CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Algemene toelichting wijziging GR VGGM versie augustus

Gemeenteraad 7 november 2024, gemeente DoesburgBij agendapunt: Toestemmingsprocedure wijziging GR VGGM3.748 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting op gewijzigde “Gemeenschappelijke Regeling Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden 2025” In verband met de wijziging van de Wet Gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is het noodzakelijk de “Gemeenschappelijke Regeling Veiligheids-en Gezondheidsregio Gelderland-Midden” (hierna: de regeling) te actualiseren. De wetgever heeft bepaald dat de regeling uiterlijk per 1 juli 2024 dient te zijn aangepast aan de Wgr. In deze notitie wordt een toelichting gegeven op de belangrijkste wijzigingen in voorliggende ontwerpregeling VGGM 2025. Kleinere (technische) wijzigingen zijn opgenomen in de “was/wordt lijst”.

Inleiding De Wgr maakt (publiekrechtelijke) samenwerking mogelijk tussen provincies, gemeenten en/of waterschappen. De regeling Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) betreft een zogenaamde “verplichte” gemeenschappelijke regeling. Met de gewijzigde wet beoogt de wetgever de betrokkenheid van gemeenteraden bij het bestuur van een samenwerkingsverband te verbeteren. Zo introduceert de gewijzigde Wgr extra mogelijkheden en instrumenten voor raden om hun kaderstellende en controlerende rol beter in te vullen. Aangezien samenwerkingsverbanden verschillend van aard zijn, hebben gemeenschappelijke regelingen ruimte om de gewijzigde Wgr op een eigen manier toe te passen. De raden van deelnemende gemeenten bepalen hoe ze met de nieuwe mogelijkheden omgaan. VGGM heeft de volgende uitgangspunten gehanteerd bij de wijziging van de regeling: 1. In de regeling worden zo min mogelijk teksten opgenomen die ook al staan in andere weten regelgeving, tenzij dit de leesbaarheid van de regeling niet ten goede komt. Wel kan de regeling verwijzingen bevatten naar deze wet- en regelgeving. 2. De nieuwe regeling is zodanig algemeen beschreven wordt dat de regeling toekomstbestendig is en zo min mogelijk hoeft te worden gewijzigd. 3. De wijzigingen die betrekking hebben op het extra instrumentarium van raden worden afgestemd met griffiers en raden.

Hiertoe is afstemming met griffiers in maart 2023 een tweetal bijeenkomsten georganiseerd om een beeld op te halen hoe de aanwezigen raadsleden aankeken tegen het nieuwe instrumentarium in relatie tot VGGM. Ten aanzien van de uitwerking van het nieuwe instrumentarium uit de gewijzigde Wgr heeft in maart 2023 een regionale bijeenkomst plaatsgevonden waarin met raadsleden is gesproken over de nadere uitwerking van het nieuw instrumentarium. In onderstaande tabel wordt aangegeven hoe deze uitwerking is vormgegeven in de ontwerpregeling.

Nieuwe instrumentarium raad met wijziging Wgr 1. Adviescommissies instellen De mogelijkheid om per gemeenschappelijke regeling een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen

Verwerking in regeling VGGM

2. Zienswijzen uitbreiden Voor zwaarwegende besluiten binnen een gemeenschappelijke regeling. Er moet aangewezen worden voor welke besluiten een zienswijze-procedure geldt. 3. Actieve informatieplicht Er moet worden vastgelegd op welke wijze de gemeenschappelijke regeling invulling geeft aan een actieve informatieplicht richting raden. Dit is een plicht over alles wat er binnen de gemeenschappelijke regeling speelt. Niet beperkt tot te nemen besluiten. 4. Participatie inwoners en belanghebbenden Er moet worden vastgelegd op welke wijze inwoners en belanghebbenden betrokken worden bij voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. 5. Evaluatieverplichtingen Er moet een bepaling zijn over evaluatie van de regeling. 6. Uittredingsregeling De bepalingen rondom uittreding worden aangescherpt, het is niet meer voldoende te volstaan met een bepaling dat het Algemeen Bestuur gevolgen van een uittreding regelt.

Uitgewerkt in artikel 13 van de regeling

Niet opgenomen in de regeling. Een adviescommissie kan overigens wel op enig moment worden geïnitieerd op verzoek van de betrokken raden. Dit staat los van het wel of niet opnemen in de regeling.

Uitgewerkt in artikel 26 van de regeling. Het algemeen bestuur stelt een informatieprotocol vast waarin hieraan nadere uitwerking wordt gegeven.

Uitgewerkt in artikel 14 van de regeling

Uitgewerkt in artikel 36 van de regeling De wetgever lijkt zich bij de uittredingsregeling vooral te richten op vrijwillige regelingen. De Veiligheidsregio’s zijn echter verplichte regelingen. Van uittreden of opheffen is daarom geen sprake. Uitzondering is een gemeentelijke herindeling waarbij het grondgebied van een Veiligheidsregio verandert of een situatie waarbij de wetgever kiest voor een andere regio-indeling. In dat geval volgt uit de Wvr de verplichting om een nieuwe regeling te treffen. Om toch tegemoet te komen aan de verplichting tot het opnemen van een uittredingsregeling, is artikel 39 toegevoegd.

8. Aanpassing begrotingscyclus Aanpassingen van de termijnen voor kadernota, ontwerpbegroting en begroting zodat de cyclus van een regeling beter aansluit op die van gemeenten.

De artikelen in hoofdstuk X zijn aangepast in overeenstemming met de nieuwe termijnen.

Tabel 1: uitwerking nieuw instrumentarium Wgr in ontwerpregeling VGGM

Algemene toelichting op de ontwerp- gemeenschappelijke regeling VGGM 2025 HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN In artikel 14 van de Wet Publieke Gezondheid (Wpg) en in artikel 9 van de Wet Veiligheidsregio’s (Wvr) is bepaald dat de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die behoren tot een regio een gemeenschappelijke regeling treffen voor het instellen van een openbaar lichaam die namens deelnemende gemeenten uitvoering geeft aan wettelijk vastgelegde taken op deze taakvelden. De rol van de gemeenteraden is volgens de Memorie van Toelichting als volgt

weergegeven: Allereerst dienen de gemeenteraden van de verschillende gemeenten op grond van artikel 1, tweede lid WGR toestemming te geven voor het treffen of wijzigen van een gemeenschappelijke regeling. Daarnaast kan de raad kaders stellen en is de controlerende taak van de raad geborgd via de planning- en controlcyclus. De burgemeester legt als lid van het algemeen bestuur verantwoording af aan de gemeenteraad. De belangen t.a.v. veiligheid en gezondheid als het gaat om de uitvoering van taken, blijven ondergebracht in één gemeenschappelijke regeling. Wens is om de verschillende bestuurlijke verantwoordelijkheden duidelijker te onderscheiden, daarbij aansluitend bij de verschillende bestuurlijke verantwoordelijkheden binnen de colleges. Bij de vorming van VGGM uit haar rechtsvoorganger Hulpverlening Gelderland Midden is door het toenmalige bestuur de wens uitgesproken om het takenpakket beschreven in de regeling niet op te knippen in twee regelingen: één voor de veiligheidsregiotaken en één voor de GGD-taken. In andere regio’s was dat wel het geval. De achtergrond van deze keuze daarbij was dat er schaalvoordelen zijn voor met name de bedrijfsvoering en dat beleidsmatig gezien er raakvlakken zijn tussen zorg en veiligheid. Vanuit deze historische context is de huidige regeling vormgegeven.

In 2022 en 2023 is door het bestuur gesproken over de verbetering van een aantal knelpunten als het gaat om de governance van de organisatie. Hierbij is opnieuw gesproken over de reikwijdte van de gemeenschappelijke regeling. Het bestuur, als vertegenwoordigers van de colleges van deelnemende gemeente, hecht aan het behoud van het brede takenpakket wat nu in de regeling VGGM is beschreven. De meerwaarde hiervan is gelegen in de mogelijkheid om: 1. bij crises organisatorisch snel op te kunnen schalen en af te stemmen; 2. op het gebied van de bedrijfsvoering synergievoordelen te realiseren; 3. op thematische onderdelen, zoals bijvoorbeeld de inrichting van de leefomgeving, beleidsmatige samenhang te realiseren tussen veiligheid en gezondheid. T.a.v. het realiseren van synergievoordelen op het gebied van bedrijfsvoering is geconstateerd dat er schaalvoordelen te behalen zijn maar dat het in een complexe organisatie als VGGM ook mogelijk is juist nadeel te ondervinden. Bijvoorbeeld als een afdeling HRM moet werken met vier verschillende cao’s. Daarom is het van belang de bedrijfsvoering zodanig in te richten dat aandacht is voor de verschillen binnen de onderdelen van VGGM. Centraal waar het moet, decentraal waar het kan.

Tevens is geconstateerd, kijkend naar met name de ervaringen met de bestrijding van de Covid-19 pandemie, dat het voor de crisisbeheersing behulpzaam is dat GGD en Veiligheidsregio in één organisatie zitten. Korte lijnen maken de afstemming makkelijker en er kon vanuit andere onderdelen hulp worden geboden aan het onderdeel GGD.

HOOFDSTUK 2 BELANGEN, TAKEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN Artikel 3 Belangen Op grond van artikel 10 van de Wgr vermeldt de regeling het belang of de belangen ter behartiging waarvan de regeling is getroffen. Onder belang kan worden verstaan het beleidsterrein waarop wordt samen gewerkt, waardoor het werkgebied van de gemeenschappelijke regeling wordt afgebakend. Artikel 4 en 5 Taken en verantwoordelijkheden Er wordt een onderscheid gemaakt naar wettelijke taken en aanvullende (plus)taken. De uitvoering en financiering van aanvullende (plus)taken wordt geregeld in dienstverleningsovereenkomsten. In beginsel vallen alle taken op het gebied van veiligheid onder het basistakenpakket. Ten aanzien van de taken op het gebied van publieke gezondheid wordt een onderscheid gemaakt tussen basistaken en plustaken (of maatwerk). In artikel 5 wordt de grondslag voor de wettelijk overgedragen taken benoemd. Overigens heeft de wetgever tevens enkele verantwoordelijkheden bij wet rechtstreeks toegekend aan de commandant van de brandweer en aan de directeur publieke gezondheid.

Artikel 8 Klachtenafhandeling Hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht regelt de Klachtbehandeling. Dit hoofdstuk legt het recht vast voor burgers op een onafhankelijke behandeling van bestuursorganen. Deze is ook van toepassing op de bestuursorganen van alle gemeenschappelijke regelingen. De gemeenschappelijke regelingen vallen van rechtswege onder de Nationale Ombudsman tenzij in de gemeenschappelijke regeling zelf wordt aangegeven dat externe klachten behandeld worden via een ombudsvoorziening. Deze mogelijkheid is opgenomen in de regeling, maar er wordt (nu) géén verdere uitwerking aan gegeven. HOOFDSTUK III – VII ORGANEN Artikel 9 In dit artikel worden de verschillende bestuursorganen benoemd. Deze worden uitgewerkt in de daarop volgende hoofdstukken IV (algemeen bestuur), V (dagelijks bestuur), VI (voorzitter) en VII (commissies) Artikelen 10 en 11 Artikel 10 beschrijft dat ingevolge artikel 11, eerste lid van de Wet Veiligheidsregio het algemeen bestuur bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten. Omdat het lidmaatschap van het algemeen bestuur is gekoppeld aan de functie van burgemeester, is de zittingstermijn niet gebonden aan een termijn. Het lidmaatschap eindigt bij beëindiging van het burgemeesterschap.

Vervanging van leden van het algemeen bestuur vindt, gelet op de gedachte van verlengd lokaal bestuur, plaats conform de vervangingsregels in artikel 77 en 78 van de Gemeentewet. Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van het openbaar lichaam. Vanuit deze positie neemt het algemeen bestuur alle besluiten die betrekking hebben op de behartiging van het belang van de regeling en de uitoefening van de bevoegdheden van het openbaar lichaam, tenzij deze bij wet of deze regeling aan een ander orgaan (dagelijks bestuur, voorzitter of commissies) zijn toegekend. Artikel 11, lid 6 De wet Toelating zorginstellingen stelt eisen aan een onafhankelijk toezicht op het bestuur van de ambulancezorg. Daartoe is artikel 11b toegevoegd die daar nadere invulling aan geeft. De wet stelt specifieke eisen aan het toezicht en het bestuur op de ambulancezorg. Dit betekent dat bepaalde besluiten (genoemd in artikel 15, tweede lid van de Wet Ambulancezorgvoorziening) goedkeuring behoeven van het Algemeen Bestuur. Deze bevoegdheid van het Algemeen Bestuur is wettelijk toegewezen aan het Algemeen Bestuur en kan daarmee niet worden overgedragen aan een bestuurscommissie. Artikel 12 Besluitvorming In de regeling is een nieuwe werkwijze opgenomen ten aanzien van gewogen stemming omdat de werkwijze uit de oude regeling strijdig is met de wet ingevolge artikel 14, derde lid van de Wgr.

In de praktijk is, sinds het bestaan van VGGM en haar rechtsvoorganger HGM, nimmer sprake geweest van een stemming over de begroting of jaarrekening. De Wgr (artikel 14 lid 3) schrijft voor dat het DB (zowel in aantal leden als in de stemverhouding) in het AB geen meerderheid mag vormen. Dat is in de huidige samenstelling wél het geval bij besluiten met een gewogen stemming. Door wijziging van de samenstelling van het DB is het denkbaar dat dit probleem zich vanzelf oplost maar het is ook heel goed mogelijk dat dit niet zo is. Daarom is overwogen óf een andere gewogen besluitvorming op te nemen in de GR óf de gewogen besluitvorming geheel te schrappen (waarbij dus voor alle stemmingen geldt dat elke gemeente één stem heeft). Gekozen is voor een andere gewogen stemverhouding. Bij toepassing van de nieuwe verdeling kan een DB bestaande uit 4 leden (incl. voorzitter) nooit een meerderheid in het AB vormen. Bij een DB bestaande uit 5

leden is dit nog wel mogelijk. Dit betekent dat het AB bij de benoeming van DB leden daar rekening mee moet houden. Op grond van de Wgr is het niet toegestaan dat de gemeenschappelijke regeling een bepaling bevat die de voorzitter een doorslaggevende stem geeft bij stakende stemmen. In artikel 11 vijfde lid van de Wvr is echter opgenomen dat bij het staken van de stemmen de stem van de voorzitter de doorslag geeft. Artikel 13 Zienswijzen In de Wgr is opgenomen dat in de regeling moet worden bepaald voor welke besluiten verplicht een zienswijzeprocedure – bij de raden– moet worden doorlopen. Op grond van de Wgr was het al zo dat voor de begroting een zienswijzeprocedure wordt gevolgd. De gewijzigde Wgr maakt het mogelijk om zo’n procedure ook voor andere zwaarwegende besluiten te volgen, zoals besluiten met een aanzienlijk financieel belang, politiek gevoelige besluiten of beleidsmatige keuzes. In de regeling is opgenomen dat het algemeen bestuur hierover besluit. Een aantal zienswijzen volgen uit andere wettelijke verplichtingen zoals de zienswijze op de begroting, het wijzigen van deze regeling, het instellen van commissies en het besluiten tot oprichting van deelneming in andere entiteiten. Binnen VGGM is het historisch zo gegroeid dat ook de resultaatbestemming aan de gemeenteraden wordt aangeboden voor een zienswijze. Dit kent geen wettelijke grondslag.

Artikel 14 Participatie De Wgr stelt aanvullende verplichtingen over de wijze waarop ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling betrokken worden. Tijdens de bijeenkomst met raadsleden in maart 2023 is door aanwezigen raadsleden de wens uitgesproken dat VGGM als uitvoeringsorganisatie zoveel mogelijk aansluiting zoekt bij het participatiebeleid in de gemeenten. Die werkwijze zal worden gevolgd, tenzij er sprake is van eigen beleid van VGGM. In de regeling is opgenomen dat het algemeen bestuur de participatie t.a.v. eigen beleid vastlegt in een participatieregeling. Artikel 15 Samenstelling dagelijks bestuur Het bestuur heeft in 2023 de wens uitgesproken de taken en rollen van de verschillende bestuursorganen duidelijker van elkaar te onderscheiden. Voor wat betreft het dagelijks bestuur is aangegeven dat de focus van het dagelijks bestuur minder ligt bij de inhoud van de verschillende beleidsvelden en meer ligt bij de bedrijfsvoering.

Tevens is aangegeven dat het aantal DB leden lager mag zijn (passend bij de taken die belegd zijn bij het DB), dat lidmaatschap voor onbepaalde tijd niet wenselijk is om afwisseling te bevorderen en dat de eerder opgenomen geografische spreiding mag verdwijnen omdat het belang van goede competentie en ervaring op het gebied van bedrijfsvoering prevaleert boven het belang van geografische spreiding. Wettelijk is bepaald dat het DB bestaat uit de voorzitter en minimaal 2 leden uit het Algemeen Bestuur. Daarnaast is het mogelijk een lid toe te voegen aan het DB die niet afkomstig is uit het AB. Dat kan alleen als er sprake is van een “aanmerkelijk belang” en dat is bij VGGM het geval omdat VGGM niet alleen een veiligheidsregio maar ook een gezondheidsregio is. Om enige flexibiliteit te houden, is in de nieuwe regeling opgenomen dat er drie leden uit het AB worden benoemd als DB lid. Bij de benoeming van een derde lid uit het AB als DB lid, dient het AB rekening te houden met het gestelde bij artikel 12 van de regeling.

Artikel 16 Werkwijze De bevoegdheden van het dagelijks bestuur vloeien voort uit artikel 33b Wgr. Het dagelijks bestuur kan daarbij een portefeuilleverdeling maken of bevoegdheden in mandaat opdragen aan de algemeen directeur of andere functionarissen (art 10:3 Awb). Hoofdstuk VI Voorzitter Op de voorzitter is het Besluit rechtspositie voorzitters veiligheidsregio’s van toepassing. Op basis van artikel 11, tweede lid Wvr, wordt de voorzitter van de veiligheidsregio benoemd, geschorst en ontslagen bij koninklijk besluit op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid. Er is niet voor gekozen de aanwijzing van de voorzitter van de veiligheidsregio aan de regio zelf over te laten. De positie van de voorzitter van de veiligheidsregio’s brengt mee dat de mogelijkheid dient te bestaan de voorzitter te ontslaan. In de AMvB “Besluit rechtspositie voorzitters veiligheidsregio’s” zijn nadere regels gesteld over de rechtspositie van de voorzitter. Hoofdstuk VII Commissies Artikel 24 van de Wgr regelt in het eerste lid dat het algemeen bestuur van een openbaar lichaam commissies van advies kan instellen. Artikel 22 van de Gemeentewet is daarbij van overeenkomstige toepassing.

Hierin is bepaald dat de instelling vaste commissies van advies aan het dagelijks bestuur of de voorzitter eveneens geschiedt door het algemeen bestuur, maar dan op voorstel van het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter. Andere commissies van advies aan het dagelijks bestuur of de voorzitter worden door het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter ingesteld. Op grond van artikel 25 van de Wgr kan het algemeen bestuur ook commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen, indien althans de regeling in deze mogelijkheid voorziet. Dit zijn de zogenaamde bestuurscommissies. Indien het algemeen bestuur van deze mogelijkheid gebruik wenst te maken is daarvoor (per in te stellen bestuurscommissie) voorafgaande toestemming van de raden van elk der deelnemende gemeenten vereist. In voorkomend geval dient het algemeen bestuur de bevoegdheden en de samenstelling van een dergelijke commissie te regelen. In de ontwerp regeling VGGM 2024 is opgenomen dat er twee bestuurscommissies wordt ingesteld: één bestuurscommissie Veiligheid (bestaande uit burgemeesters) en één commissie Gezondheid (bestaande uit wethouders).

In het concept “Instellingsbesluit bestuurscommissies VGGM” is uitgewerkt welke bevoegdheden worden overdragen en is de werkwijze van de bestuurscommissies geregeld, waarbij vanzelfsprekend de bevoegdheden op het gebied van veiligheid aan de bestuurscommissie Veiligheid worden overgedragen en de bevoegdheden op het gebied van gezondheid aan de bestuurscommissie Gezondheid. Op deze overdracht zijn de bepalingen over delegatie in Afdeling 10.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Daaruit volgt dat het algemeen bestuur bij het delegeren van de bevoegdheden beleidsregels, oftewel instructies, kan geven aan de bestuurscommissie over de uitoefening van de gedelegeerde bevoegdheden. Het gaat dan niet om concrete gevallen, maar om instructies die algemeen gelden bij de uitoefening van de bevoegdheden in de bestuurscommissies. Dat kan in het Instellingsbesluit bestuurscommissies worden opgenomen, maar dat kan ook op een later moment. Naast de instructiemogelijkheid geeft de Algemene wet bestuursrecht aan dat de bestuurscommissies inlichtingen dienen de geven als daarom door het algemeen bestuur wordt verzocht.

Bij de aanbieding van het ontwerp- wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling VGGM is het ontwerp-instellingsbesluit voor deze commissies (Instellingsbesluit bestuurscommissies VGGM) toegevoegd waarbij de raden in de gelegenheid zijn gesteld wensen en bedenkingen te uiten over dit ontwerp-instellingsbesluit. Deze procedure heeft niet geleid tot inhoudelijke wensen en bedenkingen waarmee het instellingsbesluit ongewijzigd kan worden vastgesteld door het algemeen bestuur VGGM. Verhoudingen op het gebied van informatie en verantwoording tussen de verschillende bestuursorganen, te weten het algemeen bestuur, de bestuurscommissies, het dagelijks bestuur, de colleges en de gemeenteraden. Het algemeen bestuur kan aan een bestuurscommissie bevoegdheden van het algemeen bestuur overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. Het algemeen bestuur kan in ieder geval niet overdragen de bevoegdheid tot: a. het vaststellen van de begroting of van de jaarrekening, bedoeld in artikel 34 Wgr; b. het heffen van rechten, bedoeld in artikel 30, eerste lid, sub a Wgr; c. het vaststellen van verordeningen door strafbepaling of bestuursdwang te handhaven. Aanvullend is in het Instellingsbesluit Bestuurscommissies VGGM opgenomen dat ook de bevoegdheden genoemd in artikel 11 derde lid van de regeling niet worden overgedragen.

Daarbij gaat het onder andere om het besluit om deel te nemen aan een stichting, het vaststellen van het (meerjaren)beleidsplan en het wijzingen van regelingen. De bestuurscommissie legt verantwoording af aan het algemeen bestuur, omdat die zijn bevoegdheden heeft gedelegeerd. Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording schuldig richting het eigen college en de raad van de eigen gemeente over de aan de bestuurscommissies overgedragen bevoegdheden. Een lid van een bestuurscommissie legt geen verantwoording af aan het college of de raad van zijn gemeente, maar alleen aan het algemeen bestuur. De bestuurscommissies kunnen hun overgedragen bevoegdheden slechts uitoefenen binnen de door het algemeen bestuur vastgestelde kaders, waaronder de financiële kaders in de vastgestelde begroting. Ten aanzien van de vergadering van een commissie waaraan bevoegdheden van het algemeen bestuur zijn overgedragen is artikel 22, derde, vierde en vijfde lid Wgr van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van door het algemeen bestuur vastgestelde nadere regels. Dit betekent dat de vergaderingen van de bestuurscommissie in beginsel openbaar zijn. De voorbereiding en uitvoering van besluiten van het algemeen bestuur is in artikel 33b Wgr een bevoegdheid van het dagelijks bestuur.

In lijn daarmee wordt, nu de beslissingen van het algemeen bestuur zijn overgedragen aan de bestuurscommissies, de voorbereiding uitvoering van besluiten van de bestuurscommissies eveneens bij het dagelijks bestuur neergelegd. Dat past ook bij de rol die het dagelijks bestuur in het nieuwe governance toebedeeld is, namelijk de verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering. Het algemeen bestuur kan besluiten en andere, niet-schriftelijke beslissingen gericht op enig rechtsgevolg van een door hem ingestelde commissie vernietigen. Het algemeen bestuur kan zijn bevoegdheid tot schorsing overdragen aan het dagelijks bestuur. Ten aanzien van de vernietiging van niet-schriftelijke beslissingen gericht op enig rechtsgevolg zijn de afdelingen 10.2.2. en 10.2.3. van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

HOOFDSTUK VIII Inlichtingen, verantwoording en ontslag De artikelen 16 en 17 van de Wgr schrijven voor dat een gemeenschappelijke regeling bepalingen bevat over het verstrekken van informatie en het afleggen van verantwoording en de wijze waarop dit gebeurd. Daarbij gaat het zowel om de informatie- en verantwoordingsplicht binnen de gemeenschappelijke regeling (de relatie tussen het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur) als om de informatie- en verantwoordingsplicht van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de raden van de deelnemende gemeenten. Een verzoek om inlichtingen te verschaffen en/of verantwoording af te leggen kan uitsluitend worden geweigerd op de gronden vermeld Wet open overheid. In artikel 26 van de regeling is opgenomen dat de nadere uitwerking hiervan wordt geregeld in een informatieprotocol. HOOFDSTUK X FINANCIËLE BEPALINGEN

In artikel 32 zijn gewijzigde termijn opgenomen als genoemd in de gewijzigde Wgr. Op verzoek van enkele gemeenten is dit artikel opgenomen dat de “algemene en financiële kaders” voor de begroting eerder worden aangeboden dan wettelijk is bepaald. Hierbij worden de raden in gelegenheid gesteld een zienswijze uit te brengen.

HOOFDSTUK XII EVALUATIE, TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING

Een gemeenschappelijke regeling dient een regeling te bevatten omtrent de toetreding en uittreding (artikel 9 Wgr). Op basis van artikel 9 van de WVR moeten de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die behoren tot een regio als bedoeld in artikel 8 van die wet een gemeenschappelijke regeling treffen. Dit betekent dat een gemeente alleen kan toetreden tot of uittreden uit een gemeenschappelijke regeling als de verdeling van de gemeenten in regio’s wordt gewijzigd. In dat geval zijn de gemeenten waarop de wijziging betrekking heeft zelfs verplicht om over te gaan naar een andere regeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=a1c16bcb-176a-4f99-a764-ea01f3453d8f