Bijlage 1b: verslagen Omgevingstafeloverleggen
Tekst van het document
Omgevingsoverleg project Stoerwoud Digitaal overleg met externe partners Adviesorganen, overheden en overige partners, d.d. 24-07-2025 Gemeente Doesburg Doesgroen (ontwikkelaar) Kamer Omgevingskwaliteit (Gelders Genootschap) Kamer Cultuurhistorie (Gelders Genootschap) Archeologische Dienst Zutphen Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland – Midden (VGGM) Gemeentelijke gezondheidsdienst & Gemeentelijke Hulpverleningsorganisatie (GGD GHOR) Waterschap Rijn en IJssel (WRIJ) Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) Provincie Gelderland Circulus Nutspartijen en netbeheerders, d.d. 27-08-2025 Gemeente Doesburg Doesgroen (ontwikkelaar) Combi SION Vitens Liander KPN-Ziggo-Vodafone
1. Aandachtspunten en op- en aanmerkingen, overleg 24-07-2025
Waterschap Rijn en IJssel Zijn momenteel bezig met bepalen locatie nieuw rioolgemaal nabij de beoogde ontsluiting. Afgesproken om een vervolgoverleg in te plannen om e.e.a. op elkaar af te stemmen, mede bezien vanuit aanwezige ondergrondse kabels/leidingen en verkeersveiligheid. Daarnaast is het waarschijnlijk nodig dat enkele bomen gekapt dienen te worden ten behoeve van dit nieuwe rioolgemaal. Deze dienen herplant te worden. Mogelijk kan dit worden meegenomen in het project Stoerwoud, afhankelijk van soort boom en locatie. Hiervoor wordt ook een separate afspraak gepland om de (on)mogelijkheden door te spreken. Verder volgt binnenkort een inhoudelijke reactie per mail (bijlage 1). Welke o.a. ingaat op waterberging, infiltratiecapaciteit wadi’s en verdere aandachtspunten bij de uitwerking van de plannen.
Gelders Genootschap De plannen zijn eerder besproken met de Kamer Omgevingskwaliteit. Genoemde adviezen destijds zijn voldoende verwerkt in voorliggende plannen, bezien de fase waarin zich deze bevindt. Er zijn echter nog wel onderdelen die verder uitgewerkt moeten worden, waaronder de hofjes, gemeenschappelijke ruimten/gebieden, spelen, groen, etc. Aandacht wordt gevraagd voor vrachtwagen en ophaaldienst (pakketjes en boodschappen), mogelijk is een gezamenlijk op-/afhaalpunt een idee. Verder zijn op een aantal plekken de bergingen naar de kopse kanten verplaatst. Hiervoor wordt extra aandacht gevraagd. Als aanbeveling wordt nog meegegeven om een gedeelte van het parkeren definitief aan te leggen en een gedeelte te reserveren voor het geval het nodig is (groen inrichten). Wanneer de plannen verder zijn uitgewerkt wordt het opnieuw besproken met de Kamer Omgevingskwaliteit. Belangrijk element is het geluidsscherm. Deze ga je zien vanaf de provinciale weg. De positie hiervan is het meest effectief als deze het dichts bij de bron staat. Overleg met provincie om het geluidsscherm dichter bij de weg te krijgen?
Provincie Gelderland Rondom het geluidsscherm worden kansen gezien vanuit Gelders Genootschap en ontwikkelaar. Afgesproken is om hier een vervolgoverleg over in te plannen met adviseurs grondzaken en geluidspecialisten. Wel is reeds overleg geweest met de geluidsspecialisten rondom geluid. Deze wordt na het overleg toegestuurd per mail (bijlage 2). Aandacht wordt gevraagd voor de onderbouwing van de woningverdeling i.r.t. de regionale afspraken. Dit dient zijn beslag te krijgen in de toelichting van het omgevingsplan t.z.t.
Circulus Bewoners krijgen minicontainers voor groen (GFT) en er komt een ondergrondse inzameling voor de andere afvalstromen. Uitgangspunt is dat de afval-wagens een rondje kunnen rijden (en niet moeten keren). En dat de minicontainers daar op een rijtje aangeboden worden. Ondergrondse container is nog niet ingetekend. Daar moet een goede plek voor gevonden worden. Eén ondergrondse container is voldoende voor restafval. Een PvE rondom ondergrondse containers wordt na het overleg gedeeld (bijlage 3). De voorkeur gaat uit naar twee ondergrondse afzamelinplekken. Daarbij dient voldoende aandacht te zijn voor de grootte omdat deze tijdig geleegd dienen te worden i.v.m. mogelijke overlast (geur/ongedierte).
Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland – Midden (VGGM) Mooi plan. Goed rekening gehouden met de bereikbaarheid van de hulpdiensten. Er is nog gekeken naar de externe veiligheid. Hier zijn geen directe aandachtspunten voor dat is gunstig. Wel een opmerking over het doodlopende eind (bij 7 vrijstaande en dubbele woningen) hier moet goed worden gekeken naar de keermogelijkheden. Bluswater is gebonden aan nutsstroken die aangelegd worden, hier moet nog over worden afgestemd. Voordeuren komen aan de binnenzijde. Voorkeur voor de nummering aan straatzijde ivm de hupdiensten. Groen is mooi maar wel een aandachtspunt. Opsnoeien van groen zodat weg toegankelijk blijft. Overstromingsrisico. Stukje communicatie opstellen voor de toekomstige bewoners. Kan zich voordoen bij ernstige situaties. Er moet rekening worden gehouden met de doorrijhoogte van 4,2 meter voor de hulpdiensten ivm groen. Als er plannen zijn voor groene gevels dan denken wij graag mee ivm brandveiligheid. Blusleidingen en aansluitpunten hiervan. Aandacht wordt gevraagd voor beheer en onderhoud hiervan (wie?) en overleg met Vitens voor het bepalen waar brandkranen geplaatst worden; dit wordt normaliter met een onderhoudscontract via de veiligheidsregio geregeld. Verzoek om VGGM te betrekken bij de plannen van Vitens.
Gemeentelijke gezondheidsdienst & Gemeentelijke Hulpverleningsorganisatie (GGD GHOR) Mooi plan. Zeker het groen doet veel voor de gezondheid zowel fysiek en mentaal. Er is veel ruimte voor ontmoeten en bewegen. Wat betreft het groen is het wel goed om bij verdere afwerking rekening te houden met bepaalde bomen die veel pollen verspreiden. Dus niet te veel van dat soort bomen. Rondom geluid wordt geadviseerd om goed te kijken waar slaapkamers worden geplaatst. Ook het plaatsen van warmtepompen kan geluidsoverlast geven.
Op 1350 meter van deze kavel staat een geitenhouderij. Hierdoor is verhoogde risico op longontstekingen vooral voor mensen met een kwetsbare gezondheid. Binnenkort volgt vanuit GGD GHOR een adviesrapport hierover.
Archeologische Dienst Zutphen Er is nog geen archeologisch vooronderzoek uitgevoerd. Het plangebied ligt op dezelfde zandrug als de vindplaatsen van Tricht en Groot Enghuizen waar 15 jaar geleden een grote opgraving is uitgevoerd met zeer belangwekkende resultaten. Het advies voor dit plangebied is om hier tijdig te starten met proefsleuvenonderzoek. Verkennende en karterende boringen worden overgeslagen omdat hier nooit echt duidelijkheid komt of er nu wel of geen vindplaats ligt, laat staan een goede begrenzing ervan. Bij Tricht manifesteerde de vindplaats zich niet in de boringen maar aan het oppervlak (zeer veel opgeploegd materiaal uit de vroege en volle middeleeuwen). De doorsnee-karteringen richten zich niet op oppervlaktekarteringen maar op boorgegevens. Op de archeologische beleidsadvieskaart (ADC 2009) staat dat een deel van het terrein destijds was afgeschreven vanwege een ‘verstoring’. Na raadpleging van het Actueel Hoogtebestand Nederland is onze conclusie dat het terrein waarschijnlijk nog geheel intact is. Er zijn geen ‘harde’ lijnen van ontgrondingen zichtbaar. Het terreindeel is dus waarschijnlijk onterecht als verstoord opgevoerd. Het advies is dan ook om ook dat terreindeel mee te nemen in het proefsleuvenonderzoek. Advies is het uitvoeren een proefsleuvenkartering (IVO-P, KNA-protocol 4003).
Daartoe zal een programma van eisen geschreven moeten worden dat ter goedkeuring aan de gemeente moet worden voorgelegd.
Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) De plannen hebben betrekken op grondgebonden woningen (gevolgklasse 1 Wkb: Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen). Dus dan zou het technische deel van het bouwen bij de kwaliteitsborger liggen dus dan moet t.z.t. een melding worden ingediend. Het is van belang is dat er een omgevingsplanactiviteit voor bouwen wordt ingediend. Dan moeten de standaard tekeningen worden aangeleverd. Afsluitend wordt door eenieder waardering uitgesproken over de plannen.
2. Aandachtspunten en op- en aanmerkingen, overleg 27-08-2025
Combi SION Aandacht wordt gevraagd voro het breedteprofiel (2 meter i.p.v. 1,8 meter) voor leidingen/nuts en voor wortels van groen. Verwezen wordt naar het Handboek kabels en leidingen UNOG (https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR709334?) en de daarin opgenomen bijlagen. Waaronder:
Liander De bestaande leiding van het onderstation aan de provinciale weg (welke dwars door het plangebied loopt) betreft laagspanning en is daarmee niet belemmerend voor deze ontwikkeling. Deze zou eventueel zelfs gesplitst kunnen worden ten behoeve van dit project. De ontwikkelaar stuurt na het overleg twee opties voor de nieuwe geluidwal rondom het bestaande onderstation toe met de vraag welke de voorkeur heeft. Conform eerder contact Liander en ontwikkelaar: ten noorden in het plangebied (kruising De Strijp) komt een nieuw onderstation. Indien toekomstige bewoners eigenaar worden van het semi-openbare gebied, dient een zakelijk recht op de gronden gevestigd te worden zoals bij VvE (gronden die niet in eigendom komen van gemeente).
Vitens Aandacht wordt gevraagd voor organische structuren. De leidingen die Vitens toepassen zijn meters lang en recht, waarbij bochten maken lastig is. Verder ligt ten oosten van de beoogde geluidswal een grote waterleiding. Indien de geluidswal wordt verschonen (na overleg provincie) moet hier goed naar gekeken worden (aftakken eind). Bebouwingen op onze leidingen zijn niet toegestaan (dus ook geen vlonders ter plaatse van de binnenterreinen). Dit geldt ook voor de andere partijen. Er zijn gesprekken tussen Vitens en WRIJ rondom het nieuwe rioolgemaal. Aangegeven dat ontwikkelaar en gemeente hier ook overleg over hebben. E.e.a. wordt gezamenlijk opgepakt.
Monet (antennes) Gemeente ligt toe recent een gesprek te hebben gehad met Monet inzake antenne installaties voor mobiele providers (en o.a. dekking alarmdiensten). Dit wordt in samenhang met andere woningbouwprojecten in woonwijk Beinum bekeken en waar nodig opgelost binnen plangebieden van andere projecten.
Bijlage 1: advies WRIJ
Indruk van waterelementen in plan:
Indruk DWA en HWA:
Indruk parkeren en verharding:
Geen aparte uitwerking van water nog.
Klimaatatlas:
Bij Koers neerslagextremen geen knelpunten
Openbare legger Waterschapsverordening:
Relevante Thema’s en wateraspecten: Klimaatadaptatie: •
Kwetsbare gebieden voor wateroverlast door extreme neerslag:
Het plangebied kent wateroverlast bij een lokale hevige bui (klimaatatlas). Houd hier rekening mee bij de ontwikkeling. Daarnaast mag er geen afwenteling plaatsvinden op de omgeving (bijv. voorkomen door extra waterberging) + vloerpeil en maaiveld. •
Toename verhard oppervlak bij nieuwbouw:
Er is sprake van toename verharding van meer dan 500 m2/ 1.500 m2. Halfverharding geldt ook als verharding. Paragraaf 3.5 is hier van toepassing: pagina 19-23. Hoe 70 mm kortdurende bui wordt geborgen (of datgene wat de gemeente heeft vastgelegd) is aan de gemeente, als er maar geen wateroverlast ontstaat. Daarnaast impact bij 131 mm in 48 uur (de langdurige bui t.b.v. het watersysteem), wat gebeurt er dan? Vertraagd afvoeren is het uitgangspunt van het waterschap. 60 mm bovenop de 70 mm waterberging voor kortdurende hevige bui. 1,6 l/s/h mag je afvoeren (131-28= ca 100 mm vertraagd af te voeren/ bergen = 30 mm extra per m2 verhard oppervlak): kan zijn dat extra maatregelen nodig zijn, bijv. bij dit plan aan einde van plangebied een verlaging om te voorkomen dat wateroverlast ontstaat. Is aan de initiatiefnemer om dit aan te tonen.
Dagelijks waterbeheer: •
Bodemeigenschappen: gebieden met hoge waterstanden (sterk fluctuerende grondwaterstanden, kans op verzakkingen klei of veen, slecht doorlatende laagtes, ingesloten laagtes, kwel):
Kan hier spelen: nog niet kunnen checken. Zie pg 26 - 27
Waterkwaliteit en ecologie: •
Op pagina 29 begint hoofdstuk 5 met ook de benoeming van ontwikkeling in stedelijk gebied: om rekening te houden met mogelijke kwetsbaarheid van de waterkwaliteit in droge perioden. “Met name ondiepe, kleine, stagnante en geïsoleerde wateren, zoals retentievijvers en moerasachtige watersystemen, kunnen gevoelig zijn voor droogval, stank en blauwalg en botulisme.” In dit plan komen diverse waterelementen voor, ook recreëren op het water. Gezien de problemen met waterkwaliteit bij andere vijvers e.d. in Beinum en de mogelijk sterk wisselende grondwaterstanden door de nabijheid van IJssel, is het advies om geen nieuw oppervlaktewater te creëren maar te kiezen voor groene varianten, zoals wadi’s;
•
Gebruik milieubelastende materialen (indien relevant PM):
Nieuwe functies mogen geen negatieve invloed hebben op de ecologische en chemische kwaliteit van het (grond)water. In het plan mogen geen functies worden gerealiseerd die tot verslechtering van de waterkwaliteit leiden. Zie pagina 30. •
Waterkwaliteit van afgekoppeld hemelwater (indien relevant PM):
Daarbij geldt dat de te lozen waterkwaliteit niet mag leiden tot verslechtering van het ontvangende water. Kan relevant zijn i.r.t. de wegen en het parkeren. Afvalwaterketen: •
Aanvoer huishoudelijk afvalwater op zuiveringstechnische werken. Zie pg 31-32
•
Bescherming RWZI, rioolgemalen, transportleidingen: Kan hier spelen: nog niet kunnen checken.
Overige wateraspecten: •
Georganiseerde recreatie en plaatsen van recreatieve objecten:
Wat zijn de plannen voor recreatie op/in/ aan water?
Advies: Het plangebied is kwetsbaar voor wateroverlast bij hevige buien. Houd hier rekening mee. Er mag geen afwenteling plaatsvinden op de omgeving. We adviseren hiervoor extra waterberging te creëren, bovenop de waterbergingsopgave die er ligt omdat er sprake is van toename verharding door het plan. Werk dit nader uit in een WHP. Houd er rekening mee dat westdeel lager ligt dan oostdeel.
Er zitten diverse waterelementen in het plan, ook voor recreatieve doeleinden. We adviseren geen nieuw oppervlaktewater te realiseren maar te kiezen voor groene varianten. Dit in verband met de waterkwaliteit bij droge en warme perioden. Afvalwater: nog checken/ PM i.r.t. capaciteit RWZI, aandachtspunten en beschermingszones. Bodemeigenschappen en grondwaterstanden, kwel e.d.: PM checken Wij verzoeken bovenstaande punten nader uit te werken in een WHP en hoe dit vastgelegd wordt in het omgevingsplan. Hiervoor verwijzen we naar de bijgevoegde beleidsnotitie, waarin ook links zijn toegevoegd naar relevante kaarten en bronnen en nadere informatie te vinden is over de gewenste nadere uitwerking van bijvoorbeeld de hemelwaterbergingsopgave. Graag ontvangen we de conceptuitwerking van de wateraspecten, zodat we hier nader op kunnen adviseren.
Bijlage 2: advies Provincie Gelderland
Geluidproductieplafonds, wettelijk kader Omgevingswet In de stukken wordt aangegeven dat er nog geen geluidproductieplafonds (afgekort gpp’s) door de provincie Gelderland zijn vastgesteld. Provinciale Staten hebben echter op 18-12-2024 gpp's vastgesteld en deze zijn per 1-1-2025 vigerend. Dat betekent dat het akoestisch onderzoek uitgevoerd moet worden op basis van de Omgevingswet, met het daarbij horende wettelijke kader voor nieuwbouw, de nieuwe “meet- en rekenmethode geluid wegen” (bijlage Ive Omgevingsregeling) en als brongegevens voor het op te stellen akoestisch rekenmodel de gegevens uit het CVGG, Het Centrale Voorziening Geluidgegevens (zie https://www.geluidgegevens.nl/geluidregister/uitleveren). Door het toepassen van de nieuwe rekenmethodiek die onder de Omgevingswet wordt toegepast, verwachten wij dat door verschillende wijzigingen in deze methodiek (meteocorrectie, verhogen emissies, zonder aftrek art. 110g Wgh) hogere geluidniveaus worden berekend. Ter compensatie van de wijzigingen wat betreft de aftrek art. 110g, is de voorkeursgrenswaarde (nu standaardwaarde) verhoogd van 48 naar 50 dB. Ontheffingen kennen we niet meer onder de Omgevingswet. Hogere niveaus kunnen worden toegestaan onder de omgevingswet (60 dB voor nieuwe woningbouw), daar hoeft geen hogere waarde procedure meer voor doorlopen te worden.
Wel dient bij een hoger geluidsniveau dan de standaardwaarde te worden voldoen aan een binnen-niveau van 36 dB. Bij overschrijding en treffen gevelmaatregelen dient het binnen-niveau wel teruggebracht te worden tot 33 dB. Onder de oude Wet geluidhinder kon voor binnenstedelijke situaties ontheffing worden verkregen tot 63 dB, vervangende nieuwbouw tot 68 dB. De aangegeven normering onder de Ow klopt.
Provinciale weg N338 Het klopt dat er al stil asfalt is aangelegd op de N338. Wat betreft de geluidswal en de locatie van deze geluidwal ten opzichte van de provinciale weg, deze vraag heb ik zoals besproken aan de omgevingstafel intern uitgezet voor advies vanuit onze afdeling mobiliteit.
RIVM kaarten De resultaten met de RIVM kaarten geven wellicht een vertekend beeld, aangezien deze redelijk gedateerd zijn (2021) en we ook niet weten wat in de berekeningen is meegenomen (is bv het stille asfalt op de N338 in deze berekeningen meegenomen?). De conclusies zijn zeer indicatief. Op de geluidreferentiepunten ter hoogte van het plan kom ik vanwege de N338 op een waarde van 55 à 56 dB. Deze referentiepunten liggen op 60 m vanaf de kantverharding. Op 30 m afstand zit je dan 3 dB lager, 52 dB. Op 15 m zit je dan ongeveer op 50 dB. Dit even globaal als indicatie voor het model waarmee de gpp’s zijn berekend.
Conclusie en aanbevelingen uit document Wij delen de conclusies en aanbevelingen.
Vervolgonderzoek Geluid Wij delen de inzichten m.b.t. het vervolgonderzoek. Hierbij geven we graag mee dat het ons inziens niet klopt dat er een rekenmodel voor huidig en toekomstig wegverkeer opgesteld dient te worden. Dit moest inderdaad bij een reconstructieonderzoek onder de Wet geluidhinder. Bij een onderzoek onder de Omgevingswet dien je echter de gegevens van het CVGG te downloaden en te importeren in de geluidsoftware. Dit dient als basis voor de bron. Hier wordt het plan aan toegevoegd en wellicht het tussenliggende gebied. Daar wordt het geluid op de gevels mee uitgerekend. Uitgangspunten geluidswal Het uitgangspunt dat wij als provincie hanteren bij geluidsvoorzieningen, is dat gemeenten en projectontwikkelaars hun plannen zodanig dienen in te richten dat benodigde geluidsvoorzieningen op eigen terrein worden gerealiseerd. Dit uitgangspunt hanteren wij consequent. Dit om de volgende redenen: •
Het zorgt voor een integrale aanpak waarbij de initiatiefnemer verantwoordelijkheid neemt voor de volledige impact van het project
•
Het voorkomt complexe eigendoms- en onderhoudskwesties op de langere termijn
•
Het draagt bij aan een duidelijke verdeling van verantwoordelijkheden tussen partijen
Het komt soms voor dat het om goed onderbouwde redenen niet mogelijk is om geluidsvoorzieningen op eigen terrein te realiseren. Dit dient dan met solide argumenten te worden onderbouwd. De onderbouwing kunnen wij dan bespreken en zorgvuldig beoordelen. Bij de beoordeling is een belangrijk aandachtspunt dat obstakelvrije zones rondom de provinciale weg te allen tijde vrij toegankelijk moeten blijven voor ons reguliere onderhoud. Dit betekent dat: •
Wij zonder belemmeringen toegang moeten hebben tot het areaal voor onderhoudswerkzaamheden
•
Er geen extra kosten voor ons ontstaan door beperkingen in de toegankelijkheid
•
Het reguliere onderhoudsregime niet wordt belemmerd door de gekozen oplossingen
•
Bomen en struiken voor het aanbrengen van een geluidsscherm niet worden gekapt of verwijderd
Vervolg We willen dus meegeven dat de geluidswal in principe op eigen terrein gerealiseerd zal moeten worden. Wanneer dit niet mogelijk is, willen we jullie vragen eerst (met inachtneming van bovenstaande informatie) te onderbouwen wat de specifieke omstandigheden zijn, waarom de geluidswal op provinciale gronden gerealiseerd zou moeten worden en of hierbij voldaan kan worden aan de eisen vanuit de obstakelvrije zones. Dan zou op basis van die uitwerking ook effectief het gesprek aangegaan kunnen worden.
Bijlage 3: Advies Circulus Voorwaarden plaatsen ondergrondse afvalcontainers (PvE): ➢ Container moet voor de gebruiker goed bereikbaar zijn, ook mindervalide (aanleg MIVA) Aan de inworpzijde dient een vrije ruimte van minimaal 1.20 meter te zijn. Denk aan veiligheid gebruikers met overige weggebruikers ➢ Vrije kraanruimte boven de container en opstelplaats inzamelvoertuig moet minimaal 12 meter zijn ( dus niet onder bomen, balkons, lichtmasten etc.) ➢ Maximale afstand hart kraan naar ondergrondse container is 6 meter. Denk wel aan afstempelen en de breedte van het voertuig ➢ Afstand tot gevel/balkon minimaal 5 meter ➢ Containers niet voor een raam plaatsen ➢ Voertuig kan alleen zijwaarts laden en niet aan achterzijde dit i.v.m. benaderen van de container ➢ Voorkeur plaatsen op gemeentegrond ➢ Niet plaatsen in of nabij een bocht (belemmering zicht overige verkeer) ➢ Buitenmaten betonput zijn: 180x180x 285 cm ➢ Plaatsen met zakkist (250x250 cm) ➢ Bij plaatsing van meerdere containers op een rij wordt tussen ruimte betonputten 45 cm gehanteerd.
Containers achter elkaar een loopruimte nodig van 1.20 m ➢ Bij containers op een rij minimaal 1.20 meter vrije ruimte voor gebruiker ( dus niet staan op rijbaan/fietspad , trottoir mag wel ➢ Alle betonputten moeten op gelijke hoogte geplaatst worden en ± 2 cm boven bestrating ( er mag geen water in de put lopen ) ➢ Locatie dient vrij te zijn van kabels, leidingen en riolering (± 2 meter ruimte tussen betonput en kabels/leidingen) ➢ Container moet bereikbaar zijn voor het ledigingvoertuig, draaicirkel ±14 meter ➢ Achteruit rijden ledigingvoertuig is niet wenselijk ➢ Ledigingvoertuig moet afstempelen, bestrating dienst hiervoor geschikt te zij Ontwerpcriteria vanwege inzamelvoertuig Maximale afmetingen van de ledigingsvoertuigen zijn: (l x b x h) ca. 12,0 m x 3,05 m x 4,20 m (inclusief achteruitkijkspiegels). Voor het insteken van het inzamelvoertuig is minimaal een breedte nodig van 13,5 meter. De lengte van het inzamelvoertuig bedraagt circa 12 meter; de breedte van het inzamelvoertuig bedraagt circa 3,05 meter (gemeten over de spiegels). De straal van de bocht dient minimaal 9,5 meter te zijn (draaicirkel over de bumper van het inzamelvoertuig). De verharding dient geschikt te zijn voor zwaar verkeer (maximale aslast 10 ton en totaal gewicht 40 ton).
Het voertuig moet bij de insteek over het trottoir en/of plantsoen kunnen oversteken met de belading (geen objecten zoals banken, lantaarnpalen, prullenbakken etc. in de draaicirkel) Onder deze voorwaarden is het voor de inzamelaar mogelijk om de inzamellocaties te bereiken.
Opstelling inzamelvoertuig •
Bij voorkeur OID en “trog” (= los-opening boven inzamelvoertuig) naast elkaar;
•
Nooit over de cabine heen kranen (werkterrein kraan is achter de cabine);
•
Obstakelvrije ruimte rondom OID’s en opstellingsplaats inzamelvoertuig is minimaal 12,0 m bij 7,0 m;
Opstelling OID’s vanaf kant weg •
overige fracties REST, PAPIER, PMD: achterkant OID maximaal 6,0 m vanaf kant weg;
Benodigde vrije hoogte boven de containers en opstelplaats ledigingsvoertuig (i.v.m. werk- en reikwijdte kraansysteem): •
Hoogte ledigingsvoertuig = 4,20 m;
•
Afmetingen container is afhankelijk van leverancier (bakhoogte max. 3,0 m);
•
Tilhoogte boven “trog” ledigingsvoertuig = max. 3,5 m (bovenkant kraan);
•
Totale werkhoogte kraan max.12 meter;
Het ledigingsvoertuig moet gestempeld kunnen worden. Voor minicontainer geldt onderstaande: Voor zijlader wijken geld dat er voor elke container 1 M vrije ruimte beschikbaar moet zijn. De “startruimte” zelf moet minimaal 4m zijn om het beladingssysteem vrij te kunnen gebruiken. Dus 2 M voor 2 containers en aan beide zijden 1 M vrije werkruimte. Dus bij zijlader heb je voor 1 container 4 M, zijn. Als er 15 containers geplaats moeten worden heb je +- 17 M beschikbare ruimte nodig in lengte. Dus geen verzamelplek Ook aan de achterzijde moet ruimte zijn, ook hier is 1 m vrije ruimte welkom, dit om schades aan schuttingen e.d. te voorkomen. De ondergrond moet vlak zijn, dus geen gras of zand. Voorkeur zijn tegels, het mogen ook gras keien zijn. Wel zie je dat daarbij de containers sneller omvallen tijdens het terugplaatsen, vandaar voorkeur voor vlakke ondergrond, dus zeg tegels of asfalt.