bijlage 2: Definitief bod RES 1.0 regio Arnhem Nijmegen definitief
Tekst van het document
RES 1.0 Regionale Energiestrategie Regio Arnhem Nijmegen
Arnhem Nijmegen
COLOFON Opdrachtgever: Regiegroep RES Regio Arnhem Nijmegen onder voorzitterschap van Harriët Tiemens, wethouder duurzaamheid gemeente Nijmegen. PROCES EN CONTACT Eva de Ruiter, procesregisseur RES Regio Arnhem Nijmegen, res@regioan.nl OPGESTELD DOOR Team RES Regio Arnhem Nijmegen in samenwerking met de gemeenten Arnhem, Berg en Dal, Beuningen, Doesburg Druten, Duiven, Heumen, Lingewaard, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Wijchen en Zevenaar, de waterschappen Rijn en IJssel, Rivierenland en Vallei en Veluwe, provincie Gelderland, Liander en meer dan 450 stakeholders uit de RES Regio Arnhem Nijmegen. Team RES Regio Arnhem Nijmegen bestond uit: Stef Aerts, Jan Buijs, Arjan van Dalen, Daniel Humbs Steinbeck, Dirk-Wim in ‘t Hof, Janet Holland, Carola Hoogland, Matthijs van der Jagt, Dagmar de Jong, Tjeerd Kooy, Martin Kugel, Jolanda van Rensch, Christian Scheres, Rob Sjerps, Willem Spies, Eva Oosterwegel, Pascale Palstra, Eva de Ruiter, Rijk van Voskuilen. FOTOVERANTWOORDING Walter Sietinga: cover, p18, p23, p32, p37, p40 rechts en onder, p58 | via GroenLeven: p17 | via Liander: Hans Peter van Velthoven p24, p45, p60 | via Liander: Jack Tillmanns p40 links | Overig: Gemeenten Duiven en Westervoort, Gemeente Nijmegen, Gemeente Lingewaard, Regio Arnhem Nijmegen.
RES 1.0 Regionale Energiestrategie Regio Arnhem Nijmegen
VISUALISATIES NP RES Over Morgen (kaarten) Communicatiebureau de Lynx REDACTIE EN VORMGEVING Communicatiebureau de Lynx Meer informatie: www.res-regioan.nl Arnhem, maart 2021
VAN, VOOR EN DOOR DE REGIO
VOORWOORD
Opbrengst voor natuur en omwonenden
We gaan in Nederland over op duurzame energie bronnen voor het opwekken van elektriciteit en het verwarmen van onze huizen en gebouwen. De aanleiding voor deze grootschalige transitie is iedereen bekend. De aarde warmt op met alle negatieve gevolgen voor ons klimaat. Dat proces willen we stoppen, zodat we een gezonde aarde kunnen doorgeven aan de generaties na ons. Boven dien biedt de energietransitie kansen voor onze lokale economie en arbeidsmarkt.
Inwoners vinden duurzame energie belangrijk
Onderzoek brede bevolking
Jongeren onderzoek
De CO2-uitstoot kan omlaag door duurzame energie bronnen te gebruiken. Dat nieuwe manieren van energievoorziening nodig zijn, vinden ook de meeste inwoners van Regio Arnhem Nijmegen. In april 2020 hielden we een enquête en daaruit bleek dat 84% van hen het belangrijk vindt om duurzamer gebruik te maken van energie. Van de deze zomer bevraagde jongeren uit onze regio vindt zelfs 93% het positief dat er steeds meer duurzame energie wordt gebruikt.
Zorgen zijn er ook
Meekoppel kansen
Tegelijkertijd horen we van inwoners en belangen organisaties ook zorgen als het gaat om zonnevelden en windturbines. Daarom maken we de RES samen met zo veel mogelijk partijen en zoeken we naar mogelijkheden om de energietransitie te koppelen aan andere doelstellingen in het landschap. Zo kunnen we tegelijkertijd werken aan versterking van de natuur, economie, biodiversiteit, cultuurhistorie en recreatie. R E S
1 . 0
/
R E G I O N A L E
We zien al mooie voorbeelden van ‘koppelkansen’ in onze regio. Afgelopen jaar werden 566 inwoners van Arnhem en omstreken mede-eigenaar van Windpark Koningspleij. Zij gaan meedelen in de winst en omwonenden profiteren van de opbrengsten via een omgevingsfonds. Een frambozenteler in Babberich gebruikt zonnepanelen in plaats van folie om zijn frambozen te beschermen tegen regen, storm en felle zon. En in Berg en Dal wordt onderzocht of een zonnepark ontwikkeld kan worden met veel meer aandacht voor mens en natuur.
Al volop bezig In Regio Arnhem Nijmegen zijn we al volop bezig met de energietransitie. Er zijn windparken in Duiven en Nijmegen, zonneparken in Lingewaard, Arnhem, Duiven, Nijmegen en Beuningen en er is verspreid over de regio nog een negental projecten vergund en daarmee vergaand voorbereid voor realisatie. Sinds 2011 nam ook het aantal zonnepanelen op daken aanzienlijk toe. Op het gebied van energie en innovatie kunnen wij trots zijn op twee energiehubs in onze regio: Glastuinbouwgebied NEXTgarden bij Lingewaard en bedrijventerrein InnoFase rondom de AVR in Duiven dat onlangs is uitgeroepen tot het duurzaamste bedrijventerrein van Nederland.
in elke nieuwe RES worden de plannen concreter en gaat de zoektocht naar invulling geven aan de energietransitie verder; iedere nieuwe RES biedt ruimte voor nieuwe ontwikkelingen en inzichten. De RES is geen toekomstmuziek, maar speelt nu al. Om het uiteindelijke doel van de CO2-neutraal in 2050 te behalen, is het van belang dat het concreter maken van de plannen nu al gebeurt. Dat maakt participatie van inwoners en stakeholders nog belangrijker. In het hoofdstuk ‘Draagvlak’ kunt u lezen hoe stakeholders en inwoners betrokken zijn geweest bij de plannen die in deze RES 1.0 zijn opgenomen. U leest ook hoe en op welke momenten inwoners vanaf nu betrokken worden. Want de RES Regio Arnhem Nijmegen maken we van, voor en door de regio.
Het toekomstperspectief: nieuwe momenten om mee te praten In de periode maart-juni 2021 nemen de gemeente raden, de algemene besturen van de waterschappen en de Provinciale Staten een besluit over de RES 1.0. Dat is zeker niet het enige moment waarop we nog iets van de energiestrategie kunnen vinden. Er volgt een RES 2.0, een RES 3.0, enzovoorts en
E N E R G I E S T R A T E G I E
/
R E S
R E G I O
A R N H E M
Harriët Tiemens Voorzitter Regiegroep RES N I J M E G E N
Eva de Ruiter Procesregisseur RES Regio Arnhem Nijmegen /
M A A R T
2 0 2 1
3
INHOUD 1.
INTRODUCTIE IN DE RES
5
2.
ONS BOD
7
2.1
8
3.
Afwegingskader
2.2 Elektriciteit
8
2.3 Ruimtelijke afspraken geven richting bij het zoeken van locaties
9
2.4 Efficiënte uitbreiding elektriciteitsnetwerk
10
2.5 Warmte
11
2.6 Draagvlak
11
2.7 Afspraken voor de toekomst
12
INTEGRALE AANPAK
17
3.1
17
De leefomgeving verbindt ons
3.2 Samenwerking op verschillende schaalniveaus
17
3.3 Integraliteit in ons proces
20
3.4 Toekomstperspectief samenwerking en integraal werken
23
4. ELEKTRICITEIT, WARMTE & NETWERK
5.
6.
25
4.2 Warmte
34
4.3 Netwerk
41
4.4 Toekomstperspectief elektriciteit, warmte en netwerk
45
DRAAGVLAK
48
5.1
Bestuurlijk draagvlak
48
5.2 Maatschappelijk draagvlak
51
UITGELEIDE
59
1 . 0
/
R E G I O N A L E
E N E R G I E S T R A T E G I E
Verklarende woordenlijst
WAAR BEGINNEN MET LEZEN?
24
4.1 Elektriciteit
R E S
Lijst met afkortingen
/
•
• •
R E S
Nieuw in de RES? Begin dan met het hoofdstuk ‘Introductie in de RES’. Voor een overzicht van het bod, ga naar ‘Ons bod’. De diepte in, kaarten en getallen? Ga dan naar ‘Elektriciteit, warmte en netwerk’.
R E G I O
A R N H E M
N I J M E G E N
LEESWIJZER In dit document vindt u in de kantlijn dit icoon. Bij online gebruik linkt deze naar onze digitale omgeving. Hier vindt u verdiepende informatie, achtergrondinformatie en interessant kaartmateriaal dat u interactief kunt gebruiken: diverse kaarten bestaan uit lagen die u aan of uit kunt zetten en u kunt in- en uitzoomen.
/
M A A R T
2 0 2 1
4
1. INTRODUCTIE IN DE RES
Grootschalige opwek gaat samen met andere onderwerpen uit de energietransitie
Klimaatakkoord
Meer dan 100 partijen verlagen de CO2-uitstoot van Nederland met 49% ten opzicht van 1990 via het Klimaatakkoord.
48,7 MT = 100%
Samenleving
Dit is de RES 1.0: de Regionale Energie Video ‘‘Wat is de RES?”
strategie (RES) van Regio Arnhem
Taakgroepen
7,3 MT = 15%
Nijmegen. In de RES onderzoeken we in Regio Arnhem Nijmegen samen met
Financiering
maat schappelijke organisaties, bedrijven
Werkgelegenheid & scholing
en inwoners de mogelijkheden voor het opwekken van duurzame elektriciteit op
Klimaatakkoord
Waarover gaat de RES wel en waarover niet?
In Nederland hebben we afspraken gemaakt in het Klimaatakkoord (2019) hoe we de internationale klimaatafspraken van Parijs uit 2015 gaan uitwerken. In Gelderland hebben we ook het Gelders Energieakkoord (GEA) dat aangeeft hoe we met elkaar de CO2-uitstoot verminderen: in 2030 met 55% ten opzichte van 1990. Gemeente Heumen heeft hierover voor de eigen gemeente in latere fase besloten dit aan te passen naar 49%. In 2050 wil Nederland CO2-neutraal zijn. 30 Energieregio’s in Nederland onderzoeken elk in een RES waar en hoe dit het beste kan. Regio Arnhem Nijmegen is een van die regio’s. De doelstellingen in de RES richten zich op 2030.
We werken in Nederland op veel verschillende manieren aan de klimaatdoelen. De RES is er daar één van en richt zich specifiek op:
/
R E G I O N A L E
Landbouw & landgebruik
3,5 MT = 7%
Elektriciteit
14,3 MT = 30%
Gebouwde omgeving
3,5 MT = 7%
De RES gaat over het duurzaam opwekken van wind- en zonne-energie op land, inzicht in de warmtevraag en gemeente overstijgende warmtebronnen in de gebouwde omgeving.
(voorlopig) concept bod van oktober 2020.
1 . 0
20,2 MT = 41%
Nationaal Programma
Dit is de 1.0 versie, deze volgt op het
R E S
Industrie
Innovatie
land en het gebruik van warmtebronnen.
Video ‘‘Waarom een RES?
Mobiliteit
•
• •
de opwekking van duurzame elektriciteit via windturbines, zonnevelden en zon op grote daken (>15 kWP) de warmtetransitie in de gebouwde omgeving de benodigde opslag en energie infrastructuur
In de RES zijn dus niet alle initiatieven voor CO2-vermindering opgenomen. Via andere wegen wordt gewerkt aan bijvoorbeeld het besparen van energie, innovaties voor energiewinning, fossiel-vrij vervoer, wind op zee, verduurzamen zeevaart
E N E R G I E S T R A T E G I E
/
R E S
R E G I O
A R N H E M
en maatregelen die bedrijven en industrie moeten nemen. Bij het bepalen van de ambities in de RES is wel rekening gehouden met een verwachte besparing van energie. Als nieuwe technieken succesvol blijken, dan krijgen die een plek in de volgende versie van de RES. De RES gaat alleen over de regionale afspraken. De gemeentelijke aanpak staat niet in dit plan. Ook kernenergie valt buiten de regionale aanpak, want dat thema wordt op landelijk niveau besproken. Het opmaken van de balans ten aanzien van alle plannen voor CO2vermindering in relatie tot de gestelde doelstellingen vanuit zowel het GEA als landelijk valt eveneens buiten de scope van de RES. N I J M E G E N
/
M A A R T
2 0 2 1
5
Stap voor Stap De energietransitie is een enorme opgave. Daarom is de RES een meerjarig traject. Na de RES 1.0 volgt de RES 2.0, de RES 3.0, enzovoorts. De RES staat continu open voor nieuwe gesprekspartners, nieuwe technologie, nieuwe omstandigheden en voortschrijdend inzicht. Telkens wordt het een stap concreter. In de RES 1.0 staan alleen nog globale zoekgebieden op de kaarten. In het traject naar de RES 2.0 gaan we van zoekgebieden naar locaties en vervolgens naar projecten. Inwoners kunnen dan, en ook op andere momenten, verder meepraten over de energieplannen. Zie hiervoor het hoofdstuk ‘Draagvlak’.
Nu starten voor resultaat in 2030 Ook al gaat de RES stap voor stap, er is een hoge urgentie om voort te maken. Om de doelstelling van 55% CO2 reductie te halen, kunnen we niet wachten.
Het kost meerdere jaren om een wind- of zonnepark te realiseren en ook het aanleggen van een warmtenet vraagt veel tijd. Partijen die hun duurzame ambities willen verwezenlijken vinden elkaar in de RES.
Meer informatie > > > > >
Meepraten over zoekgebieden en locaties Om zeker te zijn dat we alle kansen, mogelijkheden en onmogelijkheden meenemen, betrekken we zoveel mogelijk partijen en inwoners bij de RES. Dat is in de afgelopen periode het geval geweest en zal in de aankomende jaren nog intensiever gebeuren. Zo blijven we wendbaar, spelen we in op de realiteit en maken we een RES van, voor en door de regio.
Feiten & argumentenboekje FAQ’s NPRES FAQ’s RES Regio Arnhem Nijmegen Cijfers RES Regio Arnhem Nijmegen Woordenlijst RES Regio Arnhem Nijmegen
Welke momenten zijn er allemaal om nog iets van de RES-plannen te vinden? Bij sommige regio’s ook inspraak via provincie
Inspraak via omgevingsbeleid Neem contact op met beleidsadviseur
Startnotitie
Concept bod
1 . 0
/
R E G I O N A L E
E N E R G I E S T R A T E G I E
Kom naar een bijeenkomst van je RES-regio
Inspraak tijdens vergunningstraject
ES
R E S
Richt je tot je gemeente
R
Reactienota bij Startnotitie
Een startnotitie uit 2019 met daarin de uitgangspunten voor de RES vormde het startpunt van de RES Regio Arnhem Nijmegen. Reacties op de startnotitie zijn verwerkt in een reactienota. Op weg naar de RES 1.0 verscheen in oktober 2020 het concept bod. Deze werd unaniem goedgekeurd door de bestuurders van de betrokken gemeenten, waterschappen en provincie. Ook reacties op het concept bod zijn verwerkt in een reactienota.
Inspreken in gemeenteraad
/
R E S
R E G I O
A R N H E M
N I J M E G E N
/
M A A R T
2 0 2 1
6
2. ONS BOD
De RES 1.0 is de afsluiting van een waarde volle periode die veel resultaat heeft opgeleverd. Er zijn zoekgebieden in beeld voor toekomstige ontwikkeling van duurzame opweklocaties, waarmee een start wordt gemaakt met invulling geven aan de energiedoelstellingen die de regio heeft gesteld voor 2030. Deze zoekgebieden passen niet alleen binnen de kaders vanuit wet- en regelgeving, maar kunnen ook worden aangesloten op het elektriciteitsnet; zeker als we de uitvoeringsplanningen van de RES en Liander goed op elkaar blijven
de formele besluitvorming nog plaatsvinden in de maanden maart tot en met juni 2021, maar het RES-proces is vanaf de start gestoeld geweest op het principe ‘van, voor en door de regio’. De plannen zijn ontwikkeld en ontworpen samen met vele maatschappelijke stakeholders waaronder inwoners, energiecoöperaties, initiatiefnemers, jongeren-, natuur en landbouworganisaties. Ook de gemeenten, waterschappen en provincie waren continu nauw betrokken en hebben een grote bijdrage geleverd aan het resultaat dat nu voorligt in de vorm van RES 1.0. Om de sterke samenwerkingsverbanden die er nu zijn te behouden en om het behaalde resultaat goed te borgen zijn er met elkaar afspraken voor de toekomst gemaakt. Die helpen om met vertrouwen naar de toekomst te kijken.
afstemmen. Ook de (boven)regionale uitdaging op gebied van verdeling van de restwarmte van grote warmteclusters, zoals de afvalverwerkingscentrales in Weurt en Duiven en de papierfabrieken in Renkum en Eerbeek, krijgt steeds meer vorm. Net zoals de afstemming van het regionale warmtevraagstuk op de lokale Transitievisies Warmte en de bijbehorende wijkuitvoeringsplannen om stap voor stap onze woonwijken van het aardgas te halen.
Last but not least is er zowel maatschappelijk als bestuurlijk draagvlak voor RES 1.0. Natuurlijk moet R E S
1 . 0
/
R E G I O N A L E
WAT IS EEN ‘BOD’? Alle 30 energieregio’s doen een ‘bod’. Zij komen met een voorstel hoeveel TWh zij denken te kunnen bijdragen aan de nationale ambitie van 35 TWh duurzaam opgewekte elektriciteit. Die doelstelling wordt door de optelsom van alle concept RES’en ruim gehaald. Een gelopen race is dat niet. Het vraagt om een grote inspanning en lastige, vaak politieke, keuzes in de regio’s en op nationaal niveau.
E N E R G I E S T R A T E G I E
/
R E S
R E G I O
A R N H E M
BELANGRIJKSTE VERSCHILLEN MET HET CONCEPT BOD Op welke hoofdpunten verschilt de RES 1.0 met de voorloper, het concept bod van september 2020? • Het concept bod was 1,68 TWh. Het nieuwe bod is 1,62 TWh. • De RES 1.0 bevat afspraken voor de toekomst om de samenwerking van partijen te verstevigen en het huidige bod te borgen. Deze afspraken bevatten ook ruimtelijke afspraken die richting geven aan locatiekeuzes voor zon- en windprojecten. • De verhouding zon/wind was eerder 97%-3% (in vermogen) en is in de RES 1.0 89%-11%. Dit betekent dat de RES 1.0 efficiënter is als het gaat om de netinfrastructuur. • In het concept bod waren 6 kansrijke warmteclusters in beeld. In de RES 1.0 zijn dat er 5: de Bio Energie Centrale Cuijk zal de warmte leveren aan de eigen regio, Noordoost Brabant. • Tot aan de RES 1.0 zijn inwoners via de gemeenten bij de RES betrokken. De RES 1.0 bevat een visie hoe de regio de gemeenten hierop actiever kan gaan ondersteunen.
N I J M E G E N
/
M A A R T
2 0 2 1
7
Concept bod
I nt ( k o p e gr a pe lka li t n
Nationaal Programma
Belemmerend beleid
tsch a p p elij k M aa tu en bes urlij k g fl a k a a r d
e
t e i en ) s
Ko
n tie i cië f f e em en s t y s te t i e ) ( s c iën ffi
Rui m k w t el a lit ij k ei t
e
op
ie erg En en gst br
2.1 Afwegingskader De keuzes die we maken in de RES hebben invloed op onze leefomgeving. We maken ze daarom zorgvuldig. Een afwegingskader hielp en helpt ons om de verschillende afwegingen naast elkaar te zetten: waar passen de ideeën voor zonne- en windenergie in de ruimte? Past het op het energienet? Zijn de plekken maatschappelijk gezien acceptabel en financieel haalbaar? Er is continu een zorgvuldige afweging van de zes criteria waaruit het afwegingskader bestaat (zie figuur).
De criteria binnen dit afwegingskader zijn ruimtelijke kwaliteit in relatie tot de opgave, het maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak, de energieopbrengst en kostenefficiëntie (systeemefficiëntie) van de maatregelen. Er is ook gekeken naar kansen om de energieopgave te combineren met andere geplande of gewenste ingrepen in het landschap, de zogenaamde integraliteit (koppelkansen). Tot slot is de kans rijkheid van grootschalige opwekking van zon- en windenergie getoetst aan belemmerend beleid rond bijvoorbeeld natuur, defensie, veiligheid, landschap en cultuurhistorie. De eerste vier criteria zijn meegegeven vanuit het Rijk. Voor Regio Arnhem Nijmegen zijn de laatste twee toegevoegd omdat die cruciaal zijn voor het bereiken van de ambities van de Groene Metropoolregio. In het hele proces worden de criteria tegen elkaar afgewogen. Dat gebeurt steeds samen met de publieke partijen, maatschappelijke organisaties, bedrijven en inwoners van de regio. De verkenningen rond de verschillende criteria uit het afwegingskader zijn beschreven in hoofdstuk 4 ‘Elektriciteit, ruimte en netwerk’ en hoofdstuk 5 ‘Draagvlak’. Icoontjes in de tekst geven aan wanneer een tekstdeel betrekking heeft op één of meerdere van de criteria uit het afwegingskader. Dit maakt inzichtelijk welke afwegingen de regio heeft gemaakt op de route naar de RES 1.0.
2.2 Elektriciteit
We dragen vanuit Regio Arnhem Nijmegen met 1,62 TWh bij aan de landelijke ambitie van 35 TWh opwekking via zonnevelden, grootschalig zon op dak en windturbines. Het is een bod waar we trots op mogen zijn, hoewel het nog niet genoeg is voor de regionale ambitie van 55% CO2-reductie in 2030. Ons bod heeft de volgende opbouw. De basis is een stevige inzet op de mogelijkheden van zonnepanelen op grote daken. Daar is 0,49 TWh aan opbrengst voorzien. Binnen de regionale zoekgebieden gaan zonnevelden en windturbines 0,93 TWh opwekken en buiten regionale zoekgebieden nog eens 0,20 TWh. Op dit moment (februari 2021) is 0,12 TWh BOD RES REGIO ARNHEM NIJMEGEN gerealiseerd.
VERDEELD PER LOCATIE
BUITEN REGIONALE ZOEKGEBIEDEN (0,20 TWh)
59% WIND + 39% 2 % W AT E R K R A C H
38% WIND + 62% BINNEN REGIONALE ZOEKGEBIEDEN (0,93 TWh)
T O TA A L B O D 1,62 TWh
100% ZON
ZON OP DAK (0,49 TWh)
R E S
1 . 0
/
R E G I O N A L E
E N E R G I E S T R A T E G I E
/
R E S
R E G I O
A R N H E M
N I J M E G E N
/
M A A R T
2 0 2 1
8
DE RES 1.0 ALS STAP RICHTING 55% CO2-REDUCTIE
Met de ambities in de RES 1.0 zetten we een belangrijke stap op weg naar de doelstelling van 55% CO2-reductie in 2030. De landelijke Klimaatmonitor houdt het (verwachte) energieverbruik en de duurzame opwekking bij. Zo wordt inzichtelijk of de doelstelling gehaald gaat worden. Of de CO2-uitstoot in 2030 inderdaad met 55% is afgenomen, hangt af van de maatregelen uit de RES, maar ook van andere factoren. Onder andere van de CO2-reductie in de mobiliteitssector en de industrie, het toe- of afnemen van de vraag naar elektriciteit en warmte en het gebruik van nieuwe technieken. In het proces richting RES 2.0 wordt de balans opgemaakt: koersen we af op 55% reductie? Waar moet er worden er bijgestuurd en wat betekent dit voor de opgaven in de RES?
In de regionale zoekgebieden is ruimte voor zon- en windprojecten. Of en waar die precies gaan komen is nu nog niet bepaald. Dat hangt af van initiatieven van inwoners of projectontwikkelaars en van het maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak. Bij elke stap waarbij de plannen concreter worden, gaan de initiatiefnemers en gemeenten opnieuw in gesprek met inwoners en andere belanghebbenden. R E S
1 . 0
/
R E G I O N A L E
De RES moet de gemeenten duidelijke richtlijnen meegeven voor realisatie – in elk geval wat betreft natuur, landschap, biodiversiteit, maar ook wat betreft participatie. Die realisatie mag je niet alleen aan de initiatiefnemers overlaten.” Erik Spaink, inwoner
Het gesprek gaat dan ook over hoe de omgeving mee kan profiteren in welke vorm dan ook en over de mogelijkheden en vormen voor financiële participatie van omwonenden.
2.3 Ruimtelijke afspraken geven richting bij het zoeken van locaties
Om te voorkomen dat er op allerlei plekken in het landschap in Regio Arnhem Nijmegen zonnevelden en windturbines komen, is er zorgvuldig gekeken naar de inpassing van zonnevelden en windturbines in het landschap. Rekening houden met de gezondheid van omwonenden en de natuur is van groot belang. Daarom zijn samen met experts op het gebied van landschap en energie afspraken opgesteld voor het behoud van de ruimtelijke kwaliteit. We zullen deze afspraken op weg naar de RES 2.0 verder toepassen in de praktijk en waar nodig bijstellen of uitbreiden. In de tussentijd geven ze gemeenten, waterschappen en provincie houvast bij het bepalen waar windturbines en zonnevelden wel goed passen en waar niet.
Er is vanuit het afwegingskader gekeken naar de gebieden waar we zonnevelden of windturbines zouden kunnen inpassen: de regionale zoekgebieden. Uitgangspunt was om de ruimtelijke kwaliteit zoveel te behouden of zelfs versterken. De energietransitie biedt namelijk kansen om met de ontwikkeling van zonnevelden en windturbines ook bij te dragen aan andere opgaven in het gebied. Denk bijvoorbeeld aan versterken van de biodiversiteit, recreatie, economie, het verbeteren van mobiliteit en het tegengaan van droogte.
In dit kader hebben we in samenwerking met verschillende RES-regio’s rondom de Veluwe en de provincie onderzoek laten doen naar de haalbaarheid van windturbines op en rond de Veluwe, vanwege het voorkomen van beschermde diersoorten. Er is gekeken naar twee zones. In de zone tot 1 kilometer rond de Veluwe zijn windturbines niet wenselijk. In de zone van 1 tot 8 kilometer rond de Veluwe zijn wel mogelijkheden. Hiervoor is verder onderzoek nodig, vooral naar de effecten voor de wespendief, een beschermde roofvogel.
Lees verder over elektriciteit.
Lees verder over de ruimtelijke afspraken.
E N E R G I E S T R A T E G I E
/
R E S
R E G I O
A R N H E M
N I J M E G E N
/
M A A R T
2 0 2 1
9
11%
WINDTURBINES
89%
ZONNEVELDEN EN ZON OP DAK
2.4 Efficiënte uitbreiding elektriciteitsnetwerk
We constateerden bij het voorlopig concept bod dat we in Regio Arnhem Nijmegen vooral voor zonnevelden kiezen en minder vaak voor windturbines. Dat is duurder dan de ideale combinatie van 50% zonnevelden en 50% windturbines (uitgedrukt in vermogen) omdat het meer investeringen vraagt in onder meer kabels en elektriciteitsstations. De gebruikers – de inwoners – betalen deze kosten uiteindelijk. Daarom was en blijft het belangrijk om te zoeken naar mogelijkheden om zon en wind beter in balans te brengen,, zo gaven meerdere gemeenteraden in 2020 aan in hun reactie op het voorlopig concept bod
aanloop naar de RES 2.0 verder onderzocht. Daarmee kan de verhouding zich potentieel verder ontwikkelen naar 82% zon en 18% wind.
2.5 Warmte
Windturbines hebben overigens meer voordelen. Zo neemt een windturbine (van 5,6 MW en circa 243 meter tiphoogte) veel minder ruimte in dan een zonneveld; een grote windturbine wekt namelijk evenveel elektriciteit op als 18 ha zonneveld. De grond onder een windturbine blijft beschikbaar voor andere doelen zoals recreatie, natuur of landbouw. Ook is de aanleg van de benodigde infrastructuur voor een windturbine gemiddeld zeker driemaal goedkoper - 11 dan voor een zonneveld. Het rendement in een constructie met lokaal eigendom valt bij windturbines ook gunstiger uit.
Onze regio heeft voldoende mogelijkheden voor de ontwikkeling van een regionale warmte-infrastructuur. In Arnhem en Nijmegen is het mogelijk om de bestaande warmtenetten uit te breiden. Op verschillende andere plekken in de regio lijkt het mogelijk nieuwe warmtenetten te ontwikkelen. De haalbaarheid hiervan werken we in de komende jaren verder uit, ook in relatie tot de impact op de huidige gas- en elekticiteitsinfrastructuur.
Lees verder over het elektriciteitsnetwerk.
Een duurzame verwarming zal niet gaan zonder een verandering in hoe ons warmtesysteem in elkaar zit. En dat kost tijd, capaciteit en middelen. Daarnaast vereist het samenwerking tussen gemeenten én raakt het aan de samenwerking op (boven)regionaal niveau. Om tot een optimaal warmtesysteem binnen onze regio te komen is het nodig om hierover af te stemmen en dat te blijven doen binnen RES-verband. Hiervoor is een aantal afspraken gemaakt.
Het bod in de RES 1.0 heeft een betere verhouding, uitgedrukt in vermogen: 89% zon en 11% wind, tegenover 97% zon en 3% wind in het concept bod. Deze verhouding is efficiënter en effectiever. In de afgelopen periode zijn ook nieuwe verkenningsgebieden voor windturbines in beeld gekomen. Deze worden in de R E S
1 . 0
/
R E G I O N A L E
E N E R G I E S T R A T E G I E
In de RES is onderzocht welke bovenlokale rest warmtebronnen beschikbaar zijn, omdat deze bronnen in potentie interessant zijn voor de inzet van warmte binnen meerdere gemeenten. In Regio Arnhem Nijmegen blijken 5 fabrieken, rioolwaterzuiveringsinstallaties en afvalverwerkers in staat om in 2030 warmte te leveren voor de verwarming van een deel van onze huizen en gebouwen.
Lees verder over warmte.
/
R E S
R E G I O
A R N H E M
N I J M E G E N
/
M A A R T
2 0 2 1
1 0
2.6 Draagvlak
De zoekgebieden in de RES 1.0 komen voort uit lokale trajecten waarin verschillende gemeenten de afgelopen jaren hun inwoners hebben betrokken. Voor een aantal gemeenten geldt dat het lokale proces om te komen tot beleid voor wind en zon en de daarbij horende projectparticipatie nog loopt en besluitvorming nog moet plaatsvinden. Inwoners dachten mee over het duurzaamheidsbeleid van de gemeente in het algemeen of specifiek over het beleid rond wind- en zonprojecten. De gemeenten nodigden hen uit hun ideeën te delen over de randvoorwaarden, locaties en de wijze waarop projecten in het landschap in te passen zijn. Dit gebeurde onder andere via bijeenkomsten en burgerpanels. Gemeenten geven aan dat het betrekken van inwoners bij specifiek de RES weinig animo en interactie oplevert. In de RES Regio Arnhem Nijmegen werken we van uit het principe ‘lokaal voorop’. Gemeenten staan het meest dicht bij hun inwoners en zijn daarom verantwoordelijk voor participatie met inwoners. De RES-werkorganisatie ondersteunt de gemeenten met communicatiemiddelen, kennis, inspiratie en advies. Zoals aangegeven in de paragraaf ‘Elektriciteit’ krijgt inwonerparticipatie een grotere rol nu de plannen concreter gaan worden. Gemeenten gaan met inwoners in gesprek over de genoemde ruimtelijke afspraken.
De RES-werkorganisatie zal de gemeenten hierbij actiever ondersteunen dan in de eerste fase, en zal waar nodig, als het regionale of bovenlokale R E S
1 . 0
/
R E G I O N A L E
vraagstukken betreft, zelf inwoners betrekken bij de vraagstukken rond de RES. De gemeenten van Regio Arnhem Nijmegen streven naar minimaal 50% lokaal eigendom van de energieproductie. Dat betekent dat inwoners, bijvoorbeeld door aandelen te kopen in een windof zonnepark, mede-eigenaar kunnen worden en zeggenschap hebben over het project. Dat zorgt er onder andere voor dat de inkomsten niet wegvloeien naar een (buitenlandse) ontwikkelaar, maar terecht komen waar ze horen: bij de omwonenden. Ruim een derde van de gemeenten heeft dit streven al opgenomen in beleid. Een aantal gemeenten is hier nog mee bezig. Hierbij zal ook nauw worden samengewerkt met de plaatselijke energie coöperaties.
E N E R G I E S T R A T E G I E
/
R E S
R E G I O
A R N H E M
Jongeren uit Regio Arnhem Nijmegen hebben een speciale plek binnen het traject van de RES. Duurzame energievoorziening en de impact op het landschap is een thema dat nu speelt, maar het heeft alles te maken met de toekomst. Het is belangrijk goed te luisteren naar degenen die straks te maken hebben met de gevolgen van het klimaatprobleem. Een recente enquête wijst uit dat jongeren zeer positief zijn over de energietransitie. De gemeenten zullen zich in de aanloop naar de RES 2.0 extra inzetten om jongeren te betrekken. In het afgelopen jaar heeft een vertegenwoordiger van Jong RES zich aangesloten bij de participatietafel.
Lees verder over draagvlak. N I J M E G E N
/
M A A R T
2 0 2 1
1 1
2.7 Afspraken voor de toekomst
We zien het RES-traject als permanent ‘werk in uitvoering’. Deze RES 1.0 is een plan dat steeds openstaat voor nieuwe gesprekspartners, spelers op de markt, nieuwe technologie, andere omstandigheden en voortschrijdend inzicht. Voor de totstandkoming van deze RES 1.0 is alle kennis van nu gebruikt en is de kunde en ervaring van de betrokken stakeholders meegenomen, om weloverwogen ‘afspraken voor de toekomst’ te maken. Het belang van het in standhouden van de samenwerking in het RES-netwerk met betrokken partijen is helder. Om onze energiedoelen te halen hebben we niet alleen een flexibele energiestrategie nodig, maar ook een stevig samenwerkingsfundament. Daarmee kunnen we aan de slag in de gebiedsprocessen, en om de projecten die in die gebieden voorzien zijn te realiseren.
de weg daar naartoe geborgd. Ze vormen een aanvulling op de Startnotitie. De afspraken zijn nu nog geen onderdeel van het beleid van de gemeenten, waterschappen en provincie. In de periode tussen de RES 1.0 (2021) en de vaststelling van RES 2.0 (2023) zullen we de afspraken toepassen in de praktijk en waar nodig bijstellen of uitbreiden. Hieronder staan de totaal 28 afspraken die zijn gemaakt. Waar relevant, is steeds een verwijzing gemaakt naar de inhoudelijke hoofdstukken voor meer informatie over de context en achtergrond. Bij de vaststelling van de RES 1.0 leggen betrokken RES-partners aan de voorkant deze afspraken voor de toekomst vast.
2.7.1 Samenwerkingsafspraken 1 De RES is en blijft gebaseerd op lokale regie in een regionaal proces van samenwerking.
interbestuurlijk samen. Om in regie te blijven, houden betrokken partijen actief vinger aan de pols via het structurele ‘goede gesprek’ en monitoring van de ontwikkelingen binnen de regio middels het Ninox-systeem. Indien nodig worden tussentijds nieuwe (bestuurlijke) afspraken gemaakt.
3 We werken met elkaar aan succesvol RESOok vanuit de sporen Warmte, Bestuurlijke besluitvorming en Participatie zijn ‘afspraken voor de toekomst’ gemaakt. Daarmee wordt het RES 1.0 bod en R E S
1 . 0
/
R E G I O N A L E
partnerschap waarbij we rekening houden met elkaars belangen én het gezamenlijke belang van een succesvolle energie- en warmtetransitie.
E N E R G I E S T R A T E G I E
/
R E S
R E G I O
maken we bestuurlijke procesafspraken. Voor het geval overheden het niet met elkaar eens kunnen worden, grijpen we terug op de vastgelegde samenwerkingsafspraken uit de Startnotitie.
5 We spreken elkaar aan op ieders bijdrage aan de uitvoering van de RES, waarin gezocht wordt naar een weging tussen lasten en lusten die recht doet aan de kwaliteiten van de gehele regio.
2.7.2 Afspraken over solidariteit tussen gemeenten onderling 6 De afspraken over solidariteit tussen gemeenten onderling en de verdere uitwerking hiervan worden, samen met de uitvoering van RES 1.0, overgedragen aan de (nieuwe) regionale samenwerking binnen de Groene Metropoolregio. Deze afspraak staat ook in paragraaf 5.1.5 (Solidariteit onderling).
2 Binnen de regio werken we intensief, We hebben samen met experts op het gebied van landschap en energieopwekking afspraken gemaakt om te zorgen dat de focus voor toekomstige projecten binnen de huidige zoekgebieden ligt. En dat hierbij steeds ruimte is voor lokaal maatwerk. De afspraken geven ook richting aan het behouden van ruimtelijke kwaliteit bij het inpassen van windturbines en zonnevelden.
4 Ook bij navolgende fasen in de besluitvorming
A R N H E M
2.7.3 Afspraken doorwerking omgevings instrumentarium en MER 7 In het ontwikkeltraject RES 2.0 worden nadere afspraken gemaakt over borging van de RES. In een lokaal omgevingsplan of een regionale borging in de provinciale omgevingsverordening stellen we gezamenlijk een plan op om de MERaspecten nader in beeld te krijgen.
N I J M E G E N
/
M A A R T
2 0 2 1
1 2
8 De vastgestelde RES 1.0 vormt voor alle bestuurlijke partijen een van de uitgangspunten voor de nader uit te werken omgevingsvisies, de warmtevisies /TVW en de wijk- en omgevingsplannen. De energietransitie is complex en we moeten tempo (blijven) maken. Daarom accepteren we dat, doordat projecten en initiatieven soms vóórlopen op deze plannen of anders dan beoogd verlopen, gemeenten in de praktijk onderling verschillen in aanpak en tempo. Lees verder Deze afspraken staan ook in paragraaf 5.1.5 (Door werking in omgevingsbeleid en vergunningen/MER).
2.7.4 Afspraken voor een optimaal warmtesysteem 9 Vanuit regionaal perspectief maakt het verschil welke bron wordt gebruikt op welke plek; we willen voorkomen dat een bron al door de ene gemeente is ingezet terwijl hij voor een andere gemeente van vitaal belang zou zijn geweest. In het belang van ons RES-partnerschap bepalen we gezamenlijk waar welke bovenlokale bron uiteindelijk wordt ingezet.
10 Binnen de relevante warmteclusters waar dit verdelingsvraagstuk aan de orde is, richten we een structureel overleg in om daarover in gesprek te zijn en te blijven.
R E S
1 . 0
/
R E G I O N A L E
11 Gemeenten zetten daarbij verschillende instrumenten in die binnen de kaders van de Warmtewet, de Omgevingswet en andere beleidsruimten passen om de bovenlokale warmte afspraken te borgen.
12 Als regio doen we een gezamenlijke oproep aan het Rijk om partijen in stelling te brengen om de benodigde regie te voeren op de warmtetransitie. Dat kan door te zorgen voor beter aansluitende wet- en regelgeving voor het uitrollen van warmtenetten, hogere en structurele financiële ondersteuning voor alternatieve warmtevarianten (waaronder warmtenetten) via subsidies of Rijksbijdragen en een structurele Rijksbijdrage voor het ambtenarenapparaat om de warmtetransitie ook daadwerkelijk in goede banen te leiden, te begeleiden en uit te voeren. De afspraken voor een optimaal warmtesysteem staan ook in paragraaf 4.2.7.
2.7.5 Ruimtelijke afspraken Invulling geven aan de RES is balanceren tussen enerzijds behouden van de gemeentelijke autonomie versus optimaal afstemmen en samen optrekken op regio niveau. Voor dat laatste hebben we gezamenlijk onderstaande afspraken gemaakt om de kracht van het landschap op regionaal niveau te behouden. Gemeenten zullen komende jaren doorgaan met het verder brengen van projecten die op dit moment nog
E N E R G I E S T R A T E G I E
/
R E S
R E G I O
A R N H E M
verkeren in de ideefase, dan wel werken aan het opstarten van nieuwe initiatieven. Soms ook buiten de zoekgebieden of de ‘verkenningsgebieden extra windturbines’. Belangrijk uitgangspunt hierbij is dat er altijd eerst overleg plaatsvindt aan de regionale tafel. Dit is het bestuurlijk overleg van de opgaveCirculaire Regio onder de Groene Metropoolregio. De exacte werkwijze wordt bij de start van de RES 2.0 verder uitgewerkt, waarbij twee uitgangspunten essentieel zijn: 1. ‘Lokale autonomie waar dat kan en benutten van de kracht van de regio waar dat moet’; 2. Zo min mogelijk frustratie van lopende processen. Dit houdt bijvoorbeeld in dat de regie blijft bij de partijen die initiatieven inbrengen. Maar ook dat het proces zo ingericht wordt dat een voortvarende aanpak geborgd blijft. Op deze manier is er altijd ruimte voor lokale initiatieven en maatwerk en blijft de kracht van de gezamenlijke afspraken overeind. Het doel is om het onderlinge gesprek en het samen vinden van ruimte voor initiatieven laagdrempelig te houden. De ruimtelijke afspraken zijn alleen van toepassing op grootschalige initiatieven, niet op kleinschalige initiatieven. Met kleinschalige initiatieven bedoelen we: • •
Kleine individuele windturbines die kleiner zijn dan of gelijk aan 26 meter ashoogte; Kleine zon-initiatieven die een vermogen hebben die kleiner is dan of gelijk aan 2 megawatt (en daarmee op het lokale spanningsniveau past).
N I J M E G E N
/
M A A R T
2 0 2 1
1 3
De ruimtelijke afspraken zijn:
13 Inspanningsverplichting Voor het bod RES 1.0 spreken we een inspanningsverplichting af ten aanzien van de opbrengst van grootschalige windturbines, zonnevelden en grootschalig zon op dak die we in de RES 2.0 nader uitwerken op lokaal niveau. Deze verplichting betekent dat alle RES-partners zich gezamenlijk inspannen om het bod RES 1.0 te realiseren, dus niet alleen de gemeenten waarbinnen zoekgebieden vallen. Het betekent ook dat de gemeenten actief de verkenning starten – zo ver dat nog niet is gebeurd – en op zoek gaan naar mogelijkheden om zon- en windprojecten te ontwikkelen.
14 Ontwikkelingen buiten het bod Voor de periode tot besluitvorming van de RES 2.0 zijn er zonder overleg aan de regionale tafel enkel grootschalige ontwikkelingen van zonnevelden en windturbines of combinaties zon-wind mogelijk: • Binnen de regionale zoekgebieden; • Binnen de huidige projecten pijplijn die hoort bij de RES 1.0 vanaf sub-fase ‘Beleidscheck’ tot en met ‘Realisatie’; • Binnen de ‘verkenningsgebieden extra windturbines’.
R E S
1 . 0
/
R E G I O N A L E
15 Groepering windturbines Om visuele ruimtelijke versnippering (‘confetti’) door windturbines te voorkomen is groepering van windturbines nodig. Hiermee houden we andere gebieden vrij van windturbines en borgen we regionale ruimtelijke samenhang. Op basis van een ontworpen totaalcluster is gefaseerde uitvoering wel mogelijk. Voor het plaatsen van windturbines is daarom de afspraak dat grote windturbines: • Niet solitair maar gegroepeerd worden geplaatst; • De groepering in een lijnopstelling of in een clusteropstelling wordt uitgevoerd; • De onderlinge afstand van deze opstelling zodanig is dat beeldinterferentie zoveel mogelijk wordt voorkomen (= ontwerponderzoek bij uitwerking zoekgebieden en toets bij projecten buiten de zoekgebieden); • De inpassing van windlocaties in samenhang met de ontwikkeling in aangrenzende andere RES’en wordt beoordeeld.
17 Voorkeursvolgorde zon Grootschalige zonnevelden moeten mede worden beoordeeld op: • De mate van aantasting van karakteristieke kenmerken van het landschap; • De samenhang met andere functies in het gebied, (zoals landbouw, biodiversiteit, cultuurhistorie); • De landschappelijke samenhang; • Dubbel ruimtegebruik.
16 Koppeling ruimtelijke kwaliteit Combineer ontwikkeling van windturbines en zonnevelden altijd met de ruimtelijke kwaliteit en samenhang van het totale gebied. Houd rekening met het gebruik van de ruimte door lokale partijen, stakeholders en inwoners. We streven naar een integrale aanpak op drie niveaus: • Koppeling met regionale opgaven; • Koppeling met andere opgaven in de gebiedsprocessen, waarin de afweging wordt meegenomen van te maken investeringen in gebiedscompensaties en gebiedsversterkingen; • Benutten van koppelkansen bij de lokale inpassing.
18 Combineer wind/zon Combineer windturbines zoveel mogelijk met zonnevelden en vice versa. Dit zorgt voor lagere maatschappelijke kosten voor de elektriciteitsinfrastructuur. We streven naar een regionale en waar mogelijk lokale verhouding wind/zon van 50/50. Daarbij kijken we binnen de zoekgebieden en gebiedsprocessen naar lokale en optimale haalbaarheid en de optelling per onderstation.
E N E R G I E S T R A T E G I E
/
R E S
R E G I O
A R N H E M
Hiervoor zetten we op regionale schaal in op een voorkeursvolgorde voor zonnevelden waarin zon op dak worden opgenomen. De regionale zoekgebieden van de RES 1.0 maken onderdeel uit van deze voorkeursvolgorde. Deze voorkeursvolgorde werken we in het traject naar RES 2.0 verder uit. Het betekent niet dat eerst alleen de daken benut worden. Er is inzet op alle vlakken tegelijkertijd nodig. Maar de afweging van de gronden die we daarvoor inzetten is cruciaal.
De Ruimtelijke afspraken staan ook in paragraaf 4.1.2.
N I J M E G E N
/
M A A R T
2 0 2 1
1 4
2.7.6 Participatieafspraken 19 Bij de RES 1.0 is helder wie waarvoor en wan neer aan zet is voor de participatie over de energietransitie in Regio Arnhem Nijmegen. We zorgen voor een transparant speelveld. Stakeholders en inwoners weten zo wanneer en binnen welke kaders ze mee kunnen praten.
20 We borgen met de participatiestrategie dat de energietransitie in Regio Arnhem Nijmegen zoveel mogelijk ten goede komt aan de inwoners van de regio. We streven naar minimaal 50% eigendom en zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. We houden ook zoveel mogelijk rekening met gezondheidsaspecten, wegen milieu-effecten zorgvuldig af en zorgen dat natuurwaarden zoveel mogelijk behouden blijven.
21 We delen en faciliteren informatie in relatie tot de energietransitie zo zorgvuldig mogelijk met stakeholders, ambtenaren, volksvertegen woordigers en inwoners, zoals over de effecten op de gezondheid van geluid van windturbines, financiële voordelen voor inwoners, en behoud van biodiversiteit.
R E S
1 . 0
/
R E G I O N A L E
22 Om gemeenten te ondersteunen voeren we (bovenlokale) duo-gesprekken over het verder uitwerken van gebiedsgerichte participatie en lokaal eigendom. Hierin denken we ook samen na over hoe de participatie voor jongeren ingericht kan worden.
26 Jongeren worden op lokaal en regionaal niveau betrokken bij het meedenken en uitvoeren van plannen.
27 We gaan de rol van de ‘participatietafel’ nog scherper invullen. Die kan dan nog meer in de rol groeien zoals in de doelstelling is omschreven.
23 We organiseren bijeenkomsten voor ambtenaren en volksvertegenwoordigers om kennis te blijven delen. We delen goede voorbeelden in onze regio.
28 Op weg naar de RES 2.0 streven we ernaar om het betrekken van raadsleden ook op regionaal niveau te organiseren.
24 We zorgen ervoor dat iedereen in de regio (financieel en/of maatschappelijk) voordeel kan halen uit de plannen. Dat doen we bijvoorbeeld door gemeenten te helpen met het opzetten van maatschappelijke tenders.
De participatie-afspraken staan ook in paragraaf 5.2.8.
25 Voor het einde van 2021 hebben alle gemeenten een Transitievisie Warmte opgesteld. We onder zoeken de participatieaanpakken in deze visies en adviseren bestuurders over participatie in het warmtespoor.
E N E R G I E S T R A T E G I E
/
R E S
R E G I O
A R N H E M
N I J M E G E N
/
M A A R T
2 0 2 1
1 5
3. INTEGRALE AANPAK
3. INTEGRALE AANPAK 3.1 De leefomgeving verbindt ons
De RES gaat primair over grootschalige elektriciteits opwekking en regionale warmteverdeling. Die hebben altijd gevolgen voor de leefomgeving. Windturbines en zonnevelden zijn grote installaties die een plek moeten krijgen in ruimte waar mensen aan het werk zijn, waar recreanten genieten van de omgeving, inwoners een boswandeling maken en van hun nachtrust willen genieten. Bij het opstellen van deze RES hebben we als vertrekpunt dat we trots zijn op de omgeving waar we in onze regio in werken, wonen, recreëren. Daarom is de ambitie rond duurzame energieopwekking afgesproken op regionaal niveau. Deze heeft als doel om te zorgen voor een goede mix van alle belangen en ook de leefbaarheid van de leefomgeving voor onze inwoners te borgen. Deze integrale benadering staat aan de basis van deze RES.
Bij de start van het proces is aan alle stakeholders, ambtenaren en bestuurders dezelfde ‘integrale bril’ aangeboden om naar de energietransitie te kijken. Met deze bril op durven we buiten onze eigen sectoren en belangen te kijken. We kijken naar kansen die de RES biedt om klimaatadaptief te worden, de natuur en biodiversiteit te
R E S
1 . 0
/
R E G I O N A L E
versterken, cultuurhistorie te bewaren, recreatie te faciliteren, ruimte te geven voor verstedelijking, bij te dragen aan opgaven voor mobiliteit enzovoorts. Daarbij zien we in dat het een afweging is tussen verschillende belangen. Dat vraagt om maatwerk en keuzes ten aanzien van het veranderende landschap. Deze integrale bril of blik is toepasbaar op drie verschillende schaalniveaus: 1. Op regionale schaal, waar het gaat over de afweging om de zoekgebieden te bepalen, te midden van alle andere regionale opgaven; 2. Op gebiedsniveau, waar integrale ontwikkeling een plek krijgt in de gebiedsprocessen die zullen volgen na RES 1.0, soms aangedreven door energietransitie, soms door andere opgaven; 3. Op locatieniveau, waar het gaat om lokale inpassing en koppelkansen met de directe omgeving. De integrale bril is nieuw voor de RES, net als voor de nieuwe werkwijze die is ingezet in de Groene Metropoolregio waar de RES onderdeel van is.
E N E R G I E S T R A T E G I E
/
R E S
R E G I O
A R N H E M
3.2 Samenwerking op verschillende schaalniveaus
Meekoppelen: frambozen groei en goed onder zonnepanelen
De RES, maar ook andere opgaven zoals aanleg van het Natuurnetwerk Nederland en het spooren snelwegennetwerk of de woningbouwopgave leggen claims op de ruimte. Die moeten op elkaar worden afgestemd en daar zullen keuzes uit voortvloeien. Dit kunnen wij als regio niet alleen.
N I J M E G E N
/
M A A R T
2 0 2 1
1 7
Bij het zoeken naar geschikte locaties voor zonnevelden vragen we te zoeken naar een combinatie van dubbel ruimtegebruik. Bijvoorbeeld dichtbij natuurgebieden, waar agrarische gronden door diverse beperkingen minder rendabel zijn. Met landschappelijk goed ingepaste zonnevelden creeër je er een buffer voor natuur, wateropvang en energie-opwekking.
Daarom is in het ontwikkeltraject van RES 1.0 gewerkt aan samenwerking rond de andere grote opgaven die er zijn, zowel binnen de regio als daarbuiten. Binnen de regio is een start gemaakt in de samen werking met de Verstedelijkingsstrategie en de mobiliteitsagenda van de Groene Metropoolregio. Ook zijn we vanuit de RES betrokken geweest bij de totstandkoming van de agenda van de Groene Metropoolregio. De RES is ingebed in de opgave ‘De Circulaire Regio’. Buiten de regio was er samenwerking met de buur-RES’en. Dit liep deels via de GEA-experttafel waarbij afstemming was over het gevolgde proces en de planning, over overkoepelende zaken zoals de verkenning op de participatievereisten en de wijze van inbedding van de RES in het omgevingsinstrumentarium. Het ging ook
Visie op RES 1.0 NMG
Natuur en Milieu Gelderland
over inhoudelijke zaken zoals het onderzoek ‘Wind op en rond Veluwe’ en over de ontwikkeling van zoeklocaties op de grensgebieden van de RES-regio’s. Ook was er afstemming met provincie en waterschappen (integreren van de RES in de regio-opgaven van het waterschap).
Op nationaal niveau was er samenwerking met rijkspartijen zoals het Nationaal Programma RES (NPRES) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), met het Rijksvastgoedbedrijf, en met Defensie, Prorail en Rijkswaterstaat in het kader van het OER-programma (Opwek Energie op Rijksgronden). De A15 energiecorridor wordt in samenwerking met RES-regio Rivierenland gezien als kansrijk en is opgenomen in het OER programma. Tevens werd er in het RES 1.0-traject gestart met een eerste kennismaking met de Euregio/Duitsland om mogelijke samenwerkingsvlakken te verkennen. Nederland en Duitsland (de regio Noordrijn-Westfalen) gaan heel verschillend met de energietransitie om. De meeste raakvlakken liggen op het vlak van innovatie. Er komt een vervolggesprek aan met de gemeenten Kranenburg, Kleve en Emmerich om de eventuele samenwerking verder te verkennen. Uiteraard worden de aan de grens liggende gemeenten Zevenaar en Berg en Dal hierin betrokken.
Bij de ARN Afvalverwerkingscentrale, Weurt
R E S
1 . 0
/
R E G I O N A L E
E N E R G I E S T R A T E G I E
/
R E S
R E G I O
A R N H E M
N I J M E G E N
/
M A A R T
2 0 2 1
1 8
Meer Meekoppelkansen
3.3 Integraliteit in ons proces
De afgelopen twee jaar liep een proces met inwoners, stakeholders, ambtenaren en bestuurders binnen de regio. Dat bestond uit drie fasen: 1. van de Startnotitie tot het voorlopig concept bod 2. van het voorlopig concept bod tot het concept bod 3. van het concept bod tot de RES 1.0.
Voorlopig concept bod
Onderstaande afbeeldingen geven weer wat de belangrijkste activiteiten en nieuwe inzichten uit dit proces waren. Ook laten ze de besluitmomenten zien. Vaak waren dat bestuurlijke- en stakeholderinter mezzo’s, na een nieuwe totaaldoorrekening van het bod. Een gedetailleerde beschrijving van de ontwerpstappen uit de eerste fase van de RES staat in het voorlopig concept bod.
3.3.1 Uitgangspunten Startnotitie Het eerste belangrijke ijkmoment is de unanieme vaststelling van de Startnotitie in de periode december 2019/januari 2020. Deze notitie legde de volgende uitgangspunten voor de RES vast: • We streven naar 55% CO2-reductie in 2030 en 95% CO2-reductie in 2050 (als afgesproken in de Routekaart Energietransitie van Regio Arnhem Nijmegen, het GEA en in het Klimaatakkoord); • We gaan voor een maximale inzet van duurzame bronnen voor elektriciteit en warmte; • We stellen een RES op die past bij de regio, namelijk Van, voor en door de regio. Dat betekent dat de RES zich op het regionaal niveau richt. Hoe het opwekken van elektriciteit en
R E S
1 . 0
/
R E G I O N A L E
• •
de warmteverdeling er op lokaal niveau uit komt te zien, is aan de lokale overheden; We proberen een koppeling te maken tussen de RES en andere maatschappelijke opgaven; In de RES nemen we nog geen besluiten over de exacte locaties waar de opwek gaat plaatsvinden en hoe de warmteverdeling er in detail uit gaat zien. Wel laat de RES zien (1) welke gebieden in de regio geschikt zijn voor de opwek van duurzame elektriciteit, (2) welke opbrengst te verwachten is, (3) hoe het aanbod en de vraag naar warmte over de regio verdeeld zijn, en (4) welke opslag en energie-infrastructuur er nodig is.
E N E R G I E S T R A T E G I E
/
R E S
R E G I O
A R N H E M
Open de visualisatie van het proces
N I J M E G E N
/
M A A R T
2 0 2 1
2 0
3.3.2 De reis naar het (voorlopig) concept bod In de periode naar het (voorlopig) concept bod was het huidige lokaal beleid leidend. Dat leverde een beeld op van alle mogelijkheden voor grootschalige opwek in de regio. Op 1 juli 2020 is het concept bod bij PBL en NPRES ingediend voor de kwalitatieve toetsing, op 1 oktober 2020 voor de kwantitatieve toetsing. De besturen van de betrokken overheidspartijen waren positief over het concept bod en stelden het unaniem vast. Ook PBL en NPRES waren overwegend positief. Als pluspunten werden genoemd: 1. De hoogte van het bod (1,68 TWh) dat goed past bij de omvang van de regio; 2. Het ruime aantal betrokken stakeholders en de participatietafel die meeschreef; 3. De betrokkenheid van Liander in zowel werkorganisatie als op bestuurlijk niveau. Een zorgpunt was er ook: de scheve verhouding wind/zon. Wanneer er vooral voor zonnevelden wordt gekozen en weinig voor windturbines leidt dat tot hogere kosten aan het netwerk.
Open de visualisatie van het proces
R E S
1 . 0
/
R E G I O N A L E
E N E R G I E S T R A T E G I E
/
R E S
R E G I O
A R N H E M
N I J M E G E N
/
M A A R T
2 0 2 1
2 1
3.3.3 De reis naar RES 1.0 Het zorgpunt uit het concept bod over de scheve verhouding wind/zon werd in het najaar en de winter van 2020 door gemeenten opgepakt. Lokaal werden de kansen onderzocht om de verhouding meer richting de gewenste 50/50 procent te brengen. Ook bekeken zij welke projecten, die in het concept bod nog benoemd waren als project in de ideefase, in RES 1.0 als concreet initiatief konden worden benoemd. Op die manier werd het bod realistischer. In het najaar van 2020 is ook gestart met ambtelijke duo-gesprekken voor afstemming tussen de gemeenten en de RESwerkorganisatie. Dit vond plaats op basis van een database met relevante gegevens (Ninox). In december is alle informatie opgehaald bij de gemeenten en is de informatie over kansrijke projecten doorgerekend door Liander. Daaruit bleek dat het bod lager was geworden dan in het concept bod (+/- 1,30 TWh). Tevens bleek dat er hogere maatschappelijke kosten per TWh mee gemoeid waren en de wind/zon verhouding 3%-97% was geworden. Daarbij kwam het perspectief vanuit de provincie dat zij graag gezamenlijk in de regio ruimtelijke afspraken wilden opstellen. Die zijn nodig om de zoeklocaties uit de RES meer richtinggevend te laten zijn voor de uitvoering van de RES, en om provinciale inpassingsplannen (PIP) in de toekomst te voorkomen.
Deelnemers aan het Bestuurlijk intermezzo op 15 december 2020 concludeerden om opnieuw naar de feitelijke fysieke kansen voor windenergie te kijken. Afgesproken werd dat de kansen dit keer ook buiten het huidige gemeentelijk beleid gezocht gingen worden. Tot nog toe was het gemeentelijk beleid leidend geweest voor de locaties van de zoekgebieden. Een verkenning werd gestart in cluster-ateliers en er zijn ruimtelijke afspraken opgesteld. De clusteraanpak houdt in dat we tijdelijk inzoomden op twee R E S
1 . 0
/
R E G I O N A L E
bovengemeentelijke clusters. Daardoor kon goed rekening worden gehouden met de landschappelijke verschillen in de regio. De clusters waren: • •
Cluster 1: Wijchen, Druten, Beuningen, Heumen. Cluster 2: Duiven, Westervoort, Zevenaar, Rheden en Doesburg.
Deze clusters zijn gekozen doordat alle relevante aspecten van de ruimtelijke afweging hierin aanwezig waren. Het doel was om de bevindingen uit de clusters voor de hele regio toe te passen. Binnen deze clusters was het doel om de regio met een aangescherpte ruimtelijke analyse te helpen, zodat zij samen tot afspraken konden komen om de regionale zoekgebieden te realiseren. Daarbij werd gestreefd naar een optimale ruimtelijke kwaliteit en optimale maatschappelijke kosten. In deze maatschappelijke kosten zit ook de wind-zonverhouding verwerkt. Het resultaat van deze verkenning is terug te zien in de opgestelde zoeklocaties en ruimtelijke afspraken in deze RES 1.0.
E N E R G I E S T R A T E G I E
/
R E S
R E G I O
A R N H E M
Open de visualisatie van het proces
N I J M E G E N
/
M A A R T
2 0 2 1
2 2
3.4 Toekomstperspectief samenwerking en integraal werken
De RES 1.0 en de uitvoering daarvan in de RES 2.0 moeten worden geborgd in de regionale samenwerking. De 18 gemeenten in Regio Arnhem Nijmegen (waarvan er 16 in de RES samenwerken) zijn per 1 januari 2021 een nieuwe samenwerking gestart in de Groene Metropoolregio. De regio heeft vijf opgaven geformuleerd om in regionaal verband op de langere termijn aan te werken. Eén van deze opgaven is De Circulaire Regio; de RES maakt hier deel van uit. RES 1.0 en de uitvoering daarvan richting RES 2.0 zijn daarmee geborgd in de regionale afspraken en komen in dit samenwerkingsverband verder tot uitvoering.
Groene Metropoolregio
Naast het inbedden in de Groene Metropool is het belangrijk dat de aansluiting op de aanpalende processen en samenwerkingen met landelijke partners doorlopen. Denk aan partners als NPRES,
De RES legt een ruimtelijke claim. Daarom is het relevant verbinding te leggen met speerpunten die ook een ruimtelijke claim kennen, zoals de verstedelijkingsopgave. Deze verbinding, zoals gezamenlijke gebiedsverkenningen, is inmiddels gelegd en biedt een basis om op voort te bouwen naar de RES 2.0, ongeacht in welke regio-opgave een speerpunt is belegd. Ook wordt binnen de Groene Metropoolregio de komende maanden gewerkt aan het optimaliseren van de organisatie van deze verbinding. Een goede borging garandeert continuïteit. Dat is van belang voor de uitvoering van de RES en het realiseren van een duurzame regio. Voor de organisatorische aansluiting op de Groene Metropoolregio staat in de periode maart-juli 2021 de overdracht van de RES-werkorganisatie naar de organisatie van de Groene Metropoolregio op de agenda. R E S
1 . 0
/
R E G I O N A L E
E N E R G I E S T R A T E G I E
Defensie, ProRail en Rijkswaterstaat. Dit geldt ook voor de samenwerking met de buur-RES-regio’s en de RES-regio’s rond de Veluwe, en met het Duitse Nordrhein-Westfalen.
Windmolens en AVR Afvalverwerkingscentrale, Duiven
/
R E S
R E G I O
A R N H E M
N I J M E G E N
/
M A A R T
2 0 2 1
2 3
4. ELEKTRICITEIT, WARMTE & NETWERK
55% CO2-reductie
35 TWh nationaal ≈ 0,6 tot 1,5 TWh in Regio Arnhem Nijmegen
4. ELEKTRICITEIT, WARMTE & NETWERK
Het Klimaatakkoord heeft als ambitie om in Nederland 35 TWh duurzaam op te wekken. Er zijn verschillende manieren om te kijken welk deel hiervan in onze regio opgewekt zou moeten worden. Het is bijvoorbeeld te berekenen op basis van het aantal inwoners, de oppervlakte, de energievraag of de CO2-uitstoot. Vandaar dat er een bandbreedte is: 0,6 tot 1,5 TWh. Met dit bod zetten we een eerste stap op weg naar de 3,5 TWh die nodig is voor de Gelderse doelstelling van 55% CO2-reductie in 2030.
4.1 Elektriciteit 4.1.1 Hoe zit het bod in elkaar?
1,62 TWh
De afbeelding hiernaast toont de samenstelling van het bod, in totaal 1,62 TWh. We zetten stevig in op grootschalig zon op dak (0,49 TWh). Dat is ons fundament. Maar omdat we met alleen zon op dak onze ambitie niet kunnen halen, is meer nodig. Het tweede blok betreft de regionale zoekgebieden met daarin projecten die al in ontwikkeling zijn en extra ambitie (0,93 TWh). Het derde deel bestaat uit projecten buiten de regionale zoekgebieden (0,20 TWh), dit zijn vooral projecten die al zijn opgestart voor aanvang van de RES. 0,12 TWh van de 1,62 TWh is al gerealiseerd.
1,5 TWh
BUITEN REGIONALE ZOEKGEBIEDEN (0,20 TWh)
BINNEN REGIONALE ZOEKGEBIEDEN (0,93 TWh)
TOT AAL BOD 1,62 TWh
59% WIND + 39% ZON + 2 % W AT E R K R A C H T
38% WIND + 62% ZON
0,6 TWh
Uitsplitsing bod in fasen en bron
100% ZON
ZON OP DAK (0,49 TWh)
R E S
1 . 0
/
R E G I O N A L E
E N E R G I E S T R A T E G I E
/
R E S
R E G I O
0,12 TWh
A R N H E M
N I J M E G E N
/
M A A R T
2 0 2 1
2 5
WAT IS EEN ZOEKGEBIED? REGIONALE ZOEKGEBIEDEN
In de RES wordt veel gesproken over zoekgebieden voor zon en wind. Een zoekgebied is een bepaald gebied waar windturbines of zonnevelden zouden kunnen komen. Dit wil dus niet zeggen dat zomaar overal in het zoekgebied turbines of zonnevelden geplaatst gaan worden. Of er een project komt op een bepaalde plek, hangt er onder andere van af of er een initiatief is, of de wetgeving het toelaat, wat het draagvlak is en of er een goede aansluiting op het elektriciteitsnetwerk te maken is.
Interactieve kaart zoekgebieden en projecten
GEREALISEERDE EN VERGUNDE WINDEN ZONPROJECTEN
Voor alle zoekgebieden (op de kaart hierboven) is een ambitie opgenomen. De bestaande initiatieven en projecten in de gebieden vullen deze ambitie al deels in. Wat overblijft is de resterende opgave. In de kaart rechtsonder zijn de gerealiseerde en vergunde projecten opgenomen. Ga - via het icoon met het handje - naar de online omgeving om in te zoomen. De regionale zoekgebieden komen natuurlijk niet vol te liggen met windturbines en/of zonnevelden. Bij elk gebied is een
R E S
1 . 0
/
R E G I O N A L E
aanname gedaan van het deel wat we denken te kunnen benutten. Op hoeveel hectare zonneveld en windturbines komt de 1,62 TWh neer? Uitgaande van windturbines van 5,6MW en panelen van 480 Wattpiek, en ermee rekening houdend dat een deel van de projecten wordt uitgevoerd met windturbines en panelen met lagere vermogens, komt het bod neer op 38 windturbines en 1065 hectare zonnepanelen.
E N E R G I E S T R A T E G I E
/
R E S
R E G I O
A R N H E M
N I J M E G E N
/
M A A R T
2 0 2 1
2 6
VERHOUDING WIND/ZON IN MW (VERMOGEN)
Grootschalig zon op dak
Waarom leggen we niet eerst alle daken vol?
Dashboard zon op dak
Het aandeel grootschalig zon op dak bedraagt 0,49 TWh in het bod. Dit zijn alle zonnedaken groter dan 15 kWp. De basis van dit getal is er een vernieuwde provinciale analyse vanuit Zonatlas met daarin de laatste beschikbare data. De nieuwe studie laat zien dat er in theorie aanzienlijk meer mogelijk lijkt dan gedacht. Tegelijkertijd blijken er in de praktijk veel obstakels te zijn om deze potentie te benutten. Denk aan te zwakke dakconstructies, te hoge meerkosten vanwege het verzwaren van de aansluiting op het elektriciteitsnet, verdeeld eigendom van gebouwen en teruglopende subsidieregelingen. Daarom gaan we ervan uit dat in 2030 25% van de nieuwe theoretische potentie benut is. Op dit moment is circa 7% van dit aandeel al gerealiseerd of in voorbereiding (bron RVO).