicht hebben de bevoegdheid de administratie en alle gegevensdragers van de stichting te controleren of op kosten van de stichting te doen controleren, zich alle waarden van de stichting te doen vertonen en alle gebouwen, ruimten en terreinen van de stichting te betreden. Daarnaast is het College van Bestuur gehouden de Raad van Toezicht alle gegevens of informatie te verschaffen, waarover de Raad van Toezicht voor de vervulling van zijn taak en de uitoefening van zijn bevoegdheden redelijkerwijs moet beschikken.
4.
De Raad van Toezicht heeft op een door hem nader te bepalen wijze twee maal per boekjaar overleg met het GMO.
5.
Elk lid van de Raad van Toezicht is tegenover de stichting gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn taak en de uitoefening van zijn bevoegdheden en zich daarbij te richten naar het belang van de stichting en de aan haar verbonden organisatie. Leden van de Raad van Toezicht hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak.
6.
De Raad van Toezicht kan zijn taakuitoefening en functioneren nader regelen bij een door hem vast te stellen reglement.
Artikel 11 - Einde lidmaatschap Raad van Toezicht Het lidmaatschap van de Raad van Toezicht eindigt: a.
door overlijden;
Concept d.d. 05-03-2026
- 17 b.
bij verlies van het vrije beheer over zijn vermogen, waaronder begrepen faillissement, surseance van betaling, toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, ondercuratelestelling, of door gehele of gedeeltelijke onder bewindstelling van het eigen vermogen:
c.
bij schriftelijk ontslag nemen (bedanken);
d.
door het verstrijken van de zittingsperiode waarvoor het betreffende lid, met inachtneming van het ingevolge artikel 9 lid 5 vastgestelde rooster van aftreden, is benoemd;
e.
door het op het betreffende lid van toepassing worden van een hoedanigheid of omstandigheid als bedoeld in artikel 9 lid 4, aanhef en sub a. tot en met f.;
f.
door zijn ontslag hem verleend door de gezamenlijke overige leden van de Raad van Toezicht, bijvoorbeeld indien de betrokkene in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de stichting heeft gehandeld, zijn taak verwaarloost of duurzaam niet naar behoren vervult, de stichting op onredelijke wijze heeft benadeeld en/of een ernstig strafbaar feit heeft gepleegd dan wel indien hij zijn functie duurzaam niet naar behoren vervult of verwaarloost, of indien sprake is van een ingrijpende wijziging van omstandigheden waardoor het voortduren van zijn lidmaatschap van de Raad van Toezicht in redelijkheid niet kan worden geduld, dan wel wegens andere gewichtige redenen.
Artikel 12 - Vergaderingen Raad van Toezicht 1.
De vergaderingen van de Raad van Toezicht worden gehouden op de door de voorzitter te bepalen plaats.
2.
Ieder kwartaal wordt ten minste een vergadering gehouden.
3.
Vergaderingen zullen verder steeds worden gehouden, wanneer de voorzitter dit nodig acht of indien twee van de andere leden van de Raad van Toezicht daartoe schriftelijk en onder nauwkeurige opgave van de ta behandelen punten aan de voorzitter het verzoek richten. Indien de voorzitter aan een dergelijk verzoek geen gevolg geeft op zodanige wijze, dat de vergadering kan worden gehouden binnen drie weken na het verzoek, zijn de verzoekers bevoegd zelf een vergadering op te roepen met inachtneming van de vereiste formaliteiten.
4.
Vergaderingen van de Raad van Toezicht zijn openbaar, behoudens voor zover de Raad van Toezicht anders besluit. Bij reglement stelt de Raad van Toezicht nadere regels met betrekking tot het al dan niet openbare karakter van zijn vergaderingen. Dit reglement kan
Concept d.d. 05-03-2026
- 18 onderdeel zijn van een door de Raad van Toezicht op grond van artikel 10 lid 6 vastgesteld reglement. De leden van het College van Bestuur zijn verplicht om, indien zij daartoe worden uitgenodigd, de vergaderingen van de Raad van Toezicht bij te wonen en daarin alle verlangde inlichtingen te verstrekken. 5.
De oproeping tot de vergadering geschiedt - behoudens het in lid 3 bepaalde – door de voorzitter, ten minste zeven dagen tevoren, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend, door middel van een oproepingsbrief. In spoedeisende situaties kan voormelde oproepingstermijn worden bekort tot ten minste een dag voor de vergadering, een en ander ter beoordeling en bepaling door voorzitter.
8.
De oproepingsbrieven vermelden, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen.
7.
De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van de Raad van Toezicht en bij diens afwezigheid door de vice-voorzitter. Indien ook de vice-voorzitter afwezig is, wijst de vergadering zelf haar voorzitter aan.
8.
Een lid van de Raad van Toezicht kan zich ter vergadering door een ander lid van de Raad van Toezicht Iaten vertegenwoordigen onder overlegging van een schriftelijke, ter beoordeling van de voorzitter van de vergadering voldoende, volmacht. Een lid van de Raad van Toezicht kan daarbij slechts voor één ander lid van de Raad van Toezicht als gevolmachtigde optreden.
9.
Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden. De notulen worden vastgesteld en getekend door degene, die in de vergadering als voorzitter heeft gefungeerd.
Artikel 13 - Besluitvorming Raad van Toezicht 1.
De Raad van Toezicht kan, onverminderd het bepaalde in lid 2, lid 5 en lid 9 en onverminderd het elders in deze statuten omtrent het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden bepaalde, ter vergadering alleen dan rechtsgeldige besluiten nemen indien: a.
de meerderheid van de in functie zijnde leden ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is; en
b.
alle voorschriften omtrent oproeping zijn nageleefd; en
c.
het een onderwerp betreft dat in de oproepingsbrief is vermeld.
Voor de toepassing van het in dit lid en de leden 2 en 9 bepaalde worden leden van de Raad van Toezicht ten aanzien waarvan sprake is van belet beschouwd als zijnde niet in functie.
Concept d.d. 05-03-2026
- 19 2.
Zolang in een vergadering van de Raad van Toezicht alle in functie zijnde leden van de Raad van Toezicht in persoon aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen.
3.
Voor zover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle besluiten van de Raad van Toezicht genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.
4.
Ieder lid van de Raad van Toezicht heeft het recht tot het uitbrengen van één stem.
5.
Een lid van de Raad van Toezicht neemt niet deel aan de beraadslagingen en de besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk tegenstrijdig belang heeft. Voor de werking van het in lid 1 aanhef en sub a bepaalde, gelden de andere leden, respectievelijk het enige andere lid als in functie zijnde leden. Wanneer wegens het hiervoor in dit lid bepaalde géén besluit kan worden genomen is de Raad van Toezicht niettemin bevoegd te besluiten, met dien verstande dat het besluit algemene stemmen vereist en de overwegingen schriftelijk worden vastgelegd.
6.
Een lid van de Raad van Toezicht kan zich ter vergadering door een ander lid van de Raad van Toezicht bij schriftelijke volmacht Iaten vertegenwoordigen, zulks tevens ter zake van het uitbrengen van een stem. Een lid van de Raad van Toezicht kan voor niet meer dan één ander lid van de Raad van Toezicht als gevolmachtigde optreden.
7.
Stemming over zaken geschiedt mondeling, over personen schriftelijk bij ongetekende briefjes, tenzij geen van de leden een schriftelijke stemming verlangt. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
8.
In alle geschillen omtrent stemmingen, niet bij de statuten of een reglement voorzien, beslist de voorzitter van de vergadering.
9.
De Raad van Toezicht kan zijn wijze van besluitvorming nader regelen bij een door hem zelf vast te stellen reglement.
10. De Raad van Toezicht kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits met schriftelijk uitgebrachte stemmen van alle in functie zijnde leden van de Raad van Toezicht. Voor de toepassing van het in de vorige volzin bepaalde wordt onder een schriftelijk uitgebrachte stem verstaan een stem welke is uitgebracht door middel van een in schrift weergegeven elektronisch bericht.
Concept d.d. 05-03-2026
- 20 Een aldus genomen besluit wordt toegevoegd aan de van de besluitvorming van de Raad van Toezicht aangehouden administratie. Artikel 14 - Boekjaar, administratie, jaarstukken en décharge 1.
Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
2.
Het College van Bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.
3.
Per het einde van ieder boekjaar worden de boeken van de stichting afgesloten. Daaruit wordt door het College van Bestuur een jaarrekening over het beëindigde boekjaar opgemaakt, bevattende een balans en een staat van baten en lasten, welke, vergezeld van een rapport van een door de Raad van Toezicht te benoemen accountant, binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar aan de Raad van Toezicht ter goedkeuring worden aangeboden. Aan de jaarrekening wordt toegevoegd een door het College van Bestuur op te maken bestuursverslag, indien en voor zover de Stichting daartoe op grond van de op haar van toepassing zijnde wet- en regelgeving verplicht is. De Raad van Toezicht stelt het College van Bestuur in de gelegenheid advies uit te brengen omtrent de benoeming van de accountant.
4.
De in lid 3 bedoelde jaarstukken, verder ook aan te duiden als: "het jaarverslag", worden vastgesteld door het College van Bestuur, na goedkeuring van de Raad van Toezicht, en wel binnen een maand nadat deze overeenkomstig het in lid 3 bepaalde aan de Raad van Toezicht zijn aangeboden.
5.
In verband met het vaststellen van het jaarverslag wordt door de Raad van Toezicht mede besloten omtrent kwijting van de leden van het College van Bestuur en van de Raad van Toezicht met betrekking tot het door hen in het betreffende boekjaar gevoerde bestuur, respectievelijk uitgeoefende toezicht. Kwijting strekt zich, behoudens voor zover de Raad van Toezicht uitdrukkelijk anders besluit, uit over datgene dat in het jaarverslag is opgenomen, dan wel de Raad van Toezicht anderszins bekend is of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn.
6.
Binnen twee weken na vaststelling wordt het jaarverslag, respectievelijk het in relatie tot de stichting vastgestelde geconsolideerde jaarverslag ter kennisgeving verstrekt aan de Colleges van Burgemeester en Wethouders
Concept d.d. 05-03-2026
- 21 van de gemeente Bronckhorst, de gemeente Doesburg en de gemeente Doetinchem. 7.
Het College van Bestuur is verplicht de in de vorige leden bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren.
Artikel 15 - Statutenwijziging 1.
Het College van Bestuur is, mits met voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht, alsmede met voorafgaande instemming van de Gemeenteraden, bevoegd deze statuten te wijzigen. Een besluit tot goedkeuring van een besluit tot statutenwijziging kan door de Raad van Toezicht slechts worden genomen met een meerderheid van ten minste twee/derde der uitgebrachte stemmen, vertegenwoordigende meer dan de helft van het aantal leden van de Raad van Toezicht. Wanneer in een vergadering waarin een voorstel als hiervoor bedoeld aan de orde is, niet meer dan de helft van de leden van de Raad van Toezicht aanwezig of vertegenwoordigd is, zal, in een ten hoogste vier weken daarna bijeen te roepen en te houden tweede vergadering een meerderheid van ten minste twee/derde der uitgebrachte stemmen voldoende zijn, ongeacht het alsdan aanwezige of vertegenwoordigde aantal leden van de Raad van Toezicht. Bij de oproeping tot de nieuwe vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit kan worden genomen, onafhankelijk van het aanwezige of vertegenwoordigde aantal leden van de Raad van Toezicht.
2.
De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen.
3.
Ieder lid van het College van Bestuur alsmede zij die eventueel in het besluit tot statutenwijziging door het College van Bestuur als zodanig zijn aangewezen, zijn gemachtigd om ter uitvoering van het besluit tot statutenwijziging de akte van statutenwijziging te doen passeren en te ondertekenen, alles met de macht tot substitutie.
4.
De leden van het College van Bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging, alsmede de gewijzigde statuten neer te leggen bij het handelsregister.
Artikel 16 - Juridische fusie en splitsing 1.
Het College van Bestuur is, met voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht, alsmede met voorafgaande instemming van de Gemeenteraden bevoegd te besluiten tot juridische fusie en splitsing.
Concept d.d. 05-03-2026
- 22 2.
Op de in lid 1 bedoelde besluitvorming is het in de tweede, derde en vierde volzin van het eerste lid van artikel 15 bepaalde van overeenkomstige toepassing.
Artikel 17 - Ontbinding en vereffening 1.
Het College van Bestuur is, mits met voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht, alsmede met voorafgaande instemming van de Gemeenteraden, bevoegd de stichting te ontbinden. Op het daartoe te nemen besluit tot goedkeuring door de Raad van Toezicht is het in de tweede, derde en vierde volzin van het eerste lid van artikel 15 bepaalde van overeenkomstige toepassing.
2.
Indien de stichting op het tijdstip van haar ontbinding geen baten meer heeft, houdt zij alsdan op te bestaan. Het College van Bestuur doet hiervan opgaaf bij het handelsregister. In alle andere gevallen vindt er een vereffening van het vermogen van de stichting plaats met inachtneming van de wettelijke regels dien aangaande.
3.
De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. In stukken en aankondigingen die van de stichting uitgaan, moet aan de naam worden toegevoegd: "in liquidatie".
4.
De vereffening geschiedt door het College van Bestuur onder toezicht van de Raad van Toezicht, tenzij de Raad van Toezicht anders besluit.
5.
Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. Een vereffenaar heeft dezelfde bevoegdheden, plichten en aansprakelijkheden als een lid van het College van Bestuur, voor zover deze verenigbaar zijn met zijn taak als vereffenaar.
6.
Een eventueel batig saldo van de ontbonden stichting wordt besteed ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling als bedoeld in artikel 5b Algemene Wet inzake Rijksbelastingen met een soortgelijke doelstelling of van een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt en die een soortgelijke doelstelling heeft.
7.
Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende zeven jaren berusten onder de jongste vereffenaar, tenzij door het College van Bestuur of de vereffenaars een andere bewaarder is aangewezen.
Artikel 18 - Slotbepalingen 1.
Bepalingen in een reglement kunnen niet strijden met de wet of met deze statuten.
2.
In alle gevallen, waarin zowel de wet, deze statuten of een reglement niet
Concept d.d. 05-03-2026
- 23 voorzien, besluit het College van Bestuur met voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht. AANHECHTING STUKKEN Aan deze akte zullen de volgende stukken worden gehecht: -
een besluit tot statutenwijziging (Bijlage 1);
-
goedkeuring van de raad van toezicht (Bijlage 2);
-
instemming van de gemeenteraden (Bijlage 3).
SLOT De verschenen persoon is mij, notaris, bekend. Ik heb aan de verschenen persoon de zakelijke inhoud van de akte meegedeeld, daarop een toelichting gegeven en gewezen op de gevolgen die uit de inhoud van de akte voortvloeien. Vervolgens heeft de verschenen persoon aan mij verklaard van de inhoud van de akte te hebben kennis genomen en daarmee in te stemmen. Tevens heeft de verschenen persoon verklaard uitdrukkelijk in te stemmen met de beperkte voorlezing van de akte. Onmiddellijk na de beperkte voorlezing is de akte door de verschenen persoon en door mij, notaris, ondertekend. De akte is verleden te Doetinchem op de datum aan het begin van deze akte vermeld.