CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6. Zienswijzennotitie Uitgangspuntennotitie raden plus Participatietraject

Gecombineerde commissie 14 mei 2025, gemeente DoesburgBij agendapunt: (VROM) Instemming Regionaal Programma Werklocaties 2025-2028 (Raadsvoorstel)8.633 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Arnhem

Zienswijze Complimenten Onderschrijven focus en koers Hoogte van de ambitie van herstructurering. U merkt terecht op dat herstructurering een complex en tijdrovend proces is. Met dit gegeven in het achterhoofd is de discussie gevoerd over de hoogte van de ambitie om ruimtevraag in te vullen middels herstructurering van bestaande bedrijventerreinen. We proefden bij veel gemeenten terughoudendheid om de ambities te hoog te stellen. Op p. 10 van de technische bijlage is te lezen dat we uitgaan van een ingroeimodel; we rekenen erop dat 10% van de ruimtevraag middels herstructurering wordt ingevuld en we monitoren tussentijds of 20% realistisch is. Wat ons betreft leggen we de lat direct hoger. Eenvoudig zal het niet zijn, maar de schaarste aan ruimte vraagt echt om een omslag in denken en doen. De transformatie van het bedrijventerrein Rijnpark naar een woonwerkgebied kan daarbij als voorbeeld dienen, daarin gaan we uit van een forse verdichting van het deel dat bedrijventerrein blijft. Middelen voor herstructurering. Als we met elkaar erkennen dat herstructurering complex en tijdrovend is maar we hierin wél een forse ambitie hebben, dan betekent het dat we er alles aan moeten doen om voldoende middelen te hebben om herstructurering van de grond te krijgen. Wat ons betreft is een opslag op de grondprijs van nieuwe bedrijventerreinen voor een herstructureringsfonds een goede optie.

We roepen de GMR op om bij provincie en Rijk te lobbyen voor een herstructureringsfonds en voor een grotere rol van de Ontwikkelings- en Herstructureringsmaatschappij Gelderland (OHG), vergelijkbaar met de rol van de Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU). We willen samen

Reactie Dank Er is draagvlak voor het groeimodel uit de Uitgangspuntennotitie (van 10% naar 20%). Dit is een compromis tussen gemeenten met hogere ambities en gemeenten met lagere ambities. Dit uitgangspunt blijft daarom onaangepast. Gemeenten kunnen zelf natuurlijk wel een hogere ambitie ambiëren.

Ook wij vinden het belangrijk om alle financiële (maar ook niet financiële) mogelijkheden te verkennen. OHG kijkt hier op dit moment ook naar, en we zijn hierover in gesprek met OHG en provincie. Het gaat daarbij om een deel van de gelden die vrijvallen vanwege het niet doorgaan van de Railterminal Gelderland en om de gelden die de provincie beschikbaar stelt voor herstructurering bedrijventerreinen (9 miljoen). Daarnaast lobbyen we bij de provincie om de Rijkspilot Beter Benutten in de regio te laten landen. Het gaat daarbij om 2,5 miljoen per pilot, elke provincie krijgt er één. We hebben

met StAB aan de slag gaan met herstructurering van bedrijventerrein Het Broek, maar dan moeten daar wel voldoende middelen voor beschikbaar zijn.

Aandacht voor campussen. We zijn blij dat de campussen een nieuw onderdeel vormen van het komende RPW. Hoewel de campussen in Arnhem en Nijmegen zijn gelegen, profiteert de hele regio van de bijdrage van de campussen aan het onderzoeks- en ondernemersklimaat. Het is om die reden terecht dat de campussen als aparte werklocaties worden gezien in het nieuwe RPW. Campusontwikkeling, ook in de verbinding met andere werklocaties en daar gevestigde bedrijvigheid, verdient extra aandacht. Minder uitbreidingsruimte voor logistiek. Logistiek is een belangrijke randvoorwaarde om de economie te kunnen laten draaien. We vinden het goed dat we, onder andere vanwege de schaarste aan ruimte, kritisch bekijken welke vormen van logistiek nodig zijn voor de regionale economie en welke vormen onvoldoende bijdragen aan de brede welvaart. We steunen de lijn in de uitgangspuntennotitie dat de grootschalige logistiek gerelateerd moet zijn aan de speersectoren Health, Hightech en Energy. Hierdoor faciliteren we als regio een deel van de ruimtevraag naar XXL-logistiek niet, namelijk 19 ha. Wij stellen voor om in de uitwerking van het RPW: - een maximale kavelomvang op te nemen voor XXL-logistiek, zodat de grootschaligste logistiek niet wordt gefaciliteerd of

ook al uitgevraagd bij onze gemeenten wie hiervoor in aanmerking wil komen, weke gemeenten met herstructureringsprojecten aan de slag willen. Daarop hebben 3 gemeenten gereageerd. Voor deze pilot wordt in ieder geval cofinanciering van gemeente/markt gevraagd. Wat de exacte eisen zijn weten we nog niet, daar werkt de provincie momenteel aan. Wij vinden ook dat campussen extra aandacht verdienen, vandaar dat dit als nieuw onderdeel binnen het RPW is toegevoegd. Campussen zijn een bron van (technologische) innovaties en een kweekvijver voor startende bedrijven. Onder het hoofdstuk Campussen hebben we dit verder uitgewerkt.

Het voorstel om een maximale kavelomvang op te nemen voor XXL logistiek nemen we niet op in het RPW. Het is aan gemeenten zelf om te kijken wat voor de gemeente een passend bedrijf en/of een passende kavel is. Waar we wel op inzetten is het intensiever benutten van de kavels waarbij te denken valt aan gecombineerde voorzieningen, zoveel mogelijk gecombineerd ruimtegebruik, clusteren van logistiek etc. Afspraken maken over de voorwaarden voor nieuwe (logistieke) bedrijventerreinen blijft een

partijen bij een grotere ruimtevraag gedwongen worden de kavel intensiever te gebruiken; - (opnieuw) afspraken te maken over de voorwaarden voor nieuwe of te herstructureren logistieke bedrijventerreinen, zoals landschappelijke inpassing en huisvesting van arbeidsmigranten. Huisvesting van arbeidsmigranten. Uit regionale onderzoeken blijkt dat het aantal slaapplekken achterblijft bij het aantal arbeidsmigranten dat werkzaam is in de regio. Arbeidsmigranten leveren een belangrijke bijdrage aan de regionale economie. Deze doelgroep verdient goede huisvesting. Wij stellen voor dat huisvesting van arbeidsmigranten een toetsingscriterium wordt bij de beoordeling van plannen voor nieuwe bedrijventerreinen, omdat op basis van het profiel van het terrein vooraf een goede inschatting gemaakt kan worden in hoeverre te vestigen bedrijven werken met arbeidsmigranten. Het voorbeeld uit Montferland verdient navolging, waarbij de huisvesting van arbeidsmigranten integraal onderdeel uitmaakte van het uitbreidingsplan van een bedrijventerrein.

belangrijk onderdeel en komt ook terug in het nieuwe RPW.

De primaire verantwoordelijkheid voor huisvesting arbeidsmigranten ligt bij de werkgever. Deze verantwoordelijkheid wordt op alle bestuurlijke niveaus benoemd en is ook opgenomen in het hoofdlijnenakkoord van het huidige kabinet. De markt moet dit faciliteren. Volgens het onderzoek van Buck consultants/ Six legal (bijgevoegd in Bijlagenrapport) mag je arbeidsmigranten om economische redenen niet weren. Verplichtende afspraken maken kan dus niet. Wel kunnen gemeenten planologische en ruimtelijke instrumenten inzetten als sturingsinstrument. Als regio willen wij gemeenten stimuleren om hiervoor ruimte te creëren. De GMR gaat haar rol in dit dossier de komende periode verder uitwerken. Kennisdelen op goede voorbeelden, pilots bedenken, goed verbinden wonen werken zijn voorbeelden die in dat kader genoemd zijn. Verder kan de GMR kan de gemeenten die deze ruimte willen geven hierin ondersteunen. Om te volgen in hoeverre de ambitie gerealiseerd wordt, monitoren we o.a. hoeveel slaapplekken er zijn gecreëerd.

Berg en Dal

Beuningen

In het voortraject hebben wij ingebracht dat wat ons betreft niet meer moet worden ingezet op logistiek, en al helemaal niet op XXL-logistiek. De nadelen hiervan zijn immers evident: veel mobiliteit, verdozing van het landschap en het is veelal werk dat door arbeidsmigranten wordt gedaan, die voor zowel huisvesting als werk afhankelijk zijn van hun werkgever. Dat vinden wij ongewenst. Dit is onderwerp van gesprek geweest. Iedere gemeente heeft zijn eigen belangen dus dan zijn compromissen nodig. Uiteindelijk heeft dit tot de tekst geleid die er nu ligt:  We beperken de ontwikkelruimte voor XXL-logistiek, omdat we XXL-logistiek als faciliterend aan de regionale economie beschouwen (pag. 6 Uitgangspunten RPW).  Nieuwe XXL-logistiek laten we alleen toe als zij nodig zijn ter ondersteuning aan onze topsectoren (Health, Hightech en Energy) en voor bestaande logistieke bedrijven in de regio om door te groeien. Ook de logistieke opgave moet deels door herstructurering en intensivering worden opgepakt (pag. 8 Uitgangspunten RPW).  Binnen het nieuwe RPW gaan we verdere afspraken maken over de huisvesting van arbeidsmigranten. Voor XXL-logistiek is in het huidige RPW al vastgelegd dat werkgevers allereerst kijken naar de regionale pool van arbeidskrachten. Worden toch arbeidsmigranten ingezet? Dan moet de eindgebruiker/werkgever zorgen voor kwalitatief goede huisvesting (pag.

7 en 8 Uitgangspunten RPW).

Wij herkennen deze zorg en hebben zorgvuldig naar de afspraken rondom logistiek gekeken, dit ook in afstemming met de provincie. De teksten die door u genoemd worden zijn nog steeds actueel. Daarnaast zijn er in dit RPW kwalitatieve aspecten opgenomen waar initiatieven aan worden getoetst zoals landschappelijke inpassing, vergroening, klimaatadaptatie, waterberging en gezondheid. Verder zijn er afspraken gemaakt voor huisvesting arbeidsmigranten. (zie Arnhem).

Onderschrijven de basis voor het RPW Hanteer een bandbreedte bij de te verwachten ruimtebehoefte tot 2040. De berekende ruimtebehoefte voor bedrijventerreinen in de GMR tot 2040 laat een grote bandbreedte zien: tussen 200 en 640 ha. Als uitgangspunt voor het RPW wordt op basis van een aantal

Dank Er is in de definitieve versie van het RPW gekozen om met een minimale ruimtevraag voor regionale ontwikkelingen te werken van 45 ha. Hierbij is de ruimtebehoefte gebaseerd op de methodische berekening zoals uitgevoerd door

keuzes uitgegaan van een behoefte van 295 ha. Hierbij is geen bandbreedte gehanteerd. Dit suggereert dat ruimtelijkeconomische ontwikkelingen en de uitkomst van beleidskeuzes tot 2040 nauwkeurig te voorspellen zijn. Wij stellen voor om uit te gaan van een bandbreedte en deze in de komende jaren op basis van monitoring bij te stellen. De ruimtevraag zal fluctueren door meer/minder transformaties of meer/minder successen bij herstructurering en intensivering.

bureau Ecorys (zie bijlagenrapport). Hierbij is ook aangesloten bij dezelfde werkwijze zoals gehanteerd in eerdere RPW's van de GMR. Middels monitoring houden we de actuele situatie ten aanzien van uitgifte en behoefte nauwgezet in de gaten. Indien draaiknoppen met ruimtewinst onvoldoende ruimte bieden kan er opgeschaald worden tot maximaal 74 ha aan ontwikkelruimte De vervangingsvraag is expliciet meegenomen in de uitbreidingsbehoefte. Middels monitoring houden we vinger aan de pols welke vervangingsplannen er zijn.

Neem de vervangingsvraag uitdrukkelijker mee als uitgangspunt. In de GMR (waaronder in gemeente Beuningen) zijn bedrijven gevestigd op solitaire locaties. In diverse situaties is er de wens of noodzaak voor een verplaatsing. Vanwege groei/doorontwikkeling van bedrijven, knelpunten of overlast op de huidige locatie, of een gewenste transformatie van een locatie. Gezien de aard en schaal van bedrijven is een verplaatsing naar een bedrijventerrein dan meestal noodzakelijk. Wij vinden het relevant om de ruimtebehoefte die volgt uit de zogenoemde vervangingsvraag nadrukkelijker op te nemen in het RPW en de komende jaren te monitoren. In stappenplan “Ruimte voor Economie’ duidelijker onderscheid Wij herkennen dit en in de uiteindelijke teksten maken tussen de stappen. hebben we dit onderscheid verduidelijkt. De 5 stappen voor Ruimte voor Economie geven een duidelijke aanzet voor zorgvuldiger ruimtegebruik en het toekomstbestendiger maken van bedrijventerrein. In de omschrijving van stap 2 (extra vierkante meters door hoger te bouwen en aan te bouwen) zien wij een overlap met stap 3 (intensivering en herstructurering). Wij stellen voor om in de omschrijving de verschillen te verduidelijken, of beide stappen samen te voegen. Ontwikkeling van de circulaire economie.

Dank In aanvulling op het stappenplan stelt u dat de transitie van lineaire naar circulaire economie voornamelijk plaatsvindt bij

bestaande bedrijven in de regio, waarvoor fysieke ruimte nodig is op locaties met hogere milieu categorieën. Wij onderschrijven dit uitgangspunt. Concreter en steviger inzetten op zorgvuldig ruimtegebruik. Op diverse plekken op bedrijventerreinen wordt ruimte zorgvuldiger gebruikt. Tegelijkertijd zien wij het belang en de urgentie dat er nog veel moet gebeuren. Het Omgevingsplan geeft gemeenten een planologisch instrument. Maar die zijn onvoldoende om in te grijpen in de markt voor bedrijfsruimten en intensiever ruimtegebruik af te dwingen. Wij roepen op om in het nieuwe RPW concreter te maken met welke inzet en door wie met name op de punten 2 t/m 4 meer stappen gezet kunnen worden.

Uitbreiding lokale bedrijventerrein belangrijk. Het behoud van de mogelijkheid van gemeenten om lokale bedrijventerreinen uit te breiden (met maximaal 5 ha) vinden wij positief. Hiermee blijft het mogelijk om lokale bedrijven ruimte te blijven bieden. Wij stellen u daarbij voor om in het nieuwe RPW

De sturingsmogelijkheden voor gemeenten op het beter benutten van ruimte op bedrijventerreinen is in dit RPW verder uitgewerkt (zie onder Stap 3 in het RPW). Om aan de slag te kunnen gaan met beter benutten, dient eerst ‘de basis’ bij de betrokken gemeenten op orde te zijn om de optimale strategische-, juridische- en financiële kaders te bieden voor beter benut initiatieven. De beter benut activiteiten zullen meer impact hebben als deze ondersteund worden door flankerend en actueel gemeentelijk economisch beleid, voldoende (ambtelijke) capaciteit voor economische zaken en accountmanagement van werklocaties, kennisdeling en financiële- en planologische instrumenten. Voor mogelijke financiele instrumenten bij provincie, Rijk en Brussel is met name de GMR aan zet maar ook gemeenten kunnen de financiële instrumenten verkennen. Prof. dr. Erwin van der Krabben heeft onderzoek gedaan naar de (planologische) instrumenten in relatie tot de onrendabele top bij het beter benutten van bedrijventerreinen (zie Stap 3 in het RPW). We kiezen er bewust voor om een maximum op te nemen, maar lokaal maatwerk is altijd mogelijk in afstemming met het IOW.

Druten

Heumen

ook de mogelijkheid te bieden voor realisatie van kavels groter dan 0,5 ha. Hiermee wordt meer lokaal maatwerk bij bedrijfsverplaatsingen mogelijk. Voor PDV-ontwikkelingen passend binnen vigerend omgevingsplan is geen afstemming nodig. Het uitgangspunt in de paragraaf ‘(Perifere) Detailhandel’ is niet duidelijk genoeg omschreven. Er wordt vermeld dat additionele ontwikkelruimte alleen mogelijk is in de gemeente Duiven en door middel van herstructurering/intensivering. Wij nemen aan dat ontwikkelingen (waaronder herstructurering /intensiveren) die passen binnen de plancapaciteit van het huidige omgevingsplan een lokale aangelegenheid is en blijft. Wij stellen voor om dit toe te voegen aan dit uitgangspunt. De gemeenteraad van Druten laat bij deze weten in te kunnen stemmen met de uitgangspuntennotitie. Bij uitwerking van het RPW blijven wij toetsen aan onze lokale economische visie en ons aangenomen beleid rondom de werklocaties. De kanttekening die we maken is dat de gemeente Heumen al vele jaren in samenspel met Rijk, provincie en regio werkt aan de transformatie van bedrijventerrein Taaiendijk, dat geheel wordt gebruikt door een betonbedrijf. Een dergelijk bedrijf met zwaar transport in de kern van Malden is niet wenselijk en daarbij is dit ook nog de enige mogelijke woningbouwlocatie van enige omvang in Malden.

Dit heeft eind 2023 geleid tot een overeenkomst tussen de gemeente en het betonbedrijf om het terrein groot 9 ha te verwerven. Het betonbedrijf is niet op zoek naar een andere locatie in de regio. Op Taaiendijk gaat de gemeente ruim 600 woningen bouwen voor de regionale opgave. Aangezien de bestemming nog niet is gewijzigd zullen de voorwaarden voor

De passage is bewust zo geformuleerd. We streven naar een gerichte clustering van PDV. Wij zien een uitbreiding van PDV alleen in het concentratiegebied Duiven.

Dank

Een belangrijk uitgangspunt in het nieuwe RPW is dat er economische ruimte voor de regio geborgd blijft (met bijbehorende werkgelegenheid). Daarom gaat dit RPW uit van compensatieplannen die gemeente moeten indienen bij transformatie naar andere functies. Voor plannen die in het vorige RPW al in de vervangingsvraag zijn meegenomen geldt een het overgangsrecht zoals omschreven in het RPW; “Voor deze plannen die nog niet formeel zijn vastgesteld, maar wel bekend zijn in de regio (de zogenaamde vervangingsvraagprojecten, waarbij er in de ruimtevraag rekening is

Liemers: Duiven,

transformatie hierop van toepassing zijn. Dit maakt dat de spelregels tijdens de rit zijn gewijzigd.

gehouden met deze projecten), vergt een maatwerkoplossing. Dit noemen we projecten waarop het overgangsrecht van toepassing is. Dit zijn: Arnhem (Rijnpark), Beuningen (solitaire bedrijfslocatie), Druten (De Ruijterstraat), Heumen (Taaiendijk), en Lingewaard (Polseweg). Voor alle overige projecten is het overgangsrecht niet van toepassing.”

Heumen heeft geen plannen om nieuw bedrijventerrein te realiseren. De huidige lokale bedrijventerreinen liggen ingeklemd tussen natuur, landgoederen en woningen. Uitbreiding is daar geen optie. Dit is zo ook opgenomen in de omgevingsvisie van de gemeente. De ruimte voor grootschalige nieuwe ontwikkelingen in de gemeente is erg beperkt, aangezien de gemeente veel stedelijk uitloopgebied heeft met grote natuurgebieden en ecologische Als lokaal geen oplossing voorhanden is om te voldoen aan de voorwaarden voor transformatie, de regio samen met de betreffende gemeente de regie pakt om ervoor te zorgen dat het totale areaal bedrijventerrein in stand blijft in de regio.

Dank voor de informatie

Onderschrijven aandacht voor meer kwalitatieve aspecten werklocaties. Met Uitgangspuntennotitie zijn we op de goede weg.

De regie om te zoeken naar compensatie/met een compensatieplan te komen ligt bij de gemeente zelf. Uitgangspunt is behoud van het areaal werklocaties maar er wordt ook gekeken naar behoud van arbeidsplaatsen. Op basis van beide aspecten vindt er een afweging plaats. Als er lokaal voor transformatie wordt gekozen is het aan de gemeente zelf om met een compensatieplan te komen. Mocht dat binnen de eigen gemeente niet lukken dan gaat de gemeente het gesprek aan met andere regiogemeenten. Het uiteindelijke plan bespreken we op de regionale tafel. Dank

Westervoort, Zevenaar, Doesburg

Vragen aandacht voor goede compensatieplannen (waar moeten deze aan voldoen?) en juiste regionale afstemming bij verplaatsing van ondernemingen als gevold van transformatie. De terreinen die nog beschikbaar zijn in de regio mogen niet een onsamenhangende verzamelplaats worden van bedrijven die moeten verplaatsen in verband met transformatie naar bijvoorbeeld wonen. Bij herstructurering en intensivering gaan we in het RPW uit van ruimtewinst. Hoe gaan we dit in de regio monitoren en wie voert dit uit?

Het herstructureren van bedrijventerreinen kost veel geld. Naast een herstructureringsfonds moeten meer middelen worden ingezet om dergelijke trajecten mogelijk te maken. Naast een faciliterende rol van de overheid heeft de markt ook een belangrijke taak hierin. Neem de verantwoordelijkheden, bevoegdheden, taken, rollen en financieringsmogelijkheden op in het RPW.

In dit RPW maken we afspraken over compensatie bij transformatie. Daarbij gaan we in op de voorwaarden waaraan het compensatieplan aan moet voldoen. Dat zijn echter spelregels maar niet om een concrete ruimtelijke vertaling. Het voorstel waar de gemeente mee komt wordt besproken aan de regionale tafel. Monitoren van de herstructurering is inderdaad belangrijk. Elke twee jaar vindt er een monitoring plaats van het RPW, dat hebben we bij de vorige RPW's ook gedaan. Na de monitoring bepalen we of de gestelde ambities haalbaar zijn. Hierbij gaat het zowel om gerealiseerde doelen als concrete intenties om deze doelen te behalen. Van belang is dat er duidelijkheid geboden kan worden of de doelen realistisch en haalbaar zijn. De monitoring is een standaard onderdeel van het RPW proces en zal in opdracht van de GMR/Productieve regio uitgevoerd worden. Herstructurering is zeker een complexe en kostbare zaak. Onder de uitwerking van stap 3 (Functioneel beter benutten) gaan we in op de financiële mogelijkheden en ook op de planologische mogelijkheden. Met name de lobby voor financiële bijdragen is een taak van de GMR, daar zetten wij actief op in. De planologische instrumenten liggen bij de gemeenten. In het vervolg zetten wij in op

In het kader van het beter benutten van bestaande bedrijventerreinen en het zoeken naar pilots in de regio draagt gemeente Duiven, in samenspraak met de eigenaar, bedrijventerrein Helhoek aan als herstructureringslocatie. In het RPW streven we naar het juiste bedrijf op de juiste plaats. Zo wordt gesproken over een minimale milieucategorie op een bedrijventerrein. Pas in de uitwerking op met het stellen van een te strikte milieucategorisering op werklocaties. Sommige bedrijven binnen milieucategorie 1 en 2 passen prima in een woonomgeving, maar andere juist niet (bijvoorbeeld in verband met een verkeersaantrekkende werking). Deze bedrijven zijn daarmee aangewezen op een bedrijventerrein. Wij vragen u geen keiharde grens te stellen, maar een richtinggevende lijn op te nemen. Nieuwe XXL logistiek is alleen toegestaan ter ondersteuning van de topsectoren Health, Hightech en Energy, of voor logistieke dienstverleners uit de regio om door te groeien. De vraag hierbij is in hoeverre de grens van de GMR hierbij van toepassing is? Een gemeente kan weliswaar in een andere regio liggen, maar wel aan een GMR-gemeente grenzen. Zevenaar is in het huidige RPW niet akkoord gegaan met de schrapopgave ten aanzien van de onbenutte planologische ruimte voor perifere detailhandel op bedrijventerrein Hengelder.

Zevenaar heeft zowel met de provincie als met u gecommuniceerd dat zij hierover nadere afspraken maken als er duidelijkheid is over de doortrekking van de A15, de verbreding van de A12 en de komst van de op/afrit Hengelder. Dit standpunt is in de tussentijd niet veranderd.

verdere kennisdeling op dit vlak en onderzoeken ook wat gemeenten hiervoor nodig hebben. Dit is niet opgenomen in dit RPW maar zien wij als een vervolgstap. Er is een uitvraag gedaan bij gemeenten om pilots op te halen. De inbreng van Duiven (Helhoek) is ontvangen. Wij hebben wel minimale eisen opgenomen in dit RPW. Bij nieuwe ontwikkelingen is er een minimale milieubelastingsniveau van 3 (voorheen milieucategorie van 3.1). Hier kan onderbouwd van worden afgeweken als dit goed onderbouwd is (bijvoorbeeld omvang bedrijfsgebouw, situering nabij woonwijk of hoge frequentie van logistieke bewegingen). Wij kijken hierbij naar het volledige bovenregionale knooppunt. Voor het knooppunt Emmerich/Montferland/Zevenaar ligt inderdaad deels buiten GMR/landsgrens. Wij zijn ook verheugd over het feit dat er duidelijkheid is over de doortrekking van de A15, de verbreding van de A12 en de op/afrit bij Hengelder. De schrapopgave uit het huidige RPW blijft een verplichting voor de gemeente Zevenaar. Dit is in formele zin een aangelegenheid tussen gemeente en provincie. De GMR denkt graag mee in de praktische uitwerking van de plannen

Lingewaard

Complimenten, Uitgangspuntennotitie is in goed overleg tot stand gekomen. Biedt voldoende basis om tot een nieuw RPW te komen. De uitgangspunten zijn algemeen van aard. Wij pleiten ervoor om het concept regionale programma werklocaties voor te leggen aan de raden voor formele inbreng (zienswijzen) vanuit gemeenten en daarna pas vast te stellen. Voor het draagvlak is deze extra stap noodzakelijk.

Randvoorwaarden moeten verder uitgewerkt worden. Meerdere randvoorwaarden moeten nog verder uitgewerkt worden. Wij zijn benieuwd hoe het programma gezondheid, brede welvaart en Hogere Milieu Categorie (HMC) bedrijvigheid aan elkaar verbindt. Status rapportage "Groene Metropoolregio, circulaire topregio" onduidelijk. Op de agenda van het bestuurlijk platform van de circulaire en productieve regio heeft de rapportage "Groene Metropoolregio, circulaire topregio" (februari 2024) gestaan van Ecorys en BVR. Zijn de adviezen uit deze rapportage uitgangspunten voor het nieuwe RPW? En wat is de status van deze rapportage? Herstructurering en inzet planologische instrumenten. De geschetste aanpak van herstructurering is sterk gericht op fondsen en andere financiële instrumenten. Naar onze mening zijn er ook andere aanvullende instrumenten. Deze aanvullende instrumenten missen wij in de uitgangspunten. Zo kunnen

Dank In de tijdsspanne tot de zomer 2025 paste het niet om een extra zienswijzeprocedure in te passen. Op 24 februari is er wel een informatief webinar georganiseerd voor raadsleden waar 15 raadsleden aan hebben deelgenomen. Wij zijn echter graag bereid om aan extra informatievoorziening te doen tijdens commissie- of raadsbesprekingen over het RPW. De randvoorwaarden zijn uitgewerkt en de brede welvaart en regionale meerwaarde zijn expliciet benoemd. Ruimte voor HMC zien wij als een belangrijke voorwaarde voor de transitie naar een circulaire economie. Werken aan een circulaire economie is werken aan een gezonde regio. Het rapport is vastgesteld door de GMR en is daarmee definitief. De conclusies en aanbevelingen van het rapport hebben als input gediend voor het RPW voor verdere stappen en uitwerking, met name op het vlak van herstructurering. Wij herkennen dit, ook andere aanvullende instrumenten zijn bij herstructurering van belang. Daarbij gaat het met name om planologische instrumenten die gemeenten kunnen inzetten bij herstructurering. Door

planologische instrumenten ingezet worden om randvoorwaarden aan ruimtelijke ontwikkelingen te verbinden. Pleidooi voor maatwerk voor uitbreiding bedrijfskavels op lokale bedrijventerreinen. Elke gemeente krijgt de mogelijkheid om lokale ondernemers ruimte te bieden op lokale bedrijventerreinen met een maximum van 5 hectare per gemeente. Wij zien liever maatwerk per gemeente/bedrijf waar wenselijk. Bedrijventerreinen met een bijzonder belang NEXTgarden benoemd/Looveer toevoegen De Groene Metropool Regio (GMR) kent volgens u een aantal bedrijventerreinen waar verschillende ruimtelijke en economische opgaven samenkomen. Aan deze bedrijventerreinen wordt een bijzonder belang toegekend (paragraaf 3.5). In paragraaf 3.7 van de technisch bijlage noemt u terecht NEXT Garden. Wij adviseren u om het Looveer als terrein van belang te benoemen in het kader van de circulaire opgave en ligging aan vaarwater.

Nijmegen

Geen uitbreiding Grootschalige Detailhandelsvestiging/Perifere Detailhandels Vestiging locatie Ressen. Op de kaart van blz. 16 (technische bijlage) is de locatie Ressen aangegeven als een GDV/PDV locatie. Wij gaan ervan uit, dat deze locatie niet verder wordt uitgebreid en de locatie beperkt blijft tot 1 solitaire vestiging van de Hornbach (bouwmarkt/tuincentrum) alsmede een tankstation en een restaurant. Hierover zijn in het huidige Regionale Programma Werklocaties afspraken gemaakt. Op hoofdlijnen kunnen wij ons vinden in de uitgangspunten voor het nieuwe RPW 2025-2028. Het RPW schenkt aandacht aan belangrijke opgaven als herstructurering, intensivering, vergroening, klimaatadaptatie,

Professor van der Krabben is hier onderzoek naar gedaan in opdracht van de GMR. De uitkomsten hiervan zijn in het RPW verwerkt. We kiezen er bewust voor om een maximum op te nemen. Maatwerk is echter altijd mogelijk in afstemming met het Intergemeentelijk Overleg Werklocaties (IOW). De locatie Looveer komt niet uit het onderzoek van de bureaus BVR / Ecorys als terrein met een bijzonder circulair belang naar voren. Wij baseren ons hierbij op onafhankelijk onderzoek. Het niet opnemen van Looveer, betekent niet dat er geen plannen gemaakt kunnen worden. Met name de watergebonden ligging kan interessant zijn voor diverse (her)ontwikkel mogelijkheden. Next Garden is wel opgenomen aan de terreinen met bijzonder belang. Dat klopt, er is hier geen nieuwe uitbreidingsruimte meer.

Dank

biodiversiteit, netcongestie etc. De uitgangspunten sluiten aan bij de beleidsuitgangspunten van het Nijmeegse werklocatiebeleid. Het regionale beleid voor kantoren en (perifere) detailhandel wordt gecontinueerd. We zijn blij met de regionale aandacht voor de campussen in het nieuwe RPW. Naast herstructurering en intensivering vinden we dat er ook ruimte nodig is voor nieuwe ontwikkelingen in de regio Na bedrijventerrein de Grift heeft Nijmegen geen uitleglocaties meer en daar ook geen ruimte voor. We zijn in de toekomst afhankelijker van herstructurering om ruimte te creëren op de Nijmeegse werklocaties en van nieuw aanbod van werklocaties in regiogemeenten. We zien dit als een gezamenlijke opgave met de regio. We vinden het positief dat de GMR constateert dat aIleen herstructurering en intensivering het ruimteprobleem niet oplost en ook ruimte mogelijk maakt voor nieuwe ontwikkelingen. We willen ruimte kunnen bieden voor groei van het lokale (en regionale) MKB en nieuwe bedrijven. Ook hebben we (schuif-) ruimte nodig voor onze ambities voor doorontwikkeling van de campussen en circulaire economie. Wij ondersteunen de doelstelling om ruimtewinst te behalen op bestaande terreinen door herstructurering. We ondersteunen ook de ambitie om zoveel mogelijk te intensiveren op nieuwe en bestaande terreinen, zodat zo min mogelijk nieuwe uitleg noodzakelijk is.

Monitoring is belangrijk. We merken wel op dat de slagingskans van deze ambities samenhangt met de inzet van verschillende instrumenten: op het gebied van financiering (herstructureringsfonds/ vereveningsfonds etc.), planologisch-juridische instrumentarium, medewerking marktpartijen en beschikbaarheid van schuifruimte voor uitplaatsingen. Het onderzoek dat de provincie Gelderland uitvoert naar de intensivering op bestaande bedrijventerreinen in Gelderland (waar bedrijventerrein TPN-West als pilot aan mee doet) geeft

Wij constateren ook het met het doorlopen van de stappen 1 tot en met 4 niet aan alle ruimtebehoefte kan worden voorzien en dat er daarnaast ook nieuwe ontwikkelruimte nodig is (45 hectare). De nieuwe ontwikkelruimte zien we als regio vooral als doorgroeilocatie voor bedrijven die al in de regio zijn gevestigd en daarnaast om schuifruimte te creëren voor potentiële herstructurering van de bestaande voorraad. Het gaat daarbij om nieuwe ontwikkelruimte voor lokale bestaande bedrijventerreinen en nieuwe ontwikkelruimte voor regionale bedrijventerreinen. Wij onderschrijven een goede monitoring op de diverse onderdelen. Monitoring van het gehele RPW en specifiek gericht op herstructurering en intensivering wordt expliciet beschreven in het nieuwe RPW.

meer inzicht in de haalbaarheid, instrumenten en financiële middelen die nodig zijn om tot haalbare businesscases te komen. We vinden het belangrijk om herstructurering en intensivering goed te monitoren en te evalueren om indien nodig bij te kunnen sturen. lmmers de praktijk is weerbarstig, herstructurering is een ingewikkeld en kostbaar proces en een zaak van lange adem. We zien een goede monitoring van zowel herstructurering, als intensivering graag terugkomen in het definitieve RPW. We ondersteunen het streven om bestaande werklocaties te behouden. Het gaat naar onze mening vooral bij transformatieplannen om (het behoud en) de compensatie van economische functies en niet om het 1 op 1 compenseren van vierkante meters. We vinden het belangrijk dat er oog blijft voor de specifieke lokale situatie van een gemeente zodat maatwerk mogelijk is. Het alleen toestaan van transformatie naar wonen als er compensatie van de verloren vierkante meters bedrijventerrein plaatsvindt vinden we ver gaan. Temeer omdat Nijmegen weinig ruimte heeft voor compensatie en daarmee afhankelijk is van de regio. We zien dat er in de uitgangspuntennotitie geen sprake meer is van een compensatieplicht maar dat een gemeente die een terrein wil transformeren gevraagd wordt om zelf een plan te maken waarin aangegeven wordt hoe er getransformeerd en hoe er- indien nodig- gecompenseerd kan worden.

We verzoeken om een aantal tekstuele wijzigingen in de notitie aan te brengen Uitgangspuntennotitie, pagina 7/8 H.3.4 Wat is er nog meer van belang? Verzoek om een tekstpassage op te nemen over huisvesting arbeidsmigranten: "in het RPW wordt aandacht geschonken aan de huisvesting van arbeidsmigranten".

De regie om te zoeken naar compensatie/met een compensatieplan te komen ligt bij de gemeente zelf. Uitgangspunt is behoud van het areaal werklocaties maar er wordt ook gekeken naar behoud van arbeidsplaatsen. Op basis van beide aspecten vindt er een afweging plaats. Als er lokaal voor transformatie wordt gekozen is het aan de gemeente zelf om met een compensatieplan te komen. Mocht dat binnen de eigen gemeente niet lukken dan gaat de gemeente het gesprek aan met andere regiogemeenten. Het uiteindelijke plan bespreken we op de regionale tafel.

Huisvesting van arbeidsmigranten is nader uitgewerkt in het RPW Campussen (en welke campussen dit betreft) worden in het hoofdstuk campus expliciet beschreven

Uitgangspuntennotitie, pagina 9, H 4. Kantoorlocaties,4• bu/lit (Technische bijlage, pagina15, H.4.2 Uitgangspunten kantoren, 2e bu/lit): Verzoek om in de tekst over Campussen, "de Novio Tech Campus Nijmegen expliciet te noemen". Technische bijlage, pagina 26, bij/age 3, 4• bu/lit: Verzoek om de tekst over de Winkelsteeg als volgt aan te passen: " ... Winkelsteeg wordt een gemengde woon-werklocatie en de werkfunctie groeit op dit terrein met 3.000 arbeidsplaatsen". Uitgangspuntennotitie, pagina 8 H.3.4 Wat is er nog meer van belang? Verzoek om de tekstpassage van bulletpoint 6 aan te vullen met het 'behoud en bevordering van biodiversiteit' als integraal uit te maken deel van nieuwe en te herstructureren terreinen." Participatie • De gemeenteraad van Nijmegen constateert dat het besluitvormingsproces random de RPW onvoldoende de mogelijke participatie benoemt. En vraagt de GMR te zorgen voor een zorgvuldig participatieproces met diverse stakeholders en hiervoor ook voldoende tijd in te ruimen en voegt dit toe als punt 5 of ander logisch volgnummer in de zienswijzebrief. • De gemeenteraad van Nijmegen constateert dat dit niet op zichzelf staat, maar geldt voor alle kaderstellende documenten die de GMR voorbereidt voor besluitvorming van de raden.

• De gemeenteraad van Nijmegen graag zou zien dat de GMR in dit en andere vergelijkbare gevallen de participatie SMART belicht, al dan niet afgestemd met de afzonderlijke colleges van B&W of bestuurlijke overlegtafels met een duidelijke en transparante rolverdeling tussen de GMR en de afzonderlijke colleges van B&W.

Biodiversiteit is onderdeel van de kwalitatieve eisen die aan nieuwe ontwikkelingen gesteld.

Ten behoeve van dit RPW traject is een uitgebreid participatietraject doorlopen. Deze heeft plaatsgevonden nadat de reacties van gemeenten (middels de zienswijzen) binnen waren. We hebben gesproken met de voorzitters van ondernemersverenigingen, parkmanagers, VNO-NCW, The Economic Board, makelaars, ontwikkelaars en beleggers.

•

Overbetuwe

De gemeenteraad van Nijmegen graag zou zien dat er hoe dan ook voldoende tijd wordt gereserveerd in het besluit voor het feitelijk kunnen vormgeven van een zorgvuldige participatie binnen de gemeenten.

Wij kunnen ons vinden in de algemene uitgangspunten maar vinden dat deze nog onvoldoende zijn uitgewerkt om de consequenties scherp te hebben. Daarom de volgende wensen en bedenkingen: Mogelijkheden voor een zienswijze op het definitieve RPW De uitgangspunten zijn algemeen zoals eerder benoemd. De uitwerking van de uitgangspunten zal meer impact hebben die nu nog niet inzichtelijke is. Impact met mogelijk grote(re) consequenties voor gemeenten. Wij pleiten daarom om het concept definitief RPW voor te leggen aan de raden voor formele inbreng vanuit gemeenten. Liever een RPW met veel draagvlak (en passend bij de opgaven van gemeenten) vanuit de verschillende gemeenten dan een RPW onder tijdsdruk waar raden beperkt invloed op hebben gehad.

Inzet planologische instrumenten bij herstructurering De aanpak voor herstructurering is sterk gericht op fondsen of andere financiële instrumenten. In het traject van het RPW is bestuurlijk en ambtelijk door gemeente Overbetuwe diverse keren aangegeven dat er ook aanvullende instrumenten zijn. Deze andere instrumenten missen wij in de uitgangspunten. Met planologische instrumenten kan de overheid randvoorwaarden aan de markt meegeven. De meeste herstructurering zal toch

Dank

Bij de start van het RPW is de Regioagendacommissie geïnformeerd over het RPW middels een presentatie. Na de zomer van 2024 heeft er een zienswijzenprocedure plaatsgevonden op de Uitgangspuntennotitie. Op 24 februari 2025 is er een webinar rondom het RPW georganiseerd voor raadsleden. Het huidige RPW is op 1 januari 2025 verlopen en we hebben van de provincie tot de zomer gekregen om tot besluitvorming te komen. In de tijdsspanne tot de zomer 2025 paste het niet om een extra zienswijzeprocedure in te passen. Wij zijn echter graag bereid om aan extra informatievoorziening aan de raad te doen waar nodig tijdens het besluitvormingsproces bij gemeenten. Wij herkennen dit, ook andere aanvullende instrumenten zijn bij herstructurering van belang. Wij hebben daarom Prof. dr. Erwin van der Krabben gevraagd onderzoek te doen naar de (planologische) instrumenten in relatie tot de onrendabele top bij het beter benutten van bedrijventerreinen (zie Stap 3 in het RPW). Het

door de markt opgepakt worden vanwege schaarse ruimte voor bedrijven. Wij zouden graag zien dat er collectief vanuit de GMR en/of provincie gestuurd wordt op planologische voorwaarden voor herstructurering van bedrijventerreinen. Enkele voorbeelden hiervan zijn: - Geen grootschalige ontwikkelingen op bestaande bedrijventerreinen: In de bestemmingsplannen/omgevingsplan op bedrijventerreinen ervoor zorgen dat er geen kavels kunnen worden opgekocht met als doel voor grootschalige (logistieke) ontwikkelingen, bijvoorbeeld groter dan 3 hectare. - Geen kleinschalige ontwikkelingen: In de bestemmingsplannen/omgevingsplan bij herstructurering/nieuwsbouw van bestaande bedrijfskavels is er geen ruimte voor bedrijfshallen/units/garages/opslagboxen kleiner dan een bepaald m2 per unit (bijvoorbeeld 200 m2). Deze randvoorwaarden zorgen dat er voor MKB bedrijven van 10250 werkzame personen meer kansen zijn op de bedrijfsruimtemarkt. Juist deze groep bedrijven zijn de banenmotor van de economie. Kansen Health, Hightech en Energy In het Koersdocument economie van de toekomst is dit het eerste leidende principe: “Economisch beleid concentreert zich op de topsectoren Health, Hightech en Energy.

De input voor de campussen en de spinoff binnen het ecosysteem is beperkt opgeschreven.” De slotzin van de uitgangspuntennotitie luidt: “De behoeften op en rond de campussen vragen om meer campus gerelateerde ruimte. Deze groei vraagt ook om ruimte in de omliggende (regio) gemeenten op bestaande bedrijventerreinen en nieuwe ontwikkellocaties. “

gaat hier expliciet om meer dan alleen de financiële instrumenten.

Wij vinden ook dat campussen extra aandacht verdienen, vandaar dat dit als nieuw onderdeel binnen het RPW is toegevoegd. Campussen zijn een bron van (technologische) innovaties en een kweekvijver voor startende bedrijven. Onder het hoofdstuk Campussen hebben we dit verder uitgewerkt. Dank voor uw aanbod om aan de sluiten bij de regionale visies en ambities op het gebied om

Wij zien graag beter terug hoe de bedrijven worden behouden die de campussen ontgroeien, wat de waarde van deze bedrijvigheid is en hoeveel ruimte hier beschikbaar moet komen (kwalitatief en kwantitatief). Dit ontbreekt nu in de uitgangspuntennotitie. Wij zien de bedrijventerreinen in Overbetuwe als een strategische plek in de GMR voor bedrijven passend bij de speerpunten. Als lokale overheid hebben wij zelf niet de capaciteit, kennis en middelen in huis om hiervoor een strategie op te stellen. Wij sluiten daarom graag aan bij de regionale visies en ambities op het gebied om Health, Hightech en Energy bedrijvigheid te behouden in de GMR. In paragraaf 3.7 Bedrijventerreinen met bijzonder belang (zie Technische bijlage RPW Uitgangspuntennotitie) worden een aantal terreinen die van bijzonder belang voor onze regio zijn benoemd. Wij vinden dat dit nu onvoldoende is onderbouwd en geen goede afspiegeling is van de GMR en de economische speerpunten. Bedrijventerrein de Aam is vanwege de kansen voor een cluster van health bedrijvigheid een passende aanvulling op de lijst van bedrijventerreinen met bijzonder belang. Geen uitbreiding logistiek ik Overbetuwe In de uitgangspuntennotitie staat het volgende over logistiek: “….Logistiek is een noodzakelijke randvoorwaarde voor verdere groei van de regio. Denk alleen al aan de bevoorrading van winkels of bezorging van medicijnen….”.

De logistieke sector is de afgelopen jaren sterk gegroeid in Overbetuwe en de GMR. Deze sterke groei zorgt voor mobiliteitsopgaven en arbeidsmigranten waar geen huisvesting voor is. Vanuit Overbetuwe is er geen wens voor verdere vergroting van de logistieke sector. Kijk naar de bestaande voorraad in de logistieke knooppunten (incl. plannen voor de Grift in Nijmegen)

Health, Hightech en Energy bedrijvigheid te behouden in de GMR. Wij zullen hier in het vervolgtraject op terugkomen. De Aam is toegevoegd als bedrijventerrein van bijzonder belang.

In de uitwerking van het onderwerp logistiek is hier nadrukkelijk aandacht aan gegeven, mede naar aanleiding van diverse bestuurlijke overleggen tussen de gemeenten van de logistieke knooppunten.

Renkum

om hier kansen voor onder andere stadslogistiek een plek te geven. Daarnaast zijn datacentra absoluut ongewenst. Ruimte voor lokale bedrijfskavels Elke gemeente krijgt de mogelijkheid om lokale ondernemers ruimte te bieden op lokale terreinen met een maximum van totaal 5 hectare per gemeente. Dit is voor Overbetuwe een uitbreiding van 1% van de bestaande bedrijventerreinen. De 5 hectare moet geen absoluut getal zijn maar er moet ook gekeken worden naar de grootte van de lokale economie. Wij vinden het een sterke verbetering dat in de uitgangspuntennotitie de kwalitatieve aspecten een grotere rol hebben gekregen ten opzichte van voorgaande RPW’s waar veel meer op kwantiteit was ingestoken. We hebben met z’n allen de opgave om zorgvuldig om te gaan met de ruimte. De woningbouwopgave binnen de GMR vraagt o.a. ook om een toename van werklocaties: we willen tenslotte voldoende werkgelegenheid en voorzieningen kunnen bieden aan onze inwoners binnen de regio. De beperkte ruimte moet echter verdeeld worden over vele functies en het ongebreideld uitbreiden van bedrijventerreinen is allang niet meer van toepassing. Het behouden van bestaande werklocaties, verdichting op bestaande bedrijventerreinen, herstructurering en revitaliseren vinden we belangrijke punten in deze uitgangspuntennotitie.

Wij vinden dat uitbreiding van bedrijven wel passend moet blijven bij de schaal van de regio en het aanbod aan arbeidskrachten in de nabije omgeving. Hierdoor beperken we de vraag naar huisvesting van arbeidsmigranten, een toename van verkeersbewegingen, milieuverontreiniging, gezondheidsrisico’s, etc.

We kiezen er bewust voor om een maximum op te nemen. Maatwerk is echter altijd mogelijk in afstemming met het Intergemeentelijk Overleg Werklocaties (IOW). Hierbij is ook een toevoeging gedaan dat dit bezien wordt in relatie tot de omvang van de gemeente/ economie. Dank.

Wij onderschrijven dat brede welvaart een belangrijk criterium is bij hoe om te gaan met ruimte voor werklocaties. Onder paragraaf 2.4. gaan we ook in op de regionale meerwaarde als basis voor de keuzes in het RPW. Aan de hand van de regionale meerwaarde bepalen we welke bedrijven wenselijk zijn om te faciliteren en

welke niet. De principes van regionale meerwaarde die we toepassen binnen het RPW zijn: 1) Ondersteuning van regionale topsectoren 2) Faciliteren van circulaire economie 3) Balans tussen werkgelegenheid en leefkwaliteit 4) Slim en duurzaam ruimtegebruik Het is ook juist de regionale meerwaarde waarom wij zetten in op herstructurering en intensivering, op het beperken van de reisafstand, het beter benutten van werklocaties, randvoorwaarden ten behoeve van een fijne leefomgeving, circulaire economie, duurzame energievoorziening etc. Het uitgangspunt dat de GMR niet alle XXL-logistiek faciliteert, onderschrijven we. Maar ook voor de nieuwe vestiging van XXLlogistiek die ondersteunend is aan de topsectoren, verwachten we een goede afweging, vanuit de basis van ‘brede welvaart’.

Rheden

Bij de uitwerking van de aanpak op herstructurering en intensivering van bedrijventerreinen, zien we naast de financiële middelen ook planologische instrumenten als een randvoorwaarde.

Zie hierboven, brede welvaart is voor alle nieuwe bedrijven van belang, dus brede welvaart is ook bij nieuwe vestiging van XXL logistiek ondersteunend aan de topsectoren een belangrijke afweging. Wij herkennen dit, ook andere aanvullende instrumenten zijn bij herstructurering van belang. Wij hebben daarom Prof. dr. Erwin van der Krabben gevraagd onderzoek te doen naar de (planologische) instrumenten in relatie tot de onrendabele top bij het beter benutten van bedrijventerreinen (zie Stap 3 in het RPW). Het gaat hier expliciet om meer dan alleen de financiële instrumenten.

Waardeert de inspanningen

Dank

De gemeenteraad verzoekt de GMR om het bevorderen van de brede welvaart nadrukkelijker te verankeren in de uitgangspuntennotitie Regionaal Programma 2025-2028 als afwegings- en toetsingskader. De voorgestelde uitgangspunten met betrekking tot bedrijventerreinen beperken op dit moment de mogelijkheden voor gemeenten om op een proactieve en integrale wijze aan de slag te gaan met gebiedsverbeteringen. Wij zijn van mening dat brede welvaart een fundamenteel uitgangspunt zou moeten zijn bij de ontwikkeling en herontwikkeling van bedrijventerreinen. Het creëren van een duurzame en sociaal-economisch verantwoorde omgeving, waarin zowel economische als andere maatschappelijke belangen hand in hand gaan, vereist een bredere benadering dan nu wordt voorgesteld.

Een ander punt van zorg betreft de compensatieplicht bij transformaties van bedrijventerreinen. De gemeenteraad acht het onrealistisch en beperkend om deze plicht te handhaven. De praktijk wijst uit dat het voldoen aan de compensatie-eisen vaak een belemmering vormt voor transformatieprojecten, vooral wanneer deze gericht zijn op het bevorderen van brede welvaart. Wij verzoeken de GMR daarom om deze compensatieplicht te laten vervallen en ruimte te bieden voor transformaties die gericht zijn op milieuverbetering, leefbaarheid en sociaal-

Wij onderschrijven dat brede welvaart een belangrijk criterium is bij hoe om te gaan met ruimte voor werklocaties. Onder paragraaf 2.4. gaan we ook in op de regionale meerwaarde als basis voor de keuzes in het RPW. Aan de hand van de regionale meerwaarde bepalen we welke bedrijven wenselijk zijn om te faciliteren en welke niet. De principes van regionale meerwaarde die we toepassen binnen het RPW zijn: 1) Ondersteuning van regionale topsectoren 2) Faciliteren van circulaire economie 3) Balans tussen werkgelegenheid en leefkwaliteit 4) Slim en duurzaam ruimtegebruik Het is ook juist de regionale meerwaarde waarom wij zetten in op herstructurering en intensivering, op het beperken van de reisafstand, het beter benutten van werklocaties, randvoorwaarden ten behoeve van een fijne leefomgeving, circulaire economie, duurzame energievoorziening etc. In de uitgangspuntennotitie omschrijven wij geen compensatieplicht maar een inspanningsverplichting om een compensatieplan in te dienen bij de regio als de gemeente een transformatie ambieert. Zo borgen we dat iedere gemeente autonomie heeft maar wel binnen de regionale afspraken. De regie om te zoeken naar compensatie/met een compensatieplan te komen ligt bij de gemeente zelf. Uitgangspunt is behoud van het

economische vooruitgang, zonder de last van compensatieeisen. In het verlengde hiervan constateert de gemeenteraad dat de conceptnotitie te weinig ruimte biedt voor autonomie van de individuele gemeenten. In het licht van brede welvaart is het cruciaal dat gemeenten de mogelijkheid hebben om in bijzondere omstandigheden beslissingen te nemen die passen bij lokale context en behoeften. Wij verzoeken de GMR dan ook om de autonomie van gemeenten te vergroten, zodat zij in staat zijn om in bijzondere omstandigheden en in lijn met de bredere welvaartsdoelstellingen bedrijventerreinen te transformeren. De gemeenteraad mist een heldere uitwerking van de "slimme" clustering van economische functies, zoals industrie. Wij achten het van belang dat z.s.m. een strategische benadering komt waarin duidelijk wordt welke functies zich lenen voor clustering en waar deze het beste kunnen worden gepositioneerd binnen de regio. Hoewel de noodzaak van voldoende bedrijventerreinen wordt erkend, pleit de gemeenteraad ervoor om te werken vanuit het principe "het juiste bedrijf op de juiste plek". Het behoud van bedrijventerreinen voor hogere milieu categorie bedrijven moet geen doel op zich zijn, dient altijd integraal bekeken worden. Dit uitgangspunt zou nader geconcretiseerd moeten worden om te waarborgen dat bedrijventerreinen optimaal bijdragen aan de brede welvaart.

Ten aanzien van werkgelegenheid is de gemeenteraad van mening dat de notitie te veel gericht is op het behoud van bestaande situaties. Bij transformaties van bedrijventerreinen, waarbij werken en wonen worden vermengd, kan juist sprake zijn van meer of andere vormen van werkgelegenheid die de regio ten goede komen. Wij verzoeken de GMR om hier meer aandacht aan te besteden. De gemeenteraad wenst meer lokale ruimte te

areaal werklocaties maar er wordt ook gekeken naar behoud van arbeidsplaatsen. Op basis van beide aspecten vindt er een afweging plaats. Als er lokaal voor transformatie wordt gekozen is het aan de gemeente zelf om met een compensatieplan te komen. Mocht dat binnen de eigen gemeente niet lukken dan gaat de gemeente het gesprek aan met andere regiogemeenten. Het uiteindelijke plan bespreken we op de regionale tafel.

In het RPW schrijven wij bewust geen clustering van bedrijven voor en welke bedrijven waar moeten komen. Die keuzes liggen bij de gemeenten zelf, daarmee behouden gemeenten autonomie. Wij scheppen wel randvoorwaarden voor het creëren van nieuwe ontwikkelruimte. Daarbij bieden we de mogelijkheid om werkmilieus naar behoefte te kunnen faciliteren.

Het mengen van wonen en werken is inderdaad een essentieel onderdeel en biedt voor bepaalde bedrijven mogelijkheden om niet op werklocaties te landen. Juist daarom zetten wij in op functiecombinaties, bijvoorbeeld in woonwijken of in binnensteden. Dat zijn

Rozendaal

Wijchen

Inbreng Stakeholders

zien voor de vestiging van kleine kantoren op bedrijventerreinen. Dit zou lokale ondernemingen en start-ups de kans geven om zich te vestigen en bij te dragen aan de dynamiek en diversiteit van de bedrijventerreinen in onze regio. Complimenten, positieve zienswijze. Ondanks dat de uitgangspuntennotitie RPW Rozendaal in directe zin niet raakt zien wij het belang in van dit document voor de regio en de provincie en indirect ook wel ook omdat veel van de bewoners van Rozendaal werken op de verschillende werklocaties in de regio. Daarnaast is de druk op de ruimte groot, woningen, de energietransitie en de omslag naar een circulaire economie vragen ook ruimte. Dat neemt echter niet weg dat er ook voldoende ruimte moet blijven voor economische activiteiten. Stemt in met uitgangspuntennotitie Gemeenteraad heeft in een motie op 30 november 2023 opgeroepen om de mogelijkheid te onderzoeken om lokale bedrijven te verplaatsen naar de beoogde uitbreiding van Bijsterhuizen om zo ruimte te maken voor woningbouw (mogelijke transformatie lokaal bedrijventerrein). Het college geeft momenteel uitvoering aan deze motie door het uitvoeren van een ruimtelijke verkenning naar de mogelijkheden voor woningbouw, werklocaties en groene uitloopgebieden. Dit in lijn met de strategie van de GMR om de juiste dingen op de juiste plek te doen.

Dit staat met name beschreven in paragraaf 3.2 (pagina 6) van de uitgangspuntennotitie. De verkenning is nog gaande maar er lijkt geen strijdigheid met de uitgangspuntennotitie.

plekken waar bepaalde lokale bedrijven en startups een fysieke plek kunnen krijgen. Dank -

Dank Wij hebben (recent) begrepen van uw college dat de noodzaak om lokale bedrijven te verplaatsen naar de beoogde uitbreiding van Bijsterhuizen niet meer actueel is.

Ondernemersverenigingen

Aandacht voor behoud milieu categorieën op bedrijventerreinen Ondersteuning van de lijn om in te zetten op herstructurering en minder op nieuwbouw Om gezamenlijke parkeervoorzieningen te realiseren (en andere vormen van parkeren – zoals Transferium) moeten ook parkeernormen losgelaten worden Goed parkmanagement (met ledenstructuur) is noodzakelijk

Parkmanagers

Ruimte voor hmc bedrijvigheid – goede bereikbaarheid locaties Let op bij stap 2 ruimtewinst door middel van optoppen met auteursrechten van architecten Stapelen van functies (goederen omhoog brengen) is kostbaar Betaalbare bedrijfshuisvesting is van groot belang

Handhaving gemeenten van groot belang (zowel bij nieuwe ontwikkelingen), maar vooral op bestaande bedrijventerreinen Marktpartijen; makelaars, ontwikkelaars, beleggers

Twijfel of er onvoldoende ruimtewinst te behalen valt met stap 2 (optoppen gebouwen) ivm technische mogelijkheden gebouwen en planologische beperkingen gemeenten

Aandacht voor leegstand bij (grootschalige) logistiek. Vrees voor nieuwe varkenscyclus bij vastgoedontwikkelingen.

Stap 1 behoud werklocaties aangepast om ook behoud milieu categorieën onderdeel van compensatie te laten zijn Dit vraagt om maatwerk vanuit regio en gemeenten Is nu opgenomen als verplichting bij nieuwe ontwikkelingen Bereikbaarheid is van groot belang bij de (her)ontwikkeling van terreinen Goed om hiervan op de hoogte te zijn bij verdere planuitwerkingen Herkenbaar. Indien gronden schaars zijn, is dit de enige oplossing, gronden zelf worden ook duurder Is een uitdaging (landelijk) met alle wensen/ eisen waaraan voldaan moet worden om toch voldoende betaalbare bedrijfshuisvesting te kunnen realiseren Belangrijk punt die meegenomen wordt in communicatie richting gemeenten Signaal is duidelijk. Casuïstiek zal per gebouw apart bekeken moeten worden Het gaat niet alleen om optoppen, ook om aanbouwen of benutten onbebouwde ruimte. Gemeenten zullen in hun omgevingsplan voldoende ruimte voor uitbreiding mogelijk moeten maken. In het onderdeel grootschalige logistiek wordt aandacht besteed aan de huidige leegstand en

daarom ook extra aandacht voor de 2-jaarlijkse monitoring The Economic Board (TEB)

De rol van de campussen in deze regio is van groot belang, fijn dat deze een plek krijgen in het RPW. De campussen krijgen echter andere namen, gerelateerd aan LIfeport. Gebruik de juiste namen. De ambitie is hoog, hoe gaat de regio daarmee om?

Naamgeving is aangepast.

Hoe wordt omgegaan met de tranchering nieuwe ontwikkellocaties?

Er is ruimte voor 45 hectare nieuwe ontwikkelingen. We hebben afgesproken dat we gemeenten de ruimte geven om op die 45 hectare in te tekenen en dus niet in tranches te werken. Hoe dat proces er precies uit gaat zien werken we in het vervolgproces verder uit. Als GMR gaan we alleen over de fysieke ruimte en het faciliteren van die behoefte. Daarover maken we afspraken in het RPW. Voor een duurzame economische ontwikkeling en het innovatieve vermogen van de regio is het van belang dat de positie van de campussen verder wordt versterkt in zowel economisch als

Wie gaat er over de bedrijven op de campussen? Dat is niet helemaal duidelijk.

We gaan uit van een 5 stappenplan, 5 knoppen om aan de draaien: Stap 1: Behoud van bedrijventerreinen Stap 2: Ruimtelijk beter benutten (Intensiveren) Stap 3: Functioneel beter benutten (Herstructureren) Stap 4: Combineren van werk met andere functies Stap 5: Nieuwe ontwikkelruimte voor de resterende ruimtebehoefte

ruimtelijk opzicht. Dat betekent dat er regionaal aandacht moet zijn voor het faciliteren van voldoende ruimte voor innovatieve bedrijven. Dat is waarover afspraken worden gemaakt in het RPW; in de fysieke ruimtebehoefte voorzien. Daarnaast is het van belang dat de ruimtelijke randvoorwaarden verbeterd worden (zoals de bereikbaarheid via het OV).

Hoe ligt de relatie met gezondheid, groen, wonen? Die kan beter worden uitgewerkt.

Doorontwikkeling van de campussen en het vergroten van de bijdragen van de campussen aan de regionale economie vraagt niet alleen om fysieke ruimte, maar ook om organiserend vermogen en sociaaleconomische programmering. De GMR zal hier geen leidende rol in spelen. Een gezonde leefomgeving is ook ons uitgangspunt, daar staan we als GMR ook voor. Dit is een belangrijk uitgangspunt hoe om te gaan met ruimte voor werklocaties. Onder paragraaf 2.4. gaan we daarom in op de regionale meerwaarde als basis voor de keuzes in het RPW. Aan de hand van de regionale meerwaarde bepalen we welke bedrijven wenselijk zijn om te faciliteren en welke niet. De principes van regionale meerwaarde die we toepassen binnen het RPW zijn: 1) Ondersteuning van regionale topsectoren 2) Faciliteren van circulaire economie 3) Balans tussen werkgelegenheid en leefkwaliteit 4) Slim en duurzaam ruimtegebruik

Het is ook juist de regionale meerwaarde waarom wij zetten in op herstructurering en intensivering, op het beperken van de reisafstand, het beter benutten van werklocaties, randvoorwaarden ten behoeve van een fijne leefomgeving, circulaire economie, duurzame energievoorziening etc. Vergeet ook het belang van shared facilities op bedrijventerreinen niet, het is van belang ook daar rekening mee te houden. Netcongestie is een belangrijke drempel voor ontwikkeling. Kijk ook goed naar wat kan waar wel. Belang om verschillende typen werkgelegenheid te hebben voor alle groepen in de samenleving.

Dat is aan gemeenten om in de planuitwerking rekening te houden met een goede stedenbouwkundige structuur/ opzet. In paragraaf 3.3 wordt nadrukkelijk beschreven wat wel/ niet kan, gebaseerd op een gezamenlijke tekst die met Liander is geformuleerd. Er is in paragraaf 3.2 aangegeven voor welke werkmilieus

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=8066709a-cb72-4e65-a07b-a3d250146cb0