Bijlage 4 - Bijlage 1 bij wijzigingsbesluit – was wordt lijst MGR
Tekst van het document
Bijlage 11 – bijlage 1 wijzigingsbesluit Was – wordt overzicht : Voor de overzichtelijkheid is hieronder weergegeven wat er in de regeling wijzigt. De bepaling zoals deze uiteindelijk komt te luiden, is geel gearceerd weergegeven.
l.
m.
Huidig artikel l t/m m uitvoeringsprogramma: een nadere uitwerking van het uitvoeringsplan, zijnde een jaarlijks programma waarin de activiteiten van het samenwerkingsverband worden aangegeven, met daarbij een overzicht van de benodigde financiële en personele middelen; uitvoeringsplan: visie voor de komende vier jaar ten aanzien van de door het samenwerkingsverband uit te voeren taken; Huidig artikel 9, lid 2 en 3
Nieuw artikel 1 lid 1 t/m m l. programmaplan, een jaarlijks plan waarin de activiteiten van het samenwerkingsverband worden aangegeven, met daarbij een overzicht van de benodigde financiële en personele middelen; m. vervalt
Nieuw artikel 9, lid 2 en 3
Artikel 9 Taken en bevoegdheden 1. Het algemeen bestuur kan besluiten tot het wijzigen van de submodules en tot het vaststellen van het uitvoeringsplan en uitvoeringsprogramma. 2. Het algemeen bestuur kan de volgende bevoegdheden niet overdragen: a. het vaststellen van het uitvoeringsplan en uitvoeringsprogramma; b. het instellen van bestuurscommissies; c. het wijzigen van submodules.
Artikel 9 Taken en bevoegdheden 1. Het algemeen bestuur kan besluiten tot het wijzigen van de submodules en tot het vaststellen van het programmaplan 2. Het algemeen bestuur kan de volgende bevoegdheden niet overdragen: a. het vaststellen van het programmaplan; b. het instellen van bestuurscommissies; c. het wijzigen van submodules.
Huidig artikel 11, lid 4 a 4. Het algemeen bestuur kan op grond van de wet besluiten om met gesloten deuren te vergaderen, maar niet over de volgende onderwerpen: a. het uitvoeringsplan en het uitvoeringsprogramma;
Nieuw artikel 11, lid 4 a 4. Het algemeen bestuur kan op grond van de wet besluiten om met gesloten deuren te vergaderen, maar niet over de volgende onderwerpen: a. Het programmaplan;
Huidig artikel 20 en lid 2 Artikel 20 Het dagelijks bestuur, algemeen bestuur, bestuurscommissies en de voorzitter ten opzichte van raden (inlichtingenplicht) 2. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, bestuurscommissies en de voorzitter geven tenminste tweemaal per kalenderjaar informatie aan de raden over de uitgevoerde activiteiten van het samenwerkingsverband.
Nieuw artikel 20 en lid 2 Artikel 20 Informatieplicht van het dagelijks bestuur, algemeen bestuur, bestuurscommissies en de voorzitter ten opzichte van raden 2. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, bestuurscommissies en de voorzitter geven tenminste tweemaal per kalenderjaar informatie aan de raden over de uitgevoerde activiteiten van het samenwerkingsverband door middel van fysieke of digitale raadsinformatiebijeenkomsten en/of nieuwsbrieven.
1
Huidig artikel
Hoofdstuk 7a Evaluatie Nieuw artikel 21a Artikel 21a Evaluatie van de regeling In het jaar voorafgaande aan de landelijke gemeenteraadsverkiezingen evalueert het algemeen bestuur de regeling op nader door het algemeen bestuur vast te stellen onderwerpen.
Huidig artikel 24
Nieuw artikel 24
Artikel 24 Uitvoeringsplan 1. Het algemeen bestuur stelt een uitvoeringsplan vast waarin in grote lijnen wordt aangegeven wat het algemeen bestuur van het samenwerkingsverband voornemens is uit te voeren. Het algemeen bestuur kan een of meer onderdelen van het uitvoeringsplan afzonderlijk vaststellen. 2. Het uitvoeringsplan beslaat een periode van vier jaar. Jaarlijks kan het algemeen bestuur besluiten over bijstelling van het uitvoeringsplan.
Artikel 24 vervalt
Huidig artikel 25 en 26 Artikel 25 Uitvoeringsprogramma Het algemeen bestuur stelt voor ieder jaar een uitvoeringsprogramma vast, waarin de activiteiten van het samenwerkingsverband worden aangegeven. Het uitvoeringsprogramma bevat voorts in ieder geval een overzicht van de voor de verwezenlijking van de activiteiten benodigde financiële en personele middelen.
Nieuw artikel 25 Artikel 25 Programmaplan 1. Het algemeen bestuur stelt voor ieder jaar een programmaplan vast, waarin de activiteiten van het samenwerkingsverband worden aangegeven. Het programmaplan bevat voorts in ieder geval een overzicht van de voor de verwezenlijking van de activiteiten benodigde financiële en personele middelen. 2. De totstandkoming van het programmaplan geschiedt op een overeenkomstige wijze als in artikel 27, eerste tot en met vijfde lid, van deze regeling, voor de begroting is aangegeven. 3. Het programmaplan komt tot stand met inachtneming van inhoudelijke voorbereiding van de bestuurscommissies en adviescommissies.
Artikel 26 Totstandkoming De totstandkoming van het uitvoeringsplan en het uitvoeringsprogramma geschiedt op een overeenkomstige wijze als in artikel 27, eerste tot en met vijfde lid, van deze regeling, voor de begroting is aangegeven.
Hoofdstuk 9a Nieuw artikel 26 Artikel 26 Burgerparticipatie Het algemeen bestuur stelt een participatieprotocol vast waarin is geregeld de wijze waarop ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling betrokken worden
Huidig artikel
2
Daarbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande vormen van burgerparticipatie van deelnemende gemeenten en/of klantenonderzoek die het openbare lichaam houdt.
1.
4.
Huidig artikel 27, lid 1, 4, 5, 6 en 8 Indien het algemeen bestuur voor de samenwerkingsmodule een bestuurscommissie heeft ingesteld, dan zendt de bestuurscommissie van de samenwerkingsmodule voor 1 maart een ontwerpbegroting van de samenwerkingsmodule voor het komende kalenderjaar, vergezeld van een toelichting, toe aan het dagelijks bestuur van de MGR.
Nieuw artikel 27, lid 1, 4, 5, 6 ,7, 8 en 9 1. Indien het algemeen bestuur voor de samenwerkingsmodule een bestuurscommissie of adviescommissie heeft ingesteld, dan zendt de bestuurscommissie of adviescommissies van de samenwerkingsmodule voor 1 maart een ontwerpbegroting van de samenwerkingsmodule voor het komende kalenderjaar, vergezeld van een toelichting, toe aan het dagelijks bestuur van de MGR.
De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen acht weken bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
4.
5.
6. 5.
6.
7.
8.
Het algemeen bestuur stelt de begroting vast vóór 15 juli in het jaar, voorafgaande aan dat jaar, waarvoor de begroting dient. Meteen na de vaststelling zendt het algemeen bestuur, zo nodig, de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die daarover bij Gedeputeerde Staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 1 augustus aan Gedeputeerde Staten. Het bepaalde in dit artikel is, met uitzondering van de genoemde data, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, behoudens die wijzigingen die niet tot een verhoging van de gemeentelijke bijdragen leiden.
7.
8.
9.
Huidig artikel 29, lid 6
De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen twaalf weken bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Het dagelijks bestuur stuurt haar reactienota op de zienswijzen naar de raden, voordat het algemeen bestuur de begroting vaststelt. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast vóór 15 september in het jaar, voorafgaande aan dat jaar, waarvoor de begroting dient. Meteen na de vaststelling zendt het algemeen bestuur, zo nodig, de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die daarover bij Gedeputeerde Staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 september aan Gedeputeerde Staten. Het bepaalde in dit artikel is, met uitzondering van de genoemde data, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, behoudens die wijzigingen die niet tot een verhoging van de gemeentelijke bijdragen leiden.
Nieuw artikel 29, lid 6
3
6. De kosten worden verdeeld over de deelnemende gemeenten volgens de kostenverdeelsleutel, zoals bedoeld in bijlage 1, artikel 8, bijlage 2, artikel 7 en bijlage 3 artikel 7 en bijlage 4 artikel 8 van deze regeling.
6.
Huidig artikel 31, lid 2
3.
4.
Huidig artikel 32, lid 3, 4 Het voornemen tot uittreding wordt bij aangetekende brief bekend gemaakt aan de voorzitter van het samenwerkingsverband. Een deelnemer kan uit de regeling treden onder betaling van een uittreedsom die gelijk is aan de bijdrage die de deelnemer op grond van de kostenverdeelsleutel als bedoeld in artikel 28, tweede lid, van deze regeling verschuldigd was aan het samenwerkingsverband over het jaar voorafgaand aan het moment dat de deelnemer het besluit tot uittreding kenbaar heeft gemaakt.
De kosten worden verdeeld over de deelnemende gemeenten volgens de kostenverdeelsleutel, zoals bedoeld in bijlage 1, artikel 6, bijlage 2, artikel 6 en bijlage 3 artikel 6, bijlage 4 artikel 7 en bijlage 5 artikel 6 en bijlage 6 artikel 5 van deze regeling
Nieuw artikel 31, lid 2 2. Het algemeen bestuur zendt het ontwerp van de wijziging van de regeling door toetreding van een nieuwe deelnemer toe aan de colleges van de deelnemende gemeenten voor het geven van een zienswijze door de raden. Nieuw artikel 32, lid 3, 4, 5, 6 en 7 3. Het algemeen bestuur zendt het ontwerp van de gewijzigde regeling door uittreding van een deelnemer toe aan de colleges van de deelnemende gemeenten voor het geven van een zienswijze door de raden. 4. Het voornemen tot uittreding wordt bij aangetekende brief bekend gemaakt aan de voorzitter van het samenwerkingsverband. 5. Een deelnemer kan uit de regeling treden onder betaling van een uittreedsom die gelijk is aan maximaal drie maal de bijdrage die een deelnemer op grond van de kostenverdeelsleutel als bedoeld in artikel 28 tweede en derde lid, van deze regeling verschuldigd was aan het samenwerkingsverband. Daarbij wordt uitgegaan van de meest recent vastgestelde begroting op het moment dat de deelnemer het besluit tot uittreding kenbaar heeft gemaakt. De uittreedsom kan contant gemaakt worden en betaald worden bij uittreding. De MGR draagt er zorg voor om de meerkosten gedurende deze periode van maximaal drie jaar zoveel mogelijk te beperken.
Indien de werkelijke kosten na deze periode, of zoveel eerder als mogelijk, lager uitvallen dan de maximale uittreedsom, wordt het verschil verrekend met de uittredende deelnemer. 6. Het aandeel van de uittredende deelnemer in de bestemmingsreserve wordt in mindering gebracht op de uittreedsom. Dit aandeel wordt berekend conform de kostenverdeelsleutel als bedoeld in artikel 28, tweede en derde lid van de regeling. 7. Bij uittreding blijft de uittredende deelnemer maximaal vijf jaar na uittreding aansprakelijk voor het intreden van risico’s voortvloeiende uit
4
de periode dat de betreffende deelnemer deelnam aan de regeling indien en voor zover deze intredende risico’s leiden tot een kostenverhoging voor de basistaken en betrekking hebben op de periode dat de betreffende deelnemer nog deelnemer was.
3.
4.
5.
Huidige artikel 35 lid 3 t/m 5 Het algemeen bestuur stelt regels vast ten aanzien van de wijze waarop de gevolgen van de beëindiging aan de samenwerkingsmodule of submodule worden bepaald en in de vaststellingsovereenkomst worden vastgelegd. Dit besluit behoeft tweederde van de uitgebrachte stemmen. In de regels als bedoeld in het derde lid wordt indien noodzakelijk opgenomen dat ten behoeve van de vaststelling van de beëindigingskosten een onafhankelijke registeraccountant wordt ingeschakeld. De opdracht daartoe wordt verstrekt door het algemeen bestuur in overleg met de deelnemer die de deelname aan een samenwerkingsmodule dan wel submodule beëindigt. In de vaststellingsovereenkomst wordt in ieder geval opgenomen dat de deelnemer na beëindiging van een samenwerkingsmodule dan wel submodule, ook in het geval de deelnemer is uitgetreden uit de regeling overeenkomstig artikel 32, maximaal vijf jaar na beëindiging van de deelname aan een samenwerkingsmodule dan wel submodule aansprakelijk blijft bij het intreden van risico’s voortvloeiende uit de periode dat de betreffende deelnemer afnemer was van een samenwerkingsmodule dan wel submodule indien en voor zover deze intredende risico’s leiden tot een kostenverhoging voor het samenwerkingsverband en betrekking hebben op de periode dat de betreffende deelnemer nog afnemer was van de samenwerkingsmodule dan wel submodule.
Huidig artikel 36
Nieuw artikel 35 lid 3 t/m 4 en 6 De vaststellingsovereenkomst voorziet in een vereffening van het vermogen en reeds aangegane verplichtingen van de samenwerkingsmodule door het vaststellen van een beëindigingssom. De beëindigingssom is gelijk aan maximaal drie maal de bijdrage die een deelnemer op grond van de kostenverdeelsleutel als bedoeld in artikel 28 tweede en derde lid, van deze regeling verschuldigd was aan het samenwerkingsverband. Daarbij wordt uitgegaan van de meest recent vastgestelde begroting op het moment dat de deelnemer het besluit tot beëindiging kenbaar heeft gemaakt. De beëindigingssom kan contant gemaakt worden en betaald worden bij beëindiging. De MGR draagt er zorg voor de werkelijke meerkosten gedurende deze periode van maximaal drie jaar zoveel mogelijk te beperken. Indien de werkelijke kosten na deze periode, of zoveel eerder als mogelijk, lager uitvallen dan de maximale beëindigingssom, wordt het verschil verrekend met de deelnemer die deelname aan de samenwerkingsmodule of submodule beëindigd 4. De beëindigingssom wordt verminderd met het aandeel van de betreffende deelnemer van het vermogen op grond van de kostenverdeelsleutel als bedoeld in artikel 28, tweede en derde lid van de regeling. 3.
6.
In de bepalingen als bedoeld in het derde, vierde en vijfde lid wordt indien noodzakelijk opgenomen dat ten behoeve van de vaststelling van de beëindigingskosten een onafhankelijke registeraccountant wordt ingeschakeld. De opdracht daartoe wordt verstrekt door het algemeen bestuur in overleg met de deelnemer die de deelname aan een samenwerkingsmodule dan wel submodule beëindigt. Nieuw artikel 36, lid 4 4. Het algemeen bestuur zendt het ontwerp van de regeling toe aan de colleges van de deelnemende gemeenten voor het geven van een zienswijze door de raden.
5
3.
4.
5.
6.
7. 8.
Huidig artikel 37, lid 3 t/m 9 Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de raden van de gemeenten gehoord, vastgesteld. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de beëindiging heeft voor het personeel als bedoeld in hoofdstuk 8 van deze regeling. Bij opheffing van de gemeenschappelijke regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening getroffen conform art. 4 lid 1 van de Archiefwet 1995. Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de deelnemende gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorgdragen voor de nakoming van de verplichtingen van het samenwerkingsverband. Daarbij wordt uitgegaan van de kostenverdeelsleutel als bedoeld in artikel 28, tweede lid, van de regeling. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie. De organen van het samenwerkingsverband blijven in functie totdat de liquidatie is voltooid.
Huidig artikel 40 Artikel 40 Intrekking oude regeling Deze regeling dient ter vervanging van de bestaande Modulaire gemeenschappelijke regeling sociaal domein centraal Gelderland. De Modulaire gemeenschappelijke regeling sociaal domein centraal Gelderland in werking getreden op 1 januari 2019, wordt ingetrokken.
Nieuw artikel 37, lid 3 t/m 9 Het liquidatieplan wordt, nadat de raden hun zienswijze hebben gegeven, door het algemeen bestuur vastgesteld 4. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de beëindiging heeft voor het personeel als bedoeld in hoofdstuk 8 van deze regeling. 5. Het liquidatieplan voorziet ook in een vereffening van het vermogen van het samenwerkingsverband. Daarbij wordt uitgegaan van de kostenverdeelsleutel als bedoeld in artikel 28, tweede en derde lid, van de regeling. 6. Bij opheffing van de gemeenschappelijke regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening getroffen conform art. 4 lid 1 van de Archiefwet 1995. 7. Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de deelnemende gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorgdragen voor de nakoming van de verplichtingen van het samenwerkingsverband. Daarbij wordt uitgegaan van de kostenverdeelsleutel als bedoeld in artikel 28, tweede lid, van de regeling. 8. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie. 9. De organen van het samenwerkingsverband blijven in functie totdat de liquidatie is voltooid. 3.
Nieuw artikel 40 Artikel vervalt.
Bijlagen Huidige bijlage 1 Artikel 5 Keuze en taken Submodules Inkoop Zorg 1. Op advies van de bestuurscommissie stelt het algemeen bestuur conform art. 25 en 27 jaarlijks in het uitvoeringsprogramma en begroting vast welke taken voor welke submodules worden uitgevoerd;
Nieuwe bijlage 1 Artikel 5 Keuze en taken Submodules Inkoop Zorg 1. Op advies van de bestuurscommissie stelt het algemeen bestuur conform art. 25 en 27 van de regeling jaarlijks in het programmaplan en begroting vast welke taken voor welke submodules worden uitgevoerd;
6
Huidige bijlage 2 artikel 6 lid 1 a ii ii. De gemeentelijke bijdragen worden, evenredig verdeeld op basis van leerlingenaantallen (1 fte voor 3.800 leerplichtige leerlingen) en gecorrigeerd naar VSV problematiek;
Nieuwe bijlage 2 artikel 6 lid 1 a ii ii. De gemeentelijke bijdragen worden, evenredig verdeeld op basis van leerlingenaantallen (1 fte voor 2.700 leerplichtige leerlingen) en gecorrigeerd naar VSV problematiek;
Huidige bijlage 3 Samenwerkingsmodule Werkgeversservicepunt Artikel 3 Doel en taken samenwerkingsmodule Werkgeversservicepunt a. De basisdienstverlening van het WSP bestaat uit:
Nieuwe bijlage 3 Samenwerkingsmodule Werkgeversservicepunt Artikel 3 Doel en taken samenwerkingsmodule Werkgeversservicepunt a. Submodule: De basisdienstverlening van het WSP bestaat uit: b.
Submodule: De dienstverlening van het Steunpunt Social Return On Investment (SROI) bestaat uit : 1. het ondersteunen van aan de submodule deelnemende gemeenten bij het vergroten van het draagvlak voor maatschappelijk ondernemen door ondernemers/werkgevers in de arbeidsmarktregio. 2. het begeleiden van bedrijven en instellingen die een overeenkomst hebben met een SROI-verplichting met één of meer deelnemers bij de invulling van de SROIafspraken.
Artikel 5 Beëindiging deelname aan een samenwerkingsmodule Beëindiging van deelname aan de samenwerkingsmodule kan plaatsvinden door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de voorzitter van samenwerkingsverband met inachtneming van een opzegtermijn van één jaar.
Artikel 5 Beëindiging deelname aan een samenwerkingsmodule en submodule Beëindiging van deelname aan de samenwerkingsmodule dan wel submodule kan plaatsvinden door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de voorzitter van samenwerkingsverband met inachtneming van een opzegtermijn van één jaar.
Artikel 6 Financiële bijdragen Ten behoeve van de uitvoering van de taken genoemd in artikel 3, worden de kosten die samenhangen met het WSP gezamenlijk gedragen door de aan deze module deelnemende gemeenten. De kosten worden verdeeld op basis van het inwoneraantal per gemeente naar rato van het op 1 januari bepaalde inwonertal van de deelnemende gemeenten op basis van de meest recente CBScijfers.
Artikel 6 Financiële bijdragen Ten behoeve van de uitvoering van de taken genoemd in artikel 3, worden de kosten die samenhangen met het WSP gezamenlijk gedragen door de aan deze module en/of submodule deelnemende gemeenten. De kosten worden verdeeld op basis van het inwoneraantal per gemeente naar rato van het op 1 januari bepaalde inwonertal van de deelnemende gemeenten op basis van de meest recente CBS-cijfers.
Huidige bijlage 4 Samenwerkingsmodule Werkgeverschap SW artikel 6 lid 2
Nieuwe bijlage 4 Samenwerkingsmodule Werkgeverschap SW artikel 6 lid 2
7
2.
Beëindiging van deelname als bedoeld in het eerste lid, geschiedt onder de voorwaarden zoals geregeld in artikel 35, tweede, derde, vierde en vijfde lid, van de regeling, als ware de deelnemende gemeente zijn deelname aan deze samenwerkingsmodule zelf heeft beëindigd.
Het hoofddoel van het contractmanagement inburgeringstrajecten is de uitvoering van de inburgeringstrajecten volgen en zo nodig bijsturen.
2. Beëindiging van deelname als bedoeld in het eerste lid, geschiedt onder de voorwaarden zoals geregeld in artikel 35, tweede, derde, vierde en vijfde lid, van de regeling, als ware de deelnemende gemeente zijn deelname aan deze samenwerkingsmodule zelf heeft beëindigd. De loonlasten van SW medewerkers van deze uittredende deelnemer maken geen onderdeel uit van de uittreedsom, wanneer de SW medewerkers niet langer in dienst zijn van de MG NIEUWE BIJLAGE 5 Samenwerkingsmodule Contractmanagement inburgeringstrajecten Nieuw Artikel 3 Doel en taken samenwerkingsmodules contractmanagement inburgeringstrajecten Het hoofddoel van het contractmanagement inburgeringstrajecten is de uitvoering van de inburgeringstrajecten volgen en zo nodig bijsturen.
De taken bestaan uit: - contractbeheer en contractmanagement; - toegankelijk maken contractinformatie; - informatie ophalen over behalen van resultaten; - contractgesprekken voeren op grond van informatie en signalen; - rapportage;
De taken bestaan uit: - inkoop van inburgeringstrajecten; - contractbeheer en contractmanagement; - toegankelijk maken contractinformatie; - informatie ophalen over behalen van resultaten; - contractgesprekken voeren op grond van informatie en signalen; - rapportage;
HUIDIGE BIJLAGE 5 Samenwerkingsmodule Contractmanagement inburgeringstrajecten Huidig Artikel 3 Doel en taken submodule contractmanagement inburgeringstrajecten
BIJLAGE 6 Samenwerkingsmodule facilitering overige regionale taken sociaal domein Artikel 1 Begripsbepaling In deze regeling wordt verstaan onder: a. Facilitering: het organiseren van taken zoals bedoeld in art. 3 van deze bijlage, waaronder het werkgeverschap van de betreffende medewerkers; b. Programma: Zorg, Onderwijs of Participatie c. Regiosecretariaat: de rol van regiosecretaris en secretariële ondersteuning ten behoeve van het regionaal portefeuilleoverleg en ambtelijk overleg. d. Regionale beleidsondersteuning: beleidsondersteuning voor ontwikkeling regionaal beleid op het terrein van het sociaal domein. e. Regionale projecten: op sociaal domein gerichte projecten op basis van vraag en behoefte vanuit de gemeente(n) die (nog) niet
8
f.
zijn ondergebracht bij een van de andere samenwerkingsmodules; Regionaal Portefeuillehouders Overleg: een regionaal overleg van de betreffende portefeuillehouders over een bepaald programma, hierna RPO.
Artikel 2 Belangen De samenwerkingsmodule behartigt de belangen van de aan Samenwerkingsmodule facilitering overige regionale taken sociaal domein deelnemende gemeenten op het gebied van facilitering van overige regionale taken zoals benoemd in artikel 3. Artikel 3 Taken samenwerkingsmodule en submodules 1. De taken van deze samenwerkingsmodule kunnen bestaan uit: a. Faciliteren van het regiosecretariaat ten behoeve van het RPO, de bestuurscommissie en de ambtelijke voorbereiding van deze overleggen in het sociaal domein b. Faciliteren van de regionale beleidsondersteuning binnen het sociaal domein c. Faciliteren van de uitvoering van op sociaal domein gerichte regionale projecten d. Faciliteren van overige taken op basis van verzoeken RPO’s Zorg, Onderwijs of Participatie 1. De taken per programma onder lid1 worden aangemerkt als submodule. 3. Indien de deelnemers binnen het samenwerkingsverband bij ministeriele regeling als jeugdregio wordt ingedeeld als bedoeld in het wetsvoorstel de 'Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen' bevat deze submodule de taken zoals in de wet beschreven. Artikel 4 Keuze en taken 1. Het algemeen bestuur bepaalt de kaders waaronder de taken als bedoeld in artikel 3 worden ingebracht of beëindigd.
Artikel 5 Financiële bijdragen De kosten van de uitvoering van deze taken voor een programma worden in de verrekening uitsluitend ten laste gebracht van de aan de deelnemende gemeenten van de betreffende submodule naar rato
9
van het jaarlijks op 1 januari bepaalde inwonertal van de deelnemende gemeenten op basis van de meest recente CBS cijfers. Artikel 6 Beëindiging deelname aan een samenwerkingsmodule dan wel submodule Beëindiging van deelname aan de samenwerkingsmodule dan wel submodule kan plaatsvinden door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de voorzitter van samenwerkingsverband met inachtneming van een opzegtermijn van twaalf maanden. Voor projecten, waar geen langlopende verplichtingen gelden kan een kortere opzegtermijn worden afgesproken. Artikel 7 Verkoop van diensten a.
b.
c.
Toelichting Regeling MGR Algemeen
Als de deelnemers instemmen met het onderbrengen van taken als bedoeld in artikel 3, voert het openbaar lichaam met instemming van de deelnemers op verzoek van gemeenten buiten het samenwerkingsgebied deze taken uit. De taken worden uitgevoerd tegen een overeen te komen prijs. Het samenwerkingsverband kan op nietcommerciële basis diensten verkopen aan derden binnen de kaders van de op grond van deze genoemde taken in artikel 3. Indien een adviescommissie is ingesteld, dient zij akkoord te gaan met het aangaan van de dienstverlening zoals bedoeld in eerste lid.
Aanvulling Algemeen Op 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen gewijzigd met als doel de democratische legitimatie en rol van de gemeenteraden te versterken. Daarnaast heeft op 30 maart 2023 het algemeen bestuur van de MGR een voorgenomen besluit genomen om de nieuwe submodule Steunpunt SROI toe te voegen aan de samenwerkingsmodule WSP. Deze ontwikkelingen vragen om een aanpassing van de regeling. Het algemeen bestuur heeft daarom besloten aan de deelnemende gemeenten een gewijzigde regeling voor te leggen waarin de toevoeging van de submodule en de wettelijke wijzigingen zijn aangebracht. Er is een wetsvoorstel Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen in voorbereiding. Dit wetsvoorstel vraagt jeugdregio’s met andere jeugdregio’s in een op overeenstemming
10
gericht overleg te zorgen voor bovenregionale afstemming en de organisatie en financiering van de regionale expertteams. Daarnaast hebben deelnemende verzocht de mogelijkheid voor het faciliteren van regionaal bestuurlijk overleg op de programma’s Zorg, Onderwijs en participatie. Dit betreft met name de werkgeversrol naar de medewerkers die werkzaam zijn voor het regionale overleg, en het faciliteren van de afstemming en besluitvorming over regionaal beleid. De MGR zelf blijft beleidsarm. Het beleid op deze programma’s wordt lokaal en/of gezamenlijk regionaal vastgesteld op basis van duidelijke mandaten van colleges. Artikel 11 werkwijze en vergaderorde Bij de totstandkoming van het aantal stemmen is rekening gehouden met de volgende inwonersaantallen per 1-1-2021: Arnhem 162.424 Doesburg 11.064 Duiven 25.066 Lingewaard 46.822 Overbetuwe 48.214 Renkum 31.417 Rheden 43.525 Rozendaal 1.726 Wageningen 39.635 Westervoort 15.014 Zevenaar 44.096
Artikel 11 werkwijze en vergaderorde Bij de totstandkoming van het aantal stemmen is rekening gehouden met de volgende inwonersaantallen per 1-1-2022: Arnhem 163.888 Doesburg 11.036 Duiven 24.946 Lingewaard 46.963 Overbetuwe 48.266 Renkum 31.358 Rheden 43.435 Rozendaal 1.756 Wageningen 39.939 Westervoort 14.944 Zevenaar 44.645
De uitkomst van de staffel is dat de leden van het algemeen bestuur per 1 januari 2022 het volgende aantal stemmen hebben:
De uitkomst van de staffel is dat de leden van het algemeen bestuur per 1 januari 2023 het volgende aantal stemmen hebben:
Artikel 16 adviescommissies Dit artikel is gebaseerd op artikel 24 van de wet. Het algemeen bestuur regelt de bevoegdheden en samenstelling van deze commissies van advies. Er kunnen eventueel raadsleden in een adviescommissie worden benoemd.
Artikel 16 adviescommissies Dit artikel is gebaseerd op artikel 24 en 24a van de wet. Het algemeen bestuur regelt de bevoegdheden en samenstelling van deze commissies van advies. Er kunnen eventueel raadsleden in een adviescommissie worden benoemd. Op basis van samenwerkingsmodule 6 zal het ook mogelijk zijn dat het algemeen bestuur een vaste adviescommissie instelt ten behoeve van het dagelijks bestuur. Dit is relevant voor de wens van deelnemers om de facilitering van overige regionale taken te kunnen uitvoeren, zoals het faciliteren van het regionale beleidsoverleg en uitvoeren van regionale projecten. (zie bijlage 6). Er kan dan een adviescommissie worden gevormd van bijv. de voorzitter van het RPO, de voorzitter van het ambtelijk overleg en de
11
regiosecretaris om een goede afstemming en aansturing te hebben van de betreffende medewerkers die zich bezig houden met regionaal beleid en/of de uitvoering van regionale projecten. De adviescommissie adviseert het dagelijks bestuur over het programmaplan en begroting voor deze taken. Artikel 20 Het dagelijks bestuur, algemeen bestuur, bestuurscommissies en de voorzitter ten opzichte van de raden (inlichtingenplicht)
Artikel 20 Het dagelijks bestuur, algemeen bestuur, bestuurscommissies en de voorzitter ten opzichte van de raden (informatieplicht) In het kader de informatievoorziening blijft de MGR jaarlijks in de periode mei raadsinformatiebijeenkomsten houden waarin de documenten die voorliggen voor zienswijze worden besproken en waarbij ontwikkelingen worden gedeeld die relevant zijn voor de uitvoering. Daarnaast worden er twee keer per jaar nieuwsbrieven verzonden om de raden op de hoogte te brengen van relevante ontwikkelingen. Hoofdstuk 7a Evaluatie Artikel 21a Evaluatie van de regeling Op grond van artikel 11a, van de wet is een bepaling toegevoegd over de evaluatie van de MGR. Het algemeen bestuur zal iedere periode van vier jaar een evaluatie uitvoeren van de regeling. Dit kan leiden tot aanpassingen. Deze kunnen opgenomen worden in het programmaplan voor het komende jaar en/of leiden tot een wijziging van de regeling die voorgelegd wordt aan raden voor zienswijze. Artikel 24 vervalt Artikel 25 Programmaplan Het algemeen bestuur stelt voor ieder jaar een programmaplan vast, waarin de activiteiten van het samenwerkingsverband worden aangegeven, met daarbij een overzicht van de benodigde financiële en personele middelen. Het programmaplan komt op een zelfde wijze tot stand als de begroting, zoals vermeld in artikel 27, eerste tot en met het vijfde lid van deze regeling.
Bij het programmaplan van de modules speelt de inhoudelijke voorbereiding van de bestuurscommissies en adviescommissies een belangrijke rol.
12
Hoofdstuk 9a Burgerparticipatie Artikel 26 burgerparticipatie De MGR is beleidsarm en kent uitvoeringstaken. In het participatieprotocol bepaalt het algemeen bestuur per module welke vorm van bestaande of nieuwe burgerparticipatie bij de MGR en/of de door de deelnemende gemeenten passend is om te benutten bij het opstellen van het programmaplan. Dit kan jaarlijks wisselen.
Artikel 27 begrotingsprocedure
Art. 27 begrotingsprocedure Het dagelijks bestuur stuurt haar programmaplan en begroting begin april naar de raden voor behandeling. De termijn voor het geven van een zienswijze is verlengd tot 12 weken. Het dagelijks bestuur zal haar reactie op de zienswijze naar de raden sturen, voordat het algemeen bestuur het programmaplan en de begroting vaststelt. Deze moet voor 15 september naar de provincie verzonden worden. Gezien het zomerreces blijven deze termijnen kort en is het voor alle partijen belangrijk zo mogelijk voor de zomer de zienswijze te ontvangen.
Art 31 toetreding tot regeling
Art. 31 toetreding tot regeling Het toetreden van een deelnemer tot de regeling is een wijziging van de regeling, waaraan in de gewijzigde WGR eisen worden gesteld.
Art 32 uittreding uit regeling
Art 32 uittreding regeling De gewijzigde WGR stelt strengere eisen aan de afspraken bij uittreding uit de regeling. Deze eisen zijn verwerkt in artikel 32 en 35, en zijn van overeenkomstige toepassing op de kosten van de basistaken. Daarmee creëren we een eenduidige bepaling voor de gevolgen van uittreding. Voor het bepalen van de uittreedsom zijn een aantal uitgangspunten gehanteerd. • Je moet als deelnemende gemeente relatief eenvoudig toe- en uit kunnen treden tot een submodule of samenwerkingsmodule op basis lokale keuzes zonder ‘hop-gedrag’. Je bouwt immers gezamenlijk aan een effectieve regionale uitvoering van taken. Bovendien betreft het deels wettelijke taken.
13
•
•
•
• •
Art 35 beëindiging van deelname aan een samenwerkingsmodule Een overeenkomst is wederkerig dus er moet eerst overeenstemming zijn over de voorwaarden van beëindiging van een module voordat beëindiging plaats kan vinden. Het dagelijks bestuur en het betreffende college zullen het dus eens moeten worden. Daarbij is dit artikel en zijn de regels van het algemeen bestuur (derde en vierde lid) weliswaar van toepassing, maar het gaat om de concrete invulling van de voorwaarden (bijv. wat is toerekenbaar, wat is het definitieve bedrag; wat wordt in natura overgenomen e.d.) en overeenstemming van de gevolgen daarvan. Ten behoeve van de samenwerkingsmodules worden door het openbaar lichaam de MGR meerjarige contracten aangegaan (bijvoorbeeld een huurcontract of arbeidscontracten). De
Bij toetreding wordt gekeken of er aanloopkosten zijn, waaraan je moet bijdragen. Omdat bijv. overheadkosten niet direct toenemen, leidt toetreding meestal tot iets lagere kosten voor de reeds deelnemende gemeenten. Bij uittreding zie je het omgekeerde. Dan worden de bijdragen van de deelnemende gemeenten hoger omdat vaste kosten gelijk blijven en het tijd en geld kost om variabele kosten te verminderen. Denk aan kosten van personeel, huisvesting/werkplek, ict systemen etc. Daarom wordt gezocht naar een passende periode waarop de uittredende gemeente de werkelijke meerkosten betaald als uittreedsom. Deze periode is in de regeling vastgesteld op maximaal 3 jaar. Daarbij moet er genoeg financiële prikkel zijn bij de MGR en de deelnemende gemeenten om de totale kosten zo spoedig mogelijk te verminderen, waardoor de uittreedkosten voor de uittredende gemeente beperkt blijft. Een uittreding kan na die maximale periode van drie jaar wel leiden tot hogere kosten van deelnemende gemeenten. De wetswijziging vraagt om de vaststelling van deze uittreedkosten concreet te maken. Idem voor wat er gebeurt met het vermogen van de GR. De MGR kent geen ander vermogen dan beperkte bestemmingsreserves.
Art 35 beëindiging deelname aan een samenwerkingsmodule Als gevolg van de gewijzigde WGR is een bepaling opgenomen over de vereffening van het vermogen behorende bij de samenwerkingsmodule. Daarom is een termijn van maximaal 3 jaar opgenomen van de meest recent vastgestelde begroting en wordt verwezen naar de kostenverdeelsleutel. Uittreding bij de module WgSW betekent dat de loonkosten van SW-medewerkers voor de uittredende gemeenten niet langer door de MGR worden doorbelast wanneer de SW-medewerkers niet langer in dienst zijn van de MGR. Overige kosten van deze module worden wel meegenomen in de uittreedsom. Een overeenkomst is wederkerig dus er moet eerst overeenstemming zijn over de voorwaarden van beëindiging van een module voordat beëindiging
14
verplichtingen uit deze contracten lopen soms door tot na beëindiging van deelname van een gemeente aan een samenwerkings- of submodule. Het is daarom onwenselijk dat gemeenten, ondanks de opzegtermijn als bedoeld in artikelen 5 in de BIJLAGE 1 t/m 5 bij het beëindigen van een samenwerkingsmodule (waarin een gemeente nog betaalt voor deelname en aansprakelijk blijft), zonder verdergaande consequenties uit die module kunnen stappen
plaats kan vinden. Het dagelijks bestuur en het betreffende college zullen het dus eens moeten worden. Daarbij is dit artikel en zijn de regels van het algemeen bestuur (derde en vierde lid) weliswaar van toepassing, maar het gaat om de concrete invulling van de voorwaarden (bijv. wat is toerekenbaar, wat is het definitieve bedrag; wat wordt in natura overgenomen e.d.) en overeenstemming van de gevolgen daarvan. Ten behoeve van de samenwerkingsmodules worden door het openbaar lichaam de MGR meerjarige contracten aangegaan (bijvoorbeeld een huurcontract of arbeidscontracten). De verplichtingen uit deze contracten lopen soms door tot na beëindiging van deelname van een gemeente aan een samenwerkings- of submodule. Het is daarom onwenselijk dat gemeenten, ondanks de opzegtermijn als bedoeld in artikelen 5 in de BIJLAGE 1 t/m 6 bij het beëindigen van een samenwerkingsmodule (waarin een gemeente nog betaalt voor deelname en aansprakelijk blijft), zonder verdergaande consequenties uit die module kunnen stappen
Art 36 wijziging van de regeling
Art 37 liquidatie van de regeling
Bijlage 1 artikel 3 en 5 De bestuurscommissie geeft via het uitvoeringsprogramma en begroting van de samenwerkingsmodule een advies aan het algemeen bestuur om een besluit te nemen over welke taken voor welke submodules worden uitgevoerd. Bijlage 3 Samenwerkingsmodule WSP
Art. 36 wijziging van de regeling Voorafgaand aan het toestemming verlenen door de raden moet, conform de gewijzigde WGR, het ontwerp van de wijziging voor zienswijze worden aangeboden aan de raden. Art. 37 liquidatie van de regeling Het opheffen van de regeling is een wijziging conform artikel 36, en als zodanig benoemd Artikel 3 en 5 De bestuurscommissie geeft via het programmaplan en begroting van de samenwerkingsmodule een advies aan het algemeen bestuur om een besluit te nemen over welke taken voor welke submodules worden uitgevoerd. Bijlage 3 Samenwerkingsmodule WSP In 2024 is het Steunpunt SROI als submodule toegevoegd aan de samenwerkingsmodule. Bijlage 6 samenwerkingsmodule faciliteren overige regionale taken sociaal domein Gemeenten willen de facilitering van de regionale beleidsondersteuning en regionale projecten binnen het sociaal domein gezamenlijk onder kunnen brengen bij de MGR. Dit zal per programma bepaald worden. Voor deze mogelijkheid is een aparte bijlage opgesteld, waarin deze opties en
15
werkwijze zijn weergegeven. De MGR is een uitvoeringsorganisatie en beleidsarm en blijft dat ook. Regionaal wordt er door de deelnemende gemeenten beleid gemaakt onder verantwoordelijkheid van het Regionaal Portefeuille Overleg. Besluiten hierover nemen de colleges en/of de door de colleges gemandateerde wethouders. Op verzoek van het Regionaal Portefeuille Overleg Zorg, Onderwijs en/of Participatie kan aan de MGR verzocht worden faciliterende taken uit te voeren. Deze betreffen het faciliteren van het regionale bestuurlijk overleg, het faciliteren van regionale beleidsondersteuning en uitvoering van regionale projecten. Het faciliteren van de uitvoering van regionale projecten omvat ook het namens de deelnemende gemeenten daadwerkelijk inkopen van diensten bij derden ter uitvoering van de regionale projecten en het contractbeheer en management van de daaruit voortvloeiende overeenkomsten. Het uitvoeren van regionale projecten gebeurt op basis van een jaarlijks door de colleges vast te stellen uitvoeringsplan. Dit uitvoeringsplan wordt opgenomen en verwerkt in de begroting van de MGR. Zowel bij het bieden van het regiosecretariaat en regionaal advies als het uitvoeren van regionale projecten zijn er bedrijfsvoeringsaspecten die in acht moeten worden genomen. Hiermee wijkt deze module niet af van de andere samenwerkingsmodules.
Voor het uitvoeren van deze taken worden dienstverleningsovereenkomsten gesloten tussen de MGR en de deelnemende gemeenten aan dat RPO en/of die betreffende beleidsonderdelen en/of regionale projecten. Er kan in verband met bovenregionale taken belang zijn om het faciliteren van dit regionale overleg te verbreden naar boven regionale partijen, bijv. met betrekking tot jeugdzorg. Die mogelijkheid wordt hiervoor in deze regeling geboden. Deze module biedt ook mogelijkheden om gezamenlijk de wettelijke taken uit te voeren in het kader van het wetsvoorstel de “wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen’. Daarbij wordt gesproken over het met andere jeugdregio's in een op overeenstemming gericht overleg te zorgen voor
16
bovenregionale afstemming en de organisatie en financiering van de regionale expertteams.
17