Bijlage 7a Jaarstukken 2024 Doesburg
Tekst van het document
Jaarrekening 2024
Balans Activa en Passiva In de balans worden naast de cijfers per balansdatum tevens de cijfers van de balans van het vorige begrotingsjaar opgenomen.
Pagina 90 van 192
ACTIVA
31-122024
31-122023
Vaste activa
Materiële vaste activa
32.583.614
28.562.206
Investeringen met een economisch nut:
10.845.388
9.369.406
Investeringen met een economisch nut, waarvoor een heffing kan worden geheven
8.294.970
8.315.806
Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
13.443.256
10.876.994
Financiële vaste activa
3.831.967
4.771.096
Kapitaalverstrekkingen aan: - deelnemingen
101.430
101.430
132.642
982.735
Leningen aan: - woningbouwcorporaties - deelnemingen Overige langlopende leningen u/g
757.080
757.080
2.840.816
2.929.852
Totaal vaste activa
36.415.581
33.333.302
Vlottende activa
Voorraden
423.088
277.046
Onderhanden werk (bouwgronden in exploitatie)
78.669
71.191
Gereed product en handelsgoederen
344.419
205.855
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
5.838.443
6.297.030
Vorderingen op openbare lichamen
3.781.315
3.123.358
Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
1.066.627
2.459.157
Rekening courantverhouding met niet financiële instellingen Overige vorderingen
0 990.501
Liquide middelen Kas- en banksaldi
714.515
276.219 276.219
Overlopende activa
620.351 620.351
2.837.299
1.736.776
De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel uitgesplitst naar de nog te ontvangen bedragen van : - overige Nederlandse overheidslichamen - overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
Totaal vlottende activa
1.736.776 2.837.298,82
9.375.049
8.931.202
Pagina 91 van 192
ACTIVA
31-122024
31-122023
TOTAAL GENERAAL
42.264.504 45.790.630
Recht op verliescompensatie krachtens de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
PASSIVA
31-122024
31-122023
Vaste Passiva
Eigen vermogen
29.293.302
28.787.290
Algemene reserve
6.560.520
5.754.157
Bestemmingsreserves
21.712.220
21.609.770
Gerealiseerde resultaat
1.020.562
1.423.362
Voorzieningen
1.338.886
2.400.655
Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s
368.669
705.250
Voorzieningen ter egalisering van kosten
385.317
674.530
Voorzieningen bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor heffing geheven
584.901
1.020.875
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
6.200.000
1.800.000
Onderhandse leningen van: - binnenlandse banken en overige financiële instellingen
6.200.000
1.800.000
Waarborgsommen
Totaal vaste passiva
36.832.188
32.987.945
3.480.132
3.531.907
Vlottende passiva
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Banksaldi Overige schulden
3.480.132
Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
3.531.907
5.478.311
5.744.652
748.483
1.023.131
4.526.561
4.500.696
203.267
182.185
De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren uitgesplitst naar de bedragen van: - het Rijk - Overige Nederlandse overheidslichamen Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
38.640
Pagina 92 van 192
ACTIVA Totaal vlottende passiva
31-122024
31-122023
8.958.443
9.276.558
TOTAAL-GENERAAL
42.264.504 45.790.630
Gewaarborgde geldleningen / garantstellingen
1.620.000
1.755.000
Overzicht van baten en lasten Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten per programma Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening bevat: 1. per programma de gerealiseerde baten en lasten en het saldo daarvan; 2. de werkelijke toevoegingen en onttrekkingen aan reserves; 3. het gerealiseerde resultaat, volgend uit de onderdelen 1 en 2.
Pagina 93 van 192
GEREALISEERDE TOTAAL VAN BATEN EN LASTEN
Raming voor wijziging Baten Lasten
Raming na wijziging
Realisatie
Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo
Programma 1. Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat
4.746
9.314 -4.568
2. Verbindende en versterkende sociale aanpak
4.823 22.242
17.419
6.010 11.121 -5.111
7.103 11.555 -4.452
8.441 27.449
8.728 27.600
19.008
18.872
3. Kwaliteitstoerisme en toegankelijke natuurrecreatie
587
1.102
-515
562
1.155
-593
624
1.191
4. Bestuur en organisatie
367
7.967 -7.600
553
7.710 -7.157
934
7.510 -6.576
379 30.998 31.521
548 30.973
Algemene dekkingsmiddelen
30.404
Totaal programma's
40.927 41.004
Onvoorzien
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
0
379 30.025 31.377
55
40.927 41.059
-77 46.943 47.814
-871 48.910 48.404
-55
-55
0
55
0
-567
506
0
0
-132 46.943 47.869
-926 48.910 48.404
506
Toevoegingen en onttrekkingen reserves per programma 1. Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat
352
691
-339
399
496
-97
399
496
-97
2. Verbindende en versterkende sociale aanpak
136
132
4
635
348
287
635
348
287
0
0
0
0
0
0
0
34
5
29
1.682
1.367
315
1.692
1.367
325
0
0
0
0
-306
2.716
2.211
505
3. Kwaliteitstoerisme en toegankelijke natuurrecreatie 4. Bestuur en organisatie Algemene dekkingsmiddelen Totaal mutatie reserves
Gerealiseerd resultaat
522
828
41.449 41.887
-438 49.659 50.080
0 2.726
2.211
515
-421 51.636 50.615
1.021
Waarderingsgrondslagen Waarderingsgrondslagen De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) daarvoor geeft. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. De baten en de lasten worden zowel voor de raming als de realisatie verantwoord tot hun bruto bedrag in de jaarrekening.
Pagina 94 van 192
Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeid gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin de uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijv. bij reorganisaties) dient wel een voorziening te worden gevormd mits aan de voorwaarden daartoe wordt voldaan. Tenzij anders aangegeven zijn alle bedragen vermeld in euro’s. Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs, verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. De kosten van onderzoek en ontwikkeling mogen in maximaal 5 jaar worden afgeschreven.
De afschrijving van de geactiveerde kosten van onderzoek en ontwikkeling vangt aan na afsluiting van het geïnvesteerde bedrag. Afsluitkosten van opgenomen geldleningen mogen worden afgeschreven in de looptijd van de betrokken geldlening. Immateriële vaste activa mogen in maximaal 5 jaar worden afgeschreven. (De gemeente Doesburg heeft geen immateriële vaste activa op de balans geactiveerd.) Materiële vaste activa Artikel 35 BBV beschrijft het onderscheid tussen: 1) Investeringen met (beperkt) economisch nut; 2) Investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; 3) Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut. Ad 1) Investeringen met (beperkt) economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijging– of vervaardigingprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden conform artikel 62 lid 2 BBV op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt over het saldo afgeschreven. Ad 2) Investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijging– of vervaardigingprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden conform artikel 62 lid 2 BBV op de desbetreffende investering in mindering gebracht.
Conform artikel 62 lid 3 wordt de voorziening vervangingsinvesteringen riolering (ex. artikel 44 lid 1 sub d) eveneens in mindering gebracht op de betreffende investeringen; in dergelijke gevallen wordt over het saldo afgeschreven. Ad 3) Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijging– of vervaardigingprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden conform artikel 62 lid 2 BBV op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt het saldo afgeschreven. Het afschrijvingsbeleid wordt toegepast conform de door de raad vastgestelde financiële verordening. In Pagina 95 van 192
deze verordening is in artikel 9 - en de daarbij behorende bijlage - de waardering & afschrijving van vaste activa opgenomen. Financiële vaste activa Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en leningen u/g zijn opgenomen tegen nominale waarde. Indien nodig is hierop een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht. Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen onverhoopt mocht dalen tot onder de verkrijgingprijs zal afwaardering plaatsvinden. (De actuele waarde ligt in de gemeente Doesburg ruim boven de verkrijgingprijs.) Vlottende activa Voorraden De als onderhanden werken opgenomen bouwgronden in exploitatie zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingprijs. De vervaardigingprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijp maken), alsmede een redelijk te achten aandeel in de rentekosten en administratie- en beheerskosten. Winsten uit de grondexploitaties worden slechts genomen indien en voor zover deze met voldoende mate van betrouwbaarheid als gerealiseerd kunnen worden aangemerkt. Daarbij wordt de voorgeschreven percentage of completion-methode toegepast.
Verliezen in de grondexploitaties worden genomen middels het vormen van een voorziening op het moment dat het verlies zich aandient. Buiten gebruik gestelde gebouwen die worden afgestoten worden gewaardeerd op de boekwaarde of op de naar verwachting lagere marktwaarde. Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor de verwachte oninbaarheid is hierop een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt bepaald op basis van geschatte kans op inning. Liquide middelen Deze activa worden tegen de nominale waarde opgenomen. Recht op verliescompensatie VpB Het recht op verliescompensatie per einde boekjaar krachtens de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 wordt (buiten de tellingen) opgenomen onder de activa-kant van de balans. Vaste Passiva Reserves De (bestemmings)reserves zijn gevormd c.q. ingesteld op basis van daartoe door de raad genomen besluiten. De vermeerderingen en de verminderingen die ten gunste respectievelijk ten laste van deze (bestemmings)reserves zijn verantwoord, zijn eveneens gebaseerd op daartoe strekkende raadsbesluiten (veelal vastgelegd in oorspronkelijke begroting en/of begrotingswijzigingen). Voorzieningen De voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies.
Op basis van relevante notities van de commissie BBV dient aan ingestelde Pagina 96 van 192
voorzieningen, die strekken ter egalisering van lasten over een aantal begrotingsjaren, een door de raad vastgesteld actueel beheerplan ten grondslag te liggen. De voorziening voor de pensioenverplichting ten behoeve van wethouders wordt echter tegen de contante waarde van de toekomstige uitkeringsverplichtingen gewaardeerd. Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente-typische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. De vlottende schulden hebben in principe een rente-typische looptijd van korter dan één jaar. Borg- en garantstellingen Voor zover leningen door de gemeente Doesburg zijn gewaarborgd, is onder de passiva-kant van de balans (buiten de telling) het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen. Dit wordt toegelicht bij de niet uit de balans blijkende verplichtingen. Eigen bijdrage WMO Een aanvrager van een voorziening, hulp in de huishouding, zorg in natura of een financiële tegemoetkoming (persoonsgebonden budget) is op grond van de Wmo een eigen bijdrage verschuldigd. De wetgever heeft bepaald dat de berekening, oplegging en incasso van deze eigen bijdrage wordt uitgevoerd door het CAK.
De informatie van het CAK (om privacy redenen beperkt) is ontoereikend om als gemeente de juistheid op persoonsniveau en volledigheid van de eigen bijdragen als geheel te kunnen vaststellen. Door de systematiek te kiezen van het vaststellen van de eigen bijdragen door het CAK, heeft de wetgever in feite bepaald, dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdragen op grond van de Wmo geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Dit betekent dat door de gemeenten geen zekerheden omtrent omvang en hoogte van de eigen bijdragen kunnen worden verkregen. Voor de gemeente Doesburg gaat het hier om een onzekerheid van € 131.197. Waarderingsgrondslagen rechtmatigheidsverantwoording De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dat betekent dat:
De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële verhoudingswet;
De financiële rechtmatigheid het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: - Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals dat door de raad is vastgesteld. - Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderschrijdingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan de raad zijn gemeld. - Ten aanzien van het M&O criterium is de nota M&O beleid van onze organisatie leidend bij Pagina 97 van 192
het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.
Toelichting op de balans ACTIVA Aan de activa zijde van de balans staan de bezittingen van de gemeente vermeld. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen vaste en vlottende activa.
VASTE ACTIVA Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, de materiële en de financiële vaste activa.
Pagina 98 van 192
Materiële vaste activa met een economisch nut Boekwaard Investeringe Overboeking van Afschrijvinge e 1-1n voorraad n 2024 Bedrijfsgebouwen
8.185.652
1.860.887
205.855
225.218
Gronden en terreinen
258.722
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
333.364
10.673
Machines, apparaten en installaties
160.834
59.706
Vervoermiddelen
114.123
20.945
Woonruimten
Bijdragen Overboekin Boekwaard van derden g naar e 31-12voorraad 2024 10.000
326.726
9.690.450 258.722 322.691
459
100.669 93.178
0
0
Overig
316.711
169.877
Totaal
9.369.406
2.030.764
89.676 205.855
406.218
10.000
17.234
379.678
344.419
10.845.388
Materiële vaste activa met een economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven Boekwaard Investeringe Overboeking van Afschrijvinge e 1-1n voorraad n 2024 Bedrijfsgebouwen
12.860
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
8.302.946
509.707
Totaal
8.315.806
509.707
Bijdragen Overboekin Boekwaard van derden g naar e 31-12voorraad 2024
874
0
11.986
360.728
168.941
361.602
168.941
8.282.984
0
8.294.970
Materiële vaste activa met een maatschappelijk nut Boekwaard Investeringe Overboeking van Afschrijvinge e 1-1n voorraad n 2024 Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
10.876.994
Overig
3.268.985
342.100
Bijdragen Overboekin Boekwaard van derden g naar e 31-12voorraad 2024 372.251
13.431.628
11.628
Totaal
11.628
10.876.994
3.280.613
0
342.100
372.251
0
13.443.256
28.562.206
5.821.084
344.419
1.109.920
551.192
205.855
32.583.614
0 0 TOTAAL
Er zijn geen desinvesteringen en afwaarderingen in 2024. Wel is er sprake van een overboeking van de voorraad naar de vaste activa en vice versa. Dit is toegelicht bij de toelichting op de voorraad. 0 Financiële vaste activa Boekwaard Investeringe Desinvesteringe e 1-1-2024 n n
Aflossingen Afwaarderin Boekwaarde g 31-12-2024
Kapitaalverstrekking aan: Deelnemingen
101.430
101.430
Leningen aan:
0
0
Pagina 99 van 192