CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - MGR Meerjarenbegroting 2025-2028

Gemeenteraad 29 mei 2024, gemeente DoesburgBij agendapunt: MGR Jaarstukken 2023, begrotingswijziging 2024 en begroting 2025 e.v.18.030 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Niet gevonden in dit document.

Op de begroting van het WSP is geen ruimte om structureel middelen op te nemen voor ontmoetingen en evenementen met werkgevers en werkzoekenden. Dat vraagt om creativiteit en samenwerking met gemeenten en andere partners om evenementen te kunnen blijven organiseren. Te denken valt aan het op locatie van een gemeente organiseren van een ontmoeting. We blijven inzetten op netwerken, ontwikkelen van vakmanschap en deskundigheidsbevordering. Deels is dit in de begroting van de MGR opgenomen, maar ook hierin zoeken we naar samenwerking met en aansluiting bij (regionale) partners waardoor de kosten beperkt kunnen blijven. Projecten waaraan het WSP vanuit het jaarplan 2024 van de arbeidsmarktregio een bijdrage levert zijn: - Beschut Werk - HARRIE-trainingen en intervisiebijeenkomsten - matchingstafel - buses for jobs - stage- en banenfestival specifiek voor jongeren van VSO/Pro- en Entree-onderwijs. Deze activiteiten worden gefinancierd uit regionale middelen. Daarnaast wordt deelgenomen aan overlegtafels zoals bij het RMT. Arbeidsmarktinfrastructuur Vanaf 2023 wordt vanuit de regio gewerkt aan het mede ontwikkelen van de landelijke kaders en de regionale implementatie van de nieuw te vormen Regionale Werkcentra. De verwachting is dat eind 2024/begin 2025 de contouren hiervan bekend zijn en onderzocht kan gaan worden welke werkvorm het best passend is voor onze arbeidsmarktregio.

Voor het WSP zal deze zich enerzijds toespitsen op het behouden en uitbreiden van werkgeverscontacten; met name bij werkgevers die inclusie hoog in het vaandel dragen. Daarbij zal de nadruk steeds meer komen te liggen op: • het faciliteren van de ontmoeting tussen werkgevers en werkzoekenden; • het acteren als adviseur van werkgevers bij het vinden van de juiste oplossingen voor HR-problemen in brede zin en; • het ondersteunen van werkgevers bij de inzet van instrumenten, voorzieningen en subsidies. Anderzijds zal hierbij de samenwerking met de gemeenten en de zichtbaarheid bij gemeenten en onze belangrijkste partners van belang blijven. Deze samenwerking en zichtbaarheid wordt nu in de vorm van subregionale dienstverlening al vormgegeven, maar zal zich verder intensiveren. Daarbij richten we ons steeds meer op het laten aansluiten van de dienstverlening van het WSP op de ambities die gemeenten geformuleerd hebben. Hierdoor ontstaat een nauw samenspel en een intensieve samenwerking.

25

•

•

•

•

• •

Uitgangspunt in de relatie met de negen deelnemende gemeenten is dat gemeenten en WSP directe samenwerkingspartners zijn die gezamenlijk met andere partijen/partners van gemeenten verantwoordelijk zijn voor het uitstroomresultaat binnen de gemeente. Met UWV is de relatie tweeledig: Het team WSP-UWV is onderdeel van de WSP-organisatie in Midden-Gelderland. Daarnaast is de werkzoekendendienstverlening van UWV, gelijk aan onze gemeentelijke partners de partij waar bemiddelbare kandidaten vandaan komen. Binnen het WSP heeft het team WSP-UWV de focus op de werkzoekendendienstverlening van UWV en WSP-gemeenten op die van gemeenten. Ook Scalabor is een belangrijke partner van het WSP. Nagenoeg alle kandidaten van de gemeente Arnhem starten het traject naar werk via Scalabor. Bemiddeling van werkfitte kandidaten wordt in afstemming met Scalabor door beide partijen uitgevoerd. Ook voor andere opdrachtgevers verzorgt Scalabor ontwikkeltrajecten. Samen met de bemiddelaars van Scalabor en andere re-integratiepartners wordt voor deze kandidaten gezocht naar de best passende werkplek. Op regionaal niveau zijn er nauwe banden met het Netwerkteam van waaruit de uitvoering van projecten in het kader van de regionale strategische agenda worden opgestart.

Te denken valt hierbij ook aan de contacten met het Regionaal Mobiliteitsteam en de aanpak van werkloze jongeren en vroegtijdig schoolverlaters waarvoor het WSP onder meer de Matchingstafel organiseert. Werkgeverscontacten worden onder meer onderhouden via de ondernemersverenigingen die in de negen gemeenten bestaan en via VNO-NCW. Met de Stichting Inclusief Midden-Gelderland zijn nauwe banden om het netwerk van inclusieve werkgevers in de arbeidsmarktregio te vergroten.

Op welke wijze gaat de module invulling geven aan (burger)participatie? Hoe en met welk doel? In het kader van de SUWI-afspraken is een landelijke monitor ontwikkeld om de werkgeverstevredenheid te meten en hier benchmarkgegevens uit te kunnen halen. De indicator op werkgeverstevredenheid is 7,5.

Activiteiten

Wat willen we bereiken? Doelstelling op vacaturevervulling en plaatsingen Het team WSP-gemeenten heeft met de gemeenten afgesproken om met name kwalitatieve resultaatafspraken te maken op onder meer het gebied van samenwerking/partnership, vacaturevervulling en plaatsingen. De aantallen worden uiteraard wel gemonitord en gerapporteerd. Prestatie-indicatoren Voor WSP-gemeenten wordt de verantwoording van de resultaatafspraken vormgegeven tijdens de kwartaalgesprekken met gemeenten en in het halfjaarbericht en jaarverslag aan de Bestuurscommissie. - Aansluiting op ambities gemeenten: in onze gesprekscyclus met gemeenten halen wij op welke ontwikkelingen zich voordoen in de werkzoekendendienstverlening en hoe wij hier onze bijdrage aan kunnen leveren, zodat we maximaal aansluiten op de gemeentelijke ambities. De focus voor 2024 ligt vooral op aanbodgericht werken, aansluiten op de lokale arbeidsmarkt, het stimuleren van samenwerking met andere gemeentelijke partijen en de contacten met Economische Zaken/ de bedrijfscontactfunctionaris.

Participatie - WSP

Wie zijn onze partners en hoe betrekken we onze partners bij het bereiken van onze doelstellingen?

26

Vacaturevervulling: in aansluiting hierop zijn we met gemeenten in gesprek over een andere benadering van de taakstelling op vacaturevervulling. De prestaties op deze KPI zijn immers ook afhankelijk van het aantal werkfitte kandidaten/werkzoekenden dat door ketenpartners wordt aangemerkt en in beeld is gebracht. Met de deelnemende gemeenten zijn afspraken gemaakt over het transparant maken van het arbeidspotentieel. Aanvullend hierop willen wij voor 2024 toewerken naar een prestatie-indicator gericht op het percentage bedrijven in Midden-Gelderland dat actief door het WSP benaderd is. Met behulp van deze informatie kan vanaf 2025 een ambitie vastgelegd worden waarop gestuurd gaat worden.

Participatie - WSP

-

Wat gaan we daar voor doen? Ambities WSP Midden-Gelderland De gezamenlijke ambitie van het WSP Midden-Gelderland is door de managers van het WSP voor het voetlicht gebracht tijdens de heidag van 30 augustus 2023: • Focus op core business: WSP is als strategisch partner een gids voor werkgevers en draagt bij aan het bij elkaar brengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. • Uitwerking geven aan de drempelloze klantreis: WSP werkt nauw samen met de verschillende disciplines van UWV en op subregionaal niveau met gemeenten met als resultaat een hogere klanttevredenheid en hogere uitstroom. • Vakmanschap en deskundigheidsbevordering: WSP organiseert zes keer per jaar een kennissessie voor de eigen medewerkers. Focus WSP Midden-Gelderland Het WSP Midden-Gelderland geeft werkgevers een compleet pakket aan dienstverlening. Hierbij staat de vraag van werkgevers centraal. In de dienstverlening heeft WSP een aantal focuspunten: • Preventie en baanbehoud: we bevorderen duurzame inzetbaarheid van werknemers en baanbehoud bij werkgevers en beperken daarmee instroom in een uitkering. Dit doen we onder andere door het stimuleren van een “leven lang ontwikkelen” in samenwerking met het Leerwerkloket en het inzetten op nazorg en begeleiding op de werkplek. • Inclusieve arbeidsmarkt: we richten ons op aan het werk helpen van mensen die normaal gesproken niet zo makkelijk aan het werk komen.

We bestendigen onze relatie met inclusieve werkgevers en vergroten dit netwerk. We stimuleren hen voor deze groep werkzoekenden ruimte te maken binnen hun bedrijf door te adviseren over gebruik van voorzieningen en financiële ondersteuning. • Maatwerk: we hebben binnen de dienstverlening vanuit de bedoeling oog voor de menselijke maat en maatwerk. Wanneer onze dienstverlening knelt, kijken we of er andere mogelijkheden zijn, bijvoorbeeld door aanbodgericht te werken. Hierbij stemmen we ook af met andere afdelingen van gemeenten en UWV. • Drempelloze klantreis: we stellen de ervaring vanuit klantperspectief en de gewenste dienstverlening centraal, zodat werkzoekenden en werkgevers een zo soepel mogelijk proces ervaren tussen het WSP, gemeenten en/of UWV. • Intensiveren samenwerking Klant & Service (K&S) en Arbeidsjuridische Dienstverlening (AJD) van UWV en Economische Zaken van gemeenten: we trekken samen op met de accountmanagers van grote werkgevers van K&S en de consulenten van de AJD, zodat we werkgevers een completere dienstverlening kunnen bieden. We trekken samen op met de bedrijfscontactfunctionarissen van gemeenten. Dit leidt ertoe dat EZ en WSP samen nieuwe ondernemers in de regio bezoeken waardoor deze sneller op weg geholpen worden; ook op het gebied van werkgeversdienstverlening.

27

Ontmoetingen en evenementen WSP Midden-Gelderland heeft voor 2024 regionale middelen aangevraagd om voor werkgevers en werkzoekenden evenementen en ontmoetingen te organiseren. Bij werkgevers stimuleren wij hiermee dat zij steeds inclusiever gaan werken, waardoor met name mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt meer kansen krijgen op duurzaam werk. Door het WSP zijn hierover de volgende afspraken gemaakt: • Eén keer per kwartaal wordt een evenement georganiseerd gericht op de brede doelgroep van het WSP. Daarbij wordt per kwartaal een specifiek thema extra aandacht gegeven. Bij deze evenementen worden ook andere partners, zoals bijvoorbeeld het Leerwerkloket, betrokken. • Naast de kwartaalevenementen organiseren we kleinere “ontmoetingen” in de vorm van banenmarkten, meet & greets en op een branche, werkgever of doelgroep gerichte activiteiten. Deze kleinere events worden vanuit één van de WSP-teams geïnitieerd. • In de communicatie wordt het campagne-denken ingezet, waardoor ieder kwartaal een eigen “kleur en invulling” krijgt. • Gewerkt wordt met een digitale eventkalender die gepubliceerd wordt op de website van het WSP. Andere partners kunnen hierop ook eigen events aandacht geven.

28

De begroting van het WSP neemt in 2024 toe met € 367.000, en daalt in 2025 met € 153.000 ten opzichte van 2024. Deze schommeling wordt veroorzaakt door de regionale opdrachten.

Participatie - WSP

Wat gaat het kosten?

Toelichting: 1. Personeelslasten nemen in 2024 toe met € 183.000: - In 2024 houden we rekening met circa € 140.000 aan personeelslasten voor regionale opdrachten. - Vaste invulling van de formatie voor het steunpunt SROI valt goedkoper uit dan de huidige externe invulling (€ 13.000). - De resterende ontwikkeling bestaat uit loonkostenindexatie. 2. Uitvoeringslasten vallen in 2024 € 218.000 hoger uit dan de primaire begroting: - Deze stijging wordt volledig veroorzaakt door de regionale opdrachten. Deze regionale opdrachten zijn niet zeker, en daarom niet begroot in 2025. - In 2025 houden we rekening met licentiekosten voor werving- en selectiesoftware (€ 45.000). 3. Overheadlasten vallen in 2024 € 33.000 lager uit: - In verband met synergievoordeel door de nieuwe samenwerkingsmodule RFZ en een verlengde dienstverleningsovereenkomst voor de P&F diensten ontstaat een besparing op de indirecte overhead. - Het WSP verhuist in 2024 naar een kleinere en passender huisvesting. Hierdoor ontstaat een kleine besparing in 2024, rekening houdend met implementatiekosten. In 2025 is er geen sprake van implementatiekosten, en is er sprake van een structurele verlaging van overheadkosten. 4.

Baten bestaan uit bijdragen van deelnemende gemeenten en bijdragen voor regionale opdrachten: - Gemeentelijke bijdragen blijven in 2024 gelijk aan de primaire begroting; de loonkostenindexatie wordt gecompenseerd door de hierboven genoemde besparing op overhead. In 2025 stijgen de gemeentelijke bijdragen. Enerzijds als gevolg van indexatie, anderzijds omdat overige baten, waarmee structurele salariskosten gedekt worden, niet zeker zijn. Overige baten bestaan in 2024 uit: onder andere de Harrie-trainingen, de Matchingstafel, het regionaal verbindingsproject statushouders en een budget voor evenementen. Deze baten zijn voor 2025 niet zeker.

29

Omgeving

Wat zijn de verwachte ontwikkelingen? In 2020 is de dienstverlening én het gekozen construct met een scheiding tussen het formeel werkgeverschap (MGR) en materieel werkgeverschap (Scalabor) voor de eerste keer geëvalueerd. De afspraken tussen Scalabor, gemeenten en de MGR zijn, na een verkennend onderzoek met ingang van 2022 gecontinueerd voor de periode 2022 – 2025 (met een opzegtermijn van twaalf maanden). Eind 2024 moet derhalve iedere individuele gemeente een besluit genomen hebben over de voortzetting van de afspraken en de voorwaarden die daarvoor gelden. Hetzelfde geldt voor de MGR en voor Scalabor.

Participatie - WgSW

Module Werkgeverschap SW-medewerkers

Op verzoek van het RPO heeft de MGR begin 2024 de taak op zich genomen om onderzoek te doen naar de mate van tevredenheid bij partijen en te komen tot een voorstel voor de toekomst vanaf 1 januari 2026. Inhoudelijke vraagstukken die met de evaluatie beantwoord moeten worden, hebben betrekking op: • tevredenheid met de huidige werkwijze zowel vanuit de gemeenten, de MGR als Scalabor (directie en medewerkers); • de financiële effecten van het continueren van afspraken; • de effecten/uitwerking van andere ontwikkelingen vanuit de Participatiewet; • de looptijd waarover gemeenten afspraken willen maken. Uitkomsten van het onderzoek richten zich op: • de inhoud van de afspraken tussen gemeenten en Scalabor en, inherent daaraan, tussen de MGR en Scalabor; • de looptijd van de nieuwe afspraken c.q. de termijn die gehanteerd wordt voor het bijgestelde aanwijzingsbesluit en de daarbij behorende regeling. In lijn met het vernieuwde aanwijzingsbesluit is door de MGR ook een hernieuwde dienstverleningsovereenkomst aangegaan met Scalabor voor de uitvoering van de personeels- en salaris¬administratieve taken. Vanaf 2024 dient voor de begroting rekening te worden gehouden met een indexatie van de kosten conform de bepalingen in de nieuwe DVO. Op regionaal niveau wordt door gemeenten begin 2024 een onderzoek uitgevoerd naar de toekomst van sociaal ontwikkelbedrijven in onze regio.

Vraag daarbij is vooral welke vormen van dienstverlening voor de toekomst bij het sociaal ontwikkelbedrijf belegd kunnen gaan worden. Hoewel het onderzoek zich, zeker in de beginfase, niet specifiek richt op het bedrijf Scalabor, wordt voorzien dat de uitkomsten van het onderzoek effect zullen hebben op de hiervoor genoemde verkenning en contractafspraken. De groep SW-medewerkers daalt jaarlijks met ruim 100 mensen. De verwachting is dat er begin 2024 nog zo’n 1.600 medewerkers (1.318 fte) in dienst zijn bij de MGR en dat dat aantal eind 2027 zal zijn gedaald tot ca. 1.200 personen. Deze aantallen zijn inclusief ca. 56 Begeleid Werkers. De gemiddelde uitstroom is berekend op 5%.

30

Naast de negen deelnemende gemeenten heeft de module WgSW voornamelijk contact met Scalabor als materieel werkgever voor de SW-populatie en met Cedris als kennispartner.

Op welke wijze gaat de module invulling geven aan (burger)participatie? Hoe en met welk doel?

Participatie - WgSW

Wie zijn onze partners en hoe betrekken we onze partners bij het bereiken van onze doelstellingen?

Scalabor voert onder haar medewerkers jaarlijks een medewerkersbelevingsonderzoek uit. De uitkomsten van dit onderzoek worden gedeeld met de MGR/module WgSW.

Activiteiten

Wat willen we bereiken? Ook voor 2025 wordt invulling gegeven aan de formele werkgeversrol voor SW-medewerkers. Dat betekent dat ontwikkelingen die van invloed zijn op de werkgeversrol vanuit de module worden gesignaleerd en daar waar nodig vertaald naar beleid en/of regelgeving ten aanzien van de SW-medewerkers. Verder blijft de focus op de naleving van de afspraken met Scalabor zoals vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomst.

Wat gaan we daar voor doen? Het doel van de module werkgeverschap SW is het formeel werkgeverschap voor de SW-medewerkers van de negen deelnemende gemeenten borgen en zorgen voor aansluiting op het aanwijzingsbesluit van deze gemeenten. Per 2023 zijn hernieuwde afspraken gemaakt met Scalabor over het vervullen van de taken in het kader van het materieel werkgeverschap, bestaande uit: • Invulling geven aan de werkgeversrol, te weten formele kwesties als in- en uitdiensttreding van personeel, aanstellingen en ontslag. • De betaling en financiering van de loonkosten en werkgeverslasten. Deze kosten worden door de deelnemende gemeenten betaald. De module WgSW draagt er zorg voor dat dit bedrag vooraf goed wordt begroot en geïnd bij de deelnemende gemeenten en dat de betalingen aan SW-medewerkers goed verloopt. De module WgSW ziet erop toe dat de afspraken die zijn gemaakt in de DVO met Scalabor goed worden nageleefd en dat de ontwikkelingen en resultaten worden gedeeld in de bestuurscommissie.

31

De begroting voor WgSW daalt in 2024 met € 682.000, als gevolg van een hoger dan begrootte uitstroom in 2023 en lagere loonkostenstijging dan begroot in 2023.

1. Personeelslasten nemen in 2024 met € 664.000 af ten opzichte van de primaire begroting. De uitstroom in 2023 was hoger (6,2%) dan begroot (5%); dit leidt tot een lagere beginstand per 2024. Daarnaast was de loonstijging in 2023 lager dan verwacht, dit heeft een structurele doorwerking. Voor 2025 gaan we uit van de loonkostenontwikkeling uit de septembercirculaire, te weten 5,8%. Daarmee ligt de begrootte loonkostenstijging boven de uitstroom, en nemen de lasten beperkt toe. In voorgaande jaren ontving de MGR het Lage InkomensVoordeel. In 2024 wordt deze tegemoetkoming versneld afgeschaft (€ 300.000 nadeel). In 2025 bestaat deze tegemoetkoming in zijn geheel niet meer.

2. Uitvoeringskosten nemen toe met € 78.000 als gevolg van een hoger dan verwacht aantal begeleid werkers. In 2025 dalen uitvoeringskosten door de uitstroom van SW-medewerkers. Daarmee dalen ook de kosten van de DVO met Scalabor voor het uitvoeren van het materieel werkgeverschap.

Participatie - WgSW

Wat gaat het kosten?

32

4. Baten bestaan uit de bijdragen van deelnemende gemeenten, overige baten en de rijksbijdrage voor SW-medewerkers uit buitengemeenten: - De gemeentelijke bijdragen dalen in 2024 met € 682.000 ten opzichte van de primaire begroting 2024. In 2025 stijgen de bijdragen beperkt, aangezien de loonkostenstijging naar verwachting hoger ligt dan de uitstroom. - Overige baten dalen met € 123.000. Enerzijds houden we voorzichtigheidshalve geen rekening met een subsidieontvangst. Anderzijds zien we dat met het afnemen van de SW-medewerkers er minder sprake is van doorbelasting van overige personeelskosten.

Participatie - WgSW

3. Overheadlasten dalen door het synergievoordeel van de nieuwe samenwerkingsmodule RFZ en door een verlengde dienstverleningsovereenkomst voor de P&F diensten ontstaat een besparing op de indirecte overhead.

De rijksbijdrage voor buitengemeenten stijgt met € 193.000 ten opzichte van de primaire begroting. De geprognosticeerde daling in 2025 heeft te maken met uitstroom van SW-medewerkers.

33

Omgeving

Wat zijn de verwachte ontwikkelingen? Per 1 januari 2022 is de nieuwe wet Inburgering (Wi2021) in werking getreden. De negen gemeenten van de arbeidsmarktregio Midden-Gelderland hebben voor de uitvoering van deze wet gezamenlijk contracten afgesloten met taalaanbieders. Hiervoor zijn drie percelen ingekocht op de volgende leerroutes: • De B1 route; een route voor taal en (vrijwilligers)werk. Inburgeringsplichtigen spreken en schrijven binnen maximaal 3 jaar de Nederlandse taal op niveau B1. Tegelijk kunnen zij meedoen door (vrijwilligers)werk. • De onderwijsroute; een route vooral voor jongeren. Zij leren de Nederlandse taal op niveau B1 of hoger. Ook worden zij dan voorbereid op het volgen van een mbo-, hbo- of universitaire opleiding. • De zelfredzaamheidsroute; een route voor inburgeringsplichtigen waarvoor route 1 en 2 te moeilijk is. Zij leren de Nederlandse taal op een lager niveau (A1-niveau). Deze mensen worden voorbereid (op een eenvoudige manier) om mee te doen in de Nederlandse samenleving. Regionaal is een werkgroep Inburgering actief die gericht is op zowel het stroomlijnen van de contacten met aanbieders en het toezien op de contractafspraken als op het (door)ontwikkelen van inburgeringsbeleid en de daaraan te relateren participatie van inburgeraars in de maatschappij.

De deelnemende gemeenten hebben bij de MGR de opdracht neergelegd tot contractbeheer over de inburgeringstrajecten. Het gaat om de volgende taken: • contractbeheer en contractmanagement; • toegankelijk maken van contractinformatie; • informatie ophalen over de behaalde resultaten; • contractgesprekken voeren op grond van informatie en signalen en; • het verzorgen van rapportages. De contracten met de huidige taalaanbieders lopen formeel tot eind 2024. In de contracten is opgenomen dat er een mogelijkheid is om tweemaal voor één jaar te verlengen. Ten tijde van het schrijven van deze gewijzigde begroting wordt onderzocht of voor alle percelen deze verlengingsoptie bruikbaar is of dat één of meerdere percelen opnieuw ingekocht gaan worden per 2025. Mocht dat laatste het geval zijn, dan zal voor die percelen het inkoopproces gaan lopen. Mogelijk wordt de procesbegeleiding bij de MGR neergelegd. Als dat het geval is, dan zullen hiervoor contractafspraken tussen de MGR en de deelnemende gemeenten gemaakt worden en worden vastgelegd in een dienstverleningsovereenkomst.

Wie zijn onze partners en hoe betrekken we onze partners bij het bereiken van onze doelstellingen? De module CmI heeft contacten met: • De aan de module deelnemende gemeenten; • De regionale werkgroep Inburgering die de negen deelnemende gemeenten vertegenwoordigen en inhoudelijk betrokken zijn bij de uitvoering van de inburgeringstrajecten; • De contractpartijen waarmee afspraken zijn gemaakt op één of meerdere percelen.

Participatie - CmI

Module Contractmanagement Inburgeringstrajecten

34

Participatie - CmI

Wat gaat het kosten?

De werkzaamheden binnen de module CMI worden uitgevoerd door het team Inkoop Zorg. De begroting is een voortzetting van de voorgaande begroting. Actualisatie van loon en prijsontwikkelingen in 2024 leiden tot een beperkte ophoging van de begroting. Voor 2025 houden we rekening met de reguliere indexatie. CMI wordt bekostigd door de 9 deelnemende gemeenten op basis van het inwoneraantal en deelname aan de zorgvormen.

35

Omgeving

Wat zijn de verwachte ontwikkelingen? De verwachting is dat 2024 en 2025 zich zullen kenmerken door een samenleving die aan het herstellen is na een periode van hoge inflatie, onzekerheid over prijsontwikkeling, onzekerheid over het landelijke politieke landschap en de effecten daarvan voor gemeenten en hun inwoners. We zien dat als MGR terug in vraagstukken over tarieven in zorgcontracten en effecten op de arbeidsmarkt. We zien dit ook terug in zorgen over de financiële situatie van gemeenten en van onze SW-medewerkers die een lagere indexering van hun arbeidsvoorwaarden kennen dan vele andere CAO’s. Daarnaast zien we dat de arbeidsmarkt voor het werven van specialistische medewerkers steeds uitdagender wordt.

MGR Beheer

Programmaplan MGR Beheerorganisatie

De MGR is een uitvoeringsorganisatie. De governance van de MGR is hierop ingericht. Gemeenten dragen zorg voor een duidelijke opdrachtverlening – ‘het wat’. De MGR met haar bestuurscommissies draagt zorg voor de uitvoering – ‘het hoe’. Het is belangrijk dat iedereen zich bewust is van deze rolverdeling en we elkaar daarop blijven aanspreken. Vanaf 2024 gaat de MGR de Regionale Portefeuillehouders Zorg faciliteren bij hun beleidsvoorbereidende werkzaamheden en projectmatige activiteiten op het vlak van Jeugd. Deze faciliterende werkzaamheden zijn ondergebracht in de nieuwe module Regionale Facilitering Zorg. Colleges hebben voor het bepalen van de werkzaamheden en projecten een uitvoeringsplan Jeugd vastgesteld. Het bijbehorende budget dat opgenomen wordt in de begroting van de MGR, wordt gefinancierd uit de hiervoor reeds bestemde middelen bij gemeenten in de regionale meerjarenbegroting Jeugd. Dit is ook tegelijkertijd de achtergrond van de begrotingswijziging 2024. In 2024 gaan we de regeling beperkt aanpassen zodat de taken van de nieuwe module beter geformuleerd zijn. Ook moeten we de verdeelsleutel van de activiteiten voor Jeugd aanpassen in de regeling. Gemeenten hebben afspraken gemaakt over verdeling van deze kosten op grond van het aantal jeugdigen per gemeente in plaats van de algemene verdeelsleutel die gericht is op het aantal inwoners.

Dit was nog niet duidelijk bij het wijzigen van de regeling in 2023 en zal daarom in 2024 gecorrigeerd worden. In 2025 zullen we voor het eerst de regeling gaan evalueren, zoals opgenomen in de gewijzigde regeling. Dit is ook het moment dat het Algemeen Bestuur de uitvoering van de nieuwe module Regionale Facilitering Zorg gaat evalueren. In het voorjaar van 2024 zal de opzet van de evaluatie worden geformuleerd. Dit is ook een goed moment om de bezetting van de beheerorganisatie tegen het licht te houden. Daarbij blijft het uitgangspunt ‘lean en mean’, maar het moet wel passen bij de verwachting die gemeenten en andere overheden hebben van de bedrijfsvoering van een gemeenschappelijke regeling op grond van wet- en regelgeving.

Wie zijn onze partners en hoe betrekken we onze partners bij het bereiken van onze doelstellingen? Intensieve samenwerking Het uitvoeren van onze werkzaamheden op basis van duidelijke opdrachtverlening van de deelnemende gemeenten kan alleen door intensieve samenwerking met een groot aantal partners. Voor MGR beheer gaat het met name om de bestuurlijke omgeving en de gemeentelijke organisaties.

36

MGR Beheer

Colleges en gemeenteraden In 2023 zijn we samen met griffies en andere gemeenschappelijke regelingen gestart met het organiseren van gezamenlijke raadsinformatiebijeenkomsten. Dit is alle partijen goed bevallen en zal in 2024 gecontinueerd worden. Dat betekent dat we in mei en november een bijeenkomst plannen. Daarnaast maken we tenminste twee digitale nieuwsbrieven om raadsleden te informeren. De MGR kan ook besluiten om bij belangrijke ontwikkelingen raden actief te informeren of op verzoek naar raden toe te gaan voor een toelichting op ontwikkelingen. De nu voorliggende wijziging van de regeling gaat in twee rondes: Gemeenteraden kunnen eerst hun zienswijze geven op de voorgestelde wijziging. Nadat deze zijn verwerkt volgt een verzoek om toestemming te verlenen aan de colleges om de regeling te mogen wijzigen. Aangezien het een kleine verbetering is van de formulering, is er geen aanleiding om extra raadsinformatiebijeenkomsten te houden. We zullen daarvoor de geplande gezamenlijke bijeenkomsten gebruiken. Andere GR-en en gemeenten We blijven samenwerken met andere GR-en en griffies om raden goed te informeren en processen met elkaar af te stemmen. We blijven ook voor onze bedrijfsvoering afstemmen met gemeenten en GR-en. Bij gemeenten gaat het om het leveren van capaciteit op het vlak van juridische advisering en om gemeenten die onze huisvesting mogelijk maken.

Daarnaast werken we samen met andere Gemeenschappelijke Regelingen, zoals de RID en de Connectie voor dienstverlening op het vlak van bijvoorbeeld ICT en met 1Stroom voor onze HR dienstverlening en financiële administratie. Daarnaast stemmen we met andere GR-en en individuele gemeenten af in hoeverre we kunnen samenwerken op de inzet van expertise bij specialistische functies in de bedrijfsvoering. Verder willen we ook de komende jaren met andere GR-en en gemeenten kijken in hoeverre we kunnen samenwerken als het gaat om onze arbeidsmarktpositie.

Op welke wijze gaat de module invulling geven aan (burger)participatie? Hoe en met welk doel? De MGR is een uitvoeringsorganisatie. Beleidsontwikkeling wordt bij gemeenten gedaan en/of regionaal voorbereid en door de colleges vastgesteld. Dit kan leiden tot het uitvoeren van regionale taken die bij de MGR worden ondergebracht. Wanneer de uitvoering van deze taken zou leiden tot het informeren en/of actief betrekken van inwoners, dan gebeurt dat via de modules. Dit wordt dan aangegeven in het programmaplan van de betreffende module. De MGR draagt zorg voor een up-to-date website en het openbaar zetten van de relevante documenten. De website van de MGR heeft op grond van toegankelijkheid een score B.

Activiteiten

Wat willen we bereiken? Inclusie en diversiteit De MGR staat met dienstverlening zoals inkoop zorg, leerlingzaken en werkgeverservicepunt voor een inclusieve samenleving en inclusief werkgeverschap. De medewerkers van de MGR begrijpen voor en met wie ze werken en (h)erkennen de grote variatie in talenten die waardevol is voor de externe dienstverlening. Daarom wordt er grote waarde gehecht aan de inclusie en diversiteit in de interne samenwerking en van onze medewerkers. We willen in 2024 kijken hoe we inclusie en diversiteit nog meer kunnen borgen in onze dienstverlening.

37

MGR Beheer

Signalerende, adviserende en faciliterende rol MGR Als regionaal samenwerkingsverband in het sociaal domein heeft de MGR een signalerende, adviserende en faciliterende rol voor gesprekken in de regio over toezicht op en handhaving van de zorg, bekostiging en bemensing van de zorg, opvang van Oekraïense vluchtelingen en inburgering, uitdagingen op de arbeidsmarkt, het voorkomen van jeugdwerkloosheid en aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt. Passend bij nieuwe wetgeving en regionale uitdagingen voor gemeenten op het vlak van zorg, onderwijs en participatie. Meerwaarde Governance In 2024 gaan we in gesprek met gemeentesecretarissen om met elkaar de meerwaarde van de governance van de MGR te bespreken. Voor de MGR is het van groot belang dat gemeenten duidelijke opdrachten geven aan de MGR voor de uitvoering en de daarbij beoogde resultaten benoemen. Daarmee zijn gemeenten verantwoordelijk voor de ontwikkeling van beleid en besluitvorming van het beleid dat vraagt om regionale uitvoering. De MGR krijgt op die manier een duidelijk kader mee voor de uitvoering van de taken. Uiteraard zal de MGR daarbij haar adviserende rol vervullen als het gaat om de haalbaarheid van de beleidsdoelen en beoogde resultaten. Aanpassing Governance Per 1 januari 2024 is in de governance van de MGR aangevuld met de nieuwe module Regionale Facilitering Zorg.

Voor deze module is een adviescommissie ingesteld door het Algemeen Bestuur. Dit ziet er in de governance-structuur als volgt uit.

38

Deze adviescommissie is de verbindende schakel tussen het Regionale Portefeuillehouders Overleg (RPO) Zorg als opdrachtgever voor deze module. In deze adviescommissie hebben de voorzitter van

het RPO Zorg, de voorzitter van het regionale ambtelijke overleg en de regiosecretaris zitting. Zij vertalen de opdrachten vanuit de deelnemende gemeenten, zoals vastgelegd in het uitvoeringsplan Jeugd, in een advies aan het Dagelijks Bestuur over het programmaplan en de begroting voor 2024 en 2025 en zijn ook verantwoordelijk voor de verslaglegging over deze jaren. Ook borgen zij dat uitvoeringsvraagstukken, die gaan over het realiseren van het door colleges vastgestelde uitvoeringsplan Jeugd, teruggelegd worden bij de betreffende regionale overlegorganen en zo nodig bij de colleges. Daarmee blijft de MGR een uitvoeringsorganisatie en blijft de vaststelling van beleid liggen bij de opdrachtgevende colleges. Bijdrage beheerorganisatie De MGR voert de basistaken uit die randvoorwaardelijk zijn voor de modules en die zorgen voor transparantie van de uitvoering en kosten die hiermee gemoeid zijn voor gemeenten. Dit betreft de bestuurlijke besluitvorming en informatievoorziening aan deelnemende gemeenten, colleges en raden enerzijds en aspecten van de bedrijfsvoering zoals financiën, HR en AVG en informatieveiligheid anderzijds. We kunnen de uitdagingen op het vlak van bedrijfsvoering steeds beter borgen. Samenwerking met andere gemeenten en GR-en leidt tot nu toe nog niet tot gezamenlijke werving en selectie van specialismen.

We blijven op dit terrein naar samenwerking zoeken om kennis en kunde in de regio te borgen en als MGR lean en mean te blijven.

Wat gaan we daar voor doen? De werkzaamheden van de beheerorganisatie bestaan o.a. uit: • Het voorbereiden van bestuursvergaderingen, de verslaglegging daarvan en uitvoeren van de bestuursbesluiten; • Toepassing van de governance van de MGR; • Het HR beleid en werkgeverschap van medewerkers met focus op talent- en opgavegericht werken van medewerkers en gezond en veilig werken. Leren en ontwikkelen van medewerkers is essentieel en wordt actief ondersteund; • Het financieel beheer is op orde en leidt tot inzichtelijke rapportages voor het management en bestuurders. Transparantie van de resultaten en kosten staan hoog in het vaandel; • Actieve informatievoorziening voor alle betrokkenen, waaronder gemeenteraden, met goed digitaal toegankelijke websites. De websites hebben op het gebied van digitale toegankelijkheid een B-status; • Voor 2024 zal een nieuw (wettelijk verplicht) onafhankelijk onderzoek worden uitgevoerd naar de digitale toegankelijkheid. Voor 2025 hebben we de ambitie om de gepubliceerde (verbeter) maatregelen uit te voeren, minimaal de B-status te behouden en te streven naar de A-status voor onze websites; • Zorgvuldig omgaan met informatie van alle betrokkenen in het kader van privacy, informatiebeheer en archivering; • Behandelen van klachten en ondersteuning bij WOO verzoeken.

De huisvesting van de module Inkoop Zorg, de module Regionale Facilitering Zorg en de beheerorganisatie is tot eind 2024 verlengd bij de gemeente Westervoort. Dat betekent dat medio 2024 zicht moet zijn op de opties voor de langere termijn. De overeenkomsten op het vlak van ICT met RID de Liemers en HR en de financiële administratie met 1Stroom, zijn ook met 1 jaar verlengd tot eind 2024. Ook voor die dienstverlening geldt dat er medio 2024 duidelijkheid moet zijn over de opties vanaf 2025, zodat de MGR kan zorgen voor de continuïteit van de bedrijfsvoering op deze gebieden.

39

Wat gaat het kosten? De beheerorganisatie heeft te maken met een enkele prijsontwikkelingen voor 2024 en 2025. In 2024 zijn er enkele personele ontwikkelingen, in 2025 betreft de ontwikkeling enkel de stijging van de loonkosten.

Beheer wordt gezien als overhead. In de kosten beheer zijn de personeelslasten, uitvoeringskosten en overhead opgenomen. We lichten deze posten hieronder toe. 1. Personeelslasten nemen in 2024 € 114.000 toe ten opzichte van de primaire begroting 2023. In 2025 zijn de kosten 5,8% hoger. De stijging van de personeelslasten volgt uit: - De directeur heeft vanaf 2024 een voltijd dienstverband. In de primaire begroting is uitgegaan van een deeltijd dienstverband. Effect € 35.000. - In verband met de opvolging van de directie en de bijbehorende overdracht is er sprake van een overlap binnen de directiefunctie (Effect € 40.000) - Het dienstverband van de communicatieadviseur is in 2023 uitgebreid. Dit valt hoger uit dan primair begroot voor 2024 (€ 15.000). - De opleidingskosten nemen toe (€ 15.000) als gevolg van extra personeel in 2024 ten opzichte van de primaire begroting. Dit ontstaat bij Inkoop Zorg, Regionale Facilitering Zorg en het RBL. - In 2025 is geen sprake meer van overlap binnen de directiefunctie en dalen de personeelslasten. 2. Uitvoeringskosten bestaan primair uit de kosten voor de accountant. De indexatie kan binnen begroting worden opgevangen. 3. Overhead valt € 7.000 lager uit dan begroot als gevolg van synergievoordelen met de nieuwe module Regionale Facilitering Zorg. 4. Onvoorzien is geïndexeerd. 5.

Baten stijgen in 2024 met €115.000: - De bijdragen van deelnemende gemeenten, stijgen in 2024 met € 45.000 ten opzichte van de primaire begroting. In 2025 betreft de stijging € 32.000. - We houden vanaf 2024 rekening met een structurele beperkte rentebaten. In het eerste kwartaal bestaat het renderend vermogen uit het resultaat van het boekjaar 2023 en de bestemmingsreserves. Vanaf het tweede kwartaal 2024 houden we rekening met enkel de bestemmingsreserves als renderend vermogen.

40

Overzicht kosten van overhead Conform de uitgangspunten is de MGR ‘lean en mean’ ingericht. De meeste ondersteunende functies worden afgenomen bij externe dienstverleners. Het gaat om de volgende ondersteunende taken bij 1Stroom: – Financiële administratie; – Salaris- en personeelsadministratie; – P&O advisering; Andere ondersteunende taken op het terrein van ICT worden afgenomen door de RID (Inkoop, WSP, WG SW en beheer) of De Connectie (Onderwijszaken). De MGR kent een Privacy Officer met ondersteunende taken op het brede terrein van privacy, informatiebeleid en archief en informatiebeveiliging voor de MGR en haar modules. In de eerste helft van 2024 wordt de FG functie tijdelijk vervuld door een extern bureau. We blijven zoeken naar samenwerking met andere gemeenten en/of GR-en, om zo specialistische functies met beperkte omvang in kunnen vullen. Met deze samenwerking willen we beogen dat we interessante functies met voldoende omvang en kruisbestuiving kunnen vormgeven om zo een interessant werkgever te blijven voor experts. De MGR wil zelf als werkgever invulling blijven geven aan de banenafspraak. Binnen Beheer geven we sinds 2023 invulling aan de banenafspraak door middel van een administratief ondersteuner informatiebeheer.

Huisvesting en duurzaamheid De MGR is met haar vier modules gehuisvest op 3 locaties, te weten: » Gemeentehuis Westervoort – Modules Inkoop Zorg, Facilitering Zorg en Beheer – in 2020 energielabel D met verwarming via stadsverwarming, ledverlichting, stroom via Groene Stroomfabriek, mede afkomstig van zonnepanelen dat gemeentehuis en bibliotheek. » Stadskantoor Arnhem – module onderwijszaken – in 2020 energielabel A. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een warmtepomp die kan koelen en verwarmen. Voor verwarmen in koude periodes is de warmtepomp aangesloten op het warmtenet. Ook daar wordt groene stroom van de Groene stroomfabriek gebruikt. » Bedrijfsverzamelgebouw op Het Broek – module WSP – Het pand is modern, goed geïsoleerd en heeft goede klimaatbeheersing. Op de locaties is sprake van gescheiden afvalverwerking voor papier en overige. De mate van afvalscheiden verschilt per locatie. Er wordt door medewerkers gebruik gemaakt van elektrische fietsen voor dienstreizen. Met mobiliteitsregeling wordt fietsen en gebruik OV gestimuleerd, o.a. via gebruik businesscard voor OV, leenauto en leenfietsen. Dat geldt ook voor de IKB regeling met uitruil voor de fiets.

Op het gebied van duurzame inzetbaarheid van medewerkers wordt ingezet op het inzetten van de ei¬gen talenten en vergroten van ontwikkelmogelijkheden, verlagen van werkdruk, opnemen van verlof, inzet preventiemedewerkers, aandacht voor goede werkhouding ter verhoging van het werkplezier en beperken van verzuim. Een goede balans tussen op kantoor werken en thuiswerken draagt tevens bij aan de duurzame inzetbaarheid van medewerkers. In 2023 is de hernieuwde arbobeleidscyclus, na evaluatie van de voorgaande cyclus, voor 3 jaar vastgesteld.

41

De totale overheadkosten worden in de onderstaande tabel zowel per kostengroep als per module gepresenteerd.

Toelichting - Personeelskosten nemen in 2023 toe als gevolg van uitbreiding van dienstverbanden van de directeur en communicatieadviseur, en toevoeging van extra formatie aan overhead bij de module RBL. Ook de toevoeging van het regiosecretariaat leid tot hogere personeelskosten. - Huisvestingskosten nemen af als gevolg van een lagere indexering dan primair begroot. Daarnaast is de module WSP in 2024 verhuisd naar een kleinere kantoorruimte. - ICT kosten nemen toe ten opzichte van de primaire begroting als gevolg van de hoge indexatie en uitbreiding van het aantal medewerkers. - P&O en FA kosten nemen af als gevolg van verlenging van de dienstverleningsovereenkomst. - Overige kosten nemen toe door de toevoeging van de nieuwe module Regionale Facilitering Zorg en de implementatie van het organisatieonderzoek bij het RBL.

Het bedrag van onvoorzien Er is een bedrag opgenomen van € 37.000 voor onvoorziene uitgaven in de overhead (module Beheer).

Overzicht algemene dekkingsmiddelen n.v.t. voor de MGR.

42

Beleidsindicatoren bestuur en organisatie De beleidsindicatoren voor bestuur en organisatie geven een beeld van de ontwikkeling van de formatie en de verhouding tussen vaste bezetting en externe inhuur. De ontwikkeling van de kengetallen over meer jaren geeft een goed inzicht in verbetering van de structuur van de organisatie. Het aantal SW dienstverbanden is in onderstaande tabel niet opgenomen. Deze zijn apart benoemd bij de module WgSW.

43 In 2024 en 2025 begroten we de externe inhuur respectievelijk op 5% en 2% van de totale loonsom. In 2024 hebben we te maken met gedetacheerde medewerkers vanuit gemeenten, waardoor de externe inhuur beperkt hoger uitvalt dan primair begroot. In 2025 vullen we meer functies zelfstandig in, waardoor we minder inhuur nodig hebben.

De Paragrafen Voor de MGR zijn enkel de paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing, Financiering, Bedrijfsvoering en Openbaarheid van informatie van toepassing.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover MGR beschikt om niet begrote kosten te dekken en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre de MGR in staat is om financiële en budgettaire tegenvallers op te vangen.

Beschikbare weerstandscapaciteit De MGR beschikt niet over algemene reserves die kunnen worden ingezet ter dekking van risico’s. In 2019 is er voor de module WgSW een specifieke bestemmingsreserve opgenomen voor het opvangen van negatieve fluctuaties in de personeelslasten van SW dienstverbanden. Voor de overige modules is er een mogelijkheid om een beperkte bestemmingsreserve op te bouwen bij een positief resultaat van maximaal € 50.000. In totaal zijn er eind 2023 vijf bestemmingsreserves met in totaal € 714.000. De bestemmingsreserves mogen alleen voor de specifieke module worden ingezet. De module beheer beschikt over een begrotingspost voor onvoorziene uitgaven van € 37.000. Voor de MGR is een ‘open einde’ systematiek afgesproken. In de regeling is opgenomen dat in de jaarrekening de kosten per module na aftrek van de inkomsten, worden verdeeld over de deelnemende gemeenten volgens de in de regeling vastgestelde kostenverdeelsleutel. Alle resterende risico’s vallen daarmee ten laste van de deelnemende gemeenten.

44

Inventarisatie van de risico’s Als onderdeel van het risicomanagement zijn de volgende belangrijkste risico’s geïnventariseerd en beheersmaatregelen vastgesteld: Risico

Kans

Reputatie en/of Financiële maatschappelijke impact impact

Beheersmaatregelen

1

Incident/hack ICT beveiliging/ AVG / ICT systeem niet beschikbaar

Laag

Hoog

200k of 20k per dag

DVO’s RID De Liemers & De Connectie; Informatiebeveiliging beleid en beveiligde mobiele telefoons. Aanstellen Ciso.

2

Loonkosten stijging SW > Begroting (na 2023/2024)

40%

500k (1%)

Bestemmingsreserve.

3

Liquiditeitstekort

Laag

Laag

Hoog

Afstemmen voorschotnota’s op verwachte uitgaven. Resultaat boekjaar als buffer tot aangepaste voorschotnota’s verstuurd kunnen worden.

4

Onrechtmatigheid of fraude

Laag

Hoog

<50k

Intern controle plan; betalingen door 4 mensen goedgekeurd. Notitie Misbruik en Oneigenlijk gebruik.

5

Specifieke uitvoeringsri- Medium Medium/Hoog sico’s bij modules leiden er toe dat maatschappelijke doelstellingen niet worden gehaald.

Indirect

Signalering en advisering door ambtelijk overleg en bestuurscommissies. Planning & control cyclus: actualiseren van uitvoeringsprogramma. Inzet op kwaliteit en motivatie van medewerkers.

6

De MGR wordt verantwoordelijk gehouden voor regionaal beleid

Medium Hoog

Indirect

MGR voert enkel taken uit op basis van het door de colleges vastgestelde uitvoeringsplan Jeugd. De deelnemende gemeenten maken duidelijke en niet vrijblijvende afspraken over het bestuurlijk en ambtelijk opdrachtgeverschap en eigenaarschap dat opgenomen wordt in een DVO. De colleges stellen ook het lokale en/of regionale beleid vast.

7

Wegvallen van deel financiering van gemeenten, door uittreden bij één of meer modules.

Laag

500k (10% structuur)

Goede lange termijnplanning. Bescherming in regeling waarbij reorganisatiekosten bij uittreders worden gelegd.

45

Risico

Kans

Reputatie en/of Financiële maatschappelijke impact impact

Beheersmaatregelen

8

Geen passend personeel met expertise kunnen vinden voor het uitvoeren van de opdrachten

Hoog

Medium

100k

1.

9

Niet voldoen aan weten regelgeving voor gemeenten

Laag

Hoog

50K

1.

Een betrouwbare, zorgvuldige en interessante werkgever zijn waar mensen graag willen werken. 2. Inzetten op een regionale arbeidsmarkt voor overheidsorganen, om zo meer te kunnen bieden aan huidige en potentiële werknemers. Eventueel inhuren van specifieke deskundigheid, die niet zelf geworven kan worden tegen hogere kosten.

2. 3. 4.

10

Financiële situatie bij gemeenten leidt tot beperkingen bij GR’en

Hoog

Medium

500K

Monitoring door manager bedrijfsvoering en privacyofficer. Voortdurende afweging wat van toepassing is op een kleine GR met beperkte taken. Samen organiseren met andere GR’en of gemeenten. Afweging maken tussen inhuren of in dienst nemen.

- Lean en mean begroten en organiseren. - Deelnemende gemeenten bepalen welke taken zij bij de MGR leggen ter uitvoering. - Regionale uitvoering (bij de MGR) kan kosteneffectiever zijn dan zelfstandige uitvoering.

11

Rente-inkomsten vallen lager uit dan begroot

Medium Medium

100K

Behoedzaam begroten. Renteontwikkelingen op de voet volgen.

12

Onzekere inkomsten uit regionale opdrachten (ten opzichte van structurele kosten)

Medium Medium

100K

Strategische personeelsplanning i.r.t. incidentele en onzekere regionale opdrachten. Aangesloten blijven op regionale ontwikkelingen.

46

Beleid weerstandscapaciteit en de risico’s In de Planning & Control cyclus wordt er aan het Dagelijks Bestuur op kwartaalbasis gerapporteerd m.b.t. de gerealiseerde en geprognotiseerde uitgaven tot jaareinde. De bestuurscommissies van de modules krijgen twee keer per jaar een financiële rapportage. Het algemeen bestuur krijgt 2 keer per jaar een geconsolideerde financiële rapportage met adviezen van de bestuurscommissie en het DB hoe er bij eventuele overschrijdingen gehandeld kan worden. De bovengenoemde beheersmaatregelen in samenhang met de bestemmingsreserves voor de grootste risico’s (loonkosten SW en overschrijdingen modules) leidt tot een beheerste situatie.

Kengetallen Met de bestemmingsreserves is er een beperkt eigen vermogen. Dit is beperkt ten opzichte van de totale baten. De voorfinanciering door gemeenten leidt tot een negatieve schuldquote. Er zijn geen externe leningen.

Verhouding kengetallen i.r.t. financiële positie De solvabiliteitsratio is goed en blijft de komende jaren stabiel. Het eigen vermogen (bestemmingsreserves) en voorzieningen worden langzaam afgebouwd, en enig resultaat wordt altijd geretourneerd aan de deelnemende gemeenten. De structurele exploitatieruimte blijft daarmee op nul staan doordat er geen sprake is vrij besteedbare middelen vanuit algemene reserves. Structurele lasten en baten zijn meerjarig in evenwicht. Er wordt immers jaarlijks afgerekend zoals hierboven is aangegeven. Er is dus sprake van een stabiele ontwikkeling zonder opbouw van structurele exploitatieruimte bij de MGR. Er is nadrukkelijk niet gekozen om een algemene reserve aan te houden. De weerstandscapaciteit, gevormd door de module specifieke bestemmingsreserves. Hiermee kan een groot deel van de risico’s in eerste instantie worden opgevangen. Het weerstandsvermogen daarmee is op korte termijn redelijk in balans. Daarnaast wordt er sterk ingezet op de beheersmaatregelen inclusief de tijdige rapportage in de P&C-cyclus.

Financiering De financiering van de activiteiten van de MGR gebeurt door voorfinanciering op kwartaalbasis door de deelnemende gemeenten gebaseerd de begroting. De financiering van de verloning van de SW medewerkers gebeurt maandelijks voor de 15e kalendermaand. De verlegde BTW wordt per halfjaar achteraf verrekend. Op basis van deze begrotingscijfers met gezonde solvabiliteit is er geen externe financiering voor werkkapitaal nodig. Vanaf 2023 zijn we onderhavig aan een Wet gemeenschappelijke regelingen waarin is vastgelegd dat gemeenteraden twaalf weken tijd krijgen voor het indienen van een zienswijze. Hierdoor kan de begroting niet voor medio september worden vastgesteld. Wachten tot de begroting definitief is vastgesteld alvorens de gewijzigde gemeen¬telijke bijdragen de factureren kan liquiditeitsproblemen tot gevolg hebben. Om te voorkomen dat de MGR daardoor alsnog externe financiering aan zou moeten trekken is besloten na het vaststellen van de conceptbegroting reeds de gewijzigde gemeentelijke bijdragen te factureren.

47

Vanaf het najaar 2022 ontvangt de MGR rente op de schatkist. In 2022 en 2023 zijn deze rentebaten niet begroot, gelet op het onzekere karakter. Vanaf 2024 houden we rekening met een beperkte rentebate, gebaseerd op de renderende bestemmingsreserves. De MGR heeft geen beleid om rentebaten te minimaliseren of maximaliseren. Omzetbelasting De MGR kan de btw op de kosten van de beheersorganisatie en de modules doorschuiven naar de deelnemende gemeenten, zodat deze btw door de deelnemende gemeenten kan worden gecompenseerd. Dit betekent dat de begroting van de MGR voor de beheerstaken en de respectievelijke modules exclusief btw wordt opgesteld. Na afloop van het jaar wordt een opgave van de btw aan iedere deelnemer verstrekt. Gemeenten kunnen de verschuldigde btw bij het btw-compensatiefonds declareren. Alleen de administratieve activiteiten met betrekking tot de verloning van SW dienstverbanden is BTW plichtig. Dit wordt apart doorbelast. Vennootschapsbelasting Het kabinet heeft eind 2014 wetgeving vastgesteld, die erop is gericht dat overheidsbedrijven, die economische activiteiten uitoefenen, op dezelfde wijze als private bedrijven aan vennootschapsbelasting zullen worden onderworpen. Deze wetswijziging is per 1 januari 2016 in werking getreden.

Aangezien de MGR geen winstoogmerk heeft en in de GR is bepaald dat positieve rekeningresultaten aan de deelnemers worden terugbetaald is MGR geen vennootschapsbelasting verschuldigd.

Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering betreft de sturing en beheersing van de primaire en ondersteunende processen om het voorgenomen beleid en de daarmee samenhangende doelstellingen van de MGR te realiseren. In 2023 is de financiële administratie en interne controle zodanig ingericht dat het Dagelijks Bestuur de rechtmatigheidsverantwoording kan afgeven. In de jaarverantwoording 2023 is dit voor de eerste maal succesvol gebeurd. Vooralsnog is de conclusie dat het enige thema met invloed op de rechtmatig-heidsverantwoording de Europese aanbestedingen bedraagt. In 2024 actualiseren we het intern controleplan. De planning & control cyclus start met de begroting en uitvoeringsprogramma waarin de afspraken over het te voeren beleid per module worden vastgelegd. Aan de partners wordt per module gerapporteerd. De rapportages worden halfjaarlijks opgesteld. Het jaar wordt afgesloten met de jaarrekening waarin verantwoording, per module, wordt afgelegd over het afgesloten jaar. De administratieve organisatie is zodanig opgesteld dat de dagelijkse gang van zaken erop ingericht is dat de financiële verordening, de controleverordening en het mandaat van de treasury nageleefd worden. Daarbij moet er opgemerkt worden dat MGR de financiële en personeelsadministratie uitbesteed heeft een externe dienstverlener: 1Stroom.

De salarisadministratie voor de verloning van de SW-dienstverbanden en de administratie van SW-gerelateerde betaling is bij Scalabor belegd. Voor de jaren 2023 en verder zijn deze diensten voor verloning van SW in verband met nieuwe periode aanwijzingsbesluit gemeenten gegund aan Scalabor.

Openbaarheid van informatie De Wet open overheid (WOO) is per 1 mei 2022 in werking getreden als vervanging van de Wet open-baarheid van bestuur (WOB). Binnen de MGR is de manager bedrijfsvoering aangewezen als contact-functionaris voor externen. Een van de grote wijzigingen ten opzichte van de WOB is de verplichte actieve openbaarmaking van gegevens: er zijn elf categorieën van gegevens die de MGR verplicht moet publiceren. De MGR publiceert reeds de meest relevante informatie op de eigen website, en specifieke informatie zoals verordeningen en aangewezen besluiten worden conform de Wet elek¬tronische publicaties al via lokaleregelgeving.overheid.nl gepubliceerd. In 2023 zijn er geen WOO verzoeken binnengekomen. In 2024 brengen we de informatiehuishouding verder op orde, doen we meer ervaring op met de actieve openbaarmaking, en dragen we zorg voor de juiste vulling van de WOO index.

48

3. FINANCIELE BEGROTING » » » » » » » »

Het overzicht van baten en lasten en de toelichting Overzicht baten en lasten Overzicht geraamde incidentele baten en lasten Uiteenzetting van de financiële positie Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid Geprognotiseerde eindbalans 2024 en 2025 Ontwikkeling van het EMU saldo Overzicht geraamde baten en lasten per taakveld

3

Het overzicht van baten en lasten en de toelichting In het overzicht van baten en lasten worden de verschillende onderdelen van het programmaplan (hoofdstuk 2) samengevoegd.

Overzicht baten en lasten De overheadlasten zijn integraal in de programma’s van de modules verantwoord, in plaats van in een apart programma overhead. Dat doen we ook zo voor de beheerorganisatie. Op deze manier zijn de lasten van de modules binnen de programma’s in evenwicht met de baten. Een overzicht van de totale lasten van overhead is conform de bepalingen in het BBV opgenomen in het programmaplan.

50

Toelichting op het overzicht van baten en lasten De belangrijkste afwijkingen in de ontwikkelingen in de baten en lasten door nieuw beleid wordt hier toegelicht. De uitgangspunten van de ramingen voor bestaand beleid zijn reeds toegelicht vanaf pagina 4. Per programma zijn de cijfers toegelicht in hoofdstuk 2. De impact van incidentele baten en lasten wordt in een aparte tabel aan het einde van deze paragraaf toegelicht. 1. De module Inkoop versterkt de operationele aansturing en positionering van het strategisch inkoopbeleid. Effect € 50.000 in 2024. 2. De module RFZ is nieuw in 2024. Het regiosecretariaat Zorg bestaat primair uit personeelskosten; het regioadvies en de regionale projecten Jeugd volgen het door colleges vastgestelde uitvoeringsplan Jeugd. Effect € 1,3 miljoen in 2024. 3. De module Onderwijs geeft in 2024 uitvoering aan de tweede stap van de uitbreiding van de leerplichtformatie en implementatie van het organisatieonderzoek. 4. De module WSP voert extra activiteiten uit voor het regionale RMT: deze zijn als overige lasten en baten (€ 360.000 vanuit regionale middelen) opgenomen in de begroting 2023. 5. Bij de module WgSW liggen de kosten lager dan in de primaire begroting. Dit wordt veroorzaakt doordat de loonkostenontwikkeling in 2023 lager lag dan begroot, waardoor er sprake is van een lagere uitgangssituatie dan in de primaire begroting. 6.

De baten en lasten zijn in evenwicht.

51

Overzicht van geraamde incidentele baten en lasten

52

Toelichting 1. De module Inkoop begroot € 15.000 voor vervanging van mobiele telefoons in 2025. 2. De module RFZ begroot in 2024 € 35.000 voor opschoning van het archief van voorgaande jaren. 3. De module Onderwijs begroot € 60.000 voor implementatie van het organisatieonderzoek. Daarnaast is sprake van een incidentele subsidie (€ 109.000) voor transitiecoaches, passend binnen het plan van aanpak Jeugdwerkloosheid. Tot slot is sprake van incidentele baten voor regionale opdrachten. 4. De module WSP voert extra activiteiten uit voor het RMT: deze zijn als overige lasten (€ 200.000) en baten (€ 350.000) vanuit regionale middelen opgenomen in de begroting 2024. Hiermee worden deels structurele lasten gedekt. In 2024 hebben we te maken met incidentele baten en lasten (€ 40.000) voor de verhuizing. 5. Bij Beheer is in 2024 sprake van een incidentele overlap op de directeurspositie (€ 45.000).

Uiteenzetting van de financiële positie De jaarlijkse lasten bestaan grotendeels uit personeelskosten. Deze zijn stabiel, met incidentele lasten voor extra opdrachten. De kosten van de SW dienstverbanden neemt stapsgewijs af. Er zijn beperkte bestemmingsreserves voor het opvangen van risico’s zoals toegelicht in de paragraaf financiering. De voorzieningen voor boventalligen wordt afgebouwd totdat de voormalig medewerkers van Presikhaaf Bedrijven de pensioengerechtigde leeftijd bereiken. De waardering van niet opgenomen vakantie¬dagen en niet uitbetaald vakantiegeld SW dienstverbanden is niet op de balans opgenomen. Deze posten nemen af met de afname van het aantal SW dienstverbanden.

Financiële gevolgen van het bestaande en nieuw beleid In het volgende overzicht is een raming van de financiële gevolgen van het bestaande en nieuw beleid opgenomen.

53 Toelichting A. De jaarlijks terugkerende arbeidskosten kunnen worden verdeeld in de loonsom voor vaste dienstverbanden, externe inhuur en de loonkosten voor SW dienstverbanden. B. Er is geen behoefte aan externe financiering. C. Er is geen behoefte aan externe financiering doordat er wordt gewerkt met voorschotfacturen aan gemeente. Ook is er vanaf 2020 een financiële buffer met de opgebouwde bestemmingsreserves en de overgenomen voorziening Presikhaaf Bedrijven. D. Er zijn onttrekkingen voorzien aan de bestemmingsreserve WgSW, deze voorziening mag maximaal 1% bedragen van de totale loonsom, en neemt daarmee net als het aantal SW dienstverbanden jaarlijks af. In verband met de loonkostenontwikkeling, die in 2025 hoger ligt dan de uitstroom, begroten we de bestemmingsreserve in 2025 beperkt hoger. E. De beoogde ontwikkeling verplichting op balansdatum voor niet opgenomen vakantiedagen en niet uitbetaald vakantiegeld laat een langzame daling zien door het gecombineerde effect van de uitstroom SW-dienstverbanden en de begrote salarisstijgingen. De uitbetaalde vakantiedagen bij uitdiensttreding worden deels vergoed door Scalabor die verantwoordelijk is voor de tijdig afbouw van dit saldo.

Geprognotiseerde eindbalans 2024 en 2025 Het balanstotaal is in 2023 gestegen tot € 8 miljoen door het incidentele positieve resultaat van € 3,3 miljoen dat in 2024 wordt gecrediteerd aan gemeenten.

Ontwikkelingen van het EMU saldo Het EMU-saldo of vorderingensaldo is het financieringssaldo waarin het exploitatie resultaat wordt gecorrigeerd voor baten en lasten die geen financiële uitgaven of inkomsten zijn.

54

Overzicht geraamde baten en lasten per taakveld Conform de BBV worden de baten en lasten verdeeld over de taakvelden. Voor de baten is dit grotendeels in lijn met de verdeling per module (Onderwijs, WgSW en WSP). De lasten zijn verdeeld tussen programmataakvelden en overhead taakvelden zoals opgenomen in het programmaplan (hoofdstuk 2). Voor de modules beheer en Inkoop, en het regiosecretariaat Zorg zijn zowel de baten als de lasten onder overhead geclassificeerd.

Een korte toelichting voor de administratieve verwerking: “Bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen moeten als directe lasten op de taakvelden worden geboekt. De bijdragen worden aan de lastenkant bij gemeenten en batenkant bij gemeenschappelijke regelingen verwerkt zonder afsplitsing van de overhead naar het taakveld Overhead. Aan de lastenkant bij de gemeenschappelijke regelingen vindt de afsplitsing van de overhead op het taakveld Overhead wel plaats.” “Wanneer de gemeenschappelijke regeling overheadtaken van de gemeente uitvoert, dan wordt de bijdrage voor deze gemeentelijke overheadtaken aan de lastenkant bij gemeenten en batenkant bij gemeenschappelijke regelingen wel op het taakveld Overhead begroot en verantwoord.”

55

4. MEERJARENRAMING » » » »

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=bb3d38f6-6334-4c4e-8268-2f8d758b52b4