CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2: Concept Regionale agenda 2023 - 2025

Gemeenteraad 30 juni 2022, gemeente DoesburgBij agendapunt: Zienswijze regionale agenda en ontwerpbegroting Groene Metropoolregio Arnhem - Nijmegen 2023 – 2025/2622.735 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

31

SPEERPUNT 3 DOORONTWIKKELING HEALTH & HIGHTECH EN ENERGY TOT (INTER)NATIONALE CLUSTERS WAT WILLEN WE BEREIKEN - OVER VIJF JAAR:

•

•

•

•

is het innovatieve vermogen van bedrijven in deze clusters versterkt en betaalt dit zich uit in verdienvermogen, in werkgelegenheid en in de kennispositie van de regio.

zijn we zichtbaar in onze directe omgeving en daarbuiten als (inter)nationaal toonaangevende regio voor innovaties en sleuteltechnologieën op het gebied van Health & Hightech en Energy.

wordt het innovatief vermogen van de bedrijven ingezet voor andere maatschappelijke opgaven zoals energietransitie, de woonopgave en de circulaire economie.

werken we met Regio Foodvalley aan crossovers tussen Health en Food.

De kansrijke clusters zetten we in voor de maatschappelijke opgaven zoals energietransitie, groei van banen op alle niveaus en crossovers met Food. We worden voor bedrijven en instellingen ‘the place to be’ in Nederland en Europa. We zetten krachtig in op lobby en benutten de samenwerkingsmogelijkheden met Foodvalley in lijn met kansen die in de Kracht van Oost worden benoemd.

Connectr draagt bij aan de energietransitie, de regionale economie en de Human Capital Agenda. SEH’s zijn locaties waar opwek van duurzame energie, uitwisseling van warmte- en reststromen en de realisatie van decentrale energiesystemen bij elkaar komen. Voor onze regio zijn dat Innofase (Duiven) en Engie (Nijmegen) Hier liggen ook kansen voor emissieloos transport voor logistiek en scheepvaart. Op deze locaties kan technologie toegepast worden die door partijen in de regio, op IPKW of binnen Connectr, ontwikkeld wordt. TEB heeft de lead bij dit speerpunt en werkt samen met de Groene Metropoolregio en provincie. Voor de verdere ontwikkeling van het clusters is voldoende en goed opgeleid personeel van groot belang, zowel op MBO- als op HBO+-niveau. Hier ligt dan ook nadrukkelijk een koppeling met de regionale Human Capital Agenda.

HEALTH & HIGHTECH Het benutten van economische kansen gaat hand in hand met het werken aan maatschappelijke gezondheidsthema’s en nieuwe sleuteltechnologieën. Hightech levert daarbij de basis voor het realiseren van baanbrekende innovaties. De focus ligt de komende jaren op de ontwikkeling van belangrijke sleuteltechnologieën zoals digital health en artificial intelligence (AI). Briskr is hiervoor de uitvoeringsorganisatie.

BIJDRAGE TEB Clustervorming • Vast aanspreekpunt voor de clusters op inhoud. • Inventariseren en benutten structuurversterkende projectkansen.

ENERGY In dit cluster ligt de focus op doorontwikkeling van Connectr en Smart Energy Hubs (SEH).

32

• Inbrengen projectkansen bij de Investeringsagenda. •S  amenwerking rondom initiatieven uit de startblokken laten komen. •H  et leggen van verbindingen tussen maatschappelijke thema’s en sleuteltechnologieën. •D  oorontwikkeling van de campussen en samenwerking tussen bedrijven en instellingen uitbreiden. •D  e SEH aanpak (door)ontwikkelen op Innofase (Duiven) en Engie (Nijmegen) en de aanpak en leerervaringen delen met andere bedrijventerreinen. •Z  oeken naar externe financieringsbronnen. •W  aar mogelijk het koppelen van de regio (bedrijven, gemeenten) aan projecten en initiatieven.

Daarnaast werken we samen met het Rijk, Europa en Duitsland in de clusters en de crossovers met duurzame logistiek. We zijn de proeftuin op het gebied van decentrale energiesystemen, groeien door naar een internationaal Health & Hightech topcluster en maken onze auto’s, vrachtwagens en binnenvaartschepen schoner door toepassing van alternatieve brandstoffen.

Lobby en profilering •M  et lobby en profilering bijdragen aan de (inter)nationale zichtbaarheid van onze regio op het gebied van Health, Hightech & Energy. •O  p programmaniveau samenwerken met Foodvalley om innovatieve kansen tussen food en Health te kunnen benutten.

WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN - BIJDRAGE VAN DE REGIO •D  eelnemen aan regionale, nationale en Europese netwerken. •M  et lobby en profilering bijdragen aan de (inter-)nationale zichtbaarheid. • Input uit de Economische Monitor leveren, zodat TEB zicht heeft op kansen voor de doorontwikkeling van de clusters en verdere netwerk- en clustervorming in de regio. •T  oegang geven tot ons netwerk in de regio. • Investeren in belangenbehartiging voor projecten en initiatieven van bovenregionaal belang. Belangenbehartiging betekent: ervoor ‘gaan lopen’, lobbyen en zoeken naar financiering. • Inbrengen projectkansen in de samenwerking met TEB en de Investeringsagenda.

33

SPEERPUNT 4 TOEKOMSTBESTENDIGE WERKLOCATIES WAT WILLEN WE BEREIKEN - OVER VIJF JAAR:

•

•

•

•

is de kwalitatieve en kwantitatieve vraag en aanbod van werklocaties in evenwicht.

dragen we met werklocaties bij aan de groene en duurzame ambitie van de Groene Metropoolregio.

bieden we passende ruimte voor bedrijven die bijdragen aan onze economische groei en profiel.

hebben we inzicht in welke ruimtebehoefte voor werklocaties er is tot 2040, inclusief energietransitie, logistiek en duurzaamheid.

Toekomstbestendige werklocaties gaat over bestaande en nieuwe werklocaties met het Regionaal Programma Werklocaties (RPW) als basis. Dit gaat over bedrijventerreinen, kantoorlocaties en locaties voor perifere detailhandel. In het RPW vindt afstemming plaats tussen vraag en aanbod van werklocaties. Het RPW gaat vooral over nieuwe ontwikkelingen op de juiste plek. Daarbij nemen we ontwikkelingen (zoals energieopwekking, clean energyhubs, laadinfrastructuur en stadsdistributie) en de gewenste ruimtebehoefte daarvan in de eerstvolgende herziening van het RPW (of na monitoring) mee. Verder zijn duurzaamheid en de landschappelijke inpassing hierbij belangrijke thema’s. We onderzoeken waar nieuwe regionale werklocaties moeten landen in de regio en hoe om te gaan met lokale ontwikkelingen. Vanaf 2022 zetten we ook in op het vergroenen van werklocaties in samenwerking met de provincie.

monitoring plaats, om indien nodig tussentijds te kunnen bijsturen. De besluitvorming over het RPW ligt bij de gemeenteraden. Het RPW is een verplicht onderdeel voor alle gemeenten. De Groene Metropoolregio faciliteert zowel ambtelijk als bestuurlijk de voorbereiding en afstemming over het RPW.

WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN - BIJDRAGE VAN DE REGIO • In 2023 brengen we advies uit over de verdeling van nog beschikbare ontwikkelruimte voor bedrijventerreinen in de regio. • We starten de onderzoeken, verzamelen de informatie per 2024 en leveren in 2025 een nieuw RPW op met een horizon tot 2040. • Wij zetten in op het kwalitatief verbeteren van het RPW en nemen de ruimtebehoefte van werklocaties mee waar het gaat om de thema’s Health, Hightech & Energy, de circulariteitsopgaven, de energietransitie, logistiek, vergroening en landschappelijke inpassing. We leggen daarvoor verbinding met de Regionale Energiestrategie (RES), de Regionale Adaptatiestrategie (RAS) en de Regionale Agenda Laadinfrastructuur (RAL). In het RPW nemen we, naast de ruimtebehoefte, ook de aanvullende eisen mee die hieraan worden gesteld. • De transformatie van werklocaties naar woningbouw (o.a. in Arnhem en Nijmegen) leiden tot een verplaatsingsvraagstuk van bedrijven. Dit is

De Economische Visie 2040 uit 2022 vormt mede de basis voor de monitoring en de herziening van het RPW. Dit geldt eveneens voor de Verstedelijkingsstrategie, waarin de ruimtebehoefte van alle opgaven samenkomen. Het RPW is verankerd in de omgevingsverordening van de provincie. Minimaal één keer in de vier jaar moet er een nieuw RPW worden vastgesteld. In mei 2021 is het gewijzigde RPW vastgesteld door Gedeputeerde Staten, in 2025 komt er een nieuw RPW. Tweejaarlijks vindt er een

34

een nieuw vraagstuk waar extra aandacht aan moet worden besteed in het RPW. •W  e onderzoeken wat de mogelijkheden voor (her)ontwikkeling van brownfields zijn en pakken dit samen met de provincie op. Onder brownfields worden verstaan: structureel onderbenutte of verwaarloosde gronden met opstallen (bijvoorbeeld bedrijventerreinen), die voor herinrichting c.q. transformatie in aanmerking komen. •B  innen het RPW verkennen we in hoeverre en onder welke voorwaarden (extra) ruimte voor logistiek op bestaande bedrijventerreinen kan worden ontwikkeld. Voor grootschalige logistiek is het uitgangspunt clusteren op de knooppunten Nijmegen en Emmerich/Montferland/Zevenaar.

•D  e opkomst van ‘dark stores’ is nieuw. Een ‘dark store’ is een distributielocatie/depot/hub dichtbij consumenten, om binnen 10 minuten goederen te kunnen leveren. Deze liggen vaak in woonwijken en winkelgebieden. In het RPW moeten we bepalen hoe hier mee om te gaan. •U  itvoering Plan van Aanpak vergroening van bestaande werklocaties. In 2021 is een plan van aanpak voor de vergroening van bestaande werklocaties gemaakt, afgestemd met de provincie. In het tweede kwartaal 2022 wordt er een voorstel aangeboden hoe we dit verder gaan uitwerken. De resultaten hiervan worden verwerkt in de monitoring van 2022 en het RPW van 2025.

WAT MAG HET KOSTEN? realisatie begroting begroting meerjarenraming 2021 2022 2023 2024 2025 2026 (bedragen x € 1.000) Productieve regio Lasten Baten Saldo baten en lasten Toevoeging aan reserve Onttrekking aan reserve

-

575 575 -

773 773 -

794 794 -

816 816 -

816 816 -

Saldo na reserves

=

=

=

=

=

=

De realisatie 2021 betreft de baten en lasten zoals deze in de administratie van de Groene Metropoolregio zijn verantwoord. Details van dit overzicht zijn opgenomen in de begroting.

35

6. CIRCULAIRE REGIO (PROGRAMMA)

OVER VIJF JAAR: hebben we onze positie als circulaire topregio versterkt en zijn we internationaal zichtbaar. Hebben we een instrumentarium ontwikkeld om zuiniger en slimmer om te gaan met energie, grondstoffen en producten.

We werken op regionale schaal al een aantal jaren samen op het gebied van duurzaamheid. De Routekaart Energietransitie vormde hiervoor de basis. Uit deze samenwerking zijn diverse projecten voortgekomen, die deels nog lopen of in 2021 een impuls hebben gekregen. Enkele voorbeelden: • 1 6 gemeenten hebben in 2021 de Regionale Energiestrategie 1.0 (RES) vastgesteld. De projectorganisatie is vernieuwd met het oog op de volgende fase RES2.0. Hiervoor is een Uitvoeringsplan opgesteld en zijn voorwaarden geschapen voor het uitvoeren van zogenaamd PlanMER. •d  e gezamenlijke inkoop van duurzame energie (gas en elektriciteit) is voorbereid, zodat in 2022 de contracten voor de komende jaren kunnen worden aanbesteed c.q. verlengd. Voor een zo duurzaam mogelijke inkoop van gas is een strategie opgesteld. •h  et project Circulaire Grond-, Weg- en Waterbouw is voortgezet met de organisatie van enkele kennisevents, een communicatiestrategie en de voorbereiding van proeftuinen en pilotprojecten. •w  e hebben in samenwerking met de opgave Groene groei een circulaire impactladder ontwikkeld. Die biedt een maatstaf om de circulariteit van nieuwbouwwoningen te kunnen beoordelen. In 2022 gaat de implementatie van start binnen gemeenten en gaat de regionale bouwsector hiermee werken.

•w  e hebben een interactieve sessie georganiseerd over klimaatadaptatie voor medewerkers van gemeenten, provincie en waterschappen. •w  e hebben een startnotitie geschreven die de basis legt voor de verdere ontwikkeling en aanpak van circulaire grondstoffen en ketens.

pelijke inzet voor deze transities te versterken. De gezamenlijke overheden vervullen hierin een voortrekkersrol. (Inter-)nationale en regionale klimaatambities en doelstellingen voor 2030 en 2050 zijn vastgesteld en worden eerder aangescherpt dan getemperd. De overtuiging dat versnelling en verbreding nodig is, groeit bij steeds meer actoren en stakeholders. Bij de ontwikkeling van het Uitvoeringsplan RES2.0 merken we dat het Rijk tot nu toe onvoldoende middelen heeft verstrekt voor deze vervolgfase. Dat legt een forse claim op het projectteam, dat aanzienlijk is verkleind ten opzichte van de fase RES1.0. De complexiteit bij het ontwikkelen van duurzame energie is echter alleen maar toegenomen, omdat er in 2021 diverse signalen zijn afgegeven dat nieuwe grotere projecten niet meer aangesloten kunnen worden vanwege netcongestie. Daarbij komt dat de vraag naar elektriciteit de komende jaren nog toeneemt. Onder andere doordat we elektrisch gaan rijden en veel meer woningen gaan bouwen.

Het verhaal van een aantrekkelijke circulaire transitie is nog lang niet uitgekristalliseerd en blijft zich verder ontwikkelen en concretiseren. De aandacht voor de samenhang met andere duurzaamheidstransities neemt toe. Dat is nodig om het maatschappelijk draagvlak en de maatschap-

36

37

SPEERPUNT 1 CIRCULAIRE BOUW EN INFRASTRUCTUUR WAT WILLEN WE BEREIKEN - OVER VIJF JAAR:

•

•

besteden we alle projecten in de Grond-, Weg en Waterbouw (GWW)-sector circulair aan.

hebben wij met partners een regionaal ecosysteem ontwikkeld, waarbij het hergebruik van bouwmaterialen en grondstoffen gebruikelijk is en de bouwlogistiek duurzaam functioneert.

•

wordt minstens 25% van de woningen circulair gebouwd.

Besparen en hergebruik van grondstoffen en producten is in vele sectoren van onze samenleving van belang. De sector bouw en infrastructuur neemt ongeveer 40% van de Gelderse grond- en afvalstoffenstromen voor zijn rekening. De Groene Metropoolregio zet samen met bedrijven en onderzoeksinstellingen stevig in op het besparen van grondstoffen en hergebruik van afvalstoffen in de bouw- en infrastructuur en vermijdt daarmee zoveel mogelijk CO2-emissies.

Het in 2020 gestarte Uitvoeringsprogramma Circulaire Grond-, Weg- en Waterbouw zetten we voort en wordt in 2022 geëvalueerd. Er komt een voorstel voor het vervolg. Het project bestaat uit het delen van kennis, het ontwikkelen van een aanpak waarbij circulaire principes worden meegenomen in onze overheidsrol als opdrachtgever en het ontwikkelen van een maatstaf voor de mate van circulariteit in de infrasector.

WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN - BIJDRAGE VAN DE REGIO

ondersteunen de inzet van een projectmanager conceptueel en circulair bouwen. • In zowel de bouw als de GWW-sector wordt op grote schaal gebruik gemaakt van ‘virgin materials’ waar bovendien ook vaak nog geen goede duurzame alternatieven voor zijn. Denk bijvoorbeeld aan cement, staal en glas. Hergebruik van bouwmateriaal dat al in omloop is, is een belangrijk circulair principe om de negatieve impact van het gebruik van bouwmateriaal te verkleinen, in het bijzonder voor die materialen waar (nog) geen goede duurzame alternatieven voor zijn. Wij versterken de praktijk van hergebruik van materialen en grondstoffen door partijen te verbinden, kennis en ervaringen te delen en gezamenlijke initiatieven te ondersteunen. •C  irculair bouwen en circulair aanleggen van infrastructuur vergt ook duurzame bouwlogistiek. We ondersteunen verduurzaming daarvan door uitwisseling van kennis, informatie en ervaringen te faciliteren bij alle spelers in de bouwketen.

•O  m circulair aanbesteden in de GWW-sector algemeen geaccepteerd en breed toegepast te krijgen, moet kennis van en ervaring met deze manier van aanbesteden snel groeien bij alle opdrachtgevers, budgethouders, inkopers, projectleiders en uitvoerders in de regio. We ondersteunen en versnellen deze leercurve door het opbouwen en uitwisselen van kennis en informatie te organiseren en door de (directe en indirecte) meerwaarde van circulair aanbesteden inzichtelijk te maken. •V  oor het beoordelen van de circulariteit van bouw hebben we een methode ontwikkeld: de circulaire impactladder. Om deze methode in 2025 in de hele regio toe te kunnen passen op alle bouwprojecten, organiseren we een leertraject om de implementatie soepel te laten verlopen. We faciliteren het uitwisselen van kennis, informatie en ervaringen rondom het beoordelen van de circulariteit van bouw en

In de Woondeal Arnhem-Nijmegen is het streven vastgelegd dat na verloop van tijd een steeds groter aandeel circulair gebouwd wordt: in bestaande plannen minimaal 10%, vanaf 2025 25%, vanaf 2030 50% en vanaf 2050 100%. De regio heeft hiervoor een maatstaf ontwikkeld: de circulaire impactladder. Het Kenniscentrum Circulaire Bouw in Nijmegen is een mooi voorbeeld waar kennis en kunde over circulaire bouw wordt samengebracht. Mogelijk gaat dit centrum deel uitmaken van VIA-t, centrum voor innovatie, duurzaamheid en vakmanschap in de bouw. Ook willen we leren van proeftuinen en experimentlocaties, bijvoorbeeld in het Lifeport Circular Lab. Deze initiatieven dragen bij aan het verminderen van het tekort aan kundige vaklieden voor circulair bouwen. De bouwsector kampt nu al met een tekort aan personeel en circulaire bouw vergt voor een deel andere kennis, kunde en vaardigheden.

38

39

SPEERPUNT 2 CIRCULAIRE ECONOMIE: GRONDSTOFFEN EN KETENS WAT WILLEN WE BEREIKEN - OVER VIJF JAAR:

• •

•

Circulaire economie is een transitievraagstuk waar de hele samenleving in dit decennium mee te maken krijgt, in overheidsbeleid en -eisen en vragen van bedrijven. Voor een individuele gemeente is het lastig hierop in te spelen. Partijen willen verspilling voorkomen, producten anders ontwerpen, productlevensduur verlengen en producten leasen, hergebruiken en recyclen. Dit is hard nodig, want er raken nog veel grondstoffen verloren omdat ze bij voorbeeld nog onnodig worden verbrand. De Groene Metropoolregio wil voorsorteren op de toekomst waarin schaarste aan materialen en grondstoffen wordt verwacht en anticiperen op Rijks- en overheidsbeleid. Circulariteit, klimaat en energie worden in landelijk en Europees beleid steeds meer geïntegreerd benaderd, o.a. omdat circulariteit nodig is om klimaatdoelen te halen maar ook omdat het verstandig is om de energietransitie zo circulair mogelijk te laten verlopen, omdat materialen en grondstoffen schaarser worden (bijvoorbeeld in Fit for 55 (EU) en in het nieuwe Coalitieakkoord).

grondstoffen- en afvalstromen, vooral om focus aan te brengen in waar we als gezamenlijke overheden het meest kunnen bijdragen aan het circulair maken van onze regio. • We stimuleren de ontwikkeling van een zestal grondstoffenhubs en dragen bij aan een goede, evenwichtige ruimtelijke inpassing. De zes grondstoffenhubs zijn bouw- & sloopafval, accu’s & batterijen, zonnepanelen, kunststoffen, textiel en voedselketen. • We helpen samen met provincie en omgevingsdiensten bij het wegnemen van juridische belemmeringen bij de ontwikkeling van nieuwe recyclingketens, bijvoorbeeld in de landbouw waar nog veel kansen liggen. • We ondersteunen gemeenten bij het circulair inkopen van producten en diensten en zorgen voor een stimulerend platform voor uitwisseling van kennis en ervaring. • We signaleren kansen voor nieuwe banen voor praktisch en technisch geschoolden, afgestemd met de brede Human Capital Agenda in de opgave Productieve regio. • Landelijke of projectgebonden programma’s voor gedragsbeïnvloeding delen we met gemeenten om verspilling bij consumenten en producenten tegen te gaan. • Als circulaire topregio zoeken we expliciet naar kansen voor funding en cofinanciering voor versnelling van onze aanpak. De lobbykracht versterken we in samenhang met de provincie en The Economic Board.

hebben we 6 productieketens/ reststromen circulair gemaakt.

functioneert een regionaal ecosysteem waarin hergebruik van grondstoffen en materialen fors is toegenomen.

kopen alle gemeenten in de regio circulair in.

Mede door de COVID-19 crisis en door geopolitieke spanningen is er een trend richting deglobalisering en kortere ketens. De aanvoer stokt bv in de hightech, maakindustrie en food sectoren. De circulaire economie kan helpen nieuwe verdienmodellen op te zetten in een Europese, landelijke of zelfs regionale markt. Daar spelen we graag op in.

WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN - BIJDRAGE VAN DE REGIO • We versterken ons inzicht in de regionale

40

SPEERPUNT 3 WATER EN KLIMAATADAPTATIE WAT WILLEN WE BEREIKEN - OVER VIJF JAAR:

•

•

•

•

zijn we steeds beter geworden in het opvangen, vasthouden en hergebruiken van water.

hebben we het bebouwd gebied in stad en dorp verder vergroend.

hebben we maatregelen genomen om goed om te gaan met wateroverlast, droogte of hittestress.

bouwen we klimaatbestendig.

niveau. Versnipperde kennis brengen wij bijeen en delen we met elkaar. We brengen wetenschappelijke én praktijkkennis van buiten onze regio naar onze regio toe.

Water en klimaatadaptatie is een belangrijk thema. Voor de regio willen we water beter opvangen, vasthouden en hergebruiken en willen we overlast en onveilige situaties voorkomen. Steden, dorpskernen en werklocaties kunnen we nog verder vergroenen, waarmee we beter zijn voorbereid op extreme regenval, hitte en droogte. We bevorderen tegelijk de biodiversiteit.

 ) Klimaatbestendig bouwen. 2 Versterken kennis, kunde en profiel op het gebied van klimaatbestendig, natuurinclusief en biodivers bouwen. Ontwikkelen uniforme aanpak voor water- en klimaatbestendige bouwprojecten. Verwerven Europese/nationale cofinanciering voor vooruitstrevende projecten.

De gemeenten in de regio zijn betrokken bij verschillende Regionale Adaptatiestrategieën (RAS) die samen met waterschappen en andere partijen worden ontwikkeld. Hierbij heeft de Groene Metropoolregio geen rol gespeeld. De RASsen zijn gereed en/of in een afrondend stadium. Daarna volgt de uitwerkingsfase waarbij we als regio kunnen leren van goede voorbeelden over hoe om te gaan met extreme wateroverlast, hitte en droogte. Ook living labs en klimaatproeftuinen dragen daaraan bij. Bovendien hebben we als regio een forse bouwopgave waarbij we de groene kwaliteiten van de regio willen versterken. Dat levert de uitdaging op om klimaatbestendig, natuurinclusief en biodivers te bouwen.

3) Klimaatproeftuinen en vergroeningsprojecten. Ontwikkelen van een lerende en inspirerende omgeving waarin kennis en praktijkervaringen over klimaatproeftuinen en aanpak van grote en kleinere vergroeningsprojecten op regionale schaal worden gedeeld. Daarbij halen we zo nodig ook inspiratie van buiten onze regio om nog meer stappen vooruit te zetten. • Ondersteuning  Lifeport Circular Lab. Het Lifeport Circulair Lab ontwikkelt in triple helix-verband kleinschalige regionale initiatieven op het gebied van circulariteit door naar reguliere werkwijzen, zoals circulair bouwen, het inrichten van grondstoffenhubs en klimaatadaptieve maatregelen. Als Groene Metropoolregio zijn wij een verbindende schakel naar lokale overheden. •P  rofilering met projecten landschapsontwikkeling.

WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN - BIJDRAGE VAN DE REGIO •K  ennis delen: 1) Regionale Adaptatiestrategieën (RAS). Binnen de regio wordt op verschillende plekken gewerkt aan een water- en klimaatadaptieve regio. Als Groene Metropoolregio tillen we het kennisniveau van de hele regio naar een hoger

41

SPEERPUNT 4 TRANSITIE NAAR DUURZAME ENERGIE WAT WILLEN WE BEREIKEN - OVER VIJF JAAR:

•

•

gebruiken bedrijven, inwoners en gemeenten minder (fossiele) energie.

is onze regio volop in staat innovaties in opwekking, opslag en transport tot stand te brengen.

•

is het aandeel duurzame, hernieuwbare energie dat we in de regio gebruiken groter dan landelijk gemiddeld.

Met de plannen van de Europese Unie (Fit for 55) en het regeerakkoord zijn de doelen voor de energietransitie naar boven bijgesteld. Daarnaast dringt het bewustzijn door dat we niet alleen een opgave hebben op het gebied van verduurzaming van de energie, maar dat ook leveringszekerheid een cruciaal thema wordt. Voor de gemeenten die aan het thema energietransitie werken hebben deze ontwikkelingen een aantal gevolgen. •D  oordat de RES in een verdere fase komt en door de hogere ambities van EU en Rijk moeten gemeenten een omslag maken van het maken van visies naar het versneld faciliteren van de uitvoering. •E  r zal naast de blijvende focus op elektriciteit en warmte ook steeds meer aandacht besteed moeten worden aan opslagmogelijkheden van energie, zoals de toepassing van waterstof. •D  oor ontwikkelingen op de arbeidsmarkt is het voor gemeenten lastig om kwantitatief en kwalitatief voldoende personeel te krijgen voor de opgave.

Grote landschapsontwikkelingsprojecten zijn van belang om als regio water- en klimaatbestendig te worden. Het groene karakter geeft onze regio een herkenbaar gezicht en maakt het een aantrekkelijke plek om te wonen en te recreëren. Als Groene Metropoolregio zetten wij ons in voor de partnerships en cofinanciering van landschapsontwikkeling waarbij klimaatadaptatie een rol speelt.

In de RES1.0 hebben we afgesproken 1,62 TWh duurzame elektriciteit op te wekken en te streven naar een betere verhouding in wind- en zonne-energie.

WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN - BIJDRAGE VAN DE REGIO •W  e faciliteren een nieuw bod RES 2.0 en ondersteunen de borging van afspraken die in RES1.0 zijn vastgelegd. Hiertoe maken we onder andere een regionaal PlanMER. We onderzoeken samen met onze partners of we de afspraken kunnen borgen in een gezamenlijk regionaal omgevingsprogramma. We werken tevens samen aan een regionale warmtestructuur met bronnenstrategie, in samenhang met de gemeentelijke transitievisies warmte. •W  e stimuleren de ontwikkeling van smart energy hubs en nieuwe duurzame energiedragers zoals waterstof en accu’s. Connectr speelt een belangrijke rol in dit speelveld. •W  e zorgen namens gemeenten voor de contracten voor gezamenlijke inkoop van energie. •W  e organiseren en delen kennis op het gebied van o.a. aardgasvrije wijken, expertisecentra en energieloketten. •W  e zorgen voor monitoring van onze inspanningen voor CO2-reductie, waarbij we zoveel mogelijk gebruik maken van bestaande data.

Met de Regionale Energiestrategie werken we samen aan de opwek van duurzame hernieuwbare elektriciteit en warmte en de bijbehorende infrastructuur, samen met Rijk, provincie en waterschappen. Daarmee dragen we bij aan de opgave om in 2030 55% minder CO2 uit te stoten en aan een CO2 neutrale energievoorziening.

42

43

WAT MAG HET KOSTEN? realisatie begroting begroting meerjarenraming 2021 2022 2023 2024 2025 2026 (bedragen x € 1.000) Circulaire regio Lasten Baten Saldo baten en lasten Toevoeging aan reserve Onttrekking aan reserve Saldo na reserves

198 198 -

638 638 -

696 696 -

714 714 -

733 733 -

733 733 -

De realisatie 2021 betreft de baten en lasten zoals deze in de administratie van de Groene Metropoolregio zijn verantwoord. Details van dit overzicht zijn opgenomen in de begroting.

44

45

7. ONTSPANNEN REGIO (PROGRAMMA)

OVER VIJF JAAR: hebben we een goede balans tussen groei en kwaliteit van leven door onze inzet op duurzaam toerisme, goede voorzieningen in centra voor inwoners en bezoekers, een sterke culturele infrastructuur en versterking van natuur, landschap en erfgoed.

We groeien als regio. In inwoneraantal, in woningen, wegen, fietspaden, werkgelegenheid en nog veel meer. We willen alles wat het leven in deze regio zo prettig maakt, onze kwaliteit van leven, mee laten groeien. Daar gaat deze opgave over.

bezoekers in de centra en culturele activiteiten, helpen om binnensteden en kernen levendig en leefbaar te houden. De speerpunten ‘bruisende binnensteden, krachtige kernen’, ‘duurzaam toerisme’ en ‘cultuur’, hebben veel met elkaar te maken. Voor de ondernemers en de regionale economie is een levendig centrum erg belangrijk. Daarom werken we hier samen met Productieve regio aan. •h  et ‘groen’ en het ‘blauw’ zijn belangrijk voor inwoners en bezoekers. Tegelijkertijd willen we de drukte die dat met zich mee brengt goed over de regio spreiden. Want minder drukte is prettiger voor de bezoeker, voor de mensen die rondom het recreatiegebied wonen en beter voor de natuur. Met onze acties binnen het speerpunt ‘duurzaam toerisme’ zorgen we dat er meer aantrekkelijke plekken zijn om te bezoeken. En dat die plekken goed bekend zijn bij iedereen. Tegelijkertijd denken we in het groen-blauw raamwerk goed na welke plekken juist niet bezocht moeten worden, omdat de natuur rust nodig heeft. En we kijken of we slimme combinaties kunnen maken met oplossingen voor andere problemen. Bijvoorbeeld een combinatie tussen nieuwe natuur en het opvangen van water of het opwekken van duurzame energie. Dat laatste doen we samen met de Circulaire regio.

We willen dat inwoners en bezoekers in hun vrije tijd nog meer kunnen genieten van de mooie plekken in onze regio. Door bijvoorbeeld het fiets- en wandelroutenetwerk te verbeteren, willen we er aan bijdragen dat iedereen die in de regio woont of de regio bezoekt, gezond kan bewegen, sporten en leven. We willen dat de kernen van onze steden en dorpen levendig en leefbaar zijn. We vinden het belangrijk dat we het landschap, de natuur, het water, het (groene) erfgoed en de cultuur in onze regio nog beter en sterker maken. En soms moeten we ook herstellen wat (deels) verloren is gegaan. Denk aan natuurgebieden waar zoveel bezoekers komen, dat de natuur verstoord is geraakt. Het versterken en herstellen van landschap, natuur, water, erfgoed en cultuur doen we deels om de groei in inwoners en woningen op te vangen: als er meer mensen wonen, hebben we ook meer aantrekkelijke plekken nodig. Maar we doen het ook omdat landschap, natuur, water, erfgoed en cultuur een belangrijke waarde van zichzelf hebben, die we graag willen behouden en versterken.

De Ontspannen regio was bij de start in 2021 een relatief nieuwe opgave in regionaal verband. We zijn begonnen met het maken van een toeristisch profiel, het groen-blauw raamwerk en een analyse en toekomstbeeld voor bruisende binnensteden, krachtige kernen. Ook hebben we gekeken wat nodig is om ons fiets- en wandelroutenetwerk beter te maken. De wethouders van Cultuurregio 025 hebben afspraken gemaakt over de uitvoering van het Transformatievoorstel cultuurregio 025. Hiervoor krijgen we van de provincie 1,3 miljoen euro.

Om te zorgen dat de kwaliteit van leven op peil blijft en beter wordt, blijven we ook in de jaren 2023-2025 werken aan vier speerpunten: ‘duurzaam toerisme’, ‘bruisende binnensteden, krachtige kernen’, ‘groen-blauw raamwerk’ en ‘cultuur’. Deze vier speerpunten hebben veel met elkaar en met de andere opgaven te maken. Een paar voorbeelden: •m  eer woningen en wegen vragen om aantrekkelijke recreatieve voorzieningen in stadscentra en dorpskernen. Toeristische bezienswaardigheden, een goed en gevarieerd winkelaanbod,

46

We gebruiken 2022 om concreter te maken wat we als regio gaan doen. We maken af waar we

47

SPEERPUNT 1 DUURZAAM TOERISME WAT WILLEN WE BEREIKEN - OVER VIJF JAAR:

in 2021 mee begonnen zijn, doen een vitaliteitsonderzoek en starten met de uitvoering van het Transformatievoorstel cultuurregio 025. Met onze aanpak sluiten we goed aan op wat de provincie, het Rijk en Europa belangrijk vinden en maken we gebruik van de middelen die daar beschikbaar zijn.

•

•

hebben we in de regio een vitale sector voor recreatie, die - aansluit bij de vraag en - bijdraagt aan de (basis)voorzieningen en leefbaarheid in de kernen.

In de periode 2023-2025 zorgen we dat de plannen die we in 2022 maken, uitgevoerd worden. Met samenwerkingspartners regelen we middelen en beleggen we de uitvoering bij wie dat het beste kan.

kiezen bezoekers steeds vaker voor een verblijf van meer dagen in de regio.

•

is de drukte door bezoekers beter verspreid over de regio en over de seizoenen.

In 2022 maken we een toeristisch profiel op basis van verhaallijnen, ook wel belevingsgebieden genoemd, zoals ‘Romeinen’, ‘Water’ of ‘Vrijheid’. Daarnaast doen we een vitaliteitsonderzoek: welke (soorten) toeristische bedrijven zijn er in de regio en wat zijn de sterke en minder sterke punten van de sector? En we werken aan een verbetering van ons fiets- en wandelroutenetwerk. Met de Verbonden regio proberen we de kansen die er zijn voor verbetering van het functionele fietsroutenetwerk, voor bijvoorbeeld woon-werkverkeer, te koppelen aan kansen om het recreatieve fietsroutenetwerk te verbeteren.

Veel van wat wij willen, wil de provincie ook. We werken samen binnen alle speerpunten. In het Verstedelijkingsakkoord met het Rijk verwachten we afspraken te kunnen maken over versterking van landschap, natuur en erfgoed en over binnensteden en kernen. Waterschappen, Rijkswaterstaat, natuur- en terreinbeherende organisaties, zoals Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten, zijn onze partners om het groen-blauw raamwerk te realiseren. We doen dat samen met de opgave Groene groeiregio. De gebiedsuitwerkingen binnen die opgave zijn een belangrijk uitgangspunt.

gen we meer nadruk op klimaat- en milieubewust ondernemen in de toeristische sector. En op het bereiken van zoveel mogelijk verschillende groepen mensen om in deze regio te komen recreëren en ontspannen.

WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN - BIJDRAGE VAN DE REGIO •S  amen met VAN stemmen we de subregionale marketingvisies op elkaar af en komen we tot een geheel dat past bij het toeristisch profiel op basis van belevingsgebieden. •W  e scheppen de voorwaarden (financieringsmogelijkheden, organisatie) om de belevingsgebieden verder te ontwikkelen en bewaken de samenhang daarin. •W  e vertalen het vitaliteitsonderzoek verder in een plan van aanpak om de vitaliteit van de toeristische sector te verbeteren en meerdaags verblijf te bevorderen. •W  e scheppen de voorwaarden om de vitaliteitsaanpak uit te voeren (o.a. financieringsmogelijkheden en organisatie). •W  e ondersteunen de professionalisering van het opdrachtgeverschap tussen gemeenten en VAN. We zoeken naar de gezamenlijke belangen en organiseren gesprekken om te komen tot prestatieafspraken. •O  p basis van het plan van aanpak voor fiets- en wandelroutenetwerken, maken we een meerjarige uitvoeringsagenda voor recreatieve routenetwerken, afgestemd met de meerjaren agenda Fiets (Verbonden regio). We actualiseren deze agenda jaarlijks.

Het toeristisch profiel en het vitaliteitsonderzoek zijn de basis voor onze samenwerking op dit speerpunt in 2023-2025. We werken de belevingsgebieden verder uit en werken aan de promotie daarvan. We ondersteunen ondernemers in toerisme om een vitaal en levensvatbaar bedrijf te hebben en te houden. Zo komen er meer aantrekkelijke plekken om te bezoeken, wat helpt om bezoekers meer over de regio en de seizoenen te spreiden. We gaan in de periode 2023-2025 door met het verbeteren van ons fiets- en wandelroutenetwerk. Ook dat helpt om bezoekers over de regio te spreiden.

Met Visit Arnhem Nijmegen (VAN) en andere partners werken we verder aan duurzaam toerisme. We leren van de VeluweAlliantie en trekken samen op waar dat helpt. Dat geldt ook voor de andere regio’s, die naast onze regio liggen of daarmee deels overlappen: de Achterhoek, Noord-Limburg, Noord-Oost-Brabant, het Land van Maas en Waal en de Euregio Rijn-Waal. De culturele sector betrekken we in 2022 bij de uitvoering van het Transformatievoorstel Cultuur, zodat die mede-uitvoerder van het Transformatievoorstel Cultuurregio 025 wordt.

In het groen-blauwe raamwerk besteden we ook aandacht aan recreatie en toerisme. Door na te denken over de vraag: waar creëren we ruimte in natuur en landschappen om te recreëren en waar is het juist belangrijk om natuur en landschap met rust te laten? In de periode 2023-2025 leg-

48

49

SPEERPUNT 2 BRUISENDE BINNESTEDEN, KRACHTIGE KERNEN

• Samen met de Verbonden regio scheppen we de voorwaarden om de agenda voor het recreatieve wandel- en fietsroutenetwerk uit te voeren (o.a. financieringsmogelijkheden en organisatie). Het aanleggen van de routes gebeurt op gemeentelijk niveau. • We inventariseren wat nodig is voor het beheer en onderhoud van het fiets- en wandelroutenetwerk en stimuleren de doorontwikkeling van de organisatie hiervan.

WAT WILLEN WE BEREIKEN - OVER VIJF JAAR:

•

• •

hebben we een sterk en complementair aanbod van voorzieningen in onze binnensteden en centra van kernen (kortweg: centra).

hebben we leegstand in onze centra aangepakt en beperkt. houden we de centra leefbaar voor bewoners, bezoekers en ondernemers.

Binnensteden en kernen worden steeds minder een plek om alleen spullen te kopen en steeds meer een plek om elkaar te ontmoeten en te ontspannen. En we wonen ook steeds meer in de binnensteden en kernen. De gevolgen van de COVID-19 crisis maken het extra belangrijk om te blijven werken aan sterke binnensteden en krachtige kernen. Gemeenten en ondernemers zijn hier volop mee bezig, op eigen kracht en met steun van provincie en de Rijksoverheid. De vraag is wat wij hier op regionaal niveau aan kunnen toevoegen. We weten dat binnensteden en kernen in onze regio van elkaar afhankelijk zijn en elkaar aanvullen. Maar hoe zijn die binnensteden precies aanvullend aan elkaar en waar is er overlap of zijn er nog witte vlekken En waar liggen kansen om elkaar te versterken? Om dat te bepalen, gebruiken we de analyse en het toekomstbeeld ‘bruisende binnensteden, krachtige kernen’. Omdat

50

deze bij het schrijven van deze regionale agenda nog niet af zijn, kunnen we dit speerpunt alleen op hoofdlijnen beschrijven. Dit maken we concreet bij de uitwerking van de regionale agenda in een bestedingsplan in september 2022 en de actualisatie van de regionale agenda in april 2023.

BIJDRAGE VAN DE REGIO •W  e hebben op basis van analyse en toekomstbeeld een overzicht van de kansen voor versterking van het regionale netwerk van voorzieningen in centra. •W  e hebben een meerjarige agenda om deze kansen voor versterking te verzilveren, die we jaarlijks actualiseren. •W  e hebben de condities geschapen om de uitvoering van deze agenda te realiseren (o.a. financieringsmogelijkheden en organisatie).

51

SPEERPUNT 3 GROEN-BLAUW RAAMWERK

SPEERPUNT 4 CULTUUR EN ERFGOED

WAT WILLEN WE BEREIKEN - OVER VIJF JAAR:

WAT WILLEN WE BEREIKEN - OVER VIJF JAAR:

•

•

•

In 2021 is het Transformatievoorstel cultuurregio 025 gemaakt. Daarin staat hoe we samen met de culturele sector ervoor willen zorgen dat inwoners en bezoekers ook in de toekomst kunnen blijven genieten van cultuur en erfgoed dat bij hen en de regio past. En dat zij ook zelf cultuur kunnen maken en aan cultuur en cultuurhistorie mee kunnen doen.

In 2023 gaan we door met wat we in 2022 doen. En we zorgen dat ook na 2023 het Transformatievoorstel verder kan worden uitgevoerd. We doen dit in samen met de provincie en met de culturele sector. Daarnaast willen we ook organisaties uit het sociale domein betrekken, zoals de zorg en bibliotheken. Zo helpt dit speerpunt niet alleen om cultuur te versterken, maar ook om meer levendige en leefbare binnensteden en kernen te krijgen. Om een aantrekkelijk aanbod voor toeristen te hebben en om ervoor te zorgen dat cultuur voor iedereen toegankelijk is.

•

hebben we waardevolle natuur, biodiversiteit, water, landschap en cultureel erfgoed in de regio duurzaam behouden, versterkt en uitgebreid. Het gaat om zowel de intrinsieke waarde van natuur, landschap, water en erfgoed, als de belevingswaarde.

benutten we mogelijkheden voor slimme combinaties met de stikstofopgave, Verstedelijkingsstrategie, woningbouw, landbouw, recreatie, klimaatadaptatie, energietransitie, waterberging en biodiversiteit.

Het belang van het groene en blauwe hart van de opgave Ontspannen regio is in korte tijd steeds duidelijker geworden. Groei in inwoners, woningen, banen en wegen kan alleen als we ook ruimte hebben om te wandelen, fietsen en sporten. En om cultuur en erfgoed, zoals kastelen en buitenplaatsen, te bezoeken. Niet alleen daarom willen we natuur, water, landschap en erfgoed versterken. Ook in het licht van de waarde die natuur, water, landschap en cultuurhistorie van zichzelf hebben, de intrinsieke waarde, is het belangrijk om het ‘groen’ en het ‘blauw’ in de regio te herstellen, uit te breiden en beter te maken. In 2022 maken we daarom een groen-blauw raamwerk. Dat raamwerk geeft aan welke kansen er zijn voor het verbeteren van het groen en het blauw. Daarbij kijken we ook hoe we dit kunnen combineren met oplossingen voor andere problemen die spelen. We denken dan bijvoorbeeld aan de stikstofopgave, Verstedelijkingsstrategie, woningbouw, landbouw, recreatie, klimaatadaptatie, energietransitie, waterberging en biodiversiteit. Maar er kunnen niet altijd mooie combinaties gemaakt worden. Soms moeten er ook keuzes gemaakt worden. Bijvoorbeeld om in een gebied de natuur met rust te laten, zodat deze kan herstellen. Het groen-blauw raamwerk dat we in 2022 maken, helpt om zulke keuzes te maken.

In 2023-2025 werken we op basis van die keuzes het groen-blauw raamwerk uit in een uitvoeringsagenda.

We doen dit samen met de andere opgaven, provincie en de Rijksoverheid. In de periode 2023-2025 besteden we extra aandacht aan de transitie van de landbouw. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat in de regio voedsel geproduceerd wordt op een manier die (nog) meer dan nu het geval is, bijdraagt aan bijvoorbeeld meer en betere natuur? Want we verwachten dat we dat nodig hebben om het groen en blauw te versterken. Samen met de opgaven Groene groeiregio en Circulaire regio verkennen we hoe we onze regionale rol ten aanzien van de transitie van de landbouw zien en vormgeven.

WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN - BIJDRAGE VAN DE REGIO • We ondersteunen dat, met het groen-blauw raamwerk als uitgangspunt, ruimtelijke keuzes worden gemaakt over onder meer de stikstofopgave, Verstedelijkingsstrategie, woningbouw, landbouw, recreatie, klimaatadaptatie, energietransitie, waterberging en biodiversiteit. Dat doen we in nauwe samenwerking met de provincie. • We hebben samen met provincie en andere partners een uitvoeringsagenda gemaakt voor versterking van landschap, natuur, water en erfgoed op basis van het groen-blauw raamwerk. • We hebben onder andere in het Verstedelijkingsakkoord concrete afspraken gemaakt met het Rijk en andere partners over investeringen in het groen en blauw van de regio.

52

hebben we een duurzame culturele infrastructuur, waarbinnen cultureel aanbod wordt verzorgd, dat past bij de vraag en het profiel van de regio.

bezoeken inwoners en bezoekers van de regio cultuur en erfgoed, nemen ze hier actief in deel en bereiken we daarbij steeds meer verschillende doelgroepen.

In 2022 werken we het Transformatievoorstel Cultuur verder uit in een uitvoeringsplan voor de korte, middellange en lange termijn. Voor de korte en middellange termijn heeft de provincie Gelderland een budget beschikbaar gesteld van 1,3 miljoen euro. Dat budget investeren we voor een deel in 2022 in vijf hoofdactiviteiten: 1. Innovatie van productie en presentatie: welke nieuwe manieren zijn er om nieuw publiek te bereiken en meer mensen mee te laten doen? 2. Professionalisering: wat kunnen culturele instellingen doen om effectiever en efficiënter te werk te gaan? 3. A  mateurkunst en vrijwilligersbeleid. 4. Cultuureducatie. 5. Verhaallijnen.

WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN - BIJDRAGE VAN DE REGIO • Hebben we het uitvoeringsplan Transformatievoorstel Cultuur voor de korte en middellange termijn uitgevoerd en minimaal 1,3 miljoen euro geïnvesteerd in: 1. Innovatie in de culturele sector. 2. Professionalisering van de sector door o.a. opleiding. 3. Versterking van cultuureducatie. 4. Ondersteuning van amateurkunst en vrijwilligers. 5. Verhaallijnen. • Hebben we een lange termijnvisie en (investerings-)plan voor verdere versterking van Cultuurregio 025. • Hebben we de voorwaarden geregeld om de uitvoering van het investeringsplan mogelijk te maken (o.a. financieringsmogelijkheden en organisatie).

Vooral amateurkunst en vrijwilligersbeleid, cultuureducatie en verhaallijnen hebben ook veel te maken met erfgoed. Denk bijvoorbeeld aan onze musea, waarin veel vrijwilligers werken. Maar ook de vele cultuurhistorische verhaallijnen die onze regio rijk is, zoals de Romeinen. De verhaallijnen die we vanuit dit speerpunt oppakken, koppelen we natuurlijk aan het toeristisch profiel. Zo versterkt dit speerpunt het speerpunt duurzaam toerisme en andersom.

53

WAT MAG HET KOSTEN? realisatie begroting begroting meerjarenraming 2021 2022 2023 2024 2025 2026 (bedragen x € 1.000) Ontspannen regio Lasten Baten Saldo baten en lasten Toevoeging aan reserve Onttrekking aan reserve

6 6 -

585 585 -

827 827 -

848 848 -

872 872 -

872 872 -

Saldo na reserves

=

=

=

=

=

=

De realisatie 2021 betreft de baten en lasten zoals deze in de administratie van de Groene Metropoolregio zijn verantwoord. Details van dit overzicht zijn opgenomen in de begroting.

54

55

8. GROENE GROEIREGIO (PROGRAMMA)

OVER VIJF JAAR: regisseren wij samen met de aangesloten gemeenten de groei in onze regio. Op zo’n manier dat wij de balans tussen stedelijke ontwikkeling, natuur en landschap, economische groei, goede bereikbaarheid en de ontspannen leefkwaliteit behouden en verbeteren.

Vanuit haar twee speerpunten geeft de Groene groeiregio uitvoering aan de volkshuisvestelijke/ wonen opgave in combinatie met de ruimtelijke ontwikkelingsopgave in de regio. De eerste opgave vindt zijn beslag in de Woondeal ArnhemNijmegen. De uitvoering richt zich op de versnelling van de woningbouw om zo de grote woningbehoefte in onze regio te verlichten. De werkzaamheden zijn met name gericht op de korte termijn (nadruk tot 2025-2030).

•d  e flexpool stelt voor gemeenten personele capaciteit beschikbaar voor de planvoorbereiding van woningbouwlocaties. •k  wartiermakers en experts voor regionale ondersteuning en beleidsontwikkeling op thema’s als planontwikkeling (o.a. binnenstedelijke verdichting), stikstof, huisvesting internationale medewerkers, woningbouwversnelling, conceptueel en/of circulair bouwen. •k  ennisontwikkeling en kennisdeling door samenwerking via publieke private tempotafels, de kennisbank op de website en het geven van leerkringen (in 2022 over conceptueel en circulair bouwen). • r egionale afstemming over de inzet van volkshuisvestelijk instrumentarium, zoals doelgroepenverordening, opkoopbescherming etc., voor het toegankelijk en betaalbaar houden van de woningmarkt. •o  ntwikkeling van beleidsinstrumenten. In 2022 is de circulaire impactladder (screenings- en toetsingsinstrument bij circulariteit in woningbouw) ingevoerd. •p  artnerschap met (het collectief van) woningcorporaties.

De tweede opgave krijgt uitvoering via de Verstedelijkingsstrategie Arnhem Nijmegen Foodvalley (ANF). Deze integrale strategie geeft inzicht in de woon- en werklocaties tot 2040, rekening houdend met aspecten op het gebied van wonen, economie, mobiliteit en leefomgeving. Vanuit de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) werkt het Rijk met Woondeals en Verstedelijkingsstrategieën. Ook binnen de Groene groeiregio worden de twee afzonderlijke met elkaar verbonden. In het verlengde van de verstedelijkingsopgave wordt met de Groene Metropool 2121 een lange termijnverkenning gemaakt naar toekomstscenario’s voor de ruimtelijke opgave in onze regio; vergezichten over 50 à 100 jaar. Hierbij is grote aandacht voor klimaat, economie, energie en schaarse ruimte. Voor de ontwikkeling van de vergezichten werken wij samen met de provincie en kennis- en onderzoeksinstellingen.

VERSTEDELIJKINGSOPGAVE: INTEGRALE RUIMTELIJKE ONTWIKKELING De Groene groeiregio zet de samenwerking en integrale afweging van de ruimteopgave in de leefomgeving centraal en adresseert de kernambitie van de visie. Zij wordt hiervoor gevoed door andere vier opgaven. De Groene groeiregio is daarmee integrerend van karakter. Voorbeelden voor 2022 zijn: • s amen met de Productieve regio zijn met het onderzoek Economie van de Toekomst de ruimtelijk-economische kansen van onze regio in beeld gebracht. • s amen met de Ontspannen regio werken wij aan een versterkt groen-blauw raamwerk door natuurherstel en -ontwikkeling, uitloopgebieden en groene corridors, klimaatadaptieve maatregelen.

VERSNELLINGSOPGAVE: UITVOERING WOONDEAL ARNHEM-NIJMEGEN Dit speerpunt richt zich op het verbeteren van het functioneren van de woningmarkt, het versnellen van de woningbouwproductie en heeft aandacht voor leefbaarheid in bestaande wijken. Dit doen wij door de inzet van diverse instrumentaria: •d  e woningmarktmonitor en het woonbehoefteonderzoek 2022 biedt gemeenten en andere belanghebbenden inzicht in de woningbouwontwikkeling.

56

57

SPEERPUNT 1 WONEN IN BALANS: VERSNELLEN VAN DE WONINGBOUW WAT WILLEN WE BEREIKEN - OVER VIJF JAAR:

•

•

•

•

zijn er 20.000 woningen bijgebouwd (meetpunt 2020) volgens de afspraken in de Woondeal.

met meer woningen beschikbaar voor specifieke doelgroepen, zoals voor ouderen, internationale medewerkers, kwetsbare doelgroepen en jongeren.

in meer groene, gedifferentieerde en duurzame wijken en dorpskernen.

zijn er breed inzetbare, flexibele (tijdelijke) huisvestingsconcepten gerealiseerd door de toepassing van innovatieve bouwconcepten.

• •

waarvan meer betaalbare (koop) woningen. wordt bij circulair gebouwde woningen 25% circulair bouwmateriaal gebruikt.

• samen met de Verbonden regio werken wij aan een toekomstbestendig mobiliteitsnetwerk. Hiervoor is een analyse van de mobiliteitseffecten uitgevoerd die inzicht biedt én investeringskansen om de consequenties van de flinke woningbouwbehoefte in onze regio in goede banen te leiden. In het coalitieakkoord is 7,5 miljard euro gereserveerd voor de ontsluiting van nieuwe woningen, met name in de Verstedelijkingsgebieden.

en II) en het sluiten van een Verstedelijkingsakkoord met de provincie en het Rijk voor een langjarige samenwerking op gebied van verstedelijking en de randvoorwaarden die daarbij horen. Daarvoor zijn de ruimtelijke opgaven inclusief knelpunten, kansen en randvoorwaarden - aan de hand van de vier bouwstenen wonen, economie, mobiliteit, leefomgeving, vertaald en uitgewerkt naar de zes gebieden in onze regio en voorzien van een uitvoerings- en investeringsagenda.

• samen met de Circulaire regio stimuleren wij circulaire woningbouw. Hiervoor is onder andere de circulaire impactladder ontwikkeld.

VERKENNING TOEKOMSTSCENARIO: GROENE METROPOOL 2121 In 2022 is gestart met een gezamenlijke focus op een toekomstbestendige Groene Metropool. De eerste verkenning geeft inzicht in de langere termijnontwikkeling en de consequenties voor de verstedelijkingsopgave.

De Verstedelijkingsstrategie ANF helpt de Groene groeiregio bij deze coördinerende functie. De Verstedelijkingsstrategie ANF wordt in onze regio uitgewerkt in zes gebiedsuitwerkingen (Rijk van Nijmegen, Nijmegen-West, Middengebied, Spoorzone Arnhem-Oost, Veluwezoom, Liemers). Dit is een continu proces. Het vertrekpunt hiervoor is het in 2022 vaststellen van de complete Verstedelijkingsstrategie ANF (deel I

58

Met de langdurige samenwerkingsagenda Woondeal Arnhem-Nijmegen hebben gemeenten met voorrang toegang tot provinciale en nationale regelingen, nieuwe instrumenten, een breed kennisnetwerk, financiële middelingen en investeringen. De Groene groeiregio heeft de rol om deze voordelen naar de alle achttien gemeenten te brengen. Voor de woningbouwontwikkeling op de korte termijn (2025-2030) focust de Groene groeiregio zich voor de periode 2023-2025 op een aantal onderwerpen. Een aantal van deze zaken is in 2022 in gang gezet, deze worden gecontinueerd of verder uitgerold.

• In 2022 verkennen wij met de gemeenten of deze nieuwe Woondeal ook als provinciale Woonagenda kan gelden. Als dat het geval is, geven wij uitvoering hieraan. • Coördinatie tussen de uitwerking van de Woondeal 2.0 en de Verstedelijkingsstrategie en het akkoord. • Inzicht bieden in woonbehoeftes door middel van onderzoek en monitoring, inclusief inzicht in de huisvesting van verschillende doelgroepen. • Voor gemeenten blijft de flexpool beschikbaar. Onderzocht wordt of deze kan worden doorontwikkeld naar een meer vaste pool. Met de inzet van de flexpool wordt, naast invulling van personele capaciteit, ook het lerend vermogen binnen de regio ontwikkeld. • Inzet van regionale experts voor ondersteuning op thema’s zoals conceptueel en circulair bouwen, de uitvoering van het beleidskader internationale medewerkers, coördinatie rondom huisvesting van specifieke doelgroepen. • Samen brengen van publieke en private partijen gericht op het realiseren betaalbare flexibele (tijdelijke) woningen, onder meer door het toepas-

WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN - BIJDRAGE VAN DE REGIO • In 2022 worden de Woondeals (landelijk) geëvalueerd. In de periode 2023-2025 werken wij met Rijk en provincie samen in de Woondeal 2.0, waarin wij meer op realisatie gerichte afspraken hebben gemaakt met betere aansluiting op de behoefte van gemeenten als effectief versnellingsinstrument, inclusief bijbehorende nieuwe uitvoeringsgelden.

59

SPEERPUNT 2 LEEFOMGEVING: VERBINDEN VAN DE RUIMTELIJKE OPGAVEN

sen van circulaire en industriële woningbouw. • Inzetten van een aanjaagteam gericht op versnelling van de grote kansrijke woningbouwlocaties in onze regio. • Gemeenten worden ondersteund bij het toekomstbestendig maken van bestaande wijken. Het gaat hier om de leefbaarheid van wijken door de verduurzaming van woningen en realiseren van gedifferentieerde wijken. Door o.a. de gemeente Arnhem wordt hier volop ervaring in opgedaan. Deze ervaring en kennis wordt regionaal gedeeld. • Vergroten partnerschap met de corporaties aan de hand van in 2022 opgestelde samenwerkingsthema’s. Daarnaast zoeken wij de samenwerking met marktpartijen (bouwende partijen) en kennisinstellingen via tempotafels bij thema’s uit de Woondeal.

WAT WILLEN WE BEREIKEN - OVER VIJF JAAR:

•

•

•

•

•

•

werken wij gebiedsgericht en/of centraal vanuit majeure opgaven aan de Verstedelijkingsstrategie en zijn de ambities voor de verstedelijkingsopgave op elkaar afgestemd.

deze ruimtelijke dimensie van de opgaven hebben wij in langer perspectief geplaatst door verkenningen van toekomstscenario’s 2121. zijn ruimtelijke dimensies inzichtelijk via het interactief dashboard Integrale ruimtelijke ontwikkeling.

bestaat er een structureel ruimtelijk overleg voor de zes deelgebieden en een koppeling met lokaal omgevingsbeleid.

zijn de majeure opgaven uit het in 2022 gesloten Verstedelijkingsakkoord tot verdere uitvoering gekomen met behulp van Rijk en provincie.

in de deelgebieden zijn nieuwe (grote) woningbouwlocaties voor de periode 2030-2040 integraal onderzocht en hebben wij de ruimtelijke opgave van de vier bouwstenen in beeld.

•

is er exposure gegenereerd over toekomstbestendige verstedelijking in de Groene Metropoolregio.

In 2023 en verder gaan wij in een langjarige samenwerking cyclisch aan de slag met het realiseren van de verstedelijkingsopgave zoals die staat beschreven in de Verstedelijkingsstrategie ANF. Het gesloten Verstedelijkingsakkoord, met daarin afspraken gericht op realisatie en samenwerking met bijbehorende uitvoeringsgelden, is daarbij leidend. De periode 2023-2025 staat in teken van met de relevante partners uitvoering geven aan de uitvoeringsagenda. Hiervoor blijven de gebiedsuitwerkingen het vertrekpunt. De Groene groeiregio heeft een rol in de coördinatie en de samenhang tussen gebieden en majeure, randvoorwaardelijke, gebiedsoverstijgende kernopgaven. Voor de majeure (kern)opgaven waarover nog geen bindende afspraken zijn gemaakt, zet de Groene groeiregio zich in om steun te vinden bij partners, bijvoorbeeld op de landelijke overlegtafel

60

BO-MIRT (Bestuurlijke Overleggen Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport). Het dashboard Integrale ruimtelijke ontwikkeling helpt de ruimtelijke vraagstukken te verbeelden om te komen tot toekomstbestendige keuzes voor een klimaatrobuuste Groene Metropool. Met het gereed komen van de Verstedelijkingsstrategie ANF en het ontwikkelen van de scenario’s wordt in de periode 2023-2025 het dashboard ingezet als voortgangsmonitor en het verbeelden van de verbindende ruimtelijke aspecten, de progressie van de verstedelijkingsopgave en de vraagstukken die de opgaven in de regio oproept. Door deze aan elkaar te ‘koppelen’ ontstaat synergie, wat de kwaliteit van de leefomgeving versterkt.

61

VERKENNING TOEKOMSTSCENARIO: GROENE METROPOOL 2121

ontwikkeling. De output uit de inspiratiesessies worden gebruikt in de gebiedsuitwerkingen om te spiegelen en te inspireren voor de keuzes of dilemma’s op de meer korte termijn. Ook wordt deze input gekoppeld aan het dashboard.

Het klimaat verandert. Voor een duurzame ruimtelijke inrichting van Nederland moeten het water- en bodemsysteem leidend zijn. In de Groene Metropool 2121 leggen wij de focus op langere termijn en consequenties voor de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen als het gaat over klimaat, natuur, biodiversiteit, verstedelijking, circulariteit etc. In samenwerking met de verschillende partners tillen wij onszelf even uit het hier en nu. Op basis van bestaande onderzoeken en inzichten van experts inventariseren wij: Wat weten we, wat zijn kansen, wat zijn de onzekerheden, wat vraagt het? Welke scenario’s volgen hieruit om te werken aan ‘een toekomstbestendige Groene Metropool’ en wat betekent dit voor gewenste bouwlocaties en bedrijventerreinen, de opgaven voor het platteland, natuur, landschap en water en de wijze waarop mobiliteit zich gaat ontwikkelen? De eerste verkenning die in 2022 is gemaakt, wordt verder uitgebouwd tot inspirerende en richtinggevende toekomstscenario’s met als doel in de ontwikkelingen van nu toekomstbestendige keuzes te maken. Deze toekomstverkenningen bespreken wij in de regio door inspirerende sessies te organiseren, waarbij wij ook deskundigen en partners in het land uitnodigen om als regio bij te dragen aan nationale kennis-

WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN - BIJDRAGE VAN DE REGIO • Organiseren en coördineren van de gebiedsuitwerkingen en deze koppelen aan de langere termijn verkenningen 2121. Hiervoor zetten wij gebiedstrekkers en een coördinator tussen de gebieden in. • De in 2022 gestarte toekomstverkenning 2121 werken wij verder uit in de gebiedsuitwerkingen. • De voortgang uit gebiedsuitwerkingen en de toekomstverkenning Groene Metropool 2121 visualiseren wij via een interactief dashboard. Daarbij organiseren wij ambtelijke en bestuurlijke werksessies in de regio. •W  ij geven uitvoering aan het Verstedelijkingsakkoord. Hiervoor is naar verwachting nodig dat wij vervolgonderzoeken uitzetten en coördineren. •S  teun zoeken en agenderen van majeure opgaven uit het Verstedelijkingsakkoord waarover nog geen bindende afspraken zijn gemaakt bij (andere) betrokken partijen.

WAT MAG HET KOSTEN? realisatie begroting begroting meerjarenraming 2021 2022 2023 2024 2025 2026 (bedragen x € 1.000) Groene groeiregio Lasten Baten Saldo baten en lasten Toevoeging aan reserve Onttrekking aan reserve

97 97 -

993 993 -

1.792 1.792 -

1.841 1.841 -

1.890 1.890 -

1.890 1.890 -

Saldo na reserves

=

=

=

=

=

=

De realisatie 2021 betreft de baten en lasten zoals deze in de administratie van de Groene Metropoolregio zijn verantwoord. Details van dit overzicht zijn opgenomen in de begroting.

62

63

9. BEDRAG HEFFING VENNOOTSCHAPSBELASTING Samenwerkingsverbanden zijn vrijgesteld voor de vennootschapsbelasting, ingeval aan drie cumulatieve voorwaarden is voldaan: 1. De activiteiten van het samenwerkingsverband moeten worden verrichtvoor de onmiddelijke of middelijke participerende publiekrechtelijke rechtspersonen; 2. De activiteiten zouden bij de participanten in het samenwerkingsverband niet tot belastingplicht hebben geleid of zouden zijn vrijgesteld als zij de activiteiten zelf zouden hebben verricht; 3. De participanten moeten naar evenredigheid van de afname van de activiteiten van de activiteiten van het samenwerkingsverband bijdragen in de kosten van het samenwerkingsverband. Bij een gemeenschappelijke regeling wordt geacht hieraan te zijn voldaan. Nadrukkelijk is deze vrijstelling bedoeld voor activiteiten aan of ten behoeve van de deelnemers aan een samenwerkingsverband en niet voor activiteiten ten behoeve van of aan een derde partij. De vrijstelling heeft alleen betrekking op de winstdie wordt gerealiseerd door levering aan de deelnemende gemeenten. Wanneer de winst wordt gerealiseerd in verband met de levering aan derden moet hierover in beginsel vennootschapsbelasting betaald worden.

De Groene Metropoolregio verricht voor derden vooral werk voor “activiteiten verricht in verband met de uitoefening van een overheidstaak of van een publiekrechtelijke bevoegdheid”. Daarbij worden de werkzaamheden kostendekkend uitgevoerd. De organisatie voldoet aan bovenstaande drie voorwaarden en is derhalve vrijgesteld voor de vennootschapsbelasting.

64

65

10. PARAGRAFEN 10.1 PARAGRAAF 1: RISICO’S EN WEERSTANDSVERMOGEN

Risico’s De risico’s kunnen worden ingedeeld in: 1. risico’s voortvloeiend uit het eigen beleid; 2. risico’s voortvloeiend uit het beleid van een hogere overheid; 3. risico’s voortvloeiend uit de samenwerking met andere gemeenten en instanties; 4. r isico’s voortvloeiend uit het doen/nalaten van derden; 5. risico’s voortvloeiend uit voor de regio niet te beïnvloeden autonome ontwikkelingen. Voor ad. 1 t/m 4 zijn geen risico’s voorzien.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=8b346e5b-42c7-4f04-9382-25850e0a6e4b