CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.7: Kerkuilen- en steenuilenonderzoek

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente DoesburgBij agendapunt: Bestemmingsplan Pastoor Blaisseweg 23.628 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kerkuilen- en steenuilenonderzoek aan de Pastoor Blaisseweg 2 te Doesburg Aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming

1

Colofon

Status:

Definitief

Project:

BE/2020/932

Datum:

4 juni 2021

Samensteller(s):

ir. ing. D. de Boer

Collegiale toets:

ir. T.W.D. Schrader

Opdrachtgever:

Dhr. Drion en mevr. De Groot Pastoor Blaisseweg 2 6984 AC Doesburg

Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V. © Blom Ecologie B.V. Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.

2

Inhoud

1

2

Inleiding..................................................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding en doel

5

1.2

Planlocatie

6

1.3

Werkzaamheden

6

1.4

Te verwachten soorten en functies

7

1.5

Kader Wet natuurbescherming

8

Methode ..................................................................................................................................... 9 2.1

Soorten

9

2.2

Theoretisch kader

10

2.3

Praktische uitvoering

11

2.4

Specifieke omstandigheden

12

3 Resultaten ..................................................................................................................................... 13 3.1

Steenuil

13

3.2

Kerkuil

14

4 Conclusie en advies .................................................................................................................... 16 4.1

Steenuil en kerkuil

16

4.2

Vervolgstap(pen)

17

4.3

Te treffen maatregelen tijdens de werkzaamheden

17

5 Bronnen ......................................................................................................................................... 18

3

4

1 Inleiding 1.1

Aanleiding en doel Aan de Pastoor Blaisseweg 2 te Doesburg is een boerenerf met kapschuur, ligboxenstal, twee bijgebouwen en een woning gesitueerd. De initiatiefnemer is voornemens de kapschuur en ligboxenstal te saneren ten behoeve van de realisatie van nieuwe woningen. Tevens zullen de bijgebouwen (deels) inpandig verbouwd worden. In de toekomstige situatie zullen er 8 woningen op het erf aanwezig zijn. Ook wordt aan de oostzijde van de bebouwing een voedselbos op een maisakker gerealiseerd, en zal een zwemvijver worden aangelegd. De beoogde ontwikkeling leidt mogelijk tot de aantasting van beschermde soorten en andere beschermde natuurwaarden. Derhalve is een oriënterend onderzoek uitgevoerd naar de potentie van de planlocatie voor deze beschermde natuurwaarde (De Boer, 2020).

Figuur 1.1

De planlocatie (rood omkaderd) is gelegen aan de Pastoor Blaisseweg 2 te Doesburg (bron kaartmateriaal: arcgis.com).

Op basis van het oriënterende onderzoek kon de aanwezigheid van nesten en rustplaatsen van steenuilen en kerkuilen niet worden uitgesloten. Om vast te stellen of de planlocatie daadwerkelijk een functie heeft voor vorengenoemde soorten en of de beoogde ontwikkeling resulteert in het beschadigen of wegnemen van nest- en/of rustplaatsen, was aanvullend onderzoek noodzakelijk. De initiatiefnemer heeft Blom Ecologie B.V. verzocht dit aanvullend onderzoek uit te voeren. In voorliggende rapportage worden de bevindingen beschreven.

5

Onderzoeksdoel In dit aanvullende onderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen centraal gesteld: •

Zijn steenuilen en kerkuilen aanwezig in de planlocatie?

•

Op welke wijze maken steenuilen en kerkuilen gebruik van de planlocatie? Zijn in de planlocatie migratieroutes, foerageergebieden, voortplanting- en/of vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig?

•

Hebben de voorgenomen activiteiten een negatief effect op de voorkomende soorten en/of de functionaliteit van de nest- en/of rustplaatsen en leefomgeving van steenuilen en kerkuilen?

1.2

Planlocatie De planlocatie is gelegen aan de Pastoor Blaisseweg 2 te Doesburg. Op de planlocatie zijn een kapschuur, ligboxenstal, twee bijgebouwen en een woning aanwezig. De planlocatie wordt gekenmerkt door de bovengenoemde bebouwing, gedeeltelijke verharding, frequent gemaaid gras en een maisakker. Op de planlocatie is geen oppervlaktewater aanwezig. In figuur 1.2 zijn een aantal foto’s opgenomen die een impressie geven van de planlocatie.

Figuur 1.2

Fotografische indruk van de planlocatie en de directe omgeving hiervan. (A) de kapschuur en omgeving van de planlocatie (B) de kapschuur (rechts) en ligboxenstal (midden) op de planlocatie (De Boer, 2020).

1.3

Werkzaamheden De initiatiefnemer is voornemens om de ligboxenstal en kapschuur te saneren. Op de locatie van de kapschuur zullen woningen gerealiseerd worden, en op de locatie van de ligboxenstal zal een gemeenschappelijke schuur gerealiseerd worden. Bijgebouw 1 zal inpandig verbouwd worden tot woningen. Bijgebouw 2 zal eveneens onderhevig zijn aan een kleinschalige inpandige verbouwing. De begane grond van bijgebouw 2 is momenteel in gebruik als opslag, en naast deze functie zal de begane grond ook een functie al gemeenschappelijke keuken en werkruimte gaan vervullen. Momenteel vervult de zolder van bijgebouw 2 geen functie (c.q. leegstaand) en dit zal in de beoogde situatie zo blijven.

6

De werkzaamheden zullen op hoofdlijnen bestaan uit: • • • • • • • • • •

1.4

saneren van de ligboxenstal en kapschuur: algemene sloopwerkzaamheden en afvoer sloopmateriaal; inpandig verbouwen van bijgebouw 1: algemene bouwwerkzaamheden; kleinschalige inpandige verbouwingen begane grond van bijgebouw 2: kleinschalige werkzaamheden zoals realisatie van een keuken; kappen van één boom: kap- en rooiwerkzaamheden; verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; realisatie nieuwbouw: algemene bouwwerkzaamheden; revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden aanplant van bomen, waaronder een voedselbos; realisatie zwemvijver: graafwerkzaamheden en grondtransport.

Te verwachten soorten en functies Uit het oriënterend onderzoek (De Boer, 2020) is gebleken dat de planlocatie mogelijk geschikt is als nest- en/of rustplaats van steenuilen en/of kerkuilen (tabel 1.1). Tijdens het oriënterend onderzoek zijn namelijk diverse uilensporen (c.q. krijtsporen en braakballen) in meerdere gebouwen aangetroffen. Tevens zijn twee kerkuilen aangetroffen op de zolder van bijgebouw 2. Bebouwing welke mogelijk een functie voor uilen vervullen betreffen: ligboxenstal, kapschuur en de zolder van bijgebouw 2. Wegens ontoegankelijkheid is het op voorhand uitgesloten dat de woning en bijgebouw 1 een functie vervullen voor uilen. Naast dat de planlocatie mogelijk een functie vervult voor steenuilen en/of kerkuilen, vervult de planlocatie ook mogelijk een functie voor gebouwbewonende vleermuizen. In 2021 wordt derhalve ook een aanvullend vleermuisonderzoek uitgevoerd, indicatief komen deze resultaten vanaf oktober 2021 beschikbaar. De bevindingen van het vleermuisonderzoek worden in een separate rapportage gepresenteerd. Tabel 1.1 Overzicht van de Soortenbescherming. Voor de benoemde soorten geldt dat aanvullend onderzoek benodigd is.

Soortenbescherming Soortgroep Beschermings- Soortspecifiek Functie plangebied regime Wet nb onderzoek Vaatplanten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen Amfibieën Reptielen Vissen Insecten en andere ongewervelden Vogels Kerkuil Steenuil

Artikel 3.5

Artikel 3.1 Artikel 3.1

Nee Nee Ja Nee Nee Nee Nee

Ja Ja

Verblijfplaatsen

Rustplaats/nestlocatie/foerageer -gebied Rustplaats/nestlocatie/foerageer -gebied

7

Figuur 1.3

Overzicht van de sporen en waargenomen individuen van de kerkuil op de planlocatie tijdens het oriënterende onderzoek. De kapschuur, ligboxenstal en zolder van bijgebouw 2 vervullen mogelijk een functie voor steen- en/of kerkuilen (De Boer, 2020).

1.5

Kader Wet natuurbescherming De soortenbescherming van Wet natuurbescherming valt op grond van internationale verdragen

en

nationaal

beschermde

soorten,

uiteen

in

drie

verschillende

beschermingsregimes. Deze beschermingsregimes betreffen de Vogelrichtlijn (art. 3.1), Habitatrichtlijn (art. 3.5) en de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). De steenuil en kerkuil vallen onder de bescherming van de Vogelrichtlijn. Naar aanleiding van de beoogde werkzaamheden (paragraaf 1.3) kan overtreding van de volgende verbodsbepalingen optreden: Wnb, art 3.1 lid 2 en 4 (Vogelrichtlijnsoorten) Lid 2: Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid (steenuil en kerkuil) te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels (steenuil en kerkuil) weg te nemen. Lid 4: Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.

8

2 Methode 2.1

Soorten Op de planlocatie kan de aanwezigheid van steenuilen en kerkuilen niet worden uitgesloten. Per soort (groep) is een bepaalde onderzoeksmethode en inspanning vereist op basis van de ecologie van de soort. Steenuil De steenuil (figuur 2.1) is de kleinste in ons land broedende uil. Hij heeft een gele iris en een gevlekt verenkleed met een bruine ondergrond. Steenuilen zijn sterk verbonden aan het kleinschalige agrarische cultuurlandschap. De steenuil is een vogel die gebruikelijk leeft op erven van burgerwoningen, bij boerderijen in het agrarische cultuurlandschap en aan dorpsranden. Ze zijn uitgesproken standvogels en verblijven het hele jaar in hun territorium. Deze territoria zijn relatief klein en het activiteitgebied rond de nestplaats is slechts enkele honderden meters groot. Nesten en rustplaatsen van steenuilen bevinden zich vaak onder het dak, in schuurtjes of in een steenuilenkast. Daarnaast zijn ze ook vaak te vinden in knotbomen en oude hoogstamfruitbomen (BIJ12 Kennisdocument Steenuil, 2017).

Figuur 2.1

Steenuil op tak (bron: IVN natuureducatie Oost Veluwezoom).

Kerkuil De kerkuil (figuur 2.2) is een erg opvallende uil door zijn hartvormige gezicht. De onderkant van zijn vleugels is licht gekleurd. Zijn rug is roestkleurig, met grijze vlekken en stipjes. De buik van de kerkuil is beige en heeft meestal veel stipjes. Kerkuilen zijn standvogels. Als ze eenmaal zijn gevestigd, blijven kerkuilen meestal hun hele leven in hetzelfde gebied. De kerkuil is een soort die voorkomt in cultuurland met gras- en bouwlanden die begrensd worden door kruidenrijke akkerranden, houtwallen, heggen of bosjes. Kerkuilen broeden vooral in de hoge, donkere en tochtvrije delen van boerenschuren, kerken, kastelen en torens. (BIJ12 Kennisdocument Kerkuil, 2017).

9

Figuur 2.2

2.2

Kerkuil met prooi (bron: Stichting kerkuilen werkgroep Nederland).

Theoretisch kader Ten behoeve van ecologische onderzoek naar een aantal beschermde soorten in Nederland zijn door experts richtlijnen en of protocollen opgesteld. Deze richtlijnen zijn in zekere mate juridische kaders gaan vormen bij de toetsing van onderzoeken op juistheid en volledigheid. Voor de steenuil en kerkuil zijn deze richtlijnen vastgelegd in de Kennisdocumenten (BIJ12, 2017).

In

het

Kennisdocument

Soortinventarisatieprotocollen

Steenuil

(NGB,

wordt

2017).

hierbij

De

verwezen

richtlijnen

naar

van

de deze

Soortinventarisatieprotocollen worden met enige regelmaat door de opstellers (NGB) geëvalueerd en indien noodzakelijk aangepast. De uitgangspunten zoals deze zijn geformuleerd in de richtlijnen en protocollen vormen de basis voor het soortspecifieke onderzoek wat wordt uitgevoerd door Blom Ecologie B.V. In tabel 2.1 wordt voor de desbetreffende beschermde soorten beknopt weergeven wat de onderzoeksperioden en methode zijn. Tabel 2.1 Samenvatting van de uitgangspunten ten behoeve van steenuil- en kerkuilonderzoek zoals deze zijn geformuleerd in het Kennisdocument Kerkuil en Kennisdocument Steenuil (BIJ12, 2017) en het Soortinventarisatieprotocollen (NGB, 2017). Kerkuil Nestlocaties: -Er is een bezet nest -Er is minimaal één waarneming in de periode van 1 februari tot en met 31 augustus van: -een paar in broedbiotoop, of -territoriaal gedrag: een krijsende vogel. Dit kan het hele jaar zijn, maar vooral februari en maart, of -bedelende jongen: dit is doorgaans vanaf juni.

10

De afwezigheid van broedende kerkuilen kan zijn aangetoond als tijdens drie gerichte veldbezoeken verspreid in de periode van begin februari tot en met half oktober geen aanwezigheid kan worden aangetoond. De inventarisatie moet bij voorkeur tijdens goede weersomstandigheden en in een geschikt biotoop plaatsvinden. De beste momenten om te inventariseren zijn ’s avonds en ’s nachts. De kerkuil reageert niet op het afspelen van de baltsroep op een geluidsrecorder. Daarnaast moet bij voorkeur ook overdag gezocht zijn naar sporen die de aanwezigheid van een nestplek aannemelijk maken, zoals braakballen of krijtstrepen. (Kennisdocument Kerkuil BIJ12) Steenuil Nestlocaties: Aantoonbaar door onderzoek in de periode 1 februari t/m 30 april (3x veldonderzoek), waarbij er minimaal 1 maand tussen het 1e en 3e veldbezoek aanwezig is. Onderzoek wordt uitgevoerd d.m.v. afspelen baltsroep en tenminste éénmaal zoeken naar sporen en nestplekken. Functioneel leefgebied: Bestaat uit roestplaatsen en foerageergebied. Wordt vastgesteld door waarnemingen en gedrag van de aanwezige steenuilen. (Kennisdocument Steenuil BIJ12, Soortinventarisatieprotocol NGB, juli 2017)

2.3

Praktische uitvoering De praktische uitvoering valt uiteen in standaardprocedure tijdens elk veldbezoek, de reactieve onderzoekswijze die gehanteerd wordt en, indien van toepassing, de aanvullende onderzoeksmethodes. In totaal hebben er 3 veldbezoeken plaatsgevonden, hierin zijn verschillende onderzoeken gecombineerd (tabel 2.2). Tabel 2.2

Veldbezoeken op de planlocatie, met per veldbezoek welke functies onderzocht worden en het aantal waarnemers dat is ingezet.

Veldbezoek

Functie

Aantal pers.

Datum

Tijd

Weersomstandigheden

Steenuil en kerkuil

Nest-/rustplaats en foerageergebied

1

23-03-2021

19:2022:00

Bewolking 0/8, droog, 0-1- Bft, 8 ˚C

Steenuil en kerkuil

Nest-/rustplaats en foerageergebied

1

06-04-2021

20:4523:15

Bewolking 8/8, overwegend droog, 2-3 Bft, 0 ˚C

Steenuil en kerkuil

Nest-/rustplaats en foerageergebied

1

26-04-2021

21:2000:00

Bewolking 3/8, droog, 1-2 Bft, 9 ˚C

Procedure Op basis van de te verwachten soorten en de relatieve potentie voor deze soorten binnen de planlocatie wordt het aanvullende onderzoek ingericht. Voorafgaand aan de daadwerkelijke uitvoering wordt bekeken vanaf welke posities de planlocatie (schuren met potentie) het meest efficiënt (strategisch) kan worden onderzocht. De strategische punten, looproute en zichtlijnen zijn afhankelijk van de aanwezigheid van groenstructuren en diverse typen van bebouwing. 11

Steenuilen en kerkuilen Tijdens een territoriumkartering van de steenuil worden het aantal roepende mannetjes in kaart gebracht. Onder de aanname dat elk roepend exemplaar een broedpaar vertegenwoordigd wordt zo een beeld van het aantal territoria verkregen. Een belangrijk hulpmiddel hierbij is een smartphone en bluetooth JBL Clip 3 speaker, waardoor de roep luid wordt afgespeeld. Een steenuil beschermt zijn territorium door te antwoorden met een (balts)roep. Daarnaast geven zichtwaarnemingen inzicht in de mogelijke aanwezigheid van een broedpaar. Als laatste wordt er gelet op krijtsporen binnen de stallen en eventuele paaltjes van hekwerk, indien aanwezig. Deze krijtsporen geven een indicatie dat een steenuil(paar) vaak naar deze locatie terugkomt. De kerkuil reageert, in tegenstelling tot de steenuil, niet op roep van soortgenoten. Gezien kerkuilen voornamelijk nachtjagers zijn en vanaf een uur na zonsondergang de kerkuil zijn roestplaats verlaat om te jagen, dienen de veldbezoeken rond dit tijdstip plaats te vinden. Voor het vaststellen van een vaste rust- en verblijfplaats geldt derhalve zichtwaarnemingen, alsmede het aantreffen van verse braakballen. De kerkuil jaagt laagvliegend via vaste routes en vanaf zitplekken zoals hekpalen of kilometerpaaltjes langs wegen.

Bij braakballen en/of krijtsporen naast dergelijke plekken, kan ervan uit worden gegaan dat het een foerageergebied (c.q. territorium) betreft.

2.4

Specifieke omstandigheden Tijdens de uitvoering van het onderzoek kan er sprake van dusdanig omstandigheden dat er mogelijk een vertekend beeld optreedt van de verzamelde resultaten. Hiermee wordt niet bedoeld het gemotiveerd afwijken van uitgangspunten zoals geformuleerd in de Kennisdocumenten en soorteninventarisatieprotocol. Tijdens het onderzoek was er (voor zover de onderzoekers hebben kunnen nagaan) geen sprake van omstandigheden die mogelijk effect sorteren op de onderzoeksresultaten. Gedurende het veldbezoek op 6 april 2021 heeft het sporadisch geregend, maar gezien de volledige afwezigheid van waarnemingen van

steenuilen

binnen

onderzoeksresultaten.

12

het

plangebied

heeft

dit

geen

invloed

gehad

op

de

3 Resultaten 3.1

Steenuil Waarnemingen en aantallen Tijdens de veldbezoeken zijn op de planlocatie geen steenuilen visueel waargenomen. Ook zijn er geen steenuilen roepend vanaf de planlocatie waargenomen. Tijdens de onderzoek rondes is meerdere malen de roep van de steenuil afgespeeld. Tijdens de veldbezoeken op 23 maart 2021 en 6 april 2021 riepen steenuilen in gebied ten noorden van de planlocatie terug.

Figuur 3.1

Geschatte locatie van roepende steenuil(en) (bron kaartmateriaal: arcgis.com).

Er zijn tijdens de veldbezoeken geen verse krijtsporen van uilen aangetroffen. Tevens zijn geen braakballen van steenuilen op de planlocatie aangetroffen. Nesten en rustplaatsen Wegens het ontbreken van visuele waarnemingen, roepende individuen vanaf de planlocatie en afwezigheid van sporen (c.q. braakballen en krijtsporen) van steenuilen is het uitgesloten dat de planlocatie een functie vervult als nestplaats of rustplaats voor steenuil. Functioneel leefgebied De steenuil is tijdens de veldbezoeken niet rondom de bebouwing of op de maisakker waargenomen. Derhalve is uitgesloten dat de maisakker, welke omgevormd zal worden tot voedselbos, of andere gedeelten van de planlocatie een functie vervullen als functioneel leefgebied van de steenuil.

13

3.2

Kerkuil Waarnemingen en aantallen Tijdens de veldbezoeken op 23 maart 2021, 6 april 2021 en 26 april 2021 zijn op de planlocatie geen kerkuilen visueel waargenomen. Op 25 mei 2021 is in het kader van vleermuisonderzoek een ochtendveldbezoek op de planlocatie uitgevoerd. Tijdens dit ochtendbezoek is een kerkuil uitvliegend uit de zolder van bijgebouw 2 waargenomen. Hoewel tijdens de veldbezoeken geen roepende kerkuilen op de planlocatie zijn waargenomen, is tijdens het veldbezoek op 23 maart 2021 een roepende kerkuil in gebied ten noordwesten van de planlocatie waargenomen.

Figuur 3.1

Geschatte locatie van roepende kerkuil (bron kaartmateriaal: arcgis.com).

Er zijn tijdens de veldbezoeken geen verse krijtsporen van uilen aangetroffen. Tijdens het veldbezoek op 6 april 2021 zijn op de zolder van bijgebouw 2 relatief verse braakballen van kerkuilen aangetroffen. Nesten en rustplaatsen Op de zolder van bijgebouw 2 zijn op 6 april 2021 relatief verse braakballen aangetroffen en is op 25 mei 2021 een uitvliegende kerkuil waargenomen. Nesten van een kerkuil bevinden zich in 90 procent van de gevallen in nestkasten. Bij uitzondering broedt de kerkuil in een holle boom (BIJ12 Kennisdocument Kerkuil, 2017). Op de zolder van bijgebouw 2 is geen kerkuilennestkast aanwezig en zijn geen nestmateriaal of geschikte nestlocaties waargenomen. Derhalve is het uitgesloten dat de zolder van bijgebouw 2 een functie vervult als nestlocatie. Op basis van relatief verse braakballen en een visuele waarneming van een uitvliegende kerkuil valt te concluderen dat een individuele kerkuil wel (sporadisch) gebruik maakt van de zolder van bijgebouw 2. De zolder van bijgebouw 2 vervult derhalve een functie als rustplaats.

14

Wegens ontoegankelijkheid is het op voorhand uitgesloten dat de woning en bijgebouw 1 een functie vervullen voor uilen. In de ligboxenstal en kapschuur zijn tijdens het onderzoek geen verse sporen of andere waarnemingen welke duiden op aanwezigheid van kerkuilen aangetroffen. Derhalve is eveneens uitgesloten dat de ligboxenstal en kapschuur een functie vervullen voor de kerkuilen. Functioneel leefgebied De zolder van bijgebouw 2 vervult een functie als rustplaats van de kerkuil. De kerkuil is niet foeragerend op de planlocatie waargenomen. Het is mogelijk dat de kerkuil (sporadisch) gebruik maakt van de maisakkers voor foerageeractiviteiten. Aangezien op 23 maart 2021 een kerkuil roepend vanaf gebied ten noordwesten van de planlocatie is waargenomen, is mogelijk dat dit dezelfde uil betreft en deze daar foerageert. Rondom de planlocatie zijn diverse weilanden en agrarische percelen gelegen welke gebruikt kunnen worden als foerageergebied van de kerkuil. Het omvormen van de maisakker tot voedselbos zal niet leiden tot een significante afname van foerageermogelijkheden. Derhalve vervult de planlocatie, met uitzondering van de zolder van bijgebouw 2, geen functie als functioneel leefgebied van de kerkuil.

15

4 Conclusie en advies 4.1

Steenuil en kerkuil In de periode maart t/m april 2021 is onderzoek uitgevoerd naar de aan- of afwezigheid van de steenuil en kerkuil conform de bepalingen uit de kennisdocumenten (BIJ12, 2017) en het Soorteninventarisatieprotocol NGB (2017). Op de zolder van bijgebouw 2 is een rustplaats van de kerkuil geconstateerd (figuur 4.1). De overige bebouwing op de planlocatie vervult geen functie als nest- of rustplaats van de kerkuil. De planlocatie vervult geen functie als nest- of rustplaats van de steenuil. Tevens vervult de planlocatie geen functie als essentieel foerageergebied voor uilen.

Figuur 4.1

Visuele weergave van de functies van de bebouwing op de planlocatie voor de kerk- en steenuil.

De beoogde ontwikkeling betreffende bijgebouw 2 betreft een kleinschalige inpandige verbouwing. De begane grond van bijgebouw 2 is momenteel in gebruik als opslag, en naast deze functie zal de begane grond ook een functie al gemeenschappelijke keuken en werkruimte gaan vervullen. Momenteel vervult de zolder van bijgebouw 2 geen functie (c.q. leegstaand) en dit zal in de beoogde situatie zo blijven. Aangezien de zolder van bijgebouw 2 (c.q. rustplaats van de kerkuil) in de huidige staat behouden zal blijven, is er geen sprake van het direct wegnemen van een rustplaats. Aangezien de beoogde functie van de begane grond nagenoeg gelijk blijft en slechts kleinschalige ingrepen zullen plaatsvinden, zal de inpandige verbouwing en de gebruiksfase niet leiden tot het indirect wegnemen van de rustplaats. Ook van het opzettelijk verstoren van de kerkuil zal geen sprake zijn.

16

Er wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (Wnb, art. 3.1 lid 2 en 4) bij uitvoering van de werkzaamheden zoals deze in de voorliggende rapportage zijn beschreven. Derhalve is voor de beoogde ontwikkeling geen ontheffing van de Wet natuurbescherming benodigd.

4.2

Vervolgstap(pen) Ten behoeve van steenuilen en kerkuilen zijn geen vervolgstappen benodigd. Het aanvullend onderzoek naar vleermuizen is ten tijde van schrijven nog niet afgerond.

4.3

Te treffen maatregelen tijdens de werkzaamheden •

Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (Algemene zorgplicht).

•

Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige.

•

Alle aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) gefaseerd verwijderen. Dit om bodembewonende dieren de kans te bieden in de nabijgelegen omgeving een ander leefgebied te benutten.

•

Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden.

•

De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel).

•

Werkzaamheden die spouwmuren of dakruimte beïnvloeden (bijvoorbeeld na-isolatie of openbreken spouwmuur) niet uitvoeren alvorens het vleermuisonderzoek is afgerond en eventueel benodigde ontheffingen verleend zijn.

•

De werkzaamheden opstarten/uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (maart t/m september). Als de werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd dient voor de aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn. E.e.a. op aanwijzing van deskundige. Als dit niet mogelijk is, dienen de potentiële nestlocaties buiten het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden.

17

5 Bronnen BIJ12, 2017. Kennisdocument kerkuil, Tyto alba. BIJ12, Utrecht BIJ12, 2017. Kennisdocument steenuil Athena noctua. BIJ12, Utrecht NGB, 2017. Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming (versie juli 2017). Netwerk Groene Bureaus, Odijk. De Boer, 2020. Quickscan Wet natuurbescherming Pastoor Blaisseweg 2 te Doesburg. 4 december 2020, Blom Ecologie B.V.

Gebruikte websites www.arcgis.nl

18

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=387f5b45-ebe9-4b75-bdd7-f8154417fd00