Bijlage 1: Integraal Handhavingsbeleid 2024-2028 gemeente Doesburg
Tekst van het document
Integraal Handhavingsbeleid 2024 - 2028
Integraal Handhavingsbeleid 2024 - 2028, gemeente Doesburg, d.d. 21 maart 2024
Inhoudsopgave 1. Inleiding ................................................................................................................................................................. 2 1.1 Waarom nieuw beleid? .................................................................................................................................... 2 1.2 Uitgangspunten beleid ..................................................................................................................................... 2 1.3 Afbakening ....................................................................................................................................................... 2 1.4 Begrippen ......................................................................................................................................................... 2 1.5 Leeswijzer ........................................................................................................................................................ 3 2. Toezicht en Handhaving ........................................................................................................................................ 4 2.1 Wat verstaan we onder Toezicht en Handhaving? ..........................................................................................
4 2.2 Wijzigingen Omgevingswet en Wkb ................................................................................................................ 5 2.3 Vanuit welke uitgangspunten gaan we werken? .............................................................................................. 6 2.4 Doel .................................................................................................................................................................. 7 2.5 Wat willen we bereiken 2024 - 2028? .............................................................................................................. 7 2.6 Wat doen we dan en hoe organiseren we dat? ............................................................................................... 8 3. Werken onder de Omgevingswet.......................................................................................................................... 9 4. Visie op handhaving ............................................................................................................................................. 11 4.1 Programmatisch handhaven ...........................................................................................................................
11 4.2 Uitgangspunten ............................................................................................................................................... 11 4.4 Stappen handhaving ...................................................................................................................................... 12 4.5 Bestuursrechtelijke sanctiemiddelen ............................................................................................................. 12 4.6 Inzet Boa’s ..................................................................................................................................................... 14 5. Uitvoeren beleidsplan ......................................................................................................................................... 15 5.1 Samenwerking met andere organisaties ........................................................................................................ 15 5.2 Monitoring en evaluatie .................................................................................................................................. 15 5.3 Verslaglegging en verbeteringen doorvoeren ................................................................................................
15 5.4 Hardheidsclausule ......................................................................................................................................... 15 Bijlagen ................................................................................................................................................................... 16
1
1. Inleiding Bijgaand treft u het integraal Handhavingsbeleid 2024 - 2028, gemeente Doesburg aan. Het college is bevoegd om het beleid vast te stellen op grond van artikel 13.5, lid 1 van het Ob. De burgemeester is bevoegd op het gebied van handhaving OO&V op grond van artikel 172 Gw.
1.1
Waarom nieuw beleid?
Het in 2016 vastgestelde Integrale handhavingsbeleid was voor de periode 2017 - 2020. Het college heeft de termijn van het handhavingsbeleid en uitvoeringsprogramma verlengd en de jaarverslagen van 2020 tot en met 2023 verdaagd tot en met 31 december 2023 (in werking treding Ow). Daarnaast is op 1 januari 2024 nieuwe wetgeving (Ow en Wkb) in werking getreden waardoor er tevens nieuw beleid dient te worden vastgesteld.
1.2
Uitgangspunten beleid
De uitgangspunten van het nieuwe beleid zijn: • Actualisering van het beleid vanwege de in werking treding van de Ow en de Wkb; • Implementatie van de LHSO in het beleid zodat de handhaving zo uniform als mogelijk wordt aangepakt; • Implementatie van de leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen en de leidraad dwangsombedragen en begunstigingstermijnen; • Het in het beleid laten vaststellen van een risicomatrix voor de bouwregelgeving uit de Bbl dat, in samenwerking met de ODRA en de deelnemende gemeenten, is opgesteld voor toezicht en handhaving op grond van de Ow.
1.3
Afbakening
Dit beleidsplan heeft betrekking op: • Het toezicht op de naleving van wet- en regelgeving m.b.t. de fysieke leefomgeving; • De handhaving van de wet- en regelgeving m.b.t. de fysieke leefomgeving; • De toezicht en handhaving van onderdelen uit de APV die niet vallen onder de fysieke leefomgeving en OO&V. Onder de fysieke leefomgeving wordt o.a. verstaan: bouwen, slopen, milieu, verkeer, Ruimtelijke Ordening en de APV voor wat betreft kappen, uitwegen en het gebruik van gemeentegrond voor het opslaan goederen (plaatsen kranen en steigers e.d.) in de openbare ruimte. Onder toezicht en handhaving die niet valt onder de fysieke leefomgeving wordt o.a. verstaan: afval, parkeren, flyeren, evenementen, horeca, etc.
1.4
Begrippen
Onderstaand een aantal begrippen die in het beleid als afkorting staan opgenomen: APV Algemene Plaatselijk Verordening van Doesburg Awb Algemene wet bestuursrecht Bbl Besluit bouwwerken leefomgeving Boa’s Bijzondere opsporingsambtenaren DSO Nieuw landelijk digitale loket voor aanvragen op grond van de Ow en meldingen Wkb Gw Gemeentewet LHS Landelijke Handhavingsstrategie Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht LHSO
ODRA Ob Ow VGGM VTH WED Wkb
1.5
Omgevingsdienst Regio Arnhem Omgevingsbesluit Omgevingswet Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden Vergunningen, Toezicht en Handhaving Wet Economische Delicten Wet kwaliteitsborging
Leeswijzer
In hoofdstuk 1 is de inleiding opgenomen. In het tweede en derde hoofdstuk wordt uitleg gegeven over respectievelijk toezicht en handhaving. In hoofdstuk 4 werken onder de Ow. In hoofdstuk 5 is de Visie op handhaving uitgewerkt. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de uitvoering van het beleidsplan.
2. Toezicht en Handhaving 2.1
Wat verstaan we onder Toezicht en Handhaving?
2.1.1 Wat verstaan we onder Toezicht? De term ‘toezicht’ wordt vaak zowel in brede als in engere zin gebruikt. In brede zin is het de overkoepelende term voor al het inspectiewerk in combinatie met ‘handhaving’. In engere zin bedoelt men het als het concrete werk van een toezichthouder. Speciaal daarvoor aangewezen toezichthouders voeren het toezicht uit. Een toezichthouder is een persoon die, namens het bevoegd gezag, belast is met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift. Toezicht zorgt voor een belangrijk preventief effect. Bij toezicht voeren we een controle uit, ook zonder dat we een overtreding vermoeden of daarvan weten. Het kan dus een bezoek aan een bedrijf, een locatie, een bouwwerk of een persoon zijn. Toezicht: het verzamelen van informatie over de vraag of een handeling of zaak voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Vervolgens wordt een oordeel gevormd en het eventueel naar aanleiding daarvan ingrijpen. 2.1.2 Wat verstaan we onder Handhaving? In de handhavingsstrategie is het vertrekpunt dat er een overtreding is geconstateerd. Wij geven actief invulling aan onze beginselplicht tot handhaving. Als een partij een wettelijk voorschrift overtreedt, volgt een handhavend optreden. Als handhaving uitblijft, dan gaat dat ten koste van onze geloofwaardigheid, betrouwbaarheid en onafhankelijkheid.
Bovendien kan het rechtsongelijkheid scheppen binnen en buiten de gemeentegrenzen. Afhankelijk van de ernst van de overtreding en het naleefgedrag van de overtreder, kunnen wij overgaan tot bestuursrechtelijke en/of strafrechtelijke handhaving. Hierbij maken wij optimaal gebruik van de wettelijke mogelijkheden, zoals vastgelegd in de handhavingsstrategie. De uitvoering van de handhavingsstrategie kent de volgende uitgangspunten: • Allereerst wordt onderzocht of de overtreding niet ongedaan kan worden gemaakt middels het alsnog indienen van een aanvraag om een vergunning (legalisatieverzoek) en de verlening van de betreffende vergunning; • Indien er geen legalisatie kan plaatsvinden wordt op iedere bevinding op een passende wijze gereageerd (interventie); • Op iedere bevinding wordt op een passende wijze gereageerd (interventie); • Er geldt een strikte toepassing: • Proces en besluitvorming zijn eenduidig en reproduceerbaar; • Gelijke gevallen krijgen gelijke behandeling; • Termijnbewaking zorgt voor het tijdig in gang zetten van vervolgstappen; • Gebruik maken van standaardbrieven voor alle fases in het proces; • Wettelijke eisen worden in acht genomen; • Op basis van gebleken naleefgedrag schrijft de handhavingsstrategie voor welk instrument het beste ingezet kan worden; • Voor handhavingszaken wordt per geval bepaald of publicatie vereist is.
Daarbij houden we rekening met het feit dat de overtreder nog niet veroordeeld is door een rechter.
2.2 Wijzigingen Omgevingswet en Wkb Toezicht Wkb De Wkb is gefaseerd in werking getreden. Vanaf 1 januari 2024 geldt dat voor nieuwbouw, van alle bouwwerken die vallen onder risicoklasse 1 (zie voorbeelden in bijlage 5), zowel de toetsing als het toezicht door een private partij (kwaliteitsborger) wordt uitgevoerd. Vanaf 1 januari 2025 geldt dat ook voor verbouw aan alle bouwwerken die vallen onder risicoklasse 1 zowel de toetsing als het toezicht door een kwaliteitsborger wordt uitgevoerd. In basis houden we geen toezicht meer op de bouwtechnische kwaliteit van de te bouwen bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1. Indien wij menen dat de risico’s in of rondom een bouwwerk onvoldoende worden geborgd, dan kunnen wij tijdens de uitvoering van (een bepaald onderdeel van) de bouw over gaan tot risicogericht toezicht. Er moet in dat geval sprake zijn van of gerede vermoeden zijn van ontoelaatbare risico’s voor de omgevingsveiligheid en veiligheid van het bouwwerk en/of risico op schade aan de leefomgeving, de volksgezondheid en natuur. Handhaving Bouwen / Wkb Ook als er sprake is van een bouwwerk waarvoor het toezicht op de bouw is belegd bij een kwaliteitsborger, zoals bedoeld in de Wkb, blijft de gemeente Doesburg bevoegd gezag.
De gemeente zal handhavend optreden indien: • Een kwaliteitsborger tijdens de bouw afwijkingen constateert, welke niet of niet voldoende door de aannemer worden aangepast; • Het dossier voor het bevoegd gezag niet of niet compleet is ingediend bij de gereedmelding van de werkzaamheden; • Een kwaliteitsborger geen positieve verklaring kan afgeven. Wat inhoud dat het bouwwerk niet geheel voldoet aan de eisen die zijn gesteld in het Bbl. Bij strijdigheden mag het bouwwerk niet in gebruik genomen worden. Daartoe kunnen sanctiemiddelen worden ingezet om ingebruikname tegen te gaan te weten: 1. Een last onder dwangsom, of; 2. Een preventieve last onder dwangsom. In extreme gevallen, waarbij zeer groot risico is voor de veiligheid of gezondheid van de betreffende personen of voor de omgeving, kunnen wij bestuursdwang toepassen. Kleine afwijkingen met een klein risico voor veiligheid en gezondheid, kunnen administratief afgedaan worden. Bij twijfel of een aanzienlijk risico wordt een controle ter plaatse gedaan. Hoe om te gaan met bepaalde afwijkingen en de prioritering hierin, is vastgelegd in een werkprotocol (zie bijlage). Toezicht en handhaving APV voor onderdelen die vallen onder de fysieke leefomgeving Toezicht op de onderdelen uit de APV die vallen onder de fysieke leefomgeving vindt sinds 1 januari 2024 plaats met als wettelijke grondslag de Ow.
Toezicht en handhaving APV voor onderdelen die niet vallen onder de fysieke leefomgeving en OO&V Voor toezicht in het kader van overige onderdelen uit de APV die geen betrekking op de fysieke leefomgeving en voor OO&V heeft de Ow en de Wkb geen wijzigingen in doorgevoerd.
Landelijke Handhavingsstrategie (LHSO) Verschillende (landelijke) partijen stelden in 2014 de LHS vast. Vanwege de komst van de Omgevingswet is in 2022 de LHSO vastgesteld. Met de LHSO (zie bijlage) willen ze de organisatie en uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving verbeteren en zorgen voor een gelijk speelveld voor burgers, bedrijven en instellingen waar regels voor gelden. Een ander doel van de LHSO is dat de omgeving ervan uit mag gaan dat we optreden als dat nodig is en de leefomgeving veilig, schoon en gezond blijft. De handhavingsstrategie geeft daarom aan hoe we per situatie reageren bij welke soort overtreding. De essentie van de LHSO is in dit beleidsplan opgenomen. Voor het overige wordt verwezen naar de LHSO.
2.3
Vanuit welke uitgangspunten gaan we werken?
Algemeen - Er wordt gewerkt middels de LHSO en de leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen versie 2023 en de leidraad dwangsombedragen en begunstigingstermijnen versie september 2023; - Evenredigheid: In sommige situaties kiezen we er bewust voor om niet te gaan handhaven. Dit doen we omdat handhaven in dat geval niet in verhouding staat tot de overtreding. In deze beslissing maken we een belangenafweging tussen het stoppen van de overtreding en de gevolgen die dat heeft voor de overtreder. De bestuursrechter heeft in de rechtspraak bepaald dat deze belangenafweging altijd gemaakt moet worden. Toezicht en handhaving bouwen Met in achtneming van de Risicomatrix Bbl kan per gevolgklasse/ hoofdstuk van het Bbl worden beoordeeld hoe toezicht en handhaving het beste kan worden ingezet. De matrix wordt gebruikt als richtlijn en als onderlegger voor toetsing. In specifieke gevallen kunnen wij afwijken. Veiligheid en gezondheid zijn de belangrijkste uitgangspunten in het maatwerk. Op basis van de afwijking van de eisen van het Bbl zal een inschatting gemaakt worden of er gehandhaafd moet worden.
Toezicht en handhaving APV en OO&V Toezicht en handhaving in het kader van de APV en OO&V - Parkeren met als grondslag het Protocol parkeerhandhaving gemeente Doesburg; - Evenementen met als grondslag de APV en het Evenementenbeleid Doesburg 2017; - Brandveiligheid met als grondslag de Bbl en het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen; - Horeca met als grondslag het Handhavingsprotocol Drank- en Horecawet en horeca-exploitatie; - Overige zaken in de openbare ruimten op grond van de APV;
2.4
Doel
2.4.1 Toezicht Doel van het toezicht is: “een veiliger en gezond gebruik van gebouwen en bouwwerken, een schoner milieu, gezondheid en het voorkomen van ongebreidelde claims op schaarse ruimte, het voorkomen en tegengaan van strijdig gebruik van ruimte, gronden en activiteiten” We richten het toezicht op de meest risicovolle situaties: waar de kans het grootst is dat het naleefgedrag onvoldoende is en dit leidt (of kan leiden) tot schade aan de leefomgeving, de volksgezondheid, de veiligheid en natuur. Het is namelijk onmogelijk om binnen de beschikbare capaciteit, middelen en tijd alle objecten, activiteiten en locaties op alle punten te controleren. Dit is ook niet nodig, want niet alle situaties zijn even risicovol. Voor de evaluatie van toezicht, registreren we het uitgevoerde toezicht en het naleefbeeld (waarop is toezicht gehouden en de overtredingssoorten). Zo kunnen we de output maar ook de uitslag evalueren.1 Naast toezicht hebben we ook andere mogelijkheden om het naleefgedrag te verbeteren, bijvoorbeeld communicatie en/of subsidiering. Hier staat meer over in de preventiestrategie. 2.4.2 Handhaving Het doel van integrale handhaving is zorgen dat regels worden nageleefd. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid dat de samenleving zo gezond, leefbaar en veilig mogelijk is.
Dat kan bereikt worden door op te treden tegen overtredingen, integrale controles uit te voeren, verbinding te leggen tussen de drie domeinen en samen te werken in de handhavingsketen. Daarmee kan overlast en misbruik worden voorkomen dan wel beëindigd. Uitgangspunten zijn eigen verantwoordelijkheid van bewoners en ondernemers, voorlichten als het kan en handhaven als het moet. We willen een gedragsverandering gericht op goede naleving. Handhaving vindt zodanig plaats dat er zo min mogelijk (administratieve) lasten zijn. De gemeente voert daarbij de regie.
2.5
Wat willen we bereiken 2024 - 2028?
We willen een gezonde en veilige leefomgeving bereiken en een goede omgevingskwaliteit in stand houden. Dit is ook een doelstelling van de Ow. Voor de milieutaken en de uitvoer van de milieutaken is dit zelfs verplicht. De taken worden uitgevoerd door de ODRA. Toezicht op de Ow wordt ook door de ODRA uitgevoerd. Toezicht APV en OO&V wordt door de boa’s van de openbare ruimten van de gemeente Rheden uitgevoerd. Toezicht brandveiligheid vindt plaats door de VGGM. We willen binnen de periode van het beleid bereiken dat het toezicht op de meest risicovolle situaties wordt uitgevoerd. Tevens zal er een verdere professionalisering plaatsvinden op het gebied van toezicht bij de boa’s in Rheden en zal er gewerkt worden aan managementgegevens. Van de afgelopen jaren zijn er niet of nauwelijks gegevens beschikbaar. Dit wordt opgepakt door de regisseur APV. Gedurende de overgangsfase (aanpassing van het huidige tijdelijke naar een definitieve omgevingsplan) dient Doesburg de regels uit de APV, die gaan over de fysieke leefomgeving, over te brengen naar het Omgevingsplan. In de periode 2024 - 2028 zal daar aanvang mee gemaakt moeten worden. Dit wordt opgepakt door de regisseur APV. ______________________________ 1 Zie voor de vereisten i.v.m. het jaarverslag Afdeling 13.2 van het Ob.
Handhaving We willen binnen de periode van het beleid dat handhaving wordt uitgevoerd overeenkomstig de LHSO. Tevens zal er een verdere professionalisering plaatsvinden op het gebied van handhaving bij de boa’s in Rheden en zal er gewerkt worden aan managementgegevens. Van de afgelopen jaren zijn er niet of nauwelijks gegevens beschikbaar.
2.6
Wat doen we dan en hoe organiseren we dat?
Eind 2022 heeft de gemeente Doesburg haar Wabo taken (huidige Ow) op het gebied van VTH uitbesteed aan de ODRA. Dat vraagt de nodige afstemming, net als met andere ketenpartners (zie bijlage 2). De taken van de Boa’s zijn in een eerder stadium bij de gemeente Rheden belegd inclusief de controle van parkeren. Brandveiligheid ligt is ondergebracht bij de VGGM. De uitvoering van het beleidsplan wordt jaarlijks uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma, dat wordt vastgesteld door het college. In het uitvoeringsprogramma worden concrete acties en prioriteiten opgenomen, die bijdragen aan de in dit beleidsplan gestelde doelen en speerpunten. Deze acties worden gekoppeld aan de beschikbare capaciteit.
3. Werken onder de Omgevingswet In de Ow en het Ob is een aantal proces- en kwaliteitscriteria gesteld aan de uitvoering (vergunningverlening), toezicht en handhaving. 3.1 Beleidscyclus In onderstaande afbeelding is de beleidscyclus van de kwalitietseisen uit het Ob opgenomen.
Afbeelding 1 De beleidscyclus kwaliteitseisen uit het Ob De beleidscyclus is een regelkring met een strategische meerjarige beleidsmatige cirkel en een operationele, uitvoerende cirkel. 3.2 Kwaliteitseisen Ob In onderstaande tabel staan de kwaliteitseisen uit het Ob opgenomen voorzien van het wettelijk voorschrift uit de Ob, de processtap en het hoofdstuk uit het beleidsplan.
Kwaliteitseis Ob Uitvoerings- en handhavingsstrategie (Artikel 13.5 Ob): Bestuursorganen die deelnemen in een omgevingsdienst stellen gezamenlijk een uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie vast voor de werkzaamheden. De handhavingsstrategie wordt zo nodig afgestemd met de instanties die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving. De handhavingsstrategie wordt gebaseerd op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen bij de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet.
Processtap
Hoofdstuk beleidsplan
Beleidsontwikkeling
2
Uitvoeringsprogramma (art. 13.6 Ob): De uitvoerings- en handhavingsstrategie biedt in ieder geval inzicht in: a. de prioriteitenstelling voor het verrichten van de werkzaamheden, b. de methode die wordt gebruikt om te bepalen of de doelen worden bereikt; c. de criteria die worden gebruikt bij het beoordelen van en beslissen op aanvragen om omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen (artikel 4.4, eerste lid, van de wet); en d. de werkwijze bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen (artikel 4.4, eerste lid, van de wet).
Beleidsontwikkeling
Uitvoering Uitvoeringsorganisatie (art. 13.9 Ob): De inrichting van de organisatie waarborgt een adequate uitvoering van het beleid. In ieder geval ligt de personeelsformatie vast. De organisatie is ook buiten kantooruren bereikbaar en beschikbaar. Werkprocessen zijn vastgesteld. Voor zover er sprake is van toezicht op inrichtingen zijn vergunningverlening en handhaving gescheiden en is er een roulatieschema. Uitvoering Borging van de middelen (art. 13.10 Ob): Financiële en personele middelen zijn in de begroting gewaarborgd. Terugkoppeling Rapportage (art. 13.11 Ob): De organisatie bewaakt en registreert resultaten en voortgang van de uitvoering van het programma. De organisatie rapporteert over de uitvoering van het programma en over het bereiken van de gestelde doelen. tabel 1.1 De kwaliteitseisen uit het Ob
uitvoeringsprogramma
5 5
Begroting
5
4. Visie op handhaving 4.1
Programmatisch handhaven
Met het opstellen van een integraal beleidsplan toezicht en handhaving, een tweejaarlijks uitvoeringsprogramma en een jaarverslag beoogt de gemeente Doesburg te komen tot een beleid, dat een cyclisch karakter heeft. Gedurende de cyclus wordt bepaald of de doelstellingen (nog) worden behaald en of er bijsturing in het beleid en de uitvoering plaats dient te vinden. Evaluatie is een wezenlijk onderdeel van deze cyclus. Na de evaluatie wordt bekeken of het beleid dient te worden aangepast. In de beleidscyclus voor toezicht en handhaving worden de volgende fasen onderscheiden: Fase 1: Opstellen beleidsplan Het opstellen van een beleidsplan, waarin in ieder geval het volgende wordt vastgelegd: • een visie op toezicht en handhaving met vastgestelde doelen en een prioriteitstelling; • de nalevingstrategie (preventie-, toezicht-, sanctie- en gedoogstrategie); • de wijze van monitoren en evalueren. Met dit beleidsplan wordt aan deze fase gestalte gegeven. Het beleidsplan draagt bij aan de optimalisering van de kwaliteit van toezicht en handhaving en aan een effectieve en efficiënte inzet van capaciteit en middelen om de optimale afstemming tussen visie (beleid), programmering en uitvoering te bereiken. Fase 2: Uitvoeren door middel van uitvoeringsprogramma Dit is de uitvoeringsfase. In deze fase wordt het beleid concreet omgezet in een programma voor de komende twee jaar.
Hierin wordt vastgelegd hoe de beschikbare capaciteit aan de hand van de in het beleid vastgestelde prioriteiten wordt ingezet op de verschillende taken. Het uitvoeringsprogramma voor het volgende jaar wordt normaliter in het laatste kwartaal van het lopende jaar vastgesteld. Fase 3: Evalueren en opstellen jaarverslag In fase 3 worden de resultaten uit fase 1 en 2 geëvalueerd2. In het eerste kwartaal van een opvolgend jaar wordt een jaarverslag opgesteld, waarin conclusies worden getrokken en aanbevelingen worden gedaan over de vragen of het beleid op een juiste wijze wordt uitgevoerd, of de beoogde resultaten worden behaald en of er bijsturing plaats dient te vinden. Fase 4: Bijsturen en aanpassen beleidsplan In de laatste fase worden de in het beleid genoemde aspecten uit fase 1, waar nodig, bijgestuurd en/of uitgebreid aan de hand van de uitkomsten van het jaarverslag. Ieder jaar kunnen het jaarverslag, maar ook bestuurlijke verantwoordelijkheden en voortschrijdende inzichten leiden tot bijstelling van de gestelde prioriteiten. De bijsturing naar aanleiding van de evaluatie uit fase 3 wordt vertaald in het uitvoeringsprogramma voor het volgende jaar.
4.2
Uitgangspunten
Dit beleidsplan heeft betrekking op zowel de openbare ruimte, OO&V als de Ow, waarbij de behoeften, die bestaan binnen de gemeente Doesburg voorop staan. Hierbij wordt op een eenduidige en transparante wijze uitvoering gegeven aan wet- en regelgeving. Bij de uitvoering wordt nadrukkelijk gekeken naar rechtszekerheid en effectiviteit van de gemeentelijke inzet op het gebied van toezicht en handhaving. Adequaat toezicht op en handhaving van wet- en regelgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente Doesburg en inwoners. De verantwoordelijkheden worden daar gelegd waar deze thuis horen. ___________________________ 2 Het jaarlijks evalueren op het gebied van VTH is een verplichting, die voortvloeit uit het Ob (artikel 13.11).
De visie van de gemeente Doesburg op handhaving luidt als volgt: "Toezicht en handhaving staan niet op zichzelf maar hebben een maatschappelijk doel: het waarborgen van veiligheid, gezondheid en leefbaarheid. De gemeente Doesburg staat voor consequent, transparant en integraal toezicht houden en handhavend optreden." Deze visie wordt vertaald in de volgende uitgangspunten (uitwerking in bijlage 1), die de gemeente Doesburg hanteert bij de uitvoering van het toezicht- en handhavingsbeleid: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Toezicht en handhaving dienen ter voorkoming van gevaar, hinder en overlast Toezicht en handhaving zijn consequent en transparant Toezicht en handhaving zijn integraal Toezicht en handhaving stimuleren de eigen verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven Toezicht- en handhavingsacties worden afgemaakt De gemeente geeft zelf het goede voorbeeld Handhaving is het sluitstuk
Deze uitgangspunten worden vertaald naar het jaarlijkse uitvoeringsprogramma, waarin de concrete toezicht- en handhavingsactiviteiten worden beschreven.
4.4
Stappen handhaving
Binnen de handhaving zijn er vijf stappen te onderscheiden: Stap 1: positionering bevinding in de interventiematrix Stap 2: bepalen verzwarende aspecten Stap 3: Optreden aan de hand van de interventiematrix Stap 4: bepalen of afstemmingsoverleg nodig is Stap 5: vastlegging In bijlage 8 is de uitwerking van de stappen opgenomen.
4.5
Bestuursrechtelijke sanctiemiddelen
Landelijke Sanctiestrategie Voor het stoppen van veel voorkomende overtredingen gebruiken we standaard hersteltermijnen. Voor overtredingen die veel voorkomen bepalen we de zwaarte van de sancties vooraf, bijvoorbeeld in en project- of samenwerkingsplan. Wij gebruiken daarbij de landelijke “Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen”. Keuze bestuursrechtelijke sanctiemiddelen We kennen drie vormen van bestuursrechtelijke herstelsancties: een last onder dwangsom, een last onder bestuursdwang of het schorsen/ intrekken van een vergunning (zie vergunningen). We hebben de vrijheid om een keuze te maken. Hieronder staan de bestuursrechtelijke herstelmaatregelen uitgelegd en geven we aan wat we bij de keuze hiertussen meewegen. De keuze tussen last onder bestuursdwang en last onder dwangsom Als we besluiten om bestuursrechtelijk te handhaven, kiezen we tussen een last onder dwangsom en last onder bestuursdwang.
Last onder dwangsom Een last onder dwangsom heeft de voorkeur. Het opleggen van een last onder dwangsom heeft namelijk een aantal voordelen. De financiële risico's zijn beperkt. De lasten en de verantwoordelijkheid leggen we direct bij de overtreder neer, wat past in het principe ‘de overtreder betaalt’. Bovendien hoeven we zelf niet fysiek in te grijpen wat de kans op een schadeclaim verkleint. Dit kan alleen als het belang van de betrokken regelgeving zich niet tegen een wat langere duur van aanpak verzet. Last onder bestuursdwang Bij een (dreigende) onomkeerbare schade of aantasting van de openbare orde, gevaar voor de volksgezondheid, de (verkeers-)veiligheid en/of leefomgeving willen we de overtreding zo snel mogelijk stoppen. Omdat bestuursdwang vaak directer verloopt en sneller effect heeft dan een last onder dwangsom, kiezen we dan voor bestuursdwang, ook omdat we dan spoedeisende bestuursdwang kunnen inzetten. Ongedaan maken van de overtreding op kosten van de overtreder Bij bestuursdwang maken we de overtreding op kosten van de overtreder ongedaan. Soms kunnen we dit niet of zijn er te veel praktische bezwaren. Bijvoorbeeld bij boekhoudkundige overtredingen of het ingrijpen in technisch complexe processen. Bereidheid overtreder Als we duidelijk weten dat een forse dwangsom de overtreder niet beweegt de overtreding te stoppen, dan kiezen we last onder bestuursdwang.
Samenloop sanctiemiddelen Een last onder bestuursdwang en een last onder dwangsom mogen we in beginsel niet tegelijkertijd toepassen. Tenzij ze een verschillend doel hebben en/of het om een verschillende overtreding gaat. We mogen een last onder dwangsom niet opleggen als het belang dat het betrokken voorschrift beschermt zich daartegen verzet. Dit is als bij voortduring van de overtreding gevaar bestaat of de gevolgen van de overtreding erger/groter worden. De keuze van de sanctie moet evenredig zijn. Dit betekent dat we waar mogelijk kiezen voor een last onder dwangsom in plaats van een last onder bestuursdwang omdat de dwangsom vaak minder belastend is dan bestuursdwang. Als de overtreding is gestopt en geen risico op herhaling bestaat, mogen we niet meer bestuursrechtelijk handhaven. In die situatie stellen we strafrechtelijk optreden voor. Begunstigingstermijn Als we handhaven geven we vaak een begunstigingstermijn, tenzij er geen tijd nodig is om een einde te maken aan de overtreding of als we herhaling van een overtreding willen voorkomen. We hoeven geen begunstigingstermijn te gegeven wanneer spoed nodig is. De begunstigingstermijn moet op het moment dat deze wordt gegeven lang genoeg zijn om aan de overtreding een einde te kunnen maken. De begunstigingstermijn mag niet afhangen van de lengte van een eventueel voortraject.
We houden rekening met de tijd die het kost om bijvoorbeeld onderdelen of materialen te bestellen om de overtreding ongedaan te kunnen maken. Een te lange begunstigingstermijn of een begunstigingstermijn voor onbepaalde tijd komt neer op gedogen.
Modaliteit dwangsom We stellen een dwangsom vast op een bedrag ineens, per tijdseenheid (dag, week, maand) waarin de last niet is uitgevoerd of een bedrag per overtreding van de last. Een dwangsom per tijdseenheid kiezen we als er sprake is van een continue overtreding van voorschriften. Deze vorm kiezen we het overtredingen zijn die we niet afzonderlijk kunnen constateren, omdat de overtreder constant in overtreding is. We kiezen voor een bedrag ineens als we een eenmalige activiteit willen tegengaan. Als voorschriften van een vergunning of ontheffing regelmatig worden overtreden ligt het meer voor de hand om de dwangsom te bepalen per overtreding. Worden meerdere voorschriften van een vergunning overtreden, dan kunnen we per overtreden voorschrift een dwangsom opleggen. Keuze hoogte dwangsom De hoogte van de dwangsom en het maximaal te verbeuren bedrag moet in redelijke verhouding staan tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde effectieve werking. Het moet een prikkel zijn om de overtreding te beëindigen of om herhaling te voorkomen. Het moet niet goedkoper zijn om stil te zitten en dwangsommen te verbeuren. Daarom wegen we het behalen voordeel bij niet naleven mee. Dat geldt niet zonder meer voor al behaald voordeel of de financiële omstandigheden van de overtreder.
Als richtlijn wordt de landelijke “Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen” (op basis van de LHS in 2018 ontwikkeld) gehanteerd. Deze leidraad is als bijlage bijgevoegd. Afhankelijk van de specifieke feiten en omstandigheden van het geval kunnen we afwijken van de hoogte van de dwangsom. Bij overtredingen die niet in de tabellen zijn opgenomen kijken we aan de hand van de feiten en omstandigheden van het geval wat in een redelijke hoogte van de dwangsom moet zijn. Effectueren handhavingsbesluit In de toelichting op de wet staat dat een adequate handhaving vergt dat opgelegde sancties worden geëffectueerd en verbeurde dwangsommen derhalve in beginsel worden ingevorderd. Alleen onder bijzondere omstandigheden zien we geheel of gedeeltelijk van invordering af. Dit beleid volgen wij ook.
4.6
Inzet Boa’s
Boa’s kunnen gebruik maken van sanctiemiddelen uit de Awb (bestuursrecht) en de WED (strafrecht) om de norm af te dwingen. Hiervoor maken we werkafspraken met het OM (implementatiepunt). Het OM heeft de zelfstandige bevoegdheid om strafrechtelijk op te treden naast of in plaats van bestuursrechtelijke handhaven. Bij het uitoefenen van hun taak vallen buitengewone opsporingsambtenaren onder het gezag van de Officier van Justitie. Hiërarchisch vallen ze onder de verantwoordelijkheid van de gemeente of de directeur van de gemeente Rheden.
5. Uitvoeren beleidsplan
5.1
Samenwerking met andere organisaties
Samenwerking op het gebied van toezicht en handhaving in de Ow vindt plaats overeenkomstig de daarover binnen de samenwerkingsverbanden gemaakte afspraken. Het gaat dan om de Politie, de Provincie Gelderland, het Waterschap Rijn en IJssel, de ODRA, de gemeente Rheden (boa’s) en de VGGM. Ten behoeve van de samenwerking zijn protocollen opgesteld.
5.2
Monitoring en evaluatie
Om een goed oordeel te kunnen vormen over de resultaten en de effecten van toezicht en handhaving is het essentieel, dat monitoring en registratie plaatsvindt van alle uit te voeren taken (toetsing, toezicht en handhaving). Onder monitoring wordt verstaan het periodiek meten van dezelfde parameters of indicatoren. Door monitoring en registratie worden de resultaten van toezicht en handhaving meetbaar. Deze getallen zeggen niet alles, maar ze maken het handhavingsproces wel inzichtelijk(er). In het jaarverslag handhaving worden de resultaten van het afgelopen jaar kenbaar gemaakt. Daarbij wordt geëvalueerd of de doelen, die zijn gesteld in het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma zijn gehaald en/of volgens de uitgangspunten verwoord in paragraaf 2.5 (toezicht en handhaving) zijn gehaald.
5.3
Verslaglegging en verbeteringen doorvoeren
Twee jaarlijkse verslaglegging aan de raad Dit beleid wordt vastgesteld door het college en kenbaar gemaakt aan de gemeenteraad. Ook het twee jaarlijkse uitvoeringsprogramma wordt vastgesteld door het college en aan de gemeenteraad bekendgemaakt.3 Na de bekendmaking van het uitvoeringsprogramma voor de twee daaropvolgende jaren, wordt een jaarverslag opgesteld.4 Dit jaarverslag wordt in het begin van het volgende kalenderjaar door het college vastgesteld en ter kennisgeving aan de gemeenteraad voorgelegd. In het jaarverslag wordt gerapporteerd over: - het bereiken van de gestelde doelen, waaronder de uitvoering van de voorgenomen activiteiten in verhouding tot de prioriteitenstelling; - de uitvoering van de afspraken met andere bestuursorganen over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden. Ook wordt geëvalueerd of de in het uitvoeringsprogramma opgenomen activiteiten zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen.
5.4
Hardheidsclausule
In uitzonderingsgevallen kan gemotiveerd van dit beleid worden afgeweken na afweging van de betrokken belangen. ________________________________________
3 Dit is verplicht o.g.v. artikel 7.3 lid 3 Besluit omgevingsrecht. 4 Dit is verplicht o.g.v. artikel 7.7 lid 1 Besluit omgevingsrecht.
Bijlagen Bijlage 1 Uitgangspunten uitvoering van het toezicht- en handhavingsbeleid Bijlage 2 Ketenpartners Bijlage 3 LHSO Bijlage 4 Protocollenboek VGGM Bijlage 5 Werkprotocol Risicomatrix Bbl inclusief toelichting 22 november 2023 Bijlage 6 Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen versie 2023 Bijlage 7 Leidraad dwangsombedragen en begunstigingstermijnen versie september 2023 Bijlage 8 Stappen handhaving
Bijlage 1 1. Toezicht en handhaving dienen ter voorkoming van gevaar, hinder en overlast Het waarborgen van veiligheid, gezondheid en leefbaarheid is een vanzelfsprekend uitgangspunt. Om gedragingen en activiteiten, die de veiligheid en gezondheid in gevaar kunnen brengen, te voorkomen, stelt de gemeente Doesburg regels in verordeningen, omgevingsplannen en vergunningen. De gemeente stelt deze regels ook om hinder en overlast zo veel mogelijk te voorkomen en te beperken. De gemeente Doesburg handhaaft deze regels, want het stellen van regels is zinloos als ze niet gehandhaafd worden. 2. Toezicht en handhaving zijn consequent en transparant De uitvoering van toezicht en handhaving vindt plaats volgens duidelijke, vastgestelde strategieën. Dit betekent, dat de gemeente Doesburg bij geconstateerde overtredingen consequent en voorspelbaar handelt. Vergelijkbare situaties worden op vergelijkbare wijze aangepakt, waarmee willekeur en rechtsongelijkheid voorkomen worden. Toezicht en handhaving zijn transparant, omdat alle activiteiten schriftelijk worden vastgelegd en digitaal verantwoord. In het jaarverslag toezicht en handhaving wordt verantwoording afgelegd over de (wijze van) uitvoering van het beleid. 3. Toezicht en handhaving zijn integraal De gemeente Doesburg levert een bijdrage aan de vermindering van de toezichtlast voor bedrijven door integraal te controleren.
Dit zal vooral betekenen, dat toezichthouders overtredingen op andere beleidsterreinen signaleren en doorgeven (oog- en oorfunctie). Waar dit voordelen biedt voor de bedrijven zullen de toezichthouders voor elkaar controleren. Deze integrale werkwijze sluit aan bij de ambities, die de gemeente Doesburg heeft ten aanzien van de verbetering van haar dienstverlening. 4. Toezicht en handhaving stimuleren de eigen verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven De gemeente Doesburg gaat ervan uit, dat burgers en bedrijven zelf hun verantwoordelijkheid nemen ten aanzien van naleving van de voor hen geldende regels, zodat de gemeente Doesburg terughoudend kan zijn in het houden van toezicht daarop. Als blijkt, dat het zelf controlerende vermogen van burgers en bedrijven tekort schiet, spreekt de gemeente Doesburg hen daarop aan. 5. Toezicht- en handhavingsacties worden afgemaakt Wie A zegt, zegt ook B. Een eenmaal opgestart toezicht- en handhavingstraject wordt pas afgesloten, nadat de overtreding is opgeheven. Verbeurde dwangsommen worden ook daadwerkelijk geïnd. Ook wanneer de overtreding na het verbeuren van de dwangsommen ongedaan is gemaakt. 6. De gemeente Doesburg geeft zelf het goede voorbeeld Wie zichzelf niet aan de regels houdt, kan een ander daar niet op aanspreken.
Daarom is het van belang, dat de gemeente Doesburg en haar vertegenwoordigers (ambtenaren, bestuurders en raadsleden) zelf het goede voorbeeld geven aan burgers en bedrijven. 7. Handhaving is het sluitstuk Repressieve handhaving (bijvoorbeeld het opleggen van een last onder dwangsom) volgt aan het einde van een heel traject. Dat traject bestaat uit de volgende stappen: toezicht houden, vaststellen of er sprake is van een overtreding, onderzoeken of legalisatie mogelijk is, overleg met de overtreder en het versturen van een sommatiebrief. Pas als deze stappen niet leiden tot opheffing van de overtreding, volgt repressieve handhaving.
Bijlage 2: Ketenpartners 2.1 ODRA De gemeente Doesburg participeert voor het zogenaamde basistakenpakket in de ODRA. Alle taken voor vergunningverlening, toezicht en handhaving Milieu die tot dit basistakenpakket behoren zijn met ingang van het 4e kwartaal 2022 ingebracht bij deze dienst. Concreet gaat het daarbij om de wettelijke milieutaken (medebewind) en de milieutaken rondom verwijdering van asbest.12 Vanuit de ODRA wordt tevens invulling gegeven aan een piketregeling (milieuwachtdienst) die voldoet aan de wettelijke eisen, zoals een 24-uur bereikbaarheid. Daarnaast is het ketentoezicht gericht op onder meer grondstromen, afval, asbest en vuurwerk. De keuze van het “takenpakket Milieu” voor de ODRA omvat alle VTH-taken op het gebied van milieu, de juridische expertise en de aanvullende specialistische (advies)taken bodem, geluid, externe veiligheid, lucht, geur en (afval)water. Dit betekent dat deze dienst zorg draagt voor de advisering aan de gemeente Doesburg op genoemde specialistische expertisevelden inzake milieu, bouw, ruimte en infrastructuur. Ook de niet inrichting gebonden milieutaken inzake ketentoezicht, asbestsanering, bodembescherming, en dergelijke maken onderdeel uit van het takenpakket dat bij de ODRA is ondergebracht. De gemeente Doesburg blijft voor al deze taken wel het bevoegd gezag en verantwoordelijk voor het handhavingsbeleid.
2.2 Gemeente Rheden De uitvoering van de taken van de boa’s is uitbesteed aan de gemeente Rheden. De activiteiten van de boa’s worden in nauwe samenwerking met de politie uitgevoerd en door de politie gecoördineerd. Bij zwaardere overtredingen of milieucriminaliteit vindt overleg en uitwisseling van informatie met het OM plaats. 2.3 Politie en OM Wij werken op het terrein van de openbare ruimte, openbare orde en veiligheid nauw samen met de politie. 2.4 Veiligheidsregio Gelderland Door de gemeente Doesburg is, op basis van een structurele financiële inbreng, menskracht ingebracht bij de Veiligheidsregio voor toezicht en advisering bij onder meer vergunningen en gebruiksmeldingen op het gebied van brandveiligheid en brandveilig gebruik. De veiligheidsregio adviseert de gemeente Does burg bij de taken vergunning- verlening en toezicht waarop dit beleidsplan betrekking heeft. Daarnaast vervult de Veiligheidsregio taken zoals het aanwijzen en toezicht op bedrijfsbrandweer, adviseert zij bij vuurwerk en externe veiligheid. Het toezicht wordt bij complexere zaken integraal uitgevoerd door toezichthouders van beide instanties. 2.5 Provincie Gelderland De provincie Gelderland is zowel een partner in de vergunningverlening als een handhavingspartner en daarnaast een partner in de ODRA.
De provincie heeft ook de gemeenten nodig om tot een integrale omgevingsvergunning te kunnen komen voor de inrichtingen en activiteiten waarvoor de provincie het bevoegd gezag is (o.a. betreft dit aspecten rond bouw, reclame, inritten, sloop en kap). In het kader van de nieuwe natuurwetgeving (Omgevingswet en Omgevingsverordening provincie) is samenwerking en afstemming tussen gemeenten en provincie nodig. Na de invoering van der Omgevingswet neemt de gemeente Doesburg een aantal taken op het gebied van bodemsaneringen en ontgrondingen over. Deze taken vormen dan geen zelfstandige wetgeving meer maar zijn onderdeel van de brede Omgevingswet (fysieke leefomgeving). Overigens worden deze nieuwe taken uitgevoerd door de ODRA.
__________________________ 12 Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de basistaken opgenomen in Bijlage 6 van het Omgevingsbesluit
De provincie draagt ook zorg voor het interbestuurlijk toezicht, onder andere het toezicht op de correcte uitvoering van de VTH-taken op de gemeenten. 2.6 Waterschappen Bij de uitvoering van het VTH-beleid werken wij waar nodig samen met de waterschappen die binnen de gemeente bevoegdheden hebben. Het waterschap is ook wettelijk adviseur bij watertaken van de gemeente.
Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) 12 oktober 2022
Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) 12 oktober 2022
Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO)
Inhoud 1.
Inleiding.......................................................................4
1.1
Aanleiding en achtergrond............................................................ 4
1.2
Doelstelling en werkingssfeer.......................................................5
1.3
Opzet van dit document...................................................................6
2.
Uitgangspunten en beginselen......................... 7
2.1
Uitgangspunten......................................................................................7
2.2 Beginselen....................................................................................................8
3.
Visie op een passende interventie.................. 10
4.
Stappenplan om te komen tot een passende interventie....................................12
4.1
Stap 1: positionering van de bevindingen in de basisinterventiematrix......................................................... 13
4.2 Stap 2: bepalen van de verzwarende aspecten die aanleiding kunnen geven voor een ingrijpender herstelsanctie of voor strafrechtelijk onderzoek of bestraffing...........14 4.3 Stap 3: optreden aan de hand van de algemene of domeinspecifieke interventiematrix............................... 15 4.4 Stap 4: bepalen of afstemmingsoverleg nodig is........17 4.5 Stap 5: vastlegging stappen en beslissingen.................18
5.
3
Randvoorwaarden voor werken met de LHSO.............................................................19
Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO)
HOOFDSTUK 1
Inleiding 1.1
Aanleiding en achtergrond
De Omgevingswet is gericht op het bereiken en in stand
De Omgevingswet gaat uit van vertrouwen. Bij vertrouwen
houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en
hoort het nemen van verantwoordelijkheid. De overheid wil
een goede omgevingskwaliteit. Deze wet heeft daarbij oog voor
erop kunnen vertrouwen dat burgers en bedrijven zich houden
de duurzame ontwikkeling, bewoonbaarheid van het land en
aan de voor hen geldende regels. Burgers en bedrijven mogen
de bescherming en verbetering van het leefmilieu. De wet is
erop vertrouwen dat de overheid degenen aanspreekt die de
ook gericht op de intrinsieke waarde van de natuur, en op het
regels overtreden. Dat draagt bij aan een gelijk speelveld en doet
doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke
recht aan het rechtsgevoel van de samenleving. Handhaving
leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.
is dan ook één van de instrumenten waarmee de overheid het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde
Met de Omgevingswet is (nagenoeg) alle voorheen bestaande
fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit nastreeft.
wet- en regelgeving die ter bescherming van de fysieke
Handhaving is een essentieel element van de werking van de
leefomgeving dient, gemoderniseerd en gebundeld. Het
rechtsstaat.
gaat om een stelselherziening waarmee zowel integratie als vereenvoudiging van het omgevingsrecht is beoogd.
Om effectief te kunnen handhaven, moeten de
Dat is een grote hoeveelheid regels en voorschriften. Het
handhavingspartners intensief en loyaal samenwerken.
omgevingsrecht is niet alleen neergelegd in de Omgevingswet,
Dat geldt voor de bestuurlijke overheden onderling, voor
maar ook in de bijbehorende uitvoeringsregelgeving: het
de instanties binnen de strafrechtsketen en, omdat vrijwel
Omgevingsbesluit (Ob), het Besluit kwaliteit leefomgeving
alle omgevingsrechtelijke regels zowel bestuursrechtelijk
(Bkl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit
als strafrechtelijk worden gehandhaafd, bovenal voor de
bouwwerken leefomgeving (Bbl) en de Omgevingsregeling
bestuurlijke organen en instanties enerzijds en het Openbaar
(Or). Daarnaast maken ook Rijk, provincies, gemeenten en
Ministerie en andere strafrechtelijke instanties anderzijds.
waterschappen regels en voorschriften in het omgevingsrecht.
Afstemming en samenwerking tussen bestuur en justitie
Een groot aantal bestuursorganen en 29 regionale
zijn ook noodzakelijk omdat niet alleen via het strafrecht
omgevingsdiensten zijn met de uitvoering van die regels belast.
(strafrechter of OM ) een straf kan worden opgelegd, maar in
Die bestuursorganen en omgevingsdiensten, de politie, de
toenemende mate ook het bestuur overtredingen kan bestraffen
bijzondere opsporingsdiensten, de inspectie leefomgeving en
met een bestuurlijke boete. Afstemming en samenwerking
transport (ILT), gemeenten, provincies, waterschappen, en
tussen bestuur en justitie zijn bovendien in talloze wettelijke
het Openbaar Ministerie zijn met de bestuursrechtelijke en
bepalingen voorgeschreven. Het gaat daarbij niet alleen om
strafrechtelijke handhaving belast. Tezamen vormen zij de
de Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht, maar
handhavingspartners.
ook om het Wetboek van Strafvordering en de Wet op de economische delicten.
4
Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO)
De inwerkingtreding van de Omgevingswet is de aanleiding
Uit een oogpunt van rechtsgelijkheid behoren interventies in
voor het vaststellen van de Landelijke Handhavingsstrategie
vergelijkbare situaties op eenzelfde wijze te worden toegepast.
Omgevingsrecht (LHSO). De LHSO heeft een breder werkings
Interveniëren is daarbij breder dan het opleggen van sancties;
bereik dan zijn voorganger, de Landelijke handhavingsstrategie
ook aanspreken, waarschuwen en informeren kunnen in een
(LHS) uit 2014. Een deel van de taken, het basistakenpakket,
concreet geval passende interventies zijn. De LHSO biedt een
moet worden uitgevoerd door de regionale omgevingsdiensten.
afwegingsinstrument om in concrete gevallen afgestemd,
Voor die basistaken moeten de bestuursorganen die in een
eenduidig, effectief en evenredig te kunnen interveniëren.
omgevingsdienst deelnemen gezamenlijk een uniforme
De LHSO dient als hulpmiddel voor een effectieve en
handhavingsstrategie vaststellen.
rechtmatige handhaving.
Die strategie moet zo nodig worden afgestemd met de instanties stelt eisen aan de kwaliteit van vergunningverlening, toezicht
Brede toepasselijkheid; werkingssfeer ook naast de verplichte basistaken mogelijk
en handhaving (VTH). De decentrale bestuursorganen stellen
De LHSO heeft betrekking op de Omgevingswet en de daarop
op basis daarvan kwaliteitscriteria vast voor het VTH-beleid.
gebaseerde regels. Ze is bedoeld als instrument voor de
De LHSO is daarvan een belangrijk onderdeel. De decentrale
organisaties belast met de handhaving daarvan. Toepassing
bestuursorganen stellen op basis van deze eisen een uitvoerings-
van de LHSO leidt tot afgestemd en effectief bestuursrechtelijk
en handhavingsstrategie vast. Deze twee strategieën vormen in
en/of strafrechtelijk optreden. Daarom is de LHSO met de
feite het uitvoerings- en handhavingsbeleid. Het is noodzakelijk
daarin neergelegde visie, uitgangspunten en richtsnoeren,
dat hierin ook het handhavingsbeleid wordt opgenomen,
breed toepasbaar. De LHSO kan dan ook door bestuursorganen
bij voorkeur wordt er hier de LHSO voor gebruikt. Voor de
worden vastgesteld voor andere taken dan de verplichte
omgevingsdiensten is het verplicht om, voor dit onderdeel, aan te
basistaken. Ook zou de LHSO kunnen worden toegepast door
sluiten bij de LHS en zijn opvolgers; nu dus de LHSO.
andere bestuursorganen. De uiteindelijke werkingssfeer hangt
belast met de strafrechtelijke handhaving. Het Omgevingsbesluit
1
dus af van de mate waarin bestuursorganen de LHSO toepassen en in hun handhavingsbeleid overnemen.
1.2 Doelstelling en werkingssfeer
Alle bij de LHSO betrokken handhavingspartners hebben de wens en zien de verplichting om te komen tot integrale en
De overheid is verantwoordelijk voor het handhaven van het
effectieve handhaving op het geheel van ordeningswetgeving, en
omgevingsrecht. Voor het bestuur geldt (bij herstelsancties)
het omgevingsrecht in het bijzonder. De noodzaak ligt besloten
de zogenoemde beginselplicht tot handhaving. Het Openbaar
in de wijze waarop de Europese en Nederlandse wetgever toezicht
Ministerie is belast met de strafrechtelijke handhaving van de
en opsporing en handhaving hebben geregeld. De noodzaak
rechtsorde. De kwaliteitseisen die het Unierecht aan nationale
komt ook naar voren uit een reeks onderzoeksrapporten. De
handhaving stelt – handhaving moet doeltreffend, evenredig en
LHSO is de tussen de handhavingspartners afgestemde strategie
afschrikkend zijn –, gelden door de toenemende invloed van het
om tussen bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving af
Unierecht op het omgevingsrecht voor een steeds groter deel
te wegen.
van het omgevingsrecht en worden in de LHSO dan ook als uitgangspunt genomen.
Met de vaststelling van de LHSO door het Bestuurlijk Omgevingsberaad (BOb) vervalt de landelijke handhavings
Wanneer regels worden overtreden – en het vertrouwen
strategie van 4 juni 2014. De LHSO zal vijf jaar na de vast
daardoor wordt geschaad –, is een passende interventie
stelling op initiatief van het Interprovinciaal overleg worden
geboden. Welke interventie passend is, hangt af van de aard,
geëvalueerd.
zwaarte, oorzaken en gevolgen van de overtreding en van het verwachte effect van de interventie. Het gedrag van de overtreder speelt vooral bij bestraffende interventies ook een belangrijke rol.
1
5
Op grond van de modelverordening uitvoering en handhaving van de VNG en het IPO. De link voor de omgevingsdiensten met de LHS en de LHSO staat beschreven in deel C (procescriteria), onder de 9b (de sanctiestrategie).
Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO)
1.3 Opzet van dit document
Keuzemodules niet-basistakenpakket: keuzestrategieën
Het grote bereik van de Omgevingswet brengt mee dat de
Vanwege de breedte van het omgevingsrecht is de
LHSO een brede reikwijdte heeft. Er is daarom gekozen voor
handhavingsstrategie naar zijn aard algemeen. De keuze
de volgende opzet. In hoofdstuk 2 worden de uitgangspunten
van bestuursorganen om de LHSO ook vast te stellen
en beginselen voor de handhaving van het omgevingsrecht
voor handhaving buiten de verplichte basistaken kan
uiteengezet, waaronder die voor de noodzakelijk samenwerking
verder worden ondersteund met een aantal modules
tussen de handhavingspartners. Die beginselen en
waarin bouwstenen en modellen zijn opgenomen voor
uitgangspunten spelen een belangrijke rol bij de wijze waarop
specifieke deelterreinen van het omgevingsrecht buiten
de passende interventie wordt gekozen. De algemene strategie
dat basistakenpakket. Te denken valt aan bouwregels en
hiervoor is te vinden in hoofdstuk 3 (visie) en hoofdstuk 4
erfgoedregels, vanwege de daarvoor bestaande bestuurlijke
(stappenplan). In hoofdstuk 5 worden de randvoorwaarden
boetebevoegdheden, maar het is denkbaar dat in de loop
en processtappen voor het werken met de LHSO gegeven.
van de komende tijd andere modules worden toegevoegd
In aanvulling op de LHSO kunnen er handhavings- of
die geschikt zijn voor een landelijke benadering.3 Deze
sanctiestrategieën zijn voor specifieke deelterreinen van het
domeinspecifieke strategieën kan het bevoegd gezag (het
omgevingsrecht vergelijkbaar met de aanvulling voor Seveso-
OM daaronder begrepen) naar keuze vaststellen, al dan niet
overtredingen (Brzo) uit 2012.
aangepast aan de lokale situatie. Ook kan het bevoegd gezag ervoor kiezen samen met het vaststellingsbesluit LHSO of
Landelijke handhavingsstrategie (algemeen/basis)
in een latere aanvulling daarop eigen lokale, bovenlokale
De handhavingsstrategie bestaat inhoudelijk uit een visie
of regionale strategieën vast te stellen voor bepaalde
op de handhaving, een beschrijving van de keuzes tussen
deelterreinen naar keuze. De elektronische bekendmaking
interventies, de processtappen om – in het licht van de
van zo’n besluit maakt deze beleidskeuze transparant.
uitgangspunten en beginselen – in een concreet geval tot de juiste keuze voor een passende interventie te komen en de beslispunten voor het bevoegd gezag. De landelijke VTH kwaliteitscriteria2 vereisen voor het basistakenpakket een uniforme handhavingsstrategie op het niveau van de regio; door het overnemen van de landelijke handhavingsstrategie kan aan deze verplichting van met name de deelnemers aan een Omgevingsdienst worden voldaan. De handhavingsstrategie in hoofdstuk 3 ziet dan ook primair op de basistaken, waarvoor het vaststellen van een uniforme handhavingsstrategie op het niveau van de omgevingsdienst voor met name de deelnemers aan een Omgevingsdienst wettelijk verplicht is, maar kan ook worden vastgesteld voor en toegepast bij de uitvoering en handhaving van de niet-basistaken. De LHSO kan op deze manier worden gebruikt voor (veel) meer delen van of zelfs het gehele omgevingsrecht. Dat heeft als voordeel dat ook handhavingspartners zoals de politie en bijzondere toezicht- en opsporingsinstanties er meer mee zouden kunnen gaan werken.
3
2
6
In dit document wordt uitgegaan van de VTH Kwaliteitscriteria 2.2 uit 2019.
De landelijke handhavingsstrategie Brzo die van toepassing is bij de hand having van Seveso-voorschriften, is een voorbeeld van een landelijke module die al bestond vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het gaat hier om een module ‘bovenop’ de algemene landelijke handhavingsstrategie voor een basistaak waarvoor de specifieke deskundigheid is vereist die bij een klein aantal (6) omgevingsdiensten is gebundeld. Er valt ook te denken aan modules voor andere taken dan de verplichte basistaken.
Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO)
HOOFDSTUK 2
Uitgangspunten en beginselen Aan het Unierecht en het Nederlandse geschreven en
C. Integraal, risico gestuurd en effectgericht.
ongeschreven recht kan een aantal uitgangspunten en
Handhaving in het omgevingsrecht is integraal (de activiteiten
beginselen worden ontleend die centraal staan bij de
van de betrokken overheidsorganisaties zijn onderling
handhaving van het omgevingsrecht en de samenwerking
afgestemd), risico gestuurd (prioritering op basis van
tussen de handhavingspartners. Dat zijn de volgende.
regelmatige risico-inventarisatie om met beperkte capaciteit een zo groot mogelijke beperking van risico’s te bereiken) en effectgericht (het doel is een zo groot mogelijke naleving
2.1 Uitgangspunten
om bij te dragen aan de doelen van de Omgevingswet). Vanzelfsprekend wordt waar nodig en/of op verzoek van handhavingspartners ook buiten vooraf gestelde prioriteiten
A. Veilige en gezonde fysieke leefomgeving.
opgetreden.
Handhaving door de overheid van het omgevingsrecht draagt bij aan het bereiken van de doelen van de Omgevingswet:
D. Onafhankelijk en professioneel.
duurzame ontwikkeling, bewoonbaarheid van het land en
Het tot handhaving bevoegde gezag is sterk, slagkrachtig
de bescherming en verbetering van het leefmilieu. Ook
en onbevangen. Het heeft een onafhankelijke houding,
handhaving is gericht op het bereiken en in stand houden
is deskundig en professioneel, en handelt zonder
van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving, een goede
vooringenomenheid. Handhavingsinstanties en hun
omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de
medewerkers handelen consequent en vasthoudend op
natuur, en op het doelmatig beheren en ontwikkelen van de
basis van de geldende wet- en regelgeving en de landelijke
fysieke leefomgeving.
handhavingsstrategie. Het belang van sterke, slagkrachtige en onafhankelijke handhaving is groot. De handhavingsinstanties
B. Vertrouwen.
zijn daarom robuust, hebben voldoende kritische massa
De Omgevingswet gaat uit van vertrouwen. Bij vertrouwen
en beschikken over de benodigde professionele afstand tot
hoort het nemen van verantwoordelijkheid. De overheid wil
het politiek-bestuurlijke gezag. Ook is het belangrijk dat er
erop kunnen vertrouwen dat burgers en bedrijven zich houden
ruimte is voor medewerkers om hun professionele mening
aan de voor hen geldende regels. Burgers en bedrijven moeten
naar voren te brengen. Alle bevoegde bestuursorganen
er op kunnen vertrouwen dat de overheid degenen die regels