Bijlage 6 - Kadernota 2027 ODGM
Tekst van het document
Kadernota 2027 ODGM
Versie: april 2026 – versie AB
Voorwoord Verder bouwen aan een omgevingsdienst die klaar is voor de toekomst Met de oprichting van Omgevingsdienst Groene Metropool (ODGM) op 1 januari 2026 is een belangrijke stap gezet richting een sterkere, toekomstbestendige bescherming van de fysieke leefomgeving. De fusie tussen ODRN en ODRA vergroot daarmee indirect ook de gezamenlijke weerbaarheid van gemeenten en provincie. In de jaren 2026 en 2027 bouwen we verder aan het fundament van de nieuwe organisatie. Terwijl we systemen, processen en werkwijzen harmoniseren, blijven de maatschappelijke opgaven in onze regio − zoals woningbouw, energietransitie, bodem- en waterkwaliteit en duurzaamheid − vragen om een dienst die uitvoert én meedenkt, ruimte biedt en handhaaft. ODGM pakt graag zijn rol en neemt zijn verantwoordelijkheid als cruciale partner voor de hele regio. Deze kadernota 2027 is de eerste binnen een eigen begrotingscyclus. Waar de versie van 2026 nog een technische samenvoeging was van twee afzonderlijke diensten, maken we nu keuzes als één organisatie. Dat doen we zorgvuldig en uiteraard met aandacht voor de financiële realiteit van onze deelnemers.
Deze nota beschrijft de belangrijkste ontwikkelingen: nieuwe wetgeving, versterking van onze adviesrol, investeringen in data, kennis en informatiegestuurd werken, en – misschien wel het belangrijkste – de voorbereiding op een nieuwe financieringssystematiek per 2028. Zo biedt deze kadernota inzicht en richting, waarmee we samen kunnen blijven bouwen aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Ruben Vlaander Directeur Omgevingsdienst Groene Metropool
2
Inhoud Voorwoord ............................................................................................................... 2 1.
Ontwikkelingen................................................................................................... 4 1.1 Inleiding .......................................................................................................... 4 1.2 Verantwoording proces .................................................................................... 4 1.3 Leeswijzer ....................................................................................................... 5 1.4 Verwachte ontwikkelingen ............................................................................... 5 1.4.1 Maatschappelijke opgaven deelnemers ...................................................... 5 1.4.2 Doorontwikkeling organisatie ..................................................................... 5 1.4.3 Bedrijfsvoering .......................................................................................... 6 1.5 Financiële uitgangspunten ............................................................................... 6
2. (Eerste) financiële vertaling ................................................................................... 8 2.2 Financiering; baten in de begroting ................................................................... 8 2.3 Begroting gespecificeerd naar partners en kostensoorten................................... 9 2.4 Overhead ...................................................................................................... 10 3. Risico’s .............................................................................................................. 11 Bijlage 1: Indicatie 2027 per partner ..................................................................... 14
3
1. Ontwikkelingen 1.1 Inleiding Op 1 januari 2026 zijn de voormalige gemeenschappelijke regelingen ODRN en ODRA bestuurlijk en juridisch gefuseerd naar Omgevingsdienst Groene Metropool (ODGM). Doel, dat de beide besturen met de fusie beoogden, is het vergroten van de ‘weerbaarheid’ van gemeenten en provincie als het gaat om de bescherming van de fysieke leefomgeving. De ambitie is daarbij om niet slechts een uitvoeringsorganisatie te zijn voor vergunningen, toezicht en handhaving, maar (vooral) dé uitvoeringspartner voor gemeenten en provincie, gericht op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in de regio Groene Metropool. ODGM is erop gericht om samen met de deelnemers de maatschappelijke uitdagingen in de fysieke leefomgeving aan te pakken en mee op te lossen. Vraagstukken die vrijwel altijd vragen om een mix van de instrumenten waarover ODGM beschikt: vergunningverlening (regulering), toezicht, handhaving en advisering. Niet meer alleen onafhankelijke regulering, ook dienstverlening en beleidsondersteunende advisering. De jaren 2026 en 2027 zijn nodig om als organisaties daadwerkelijk te integreren. Daarmee wordt een goed fundament gebouwd om de ambitie waar te kunnen maken. De jaarlijks op te stellen kadernota is daarbij een belangrijke bouwsteen.
De kadernota markeert de start van de nieuwe begrotingscyclus en is een verplicht document dat ter vaststelling wordt aangeboden aan het Algemeen Bestuur en vervolgens met de Colleges en Raden van de participerende gemeenten en de Staten van de provincie wordt besproken. Met de kadernota 2027 wil ODGM inzicht geven in de budgetten waarmee gemeenten en provincie voor 2027 rekening moeten houden. 2027 is het eerste jaar dat ODGM een eigen begroting opstelt. De gezamenlijke begroting 2026 was immers nog een technische samenvoeging van twee reeds vastgestelde begrotingen van voorheen ODRN en ODRA. Het opstellen van de begroting, terwijl de organisatie nog volop aan het integreren is, is best spannend. Temeer daar we – rekening houdend met de financiële positie van veel deelnemers én de bestuurlijke uitgangspunten bij de fusie – sober en met zorg willen begroten.
1.2 Verantwoording proces Vanwege de fusie is afgesproken om de kadernota 2027 – eenmalig – niet zoals gebruikelijk in het najaar van 2025 vast te stellen, maar in het voorjaar van 2026. Om vervolgens de begroting 2027 vlak voor de zomer 2026 vast te stellen.
4
De kadernota is besproken met alle financieel adviseurs van de deelnemers alvorens deze door te geleiden naar het Algemeen Bestuur.
1.3 Leeswijzer In voorliggend document schetsen wij, na de inleiding, eerst kort de te verwachten ontwikkelingen voor de komende jaren en wat deze kunnen betekenen voor de uitvoering van het werk. Vervolgens worden de uitgangspunten geformuleerd die moeten gaan gelden voor de op te stellen begroting, waarna een eerste financiële vertaling op hoofdlijnen wordt gemaakt. De kadernota sluit af met het benoemen van de mogelijke risico’s.
1.4 Verwachte ontwikkelingen De ontwikkelingen waar ODGM in 2027 en verder mee te maken krijgt, verdelen we onder in drie clusters: 1) maatschappelijke opgaven deelnemers; 2) doorontwikkeling organisatie en 3) bedrijfsvoering.
1.4.1 Maatschappelijke opgaven deelnemers De belangrijkste opgaven in de regio zijn de woningbouw, de aandacht voor gezondheid, de energietransitie, waterkwaliteit en de aandacht voor duurzaamheid. Aan al deze opgaven levert ODGM een bijdrage. Niet alleen door het verlenen van vergunningen, het toezicht erop en het afhandelen van klachten, ook door te adviseren over slimme oplossingen, bijvoorbeeld rondom netcongestie en de energietransitie en door expertise in te brengen bij het opstellen van omgevingsplannen. Daarbij komt dat in de wet- en regelgeving veel verandert. Zo komt er nieuwe wetgeving op het gebied van water, duurzaamheid en zeer zorgwekkende stoffen (ZZS). ODGM moet hier niet alleen kennis van nemen, maar ook zorgvuldig toepassen.
1.4.2 Doorontwikkeling organisatie Zoals in de inleiding aangegeven, is niet alleen 2026 maar ook 2027 een jaar waarin de organisaties verder bouwen aan één ODGM. Zo is met ingang van 1-1-2027 één dataregistratie- en workflowsysteem (VTH-systeem) actief, waarbij zwaar wordt ingezet op data- en informatie gestuurd werken. De benodigde investeringen leveren uiteindelijk meer en kwalitatief betere informatie op. Daarmee bedient ODGM de partners en andere stakeholders. Voor veel medewerkers betekent dit een verandering, waarbij we rekening houden met kinderziektes. Bij een robuuste omgevingsdienst hoort dat de kennis op orde is en blijft. De maatschappelijke ontwikkelingen en innovaties in het bedrijfsleven gaan immers razendsnel. Dit betekent doorlopend investeren in zowel kennisontwikkeling bij de 5
medewerkers als in innovaties. Conform de robuustheidseisen, die zijn vastgelegd in de wet VTH ,moet het bestuur daar voldoende middelen voor reserveren. Naast investeren in kennis, is op de huidige krappe arbeidsmarkt investeren in het werven en selecteren van nieuw en goed personeel een noodzakelijkheid die vraagt om een investering. Een laatste ontwikkeling die past bij de ambitie van ODGM en bovendien naadloos aansluit bij de adviezen van de Commissie Van Aartsen in haar rapport ‘Om de leefomgeving’, is het verder ontwikkelen van de adviesrol. ODGM beschikt over veel expertise; expertise die niet alleen ten bate zou moeten worden ingezet van de regulerende taken maar ook ter ondersteuning van het beleid van gemeenten en provincie. Daarmee wordt de beleidscyclus gesloten.
1.4.3 Bedrijfsvoering Met ingang van 1 januari 2028 wil het bestuur beschikken over een nieuwe financieringssystematiek. De voorbereidingen daartoe zijn gestart. Om daadwerkelijk klaar te zijn op 1 januari 2028, moet in 2027 ruimte worden ingebouwd om de nieuwe systematiek, en daarmee bijvoorbeeld het herinrichten van de administratieve processen, te kunnen implementeren. De nieuwe organisatie is op dit moment gehuisvest op twee locaties. In 2027 moeten stappen worden gezet om te komen tot een meer definitieve huisvesting. Ongeacht de uitkomst, betekent dit een investering. Tenslotte is een verwachte ontwikkeling dat in 2027 verschillende processen worden geoptimaliseerd, al dan niet met behulp van AI.
1.5 Financiële uitgangspunten Hierna volgt een aantal uitgangspunten, samen met de hiervoor geformuleerde ontwikkelingen, voor de op te stellen begroting. Bij deze uitgangspunten houden we, zoals in de inleiding vermeld, rekening met de financiële positie van onze partners. Het uitgangspunt is sober en doelmatig begroten, waarbij we kritisch kijken of extra uitgaven echt noodzakelijk zijn. -
Voor 2027 geldt nog de financieringssystematiek van de onderliggende diensten ODRA en ODRN.
-
De wijze van afrekenen is gedurende de overgangsperiode anders bepaald; dit heeft geen gevolgen voor de raming van de baten
-
Om tot een raming te komen zijn, zoals gebruikelijk, de werkpakketten 2026 per deelnemer als uitgangspunt gehanteerd. 6
-
Op het uurtarief 2026 van ODRA en ODRN wordt een indexatie van 4,13% toegepast. Deze indexatie is berekend op basis van de werkwijze Begrotingsrichtlijnen Regio Nijmegen (BRN) zoals vastgelegd in de Gemeenschappelijke Regeling ODGM. Vervolgens is het tarief afgerond naar boven op hele euro’s.
-
Voor de kadernota delen we de baten in naar de programma’s en daarbinnen de aantallen uren.
-
We passen de eisen uit de robuustheidscriteria onverkort toe.
-
Voor 2027 gebruiken we voor de verschillende partners nog verschillende tarieven die zijn gebaseerd op de financieringssystematiek van voorheen ODRA en ODRN. Voor ODRA gaan we uit van een uurtarief van € 112; dit is het uurtarief van 2026 verhoogd met de index en afgerond op hele euro’s, per saldo stijgt het tarief met 4,65%.
-
Voor ODRN geldt voor de gemeentelijke partners een uurtarief van € 120 en voor de provincie van € 129. Net als bij ODRA is dit het uurtarief van 2026 verhoogd met de index en naar boven afgerond op hele euro’s, per saldo stijgt het uurtarief van met 4,35%. Daarnaast geldt voor ODRN dat dit uurtarief wordt verhoogd met een opslag van 25% voor dekking van de indirecte kosten, hierdoor wordt voor de gemeenten het uurtarief € 150 en voor de provincie € 161,25.
-
Voor de dekking van de vaste kosten van de meetdienst wordt in 2027 conform afspraken in het bestuur het uurtarief van de meetdienst met € 42 verhoogd, naar € 154. Tegelijkertijd wordt er toegewerkt naar een business case voor de meetdienst om te komen tot eigenaarschap van alle omgevingsdiensten in landsdeel Oost met ingang van 1 januari 2028. Hierover worden in 2026 nadere besluiten genomen.
7
2. (Eerste) financiële vertaling In deze paragraaf geven we inzicht in de te verwachten baten en lasten in 2027 uitgaande van de hiervoor geformuleerde uitgangspunten en geschetste ontwikkelingen. Normaal is in de kadernota een meerjarenraming opgenomen, die kunnen we op dit moment nog niet maken. We presenteren die wel in de begroting 2027.
2.2 Financiering; baten in de begroting Voor de berekening van de baten 2027 maken we gebruik van de PDC van ODRA en ODRN zoals die is gebruikt in de werkpakketten 2026 van de verschillende partners. We nemen de aantallen over uit de werkpakketten 2026 en passen op het uurtarief de indexatie toe zoals deze is opgenomen in de kadernotitie uitgangspunten begroting 2027, zoals half februari verspreid. Daarin is een indexatie van 4,13% opgenomen. Om deze baten te kunnen vergelijken met de werkwijze rondom afrekening in 2026 en 2027, maken we in de kadernota 2027 en begroting 2027 de producten en diensten niet zichtbaar vanuit de onderliggende PDC’s. Voor deze kadernota delen we de baten in naar de programma’s en in uren. In de begroting 2027 zoeken we aansluiting bij het niveau van presenteren waarop we voor 2026 en 2027 de verantwoording inrichten. Parallel aan deze kadernota wordt uitgewerkt hoe financiering in de overgangsperiode er uitgaat zien. Tabel 1: Kerncijfers productie Raming 2026 op hoofdlijnen x € 1.000
Begr.VJ 2026 aantallen
KN 2027
in €
aantallen
capaciteit (uren)
in €
Ba ten Vergunni ngVerl eni ng
14.711
27,6%
111.332
15.113
26,8%
Toezi cht en Ha ndha vi ng
19.100
35,9%
167.173
21.109
37,4%
Advi es , Al gemeen & Projecten
18.557
34,9%
147.114
19.534
34,6%
875
1,6%
637
1,1%
Overi ge Totaa l Ba ten La s ten
425.620
a a ntal fte x € 1.000
a a ntal fte
56.393 x € 1.000
La s ten progra mma 's
340,5
38.686
72,7%
344,9
40.634
72,1%
La s ten overhea d
74,9
14.555
27,3%
80,5
15.757
27,9%
415,5
53.241
425,4
56.392
Totaal lasten
Saldo
53.242
1
8
1
2.3 Begroting gespecificeerd naar partners en kostensoorten Tabel 5: Exploitatieoverzicht baten per klantgroep - taakveld en programma Begr.VJ Baten 2026 x € 1.000 Partners incl. provincie Provinciale programma's Omgevingsdiensten en derden Overige
30.834 16.082 5.296 1.029
Baten
53.242
KN 2027 32.947 18.027 4.782 637
57,9% 30,2% 9,9% 1,9%
Aandeel Bouw
Aandeel Milieu
13.425 1.386 213 637
19.522 16.640 4.569
15.662
40.731
27,8%
72,2%
58,4% 32,0% 8,5% 1,1%
56.393
In bovenstaand tabel is opgenomen hoe de baten zijn verdeeld naar type partner. In bijlage 1 is een uitsplitsing van de baten naar partner opgenomen. Baten x € 1.000
Begr.VJ 2026 VergunningVerlening Toezicht en Handhaving Advies, Algemeen & Projecten Overige
14.711 19.100 18.557 875
Baten
53.242
KN 2027 15.113 21.109 19.534 637
27,6% 35,9% 34,9% 1,6%
Aandeel Bouw
Aandeel Milieu
7.495 6.060 1.470 637
7.618 15.049 18.064
15.662
40.731
27,8%
72,2%
26,8% 37,4% 34,6% 1,1%
56.393
In bovenstaande tabel is de verdeling van de baten naar programma opgenomen. Tabel 6: Lasten; personeel en overige lasten Raming baten en lasten (categoriaal) x € 1.000
Begr.VJ 2026
KN 2027
Baten
53.242
56.393
Lasten Personeel loonkosten Medewerkers ODGM Inhuur externe capaciteit Personeel overige kosten Opleidingen Algemene personeelskosten Dotatie personeelsvoorzieningen Harmonisatie/detacheringen Totaal personeel Huisvesting en facilitair ICT Stelselkosten Advieskosten en overig Risico's (onvoorzien) Programmakosten Mutaties fondsen en balans Totaal lasten Saldo voor mutatie fondsen Verlof dotatie Saldo ter bestemming
9
% tov 2026 6%
37.192 7.127
70% 13%
41.278 6.013
73% 11%
11% -16%
1.105 826 100 -50 46.301
2% 2% 0% 0% 87%
1.220 1.017 103 49.630
2% 2% 0% 0% 88%
10% 23% 2% -100% 7%
1.813 2.459 956 838 117 758
3% 5% 2% 1% 0% 1%
1.876 2.520 757 859 282 467
3% 4% 1% 2% 1% 1%
4% 2% -21% 3% 141% -38%
53.241 100%
56.392
100%
6%
1
1
1
1
In bovenstaande tabel zien we de kosten verdeeld over de verschillende kostensoorten. In 2.4 overhead worden de verschillende kosten nader toegelicht. Verdeling van de personele kosten naar direct en indirect en intern en extern Tabel 7: Personele kengetallen Formatie bezetting en personele kengetallen
Begr.VJ 2026 intern
KN 2027
extern
totaal
intern
% intern
extern
totaal
% intern
Formatie bezetting Productief
296,9
41,1
340,5
311,9
33,0
344,9
Niet productief
73,1
1,8
74,9
75,9
4,7
80,5
Totaal bezetting en formatie
370,1
42,9
415,5
387,7
37,7
425,4
Loonkosten x € 1.000
37.192
7.127
44.319
41.278
6.013
47.291
Gemiddelde kosten /fte (in €)
100.501
166.111
106.671
106.462
159.532
111.163
84%
16%
87%
13%
% van de loonsom
82%
90%
Bij de fusie is er een formatie opgesteld voor de nieuwe dienst ODGM die ligt ten grondslag aan het aantal fte intern en extern. Bij het opstellen van de formatie is rekening gehouden met de capaciteit die de afgelopen jaren bij de beide diensten nodig was om de werkpakketten te realiseren. We zien een stijging van de kosten die aansluit bij de gehanteerde index van 4,13%
2.4 Overhead Tabel 8: Overhead Overhead specificatie (indirecte kosten) x € 1.000
Subtotaal personeel
Overhead Begr.VJ 2026
Directe kosten Begr.VJ 2026
8.629
Totaal kosten Begr.VJ 2026
37.672
Begroting overhead KN 2027
46.301
9.723
Directe Totaal kosten KN kosten KN 2027 2027
39.908
49.630
Overige overhead Hui s ves ting en fa ci l i tai r
1.813
1.813
1.876
1.876
ICT
2.459
2.459
2.520
2.520
Advi es kos ten en overi g
838
838
859
859
Stel s el kos ten
699
956
497
Onvoorzi en
117
117
282
Progra mma kos ten
257 758
758
260
757 282
467
467
Subtotaal overige overhead
5.926
1.015
6.941
6.034
727
6.761
Totaal
14.555
38.687
53.241
15.757
40.634
56.392
27,3%
72,7%
27,9%
72,1%
% va n de total e kos ten
10
Huisvesting en facilitair Dit betreft de kosten voor de huisvesting in Arnhem en Nijmegen en de huisvesting voor de meetdienst aan de van Oldenbarneveldstraat. Het betreft de kosten voor 2026 met een indexering. ICT Dit betreft de kosten voor ICT zoals deze vanuit ODRA bekend zijn met een index en de kosten die vanuit ODRN worden gemaakt voor de inzet van IRvN voor het gebruik van ICT. We verwachten in 2027 geen gebruik meer te maken van IRvN, omdat we nog niet helder hebben wat de kosten van ICT dan worden, houden we vooralsnog rekening met de huidige kosten plus de index. Advieskosten en overig Dit betreft de kosten voor onder meer de accountant en overige adviezen. Uit dit budget wordt ook de doorontwikkeling van de bedrijfsvoering bekostigd. Stelselkosten Dit betreft de kosten vanuit het Gelders stelsel. Deze zijn gebaseerd op de raming die we van de diverse OD’s hebben ontvangen. Onvoorzien Er kunnen zich altijd ontwikkelingen of gebeurtenissen voordoen waar in de kadernota en de begroting geen rekening mee is gehouden. Om de kosten die gepaard gaan met deze gebeurtenissen op te kunnen vangen is een post onvoorzien opgenomen. Conform de robuustheidscriteria dient deze 0,5% van de begroting te zijn. Programmakosten Dit zijn de materiële kosten die we maken voor de uitvoering van de programma’s.
3. Risico’s In dit hoofdstuk geven wij de risico’s die we zien voor de begroting 2027. We maken daarbij onderscheid naar soorten risico’s. Exploitatierisico’s Omzetrisico, het is mogelijk dat we de werkpakketten niet volledig realiseren, terwijl onze vaste kosten doorlopen. De kans hierop is het grootst bij de vraaggestuurde werkzaamheden, zoals vergunningverlening en projecten. We vangen dit op door met een flexibele schil te werken.
11
Kostenrisico, wanneer de inflatie hoger is dan de nu gehanteerde index vallen onze kosten hoger uit dan nu geraamd. Gezien de ontwikkelingen in de wereld is dit risico realistisch. We zien de energieprijzen nu alweer stijgen, voor de middellange termijn kunnen we nog niet overzien wat het effect is. Uit de afgelopen jaren weten we dat stijging van de energieprijzen gevolgen heeft voor de prijzen van andere producten. Risico’s op taakuitvoering Dit gaat over de aansprakelijke voor fouten en nalatigheden in de uitvoering. Omdat burgers en ondernemers “mondiger” worden en sneller overgaan tot een aansprakelijkheidsstelling wordt dit risico groter. Het risico is in principe afgedekt via een verzekering. Risico’s ten aanzien van personeel Frictiekosten deze ontstaan als gevolg van (grote) veranderingen in de organisatie. Bijvoorbeeld als partners besluiten om de niet wettelijke taken in eigen beheer uit te voeren. Bij de fusie is afgesproken dat de eerste 3 jaar het takenpakket gelijk blijft. Als gevolg van de fusie kan bij de integratie van processen en werkwijzen blijken dat sommige medewerkers niet meer passen bij het werk dat moet worden uitgevoerd. Arbeidsmarkt, de arbeidsmarkt is grillig. Zowel voor vast personeel als voor inhuur.
Om schommelingen in werkzaamheden op te vangen werken we bewust met een flexibele schil, door de nieuwe regelgeving merken we dat het lastiger wordt om deze flexibele schil in te vullen. Daarnaast blijft de werving van specialistische functies lastig. Verhouding vast en flexibel personeel: we werken met een laag percentage voor flexibel personeel (inhuur). Als we bijvoorbeeld door het niet kunnen vervullen van vacatures meer inhuur moeten doen, dan stijgen de kosten. Compliance risico’s Met de toenemende regeldruk en de complexiteit van de regelgeving wordt het steeds lastiger om te voldoen aan alle wet- en regelgeving. Dit heeft effect op ons imago van betrouwbare overheidsdienst. Waar nodig zullen extra investeringen moeten worden gedaan om te kunnen blijven voldoen aan wet- en regelgeving. Deze financieren we vanuit het advieskostenbudget. Bedrijfsvoeringsrisico’s Doorontwikkeling ICT: de komende jaren zetten we volop in op de doorontwikkeling van onze ICT. Datagedreven werken, gebruik maken van AI en dergelijke. De uitvoering van dit soort projecten brengt risico’s met zich mee. Niet ieder ICT project slaagt, nieuwe ontwikkelingen werken niet altijd gelijk.
12
Huisvesting, bij de fusie is gekozen om twee locaties in stand te houden, er moet een visie op huisvesting worden ontwikkeld, dit kan hogere kosten met zich meebrengen.
13
Bijlage 1: Indicatie 2027 per partner
14
Overzicht bijdragen klant Kadernota Baten per klant x € 1.000
Bouw
Milieu
Totaal
%
% tov KN 2027
Begr.VJ 2026
Arnhem
4.395
3.533
7.928
16%
7.522
5%
Berg en Da l
2.548
1.087
3.635
7%
3.312
10%
Beuni ngen
1.413
988
2.401
5%
2.229
8%
Does burg
420
285
705
1%
654
8%
Druten
110
703
812
2%
707
15%
Dui ven
20
492
512
1%
486
5%
Heumen
853
558
1.411
3%
1.330
6%
Li ngewa a rd
1.425
2.002
3.426
7%
3.244
6%
Ni jmegen
748
3.266
4.014
8%
3.830
5%
Overbetuwe
135
1.254
1.389
3%
1.307
6%
Provi nci e Regul i er & Bodem
1.601
1.601
3%
1.869
-14%
Renkum
996
842
1.838
4%
1.726
6%
Rheden
64
728
792
2%
762
4%
Rozenda a l
6
45
51
0%
40
28%
Wes tervoort
9
153
162
0%
150
8%
Wi jchen
223
1.055
1.277
3%
1.099
16%
Zevena a r
60
931
991
2%
928
7%
13.425
19.522
32.947
Subtotaal partners Provi nci e Aa nda chts bedri jven
31.195
1.468
1.468
3%
1.404
5%
58
5.388
5.446
11%
4.612
18%
Provi nci e Gel derl a nd
1.328
9.784
11.113
22%
10.067
10%
Subtotaal Provinciaal Programma
1.386
16.640
18.027
16.082
67
120
188
173
8%
Provi nci e Compl exe Ha ndha vi ng
OD Achterhoek OD De Va l l ei
88
88
69
28%
OD Ri vi erenl a nd
108
108
98
10%
OD Vel uwe
160
160
204
-21%
476
543
543
DCMR
177
177
121
46%
Mi ni s teri e EZK
173
173
236
-26%
Montferl a nd
9
9
8
6%
OD Ijs s el l a nd
16
16
OD Twente
16
16
ODNL
64
64
133
-52%
1.188
1.334
1.466
-9%
2.451
2.451
2.429
1%
4.093
4.239
4.392
Subtotaal Gelderse Omgevingsdiensten
Provi nci e Overi js s el
67
146
Overi ge Subtota a l Derden
146
Renteba ten
100
Subs i di e meetdi ens t
196
Bi jdra ge gm Ni jmegen fri cti ekos ten BRIKS Subtota a l overi ge ba ten Totaal klanten
637 637 15.662
637
15 40.731
733
637
1.029
-38%
56.393
53.242
6%