CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Overzicht Was Wordt Toelichting GS SALD nav wetswijziging

Gecombineerde commissie 10 september 2024, gemeente DoesburgBij agendapunt: (BO) Ontwerp wijzigingsbesluit GR SALD na wijziging Wgr en stemverhouding (Raadsvoorstel)2.880 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht Was-Wordt-Toelichting 2e wijziging Gemeenschappelijke regeling SALD Was Wordt Artikel 7 Vergaderorde en stemverhouding 1.Op het houden en de orde van de vergaderingen van het bestuur is artikel 22, eerste lid van de wet van toepassing. 2.Het bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of één of meer andere leden van het bestuur dit nodig oordelen, maar tenminste tweemaal per jaar. 3.De vergaderingen van het bestuur zijn openbaar. 4.De deuren worden gesloten wanneer een van de leden daarom vraagt of de voorzitter dat nodig oordeelt. 5.Het bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd. 6.Ten aanzien van het verhandelde in een besloten vergadering is artikel 23 van de wet van overeenkomstige toepassing. 7.In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of worden besloten over: a.de vaststelling en wijziging van de begroting en de vaststelling van de rekening; b.het toetreden tot en het uittreden uit de regeling; c.het wijzigen en beëindigen van de regeling. 8.De leden van het bestuur hebben ieder één stem.

Toelichting

Vanuit de deelnemers is voorgesteld om de Artikel 7 Vergaderorde en stemverhouding huidige stemverhouding aan te passen en te Lid 1 t/m 7 ongewijzigd. komen tot een gewogen stemverhouding. Lid 8 t/m 10 worden gewijzigd Aan artikel 17 worden lid 11 en lid 12 toegevoegd. De Wet gemeenschappelijke regelingen zegt niets over de stemverhoudingen in het bestuur. 8. Ieder lid van het bestuur heeft een aantal Dat is aan de deelnemers om te regelen (art. 14a stemmen afhankelijk van het aantal inwoners juncto artikel 13, lid 5 Wgr). Hoofdregel is dat ieder lid één stem heeft, maar het is mogelijk van de gemeente welke het meervoudig stemrecht toe te kennen. Dat kan vertegenwoordigt. gebaseerd worden op bijvoorbeeld het 9. Als inwonertal geldt het door het Centraal inwonertal, financiële bijdrage enz. Derhalve Bureau voor de Statistiek vastgestelde aantal bestaat dus keuzevrijheid. inwoners op 1 januari van het voorafgaande kalenderjaar. Om te komen tot een gewogen stemverhouding 10. De stemverhouding als bedoeld in het achtste wordt voorgesteld de stemverhouding te baseren op het inwoneraantal van de lid is als volgt: deelnemende gemeente. 1 t/m 20.000 inwoners 1 stem 20.001 t/m 40.000 inwoners 2 stemmen > 40.000 inwoners 3 stemmen 11. Het bestuur neemt besluiten met een meerderheid van stemmen tenzij in de regeling anders is bepaald.

In afwijking van de regel dat besluiten met meerderheid van stemmen worden genomen, wordt het vereiste van besluitvorming bij unanimiteit voorgesteld met betrekking tot de besluitvorming over de begroting en begrotingswijzigingen, over de jaarrekening, de verdeling van de kosten, de voorwaarden voor toe- en uittreding en over het wijzigen en beëindigen van de regeling.

Overzicht Was-Wordt-Toelichting 2e wijziging Gemeenschappelijke regeling SALD Was Wordt 9.De secretaris van het bestuur heeft geen stem 10.Het bestuur beslist bij unanimiteit.

12. In afwijking van het bepaalde in het elfde lid geldt dat unanimiteit is vereist voor besluitvorming over de begroting en begrotingswijzigingen, over de jaarrekening, over het wijzigen van de verdeling van de kosten zoals bedoeld in artikel 17 van de regeling, over de voorwaarden voor toe- en uittreding zoals bedoeld in artikel 23 en artikel 24 van de regeling en over het wijzigen en beëindigen van de regeling.

Toelichting

Overzicht Was-Wordt-Toelichting 2e wijziging Gemeenschappelijke regeling SALD Was Wordt Artikel 8 Bevoegdheden Naast de uitoefening van taken en bevoegdheden op grond van het elders in deze regeling bepaalde, is het bestuur in elk geval belast met en bevoegd tot: a. het voeren van het dagelijks bestuur van het Streekarchivariaat; b. het vaststellen van regels over de ambtelijke organisatie met inachtneming van het bepaalde in artikel 14 van deze regeling. c. het nemen van besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het Streekarchivariaat d. het nemen van besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen overeenkomstig het bepaalde in artikel 31a van de wet; e. het nemen van besluiten namens het Streekarchivariaat of het bestuur om rechtsgedingen, bezwaarprocedures of een procedure van administratief beroep te voeren of handelingen ter voorbereiding daarvan te verrichten; f. het nemen van alle conservatoire maatregelen zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring van recht of bezit;

Artikel 8 Bevoegdheden Artikel 8 wordt verdeeld in drie leden. De tekst van het huidige artikel 8 wordt opgenomen in het eerste lid. Het nieuwe tweede lid van artikel 8 komt als volgt te luiden: 2. Voor zover de wet of deze regeling niet anders bepaalt, kunnen de raden geen zienswijze naar voren brengen op voorgenomen besluiten van het bestuur. Het nieuwe derde lid van artikel 8 komt als volgt te luiden: 3. Ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling slechts betrokken voor zover dat bij of krachtens de wet is vereist.

Toelichting Volgens artikel 10, lid 5 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) houdt de regeling bepalingen in omtrent de besluiten van de bedrijfsvoeringsorganisatie, waarover de raden van de deelnemende gemeenten een zienswijze naar voren kunnen brengen voorafgaand aan het nemen van het besluit. Volgens dit wetsartikel mag ook geregeld worden dat de raad in geen enkel geval een zienswijze kan indienen over voorgenomen besluiten van het bestuur. Het SALD is een uitvoeringsorganisatie en de gemeenschappelijke regeling is een beleidsarme regeling. Om die reden ligt de behoefte aan het uitbrengen van zienswijzen over voorgenomen besluiten minder voor de hand. De mogelijkheid om een zienswijze uit te brengen over de ontwerpbegroting en in het geval van een wijziging van de regeling bij bijvoorbeeld toetreding of uittreding van deelnemers staat reeds in de wet. Voorgesteld wordt om een tweede lid op te nemen waarin wordt bepaald dat de raden geen zienswijze naar voren kunnen brengen over voorgenomen besluiten van het bestuur voor zover de wet of deze regeling niet anders bepaalt.

Overzicht Was-Wordt-Toelichting 2e wijziging Gemeenschappelijke regeling SALD Was Wordt

Toelichting Volgens artikel 10, lid 7 van de Wgr moet een gemeenschappelijke regeling bepalingen inhouden over de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling worden betrokken. Volgens dit wetsartikel mag ook geregeld worden dat ingezetenen en belanghebbenden niet worden betrokken. Burgerparticipatie ligt meer voor de hand bij het bepalen van het beleid. De beleidskeuzes liggen bij de deelnemende gemeenten. Daarom wordt voorgesteld in de regeling op te nemen dat geen participatie van ingezetenen/belanghebbenden plaatsvindt met betrekking tot de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid volgens deze regeling tenzij die participatie bij of krachtens wet is vereist. Voorgesteld wordt om een derde lid aan dit artikel toe te voegen waarin wordt bepaald dat ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden niet worden betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling.

Overzicht Was-Wordt-Toelichting 2e wijziging Gemeenschappelijke regeling SALD Was Wordt Artikel 9 Inlichtingenplicht 1. Het bestuur verstrekt aan de raden en colleges de door hen gevraagde inlichtingen. 2. Het bestuur geeft aan de raden en de colleges ongevraagd alle inlichtingen die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door hem gevoerde en te voeren beleid. 3. Een lid van het bestuur geeft het college dat hem heeft aangewezen als lid in het bestuur, gevraagd en ongevraagd inlichtingen over het door hem in het bestuur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie gevoerde beleid. 4. Het eerste en tweede lid zijn van toepassing onverminderd het bepaalde in artikel 169 van de Gemeentewet.

Artikel 9 Inlichtingenplicht 1. (Ongewijzigd) Lid 2 wordt aangevuld en komt te luiden als volgt: 2. Het bestuur geeft aan de raden en de colleges ongevraagd alle inlichtingen die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door hem gevoerde en te voeren beleid. Het bestuur informeert de raden schriftelijk en tenminste eenmaal per half jaar over het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid. 3. (Ongewijzigd) 4.(Ongewijzigd)

Toelichting In artikel 17 van de Wgr staat een algemene informatieverplichting voor het bestuur van de GR: het moet de raden van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle inlichtingen verstrekken die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. In de GR moet worden vastgelegd op welke wijze de inlichtingen worden verstrekt. Het huidige artikel 9 bevat een inlichtingenplicht, maar daarin wordt niet bepaald op welke wijze de inlichtingen worden verstrekt. In de voorgestelde wijziging van artikel 9 wordt in lid 2 opgenomen dat de informatieverstrekking schriftelijk en tenminste eenmaal per half jaar plaatsvindt.

Overzicht Was-Wordt-Toelichting 2e wijziging Gemeenschappelijke regeling SALD Was Wordt Artikel 18 Begroting 1. Het begrotingsjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december. 2. Het bestuur stuurt de ontwerpbegroting voor het volgende jaar tenminste acht weken vóór de vaststelling en uiterlijk 15 april naar de deelnemende gemeenten. 3. De raden kunnen binnen acht weken na de datum van toezending zoals bedoeld in het tweede lid, hun zienswijze over de ontwerpbegroting kenbaar maken bij het bestuur. 4. Het bestuur stelt de begroting vast vóór 15 juli en stuurt de vastgestelde begroting binnen twee weken na de vaststelling, en in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten.

Artikel 18 Begroting 1. (Ongewijzigd) 2. Het bestuur stuurt de ontwerpbegroting voor het volgende jaar tenminste twaalf weken vóór vaststelling en uiterlijk 15 april naar de deelnemende gemeenten. 3. De raden kunnen binnen twaalf weken na de datum van toezending zoals bedoeld in het tweede lid, hun zienswijze over de ontwerpbegroting kenbaar maken bij het bestuur. 4. Het bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 5. Het bestuur stelt de begroting vast en stuurt de vastgestelde begroting binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten.

Toelichting De gewijzigde Wgr voorziet in een verandering van de planning- en control-cyclus, met name de begrotingscyclus. Het gaat hier om een bindende regeling. Artikel 18 is in overeenstemming gebracht met de regeling in de Wgr.

Overzicht Was-Wordt-Toelichting 2e wijziging Gemeenschappelijke regeling SALD Was Wordt

Toelichting

Artikel 19 Jaarrekening 1. Het bestuur zendt vóór 15 april de voorlopige jaarrekening over het verstreken jaar aan de raden. 2. De raden kunnen binnen acht weken na de datum van toezending zoals bedoeld in het eerste lid, bij het bestuur een zienswijze over de voorlopige jaarrekening kenbaar maken bij het bestuur. 3. Het bestuur stelt de jaarrekening vast vóór 1 juli. 4. Het bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, en in ieder geval vóór 15 juli aan gedeputeerde staten.

Artikel 19 Kadernota en jaarrekening 1. Het bestuur zendt vóór 30 april de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening over het verstreken jaar aan de raden. 2. De raden kunnen binnen acht weken na de datum van toezending zoals bedoeld in het eerste lid, bij het bestuur een zienswijze over de voorlopige jaarrekening kenbaar maken bij het bestuur. 3. Het bestuur stelt de jaarrekening vast vóór 1 juli. 4. Het bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, en in ieder geval vóór 15 juli aan gedeputeerde staten.

Artikel 19 is in overeenstemming gebracht met artikel 34b van de Wgr. Volgens dat artikel stuurt het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, naar de raden van deelnemende gemeenten.

Artikel 20 Verordeningen financieel beleid 1. Met betrekking tot de onderwerpen, zoals bepaald in de artikelen 212 en 213 Gemeentewet zijn de betreffende verordeningen van de faciliterende gemeente van overeenkomstige toepassing. 2. De legesverordening van de faciliterende gemeente is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 20 Financieel beleid 1. Op het financieel beleid, het financieel beheer, de inrichting van de financiële organisatie en de controle daarop zijn de artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 2. Het bestuur stelt de financiële regels vast die vereist zijn om aan het in het eerste lid bepaalde te kunnen voldoen. 3. De legesverordening van de faciliterende gemeente is van overeenkomstige toepassing.

De inhoud van de financiële verordeningen van de faciliterende gemeente blijken niet toepasbaar op deze gemeenschappelijke regeling. Daarom wordt artikel 20 gewijzigd en wordt daarin geregeld dat het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie de financiële regels vaststelt om te voldoen aan het bepaalde in artikel 212 en 213 van de Gemeentewet. Lid 1 en 2 van dit artikel worden gewijzigd. Het huidige lid 2 wordt vernummerd naar lid 3.

In de huidige regeling wordt niet gerept over de kadernota. Dat een kadernota naar de raad wordt gestuurd vloeit rechtstreeks voort uit de wet. Dat geldt ook de jaarrekening en de begroting. Voor de leesbaarheid wordt de wettelijke regeling met betrekking tot de planning- en control-cyclus in zijn geheel overgenomen in de regeling.

Overzicht Was-Wordt-Toelichting 2e wijziging Gemeenschappelijke regeling SALD Was Wordt Artikel 24 Uittreding 1. Een deelnemend college kan uittreden door toezending van een daartoe strekkend besluit van dat college aan het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie. Bij het besluit om uit te treden wordt het raadsbesluit om toestemming te verlenen voor die uittreding overgelegd. 2. Tenzij het bestuur anders bepaalt, kan uittreding niet eerder plaatsvinden dan op 31 december van het jaar volgend op het jaar waarin het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie van het besluit tot uittreding zoals bepaald in het eerste lid in kennis is gesteld. 3. Het financiële nadeel dat de bedrijfsvoeringsorganisatie lijdt als gevolg van de uittreding, wordt inclusief de hierdoor eventueel ontstane wachtgeldverplichtingen, als uittreedsom bij de uittredende gemeente in rekening gebracht. 4. Voor de vaststelling van het financiële nadeel zoals bedoeld in het derde lid, wordt door de bedrijfsvoeringsorganisatie en het uittredende college gezamenlijk advies gevraagd aan een onafhankelijke externe deskundige. Het advies van deze deskundige is voor partijen bindend. De kosten voor het inschakelen van de deskundige zijn voor rekening van de uittredende gemeente.

Artikel 24 Uittreding 1. (Ongewijzigd) 2. (Ongewijzigd) 3. Het financiële nadeel dat de bedrijfsvoeringsorganisatie lijdt als gevolg van de uittreding, wordt als uittreedsom bij het uittredende college in rekening gebracht. 4. Bij het bepalen van het financiële nadeel dat de bedrijfsvoeringsorganisatie lijdt als gevolg van de uittreding worden betrokken: de directe kosten en de reële toekomstige schade voor de regeling en de overige deelnemers als gevolg van het uittreden van een deelnemend college. Tot deze kosten behoren in ieder geval alle wachtgeldverplichtingen, frictiekosten en desintegratiekosten. Voor het vaststellen van toekomstig financieel nadeel geldt een overbruggingsperiode van drie jaar. 5. Kosten die het uittredende college maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van het uittredende college. De kosten die niet direct kunnen worden toegerekend aan het uittredende college, worden naar rato berekend.

Toelichting Volgens de Wgr houdt de regeling bepalingen in over de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van uittreding waaronder bepalingen over de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon en de deelnemende gemeenten. Dit betekent dat in de regeling wordt vastgelegd welke afspraken moeten worden gemaakt over de gevolgen van de uittreding. Met de voorgestelde tekst wordt op hoofdlijnen bepaald hoe wordt gekomen tot het bedrag van de uittreedsom en hoe wordt omgegaan met het vermogen van de bedrijfsvoeringsorganisatie bij uittreding.

Overzicht Was-Wordt-Toelichting 2e wijziging Gemeenschappelijke regeling SALD Was Wordt 6. De uittreedsom wordt verminderd met het aandeel van het deelnemende college in het vermogen per 31 december van het jaar waarop het college uittreedt en op grond van de kostenverdeelsleutel zoals bedoeld in artikel 17 van de gemeenschappelijke regeling. 7. Voor de vaststelling van het financiële nadeel zoals bedoeld in het derde lid, wordt door de bedrijfsvoeringsorganisatie en het uittredende college gezamenlijk advies gevraagd aan een onafhankelijke externe deskundige. Het advies van deze deskundige is voor partijen bindend. De kosten voor het inschakelen van de deskundige zijn voor rekening van de uittredende gemeente.

Toelichting

Overzicht Was-Wordt-Toelichting 2e wijziging Gemeenschappelijke regeling SALD Was Wordt Hoofdstuk 9 Evaluatie, overgangs- en slotbepalingen Artikel 28a Evaluatie Het bestuur evalueert deze regeling eenmaal per vier jaar.

Artikel 30 Bekendmaking en toezending De faciliterende gemeente draagt zorg voor toezending van de regeling aan Gedeputeerde Staten en de bekendmaking van de regeling.

Artikel 30 Bekendmaking De faciliterende gemeente draagt zorg voor de bekendmaking van de regeling.

Toelichting

Volgens artikel 11a van de Wgr houdt de regeling bepalingen in over de evaluatie van de regeling. Dat kan ook een bepaling zijn dat er niet geëvalueerd wordt. Een beperkte evaluatie ligt voor de hand. Met name om stil te staan bij het functioneren van de regeling. Daarom wordt voorgesteld artikel 28a op te nemen. Volgens artikel 26 van de Wgr maakt de gemeente die daartoe bij de regeling is aangewezen de gemeenschappelijke regeling bekend in het eigen gemeenteblad. Voorheen kende de Wgr het voorschrift om de gemeenschappelijke regeling toe te zenden aan Gedeputeerde Staten en de gemeenschappelijke regeling bekend te maken in de Staatscourant. Artikel 30 van de regeling is aangepast aan artikel 26 van de Wgr.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=c244abe4-19ea-4cb8-9b9e-8a84d219aa26