Bijlage 1: Onderzoeksrapport - Doesburg inclusief voor iedereen
Tekst van het document
DOESBURG LOKALE INCLUSIE Uitkomsten vraaggesprekken ………………………………………………..
DOESBURG INCLUSIEF VOOR IEDEREEN Actorenonderzoek in het kader van het inclusiebeleid Gemeente Doesburg juli 2021 Uitgevoerd door Zorgbelang Inclusief Jennifer van Leur
‘Geluk is: iemand om van te houden, iets om te doen en iets om op te hopen'. -
Het doel van Inclusie volgens een oud Chinees gezegde -
2
Samenvatting In 2016 heeft Nederland het VN-verdrag voor de Rechten van mensen met een beperking ondertekend. Hieruit vloeit voort dat elke gemeente een inclusieagenda dient op te stellen. Om input op te halen voor deze inclusieagenda heeft Zorgbelang Inclusief in gemeente Doesburg vraaggesprekken gevoerd met 19 inwoners, 3 ondernemers en 18 medewerkers van maatschappelijke organisaties. Hieronder worden de resultaten weergegeven. Hierbij is het model van de VNG aangehouden, die op het onderwerp inclusie acht thema’s onderscheidt: verkeer & vervoer, wonen, vrije tijd, instanties, financiën, werk & school, sociaal en geestelijk welbevinden.
Thema Verkeer en vervoer Wonen Vrije tijd Instanties Financiën Werk/school Sociaal Geestelijk welbevinden
Aantal mensen dat aangeeft op dit thema problemen te hebben met meedoen 13 11 9 8 6 4 4 2
De resultaten van de vraaggesprekken zijn besproken in een open bijeenkomst voor belangstellenden. In de bijeenkomst zijn de drie inclusiethema’s die het vaakst genoemd werden in de vraaggesprekken – verkeer & vervoer, wonen en vrije tijd - verder aangescherpt en geprioriteerd. Tevens is gevraagd naar mogelijke oplossingen voor de meest prangende vraagstukken en wie daarbij een bepaalde rol zou kunnen oppakken.
Verkeer
Prioriteit Het harde rijden in het centrum. Een openbaar invalidetoilet in het centrum. Goede informatievoorziening over de mate waarin gebouwen en voorzieningen toegankelijk zijn.
Oplossing De Gehandicaptenraad wil meedenken over het digitale toegankelijkheidsplatform Mensen met een beperking kunnen het bewustzijn van andere inwoners vergroten. Bijvoorbeeld door gastlessen te geven op scholen of een rolstoeltocht te organiseren waarbij mensen kunnen ervaren hoe dat is. Het is een kwestie van ‘opvoeden’ of voorlichten: spreek bijvoorbeeld een bedrijf, winkel of restaurant aan als het toilet niet bereikbaar is omdat het gebruikt wordt als opslag. Leg uit dat niemand het prettig vindt om hulp te moeten vragen om bij het toilet te komen, of om lang te moeten wachten voordat je op het toilet terecht kan. Mensen weten dit niet als ze het zelf niet hebben ervaren. 3
Wonen
Prioriteit Het oprichten van een voorziening die mensen helpt bij het onderhouden van woning en tuin. Duidelijke informatievoorziening waar dergelijke vormen van ondersteuning te vinden zijn. Het effenen van ongelijke stoepen en straten. Terugdringen van wachtlijsten voor aangepaste en toekomstbestendige woningen.
Oplossing Mensen moeten leren aan anderen hulp te vragen en aan te bieden. Doesburghelpt.nl is niet meer actief, maar er zijn ook andere kanalen denkbaar. Mensen kunnen leren hoe ze hulp van de gemeente en instanties kunnen vinden en aanvragen. Wijkplatforms kunnen een rol spelen in de informatievoorziening en het bemiddelen naar onderlinge hulp. Organisaties kunnen hun hulpaanbod vermelden in de Regiobode, deze wordt veel gelezen.
Vrije tijd
Prioriteit Verbeter de toegankelijk van de entree van verenigingsgebouwen en sportaccommodaties Agendeer het onderwerp inclusie bij verenigingen en organisaties en ondersteun ze waar nodig bij het opstellen en uitvoeren van een verbeterplan.
Oplossing Organiseer zelf laagdrempelige activiteiten in je buurt Zoek je buurman of buurvrouw actief op, ga eenzaamheid tegen. Het tijdschrift ‘Samen is gezelliger’ biedt inspiratie voor leuke activiteiten voor ouderen om samen te doen. Dit kan worden uitgebreid naar andere doelgroepen.
4
Leeswijzer Voor u liggen de uitkomsten van de interviews over inclusie die gehouden zijn in de gemeente Doesburg. De gemeente heeft opdracht gegeven tot deze interviews omdat zij uit de lokale samenleving input wil ophalen voor de op te stellen Inclusieagenda. De verplichting om een Inclusieagenda op te stellen komt voort uit het feit dat Nederland in 2016 het VN-Verdrag voor de rechten van mensen met een beperking heeft geratificeerd. Hieruit vloeit voort dat elke gemeente een inclusieagenda dient op te stellen. Zo ook gemeente Doesburg. Het VNVerdrag stelt hierbij dat de agenda ‘niet mag worden opgesteld over ons, zonder ons’. Met andere woorden, de mensen die het betreft moeten betrokken worden bij het opstellen van de agenda. Als eerste stap zijn wij daarom in gesprek gegaan met inwoners van Doesburg die een ziekte, aandoening of beperking hebben. Zij kunnen het beste aangeven waar zij tegenaan lopen en waaraan zij behoefte hebben. Op de tweede plaats is gesproken met lokale ondernemers. Met hen is gepraat over hoe zij bezig zijn met het thema Inclusie. De derde groep waarmee we in gesprek zijn gegaan zijn maatschappelijke organisaties. Wat ervaren zij in hun praktijk als het gaat om meedoen in Doesburg en hoe zien ze hun eigen rol en opgave daarbij? In dit rapport zijn per groep de bevindingen van de vraaggesprekken op een rij gezet.
Deze bevinden zijn eind juni besproken in een open bijeenkomst met geïnteresseerde inwoners. Hun aanvullingen zijn in het rapport opgenomen. Er wordt niet gepretendeerd dat de uitkomsten volledig zijn. Met name de coronacrisis maakte het bijzonder lastig om met mensen in gesprek te treden. Interviewen via beeldbellen is niet altijd optimaal en daarnaast hadden mensen ook andere zorgen aan hun hoofd. Niettemin denken we dat het rapport een goede opmaat kan zijn tot het komen tot een dynamische inclusieagenda waaraan verschillende mensen en partijen samen uitvoering kunnen geven.
5
1. De geïnterviewden Om de stand van zaken rond inclusie in Doesburg in kaart te brengen, is gesproken met drie typen belanghebbenden: 19 inwoners met een beperking, ziekte of aandoening 3 lokale ondernemersorganisaties 18 medewerkers van maatschappelijke organisaties De coronacrisis maakte het niet gemakkelijk om mensen te spreken te krijgen. Mensen waren ziek, of angstig om af te spreken. Buiten afspreken was niet voor iedereen een optie, aangezien de gesprekken plaatsvonden in de winterperiode. Verder was het aan de telefoon of per mail soms lastig uitleggen wat de bedoeling was van het interview. Dit maakte dat het interviewen meer tijd in beslag heeft genomen dan vooraf was gehoopt. Zo hebben we onder meer getracht om de jeugd te benaderen via scholen, en mensen uit de Turkse gemeenschap via de Moskee. Dit is helaas niet gelukt. “Bellen via de computer lukt mij niet, ik weet niet hoe dat moet. En mijn man is erg kwetsbaar. Dus ik wil niet binnen afspreken. Laten we buiten gaan wandelen, dan doen we wel een dikke jas aan en een mondkapje op.”
Inwoners
Hieronder bevonden zich veertien vrouwen en vijf mannen. Leeftijdsopbouw: o 4 twintigers / dertigers o 8 veertigers / vijftigers o 6 zestigers / zeventigers o 1 tachtigjarige Zes mensen wonen alleen, tien mensen wonen samen of bij hun ouders, en vijf geïnterviewden hebben thuiswonende kinderen. Drie mensen wonen begeleid. Eén persoon heeft een koopwoning, de rest woont in een huurhuis. Meeste geïnterviewden hebben meer dan één aandoening, beperking of ziekte. De meest voorkomende aandoeningen of beperkingen zijn: aandoeningen aan vitale functies (hart, longen, nieren), aandoeningen aan het bewegingsapparaat (botten, spieren, huid), een verstandelijke beperking, een psychische kwetsbaarheid, blind- of slechtziend en problemen met spraak. Ook geven vier mensen mantelzorg, vaak naast hun eigen werk en lichamelijke problemen. Ondersteuning: o 4 geïnterviewden ontvangen ondersteuning vanuit de Wmo o 3 mensen worden ondersteund vanuit de Participatiewet o 2 gezinnen ontvangen jeugdhulp o 5 huishoudens krijgen hulp vanuit de Wet langdurige Zorg o 4 mensen kregen op het moment van interviewen zorg vanuit de Zorgverzekeringswet 6
Ondernemersorganisaties Doesburg kent vier ondernemersverenigingen, met drie hiervan zijn gesprekken gevoerd. Dit betreffen: Centrumbelang Doesburg Ondernemershuis Hanzegilde Industriekring Doesburg Ondernemersnetwerk ZON heeft helaas niet gereageerd op ons verzoek om in gesprek te gaan. Ook hier is het mogelijk dat de coronacrisis alle aandacht vroeg van deze groep ondernemers en dat daardoor het contact niet tot stand is gekomen.
Maatschappelijke organisaties We hebben zoveel mogelijk maatschappelijke organisaties geprobeerd te benaderen, maar niet elke organisatie was in de gelegenheid om te reageren. Hierin speelde waarschijnlijk de coronacrisis een rol. Met de onderstaande organisaties is uiteindelijk contact geweest. Niet elke organisatie had de mogelijkheid om ons verder te verwijzen naar inwoners die we zouden kunnen interviewen.
Doesburg Beweegt Mee Oost-Gelderland Vit Mantelzorg Bibliotheek West Achterhoek Seniorenvereniging Doesburg Adviesraad Sociaal Domein STMR
Uniek Sporten Caleidoz Stichting Leergeld Doesburg Philadelphia Formulierenbrigade Stichting Gehandicaptenraad Doesburg Anadolu Moskee
“ Mijn beide medewerkers zijn ziek. Ik kan bij collega’s van hen vragen of zij cliënten kennen die in de doelgroep vallen van jullie onderzoek, maar ik kan helaas niets beloven . ”
7
2. Inwoners Om met inwoners in gesprek te gaan is een semigestructureerde vragenlijst opgesteld. Van elk gesprek is een verslag gemaakt en deze is naar de betreffende persoon toegestuurd om te checken of we alles goed hadden begrepen. Om de uitkomsten van de interviews te kunnen categoriseren hebben we gebruik gemaakt van de indeling die de VNG adviseert bij het opstellen van een inclusieagenda. Zij onderscheidt zes thema’s, die voor het onderzoek zijn vertaald naar: wonen, werk/school, financiën, sociaal, vrije tijd en verkeer en vervoer. Op basis van de gesprekken hebben wij hier nog twee thema’s verbijzonderd, namelijk geestelijk welbevinden en contacten met instanties. Hieronder is te zien hoeveel respondenten problemen ervaren op deze - in totaal acht – thema’s. Thema Verkeer en vervoer Wonen Vrije tijd Instanties Financiën Werk/school Sociaal Geestelijk welbevinden
Aantal mensen dat aangeeft op dit thema problemen te hebben met meedoen 13 11 9 8 6 4 4 2
Verkeer en vervoer Verkeer en vervoer worden het vaakst genoemd als onderwerpen waarop het in Doesburg lastig is mee te doen. De belangrijkste punten hierbij zijn: De op- en afritten: met name in het centrum maar ook in de wijk Beinum zijn deze niet goed (scheef) aangelegd waardoor het lastig is deze te gebruiken met een rolstoel of een rollator. De kans op (om)vallen is aanwezig. De bestrating: de kinderkopjes in het centrum maken dat mensen met een scootmobiel, rolstoel of een rollator instabiliteit ervaren. Ze worden als het ware heen en weer geschud. De vervoersmiddelen die via de gemeente worden verstrekt, hebben onvoldoende goede vering om dit op te vangen. Mensen die het kunnen financieren, kopen daarom zelf hun vervoersmiddel. De parkeergelegenheden in en rond het centrum zijn op te grote afstanden van de winkels. Het aantal parkeerplaatsen voor mensen met een invalideparkeerkaart is te laag. Ook ervaart men ook dat parkeren voor de supermarkt lastig wordt doordat er regelmatig te veel fietsen worden gestald. Obstakels: in de binnenstad staan op diverse plekken obstakels op de stoepen. Dit zijn vaak fietsen of bakken met koopwaar. Dit maakt het gevaarlijk voor mensen die slechtziend of blind zijn en lastig voor mensen in een rolstoel of scootmobiel. 8
In de wijk Beinum zijn stoepen verzakt en liggen tegels ongelijk of los. Mensen met een vervoershulpmiddel of mensen die slechtziend of blind zijn, ervaren hier een verhoogd valgevaar.
Overige punten die minder vaak zijn genoemd, betreffen: De helling op de IJsselkade is te stijl voor een scootmobiel, rollator of rolstoel. Van de kade naar het centrum gaan is lastig vanwege trappen en bruggetjes die niet toegankelijk zijn. Mensen met een verstandelijke beperking geven aan dat ze bepaalde verkeerspunten gevaarlijk vinden en daar niet goed durven te fietsen Ook ervaren ze het centrum in de zomermaanden als druk, in de zin van te veel prikkels. Als in bussen niet wordt omgeroepen bij welke halte men is en wat de volgende halte zal zijn, wordt het moeilijk voor een blinde of slechtziende om zich te oriënteren. De bewegwijzering en markeringen voor blinden en slechtzienden ontbreken. Er is behoefte aan een openbaar invalidetoilet in het centrum. Het toilet dat er nu staat, ligt te ver afgelegen voor mensen met bepaalde aandoeningen of beperkingen.
“ Als mijn man met de scootmobiel naar buiten gaat, moet hij vooraf zijn route plannen. In de wijk De Ooi zijn er voldoende op- en afritten, maar in Beinum en op de Rooseveltsingel zijn er echt te weinig.”
Wonen
Afval: veruit het meest genoemde punt op het thema wonen betreft de inzameling van het afval. Dit is recent veranderd, waarbij inwoners hun zakken met restafval naar een ondergrondse container moeten brengen. Deze plekken zijn op een te grote loopafstand, gezien het aantal zakken en het gewicht dat daarbij hoort. Mensen die slecht ter been zijn, moeten anderen vragen om hun afval weg te brengen of gebruik maken van een hulpmiddel als een bolderkar. In een rolstoel zijn de containers te hoog om ze simpel te kunnen openen. Rondom te containers bevindt zich regelmatig afval waardoor het lastig is om er goed dichtbij te kunnen komen. Daar waar nog wel huis aan huis containers gebruikt worden, zijn deze bakken te hoog om ze zelf aan de straat te kunnen zetten als je in een rolstoel of scootmobiel zit. Sociale cohesie: bewoners van De Marke – een woongroep van stichting Philadelphia in de wijk Beinum - geven aan dat de verstandhouding met de buurt niet optimaal is. Als er iets vervelends gebeurt in de buurt, wordt volgens hen te snel naar de bewoners van De Marke gewezen. Ze voelen zich niet geheel geaccepteerd door of onderdeel van de buurt. Ook zeggen ze ook niet te worden begroet door hun buurtbewoners. Bereikbaarheid woningen IJsselkade: doordat het appartementencomplex aan de kade aan de buitenzijde omgeven is door trappen, zijn de woningen lastig bereikbaar.
Dat is vervelend voor mensen en bezoekers die slecht ter been zijn. Als zijnde het meest zorgwekkend wordt genoemd dat het complex lastig te betreden is door hulpdiensten. De liften zijn lastig bereikbaar, de draaicirkels nauw en de garage (de toegang tot de lift) kent een helling die redelijk stijl is.
9
Andere, minder vaak genoemde punten zijn: Onderhouden van de woning en tuin en het doen van het huishouden kan lastig zijn als je een beperking, ziekte of aandoening hebt. Hierin wordt niet veel ondersteuning ervaren vanuit de Wmo of de woningbouwcorporatie. Bij de Wmo geldt dat als men net te veel inkomen heeft, moet de inwoner deze kosten zelf betalen, waardoor er onder de streep minder overblijft dan iemand die wel een indicatie krijgt. Dit zou beter moeten worden gecheckt bij een aanvraag. Ook zou de woningbouwcorporatie meer aandacht mogen hebben voor woningen die dreigen te verwaarlozen. Een gezonde en goed onderhouden woonomgeving verhoogt de draagkracht van mensen. Hetzelfde geldt voor het financieren van aanpassingen aan de woning zodat men daar kan (blijven) wonen met een ziekte, aandoening of beperking. De wachttijd voor een geschikte huurwoning is lang. Mensen met een beperking in de mobiliteit geven aan dat zij te weinig voor hun huis kunnen parkeren.
“ De huurwoningen zijn vochtig. Dat is niet goed voor mensen met luchtwegklachten. Ook hebben we de woningbouwcorporatie gevraagd of ze in de buurt losliggende of ontbreken tegels konden vervangen. Maar er gebeurt weinig. Datgene wat ze doen, doen ze zo goedkoop mogelijk. Het buitenschilderwerk is in slechte staat. Mensen die ziek zijn of weinig geld hebben, hebben niet de middelen om dit zelf op te pakken. Ik help mijn ouders en buren waar ik kan, maar het houdt ergens op. ”
Vrije tijd Mensen hebben behoefte aan vrijetijdsbesteding. Door deel te nemen aan het verenigingsleven leer je mensen kennen, heb je een zinvolle tijdbesteding en kun je je talenten ontplooien. Toch is dit niet voor iedereen in Doesburg vanzelfsprekend. De meeste mensen die we hebben gesproken, zijn niet lid van een vereniging of vrijetijdsorganisatie.
Omdat Doesburg klein is, is het niet gemakkelijk om een vereniging te vinden die aansluit bij de interesses van mensen. Maar reizen naar bijvoorbeeld Dieren (of nog verder) om een verenging te vinden die wel bij je interesses aansluit, kost geld. Bovendien is het openbaar vervoer vanuit Doesburg niet optimaal. De bestaande verenigingen hebben niet altijd de benodigde faciliteiten. Denk aan markering voor blinden of slechtzienden, prikkelarme uren of koffiemomenten in de middag voor mensen die ’s ochtends extra tijd nodig hebben om op te starten. De verenigingen draaien voornamelijk op vrijwilligers. Deze hebben vaak niet voldoende expertise om mensen met een beperking, aandoening of ziekte om de juiste manier te begeleiden bij een training of activiteit. Verenigingen hebben vaak al moeite genoeg om vrijwilligers te vinden, laat staan dat ze deze mensen vrij kunnen maken voor een meer intensieve 1-op-1 begeleiding. Verder worden lotgenotencontacten gemist. Het is niet leuk om het enige lid of de enige deelnemer met een bepaalde beperking. Er is geen herkenning en daarnaast is het lastiger om voor één persoon te vragen om bepaalde aanpassingen of ondersteuning. Ook hier 10
speelt mee dat Doesburg klein is en dat daarmee de kans niet groot is om ergens aan te kunnen sluiten waar iemand dezelfde beperking, aandoening of ziekte heeft.
“ In mijn familie speelt iedereen saxofoon. Ik denk dat ik dat ook kan, want ik kan goed zingen. Ik wil het graag leren om mijn opa trots te maken. Maar mijn ouders zeggen dat het voor mij te lastig zal zijn. En er is niemand die tijd genoeg heeft om het mij te leren. ” (Minthe, 19 jaar, heeft een verstandelijke beperking).
Instanties Als je een beperking, aandoening of beperking hebt, is de kans redelijk groot dat je in contact komt met instanties. Een dergelijk contact is in de basis ongelijkwaardig: je hebt ondersteuning nodig die je zelf niet geheel kunt financieren en bent voor toekenning en uitvoering afhankelijk van een of meer andere partijen.
De meest genoteerde uitspraak op dit thema is dat het contact met instanties veel energie vraagt. Energie die mensen niet altijd hebben. De energie gaat op aan zaken als: tegenstrijdige communicatie, uitpluizen van regelingen, uitzoeken welke zorg de juiste is voor de specifieke aandoening, afstemmen van verschillende soorten zorgverlening, rechtzetten van misverstanden, doen van een aanvraag en het in bezwaar gaan tegen afwijzingen. De geïnterviewden geven aan dat het bij welzijnsvragen aanzienlijk scheelt als ze een klantmanager bij de gemeente hebben die actief meedenkt en langere tijd met het gezin optrekt. Daarbij is het een pluspunt als je de juiste mensen bij de gemeente kent, zo wordt gezegd. Toch wordt ook benoemd dat men bij klantmanagers een verschil aan inzet bemerkt: de ene ambtenaar gaat verder in meedenken en meehelpen dan de ander. Indien meerdere vormen van zorg en welzijn worden gecombineerd (ondersteuning en financiering over meerdere domeinen heen), is het lastig voor mensen om goed regie te blijven voeren op de situatie. Tenslotte wordt binnen dit thema benoemd dat de digitale informatie van de gemeente niet op alle punten toereikend is voor mensen die blind of slechtziend zijn. Dit geldt ook voor publieksplekken als de apotheek, dokterspost en voor sportverenigingen. “Mijn kind is ernstig meervoudig beperkt en krijgt veel zorg en hulp.
Niet alleen van de gemeente, maar ook vanuit de zorgverzekering, wet langdurige zorg, jeugdhulp en onderwijs. Ik heb nog niet meegemaakt dat een hulpverlener of iemand van de gemeente overal alles van af weet. Terwijl zo’n spin in het web persoon zo hard nodig is. De regels en wetgeving zijn zo complex. En dan heb ik eindelijk iemand die wel goed de weg weet, dan vertrekt die persoon weer. Hetzelfde geldt voor de hulp. Heb ik eindelijk hulp gevonden die goed past bij mijn kind, moet de gemeente weer de hulp opnieuw aanbesteden. Een complexe situatie zoals die van mijn kind, vraagt juist om zorgvuldige, langdurige afstemming. “
11
Financiën Mensen geven aan beperkingen te ervaren in hun financiële middelen. Dat speelt onder meer bij mensen die moeten rondkomen van een uitkering; gezinnen die vanwege ziekte, aandoening of beperkingen maar één kostwinner hebben; of ouders die niet volledig kunnen werken omdat zij meer dan de gebruikelijke zorg aan hun kind moeten verlenen. De kosten van het vervoer zijn regelmatig een pijnpunt voor mensen met een ziekte, aandoening of beperking. Ze maken meer medische kosten maar ook kosten voor hulpmiddelen en aanpassingen. De kosten voor aangepaste vrijetijdsbesteding zijn vaak ook hoger omdat het meer specialistische begeleiding vraagt en de groepen kleiner zijn. Met name wanneer mensen vanwege hun inkomen nét niet in aanmerking komen voor financiële ondersteuning, houden zij onder de streep maandelijks te weinig over om rond te kunnen komen. “Ik heb nu een WAO-uitkering en straks krijg ik AOW. Omdat ik ook nog geld krijg vanuit het pensioen van mijn overleden partner, heb ik net te veel inkomen om voor gemeentelijke regelingen in aanmerking te komen. Maar de gemeente ziet niet dat mijn kosten vanwege mijn ziekte hoger zijn dan gemiddeld. Zo is de verzekering van mijn aangepaste auto aanzienlijk hoger dan die van een normale auto, om maar iets te noemen. Ik heb het geluk dat ons huis al een heel eind is afbetaald. Waarschijnlijk kan ik dan nét rondkomen.
Ik probeer me maar niet te veel zorgen te maken over de toekomst.”
Werk en school Werk en school zijn belangrijk, zo zeggen de respondenten. Het zijn de plekken waar ze andere mensen ontmoeten. Ze leren of doen er dingen die hen een gevoel van zingeving bieden. En door te werken of naar school te gaan hebben ze een duidelijke structuur in hun dagelijks leven. Toch is het zoeken naar de juiste school of werkplek niet altijd gemakkelijk als iemand een beperking, ziekte of aandoening heeft. Het is als zoeken naar twee puzzelstukjes die in elkaar passen. En daarvoor is Doesburg eigenlijk te klein. Niet voor elke aandoening of beperking is een lokale oplossing voor handen. Dat betekent dat mensen buiten Doesburg op zoek moeten naar een geschikte school of werkplek. Daarbij worden diverse hindernissen ondervonden: Busvervoer dat niet toegankelijk genoeg en duur is waardoor mensen niet naar hun werk of school kunnen reizen. Werkgevers die wel willen meedenken maar onvoldoende financiële middelen of kennis hebben om het werk op maat te kunnen aanpassen. Scholen die niet altijd de middelen en kennis in huis hebben om kinderen met specifieke aandoeningen te kunnen ondersteunen bij het leren. Mensen geven aan dat ze begrijpen dat binnen de gemeente Doesburg niet alle oplossingen voor handen zijn. Daarom zou meer moeten worden ingezet op regionale samenwerking en afstemming.
Niet alleen inhoudelijk, maar ook op het gebied van indiceren en toewijzen van ondersteuning. Gemeenten kunnen nu enkel indiceren voor hun eigen inwoners en voor hulp die binnen de eigen gemeentelijke grenzen voor handen is. Dit bemoeilijkt de regionale afstemming. 12
Sociaal Vier mensen hebben aangegeven dat zij op sociaal vlak niet meedoen: Ze komen niet tot sociale contacten omdat hun aandoening of beperking veel tijd opslokt of hen de energie ontneemt om nog mensen te ontmoeten. Ze nemen niet deel aan het sport- of verengingsleven en weten niet hoe ze een andere manier mensen kunnen leren kennen. Er is schaamte om aan te geven dat iemand zich eenzaam voelt. Ook is er schaamte of onzekerheid om gebruik te maken van digitale of persoonlijke bemiddeling.
“In de ochtend heb ik drie uur nodig om mijn lichaam weer werkend te krijgen, me te douchen en aan te kleden. Daar krijg ik hulp bij. Daarna eet ik een boterham. Tegen het middaguur ben ik hiervan zo moe dat ik moet rusten. Rond 1500u ben ik weer een beetje opgeknapt. Dan doe ik mijn administratie of wat dingen in het huishouden die de hulp niet doet. Vervolgens ga ik koken, eten en afwassen. En dan is mijn energie weer op voor die dag. Ik kijk nog even TV en ga dan naar bed. Mijn familie of beste vriendin spreek ik vooral via WhatsApp. Zij wonen niet in Doesburg.”
Geestelijk welbevinden Twee mantelzorgers hebben aangegeven dat hun geestelijk welbevinden lijdt onder de aandoening of beperking in hun gezin. Hierbij gaat het om complexe zorgsituaties waar mensen overvraagd worden en te kampen hebben met een (dreigende) burn-out of depressie. Dit maakt dat ze minder of (tijdelijk) niet in staat zijn om te werken, het huishouden te voeren en/of te mantelzorgen..
“De aanvraag huishoudelijke hulp werd afgewezen. Ik moest ’s ochtends daardoor allerlei dingen extra doen zodat mijn man geen infecties zou oplopen, zoals het toilet en de douche schoonmaken en het bed verschonen. Maar ik had al anderhalf nodig om mijn man aan te kleden en ontbijt te geven. Ik werkte avonddiensten in de zorg omdat we inkomen nodig hadden en ik zo overdag voor mijn man kon zorgen. Maar toen de huishoudelijke hulp werd afgewezen, kwam ik in een depressie terecht. Mensen weten echt niet hoe het is .”
13
3. Ondernemers Met drie ondernemersverenigingen is gesproken over inclusie. De belangrijkste opvallendheden worden in dit hoofdstuk genoemd.
Inclusie wordt een belangrijk thema gevonden Inclusie is een onderwerp dat met name wordt herkend bij winkeliers en in de industrie. Het is een onderwerp dat leeft. Het gaat bij inclusie om het creëren van een win-win situatie: wat goed is voor de klant, bezoeker of werknemer is ook goed voor de ondernemer. Een onderneming moet bovendien gezond zijn en blijven. Zo is Centrumbelang Doesburg samen met de gemeente een nieuw vijfjarenplan voor het centrum aan het ontwikkelen waarin het thema inclusie zal worden geïntegreerd. Bij ZZP’ers in de dienstensector ligt de situatie enigszins anders. De klanten of opdrachtgevers wonen niet altijd in Doesburg en veel diensten worden buiten Doesburg verleend. In de industrie zijn steeds meer mensen werkzaam die vanwege een beperking, aandoening of ziekte een afstand hebben tot de arbeidsmarkt. Deze mensen verrichten werkzaamheden die bij hen passen. Waar nodig worden ook de arbeidsomstandigheden aangepast. Het is voor iedereen belangrijk om waardevol werk te kunnen doen. Hierbij wordt wel gesignaleerd dat deze groep mensen hun werkzaamheden vaak nog apart uitvoeren van het reguliere werkproces, dus in een beschermde omgeving. In de ideale situatie zouden gezonde mensen en mensen met een beperking samen aan één productielijn moeten kunnen werken. Daarmee worden fabrieken een betere afspiegeling van de samenleving.
“ Ik heb ook in Japan gewerkt voor een fabriek waar mensen met een beperking werken. Die worden niet als bijzonder behandeld. Ze krijgen wel een woning toegewezen naast de fabriek en de fabriek zelf is aangepast. Maar verder zijn het gewone werknemers aan wie de normale eisen worden gesteld. Dat vind ik zo’n mooi voorbeeld!”
In het dagelijks werk lopen ondernemers weinig tegen inclusievraagstukken aan Opvallend is dat winkeliers en ZZP’ers aangeven weinig tegen inclusievraagstukken aan te lopen. Er zijn bepaalde punten bekend bij Centrumbelang Doesburg die het centrum minder toegankelijk maken voor mensen met een beperking. Hierbij gaat het om de entrees tot de winkels die verhoogd zijn ten opzichte van het straatniveau en stoepen die ongelijk zijn maar ook door sommige winkeliers worden vol gezet met reclame. Ook is bekend dat het invalidetoilet zich op een te grote afstand van het centrum bevindt. Bij evenementen worden echter weinig vragen neergelegd bij winkeliers opdat mensen met een beperking het evenement kunnen bezoeken. Het enige wat wordt gevraagd is om vrijwillig
14
verkeersregelaars in te zetten die mensen met beperkingen parkeerplekken aanwijzen waar ze kunnen parkeren. Doordat in de huidige tijd de vacatures relatief goed worden ingevuld, is de urgentie om zich in het thema inclusie te verdiepen niet altijd voelbaar. Er is geen echte noodzaak om hierin te verdiepen. Dat wil niet zeggen dat inclusie niet belangrijk is, maar wel dat wellicht moet worden nagedacht welke benadering aansluit bij de diverse soorten ondernemers.
“ In al die jaren zijn hier misschien twee keer mensen geweest die in een rolstoel zaten en mijn winkel niet binnen konden komen. Die help je dan even, dan komt het ook goed.”
Men vraagt zich af welke inclusie-aspecten beïnvloedbaar zijn door ondernemers Aansluitend op de vorige paragraaf, stellen ondernemers de vraag wat hun rol is of zou moeten zijn als het gaat om inclusie. Daarbij benoemen zij dat er zaken zijn die buiten hun invloedsfeer vallen. Vaak zijn dit zaken waarvoor vergunningen nodig zijn of die onder de verantwoordelijkheid van de gemeente vallen. Zo mogen de rijksmonumenten in het centrum niet zomaar worden aangepast of de op- en afritten van stoepen worden aangepakt. Ook een bewaakte fietsenstalling met elektrische oplaadpunten voor onder andere scootmobielen mag niet zomaar worden gebouwd. Wat zijn zaken waarop ondernemers wel invloed kunnen uitoefenen? Belangrijk is om te werken aan bewustwording. Deze kan worden vergroot door het thema inclusie zelf te agenderen. Hierbij kunnen vragen worden gesteld als: o Welke rol speelt een inclusieve samenleving in jouw werk? o Hoe werkt het thema inclusie door in jouw relaties met opdrachtgevers en collega’s? o Hoe kun je jouw werk anders inrichten zodat je ook andere type klanten kunt bedienen, mensen die je nu nog niet bedient? Daarbij is het zaak om onderscheid te maken naar de verschillen soorten ondernemers. Winkeliers benaderen inclusie vanuit de wens zoveel mogelijk klanten te krijgen of om een goede opvolging te vinden voor hun zaak.
De industrie wil een inclusieve werkgever zijn. En Zzp’ers hebben wellicht meer gevoel bij inclusie vanuit maatschappelijk verantwoord ondernemen. De meest concrete tip die is gegeven, betreft de zogenaamde ‘groene duimen’ die de Stichting Gehandicaptenraad Doesburg toekent aan ondernemers die hun zaak qua inclusie goed op orde hebben. Het zou mooi zijn als zoveel mogelijk ondernemers zo’n groene duim zou hebben.
15
4. Maatschappelijke organisaties Er is gesproken met diverse maatschappelijke organisaties in Doesburg. Uit deze gesprekken kwamen de onderstaande thema’s boven drijven.
Inclusie is een luxe Meerdere keren is de relatie benoemd tussen armoede en inclusie. Mensen die veel moeite moeten doen om financieel rond te komen, hebben in hun hoofd geen ruimte om bezig te zijn met meedoen op andere terreinen van inclusie zoals bijvoorbeeld werk of vrije tijd. Daarnaast is het ontbreken van financiële middelen de reden dat mensen hun woning niet goed kunnen onderhouden, niet lid zijn van een vereniging of geen geld hebben om met de bus te reizen. Investeren in armoede is investeren in inclusie. De basisbehoeften van mensen - inkomen en een dak boven je hoofd moeten zijn vervuld om andere zaken aan te kunnen pakken. Er wordt gepleit voor een integrale inclusieaanpak, over diverse beleidsterreinen heen, waarbij vooral de relatie met het beleidsterrein Werk & Inkomen belangrijk is. Extra aandacht gevraagd voor migranten of Doesburgers met een niet-westerse afkomst, gezinnen met schulden en werkende armen.
“ We moeten niet onderschatten wat geldproblemen kunnen doen met mensen. Vooral kinderen uit gezinnen waar armoede heerst, zijn een kwetsbare doelgroep. Ze worden op school buiten gesloten door klasgenoten, hun ouders zijn emotioneel minder beschikbaar en ze kunnen niet naar een sport voor ontspanning”
Inclusie of integratie? In de gesprekken hebben maatschappelijke organisaties de gewetensvraag gesteld in hoeverre (volledige) inclusie realistisch en haalbaar is. Of het is een ideaalbeeld? Het hebben van een aandoening, beperking of ziekte heeft misschien een grotere invloed op mensen dan beleidsmakers denken. Inclusie is niet enkel een kwestie van dingen eenmalig goed regelen. Inclusie vraagt veel tijd, geld en deskundigheid. Vaak is er langdurige, individuele ondersteuning nodig. Mensen zetten daarin vaak kleine stapjes vooruit. Dat sluit niet aan bij het tempo dat de samenleving verwacht. Ook schamen mensen zich voor het feit dat ze niet goed kunnen meekomen. Is integratie in dat geval niet meer haalbaar en realistisch dan inclusie?
“ Ik heb enkele cliënten die het eigenlijk fijn vinden dat ze minder hoeven in coronatijd. Die hebben daarvoor blijkbaar een soort druk van buitenaf gevoeld om mee te moeten doen. Participatiedwang of zo. Nu hebben ze meer rust aan hun hoofd.”
16
Inclusie in coronatijd De coronacrisis heeft een aantal zaken rond inclusie aan het licht gebracht. Op de eerste plaats zijn er in Doesburg mooie initiatieven ontstaan die inwoners helpen om de crisistijd goed door te komen. Hierbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld belcirkels of boodschappendiensten. Hierdoor is voorkomen dat bepaalde doelgroepen buiten spel kwamen te staan. De wens is geuit om te kijken hoe deze inclusie bevorderende initiatieven kunnen worden gestimuleerd als straks de crisis voorbij is en de samenleving weer open gaat. De coronacrisis heeft echter ook ervoor gezorgd dat ouderen moeilijker bereikbaar waren. Thuisbezoeken waren in deze periode niet mogelijk en de ouderen bleken digitaal niet vaardig genoeg te zijn. Hetzelfde geldt voor de groep zorgmijders. Zij werden nog minder zichtbaar doordat de scholen dicht waren en ze nog minder dan normaal de huisarts bezochten. Het gevolg hiervan is dat zorg uit werd gesteld, problemen niet altijd vroeg konden worden gesignaleerd, doorverwijzing lastiger was en de eenzaamheid toenam. Maatschappelijke organisaties hebben geprobeerd om hiervoor oplossingen te vinden, maar de situatie blijft zorgelijk.
“ Ik heb me wel zorgen gemaakt om een paar cliënten. Bellen is toch anders dan mensen zien. Je kunt minder goed inschatten hoe het met ze gaat. En als je dan weet dat ze het vóór corona al zwaar hadden, en je weet dat ze verder weinig mensen om zich heen hebben… Dan hoop je maar dat ze je genoeg kennen en vertrouwen om vanaf afstand toch om hulp te vagen. ”
17
5. Bespreking van de resultaten Bijeenkomst 24 juni Op 24 juni zijn de resultaten uit de interviews besproken met geïnteresseerden. Mensen zijn persoonlijk aangeschreven en tevens heeft de gemeente berichten geplaatst op sociale media en in de Regiobode. Uiteindelijk hebben 24 mensen deelgenomen aan de bijeenkomst. De wethouder en betrokken ambtenaar van de gemeente waren bij de bijeenkomst aanwezig. De bijeenkomst was inclusief qua opzet: Alle communicatie was op niveau A2. De schriftelijke communicatie was zowel in PDF als in Word opgemaakt zodat het herkenbaar was voor digitale voorleesprogramma’s voor blinden en slechtzienden. Voor de cliënten van woongroep De Marke was ondersteuning geregeld via hun begeleiders. De deelnemers hebben vooraf een instructie gemaild gekregen over het vergaderen via ZOOM. Er was telefonische achterwacht voor mensen die niet goed hun weg weten te vinden op hun computer. Deelnemers konden voorafgaand aan de bijeenkomst aangeven of ze naast het bovenstaande nog andere vormen van ondersteuning nodig hadden om deel te kunnen nemen. Tijdens de bijeenkomst is gewerkt met kleine groepen met begeleiders die gewend zijn om op een inclusieve wijze gesprekken te leiden. In de bijeenkomst is met mensen gesproken over de drie thema’s die het meest zijn genoemd in de interviews. Dit waren: verkeer & vervoer, wonen en vrije tijd.
Bij elk thema zijn drie vragen gesteld aan de aanwezigen: 1. Wat mis je nog, waar loopt inclusie nog meer spaak? 2. Wat zou als eerste moeten worden opgepakt? 3. Wat kan jij doen om Doesburg op dit thema inclusiever te maken? Hieronder zal voor de drie besproken thema’s de uitkomsten van de bespreking worden weergegeven.
Verkeer & vervoer 1. Wat mis je nog? De bestrating op de lage IJsselkade is niet toegankelijk voor mensen in een rolstoel of scootmobiel. Het is hobbelig en dat veroorzaakt instabiliteit als je erover heen rijdt of daar loopt met een rollator. De verkeerssituatie in het centrum is onoverzichtelijk. Er wordt te hard gereden in het centrum. Dit maakt mensen die zich al niet veilig voelen in het verkeer, nog meer onzeker over hun verkeersdeelname.
18
Er is geen digitaal platform waarop mensen kunnen nagaan welke voorzieningen en gebouwen in Doesburg toegankelijk zijn.
2. Wat zou als eerste moeten worden opgepakt? Het hard rijden in het centrum. Een openbaar invalidetoilet in het centrum. Goede informatievoorziening over de mate waarin gebouwen en voorzieningen toegankelijk zijn. 3. Wat kan jij doen om Doesburg op dit thema inclusiever te maken? De Gehandicaptenraad wil meedenken over het digitale toegankelijkheidsplatform Mensen met een beperking kunnen het bewustzijn van andere inwoners vergroten. Bijvoorbeeld door gastlessen te geven op scholen of een rolstoeltocht te organiseren waarbij mensen kunnen ervaren hoe dat is. Het is ook een kwestie van ‘opvoeden’ of voorlichten: spreek bijvoorbeeld een bedrijf, winkel of restaurant aan als het toilet niet bereikbaar is omdat het gebruikt wordt als opslag. Niemand vindt het prettig om hulp te moeten vragen om bij het toilet te komen, of om lang te moeten wachten voordat je op het toilet terecht kan. Mensen weten dit niet als ze het zelf niet hebben ervaren.
Wonen 1. Wat mis je nog? Buurtbemiddeling werkt niet optimaal in Doesburg. Er zijn te weinig toekomstbestendige woningen. Er wordt te weinig uitgedaan op en rekening gehouden met mensen die niet digitaal vaardig zijn. 2. Wat zou als eerste moeten worden opgepakt? Het oprichten van een voorziening die mensen helpt bij het onderhouden van woning en tuin. Duidelijke informatievoorziening waar dergelijke vormen van ondersteuning te vinden zijn. Het effenen van ongelijke stoepen en straten. Terugdringen van wachtlijsten voor aangepaste en toekomstbestendige woningen. 3. Wat kan jij doen om Doesburg op dit thema inclusiever te maken? Mensen moeten leren aan anderen hulp te vragen en aan te bieden. Doesburghelpt.nl is niet meer actief, maar er zijn ook andere kanalen denkbaar. Mensen kunnen leren hoe ze hulp van de gemeente en instanties kunnen vinden en aanvragen. Wijkplatforms kunnen een rol spelen in de informatievoorziening en het bemiddelen naar onderlinge hulp. Organisaties kunnen hun hulpaanbod vermelden in de Regiobode, deze wordt veel gelezen.
19
Vrije tijd 1. Wat mis je nog? De entree van verenigingsgebouwen en sportaccommodaties zijn niet altijd toegankelijk. Er is weinig vrijetijd-aanbod voor inwoners met een niet-Westerse achtergrond. De informatievoorziening over het aanbod is niet altijd geschikt voor laaggeletterden of mensen die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen. Te weinig mensen hebben de beschikking over scootmobielen, daardoor kunnen zij zich niet verplaatsen en deelnemen aan het verenigingsleven. 2. Wat zou als eerste moeten worden opgepakt Verbeter de toegankelijkheid van de entree van verenigingsgebouwen en sportaccommodaties Agendeer het onderwerp inclusie bij verenigingen en organisaties en ondersteun ze waar nodig bij het opstellen en uitvoeren van een verbeterplan. 3. Wat kan jij doen om Doesburg op dit thema inclusiever te maken? Organiseer zelf laagdrempelige activiteiten in je buurt Zoek je buurman of buurvrouw actief op, ga eenzaamheid tegen. Het tijdschrift ‘Samen is gezelliger’ biedt inspiratie voor leuke activiteiten voor ouderen om samen te doen. Dit kan worden uitgebreid naar andere doelgroepen.
20
Bronvermelding afbeeldingen
Foto voorblad: www.stadslabdoetinchem.nl
Afbeelding blz. 2: www.raad.oude-ijsselstreek.nl
21