Bijlage 1d: Bestemmingsplan Onderstation Angerlo - Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Bijlagen bij de toelichting
Onderstation Angerlo Vastgesteld
DNS Planvorming BV Amsterdam, 21 Januari 2021 NL.IMRO.0221.BPL20005HBE-VA01
Onderstation Angerlo
"Onderstation Angerlo" (vastgesteld)
2
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de toelichting
3
Bijlage 1
Archeologisch onderzoek
4
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
34
Bijlage 3
Quickscan ecologie
133
Bijlage 4
Aeriusberekening
157
Bijlage 5
Ecologische voortoets
189
Bijlage 6
Akoestisch onderzoek
213
Bijlage 7
Landschappelijke inpassing
277
Bijlage 8
Nota zienswijzen
294
"Onderstation Angerlo" (vastgesteld)
3
Bijlagen bij de toelichting
"Onderstation Angerlo" (vastgesteld)
4
Bijlage 1 Archeologisch onderzoek
"Onderstation Angerlo" (vastgesteld)
Doesburg, Didamseweg 2 (Gemeente Doesburg, Gld.)
Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende Fase Definitief Steekproefrapport 2020-04/07
Doesburg, Didamseweg 2 (Gemeente Doesburg, Gld.)
Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende Fase Definitief Steekproefrapport 2020-04/07
Doesburg, Didamseweg 2 (Gemeente Doesburg, Gld.) Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende Fase Een onderzoek in opdracht van DNS Planvorming bv Steekproefrapport 2020-04/07 ISSN 1871-269X Status: definitief Auteur: drs. J.M.G. Bongers, fysisch geograaf / senior KNA-prospector Autorisatie dr. J. Jelsma, senior KNAarcheoloog/prospector Actorregistraties respectievelijk: 92394548 en 35453178 Goedgekeurd door de bevoegde overheid gemeente Doesburg dhr. M. Lenselink d.d. 15 juni 2020 De Steekproef bv werkt volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1 en SIKB-BRL 4000. Voor dit onderzoek gelden protocollen 4002 & 4003. Foto’s en tekeningen zijn gemaakt door De Steekproef, tenzij anders vermeld. © De Steekproef bv, 7 augustus 2020 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder bronvermelding. De Steekproef bv aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. De Steekproef bv Archeologisch Onderzoeks- en Adviesbureau, Hogeweg 3, 9801 TG Zuidhorn telefoon internet e-mail kvk
050 – 5779784 www.desteekproef.nl info@desteekproef.nl 02067214
Inhoud
Samenvatting Administratieve gegevens van het plangebied 1. Inleiding........................................................................................................................... 1 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01).............................................................................1 1.2 Locatie (KNA 4.1: LS01, LS02).....................................................................................3 2. Bureauonderzoek (KNA 4.1: LS06)......................................................................................4 2.1 Bronnen..................................................................................................................... 4 2.2 Fysische geografie (KNA 4.1: LS04)..............................................................................4 2.3 Archeologie (KNA 4.1: LS04).......................................................................................7 2.4 Historische geografie (KNA 4.1: LS03)..........................................................................8 2.5 Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05)......................................................11 3.
Veldonderzoek (KNA 4.1: VS05).......................................................................................13 3.1 Methoden en technieken (KNA 4.1: VS01)...................................................................13 3.2 Resultaten veldwerk (KNA 4.1: VS02, VS03).................................................................14 4. Conclusies en advies (KNA 4.1: VS07)..............................................................................16 Gebruikte bronnen Lijst van figuren en tabellen Archeologische periodes Appendix: Boorstaten en Laagbeschrijvingen boringen volgens Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode
Samenvatting In verband met de geplande vervanging van een transformatorstation is een archeologisch onderzoek uitgevoerd aan de Didamseweg 2 te Doesburg, gemeente Doesburg, provincie Gelderland. Voor de nieuwbouw is graafwerk nodig dat mogelijk een bedreiging vormt voor eventueel aanwezige archeologische waarden. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van archeologische waarden. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (protocol 4002) en een veldonderzoek, verkennende fase (IVO-O; protocol 4003). Bij het bureauonderzoek zijn bronnen geraadpleegd op het gebied van fysische geografie, archeologie en historische geografie. Tijdens het veldonderzoek zijn negen boringen geplaatst om de opbouw en gaafheid van de bodem te bepalen. Doesburg ligt op de plek waar de Oude IJssel uitkomt in de Gelderse IJssel. Het plangebied aan de Didamseweg 2 ligt op een terrasrestrug. Hier overheen zijn afzettingen gevormd van de Gelderse IJssel in de periode romeinse tijd - middeleeuwen. Op het naastgelegen terrein aan de Didamseweg 4 zijn bij archeologisch onderzoek geen vondsten gedaan van vóór de nieuwe tijd. Binnen tweehonderd meter omtrek zijn geen andere archeologische vondsten gemeld. In de ondergrond van het gebied ligt rivierzand met daarop dekzand uit de laatste ijstijd. Dit zand lijkt binnen het plangebied geen hoge koppen te hebben gevormd.
Op basis daarvan lijkt het terrein geen aantrekkelijke vestigingsplek te zijn geweest tijdens de prehistorie. Bovenin het zand zijn geen afvallagen of archeologische indicatoren gevonden waardoor er ook geen aanwijzingen zijn voor resten uit die tijd. Op het zand volgt ongeveer een meter zandige klei die is afgezet op de oever van de Gelderse IJssel tijdens de periode romeinse tijd - middeleeuwen. Door de grotere hoogte lijkt deze oever een betere vestigingsplek te zijn geweest. Bovenin deze klei is in het grootste deel van het gebied een bouwvoor aanwezig van voor de aanleg van het transformatorstation. De bodem is redelijk bewaard gebleven waardoor eventuele archeologische resten in redelijke staat kunnen verkeren. Verspreid in de bouwvoor zitten fijne stukjes baksteen en iets zuidelijk van het midden van het plangebied is een scherf roodbakkend aardewerk uit de periode 1650 1900 gevonden. Maar aangezien het onderzoek geen bewoningslagen / afvallagen heeft opgeleverd en evenmin indicatoren die eenduidig gedateerd kunnen worden in de middeleeuwen of vroege nieuwe tijd, zijn er geen aanwijzingen voor een archeologische vindplaats uit die tijd. selectie-advies door senior KNA-prospector drs. J.M.G.
Bongers Aangezien de kans op archeologische resten van voor de midden nieuwe tijd klein zijn, adviseren wij om geen nader archeologisch onderzoek te ondernemen en voor het gebied aan de Didamseweg 2 op archeologische gronden geen beperkingen op te leggen. Wel wijzen wij erop dat voor al het graafwerk geldt dat als archeologische grondsporen worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dat daarvan direct melding dient te worden gemaakt conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Doesburg.
Administratieve gegevens van het plangebied Tabel 1: Doesburg, Didamseweg 2: administratieve gegevens. Provincie
Gelderland
Gemeente
Doesburg
Plaats
Doesburg
Toponiem
Didamseweg 2
Kaartblad
40E
Hoekcoördinaten
noord: west: oost: zuid:
Kadastrale perceelnummers
E1607 en E3084
Bestemmingsplan Beinum 2012 Archeologie Doesburg 2009
enkelbestemming noordelijke deel: bedrijf nutsvoorziening zuidelijke deel: groen padvindershonk: maatschappelijk dubbelbestemming waarde archeologie
Oppervlakte
0,59 hectare
NAP-hoogte maaiveld
+10 meter NAP
Huidig grondgebruik
noordelijke deel transformatorstation zuidelijke deel padvindershonk met rondom groen
Soort onderzoek
bureauonderzoek & veldonderzoek verkennende fase
Opdrachtgever
DNS Planvorming bv
Uitvoerder
De Steekproef drs. J.M.G. Bongers (senior KNA-prospector)
Bevoegde overheid
Gemeente Doesburg
Steekproef projectcode
2020-04/07
Onderzoeksmeldingsnummer
4860870100
Datum veldwerk
29 mei 2020
Maximale diepte onderzoek
400 centimeter onder maaiveld
Beheer en plaats documentatie
De Steekproef bv / Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed / DANS / DINO-loket (boorgegevens)
206,071 / 446,668 206,001 / 446,598 206,112 / 446,627 206,038 / 446,555
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01) In opdracht van DNS Planvorming bv, vertegenwoordigd door de heer R. Nijdam, is een inventariserend archeologisch onderzoek uitgevoerd aan de Didamseweg 2 te Doesburg, gemeente Doesburg, provincie Gelderland (zie Figuur 1). De aanleiding voor het onderzoek is om de groeiende vraag op te vangen door de vervanging van een transformatorstation. De eigenaar Liander wil deze vervanging om een verandering mogelijk te maken van een hoogspanning van 50 duizend volt naar 20 duizend volt en omdat het bestaande station verouderd raakt. Voor het nieuwe station zal een gebouw verschijnen van 38 bij 17 meter op de zuidwestelijke helft van het terrein (zie Figuur 2). Voor de aanleg van funderingen en nieuwe leidingen is graafwerk nodig tot tenminste één meter diepte. Deze ingrepen vormen een bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische waarden. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van archeologische waarden. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek verkennende fase (IVO-O). Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een archeologisch verwachtingsmodel van het gebied aan de hand van beschikbare fysisch-geografische, archeologische en historisch-geografische informatie. Tijdens het veldonderzoek is dit verwachtingsmodel getoetst.
Daartoe zijn de opbouw en gaafheid van de bodem bepaald.
Figuur 1: Doesburg, Didamseweg 2: uitsnede van de topografische kaart 1:25.000. Het plangebied is rood omlijnd. Bron: Topografische Dienst Kadaster 2020.
1
Figuur 2: Doesburg, Didamseweg 2: plankaart met daarop de locaties van het bestaande en het nieuwe gebouw.
2
1.2 Locatie (KNA 4.1: LS01, LS02) Het plangebied aan de Didamseweg 2 ligt zuidelijk van het centrum van Doesburg aan de overzijde van de Oude IJssel in de wijk Wemmersweerd (zie Figuur 1). Het noordelijke deel van het plangebied bestond tijdens het onderzoek uit het bestaande transformatorstation (zie Figuur 3). De westelijke hoek bestond uit een grasveld, de zuidelijke hoek uit een gebouw met parkeerplaats van de duivenvereniging, en de strook langs de Bingerdenseweg uit struiken. Vanaf de Bingerdenseweg komt een ondergrondse hoogspanningsleiding naar het midden van het terrein (zie Figuur 10). Aan de kant van de Didamseweg verlaten tientallen midden- en laagspanningsleidingen het terrein. Volgens informatie van het Kabels en Leidingen InformatieCentrum (KLIC) lopen er geen leidingen door het grasveld of het terrein van de duivenvereniging.
Figuur 3: Doesburg, Didamseweg 2: foto van het plangebied genomen in zuidwestelijke richting. Links op de achtergrond het gebouw van de duivenvereniging, rechts de schakeltuin.
3
2. Bureauonderzoek (KNA 4.1: LS06) 2.1 Bronnen Tijdens het bureauonderzoek is de bestaande relevante kennis van het plangebied verzameld. De gebruikte bronnen voor het onderzoek staan aan het eind van dit rapport. Eén van de bronnen is ARCHIS 3, het archeologisch registratie- en informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Deze databank is toegankelijk voor organisaties die werkzaam zijn in de archeologie. Het bevat een GIS-systeem waarin onder meer een archeologische kaart en aardkundige kaarten geraadpleegd kunnen worden. 2.2 Fysische geografie (KNA 4.1: LS04) Doesburg ligt op de plek waar de rivier Oude IJssel uitkomt in de Gelderse IJssel. De tegenwoordige loop van de Oude IJssel is gegraven tijdens de jaren '50 van de twintigste eeuw. Ter plaatse van voormalige restgeulen van de IJssel ligt het maaiveld rond acht meter boven NAP (zie Figuur 4). De zuidwestelijke helft van het plangebied ligt ongeveer anderhalve meter hoger en de noordoostelijke helft door ophoging nog een meter hoger. Op de stroomgordelkaart van Cohen et al. (2012, zie Figuur 5) maakt het plangebied deel uit van de Gelderse IJssel die actief was van 1700 tot 850 14C-jaren voor heden.
Figuur 4: Doesburg, Didamseweg 2: hoogtekaart gemaakt met behulp van het Actueel Hoogtebestand Nederland 3 uit 2019. Het plangebied is rood omlijnd.
4
Figuur 5: Doesburg, Didamseweg 2: stroomgordels in de omgeving van het plangebied. Ter plaatse van het plangebied was de Gelderse IJssel actief in de periode van 1700 tot 850 14C-jaren voor heden toen de rivier bedijkt werd. Bron: Cohen et al. 2012.
5
Op de geomorfologische kaart staat het plangebied als terrasrestrug (zie Figuur 6). Op basis daarvan heeft de IJssel niet door het plangebied gestroomd na de laatste ijstijd. Wel kunnen er oever- en komafzettingen gevormd zijn in die tijd. Op de bodemkaart is het plangebied gekarteerd als kalkloze ooivaaggrond in lichte zavel (Rd10C).
Figuur 6: Doesburg, Didamseweg 2: uitsnede van de geomorfologische kaart 1:50.000. Het plangebied is rood omlijnd. Legenda: M93 = vlakte ontstaan door afgraving of egalisatie 1M46 = rivierkomvlakte 22R43 = restgeul 3B43 = terrasrestrug 3B44 = stroomrug 3B53yc = dekzandrug
6
2.3 Archeologie (KNA 4.1: LS04) In 2003 is door bureau Synthegra een archeologisch booronderzoek uitgevoerd op het naastgelegen terrein aan de Didamseweg 4 noordwestelijk van het plangebied. In de conclusie van dat onderzoek staat: 'Op basis van de verstoringen in de bovengrond en de vondsten die als nieuwe tijd gedateerd worden is de locatie te beschouwen als een terrein met lage archeologische waarde. Ter plaatse van de oude bebouwing zijn door de sloop hiervan eventuele in situ sporen verwijderd en de eventueel nog aanwezige archeologische resten verplaatst en uit verband geraakt' (Bergman et al. 2003). Binnen tweehonderd meter omtrek zijn geen archeologische waarden bekend. Vondsten van grotere afstanden dateren vooral uit de nieuwe tijd (zie Tabel 2 en Figuur 7). Tabel 2: Doesburg, Didamseweg 2: terrein van de Archeologische MonumentenKaart, onderzoeksmelding en vondsten zoals weergegeven in Figuur 7. zaaknummer
omschrijving
datering
13206
stadskern Doesburg
middeleeuwen
2045877100
3 fragmenten kleipijpen, 3 scherven roodbakkend geglazuurd aardewerk en 1 scherf geglazuurd steengoed
nieuwe tijd
2390645100
3 scherven steengoed aardewerk
late middeleeuwen B - nieuwe tijd
scherven aardewerk, bouwmateriaal, pijpfragmenten
nieuwe tijd
2692184100
basisbijl van gewei
mesolithicum - ijzertijd
2728261100
scherven aardewerk: Pingsdorf, Paffrath, grijsbakkend, kogelpot, steengoed
middeleeuwen
3277596100
scherven aardewerk en bronzen gordelhanger
late middeleeuwen B - nieuwe tijd
scherven aardewerk, glas, metaal, bot, hout, textiel, pijpfragmenten
nieuwe tijd
4604731100
stuk dakpan, stukken baksteen, pijpfragment, scherf aardwerk
nieuwe tijd
4717176100
schuilkelder van Mauritskazerne
rond 1918
7
Figuur 7: Doesburg, Didamseweg 2: archeologische waarden rondom het plangebied. Gele terreinen zijn in het verleden archeologisch onderzocht, roze terreinen staan op de archeologische monumentenkaart en groene stippen zijn vondstlocaties. Het plangebied is rood omlijnd. Bron: Archis3.
2.4 Historische geografie (KNA 4.1: LS03) Op de internetsite www.bezoek-doesburg.nl/ontdek-doesburg/historie staat over het ontstaan van de stad: 'Doesburg wordt voor het eerst genoemd in een akte die gedateerd is tussen 1053 en 1071. In die tijd bestond de omgeving uit moerassen en zandruggen waarvan sommige bewoond werden. De naam Doesburg duidt ook op een dergelijke omgeving. Volgens taalkundigen waren does, duis en doze benamingen voor een met struiken of bomen begroeid moeras. De toevoeging van het burg aan het woord does wijst op een burcht of nederzetting in een dergelijk moerasgebied. [...] Doesburg was gunstig gelegen op de plek waar de Oude IJssel in de Gelderse IJssel stroomt. Hierdoor groeide ze uit tot een sterke nederzetting. In 1237 ontving Doesburg stadsrechten. In het jaar 1343 breidde de stad nog verder uit, nadat Hertog Reinald II van Gelre en Zutphen hiervoor toestemming had gegeven. Dit was nodig omdat de rivieren afbreuk aan de stad deden. Hierdoor werden de huidige Ooipoortstraat en Meipoortstraat binnen de muren gebracht. Vanaf dat moment had Doesburg 4 stadspoorten: De Veer- of Saltpoort, De Koepoort, De Meipoort en De Ooipoort. Inmiddels was de stad een belangrijk administratief middelpunt geworden van een groot gebied dat tot aan Emmerik reikte. Na Zutphen was Doesburg steeds de 2e stad van de Graafschap en is dit tot in de 19 e eeuw gebleven.
Ook het lidmaatschap van de Hanze (sinds 1447) bracht de nodige welvaart in Doesburg. [...] Aan het einde van de 15e eeuw keerde het tij echter. De welvaart van Doesburg begon te tanen. Eén van de oorzaken hiervan was het verzanden van de IJssel. In 1552 is daarom besloten de rivier te verleggen. Het mocht echter niet baten. De eerste jaren van de Tachtigjarige Oorlog en de Franse bezetting van 1672 tot 1674 brachten de stad in een nog dieper dal. 8
Doesburg was van een handelsstad vervallen in een marktplaatsje. Een groot deel van de inwoners leefde van landbouw en veeteelt. Slechts als vesting had ze nog enige betekenis. Vanaf 1607, toen Maurits de stad als grensvesting inrichtte, tot 1945 heeft Doesburg vrijwel permanent een garnizoen binnen haar wallen gehad. [...] In 1701 ontwierp Menno van Coehoorn plannen om ten oosten van de stad een sterke verdedigingslinie aan te leggen. De verdedigingslinie werd tussen 1702 en 1730 aangelegd. In de praktijk betekenden deze wallen echter een ruimtebeperking waardoor Doesburg (dat tot 1923 officieel een vesting gebleven is) werd belemmerd in haar uitbreiding. Hierdoor stagneerde zelfs de industrialisatie. De eerste grote industrie in Doesburg, de ijzergieterij, ontstond in 1893. Een groot deel van de verdedigingslinie is overigens nog steeds aanwezig en staat bekend onder de naam Hoge en Lage Linie of Batterijen. Sinds 1925 vond er op beperkte schaal woningbouw plaats, allereerst in het Molenveld. Na de Tweede Wereldoorlog werden ook het Zuidelijk en Noordelijk Molenveld in 2 fasen volgebouwd. In de jaren ’60 werd vervolgens de nieuwbouwwijk De Ooi gerealiseerd. Na de grenswijziging in 1974 werd Beinum deel van Doesburg; hier werd nog verder uitgebreid.'
Figuur 8: Doesburg, Didamseweg 2: uitsnede van de stadsplattegrond van Jacob van Deventer uit het derde kwart van de zestiende eeuw. Het plangebied is rood omlijnd. Een halve kilometer westelijk ervan stonden enkele boerderijen. Bij het plangebied zelf staan geen wegen of boerderijen getekend. De kaart is naar het noorden gedraaid.
Op de stadsplattegrond van Jacob van Deventer uit het derde kwart van de zestiende eeuw staan bij het plangebied geen wegen of boerderijen getekend (zie Figuur 8). Op de kadastrale kaart van 1811-1832 is het plangebied in gebruik als weiland (zie Figuur 9). De Didamseweg bestond toen al en op het terrein noordwestelijk van het plangebied aan de Didamseweg 4 was al bebouwing (zie Figuur 9). Het betreft de plek van het erf Hooge Hermaat (Fermin & Van Straten 2010, p23). Mogelijk gaat de bewoning op deze plek terug 9
tot in de middeleeuwen (Fermin & Van Straten 2010, p32). Het erf maakte samen met andere verspreid liggende erven deel uit van buurschap Beinum (Fermin & Van Straten 2010, p28). Op kaarten tot en met 1957 blijft het plangebied in gebruik als weiland. Op de daarop volgende kaart uit 1966 staat het transformatorstation voor het eerst (zie Figuur 10). Het gebouw van de duivenvereniging op het achterterrein staat voor het eerst op een kaart uit 1993 (niet afgebeeld).
Figuur 9: Doesburg, Didamseweg 2: interpretatie van de kadastrale kaart van 1811-1832 door www.hisgis.nl. Het plangebied (rood omlijnd) was in gebruik als weiland.
Figuur 10: Doesburg, Didamseweg 2: uitsnedes van topografische kaarten uit 1957 en 1966. Het plangebied is rood omlijnd. Tussen 1957 en 1966 verschijnt het transformatorstation op het terrein. Bron: www.topotijdreis.nl.
10
2.5 Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05) Plangebied Didamseweg 2 heeft op de archeologische beleidskaart van de gemeente vrijwel volledig een hoge archeologische verwachting (Gemeente Doesburg 2009, zie Figuur 11 donkerbruin). Het noorden van het plangebied valt binnen de randzone van een bekende archeologische waarde (Figuur 11 paars). Voor beide categorieën geldt dat archeologisch onderzoek gevraagd wordt bij bodemingrepen over een oppervlak groter dan vijftig vierkante meter en dieper dan een halve meter. Beide grenzen worden overschreden voor aanpassing van het transformatorstation.
Figuur 11: Doesburg, Didamseweg 2: uitsnede van de gemeentelijke archeologische waardenkaart (Gemeente Doesburg 2009). Het plangebied is rood omlijnd. Het grootste deel is gekarteerd als swr-ah (donkerbruin, archeologische verwachtingswaarde hoog). De zuidelijke punt ligt in swr-ahm (lichtbruin, archeologische verwachtingswaarde middelhoog) en de noordelijke grens ligt in swr-bbuh (paars, bekende archeologische waarden buitengebied hoog).
Het plangebied ligt op een terrasrestrug, oftewel een rivierafzetting uit de laatste ijstijd. Tijdens het holoceen zijn er waarschijnlijk oever- en komafzettingen van de Gelderse IJssel over afgezet. Binnen tweehonderd meter omtrek zijn geen archeologische waarden geregistreerd. Archeologische waarden van iets grotere afstanden dateren vooral uit de nieuwe tijd. Het bestaande transformatorstation dateert van omstreeks begin jaren '60. Voorheen was het terrein in gebruik als weiland. Het plangebied lijkt met name tijdens de middeleeuwen en nieuwe tijd een potentiële vestigingsplek te zijn geweest voor de mens. Eventuele archeologische resten uit die tijd liggen onder opgebrachte grond. Een potentieel tweede archeologisch niveau ligt onder de afzettingen van de Gelderse IJssel waar resten uit de prehistorie kunnen liggen. Eventuele 11
archeologische resten kunnen zijn aangetast door eerder graafwerk ten behoeve van het bestaande transformatorstation en de bestaande leidingen. Om de bovengenoemde archeologische verwachting te toetsen is een inventariserend veldonderzoek (booronderzoek) uitgevoerd. Dit wordt beschreven in Hoofdstuk 3. Tabel 3: Doesburg, Didamseweg 2: specificatie archeologische verwachting. datering:
prehistorie
middeleeuwen en nieuwe tijd
complextype:
bewoning, begraving
bewoning, begraving
locatie:
zandkoppen
hele terrein
diepteligging:
onder afzettingen Gelderse IJssel
onder opgebrachte grond
omvang:
onbekend
onbekend
gaafheid en conservering:
kans op organische conservering
kans op organische conservering
uiterlijke kenmerken:
vuursteen, houtskool, afvallaag
afvallaag / bewoningslaag met onder meer aardewerk en bot
mogelijke verstoringen: erosie Gelderse IJssel, bebouwing en leidingen
12
bestaande bebouwing en leidingen
3. Veldonderzoek (KNA 4.1: VS05) 3.1 Methoden en technieken (KNA 4.1: VS01) Het veldwerk is uitgevoerd op 29 mei 2020. Voor het hele terrein geldt een verhoogde kans op explosieven uit de Tweede Wereldoorlog, waardoor de boringen gedaan moesten worden onder toezicht van een deskundige op het gebied van ongeëxplodeerde conventionele explosieven. Ter plaatse van het transformatorstation op het noordelijke deel van het terrein waren alleen boringen mogelijk buiten de schakeltuin en op afstand van de vele leidingen waaronder de ondergrondse hoogspanningsleiding (50 kV) die vanaf Doetinchem naar het plangebied loopt. Het werk op het transformatorstation is gedaan met goedkeuring van een aanwezige toezichthouder namens de eigenaar Liander. De boringen zijn gecombineerd met bodemverontreinigingsonderzoek dat werd uitgevoerd door bureau IDDS. Doorgaans worden bij archeologisch onderzoek op een terrein van dergelijke grootte zes boringen gedaan, maar vanwege de combinatie met bodemverontreinigingsonderzoek dat meer boringen vraagt is gekomen tot een aantal van negen (zie Figuur 12). De nummering van de boringen is overgenomen van het bodemverontreinigingsonderzoek.
Figuur 12: Doesburg, Didamseweg 2: boorpuntenkaart. Het plangebied is blauw omlijnd, de boringen worden weergegeven met blauwe stippen. Als achtergrond is een leidingen kaart gebruikt zoals gemaakt door het Kabels en Leidingen InformatieCentrum (KLIC). 13
De boringen zijn uitgevoerd met een edelmanboor van zeven centimeter diameter. De monsters zijn na het opboren naast elkaar gelegd voor archeologisch onderzoek en voor het verzamelen van materiaal voor analyse ter opsporing van verontreinigingen (door IDDS). De boringen zijn beschreven volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB). De monsters zijn onderzocht op archeologische indicatoren door ze volledig te verbrokkelen. De boringen reiken tot dieptes van 1,8 tot 2,0 meter. Boring 1 is met behulp van een zuigerboor verdiept tot 4,0 meter. De locaties van de boringen zijn ingemeten ten opzichte van de lokale topografie. De hoogtes zijn bepaald met behulp van het Actueel Hoogtebestand Nederland. 3.2 Resultaten veldwerk (KNA 4.1: VS02, VS03) bodem In de ondergrond van plangebied Didamseweg 2 ligt grof zand met een bijmenging van fijn grind. Het is alleen aangeboord bij diepe boring 1 waar de top op een hoogte ligt van 7,6 meter NAP (1,9 meter beneden maaiveld). Het grove zand is rivierzand dat is afgezet tijdens de laatste ijstijd toen rivieren doorgaans een vlechtend patroon hadden van meerdere ondiepe geulen. Op het grove zand ligt een laag matig fijn zand van ongeveer een halve meter dikte dat is aangeboord bij boringen 1, 2 en 9. Dit zand is goed gesorteerd, homogeen, hoekig en grindarm.
Het is afgezet door de wind tijdens een droge koude fase aan het eind van de laatste ijstijd. Omdat het als een dek over eerdere afzettingen heen ligt wordt het ook wel dekzand genoemd. Bij boring 1 ligt tussen het grove rivierzand en het fijne dekzand circa vijf centimeter klei dat mogelijk is afgezet in een verlaten riviergeul. Op het dekzand is een pakket zandige klei afgezet van ongeveer een meter dik. Lokaal is deze klei iets zwaarder, maar echt zware komklei is niet aangetroffen. Waarschijnlijk is de klei afgezet op de oever van de Gelderse IJssel in de periode van 1700 tot 850 14C-jaren voor heden (zie Paragraaf 2.2). Onderin het pakket is lokaal nog een zwakke gelaagdheid herkend, maar in het algemeen is het pakket klei homogeen. Holocene beddingafzettingen van een rivier zijn niet aangetroffen in het plangebied. In de top van het kleipakket is een bouwvoor gevormd door het voormalig gebruik als landbouwgrond. Bij zes van de negen boringen is die bouwvoor bewaard gebleven onder opgebrachte grond (zie Appendix Boorstaten). De bouwvoor bestaat uit ongeveer 0,2 meter licht humeuze klei met een enkele baksteenspikkel. Dat de bouwvoor relatief dun is en in het grootste deel van het terrein nog aanwezig is, betekent dat de bodem redelijk bewaard is gebleven. Op het terrein is zand opgebracht dat ter plaatse van het transformatorstation een dikte heeft van anderhalve meter.
Op het zuidwestelijke deel waar het grasveld en het gebouw van de duivenvereniging staan is hooguit enkele decimeters grond opgebracht. archeologie Het archeologisch verwachtingsmodel (Paragraaf 2.5) maakt onderscheid tussen twee periodes: prehistorie en middeleeuwen - nieuwe tijd. Tijdens de prehistorie zullen met name zandkoppen aantrekkelijke vestigingsplekken geweest zijn voor de mens. Maar binnen het onderzoeksgebied is slechts een bescheiden laag dekzand vastgesteld en lijkt van zandkoppen geen sprake. Evenmin zijn op de overgang van dekzand naar de zandige klei van de Gelderse IJssel archeologische indicatoren waargenomen zoals spikkels houtskool of gebakken klei. Het tweede potentieel archeologische niveau is de top van de oeverafzettingen van de Gelderse IJssel. Dit lijkt een geschikte vestigings- en verblijfplaats te zijn geweest tijdens de middeleeuwen en nieuwe tijd. Doordat de bodem in het plangebied redelijk bewaard is 14
gebleven kunnen resten van een archeologische vindplaats zoals diepere delen van grondsporen nog aanwezig zijn. Archeologische materialen van een eventuele vindplaats zullen vooral zijn opgenomen in de bouwvoor. Maar de enige vondst die het onderzoek heeft opgeleverd is een scherf aardewerk van één centimeter lengte die is gevonden iets zuidelijk van het midden van het terrein in de bouwvoor van boring 2 (zie Tabel 4). Volgens J.B. Veenstra MA van De Steekproef (senior KNA-archeoloog en -materiaalspecialist, actorregistratienummer 41859613) betreft het een scherf roodbakkend aardewerk met loodglazuur uit de periode 1650 - 1900. Hij adviseert de scherf niet te bewaren of deponeren, maar te deselecteren in verband met de geringe ouderdom. Bij dezelfde boring zijn een stuk modern vensterglas gevonden en enige spikkels baksteen gevonden die ook bij andere boringen zijn vastgesteld in de bouwvoor. Vondsten die eenduidig dateren uit de middeleeuwen heeft het onderzoek niet opgeleverd. Evenmin zijn afvallagen / bewoningslagen aangetroffen in het gebied. Tabel 4: Doesburg, Didamseweg 2: vondst. vondstnummer 1
herkomst
betreft
boring 2, 30 tot 70 centimeter, 206,051 / 446,586
scherf roodbakkend aardewerk met loodglazuur, uit de periode 1650-1900
15
4. Conclusies en advies (KNA 4.1: VS07) belangrijkste resultaten Doesburg ligt op de plek waar de Oude IJssel uitkomt in de Gelderse IJssel. Het plangebied aan de Didamseweg 2 ligt op een terrasrestrug. Hier overheen zijn afzettingen gevormd van de Gelderse IJssel in de periode romeinse tijd - middeleeuwen. Op het naastgelegen terrein aan de Didamseweg 4 zijn bij archeologisch onderzoek geen vondsten gedaan van voor de nieuwe tijd. Binnen tweehonderd meter omtrek zijn geen andere archeologische vondsten gemeld. In de ondergrond van het gebied ligt rivierzand met daarop dekzand uit de laatste ijstijd. Dit zand lijkt binnen het plangebied geen hoge koppen te hebben gevormd. Op het zand volgt ongeveer een meter zandige klei die is afgezet op de oever van de Gelderse IJssel. Bovenin deze klei is in het grootste deel van het gebied een bouwvoor aanwezig van voor de aanleg van het transformatorstation. De bodem is redelijk bewaard gebleven. Verspreid in de bouwvoor zitten fijne stukjes baksteen en iets zuidelijk van het midden van het plangebied is een scherf roodbakkend aardewerk uit de periode 1650 - 1900 gevonden.
archeologisch verwachtingsmodel Aangezien in het plangebied geen zandkoppen zijn aangetroffen lijkt het terrein geen bijzonder aantrekkelijke vestigingsplek te zijn geweest voor de mens, hoewel prehistorische bewoning op lagere delen van het dekzandlandschap ook mogelijk zijn. Bovenin het zand zijn geen afvallagen of archeologische indicatoren gevonden die wijzen op menselijke bewoning. Tijdens de middeleeuwen lijkt de oeverwal van de Gelderse IJssel door de grotere hoogte een aantrekkelijker verblijfplaats te zijn geweest. Eventuele archeologische resten kunnen in redelijke staat verkeren gezien de gaafheid van de bodem. Maar aangezien het onderzoek geen bewoningslagen / afvallagen heeft opgeleverd en evenmin indicatoren die eenduidig gedateerd kunnen worden in de middeleeuwen of vroege nieuwe tijd, zijn er geen aanwijzingen voor een archeologische vindplaats uit die tijd. Daarom kan voor zowel de prehistorie als voor de middeleeuwen en vroege nieuwe tijd de archeologische verwachting naar beneden toe worden bijgesteld. selectie-advies door senior KNA-prospector drs. J.M.G. Bongers Aangezien de kans op archeologische resten van voor de midden nieuwe tijd klein zijn, adviseren wij om geen nader archeologisch onderzoek te ondernemen en het gebied aan de Didamseweg 2 op archeologische gronden geen beperkingen op te leggen.
Wel wijzen wij erop dat voor al het graafwerk geldt dat als archeologische grondsporen worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dat daarvan direct melding dient te worden gemaakt conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Doesburg.
16
Gebruikte bronnen
AHN-Viewer. www.AHN.nl. Actueel Hoogtebestand Nederland. Rijkswaterstaat, Adviesdienst Geo-informatie en ICT. ARCHIS 3. www.test.zoeken.cultureelerfgoed.nl Bergman, W.A.; Emaus, A.A.G.; Plasmeijer, D.D.F.; Helmich, C.; (2003): Inventariserend Archeologisch Onderzoek. Didamseweg/ Broekhuizen te Doesburg. DANS. https://doi.org/10.17026/dans-zqn-yw3r www.bezoek-doesburg.nl/ontdek-doesburg/historie Bosch, J.H.A. 2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Deltares-rapport 2008-UR0881/A. Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik, A.H. Geurts, 2012. Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn‐ Maas Delta. Dept. Fysische Geografie. Universiteit Utrecht. Digitale Dataset. Doesburg, Gemeente 2009. Bestemmingsplan Archeologie Fermen, B. & K. van Straten met bijdragen van M. Groothedde, 2010. De Agrarii Milites van Beinum. Archeologisch onderzoek onder erve Tricht in Beinum (gem. Doesburg). Doesburgse Archeologische Publicaties 6. Hisgis, Historisch Geografisch Informatiesysteem. www.hisgis.nl Fryske Akademy Jongmans, A.G., M.W. van den Berg, M.P.W. Sonneveld, G.J.W.C. Peek, en R.M. van den Berg van Saparoea. 2013. Landschappen van Nederland: Geologie, bodem en landgebruik. Wageningen: Academic Publishers. Kadata via www.kadaster.nl, 2019. Topografische Kaart 1:25.000 van Topografische Dienst Kadaster, Emmen. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1.
www.SIKB.nl. 2018. Centraal College van Deskundigen Archeologie. www.ruimtelijkeplannen.nl STIBOKA Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. Blad 40 Oost Arnhem. Wageningen 1975. www.topotijdreis.nl Vos, P., M. van der Meulen, H. Weerts en J. Bazelmans 2018: Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu, Amsterdam (Prometheus).
Lijst van figuren en tabellen Figuren 1 Topografische kaart 2 Plankaart 3 Foto plangebied 4 Hoogtekaart 5 Stroomgordelkaart 6 Geomorfologische kaart 7 Archeologische waarden in de omgeving 8 Kaart Jacob van Deventer 9 Kadastrale kaart 1811-1832 10 Historisch-Topografische kaarten 11 Gemeentelijke archeologische waardenkaart 12 Boorpuntenkaart
Tabellen 1 Administratieve gegevens 2 Archeologische waarden in de omgeving 3 Specificatie archeologische verwachting 4 Vondsttabel
Archeologische periodes
paleolithicum: paleolithicum vroeg: paleolithicum midden: paleolithicum laat: paleolithicum laat A: paleolithicum laat B:
ijzertijd: tot 300.000 BP 300.000 - 35.000 BP 35.000 BP - 8.800 vC 35.000 - 18.000 BP 18.000 BP - 8.800 vC
mesolithicum: mesolithicum vroeg: mesolithicum midden: mesolithicum laat:
8.800 - 7.100 vC 7.100 - 6.450 vC 6.450 - 4.900 vC
neolithicum: neolithicum vroeg: neolithicum vroeg A: neolithicum vroeg B: neolithicum midden: neolithicum midden A: neolithicum midden B: neolithicum laat: neolithicum laat A: neolithicum laat B:
5.300 - 4.200 vC 5.300 - 4.900 vC 4.900 - 4.200 vC 4.200 - 2.850 vC 4.200 - 3.400 vC 3.400 - 2.850 vC 2.850 - 2.000 vC 2.850 - 2.450 vC 2.450 - 2.000 vC
bronstijd: bronstijd vroeg: bronstijd midden: bronstijd midden A: bronstijd midden B: bronstijd laat:
2.000 - 1.800 vC 1.800 - 1.100 vC 1.800 - 1.500 vC 1.500 - 1.100 vC 1.100 - 800 vC
pleistoceen: elsterien saalien weichselien holoceen:
2,5 miljoen - 10.000 BP 475.000 - 410.000 BP 200.000 - 130.000 BP 116.000 - 10.000 BP 10.000 - heden
vC nC BP
= = =
voor Christus na Christus before present; present = 1950
ijzertijd vroeg: ijzertijd midden: ijzertijd laat:
800 - 500 vC 500 - 250 vC 250 - 12 vC
romeinse tijd: romeinse tijd vroeg: romeinse tijd vroeg A: romeinse tijd vroeg B: romeinse tijd midden: romeinse tijd midden A: romeinse tijd midden B: romeinse tijd laat: romeinse tijd laat A: romeinse tijd laat B:
12 vC - 70 nC 12 vC - 25 nC 25 - 70 nC 70 - 270 nC 70 - 150 nC 150 - 270 nC 270 - 450 nC 270 - 350 nC 350 - 450 nC
middeleeuwen: middeleeuwen vroeg: middeleeuwen vroeg A: middeleeuwen vroeg B: middeleeuwen vroeg C: middeleeuwen vroeg D: middeleeuwen laat: middeleeuwen laat A: middeleeuwen laat B:
450 - 1.050 nC 450 - 525 nC 525 - 725 nC 725 - 900 nC 900 - 1.050 nC 1.050 - 1.500 nC 1.050 - 1.250 nC 1.250 - 1.500 nC
nieuwe tijd: nieuwe tijd vroeg: nieuwe tijd midden: nieuwe tijd laat:
1.500 - 1.650 nC 1.650 - 1.850 nC 1.850 – heden
Algemeen Steentijd (tot 2000 vC) De steentijd is opgedeeld in het paleolithicum, mesolithicum en neolithicum. Het paleolithicum (oude steentijd) wordt vooral gekenmerkt door de ijstijden. Na het laatpaleolithicum verbetert het klimaat. Vindplaatsen uit het late paleolithicum zijn vooral te herkennen aan concentraties vondstmateriaal (bewerkt en/of verbrand vuursteen, houtskool) met weinig en moeilijk te herkennen grondsporen zoals kuilen, paalgaten en houtskoolconcentraties die mogelijk wijzen op haardplaatsen. Vondsten uit het mesolithicum of midden steentijd, gekenmerkt door sporen en vondsten van rondtrekkende jagers en verzamelaars, bestaan voornamelijk uit bewerkt vuursteen, verbrande hazelnootdoppen en houtskoolfragmenten. Mesolithische grondsporen zijn vooral oppervlaktehaarden en haardkuilen. In een natte omgeving kunnen ook werktuigen van gewei of hout bewaard zijn gebleven. Voorbeelden hiervan zijn geweibijlen, bogen, visfuiken, etc. In het neolithicum (nieuwe steentijd) werden dieren gehouden en in het neolithicum werd eveneens akkerbouw bedreven. Grondsporen uit deze periode kunnen bestaan uit paalgaten van bijvoorbeeld boerderijen, resten van beschoeiingen, greppels, (afval)kuilen en haardplaatsen. Aardewerk komt in deze tijd voor, evenals bewerkt (vuur)steen en geslepen bijlen.
Metaaltijden (2000-12 vC) In de bronstijd en ijzertijd kwam bemesting en wisselbouw binnen de akkerbouw voor. Sporen uit de bronstijd en ijzertijd kunnen bestaan uit kuilen, paalgaten van boerderijplattegronden, bijgebouwen of spiekers, waterkuilen of -putten, erf- ofakkerafscheidingen en sporen van akkerbewerking zoals de kruiselings getrokken voren van een eergetouw. Houtskool kan duiden op de aanwezigheid van haarden voor voedselbereiding of het bakken van aardewerk. Ook kunnen er restanten gevonden worden die duiden op metaalbewerking, zoals stukken ovenwand, brons- of ijzerslakken, sintels, mallen, smeltkroezen, metaal bedoeld voor omsmelten, etc. Vondsten kunnen verder bestaan uit bijvoorbeeld metalen voorwerpen of voorwerpen van aardewerk zoals vaatwerk, maar ook slingerkogels, rammelaars, spinklosjes en weefgewichten. Romeinse tijd (12 vC-450 nC) In de romeinse tijd vormde de Rijn de noordelijke grens van het romeinse rijk. Langs deze grens, de limes, werden grensposten, nederzettingen en wegen gebouwd. In het noorden van Nederland zijn ook romeinse vondsten gedaan, maar dit zijn voornamelijk losse vondsten als romeinse munten, mantelspelden en scherven romeins aardewerk. Middeleeuwen en nieuwe tijd (450 nC-heden) Na een afname in de bevolkingsdichtheid aan het einde van de romeinse tijd en de periode erna, steeg deze weer in het begin van de middeleeuwen.
Vondsten uit de middeleeuwen en later bestaan voornamelijk uit scherven aardewerk, waaronder importaardewerk, munten en metalen voorwerpen (zoals mantelspelden, spijkers), resten van aardewerkproductie, metaalbewerking, wolbewerking etc. Belangrijke gebouwen (bijvoorbeeld kerken en borgen) werden van baksteen / kloostermoppen gebouwd.
Appendix Doesburg, Didamseweg 2: Boorstaten
(cm)
(cm)
05
14 11
1050
15 1050
06
1000
1000
02
04
09
01 950
950
900
900
850
850
800
800
vergraven en opgebrachte grond 750
bouwvoor
750
zandige en lichte klei matig fijn dekzand 700
grof rivierzand
700
Appendix Doesburg, Didamseweg 2: Laagbeschrijvingen 01 X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 206045 : 446604 : 950
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 80 klei zwak zandig, 10yr4/3, vergraven 80 - 110 klei sterk siltig, 10yr6/3 110 - 140 klei zwak zandig, 10yr5/4 140 - 170 zand zwak siltig, 10yr5/4 170 - 185 zand zwak siltig, 10yr6/3, Zand: matig fijn 185 - 190 klei zwak zandig, 2,5y6/3 190 - 400 zand zwak siltig, zwak grindig, 2,5y6/4, Zand: matig grof 02
X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 206051 : 446586 : 960
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 10 stenen 10 - 30 zand zwak siltig, Opm.: Bestratingszand 30 - 70 klei matig zandig, zwak grindig, 2,5y4/2, homogeen, bouwvoor 70 - 90 klei sterk siltig, 5y5/2, spoor fosfaatconcreties, spoor roestvlekken 90 - 110 klei sterk siltig, 10yr5/4, basis geleidelijk 110 - 160 klei sterk zandig, 10yr6/4 160 - 180 zand matig siltig, 10yr5/4, Zand: matig fijn, Opm.: Hoekig, goed gesorteerd, matig fijn zand 04
X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 206084 : 446598 : 965
Omschrijving Grondsoort 0 - 70 zand zwak siltig, 10yr4/3, vergraven, opgebrachte grond 70 - 110 klei sterk zandig, 10yr5/4, homogeen 110 - 180 klei sterk zandig, 10yr6/6, Opm.: Beetje gelaagd
Diepte (cm)
05 X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 206063 : 446643 : 1070
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 30 grind zwak zandig 30 - 155 zand zwak siltig, 10yr5/4, opgebrachte grond 155 - 175 klei zwak zandig, 2,5y4/1, bouwvoor 175 - 200 klei zwak zandig, 10yr5/4 06
X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 206107 : 446626 : 1035
1/2
Appendix Doesburg, Didamseweg 2: Laagbeschrijvingen Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 110 zand zwak siltig, opgebrachte grond
110 - 130 130 - 160 160 - 180
klei sterk zandig, 10yr4/3, homogeen klei sterk zandig, 10yr4/4, homogeen klei sterk zandig, 10yr5/4 09
X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 206049 : 446563 : 960
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 70 zand zwak siltig, 10yr4/3 70 - 100 klei sterk zandig, 10yr5/4 100 - 150 klei sterk zandig, 10yr6/6 150 - 180 zand zwak siltig, 10yr6/6, Opm.: Homogeen, hoekig, matig fijn zand 11
X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 206043 : 446630 : 1060
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 150 zand zwak siltig, 10yr5/4, opgebrachte grond 150 - 170 klei sterk zandig, 10yr4/3, homogeen 170 - 200 klei sterk zandig, 10yr5/3 14
X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 206088 : 446642 : 1070
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 30 sterk grindig, opgebrachte grond 30 - 150 zand matig siltig, 10yr5/4, opgebrachte grond 150 - 170 klei zwak zandig, 2,5y4/2, homogeen, bouwvoor 170 - 200 klei matig zandig, 10yr5/4 15
X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 206069 : 446659 : 1065
Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort 0 - 30 grind 30 - 130 zand zwak siltig, 10yr5/4, opgebrachte grond 130 - 145 klei zwak zandig, 2,5y4/1, homogeen 145 - 170 klei matig siltig, 10yr4/2, homogeen 170 - 200 klei matig zandig, 10yr5/6
2/2
34
Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek
"Onderstation Angerlo" (vastgesteld)
Didamseweg 2 te Doesburg Milieuhygiënisch vooronderzoek Verkennend milieukundig bodemonderzoek
Kenmerk Datum
: 2003N500/IDI/rap1.1 : 14 augustus 2020
Opdrachtgever : DNS Planvorming De heer R. Nijdam Klaprozenweg 75C 1033 NN Amsterdam
Goedkeuring
Functie
Datum
De heer I. Dijkstra (Junior adviseur milieu)
Opsteller, auteur
14 augustus 2020
De heer C. Brouwer (Teamleider)
2e lezerschap en vrijgave
14 augustus 2020
Handtekening
BRL SIKB 2000 protocol 2001, 2002
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING ........................................................................................................................................... 4
2.
MILIEUHYGIENISCH VOORONDERZOEK ......................................................................................... 6
3.
4.
2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK ................................................................................................. 6
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED .......................................................................................... 7
2.3
POTENTIëLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING ........................................................ 8
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST .................................................................................................... 9
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................................... 10
2.6
BEINVLOEDING ............................................................................................................................ 11
2.7
BODEMVERONTREINIGING ........................................................................................................ 12
2.8
TERREINVERKENNING ............................................................................................................... 13
2.9
BEOORDELING ............................................................................................................................ 14
2.10
CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING ............................................................................... 15
VERKENNEND BODEMONDERZOEK ............................................................................................. 16 3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE ......................................................................................................... 16
3.2
UITVOERING VELDONDERZOEK................................................................................................ 16
3.3
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ............................................................................ 18
3.4
BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN .............................................................................. 19
3.5
INTERPRETATIE .......................................................................................................................... 21
3.6
TOETSING HYPOTHESE ............................................................................................................. 21
3.7
CONCLUSIES ............................................................................................................................... 22
3.8
AANBEVELINGEN ........................................................................................................................ 22
BETROUWBAARHEID ...................................................................................................................... 23
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Didamseweg 2 te Doesburg Kenmerk rapportage: 2003N500/IDI/rap1.1 Pagina 2 van 23
BIJLAGEN
1. 1.1 1.2
Kaarten en tekeningen Topografische kaart Situatietekening met boorpunten
2. 2.1 2.2
Vooronderzoek Historisch kaartmateriaal Rapportage Bodemloket
3. 3.1 3.2
Veldonderzoek Formulieren veldonderzoek Boorstaten en legenda
4. 4.1 4.2
Laboratoriumonderzoek Certificaten grond Certificaten grondwater
5. 5.1 5.2
Toetsingstabellen Toetsingstabellen grond Toetsingstabellen grondwater
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Didamseweg 2 te Doesburg Kenmerk rapportage: 2003N500/IDI/rap1.1 Pagina 3 van 23
1.
INLEIDING
In opdracht van DNS Planvorming B.V. is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie is gelegen aan de Didamseweg 2 te Doesburg.
Afbeelding 1: De onderzoekslocatie gelegen aan de Didamseweg 2 te Doesburg (bron: OpenTopo)
Aanleiding en doelstelling Het onderzoek is uitgevoerd in verband met het opstellen van een bestemmingsplanwijziging en/of de daaruit (voortvloeiende) aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen). In het kader van de Woningwet/Gemeentelijke Bouwverordening dient een omgevingsvergunningaanvraag (activiteit bouwen) vergezeld te gaan van een rapportage inzake de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De doelstelling van het onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Verklaring onafhankelijkheid Uit oogpunt van onafhankelijkheid verklaart IDDS geen eigenaar te zijn, of in de nabije toekomst te worden, van het terrein waarop het bodemonderzoek en de advisering betrekking heeft. Milieuhygiënisch vooronderzoek Voorafgaand aan een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740+A1;2016 dient een milieuhygiënisch vooronderzoek te worden uitgevoerd conform de NEN 5725;2017. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen.
Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Didamseweg 2 te Doesburg Kenmerk rapportage: 2003N500/IDI/rap1.1 Pagina 4 van 23
Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de locatie waar het vooronderzoek betrekking op heeft. Verkennend bodemonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de norm NEN 5740+A1;2016 gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel vrijkomende grond. Op basis van de informatie uit het milieuhygiënisch vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Elke uit het milieuhygiënisch vooronderzoek resulterende onderzoekshypothese over de aan- of afwezigheid van bepaalde verontreinigende stoffen en de wijze van verspreiding wordt getoetst met een locatiespecifieke onderzoeksstrategie. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het milieuhygiënisch vooronderzoek stapsgewijs besproken.
Het milieuhygiënisch vooronderzoek bestaat achtereenvolgens uit het vaststellen van de aanleiding en de afbakening van het onderzoeksgebied. Vervolgens wordt informatie verzameld van de voorgeschreven onderzoeksaspecten en worden de onderzoeksvragen beantwoord. Op basis hiervan worden conclusies getrokken en wordt de hypothese voor de onderzoekslocatie vastgesteld. In hoofdstuk 3 wordt het verkennend bodemonderzoek stapsgewijs besproken. Als eerste stap wordt, op basis van de bij het milieuhygiënisch vooronderzoek voor de locatie vastgestelde hypothese, de onderzoeksstrategie vastgesteld. Vervolgens worden de uitvoering en resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek apart besproken. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de vastgestelde hypothese getoetst en worden indien van toepassing, aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen. In hoofdstuk 4 wordt de betrouwbaarheid van het uitgevoerde onderzoek toegelicht.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Didamseweg 2 te Doesburg Kenmerk rapportage: 2003N500/IDI/rap1.1 Pagina 5 van 23
2.
MILIEUHYGIENISCH VOORONDERZOEK
2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK
Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van het vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Als eerste stap in het vooronderzoek dient derhalve de aanleiding te worden vastgesteld. In de NEN 5725 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding vastgesteld: A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Didamseweg 2 te Doesburg Kenmerk rapportage: 2003N500/IDI/rap1.1 Pagina 6 van 23
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED
TABEL 2.2.1: Afbakening onderzoeksgebied Onderzoeksvraag Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Uitwerking
Bronnen
Situering
Globale ligging: zie overzichtskaart 1 in bijlage 1. Begrenzing onderzoekslocatie situatietekening 1.2 in bijlage 1.
Adres
Didamseweg 2
Postcode / Plaats
6983 BB Doesburg
Gemeente
Doesburg
Provincie
Gelderland
RD-coördinaten
Omschrijving
Globaal middelpunt onderzoekslocatie
X
206067
Y
446619
Hoogte maaiveld
Z
Gelegen tussen ca. +9,5 m NAP en 10,5 m NAP
Kadastraal
Gemeente
Doesburg
Gemeentecode
DBG02
Sectie
E
Nummers
1607 en 3084 (gedeeltelijk)
Totaal
Ca. 5.900 m2
Bebouwd
Ca. 350 m2
Verharding
Klinkers ca. 575 m2 Grind ca. 2325 m2
Alle richtingen
De onderzoekslocatie betreft een terrein van Liander en een braakliggend terrein van de lokale Duivenvereniging. De onderzoekslocatie wordt belendt door enkele openbare wegen en een bedrijventerrein (kantoren).
Oppervlaktes (m²)
Belendingen
#1
#2
Afbeelding 2: onderzoekslocatie en belendingen (bron: IDDS Projectenkaart) Afbakening VO
25 meter buiten kadastrale grenzen
-
Conclusie Afbakening voldoende #1: Gemeente Doesburg #2: KadViewer / Pdok-viewer / IDDS Projectenkaart Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Didamseweg 2 te Doesburg Kenmerk rapportage: 2003N500/IDI/rap1.1 Pagina 7 van 23
2.3
POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.3.1: Potentiële bronnen van bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Uitwerking Voormalig gebruik
Bronnen Op basis van het geraadpleegde historisch kaartmateriaal van de periode 19012018, welke is opgenomen in bijlage 2.1, is het navolgende bekend:
#1 / #2
De onderzoekslocatie is tussen ca. 1901 en 1970 in gebruik geweest als zijnde weiland. Na 1970 is het terrein gedeeltelijk verhard en is de eerste bebouwing, ter plaatse van het huidige station van Liander, gebouwd. In 1988 is de huidige bebouwing ter plaatse gebouwd. Het pand van de Duivenvereniging in het zuidelijk gedeelte van de onderzoekslocatie is gebouwd in 1985. Voor zover bekend heeft de locatie nooit anders gefungeerd als terrein van Liander en de lokale Duivenvereniging. Potentiële bronnen
Mogelijk zijn delen van het terrein opgehoogd voorafgaand aan de constructie van de bebouwing ter plaatse in de jaren ’80. Betreffende ophogingen bevatten mogelijk bodemvreemde bijmengingen, welke (indien aanwezig) verdacht zijn op de kritische parameters zware metalen, PAK en asbest.
Huidig gebruik
Station Liander, parkeerplaats (Duivenclub) en braakliggend terrein.
Potentiële bronnen
In de huidige situatie zijn geen potentiële bronnen van bodemverontreiniging bekend.
Toekomstig gebruik
Onbekend.
-
Conclusie Op basis van het historisch gebruik van de locatie worden mogelijk ter plaatse van delen van de locatie ophooglagen uit de periode 1980-1990 verwacht. Mogelijk wordt ter plaatse van deze terreindelen bijmengingen met bodemvreemde materialen verwacht, hetgeen verdacht is op de parameters zware metalen, PAK en asbest. Omdat verwacht wordt dat deze slechts plaatselijk aanwezig zijn, worden geen noemenswaardige bijzonderheden verwacht. #1: Historisch kaartmateriaal periode 1901-2018; Topotijdreis (opgenomen in bijlage 2.1) #2: Kadaster / BAG-viewer
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Didamseweg 2 te Doesburg Kenmerk rapportage: 2003N500/IDI/rap1.1 Pagina 8 van 23
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST
TABEL 2.4.1: Bodemkwaliteit en asbest Onderzoeksvraag Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Uitwerking Asbest
Bronnen Er is geen informatie beschikbaar omtrent de verdachtheid van de bodem op de aanwezigheid van asbest.
#1
Opgemerkt wordt dat, indien in de bodem sprake is van een puinbijmenging, de locatie, ongeacht de gradatie van het puin, dient te worden aangemerkt als asbestverdacht. Bodemkwaliteit
Bodemfunctieklasse
Wonen
Ontgravingskaart boven- en ondergrond
Bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv) : Landbouw/natuur Ondergrond (0,5 - 2,0 m-mv) : Landbouw/natuur
#2
Toepassingskaart boven- en ondergrond
Bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv) : Landbouw/natuur Ondergrond (0,5- 2,0 m-mv) : Landbouw/natuur
Conclusie De bodem is potentieel verdacht op het voorkomen van asbest. Dit is afhankelijk van eventuele bodemvreemde bijmengingen welke mogelijk aanwezig kunnen zijn in de bodem ter plaatse. Van de gemeente Doesburg zijn diverse bodemkwaliteitskaarten beschikbaar. Op basis van betreffend kaartmateriaal wordt de bodem ingedeeld als zijnde functie Wonen. De ontgravingskwaliteit wordt geschat op klasse landbouw/natuur. #1: Gemeente Doesburg #2: Nota bodembeheer gemeente Doesburg (d.d. 8 november 2011); bodemkwaliteitskaarten
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Didamseweg 2 te Doesburg Kenmerk rapportage: 2003N500/IDI/rap1.1 Pagina 9 van 23
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
TABEL 2.5.1: Bodemopbouw en geohydrologie Onderzoeksvraag Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Uitwerking Bodemopbouw (lokaal)
Grondwater (lokaal)
Bronnen 0,0 - 1,0 m-mv
Zand (plaatselijk klei)
1,0 - 2,0 m-mv
Klei (plaatselijk zand)
2,0 - 4,0 m-mv
Zand
Grondwaterstand freatisch
Circa 2,5 m-mv
#1
Een eenduidige stromingsrichting van het grondwater is niet bekend. Verwacht wordt dat het grondwater vanaf de onderzoekslocatie richting de IJssel zal stromen en derhalve noordelijk gericht is. Voor zover bekend wordt het grondwater op en in de nabijheid van de onderzoekslocatie niet beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, etc.). Geohydrologie
Bodemvreemde lagen
0,0 - 3,0 m-mv
Holocene deklaag
3,0 - 28,0 m-mv
1e watervoerende pakket. Maakt deel uit van de Formatie van Kreftenheye (zandige eenheden). Plaatselijk kan sprake zijn van een schiedingslaag op een diepte van ca. 12 m-mv met een dikte van ongeveer 2 meter.
28,0 - 80,0 m-mv
1e afsluitende laag. Maakt deel uit van de Formatie van Kreftenheye (Laagpakket van Twello).
De reeds genoemde ophooglagen welke plaatselijk aanwezig kunnen zijn over de gehele onderzoekslocatie.
Conclusie Ter plaatse van de onderzoekslocatie kan sprake zijn van plaatselijk aanwezige bodemvreemde lagen ten gevolge van het ophogen van enkele terreindelen. #1: DINOloket / Bodematlas provincie Gelderland / Archief IDDS
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Didamseweg 2 te Doesburg Kenmerk rapportage: 2003N500/IDI/rap1.1 Pagina 10 van 23
2.6
BEINVLOEDING
TABEL 2.6.1: Beïnvloeding Onderzoeksvraag Is sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Uitwerking Beïnvloeding
Bronnen Ter plaatse van het meetstation van Liander zijn twee transformatoren gesitueerd. Betreffende transformatoren gebruiken transformatorolie, welke verdacht is op de parameters minerale olie en PCB.
#1
Conclusie Er is voor zover bekend geen sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit en/of de kwaliteit van het grondwater. Ter plaatse van het transformatorstation zijn transformatoren gesitueerd, welke potentieel verdacht zijn op minerale olie en PCB. #1: Bodemloket
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Didamseweg 2 te Doesburg Kenmerk rapportage: 2003N500/IDI/rap1.1 Pagina 11 van 23
2.7
BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.7.1: Bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Uitwerking
Bronnen
Onderzoek ter plaatse van de locatie Op 30 april 2020 is bodeminformatie opgevraagd bij de Gemeente Doesburg. Op 4 mei 2020 heeft de Gemeente Doesburg aangegeven dat er geen bodemgegevens bekend zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie.