Bijlage 5. Q&A Verordenende bevoegdheid
Tekst van het document
Q&A verordende bevoegdheid Behoort bij brief nr. DB GMR 10 april 2025 nr. 2025-020 Versie 18 april 2025
Voor welk probleem is dit voorstel een oplossing?
Het niet langer gebruik hoeven maken van (juridische) constructies bij derden, via mandaten, machtigingen en dienstverleningsovereenkomsten om extern verkregen gelden naar specifieke projecten, gemeenten in de GMR en derden over te hevelen. Dit verhoogt de effectiviteit en snelheid van handelen.
Zijn er andere oplossingen onderzocht?
Jazeker, alvorens met dit voorstel te komen zijn er diverse alternatieven bekeken. Zo is te rade gegaan bij andere samenwerkingsverbanden, is gekeken of de grenzen van de huidige regeling opgezocht konden worden. Oor te luister gelegd bij financials, accountant en juristen en geleerd van het traject dat uiteindelijk geleid heeft tot de kassiersrol van de provincie Gelderland voor de Regio deal “Gezonde groene groei”.
Wat als één van de gemeenteraden of een college het voorstel niet steunt?
Dan is er geen nieuwe regeling. De GR zoals die nu voorligt moet ongewijzigd en door alle 17 colleges en 17 gemeenteraden worden getroffen.
Wat gebeurt er vervolgens?
De huidige GR, de collegeregeling, blijft onverminderd van kracht. Het gesignaleerde probleem blijft ook bestaan. Dan zal worden bekeken hoe dit ongemak zoveel als mogelijk geminimaliseerd kan worden.
Kan het regiobureau deze taak aan?
De huidige praktijk met kassierschap buiten de GMR is dat de GMR, uiteindelijk eindverantwoordelijk voor de verantwoording van de subsidie die binnengehaald is, al veel werk moet verrichten (overigens vaak ook werk dat de kassier moet verrichten, dus dubbel werk). Het afgelopen jaar is duidelijk geworden dat de jonge organisatie op het gebied van bedrijfsvoering de
nodige stappen had te zetten. Ook door de accountant zijn we hierop gewezen. Deze slag is in de 2e helft van 2024 ingezet. Hierdoor is de beheersing van middelen sterk verbetert. Wat moet er nog meer gebeuren na het besluit?
Kan de nu GMR ongelimiteerd verordening vaststellen?
Nadat de GR is getroffen moeten er vervolgens de bestaande (interne) verordeningen en mandaten worden bekeken en kan de aangekondigde herziening van het Informatieprotocol ter hand worden genomen en afgerond. Nee dat kan niet. De door de raad over te dragen bevoegdheid is scherp geformuleerd. Alleen voor de taken van de GMR (zie de gesloten opgavenovereenkomst met als onderlegger de regionale agenda) en uitsluitend om subsidies te kunnen verstrekken en daarvoor de nodige regelingen (verordening) vast te stellen.
Wat verandert er nog meer in de Gemeenschappelijke Regeling (GR)? Wat verandert er nu precies?
Naast de deelname van de gemeenteraden moet ook het informatieprotocol worden gewijzigd.
Ik mis de zienswijzeprocedure van de gemeenteraad zoals bij de uittreding van Montferland. Is dat wel correct? Kan een raadslid zitting nemen in het AB?
Jazeker, op grond van artikel 1 tweede lid, tweede zinssnede Wgr volstaat een besluit van de twee organen en is een zienswijzeprocedure niet voorgeschreven.
Feitelijk worden er 6 artikelen aangepast. Het betreft art 1 (taken), etc etc
Ja. In de praktijk zal dit betekenen dat het college een voorstel doet voor een collegelid en dat het aan de gemeenteraad is om daar een kandidaat naast te zetten en vervolgens een keuze te maken. De raad zal de vraag moeten beantwoorden of deze rol past bij het raadslidmaatschap en past binnen de opdracht die de GMR heeft gekregen van de colleges. Bedacht moet ook worden dat de rol van een algemeen bestuur van een samenwerkingsverband ook een rol is als eigenaar van deze samenwerking. De GMR heeft in de GR haar gezamenlijke belang gedefinieerd (art. 4) en de taken beschreven (art. 5). Dat betekent dat de deelnemende gemeenten in al haar geledingen (raden, bestuurders, ambtenaren) zich inspannen om die gedeelde belangen te realiseren. Het algemeen bestuur is het vertegenwoordigend orgaan waarin de deelnemers zitting hebben. De deelnemers brengen elk hun afzonderlijk belang in om uiteindelijk de gezamenlijke ambitie te kunnen realiseren. Het feit dat het algemeen bestuur in juridische zin het hoogste orgaan is binnen een regionale samenwerking en daarmee (bestuurlijk) eigenaar is van het gezamenlijk beschreven en onderschreven belang, vraagt de vaardigheid van de AB-leden om in het belang van de gemeenschappelijkheid te denken en acteren. Dit betekent in de praktijk, alle belangen en aspecten wegende, compromissen sluiten in het belang van de gemeenschappelijke regeling (en
daarmee ook het gemeentelijk belang). Een AB-lid dient dus naast het gemeentelijk belang ook de belangen van de samenwerking die vrijwillig is aangegaan. Het DB, als onderdeel van het AB, heeft de wettelijke verantwoordelijkheid voor de organisatie van de regionale samenwerking. Wat is een gemengde regeling?
Een gemengde regeling is een omschrijving van een regeling tussen twee organen. In dit geval transformeert de collegeregeling naar een regeling van de colleges en raden samen.
Raakt de raad door deze regeling nog meer op afstand van deze samenwerking?
Door de wijziging van de informatieplicht in de GR e.e.a. aangescherpt en door de wijziging van de GR als gevolg van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen is het samenspel tussen raad en college duidelijk beschreven. Waar het dan op aankomt is het samenspel tussen college en gemeenteraad en de wijze waarop de raad ‘omgaat’ met samenwerkingsverbanden. Maar deze nieuwe samenwerking zal de overtuiging bij gemeenteraadsleden dat de grip op regionale samenwerking verbetert moet worden niet wegnemen. Samen met alle partijen (AB, RAC, colleges, gemeentesecretarissen, regiocoördinatoren etc) worden mogelijkheden verkent om de informatievoorziening aan gemeenteraadsleden verder te optimaliseren en daar waar besluitvorming van raden gevraagd wordt, dit zo optimaal in te richten.
Verandert de positie en rol van de RegioAgendacommissie?
Nee, de taak van de RAC binnen de regionale samenwerking blijft onveranderd.
Wat zijn de afspraken als er een conflict is tussen een verordening van de gemeente en de verordening van de GMR?
Een conflict is alleen theoretisch mogelijk. De overdracht van de raadsbevoegdheid is scherp geclausuleerd. Zie de omschrijving van artikel 6 eerste lid. Verdere bevoegdheid heeft de GMR niet.
Hoe erg is het wanneer een niet collegelid ABlid is?
Wat is erg? De vraag is hoe erg het voor dat raadslid is. De regeling is ingericht om taken die op het bordje van het college liggen uit te voeren. Het is dan aan het raadslid om het college, de betrokken portefeuillehouders, te informeren over zaken die op de AB-tafel liggen. Ook zal het AB-lid de eigen raad moeten informeren. Ook zal er onduidelijkheid zijn over de ondersteuning van het AB-lid rond de voorbereiding van de besluitvorming in het AB. Verder is het niet uit te sluiten dat de aanwezigheid van een raadslid effect heeft op de ‘boardroom dynamics’.
Is er overwogen voor het vaststellen van een subsidieverordening een zienswijzeprocedure voor de raden toe te voegen?
Dit is niet overwogen. De vraag is wat de meerwaarde voor de regionale samenwerking en de meerwaarde voor de gemeenten/gemeenteraden is. Verder zal dit de processen vertragen.
Zit er meer achter deze verandering?
Integendeel; deze verandering van de GR wil juist de huidige wijze van samenwerking in stand houden. Deze versterkte samenwerking is effectief gebleken. De verandering is om pragmatische redenen in gang gezet om meer recht te doen aan de 4 uitgangspunten van onze samenwerking: Slagkracht, Flexibel, Transparant en Ontmoeting.
Wat vinden andere partijen van dit voorstel? Bijvoorbeeld de subsidiegevers?
De organisaties die middelen beschikbaar stellen om te verdelen in de regio juichen deze ontwikkeling toe. Zij zagen met lede ogen aan hoeveel tijd het vroeg om de kassiersrol geregeld te krijgen en welke juridische constructies en afsprakenkaders hiervoor nodig waren, daar waar het ging om bijvoorbeeld verantwoording. Ook zij zijn gebaat met voortgang, duidelijkheid en effectieve inzet van de beschikbaar gestelde middelen. Ook de organisaties (gemeenten, partners) die nu kassiersrol hebben te kennen gegeven dat deze rol welbewust is aanvaard ten behoeve van de regionale samenwerking, maar de nodige interne administratieve aanpassingen en extra inspanningen vraagt.
Waarom is deze verandering van de regeling niet direct meegenomen bij de wijziging van de GR als gevolg van wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr)?
Goede vraag. Het proces om de wijziging van de Wgr geïmplementeerd te krijgen is een zeer zorgvuldig proces geweest dat door beide subregio’s is opgepakt en meer als één jaar heeft geduurd inclusief de formele besluitvormingsstappen. Toen was dit vraagstuk ook al bekend, maar gedurende de jaren is het aantal kassiers toegenomen waarbij uiteindelijk de struggle om de Regio Deal “Gezonde groene groei” middelen ondergebracht te krijgen het ultieme signaal was om dit vraagstuk op een goede wijze te regelen. Die zoektocht heeft uiteindelijk tot dit voorstel geleid.
Zijn er nog meer voordelen te noemen?
Een aantal: een belangrijk voordeel is de snelheid. De huidige werkwijze kost veel voorbereidingstijd. Zoeken kassier, contracten opstellen met kassiers, communicatie etc. Effectievere inzet van (ambtelijke) capaciteit. Iedere juridische tussenstap of middel extra vergroot het juridische en daarmee het financiële risico. Ook is er een voordeel in de toekomst: wanneer een wijziging nodig is van de regeling dan volstaat een besluit van college en raad en is er geen (tijdrovende) zienswijzeprocedure meer nodig omdat de raad de wijziging ook moet vaststellen, hetgeen de raad ontlast.
Bestaat er geen vrees dat het aangaan van een gemengde regeling door raden/raadsleden kan
Die vrees is aanwezig. Echter het DB benadrukt dat deze verandering uitsluitend is ingegeven door financieel-administratieve redenen. Er is geen andere aanleiding. Dat heeft ook de uitgevoerde
worden benut om andere zaken geregeld te krijgen.
kwalitatieve evaluatie van onze samenwerking uitgewezen. Natuurlijk zijn er altijd verbeteringen mogelijk en de adviezen uit de evaluatie zijn ook opgepakt, maar vragen geen inhoudelijke andere regeling. De Groene Metropoolregio heeft in haar jonge bestaan (ingaande 2021) het nodige kunnen bereiken en is een succesvolle versterkte samenwerking gebleken. Een deel van het succes zit in de verwerving van externe middelen voor de gehele regio. Juist daarvoor is het toekennen van deze bevoegdheid nodig waarmee de externe gelden op een effectieve wijze op de bestemde plek en voor het doel kunnen worden ingezet.