Bijlage 4 - Uitvoeringsovereenkomst Bedrijveninvesteringszone centrum Doesburg.
Tekst van het document
Uitvoeringsovereenkomst Bedrijveninvesteringszone centrum Doesburg Ondergetekenden, De gemeente Doesburg, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw Drs. L.W.C.M. van der Meijs – van de Laar , burgemeester, handelend ter uitvoering van het besluit van burgemeester en wethouders van Doesburg, (datum) met kenmerk (nummer) hierna verder te noemen “de gemeente”; en Stichting Centrum Belang Doesburg, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer J. Koning, voorzitter, hierna te noemen: ‘de stichting’, Hier gezamenlijk genoemd “partijen”, overwegende dat,
-
-
-
de Wet op de Bedrijveninvesteringszones de mogelijkheid opent dat de gemeenteraad bij verordening onder de naam BIZ-bijdrage een heffing instelt ter zake van binnen een bepaald gebied – de Bedrijveninvesteringszone – gelegen onroerende zaken, welke heffing strekt ter dekking van de kosten die verbonden zijn aan activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid, de veiligheid in de Bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de Bedrijveninvesteringszone, waaronder begrepen de verbetering van het ondernemersklimaat; de verwachting is dat de gemeenteraad van Doesburg een verordening zal vaststellen, waarin zij het in bijlage 5 aangegeven gebied als Bedrijveninvesteringszone aanwijst; de stichting op kan treden als de in de verordening overeenkomstig de Wet op de Bedrijveninvesteringszones aan te wijzen vereniging of stichting; de stichting ter zake van haar plannen in het kader van de Wet op de Bedrijveninvesteringszones een BIZ-plan heeft opgesteld; Artikel 7 lid 3 van de Wet op de Bedrijveninvesteringszones bepaalt dat de gemeente met de subsidieontvanger een overeenkomst sluit als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb); de onderhavige overeenkomst een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 Awb is; de partijen mede gelet op de inzet van publieke gelden te allen tijde een transparante en
een democratisch verantwoorde werkwijze zullen hanteren;
komen het volgende overeen: Artikel 1. Begrippen - Wet: de Wet op de Bedrijveninvesteringszones 2014 (Wet BIZ). 1
-
BIZ-bijdrage: hetgeen daaronder in de Wet wordt verstaan. BIZ-subsidie: de op basis van de verordening en de wet te verstrekken subsidie. College: het college van burgemeester en wethouders van Doesburg. Gebied: de in en/of bij de verordening aangewezen Bedrijveninvesteringszone. Verordening: de verordening Bedrijveninvesteringszone centrum Doesburg. Aanvraag: de aanvraag voor de BIZ-subsidie. BIZ-plan: bijlage 1 van deze overeenkomst.
Artikel 2. Doel van de overeenkomst De overeenkomst is gebaseerd op artikel 7, lid 1, lid 3 en lid 5 van de wet. Zij beoogt de afspraken tussen partijen te regelen met betrekking tot de instelling van een Bedrijveninvesteringszone in het gebied centrum Doesburg, de dienstverlening door de gemeente in deze Bedrijveninvesteringszone en de verplichting dat de stichting de activiteiten verricht waarvoor subsidie wordt verstrekt. Artikel 3. Duur van de overeenkomst 1. De overeenkomst gaat in op het moment dat de Verordening in werking treedt en eindigt van rechtswege op 31 december 2029 tenzij partijen uiterlijk drie maanden daarvoor besluiten deze te verlengen, een en ander met inachtneming van artikel 4 en artikel 5 van de wet. Voorts eindigt deze overeenkomst op de dag dat het college vaststelt, dat zoals blijkt uit de uitslag van de draagvlakmeting zoals genoemd in artikel 4 niet wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 5 van de wet. Voorts eindigt deze overeenkomst na een besluit tot intrekking van de verordening van de gemeenteraad nadat tussentijds is gebleken van onvoldoende steun bij de bijdrageplichtigen, een en ander overeenkomstig artikel 6 van de wet. 2. Voorts kan de gemeente deze overeenkomst beëindigen, indien de stichting: a. in surseance van betaling verkeert of indien voor de stichting faillissement is aangevraagd; b.
niet voldoet aan de eisen die ter zake in artikel 7 lid 2 van de wet worden gesteld; c. handelt in strijd met haar statuten; d. zich niet houdt aan haar verplichtingen die voortvloeien uit deze uitvoeringsovereenkomst; e. handelt in strijd met wettelijke bepalingen inzake subsidiering. 3. Wanneer zich een of meer van de volgende situaties voordoet zullen partijen in overleg treden over de dan ontstane situatie, wat kan leiden tot tussentijdse beëindiging van deze overeenkomst: a. wijzigingen in (landelijke) wetgeving en/of besluiten; b. gerechtelijke uitspraken die gevolgen hebben voor de BIZ-bijdragen; c. voortijdige opheffing van de stichting; d. het niet (meer) voldoen door de stichting aan de voorwaarden gesteld in artikel 7, lid 2, onder a, van de wet; e. het niet nakomen van afspraken door de stichting; f. intrekking van verordening Bedrijveninvesteringszone centrum Doesburg, zoals bedoeld in artikel 6 van de Wet BIZ.
2
Artikel 4. Omschrijving van het gebied waarop deze overeenkomst betrekking heeft Het gebied waarvoor de Bedrijveninvesteringszone centrum Doesburg wordt ingesteld omvat de straten of delen van straten die gelegen zijn binnen de begrenzing, die is aangegeven op de kaart die deel uitmaakt van de verordening. Artikel 5. Informatieplicht De stichting bericht de gemeente onverwijld over voorgenomen wijzigingen in haar statuten en/of regelementen, dan wel in de uitvoering van het BIZ-plan dat bij deze overeenkomst is gevoegd. Artikel 6. Draagvlakmeting 1. De gemeente zal voor 1 maart 2025 een draagvlakmeting uitvoeren zoals bedoeld in artikel 4, lid 1, van de Wet om te onderzoeken of er voldoende steun bestaat voor de heffing van de BIZbijdrage onder de bijdrageplichtigen. 2. De stichting zal zich inspannen om voldoende draagvlak voor de Bedrijveninvesteringszone te creëren en de gemeente ter zijde staan bij deze meting. Artikel 7. Aanvraag subsidie 1. De stichting dient jaarlijks voor 1 november voorafgaande aan het subsidiejaar een volledige aanvraag om BIZ-subsidie in bij het college. 2. De aanvraag bevat een begroting en een activiteitenplan voor het betreffende subsidiejaar.
In dit activiteitenplan geeft de stichting aan welke activiteiten zij voornemens is uit te voeren, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de Bedrijveninvesteringszone of van de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de Bedrijveninvesteringszone. Daartoe kunnen ook activiteiten op het gebied van promotie behoren voor zover deze het publieke belang in de openbare ruimte dienen. 3. De subsidieaanvraag dient te geschieden op basis van een begroting voor de uitvoering van de activiteiten die door het bestuur van de stichting is vastgesteld. 4. Deze overeenkomst laat onverlet dat de stichting ook andere subsidies kan ontvangen om haar doelstelling te bereiken. Artikel 8. Hoogte subsidies 1. Het college verstrekt de stichting jaarlijks een BIZ-subsidie. Deze subsidie bedraagt de in het kalenderjaar te ontvangen BIZ-bijdragen. 2. De subsidies worden overgemaakt op de bankrekening van de stichting. 3. De stichting verplicht zich de activiteiten te verrichten waarvoor de subsidies worden verstrekt, een en ander in overeenstemming met de begroting en het activiteitenplan als bedoeld in artikel 7 lid 4 van deze overeenkomst. Artikel 9. Beslistermijn 1. Het college beslist uiterlijk op 31 december voorafgaande aan het subsidiejaar op de aanvragen.
3
2. Het college kan alvorens op de aanvragen te beslissen, binnen een door hem gestelde termijn nadere gegevens verlangen. Artikel 10. Bevoorschotting subsidies Bij subsidieverlening maakt het college binnen 2 weken na het collegebesluit een voorschot over ter hoogte van 90% van de verleende subsidies. Artikel 11. Jaarverslag, verantwoording na afloop subsidiejaar 1. De stichting dient binnen 13 weken na afloop van het subsidiejaar een aanvraag tot vaststelling van de subsidies in bij het college. 2. De aanvraag tot vaststelling bevat: a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten/prestaties waarvoor de subsidies zijn verleend, zijn verricht; b. een overzicht van de activiteiten/prestaties en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; d. een accountantsverklaring. 3. Het verslag dient te zijn vastgesteld door de bestuur van de stichting middels een besluit dat in overeenstemming met haar statuten is genomen. Artikel 12. Vaststelling subsidies en eindafrekening 1. De subsidies worden door het college vastgesteld uiterlijk 13 weken na ontvangst van de in artikel 11 genoemde stukken. 2. Op basis van de werkelijke kosten van heffing en invordering en de feitelijke BIZ-opbrengsten zal het subsidiebedrag achteraf definitief worden vastgesteld. 3.
Indien blijkt dat de verleende BIZ-subsidie hoger is geweest dan het volgens het tweede lid vastgestelde subsidiebedrag, dan vordert het college het verschil terug. 4. Bij vaststelling van de subsidies maakt het college binnen 2 weken na het collegebesluit de resterende 10% van de verleende subsidies over. Het eventuele verschil tussen de verleende BIZsubsidie en het vastgestelde subsidiebedrag als bedoeld in het derde lid van dit artikel wordt met dit bedrag verrekend. Artikel 13. Beëindiging van de Bedrijveninvesteringszone 1. De stichting kan de gemeente, indien zij voldoet aan de voorwaarden die worden genoemd in artikel 6 van de Wet, verzoeken de verordening Bedrijveninvesteringzone centrum Doesburg in te trekken. 2. Indien de gemeenteraad daartoe besluit: a. stopt de subsidieverstrekking met ingang van de datum van het intrekken van de verordening; b. zal de eindafrekening plaatsvinden naar deze datum met dien verstande, dat indien een batig saldo overblijft, dit door de stichting conform haar statuten zal worden besteed, indien een tekort overblijft, dit voor rekening van de stichting blijft; 4
c. wordt deze overeenkomst na de eindafrekening ontbonden. Artikel 14. Overleg, evaluatie en rapportage 1. Minimaal eenmaal per jaar vindt een gecombineerd ambtelijk en bestuurlijk overleg plaats over: a. algemene informatie-uitwisseling en het signaleren van nieuwe ontwikkelingen; b. bespreken van de voortgang van de uitvoering van de activiteiten; c. het anticiperen op volgende jaren. 2. De gemeente neemt het initiatief voor deze gesprekken. 3. Partijen verplichten zich elkaar tijdig, volledig en juist te informeren omtrent ontwikkelingen die invloed hebben op hetgeen in deze overeenkomst is overeengekomen. Artikel 16. Geschillen 1. In geval van geschillen, voortvloeiend uit deze overeenkomst, zullen partijen in eerste instantie trachten deze op te lossen in onderling overleg. 2. Indien het onmogelijk gebleken is een geschil als hiervoor bedoeld op te lossen in onderling overleg, zullen partijen deze trachten op te lossen met behulp van mediation. Partijen wijzen in onderling overleg een mediator aan. Zij zullen de kosten van deze mediation ieder voor de helft dragen. 3. Indien het ook onmogelijk gebleken is om een geschil als hiervoor bedoeld op te lossen met behulp van mediation, zijn zij vrij het geschil aan de daartoe bevoegde rechter voor te leggen. Artikel 17. Slotbepaling 1.
Deze overeenkomst laat onverlet het omtrent subsidies bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht.
Aldus in tweevoud opgesteld en ondertekend te Doesburg (datum)
De gemeente Doesburg
Stichting Centrum Belang Doesburg
Mevrouw Drs. L.W.C.M. van der Meijs – van de Laar Burgemeester
De heer J. Koning Voorzitter
5