CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.8: Vleermuizenonderzoek

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente DoesburgBij agendapunt: Bestemmingsplan Pastoor Blaisseweg 23.693 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vleermuisonderzoek aan de Pastoor Blaisseweg 2 te Doesburg Aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming

1

Colofon

Status:

Definitief

Project:

BE/2020/932

Datum:

8 oktober 2021 – revisie 18 oktober 2021

Samensteller(s):

ir. ing. D. de Boer

Collegiale toets:

ir. T.W.D. Schrader

Opdrachtgever:

Dhr. Drion en mevr. De Groot Pastoor Blaisseweg 2 6984 AC Doesburg

Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V. © Blom Ecologie B.V. Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.

2

Inhoud 1

Inleiding..................................................................................................................................... 4

1.1

Aanleiding en doel

4

1.2

Plangebied

5

1.3

Werkzaamheden

5

1.4

Mogelijk aanwezige soorten

6

1.5

Kader Wet natuurbescherming

8

2

Methode ..................................................................................................................................... 9

2.1

Theoretisch kader

9

2.2

Praktische uitvoering

10

2.3

Inventarisaties

11

3 Resultaten ..................................................................................................................................... 13 3.1

Vleermuizen

13

3.2

Overige soorten

14

4 Conclusie ...................................................................................................................................... 16 4.1

Vleermuizen

16

4.2

Overige soorten

16

4.3

Vervolgstap(pen)

16

5 Bronnen ......................................................................................................................................... 17 18

3

1 Inleiding 1.1

Aanleiding en doel Aan de Pastoor Blaisseweg 2 te Doesburg is een boerenerf met kapschuur, ligboxenstal, twee bijgebouwen en een woning gesitueerd. De initiatiefnemer is voornemens de kapschuur en ligboxenstal te saneren ten behoeve van de realisatie van nieuwe woningen. Tevens zullen de bijgebouwen (deels) inpandig verbouwd worden. In de toekomstige situatie zullen er 8 woningen op het erf aanwezig zijn. Het streven is om aan de oostzijde van de bebouwing een voedselbos op een maisakker te realiseren. De beoogde ontwikkeling leidt mogelijk tot de aantasting van beschermde soorten en andere beschermde natuurwaarden. Derhalve is een oriënterend onderzoek uitgevoerd naar de potentie van de planlocatie voor deze beschermde natuurwaarde (De Boer, 2020).

Figuur 1.1

De planlocatie (rood omkaderd) is gelegen aan de Pastoor Blaisseweg 2 te Doesburg (bron kaartmateriaal: arcgis.com).

Op basis van het oriënterende onderzoek kon de aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen niet worden uitgesloten. Om vast te stellen of de planlocatie daadwerkelijk een functie heeft voor gebouwbewonende vleermuizen en of de beoogde ontwikkeling resulteert in het beschadigen of wegnemen van verblijfplaatsen, was aanvullend onderzoek noodzakelijk. De initiatiefnemer heeft Blom Ecologie B.V. verzocht dit aanvullend onderzoek uit te voeren. In de voorliggende rapportage worden de bevindingen beschreven.

4

Onderzoeksdoel In dit aanvullende onderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen centraal gesteld: •

Zijn vleermuizen aanwezig in het plangebied?

•

Op welke wijze maken de vleermuizen gebruik van het plangebied? Zijn in het plangebied verblijfplaatsen aanwezig?

•

Hebben de voorgenomen activiteiten een negatief effect op de voorkomende soorten en/of de functionaliteit van de verblijfplaatsen en leefomgeving van vleermuizen?

1.2

Plangebied De planlocatie is gelegen aan de Pastoor Blaisseweg 2 te Doesburg. Op de planlocatie zijn een kapschuur, ligboxenstal, twee bijgebouwen en een woning aanwezig. De planlocatie wordt gekenmerkt door de bovengenoemde bebouwing, gedeeltelijke verharding, frequent gemaaid gras en een maisakker. Op de planlocatie is geen oppervlaktewater aanwezig. In figuur 1.2 zijn een aantal foto’s opgenomen die een impressie geven van de planlocatie.

Figuur 1.2

Fotografische indruk van de planlocatie en de directe omgeving hiervan. (A) de kapschuur en omgeving van de planlocatie (B) de kapschuur (rechts) en ligboxenstal (midden) op de planlocatie (De Boer, 2020).

1.3

Werkzaamheden De initiatiefnemer is voornemens om de ligboxenstal en kapschuur te saneren. Op de locatie van de kapschuur zullen woningen gerealiseerd worden, en op de locatie van de ligboxenstal zal een gemeenschappelijke schuur gerealiseerd worden. Bijgebouw 1 zal inpandig verbouwd worden tot woningen. Bijgebouw 2 zal eveneens onderhevig zijn aan een kleinschalige inpandige verbouwing. De begane grond van bijgebouw 2 is momenteel in gebruik als opslag, en naast deze functie zal de begane grond ook een functie al gemeenschappelijke keuken en werkruimte gaan vervullen. Momenteel vervult de zolder van bijgebouw 2 geen functie (c.q. leegstaand) en dit zal in de beoogde situatie zo blijven.

5

De werkzaamheden zullen op hoofdlijnen bestaan uit: • • • • • • • • •

1.4

saneren van de ligboxenstal en kapschuur: algemene sloopwerkzaamheden en afvoer sloopmateriaal; inpandig verbouwen van bijgebouw 1: algemene bouwwerkzaamheden; kleinschalige inpandige verbouwingen begane grond van bijgebouw 2: kleinschalige werkzaamheden zoals realisatie van een keuken; kappen van één boom: kap- en rooiwerkzaamheden; verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; realisatie nieuwbouw: algemene bouwwerkzaamheden; revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden aanplant van bomen, waaronder mogelijk een voedselbos;

Mogelijk aanwezige soorten Uit het oriënterend onderzoek (De Boer, 2020) is gebleken dat de planlocatie mogelijk geschikt is als nestplaats, rustplaats en/of verblijfplaats voor vleermuizen, kerkuilen en steenuilen (tabel 1.1). Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling diende derhalve onderzoek naar deze soorten uitgevoerd te worden. De resultaten van het onderzoek naar kerkuilen en steenuilen zijn separaat opgeleverd (De Boer, 2021). De conclusie van dit onderzoek was dat de zolder van bijgebouw 2 een functie vervult als rustplaats van de kerkuil. De planlocatie vervult geen functie voor de steenuil. Binnen de beoogde ontwikkeling blijft de rustplaats van de kerkuil behouden. De resultaten van het vleermuisonderzoek worden in de voorliggende rapportage toegelicht. Tabel 1.1

Overzicht van de Soortenbescherming. Voor de benoemde soorten geldt dat aanvullend onderzoek benodigd is. Soortenbescherming Soortgroep Beschermings- Soortspecifiek Functie plangebied regime Wet nb onderzoek Vaatplanten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen Amfibieën Reptielen Vissen Insecten en andere ongewervelden Vogels Kerkuil Steenuil

6

Artikel 3.5

Artikel 3.1 Artikel 3.1

Nee Nee Ja Nee Nee Nee Nee

Ja Ja

Verblijfplaatsen

Rustplaats/nestlocatie/foerageer -gebied Rustplaats/nestlocatie/foerageer -gebied

Tabel 1.2

Overzicht van de potentie voor verblijfplaatsen van de verschillende vleermuissoorten (soortenbescherming) en essentiële vliegroute en/of foerageergebied (De Boer, 2020).

Vleermuissoort

Potentie

Boom bewonend

Gebouw bewonend

Onderbouwing

Gewone dwergvleermuis

Ja

Ja

Ja

Geschikte bebouwing

(Massa)winterverblijfplaats gewone dwergvleermuis

Nee

n.v.t.

n.v.t.

Afwezigheid van hoge bebouwing met bufferende vermogen

Ruige dwergvleermuis

Ja

Ja

Ja

Geschikte bebouwing

openingen

in

Laatvlieger

Ja

Nee

Ja

Geschikte openingen voldoende grootte bebouwing

van in

Meervleermuis

Nee

Nee

Ja

Aanwezigheid oppervlaktewater omgeving

in

groot de

Aanwezigheid oppervlaktewater omgeving

in

groot de

Watervleermuis

Nee

Ja

Nee

openingen

in

Franjestaart

Nee

Ja

Nee

Afwezigheid boomholte(s) met voldoende inrotting

Gewone grootoorvleermuis

Ja

Ja

Ja

Agrarisch gebied zonder (te) veel lichtverstoring

Rosse vleermuis

Nee

Ja

Nee

Afwezigheid boomholte(s) met voldoende inrotting

Tweekleurige vleermuis

Nee

Nee

Ja

Afwezigheid van zeer hoge bebouwing

Tabel 1.3

Overzicht van de potentie type verblijfplaats per soort (De Boer, 2020).

Vleermuissoort

Zomer

Kraam

Paar

Winter

Gewone dwergvleermuis

Ja

Ja

Ja

Nee

Ruige dwergvleermuis

Ja

Nee

Ja

Nee

Laatvlieger

Ja

Ja

Ja

Nee

Gewone grootoorvleermuis

Ja

Ja

Ja

Nee

7

Figuur 1.3

Potentiële invliegopeningen voor vleermuizen aan de zuidzijde van de ligboxenstal. (A) een scheur in de muur vormt een potentiële invliegopening. (B) een deel van de muur waar de houten aftimmering ontbreekt. (C) de rode pijl wijst enkele plekken aan waar de houten aftimmering ontbreekt of deels loshangt. (D) vanuit de binnenzijde van de ligboxenstal is goed zichtbaar dat er een open spouw aanwezig is. Deze foto is gemaakt aan de binnenzijde van de scheur die afgebeeld is op foto A.

1.5

Kader Wet natuurbescherming De soortenbescherming van Wet natuurbescherming valt op grond van internationale verdragen

en

nationaal

beschermde

soorten,

uiteen

in

drie

verschillende

beschermingsregimes. Deze beschermingsregimes betreffen de Vogelrichtlijn (art. 3.1), Habitatrichtlijn (art. 3.5) en de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). Vleermuizen vallen onder de bescherming van de Habitatrichtlijn. Naar aanleiding van de beoogde werkzaamheden (paragraaf 1.3) kan overtreding van de volgende verbodsbepalingen optreden:

Wnb, art 3.5 lid 2 en 4 (Habitatrichtlijnsoorten) Lid 2: Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren Lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid (alle vleermuissoorten) te beschadigen of te vernielen.

8

2 Methode 2.1

Theoretisch kader Ten behoeve van ecologische onderzoek naar een aantal beschermde soorten in Nederland zijn door experts richtlijnen opgesteld. Deze richtlijnen zijn in zekere mate juridische kaders gaan vormen bij de toetsing van onderzoeken op juistheid en volledigheid. Voor de huismus en de gierzwaluw zijn deze richtlijnen vastgelegd in de Kennisdocumenten (BIJ12, 2017). Voor vleermuizen geldt het Vleermuisprotocol (NGB, 2021) als richtlijn. De richtlijnen worden met enige regelmaat door de opstellers geëvalueerd en indien noodzakelijk aangepast. De uitgangspunten zoals deze zijn geformuleerd in de richtlijnen vormen de basis voor het soortspecifieke onderzoek wat wordt uitgevoerd door Blom Ecologie B.V. In tabel 2.1 wordt voor de desbetreffende beschermde gebouwbewonende soorten beknopt weergeven wat de onderzoeksperioden en methode zijn. Tabel 2.1

Samenvatting van de uitgangspunten ten behoeve van vleermuisonderzoek zoals deze zijn geformuleerd in het Vleermuisprotocol (NGB, 2021).

Vleermuizen Kraamverblijfplaats: Aantoonbaar door onderzoek in de periode (10 mei) 15 mei t/m 15 juli (20 juli) (2x veldbezoek), waarvan minimaal 1 veldbezoek in juni. Indien meerdere soorten worden meegenomen kan het aantal veldbezoeken oplopen tot 3. Onderzoek is visueel en gericht op in- of uitvliegende individuen. Onderzoek wordt uitgevoerd m.b.v. een batdetector. Zomerverblijfplaats: Aantoonbaar door onderzoek in de periode (1 april) 15 mei t/m 15 augustus (1 december) (2x veldbezoek). Onderzoek is visueel en gericht op in- of uitvliegende individuen. Onderzoek wordt uitgevoerd m.b.v. een batdetector. Paarverblijfplaats: Aantoonbaar door onderzoek in de periode (15 juli) 15 augustus t/m 1 oktober (1 november) (2x veldbezoek). De periode is sterk afhankelijk van de soort. Onderzoek is visueel en gericht op in- of uitvliegende individuen, territoriaal gedrag en sociale geluiden. Onderzoek wordt uitgevoerd m.b.v. een batdetector.

(Kennisdocument gewone dwergvleermuis, BIJ12 & Vleermuisprotocol, januari 2021)

9

2.2

Praktische uitvoering De praktische uitvoering valt uiteen in standaardprocedure tijdens elk veldbezoek, de reactieve onderzoekswijze die gehanteerd wordt en, indien van toepassing, de aanvullende onderzoeksmethodes. Procedure Op basis van de te verwachten soorten en de relatieve potentie voor deze soorten binnen het plangebied wordt het aanvullende onderzoek ingericht. Voorafgaand aan de daadwerkelijke uitvoering wordt bekeken vanaf welke posities de planlocatie (gevels/daken/dakranden met potentie) het meest efficiënt (strategisch) kan worden onderzocht. De strategische punten, looproute en zichtlijnen zijn afhankelijk van de aanwezigheid van schuttingen, struiken/bomen, verlichting en diverse typen van bebouwing. Tevens zijn deze afhankelijk van de te onderzoeken soortgroep. De procedure voor ieder veldbezoek is als volgt: 1. Bepalen strategische punten voorafgaand aan start onderzoek. 2. Overleg met collega(‘s) over strategische punten en looproutes. Als het een vervolgronde betreft worden de resultaten van de eerdere rondes hierin meegenomen; 3. Controle gevels op aanwezigheid van uitwerpselen onder en/of tegen de gevels. Eventueel navraag bij bewoners op (recente) waarnemingen van vleermuizen1; 4. Start/uitvoering onderzoek/bezetting strategische punten en uitvoering conform reactieve onderzoekswijze; 5.

Afronding onderzoek, bespreken met collega(’s) van tussentijds resultaat, eventuele onduidelijkheden over verblijfplaatsen en waarnemingen worden in dit stadia goed ondervangen. 1

Op basis van uitwerpselen kan vaak een goede eerste indruk worden verkregen waar grotere verblijfplaatsen van

vleermuizen aanwezig zijn.

Reactieve onderzoekswijze Binnen de kaders van het Vleermuisprotocol (tabel 2.1) is de onderzoekswijze vormvrij. Afhankelijk van omstandigheden zoals de relatieve potentie, ervaring, moment van onderzoek

het

aantal

onderzoekers,

en

dergelijke,

worden

door

de

diverse

onderzoeksbureaus op verschillende wijze onderzoek uitgevoerd. Aangezien de te onderzoeken soorten veelal voorkeur hebben voor bepaalde type verblijfsplaatsen en leefgebied wordt door Blom Ecologie B.V. reactief onderzoek uitgevoerd. Dit type onderzoek houdt vast aan strategische punten en looproutes waarbij het geobserveerde gedrag van de te onderzoeken soort en de lokale omstandigheden leidend zijn voor de keuze van de strategische punten of looproute en de verblijfsduur per punt. De strategische punten worden bepaald op locatie voorafgaand aan de start van een onderzoek door een visuele beoordeling op de actuele potentie voor de soort in kwestie. Deze punten kenmerken zich door goed overzicht binnen het plangebied en zicht op zoveel mogelijk potentiële in- of uitvliegopeningen. Voor huismus geldt dat deze strategische posten veelal liggen nabij geschikt leefgebied. Het aanvullend onderzoek vleermuizen wordt uitgevoerd door een combinatie van strategische punten en looproutes. Tijdens het eerste veldbezoek (zowel in het voorjaar als najaar) worden strategische punten ingenomen.

10

Op het moment dat er sprake is van uitvliegende vleermuizen beweegt de onderzoeker zich in tegenovergestelde richting (dus de vleermuis tegemoet) naar het volgende strategische punt om zo een eventueel tweede of daaropvolgende uitvliegend individu, en uiteindelijk zo mogelijk de kolonieverblijfplaats, te lokaliseren. Hierbij blijft de nadruk op de woningen die binnen het plangebied vallen. Tijdens de vervolgonderzoeken wordt per seizoen de strategische punten ingenomen waar op dat moment de hoogste trefkans is. Afhankelijk van het doel van het aanvullend onderzoek (e.g. kraamverblijfplaatsen, functioneel leefgebied e.d.) wordt de nadruk gelegd op strategische punten (zomerverblijfplaatsen, vliegroutes) of strategische looproutes (paarverblijfplaatsen, winterzwermverblijfplaatsen). Voor alle onderzoeken geldt dat tijdens de rondes de keuze van strategische punten en/of looproutes beïnvloed worden door veranderende omstandigheden. Dit kan zijn een plotselinge verandering van windrichting, sterke toename of afname van windkracht, defecte straatverlichting en dergelijke. Het aantal factoren dat bepaalt waarom een onderzoeker juist de ene richting meer op kijkt dan de andere of er juist voor kiest af te wijken van een gebruikelijke route (door bijv.

buurtbewoners die de onderzoeker aan de praat houden, bewoners die honden uitlaten of dergelijke) zijn niet of nauwelijks definieerbaar. De wijze van onderzoek verschilt, met in achtneming van de randvoorwaarden van het Vleermuisprotocol en Kennisdocumenten, dus per datum, per loopronde en per moment. Er is derhalve geen sprake van vaste transecten maar veel eerder van diverse looproutes naar strategische punten waarbij de frequentie van stilstaan en beweging afhankelijk zijn van de omstandigheden op dat moment. Aanvullende onderzoeksmethoden Tijdens het onderzoek is gebruik gemaakt van een aanvullende onderzoeksmethode. Deze aanvullende onderzoeksmethode is niet opgenomen in de richtlijnen voor het aanvullend onderzoek maar levert wel waardevolle informatie die gebruikt wordt voor het interpreteren van de onderzoeksresultaten van de reguliere inventarisatiemethode. Tijdens meerdere onderzoeksrondes is gebruikt gemaakt van een warmtebeeldcamera (type Pulsar Helion XP28 of type AGM ASP TM-384). Een warmtebeeldcamera ondersteunt het waarnemen van vleermuizen en het foerageergedrag. Vooral voor het waarnemen van vliegende/foeragerende vleermuizen in schuren is het gebruik van de warmtebeeldcamera ondersteunend.

2.3

Inventarisaties Veldbezoeken De planlocatie is 5x bezocht door medewerkers van Blom Ecologie B.V. ten behoeve van het vleermuisonderzoek (tabel 2.2). Tijdens deze bezoeken zijn de planlocatie en de directe omgeving onderzocht op de aanwezigheid van vleermuizen.

11

Tabel 2.2

Veldbezoeken op de planlocatie, met per veldbezoek welke functies onderzocht worden en het aantal waarnemers dat is ingezet. De weersomstandigheden voldeden aan de minimumcriteria zoals opgenomen in het Vleermuisprotocol (2021).

Veldbezoek

Functie

Aantal

Datum

Zon ▼ ▲

Tijd

Weersomstandigheden

pers. Vleermuizen 1

Kraam + zomer

1

25-05-2021

05.30

02.30-05.30

2/8, droog, 2-3 Bft, 11˚C

Vleermuizen 2

Kraam + zomer

1

09-06-2021

21.53

21.50-00.30

1/8, droog, 0-1 Bft, 21˚C

Vleermuizen 3

Kraam + zomer

1

08-07-2021

21.55

21.50-00.30

8/8, droog, 0-1 Bft, 19˚C

Vleermuizen 4

Paar

1

18-08-2021

21.00

23.00-01.00

2/8, droog, 0-1 Bft, 17˚C

Vleermuizen 5

Paar

1

14-09-2021

20.52

22.00-00.00

4/8, droog, 0-1 Bft, 19˚C

Gebruikte materialen Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd met behulp van een verrekijker en batdetector, type Petterson D-200x en Petterson D-240x. Dit tweede type batdetector is heterodyne en heeft een time expansion functie. De time expansion functie maakt het mogelijk de geluidopnames te vertragen waardoor nauwkeurige analyse van de hoogfrequent geluiden uitgevoerd kunnen worden. Geluidswaarnemingen zijn eventueel opgenomen met een opnameapparaat van het merk Roland, type R-07. Indien inventarisatie in het veld niet mogelijk was zijn geluiden geanalyseerd met behulp van de software BATSOUND. Tevens is tijdens meerdere onderzoeksrondes gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera (type Pulsar Helion XP28 of type AGM ASP TM-384).

12

3 Resultaten 3.1

Vleermuizen Waarnemingen, soorten en aantallen Tijdens de onderzoeksrondes zijn in totaal een tweetal soorten waargenomen binnen of in de directe nabijheid van het plangebied (tabel 3.1). Waargenomen soorten betreffen de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus). Tijdens de onderzoeksrondes op 25 mei 2021 (ronde 1) en 8 juli 2021 (ronde 3) zijn er geen vleermuizen nabij de bebouwing op de planlocatie waargenomen. Tijdens de overige rondes zijn vleermuizen zowel (kortdurig) in de nabijheid van bebouwing en bomen op de planlocatie waargenomen. De meest waargenomen soort betrof de gewone dwergvleermuis. Tijdens piekmomenten bevonden zich circa 3 individuen op de planlocatie en in de directe omgeving hiervan. Dit betrof hoofdzakelijk de gewone dwergvleermuis. De gewone grootoorvleermuis is enkel waargenomen op 8 juli 2021. Tijdens dit veldbezoek vertoonde de gewone grootoorvleermuis foeragerend gedrag ter hoogte van bomen op de planlocatie. Tabel 3.1

Waarnemingen en aantallen van vleermuizen gedurende de veldbezoeken.

Veldbezoek

Soort

Aantal

Gedrag

Vleermuis 1

Gewone dwergvleermuis

2

Foeragerend

Gewone dwergvleermuis

2

Foeragerend

Vleermuis 3

Gewone dwergvleermuis

2

Foeragerend

08-07-2021

Gewone grootoorvleermuis

1

Foeragerend

Vleermuis 4

Gewone dwergvleermuis

1

Foeragerend

Gewone dwergvleermuis

1

Foeragerend en sociale geluiden

25-05-2021 Vleermuis 2 09-06-2021

18-08-2021 Vleermuis 5 14-09-2021 Verblijfplaatsen Gedurende het onderzoek zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Tijdens de onderzoeksrondes op 9 juni 2021 (ronde 2) en 18 augustus 2021 (ronde 4) is een gewone dwergvleermuis zeer kortdurig vliegend vlak bij de noordgevel van bijgebouw 1 waargenomen. Aangezien de vliegbewegingen nabij de gevel van zeer korte duur waren, zijn er te weinig aanwijzingen voor het vaststellen van een verblijfplaats of binding met de bebouwing. Tevens wordt bijgebouw 1 enkel inpandig verbouwd waardoor het wegnemen of beschadigen van verblijfplaatsen (indien aanwezig) niet zal plaatsvinden. Vliegroutes en foerageergebieden Gedurende het vleermuisonderzoek is geen essentiële vliegroute en/of foerageergebied vastgesteld. Op basis van het aantal waargenomen individuen is de aanwezigheid van een veel gebruikte vliegroute uitgesloten. De waargenomen individuen verspreiden zich diffuus door het plangebied waardoor er geen sprake is van de aanwezigheid van een vaste vliegroute.

13

Foeragerende vleermuizen zijn waargenomen ter hoogte van de bomenlaan aan de oostzijde van de bebouwing en tussen de bebouwing. Tijdens piekmomenten was er bij de bomenlaan sprake van 3 foeragerende vleermuizen. Aanwezigheid van vleermuizen in dit foerageergebied is gedurende 2 van de veldbezoeken vastgesteld. Gezien de infrequente aanwezigheid van foeragerende vleermuizen blijkt dat de bomenlaan niet van essentieel belang is als foerageergebied voor vleermuizen. Tevens blijft deze bomenlaan behouden.

Figuur 3.1

Locaties van algemene foerageergebieden van de gewone dwergvleermuis op de planlocatie. (verantwoording: het kaartmateriaal is vervaardigd in QGIS).

3.2

Overige soorten Naast de te onderzoeken soorten waarvoor het voorliggend onderzoek is uitgevoerd zijn tijdens de veldbezoeken overige soorten waargenomen. De volgende vogelsoorten zijn gedurende de veldbezoeken waargenomen: houtduif, kauw, kerkuil en kievit. Deze waarnemingen bestaan met name uit overvliegende, rustende of foeragerende vogels. Ten aanzien van de kerkuil is separaat onderzoek uitgevoerd (De Boer, 2021). Tijdens het onderzoek zijn twee bezette nesten van de houtduif waargenomen. Deze nesten bevonden zich in de kapschuur en onder de overhangende kap van bijgebouw 2. In enkele gevallen zijn nesten of verblijfplaatsen van deze soorten waargenomen (zie tabel 3.2). In figuur 3.2 worden de ruimtelijke spreiding van de nesten weergeven. Houtduiven vallen onder de bescherming van de algemene broedvogels en zijn in het broedseizoen beschermd. Het saneren van de kapschuur en ligboxenstal dient derhalve uitgevoerd te worden buiten het buiten het broedseizoen van de houtduiven en de meest kwetsbare periode van de kerkuil. De periode waarin deze sloopactiviteiten wel kunnen plaatsvinden betreft derhalve september t/m januari. De nestlocatie onder de overhangende kap van bijgebouw 2 kan behouden blijven in de beoogde situatie.

14

Tabel 3.2 Locaties nesten en verblijfplaatsen van overige soorten. VRL: vogelrichtlijn (Wnb, art. 3.1). Omschrijving

Soort

Pastoor Blaisseweg 2

Houtduif

Figuur 3.2

Aantal 2

Bescherming VRL, algemene broedvogel

Overzicht van de nesten van de houtduiven op de planlocatie (verantwoording: het kaartmateriaal is vervaardigd in QGIS).

Figuur 3.3

Nestlocatie van de houtduif onder de overhangende kap van bijgebouw 2.

15

4 Conclusie 4.1

Vleermuizen In de periode mei – september 2021 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuizen in de woningen aan het plangebied. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het Vleermuisprotocol (NGB, 2021). Tijdens het onderzoek zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. De beoogde ontwikkeling leidt derhalve niet tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming. De aanvraag van een ontheffing met betrekking tot vleermuizen is derhalve niet benodigd.

4.2

Overige soorten Het onderzoek beperkte zich in beginsel tot het vaststellen van de aan- dan wel afwezigheid van steenuilen en kerkuilen (zie De Boer, 2021) en vleermuizen. Tijdens het onderzoek is tevens gelet op nesten en/of verblijflocaties van andere soorten op de planlocatie. Er zijn in totaal 2 nesten van de houtduif aangetroffen binnen het plangebied. Zoals beschreven staat in de Vogelrichtlijn zijn alle vogels in Nederland beschermd tijdens het broedseizoen. Om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen dienen werkzaamheden die mogelijk leiden tot verstoring of aantasting van nesten (namelijk de totaalsloop van de kapschuur en ligboxenstal) buiten het broedseizoen én de meest kwetsbare periode voor kerkuilen uitgevoerd te worden. De kwetsbare periode van de kerkuil betreft februari t/m augustus (BIJ12 kennisdocument Kerkuil, 2017). De totaalsloop kan uitgevoerd worden in de periode september t/m januari. Door deze periode aan te houden wordt het wegnemen van nesten van algemene broedvogels eveneens voorkomen.

4.3

Vervolgstap(pen) Ten behoeve van vleermuizen zijn geen vervolgstappen benodigd.

16

5 Bronnen BIJ12, 2017. Kennisdocument gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. BIJ12, Utrecht BIJ12, 2017. Kennisdocument gewone grootoorvleermuis Plecotus auritus. BIJ12, Utrecht BIJ12, 2017. Kennisdocument ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii. BIJ12, Utrecht NGB, Zoogdiervereniging en GaN, 2021. Vleermuisprotocol, versie januari 2021 De Boer, 2020. Quickscan Wet natuurbescherming Pastoor Blaisseweg 2 te Doesburg. 4 december 2020, Blom Ecologie B.V. De Boer, 2021. Kerkuilen- en steenuilenonderzoek aan de Pastoor Blaisseweg 2 te Doesburg. 4 juni 2021, Blom Ecologie B.V.

Gebruikte websites www.arcgis.nl

17

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=f1ec6a4c-80bd-4755-a44b-cb9a6122e5e1