Bijlage 2 - MGR Meerjarenbegroting 2025-2028
Tekst van het document
Modulair Gemeenschappelijke Regeling sociaal domein Centraal Gelderland
Zorg
Participatie
Onderwijs
BEGROTING 2025 Incl. gewijzigde begroting 2024 - actualisatie programmaplan 2024 programmaplan 2025 en meerjarenbegroting 2025 - 2028
‘Wij staan voor een krachtige en samenhangende aanpak van regionale vraagstukken in het sociaal domein’
INHOUD
Voorwoord
Voorwoord
2
Deel 1: Hoofdlijnen van beleid
4
▪ Algemene ontwikkelingen 2024 en 2025 ▪ Uitgangspunten voor de begrotingsramingen ▪ Ontwikkelingen 2024 en 2025 in cijfers ▪ Impact uitvoeringsbeleid 2024 ▪ Impact uitvoeringsbeleid 2025
Deel 2: Beleidsbegroting
▪ Programmaplan 2024 ▪ Programmaplannen – Thema Zorg – Thema Onderwijs – Thema Participatie – MGR Beheerorganisatie ▪ Overzicht kosten van overhead ▪ Het bedrag van onvoorzien ▪ Overzicht algemene dekkingsmiddelen ▪ Beleidsindicatoren bestuur en organisatie ▪ De Paragrafen
Deel 3: De Financiële begroting
8
▪ Meerjarenraming 2025 - 2028 ▪ De geprognotiseerde balans ▪ De uiteenzetting van de financiële positie ▪ Baten en lasten van het bestaande en nieuwe beleid
Deel 5: Bijlagen ▪ Bijdragen per gemeente
Het programmaplan 2024 is voor de module Inkoop Zorg en het Regionaal Bureau Leerlingzaken geactualiseerd. Daarnaast vindt u vanaf 2024 een nieuwe module Regionale Facilitering Zorg met een bijbehorende begroting. We lichten de actualisatie van de plannen in 2024 en het programmaplan 2025 met de meerjarenbegroting graag toe in een raadsinformatiebijeenkomst op 13 mei 2024. Deze raadsinformatiebijeenkomst wordt samen met andere GR-en in de regio georganiseerd. Tijdens deze raadsinformatiebijeenkomst bespreken we met u ook een beperkte wijziging van de regeling in verband met de nieuwe module.
49
▪ Overzicht baten en lasten ▪ Toelichting overzicht baten en lasten ▪ Overzicht geraamde incidentele baten en lasten ▪ Uiteenzetting van de financiële positie ▪ Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid ▪ Geprognotiseerde eindbalans 2024 en 2025 ▪ Ontwikkeling van het EMU saldo ▪ Overzicht geraamde baten en lasten per taakveld
Deel 4: De meerjarenraming
Voor u ligt de actualisatie van het programmaplan 2024, de begrotingswijziging 2024 en het programmaplan 2025 met de meerjarenbegroting 2025 - 2028 van de Modulaire gemeenschappelijke Regeling sociaal domein Centraal Gelderland (MGR SDCG).
56
60
Voor gemeenten brengt de periode van deze meerjarenbegroting 2025 - 2028 grote financiële uitdagingen met zich mee. De deelnemende gemeenten hebben aan de MGR gevraagd te inventariseren wat voor gevolgen er zijn voor de dienstverlening als er komende jaren geen volledige prijscompensatie plaats kan vinden. Het bestuur van de MGR heeft als reactie op het verzoek van de deelnemende gemeenten de bestuurscommissies verzocht naar keuzemogelijkheden in de dienstverlening te kijken voor het programmaplan en begroting 2025 en 2026. De uitkomsten hiervan worden met de deelnemende gemeenten besproken als opdrachtgever van de MGR. Iedere uitvoeringstaak die de MGR anders, meer of minder uitvoert, heeft immers direct of indirect gevolgen voor de begroting en/of formatie van gemeenten. We willen dit proces dit jaar zorgvuldig met elkaar doorlopen. De effecten hiervan zullen zo mogelijk zichtbaar worden in het programmaplan en begroting voor 2026 e.v.
2
We hebben het afgelopen jaar voor het eerst gemerkt dat de arbeidsmarkt voor de MGR, met name voor specifieke functies, uitdagend is. Dit heeft een enkele keer geleid tot inhuur in plaats van het in dienst kunnen nemen van een medeweker met specifieke expertise. We zien de uitdaging van de arbeidsmarkt voor alle sectoren waar we werkzaam zijn. Dit betreft de zorg, het onderwijs en gemeenten. Het is daarom nog meer van belang om een aantrekkelijk werkgever te zijn en professionals te boeien en te binden. De grote vraag op de arbeidsmarkt biedt ook kansen voor inwoners die zijn aangewezen op de participatiewet of andere uitkering en/of die momenteel geen betaald werk hebben. We willen de kansen voor hen, via de inzet van het WSP en het Doorstroompunt Werk van het RBL, kunnen verzilveren. We nodigen u uit kennis te nemen van de plannen en begroting voor de Modulaire gemeenschappelijke Regeling sociaal domein Centraal Gelderland.
J. Goossen Voorzitter MGR SDCG
S. van den Brand Secretaris/directeur MGR SDCG
3
1. HOOFDLIJNEN VAN BELEID » » » » »
Algemene ontwikkelingen 2024 en 2025 Uitgangspunten voor de begrotingsramingen Ontwikkelingen 2024 en 2025 in cijfers Impact uitvoeringsbeleid 2024 Impact uitvoeringsbeleid 2025
3
Algemene ontwikkelingen 2024 en 2025 Inkoop Zorg De module Inkoop Zorg versterkt de operationele aansturing en de strategische positionering van het inkoopbeleid. Het juridisch advies, dat voorheen incidenteel extern werd ingekocht, wordt nu vast onderdeel van het team waardoor we vaste expertise opbouwen. Regionale Facilitering Zorg Nieuw in de MGR is in 2024 de module Regionale Facilitering Zorg. Binnen deze module wordt op verzoek van het RPO Zorg uitvoering gegeven aan het regiosecretariaat Zorg, regioadvies Jeugd en enkele regionale projecten Jeugd. RBL Binnen de module RBL verwerken we de laatste aanpassing van de leerplichtformatie, en implementeren we het organisatieonderzoek. Hiermee borgen we dat het RBL aan blijft sluiten bij wettelijke en maatschappelijke ontwikkelingen op het gebied van leerplicht en schoolverzuim. WSP In 2024 is de submodule Steunpunt SROI formeel onderdeel van het WSP. Daarnaast liggen er extra regionale opdrachten, waaronder de Harrietrainingen. WgSW Binnen de module WgSW is sprake van een herverdeling van de gemeentelijke baten op basis van het aantal arbeidsjaren per oktober 2023.
Uitgangspunten voor de begrotingsramingen
5
Tijdens de vergadering van het Algemeen Bestuur d.d. 7 december 2023 zijn de kaders voor de begrotingswijziging 2024 en begroting 2025 vastgesteld. De begroting 2025 wordt berekend op basis van de prognose 2024 en de onderstaande kaders voor bestaand beleid. Het AB heeft besloten uit te gaan van septembercirculaire 2023 voor loonkosten en overige indexeringen. Op basis van de septembercirculaire 2023 (CBP Rapport MEV 2024) zijn de volgende indexeringen van toepassing voor de komende jaren: 2024
2025
2026
2027
2028
Loonvoet (CAO SGO + inschaling)
6,7% (was 4,2%)
5,8%
4,8%
4,1%
4,2%
Index Materieel Overheidsconsumptie
3,5% (was 2,4%)
1,6%
1,6%
1,6%
1,6%
Voor 2026 en verder wordt er in de meerjarenraming zonder indexatie gerekend. •
In november 2023 is een nieuwe CAO SGO afgesproken met een looptijd van 1 januari 2024 tot 31 maart 2025. Belangrijkste elementen zijn een 6% loonsverhoging in twee stappen, een hogere toepasbare arbeidsmarkttoelage en extra verlof. De personeelskosten worden begroot op werkelijke loonkosten van de bezetting. Dat betekent dat er geen ruimte is begroot voor hogere inschaling bij werving en selectie en/of inhuur. Ook is geen rekening gehouden met ruimte voor arbeidsverzuim.
•
In november 2023 is bekend geworden dat er een akkoord is gesloten tussen bonden en werkgevers voor de CAO SW. De verhoging valt deels in 2023, met een beperkte nominale verhoging in 2024. Het akkoord is geldig voor de resterende looptijd van de CAO, dus tot en met 2025. Voor de bijstelling van de begroting 2024 gaan we uit van de percentages benoemd in de septembercirculaire. Het verwachte uitstroompercentage SW op basis van pensionering, langdurige ziekte, ondergrens etc. is door de bestuurscommissie WgSW vastgesteld in maart 2024.
•
De index voor overige kosten ligt met 3,5% hoger dan geraamd in de primaire begroting 2024 (2,4%).
Ontwikkelingen 2024 en 2025 in cijfers
6
Impact uitvoeringsbeleid 2024 Naast autonome ontwikkelingen zijn er tevens een aantal ontwikkelingen in uitvoeringsbeleid die van grote invloed zijn op de financiële begroting. De grootste impact ten opzichte van de primaire begroting 2024 wordt veroorzaakt door: 1. Inkoop Zorg: Bij de module Inkoop Zorg wordt de operationele aansturing en strategische positie van het inkoopbeleid verbeterd. Financieel effect: structureel € 50.000. 2. Regionale Facilitering Zorg: Nieuw in 2024 is de module Regionale Facilitering Zorg. Op verzoek van het RPO Zorg voeren we het regiosecretariaat Zorg uit. Daarnaast voeren we, zoals vastgelegd in het door colleges vastgestelde Uitvoeringsplan Jeugd, het regionaal advies en regionale projecten Jeugd uit. Financieel effect: structureel € 1,3 miljoen. In 2024 houden we rekening met een incidentele inzet op archiefonderhoud van de jaren voorafgaand aan de implementatie bij de MGR. Financieel effect incidenteel € 35.000. 3. RBL: Als gevolg van de aangepaste formatierichtlijn voeren we in 2024 de tweede stap in de formatie voor leerplicht uit, en implementeren we het organisatieonderzoek. Financieel effect: Structureel € 200.000 en incidenteel in 2024 € 60.000. 4. WSP: Vanaf 2024 komen de lasten van het Steunpunt SROI voor rekening van deelnemende gemeenten. 5.
WSP en RBL: In 2024 worden verschillende regionale opdrachten uitgevoerd, waaronder de Harrie-trainingen en inzet voor het RMT. Financieel effect incidenteel is € 450.000. Hier staan regionale middelen tegenover. Voor 2025 zijn deze nog niet begroot. 6. Overhead: Vanaf 2024 heeft de MGR een fulltime directeur/secretaris. Financieel effect is structureel € 35.000. In 2024 houden we incidenteel rekening met € 45.000 in verband met overlap op de directeursfunctie.
Impact uitvoeringsbeleid 2025 Voor de primaire begroting 2025 is op dit moment onvoldoende in te schatten welke extra regionale opdrachten er bij de MGR worden ondergebracht. We houden in de begroting 2024 rekening met de volgende ontwikkelingen: 1. WSP: Vanaf 2025 houden we rekening met budget voor vervanging van werving en selectie software. Financieel effect structureel € 45.000. 2. Overhead: In 2025 houden we rekening met vervanging van mobiele telefoons van de beheerorganisatie en module Inkoop Zorg. Financieel effect incidenteel 15.000.
7
2. BELEIDSBEGROTING » Programmaplan 2024 » Programmaplannen
» » » » »
–
Thema Zorg
–
Thema Onderwijs
–
Thema Participatie
–
MGR Beheerorganisatie
–
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
–
Beschikbare weerstandscapaciteit
–
Inventarisatie van de risico's
–
Beleid weerstandscapaciteit en de risico's
–
Kengetallen
–
Verhouding kengetallen i.r.t. financiele positie
–
Financiering
–
Openbaarheid van informatie
Overzicht kosten van overhead Het bedrag van onvoorzien Overzicht algemene dekkingsmiddelen Beleidsindicatoren bestuur en organisatie De Paragrafen
3
De beleidsbegroting bestaat uit het programmaplan en de verplichte paragrafen volgens het Besluit Begroting & Verantwoording (BBV).
Programmaplan 2024 Het programmaplan bestaat voornamelijk uit een overzicht van de te realiseren programma’s en een overzicht van de kosten van de overhead. Het programmaplan is opgebouwd uit: a. De belangrijkste ontwikkelingen die betrekking hebben op de uitvoering van de dienstverlening: met welke ontwikkelingen houden we rekening? b. de doelstelling, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten, ten minste toegelicht aan de hand van de bij ministeriële regeling vast te stellen beleidsindicatoren: wat willen we bereiken? c. de wijze waarop ernaar gestreefd zal worden die effecten te bereiken, en de betrokkenheid hierbij van verbonden partijen: wat gaan we daarvoor doen? d. de raming van baten en lasten: wat gaat het kosten?
Programmaplan thema Zorg Module Inkoop Zorg Omgeving
Wat zijn de verwachte ontwikkelingen? Hervormingsagenda Jeugd 2023 – 2028 De Hervormingsagenda Jeugd heeft als doel knelpunten in de jeugdhulp structureel aan te pakken. Een ander doel is het jeugdhulpstelsel financieel houdbaar te maken voor de toekomst. De hervormingsagenda omvat een groot pakket afspraken om deze doelen te bereiken. In de uitwerking van deze hervormingen worden een aantal principes gehanteerd die van belang zijn voor de regiogemeenten en Inkoop SDCG. Jeugdhulp is onlosmakelijk verbonden met het gemeentelijke sociaal domein en het zorgstelsel. Deze moeten veel beter met elkaar in verbinding worden gebracht en worden ontschot, zodat er zorg kan worden geboden aan zowel de jeugdige als het gezin waar de jeugdige in opgroeit. Een voorbeeld hiervan is het terugdringen van het gebruik van residentiële Jeugdhulp door het vergroten van de inzet van ambulante alternatieven. We gaan aanbieders sturen op het ontwikkelen van het aanbod in deze richting. Deze ontwikkeling zal in samenwerking met gecontracteerde aanbieders worden vormgegeven. Financiële positie aanbieders Hoewel een behoorlijk deel van de zorgaanbieders verlies lijdt, blijft het aantal aanbieders bij wie op korte termijn voorzetting van de bedrijfsvoering in het geding is, redelijk beperkt.
Echter, het feit dat de afgelopen jaren steeds meer aanbieders er niet in slagen kostendekkend te werken, is reden tot zorg. Als (grote) aanbieders in de problemen komen, zal hun aanbod niet eenvoudig door andere aanbieders overgenomen kunnen worden. Dit betekent een reëel risico op discontinuïteit en daarmee op de beschikbaarheid van voldoende zorg. We zien daarbij tevens een zorgelijke trend waarbij aanbieders onrendabele bedrijfsonderdelen afstoten. Tevens wordt de arbeidsmarkt in de zorg steeds krapper. Met de invoering van de nieuwe reële tarieven zal in ook in het regionaal contractmanagement de focus weer meer komen te liggen op het gesprek over de inhoud: kwaliteit van zorg, instroom, doorstroom en uitstroom. De beschikbaarheid van kwalitatief en voldoende aanbod blijft een punt van zorg.
9
Inkoop Zorg
Inkoop Verblijf Jeugd en Essentiële functies Jeugd Begin 2024 gaat de nieuwe inkoop Verblijf Jeugd van start. Per 1 juli 2024 kan gebruik worden gemaakt van nieuw ingekochte producten Verblijf Jeugd. Hiermee creëren we in regio Centraal Gelderland een dekkend zorglandschap voor Verblijf Jeugd. Omdat er steeds meer overlap komt in de producten Verblijf en ambulante producten zal Inkoop SDCG de aanbieders van deze producten stimuleren tot samenwerking, zodat op- en afschalen in verschillende producten effectiever kan plaatsvinden. De hervormingsagenda Jeugd stelt tevens: “dat er is meer samenwerking, samenhang en efficientere inzet van specialistische zorg nodig is. En dat zorg, die regionaal of landelijk slechts voor een aantal kinderen nodig is, moet ingekocht worden op de schaal waar deze zo effectief mogelijk georganiseerd kan worden.” Met de inkoop van zeer specialistische jeugdhulp lopen we als regio voor op de hervormingsagenda door op bovenregionale schaal uitvoering te geven aan het project Essentiële functies waarmee 56 gemeenten gezamenlijk inkopen. Concrete doelstellingen en opdrachten zorgen voor meer sturing Strategische advisering gaat helpen bij het concretiseren van de regiovisie die verwoord is in het document: ‘Samenwerking en opdrachtgeverschap Jeugd, WMO, Beschermd Wonen, regio Centraal Gelderland’.
Inkoop SDCG vervult vanuit de adviesfunctie een belangrijke rol in de verheldering van doelstellingen en de vertaling naar inkoop. Op strategisch niveau worden belangrijke vraagstukken(zorgvorm en zorgwet overstijgend), integraal in behandeling genomen waardoor de regiogemeenten in staat worden gesteld om keuzes te maken voordat wordt overgegaan tot het inkopen van hulp. Het zichtbaar maken van de ‘rode draad’ tussen diverse projecten en programma’s zoals de ‘hervormingsagenda Jeugd’, het ‘regionaal uitvoeringsplan Jeugd’, het ‘Integraal Zorgakkoord’ en de transformatie ‘van beschermd wonen naar beschermd thuis’ is nodig om meer toekomstgericht sturing te geven richting aanbieders. Binnen de huidige inkoop(opdracht) gaat Inkoop SDCG zich richten op de integraliteit van hulp vanuit het perspectief van de inwoner. Dat betekent dat we meer gaan inzetten op aansluiting bij de behoefte van de inwoner en wat dat vraagt van gemeenten en marktpartijen. Krapte op de arbeidsmarkt Niet alleen zorgaanbieders maar ook regiogemeenten hebben te maken met krapte op de arbeidsmarkt waardoor het lastiger is om personeel te werven. We hebben de regiogemeenten als beleidsverantwoordelijke hard nodig, zodat we daarmee meer sturing kunnen geven aan de uitvoering van het beleid. We zien dat er bij personeelswisselingen in regiogemeenten ook kennis uit de regio verdwijnt.
De doorontwikkeling van gecontracteerd zorgaanbod vraagt om een beleidsvisie voor de korte en langere termijn. Het op adequate wijze voldoen aan de gestelde vragen vanuit de regiogemeenten vraagt om de juiste inzet, capaciteit en expertise vanuit de regiogemeenten. Vanuit Inkoop SDCG gaan we kijken op welke wijze we kunnen bijdragen een ‘regionaal kennisnetwerk’. Verzoek regiogemeenten mogelijkheden taakstelling begroting De MGR heeft van regiogemeenten een verzoek ontvangen te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om de opdracht van de gemeenten tegen lagere kosten uit te kunnen voeren. Er zijn twee concrete onderwerpen waarvoor een voorstel wordt gemaakt die mogelijkheden bevat op regionale schaal voordeel te behalen. Het betreft voorstellen inzake: 1. Het minimaliseren van lokaal maatwerk en 2. Samenloop lokaal en regionaal contractmanagement Beide voorstellen worden voor oktober 2024 ter advisering aan de bestuurscommissie Inkoop Zorg voorgelegd. De voorstellen bevatten inhoudelijke keuzes in de dienstverlening van Inkoop SDCG voor de begroting van 2026 en verder, zodat de gemeenschappelijke regeling zoveel mogelijk bij kan dragen aan de uitdaging die de deelnemende gemeenten hebben met hun begrotingen.
Bij het uitwerken van alle voorstellen zal tevens worden onderzocht of en op welke wijze we, door regionale samenwerking en het bundelen van krachten, op het totaal een voordeel kunnen realiseren.
10
Regiogemeenten zijn voor ons een belangrijke partner. Zij geven richting en bepalen de beleidsmatige doelstellingen. Inkoop SDCG kan, met inkopen als een belangrijk instrument, bijdragen aan het realiseren van de beoogde doelstellingen. Inkoop SDCG kan als gesprekspartner tevens een verbinder zijn tussen gemeenten en de aanbieders die daadwerkelijke hulp leveren aan kwetsbare inwoners.
Inkoop Zorg
Wie zijn onze partners en hoe betrekken we onze partners bij het bereiken van onze doelstellingen?
We zien het als uitdaging om binnen de regio de verbinding tussen de maatschappelijke opgaven waar gemeenten voor staan en het belang van de aanbieders bij elkaar te brengen op alle niveaus. Van dagelijkse uitvoering op cliëntniveau tot strategische stip op de horizon op bestuurlijk niveau. Naast het voorbereiden en begeleiden van het inkoopproces binnen het sociaal domein, sluiten wij voor de regiogemeenten (raam)overeenkomsten af met aanbieders. Indien nodig worden ook tussentijdse inkoopmomenten georganiseerd. Hiervoor is het noodzakelijk om continu in gesprek te blijven met gemeenten en aanbieders. In het proces wordt rekening gehouden met lokale en regionale wensen.
Op welke wijze gaat de module invulling geven aan (burger)participatie? Hoe en met welk doel? Vooropgesteld dient burgerparticipatie vooral bij de start van een proces, bijvoorbeeld bij het maken van lokaal of regionaal beleid, plaats te vinden zodat maximaal ruimte is voor de invloed van burgers. De regiogemeenten hebben lokale adviesraden waarmee inwoners worden betrokken bij beleidskeuzes. Bij de uitvoeringstaak die Inkoop SDCG heeft, het uitvoeren van het inkoopproces, zien we geen verdere rol voor burgers en/of gemeenteraden. De invloed van inwoners en/of gemeenteraden dient juist voorafgaand aan het proces van inkoop plaats te vinden bij het stellen van inkoopdoelen en de inkoopopdracht. De bijdrage van burgerparticipatie vanuit de module Inkoop Zorg is er primair op gericht om de regiogemeenten van de nodige input of vragen te voorzien, waarmee zij invulling kunnen geven aan burgerparticipatie op een voor hen passende wijze bij het vaststellen van (inkoop)doelstellingen. De Module Inkoop Zorg heeft geen rechtstreeks verbinding naar de inwoners en/of raden van regiogemeenten, maar een indirecte lijn via de regiogemeenten. In de strategische advisering zal actief aandacht worden gevraagd voor (burger)participatie in de beleidsvormende fase die kunnen leiden tot concrete inkoopopdrachten.
Binnen het contractmanagement stimuleert Inkoop SDCG aanbieders om cliënten een actieve rol te geven in het vormgeven van het zorgtraject. Ook zijn aanbieders (binnen de Wmo) verplicht om jaarlijks een cliënttevredenheidsonderzoek uit te voeren. Verder staat in de contracteisen opgenomen dat iedere Jeugdhulp-organisatie een cliëntenraad dient te hebben. Op die manier is er ruimte voor de invloed van cliënten/inwoners.
Activiteiten
Wat willen we bereiken? Inkopen en contractmanagement Ook dit jaar zien we diverse op elkaar ingrijpende ontwikkelingen. Het is van belang dat we binnen deze ontwikkelingen prioriteiten en kaders stellen, zodat we binnen Inkoop SDCG een realistische vraag en opdracht van de regiogemeenten hebben die tevens past bij de beschikbare bemensing.
11
Inkoop Zorg
Inkoop SDCG blijft de regiogemeenten ondersteunen en faciliteren bij het effectief inzetten van inkoop als instrument om beleidsdoelstellingen te realiseren. Inkoop is “slechts” één van de vele instrumenten die gemeenten tot hun beschikking hebben om uitvoering te geven aan de wettelijke taken voor jeugdhulp en Wmo-activiteiten. De doorontwikkeling van de regionale inkoopopdracht (wat koopt Inkoop SDCG in voor regiogemeenten?) zal bijdragen aan het sturen op en realiseren van beleidsdoelstellingen. Hiervoor is het van belang dat regiogemeenten in de beleidsontwikkeling concreter worden over de (lange termijn) doelstellingen. Strategische advisering vanuit Inkoop SDCG en vroegtijdig betrokken worden bij ontwikkelingen zijn daarbij belangrijk. Vanuit Inkoop SDCG gaan we een meer leidende rol pakken in het traject dat nodig is om te komen tot meer concrete inkoopopdrachten en bijbehorende realistische concrete doelstellingen voor korte en lange termijn. Op deze wijze kan de uitvoering van inkoop maximaal bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen. De samenhang in het zorgaanbod, met name gericht op die groepen inwoners die onder diverse wettelijke regelingen vallen, willen we samen met de aanbieder vergroten. Ook in het contractmanagement gaan we vanuit deze integraliteit werken.
Daarom zijn alle aanbieders opnieuw geanalyseerd op basis van twee dimensies: impact op de organisatie en leverancierscomplexiteit. Hiermee hebben we beter zicht op de (strategisch) belangrijkste aanbieders en de afhankelijkheden voor de regio en individuele gemeenten. Een van de in te zetten verbeteringen is de huidige samenwerking met ’het Collectief’. Het Collectief is een (informeel) samenwerkingsverband van aanbieders die verblijfsvormen aanbieden. De huidige omstandigheden vragen om een drastisch andere benadering waarbij niet alleen aanbieders van Verblijf maar juist ook aanbieders die ambulante zorgvormen bieden een sleutelrol gaan spelen in het toekomstbestendig maken van de jeugdhulp. De belangrijke pijlers hierbij zijn ‘normaliseren’ en ‘zo thuis mogelijk’. Onderzoek mogelijkheden en effecten tariefdifferentiatie Inkoop SDCG is verzocht om de mogelijkheden en effecten van tariefdifferentiatie samen met een regionale werkgroep gefaseerd uit te werken. Datagericht werken ter versterking lokale toegang De zoektool, bedoeld om de zoektocht naar tijdig en passende hulp te vereenvoudigen, sluit nog niet optimaal aan bij de behoefte van de gebruikers. Vanuit het regionaal uitvoeringsplan Jeugd wordt gewerkt aan ‘het versterken van de toegang’.
Het doorontwikkelen van de zoektool zal bijdragen aan deze versterking en kan tevens een gunstig effect hebben op het inzichtelijk maken en verminderen van wachtlijsten.
Wat gaan we daar voor doen? Regionaal Contractmanagement De huidige indeling van aanbieders op basis van producten wordt meer losgelaten, daarmee bevorderen we het meer integraal benaderen van aanbieders. Immers het vraagstuk van de inwoner is over het algemeen niet op productniveau, en vereist een overstijgende aanpak. Inkoop SDCG gaat aanbieders en gemeenten meer samenbrengen aan de hand van thema’s en hierin een regierol pakken. Ook op bestuurlijk niveau gaan we meer inzetten op strategie door op thema’s in gesprek te gaan met aanbieders waarmee we meer sturing en richting geven aan de markt. Voor Jeugd sluiten de thema’s aan bij het ‘Uitvoeringsplan Jeugd Regio Centraal Gelderland’, voor Wmo ligt in 2024 de focus op ‘huishoudelijke ondersteuning’ en de beweging ‘van beschermd wonen naar beschermd thuis’. Regionaal dashboard Na de eerste aanloop en start van het regionaal dashboard zal in 2024 de focus komen te liggen op doorontwikkeling. Met het regionaal dashboard kunnen we gemeenten van belangrijke sturingsinformatie gaan voorzien waarmee we bijdragen aan het betaalbaar en (tijdig) beschikbaar houden van
12
Inkoop Zorg
passende hulp. Ook de voor Verblijf Jeugd ontwikkelde monitor zal in 2024 verder wordt ontwikkeld zodat grip op de inkoop van Verblijf Jeugd kan worden gehouden. In samenwerking met de softwareleverancier werkt Inkoop SDCG aan de doorontwikkeling van het dashboard zodat er meer inzicht gekregen wordt over het aantal trajecten en de kostenstijgingen die daarmee gepaard gaan. Data zal ook meer gebruikt gaan worden in contractgesprekken om beter te kunnen sturen en monitoren. Daarnaast zal samen met de regio de behoefte aan data worden geëvalueerd, zodat keuzes gemaakt kunnen worden over de toekomstige afspraken en benodigde systemen. Daarnaast zal aangesloten worden bij de bovenregionale monitor vanuit de G7. In 2024 zal deze monitor worden opgezet met medewerking van Inkoop. Deze zal door 56 gemeentes gevalideerd worden en zal ons inzicht geven in regionale ontwikkelingen zoals het gebruikt van Essentiële functies. Aan de hand van de data uit het regionale dashboard kunnen we de problemen/hiaten vaststellen binnen het zorglandschap van regio Centraal Gelderland en daar gezamenlijk met de gemeenten op gaan sturen doormiddel van de thema’s ‘kwaliteit’ en ‘tijd’. Regionaal toezicht De regiogemeenten hebben gevraagd een voorstel uit te werken voor het regionaal uitvoeren van toezicht en handhaving op kwaliteit en rechtmatigheid.
Inkoop SDCG is als projectleider kartrekker voor het uitwerken van dit voorstel. De kwaliteitscoördinator inkoop zal ongeacht de keuze waar de uitvoering van het regionaal toezicht belegd wordt, betrokken zijn bij de implementatie en inrichting van het regionaal toezicht. De kwaliteitscoördinator inkoop zal waarborgen dat het regionaal toezicht(steam) aansluit bij het regionaal toezicht-, en handhavingskader. Kwaliteit Kwaliteit van zorg blijft binnen de regio een belangrijk speerpunt. We sturen gedurende de gehele looptijd van de overeenkomsten proactief op kwaliteit en rechtmatigheid. Een belangrijk instrument hiervoor is ons Meldpunt signalen zorg waar iedereen laagdrempelig en eenvoudig signalen kan melden. Vanuit de kwaliteitscoördinator is voorgesteld pro-actief bij de inkoop van zorg Bibob1 toetsingen te gaan uitvoeren. Hiermee sturen we bij (nieuwe) inkoop niet alleen gedurende de looptijd van de overeenkomst maar ook voorafgaand aan de overeenkomst nog meer op kwaliteit en rechtmatigheid. Hiermee hebben we een extra instrument in de strijd tegen ‘zorgcowboys’. Onderzoek lokaal maatwerk Het komend jaar gaan we een onderzoek doen naar lokaal maatwerk binnen de gemeenten naast de regionale inkoop van zorg binnen het sociaal domein.
Dit onderzoek richt zich op de evaluatie van de huidige praktijk, identificatie van de inkoopbehoeften en het ontwikkelen van aanbevelingen voor verbeteringen. Het onderzoek zal leiden tot een voorstel hoe we als regio het gebruik van lokaal maatwerk terug kunnen brengen tot een minimum door het optimaal benutten van de regionale inkoopinstrumenten. Onderzoek lokaal en regionaal contractmanagement Inkoop SDCG gaat onderzoek doen naar de uitvoeringspraktijk van het lokale contractmanagement bij gemeenten. We willen zo verkennen op welke vlakken we elkaar kunnen versterken en welke taken en verantwoordelijkheden regionaal overgenomen kunnen worden. Het onderzoek zal leiden tot een voorstel, zodat gemeenten en Inkoop SDCG zich beter kunnen richten op de kerntaken. Arbeidsmarktkrapte Om de arbeidsmarktkrapte in de zorg te kunnen beheersen, is een regionaal plan van aanpak opgesteld. In dit plan zijn diverse mogelijkheden verkend hoe de instroom van professionals vergroot kan worden en hoe we de professionals kunnen behouden in de zorg. Een regionale werkgroep werkt het plan van aanpak verder uit onder leiding van Inkoop SDCG. Hierbij wordt tevens gekeken welke mogelijkheden een meerwaarde hebben binnen de huidige contracten en welke mogelijkheden in een volgende inkoopronde passen. 1 De Wet Bibob staat voor 'Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur'.
Deze wet geeft overheidsinstanties (zoals een gemeente) de mogelijkheid om de achtergrond van bedrijven en personen met wie zij zakendoen, te screenen
13
In 2024 neemt de begroting toe met € 65.000 als gevolg van loonkostenindexatie en taakverschuiving. In 2025 verwachten we een beperkte stijging als gevolg van loonkostenindexatie.
Inkoop Zorg
Wat gaat het kosten?
Toelichting: 1. Personeelslasten nemen in 2024 met € 219.000 toe: - Er wordt in 2024 een juridisch adviseur inkoop aan de formatie toegevoegd zodat extern juridisch advies kan worden afgebouwd. Dit wordt bekostigd uit de begrootte kosten voor extern juridisch advies. In 2024 houden we rekening met kosten voor opleiding en het inwerktraject, in 2025 bouwen we dit af. - Verder wordt het team Inkoop Zorg versterkt met een strategisch adviseur inkoopbeleid en versterken we de operationele aansturing van het contractmanagement. - De versterking van de operationele aansturing past binnen begroting. Voor de strategisch inkoopadviseur wordt € 50.000 aan de begroting toegevoegd. - De resterende ontwikkeling bestaat uit loonkostenindexatie. 2. Uitvoeringslasten dalen in 2024, met een structurele doorwerking in komende jaren: - De kosten voor extern juridisch advies wordt stapsgewijs afgebouwd, zoals bij de personeelslasten aangegeven. - We brengen de begroting voor het onafhankelijk WMO toezicht terug naar het gerealiseerde niveau de afgelopen jaren. - Technische ontwikkelingen maken dat een aanvullend systeem voor het publiceren van de raamovereenkomst en andere inkoopdocumenten niet langer noodzakelijk is. Hierdoor realiseren we een structurele besparing. 3.
Overheadlasten dalen in 2024 beperkt, maar stijgen in 2025 incidenteel: - In verband met synergievoordeel door de nieuwe samenwerkingsmodule RFZ en een verlengde dienstverleningsovereenkomst voor de P&F diensten ontstaat een besparing op de indirecte overhead. - Kosten van het management vallen lager uit als gevolg van een verschuiving van taken naar de strategisch adviseur inkoopbeleid. - In 2024 en 2025 houden we rekening met vervanging van laptops (structureel) en telefoons (incidenteel in 2025). 4. Baten bestaan volledig uit bijdragen van deelnemende gemeenten.
14
Omgeving
Wat zijn de verwachte ontwikkelingen? De module Facilitering Zorg is in januari 2024 gestart, daarom staat 2024 in het teken van opbouw. De medewerkers die voor de module werken zijn reeds eerder voor de regio werkzaam geweest en kennen de werkzaamheden. Met de overgang naar de MGR verandert er aan de inhoud van de werkzaamheden niets. De wijze waarop de werkzaamheden worden uitgevoerd en de regionale afspraken hierover zijn wel anders dan de medewerkers gewend zijn. Daarnaast is het van belang dat de medewerkers elkaar leren kennen en dat zij bekend raken met de werkzaamheden van andere teamleden. Dit jaar zal daarom, naast de inhoudelijke werkzaamheden, ook in het teken staan van opbouw en teambuilding.
Facilitering Zorg
Module Regionale Facilitering Zorg
De werkzaamheden voor de nieuwe module zijn in twee hoofdtaken te splitsen: Het regiosecretariaat en het regioadvies Jeugd. Regiosecretariaat De bestuurders van de 11 samenwerkende gemeenten hebben in 2023 met elkaar gesproken over de wens om de regionale samenwerking verder te ontwikkelen. Door slim en efficiënt samen te werken kunnen regiogemeenten meer gedaan krijgen. Deze doorontwikkeling krijgt in 2024 een vervolg. De regiosecretaris Zorg is adviseur voor dit project en het regiosecretariaat zal tevens ondersteunend en faciliterend zijn in dit project. Naast een sterke en passende regionale (overleg)structuur dient hier vooral ook aandacht te zijn voor een cultuuromslag. Dit kan gevolgen hebben voor de omvang van het takenpakket van het regiosecretariaat. Het archief van de regionale werkzaamheden moet ingericht worden binnen de MGR. Ook alle relevante zaken uit de regio van vóór januari 2024 moeten binnen de MGR gearchiveerd gaan worden, in lijn met de regels vanuit de archiefwet. Regio advies Jeugd en regionale activiteiten Voor het regionaal advies Jeugd geldt dat regiogemeenten een jaarlijks uitvoeringsplan Jeugd vaststellen waarin staat welke thema’s de komende jaren worden opgepakt.
Voor 2024 geldt dat de regiogemeenten bij collegebesluit in december 2023 het ‘Uitvoeringsplan Jeugd Regio Centraal Gelderland’ hebben vastgesteld, waarmee duidelijk is welke werkzaamheden dit voor 2024 betreft. Binnen het uitvoeringsplan zijn de activiteiten verdeeld onder 3 thema’s: • Kind- en gezinsbescherming • Sterke Lokale Toegang • Complexe Hulpvragen Deze thema’s vragen onze aandacht voor de komende jaren. De thema’s uit dit uitvoeringsplan zullen worden vertaald in concrete plannen van aanpak. Onder het thema Kind- en Gezinsbescherming vallen de onderwerpen Gelderse Verbeteragenda, Toekomsttuin, Beschermingstafel en Crisis en Spoed. De themagroep werkt aan de volgende doelstellingen: - Doorontwikkelen van de samenwerkingsafspraken op G7 niveau; - Zorgen dat kinderen en gezinnen, die zich in onveilige situaties bevinden, besproken kunnen worden; - Zorgen dat we voldoende zicht hebben op hoe onze inwoners geholpen kunnen worden in crisisen spoedsituaties; - Te komen tot een nieuwe werkwijze voor kind- en gezinsbescherming, waarin gezinsgericht en in samenhang met alle betrokkenen wordt ingezet op eerdere en passende hulp aan alle leden in een gezin.
15
Facilitering Zorg
Onder het thema Sterke Lokale Toegang vallen het Stevige Lokale Teams, de afstemming Onderwijs en Jeugdhulp en Complexe Scheidingen. Dit thema werkt aan de volgende doelstellingen: - De basis is in regio Centraal Gelderland op orde. Elke gemeente heeft in 2028 een stevig lokaal team staan welke voldoet aan de randvoorwaarden van het convenant Stevige lokale teams. De verscheidenheid aan kaders en instrumenten is verkleind en er is samenhang aangebracht. Tevens is geborgd dat er een gedragen besluit ligt over stevige lokale teams. Er is gestart met de implementatie van rollen en werkwijze die lokale teams op uniforme wijze moeten uitvoeren (‘regionale kwaliteitsnorm’). Onderdeel van de opgave is om samen te bepalen wat uniform moet worden uitgevoerd, en waar lokaal maatwerk mogelijk is. - Zorgen voor passende onderwijs en (jeugd-) hulp, wanneer nodig, voor jeugdigen zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. - Schade voor kinderen door een complexe scheiding zoveel mogelijk te verminderen door inzet van vroegtijdig passende ondersteuning. Het thema Complexe Hulpvragen werkt aan de volgende doelstellingen: - Voorkomen dat hulpvragen complex worden; - Zorgen dat er tijdig, passende hulp beschikbaar is; - Doorontwikkelen van het zorgaanbod; - Leren van de knelpunten en werken aan verbeteringen.
Een belangrijk onderdeel van de werkzaamheden is het verbeteren van de samenwerking in de regio en met ketenpartners. In dit programmaplan is een beknopte samenvatting opgenomen. Voor een volledig overzicht van alle regionale projecten en werkzaamheden verwijzen wij naar het Uitvoeringsplan Jeugd Regio Centraal Gelderland 2024-2025. Er zijn een aantal op elkaar ingrijpende ontwikkelingen gaande zowel inhoudelijk op Jeugd als binnen de regionale samenwerking, bovenregionaal en op landelijke niveau. Binnen deze ontwikkelingen zullen we prioriteiten en kaders stellen, zodat we binnen de module Facilitering Zorg een realistische vraag c.q. opdracht van de regiogemeenten hebben, die past bij de beschikbare bemensing. Voorbeelden van deze landelijke en bovenregionale ontwikkelingen zijn de bovenregionale verwerving van de Essentiële Functies en de Hervormingsagenda Jeugd. Deze ontwikkelingen hebben effect op onze regio, zowel in randvoorwaardelijkheid als in implementatie. Daarnaast wordt ons werkveld beïnvloed door omgevingsfactoren en externe impulsen. Er is vanuit het Rijk op veel vlakken nog geen besluitvorming. We richten ons ook op sturing richting aanbieders, hierbij zijn wel afhankelijkheden van ontwikkelingen bij zorgaanbieders.
Wie zijn onze partners en hoe betrekken we onze partners bij het bereiken van onze doelstellingen? Regiogemeenten zijn voor ons een belangrijke partner. Zij geven richting en bepalen beleidsmatige doelstellingen. Daarnaast hebben we meerdere belangrijke partners in het veld, bijvoorbeeld externe verwijzers als de gecertificeerde instellingen(GI) en huisartsen. Ook organisaties als Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming, het onderwijs en het Jongeren Netwerkzijn voor ons belangrijke samenwerkingspartners. Daarnaast werken we als jeugdhulpregio, zowel bestuurlijk als ambtelijk, samen met de 7 andere jeugdhulpregio’s in Gelderland binnen de G7. We zien het als uitdaging om binnen de regio de verbinding tussen de maatschappelijke opgaven, waar gemeenten lokaal voor staan, en het belang van de gemeenten als regio bij elkaar te brengen op alle niveaus. Van dagelijkse uitvoering op cliëntniveau tot strategische stip op de horizon op bestuurlijk niveau.
16
Facilitering Zorg
Een stevige randvoorwaarde voor het behalen van onze doelstellingen is de inzet vanuit gemeenten, zowel kwantitatief als kwalitatief. In de gezamenlijke opgave die er ligt is het nodig met elkaar deze beweging te maken om de gewenste resultaten te behalen binnen de planning. Hierbij laveren we tussen gemeente en aanbieders, zowel beleidsmatig, inhoudelijk en vanuit de uitvoering. Er ligt een uitdaging om over de juiste en voldoende informatie te beschikken om daarmee de gemeenten bestuurlijk en inhoudelijk goed te kunnen adviseren en recht te doen aan het spanningsveld tussen de verschillende belangen.
Op welke wijze gaat de module invulling geven aan (burger)participatie? Hoe en met welk doel? Vooropgesteld dient burgerparticipatie vooral aan de voorkant, bijvoorbeeld bij het maken van lokaal of regionaal beleid, plaats te vinden zodat maximaal ruimte is voor de invloed van burgers. De regiogemeenten hebben lokale adviesraden waarmee inwoners worden betrokken aan de voorkant. Nu de regiogemeenten meer regionaal gaan samenwerken en ontwikkelen is het wenselijk te onderzoeken hoe deze lokale adviesraden betrokken kunnen worden bij de regionale ontwikkeling. Daarvoor zullen we in de tweede helft van 2024 gaan verkennen of en zo ja hoe de lokale adviesraden te betrekken bij regionale ontwikkeling. Het doel van burgerparticipatie voor de module Facilitering Zorg is er primair op gericht om de regiogemeenten van de nodige input of vragen te voorzien, waarmee zij invulling kunnen geven aan burgerparticipatie op een voor hen passende wijze.
Activiteiten
Wat willen we bereiken? Opbouw en professionalisering Het team Facilitering Zorg is nieuw binnen de MGR en vormt zowel intern (binnen de MGR) als extern (binnen de regiogemeenten) een onmisbare schakel in de regionale samenwerking. De teamleden zijn goed ingespeeld op elkaar en er staat een kundig team. Als solide partner voor regiogemeenten is het inrichten van (werk)processen nodig om inzichtelijk te hebben wat we bijdragen aan het resultaat. In de werkprocessen zullen rolverdeling en de verantwoordelijkheden helder moeten worden. Zo ontstaat een gezamenlijk beeld tussen de module en de regiogemeenten en wie waar verantwoordelijk voor is. Door procesmatig te werken wordt het makkelijker om risico’s te beperken en van passende beheersmaatregelen te voorzien. Communicatie heeft een belangrijke sleutelrol in de werkzaamheden van de module. Daarom zal de communicatieadviseur die betrokken is bij de Module Inkoop Zorg basis werkzaamheden gaan verrichten voor de module Facilitering Zorg. Regioarchief Met het “project” regioarchief gaan we er voor zorgen dat alle informatie zodanig beheerd en bewaard wordt dat deze nu en ook later bruikbaar is. Uitvoeren regionaal uitvoeringplan jeugd In 2024 worden de plannen van aanpak op de drie hoofdthema’s geconcretiseerd zodat ze kunnen worden vastgesteld door het RPO Zorg.
Binnen deze plannen zijn de probleemstellingen gereed en zijn tevens de gerichte activiteiten genoemd, inclusief tijdslijn. Deze plannen bevatten ten minste de volgende elementen: doelstelling, (eind)resultaten, randvoorwaarden, tijdlijn, bestuurlijke besluitvorming, concrete projectaanpak, betrokken externe partners, keuzemomenten, risico’s, implementatieplan. De regioadviseurs zijn voorzitter en verbinder van de themagroepen, ambtelijk opdrachtgever voor externe projectleiders, bestuurlijk adviseurs richting regionaal bestuurlijke overleggen en bovenregionaal bestuurlijk overleggen.
17
Facilitering Zorg
Het team Regionaal Adviseurs Jeugd ondersteunt de regio in de gezamenlijke ontwikkeling, houdt overzicht op (de voortgang van) alle activiteiten en thema’s en daarmee ook op de voortgang van het Regionale Uitvoeringsplan Jeugd. Het team vormt de schakel tussen het lokale beleid, regionale afspraken en (boven)regionale en landelijke ontwikkelingen. Daarbij is de rol van het team gericht op het verbinden, stimuleren, informeren, informatie ophalen, rapporteren, ‘halen en brengen’, bij de ambtelijke regio-collega’s. Het team zit het Regionaal Ambtelijk Overleg Jeugd voor en adviseert het Regionale Ambtelijke Overleg Zorg. Tevens wordt er deelgenomen aan verschillende regionale, bovenregionale en landelijke bijeenkomsten om kennis en ervaringen te delen. Uitvoeren regiosecretariaat Binnen het regiosecretariaat blijven wij in 2024 bijdragen aan het versterken van de regionale samenwerking. Dit doen we onder andere door de bestuurlijke regionale overleggen (RPO Zorg, de Bestuurscommissie Inkoop Zorg en de Adviescommissie) en het overleg in voorbereiding hierop (RAO Zorg) efficiënt en effectief te ondersteunen. In 2024 gaat het Regiosecretariaat tevens actief bijdragen aan de doorontwikkeling van de regionale samenwerking, bijvoorbeeld doormiddel van het organiseren van een Regionale Heidag voor Zorg.
Het regiosecretariaat is faciliterend voor deze heidagen, de inhoudelijke invulling komt van de regiogemeenten. Begroting 2026 Naar aanleiding van het verzoek van de portefeuillehouders Financiën op 11 december 2023 en het daaropvolgende verzoek van de MGR aan de bestuur-, en adviescommissies op 21 december 2023, wordt in 2024 onderzocht of, en zo ja welke inhoudelijke keuzes gemaakt moeten worden in de dienstverlening van de module Facilitering Zorg vanaf 2026. Daarbij moet gekeken worden naar welke taken niet of minder uitgevoerd kunnen gaan worden vanaf 2026 als gemeenten zouden besluiten een lagere indexatie voor de dienstverlening vanuit de module toe te passen. Als uitgangspunt wordt aangehouden dat onderstaande onderwerpen buiten het onderzoek blijven vanwege de aard van de opgave: 1. Projecten welke gericht zijn op het structureel besparen van kosten op maatwerkvoorzieningen van de deelnemende gemeenten; 2. Projecten welke landelijk worden afgedwongen (zoals IZA en de Hervormingsagenda Jeugd); 3. Personele besparingen. Er is op dit moment al sprake van een minimale bezetting in de module en daarnaast wordt landelijk steeds meer van de regio gevraagd waardoor de werklast wellicht in de toekomst zal gaan stijgen. Indien de werklast gaat stijgen zal een grotere bijdrage (mensen en/ of middelen) gevraagd worden van regiogemeenten.
Wat gaan we daar voor doen? We maken een startfoto (waar staan we nu?) en schetsen de toekomst (waar willen we naar toe?). Aan de hand hiervan werken we aan teamontwikkeling. Verder gaan we professionaliseren onder andere door werkprocessen in te richten waarmee we toekomstige vraagstukken voor regiogemeenten passend kunnen uitvoeren. Het Regionaal Uitvoeringsplan Jeugd biedt ruimte om wendbaar te zijn bij onverwachte ontwikkelingen. De verwachte landelijke ontwikkelingen zijn ingebed in de themagroepen en de plannen van aanpak binnen het Regionaal Uitvoeringsplan Jeugd. De regiogemeenten zijn zelf aan zet de ontwikkelingen vanuit de Hervormingsagenda in te bedden in hun beleid.
18
De begroting voor de samenwerkingsmodule Facilitering Zorg is opgebouwd uit de kosten voor het regiosecretariaat, en de kosten voor het regioadvies en regionale projecten. De kosten voor het regiosecretariaat worden doorbelast aan de deelnemende gemeenten op basis van het aantal inwoners, voor het regioadvies en regionale projecten is de verdeelsleutel het aantal jongeren <18.
Facilitering Zorg
Wat gaat het kosten?
19 1. Regiosecretariaat: - De personeelslasten bestaan uit de reguliere formatie, in 2024 incidenteel opgehoogd met een beperkt budget voor het verwerken van het archief uit voorgaande jaren. - Uitvoeringskosten zijn minimaal en bestaan uit budget voor het organiseren van regionale bijeenkomsten. 2. Regioadvies en regionale projecten: - De personeelslasten bestaan uit de reguliere formatie. - Uitvoeringslasten bestaan uit de in het door colleges vastgestelde uitvoeringsplan Jeugd vastgelegde projecten, evenals kosten voor regionale samenwerking en de regionale website. - Projecten uit het uitvoeringsplan Jeugd die op basis van een subsidiebeschikking dienen te worden bekostigd, vallen niet binnen deze begroting. 3. Overheadlasten bestaan uit de lasten van management, evenals een doorbelasting van P&F diensten. Dit leidt tot een synergievoordeel bij de overige modules.
Module Regionaal Bureau Leerlingzaken Midden-Gelre Omgeving
Wat zijn de verwachte ontwikkelingen? RBL algemeen • We verwachten dat de stijging van het aantal meldingen doorzet gezien de stijging van 25% van het aantal leerplichtmeldingen in het eerste halve schooljaar (augustus 2023 t/m januari 2024) ten opzichte van dezelfde periode in het vorige schooljaar. De onderstaande ontwikkelingen zijn hiervoor mede de reden: - De hoge meldingsfrequentie van de scholen; - De verwachting dat de migratiestroom van jongeren verder toeneemt; - Meer meldingen van luxeverzuim; - Toename van ernst en complexiteit van de problematiek.
RBL Midden-Gelre
Programmaplan thema Onderwijs
Doorstroompunt • Medio 2025 zal naar verwachting de wet ‘van school naar duurzaam werk’ in werking treden. In de loop van 2024 wordt waarschijnlijk duidelijk wat dit betekent voor de dienstverlening en organisatie van het RBL Midden-Gelre. • In 2024 wordt de nieuwe regeling met financiële verdeling voor de vsv middelen duidelijk. Het CBS heeft verkend of het mogelijk is om een indicator te ontwikkelen om de omvang van de vsv-problematiek per regio te schatten.
Wie zijn onze partners en hoe betrekken we onze partners bij het bereiken van onze doelstellingen? Gesprekspartner op verschillende niveaus Er wordt steeds vaker een beroep gedaan op de creativiteit van professionals om leerlingen passende ondersteuning en ontwikkelingskansen te bieden. Om dit te regelen is de samenwerking tussen gemeenten, onderwijs, de sociale (wijk)teams en andere partners in het sociaal en justitieel domein belangrijk. Het RBL Midden-Gelre is hierin vaak de verbindende schakel tussen de verschillende niveaus. Daarom zijn we ook op beleidsniveau gesprekspartner op het snijvlak van onderwijs, zorg en participatie. De Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS) is in de regio de gezamenlijke basis. Met onze samenwerkingspartners willen we (meer) in dialoog om de MAS in de regio verder door te ontwikkelen.
Op welke wijze gaat de module invulling geven aan (burger)participatie? Hoe en met welk doel? • • •
Komend jaar willen we onderzoeken wat het (lokale) aanbod in onze regio van Maatschappelijke Diensttijd (MDT) kan betekenen in het voorkomen van voortijdig schoolverlaten van jongeren. We onderzoeken hoe we jongeren actief kunnen betrekken bij de doorontwikkeling van het Doorstroompunt om met onze dienstverlening zo goed mogelijk aan te sluiten bij de beleefwereld van de jongeren. Elke vijf jaar vindt er een Klanttevredenheidonderzoek (KTO) plaats om de kwaliteit van onze dienstverlening te toetsen en waar nodig te verbeteren. Hierbij worden ketenpartners, ouders en jongeren betrokken. De eerstvolgende staat gepland voor 2025.
20
Wat willen we bereiken? Met de uitvoering van (wettelijke) taken heeft het RBL de ambitie dat zoveel mogelijk jeugdigen een route volgen naar een startkwalificatie¹. Deze startkwalificatie geeft hen een betere uitgangspositie op de arbeidsmarkt. Jeugdigen die ongeoorloofd verzuimen of (dreigen) uit te vallen, begeleidt het RBL terug naar school of naar een andere passende route in zorg of arbeid en jongeren in een kwetsbare positie houden we in beeld.
RBL Midden-Gelre
Activiteiten
Beleidsindicatoren taakveld Onderwijs² Beleidsindicatoren
Landelijk gemiddelde 2022³
2022³
2023⁴
Prognose 2024⁵
Prognose 2025
Absoluut verzuim (per 1.000 leerplichtigen)
4,2
1,6
0,7
1
1
75
41
55
57
32
37
42
47
1.876
2.120
2.396
2.660
2,4%
Prognose: 2,2%
2,1%
2%
Absoluut verzuim (aantal leerplichtigen) Relatief verzuim (per 1.000 leerplichtigen)
24
Relatief verzuim (aantal leerplichtigen) VSV-percentage regio Arnhem (12-23 jaar)
2,4%
Toelichting • De werkwijze om jeugdigen zonder schoolinschrijving snel in beeld te hebben ontwikkelen we door. We verwachten niet dat het aantal verder daalt. Omdat het om lage aantallen gaat, is het lastig te voorspellen hoe zich dit cijfermatig vertaalt. • We verwachten dat de stijgende trend in het aantal verzuimmeldingen verder doorzet. Deels doordat scholen steeds beter melden, maar ook vanwege een aantal maatschappelijke ontwikkelingen en factoren (toename ernst van problematiek onder jongeren, beschikbaarheid van jeugdhulp en dagbestedingsplekken). Dit beeld is landelijk. • We verwachten dat het VSV-percentage licht daalt, omdat we de eerdere stijging gedeeltelijk verklaren als gevolg van de coronapandemie en de impact hiervan minder wordt. We willen hierbij opmerken dat het mogelijk is dat de definitie van voortijdig schoolverlaten gaat wijzigen als de doelgroep uitgebreid wordt naar 27 jaar. Dat zou effect kunnen hebben op het percentage. De aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt blijft effect hebben op het aantal voortijdig schoolverlaters.
1. Een startkwalificatie is een diploma op ten minste mbo-2, havo of vwo-niveau. Op de 18e verjaardag vervalt de kwalificatieplicht. 2. In de regeling ‘beleidsindicatoren gemeenten’ zijn drie beleidsindicatoren vastgesteld die door gemeenten in de programmaverantwoording opgenomen moeten worden: absoluut verzuim, relatief verzuim en het vsv-percentage. 3. Bron: DUO/Ingrado 2021 op website ‘Waarstaatjegemeente.nl’ 4. Bron: DUO art25 rapportage, oktober. Voor deze rapportage wordt een andere peildatum gebruikt dan het jaarverslag van het RBL. De cijfers wijken om die reden af. 5. Gebaseerd o.b.v. de stijging van het aantal meldingen die we zien in de eerste periode van het schooljaar 2023-2024. Voor het aantal leerplichtigen gaan we uit van het aantal in 2023.
21
Het RBL Midden-Gelre voert de wettelijke taken uit op het gebied van leerplicht, kwalificatieplicht en Doorstroompunt voor de jeugdigen in de leeftijd van 5 tot 23 jaar. Daarnaast participeert het RBL Midden-Gelre bij het regionaal vsv-programma in verschillende teams. We voeren de taken van verzuim 18+ uit, zijn opdrachtnemer voor het Schakelpunt en we leveren de programmaleider voor de Sluitende Keten en de coördinator van Team Overstap. RBL algemeen • In 2023 is onderzocht hoe we de organisatie en het management van het RBL toekomstbestendig in kunnen richten. In 2024 wordt deze nieuwe structuur gerealiseerd. • Het RBL zal de tweede stap zetten in de formatie-uitbreiding. • Bij de deskundigheidsbevordering ligt de focus dit jaar op bewustwording van de eisen die de Wet Politiegegevens stelt in ons werk en daarnaast op de verdieping van onze methodische manier van werken en het adequaat omgaan met agressie.
RBL Midden-Gelre
Wat gaan we daar voor doen?
Leerplicht • Het RBL Midden-Gelre en SWV de Verbinding onderzoeken gezamenlijk de mogelijkheden voor onderlinge gegevensuitwisseling van alle thuiszittende leerlingen. • Als RBL Midden-Gelre willen we meer vorm en inhoud geven aan afhandeling van vrijstellingsaanvragen die betrekking hebben op bezwaar tegen de richting van het onderwijs (art. 5 onder b Lpw). Onderdeel daarvan is kennisverrijking. Daarnaast is dit onderwerp ook onder de aandacht bij brancheorganisatie Ingrado. Doorstroompunt • Het RBL Midden-Gelre heeft de wettelijke taak om de doelgroep Jongeren in Kwetsbare Positie (JIKP) te monitoren. Omdat we graag meer voor hen willen doen is er een onderzoek uitgevoerd rondom deze vraag. De uitkomsten willen we komend jaar verder vorm en inhoud geven binnen ons beleid. • Afgelopen jaar is er een start gemaakt met de pilot Jongeren in Beeld in de gemeente Arnhem. Naar verwachting wordt deze pilot ook uitgevoerd in de gemeente Rheden en Zevenaar.
Wat gaat het kosten?
De begroting 2024 neemt met € 262.000 toe ten opzichte van de primaire begroting. In 2025 stijgt de begroting beperkt: het wegvallen van incidentele lasten uit 2024 compenseert grotendeels de reguliere kostenstijging als gevolg van indexatie.
22
1. Personeelslasten nemen in 2024 beperkt toe: • In 2024 zetten we de laatste stap van de formatie-uitbreiding, en groeien we met 2,4 fte naar de leerplichtformatie volgens de regeling. • Er vindt een verschuiving van loonkosten plaats van het programma naar de overhead: de coördinator kwaliteit & bedrijfsvoering maakt plaats voor een extra teamleider. • Met de groei van leerplichtformatie bouwen we het budget van inhuur voor opvang van de werkdruk af. • Voor het project transitiecoach, onderdeel van het plan van aanpak jeugdwerkloosheid, begroten we € 109.000. Deze lasten worden rechtstreeks gedekt door een subsidie. • De stijging in 2025 ontstaat als gevolg van de reguliere loonkostenindexatie.
RBL Midden-Gelre
Toelichting:
2. Uitvoeringskosten blijven in 2024 en 2025 nagenoeg gelijk. De genoemde stijging ontstaat als gevolg van indexatie. • Overheadlasten stijgen in 2024 met € 137.000: • Vanaf 2024 wordt er, naar aanleiding van het in 2023 uitgevoerde organisatieonderzoek, een teamleider toegevoegd aan de managementformatie. • In 2024 begroten we incidenteel € 60.000 voor de implementatie van het organisatieonderzoek. Daarbij wordt ook rekening gehouden met het opstellen van een communicatiestrategie, passend bij de nieuwe organisatie-inrichting. 3. Baten bestaan uit bijdragen van deelnemende gemeenten, de regionale bijdrage voor het Doorstroompunt en overige baten: • Gemeentelijke bijdragen nemen in 2024 beperkt toe met € 36.000. Als gevolg van beschikbaar gekomen overige baten van extra opdrachten ontstaat dekking voor structurele salariskosten en wordt de loonkostenstijging deels gecompenseerd. • In 2025 stijgen de gemeentelijke bijdragen, enerzijds als gevolg van indexatie, anderzijds omdat overige baten – waarmee structurele salariskosten gedekt worden - niet zeker zijn. • Overige baten bestaan in 2024 uit bijdragen voor de coördinator Team Overstap voor het regionale vsv programma, en de opdracht loopbaangesprekken Werk & Inkomen voor gemeente Arnhem. Deze baten zijn voor 2025 nog niet zeker, en daarom niet begroot.
• Onder overige baten os een bedrag van € 60.000 opgenomen, vooruitbetaald door de deelnemende gemeenten in 2023, voor implementatie van het organisatieonderzoek. Dit bedrag en bijbehorende kosten zijn incidenteel in 2024 en daarom niet begroot in 2025. • De regionale bijdragen bestaan uit de bijdragen voor het Doorstroompunt. In 2024 ontvangt het RBL tevens een subsidie voor de transitiecoach.
23
Het programma Participatie bestaat uit de modules: - WerkgeversServicepunt (WSP) met sinds 2023 daaraan toegevoegd de submodule Steunpunt Social Return on Investment (SROI); - Werkgeverschap Sociale Werkvoorziening (WgSW) en - Contractmanagement Inburgeringstrajecten (CmI).
Module WSP
Participatie - WSP
Programmaplan thema Participatie
Het WerkgeversServicepunt bestaat uit twee teams: één met de focus op UWV en één met de focus op gemeenten. Beide teams werken nauw samen, met name op het gebied van arbeidsbemiddeling en ontmoetingen. Met de bestuurscommissie is de afspraak gemaakt dat het programmaplan voor het daaropvolgende jaar (in dit geval 2025) in het voorjaar beperkt blijft tot de financiële kaders van de begroting. In het najaar, de vergadering van de bestuurscommissie van november, wordt het jaarplan 2025 met de daarin te verwezenlijken activiteiten voorgelegd. Hierdoor sluit het jaarplan beter aan op de actuele arbeidsmarktsituatie.
Omgeving
Wat zijn de verwachte ontwikkelingen? Steunpunt SROI In 2023 is, op basis van incidentele regionale financiering, een start gemaakt met het organiseren van het Steunpunt SROI binnen het team WSP-gemeenten. Hierdoor was het mogelijk ervaring op te doen met dit steunpunt en de implementatie in de WSP-organisatie vorm te geven. Vanaf 2024 maakt het Steunpunt SROI formeel onderdeel uit van het WSP. De dienstverleningsovereenkomst tussen de MGR/module WSP en gemeenten is hierop aangepast. Het Steunpunt richt zich zowel op gemeenten en de taak die inkooporganisaties van gemeenten hebben om in hun aanbestedingen SROI-verplichtingen op te nemen, als op de ondernemers die uitvoering geven aan de gemeentelijke contracten. Met deze gemeentelijke opdrachtnemers wordt, op basis van het bouwblokkenmodel, gekeken naar een goede invulling van de SROI-verplichtingen. Activiteiten gericht op het beschikbaar stellen van arbeidsplekken hebben de voorkeur. Regionaal Verbinder statushouders In de Kamerbrief “Uitwerking Plan van aanpak Statushouders aan het werk” wordt gesproken over de extra inzet die statushouders nodig hebben om aan het werk te komen. Voor deze doelgroepspecifieke aanpak worden voor de jaren 2023 t/m 2026 rijksmiddelen verstrekt die ingezet kunnen worden voor de financiering van de Regionaal verbinder statushouders.
De functie is per februari 2024 belegd bij het WerkgeversServicepunt zodat zowel de expertise van het WSP op de doelgroep statushouders als de intensieve contacten die er zijn met werkgevers hiervoor optimaal benut kunnen worden. Verhuizing WSP-gemeenten Het team WSP-gemeenten is begin 2024 verhuisd naar een nieuwe locatie aan de Bruningweg 10 te Arnhem. In dit pand zijn ook Arbeidsontwikkeling en de Digitale Werkplaats van Scalabor gehuisvest. Tevens is dit de locatie van Presikhaaf Schoolmeubelen; een werkgever waar veel mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt gehuisvest zijn. Met deze verhuizing verwachten we tot een intensievere samenwerking en een optimale afstemming van de werkprocessen te kunnen komen met Scalabor.
24
Participatie - WSP
Transparantie van bestanden Landelijk is een programma opgezet om te komen tot het verbeteren van de uitwisseling van matchings- gegevens (VUM). Doel is te komen tot een verbetering in het vanuit de systemen organiseren van de verbinding tussen werkzoekenden en vacatures bij werkgevers. De verwachting is dat medio 2025 voor de regiogemeenten en WSP-gemeenten duidelijk is hoe deze gegevensverwerking georganiseerd kan worden, welke investeringen (in applicaties en bijbehorende ondersteuning) daarvoor gedaan moeten worden en hoe het implementatieproces vorm moet krijgen. Dit is dan op tijd voor de uitfasering van de UWV-applicaties (Sonar en WBS) waarvan in de regio gebruik wordt gemaakt en die voor begin 2026 gepland staat. Regionale samenwerking Gelijk aan eerdere jaren zal het WSP bijdragen aan regionale ontwikkelingen en projecten/samenwerkingen die in het kader van de regionale strategische agenda worden opgezet. Belangrijke thema’s hierbij zijn het verkleinen van de afstand van jongeren naar werk en het vergroten van het netwerk van inclusieve werkgevers. Ook de inzet op statushouders, in brede zin, is een belangrijk item. Overigens wordt er rekening mee gehouden dat de inbreng van incidentele middelen, zowel op landelijk niveau als regionaal, steeds minder zal gaan worden.