CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2b - Oplegger scenario's

Gemeenteraad 20 februari 2025, gemeente DoesburgBij agendapunt: Verdieping varianten bestuurlijke opschaling3.557 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Handvatten voor scenariokeuze Doesburg 22 oktober 2024

1.

Vooraf: toelichting op de opzet van deze notitie Inleiding Op 17 oktober hebben we een werksessie met de gemeenteraad gehad over de toekomstscenario’s voor Doesburg en de aandachtspunten daarvoor. Dit op basis van het bestuurskrachtonderzoek en de uitkomsten van de inwonersconsultatie die raadsleden enkele dagen eerder onder embargo hadden ontvangen. In deze notitie werken we mogelijke toekomstscenario’s voor Doesburg en aandachtspunten verder uit.

Doel Deze notitie biedt de gemeenteraad van Doesburg handvatten bij het gesprek over een scenariokeuze. De notitie schetst de aandachtspunten waarvan de onderzoekers verwachten dat ze behulpzaam zijn om het gesprek over scenario's goed te voeren. De aandachtspunten zijn omwille van de leesbaarheid en toegankelijkheid iets anders geordend dan in het rapport en ook samengevat. Bovendien zijn de aandachtspunten aangevuld en aangescherpt op basis van de inbreng van de raadsleden tijdens de werksessie op 17 oktober. Vanzelfsprekend staat het raadsleden vrij om in het gesprek over de toekomstscenario’s nog meer en andere argumenten toe te voegen. De onderzoekers geven in dit document geen toekomstadvies. Het is aan de raad als gekozen volksvertegenwoordiging om de uiteindelijke afweging te maken.

Opzet en leeswijzer In deze notitie werken we de drie scenario’s uit die de gemeenteraad van Doesburg zelf geselecteerd heeft als mogelijke toekomstscenario's voor Doesburg:

In deze notitie geven we eerst een kort beeld van de drie toekomstscenario’s, inclusief de vervolgstappen die daarvoor gezet kunnen worden (A). Vervolgens lichten we de vijf aandachtspunten voor de scenario’s toe (B). Deze komen uit het bestuurskrachtonderzoek en de werksessie van 17 oktober. Vervolgens laten we in een tabel zien wat de vijf aandachtspunten voor de drie scenario’s kunnen betekenen (C).

2.

A. Drie toekomstscenario’s en vervolgstappen Tijdens de eerste raadswerksessie op 3 juli 2024 hebben we samen met de gemeenteraad besproken welke toekomstscenario’s voor Doesburg Necker mee moest nemen in haar bestuurskrachtonderzoek. Deze toekomstscenario’s zijn definitief vastgesteld door de raadswerkgroep op 8 juli 2024. Het gaat om de onderstaande drie scenario’s. Hieronder lichten we toe hoe Necker deze scenario's heeft gehanteerd in de vergelijking in het onderzoek en ook in deze notitie.

1.1 Scenario: Bestuurlijke schaalvergroting Doesburg is met één of meerdere andere gemeenten samengegaan om één nieuwe gemeente te vormen. De nieuwe gemeente heeft vermoedelijk een andere naam. Ze heeft één bestuur en één ambtelijke organisatie. De nieuwe gemeente werkt samen met inwoners, bedrijven en organisaties aan de opgaven en uitdagingen in het hele gemeenteoppervlak en in alle woonkernen. Ook hanteert ze één dienstverleningsconcept en een manier om nabijheid te organiseren, zowel ambtelijk als bestuurlijk. De voorzieningen worden ook vanuit het geheel beschouwd en er wordt gekeken welke voorzieningen behouden kunnen blijven. Bij dit scenario is de keuze voor een bestuurlijke schaalvergroting buiten of binnen de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (vanaf nu: GMR) relevant. Doesburg zit qua samenwerkingsverbanden hoofdzakelijk in de GMR. Een keuze voor bestuurlijke schaalvergroting buiten de GMR heeft ontvlechting van die samenwerkingsverbanden tot gevolg. Dit heeft organisatorische consequenties, want voor ‘ontvlechte’ taken moet een nieuwe manier van uitvoering worden gezocht en georganiseerd. Ook zijn er financiële consequenties, omdat Doesburg uittredingsvergoedingen moet betalen aan de samenwerkingsverbanden die ze verlaat. Een keuze voor bestuurlijke schaalvergroting binnen de GMR is veel minder ingrijpend qua ontvlechting.

Wel moet Doesburg bepalen hoe het in de toekomst met de opgave toerisme wil omgaan die ze nu samen met Achterhoekse gemeenten oppakt. Bij een bestuurlijke schaalvergroting krijgen de betreffende gemeenten een incidentele uitkering van het Rijk (uit het gemeentefonds) voor frictiekosten. Dat zijn de kosten die ontstaan door de samenvoeging van gemeenten (maar waarin de hierboven genoemde uittredingskosten uit gemeenschappelijke samenwerkingsverbanden niet zijn inbegrepen). De vaste uitkering uit het gemeentefonds verandert ook, naar rato van het inwonertal van de nieuwe gemeente. Als de nieuwe gemeente daarbij een bepaalde inwonersgrens passeert, kán het zo zijn dat dit meer is dan de gemeenten voor het samengaan los van elkaar kregen. Vervolgstappen Er is in dit scenario sprake van gemeentelijke herindeling, waarop de wet Algemene regels herindeling (arhi) van toepassing is. Het daadwerkelijke herindelingsproces start wanneer de betrokken gemeenteraden een herindelingsontwerp vaststellen. Dit herindelingsontwerp wordt na de terinzagelegging omgezet in een herindelingsadvies aan de minister van BZK, dat ook door de raden wordt vastgesteld. Voor de bouwstenen en stappen van een herindelingsproces verwijzen wij verder naar het Handboek gemeentelijke herindeling.

De hieronder beschreven stappen schetsen het verloop tot aan ‘Principebesluit II’ waarmee de gemeenteraad aan B&W opdracht geeft om een herindelingsontwerp op te gaan stellen: a. Principebesluit I: dit besluit volgt uit de behandeling van het bestuurskrachtrapport en de uitkomst van de verkenning van het college. De vorm van dit besluit zal in dit scenario mogelijk zijn: “het college de opdracht te geven het samengaan van Doesburg met gemeente(n) x (en x) te onderzoeken.” Idealiter formuleert de gemeenteraad hierbij aandachtspunten die in ieder geval in

3.

dat onderzoek moeten worden meegenomen. Eventueel benoemt de gemeenteraad wat de rol is van Doesburgers in het verdere proces. b. Nader onderzoek: in deze stap verkent Doesburg met de gemeente(n) waarmee herindeling gewenst wordt wat de mogelijkheden zijn. Het ‘Principebesluit I’ incl. aandachtspunten is hiervoor de onderlegger. In het onderzoek wordt de eerdere verkenning van het college verder verdiept, zodat een beeld ontstaat dat de gemeenteraad van Doesburg en andere betrokken raden nodig hebben om te komen tot ‘Principebesluit II’. c. Principebesluit II: met dit besluit spreken de betrokken gemeenteraden een voornemen tot herindeling uit en krijgen de colleges van B&W de opdracht om een herindelingsontwerp op te stellen. Het principebesluit is een (bij voorkeur gelijkluidend) besluit van de betrokken gemeenteraden dat vier elementen bevat: o dat de gemeente tot herindeling wil overgaan o in welke samenstelling (met wie) de gemeente wil herindelen o wanneer de beoogde datum van herindeling is o hoe de gemeente de herindelingsprocedure wil inrichten

1.2 Scenario: Ambtelijke samenwerking op weg naar een bestuurlijke schaalvergroting Doesburg heeft het besluit genomen om in de toekomst samen te gaan met één of meerdere andere gemeenten. Met deze gemeenten deelt Doesburg één ambtelijke organisatie. De betreffende gemeenten houden in de tussentijd hun eigen bestuur. Deze besturen worden alle door één organisatie bediend. De opgaven en belangen van de afzonderlijke gemeenten worden gewogen door de verschillende gemeenteraden, waarbij tegelijk – op weg naar herindeling – ook steeds het gedeelde belang wordt gezocht. Het streven is erop gericht om steeds meer samen te doen: één dienstverleningsconcept bijvoorbeeld. En ook steeds meer één beeld van de opgaven en uitdagingen in het gebied en van de inwoners, bedrijven en organisaties van de toekomstige gemeente. Als het even kan, wordt er zelfs al gekeken naar het gezamenlijke voorzieningenniveau van die toekomstige gemeente en wat dit betekent voor behoud en investering in huidige voorzieningen. In de titel van dit scenario voegden we bewust ‘op weg naar een bestuurlijke schaalvergroting’ toe. Dit omdat de gemeenteraad in de raadsvergadering van 29 mei 2024 ingestemd heeft met het voorstel van het college om een stip op de horizon te zetten voor bestuurlijke schaalvergroting voor Doesburg.

Ook bij dit scenario van ambtelijke samenwerking is de keuze binnen of buiten de GMR relevant. Hoewel de samenwerkingsverbanden van de verschillende gemeenten vóór bestuurlijk samengaan formeel nog verschillend kunnen zijn (er zijn immers nog twee of meer gemeenten), zou dit wel extra complexiteit opleveren en de voordelen van ambtelijk samenwerken op dit punt teniet doen. Dit brengt ons op twee zeer relevante afhankelijkheden bij dit scenario, die we vooraf en apart noemen, omdat ze uniek zijn voor scenario 2: • Hoe minder bindend de keuze van bestuurlijk samengaan is, hoe kwetsbaarder het scenario: in dit scenario is het de vraag op welke wijze en met welke ‘bindendheid’ de gemeenteraad van Doesburg en de toekomstige partnergemeente(n) het besluit nemen om daadwerkelijk bestuurlijk samen te gaan. Bij een vrijblijvende ‘stip op de horizon’ is de kans groter dat de besturen hun eigen belangen houden en minder commitment aan de toekomstige nieuwe gemeente hebben. Dat brengt de ambtelijke organisatie in een spagaat met alle complexiteit en inefficiënties die daarbij horen. Dat kan afbreuk doen aan het draagvlak voor bestuurlijk samengaan. De uiterste consequentie daarvan kan zijn (en die ruimte wordt geboden als de 'stip op de horizon’ te vrijblijvend wordt gezet) dat een of meerdere van de betreffende gemeenten toch niet meer wil opschalen. Zou Doesburg die

4.

•

gemeente zijn, dan straalt dat af op de betrouwbaarheid van Doesburg en schaadt dat haar kansen voor samenwerking in de toekomst. Hoe langer de situatie van ambtelijk samenwerken duurt, op weg naar daadwerkelijk bestuurlijk samengaan, hoe kwetsbaarder dit scenario: zou in dit scenario het daadwerkelijke samengaan te ver in de toekomst liggen (bijvoorbeeld meer dan drie jaar), dan dreigt een vergelijkbare dynamiek als hierboven geschetst, ook als er wel een hard besluit tot samengaan is gemaakt. Ook dan kan het zijn dat de deelbelangen van de afzonderlijke gemeenten te veel ruimte krijgen. Ook hier kan dat leiden tot een ambtelijke spagaat, complexiteit, inefficiëntie en afnemend draagvlak. En financieel geldt dat voor de duur van het voortbestaan van de gemeente Doesburg niet bespaard wordt op bestuur, wat financiële maatregelen op een ander vlak vraagt.

Het is in dit scenario dus zaak om een heel duidelijk, bindend besluit te nemen waarin ook de termijn van bestuurlijk samengaan goed afgewogen en omschreven is. Vervolgstappen In dit scenario gelden dezelfde stappen als in scenario 1. Daarnaast moeten de gemeenten ook afspraken maken over hoe de ambtelijke samenwerking alvast vorm gaat krijgen. De vorm van de ambtelijke samenwerking moet dan ook onderdeel zijn van het verdere onderzoek: a. Principebesluit I: zoals in scenario 1, met als extra aandachtspunt de passende of gewenste vorm van ambtelijke samenwerking. b. Nader onderzoek: zoals in scenario 1, plus een component die ingaat op de ambtelijke samenwerking die aan bestuurlijk samengaan voorafgaat. c. Principebesluit II: zoals in scenario 1, maar al met een uitgewerkt (implementatie)plan van de ambtelijke organisatie en onderlinge afspraken tussen de gemeenten daarover.

1.3 Scenario: Doesburg vindt geen opschalingspartner en blijft zelfstandig Doesburg heeft geen opschalingspartner gevonden en blijft daarom een zelfstandige gemeente met één bestuur en een eigen ambtelijke organisatie. De kwetsbaarheden die in het bestuurskrachtonderzoek gesignaleerd zijn, blijven en verergeren vanwege financiële en personele druk en taken die op gemeenten af blijven komen. De gemeente moet harde keuzes maken om te bepalen hoe ze de opgaven en uitdagingen in het gebied en van haar inwoners, bedrijven en organisaties wil oppakken. Dit zonder dat ze daarvoor goed toegerust is en terwijl de ruimte om zelf keuzes te maken afneemt, ook vanwege toezicht vanuit de provincie. In de titel van dit scenario voegden we bewust ‘vindt geen opschalingspartner’ toe. Dit omdat de gemeenteraad in de raadsvergadering van 29 mei 2024 ingestemd heeft met het voorstel van het college om een stip op de horizon te zetten voor bestuurlijke schaalvergroting voor Doesburg. Vervolgstappen Dit scenario kent geen vervolgstappen zoals in scenario's 1 en 2. Tegelijk zijn er ook in dit scenario zeker wel stappen om te zetten, omdat de kwetsbaarheden waar Doesburg nu tegenaan loopt om actie vragen.

De meer strategische vervolgstappen die bij scenario 3 horen zijn bijvoorbeeld het onder één richting brengen van de onderliggende samenwerkingsverbanden, het meer investeren in maatschappelijke en regionale partnerschappen en het meer strategisch kijken naar de vraagstukken die op Doesburg afkomen. Deze vervolgstappen vragen echter om capaciteit en inzet die op dit moment niet voorhanden zijn.

5.

B. Vijf aandachtspunten voor het gesprek over de toekomstscenario’s Wat zijn belangrijke aandachtspunten om mee te nemen wanneer Doesburg het gesprek voert over de toekomstscenario’s? De onderzoekers hebben voor de zeven thema’s van het bestuurskrachtonderzoek in kaart gebracht wat de aandachtspunten per scenario zijn. Deze zijn te vinden aan het einde van de themahoofdstukken in het bestuurskrachtrapport. De raadsleden hebben tijdens de raadswerksessie op 17 oktober deze aandachtspunten aangevuld en verscherpt. Daarbij legden de raadsleden vooral de nadruk op het belang van lokale nabijheid, het belang van voorzieningen en het belang van regionale samenwerking. Als we de rode lijn van de aandachtspunten uit het bestuurskrachtonderzoek en de aanvullingen vanuit de raad samenvatten, zien we vijf aandachtspunten om mee te nemen in het gesprek over de toekomstscenario’s: 1. Opgaven en visie Doesburg moet in ieder toekomstscenario kijken in hoeverre ze invulling kan (blijven) geven aan haar opgaven. Dit betekent daarop de beste match vinden met (een) mogelijke partner(s). Die kan gelegen zijn in eenzelfde opgavenprofiel (een partner met dezelfde belangen) of juist een verschillend profiel (waardoor een sterkte een zwakte aanvult).

Maar of het opgavenprofiel nu overeenkomst of verschilt, in beide gevallen is het van belang dat er een gedeelde visie is op het aangaan van de uitdaging. De volgende opgaven zijn in het bestuurskrachtonderzoek benoemd: voorzieningen (zie 2); lokale nabijheid (zie 3) en samenspel raad-college; organisatiekracht; dienstverlening; wonen; sociaal domein; economie, toerisme en cultuur; duurzaamheid (energietransitie en klimaatadaptatie). 2. Voorzieningenniveau Doesburg moet in ieder toekomstscenario kijken in hoeverre ze voor haar belangrijke voorzieningen kan behouden en in hoeverre ze gebruik kan maken van voorzieningen in andere gemeente(n). Dit vraagt om overzicht en inzicht in (gebruik van) de voorzieningen in Doesburg en (de) mogelijke partner gemeente(n). 3. Nabijheid Doesburg moet in ieder toekomstscenario kijken in hoeverre ze nabijheid voor haar inwoners kan (blijven) waarmaken. Het gaat dan om twee invullingen van nabijheid: lokale democratie dichtbij de inwoners, en de ambtenaren dichtbij de inwoners. Dit vraagt om een inschatting van hoe (een) mogelijke partnergemeente(n) naar dit thema kijken. 4. Regionale samenwerking Doesburg moet in ieder toekomstscenario kijken in hoeverre ze regionale samenwerkingen effectief kan invullen.

In de toekomst zal Doesburg (of de toekomstige gemeente) de samenwerkingen meer in één richting moeten zoeken om hierin krachtiger en effectiever te zijn. Daarbij dienen ook ontvlechtingskosten als mogelijke kosten- of investeringspost te worden meegewogen. 5. Financieel perspectief Doesburg moet voor ieder toekomstscenario inschatten wat het financiële perspectief is op korte termijn en op lange termijn. Naast de elementen die in het rapport genoemd zijn (en die worden vermeld in de tabel onder C) kan ook gedacht worden aan: kostenontwikkeling in het sociaal en fysiek domein en in de organisatie, besparing door harmonisatie, de ontwikkeling van lokale lasten en de ontwikkeling van exploitatie- en investeringsruimte

6.

C. Aandachtspunten voor het gesprek over toekomstscenario’s Hieronder vatten we in een tabel samen wat de vijf aandachtspunten betekenen voor de drie toekomstscenario’s. Bestuurlijke schaalvergroting

1. Opgaven en visie Doesburg moet kijken wat de opgaven en visie zijn van mogelijke partner(s), en daarin de beste match vinden. De beste match kan betekenen dat de opgaven van Doesburg en de mogelijke partner overeenkomen. Er is dan herkenning en de kans is groot dat er een soortgelijke prioriteit aan de opgaven gegeven wordt. Dat gebeurt minder snel wanneer een gemeente de opgaven niet of in mindere mate heeft. Maar de beste match kan ook een partner betekenen die een kwaliteit heeft die Doesburg niet heeft en dus compenserend kan zijn. 2. Voorzieningenniveau Doesburg kan kijken welke voorzieningen ze in Doesburg zelf wil behouden en welke voorzieningen mogelijke partner(s) hebben. Daarbij kan Doesburg ook de eigen ‘parels’ en ondergrens markeren, wanneer het gaat om de voorzieningen in de nieuwe gemeente. Bestuurlijke schaalvergroting kan namelijk aan de ene kant betekenen dat voorzieningen die Doesburg wil behouden verdwijnen, omdat de voorziening al bij een van de partners te vinden is. Aan de

Ambtelijke samenwerking op weg naar een bestuurlijke schaalvergroting

Doesburg vindt geen opschalingspartner en blijft zelfstandig

Ook in dit scenario moet Doesburg kijken wat de opgaven en visie van mogelijke partner(s) zijn en daarin de beste match vinden. Dat is in dit scenario wel lastiger, omdat er verschillende besturen blijven bestaan die hun eigen visie, opgaven en visie op de opgaven hebben. Dit element speelt een grotere rol hoe verder weg en/of onbepaalder het moment van schaalvergroting is. Het is aan te raden bij potentiële partner(s) te kijken of samen al een slag te maken is op bedrijfsvoerings- en uitvoeringszaken, vooruitlopend op bestuurlijke eenheid

Doesburg moet kijken hoe ze haar opgaven en visie kan realiseren in een kwetsbare en verslechterende situatie en hoe ze in de regio kan samenwerken op haar opgaven. Dit is lastig, aangezien het Doesburg momenteel ontbreekt aan strategisch vermogen op zowel opgaven als samenwerken in de regio. In dit scenario moet dus gekeken worden hoe Doesburg dit alsnog kan realiseren. Dat kan bijvoorbeeld door het prioriteren van bepaalde opgaven ten koste van andere opgaven.

Ook in dit scenario moet Doesburg kijken welke voorzieningen ze in Doesburg zelf wil behouden en welke voorzieningen mogelijke partner(s) hebben. Hoewel Doesburg in dit scenario nog een periode zelfstandig blijft, kan namelijk nog steeds vanuit effectiviteit en efficiëntie gekeken worden of voorzieningen gecombineerd of afgeschaald kunnen worden. In dit scenario zal echter eerder sprake zijn van concurrentie dan bij direct bestuurlijk opschalen: de

Doesburg moet bepalen welke voorzieningen ze wil behouden en daarop inzetten. Op de lange termijn is het behoud van alle voorzieningen namelijk niet realistisch.

7.

andere kant kunnen Doesburg en partner(s) bij een bestuurlijke schaalvergroting ook de gecombineerde voorzieningen strategischer inzetten en kan Doesburg voorzieningen die ze zelf niet heeft, toevoegen aan haar voorzieningenaanbod. Het kan zijn dat er in de nieuwe situatie meerdere (maatschappelijke) samenwerkingspartners van gemeenten actief blijken te zijn op een voorziening. De betrokken gemeenten moeten bepalen of en hoe dat voor de toekomst wenselijk is. 3. Nabijheid Doesburg moet kijken hoe zij nabijheid kan blijven realiseren. De lokale democratie kan namelijk op wat meer afstand van de Doesburgers komen te staan: er is geen Doesburgse raad en bestuur meer. Ook de afstand tot de gemeentelijke organisatie kan vergroten: niet alle ambtenaren zullen meer vanuit Doesburg werken en werken niet alleen meer voor Doesburg. Doesburg kan kijken naar de mogelijkheid van dorps- en wijkraden en naar de mogelijkheid om een gemeentelijke werklocatie open te houden. 4. Regionale samenwerking Doesburg moet een keuze maken of ze binnen of buiten de GMR gaat opschalen. Als Doesburg ervoor kiest om binnen de GMR op te schalen, moet ze een keuze maken of ze toerisme en recreatie ook onderbrengt bij de GMR of de samenwerking met de achterhoek voortzet. Als Doesburg buiten de GMR opschaalt, moet ze zich

partnergemeenten blijven vooralsnog zelfstandig en zullen eerder hun eigen voorzieningen willen behouden dan als er al sprake is van een bestuurlijk samengaan. Dit concurrentiegevoel zal sterker zijn als het moment van opschalen nog verder weg en/of onbepaald is.

De nabijheid van bestuur en raad blijft voorlopig. Doesburg moet wel kijken hoe zij de nabijheid van de gemeente kan blijven realiseren door daar bijvoorbeeld afspraken over te maken met partner(s). Bij het samengaan van ambtelijke organisaties deelt Doesburg de ambtenaren namelijk met partner(s) en kan de keuze gemaakt worden om ambtenaren minder of niet alleen voor Doesburg in te zetten.

De nabijheid van bestuur, raad en organisatie blijft. Tegelijkertijd neemt de ambtelijke organisatie af in slagkracht en zal er mogelijk minder tijd en ruimte zijn voor het directe contact met inwoners. Doesburg moet kijken hoe ze ook dan de nabijheid voor Doesburgers kan realiseren.

Ook in dit scenario moet Doesburg een keuze maken of ze binnen of buiten de GMRpartner(s) zoekt. Daarbij moet Doesburg zich er bewust van zijn dat strategische slagkracht in de regio lastiger is dan in het scenario van bestuurlijke opschaling, omdat besturen met hun eigen belangen blijven bestaan. Ook hier geldt dat dit sterker zal zijn

Doesburg moet kijken hoe ze alsnog regionaal slagkrachtig kan opereren. Op dit moment ontbreekt het Doesburg namelijk aan mensen en strategisch vermogen om te investeren in regionale samenwerkingen, terwijl Doesburg die samenwerkingen wel steeds meer nodig heeft in een steeds nijpender wordende situatie. Doesburg kan

8.

voorbereiden op veel ontvlechtingswerk en de kosten die daarmee gepaard kunnen gaan. 5. Financieel perspectief Voor Doesburg zal de financiële gezondheid van een mogelijke partner van belang zijn in haar keuze. Tegelijk kan Doesburg dat zelf niet inbrengen en zal de nieuwe gemeente sowieso keuzes moeten maken. Incidentele extra Rijksmiddelen voor opschaling zijn immers gericht op frictiekosten. Bij de financiële keuzes zijn de opgaven van Doesburg relevant (zie aandachtspunt 1): Doesburg moet samen met partner(s) kijken in welke opgaven ze investeren. Ook hier kan het dus mogelijk zijn om voor een partner te kiezen die dezelfde visie en opgaven heeft of juist een kwaliteit waaraan het Doesburg ontbreekt. Bepaalde kosten komen in dit scenario te vervallen: zoals de kosten voor het in standhouden van het bestuur.

als het moment van opschalen nog verder weg en/of onbepaald is.

regionaal samenwerken prioriteren en erop investeren, maar dat gaat dan wel ten koste van andere opgaven.

Ook in dit scenario moeten Doesburg en haar partner(s) keuzes maken waar de financiën in geïnvesteerd worden om de oplopende tekorten op te vangen. Ook hier geldt dat dit lastiger is hoe verder weg en/of onbepaalder het opschalingsmoment is: besturen zullen dan eerder geld willen investeren in zaken die voor hun gemeente belangrijk zijn in plaats van voor de opgeschaalde gemeente van de toekomst. En hoe langer de periode tot bestuurlijk opschalen duurt, hoe meer Doesburg op andere kosten dan het bestuur (dat er gedurende die periode nog steeds is) moet besparen.

Doesburg moet pijnlijke maatregelen nemen om de begroting de komende jaren sluitend te maken. Doesburg moet rekening houden met verdere bezuinigingen, lastenverhoging en een zwaarder toezichtregime van de provincie.

9.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=ca32759e-c777-41de-95a7-7e64a81dc9d7