Bijlage 5 - Bijlage 2 bij wijzigingsbesluit – integraal gewijzigde regeling (gearceerd)
Tekst van het document
Bijlage 2 integraal gewijzigde regeling Gewijzigde regeling Modulaire gemeenschappelijke regeling sociaal domein centraal Gelderland (MGR)
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Arnhem, Doesburg, Duiven, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Wageningen, Westervoort en Zevenaar, ieder voor zover zij bevoegd zijn, overwegen het volgende: -
in het sociaal domein is op uitvoerend niveau samenwerking tussen de gemeenten in de regio geboden; met een modulair in te vullen gemeenschappelijke regeling wordt meer samenhang en doelmatigheid in de samenwerking tussen de gemeenten in de regio gerealiseerd; aan de gemeenschappelijke regeling kunnen samenwerkingsmodules worden toegevoegd; gemeenten bepalen zelf of zij aan een samenwerkingsmodule deelnemen;
Gelet op de artikelen 1, eerste en derde lid en 8, eerste lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen; Gelet op de verkregen toestemming van de gemeenteraden voor het wijzigen van deze regeling; Gelet op de wens van deelnemende gemeenten om samenhang aan te brengen in de taken die in het sociaal domein worden uitgevoerd binnen de samenwerkingsmodules, worden de samenwerkingsmodules ondergebracht bij drie Programma’s; Zorg (samenwerkingsmodule Inkoop zorg), Onderwijs (samenwerkingsmodule RBL) en Participatie (samenwerkingsmodules WSP, WgSW en Contractmanagement Inburgeringstrajecten). Ieder Programma heeft een bestuurscommissie; Gelet op de wens van gemeenten die willen deelnemen in de samenwerkingsmodule Contractmanagement Inburgeringstrajecten en deze samenwerkingsmodule daarom onder willen brengen bij het Programma Participatie in de regeling; Gelet op de wens om enkele updates te doen in de regeling als het gaat om de formulering van de archiefverplichting en formulering van de taken van samenwerkingsmodules;
BESLUITEN:
aan te gaan de volgende
MODULAIRE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL DOMEIN CENTRAAL GELDERLAND
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. basistaken: coördinerende, adviserende en ondersteunende werkzaamheden die ten behoeve van de besluitvorming door de voorzitter, het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur worden uitgevoerd; 1
b. college: college van burgemeester en wethouders; c. deelnemer: een college dat deelneemt aan het samenwerkingsverband; d. Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van Gelderland; e. directeur: het directielid zoals genoemd in artikel 3 van het Organisatiebesluit MGR SDCG 2019.
f. g. h. i.
programma: een inhoudelijk samenhangend geheel van samenwerkingsmodules; raad: gemeenteraad; regeling: onderhavige gemeenschappelijke regeling; samenwerkingsmodule: één of meerdere samenhangende taken die het samenwerkingsverband voor de deelnemers kan uitvoeren; j. samenwerkingsverband: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van deze regeling; k. submodule: nadere onderverdeling van taken binnen een samenwerkingsmodule; l. programmaplan: een jaarlijks plan waarin de activiteiten van het samenwerkingsverband worden aangegeven, met daarbij een overzicht van de benodigde financiële en personele middelen; m. wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 2 Openbaar lichaam 1. Er is een openbaar lichaam, genaamd “Modulaire gemeenschappelijke regeling sociaal domein centraal Gelderland”. 2. Het openbaar lichaam is gevestigd in Arnhem. Artikel 3 Bestuursorganen Het samenwerkingsverband kent de volgende bestuursorganen: a. het algemeen bestuur; b. het dagelijks bestuur; c. de voorzitter. HOOFDSTUK 2 BELANGEN, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN Artikel 4 Belangen Het samenwerkingsverband behartigt de belangen van de deelnemers binnen het sociaal domein. Artikel 5 Modulair karakter van het samenwerkingsverband 1.
De regeling biedt een algemeen kader voor samenwerking op het gebied van het sociaal domein binnen de regio en voorziet in samenwerkingsmodules, zoals in de bijlagen bij deze regeling opgenomen. 2. Een deelnemer besluit via het aangaan van een dienstverleningsovereenkomst als bedoeld in het artikel 6 tweede lid van deze regeling of aan een samenwerkingsmodule wordt deelgenomen en aan welke submodule(s) voor zover van toepassing. Artikel 6 Taken samenwerkingsverband en samenwerkingsmodules 1. Ter behartiging van de in artikel 4 genoemde belangen heeft het samenwerkingsverband de volgende taken: a. het uitvoeren van de basistaken; b. het uitvoeren van de taken uit de samenwerkingsmodules. 2. Over het uitvoeren van taken sluit de deelnemer per samenwerkingsmodule een afzonderlijke dienstverleningsovereenkomst af met het samenwerkingsverband. 3. Het dagelijks bestuur van het samenwerkingsverband stelt eens per vier jaar een modeldienstverleningsovereenkomst en algemene bepalingen vast. 2
Artikel 7 Bevoegdheden 1. De deelnemers dragen geen bevoegdheden over aan het openbaar lichaam, met uitzondering van de bevoegdheden zoals opgenomen in bijlage 4 van deze regeling. 2. De deelnemers verlenen ieder afzonderlijk de mandaten, volmachten en machtigingen aan het openbaar lichaam die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taken. Artikel 8 Beperking privaatrechtelijke bevoegdheden Het samenwerkingsverband is behoudens instemming van de deelnemers niet bevoegd tot: a. het vestigen van opstal-, pand- en hypotheekrechten; b. het afgeven van garanties of andere waarborgen; c. het in erfpacht aannemen of uitgeven van roerende of onroerende zaken; d. het in eigendom aannemen of uitgeven van onroerende zaken; e. het oprichten van en het deelnemen in een rechtspersoon; f. commerciële dienstverlening aan private partijen. HOOFDSTUK 3 HET ALGEMEEN BESTUUR Artikel 9 Taken en bevoegdheden 1. Aan het algemeen bestuur behoren de taken en bevoegdheden toe die in de wet aan het algemeen bestuur zijn opgedragen, alsmede alle bevoegdheden die voorts in deze regeling aan dit orgaan worden opgedragen en niet aan het dagelijks bestuur of de voorzitter zijn opgedragen. 2. Het algemeen bestuur kan besluiten tot het wijzigen van de submodules en tot het vaststellen van het programmaplan 3. Het algemeen bestuur kan de volgende bevoegdheden niet overdragen: a.
het vaststellen van het programmaplan; b. het instellen van bestuurscommissies; c. het wijzigen van submodules. Artikel 10 Samenstelling en zittingsduur 1. Iedere deelnemer wijst uit zijn midden één lid aan als lid van het algemeen bestuur. Gelijktijdig wordt een plaatsvervangend lid aangewezen. 2. Een lid van het algemeen bestuur heeft zitting in het algemeen bestuur gedurende dezelfde periode als de zittingsduur van het college die het vertegenwoordigt. Indien het lid in de nieuwe zittingsperiode opnieuw deel uitmaakt van het college kan hij terstond opnieuw worden aangewezen als lid van het algemeen bestuur. 3. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt zodra een lid ophoudt burgemeester of wethouder van de vertegenwoordigde gemeente te zijn. 4. Een lid van het algemeen bestuur dat tussentijds ontslag neemt, stelt de voorzitter van het algemeen bestuur hiervan op de hoogte. Het ontslag gaat in zodra in de opvolging is voorzien. Artikel 11 Werkwijze en vergaderorde 1. Het algemeen bestuur stemt bij meerderheid van stemmen, tenzij anders in deze regeling is bepaald. 2. Het aantal stemmen per lid van het algemeen bestuur per gemeente wordt jaarlijks op 1 januari aan de hand van de volgende staffel berekend. Basis daarvoor is het inwonertal van de gemeente op basis van de meest recente CBS-cijfers. Tot 20.000 = 1 stem 20.000 - 50.000 = 2 stemmen 3
50.000 -100.000 = 3 stemmen 100.000 = 4 stemmen 3. Het algemeen bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt of ten minste twee leden van het algemeen bestuur daarom verzoeken. 4. Het algemeen bestuur kan op grond van de wet besluiten om met gesloten deuren te vergaderen, maar niet over de volgende onderwerpen: a. Het programmaplan; b. de begroting, de wijzigingen daarvan en de jaarrekening; c. het doen van een uitgave, voordat de begroting of de begrotingswijziging waarbij deze uitgave is geraamd, is goedgekeurd; d. het liquidatieplan. HOOFDSTUK 4 HET DAGELIJKS BESTUUR Artikel 12 Taken en bevoegdheden Tot de taken en de bevoegdheden van het dagelijks bestuur van de regeling behoren naast de bevoegdheden in artikel 33b van de wet: a. het beheer van activa en passiva van het samenwerkingsverband; b. de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijke beheer en de boekhouding. Artikel 13 Samenstelling en zittingsduur 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en twee andere leden, door het algemeen bestuur uit zijn midden aan te wijzen en te ontslaan. 2. Een lid van het dagelijks bestuur blijft aan totdat in de opvolging is voorzien. Het lid kan, indien hij opnieuw is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur, terstond opnieuw worden benoemd. 3.
Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij deelt zijn ontslag mee aan het algemeen bestuur en aan het college dat het aangaat. Het ontslag gaat in zodra in de opvolging is voorzien. Artikel 14 Werkwijze en vergaderorde 1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of tenminste twee leden van het dagelijks bestuur zulks schriftelijk, onder opgave van de te behandelen onderwerpen verzoeken, in welk laatste geval de vergadering binnen twee weken plaatsvindt. 2. De artikelen 54, 56, 58 en 59 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. 3. Over personen wordt schriftelijk, over zaken mondeling gestemd. 4. Ieder aanwezig lid brengt één stem uit. 5. Het dagelijks bestuur kan een of meer van zijn leden machtigen tot uitoefening van een of meer van zijn bevoegdheden, tenzij de regeling waarop de bevoegdheid steunt zich daartegen verzet. HOOFDSTUK 5 DE VOORZITTER Artikel 15 Taken en bevoegdheden 1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 2. De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan. 4
3. De voorzitter vertegenwoordigt het samenwerkingsverband in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen gemachtigde. 4. De plaatsvervangend voorzitter wordt door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen. HOOFDSTUK 6 DE COMMISSIES Artikel 16 Adviescommissies 1. Het algemeen bestuur kan vaste adviescommissies instellen voor advisering aan het algemeen bestuur. 2. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter kunnen tijdelijke adviescommissies instellen voor advisering aan hen. 3. Het orgaan bevoegd tot instelling van een adviescommissie, stelt de bevoegdheden, samenstelling van de betreffende commissie bij instellingsbesluit vast. Artikel 17 Bestuurscommissies Het algemeen bestuur kan bestuurscommissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen. HOOFDSTUK 7 INLICHTINGEN, VERANTWOORDING EN ONTSLAG Artikel 18 Het dagelijks bestuur ten opzichte van het algemeen bestuur (inlichtingenplicht) Het dagelijks bestuur geeft -in aanvulling op artikel 19a, tweede lid van de wet- het algemeen bestuur de door één of meer leden gevraagde inlichtingen. Artikel 19 De voorzitter ten opzichte van het algemeen bestuur (inlichtingen- en verantwoordingsplicht en ontslag) 1. De voorzitter is aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door hem gevoerde bestuur. 2.
De voorzitter geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 3. De voorzitter geeft het algemeen bestuur de door een of meer leden gevraagde inlichtingen. 4. De voorzitter kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, indien de voorzitter het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Artikel 20 Informatieplicht van het dagelijks bestuur, algemeen bestuur, bestuurscommissies en de voorzitter ten opzichte van raden 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, bestuurscommissies en de voorzitter geven aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van de door hen uitgevoerde activiteiten nodig is. Daarnaast geven zij aan de raden van de deelnemende gemeenten de door één of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen. 2. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, bestuurscommissies en de voorzitter geven tenminste tweemaal per kalenderjaar informatie aan de raden over de uitgevoerde activiteiten van het samenwerkingsverband door middel van fysieke of digitale raadsinformatiebijeenkomsten en/of nieuwsbrieven. 3. Het dagelijks bestuur, algemeen bestuur, bestuurscommissies en de voorzitter geven de rekenkamer van de deelnemende gemeenten, alle inlichtingen die de rekenkamer nodig acht voor het doen van onderzoek.
Artikel 21 Leden algemeen bestuur ten opzichte van hun college en hun raden (inlichtingen- en verantwoordingsplicht en ontslag) 5
1. Een lid van het algemeen bestuur is de deelnemer die dit lid heeft aangewezen verantwoording verschuldigd over de door hem in dat bestuur gevoerde beleid. De verantwoording vindt plaats op de wijze zoals bij de deelnemer gebruikelijk dan wel voorgeschreven is. 2. Een lid van het algemeen bestuur verschaft de deelnemer die dit lid heeft aangewezen alle inlichtingen die door de deelnemer worden verlangd. De inlichtingen worden verschaft op de wijze zoals bij de deelnemer gebruikelijk dan wel voorgeschreven is. 3. Een lid van het algemeen bestuur kan door de deelnemer die dit lid heeft aangewezen worden ontslagen, indien het lid het vertrouwen van de deelnemer niet meer bezit. 4. Het lid van het algemeen bestuur voldoet aan de verantwoordings- en inlichtingenplicht ten opzichte van de raad van de deelnemer die dit lid heeft aangewezen op de wijze zoals bij de deelnemer gebruikelijk dan wel voorgeschreven is. HOOFDSTUK 7a EVALUATIE
Artikel 21a Evaluatie van de regeling In het jaar voorafgaande aan de landelijke gemeenteraadsverkiezingen evalueert het algemeen bestuur de regeling op nader door het algemeen bestuur vast te stellen onderwerpen.
HOOFDSTUK 8 HET PERSONEEL Artikel 22 Personeel 1. Het dagelijks bestuur is belast met het aanstellen van medewerkers als ambtenaar, het tewerkstellen op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht en het schorsen en ontslaan van het personeel. 2. Voor het personeel van het samenwerkingsverband gelden de door het algemeen bestuur vast te stellen arbeidsvoorwaardenregelingen en andere algemene voorschriften en bepalingen. Artikel 23 Directie De directie is belast met de leiding van de organisatie en de zorg voor een juiste taakvervulling in de organisatie. Het aantal leden van de directie en de taken en bevoegdheden van deze leden worden bepaald bij het door het dagelijks bestuur vast te stellen (organisatie-)besluit.
HOOFDSTUK 9 HET PROGRAMMAPLAN Artikel 24: vervallen Artikel 25 Programmaplan 1. Het algemeen bestuur stelt voor ieder jaar een programmaplan vast, waarin de activiteiten van het samenwerkingsverband worden aangegeven. Het programmaplan bevat voorts in ieder geval een overzicht van de voor de verwezenlijking van de activiteiten benodigde financiële en personele middelen. 2. De totstandkoming van het programmaplan geschiedt op een overeenkomstige wijze als in artikel 27, eerste tot en met vijfde lid, van deze regeling, voor de begroting is aangegeven. 3. Het programmaplan komt tot stand met inachtneming van inhoudelijke voorbereiding van de bestuurscommissies en adviescommissies. 6
Hoofdstuk 9a Burgerparticipatie Artikel 26 Burgerparticipatie
Het algemeen bestuur stelt een participatieprotocol vast waarin is geregeld de wijze waarop ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling betrokken worden .Daarbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande vormen van burgerparticipatie van deelnemende gemeenten en/of klantenonderzoek die het openbare lichaam houdt. HOOFDSTUK 10 FINANCIËLE BEPALINGEN Artikel 27 Begrotingsprocedure 1. Indien het algemeen bestuur voor de samenwerkingsmodule een bestuurscommissie of adviescommissie heeft ingesteld, dan zendt de bestuurscommissie of adviescommissies van de samenwerkingsmodule voor 1 maart een ontwerpbegroting van de samenwerkingsmodule voor het komende kalenderjaar, vergezeld van een toelichting, toe aan het dagelijks bestuur van de MGR. 2. Het dagelijks bestuur zendt vóór 1 april een ontwerpbegroting van het samenwerkingsverband voor het komende kalenderjaar, vergezeld van een toelichting, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De ontwerpbegroting van het samenwerkingsverband bestaat uit de geconsolideerde ontwerpbegrotingen van de modules aangevuld met de overhead kosten van de MGR. 3. De ontwerpbegroting wordt door de besturen van de deelnemende gemeenten voor eenieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld.
Artikel 190, tweede lid en derde lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 4. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen twaalf weken bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 5. Het dagelijks bestuur stuurt haar reactienota op de zienswijzen naar de raden, voordat het algemeen bestuur de begroting vaststelt. 6. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast vóór 15 september in het jaar, voorafgaande aan dat jaar, waarvoor de begroting dient. 7. Meteen na de vaststelling zendt het algemeen bestuur, zo nodig, de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die daarover bij Gedeputeerde Staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 8. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 september aan Gedeputeerde Staten. 9. Het bepaalde in dit artikel is, met uitzondering van de genoemde data, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, behoudens die wijzigingen die niet tot een verhoging van de gemeentelijke bijdragen leiden.
Artikel 28 Bijdragen van de gemeenten 1. In de begroting wordt aangegeven welke bijdrage elke afzonderlijke gemeente verschuldigd is voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft. 2. Het algemeen bestuur bepaalt met tweederde meerderheid van stemmen de algemene kostenverdeelsleutel voor de kosten van de basistaken, niet zijnde de kosten voor de samenwerkingsmodules. Als algemene kostenverdeelsleutel geldt een kostenverdeling naar 7
rato van het jaarlijks op 1 januari bepaald inwonertal van de deelnemende gemeenten op basis van de meest recente CBS-cijfers. 3. De kostenverdeelsleutel voor de samenwerkingsmodules worden bepaald in de bijlagen bij de regeling. 4. De deelnemers betalen bij wijze van voorschot jaarlijks op 1 januari, op 1 april, op 1 juli en op 1 oktober telkens een kwart van de in lid 1 bedoelde bijdrage. 5. De deelnemers dragen er zorg voor dat het samenwerkingsverband te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al haar verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Artikel 29 Jaarrekening 1. Het dagelijks bestuur biedt de jaarrekening over het afgelopen jaar en het jaarverslag, daarbij gevoegd de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 213, derde lid, van de Gemeentewet en het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 213, vierde lid, van de Gemeentewet, jaarlijks vóór 1 april ter vaststelling aan het algemeen bestuur aan onder gelijktijdige toezending aan de raden van de gemeenten. 2. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast vóór 1 juli, volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 3. De jaarrekening wordt binnen twee weken na vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 juli, met alle bijbehorende stukken en het jaarverslag aan Gedeputeerde Staten aangeboden. 4.
Vaststelling van de jaarrekening strekt het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden. 5. In de jaarrekening wordt het door elk van de deelnemende gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen. 6. De kosten worden verdeeld over de deelnemende gemeenten volgens de kostenverdeelsleutel, zoals bedoeld in bijlage 1 artikel 6, bijlage 2 artikel 6, bijlage 3 artikel 6, bijlage 4 artikel 7, bijlage 5 artikel 6 en bijlage 6, artikel 5 van deze regeling. 7. Mocht enig exploitatiejaar een batig saldo opleveren: a. dan kan daaraan bij besluit van het algemeen bestuur, op advies van de bestuurscommissie(s) van de samenwerkingsmodule(s) waaruit het batig saldo voortvloeit of het dagelijks bestuur wat betreft een batig saldo bij de MGR beheerorganisatie, een bestemming worden gegeven. b. dan vindt dotatie op een bestemmingsreserve plaats na het opstellen van de jaarrekening. 8. (Uit)betaling van enig verschil tussen het op grond van artikel 28 van deze regeling bepaalde en het werkelijk verschuldigde, vindt plaats meteen na de mededeling van de vaststelling van de jaarrekening.
HOOFDSTUK 11 HET ARCHIEF Artikel 30 Zorg voor archiefbescheiden 1.
2.
Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het samenwerkingsverband, overeenkomstig een door het algemeen bestuur, met inachtneming van artikel 40 van de Archiefwet 1995 vast te stellen regeling (Archiefverordening), die aan Gedeputeerde Staten wordt meegedeeld. Het dagelijks bestuur is tevens belast met de zorg voor de archiefbescheiden die worden gevormd krachtens de aan het samenwerkingsverband gedelegeerde taken. De zorg voor archiefbescheiden die ontstaan uit hoofde van de door de deelnemende gemeenten gemandateerde taken berust bij deze gemeenten. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de bij deze regeling ingestelde bestuursorganen is aangewezen het Gelders Archief. 8
3.
4.
5.
De directeur is belast met het beheer van de archiefbescheiden waarvoor MGR SDCG zorgdrager is en voor de archiefbescheiden die ontstaan uit hoofde van de door de deelnemende gemeenten gemandateerde taken, voor zover MGR SDCG de enige archiefvormer is en voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgedragen naar de archiefbewaarplaats. De archivaris van de MGR SDCG is belast met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden waarvoor MGR SDCG zorgdrager is, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden die ontstaan uit hoofde van de door deelnemende gemeenten gemandateerde taken is belast de archivaris van de desbetreffende gemeente.
HOOFDSTUK 12 TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING Artikel 31 Toetreding tot de regeling 1. Een college kan tot de regeling toetreden krachtens een daartoe strekkend besluit van het college na verkregen toestemming van diens raad. 2. Het algemeen bestuur zendt het ontwerp van de wijziging van de regeling door toetreding van een nieuwe deelnemer toe aan de colleges van de deelnemende gemeenten voor het geven van een zienswijze door de raden. 3. Toetreding tot de regeling kan slechts plaatsvinden na een daartoe strekkend besluit van de meerderheid van het aantal deelnemers na verkregen toestemming van de raden van deze deelnemers. 4. Het algemeen bestuur kan voorwaarden verbinden aan de toetreding van een nieuwe deelnemer en regelt de gevolgen daarvan. Artikel 32 Uittreding uit de regeling 1. Een deelnemer kan uit de regeling treden krachtens een daartoe strekkend besluit van de deelnemer na verkregen toestemming van diens raad. Daarbij wordt een opzegtermijn van één jaar in acht genomen, ingaande per 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar. 2. Uittreding is niet eerder mogelijk dan nadat overeenkomstig artikel 35 de deelname aan een samenwerkingsmodule of submodule is beëindigd. 3.
Het algemeen bestuur zendt het ontwerp van de wijziging van de regeling door uittreding van een deelnemer toe aan de colleges van de deelnemende gemeenten voor het geven van een zienswijze door de raden. 4. Het voornemen tot uittreding wordt bij aangetekende brief bekend gemaakt aan de voorzitter van het samenwerkingsverband. 5. Een deelnemer kan uit de regeling treden onder betaling van een uittreedsom die gelijk is aan maximaal drie maal de bijdrage die een deelnemer op grond van de kostenverdeelsleutel als bedoeld in artikel 28 tweede en derde lid, van deze regeling verschuldigd was aan het samenwerkingsverband. Daarbij wordt uitgegaan van de meest recent vastgestelde begroting op het moment dat de deelnemer het besluit tot uittreding kenbaar heeft gemaakt. De uittreedsom kan contant gemaakt worden en betaald worden bij uittreding. De MGR draagt er zorg voor om de meerkosten gedurende deze periode van maximaal drie jaar zoveel mogelijk te beperken. Indien de werkelijke kosten na deze periode, of zoveel eerder als mogelijk, lager uitvallen dan de maximale uittreedsom, wordt het verschil verrekend met de uittredende deelnemer. 6. Het aandeel van de uittredende deelnemer in de bestemmingsreserve wordt in mindering gebracht op de uittreedsom. Dit aandeel wordt berekend conform de kostenverdeelsleutel als bedoeld in artikel 28, tweede en derde lid van de regeling. 7.
Bij uittreding blijft de uittredende deelnemer maximaal vijf jaar na uittreding aansprakelijk voor het intreden van risico’s voortvloeiende uit de periode dat de betreffende deelnemer deelnam aan de regeling indien en voor zover deze intredende risico’s leiden tot een kostenverhoging 9
voor de basistaken en betrekking hebben op de periode dat de betreffende deelnemer nog deelnemer was.
Artikel 33 Aansprakelijkheid Het samenwerkingsverband verzekert zich tegen: a. Civielrechtelijke aansprakelijkheid (wettelijke aansprakelijkheid) voor schade aan personen en goederen; b. Wettelijke aansprakelijkheid voor vermogensschade. Artikel 34 Deelname aan een bestaande samenwerkingsmodule en submodule(s) 1. Een deelnemer kan besluiten aan een reeds bestaande samenwerkingsmodule deel te nemen en voor zover van toepassing aan daaronder vallende submodule(s). 2. Een deelnemer die wil deelnemen aan een samenwerkingsmodule/submodule van de regeling maakt dit voornemen schriftelijk kenbaar aan het dagelijks bestuur. 3. De financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties worden door het dagelijks bestuur in kaart gebracht. 4. Alle kosten die met starten van deelname aan de samenwerkingsmodule/submodule gepaard gaan, komen ten laste van de nieuwe deelnemer. 5. De deelnamekosten, zoals bedoeld in het vierde lid, worden alleen ten laste van de nieuwe deelnemer gebracht indien het besluit tot deelname daadwerkelijk is genomen.
De deelnamekosten zijn opgebouwd uit eenmalige kosten, bestaande uit de noodzakelijke investeringen die ten behoeve van de start van de deelname worden gemaakt en contant gemaakte tijdelijke kosten, bestaande uit de transitiekosten die gedurende 2 jaar na toetreding noodzakelijk zijn om projectmatig de bedrijfsvoeringsactiviteiten te integreren. 6. Het algemeen bestuur neemt een besluit over de voorwaarden tot deelname aan een samenwerkingsmodule/submodule, waarbij de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties worden betrokken. Dit wordt schriftelijk aan de betreffende gemeente meegedeeld. Artikel 35 Beëindiging deelname aan een samenwerkingsmodule dan wel submodule 1. 2.
3.
4. 5.
Een deelnemer kan deelname aan een samenwerkingsmodule dan wel submodule beëindigen na een daartoe strekkend besluit van de deelnemer. Beëindiging van deelname aan de samenwerkingsmodule dan wel submodule is slechts mogelijk onder de voorwaarde dat tussen het samenwerkingsverband en de deelnemer een vaststellingsovereenkomst wordt gesloten over de gevolgen van de beëindiging. De vaststellingsovereenkomst voorziet in een vereffening van het vermogen en reeds aangegane verplichtingen van de samenwerkingsmodule door het vaststellen van een beëindigingssom. De beëindigingssom is gelijk aan maximaal drie maal de bijdrage die een deelnemer op grond van de kostenverdeelsleutel als bedoeld in artikel 28 tweede en derde lid, van deze regeling verschuldigd was aan het samenwerkingsverband. Daarbij wordt uitgegaan van de meest recent vastgestelde begroting op het moment dat de deelnemer het besluit tot beëindiging kenbaar heeft gemaakt. De beëindigingssom kan contant gemaakt worden en betaald worden bij beëindiging. De MGR draagt er zorg voor de werkelijke meerkosten gedurende deze periode van maximaal drie jaar zoveel mogelijk te beperken.
Indien de werkelijke kosten na deze periode, of zoveel eerder als mogelijk, lager uitvallen dan de maximale beëindigingssom, wordt het verschil verrekend met de deelnemer die deelname aan de samenwerkingsmodule of submodule beëindigd De beëindigingssom wordt verminderd met het aandeel van de betreffende deelnemer van het vermogen op grond van de kostenverdeelsleutel als bedoeld in artikel 28, tweede en derde lid van de regeling. Het algemeen bestuur stelt regels vast ten aanzien van de wijze waarop de gevolgen van de beëindiging aan de samenwerkingsmodule of submodule worden bepaald en in de 10
6.
7.
vaststellingsovereenkomst worden vastgelegd. Dit besluit behoeft tweederde van de uitgebrachte stemmen. In de bepalingen als bedoeld in het derde, vierde en vijfde lid wordt indien noodzakelijk opgenomen dat ten behoeve van de vaststelling van de beëindigingskosten een onafhankelijke registeraccountant wordt ingeschakeld. De opdracht daartoe wordt verstrekt door het algemeen bestuur in overleg met de deelnemer die de deelname aan een samenwerkingsmodule dan wel submodule beëindigt. In de vaststellingsovereenkomst wordt in ieder geval opgenomen dat de deelnemer na beëindiging van een samenwerkingsmodule dan wel submodule, ook in het geval de deelnemer is uitgetreden uit de regeling overeenkomstig artikel 32, maximaal vijf jaar na beëindiging van de deelname aan een samenwerkingsmodule dan wel submodule aansprakelijk blijft bij het intreden van risico’s voortvloeiende uit de periode dat de betreffende deelnemer afnemer was van een samenwerkingsmodule dan wel submodule indien en voor zover deze intredende risico’s leiden tot een kostenverhoging voor het samenwerkingsverband en betrekking hebben op de periode dat de betreffende deelnemer nog afnemer was van de samenwerkingsmodule dan wel submodule.
Artikel 36 Wijziging van de regeling 1. De regeling kan worden gewijzigd krachtens een daartoe strekkend besluit van twee derde van het aantal deelnemers na verkregen toestemming van de raden van deze deelnemers. 2. Onder wijziging van de regeling wordt in ieder geval verstaan het toevoegen, wijzigen of opheffen van een samenwerkingsmodule in de regeling. 3. Elke deelnemende gemeente en het algemeen bestuur is bevoegd een wijziging in de regeling aan de besturen van de deelnemende gemeenten in overweging te geven via een daartoe strekkend voorstel. Het dagelijks bestuur zendt het voorstel van de deelnemende gemeenten of het algemeen bestuur toe aan de besturen van de deelnemende gemeenten. 4. Het algemeen bestuur zendt het ontwerp van de wijziging van de regeling toe aan de colleges van de deelnemende gemeenten voor het geven van een zienswijze door de raden. Artikel 37 Opheffing en liquidatie van de regeling 1. De regeling wordt opgeheven na een daartoe strekkend besluit van tweederde van het aantal deelnemers na verkregen toestemming van de raden van deze deelnemers. 2. In geval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie. Het algemeen bestuur geeft een onafhankelijk accountant de opdracht om een liquidatieplan op te stellen. Hierbij kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken. 3.
Het liquidatieplan wordt, nadat de raden hun zienswijze hebben gegeven, door het algemeen bestuur vastgesteld. 4. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de beëindiging heeft voor het personeel als bedoeld in hoofdstuk 8 van deze regeling. 5. Het liquidatieplan voorziet ook in een vereffening van het vermogen van het samenwerkingsverband. Daarbij wordt uitgegaan van de kostenverdeelsleutel als bedoeld in artikel 28, tweede en derde lid, van de regeling. 6. Bij opheffing van de gemeenschappelijke regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening getroffen conform art. 4 lid 1 van de Archiefwet 1995. 7. Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de deelnemende gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorgdragen voor de nakoming van de verplichtingen van het samenwerkingsverband. Daarbij wordt uitgegaan van de kostenverdeelsleutel als bedoeld in artikel 28, tweede lid, van de regeling. 8. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie. 9. De organen van het samenwerkingsverband blijven in functie totdat de liquidatie is voltooid. 11
HOOFDSTUK 13 SLOTBEPALINGEN Artikel 38 Duur van de regeling De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
Artikel 39 Inwerkingtreding De regeling treedt in werking op 1 januari 2022, nadat deze op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.
Artikel 40 vervalt
Artikel 41 Citeertitel De regeling wordt aangehaald als: Modulaire gemeenschappelijke regeling sociaal domein centraal Gelderland.
Artikel 42 Toezending aan Gedeputeerde Staten Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar het samenwerkingsverband is gevestigd draagt zorg voor de in artikel 26, eerste lid van de wet voorgeschreven toezending en de in artikel 26, derde lid, van de wet voorgeschreven bekendmaking van de regeling aan Gedeputeerde Staten.
12
Bijlagen:
13
BIJLAGE 1 Samenwerkingsmodule Inkoop Zorg
Artikel 1 Begripsbepaling In deze samenwerkingsmodule wordt verstaan onder: a.
b. c.
d. e. f.
inkoop: inkoop van individuele voorzieningen in het kader van de Jeugdwet en maatwerkvoorzieningen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO 2015) contractbeheer: het registreren en actualiseren van contractinformatie zoals productcodes, tarieven e.d.; contractmanagement: het meten (monitoren) van de contractafspraken en het sturen op de kwaliteit en de kosten van de contracten en indien nodig, het voeren van escalatiegesprekken; projecten: op inkoop gerichte projecten op basis van vraag en behoefte vanuit de gemeente(n); samenwerkingsmodule: onderhavige samenwerkingsmodule Inkoop Zorg; submodule: de zorgvormen binnen deze samenwerkingsmodule, gericht op specifieke individuele voorzieningen in het kader van de Jeugdwet en specifieke maatwerkvoorzieningen in het kader van de WMO 2015 en komen tot stand zoals weergegeven in artikel 5 van deze bijlage.
Artikel 2 Belangen Het samenwerkingsverband behartigt binnen de samenwerkingsmodule Inkoop de belangen van de aan de samenwerkingsmodule deelnemende gemeenten op het gebied van inkoop van dienstverlening dan wel goederen binnen het sociaal domein.
Artikel 3 Samenwerkingsmodule Inkoop Zorg 1. De samenwerkingsmodule Inkoop Zorg bevat de volgende taken: a. inkoop van dienstverlening dan wel goederen binnen het sociaal domein die wordt georganiseerd vanuit de MGR; b. het contractbeheer samenhangend met de inkoop; c. het contractmanagement samenhangend met de inkoop; d. uitvoeren van op inkoop gerichte projecten; 2. De deelnemer is gehouden bij deelname aan een submodule ook deel te nemen aan het contractbeheer- en contractmanagement van die submodule.
Artikel 4 Beëindiging deelname aan een samenwerkingsmodule en submodule Beëindiging van deelname aan de samenwerkingsmodule dan wel submodule kan plaatsvinden door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de voorzitter van samenwerkingsverband met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden.
Artikel 5 Keuze en taken Submodules Inkoop Zorg 1.
2. 3.
Op advies van de bestuurscommissie stelt het algemeen bestuur conform art. 25 en 27 van de regeling jaarlijks in het programmaplan en begroting vast welke taken voor welke submodules worden uitgevoerd; De deelnemers bepalen middels een DVO aan welke submodules zij deelnemen; Deelname aan submodules wordt afgerekend conform artikel 6 van deze bijlage. 14
Artikel 6 Financiële bijdragen De kosten van een submodule worden in de verrekening uitsluitend ten laste gebracht van de aan de submodule deelnemende gemeenten naar rato van het jaarlijks op 1 januari bepaalde inwonertal van de deelnemende gemeenten op basis van de meest recente CBS-cijfers. Artikel 7 Verkoop van diensten 1. 2.
Het samenwerkingsverband kan op niet-commerciële basis diensten verkopen aan derden binnen de kaders van de op grond van deze samenwerkingsmodule gemandateerde bevoegdheden. Indien een bestuurscommissie is ingesteld, dient zij akkoord te gaan met het aangaan van de dienstverlening zoals bedoeld in het eerste lid.
15
BIJLAGE 2 Samenwerkingsmodule Regionaal Bureau Leerlingzaken (RBL)
Artikel 1 Begripsbepaling In deze samenwerkingsmodule wordt verstaan onder: a. b.
c. d.
e.
Regionaal Bureau Leerlingzaken (RBL): organisatieonderdeel van het samenwerkingsverband MGR. RMC-functie: Regionale Meld- en Coördinatiefunctie zoals bedoeld in de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB), Wet op de expertisecentra (WEC) en Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO). Samenwerkingsmodule: onderhavige samenwerkingsmodule RBL. regionale middelen: bestaan uit de uitkering regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten (RMC). Voor RMC is het zowel de specifieke uitkering regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten als de specifieke uitkering regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten. VSV: jongeren van 12 tot 23 jaar die zonder startkwalificatie het onderwijs verlaten. Een startkwalificatie is een havo of vwo diploma of minimaal een mbo-2 diploma.
Artikel 2 Belangen Het samenwerkingsverband behartigt binnen de samenwerkingsmodule Regionaal Bureau Leerlingzaken de belangen van de aan de samenwerkingsmodule deelnemende gemeenten op het gebied van de Leerplichtwet 1969 en de RMC-functie.
Artikel 3 Samenwerkingsmodule Regionaal Bureau Leerlingzaken 1. De samenwerkingsmodule Regionaal Bureau Leerlingzaken bestaat uit twee submodules: Leerplichtwet en RMC 2. De samenwerkingsmodule Regionaal Bureau Leerlingzaken bevat de volgende taken: a. De submodule Leerplicht bevat de volgende taak: uitvoering Leerplichtwet 1969 b. De submodule RMC bevat de volgende taak: uitvoering wettelijke taken RMC Artikel 4 Bevoegdheden 1. 2.
3.
Bij deelname aan de submodule Leerplichtwet worden alle bevoegdheden die volgens de Leerplichtwet 1969 aan de colleges toekomen gemandateerd aan het samenwerkingsverband. Bij deelname aan de submodule RMC worden alle bevoegdheden die volgens de WEB, WEC en WVO inzake de RMC-functie aan het college van de gemeente Arnhem als contactgemeente toekomen gemandateerd aan het samenwerkingsverband. De gemandateerde bevoegdheden kunnen in ondermandaat worden gegeven aan medewerkers die de samenwerkingsmodule uitvoeren, met uitzondering van de bevoegdheid tot het vaststellen van de instructie voor de leerplichtambtenaren.
Artikel 5 Beëindiging deelname aan een samenwerkingsmodule dan wel submodule Beëindiging van deelname aan de samenwerkingsmodule dan wel submodule kan plaatsvinden door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de voorzitter van samenwerkingsverband met inachtneming van een opzegtermijn van 1 jaar.
16
Artikel 6 Financiële Bijdragen 1.
Ten behoeve van de uitvoering van de activiteiten genoemd in artikel 3 is een deelnemende gemeente aan deze samenwerkingsmodule financiële bijdragen verschuldigd op basis van de volgende berekeningswijze per submodule: a. Leerplicht: i. De totale loonsom voor de verschillende functies wordt vastgesteld, uitgaande van de loonsom op 1 januari 2021; ii. De gemeentelijke bijdragen worden, evenredig verdeeld op basis van leerlingenaantallen (1 fte voor 2.700 leerplichtige leerlingen) en gecorrigeerd naar VSV problematiek; iii. De gemeentelijke bijdragen worden telkens voor vier jaar vastgesteld, voor het eerst weer in 2025. iv. Evenredige verdeling van de kosten van de management-, beleids-, gegevensbeheer en administratieve functies tussen VSV en leerplicht; b. RMC: wordt gefinancierd vanuit Rijksmiddelen voor RMC regio Arnhem.
Artikel 7 Verkoop van diensten 1. 2.
Het samenwerkingsverband kan op niet-commerciële basis diensten verkopen aan derden binnen de kaders van de op grond van deze samenwerkingsmodule gemandateerde bevoegdheden. Indien een bestuurscommissie is ingesteld, dient zij akkoord te gaan met het aangaan van de dienstverlening zoals bedoeld in het eerste lid.
17
BIJLAGE 3 Samenwerkingsmodule Werkgeversservicepunt
Artikel 1 Begripsbepaling In deze samenwerkingsmodule wordt verstaan onder: Samenwerkingsmodule: onderhavige samenwerkingsmodule Werkgeversservicepunt, hierna WSP.
Artikel 2 Belangen Het samenwerkingsverband behartigt binnen de samenwerkingsmodule Werkgeversservicepunt de belangen van de aan de samenwerkingsmodule deelnemende gemeenten en het UWV op het gebied van de dienstverlening aan werkgevers in relatie tot het plaatsen van de doelgroepen waarvoor zij een re-integratieverantwoordelijkheid hebben.
Artikel 3 Doel en taken samenwerkingsmodule Werkgeversservicepunt a.
Submodule: De basisdienstverlening van het WSP bestaat uit: 1. Het WSP is strategisch partner voor werkgevers met betrekking tot arbeidsmarkt-, wervings- en HR vraagstukken. 2. Het vervullen van vacatures bij werkgevers voor werkzoekenden met bijzondere aandacht voor de volgende doelgroepen: - Participatiewet- uitkeringsgerechtigden, waaronder doelgroep Banenafspraak; - Wajong-uitkeringsgerechtigden; - WIA-uitkeringsgerechtigden; - WW-uitkeringsgerechtigden. 3. Het opbouwen, onderhouden en uitdragen van kennis en informatie ten aanzien van de arbeidsmark en sociale wet- en regelgeving, en waar nodig doorverwijzen naar betrokken ketenpartners. 4. Het adviseren over en faciliteren van werkgevers bij het aanvragen van voorzieningen en subsidies. 5. Het adviseren over en faciliteren van het anders organiseren van werk zodat ook mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een duurzame werkplek kunnen krijgen. Hierbij wordt onder meer gebruik gemaakt van een aanbodgerichte benadering, bijvoorbeeld functiecreatie. 6. Het bevorderen van een inclusieve arbeidsmarkt in de arbeidsmarktregio MiddenGelderland door onder meer te bouwen aan een stevig netwerk van werkgevers en de in de regio actieve ondernemersnetwerken.
b.
Submodule: De dienstverlening van het Steunpunt Social Return On Investment (SROI) bestaat uit : 1. het ondersteunen van aan de submodule deelnemende gemeenten bij het vergroten van het draagvlak voor maatschappelijk ondernemen door ondernemers/werkgevers in de arbeidsmarktregio. 2. het begeleiden van bedrijven en instellingen die een overeenkomst hebben met een SROI-verplichting met één of meer deelnemers bij de invulling van de SROI-afspraken. 18
Artikel 4 Bevoegdheden 1.
2.
De bevoegdheden die de Participatiewet en de Wet banenafspraak toebedelen aan de colleges en betrekking hebben op de onder artikel 3 omschreven taken, worden gemandateerd aan het samenwerkingsverband. De gemandateerde bevoegdheden kunnen in ondermandaat worden gegeven aan medewerkers die de samenwerkingsmodule uitvoeren.
Artikel 5 Beëindiging deelname aan een samenwerkingsmodule en submodule Beëindiging van deelname aan de samenwerkingsmodule dan wel submodule kan plaatsvinden door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de voorzitter van samenwerkingsverband met inachtneming van een opzegtermijn van één jaar.
Artikel 6 Financiële bijdragen Ten behoeve van de uitvoering van de taken genoemd in artikel 3, worden de kosten die samenhangen met het WSP gezamenlijk gedragen door de aan deze module en/of submodule deelnemende gemeenten. De kosten worden verdeeld op basis van het inwoneraantal per gemeente naar rato van het op 1 januari bepaalde inwonertal van de deelnemende gemeenten op basis van de meest recente CBS-cijfers.
Artikel 7 Verkoop van diensten 1.
2.
Het samenwerkingsverband kan op niet-commerciële basisdiensten verkopen aan derden binnen de kaders van de op grond van deze samenwerkingsmodule gemandateerde bevoegdheden. De bestuurscommissie dient akkoord te gaan met het aangaan van de dienstverlening zoals bedoeld in het eerste lid.
19
BIJLAGE 4 Samenwerkingsmodule Werkgeverschap SW
Artikel 1 Begripsbepaling In deze samenwerkingsmodule wordt verstaan onder: a. b. c. d.
Wsw: Wet sociale werkvoorziening SW: Sociale Werkvoorziening. Samenwerkingsmodule: de onderhavige samenwerkingsmodule Werkgeverschap SW , hierna: WgSW; Buitengemeente: de gemeente die geen deelnemer is aan de samenwerkingsmodule WgSW.
Artikel 2 Belangen Het samenwerkingsverband behartigt binnen de samenwerkingsmodule de belangen van de aan de samenwerkingsmodule WgSW deelnemende gemeenten op het gebied van het op rechtmatige en doelmatige wijze invulling geven aan de wettelijke taken op het gebied van het werkgeverschap voor de SW-medewerkers en de overige taken zoals benoemd in artikel 4, eerste lid, sub b. Artikel 3 Deelname aan de samenwerkingsmodule Deelname aan deze samenwerkingsmodule is slechts mogelijk onder de voorwaarde dat de deelnemende gemeente aan deze samenwerkingsmodule een rechtsgeldig aanwijzingsbesluit heeft genomen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Wsw voor de uitvoering van de activiteiten die gericht zijn op arbeidstoeleiding en -begeleiding van Sw-medewerkers aan een andere organisatie. Artikel 4 Samenwerkingsmodule Werkgeverschap SW 1.
De samenwerkingsmodule WgSW bevat de volgende taken: a. het uitvoeren van de taken behorend bij het werkgeverschap van SW medewerkers, als bedoeld in artikel 2 eerste lid van de Wsw. Hieronder wordt in elk geval verstaan: het zorgdragen voor de uitbetaling en financiering van de loonlasten en hiermee samenhangende kosten van werknemers zoals het bijhouden van de salarisadministratie, besluiten over in- en uitdiensttreding, de aanpassing van het dienstverband, de individuele aanpassing van het salaris (niet zijnde als gevolg van caoafspraken) en de eventueel daaruit voortvloeiende (gerechtelijke) procedures. Daarnaast betreft het taken op het terrein van personeels- en arbeidsomstandighedenbeleid en uitvoering die via een DVO zijn opgedragen aan de organisatie die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de arbeidstoeleiding en – begeleiding van de SW-medewerkers op basis van het aanwijzingsbesluit van deelnemende gemeenten. b. Overige taken en verplichtingen die voortvloeien uit de opheffing van Werkvoorziening Midden-Gelderland (handelend onder de naam Presikhaaf Bedrijven) en het onderbrengen van de verplichtingen van de Stichting Personeel Presikhaaf bij de samenwerkingsmodule WgSW. 20
2.
Indien een bestuurscommissie is ingesteld kan de bestuurscommissie het algemeen bestuur voorstellen de samenwerkingsmodule te wijzigen.
Artikel 5 Bevoegdheden Ter uitvoering van de in artikel 4, eerste lid, onder a, genoemde taak dragen de deelnemende gemeenten hun bevoegdheden en verplichtingen uit de Wsw over aan het samenwerkingsverband. Artikel 6 Beëindiging deelname aan de samenwerkingsmodule 1.
2.
3.
Deelname aan onderhavige samenwerkingsmodule eindigt zodra het huidige aanwijzingsbesluit niet wordt voortgezet, tenzij er blijvend wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 3 van deze samenwerkingsmodule en over de uitvoerbaarheid van artikel 4 eerste lid. Beëindiging van deelname als bedoeld in het eerste lid, geschiedt onder de voorwaarden zoals geregeld in artikel 35, tweede, derde, vierde en vijfde lid, van de regeling, als ware de deelnemende gemeente zijn deelname aan deze samenwerkingsmodule zelf heeft beëindigd. De loonlasten van SW medewerkers van deze uittredende deelnemer maken geen onderdeel uit van de uittreedsom, wanneer de SW medewerkers niet langer in dienst zijn van het samenwerkingsverband. Onverminderd het eerste en tweede lid kan beëindiging van deelname aan deze samenwerkingsmodule als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de regeling plaatsvinden door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de voorzitter van samenwerkingsverband met inachtneming van een opzegtermijn van één jaar.
Artikel 7 Financiële bijdragen 1. Ten behoeve van de uitvoering van de taken genoemd in artikel 4, eerste lid, worden de kosten gezamenlijk gedragen door de aan deze module deelnemende gemeenten. 2. De kosten voor jaar t worden jaarlijks verdeeld op basis van het procentuele aandeel in het aantal arbeidsjaren (AJ) per gemeente op basis van de bezettingsaantallen zoals bekend op 31 oktober t-1 voor de deelnemende gemeenten gezamenlijk. 3. De kosten die samenhangen met het Werkgeverschap van de Sw medewerkers uit de buitengemeenten worden conform de in het tweede lid gedefinieerde verdeelsleutel verdeeld over de deelnemende gemeenten waarbij de bijdrage door het Rijk wordt ontvangen via één gemeente.
Artikel 8 Verkoop van diensten 1.
2.
Het samenwerkingsverband kan op niet-commerciële basis diensten verkopen aan derden binnen de kaders van de op grond van deze samenwerkingsmodule gemandateerde bevoegdheden. Indien een bestuurscommissie is ingesteld, dient zij akkoord te gaan met het aangaan van de dienstverlening zoals bedoeld in het eerste lid. 21
BIJLAGE 5: Samenwerkingsmodule Contractmanagement inburgeringstrajecten:
Artikel 1 Begripsbepaling In deze samenwerkingsmodule wordt verstaan onder: a. b.
Wet inburgering: De Wet Inburgering die op 1 januari 2022 in werking treedt. Inburgeringstrajecten: De trajecten die de deelnemende gemeenten hebben ingekocht teneinde de nieuwkomer in staat te stellen aan zijn inburgeringsplicht als bedoeld in art 6, eerste lid, Wet Inburgering te voldoen.
Artikel 2 Belangen De samenwerkingsmodule behartigt de belangen van de aan de deelnemende gemeenten op het gebied van contractmanagement van inburgeringstrajecten op basis van de taken zoals vermeld in artikel 3.
Artikel 3 Doel en taken samenwerkingsmodule contractmanagement inburgeringstrajecten Het hoofddoel van het contractmanagement inburgeringstrajecten is de uitvoering van de inburgeringstrajecten volgen en zo nodig bijsturen. De taken bestaan uit: - inkoop van inburgeringstrajecten; - contractbeheer en contractmanagement; - toegankelijk maken contractinformatie; - informatie ophalen over behalen van resultaten; - contractgesprekken voeren op grond van informatie en signalen; - rapportage;
Artikel 4 Bevoegdheden 1. De bevoegdheden die de Wet Inburgering toebedeelt aan de colleges en betrekking hebben op de onder artikel 3 omschreven taken, worden gemandateerd aan het samenwerkingsverband. 2. De gemandateerde bevoegdheden kunnen in ondermandaat worden gegeven aan medewerkers die de samenwerkingsmodule uitvoeren. Artikel 5 Beëindiging deelname aan een samenwerkingsmodule Beëindiging van deelname aan de samenwerkingsmodule kan plaatsvinden door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de voorzitter van samenwerkingsverband met inachtneming van een opzegtermijn van één jaar.
Artikel 6 Financiële bijdragen
22
Ten behoeve van de uitvoering van de taken genoemd in artikel 3, worden de kosten die samenhangen met het Contractmanagement Inburgeringstrajecten gezamenlijk gedragen door de aan deze samenwerkingsmodule deelnemende gemeenten. De kosten worden verdeeld op basis van het inwoneraantal per gemeente naar rato van het op 1 januari bepaalde inwonertal van de deelnemende gemeenten op basis van de meest recente CBS-cijfers.
Artikel 7 Verkoop van diensten 1. Het samenwerkingsverband kan op niet-commerciële basis diensten verkopen aan derden binnen de kaders van de op grond van deze samenwerkingsmodule gemandateerde bevoegdheden. 2. De bestuurscommissie dient akkoord te gaan met het aangaan van de dienstverlening zoals bedoeld in het eerste lid.
23
BIJLAGE 6 Samenwerkingsmodule facilitering overige regionale taken sociaal domein
Artikel 1 Begripsbepaling In deze regeling wordt verstaan onder: a. b. c. d. e.
f.
Facilitering: het organiseren van taken zoals bedoeld in art. 3 van deze bijlage, waaronder het werkgeverschap van de betreffende medewerkers; Programma: Zorg, Onderwijs of Participatie Regiosecretariaat: de rol van regiosecretaris en secretariële ondersteuning ten behoeve van het regionaal portefeuilleoverleg en ambtelijk overleg. Regionale beleidsondersteuning: beleidsondersteuning voor ontwikkeling regionaal beleid op het terrein van het sociaal domein. Regionale projecten: op sociaal domein gerichte projecten op basis van vraag en behoefte vanuit de gemeente(n) die (nog) niet zijn ondergebracht bij een van de andere samenwerkingsmodules; Regionaal Portefeuillehouders Overleg: een regionaal overleg van de betreffende portefeuillehouders over een bepaald programma, hierna RPO.
Artikel 2 Belangen De samenwerkingsmodule behartigt de belangen van de aan Samenwerkingsmodule facilitering overige regionale taken sociaal domein deelnemende gemeenten op het gebied van facilitering van overige regionale taken zoals benoemd in artikel 3.
Artikel 3 Taken samenwerkingsmodule en submodules 1.
2. 3.
De taken van deze samenwerkingsmodule kunnen bestaan uit: a. Faciliteren van het regiosecretariaat ten behoeve van het RPO, de bestuurscommissie en de ambtelijke voorbereiding van deze overleggen in het sociaal domein b. Faciliteren van de regionale beleidsondersteuning binnen het sociaal domein c. Faciliteren van de uitvoering van op sociaal domein gerichte regionale projecten d. Faciliteren van overige taken op basis van verzoeken RPO’s Zorg, Onderwijs of Participatie De taken per programma onder lid1 worden aangemerkt als submodule. Indien de deelnemers binnen het samenwerkingsverband bij ministeriele regeling als jeugdregio wordt ingedeeld als bedoeld in het wetsvoorstel de 'Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen' bevat deze submodule de taken zoals in de wet beschreven.
Artikel 4 Keuze en taken 1.
Het algemeen bestuur bepaalt de kaders waaronder de taken als bedoeld in artikel 3 worden ingebracht of beëindigd.
24
Artikel 5 Financiële bijdragen De kosten van de uitvoering van deze taken voor een programma worden in de verrekening uitsluitend ten laste gebracht van de aan de deelnemende gemeenten van de betreffende submodule naar rato van het jaarlijks op 1 januari bepaalde inwonertal van de deelnemende gemeenten op basis van de meest recente CBS cijfers.
Artikel 6 Beëindiging deelname aan een samenwerkingsmodule dan wel submodule Beëindiging van deelname aan de samenwerkingsmodule dan wel submodule kan plaatsvinden door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de voorzitter van samenwerkingsverband met inachtneming van een opzegtermijn van twaalf maanden. Voor projecten, waar geen langlopende verplichtingen gelden kan een kortere opzegtermijn worden afgesproken. Artikel 7 Verkoop van diensten a.
b. c.
Als de deelnemers instemmen met het onderbrengen van taken als bedoeld in artikel 3, voert het openbaar lichaam met instemming van de deelnemers op verzoek van gemeenten buiten het samenwerkingsgebied deze taken uit. De taken worden uitgevoerd tegen een overeen te komen prijs. Het samenwerkingsverband kan op niet-commerciële basis diensten verkopen aan derden binnen de kaders van de op grond van deze genoemde taken in artikel 3. Indien een adviescommissie is ingesteld, dient zij akkoord te gaan met het aangaan van de dienstverlening zoals bedoeld in eerste lid.
25
Toelichting Regeling MGR Toelichting Deze toelichting hoort bij de MODULAIRE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL DOMEIN CENTRAAL GELDERLAND (MGR). Algemeen Bij het opstellen van deze regeling is uitgegaan van de door de colleges vastgestelde Notitie G12 regionale samenwerkingsvorm van 3 november 2015. Daarin staat dat bij het kiezen van de meest passende samenwerkingsvorm wordt uitgegaan van de volgende inrichtingsprincipes: 1. een samenwerkingsvorm die het flexibel kunnen toe-en uittreden mogelijk maakt en met een zo beperkt mogelijke uittredingssanctie 2. een samenwerkingsvorm waarin het publiekrechtelijk toezicht optimaal geborgd is, met oog voor en ruimte aan de positie voor de raden en de colleges 3. daarnaast is het streven om de bestuurlijke drukte te beperken waar dat kan zodat tempo en daadkracht aan de dag gelegd kan worden 4. een ondersteuningsstructuur die mean en lean is: niet meer personele inzet dan nodig voor een goede regionale procesgang en uitvoering van taken 5. een besluitvormingsprocedure die uitgaat van gelijkwaardigheid en consensus waarbij een kwalitatieve meerderheid van stemmen bepalend is als consensus niet mogelijk blijkt.
In november 2015 hebben de colleges hun voorkeur uitgesproken voor een gemeenschappelijk openbaar lichaam met een modulaire gemeenschappelijke regeling (MGR) Daarnaast is in januari 2016 een bestuurlijke opdracht gegeven dat in deze regeling niet wordt opgenomen wat al bij wet is geregeld en waarvan niet afgeweken wordt. In april 2016 besluiten de colleges besluiten deel te nemen aan het Interactief aankoop systeem (IAS) en geven aan voor welke percelen. Dit IAS vormt de basis voor de MGR. Na oprichting van de MGR wordt de samenwerkingsmodule inkoop in feite gevormd door het IAS. In december 2016 is de bestuurlijke afspraak gemaakt om artikelen over het beëindigen van een samenwerkingsmodule in de regeling op te nemen en het dienstverleningshandvest niet in de regeling te laten terugkomen. In september 2017 besluit het algemeen bestuur van de MGR aan de deelnemende gemeenten een gewijzigde regeling voor te leggen waarin de samenwerkingsmodules Onderwijszaken en Werkgeverservicepunt aan de regeling worden toegevoegd en voorwaarden voor het deelnemen aan en het beëindigen van een samenwerkings- en submodule zijn verwerkt. Op 4 juli 2018 heeft het algemeen bestuur van de MGR een voorgenomen besluit genomen om de nieuwe module Werkgeverschap SW onder te brengen bij de MGR. Dit vraagt om een aanpassing van de regeling.
Het algemeen bestuur heeft daarom besloten aan de deelnemende gemeenten een gewijzigde regeling voor te leggen waarin de samenwerkingsmodule Werkgeverschap SW aan de regeling wordt toegevoegd en enkele verbeteringen aan te brengen in de formulering van de regeling. Op 23 september 2021 heeft het algemeen bestuur van de MGR een voorgenomen besluit genomen om de nieuwe samenwerkingsmodule Contractmanagement Inburgeringstrajecten onder te brengen bij de MGR. Dit vraagt om een aanpassing van de regeling. Het algemeen bestuur heeft daarom besloten aan de deelnemende gemeenten een gewijzigde regeling voor te leggen waarin de samenwerkingsmodule Contractmanagement Inburgeringstrajecten aan de
26
regeling wordt toegevoegd en waarin enkele verbeteringen zijn aangebracht in de formulering van de regeling.Om de integraliteit te bevorderen is besloten om uit te gaan van drie Programma’s te weten: Zorg, Onderwijs en Participatie en daar de betreffende samenwerkingsmodules onder te brengen en per Programma met één bestuurscommissie te gaan werken. Op 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen gewijzigd met als doel de democratische legitimatie en rol van de gemeenteraden te versterken. Daarnaast heeft op 30 maart 2023 het algemeen bestuur van de MGR een voorgenomen besluit genomen om de nieuwe submodule Steunpunt SROI toe te voegen aan de samenwerkingsmodule WSP. Deze ontwikkelingen vragen om een aanpassing van de regeling. Het algemeen bestuur heeft daarom besloten aan de deelnemende gemeenten een gewijzigde regeling voor te leggen waarin de toevoeging van de submodule en de wettelijke wijzigingen zijn aangebracht. Er is een wetsvoorstel Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen in voorbereiding. Dit wetsvoorstel vraagt jeugdregio’s met andere jeugdregio’s in een op overeenstemming gericht overleg te zorgen voor bovenregionale afstemming en de organisatie en financiering van de regionale expertteams.
Daarnaast hebben deelnemende gemeenten verzocht de mogelijkheid voor het faciliteren van regionaal bestuurlijk overleg op de programma’s Zorg, Onderwijs en participatie. Dit betreft met name de werkgeversrol naar de medewerkers die werkzaam zijn voor het regionale overleg, en het faciliteren van de afstemming en besluitvorming over regionaal beleid. De MGR zelf blijft beleidsarm. Het beleid op deze programma’s wordt lokaal en/of gezamenlijk regionaal vastgesteld op basis van duidelijke mandaten van colleges.