Bijlage 7 Uitwerking juridisch kader
Tekst van het document
2.2.1 Preventief kader 2.2.1.1 Wegenwet Het wettelijke kader voor het onderhouden van civiele kunstwerken is vastgelegd in de Wegenwet van 1930. De Wegenwet geldt niet alleen voor (vaar)wegen, maar ook voor de bijbehorende civiele kunstwerken. Vanuit de Wegenwet is er de verplichting alle binnen onze grenzen vallende openbare wegen en de daarbij behorende civiele kunstwerken in een goede staat te onderhouden. Hierbij wordt niet duidelijk gemaakt wat onder de term “in een goede staat” verstaan wordt. Het zal echter minimaal geschikt moeten zijn voor het gestelde doel. Er is dus duidelijk sprake van een onderhoudsverplichting zonder een vastgesteld kwaliteitsniveau. De gemeente heeft dus enige vorm van vrijheid voor invulling van het kwaliteitsniveau waarop wordt onderhouden. 2.2.1.2 Wegenverkeerswet Het wettelijke kader dat verwacht dat de wegbeheerder streeft naar maatregelen die de veiligheid van de weggebruiker en de functionaliteit van de wegen waarborgen, dit is vastgelegd in de Wegenverkeerswet uit 1994. Deze wet doet een beroep op de publiekrechtelijke zorg van de wegbeheerder voor de veiligheid van de weggebruiker, maar schrijft geen maatregelen voor. Het gaat hierbij vooral om functioneel beheer. 2.2.1.3 Woningwet en Bouwbesluit De Woningwet van 1991 geldt ook voor civiele kunstwerken. Een civiel kunstwerk is een bouwwerk, wat geen gebouw is.
De kunstwerken moeten zodanig worden gebouwd dat er geen gevaar voor de gezondheid alsmede de veiligheid ontstaat. De voorschriften zijn vastgelegd in het Bouwbesluit. Dat betekent dat de civiele kunstwerken moeten voldoen aan het Bouwbesluit. Het Bouwbesluit uit 2012 is een AMvB (Algemene Maatregel van Bestuur), vallend onder de Woningwet. Dit besluit bevat een groot aantal voorschriften op het terrein van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu, voor zowel gebouwen als bouwwerken die geen gebouw zijn. Het Bouwbesluit wordt regelmatig aangepast. De laatste wijziging dateert van 1 april 2012. Behorende bij het Bouwbesluit, is de Regeling Bouwbesluit 2012. Deze zorgt voor volledige afstemming tussen het Bouwbesluit en de onderliggende normen, CE-markeringen en kwaliteitsverklaringen Sinds 1 april 2012 is de NEN8700 geïntroduceerd, waarin de beoordeling van constructieve veiligheid van bestaande bouwwerken beschreven is. In de NEN8700 worden veiligheidsfactoren afgestemd op de beoogde restlevensduur van een constructie.
2.2.1.4 Wet natuurbescherming De nieuwe wet natuurbescherming is ingegaan op 1 januari 2017. Deze vervangt 3 wetten; de Natuurbeschermingswet uit 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Deze wet natuurbescherming is van toepassing bij (herstel) werkzaamheden om flora en fauna te beschermen. Een voorbeeld zijn muurplanten aan kademuren deze worden beschermd door de Natuurbeschermingswet, de Flora- en faunawet en de Habitatrichtlijnen. Om beschermde soorten te beschermen en te behouden is strikte bescherming nodig 2.2.2 Repressief kader 2.2.2.1 Burgerlijk wetboek Een kunstwerk moet voor de gebruikers veilig zijn. Als dit niet het geval is, kunnen we aansprakelijk worden gesteld voor de volgende gebreken: - Aan het kunstwerk (het kunstwerk voldoet niet aan de eisen, die men er onder de gegeven omstandigheden aan mag stellen); - Op het kunstwerk (indien substanties of voorwerpen aanwezig zijn, die niet op het kunstwerk thuishoren en die leiden tot gevaarlijke situaties). Hiervoor zijn uit het Burgerlijk Wetboek (BW) de volgende artikelen van toepassing: - Artikel 174, boek 6, BW (artikel 6:174 BW) gebreken aan het kunstwerk (weg) zelf. - Artikel 162, boek 6, BW (artikel 6:162 BW) gebreken op het kunstwerk (weg). (Bv gladheid door achterstallig onderhoud) In artikel 6:174 BW is sinds 1992 de aansprakelijkheid van de wegbeheerders geregeld.
Het andere artikel 6:162 BW, regelt de onrechtmatige daad in algemene zin. 2.2.3 Financieel/openbaar kader 2.2.3.1 Burgerlijk wetboek Het Besluit Begroting van Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is een AMvB vanuit de Gemeentewet van 1992. Het vormt een aanvulling op de verdere uitwerking van de boekhoudkundige regelgeving van de gemeente. In artikel 12 schrijft de BBV voor, dat de gemeente inzicht moet geven hoe zij omgaat met haar kapitaalgoederen. In ieder geval voor wegen, riolering, water groen en gebouwen. Gezien de wegenwet van 1930 en de Woningwet1991 geldt dat ook voor civiele kunstwerken. De financiële inzicht kan dus worden gezien als de basis voor het opstellen van een beheerplan. 2.2.4 Overige wetgeving, richtlijnen en normen Bij het beheer van de gemeentelijke infrastructuur zijn voor kunstwerken ook de volgende wetten en verordeningen van toepassing: Wet geluidhinder, Arbeidsomstandighedenwet,
Wet milieubeheer, Waterwet, Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht, Binnenvaartwet, Binnenvaartpolitiereglement, Verordeningen zoals kanalenreglement en wegenreglement. Naast bovenstaande wetten en verordeningen zijn er diverse (landelijke) richtlijnen en normen ontwikkeld, onder meer door het CROW, SBRCURnet, het Ministerie van Infrastructuur & Milieu en de International Organisation for Standardisation (ISO). Deze richtlijnen en normen hebben soms het karakter van een aanbeveling en soms nagenoeg de status van een wettelijke verplichting (bijvoorbeeld normen voor de veiligheid van machines). Wanneer wordt afgeweken van de richtlijnen en normen moet de afwijking voldoende gemotiveerd worden. Wanneer de beheerder aansprakelijk wordt gesteld en er is niet voldaan aan de richtlijnen en normen, dan is de kans op aansprakelijkheidsstelling groter. Een richtlijn kan gehanteerd worden als bepaling in een contractdocument tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, maar heeft nimmer een wettelijke status. Een norm daarentegen kan wel als onderdeel van wetgeving worden benoemd, zoals de NEN 3140 die sinds 1998 al de wettelijke periodieke keuring van elektrische arbeidsmiddelen beschrijft in het kader van de ARBO-wet.
2.3 GEMEENTELIJK KADER………………………………………………………………. In dit plan is rekening gehouden met de volgende documenten en beleidsplannen. 2.3.1 Nota Ruimtelijke Kwaliteit In de gemeente Doesburg wordt de kwaliteit van de openbare ruimte uitgedrukt in kwaliteitsbeelden. De ambitie voor ontwerp, inrichting en beheer van de openbare ruimte is in deze nota uitgedrukt in kwaliteitsniveaus volgens de CROW publicatie 288 ‘Kwaliteitscatalogus Openbare ruimte 2010’ (CROW publicatie 323 2013). Voor een toelichting van deze niveaus wordt verwezen naar deze publicatie. De gemeente Doesburg is voornemens haar beleid voor de openbare ruimte nader uit te werken in een aparte beleidsnota. De hier vermelde niveaus geven de ambitie weer. Realisatie van deze ambities is mede afhankelijk van beschikbare middelen. In beginsel is uitgegaan van een basisniveau (niveau B) voor de hele stad en het buitengebied. Voor een aantal gebieden, plekken en straten wordt de lat hoger gelegd (niveau A). Voor gebieden die identiteit bepalend zijn voor Doesburg geldt een zeer hoog kwaliteitsniveau (niveau A+). Omdat de gemeente Doesburg streeft naar een verzorgde openbare ruimte voor alle inwoners is het haar ambitie om geen lage kwaliteitsniveaus toe te passen (niveau C en D).
De ‘Kwaliteitscatalogus openbare ruimte’ van het CROW (publicatie 288) wordt gebruikt om de kwaliteitsniveaus van de verschillende onderdelen in de openbare ruimte aan te geven. In deze catalogus zijn ook de verschillende kwaliteitsbeelden, variërend van A+ tot D. Deze beschrijving beperkt zich tot
de mate van bekladding of beplakking van een kunstwerk. De technische kwaliteit van een kunstwerk wordt nagenoeg niet benoemd. Bij kunstwerken is vooral deze technische kwaliteit van belang voor het goed functioneren. De combinatie van de grote diversiteit aan kunstwerken samen met de specifieke eisen die worden gesteld per type kunstwerk maakt het nagenoeg onmogelijk om de technische kwaliteit uit te drukken in deze kwaliteitsbeelden. Daarom wordt in dit beheerplan een vergelijking gemaakt met de NEN 2767, daaraan zijn de onderhoudsniveaus ‘zeer goed’ tot en met ‘zeer slecht’ gekoppeld (zie hoofdstuk 5).
2.4 ANDERE OVERHEDEN…………………………………………………………………. Enkele civiele kunstwerken zijn gesitueerd in verkeers- en waterwegen van andere overheden (RWS, WRIJ). In dat geval zijn er afspraken gemaakt met deze overheden over eigendom, beheer en onderhoud van deze kunstwerken. Algemene uitgangspunten voor afspraken met andere overheden zijn: -
De eigenaar van de weg waarin het kunstwerk is opgenomen, is ook eigenaar van het kunstwerk. De eigenaar van het kunstwerk is verantwoordelijk voor het constructieve gedeelte van het kunstwerk. De gebruiker van het kunstwerk is verantwoordelijk voor de goede doorgang (voertuigen, personen, water) in het kunstwerk.
2.4.1 Het Rijk De verkeers- en vaarwegen van de rijksoverheid zijn in beheer bij Rijkswaterstaat. Voorbeelden van Rijksvaarwegen bij de gemeente Doesburg zijn de IJssel en de Oude IJssel. Er liggen waterwegen van de rijksoverheid op het grondgebied van de gemeente Doesburg. Er zijn afspraken gemaakt over de IJsselkades, die een primaire waterkering vormen van de Gelderse IJssel (bijlage 2). Over de overige vaarwegen zijn geen afspraken bekend. 2.4.2 De Provincie De provincie Gelderland beheert de provinciale stroomwegen. In de gemeente Doesburg zijn dit de N317 en de N338. De tunnel waar de N317 over de Van Middachtenweg gaat is een civiel kunstwerk wat van de Provincie Gelderland is, deze tunnel is in 1954 aangelegd. De bekleding met steenstrips is in 2013 toegevoegd aan het viaduct en is eigendom en in het beheer bij de gemeente Doesburg. Het viaduct waar de N317 over de Koepoortdijk gaat is in eigendom en in beheer bij de provincie Gelderland. Dit is tevens het geval bij de viaducten van de N338 bij Koppenberch en de Ganzepoelweg. Deze viaducten en tunnels worden verder niet meegenomen in het beheerplan. 2.4.3 Het Waterschap Het waterschap Rijn en IJssel is een belangrijke overheidspartner voor de gemeente Doesburg. Het Waterschap beheert verschillende civiele kunstwerken in de gemeente Doesburg. Zo zijn de verkeersbruggen aan de Barend Ubbink in het eigendom en beheer van
het Waterschap. Deze civiele kunstwerken zijn daarom ook niet meegenomen in dit beheerplan. Er zijn ook civiele kunstwerken die eigendom zijn van het Waterschap maar waarbij het beheer gedeeltelijk (op visueel niveau) ligt bij de Gemeente Doesburg. Hier zijn in veel gevallen afspraken over gemaakt. Deze specifieke elementen zijn te vinden in bijlage 2: Beheerovereenkomst IJsselkade Waterschap Rijn en IJssel. In sommige gevallen zijn er echter (nog) geen afspraken vastgelegd betreft het eigendom, beheer en onderhoud zoals de stalen damwand bij de turfhaven. Het is aan te bevelen om hier wel formele afspraken over vast te leggen in een beheerovereenkomst en deze toe te voegen aan het beheerplan.