Artikelgewijs wijzigingen versie 29 feb
Tekst van het document
Het algemeen bestuur stelt een verordening vast waarin, overeenkomstig artikel 25 vijfde lid Wet Gemeenschappelijke regelingen, geregeld is: de werkwijze van de commissie, de openbaarheid van de vergaderingen, de voorbereiding, uitvoering en de openbaarmaking van besluiten van de commissie, het toezicht van het algemeen bestuur op de uitoefening van de bevoegdheden, de verhouding van de overgedragen bevoegdheden tot die van het algemeen en het dagelijks bestuur, de verantwoording aan het algemeen bestuur 8. In geval van toepassing van artikel 10, derde lid, vervalt het tweede, derde, vierde en vijfde lid van artikel 22. Artikel 23 Werkgroepen Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en de bestuurscommissie als bedoeld in artikel 22 kunnen werkgroepen en overlegvormen instellen.
Versie februari 2024 de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Toelichting (op versie februari 2024) De verantwoording vanuit het bestuur naar college en raad blijft onveranderd een verantwoordelijkheid van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur en is geregeld in de artikel 26 en 27 van de gemeenschappelijke regeling. Hiermee wordt voorkomen dat, door het overdragen van taken en bevoegdheden aan de bestuurscommissies, de raden worden beperkt in de uitoefening van hun controlerende taken en verantwoordelijkheden. AD lid 3: dit is het Instellingsbesluit Bestuurscommissies
Dit volgt rechtstreeks uit de wet dus hoeft niet te worden opgenomen.
HOOFDSTUK VIII INLICHTINGEN, VERANTWOORDING EN ONTSLAG
HOOFDSTUK VIII INLICHTINGEN, VERANTWOORDING EN ONTSLAG
Artikel 24 dagelijks bestuur en voorzitter t.o.v. het algemeen bestuur/bestuurscommissie veiligheid en gezondheid. 1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur dan wel de bestuurscommissie veiligheid en gezondheid verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. 2. Zij geven ongevraagd aan het algemeen bestuur dan wel de bestuurscommissie veiligheid en gezondheid alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is. 3. Zij geven – tezamen dan wel afzonderlijk – aan het algemeen bestuur dan wel de bestuurscommissie veiligheid en gezondheid, wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen. 4. Het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur. 5. Gelet op artikel 19a, derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen
Artikel 25 Dagelijks bestuur en voorzitter t.o.v. het algemeen bestuur 1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. 2. Zij geven gevraagd en ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is. 3. Zij geven – tezamen dan wel afzonderlijk – aan het algemeen bestuur wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen. 4. Het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur. 5. Gelet op artikel 19a, derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen kan het algemeen bestuur besluiten een lid van het dagelijks
DB is altijd verantwoording schuldig aan AB en niet aan de bestuurscommissies. Het artikel is hierop aangepast.
Artikelgewijs overzicht van wijzingen Gemeenschappelijke Regeling VGGM Versie 2015 kan het algemeen bestuur besluiten een lid van het dagelijks bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit.
Versie februari 2024
Toelichting (op versie februari 2024)
bestuur, uitgezonderd de voorzitter, ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit.
Artikel 25 Algemeen en dagelijks bestuur t.o.v. raden en colleges 1. Het algemeen en het dagelijks bestuur geven aan de raden en de colleges van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2. Het algemeen en het dagelijks bestuur verstrekken aan de raden en de colleges van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door die raden of colleges worden verlangd. 3. Een lid van het algemeen bestuur kan door het college die hem heeft aangewezen worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het college niet meer bezit.
Artikel 26 Voorzitter, algemeen en dagelijks bestuur t.o.v. raden en colleges 1. Het algemeen bestuur stelt een informatieprotocol vast waarin staat beschreven op welke wijze raden actief worden voorzien van informatie van het bestuur die nodig is voor het vervullen van hun taak en die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2. Het algemeen en het dagelijks bestuur verstrekken aan de raden en de colleges van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door die raden of colleges worden verlangd.
Artikel 26 Leden van het algemeen bestuur t.o.v. raden en colleges 1. Een lid van het algemeen bestuur verschaft de raad of het college van zijn gemeente met inachtneming van de artikelen 18 en 19 van de Wet Gemeenschappelijke regelingen alle inlichtingen, die door die raad of dat college of door één of meer leden daarvan worden verlangd en wel op de in het reglement van orde voor het betreffende orgaan aangegeven wijze. 2. Een lid van het algemeen bestuur is de raad of het college van zijn gemeente verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid en wel op de in het reglement van orde voor het betreffende orgaan aangegeven wijze.
Artikel 27 Leden van het algemeen bestuur t.o.v. raden en colleges 1. Een lid van het algemeen bestuur verschaft de raad of het college van zijn gemeente met inachtneming van de artikelen 18 en 19 van de Wet gemeenschappelijke regelingen alle inlichtingen, die door die raad of dat college of door één of meer leden daarvan worden verlangd en wel op de in het reglement van orde voor het betreffende orgaan aangegeven wijze. 2. Een lid van het algemeen bestuur is de raad of het college van zijn gemeente verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid en wel op de in het reglement van orde voor het betreffende orgaan aangegeven wijze.
HOOFDSTUK IX ORGANISATIE
HOOFDSTUK IX ORGANISATIE
Artikel 27 Samenwerking 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de vaste bestuurscommissie veiligheid en gezondheid maken, elk voor zover het zijn taken en bevoegdheden aangaat, afspraken met de bevoegde gezagen van overheidsinstanties, met directies van bedrijven en/of met besturen van andere rechtspersonen, in het belang van gecoördineerde hulpverlening bij beheersing en bestrijding van rampen en crises. 2. Het algemeen bestuur regelt de instelling, de samenstelling, de taken en bevoegdheden van de veiligheidsdirectie.
Artikel 28 Samenwerking Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de vaste bestuurscommissies maken, elk voor zover het zijn taken en bevoegdheden aangaat, afspraken met de bevoegde gezagen van overheidsinstanties, met directies van bedrijven en/of met besturen van andere rechtspersonen, in het belang van gecoördineerde hulpverlening bij beheersing en bestrijding van rampen en crises.
Artikel 28 Inrichting ambtelijke organisatie 1. Het dagelijks bestuur stelt regels vast omtrent de ambtelijke organisatie van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden en stelt de rechtspositieregeling van het personeel vast. 2. De ambtelijke organisatie staat onder leiding van de directie brandweer en volksgezondheid, verder aangeduid als “directie”. 3. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor een zodanige inrichting van de ambtelijke organisatie dat op doelmatige en efficiënte wijze vorm wordt gegeven aan het bepaalde ten aanzien van belangen, taken en bevoegdheden als bedoeld in de artikelen 3 tot en met 5. 4. Er is een veiligheidsdirectie. De veiligheidsdirectie bestaat uit de brandweercommandant, directeur publieke gezondheid, de districtchef
Artikel 29 Inrichting ambtelijke organisatie 1. Het dagelijks bestuur stelt regels vast omtrent de ambtelijke organisatie van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden en stelt de rechtspositieregeling van het personeel vast. 2. De ambtelijke organisatie staat onder leiding van de directie. 3. De directie draagt zorg voor een zodanige inrichting van de ambtelijke organisatie dat op doelmatige en efficiënte wijze vorm wordt gegeven aan het bepaalde ten aanzien van belangen, taken en bevoegdheden als bedoeld in de artikelen 3 tot en met 5 van deze regeling.
Zie algemene toelichting op de vernieuwde Wgr. Het eerste lid is aangepast op basis van de vernieuwde Wgr waarin een actieve informatieplicht is opgenomen.
Het oorspronkelijke tweede lid is vervallen. De veiligheidsdirectie is een vorm van ambtelijk afstemming op directieniveau, dit hoeft niet in de regeling opgenomen te worden
Lid 2: naamgeving aangepast naar staande praktijk. Op dit moment bestaat de directie uit een tweehoofdige directie bestaande uit de directeur brandweer/commandant brandweer en de directeur publieke gezondheid / directeur ambulancezorg Lid 4 t/m 7 is vervallen. De veiligheidsdirectie is een vorm van ambtelijk afstemming op directieniveau, dit hoeft niet in de regeling opgenomen te worden.
Artikelgewijs overzicht van wijzingen Gemeenschappelijke Regeling VGGM Versie 2015
Versie februari 2024
Toelichting (op versie februari 2024)
Gelderland Midden van Politie eenheid Oost-Nederland en een lid van de eenheidsleiding Politie Oost-Nederland en de coördinerend functionaris gemeenten. Het algemeen bestuur wijst ingevolge artikel 36 Wet veiligheidsregio’s, de coördinerend functionaris gemeenten aan. 5. De veiligheidsdirectie adviseert het dagelijks bestuur. Het algemeen bestuur stelt een verordening vast omtrent de nadere werkwijze van de veiligheidsdirectie. 6. Het dagelijks bestuur regelt over welke belangen, taken en bevoegdheden de veiligheidsdirectie adviseert. 7. De functie directeur meldkamer, zoals bedoeld in artikel 35 Wet veiligheidsregio’s, wordt ingevuld door de leden van de veiligheidsdirectie. Artikel 29 Instructies Het dagelijks bestuur regelt de taken en bevoegdheden van de directeur brandweer, tevens commandant, de directeur publieke gezondheid en van de aangewezen coördinerend functionaris gemeenten en stelt voor deze functies een instructie vast.
Artikel 30 Instructies Het dagelijks bestuur regelt de taken en bevoegdheden van de directeur brandweer, tevens commandant, de directeur publieke gezondheid en van de aangewezen coördinerend functionaris gemeenten en stelt voor deze functies een instructie vast.
HOOFDSTUK X FINANCIËLE BEPALINGEN
HOOFDSTUK X FINANCIËLE BEPALINGEN
Artikel 30 Administratie en controle 1. Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. Deze verordening dient te waarborgen dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. De verordening regelt in elk geval de onderwerpen, genoemd in artikel 212, lid 2, van de Gemeentewet voor zover van toepassing op de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden.
Artikel 31 Administratie en controle 1. Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. Deze verordening dient te waarborgen dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. De verordening regelt in elk geval de onderwerpen, genoemd in artikel 212, lid 2, van de Gemeentewet voor zover van toepassing op de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden.
2. Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst. 3. Het algemeen bestuur wijst een of meer accountants aan als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, belast met de controle van de in artikel 197 van de Gemeentewet bedoelde jaarrekening en het daarbij verstrekken van een accountantsverklaring en het uitbrengen van een verslag van bevindingen. De accountantsverklaring en het verslag van bevindingen voldoen aan het bepaalde in artikel 213, lid 3 respectievelijk lid 4, van de Gemeentewet. 4. De artikelen 214 en 215 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. 5. Het dagelijks bestuur stelt regels vast omtrent de verzekering van eigendommen en gelden van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden tegen benadeling door haar personeel of door anderen. Artikel 31 Begroting 1. Met inachtneming van de artikelen 34, 34a, 34b en 35 van de Wet Gemeenschappelijke regelingen en – voor zover van toepassing – het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten a.
zendt het dagelijks bestuur jaarlijks vóór 1 april de ontwerpbegroting en de ontwerp-meerjarenraming van de Veiligheids- en Gezondheidsregio
2. Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst. 3. Het algemeen bestuur wijst een of meer accountants aan als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, belast met de controle van de in artikel 197 van de Gemeentewet bedoelde jaarrekening en het daarbij verstrekken van een accountantsverklaring en het uitbrengen van een verslag van bevindingen. De accountantsverklaring en het verslag van bevindingen voldoen aan het bepaalde in artikel 213, lid 3 respectievelijk lid 4, van de Gemeentewet. 4. De artikelen 214 en 215 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. 5. Het dagelijks bestuur stelt regels vast omtrent de verzekering van eigendommen en gelden van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden tegen benadeling door haar personeel of door anderen. Artikel 32 Begroting 1. Met inachtneming van de artikelen 34, 34a, 34b en 35 van de Wet Gemeenschappelijke regelingen en – voor zover van toepassing – het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten a.
zendt het dagelijks bestuur jaarlijks vóór 1 december van het tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de begroting dient, de
Het betreft hierbij instructies ten aanzien van de taken van deze functionarissen ten tijde van een groot incident of crisis.
Genoemde data zijn in lijn gebracht met wijzigingen in de Wgr Aanvullend op het gestelde in het eerste lid onder a.: In de Wgr is in artikel 34b vastgelegd dat dit
Artikelgewijs overzicht van wijzingen Gemeenschappelijke Regeling VGGM Versie 2015
Versie februari 2024
Gelderland-Midden voor het komende kalenderjaar, vergezeld van een behoorlijke toelichting, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten; b. geeft het dagelijks bestuur de raden van de deelnemende gemeenten acht weken na toezending gelegenheid om bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting en meerjarenraming naar voren te brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren, waarin deze zienswijzen zijn vervat, en eventueel een nota van wijzigingen, bij de ontwerpbegroting en de meerjarenraming, zoals deze aan het algemeen bestuur worden aangeboden; c. stelt het algemeen bestuur de begroting en de meerjarenraming vast vóór 1 juli van het jaar, voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting moet dienen; d. stuurt het algemeen bestuur de vastgestelde begroting en de meerjarenraming toe aan de raden van de deelnemende gemeenten, die de in deze begroting voor de gemeente als bijdrage in de kosten van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden geraamde bedragen in de gemeentebegroting voor het betreffende jaar opnemen; e. zendt het dagelijks bestuur de vastgestelde begroting en de meerjarenraming binnen twee weken na de vaststelling doch in ieder geval vóór 15 juli aan gedeputeerde staten.
In het geval de begroting niet in evenwicht is en het niet aannemelijk is dat in de eerstvolgende jaren een evenwicht wordt bereikt, verzoekt het dagelijks bestuur daarbij om goedkeuring van gedeputeerde staten. Van de goedkeuring doet het dagelijks bestuur mededeling aan het algemeen bestuur en de deelnemende gemeenten. 2. Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.
algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten. b. geeft het dagelijks bestuur de raden van de deelnemende gemeenten gelegenheid om bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de algemene financiële en beleidsmatige kaders , bedoeld onder lid 1 onder a, naar voren te brengen. Het dagelijks bestuur betrekt de commentaren, waarin deze zienswijzen zijn vervat, bij de totstandkoming van de ontwerpbegroting en de meerjarenraming; c. zendt het dagelijks bestuur jaarlijks vóór 30 april de ontwerpbegroting en de ontwerp-meerjarenraming van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden voor het komende kalenderjaar, vergezeld van een behoorlijke toelichting, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten; d. geeft het dagelijks bestuur de raden van de deelnemende gemeenten twaalf weken na toezending gelegenheid om bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting en meerjarenraming naar voren te brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren, waarin deze zienswijzen zijn vervat, en eventueel een nota van wijzigingen, bij de ontwerpbegroting en de meerjarenraming, zoals deze aan het algemeen bestuur worden aangeboden; e.
stelt het dagelijks bestuur voorafgaande aan het vaststellen van de begroting door het algemeen bestuur de raden van de deelnemende gemeenten schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld onder d, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt; f. stelt het algemeen bestuur de begroting en de meerjarenraming vast vóór 15 september van het jaar, voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting moet dienen; g. stuurt het algemeen bestuur de vastgestelde begroting en de meerjarenraming toe aan de raden van de deelnemende gemeenten, die de in deze begroting voor de gemeente als bijdrage in de kosten van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden geraamde bedragen in de gemeentebegroting voor het betreffende jaar opnemen; h. zendt het dagelijks bestuur de vastgestelde begroting en de meerjarenraming binnen twee weken na de vaststelling doch in ieder geval vóór 15 september aan gedeputeerde staten. In het geval de begroting niet in evenwicht is en het niet aannemelijk is dat in de eerstvolgende jaren een evenwicht wordt bereikt, verzoekt het dagelijks bestuur daarbij om goedkeuring van gedeputeerde staten. Van de goedkeuring doet het dagelijks bestuur mededeling aan het algemeen bestuur en de deelnemende gemeenten. 2. Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.
Artikel 32 Bijdragen van de gemeenten 1. In de begroting wordt aangegeven welke bijdrage elke deelnemende gemeente verschuldigd is voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft. De berekening van deze bijdragen vindt plaats op basis van het inwonertal op 1 januari van het jaar, voorafgaand aan dat waarvoor de bijdrage verschuldigd is, vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek. 2. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks voor 16 januari en 16 juli telkens de helft van de verschuldigde bijdrage, genoemd in lid 1. Bij
Artikel 33 Bijdragen van de gemeenten Het algemeen bestuur van de VGGM stelt in een bijdrageregeling vast op welke wijze berekend wordt welke bijdrage de colleges verschuldigd zijn voor de uitvoering van de basistaken. Voordat het algemeen bestuur de bijdrageregeling bij unaniem besluit vaststelt, wordt deze ter zienswijze aan de raden voorgelegd.
Toelichting (op versie februari 2024) vóór 30 april dient plaats te vinden van het jaar voorgaand aan het jaar waarvoor de begroting dient.
Dit extra lid is in overeenstemming met artikel 35 , lid 1 Wgr
De afgelopen jaren zijn (met instemming van colleges en raden) besluiten genomen die afwijken van het gestelde in het oorspronkelijke eerste lid. Met het oog op eventuele andere toekomstige besluiten is in de nieuwe regeling vastgelegd dat de bijdrage van de gemeenten wordt vastgelegd in een bijdrageregeling. In deze regeling wordt de bekostiging in lijn met feitelijke situatie beschreven. In artikel 13 van de regeling
Artikelgewijs overzicht van wijzingen Gemeenschappelijke Regeling VGGM Versie 2015
Versie februari 2024
niet tijdige betaling is de wettelijke interest verschuldigd. 3. De deelnemende gemeenten betalen de bijdragen, bedoeld in lid 1, op basis van facturen, die de Veiligheids- en Gezondheidsregio GelderlandMidden hen daartoe zal toezenden. 4. De deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen.
Toelichting (op versie februari 2024) is opgenomen dat de bijdrageregeling voorafgaand aan vaststelling voor zienswijze wordt aangeboden aan de raden van de deelnemende gemeenten.
Artikel 33 Jaarstukken 1. Het dagelijks bestuur legt aan het algemeen bestuur over elk begrotingsjaar verantwoording af over het door hem gevoerde beleid, onder overlegging van de jaarrekening en het jaarverslag. Het dagelijks bestuur voegt daarbij de stukken, bedoeld in artikel 30, derde lid. 2. De jaarstukken, genoemd in lid 1, voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, voor zover van toepassing. 3. In de jaarrekening wordt het door elk van de deelnemende gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen. 4. De in het eerste lid bedoelde stukken liggen, zodra zij aan het algemeen bestuur zijn overgelegd, voor een ieder ter inzage en zijn algemeen verkrijgbaar. Van de terinzagelegging en de verkrijgbaar stelling wordt openbaar kennisgegeven. Het algemeen bestuur beraadslaagt over de jaarrekening en het jaarverslag niet eerder dan twee weken na de openbare kennisgeving. 5. Het algemeen bestuur stelt de jaarstukken vast voor 1 juli volgende op het jaar waarop deze betrekking hebben. Het dagelijks bestuur zendt de door het algemeen bestuur vastgestelde jaarstukken binnen twee weken aan gedeputeerde staten. 6. Vaststelling van de jaarrekening strekt het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden.
Artikel 34 Jaarstukken 1. Het dagelijks bestuur legt aan het algemeen bestuur over elk begrotingsjaar verantwoording af over het door hem gevoerde beleid, onder overlegging van de jaarrekening en het jaarverslag en overige relevante stukken. 2. De jaarstukken, genoemd in lid 1, voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, voor zover van toepassing. 3. In de jaarrekening wordt het door elk van de deelnemende gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen. 4. De in het eerste lid bedoelde stukken liggen, zodra zij aan het algemeen bestuur zijn overgelegd, voor een ieder ter inzage en zijn algemeen verkrijgbaar. Van de terinzagelegging en de verkrijgbaar stelling wordt openbaar kennisgegeven. Het algemeen bestuur beraadslaagt over de jaarrekening en het jaarverslag niet eerder dan twee weken na de openbare kennisgeving. 5. Het algemeen bestuur stelt de jaarstukken vast voor 15 juli volgende op het jaar waarop deze betrekking hebben. Het dagelijks bestuur zendt de door het algemeen bestuur vastgestelde jaarstukken binnen twee weken aan gedeputeerde staten. 6. Vaststelling van de jaarrekening strekt het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden.
HOOFDSTUK XI ARCHIEF Artikel 34 Archief 1. Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden en haar organen, overeenkomstig een door het algemeen bestuur vast te stellen regeling. Deze regeling wordt gedeputeerde staten medegedeeld. 2. De directie is belast met het beheer van de archiefbescheiden, bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig de door het dagelijks bestuur vast te stellen nadere regeling. 3. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden wijst het dagelijks bestuur een archiefbewaarplaats aan. 4. De beheerder van de in het vorige lid aan te wijzen archiefbewaarplaats oefent overeenkomstig de regeling als bedoeld in het eerste lid toezicht uit op het beheer van de archiefbescheiden van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden en haar organen, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.
HOOFDSTUK XI ARCHIEF Artikel 35 Archief 1. Het dagelijks bestuur is voor zover het gedelegeerde taken betreft, belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden en haar organen, overeenkomstig een door het algemeen bestuur vast te stellen regeling. Deze regeling wordt aan gedeputeerde staten medegedeeld. 2. De zorg voor de archiefbescheiden die ontstaan uit hoofde van de door de deelnemers gemandateerde taken berusten bij deze deelnemers. De deelnemers en het dagelijks bestuur maken hierover nadere afspraken in een dienstverleningsovereenkomst, onder meer over de verrekening van kosten van beheer van de archiefbescheiden voor zover daar sprake van is. 3. De directie is belast met het beheer van de archiefbescheiden, bedoeld in het eerste en tweede lid voor zover die niet zijn overgebracht naar de aangewezen archiefbewaarplaats. 4. Voor de bewaring van over te brengen archiefbescheiden wijst het dagelijks bestuur een archiefbewaarplaats aan. 5. De beheerder van de in het vorige lid aan te wijzen archiefbewaarplaats oefent overeenkomstig de regeling als bedoeld in het eerste lid toezicht uit op het beheer van de archiefbescheiden van
De termijn voor aanbieding van de vastgestelde jaarrekening is in artikel 34 Wgr gewijzigd naar (vóór) 15 juli.
AD lid 2: In de dagelijkse praktijk is de afgelopen jaren gebleken dat er onduidelijkheid was over de verantwoordelijkheidsverdeling tussen het bestuur en de deelnemende gemeenten als het gaat om de zorg voor archiefbescheiden die ontstaan uit hoofde van de door de deelnemers gemandateerde taken. Daarom is lid 2 toegevoegd.
Artikelgewijs overzicht van wijzingen Gemeenschappelijke Regeling VGGM Versie 2015
Versie februari 2024
Toelichting (op versie februari 2024)
de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden en haar organen, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats. HOOFDSTUK XII EVALUATIE, TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING Artikel 36 Evaluatie 1. Het algemeen bestuur draagt zorg voor een periodieke evaluatie van deze regeling, minimaal één keer per 4 jaar. 2. Het algemeen bestuur bepaalt het moment, de onderwerpen en de diepgang van het evaluatieonderzoek. HOOFDSTUK XII TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING Artikel 35 Toetreding en uittreding 1. Toetreding en uittreding van gemeenten is mogelijk na wijziging van de indeling van gemeenten in regio’s volgens de bijlage bij artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s. 2. Het algemeen bestuur regelt de procedure en alle gevolgen van de toetreding of de uittreding en kan voorwaarden verbinden aan de toetreding of uittreding. Bij uittreding geldt als uitgangspunt dat de uittredende gemeente de kosten draagt die het rechtstreekse gevolg zijn van de uittreding en dat de overige gemeenten geen financieel nadeel van de uittreding ondervinden.
Artikel 37 Toetreding 1. Toetreding van gemeenten is mogelijk na wijziging van de indeling van gemeenten in regio’s volgens de bijlage bij artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s. 2. De toetreding van een gemeente komt tot stand indien de colleges van de deelnemende gemeenten en het college dat wenst toe te treden daartoe hebben besloten, na voorafgaande zienswijze en toestemming van hun raden daartoe. 3. Het algemeen bestuur regelt de procedure en alle gevolgen van de toetreding en kan voorwaarden verbinden aan de toetreding.
Artikel 36 Wijziging 1. Zowel het algemeen bestuur, al dan niet op voorstel van het dagelijks bestuur, als de colleges van tenminste vier deelnemende gemeenten kunnen met redenen omklede voorstellen aan alle gemeenten doen tot wijziging van de regeling. 2. Een wijziging van de regeling is tot stand gekomen wanneer ter vergadering van het algemeen bestuur blijkt dat de colleges van ten minste twee derde van de deelnemende gemeenten tot de wijziging hebben besloten.
Zie algemene toelichting op wijziging van de Wgr Het is denkbaar dat het algemeen bestuur de finale besluitvorming bedoeld in het tweede lid pas neemt na een zienswijzeprocedure bij raden.
Uittreding is geregeld in artikel 38
zie artikel 40
Artikel 38 Uittreding 1. Uittreding is alleen mogelijk voor zover de wet erin voorziet. 2. Een college kan besluiten tot uittreding, onverminderd het bepaalde in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 3. Een college zendt, na voorafgaande zienswijze en toestemming van zijn raad, het besluit tot uittreding aan het bestuur. De procedure voor uittreding vangt aan de dag nadat het algemeen bestuur het besluit heeft ontvangen. 4. Het algemeen bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding en legt deze vast in het conceptuittredingsplan. 5. Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. 6. De uittreding gaat in op 1 januari van het jaar volgende op het verstrijken van een termijn van twee jaren na het nemen van het besluit tot uittreding,
Zie algemene toelichting op wijziging van de Wgr Omdat de GR VGGM vanuit de Wet Veiligheidsregio’s een wettelijk verplichte GR is, kunnen gemeenten helemaal niet uittreden tenzij sprake is van herindeling waarbij een gemeente bij een andere veiligheidsregio gaat horen. De wetgever wil desondanks dat in alle gemeenschappelijke regeling een expliciete uitwerking wordt gegeven aan de werkwijze bij uittreding gezien de grote consequenties die uittreding kan hebben. Hierin is in de regeling (artikel 38 en 39) voorzien. Bij uittreding van een deelnemer dient de regeling te worden gewijzigd.
Artikelgewijs overzicht van wijzingen Gemeenschappelijke Regeling VGGM Versie 2015
Versie februari 2024
Toelichting (op versie februari 2024)
tenzij de colleges unaniem een andere opzegtermijn overeen komen.
N.B.: Verminderde uitvoering van plustaken valt niet onder de artikelen van uittreding. Dat wordt geregeld in de overeenkomst over plustaken (zie artikel 4, tweede lid). Zie artikel 41
Artikel 39 Procedure voor vaststelling uittredingsplan 1. Elk van de colleges kan, na zienswijze daarop door en met verkregen toestemming van de raad, besluiten uit deze regeling te treden met ingang van een begrotingsjaar, mits het opzeggende college het voorgenomen besluit daartoe tenminste 2 jaar voordien ter kennis heeft gebracht van de overige colleges. 2. Het algemeen bestuur stelt een voorstel op voor financiële, personele en overige gevolgen van de uittreding. Het college dat voornemens is uit te treden neemt op basis van het voorstel een definitief besluit, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede en derde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen. De kosten voor het maken van het voorstel komen voor rekening van het college dat voornemens is uit te treden. 3. Ten behoeve van het voorstel voor de financiële, personele en overige gevolgen, bedoeld in het vorige lid, wordt een in overleg met de uittredende deelnemer aan te wijzen onafhankelijke registeraccountant opdracht verleend de genoemde gevolgen in kaart te brengen. De opdracht wordt verstrekt door het dagelijks bestuur. Voorafgaand aan de opdrachtverstrekking wordt de uittredende deelnemer in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de opdracht. 4.
Het voorstel bedoeld in het tweede lid wordt definitief vastgesteld door het algemeen bestuur nadat de uittredende deelnemer in de gelegenheid is gesteld een zienswijze te geven. Alsdan zijn de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen bindend. Het definitieve voorstel wordt vastgesteld uiterlijk acht kalendermaanden nadat de deelnemer zijn voornemen tot uittreding, als bedoeld in het eerste lid, bekend heeft gemaakt. 5. Het algemeen bestuur en de uittredende deelnemer en de blijvende deelnemers spannen zich gezamenlijk in om frictiekosten en
Zie algemene toelichting op wijziging van de Wgr
Artikel 37 Opheffing 1. De regeling wordt opgeheven wanneer ter vergadering van het algemeen bestuur blijkt dat colleges van ten minste twee derde van de deelnemende gemeenten tot opheffing hebben besloten. 2. Ingeval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regelen in het liquidatieplan. Hierbij kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken. 3. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de colleges van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld. 4. Het liquidatieplan voorziet in ieder geval in: a. de verplichting van de deelnemende gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de beëindiging van de regeling; b. de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel; c. de gevolgen voor de door de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden en haar organen gevormde archieven. 5. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie. 6. Zo nodig blijven de organen van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden in functie ook na het tijdstip van opheffing, totdat de liquidatie is voltooid.
Artikelgewijs overzicht van wijzingen Gemeenschappelijke Regeling VGGM Versie 2015
Versie februari 2024 6.
7.
8.
9.
Toelichting (op versie februari 2024)
desintegratiekosten zo laag mogelijk te houden. Het voorstel bedoeld in het derde en vierde lid vermeldt de verdeling van desintegratieskosten en frictiekosten. Financieel uitgangspunt voor de bepaling van kosten en prijzen vormt de meest recente vastgestelde jaarrekening op dat moment. Bij de verdeling komen in ieder geval, maar niet uitsluitend, de volgende aspecten aan de orde: a) overname door deelnemers van geactiveerde goederen dan wel vergoeding wegens niet overnemen; b) overname van contractuele verplichtingen jegens leveranciers, dan wel vergoeding wegens niet overname; c) overname door deelnemers van personeelsleden, dan wel vergoeding wegens niet overname, en d) eventuele nadelige financiële consequenties in verband met omzetbelastingen/of vennootschapsbelasting. Bij de bepaling van de desintegratiekosten wordt uitgegaan van het volgende principe: de uittredende deelnemer betaalt: - het eerste jaar 100% van de desintegratiekosten; - het tweede jaar 80% van de desintegratiekosten; - het derde jaar 60% van de desintegratiekosten; - het vierde jaar 40% van de desintegratiekosten, en - het vijfde jaar 20% van de desintegratiekosten. Nadat het voorstel overeenkomstig het vierde lid is vastgesteld is de uittredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen te voldoen.
Het algemeen bestuur stelt de uittredende deelnemer desgewenst in de gelegenheid door overname van personeel, materieel, activa en passiva de hoogte van de desintegratiekosten te verminderen. De gevolgen van de uittreding worden, op basis van het voorstel, bedoeld in het vierde lid, bij gelijkluidend besluit vastgesteld door de colleges.
Artikel 40 Wijziging 1. Zowel het algemeen bestuur, al dan niet op voorstel van het dagelijks bestuur, als de colleges van tenminste vier deelnemende gemeenten kunnen met redenen omklede voorstellen aan alle colleges doen tot wijziging van de regeling. 2. Een wijziging van de regeling is tot stand gekomen wanneer ter vergadering van het algemeen bestuur blijkt dat de colleges van ten minste twee derde van de deelnemende gemeenten tot de wijziging hebben besloten, na daaraan voorafgaand zienswijze te hebben gevraagd en toestemming hebben verkregen van hun raden overeenkomstig artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 41 Opheffing 1. De regeling wordt opgeheven wanneer ter vergadering van het algemeen bestuur blijkt dat colleges van ten minste twee derde van de deelnemende gemeenten tot opheffing hebben besloten, met inachtneming van de bepalingen in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. Ingeval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regelen in het liquidatieplan. Hierbij kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken.
Omdat de GR VGGM vanuit de Wet Veiligheidsregio’s een wettelijk verplichte GR is, kunnen de colleges van deelnemende gemeenten helemaal niet besluiten om de regeling op te heffen. De wetgever stelt echter dat in elke gemeenschappelijke regeling hierover desondanks een bepaling opgenomen moet zijn.
Artikelgewijs overzicht van wijzingen Gemeenschappelijke Regeling VGGM Versie 2015
Versie februari 2024
HOOFDSTUK XIII GESCHILLEN
Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de colleges van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld. 3. Het liquidatieplan voorziet in ieder geval in: a. de verplichting van de deelnemende gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de beëindiging van de regeling; b. de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel, en c. de gevolgen voor de door de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden en haar organen gevormde archieven. 4. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie. 5. Zo nodig blijven de organen van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden in functie ook na het tijdstip van opheffing, totdat de liquidatie is voltooid HOOFDSTUK XIII GESCHILLEN
Artikel 38 Geschillen 1. Voordat over een geschil als bedoeld in artikel 28 van de Wet Gemeenschappelijke regelingen de beslissing van gedeputeerde staten wordt ingeroepen, legt het algemeen bestuur het geschil voor aan een daartoe door partijen in te stellen geschillencommissie. 2. De geschillencommissie bestaat uit vertegenwoordigers, aangewezen door elk der bij het geschil betrokken partijen, alsmede een door deze vertegenwoordigers aangewezen onafhankelijke voorzitter. 3. De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken besturen. 4. De geschillencommissie brengt aan het algemeen bestuur advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen.
Artikel 42 Geschillen 1. Voordat over een geschil als bedoeld in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen de beslissing van gedeputeerde staten wordt ingeroepen, legt het algemeen bestuur het geschil voor aan een daartoe door partijen in te stellen geschillencommissie. 2. De geschillencommissie bestaat uit vertegenwoordigers, aangewezen door elk der bij het geschil betrokken partijen, alsmede een door deze vertegenwoordigers aangewezen onafhankelijke voorzitter. 3. De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken besturen. 4. De geschillencommissie brengt aan het algemeen bestuur advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen.
HOOFDSTUK XIV SLOTBEPALINGEN
HOOFDSTUK XIV SLOTBEPALINGEN
Artikel 39 Duur van de regeling De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
Artikel 43 Duur van de regeling De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
Artikel 40 Inwerkingtreding De wijzigingen die in deze regeling zijn opgenomen ten opzichte van de gemeenschappelijke regeling Veiligheids- en Gezondheidsregio GelderlandMidden treden in werking met ingang van 1 december 2015.
Artikel 44 Inwerkingtreding Het besluit tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden treedt in werking op de dag volgend op de dag dat deze op de in artikel 26, eerste en tweede lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen omschreven wijze is bekendgemaakt.
Artikel 41 Titel De regeling wordt aangehaald als “Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsen Gezondheidsregio Gelderland-Midden 2015”.
Artikel 45 Titel De regeling wordt aangehaald als “Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsen Gezondheidsregio Gelderland-Midden 2025”.
Toelichting (op versie februari 2024)
Algemener geformuleerd