CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4: Regiorapport Jeugdbeschermingsregio Gelderland

Commissie MO 5 oktober 2021, gemeente DoesburgBij agendapunt: Nieuwe afspraken en contractering Jeugdbescherming 2022 (Informatienota)8.739 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Jeugdbeschermingsregio Gelderland

(Achterhoek, Centraal Gelderland, FoodValley, MiddenIJssel/Oost-Veluwe, Noord Veluwe, Rijk van Nijmegen, Rivierenland)

Regiorapport vervolgtoezicht kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd

Utrecht, juni 2021

De accounthoudende wethouder aan het woord namens de Jeugdbeschermingsregio Gelderland: Op deze punten uit het rapport zijn we trots: De accounthoudende gemeente benoemt namens de regio in maximaal 600 tekens op welke punten uit het rapport we trots zijn.

Met deze punten uit het rapport gaan we aan de slag:

Wat gaan jeugdigen en ouders hiervan merken?

De accounthoudende gemeente benoemt namens de regio in maximaal 600 tekens welke verbeteracties hij gaat nemen naar aanleiding van het toezichtrapport.

De accounthoudende gemeente benoemt namens de regio in maximaal 600 tekens wat jeugdigen en ouders in de praktijk van de verbeteringen gaan merken.

Samenvatting [volgt]

3 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

Inhoudsopgave 1 Inleiding .......................................................................................................................... 5 1.1 Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd ................................................................ 5 1.2 Doorbraak nodig voor kinderen met een maatregel ....................................................... 5 1.3 Opzet van het onderzoek ............................................................................................ 5 2 Beschrijving van de jeugdbeschermingsregio ....................................................................... 7 2.1 Beschrijving jeugdbeschermingsregio Gelderland........................................................... 7 2.2 Beschrijving betrokken GI’s ........................................................................................ 7 3 Indruk na de monitoringsfase ............................................................................................. 8 3.1 Beschrijving Gelderse doorbraakaanpak ....................................................................... 8 3.2 Beeld op basis van monitoring .................................................................................... 9 4 Resultaten van de verdiepende praktijktoets .......................................................................

12 Bevindingen .................................................................................................................. 12 5 Conclusie ........................................................................................................................ 20 5.1 Elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig een vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers………………………………………………………………………………………………………………………..20 5.2 Elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp…………………………………..20 5.3 Vervolg………………………………………………………………………………………………………………………………………21

4 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

1 Inleiding Dit rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid (hierna: inspecties) geeft antwoord op de vraag of elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel 1 in de accounthoudende regio Gelderland tijdig een vaste jeugdbeschermer, tijdig een gedragen koers en tijdig passende hulp krijgt.

1.1 Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd In het najaar van 2019 hebben de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid (hierna: de inspecties) in het rapport en signalement met de titel Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd respectievelijk Jeugdbeschermingsketen in gevaar geoordeeld dat de wijze waarop jeugdbescherming en jeugdreclassering op dat moment werd uitgevoerd niet acceptabel was. De inspecties oordeelden dat de overheid onvoldoende haar verantwoordelijkheid nam om kinderen te beschermen die ernstig in hun ontwikkeling werden bedreigd. Daarnaast constateerden zij structurele problemen die ertoe leidden dat de jeugdbeschermingsketen maximaal onder druk stond. De inspecties vonden dat er direct stappen moesten worden gezet die ertoe leidden dat kwetsbare kinderen zonder vertraging hulp krijgen. Hierop hebben de inspecties een intensief toezicht traject ingezet.

1.2 Doorbraak nodig voor kinderen met een maatregel

De bescherming van kwetsbare kinderen: een overheidstaak Ieder kind heeft recht op bescherming tegen mishandeling. Hieronder vallen alle vormen van lichamelijke en geestelijke mishandeling, verwaarlozing en (seksueel) misbruik. Zowel in het gezin als daarbuiten. De overheid is verplicht maatregelen te nemen om kindermishandeling te voorkomen. Ook moet de overheid zorgen voor opvang en behandeling van kinderen die hiervan slachtoffer zijn (artikel 19 IVRK).

In 2020 en 2021 volgden de inspecties de activiteiten die moeten leiden tot een directe verbetering op de korte termijn en structurele verbetering op de langere termijn. In de voortgangsrapportage van oktober 2020 deden de inspecties verslag van de eerste bevindingen. De inspecties zagen dat er voor de langere termijn een positieve beweging in gang is gezet, maar stelden tegelijkertijd vast dat de jeugdbescherming en jeugdreclassering nog niet op orde waren. Om die reden hebben de inspecties gevraagd om een doorbraak te forceren voor alle kinderen met een jeugdbescherming of -reclassering maatregel door middel van een onorthodoxe actiegerichte aanpak. De doorbraakaanpak moest ertoe leiden dat voor elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel tijdig een vaste jeugdbeschermer wordt toegewezen, tijdig een gedragen koers is uitgezet en dat tijdig passende hulp wordt ingezet die leidt tot het opheffen van de ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk het verminderen van het recidive risico. En dat daarmee de uitspraak van de rechter wordt uitgevoerd.

1.3 Opzet van het onderzoek Monitoring Van oktober 2020 tot februari 2021 hebben de inspecties de doorbraakaanpak van elke accounthoudende regio 2 gemonitord door frequente gesprekken met accounthoudende wethouders of afgevaardigde ambtenaren te voeren. In deze gesprekken werd telkens de stand van zaken omtrent de doorbraakaanpak besproken.

1 2

Hiermee worden zowel kinderbeschermingsmaatregelen als jeugdreclasseringsmaatregelen bedoeld. Met de accounthoudende regio wordt het gehele gebied aangeduid waarvoor de accounthoudende wethouder met de gecertificeerde instelling(en) contracten heeft afgesloten.

5 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

Verdiepende praktijktoets In februari en maart 2021 hebben de inspecties tijdens de verdiepende praktijktoets getoetst of kinderen met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel tijdig een jeugdbeschermer, gedragen koers en passende hulp hebben. Dit hebben zij gedaan door middel van dossiertoetsen en gesprekken met kinderen, ouders en jeugdbeschermers/jeugdreclasseerders. Aanvullend hierop hebben de inspecties contact gehad met de jeugdhulpregio Midden-IJssel/Oost-Veluwe over de werkwijze voor toeleiding naar passende hulp. In dit rapport staan de resultaten en conclusies van de monitoring en de verdiepende praktijktoets.

6 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

2 Beschrijving van de jeugdbeschermingsregio 2.1 Beschrijving jeugdbeschermingsregio Gelderland Gelderland heeft zeven jeugdhulpregio’s (Achterhoek, Centraal Gelderland, FoodValley, MiddenIJssel/Oost-Veluwe, Noord Veluwe, Rijk van Nijmegen en Rivierenland) en deze hebben samen met vier GI’s, drie Veilig Thuis organisaties en de Raad voor de Kinderbescherming een Gelderse verbeteragenda 3 voor Jeugdbescherming opgesteld. In april 2020 is deze verbeteragenda op het bovenregionaal bestuurlijk overleg besproken en vastgesteld. De verbeteragenda richt zich op drie onderwerpen waar bestuurlijk afspraken over gemaakt zijn: 1. Contracten en basisafspraken; 2. Samenwerken en kennisdelen; 3. Administreren en monitoren. De zeven Gelderse jeugdhulpregio’s zijn in het kader van de verbeteragenda met elkaar in overleg over een eenduidige wijze van inkoop en contracten voor jeugdbescherming en –reclassering organiseren, wat bijdraagt aan de efficiëntie van het stelsel. Ook hebben de partijen met elkaar een breed gedragen visie ontwikkeld ten aanzien van de veiligheid van jeugdigen en gezinnen in Gelderland. Het doel van de verbeteragenda is dat in Gelderland partijen in de veiligheidsketen op zo’n manier met elkaar samenwerken dat naast acute onveiligheid, ook structurele onveiligheid in beeld is.

Om een oplossing te bieden voor gezinnen waar structurele onveiligheid speelt, is het volgens de verbeteragenda belangrijk om goed onderling samen te werken tussen de veiligheidspartners en met de lokale teams. De verbeteragenda stelt dat er in elke regio een Beschermingstafel en een expertiseteam voor passende zorg moet zijn ingericht. De inspecties hoorden dat in veel gemeenten de tafels inmiddels operationeel zijn, maar dat de verschillen tussen de werkwijze groot kunnen zijn. Naast samenwerken met ketenpartners is een belangrijk onderdeel van de verbeteragenda dat jeugdbeschermers voldoende tijd nodig hebben om hun werk goed te doen en dat op dit moment de caseload te hoog is. Daarom willen de gemeenten met de GI’s aangepaste normen en reële tarieven of budgetten bepalen. Dit is een doelstelling waar op de korte termijn nog geen middelen voor beschikbaar zijn. Om uitvoering te kunnen geven aan de verbeteragenda is het belangrijk dat de veiligheidspartners beschikken over voldoende personeel. In de verbeteragenda staan afspraken over het verkennen van gezamenlijke mogelijkheden om personeel te behouden, te werven en op te leiden.

2.2 Beschrijving betrokken GI’s Gelderland heeft te maken met vier GI’s, namelijk: Jeugdbescherming Gelderland (hierna: JB Gelderland), Jeugdbescherming Veilig Verder (hierna: JVV), Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering (hierna: LJ&R) en William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna: WSS). JB Gelderland is een regionaal georganiseerde GI die zich richt op een brede doelgroep. JVV is werkzaam in Gelderland en Zuidoost Brabant en richt zich op dezelfde ‘reguliere’ jeugdbescherming en jeugdreclasseringsdoelgroep. JVV is een onderdeel van Jeugdbescherming Amsterdam. LJ&R en de WSS zijn werkzaam in heel Nederland als landelijk werkende GI. Beide GI’s richten zich op een specifieke doelgroep. LJ&R heeft te maken met gezinnen en jongeren die vastlopen in complexe situaties en met meervoudige problematiek. Het gaat hierbij vaak om langdurige problematiek. De WSS biedt ondersteuning en hulp aan kinderen met een (verstandelijke) beperking of chronische ziekte, en/of aan kinderen van ouders met een beperking.

3

Gelderse Verbeteragenda Jeugdbescherming_ 20-4-2020 .pdf

7 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

3 Indruk na de monitoringsfase Tijdens de monitoringsfase van oktober 2020 tot februari 2021 voerden de inspecties drie gesprekken met een beleidsmedewerker die als contactpersoon is aangewezen voor Gelderland vanuit de accounthoudende gemeente Arnhem. Tijdens deze gesprekken bespraken we de stand van zaken omtrent bovenstaande normen en de doorbraakaanpak. Bij het eerste gesprek was naast de contactpersoon een beleidsmedewerker van JB Gelderland aanwezig. Het tweede gesprek voerden de inspecties met de contactpersoon, de beleidsmedewerker van JB Gelderland, een beleidsregisseur uit Ede en een beleidsmedewerker van de WSS. Voor het laatste gesprek schoven naast de eerder genoemden de kwaliteitsadviseur van JB Gelderland en een gebiedsmanager van de WSS aan.

3.1 Beschrijving Gelderse doorbraakaanpak De Gelderse Doorbraakaanpak die vastgesteld is op 14 december 2020 heeft drie actielijnen: 1. Geen wachttijden aan de voordeur; 2. Organiseren van passende hulpverlening voor elke knellende casus op elk moment; 3. Heldere verantwoording aan de inspectie en het Rijk over de werking van het veiligheidsnetwerk in Gelderland. De doorbraak werkgroep, met afgevaardigden van de GI en gemeenten, heeft afspraken gemaakt over de drie actielijnen. Hierbij staat centraal het uitgangspunt dat professionals van de GI en de gemeenten samen werken vanuit vertrouwen en partnerschap. Per actielijn zijn daarom werkafspraken tussen de GI’s en de gemeenten gemaakt. De afspraken ten aanzien van de eerste actielijn gaan over het bijhouden van het aantal wachtenden aan de voordeur bij de GI’s en afstemming die hierover moet plaatsvinden met de lokale teams van de gemeenten. De afstemming heeft als doel om samen oplossingen te bedenken, zodat jeugdbeschermers tijdig kunnen starten. Zo is onderdeel van de afspraken, dat bij een tekort aan gekwalificeerd personeel waardoor wachttijden ontstaan, het bijvoorbeeld mogelijk wordt om ook (tijdelijk) gebruik te maken van jeugdprofessionals die in het verleden hebben gewerkt als jeugdbeschermer en nu bijvoorbeeld werkzaam zijn bij een aanbieder of bij het lokale team.

Ook voor de tweede actielijn geeft de werkgroep aan dat samenwerking tussen GI’s en gemeenten nodig zijn. De gemaakte afspraken zijn erop gericht dat GI’s en lokale teams gezamenlijk proberen passende hulp te organiseren. Wanneer dit niet lukt, is het mogelijk om gebruik te maken van het Regionale Expertteam. Om de aanpak te faciliteren is per regio een contactpersoon aangewezen, die een rol heeft in de escalatie bij casussen waarbij de afspraken (nog) niet leiden tot een doorbraak. De laatste actielijn richt zich op het monitoren van de voortgang en de verantwoording hiervan. De werkgroep komt maandelijks bijeen en bespreekt de voortgang. In april 2021 volgt een evaluatie met alle regionale contactpersonen en de contactpersonen vanuit de GI’s. Tijdens het monitoringsgesprek op 17 december 2020 gaven de deelnemers aan dat bestuurders in Gelderland duidelijk commitment hebben uitgesproken middels het afstemmen en gezamenlijk goedkeuren van het Gelderse doorbraakplan. De urgentie wordt in alle gemeenten gevoeld. Wel zijn er verschillen tussen jeugdhulpregio’s en ook op gemeentelijk niveau is de aanpak soms verschillend. Voor de GI’s is het wenselijk dat er een uniforme regionale werkwijze is die cliënten ten goede komt.

De deelnemers aan het monitoringsgesprek twijfelen niet aan het gezamenlijke doel dat gemeenten voor ogen hebben, maar soms wel aan de manier waarop dit doel bereikt moet worden en wat de gezinnen uiteindelijk het meest helpt. Denk hierbij ook aan verschillende aanmeldprocedures bij aanbieders of afspraken met afzonderlijke gemeenten. Ook is de inkoop per gemeente nog verschillend geregeld. De GI’s geven aan dat dit voor jeugdbeschermers lastig is en dat het veel tijd kost om per gemeente de procedures te kennen.

8 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

3.2 Beeld op basis van monitoring  Tijdig vaste jeugdbeschermer Op 28 januari 2021 kwam in het gesprek naar voren dat in Gelderland 27 kinderen wachtten op een jeugdbeschermer. Het ging om 20 wachtenden bij JB Gelderland en 7 voor JVV. De WSS gaf aan geen wachttijden te hebben voor een jeugdbeschermer. De WSS maakt gebruik van een flexibele schil om verzuim of verloop van personeel op te vangen. JB Gelderland gaf aan dat dit voor hen lastiger te realiseren is, omdat ze niet zoals de WSS landelijk werken. De kwetsbaarheid is groot voor JB Gelderland wanneer een jeugdbeschermer ziek wordt. Er is een gebrek aan personeel en middelen om te kunnen voorzien in de flexibiliteit zoals de WSS deze beschrijft. JB Gelderland werkt met een verdeellijst. Op het moment dat er een jeugdbeschermer beschikbaar is, krijgt deze een gezin toegewezen van de verdeellijst. De jeugdbeschermer is dan meteen de vaste jeugdbeschermer die het gezin gedurende de maatregel begeleidt. Tijdens de periode dat het gezin op de verdeellijst staat, wordt de veiligheid getoetst door een professional van de GI. Als de veiligheid in het geding is, verdeelt de GI het gezin meteen. Niet alle regio’s in Gelderland hebben te maken met een verdeellijst en JB Gelderland geeft aan dat gezinnen niet langer dan zes weken op de verdeellijst staan.

JB Gelderland benadrukt dat wachttijden een probleem zijn van de hele veiligheidsketen. Voordat een gezin bij JB Gelderland aangemeld wordt, is er vaak al veel tijd verstreken. De inspecties zien dat Gelderland een verbeteragenda heeft die zich vooral op de lange termijn richt. Voor de korte termijn lijkt de Gelderse doorbraakaanpak nog niet voldoende van de grond te komen om ervoor te zorgen dat alle kinderen vanaf het begin van de maatregel een jeugdbeschermer hebben, die de zaak ook meteen op kan pakken. In Hoofdstuk 4 volgt een beschrijving van de bevindingen die de inspectie heeft opgehaald tijdens de praktijktoets wat betreft deze norm (norm 1).  Tijdig gedragen koers De WSS geeft in het gesprek met de inspecties op 17 december 2020 aan dat er bij de WSS voor alle gezinnen tijdig een koers is uitgezet. Deze koers is ook gedragen, want jeugdbeschermers stellen samen met het gezin een plan van aanpak op. JB Gelderland laat weten dat het wel aantallen in beeld heeft over de gereedheid van het plan, maar geen aantallen in beeld heeft als het gaat om een tijdig gedragen koers. JB Gelderland geeft aan dat de inspecties ervan uit kunnen gaan dat deze norm inhoudelijk op orde is, omdat het uitzetten van een koers de kern is van het werk. De tijdigheid van de koers kan in sommige gevallen niet behaald zijn, omdat er enkele casussen op de verdeellijst staan.

De GI heeft het bij een koers over de norm zoals de inspecties deze beschreven hebben en niet over het ondertekende plan van aanpak. Op basis van de informatie uit de monitoringsfase was het uitgangspunt bij de verdiepende praktijktoets dat voor elk kind met een maatregel tijdig een gedragen koers is uitgezet in de jeugdbeschermingsregio Gelderland.

“De ondertekening van een plan van aanpak kan soms op zich laten wachten, maar dat betekent niet dat de koers niet is uitgezet.” Beleidsmedewerker GI

 Tijdig passende hulp De regio gaf tijdens de monitoringsgesprekken aan dat er voor passende hulp nodig is dat aanbieders maatwerk bieden en dat ze flexibel en wendbaar zijn. De regio wil de kwaliteit bewaken door een goede selectie van aanbieders aan de poort en door zicht te houden op de resultaten bij cliënten. De regio is in 2021 bezig met het opstellen van een inkoopstrategie voor Gelderland om meer te sturen op de kwaliteit van het aanbod. De gemeenten en GI’s merken dat het ontwikkelen van dit soort doorbraakplannen helpt om een cultuurkwestie te doorbreken.

9 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

Het helpt om de huidige manier van werken die veelal individueel van aard is te veranderen naar samenwerken en samen ingewikkelde casuïstiek oplossen. Dat is belangrijk voor de doelgroep waar de GI’s mee te maken hebben. De gemeenten en de GI’s betrekken ook de aanbieders om ook de samenwerking met hen te versterken. De regio geeft aan niet naar een volledige bovenregionale inkoop toe te willen, want dat past niet bij de decentralisatie-gedachte die de inwoner en de zorg dichter bij elkaar moet brengen. De inkoop van hulp moet volgens de beleidsmedewerker aansluiten bij de lokale wensen en visie. In gesprek met de inspecties geven de deelnemers van de monitoringsgesprekken aan dat er sprake is van samenwerking, maar dat het beter kan en dat er nog veel van elkaar te leren valt. “Wij zouden een gezamenlijke voordeur willen omarmen. Dit zou een mooie inrichtingsvorm voor verwijzers zijn. In de Gelderse verbeteragenda wordt hieraan gewerkt, maar de GI’s hebben nu nog ‘last’ van verschillende inkoopprocedures ed.” JB Gelderland op 17 december

Op 28 januari 2021 komt naar voren in het monitoringsgesprek dat de regio Gelderland verder is gegaan met het ontwikkelen van perspectieftafels, waarbij professionals gezamenlijk aan de hand van een casus kennis delen en komen tot een passend aanbod van hulp. Beleidsmedewerkers vertellen dat het om een ontwikkeling gaat, waarbij er verschillen zijn tussen hoe gemeenten de tafels inrichten. “Experttafels zijn georganiseerd, ingericht en er wordt gebruik van gemaakt (zie doorbraakplan). Het organiseren van kleinschalig aanbod zal nog een uitdaging zijn.” Aanwezigen tijdens het monitoringsgesprek op 17 december 2020

Voorbeelden van regio’s waar dit proces nog in ontwikkeling is, zijn Rivierenland, Midden-IJssel, en Noord Veluwe. Rijk van Nijmegen loopt volgens de deelnemers voorop met het inzetten van de tafels. Het succes van perspectieftafels hangt af van een aantal factoren en randvoorwaarden. De GI’s geven aan dat het helpt wanneer er aan tafel mensen zitten met mandaat en dat alle partijen inclusief de gemeente vertegenwoordigd zijn. Ook moet het zo zijn dat de tafels vertrouwen hebben in de inbrenger en helpen met het vinden van passende hulp in plaats van de inbrenger met nieuw huiswerk naar huis te sturen. Deze randvoorwaarden zijn nog niet in alle teams aanwezig. In januari gaven de deelnemers van het monitoringsgesprek aan dat het grootste knelpunt voor passende hulp in Midden-IJssel lijkt te liggen. Twaalf kinderen van de 22 die op dat moment geen passende hulp hebben, komen uit de regio Apeldoorn en omgeving. De regio Gelderland probeert te achterhalen waarom in deze regio meer kinderen wachten op passende hulp dan in andere regio’s. “Het zijn lange stappen, maar we zetten de stappen wel. Dat gaat uiteindelijk ook winst opleveren op casusniveau. We komen veel dichter bij elkaar.“ Aanwezigen tijdens het monitoringsgesprek op 28 januari 2021 “Het is belangrijk om alle partijen aan te spreken op het ontbreken van passende hulp.

Gemeenten, GI’s, zorgaanbieders en bestuurders in de regio zijn gezamenlijk verantwoordelijk. Dit komt steeds meer samen, maar hier is nog meer winst te behalen.” Aanwezigen tijdens het monitoringsgesprek 28 januari 2021

10 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

In het gesprek van 28 januari 2021 hoorden de inspecties van de aanwezigen bij het monitoringsgesprek dat er niet voldoende middelen beschikbaar zijn voor de GI’s om de kwaliteit te kunnen leveren die ze willen leveren. Om bijvoorbeeld een flexibele schil te hebben binnen een GI is er geld nodig om personeel te kunnen betalen. Er is nu geen rek bij gemeenten om dit te kunnen realiseren. Ook voor het organiseren van passende hulp is het budget op dit moment niet toereikend. De regio probeert zo goed mogelijk om te gaan met de middelen die er zijn.

11 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

4 Resultaten van de verdiepende praktijktoets In dit hoofdstuk geven de inspecties hun conclusies uit de verdiepende praktijktoets weer per accounthoudende regio en per norm. De inspecties hebben in Gelderland bij JB Gelderland 18 dossiers onderzocht en acht gesprekken met ouders en kinderen gevoerd, waarvan de maatregel startte tussen augustus 2020 en januari 2021. Met tien jeugdbeschermers voerden de inspecties gesprekken over verschillende casussen uit de caseload van de jeugdbeschermers. In de regio Gelderland voeren ook landelijk werkende GI’s LJ&R, WSS en JVV maatregelen uit. Om deze reden keken de inspecties bij de WSS naar zeven casussen, voor LJ&R ging het om vijf en bij JVV om twee casussen. Aanvullend hierop is er contact geweest met het CJG Apeldoorn dat onder de jeugdhulpregio Midden IJssel/Oost Veluwe valt. De inspecties hebben het onderzoek kwalitatief ingestoken. Zij geven daarom niet alleen getalsmatig de bevindingen weer. Omdat de inspecties inhoudelijk casuïstiek hebben uitgediept en ook in algemene zin met jeugdbeschermers, zorgaanbieders (inclusief lokale teams) en jeugdhulpregio’s hebben gesproken, kunnen zij een duiding en een richting geven van de knelpunten en bevorderende factoren bij tijdige inzet van passende jeugdhulp aan kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel.

Bevindingen Norm 1

Tijdig een vaste jeugdbeschermer voor elke jeugdige met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel Vast: De jeugdbeschermer blijft gedurende de uitvoering van de OTS verbonden aan het gezin, of de wisseling van jeugdbeschermer vindt voorspelbaar / op vaste momenten plaats (bijv. na de afronding van het plan van aanpak). Er is hooguit één wisseling wegens verloop of ziekte. Bij wisseling komt het gezin niet bij bureaudienst / wachtlijstbeheer terecht. Tijdig: Binnen vijf werkdagen nadat de GI in kennis is gesteld is een jeugdbeschermer aan het kind / gezin gekoppeld.

Bevindingen De regio Gelderland is er niet in geslaagd om tijdig een vaste jeugdbeschermer toe te wijzen aan elke jeugdige met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel. Op basis van de monitoringsgesprekken verwachtten de inspecties dat niet elke jeugdige met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel in Gelderland tijdig een vaste jeugdbeschermer had. Deze verwachting is tijdens de praktijktoets bevestigd. De inspecties hebben in totaal 39 casussen die na november 2021 zijn gestart beoordeeld op de tijdige beschikbaarheid van een jeugdbeschermer. In drie gevallen was er geen sprake van een vaste jeugdbeschermer. En in 12 gevallen was er geen sprake van een tijdige jeugdbeschermer. De inspecties zien verschillen tussen de GI’s die werkzaam zijn in de regio. De bevindingen zijn hieronder per GI uitgewerkt. Voor zowel JB Gelderland als LJ&R geldt het tijdig koppelen van een jeugdbeschermer aan een jeugdige met een maatregel als een groot knelpunt. Tijdens de monitoringsgesprekken is benoemd dat JB Gelderland werkt met een verdeellijst en ervoor kiest om een jeugdige pas aan een jeugdbeschermer te verbinden, wanneer deze vervolgens langdurig betrokken kan blijven. In 8 van de 27 onderzochte casussen was er niet tijdig een jeugdbeschermer van JB Gelderland beschikbaar.

12 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

LJ&R werkt sinds ruim een half jaar met een actief instroomteam dat vanaf de start van de maatregel een contactpersoon levert voor de jeugdige en het gezin. Deze instroommedewerker zet het plan uit en start de nodige hulp op. De instroommedewerker draagt de jeugdige over aan een basisteam zodra daar ruimte is. Ten tijde van het onderzoek, bleek uit de dossiers en gesprekken dat de jeugdige bij de start van de maatregel in vier van de vijf gevallen nog geen actieve instroommedewerker had. Voor JVV zijn twee casussen onderzocht, waarbij één op orde was de andere niet. Bij de WSS is er voor alle onderzochte zeven casussen sprake van een tijdige en vaste jeugdbeschermer bij de start van een maatregel. Alle GI’s geven aan dat ze bij alle aanmeldingen een veiligheidscheck doen en dat als het nodig is, er meteen een jeugdbeschermer op de casus wordt ingezet. Uit de monitoringsgesprekken kwam naar voren dat er meestal ongeveer 20 casussen op de verdeellijst bij JB Gelderland staan. Het is een vrij constant aantal dat een gegeven onderdeel lijkt te zijn in de werkwijze van de GI. JB Gelderland ervaart weinig bewegingsruimte (o.a. financieel) om personeel flexibel te kunnen inzetten. De GI vindt het wenselijk dat cliënten met zo min mogelijk wisselingen te maken krijgen en daarom kiest men voor het inzetten van een vaste jeugdbeschermer die aansluit bij het gezin.

Het voordeel hiervan is volgens JB Gelderland dat er minder wisselingen zijn en het nadeel is dat er in de eerste fase van de maatregel het gezin en de jeugdbeschermer niet meteen aan het plan kunnen werken. Bij de WSS is dit proces anders ingericht en is er altijd een jeugdbeschermer beschikbaar om met het gezin aan de slag te gaan. De WSS heeft een flexibele schil en kan, omdat het gaat om een landelijk werkende organisatie redelijk makkelijk met jeugdbeschermers ‘schuiven’. Bij JB Gelderland en LJ&R is er verschil tussen regio’s waar het op orde is en regio’s waar het nog niet lukt. Knelpunten: 

Personeelstekort, of gebrek aan een flexibele schil zorgt ervoor dat er te weinig jeugdbeschermers beschikbaar zijn op het moment dat de toestroom vanuit de Raad voor de Kinderbescherming groot is. De GI’s kunnen niet sturen op het aantal maatregelen dat naar hen toekomt. “Er is een wachtlijst voor Rijk van Nijmegen. Er is een wachtlijstbeheerder. Deze heeft geen contact gehad met het gezin, waar ik nu mee ga starten. Dit had wel gemoeten. De tweede wachtlijstbeheerder was uitgevallen en zij had de casus onder haar hoede. Maar dit is dus niet de gangbare situatie. Er wordt altijd contact gezocht met de gezinnen. Indien er signalen van onveiligheid zijn, dan pakken we de zaak eerder op. De veiligheidsinschatting is bij dit gezin gedaan door de gedragswetenschapper, bij aanmelding. Er waren geen signalen van directe onveiligheid van het kind. Dan is het niet nodig om de zaak direct op te pakken.” (jeugdbeschermer Rijk van Nijmegen)

Gebrek aan financiële ruimte bij de GI’s om flexibel te kunnen reageren op de vraag.

Bevorderende factoren: 

Jeugdigen en hun gezinnen hebben met weinig wisselingen van jeugdbeschermers te maken. Zowel ouders als jeugdbeschermers geven aan dat ze dit als prettig ervaren.

JB Gelderland heeft veel geïnvesteerd in haar medewerkers, zowel op deskundigheid, als op welbevinden. Jeugdbeschermers ervaren een verbetering van de werkdruk en stabiele teams. De teams delen zelf de zaken die binnen komen uit en houden daarbij rekening met affiniteit en draagkracht en –last.

13 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

“Bij JB Gelderland worden zaken verdeeld in overleg met het team. De ene persoon kan meer zaken hebben dan de ander. Een strakke caseload normering wordt niet gehanteerd. Dit bevalt me heel goed. Ik ervaar geen werkdruk, omdat ik vrij veel zaken aankan en het lukt om goed te coördineren.” (jeugdbeschermer Centraal Gelderland)

De GI’s zetten twee jeugdbeschermers in op één casus, wanneer de complexiteit daarom vraagt. Zowel jeugdbeschermers als ouders geven aan dat ze deze werkwijze prettig vinden.

De partijen in de regio hebben met elkaar de Gelderse verbeteragenda opgesteld om toe te werken naar een situatie zonder wachttijden aan de voorkant. De visie is dat jeugdbescherming een taak van alle partners is en dat het belangrijk is om de verantwoordelijkheid samen te voelen en te delen. Dit is belangrijk op bestuurlijk niveau, beleidsniveau en op uitvoeringsniveau. Het doel is niet tijdig behaald, maar het draagvlak is gecreëerd en de uitvoering is in ontwikkeling.

Dat de partijen in Gelderland de samenwerking centraal stellen, blijkt onder anderen uit de inrichting van een pilot in de regio FoodValley waarbij veiligheidspartners intensief met elkaar samenwerken om sneller en effectiever bij te dragen aan de veiligheid van jeugdigen en gezinnen. Betrokkenen zijn positief over deze pilot en de mogelijkheden om de pilot te verbreden naar andere regio’s. Norm 2

Voor elk kind met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel tijdig een gedragen koers Tijdig: De koers is tijdig wanneer deze binnen zes weken is bepaald, of zoveel eerder als de jeugdbeschermer en betrokkenen noodzakelijk achten gezien de onveiligheid / ontwikkelingsbedreiging / recidive risico van het kind. De inspecties hanteren wat betreft de termijn hierbij het principe ‘comply or explain’. Gedragen: De koers is gedragen als deze is uitgezet in samenspraak met het gezin, netwerk en met betrokken professionals. Wensen, behoeften, mogelijkheden van jeugdigen, ouders en netwerk zijn bekend bij hulpverleners. De jeugdige en ouders bepalen, binnen hun mogelijkheden, in samenspraak met de hulpverlener de hulpvraag en de doelen van de geboden hulp. Koers: Er is sprake van een koers bij een jeugdbeschermingsmaat-regel als de doelen en de noodzakelijke hulp zijn bepaald, die leiden tot het afwenden van de ontwikkelingsbedreiging / het recidiverisico. De inspecties spreken van een koers en niet van een ‘plan’. In de praktijk wordt de koers vastgelegd in een plan, maar het plan is het middel, niet het doel. Het moet voor hulpverleners, jeugdigen en hun ouders duidelijk zijn wat de doelen van de hulp zijn en hoe hieraan gewerkt wordt. De doelen en afspraken zijn haalbaar, concreet en ontwikkelingsgericht.

Bevindingen De regio Gelderland is er deels in geslaagd om tijdig een gedragen koers uit te zetten voor elk kind met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel. Op basis van de monitoringsgesprekken verwachtten de inspecties dat elk kind met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel in Gelderland een gedragen koers had. De tijdigheid zou bij casussen die op de verdeellijst hadden gestaan, mogelijk niet gelukt zijn.

14 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

Deze verwachting is tijdens de praktijktoets bevestigd. De inspecties hebben bij de GI’s die werkzaam zijn in de regio Gelderland in totaal 35 casussen beoordeeld op de aanwezigheid van een koers. In 27 zaken was er sprake van een koers. Van de 27 zaken met een koers was er in één geval wel een koers bepaald maar deze was niet tijdig. Ook waren er van de 27 zaken, vier gevallen waarbij de gedragenheid van de koers voor de inspectie niet navolgbaar was. De inspecties zien verschillen tussen de GI’s die werkzaam zijn in de regio. De bevindingen zijn hieronder per GI uitgewerkt. Bij JB Gelderland zien de inspecties dat van de 24 getoetste casussen in 20 gevallen een koers zichtbaar was, maar dat de gedragenheid van de koers niet altijd te achterhalen viel. De koers was in 19 gevallen tijdig. Voor LJ&R hebben de inspecties vier casussen getoetst, waarbij in alle gevallen de koers niet tijdig was, maar wel gedragen. Bij de WSS (vijf casussen) en JVV (2 casussen) was er sprake van een tijdige en gedragen koers in alle casussen. actief of inactief wachtlijstbeheer, Knelpunten: 

Een casus die op de eerste norm ‘tijdige en vaste jeugdbeschermer’ vastloopt op de tijdigheid, loopt in een groot aantal gevallen met de tweede norm ook vast. Geen tijdige jeugdbeschermer leidt tot geen tijdige koers.

Jeugdbeschermers hebben te maken met ouders die niet mee willen werken en alle pogingen tot contact afhouden. Dit kan te maken hebben met een complexe echtscheiding, maar ook met bijvoorbeeld psychiatrische problematiek bij ouders.

JB Gelderland gebruikt bij de start van de maatregel een startdocument, waarin informatie van de beschikking en aanvullende informatie van het gezin terug te vinden zou moeten zijn. In het startdocument zet de jeugdbeschermer de richting van de koers uit. De inspecties zagen tijdens de praktijktoets dat jeugdbeschermers op verschillende manieren gebruik maken van het startdocument. In een aantal gevallen bevatte het startdocument alleen de informatie uit de beschikking van de rechtbank en gaf het geen richting voor de uitvoering van de maatregel. Ook uit andere documenten (contacten, tijdlijn) in het dossier was geen koers te herleiden. Uit de gesprekken met jeugdbeschermers kwam ook naar voren dat jeugdbeschermers verschillend invulling geven aan het startdocument.

Bevorderende factoren: 

Deskundigheid en vaardigheden van jeugdbeschermers.

Doorgang vanuit de preventieve jeugdbescherming naar een gedwongen maatregel verloopt soepel. Zowel de cliënt als de jeugdbeschermer ervaren dit als een prettige werkwijze, omdat ze al contact hebben opgebouwd.

Bij de WSS is de sturing op de processen aangepast en verbeterd. In de dossiers zien de inspecties dit terug. De navolgbaarheid is groot en de wettelijke termijnen worden gehaald.

Goed luisteren door de jeugdbeschermers en de mening actief ophalen bij ouders en kinderen is belangrijk om tot een gedragen koers te komen. De inspecties hoorden dat ouders en jeugdigen dat heel belangrijk vinden. In veel gevallen ervaren ouders en kinderen dat er goed naar hen geluisterd wordt. Zelfs wanneer ze het niet eens zijn met de beslissingen die er genomen worden.

‘Ik heb veel ervaring en interesse in beleidsmatige keuzes. Nu ben ik ook bezig met methodische verdieping. Er is binnen JB Gelderland ruimte voor methodische verdieping en ik kan hier mijn rol als aanjager vervullen.’ (jeugdbeschermer Noord Veluwe)

‘Jeugdbeschermer keek goed verder wie er achter het schild zat. Ze heeft gezien dat dit eruit kon komen. Dat was echt een goed gevoel. Dat er ook echt geluisterd werd.’ (een ouder)

15 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

Ouders en kinderen, maar ook jeugdbeschermers geven aan dat de bereikbaarheid en laagdrempeligheid van een jeugdbeschermer groot moet zijn. Jeugdbeschermers gaven aan dat ze allerlei manieren zoeken om vaak en goed in contact met het gezin te zijn: WhatsApp, beeldbellen, wandelen, op kantoor, huisbezoek, etc. Ouders en kinderen noemen dezelfde manieren van contactleggen. Norm 3

Tijdige inzet van passende hulp die leidt tot het opheffen van de ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk het verminderen van het recidive risico. en in maatwerk). Passende hulp: Hulpverleners bieden hulp die aansluit bij de problematiek, ontwikkelingsbehoefte en mogelijkheden van jeugdigen en hun ouders. Daarnaast is de hulp bij een jeugdbeschermingsmaat-regel passend wanneer professional(s) kunnen toelichten en ouders/jeugdige ervaren dat de hulp bijdraagt aan het opheffen van de onveiligheid/ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk verminderen van het recidiverisico. De hulp is passend als deze overeenkomt met het plan, dat een gedragen koers bevat. De hulp is ook passend als blijkt dat professional en gezin het ingezette alternatief passend vinden. Tijdig: De hulp is tijdig wanneer binnen drie maanden na het uitspreken van de maatregel passende hulp is ingezet, of zoveel eerder als de jeugdbeschermer en betrokkenen noodzakelijk achten gezien de onveiligheid / ontwikkelingsbedreiging / recidive risico van het kind. De inspecties hanteren wat betreft de termijn hierbij het principe ‘comply or explain’. De hulp is niet gestart als na de intake het kind / gezin op een wachtlijst terecht komt. Indien het kind / gezin heeft moeten wachten op passende hulp, maar deze is in de doorbraakaanpak tot stand gekomen, dan beoordelen de inspecties dit positief.

Bevindingen De regio Gelderland is er niet voor elk kind met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel in geslaagd om tijdig passende hulp die leidt tot het afwenden van de ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk het verminderen van het recidive risico, in te zetten. Op basis van de monitoringsgesprekken verwachtten de inspecties dat nog niet elk kind met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel in Gelderland tijdig passende hulp kreeg. Deze verwachting is tijdens de praktijktoets bevestigd. De inspecties hebben in totaal voor 38 jeugdigen met een maatregel beoordeeld of de passende hulp tijdig is ingezet. Voor 33 jeugdigen is het gelukt om passende hulp in te zetten, echter voor tien jeugdigen kon de hulp niet tijdig starten. In vijf casussen was er geen sprake van passende hulp. Op het gebied van tijdige inzet van passende hulp voor kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel zijn geen grote verschillen per jeugdhulpregio zichtbaar. Wel ervaren jeugdbeschermers verschillen wat betreft aanmeldroutes voor passende hulp en hoe gemeenten omgaan met maatwerkoplossingen. Dit heeft invloed op de snelheid van het proces om tot een passend hulpaanbod te komen. Knelpunten: 

Jeugdbeschermers hebben te maken met verschillende aanmeldprocedures binnen gemeenten voor de hulp die ze willen inzetten. In Midden IJssel/Veluwe Oost is bijvoorbeeld afgesproken dat het CJG de jeugdbeschermers ondersteunt bij het bepalen van de productcode. Het CJG Apeldoorn legt uit dat het CJG een goed overzicht heeft van het aanbod dat er is ingekocht en dat ze in overleg met de jeugdbeschermer de aanspraak op zorg regelen. Het CJG heeft een spreekuur bij JB Gelderland en hierdoor is er sprake van korte lijnen. Jeugdbeschermers die te maken hebben met de gemeente Apeldoorn geven aan dat ze de procedure vertragend vinden werken.

16 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

Jeugdbeschermers ervaren dat ze een akkoord nodig hebben van het CJG om de hulp te kunnen gaan inzetten. Het CJG heeft een formulier ontwikkeld dat de jeugdbeschermer invult voorafgaand aan het overleg tussen CJG en GI. De inspecties zagen dit formulier in de dossiers terug. Dit leidt volgens jeugdbeschermers tot extra werk en overleg en dus tot vertraging. Ook ervaren jeugdbeschermers een overleg soms als een controle. Het gebeurt wel eens dat een jeugdbeschermer het aantal gewenste uren hulp aanpast op aandringen van het CJG. Het CJG geeft aan dat de GI bepaalt welke hulp er nodig is en dat het CJG meekijkt en kan adviseren en ondersteunen. Jeugdbeschermers en het CJG ervaren de procedure niet altijd het zelfde. Waar het CJG inzet op ondersteuning, ervaren jeugdbeschermers soms een drempel. Dat er meer onderlinge contacten zijn en gezocht wordt naar aansluiting, is volgens jeugdbeschermers en CJG “Apeldoorn wil dat aanmeldingen via een goede ontwikkeling. het CJG gaan. Zij moeten toestemming geven voor de hulp. De jeugdbeschermer geeft aan wat hij wil “ Waar we mee worstelen is dat de en voor hoeveel uur.” gemeente een vooraankondiging wil van de jeugdhulpbepaling. Dat kost (Jeugdbeschermer Midden IJssel) veel tijd, maar zie er de nut en noodzaak niet van in.

In dit geval was de hulp al gestart.” (Jeugdbeschermer Rivierenland) “(…) de Jeugdbeschermers dienen alleen een bepaling in welke wordt getoetst (geen extra formulier). CJG-er bepaalt niet, maar GI stemt af. Omdat de gemeente Apeldoorn werkt met Budgetplafonds geldt bij aanbieders met een budgetplafonds wel een extra formulier, en ook bij buiten contractuele aanvragen is hier sprake van.’ (manager CJG, april 2021)

Jeugdbeschermers ervaren een tekort aan (hoog-)specialistische hulp; hulp bij eetstoornissen, forensische psychiatrie, GGZ met verblijf, specialistische gezinshuizen.

Een jong kind met gedragsproblemen en een complexe thuissituatie verblijft volgens de jeugdbeschermer, samen met de andere kinderen uit het gezin op een plek die niet passend is. Het kind verblijft op een groep in een instelling. Voor jonge kinderen is dit niet wenselijk, omdat op de groep veel wisselende medewerkers aanwezig zijn en omdat deze groep ver weg van de ouders is. De ouders van het kind hebben geen vervoer en kunnen daardoor weinig op bezoek komen. Ook verliest dit jonge kind de aansluiting met de eigen omgeving, waaronder school. De plek waar het kind verblijft is een tijdelijke plek en dat betekent dat er opnieuw een wisseling aankomt van woonplek, omgeving en school. De bedoeling is dat het kind weer bij de ouders gaat wonen, maar op deze manier is het heel lastig om te oefenen. Er is ambulante hulp en het kind gaat op bezoek bij ouders, maar dit is elke keer lastig om te organiseren. (Bron: dossier en jeugdbeschermer)

Jeugdbeschermers geven aan dat er vaak wachtlijsten zijn voor GGZ diagnostiek en hulp. Jeugdige, 12 jaar oud zou het beste passen in een gezinshuis. Omdat er wachtlijsten zijn bij een passend gezinshuis woont de jeugdige nu tijdelijk in een crisisinstelling. De jeugdige heeft complexe gedragsproblematiek en dat is voor veel andere gezinshuizen een reden om hem af te wijzen. De doorbraakaanpak is voor deze jeugdige ingezet, maar het blijft lastig om een passende plek te vinden. Er is een overleg geweest, maar de jeugdbeschermer was daar niet bij betrokken en heeft hiervan ook geen terugkoppeling ontvangen. De casus ligt nu bij de wethouder en een vertegenwoordiging van de zorgaanbieder. (Bron: jeugdbeschermer)

17 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

Wanneer de start van de maatregel vertraging oploopt, komt de inzet van tijdige hulp in de knel. Ouder drinkt regelmatig waar 11-jarige jeugdige bij aanwezig is. De jeugdige sluit zich hiervoor af, zodat hij er niets van merkt en gamet steeds vaker. Ouders komen vaak in conflict met derden (school, sportclub) door een wantrouwende houding en aanvallende manier van communiceren. De jeugdige is hier getuige van en moet meermaals wisselen van school en sportclub. Jeugdige is regelmatig afwezig van school en laat gedrag zien dat past bij een loyaliteitsprobleem richting de ouders. De zitting voor de OTS vond volgens het dossier twee weken eerder plaats dan dat de aanmelding bij de GI binnen kwam. Daarna heeft het gezin een uitnodiging voor kennismaking ontvangen. Deze ging niet door wegens ziekte van de jeugdbeschermer en een nieuw kennismakingsgesprek werd ingepland. Deze heeft niet plaatsgevonden. Zes weken later was er een vaste jeugdbeschermer beschikbaar voor het gezin. Een maand later is het nog niet gelukt om in contact met deze ouders te komen en is er ook geen hulp opgestart. (Bron: dossier GI)

“Als wij geen passende hulp kunnen vinden, omdat er bijvoorbeeld wachtlijsten zijn of omdat het aanbod niet bestaat, kunnen we onze zorgmanager vragen om dit te regelen. Zij gaat ook aan de slag met passende aanbieders als er geen contracten met gemeenten zijn. Bijvoorbeeld bij een gezin kon ik met moeite passende hulp regelen. Toen het eindelijk was gelukt, bleek dat de gemeente vanaf 1 januari 2021 geen contract meer met deze aanbieder had. De hulp, die net begonnen was, moest volgens die gemeente dan ook weer stoppen. Het gezin was heel moeilijk te motiveren om hulp aan te nemen ze waren wantrouwend naar de hulpverlening toe en ik was blij dat het eindelijk was gelukt om samen met het gezin een geschikte aanbieder te vinden. Het is nog niet opgelost. De gemeente vindt het nu de verantwoordelijkheid van de aanbieder om nieuwe hulp voor dit gezin te organiseren. Ik vind het als gezinsvoogd onbestaanbaar dat dit kan.” (Jeugdbeschermer Centraal Gelderland)

Jeugdbeschermers lopen vast bij het organiseren van een goed hulpaanbod bij meervoudig complexe casuïstiek, waar maatwerk nodig is. Bijvoorbeeld GGZ problematiek gecombineerd met agressie of anorexia gecombineerd met een dwangstoornis. ‘Inzetten van hulp lukt meestal goed, behalve voor hele specialistische zorg, forensische ggz en 18 plus zorg. Vooral in de forensische GGZ is weinig hulp beschikbaar. Ik heb nu ook een jongen in mijn caseload die in januari is gestart maar die negen maanden op een wachtlijst heeft gestaan. Bij hem is het uiteindelijk wel goed gegaan omdat hij ook een behandeling voor zijn verslaving moest en dat hebben we uiteindelijk eerst ingezet. Voor bijvoorbeeld Jeugdfact is er ook een wachtlijst van drie maanden ongeveer. Het valt mee hoe vaak het in de caseload voorkomt, maar het gaat om ingewikkelde casussen. Ook persoonlijkheidsonderzoeken laten lang op zich wachten. Als hulp niet op tijd start, of je kan niet op tijd diagnostiek inzetten stuit je op het probleem dat daardoor problemen verergeren. Dat is echt zonde. Dan is ook weer zwaardere zorg nodig.’ (jeugdbeschermer, Centraal Gelderland)

18 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

Bevorderende factoren: 

Voor sommige vormen van hulp is voldoende aanbod in het Gelderse zorglandschap. Er is bijvoorbeeld een goed hulpaanbod bij complexe scheidingen. Dit aanbod is gevarieerd en wachttijden vallen volgens jeugdbeschermers mee. Soms kan er meteen gestart worden, ondanks dat de vraag groot is.

Korte lijnen tussen lokale teams en GI’s.

JB Gelderland werkt met een zorgmanager die door jeugdbeschermers ingezet kan worden bij complexe casuïstiek, waar een hulpaanbod voor gevonden moet worden.

Goed functionerende overlegtafels, waar een jeugdbeschermer complexe casuïstiek kan inbrengen. Deelnemers zijn partners in het zorgveld die samen verantwoordelijkheid nemen voor de cliënt/het gezin. Het doel is geen controle van het werk van de jeugdbeschermer, maar om samen te komen tot een oplossing: een hulpaanbod op maat.

“Binnenkort ga ik een experttafel organiseren met verschillende partijen: Pluryn, Karakter, Fornhese, Meerinzicht (gemeente) en CJG. Ik kan niet langer wachten in deze casus, want ik kom er zelf niet uit. Dit wordt de eerste experttafel voor mij. Het is een goede ontwikkeling. Zo kunnen we meer vraaggericht in plaats van aanbodgericht hulp inzetten. Wat heeft het gezin nodig?” (jeugdbeschermer Noord Veluwe)

“Over het algemeen lukt het om op tijd de juiste hulp in te zetten. De wachttijden vallen mij eigenlijk wel mee in deze regio. Ik zie niet zo heel veel verschil met de doorbraak aanpak, maar we kregen wel de vraag of we kinderen hadden waarvan we vonden dat ze niet de juiste hulp ontvingen en dit heeft bij een gezin van mij wel geleid tot de passende hulp. Ik heb niet uitgezocht wie dat dan uiteindelijk geregeld heeft, maar het was wel opvallend dat nadat ik dit gezin had doorgegeven er plek was bij de aanbieder. Ik denk dat het met de doorbraakaanpak te maken heeft “(jeugdbeschermer Achterhoek)

“ In zijn algemeenheid verschilt het per gemeente welke samenwerkingsafspraken gemaakt worden en welke rol een gemeente speelt (op achtergrond of vaker contact). Ik vind het prettig als er een vaste contactpersoon is bij gemeente die het gezin ook kent en dat er regelmatig contact is. Uiteindelijk gaat OTS er ook weer af en gaat casus terug naar de gemeente. In FoodValley is er per gemeente aanspreekpunt. Ikzelf heb nog geen beroep gedaan op het regionale expertise team (RET). Een collega wel. Ze heeft een casus ingebracht bij het RET Collega heeft casus ingebracht bij RET.” (jeugdbeschermer FoodValley)

19 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

5 Conclusie Elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig een vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers De inspecties hebben in oktober 2020 aan alle accounthoudende regio’s 4 een termijn van vier maanden gesteld om ervoor te zorgen dat elke jeugdige met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig een vaste jeugdbeschermer heeft en dat voor elk kind met een maatregel tijdig een gedragen koers is uitgezet. De inspecties hebben in maart 2021 een praktijktoets uitgevoerd om te toetsen of aan deze norm is voldaan. De inspecties stellen vast dat de jeugdbeschermingsregio Gelderland voor wat betreft de jeugdigen met een maatregel die wordt uitgevoerd door JB Gelderland niet aan deze norm voldoet. Om kwalitatief goed en tijdig uitvoering te geven aan een jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregel, heeft een GI nodig dat het personeelsbestand op orde is en ruimte biedt voor onvoorziene situaties. Daarnaast is het belangrijk dat een GI kan investeren in de deskundigheid en het werkplezier van hun medewerkers. Dit vraagt (financiële) bewegingsruimte bij de GI. In Gelderland lukt het de GI’s en de jeugdhulpregio’s nog niet om samen voorwaarden te creëren waardoor jeugdigen met een maatregel en hun ouders tijdig een jeugdbeschermer hebben. Voor zowel JB Gelderland als LJ&R geldt het tijdig koppelen van een jeugdbeschermer aan een jeugdige met een maatregel als een knelpunt.

Bij WSS en JVV lukt het in Gelderland wel om tijdig een jeugdbeschermer in te zetten. Het niet tijdig inzetten van een jeugdbeschermer heeft impact op de inzet van een tijdige en gedragen koers. Zowel JB Gelderland als LJ&R voldoen nog niet volledig aan deze norm. Hierbij valt in positieve zin op dat het de GI’s in de meeste gevallen lukt om een gedragen koers uit te zetten, ondanks de complexiteit van problematiek in gezinnen waar de Gi’s mee te maken hebben. Specifiek ten aanzien van JB Gelderland zijn de inspecties positief over de manier waarop de GI ervoor zorgt dat er voor een kind of gezin zo min mogelijk wisselingen zijn in jeugdbeschermers. Het is van grote waarde dat voor jeugdbeschermers een voorwaarde als rust in de caseload gecreëerd wordt, zodat ze hun vak goed kunnen uitvoeren. JB Gelderland doet daarmee recht aan de complexiteit en zwaarte van het vak. De regio Gelderland zorgt met de Gelderse verbeteragenda voor commitment op bestuurlijk, ambtelijk en uitvoerend niveau om vervolgens in alle gemeenten te komen tot een goed functionerende jeugdbescherming. Over de landelijk werkende instellingen (LJ&R, WSS en JVV) rapporteren de inspecties wat betreft deze normen op geaggregeerd niveau in een landelijk rapport.

Elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp De IGJ en IJenV hebben in oktober 2020 aan alle accounthoudende regio’s een termijn van vier maanden gesteld om te zorgen dat elke jeugdige met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp ontvangt. De inspecties hebben in maart 2021 een praktijktoets uitgevoerd om te toetsen of aan deze norm is voldaan. De inspecties stellen vast dat de regio Gelderland niet aan de norm voldoet. De doorbraakaanpak in de regio heeft nog onvoldoende tot het gewenste resultaat geleid. Voor jeugdigen en gezinnen die te maken krijgen met jeugdbescherming is het nodig dat de noodzakelijke hulp zonder vertraging wordt ingezet. De ontwikkeling van de jeugdige wordt ernstig bedreigd, de jeugdbeschermer heeft beperkt de tijd om in gedeelde verantwoordelijkheid met de ouders de ontwikkelingsbedreiging van de jeugdige af te wenden. 4

Accounthoudende regio, de gecertificeerde instellingen, hun opdrachtgevers, lokale teams en zorgaanbieders

20 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

Een ondertoezichtstelling bijvoorbeeld, wordt hooguit voor een jaar uitgesproken. De inspecties vinden het niet acceptabel dat deze beperkte tijd, waarin de overheid direct ingrijpt in de verantwoordelijkheid van ouders, wordt gevuld met wachten. Dit beperkt de mogelijkheden die een jeugdbeschermer heeft om samen met de jeugdige en zijn gezin de noodzakelijke stappen te zetten en leidt tot verergering van de problematiek. Een maatregel kán worden verlengd, maar de inspecties vinden het niet acceptabel wanneer deze verlenging het gevolg is van niet tijdige inzet van hulp. Wat betreft het inzetten van passende hulp door de GI benoemden de inspecties in het rapport uit 2019 dat de gecertificeerde instelling de wettelijke taak heeft te bepalen of en, zo ja, welke jeugdhulp is aangewezen bij de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering. De Jeugdwet schrijft voor dat de GI hiertoe overlegt met het college van de gemeente waar de jeugdige zijn woonplaats heeft. Dit overleg is er primair op gericht om te weten welke jeugdhulp door de gemeente is gecontracteerd en anderzijds dat de gemeente als financier dient te weten welke jeugdhulp nodig wordt geacht (en dus moet worden ingekocht). Dit overleg is niet bedoeld om te komen tot overeenstemming over de bepaling van de jeugdhulp door de GI, de GI heeft hierin de eindverantwoordelijkheid.

Goede samenwerking en gezamenlijke besluitvorming op casusniveau tussen gecertificeerde instelling moet gericht zijn op tijdige inzet van de passende hulp voor de jeugdige. Het administratieve en bureaucratische proces mag niet vertragen, of ertoe leiden dat de noodzakelijke hulp aan een jeugdige wordt onthouden. Het overleg dient plaats te vinden met inachtneming van de privacywetgeving en de regels omtrent het beroepsgeheim. Het knelpunt in Gelderland zit vooral in de tijdigheid waarmee de hulp wordt ingezet. Het is de inspecties gebleken dat een aantal gemeenten in de regio het proces om te komen tot passende hulp voor jeugdigen met een maatregel zodanig heeft gecompliceerd dat dit de tijdige inzet van passende hulp vertraagt. Daarnaast hoorden de inspecties dat er geen eenduidigheid is in de inkoop van jeugdhulp en dat het per gemeente kan verschillen hoe een aanmeldprocedure om in aanmerking te komen voor hulp, loopt. Hoewel Gelderland een breed dekkend hulpaanbod heeft, ontbreekt het aan een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod van jeugd-GGZ en aan een kwalitatief en kwantitatief aanbod van (hoog)specialistische hulp voor jeugdigen met een zeer complexe hulpvraag. Dit betreft vooral specialistische hulp voor geestelijke gezondheid en gespecialiseerde gezinshuizen/verblijf.

Hier staat tegenover dat de inspecties de volgende positieve ontwikkelingen en bevorderende factoren zien in de regio: 

Gelderland werkt met de Gelderse verbeteragenda, waarin is afgesproken dat er tijdig overleg is over de beschikbaarheid van noodzakelijke hulp. Gelderland werkt met perspectieftafels, waar naast de GI ook het lokale team deel van uitmaakt.

De jeugdbescherming werkt met zorgbemiddeling, middels een zorgmanager die ingezet kan worden bij het organiseren van hulp bij ingewikkelde casuïstiek.

Vervolg Ten aanzien van de eerste norm over de tijdigheid van een jeugdbeschermer, constateren de inspecties dat verbetering op korte termijn nodig is. De inspecties gaan over de wachtlijst bij Jeugdbescherming Gelderland in gesprek met de bestuurder van Jeugdbescherming Gelderland en bepalen op basis van de uitkomsten uit het gesprek het vervolg. Over het vervolg ten aanzien van de landelijk werkende instellingen in deze regio (LJ&R, WSS en JVV) rapporteren de inspecties op geaggregeerd niveau in het landelijke rapport. De geconstateerde positieve ontwikkelingen en bevorderende factoren, zijn van dien aard dat de inspecties er voldoende van uit kunnen gaan dat de betrokken partijen, onder regie van de accounthoudende regio, er alsnog op korte termijn in slagen om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden.

21 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

De inspecties verwachten dat de accounthoudende regio, de gecertificeerde instellingen, hun opdrachtgevers, lokale teams en zorgaanbieders alsnog aan deze norm voldoen en belemmeringen om aan de norm te voldoen wegnemen. De inspecties volgen dit vanuit het reguliere toezicht. Concreet verwachten de inspecties:  Dat de regio de doorbraakaanpak voortzet voor kinderen met een maatregel die nu wachten op passende hulp. 

Dat de volgende aanpassing wordt gerealiseerd: o Dat gemeenten het mogelijk maken dat de GI de noodzakelijk geachte hulp zonder vertraging inzet. Dat wil zeggen dat de inzet van hulp onverwijld plaatsvindt en dat de noodzakelijk geachte hulp niet wordt heroverwogen door de gemeente. En zorgt voor: o Structureel en laagdrempelig overleg tussen de partijen als lokale teams en GI’s, niet als stap in het beoordelingsproces, maar als inhoudelijke afstemming om te komen tot passende hulp.

Dat de regio binnen drie maanden een plan maakt dat leidt tot: o Een toereikend aanbod voor de meest complexe hulpvragen: integrale maatwerk oplossingen, waaronder jeugd-GGZ en specialistische 24-uurs zorg.

De inspecties zien daarnaast dat er landelijk belemmeringen zijn in het tijdig bieden van passende hulp. Zij spreken de stelselverantwoordelijke ministers hierop aan in het landelijke rapport.

22 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

Duidelijk. Onafhankelijk. Eerlijk. www.igj.nl

23 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=c5cf9070-ad31-4a6e-a142-2bf89b4840a5