Beantwoording schriftelijke vragen bp Bedrijventerrein Verhuellweg
Tekst van het document
Aan
De leden van de Gemeenteraad en fractieassistenten
datum onderwerp
25 januari 2022 Schriftelijke vragen bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Verhuellweg’
Beste heer, mevrouw, Naar aanleiding van de commissievergadering VROM van 12 januari jl. zijn door diverse fracties schriftelijke vragen gesteld over het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Verhuellweg’. Middels deze brief reageren wij op de gestelde vragen. 1.
TAUW spreekt de verwachting uit dat met het meewegen van de gecumuleerde geluidbelasting nog steeds gemotiveerd kan worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Die zin is de motivering zelf, zo lijkt, we zien in ieder geval geen enkele reactie of begeleidend schrijven van het college die ook maar iets motiveert. Toch zal het bevoegd gezag moeten beoordelen of e.e.a. aanvaardbaar is. De vraag is dan ook: vindt het college het geluidsklimaat zoals naar voren komt uit het akoestisch onderzoek aanvaardbaar en waarom wel/niet?
Reactie: Een beoordeling van de aanvaardbaarheid is verplicht bij de vaststelling van hogere grenswaarden waarbij cumulatie speelt. Als dat niet speelt is het geen wettelijke verplichting maar wel onderdeel van ‘de goede ruimtelijke ordening’ waaraan moet worden voldaan. Uit het aanvullende onderzoek van Sweco blijkt dat gecumuleerde geluidsbelasting minder dan 1dB(A) toename van de huidige totale geluidsbelasting bedraagt. Hierbij is gerekend met 2 afvaarten per etmaal. Dit is een ruimer uitgangspunt dan hetgeen nu voorligt, in het bestemmingsplan zijn immers maximaal 10 afvaarten per week toegestaan. De grens voor een ‘hoorbaar verschil’ ligt rond de 3 dB(A). Het college heeft in haar vergadering van 28 december jl. de toename van minder dan 1dB(A) als aanvaardbaar beoordeeld. Dit mede aangezien de woningen al binnen en grenzend aan de geluidszone van het bedrijventerrein liggen waar op dit moment grote geluidsmakers zich mogen vestigen (en waar dus een hogere geluidsbelasting al geaccepteerd is). Dit past bij de gemaakte keuze van de afgelopen jaren waarbij de doorontwikkeling van het bedrijventerrein is ingezet.
1
2.
Een van de bezwaren van indieners van de zienswijze is dat er getoetst is aan de verkeerde versie van de Omgevingsverordening Gelderland. Als CDA hebben we dit eerder ook onderzocht maar toen geconcludeerd dat ten tijde van het ter inzage leggen van het ontwerp bestemmingsplan een voorgaande versie van kracht was en daar dus ook aan getoetst moet worden. Het lijkt ons anders ook wel erg lastig worden in de praktijk. Toch stellen bezwaarden nog steeds dat getoetst moet worden aan de omgevingsverordening te datum van vaststelling. De vraag is dan ook: wat is waar en waar is dit op gebaseerd?
Reactie: Bij de vaststelling is de versie die geldt op het moment van vaststelling leidend. Dit is het moment waarop het besluit over een bestemmingsplan wordt genomen. De Omgevingsverordening is geactualiseerd en in werking getreden op 1 januari 2018. Inmiddels hebben er meerdere actualisaties plaatsgevonden van de omgevingsverordening. De laatste versie is vastgesteld op 15 december 2021. De inhoudelijke conclusie hieromtrent veranderd op basis van meest recente versie niet. Paragraaf 3.2.1 ‘Omgevingsverordening en Omgevingsvisie Gelderland’ van de toelichting is hier inmiddels op aan gevuld. 3.
Voor wat betreft de borging van de landschappelijke inpassing: e.e.a. is beperkt omschreven, zou een helder geformuleerde voorwaardelijke verplichting hierbij niet wenselijk zijn geweest?
Reactie: Gedurende het proces is het Gelders Genootschap gevraagd te adviseren over de ontwikkelingen die het nieuwe bestemmingsplan voor de Verhuellweg mogelijk maakt. Zij levert onze gemeente input en expertise vanuit verschillende disciplines en een onafhankelijke advisering vanuit vastgesteld gemeentelijk beleid. Zij heeft de stedenbouwkundige en landschappelijke impact van het nieuwe planologische kader beoordeeld. De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats op het bestaande bedrijventerrein en een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan wordt door haar a ls niet noodzakelijk beoordeeld voor de aanvaardbaarheid van het plan. Reden hiervoor is dat u als raad op dit moment al voldoende houvast heeft om de ruimtelijke kwaliteit te borgen. Dit is geborgd door het bestaande toetsingskader in de door u vastgestelde Nota Ruimtelijke Kwaliteit. Er is dan ook geen aanleiding of noodzaak om in het bestemmingsplan extra voorwaardelijke verplichting op te nemen. 4.
Hekkelman advocaten schrijft in zijn verslag aan de Gestichten dat het beleidsdocument Ruimtelijke structuurvisie online niet te raadplegen is. Dat is inderdaad het geval. Ruimtelijkeplannen.nl verwijst door naar iets wat niet beschikbaar is. Zou u dit op willen lossen?
Reactie: de ruimtelijke structuurvisie Doesburg 2030 is tot op heden raadpleegbaar via de website www.doesburg2030.nl. Deze structuurvisie is ook raadpleegbaar via een link in www.ruimtelijkeplannen.nl. Het klopt dat deze link niet raadpleegbaar was, dit had te maken met het overzetten van de bestanden ter voorbereiding van de komst van de nieuwe Omgevingswet. Sinds 18 januari jl. werkt de link weer.
2
5.
Graag een bevestiging dat het college de bevindingen van TAUW volledig onderschrijft.
Reactie: In de notitie ‘Resultaten kwalitatieve beoordeling onderzoeken Verhuellweg Doesburg’ onderschrijft TAUW de conclusies van Sweco. Het college ziet geen aanleiding te twijfelen aan de deskundigen en onderschrijft de bevindingen en resultaten van de onderzoeken zoals deze door TAUW en Sweco zijn uitgevoerd. 6.
Graag een verklaring dat er geen enkele formele belemmering is om akkoord te gaan met het voorgestelde bestemmingsplan.
Reactie: Volgens de Wet ruimtelijke ordening moet de besluitvorming over het bestemmingsplan ingegeven zijn vanuit een goede ruimtelijke ordening. De uitgevoerde onderzoeken en de toelichting van het bestemmingsplan motiveren waarom het verzoek van de bedrijven ruimtelijk aanvaardbaar en uitvoerbaar is. Dit vormt de juridische basis voor de besluitvorming over het bestemmingsplan. Wij zijn dan ook van mening dat er geen formele belemmering is om akkoord te gaan met het voorliggende bestemmingsplan. 7.
Graag een reactie op het advies van Hekkelman advocaten. Klopt hetgeen daar is gesteld naar de mening van het college? Hoe staat u tegenover de juridische houdbaarheid van deze claims?
Reactie: Wij hebben Nysingh gevraagd om een QuickScan uit te voeren naar hetgeen gesteld wordt door Hekkelman. Zij heeft alle bezwaargronden in het rapport inhoudelijk beoordeeld en besproken met de deskundigen van Sweco. Samen hebben zij de toelichting van het bestemmingsplan op enkele punten aangevuld en verduidelijkt. Inhoudelijk zijn er geen wijzigingen doorgevoerd, de verbeelding en regels zijn dus niet gewijzigd. Net als Sweco en TAUW, ziet zij op dit moment geen juridische belemmeringen dat het bestemmingsplan niet zou voldoen aan de wettelijke kaders van ‘een goede ruimtelijke ordening’. Naar haar- en de mening van het college, zijn er inhoudelijk dan ook geen belemmeringen om over te gaan tot besluitvorming van het bestemmingsplan. 8.
Meer specifiek: a.
Hoe zit het met het oordeel van het bevoegd gezag over de aanvaardbaarheid van de gecumuleerde geluidsbelasting?
Reactie: Zie beantwoording onder punt 1. b.
Wat betekent de stelling op p. 23 van het aangevulde akoestisch onderzoek dat de toegestane geluidsbelasting op enkele huizen wordt overschreden en dat dit al zo was, dus dat mag?
Reactie: Dit heeft betrekking op het geluid van de scheepvaart. De nu al hoge geluidsbelasting op de woningen vindt plaats op het moment het moment dat er schepen over de IJssel varen (per dag ca. 350-400 stuks). Dit valt buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan. Het nieuwe bestemmingsplan staat 8 extra afvaarten per week toe. Zie hiervoor verder ook de beantwoording onder punt 1.
3
c.
Hoe staat het met de claim van Hekkelman dat betrokkenen onvoldoende tijdig zijn geïnformeerd?
Reactie: Wij hebben deze procedurele vraag om advies voorgelegd aan Nysingh. Zij oordeelt dat voor wat betreft het procedurele bezwaar – te weten dat volgens Hekkelman de indieners van de zienswijzen gelegenheid hadden moeten krijgen om te reageren op de aangevulde / geactualiseerde onderzoeksrapporten en de second opinion van TAUW – zij van mening zijn dat dat geen hout snijdt. Onder andere de Stichting Gestichten heeft zienswijzen ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan. Naar aanleiding van deze zienswijzen zijn onderzoeksrapporten aangepast en geactualiseerd en is er een second opinion op de uitgevoerde onderzoeken afgegeven. Er is geen regel, die de gemeente ertoe verplicht om indieners van zienswijzen in deze situatie – voorafgaande aan de vaststelling van het bestemmingsplan – nog de gelegenheid te geven (schriftelijk) te reageren op de geactualiseerde / aangevulde onderzoeksrapporten. De verwijzing door Hekkelman naar de uitspraak van de Afdeling van 13 juni 2012 gaat volgens haar mank, omdat het daar gaat om de situatie dat een bestemmingsplan is vernietigd en er een herstelbesluit moet worden genomen. Die situatie doet zich hier niet voor. d.
Hoe zit het met de claim van Hekkelman dat niet getoetst is aan de juiste Omgevingsverordening Gelderland, ten onrechte aan die van 2018 i.p.v. die van 2021?
Reactie: Zie hiervoor de beantwoording onder punt 2. 9.
Hebben de indieners van de zienswijzen de gelegenheid gehad om alle onderliggende stukken te lezen? Hebben de indieners van de zienswijzen ook recht om de schriftelijke vragen van de fracties en de antwoorden van het college daarop in te zien?
Reactie: Alle indieners van een zienswijze zijn persoonlijk in augustus 2021 geïnformeerd over de behandeling van het ontwerpbestemmingsplan in uw commissie van 8 september jl. , inclusief de second opinion van TAUW zoals deze besproken is in de commissievergadering van 12 januari jl. Zij hebben daarmee de gelegenheid gehad om de onderliggende stukken in te zien. De indieners van een zienswijzen hebben inderdaad het recht om de schriftelijke vragen van de fracties en de antwoorden van het college in te zien. 10. Er is een brief binnen gekomen van de Gestichten met een rapport van een jurist die in gaat op het oordeel van TAUW. Waarom staat deze brief niet bij de ingekomen stukken zodat de indieners van zienswijzen hier ook kennis van kunnen nemen? Reactie: Het college gaat niet over het agenderen van ingekomen stukken voor de gemeenteraad. Deze vraag is door de griffie beantwoord. De brief is door de Gestichten te laat naar de griffie gemaild om nog aan de ingekomen stukken voor de commissievergadering van januari toegevoegd te worden. Op verzoek van de Gestichten is de brief wel meteen naar de raadsfracties gemaild. In de commissievergadering
4
is toegezegd dat een reactie op de brief nog volgt (voor een gedegen reactie in de vergadering is de brief te laat ontvangen). De brief wordt door de griffie aan de agenda voor de raad toegevoegd wanneer de reactie hierop gereed is. De agenda is voor eenieder (dus ook voor de indieners van zienswijzen) raadpleegbaar op de website en in Ibabs. 11. Gaat het hier nou wel of niet over een nieuwe stedelijke ontwikkeling, want grondgebonden wordt er wel degelijk uitgebreid en ook de bouw in de hoogte kan vallen onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Reactie: Het bestemmingsplan heeft betrekking op een bestaand stedelijk gebied. Op basis van het grondgebonden ruimtebeslag en de bouwhoogte heeft een afweging plaatsgevonden en is geconcludeerd dat daarmee geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Volgens jurisprudentie (ABRvS 10 januari 2018; ECLI:NL:RVS:2018:52) is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling wanneer het bestemmingsplan voorziet in een uitbreiding van een bedrijfsterrein van ongeveer 2.000 m². Met dit bestemmingsplan is dat niet het geval. Wij zijn dan ook van mening dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. 12.
De conclusie van het akoestisch onderzoek is dat de gecumuleerde geluidsbelasting van Kuhne en Nagel, CTD, Ubbink en het toegenomen scheepvaartlawaai als gevolg van de uitbreiding de gehanteerde norm van 50 decibel overschrijdt. En dat het bevoe gd gezag moet bepalen of dit aanvaardbaar is. Wie is in deze het bevoegd gezag?? Dus wie moet dit gaan bepalen. Reactie: Een beoordeling van de aanvaardbaarheid is verplicht bij de vaststelling van hogere grenswaarden waarbij cumulatie speelt. Als dat niet speelt is het geen wettelijke verplichting maar wel onderdeel van ‘de goede ruimtelijke ordening’ waaraan moet worden voldaan. In de toelichting van een bestemmingsplan wordt o.a. ingegaan op de haalbaarheid en de aanvaardbaarheid van de relevante omgevingsaspecten (m.e.r., geluid, lucht, externe veiligheid, bodem, flora en fauna, water, archeologie, etc.). Het college onderschrijft de conclusies van de uitgevoerde onderzoeken en is van mening dat er voldoende aangetoond is dat het voorliggende bestemmingsplan voldoet aan de kaders van een ‘goede ruimtelijke ordening’. U als gemeenteraad bent het bevoegd gezag om in het kader van deze ‘goede ruimtelijke ordening’ een besluit te nemen over het bestemmingsplan. 13. In het akoestisch onderzoek zie je een opsomming van adressen en de gemeten decibellen. Hierin is duidelijk te zien dat de voorkeurswaarde van 50 decibel wordt overschreden.
Wat ik me afvraag is waarom deze metingen zover af staan van de metingen die gewoon op internet gevonden kunnen worden waar Doesburg in de huidige situatie al zeer slecht scoort met een meting van 71 decibel. Bron: check je plek. Volgens de methode Miedema is 70 decibel de allerhoogste classificering met de beoordeling zeer slecht. Dit staat op blz. 21 van het akoestisch onderzoek. Wordt er dan gedacht: Het is al slecht dus het maakt toch niet uit? Reactie: Sweco heeft op basis van het onderzoek van TAUW de gecumuleerde geluidbelasting in beeld gebracht. TAUW geeft in haar bevindingen aan dat het de verwachting is dat ook met het meewegen van deze gecumuleerde geluidbelasting nog steeds gemotiveerd kan worden
5
dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat de conclusie van Sweco ongewijzigd zal zijn. Het uitgevoerde onderzoek conform de daarvoor geldende wet- en regelgeving toont aan dat de gecumuleerde geluidsbelasting minder dan 1dB(A) toename van de bestaande totale geluidsbelasting bedraagt. Deze wordt als aanvaardbaar beoordeeld, zie hiervoor ook de beantwoording onder punten 1 en 8b. 14. De stikstofdepositie. Ook hierin wordt wel degelijk vastgesteld dat dit een knelpunt is en de huidige situatie niet goed is omdat de kritische depositiewaarde nu al wordt overschreden, blz. 27 van de voortoets stikstofdepositie wet natuurbescherming. Wordt er hier dan ook maar van uitgegaan dat omdat het al slecht is, het niet meer uitmaakt? Is er dan geen enkele wil of noodzaak vanuit het college om dit te verbeteren? Hoe wordt aangetoond dat het gebied versterkt wordt en niet verslechterd? Reactie: U als gemeenteraad bepaalt de kaders en ambities voor de stad Doesburg. De gemeente heeft geen beleid en/of ambitie vastgesteld voor het verbeteren van de kwaliteit van het betreffende habitattype en/of leefgebied in de Fraterwaard. Het toetsingskader voor de besluitvorming over het bestemmingsplan is dan ook of deze in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening’. In de conclusie van blz.
27 van de voortoets is vermeld dat ten aanzien van deze habitattypen en leefgebieden gekeken is of het berekende projecteffect zodanig groot is dat hierdoor merkbare significante gevolgen voor de kwaliteit van het betreffende habitattype of kwalificerende soort(en) binnen een leefgebied kan hebben. Uit de ecologische analyse van hetzelfde rapport blijkt dat dit niet het geval is. De provincie Gelderland geeft als bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en activiteiten bij Natura 2000-gebieden aan dat aangetoond is dat voor omliggende Natura 2000 gebieden (zoals Rijntakken en Veluwe) geen significant negatieve gevolgen optreden en dat de uitvoerbaarheid van het bestemmingplan voldoende aangetoond is. Ook de berekening met de geactualiseerde AERIUS calculator van 20 januari jl. geeft een positieve uitkomst ten opzichte van het vorige rapport. Er is hiermee geen toename van stikstofdepositie berekend op Natura 2000-gebieden. Zie hiervoor ook de beantwoording onder punt 6. 15. De groene ontwikkelzone is ook aangewezen als rustgebied voor winterganzen. In de toelichting wordt gesteld dat de toename van bedrijfsmatige activiteiten het rustgebied niet aantast omdat er nu al geen ganzen rusten. Hoe dat komt, daar wordt niet op in ge gaan.
Zou het kunnen dat de huidige overlast de ganzen al heeft verjaagd? Reactie: Voor de Groene ontwikkelingszone, dat ook is aangewezen als rustgebied voor winterganzen, is vooral een conserverend beleid van kracht, gericht op het behoud van openheid. Voor het rustgebied van winterganzen geldt dat vanwege de bestaande activiteiten ter plaatse nu al geen ganzen rusten. Met het planvoornemen is er dan ook geen sprake van aantasting van het rustgebied. Dit is inmiddels verduidelijkt in de toelichting van het bestemmingsplan.
6
16. Aan de verdozing en verrommeling van onze leefomgeving wordt landelijk paal en perk gesteld. Dit staat zelfs in het regeerakkoord. Hoe komt het dan dat we dit in Doesburg zonder blikken of blozen toestaan? Graag een reflectie hierop. Reactie: U als gemeenteraad bepaalt de kaders van de ruimtelijke kwaliteit van de stad Doesburg. Het Gelders Genootschap is een onafhankelijke adviescommissie die ruimtelijke ontwikkelingen beoordeeld aan het door u vastgestelde beleid. Zij is van mening dat met voorliggend bestemmingsplan geen sprake is van verdozing. Door juist binnen de contouren van het bedrijventerrein te blijven, wordt voorkomen dat er sprake is van verspreiding van die verdozing en blijft dit beperkt tot het bedrijventerrein zelf. Daarnaast varieert – in tegenstelling tot het huidige bestemmingsplan - de bouwhoogte van de verschillende gebouwen en delen van gebouwen, dat zorgt voor een verbetering van de geleding. Het Gelders Genootschap is dan ook van mening dat het bestaande toetsingskader in uw Nota Ruimtelijke Kwaliteit voldoende houvast biedt om de ruimtelijke kwaliteit van het gebied te borgen. 17. Wij zijn van mening dat dit plan afbreuk doet aan ons beschermde stadsgezicht. Volgens de raad voor het cultureel erfgoed houdt het beschermde stadsgezicht niet op bij de gemeentegrens. Hoe ziet het college dit? Ook hierop graag een reflectie.
Reactie: Het voorliggende bestemmingsplan maakt geen onderdeel uit van het beschermd stadsgezicht van Doesburg. In bijlage 1 ‘Cultuurhistorie en landschap’ van het bestemmingsplan en de thematische beantwoording onder kopje 2.4. van de ‘Nota van antwoord zienswijzen Bedrijventerrein Verhuellweg Doesburg’ is aangegeven dat de mogelijkheden die het nieuwe bestemmingsplan aan de bestaande bedrijven biedt geen afbreuk doet aan het beschermd stadsgezicht. Ook het Gelders Genootschap onderschrijft dit. Wij als college hebben geen aanleiding om aan deze deskundigheid te twijfelen. Zie hiervoor ook de beantwoording onder punt 6.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Doesburg, gemeentesecretaris,
Digitaal ondertekend door P. Werkman op 25-01-2022
P. Werkman
burgemeester,
Digitaal ondertekend door drs. L.W.C.M. van der Meijs op 25-01-2022
drs. L.W.C.M. van der Meijs
7