Bijlage 2: Bouwstenen GVJB
Tekst van het document
In november en december 2020 zijn daarom een viertal bijeenkomsten gehouden met de voorzitters van de Jeugdbeschermingstafels. Bij die bijeenkomsten waren de projectleider Samenwerken en Kennisdelen en een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig. Deze medewerker is vanaf 2015 betrokken geweest bij de opzet en start van de Jeugdbeschermingstafels in Gelderland. In deze bijeenkomsten werd helder dat de overeenkomsten in werkwijze en uitgangspunten aan de Gelderse Jeugdbeschermingstafels groot zijn. Daarmee kunnen we spreken over de grote gemeenschappelijke deler en de kleine lokale verschillen. In dit document is te lezen wat de werkwijze is en wat gezinnen met hun professional aan een Gelderse Jeugdbeschermingstafel kunnen verwachten. De beschreven werkwijze kan gebruikt worden als onderliggend document bij evaluaties van de Jeugdbeschermingstafel in de regio. Een belangrijke opdracht binnen de Gelderse Verbeteragenda Jeugdbescherming is van een estafettemodel naar een teamsamenwerking te komen om zo de huidige lange jeugdbeschermings-keten te verkorten. De vraag is wat intensiever samenwerken van Veilig Thuis, de Gecertificeerde Instellingen, de Raad voor de Kinderbescherming en de lokale teams betekent voor de toekomstige ontwikkeling van de Jeugdbeschermingstafel.
Helder mag zijn dat hier in de komende periode aandacht voor moet zijn en dat de voorzitters samen met de betrokken veiligheidspartners een gezamenlijke visie hierop moeten ontwikkelen. Bij het schrijven van deze bouwsteen was het echter nog te vroeg om expertise en ideeën daarover al mee te kunnen nemen. 8Ook zal bij het schrijven van het inhoudelijk kader voor de nog in te richten toekomsttuinen aandacht zijn voor de samenhang tussen het intensiever samenwerken en de veiligheidspartners en de doorontwikkeling van de Jeugdbeschermingstafel.
8 Het schrijven van een inhoudelijk kader voor de toekomsttuinen is één van de opdrachten binnen de GVJB en wordt in
juni 2021 opgeleverd.
23
1. Wie zit aan de Jeugdbeschermingstafel? Een onafhankelijk voorzitter leidt het gesprek. Een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming denkt mee bij de veiligheidsvraagstukken van het gezin en bij de afweging of het noodzakelijk is dat hulp in een gedwongen kader plaats moet vinden of dat er nog mogelijkheden zijn dat het gezin in een vrijwillig kader hulp kan blijven ontvangen. De expertise vanuit de Gecertificeerde Instelling wordt ingezet door de aanwezigheid van een jeugdbeschermer aan tafel. Dit kan zijn op afroep maar in sommige regio’s is de Gecertificeerde Instelling ook een vaste deelnemer. Ouders zijn altijd vaste gesprekspartner aan tafel. Kinderen boven de twaalf jaar zijn ook welkom bij een deel van het gesprek9. Omdat de impact van een gesprek met veel deelnemers voor een kind groot is, wordt in elke regio zorgvuldig gekeken op welke manier het kind gezien en gehoord kan worden. Dat kan ook indirect, door de inbreng van een professional die op basis contact met het kind daar een goed verslag van doet. Degene die het gezin aanmeldt bij de Jeugdbeschermingstafel is meestal de jeugd- en gezinsprofessional van het Lokale Team, maar kan ook een medewerker zijn van Veilig Thuis of een Gecertificeerde Instelling. Een leerplichtambtenaar kan zijn zorgen over het schoolverzuim van een leerling in samenwerking met het Lokale Team, Centrum Jeugd en Gezin inbrengen.
Een zorgaanbieder doet dat eveneens in samenwerking met het Lokale Team, Centrum Jeugd en Gezin.
2. Met welk doel wordt met gezinnen gesproken aan de Jeugdbeschermingstafel? Het doel van het gesprek aan de Jeugdbeschermingstafel is te komen tot een besluit of de hulp die wordt geboden aan het gezin in een vrijwillig kader kan blijven plaats vinden of dat de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek moet gaan starten naar de noodzaak van een jeugdbeschermingsmaatregel. Omdat de impact van een jeugdbeschermingsmaatregel groot is voor kinderen en ouders, zien voorzitters er zoveel mogelijk op toe dat een raadsonderzoek voorkomen wordt. Waar ouders en de professional tijdens het gesprek aan de Jeugdbeschermingstafel toch nog een (laatste) kans zien om met nieuwe heldere afspraken het nog in het vrijwillig kader te proberen, dan wordt die mogelijkheid benut. De Jeugdbeschermingstafel is oorspronkelijk opgezet als markeermoment in de toeleiding naar het gedwongen kader (een verzoek tot raadsonderzoek) Dit gesprek wordt ook wel het “vijf voor twaalf gesprek” genoemd. Gaandeweg is vanuit de behoefte van de Lokale Teams de behoefte ontstaan om in een eerder stadium van een vastlopend hulpverleningsproces het gezin in te brengen voor bespreking. Dit is wat de voorzitters in de praktijk het “kwart voor twaalf gesprek” noemen.
De professional wil het kwart voor twaalf gesprek aan de jeugdbeschermingstafel inzetten om bij ouders een besef van urgentie te bewerkstelligen en zo alsnog een doorbraak in de samenwerking te bewerkstelligen. De onafhankelijke voorzitter en de setting van de Jeugdbeschermingstafel bieden een goede gelegenheid daarvoor. In navolging van dit gesprek kan de voorzitter een evaluatiemoment plannen waarin de voortgang kan worden besproken en er opnieuw met elkaar kan worden afgestemd over het vervolg. De evaluatie kan schriftelijk zijn of er kan een nieuw gesprek aan tafel plaatsvinden. De “kwart voor twaalf gesprekken” worden in alle jeugdhulpregio’s in toenemende mate gevoerd en lijken daarmee goed aan te sluiten op de behoefte van de Lokale Teams.
9 Kinderen boven de 12 jaar worden in een klein gezelschap zonder ouders gesproken
24
3. Wat mag verwacht worden van een voorzitter? De voorzitter is onafhankelijk, wat in deze wil zeggen dat zij of hij niet werkt voor een organisatie in de jeugdbescherming of jeugdhulp, maar in dienst is van de betreffende gemeenten die de Jeugdbeschermingstafel faciliteren. Onafhankelijkheid is een voorwaarde om de voorzitter de ruimte te geven volledig onafhankelijk het gesprek te kunnen leiden. De voorzitter zorgt ervoor dat vooraf alle informatie aanwezig is om het gesprek goed te kunnen voeren. Wanneer het verzoek tot bespreking nog vragen op roept of wanneer informatie ontbreekt, neemt de voorzitter hierover contact op met de professional. De voorzitter verstaat de kunst van het contact leggen en het leiden van gesprek. De voorzitter luistert goed naar ouders en hun professional. De voorzitter sluit in taal aan bij het gezin. Indien nodig gaat de voorzitter met de professional voorafgaand aan de Jeugdbeschermingstafel nog met de professional in gesprek om duidelijkheid te krijgen over de vraagstelling en over verwachtingen die de professional van het gesprek heeft. De voorzitter bespreekt met de professional ook op welke manier de stem van het kind voldoende gehoord wordt aan tafel. Wanneer een professional doorgaans in een andere regio een verzoek tot bespreking voor de Jeugdbeschermingstafel indient, kan hij het voor hem gebruikelijke format gebruiken.
De voorzitter legt dan contact met de professional, mocht informatie worden gemist.
4. Wat mag verwacht worden van de professional van het gezin? Van de professional wordt verwacht dat deze een heldere onderbouwing schrijft in het verzoek tot bespreking, dat de aanleiding vormt voor een gesprek aan de Jeugdbeschermingstafel. De professioneel bespreekt dit verzoek met betrokkenen voordat het gesprek aan tafel plaatsvindt. Een veiligheidsplan is een vast onderdeel van het verzoek tot bespreking. De professional van het gezin verwoordt daar welke afspraken het gezin en de professional hebben gemaakt om de directe veiligheid te waarborgen, of waarom het niet is gelukt om tot dergelijke afspraken te komen. In het veiligheidsplan staat ook welke stappen genomen moeten worden, wanneer de ouders niet in staat blijken de veiligheid te waarborgen. Van de professional wordt dan verwacht dat zij, hij indien nodig op verzoek van de voorzitter nog eventueel ontbrekende informatie aanlevert.
5. Wat mogen gezinnen verwachten van het gesprek aan de Jeugdbeschermingstafel? Ouders worden altijd actief uitgenodigd om aan te geven wat hun beeld is over het verloop van de hulp en hoe het thuis en met de kinderen gaat. Dit kan door een reactie te schrijven op de rapportage (het verzoek ter bespreking) en door dit te vertellen tijdens het gesprek aan de Jeugdbeschermingstafel. Ouders kennen en ontvangen het verzoek ter bespreking, welke door de bij het gezin betrokken professional is geschreven. Het kan ook zijn dat de ouders zelf deels meeschrijven aan de rapportage. Ouders hebben de mogelijkheid om een vertrouwensfiguur mee te nemen naar het gesprek. Als het gaat over kinderen boven de twaalf jaar wordt voorafgaand aan het gesprek door de voorzitter goed overleg gevoerd over de wijze waarop de inbreng van het kind een plek kan krijgen aan de Jeugdbeschermingstafel. Voorzitters weten dat het voor kinderen belastend kan zijn om aan tafel met zoveel vreemde volwassenen mee te doen aan een gesprek. Wanneer daar wel voor gekozen wordt, worden kinderen hier goed op voorbereid. Kinderen kunnen ook zelf een volwassene waar ze vertrouwen in hebben meenemen naar de Jeugdbeschermingstafel. Regelmatig wordt de keuze gemaakt om kinderen individueel (eventueel met deze vertrouwensfiguur) te spreken voorafgaand aan het gesprek aan de JBT.
Soms wordt het verhaal van het kind verwoordt door een professional, die goed kan
25
vertellen hoe het met het kind gaat. Elke gemeente heeft op haar website een folder staan voor gezinnen en professionals over de werkwijze aan de Jeugdbeschermingstafel.
6. Wie is tijdens en na het gesprek verantwoordelijk voor de veiligheid in het gezin? Het is de verantwoordelijkheid van de voorzitter dat (on) veiligheid onderwerp van gesprek is aan de JBT. De voorzitter zorgt dat besproken wordt wie welke verantwoordelijkheid draagt om te zorgen dat het voldoende veilig is voor de kinderen in het gezin. Uiteraard zijn ouders zelf verantwoordelijk, maar helder moet zijn welke professional of vertrouwenspersoon uit het eigen netwerk, ouders daar direct bij ondersteunt en wie er toeziet op naleving van de afspraken in het veiligheidsplan. Dit plan is ook onderwerp van gesprek aan de Jeugdbeschermingstafel. Het veiligheidsplan moet (voor zover mogelijk) met ouders samen worden opgesteld. Het veiligheidsplan is van ouders; zij moeten zich eigenaar voelen. Hoe concreter de afspraken in het veiligheidsplan zijn, hoe beter. Er staat ook in beschreven welke stappen worden gezet wanneer ouders zich niet (kunnen) houden aan de afspraken. Na afloop van het gesprek aan de Jeugdbeschermingstafel wordt er, ongeacht het besluit dat is genomen, schriftelijk vastgelegd welke afspraken er aan de Jeugdbeschermingstafel zijn gemaakt over veiligheid en wie waarvoor verantwoordelijk is. Deze afspraken worden verstuurd naar het gezin en de betrokkenen die aanwezig waren bij het overleg aan de Jeugdbeschermingstafel.
7. Welke uitkomsten van de JBT zijn er mogelijk en hoe vindt besluitvorming aan tafel plaats? De volgende uitkomsten van de Jeugdbeschermingstafel zijn mogelijk: 1. Vrijwillige hulpverlening onder regie lokaal team wordt voortgezet. 2. Vrijwillige, maar niet niet-vrijblijvende hulpverlening voor een bepaalde periode; dit kan met inzet van de Gecertificeerde Instelling (vrijwillige, maar niet vrijblijvende trajecten), of door geplande evaluatiemomenten aan de Jeugdbeschermingstafel. 3. Vrijwillige, maar niet-vrijblijvende hulpverlening, in combinatie met een raadsonderzoek. 4. Alleen een raadsonderzoek. Er wordt altijd een besluit genomen over: a. De route die na het overleg Jeugdbeschermingstafel gevolgd gaat worden; b. De continuering van de hulpverlening en welke hulpverlening nodig is; c. De veiligheidsafspraken worden zo nodig aangevuld. De voorzitter is tijdens het gesprek gericht op het komen tot een helder gezamenlijk beeld van het gezin en hun problematiek; waar gaat het goed, waar loopt het spaak en waardoor komt dat? Van daaruit ontstaat het gesprek over wat er vervolgens nodig is. De voorzitter leidt dit gesprek naar een gezamenlijk besluit. Als deelnemers het niet eens worden heeft de voorzitter het mandaat om een besluit te nemen.
De voorzitter vaart daarbij op de expertise van de Raad voor de Kinderbescherming, die vanuit hun positie kunnen afwegen of een raadsonderzoek passend is. De voorzitter blijft in alle gevallen in staat een onafhankelijk besluit te nemen.
26
8. Krijgen ouders en de professional een verslag van het gesprek aan de Jeugdbeschermingstafel? Ouders en hun professional krijgen na afloop van de JBT altijd een verslag van wat er aan tafel is besproken en besloten. Onderdeel daarvan is in elk geval de weergave van aan de Jeugdbeschermingstafel gemaakte afspraken. Ouders en professional hebben de gelegenheid de voorzitter te laten weten wanneer zij denken dat het geen juiste weergave is van het gesprek of de gemaakte afspraken. Deze reactie zal worden toegevoegd aan het verslag.
9. Hoe snel kan het gesprek aan de JBT gepland worden nadat een gezin is aangemeld? In elke Gelderse regio is wekelijks de mogelijkheid het gesprek aan de JBT te voeren. Het gesprek kan vrijwel altijd binnen anderhalve week à twee weken gevoerd worden. De professional die de aanmelding heeft gedaan bereidt in deze periode het gezin verder voor en zorgt tevens dat de voorzitter de benodigde informatie heeft. Wanneer de voorzitter een wachttijd voorziet die langer is dan twee weken, informeert hij hierover zijn eerste aanspreekpersoon binnen de gemeente en onderzoekt actief met deze aanspreekpersoon de mogelijkheden om de gesprekken weer binnen twee weken te kunnen voeren. Een optie waarvan nog meer gebruik van kan worden gemaakt is de mogelijkheid om het overleg te zoeken met een buurgemeente om te bezien of daar ruimte is bij de Jeugdbeschermingstafel om op korte termijn het gesprek te voeren. Hier zijn goede ervaringen mee in de samenwerking tussen de Jeugdbeschermingstafels in de Food Valley en Centraal Gelderland.
10. Waarin onderscheidt het gesprek aan de JBT van het gesprek aan andere tafels? Een professional heeft tal van mogelijkheden als het gaat om het bespreken van diverse vraagstukken aan verschillende tafels. De Jeugdbeschermingstafel is expliciet bedoeld voor de vraag of hulpverlening nog doorgang kan vinden in het vrijwillig kader, of in het voorgaande traject de mogelijkheden in het vrijwillige kader volledig zijn benut. Aanleiding voor het gesprek aan de Jeugdbeschermingstafel zijn altijd zorgen over de bedreiging van een gezonde, positieve ontwikkeling van kinderen en het stagneren van de samenwerking tussen gezin en hulpverlener, dan wel het uitblijven van resultaten van de ingezette hulp. De gezamenlijke kennis en expertise van de vaste deelnemers aan de Jeugdbeschermingstafel is gericht op het inschatten van de veiligheid in het gezin, mede op basis van de motivatie, de leerbaarheid en het inzicht van ouders en daarmee op de (on)mogelijkheden, van het gezin, om uit de problemen te komen. Het gesprek aan de Jeugdbeschermingstafel is niet bedoeld voor vragen over welke hulp bij welke zorgaanbieder ingezet moet worden. Het gesprek gaat niet over het zoeken naar maatwerk-oplossingen wanneer zorg niet direct geleverd kan worden. Deze gesprekken vinden plaats aan tafel met het Regionale Expert Team.
Het gesprek aan de Multi Disciplinaire Aanpak (MDA++) tafel is gericht op het inzetten van integrale, gezinsgerichte hulp om transgenerationele patronen van huiselijk geweld te doorbreken. Net als het gesprek met het de Regionale Expert Team, gaat het hier ook om het inzetten, dan wel realiseren van hulp. Het gesprek aan de Jeugdbeschermingstafel kan niet vervangend zijn voor het Multi Disciplinaire Overleg (MDO) in het eigen (Lokale) team.
27
11. Wat wordt getoetst bij een voorgenomen beëindiging van de Onder Toezicht Stelling? Wanneer een jeugdbeschermer voornemens is de Onder Toezicht Stelling te beëindigen wordt dit voornemen besproken aan de Jeugdbeschermingstafel met ouders en eventueel kind(eren), de jeugdbeschermer, de voorzitter, het Lokale Team en de Raad voor de Kinderbescherming. De gang van zaken rondom de afsluiting van een Onder Toezicht Stelling en de wettelijk verplichte toetsende taak van de Raad voor de Kinderbescherming hierin is op deze manier een transparant proces voor ouders en kinderen. Ouders hebben regie over en worden (mede) verantwoordelijk gemaakt voor het vervolg. Het netwerk kan hierbij eveneens worden betrokken als daartoe mogelijkheden worden gezien. Het gezamenlijk doel is het waarborgen van de veiligheid van het kind, ook na afsluiten van de Onder Toezicht Stelling. Aan tafel worden met ouders en betrokkenen afspraken gemaakt over de veiligheid van het kind. Belangrijk is dat vervolghulpverlening gecontinueerd kan worden, met een concreet veiligheidsplan met daarin heldere afspraken over wie wat concreet bijdraagt vanuit welke betrokkenheid. 10
12. Op welke wijze haalt de voorzitter feedback op over werkwijze van de Jeugdbeschermingstafel bij ouders en professionals? Sommige voorzitters vragen ouders een evaluatieformulier in te vullen en thuis in te vullen soms na afloop van het gesprek. In alle regio’s wordt bij uitvoerend professionals van Lokale Teams en uitvoeringsorganisaties feedback opgehaald over de werkwijze van de Jeugdbeschermingstafels. Ook worden managers van Gecertificeerde Instellingen, Veilig Thuis en soms ook de Raad voor de Kinderbescherming hierover bevraagd. Helder is hoe meer gericht hier aandacht voor is, hoe groter de kans dat de samenwerking aan de Jeugdbeschermingstafel goed verloopt; deelnemers weten immers goed wat van de Jeugdbeschermingstafel en van de professional verwacht mag worden. In alle regio’s vindt minimaal twee keer per jaar een evaluatiebijeenkomst plaats; waarbij Lokale Teams en betrokken veiligheidspartners wordt bevraagd of wat beter kan in de samenwerking. De voorzitter is actief in de uitnodiging tot evaluatie en reflectie; ook wanneer de bespreking met de professional of het gezin voor hen niet naar wens is verlopen of zij zich niet kunnen vinden in de uitkomst. De kennismaking en uitwisseling tijdens de onlinebijeenkomsten in november en december 2020 is door de voorzitters als waardevol ervaren.
Zij willen een aantal maal per jaar samen komen om thema’s te bespreken die in hun dagelijks werk aan de orde zijn en elkaar op de hoogte te houden van regionale en landelijke ontwikkelingen. Zo wordt uitwisseling en gezamenlijk leren tussen de Gelderse voorzitters meer vanzelfsprekend.
10 In het Rijk van Nijmegen vinden de toetsingen nog niet aan de Jeugdbeschermingstafel plaats. Het is wel de intentie
van de voorzitters hier mee te gaan starten.
28
Bouwsteen 5: Een vereenvoudigd aanmeldproces jeugdhulp Eén van de opdrachten in de Gelderse Verbeteragenda Jeugdbescherming is de inrichting van een vereenvoudigd aanmeldproces jeugdhulp. De aanleiding hiervoor is dat jeugdbeschermers bovenmatig veel tijd besteden aan administratieve en organisatorische taken bij het zoeken naar tijdige en passende hulp. De oorzaken hiervoor zijn als volgt: o o o
o
o o
Het tekort aan jeugdhulp, de daarmee gepaard gaande wachtlijsten en het daardoor niet vinden van tijdige en passende hulp, tevens het gemis aan ondersteuning vanuit gemeenten bij deze zoektocht. De diversiteit aan aanmeldroutes. De aanmeldroute jeugdhulp verschilt per gemeenten, dan wel per jeugdhulpregio. De diversiteit aan aanmeldformulieren. Elke zorgaanbieder hanteert zijn eigen aanmeldformulier. Jeugdbeschermers moeten voor dezelfde zorgvraag voor hetzelfde kind bij verschillende zorgaanbieders steeds andere aanmeldformulieren invullen met grotendeels dezelfde items. De afwezigheid van lokaal of regionaal zicht op de beschikbaarheid van zorg. Het is niet vanzelfsprekend dat een lokaal team medewerker zicht heeft op de beschikbaarheid van zorg. Daarnaast kunnen verwijzers in Gelderland geen gebruik maken van een zorgbeschikbaarheidstool waarin de beschikbaarheid van zorg per jeugdhulpregio inzichtelijk wordt. Het ontbreken van juiste en efficiënte ondersteuning/escalatie routes rond financiële kwesties over woonplaatsbeginsel of niet gecontracteerde zorg, vervoer Het gebruik van “bepalingen jeugdhulp” als administratief instrument om het berichtenverkeer en de rechtmatigheidscontrole “soepel” te laten verlopen
Binnen de Gelderse Verbeteragenda Jeugdbescherming kunnen we het tekort aan jeugdhulp niet oplossen. We denken wel met concrete voorstellen te doen op de volgende onderdelen, het aanmeldproces voor het inzetten van jeugdhulp te kunnen vereenvoudigen. Hierdoor moet het inzetten van jeugdhulp eenvoudiger worden en de administratieve last en naar zorg -zoekende- taken van jeugdbeschermers verminderen.
1. De uitgangspunten bij de twee Gelderse aanmeldroutes jeugdhulp Bij de ontwikkeling van de twee aanmeldroutes zijn onderstaande uitgangspunten van belang geweest.
1.1 Bij het zoeken van de juiste jeugdhulp is partnerschap vanzelfsprekend Gemeenten, lokale teams en gecertificeerde Instellingen werken vanuit partnerschap samen tijdens de stappen die gezet moeten worden bij de inzet van jeugdhulp. We zien het als een gezamenlijke verantwoordelijkheid om te komen tot de juiste en tijdige inzet van jeugdhulp. Daar hebben gemeenten, lokale teams en de gecertificeerde instellingen óók de zorgaanbieders bij nodig. We streven naar een optimale samenwerking vanuit ieders rol en verantwoordelijkheid.
1.2 Posities en wettelijke verantwoordelijkheden zoals opgenomen in de jeugdwet zijn leidend Bij de nieuwe aanmeldroutes zijn ieders positie en wettelijke verantwoordelijkheden zoals opgenomen in de jeugdwet (artikel 2.4.2, artikel 3.5) leidend.
29
1.3 Samenwerken op lokaal niveau staat centraal Een jeugdbeschermer heeft over het inzetten van jeugdhulp altijd contact met een lokaal team medewerker. Uiteraard met inachtneming dat de jeugdbeschermer bepaalt. De werkgroep vindt dat het contact tussen de jeugdbeschermer en de lokaal team medewerker een kwalitatieve toegevoegde waarde moet hebben. Wat betekent dit voor beide professionals: Dat vraagt van de jeugdbeschermer dat hij/zij in een zo vroeg mogelijk stadium contact legt met de lokale toegang. Bij een voorgenomen bepaling jeugdhulp kan de jeugdbeschermer vanuit zowel het contact met het kind en gezin als de interne casuïstiek besprekingen met GW’er, goed onderbouwen waarom dit kind en gezin gebaat zijn bij deze hulp. De lokaal team medewerker heeft kennis: 1. Van, of laat zich bijpraten over de actuele ontwikkelingen binnen het gezin, om de waarde van de beoogde inzet van hulp te kunnen meewegen. 2. Van het gecontracteerde regionale zorgaanbod om mee te kunnen wegen welk aanbod passend zou kunnen zijn, dan wel alternatieven aan te dragen. 3. Over actuele beschikbaarheid van het gecontracteerde regionale zorgaanbod, om mee te wegen of de passende hulp ook tijdig kan worden ingezet. 1.4 Het vinden van jeugdhulp wordt in elke jeugdhulpregio ondersteund.
Omdat in de 51 gemeenten in Gelderland de lokale toegang divers is georganiseerd, hebben lokaal team medewerkers ook verschillende opdrachten als het gaat om het zoeken van jeugdhulp. Daarmee is ook het zicht op lokale -, of regionaal zicht op beschikbaarheid van jeugdhulp zeer verschillend van kwaliteit. In die gemeenten/regio’s waarin de lokaal team medewerker optimaal is toegerust om in partnerschap advies én ondersteuning te bieden bij het zoeken en realiseren van tijdige en passende, hulp is dit de meest gewenste situatie.
1.5 De aanmeldroute geldt voor alle Gelderse kinderen die jeugdhulp nodig hebben. De aanmeldroute jeugdhulp geldt voor de sectoren Jeugd & Opvoedhulp, Licht Verstandelijk Beperkten, Jeugdpsychiatrie.
30
Vertaling van termijnen en afspraken uit doorbraakplan naar de twee aanmeldroutes jeugdhulp Zoals aangekondigd in het ambtelijk overleg van 17 mei en bestuurlijk overleg van 4 juni zijn de termijnen en afspraken uit het doorbraakplan vertaald naar de twee nieuwe aanmeldroutes. Dit op verzoek van enkele jeugdhulpregio’s die niet akkoord konden gaan met escalatiemodel B als permanente werkwijze. Daarbij kwam ook de feedback dat in het doorbraakplan oneigenlijk gebruik gemaakt werd van het Regionaal Expert Team. Beschreven staat daar dat het Regionaal Expert Team ingezet kan worden wanneer een jeugdbeschermer geen contact weet te krijgen met een lokaal team medewerker. In diverse besprekingen afgelopen weken is helder geworden dat dit niet wenselijk is. Volgende termijnen en stappen zijn opgenomen in de twee aanmeldroutes o
o
o o
De termijn van twee werkdagen die is genoemd in het escalatiemodel bij stap 1, het contact leggen van de jeugdbeschermer met de lokaal team medewerker is vertaald naar binnen drie werkdagen in aanmeldroute 301. Reden is dat de termijn in de aanmeldroutes steeds aangeduid worden in termijnen van binnen een aantal werkdagen. Binnen aanmeldroute 315 is deze termijn binnen vijf werkdagen. Deze termijn is langer omdat in 315 in de eerste stap zowel contact is met de lokaal team medewerker en de zorgaanbieder. De termijn van twee weken die is genoemd in het escalatiemodel bij stap 2, het organiseren dan wel het zicht hebben op tijdige en passende hulp is vertaald in 301 naar een termijn van twee/drie weken voor het doorlopen van stap 2 t/m stap 4 en in 315 naar een termijn van twee weken. De termijn van twee weken die is genoemd in het escalatiemodel bij stap 3, het bespreken van een casus bij het RET is overgenomen in beide aanmeldroutes onder stap 5 B. De termijn van één week die is genoemd in het escalatiemodel bij stap 4, voor een bestuurlijke escalatie, is overgenomen in beide aanmeldroutes onder stap 6.
Het eerste contact tussen jeugdbeschermer en lokaal teammedewerker in de aanmeldroutes Helder is dat het van groot belang is dat het eerste contact tussen jeugdbeschermer zo snel mogelijk plaats vindt. Dat vraagt van gemeenten en Gecertificeerde Instellingen dat zij investeren in bouwsteen 2 Samenwerken en leren op lokaal niveau. Dat zal zorgen voor jeugdbeschermers en lokaal team medewerkers elkaar kennen én steeds beschikken over juiste namen en contactgegevens van elkaar. Het is ook van belang dat de jeugdbeschermer ook een tweede lokaal team medewerker belt, mogelijk een koppelgenoot, om de kans te vergroten snel contact te krijgen. Mocht dit contact niet tot stand komen binnen de gestelde termijn, kan dit gemeld worden bij een door de jeugdhulpregio aangewezen regionale contactpersoon. Bij voorkeur is dit iemand die de urgentie kent van het inzetten van jeugdhulp. Deze regionale contactpersoon verzorgt een korte schakelfunctie en zorgt dat contact gerealiseerd wordt tussen jeugdbeschermer en lokaal team medewerker. Deze regionale contactpersoon neemt geen uitvoerende taken van beiden over.
31
De 301 Aanmeldroute jeugdhulp – De Lokale Toegang route Stap 1. De jeugdbeschermer legt contact met de lokaal team medewerker over de gewenste inzet van jeugdhulp Zo vroeg als mogelijk, in ieder geval wanneer sprake is van een voorgenomen bepaling jeugdhulp, legt de jeugdbeschermer contact met de lokaal team medewerker. Dit contact vindt binnen drie werkdagen plaats. De jeugdbeschermer en de lokaal team medewerker bespreken de inhoud van de meest wenselijke jeugdhulp, de duur en omvang van de toewijzing. Ook worden de mogelijkheden van de sociale kaart besproken en worden evaluatiemomenten vastgelegd. Daarnaast wordt gekeken wat de tijdige beschikbaarheid van het gecontracteerde zorgaanbod is, en wordt besloten welke zorgaanbieder voor de jeugdhulp benaderd dient te worden. Uitgegaan wordt van gecontracteerd zorgaanbod. Alleen bij uitzondering kan na overleg met de door de gemeente aangewezen functionaris, niet gecontracteerde zorg overwogen en ingezet worden. Randvoorwaarden: De lokaal team medewerker heeft kennis: 1. Van, of laat zich bijpraten over de actuele ontwikkelingen binnen het gezin, om de waarde van de beoogde inzet van hulp te kunnen meewegen. 2. Van het gecontracteerde regionale zorgaanbod, voorzieningen (inclusief regionale routes voor complexe hulpvragen, RET, etc.) om mee te kunnen wegen welk aanbod passend zou kunnen zijn, dan wel alternatieven aan te dragen.
3. Over actuele beschikbaarheid van het gecontracteerde regionale zorgaanbod, om mee te wegen of de passende hulp ook tijdig kan worden ingezet. Stap 2. De jeugdbeschermer stelt de (generieke) bepaling jeugdhulp vast en vult het aanmeldformulier in. Op basis van het overleg met de lokaal team medewerker stelt de jeugdbeschermer de (generieke) bepaling jeugdhulp vast. In de bepaling jeugdhulp worden de duur, passende zorgvorm, de omvang per periode en de evaluatiemomenten vastgelegd. Hetgeen in de Bepaling jeugdhulp wordt vastgelegd is in overeenstemming met de regionale inkoopafspraken die van toepassing zijn. Op basis van de bepaling jeugdhulp vult de jeugdbeschermer het eenduidige aanmeldformulier in. Stap 3. De jeugdbeschermer verstuurt de (generieke) bepaling jeugdhulp en het aanmeldformulier naar de lokaal team medewerker en verstuurt het aanmeldformulier naar de zorgaanbieder. De jeugdbeschermer verstuurt de (generieke) bepaling jeugdhulp en het aanmeldformulier naar de lokaal team medewerker. Dit doet hij binnen vijf werkdagen na het overleg met de lokaal team medewerker. Ook verstuurt de jeugdbeschermer binnen vijf werkdagen het aanmeldformulier naar de zorgaanbieder die uit het overleg met de lokaal team medewerker als voorkeursaanbieder naar voren is gekomen. Stap 4. De backoffice van de gemeente verstuurt een 301-bericht naar de zorgaanbieder.
De lokaal team medewerker zorgt ervoor, dat binnen vijf werkdagen na ontvangst van de (generieke) bepaling jeugdhulp (en het eenduidige aanmeldformulier) de backoffice een 301-bericht naar de zorgaanbieder verstuurt. Daar waar de benaderde zorgaanbieder tijdige jeugdhulp kan leveren die aansluit bij de meest gewenste zorg uit de bepaling jeugdhulp is dit de meeste gewenste uitkomst en kan de zorg gestart worden. Daar waar het aanbod en de tijdige inzet van jeugdhulp (toch) niet passen, of waar de zorgaanbieder inschat dat geschakeld moet worden met een netwerk van aanbieders, dan wel met het (vooroverleg van) Regionaal Expert Team, volgt stap 5. De zorgaanbieder reageert dan binnen vijf werkdagen met een afwijzing op de toewijzing richting de backoffice van de gemeente en een bericht naar de
32
jeugdbeschermer en schakelt met de jeugdbeschermer over de volgende stap. Het formele bericht van de ‘afwijzing, geen tijdige en/of passende hulp’ kunnen bieden is helpend bij, dan wel de legitimatie tot vervolgstap. De termijn voor stap 2 t/m stap 4 is drie weken Dat wil zeggen dat binnen drie weken na stap 1 helder is of de passende tijdig geboden wordt. Stap 5. De jeugdbeschermer en zorgaanbieder schakelen het netwerk van zorgaanbieders in of het (vooroverleg van het) Regionaal Expert Team. Mocht de zorgaanbieder geen passende en/of tijdige jeugdhulp in kunnen zetten, of mocht de zorgaanbieder de casus regionaal of met andere aanbieders willen bespreken, schakelen de jeugdbeschermer en zorgaanbieder met een netwerk van zorgaanbieders of een (vooroverleg van) een RET. De zorgaanbieder wordt in deze stap “mede-eigenaar” van het vinden van jeugdhulp. De jeugdbeschermer blijft te allen tijde verantwoordelijk. De jeugdbeschermer informeert de lokaal team medewerker over de vervolgstappen. A. Netwerk van zorgaanbieders De jeugdbeschermer (of in overleg; zorgaanbieder) legt de zorgvraag neer bij een netwerk van zorgaanbieders. Zij kijken samen wie de zorg kan leveren. Het netwerk maakt zich gezamenlijk verantwoordelijk voor het leveren van de zorg.
Dat betekent dat de jeugdbeschermer mag verwachten dat de zorgaanbieder die het 301 bericht ontvangen heeft (stap 4), bij het niet kunnen leveren van de gevraagde jeugdhulp de vraag neerlegt bij het netwerk, waar de aanbieder uiteraard ook zelf onderdeel vanuit maakt. Zodra tijdige en passende jeugdhulp is gevonden bij een zorgaanbieder, stuurt deze het aanmeldformulier naar de zorgaanbieder die de zorg gaat leveren. Ook zorgt de lokaal team medewerker ervoor dat de backoffice van de gemeente binnen vijf werkdagen de toewijzing (301 bericht) verstuurt aan de zorgaanbieder. B. Regionaal Expert Team De jeugdbeschermer en de zorgaanbieder gaan naar hun Regionaal Expert Team waar de gemeente en verschillende zorgaanbieders mee kunnen denken hoe de tijdige en passende hulp te kunnen leveren. Het Regionaal Expertteam bespreekt de casus binnen twee weken. Het RET heeft een inspanningsverplichting en probeert met de jeugdbeschermer te komen tot een maatwerkoplossing. Wanneer dit door de wachttijden, visieverschil tussen professionals óf het mogelijk te laat inschakelen van het RET niet lukt, dan wordt één zorgaanbieder van het RET gevraagd de jeugdbeschermer te ondersteunen om een doorbraak in de impasse te bewerkstelligen. Het RET kan aanvullende expertise (of procesregie) toevoegen via het Boven regionale expertisenetwerk Gelderland (BOEG).
Als de bespreking van de casus binnen het Regionaal Expert Team niet heeft geleid tot (zicht op) passende hulp, volgt, stap 6. Stap 6. De teamleider schaalt op naar de regionale contactpersoon binnen de jeugdhulpregio De jeugdbeschermer informeert zijn teamleider van de Gecertificeerde Instelling. Deze legt direct contact met de regionale contactpersoon binnen de jeugdhulpregio om dit te melden. Gezamenlijk bespreken zij de reden van het (na het nemen van bovenstaande vijf stappen) niet hebben kunnen vinden van tijdige en passende hulp (wachttijden, visieverschil, het mogelijk te laat inschakelen RET). Het gesprek heeft als doel om na de analyse te komen tot de juiste stap om te komen tot de daadwerkelijke inzet van de noodzakelijke hulp. De teamleider van de GI, maar ook de regionale contactpersoon kan besluiten om hiertoe bestuurlijk te escaleren. Dit gesprek en zo nodig de bestuurlijke escalatie moeten binnen een week plaats vinden Uitgaande van de hoge uitzonderlijkheid dat bestuurlijke escalatie nodig zal zijn. De 315 Aanmeldroute jeugdhulp – De Zorgaanbieder route
33
Stap 1. De jeugdbeschermer zoekt afstemming met lokaal team medewerker en zorgaanbieder over de gewenste inzet van jeugdhulp De jeugdbeschermer stemt af met zowel de lokaal team medewerker als een zorgaanbieder over de in te zetten jeugdhulp. Van belang is dat de jeugdbeschermer met zowel de inbreng van de lokaal team medewerker als de zorgaanbieder komt tot een evenwichtig besluit over de meest gewenste vorm van jeugdhulp. Op basis van afstemming met beiden wordt de meest gewenste vorm van hulp “bepaald”. De volgordelijkheid is hierin niet vast bepaald. Het is aan de jeugdbeschermer om te beslissen met wie hij als eerst contact zoekt. Uitgegaan wordt van gecontracteerd zorgaanbod. Alleen bij uitzondering kan na overleg met de door de gemeente aangewezen functionaris, niet gecontracteerde zorg overwogen en ingezet worden. Het overleg met de zorgaanbieder en de lokaal team medewerker vindt binnen vijf werkdagen plaats. Het advies is om te beginnen bij de lokaal team medewerker. Het betrekken van de lokaal team medewerker bij de vaststelling van de bepaling jeugdhulp is gericht op de toegevoegde waarde die en lokaal team medewerker levert, en niet vanuit een procedurele verplichting.
De toegevoegde waarde van een lokaal team medewerker is de kennis die hij heeft over het gezin, het kind, het gecontracteerde zorgaanbod, de beschikbaarheid van het zorgaanbod, en de verwijsroutes geldend in de betreffende gemeente. Zo kan de lokaal team medewerker de jeugdbeschermer adviseren contact te leggen met een individuele zorgaanbieder die past bij de zorgvraag, maar mogelijk ook doorverwijzen naar een netwerk van zorgaanbieders. Dit maakt het voor een jeugdbeschermer gemakkelijker om gericht zorgaanbieders te benaderen, en voorkomt dat een jeugdbeschermer veel zorgaanbieders moet bellen (of niet weet waar te beginnen). Daarnaast is het van toegevoegde waarde dat een lokaal team medewerker bij de casus betrokken wordt, ook gezien de rol van de lokaal team medewerker op het moment dat de jeugdhulp of een jeugdbeschermingsmaatregel eindigt en actieve betrokkenheid van het lokaal team wenselijk is. Randvoorwaarden: De lokaal team medewerker heeft kennis: 1. Van, of laat zich bijpraten over de actuele ontwikkelingen binnen het gezin, om de waarde van de beoogde inzet van hulp te kunnen meewegen. 2. Van het gecontracteerde regionale zorgaanbod, voorzieningen (inclusief regionale routes voor complexe hulpvragen, RET etc.) om mee te kunnen wegen welk aanbod passend zou kunnen zijn, dan wel alternatieven aan te dragen. 3.
Over actuele beschikbaarheid van het gecontracteerde regionale zorgaanbod, om mee te wegen of de passende hulp ook tijdig kan worden ingezet. Stap 2. De jeugdbeschermer stelt bepaling jeugdhulp vast en vult éénduidig aanmeldformulier in op basis van afstemming met zowel lokaal team medewerker als zorgaanbieder. Naar aanleiding van de afstemming met zowel de lokaal team medewerker als de zorgaanbieder stelt de jeugdbeschermer de bepaling jeugdhulp vast. In de bepaling jeugdhulp worden de duur, passende zorgvorm, omvang per periode en de evaluatiemomenten vastgelegd. Hetgeen in de bepaling jeugdhulp wordt vastgelegd is in overeenstemming met de regionale inkoopafspraken die van toepassing zijn. Op basis van de bepaling vult de jeugdbeschermer het aanmeldformulier in. Stap 3. De jeugdbeschermer verstuurt bepaling jeugdhulp en aanmeldformulier naar zorgaanbieder De jeugdbeschermer stuurt de bepaling jeugdhulp en het aanmeldformulier binnen vijf werkdagen na het overleg met de lokaal team medewerker en zorgaanbieder, naar de zorgaanbieder. Daarnaast worden de bepaling jeugdhulp en het aanmeldformulier tegelijkertijd naar de lokaal team medewerker gestuurd. Daar waar de benaderde zorgaanbieder inderdaad tijdige hulp kan leveren die aansluit bij de meest gewenste hulp vanuit de bepaling jeugdhulp is dit de meest gewenste uitkomst en volgt stap 4. Daar waar het aanbod
34
en tijdige inzet van hulp (toch) niet passen, of waar de zorgaanbieder inschat dat het nodig is om te schakelen met een netwerk van aanbieders, dan wel het (vooroverleg van het) RET, volgt stap 5. De termijn voor stap 2 en 3 is twee weken. Dat wil zeggen dat binnen twee weken na stap 1 helder is of de passende hulp tijdig geboden kan worden.
Stap 4. De zorgaanbieder verstuurt 315-bericht naar de backoffice van de gemeente. De zorgaanbieder verstuurt binnen vijf werkdagen een 315-bericht naar de backoffice van de verantwoordelijke gemeente en neemt de jeugdbeschermer mee in de communicatie. De specifieke IJWcodering in het 315-bericht is een verantwoording vanuit de zorgaanbieder. Wanneer de zorgaanbieder het 315-bericht indient zal er te allen tijde de juiste vorm van hulp worden aangevraagd. De zorgaanbieder is ten slotte de expert op het gebied van de te bieden jeugdhulp. Als het 315-bericht juist is verstuurd, en de informatie correct is, verstuurt de backoffice binnen vijf werkdagen een 301-bericht naar de zorgaanbieder. Stap 5. De jeugdbeschermer en zorgaanbieder schakelen het netwerk van zorgaanbieders in of het (vooroverleg van het) Regionaal Expert Team. Mocht de zorgaanbieder geen passende en/of tijdige jeugdhulp in kunnen zetten, of mocht de zorgaanbieder de casus regionaal of met andere aanbieders willen bespreken, schakelen de jeugdbeschermer en zorgaanbieder met een netwerk van zorgaanbieders of een (vooroverleg van een) RET. De zorgaanbieder wordt in deze stap “mede-eigenaar” van het vinden van jeugdhulp. De jeugdbeschermer blijft te allen tijde verantwoordelijk. De jeugdbeschermer informeert de lokaal team medewerker over de vervolgstappen. A.
Netwerk van zorgaanbieders De jeugdbeschermer (of in overleg; zorgaanbieder) legt zorgvraag neer bij een netwerk van zorgaanbieders. Zij kijken samen wie de zorg kan leveren. Het netwerk maakt zich gezamenlijk verantwoordelijk voor het leveren van de zorg. Dat betekent dat de jeugdbeschermer die bij stap 3 Jeugdbeschermer verstuurt bepaling jeugdhulp en aanmeldformulier naar zorgaanbieder mag verwachten dat de zorgaanbieder bij het niet kunnen leveren van de gevraagde jeugdhulp de vraag neerlegt bij het netwerk, waar de aanbieder uiteraard ook zelf onderdeel vanuit maakt. De zorgaanbieder waar de jeugdbeschermer zich als eerste tot richt, met zijn vraag voor jeugdhulp, wordt daarmee “mede-eigenaar” van het vinden van de jeugdhulp. De Jeugdbeschermer blijft te allen tijde verantwoordelijk. Zodra tijdige en passende jeugdhulp is gevonden bij een zorgaanbieder stuurt de zorgaanbieder de bepaling jeugdhulp en het aanmeldformulier door aan de zorgaanbieder die de jeugdhulp gaat leveren. De zorgaanbieder die de jeugdhulp gaat leveren stuurt vervolgens binnen vijf werkdagen na ontvangst van de bepaling jeugdhulp een 315-bericht aan de backoffice van de verantwoordelijke gemeente. De backoffice stuurt vervolgens binnen vijf werkdagen de toewijzing met een 301-bericht. B.
Regionaal Expert Team De jeugdbeschermer en de zorgaanbieder gaan naar hun Regionaal Expert Team waar de gemeente en verschillende zorgaanbieders mee kunnen denken hoe de tijdige en passende hulp te kunnen leveren. Het Regionaal Expertteam bespreekt de casus binnen twee weken. Het RET heeft een inspanningsverplichting en probeert met de jeugdbeschermer te komen tot een maatwerkoplossing. Wanneer dit door de wachttijden, visieverschil tussen professionals óf het mogelijk te laat inschakelen van het RET niet lukt, dan wordt één zorgaanbieder van het RET gevraagd de jeugdbeschermer te ondersteunen om een doorbraak in de impasse te bewerkstelligen. Het RET kan aanvullende expertise (of procesregie) toevoegen via het Bovenregionale expertisenetwerk Gelderland (BOEG). Als de bespreking van de casus binnen het Regionaal Expert Team niet heeft geleid tot (zicht op) passende hulp, volgt, stap 6. Stap 6. De teamleider schaalt op naar de regionale contactpersoon binnen de jeugdhulpregio. De jeugdbeschermer informeert zijn teamleider van de Gecertificeerde Instelling. Deze legt direct contact 35
met de regionale contactpersoon binnen de jeugdhulpregio om dit te melden. Gezamenlijk bespreken zij de reden van het (na het nemen van bovenstaande vijf stappen) niet hebben kunnen vinden van tijdige en passende hulp (wachttijden, visieverschil, het mogelijk te laat inschakelen RET). Het gesprek heeft als doel om na de analyse, te komen tot de juiste stap om te komen tot de daadwerkelijke inzet van de noodzakelijke hulp. De teamleider van de Gecertifieerde Instelling, maar ook de regionale contactpersoon kan besluiten om hiertoe bestuurlijk te escaleren. Dit gesprek en zo nodig de bestuurlijke escalatie moeten binnen een week plaats vinden. Uitgaande van de hoge uitzonderlijkheid dat bestuurlijke escalatie nodig zal zijn.
2. Aan welke voorwaarden moet worden voldaan om beide aanmeldroutes succesvol te laten verlopen? Zoals geschetst is/wordt de verbinding tussen de jeugdbeschermer en de lokaal team medewerker in beide aanmeldroutes van belang bij de inzet van jeugdhulp. Het is echter in de huidige praktijk nog lang niet altijd een gebaand pad. Immers zijn aanmeldroutes in gemeenten en jeugdhulpregio’s divers, zijn jeugdbeschermers daar niet altijd van op de hoogte en weten lokaal team medewerkers niet altijd wat van hen gevraagd wordt in het contact met de jeugdbeschermer. Opgemerkt wordt dat de ervaringen vanuit jeugdbeschermers dat de werkwijze “Actieve regie” door het lokaal team (ook) tijdens de jeugdbeschermingsmaatregel in de regio Food Valley positief zijn. Partnerschap wordt hierin door jeugdbeschermers en lokaal team medewerkers als vanzelfsprekend ervaren. Het is van belang om helder te zijn over de voorwaarden die nodig zijn om succesvol te kunnen samenwerken. Immers moet het gesprek tussen de jeugdbeschermer en de lokaal team medewerker over de hulpvraag van het gezin en de voorgenomen bepaling jeugdhulp van waarde zijn. Dat kan wanneer voldaan wordt aan volgende voorwaarden. De lokaal team medewerker heeft kennis: 1. Van- of laat zich bijpraten over de actuele ontwikkelingen binnen het gezin om de waarde van de beoogde inzet te kunnen meewegen. 2.
Van het gecontracteerde regionale zorgaanbod, voorzieningen (inclusief regionale routes voor complexe hulpvragen) om mee te kunnen wegen welk aanbod passend zou kunnen zijn, dan wel alternatieven aan te dragen. 3. Over actuele beschikbaarheid van het gecontracteerde regionale zorgaanbod, om mee te wegen of de passende hulp ook tijdig kan worden ingezet. Voor randvoorwaarde 2 geldt dat elke gemeente inzicht dient te hebben in het gecontracteerde lokale, regionale, bovenregionale én landelijke zorgaanbod. Dit betreft zowel de individuele voorzieningen als ook de algemene voorzieningen (zonder beschikking) binnen de gemeente. Door alle zorgvormen inzichtelijk te hebben is het mogelijk om gezamenlijk met de Jeugdbeschermer te zoeken naar de meest passende vorm van jeugdhulp en eventuele ondersteuning voor het gezin.
In het verlengde van randvoorwaarde 2, bevindt zich randvoorwaarde 3. Hier wordt vervolgens de slag gemaakt naar het daadwerkelijk inzetten van de meest passende vorm van jeugdhulp en eventuele ondersteuning voor het gezin. Dit voorkomt dat jeugdbeschermers veel tijd moeten besteden aan het zoeken naar waar de passende hulp ook tijdig beschikbaar is. Voor gemeenten is het van belang om aan de slag te gaan met het realiseren van deze concrete randvoorwaarden. Vanuit de GVJB zien we hier een drietal mogelijkheden voor
36
a. De gemeenten ondersteunen dit door een trainingsprogramma aan de lokaal team medewerkers b. De gemeenten delegeren een deel van deze taken naar een regionale “zorgbemiddelaar” c. De gemeenten schaffen beschikbaarheid informatiesoftware aan. Voor mogelijkheid a. wordt aangesloten bij al aanwezige randvoorwaarden in de gemeenten. De lokaal team medewerkers dienen nog ondersteund te worden in de nieuwe werkwijze. Mogelijkheid b. zorgt bij gemeenten voor een centrale persoon, waar alle informatie over gecontracteerde én beschikbare zorgaanbod samenkomt. Deze zorgbemiddelaar dient goed bereikbaar en beschikbaar te zijn voor de lokaal team medewerkers en de Jeugdbeschermer. Veelal kan afstemming over enkele dagen uitgesmeerd worden (voorstel maximaal 3 werkdagen), waarbij er in het geval van spoed direct geschakeld dient te kunnen worden. Een laatste mogelijkheid is het automatiseren van de kennis over het gecontracteerde én beschikbare zorgaanbod. Hiervoor is al binnen de werkgroep Monitoring een presentatie ontvangen van de aanbieder ‘Beschikbaarheidswijzer’. Deze organisatie is de enige speler die hier momenteel een softwareoplossing voor biedt. Deze oplossing wordt landelijk door steeds meer Jeugdhulpregio’s gebruikt. Deze oplossing zou betekenen de plicht opnemen in de overeenkomsten met Jeugdhulpaanbieders dat zij het beschikbare zorgaanbod frequent bijwerken.
In de werkgroep Contracten is besproken dat jeugdhulpregio’s de tijd krijgen om te bepalen op welke wijze jeugdhulpregio’s ervoor gaan zorgen dat aan gestelde voorwaarden kan worden voldaan.
3.Eén bepaling jeugdhulp De wens om tot één bepaling jeugdhulp te komen, generiek en losgekoppeld van de duur van de juridische beschikking is op hoofdlijnen uitgewerkt. Met behulp van de juristen van de betrokken Gecertificeerde Instellingen wordt gezocht naar de juiste formuleringen die deze loskoppeling ondersteunen. Ook wordt uitgezocht in overleg met de zorgaanbieders en specialisten in het gemeentelijke IJW-berichtenverkeer naar een werkwijze die een administratieve lastenverlichting geeft en de werking van het declaratieberichtenverkeer niet aantast. Dit wordt gebaseerd op de in de werkgroep Monitoring uitgewerkte tussentaal (groepering van productcodes jeugdhulp over de regio’s heen) Voorwaarden bij succesvolle werking van één bepaling jeugdhulp Voor de Jeugdbeschermers betekent de nieuwe werkwijze een aanpassing in het opstellen van een generieke bepaling jeugdhulp. Omdat we naar alle waarschijnlijkheid sprake zal zijn van twee aanmeldroutes, zal er voor de jeugdbeschermer ook verschil zijn in de werkwijze als het gaat over de bepaling jeugdhulp, echter het blijft één bepaling jeugdhulp in een nieuwe vorm. In een 301 aanmeldroute, wordt er altijd met de lokaal team medewerker afgestemd over het opstellen van de bepaling.
Door afspraken te maken over periodes van evaluatie blijft de lokaal team medewerker samen met de Jeugdbeschermer betrokken bij het gezin en kan er gezamenlijk gekeken worden naar de meest passende inzet van Jeugdhulp. De Jeugdbeschermer schrijft de generieke bepaling en de lokaal team medewerker zal in overleg met IJW-backoffice collega’s de codering bepalen in het 301 bericht. In een 315 aanmeldroute vindt de afstemming met de gemeente wat later in het proces plaats. Jeugdbeschermers sturen na overleg met de zorgaanbieders de bepaling jeugdhulp naar de zorgaanbieder. De zorgaanbieder verzoekt vervolgens de gemeente om de afgifte van de toewijzing. De zorgaanbieder moet over de juiste informatie beschikken om de goede productcode te kunnen gebruiken, aangeven in het verzoek om de afgifte van de toewijzing beschikking.
37
Van de Gecertificeerde Instellingen wordt gevraagd: De Gecertificeerde Instellingen zullen alle Jeugdbeschermers trainen in de nieuwe werkwijze rond het vereenvoudigd aanmeldproces jeugdhulp. Ook worden Jeugdbeschermers voorzien van een nieuw format ten behoeve van het opstellen van een bepaling. Hier komen de verplichte processtappen ook in terug. Dit format zal ook worden afgestemd met zorgpaanbieders, dit om zo ook de 315-route goed te faciliteren. Dit vraagt om een verlengde investering van de werkgroep en een projectleider vanaf september 2021.
4.Eén Gelders aanmeldformulier voor alle vormen van jeugdhulp Met zeven grote aanbieders van jeugdhulp wordt gewerkt aan één aanmeldformulier voor alle vormen van jeugdhulp. De bereidheid van de aanbieders; Karakter, Driestroom, de Lichtenvoorde, Pluryn, ’sHeerenloo, Entrealindenhout en Pactum is groot om de administratieve last voor jeugdbeschermers en (andere verwijzers) te verkleinen en te komen tot één aanmeldformulier. De zorgaanbieders spelen allen een actieve rol binnen de verschillende Regionale Expert Teams in Gelderland. Op dit moment wordt met de zorgaanbieders verkend of het aanmeldformulier zoals dat wordt gebruikt voor het RET, dan wel Overleg Passende Hulp in het Rijk van Nijmegen, zou kunnen dienen als basis voor het éénduidige Gelderse aanmeldformulier voor alle vormen van jeugdhulp. Zorgaanbieders participeren al langer binnen dit RET. Zorgaanbieders bepalen daar aan tafel bij het RET op basis van het door de verwijzer ingevulde aanmeldformulier of zij denken een hulpaanbod te kunnen bieden op de geformuleerde vraag/ het geschetste perspectief. Daar zijn goede ervaringen mee. Het zal betekenen dat een Jeugdbeschermer (of verwijzer, zijnde Lokaal Team) in de nabije toekomst voor een vraag om jeugdhulp nog maar één aanmeldformulier hoeft in te dienen.
Dit kan dan zowel voor een individuele aanbieder, als voor de aanmelding van een Regionaal Expert Team, dan wel voor in ontwikkeling zijnde samenwerkingsnetwerken van gecombineerde zorgaanbieders. De verwachting is dat we vanuit de GVJB het commitment krijgen met de zorgaanbieders op de richting, maar dat dit nog nadere uitwerking en afspraken met zorgaanbieders omtrent implementatie zal vragen. Ook met de projectleider van het Bovenregionaal Experticecentrum Gelderland (BOEG) en daarmee ook met de zeven voorzitters van de Regionale Expert Teams zal hier nog nadere afstemming over plaats moeten vinden. Het vergt eveneens ondersteuning van de contracterende jeugdhulpregio’s, gezien het belang de vele aanbieders van zorg te verbinden aan één Gelders aanmeldformulier voor alle vormen van jeugdhulp. Dit vraagt om een verlengde investering van de werkgroep en een projectleider vanaf september 2021
38
39
40
41
Bouwsteen 6: Een escalatiemodel bij stagnerende samenwerking in het vrijwillig en gedwongen kader Aanleiding Bij (signalen van) huiselijk geweld of kindermishandeling in een gezin of huishouden zijn vrijwel altijd professionals van verschillende organisaties11 betrokken. Het is professionals toevertrouwd een oplossing te vinden, wanneer zij vanuit verschillende opdrachten en betrokkenheid het niet meteen eens zijn over de volgende stap die gezet moet worden. Dat is daarmee ook het algemeen geldende uitgangspunt; professionals treden met elkaar in overleg wanneer samenwerking stagneert of dreigt te stagneren. Het escalatiemodel is bedoeld voor die situaties waarin het de professionals niet lukt om overeenstemming te vinden en de samenwerking dreigt te stagneren. Op dit moment wordt op veel verschillende wijzen geëscaleerd, vandaar de vraag om een eenvoudige en helder escalatiemodel
Doel van het escalatiemodel Het is voor uitvoerend professionals, leidinggevenden van organisaties en gemeenten helder welke escalatiestappen er gezet moeten worden wanneer samenwerking stagneert en daarmee ook de voortgang in de casus.
Wanneer wordt het escalatiemodel gebruikt: Situatie 1: Professionele dilemma’s; verschil van visie op de ontwikkelingen in de casus Professionals komen in een casus niet verder doordat ze verschillend kijken naar de ontwikkelingen in de casus. Ze hebben bijvoorbeeld een verschil van inzicht in welke vervolgstap gezet moet worden om de veiligheid te herstellen. Een voorbeeld hiervan is:
Bij gescheiden ouders verloopt contact tussen minderjarige zoon en moeder met verslavingsproblematiek wisselend, soms goed, soms zorgelijk. Professionals kijken verschillend naar de inzet van begeleid contact (vrijwillig)
Situatie 2: De samenwerking verloopt niet volgens gemaakte samenwerkingsafspraken. Wanneer er geen samenwerkingsafspraken zijn, geldt dat de samenwerking tussen professionals niet verloopt, zoals verwacht zou mogen worden op basis van de algemeen geldende afspraken. Voorbeeld hiervan is:
Door wachtlijst bij Veilig Thuis, Lokaal Team, Gecertificeerde Instelling kan noodzakelijke inzet niet tijdig geleverd worden.
11 Organisaties; zijn onder andere Lokale Teams, Veilig Thuis, Gecertificeerde Instellingen en aanbieders van zorg.
Situatie 3: Het handelen van de uitvoerend professional is nalatend, zorgwekkend Wanneer het handelen van de professional niet is, zoals verwacht mag worden volgens het kwaliteitskader (SKJ), of algemeen geldende normen en daarmee in het geding zijn. Voorbeeld hiervan is:
Professional constateert bij collega-professional van collega organisatie een aantal keer een overmatig emotionele reactie naar het gezin. Bij het navragen en aanspreken op deze reactie is, reageert de professional geagiteerd. De professional is niet gehoord in haar zorgen.
Wie is aan zet
Wat is opdracht
Inhoudelijk verschil van inzicht overbruggen,
1. gedragwetenschappers
Oplossing vinden voor oorzaak van samenwerkingsprobleem
2. leidinggevenden
3. bestuurders
Oplossing vinden wanneer staand beleid tekortschiet
STAP 1 Wanneer zijn gedragswetenschappers aan zet in het escalatiemodel? Gedragswetenschappers kunnen alleen worden ingezet bij situatie 1: Professionele dilemma’s’ verschil van visie op de ontwikkelingen in de casus. Zij worden ingezet om hun inhoudelijke en procesmatige kennis.
43
Wie zet deze stap? De professional schakelt zijn gedragswetenschapper in en vraagt zijn collega- professional van collegaorganisatie hetzelfde te doen. De collega-professionals erkennen dat zij het inhoudelijke verschil van inzicht niet met elkaar kunnen overbruggen en dit wel noodzakelijk is. De professional, organiseren een overleg met hun gedragswetenschappers erbij. De gedragswetenschappers hebben een ondersteunende rol in de verfijning, dan wel verheldering van de inhoudelijke en procesmatige dilemma’s. Wanneer het inhoudelijk verschil van inzicht is overbrugd, is de escalatie geslaagd en kunnen professionals verder.
STAP 2 Wanneer zijn leidinggevenden aan zet in het escalatiemodel? Leidinggevenden worden ingezet 1. Wanneer de inzet van gedragswetenschappers bij situatie 1: Professionele dilemma’s verschil van visie op de ontwikkelingen in de casus, niet heeft geleid tot overbrugging van het visieverschil. 2. Bij situatie 2: de samenwerking verloopt niet volgens gemaakte samenwerkingsafspraken 3. Bij situatie 3: het handelen van de professional is nalatend, zorgwekkend. Leidinggevenden worden ingezet om hun beslissingsbevoegdheid om in zorgwekkende casuïstiek en samenwerkingssituaties een doorbraak te creëren – forceren. Leidinggevenden (managers, directeuren) zetten maximaal in om tot een oplossing te komen en voorkomen daarmee dat geëscaleerd moet worden naar het bestuurlijk niveau. Het mandaat ligt bij de managers en directeuren, evenals de verantwoordelijkheid om in samenspraak tot een oplossing te komen. De stagnatie moet dan zijn opgeheven.
Wie zet deze stap Uitvoerend professionals en gedragswetenschappers kunnen deze stap zetten.
STAP 3 Wanneer zijn bestuurders aan zet in het escalatiemodel? Bestuurders van organisaties en wethouders van gemeenten worden bij hoge uitzonderingen uitzonderlijke situaties ingezet wanneer staand beleid te kort schiet, niet blijkt te volstaan. Dit kan ook wanneer 1 en stap 2 onvoldoende resultaat hebben opgeleverd. Bij de uitvoering van deze stap moet ook de ambtelijke laag betrokken worden. Ook kunnen in de jeugdhulpregio regionale adviseurs, voorzitters een mogelijk bemiddelende rol vervullen.
Wie zet deze stap 44
Managers en directeuren kunnen deze stap zetten.
Tenslotte:
Wat te doen als jeugdbeschermer geen contact vindt met de lokaal team bij zoektocht naar jeugdhulp? Dit escalatiemodel is niet bedoeld voor deze situaties. Het is essentieel dat de jeugdbeschermer contact legt met de lokaal team medewerker bij het vinden van jeugdhulp. Daarvoor moeten de stappen gevolgd worden die zijn beschreven in de aanmeldroutes jeugdhulp ( bouwsteen 5)
Wat is de positie van het gezin, de volwassene? Gezinnen worden geïnformeerd wanneer er in het kader van de escalatiestappen, overleg is tussen professionals en ondersteuning van betrokken functionarissen door hen wordt ingeroepen. Het maken van een professionele afweging mag plaats vinden zonder het gezin. Uitgangspunt is; een professional neemt het gezin vooraf mee, dan wel moet het achteraf goed uit kunnen leggen.
Hoe wordt geleerd van geëscaleerde casuïstiek? Overleggen die gevoerd worden tijdens het escalatieproces worden bij voorkeur vastgelegd en voorgelegd ter goedkeuring aan de gesprekspartners. Het verslag is dan ondersteunend aan het periodiek evalueren en vervolgens gezamenlijk leren van deze casuïstiek
45
Bouwsteen 7: Regionaal Expertise Team in elke regio De opdracht voor deze bouwsteen is elders belegd.
Bouwsteen 8: Gezamenlijk werven van personeel Deze bouwsteen wordt ontwikkeld in de implementatiefase
46